While We’re Young

***

recensie  While We’re Young

Hoe echt is echt?

door Alfred Bos

De Newyorkse filmmaker Noah Baumbach schetst rond het problematische begrip authenticiteit een eigentijdse zedenschets over twee veertigers die via een vriendschap met twee twintigers hun jeugd opnieuw beleven. En tot een verwarrende ontdekking komen.

Er is geen goed Nederlands woord voor de term comedy of manners. Sociale satire komt wellicht nog het dichtst in de buurt, al is de satire in het genre mild. Oscar Wilde is de peetvader van de comedy of manners en Noël Coward werd de meester van de spitse dialoog, het karikaturale type en de satirische zedenschets. In de cinema is Woody Allen de meest prominente regisseur van grollige verwikkelingen rond twijfelaars op zoek naar een comfort zone.

Recensie While We’re Young

While We’re Young, de zevende speelfilm van de Newyorkse regisseur Noah Baumbach, draait rond een artistiekerig echtpaar uit New York dat op de rand van de middelbare leeftijd staat. Josh Schrebnick (Ben Stiller) maakt zwaarwichtige documentaires en zit al jaren aan zijn laatste werkstuk te schaven. Cornelia Schrebnick (Naomi Watts) probeert na twee miskramen te wennen aan het idee dat ze mogelijk kinderloos zal blijven. Zie ze zitten grijnzen wanneer ze bij bevriende leeftijdsgenoten op kraamvisite zijn.

Vinylcollectie
De manners in deze komedie zijn de contrasterende ideeën van Joshs generatie, de veertigers, en de levensstijl en attitude van de digitale twintigers. Die worden vertegenwoordigd door Jamie (Adam Driver, bekend van de HBO-serie Girls) en Darby Massey (Amanda Seyfriend), archetypische hipsters uit Brooklyn met een tweedehands interieur en een heuse vinylcollectie – we zien (maar horen niet) The Kinks’ Lola Versus The Powerman uit 1970, tegenwoordig al snel 150 euro waard. De stellen raken bevriend en de veertigers laten zich de 21ste eeuw in sleuren, wat voorspelbaar komische momenten oplevert.

De digitale jonkies pronken niet alleen met analoge geluidsdragers en meubels uit de kringloopwinkel, aspirant-filmer Jamie is wild van Joshs authenticiteit als documentairemaker. Dat is op zich al ironisch, maar regisseur Baumbach, die zoals voor al zijn films ook het scenario schreef, stopt een adder in het Brooklynse hipstergras. Jamie’s vriendschap is geënsceneerd, hij gebruikt de goedwillige Josh om binnen te dringen in de filmkliek van New York.

Recensie While We’re Young

Commentaar op mediamaatschappij
En zo ontpopt While We’re Young zich als een metafilm, een film over film; een commentaar op de vraag wat in hemelsnaam nog authentiek is een mediamaatschappij waarin ook documentaires zich volgens een draaiboek ontwikkelen en de ‘werkelijkheid’ de verbeelding is van wat iemand voor de werkelijkheid houdt. Die filosofische dimensie kringelt de film binnen en overwoekert uiteindelijk de satirische zedenschets. Cynische kijkers zouden dat een gebrek aan focus kunnen noemen, of nodeloze zwaarwichtigdoenerij. Hoe dan ook, het geeft de luchtigheid gewicht.

Noah Baumbach is na Greenberg (2010, met Ben Stiller) en Frances Ha (2012, met Adam Driver) druk doende zich te profileren als de natuurlijke opvolger van Woody Allen. Een scherpe maar begripvolle kijk op onhandig doen en onverstandig laten van de mens als wezen – en lang niet altijd even sociaal wezen – geven zijn films een humanistische ondertoon. En dat hij de comedy of manners gebruikt om een heel eigentijds thema aan te snijden illustreert dat het genre van alle tijden is. Want mensen veranderen nooit. Dat doet alleen hun speelgoed.

 

25 juli 2015

 
ALLE RECENSIES

What We Did on Our Holiday

****

recensie  What We Did on Our Holiday

Niet denken maar leven

door Cor Oliemeulen

Wat een dreigende echtscheiding, een zieke opa en Vikingen met elkaar hebben te maken, kun je zien in deze wonderbaarlijke familiefilm waarin drie jonge kinderen de volwassen acteurs van het doek spelen tegen het adembenemende decor van de Schotse Hooglanden.

Andy Hamilton en Guy Jenkin vormen een succesvol duo. Na het schrijven en regisseren van enkele comedyreeksen, oogstten zij veel lof voor de Britse sitcom Outnumbered, die vijf jaar lang op de BBC werd uitgezonden en vele prijzen won. Het bijzondere van deze serie is de rol van de kinderen. Terwijl de volwassen acteurs vaste dialogen kregen, mochten de kinderen er lustig op los improviseren. Een gouden idee, dat bijna schreeuwde om een speelfilm over het grappige Engelse gezin van Outnumbered, echter Hamilton en Jenkin peinsden hier niet over. Uiteindelijk lieten zij zich wel verleiden tot een film over een ander echtpaar met drie kinderen, in een totaal andere setting, maar gelukkig met dezelfde techniek van storytelling.

Recensie What We Did on Our Holiday

Bijdehand
Het creatieve duo bedacht een prachtig, origineel verhaal en nam de cinematograaf van Outnumbered mee naar de Schotse Hooglanden waar een Londens gezin is uitgenodigd door opa die zijn 75ste verjaardag viert. Saillant detail is dat vader Doug (bekende tv-acteur David Tennant) en moeder Abi (Rosemund Pike, Gone Girl) op het punt van scheiden staan en dat zij hun uiterste best doen dit voor hun kinderen en de rest van de familie te verbergen. De kids zijn geweldig gecast, lekker bijdehand en besluiten tot een uiterst memorabele daad, die elk voorstellingsvermogen van de volwassenen zal ontstijgen.

Het filosofische handelen van de drie jonge kinderen (“Volwassen ruziën alleen maar”) maakt van What We Did on Our Holiday een unieke film, die niet alleen regelmatig erg jolig is, maar ook tot nadenken stemt. Eén van opa’s wijze lessen is: “Niet denken maar leven”, een boodschap die de kinderen graag ter harte nemen. De oudste is de negenjarige Lottie, die met haar bril en serieuze kijk op het leven wat doet denken aan Abigail Breslin in Little Miss Sunshine (2006). Haar kleine zusje Jess van vier is voor haar leeftijd uitermate grappig, ad rem en nieuwsgierig: “Kun je een struisvogelei terug in de struisvogel stoppen?” De middelste van de drie is de zesjarige Mickey die zich 84% Viking voelt en geobsedeerd is door zijn oppergod Odin.

Recensie What We Did on Our Holiday

Verwondering
Mickey’s Viking-fantasie komt goed tot zijn recht in de wonderschone Schotse natuur waarin het uitstapje met hun terminaal zieke opa Gordie (Billy Connoly, Quartet) naar het afgelegen strand het buitengewone moment van de film vormt. Als het gezelschap later terugkeert naar het familiehuis waar het verjaardagsfeest op het punt staat te beginnen, weten de kinderen zich weer geconfronteerd met de realistische wereld van de volwassenen. Nadat de crisis, door wat er tijdens het uitstapje is gebeurd, het hoogtepunt bereikt, dreigt What We Did on Our Holiday even een Disney-twist te krijgen, maar dat zal de sympathie en verwondering van de kijker niet drukken.

 

11 juli 2015

 
ALLE RECENSIES

Woman in Gold

**

recensie  Woman in Gold

Eén dame, twee partijen en één gelijk

door Joris van Huët

Het goud schittert het meest waar de deugd niet meer blinkt. Een strijd om het bezit van een gouden dame. Een dame met een indrukwekkend achtergrondverhaal: gestolen door nazi’s, geclaimd door een staat en nagestreefd door een 80-jarige politieke vluchteling. Haar spectaculaire verhaal verbloemt de saaie zit in de rechtszaal.

Woman in Gold opent met een korte scène over de Oostenrijkse schilder Gustav Klimt, gespeeld door de Duitse acteur Moritz Bleibtreu met Rasputin-achtige baard. Hij landt zijn laatste penseelstreken op het doek van zijn meesterwerk in 1907: Portret van Adèle Bloch-Bauer I. Hierna maken we kennis met Maria Altmann (gespeeld door Helen Mirren), een Weens geboren inwoner, die is geëmigreerd naar Los Angeles. Dit waargebeurde verhaal betreft haar acht jaar durende rechtszaak tegen de Oostenrijkse autoriteiten om het bezit van Klimts schilderij, dat haar joodse familie ontnomen werd door de nazi’s zestig jaar geleden. De advocaat die haar helpt is de kleinzoon van de componist Arnold Schönberg: Randol Schönberg (Ryan Reynolds).

Recensie Woman in Gold

Kristallnacht
Een sluier duisternis overdekt de koude winternacht in Wenen. De stad wordt het podium voor de eerste grote aanval op de joodse gemeenschap door nazi-Duitsland. Joseph Goebbels geeft het bevel en het gevolg is georganiseerd geweld tegen joden, hun huizen, bedrijven en synagogen. De twee dagen van rellen die volgen, staan bekend als de Kristallnacht, het begin van de Holocaust.

Een van de getroffen huishoudens is dat van Maria Altmann’s rijke familie. Haar kostbare schilderijen, sieraden, en andere eigendommen van onbetaalbare waarde worden geplunderd door de troepen van Adolf Hitler. Het meest waardevolle bezit is het Portret van Adèle Bloch-Bauer 1 (Woman in Gold) van Gustav Klimt, die vaak echt goud in zijn schilderen verwerkte. Dit schitterende werk kwam na de oorlog in de Weense Galerie Belvedere te hangen en werd later het duurste schilderij ooit. De persoonlijke waarde voor de familie is onschatbaar.

Slap
In George Clooney’s The Monuments Men (2014) riskeert een groep Amerikaanse soldaten hun levens om beroemde kunstwerken die waren gestolen door de nazi’s tijdens de Tweede Wereldoorlog te heroveren. Het is niet bepaald een grootse film maar hij tekent wel het plaatje van de waarde die we hechten aan historische kunst in de huidige maatschappij.

Woman in Gold belicht dit vanuit het perspectief van een individu. De emotionele contouren van Maria Altmanns leven vormen de rode draad in deze film. Een politieke vluchteling die dagelijks herinneringen heeft van de wreedheden uit de Tweede Wereldoorlog. Na zestig jaar keert zij terug naar haar moederland om het schilderij van haar familie terug te winnen. Het doet enorm denken aan Stephen Frears’ Philomena ( 2013), waarin een oudere dame na een lang leven terug reist naar haar roots om iets persoonlijks te vinden. Alleen Philomena is een stuk beter.

Recensie Woman in Gold

Dialoogbombardement
Regisseur Simon Curtis is succesvoller met zijn flashbacks dan met de met dialoog gebombardeerde rechtszaalscènes. Die lijken bevlekt door het slapste koffiemerk dat er is, genaamd Cliché – terwijl juist een sterk bakje pleur wenselijk is bij de slaapwekkende zittingen. De spanning van Woman in Gold is terug te vinden tijdens Maria’s ontsnapping uit het door de nazi’s bezet Wenen. Een paar ontroerende optredens van Tatiana Maslany als de jonge Maria redden de film.

Alom een saai drama met teveel mager uitgewerkte concepten en voorgekauwd sentiment. De Oostenrijkse staatslieden zijn dusdanig in uniform, dat zij een nazi-vibe met zich meebrengen. Het is bijna beledigend aan de kijkers de mate waarin Curtis de good guy – bad guy verhoudingen er zo dik bovenop legt. Daarnaast is de interactie tussen onze hoofdrolspeelster en haar advocaat bijzonder ongeloofwaardig. Dat maakt van Woman in Gold een film met weinig uitdaging. Jammer, er zit veel meer potentie in het waargebeurde verhaal.

 

24 mei 2015

 
ALLE RECENSIES

White Shadow

***

recensie  White Shadow

Het chaotische leven van een albino

door Cor Oliemeulen

Buitenbeentjes vormen een dankbaar thema voor filmmakers, zeker als ze voortdurend in levensgevaar zijn. White Shadow is de eerste speelfilm over Afrikaanse albino’s die hoog op het verlanglijstje van idiote medicijnmannen staan.

In een aantal Oost-Afrikaanse landen lopen albino’s het risico in mootjes te worden gehakt, omdat toverdokters denken dat hun lichaamsdelen geluk brengende eigenschappen bezitten. Volgens het Rode Kruis betalen handelaren tot wel 75.000 duizend euro voor een complete set van lichaamsdelen van een albino. Volgens de Verenigde Naties zijn er in Tanzania vanaf 2000 al bijna tachtig albino’s gedood. President Kikwete liet in maart van dit jaar meer dan tweehonderd toverdokters en traditionele genezers arresteren om een eind te maken aan deze praktijk.

Recensie White Shadow

Goed bedoeld, maar rommelig
Albinisme is het aangeboren ontbreken van het pigment melanine in het haar of de huid, wat resulteert in een gedeeltelijk of geheel witte huid en rode ogen. Terwijl in westerse landen 1 op 20.000 mensen als albino wordt geboren, zou deze afwijking in Tanzania 1 op 1.400 keer voorkomen. Onderzoekers brengen dit fenomeen in verband met inteelt. De laatste jaren is in documentaires en reportages steeds meer aandacht voor de precaire positie van albino’s in Oost-Afrika.

De Israëlisch-Duitse regisseur Noaz Deshe besloot er een fictieve film over te maken. Door de lastige culturele en infrastructurele omstandigheden moest hij veelal werken met beperkte technische middelen. Zijn debuutfilm White Shadow lijkt dan ook soms op een reportage, omdat bijna alle scènes met één handheld camera zijn opgenomen. Het is een gefragmenteerd drama waarin registrerende, dramatische, gewelddadige en poëtische fragmenten elkaar afwisselen. Hoe goed bedoeld dan ook maakt het geheel een rommelige indruk waarbij je regelmatig de draad kwijtraakt.

Recensie White Shadow

Opvallende verschijning
Hoofdpersoon van White Shadow is de tienerjongen Alias. Nadat zijn albinovader met hakmessen is vermoord, vertrouwt zijn lieve moeder hem toe aan een oom, omdat de grote stad misschien veiliger voor hem is en meer perspectief biedt. Alias moet op straat zonnebrillen, telefoons en films aan automobilisten verkopen. Met zijn bleke huid en rossige krulletjes is hij natuurlijk een opvallende verschijning die altijd op zijn hoede moet zijn. Alias raakt bevriend met de dochter van zijn oom, maar samen knuffelen gaat oom te ver.

In feite is White Shadow even chaotisch als het leven van een albino in Tanzania. De jongen Alias is geknipt voor de hoofdrol en weet voldoende empathie voor zijn uitzonderlijke situatie en zijn weinig hoopgevende vooruitzicht op te wekken. De meeste van zijn leeftijdsgenootjes vinden hem vies en honen hem weg, zodat hij zich het meest geborgen voelt tussen andere albinokinderen die op verborgen locaties zijn ondergebracht.

En dan komen de gebeurtenissen plots in een stroomversnelling. Tijdens een lynchpartij staat Alias oog in oog met een foute toverdokter en krijgt hij een mes in zijn hand gedrukt…

 

1 mei 2015

 
ALLE RECENSIES

When Marnie Was There

****

recensie  When Marnie Was There

Geestelijke vriendschap

door Ralph Evers

Anna is het buitenbeentje van haar klas. Ze heeft last van astma, vertoeft liever in haar eigen wereld en haar gezondheid is in slechte doen. Bij familie op het platteland klaart ze op en maakt ze en passant nieuwe, dierbare vrienden. Een daarvan, Marnie, blijkt echter meer te zijn dan op het eerste gezicht. 

Vorig jaar stopten twee grootheden van Studio Ghibli, te weten Isao Takahata en Hayao Miyazaki. De stal moet dus opnieuw gevuld worden met talent. Gelukkig is dat er in de persoon van Hiromasa Yonebayashi. Vier jaar geleden debuteerde hij met het ongelooflijk mooie Secret World of Arietty, nadat hij al eerder zijn sporen had verdiend als animator in het eveneens prachtige Spirited Away van bovengenoemde oudgediende Miyazaki. De invloeden van zijn leermeesters zijn wel degelijk terug te vinden in Yonebayashi’s stijl, maar ook Yume van Akiro Kurosawa lijkt een belangrijke inspiratiebron te zijn geweest.

Recensie When Marnie Was There

Eeuwige jeugd
Nu is Yonebayashi terug met zijn tweede film When Marnie Was There (Omoide no Mânî). In veel opzichten gelijkend op zijn eerste film. Bijvoorbeeld qua thematiek: in Arrietty volgen we het minimensje Arrietty, die door haar jeugdige onbezonnenheid en onbezorgdheid opgemerkt wordt door de eveneens jonge jongen Sho. Hij wordt getiranniseerd door een kwaadaardige nanny, evenals Marnie, verwaarloosd door haar ouders, gepest door de dienstmeisjes en kort gehouden door de nanny. Tussen Sho en Arrietty ontstaat een verboden vriendschap. De film gaat over het onvervulde verlangen speciaal voor iemand te zijn. De eerste en puurste ervaringen van liefde. Waar Sho geliefd wordt door zijn moeder, kent Marnie een veel droeviger geschiedenis. Haar ontmoeting met Anna is een geschenk uit de hemel, het geeft haar haar eeuwige jeugd terug.

When Marnie Was There begint echter bij Anna, een weeskind uit Sapporo, die door haar stiefouders naar familie in het noorden (van het eiland Hokkaido) wordt gebracht. Zo kan ze in de schone lucht en natuurlijke omgeving herstellen van haar astma. In de natuur zien we opnieuw een belangrijk thema van Yonebayashi: diens enorme liefde voor de natuur, vergezeld van prachtige wijsheden, die zo uit een zenboek weggelopen zijn. Die natuurlijke omgeving is met erg veel zorg en zeer kleurrijk in beeld gebracht.

Imaginaire vrienden
Tot het moment dat Anna bij haar familie in het noorden aankomt is de film weinig bijzonder. Daar komt verandering in wanneer haar oom vertelt over een oude vuurtoren die behekst zou zijn met geesten. Dat kan ook niet missen, want Ghibli staat meestal garant voor bovennatuurlijke wezens, magie en fantasie. De introductie van de mystiek rondom de vuurtoren, maar zeker ook rondom een verlaten landhuis aan de rand van het moeras bieden een uitweg in Anna’s eenzaamheid. Ze ontwikkelt al gauw een vriendschap met Marnie, een meisje dat wel of niet bestaat. Deze ontwikkeling is niet vreemd.

Recensie When Marnie Was There

Een ruime meerderheid van jonge kinderen houdt er imaginaire vriendjes op na. Volgens pedagogen en ontwikkelingspsychologen zelfs een gezond en normaal verschijnsel. Het helpt kinderen in hun transformatie van kind naar volwassene. Dit gegeven is een uitgangspunt in dit verhaal wat voor Anna ertoe leidt dat ze vriendschappen kan aangaan met leeftijdsgenootjes. Daarnaast ontdekt ze op deze manier meer over haar eigen geschiedenis, in een ontroerende vertelling tijdens het paddenstoelen plukken, waarin de vriendinnen Anna en Marnie elkander zouden willen zijn. Niet voor niets, zo zal later blijken.

Helaas wordt voor de toekomst van Ghibli gevreesd. When Marnie Was There bracht niet in de verste verte zoveel op in Japan als de films van Miyazaki destijds deden: dertig miljoen versus 200 miljoen. Daarnaast is de toekomst van de zeer arbeidsintensieve hand geschilderde werken (waar Ghibli om bekend staat) in het geding. Toch zal deze animatiefilm in Europa een goede kans maken. Mede door de Europese feel die overgenomen is uit het boek waarop Marnie gebaseerd is: een spookvertelling van Joan G. Robinson.

 

20 april 2012

 
ALLE RECENSIES

Water Diviner, The

***

recensie  The Water Diviner

Wonderbaarlijke speurtocht naar verloren zoons

door Cor Oliemeulen

Een Australische wichelroedeloper benut zijn fijngevoelige gaven tijdens een vastberaden speurtocht naar zijn gesneuvelde zoons op een Turks slagveld. Vakkundig en bevlogen regiedebuut van Russell Crowe is niet wars van sentimentele trekjes.

In 1981 maakte Peter Weir het historische drama Gallipoli dat kan worden beschouwd als een van de belangrijkste Australische films. Dertien jaar nadat de Engelse kolonie een zelf regerend deel van het Britse Rijk werd, brak in 1914 de Eerste Wereldoorlog uit en gingen Australische soldaten vrijwillig vol avontuurlijke gevoelens naar het Turkse schiereiland Gallipoli om te vechten tegen het Ottomaanse Rijk dat de kant van Duitsland had gekozen. Hoewel de Australiërs verschrikkelijk in de pan werden gehakt en ruim achtduizend soldaten het leven lieten, betekende de Slag om Gallipoli veel voor het jonge Australische zelfbewustzijn. In Gallipoli volgen we twee talentvolle atleten in de loopgraven aan het front en loopt het voor een van hen niet goed af. The Water Diviner begint in feite waar Gallipoli ophoudt.

Recensie The Water Diviner

Wichelroede
Op de droge Australische vlakte probeert Joshua Connor (Russell Crowe) met zijn wichelroede water te detecteren. Door zijn fijngevoeligheid kan hij binnen no-time een put slaan. ’s Avonds leest hij voor uit Arabische Nachten, maar de drie bedden in de slaapkamer zijn leeg. Zijn vrouw Eliza is getraumatiseerd door het verlies van hun drie zoons en verwijt Joshua dat de jongens niet zijn teruggekomen. ‘Je kunt wel water vinden, maar niet eens je eigen kinderen. Jij bent ze kwijtgeraakt.’

Vervolgens zien we een scène waarin Joshua zijn zoons zoekt, terwijl een grote, rode zandstorm nadert – indrukwekkend in beeld gebracht door Andrew Lesnie (The Lord of the Rings, The Hobbit), echter Joshua weet het drietal net op tijd te redden. Nadat Eliza plotseling is overleden, leren we dat de drie zoons niet meer zijn thuisgekomen nadat ze naar Gallipoli waren vertrokken. Omdat zijn vrouw gelovig was, neemt Joshua zich voor om op zoek te gaan naar de overblijfselen van zijn zoons zodat hij hen kan begraven in gewijde grond naast hun moeder.

Oorlogstrauma van twee kanten belicht
Het is 1919 en Joshua arriveert in Istanbul, waar hij een kamer neemt in het hotel van de mooie Ayshe (Olga Kurylenko), die aanvankelijk niets van Joshua moet hebben, omdat haar man ook op Gallipoli heeft gevochten. Met heel veel moeite lukt het Joshua het schiereiland te bereiken. Het 600 jaar oude Ottomaanse Rijk is inmiddels verslagen, maar er is chaos omdat veel landen aanspraak maken op een deel van Anatolië. Ondertussen hebben de triomferende Engelse en verslagen Turkse legerofficieren hun vijandelijkheden aan de kant gezet. Ze verzamelen menselijke resten om die met eerbied hun laatste rustplaats te kunnen geven. Joshua maakt intensief kennis met Majoor Hasan (Yilmaz Erdoğan), die medeverantwoordelijk is voor de dood van zijn zoons.

Recensie The Water Diviner

The Water Diviner slaagt erin begrip voor beide partijen te creëren en het oorlogstrauma van twee kanten te belichten. Ook is er voldoende respect voor de Turkse cultuur. De film is geïnspireerd op de ware geschiedenis van een oude man die zich vanuit Australië toegang tot dit gebied wist te verschaffen om het graf van zijn zoon te ontdekken. De scriptschrijvers voegden aan dit uitgangspunt wezenlijke elementen toe: vergeving, samenwerking en vriendschap, waarbij emotie en sentiment niet worden geschuwd.

Afgeraffeld, maar inspirerend
Russell Crowe maakt met The Water Diviner een achtenswaardig regiedebuut. Zijn spelleiding is strak en de vaart zit er prima in, maar het script is te vol gepropt en soms erg voorspelbaar. Als Connor de hoteleigenares voor het eerst ontmoet, weet je direct dat ze vroeg of laat gevoelens voor elkaar zullen ontwikkelen. Sommige gebeurtenissen zijn niet of nauwelijks uitgewerkt: waarom zijn de Engelsen karikaturaal en bot? Enkele scènes zijn overbodig en zelfs belachelijk: Joshua heeft helemaal vanuit Australië een cricketbat meegenomen zodat hij in een rijdende trein de beginselen van deze sport aan Turkse militairen kan uitleggen.

De gebeurtenissen in het laatste deel gaan zo snel dat het aanvankelijke drama wordt afgeraffeld en uitmondt in een avonturenfilm waarin Joshua’s wonderbaarlijke gave om plaatsen en mensen te lokaliseren aan geloofwaardigheid inboet. Ondanks die tekortkomingen is The Water Diviner een inspirerende film over hoop en liefde.

 

11 april 2015

 
ALLE RECENSIES
 

Vijf minder bekende Australische topfilms 

Wild

***

recensie  Wild

Spontane ontdekkingstocht door Amerika

door Cor Oliemeulen

Een jonge vrouw doorkruist Amerika met als doel om veel meer zichzelf dan de overweldigende natuur te ontdekken.

Zoals in Europa pelgrims een voettocht maken naar Santiago de Compostella in Noord-Spanje, zo zijn er in de Verenigde Staten wandelaars die zich wagen aan de Pacific Crest Trail, die loopt van het zuidelijkste puntje van Californië tot aan de Canadese grens. In beide gevallen willen deelnemers zichzelf bewijzen of bijvoorbeeld het verleden verwerken. Zo ook Cheryl Strayed (Reese Witherspoon) die iemand tijdens een van haar schaarse ontmoetingen onderweg toevertrouwt: ‘Ik was eenzamer in mijn gewone leven dan hier.’

Recensie Wild

Wild is niet wild
De verfilming van Strayeds bestseller doet in eerste instantie denken aan de filmbiografieën Into the Wild (2007) van Sean Penn waarin de hoofdpersoon huis en haard achterlaat voor een barre tocht naar Alaska, alsook 127 Hours (2010) van Danny Boyle waarin de hoofdpersoon komt vast te zitten in een grot. In Wild van Jean-Marc Vallée gaat het er een stuk minder wild aan toe. Ten eerste zal Cheryl niet doodvriezen in een oude caravan en ten tweede hoeft ze niet haar arm af te snijden om zich te bevrijden. Het ergste leed dat haar treft is het verwijderen van wat teennagels en het likken van dauw van haar tent om niet om te bezwijken aan dorst.

De Pacific Crest Trail doorkruist 25 bosgebieden, zeven nationale parken en diverse beschermde wildernisgebieden. Dat levert uiteraard wonderschone plaatjes op, maar minder confrontaties met de natuur dan je zou mogen verwachten. In plaats van beren op haar pad, ontmoet Cheryl een lief vosje, dat haar nog een tijdje zal volgen. Voordat Cheryl de Bridge of the Gods zal bereiken, ontmoet ze wel andere langeafstandswandelaars én haar eigen demonen: het resultaat van haar mislukte huwelijk, haar drugs- en alcoholverslaving en haar pijn vanwege de ongeneeslijke ziekte van haar moeder.

Recensie Wild

Romantiek voor tienermeisjes
Hoewel Wild van de eerste tot de laatste stap onderhoudend is, heeft de Canadese regisseur Jean-Marc Vallée betere films gemaakt. In C.R.A.Z.Y. (2005) is de familiegeschiedenis niet alleen krankzinniger, maar ook beter uitgewerkt. In Café de Flore (2011) schakelt hij briljanter tussen twee tijdperiodes en in Dallas Buyers Club (2013) was Vallée gezegend met een charismatischere hoofdrolspeler.

Cheryls avontuurlijke tocht neigt wat naar romantiek voor tienermeisjes, terwijl de flashbacks met haar moeder (Laura Dern – let op de identieke kinnen van de dames) volwassen dramatisch tegenwicht bieden. Reese Witherspoon is het sterkst als haar personage mijmert over vroeger. Maar als de met loodzware bepakking uitgeruste wandelaar met iele benen (die na de tocht van elfhonderd mijl nauwelijks geharder lijken), is de actrice, die in 2005 nog verrassend een Oscar won voor haar rol in de Johnny Cash-biografie Walk the Line, niet altijd even geloofwaardig. Misschien heeft ze zich bewust net zo slecht voorbereid op haar rol als op haar spontane ontdekkingstocht door Amerika.

 

23 februari 2015

 
ALLE RECENSIES

Wild Card

*

recensie  Wild Card

Gokken met dertig miljoen dollar

door Cor Oliemeulen

Er zijn ontelbaar veel films met Las Vegas als decor. Na het zien van Wild Card – alleen interessant voor fans van Jason Statham – bekruipt je het gevoel dat niet alleen de acteurs, maar ook de filmmakers in het casino hebben zitten te brassen.

De carrière van Jason Statham is best interessant. Van schoonspringer, duiker, vechtsportliefhebber en kledingmodel werkte de inmiddels 47-jarige Brit – bijnaam Macho – zich op tot geliefd acteur in actiefilms. Hij maakte een prima debuut in de hippe misdaadkomedie Lock, Stock and two Smoking Barrels (1998) van Guy Ritchie, werd bijna onsterfelijk door in Crank: High Voltage (2009) een startkabel op zijn tepel te plaatsen, maar belandde al op relatief jonge leeftijd in The Expendables-franchise tussen uitgerangeerde actiehelden die in hun eentje geen film meer kunnen dragen.

Recensie Wild Card

Held
Van lange zinnen en dramatische diepgang moet Jason Statham het niet hebben. Het liefst toont hij een staalharde kop, laat hij zijn vuisten en voeten spreken en krijgt hij met een beetje geluk af en toe tekst waarmee hij zijn droge Britse ironie kan etaleren. Binnenkort mag hij in Furious 7 weer eens de slechterik spelen, maar meestal is Statham de sympathieke held in actiefilms die graag cliché op cliché stapelen en waarbij je voor aanvang al kunt raden dat hij het strijdtoneel vol gevaarlijk geboefte zonder noemenswaardige schrammen zal verlaten. Werd Homefront (2013) door een Indebioscoop-collega nog gekwalificeerd als een ‘opgewarmde drol’, Wild Card – opnieuw een heuse boekverfilming – is direct rijp voor de mestvaalt.

Net als Statham zweert zijn landgenoot Simon West bij het actiegenre. Verdienstelijk gedebuteerd met de oorverdovende misdaadthriller Con Air (1997) stemt West zijn regiekwaliteiten met het jaar meer af op de geweldsbehoefte van met name de jeugdige bioscoopganger. Wild Card past moeiteloos in die ontwikkeling. Dat het vervaardigen van dit jongste Statham-vehikel toch nog dertig miljoen dollar moest kosten (met dit budget had Michiel de Ruyter nog gemakkelijk twintig extra zeeslagen kunnen winnen) zie je er niet aan af. Of het moet zo zijn dat de crew onbedaarlijk heeft zitten te gokken en te zuipen in Las Vegas waar zij de film hebben opgenomen.

Recensie Wild Card

Heggenschaar
Wild Card is echt zo’n film waarvan je slechts de trailer hoeft te kijken. Maar voor de fans van Jason Statham (en – hoewel weinig in beeld – Sofía Vergara) volgt hier nog even voor de zekerheid het verhaal. Jason Statham speelt Nick Wild, die graag kaart – vandaar de filmtitel. Hij laat zich inhuren om zich in elkaar te laten slaan of om anderen in elkaar te slaan, zodat hij zijn onbedwingbare gokbehoefte kan financieren. Nadat ze is mishandeld en verkracht door een gemene spaghettivreter en diens twee kleerkasten, roept een vriendin Nicks hulp in. ‘I want his nuts in my hands’, eist ze. Het duurt niet lang voordat ze met een heggenschaar voor de als Rocky Balboa jankende dader verschijnen en moeten afwegen wat er vanavond op het menu komt te staan.

 

6 februari 2015

 
ALLE RECENSIES

What We Do in the Shadows

****

recensie  What We Do in the Shadows 

Inkijkje in een bloeddorstig bestaan

door Suzan Groothuis

Een documentaireploeg krijgt de unieke kans het vampierbestaan van dichtbij te filmen. Dat levert aardig wat bloed overgoten, maar vooral hilarische, momenten op.

Vampier Viago (Taika Waititi) is de eerste die we te zien krijgen. Eerst tikt ‘ie zijn wekker uit vanuit zijn doodskist, om vervolgens wat onwennig zijn kist uit te zweven. Viago is er een van het beleefde soort en bovendien behept met smetvrees. Hij heeft alles graag op orde in zijn huis en om dat voor elkaar te krijgen is af en toe een huiskameroverleg nodig!

Vervolgens ontmoeten we zijn medevampierhuisgenoten: de perverse Vladislav (Jemaine Clement, bekend uit Flight of the Conchords), nazi-vampier en rebelse bad boy Deacon (Jonathan Brugh) en de stokoude Petyr, gemodelleerd naar Nosferatu.

Recensie What We Do in the Shadows

Vampiers moeten ook afwassen
Dat vampiers het ook over andere dingen kunnen hebben dan bij voorkeur maagdelijk bloed blijkt wel uit het overleg. Het doen van de afwas bijvoorbeeld (“The point is Deacon that you have not done the dishes for five years!”). Zelfs een draaischijf met klusjes helpt niet om meer structuur in het huishouden aan te brengen. Toch is het volgens Viago gezellig samenwonen in het vampierhuis.

Aanleiding tot het filmen van dit selecte gezelschap is de aanloop naar een speciale gelegenheid: The Unholy Masquerade, een bal waar buiten vampiers ook heksen en zombies bijeenkomen. In de maanden die daaraan vooraf gaan krijgt de kijker hilarische en bloederige vampiertaferelen voorgeschoteld. Zo is er Jackie, die moedwillig de bevelen van haar meester Deacon opvolgt in de hoop op het eeuwige leven. Buiten het doen van vervelende klusjes, zoals het reinigen van een bebloede badkamer, regelt Jackie potentiële slachtoffers voor het vampiergezelschap. Onder wie haar ex Nick, die vervolgens gebeten wordt door Petyr en zelf in een vampier verandert.

Hilarische vampier-mockumentary
What We Do in the Shadows staat bol van verwijzingen naar het vampierbestaan, maar dan allemaal wel met een grote knipoog. Het zilveren medaillon van Viago bijvoorbeeld, waarin hij een fotootje van zijn grote liefde gestopt heeft. Helaas kan hij het niet dragen, want vampiers kunnen niet tegen zilver. Of recente vampier Nick, die bij het uitgaan stoer aan iedereen verkondigt dat hij vampier is. Niet handig als er ook een vampierjager in de buurt is. En dan is er nog het zonlicht, dat dodelijk is voor vampiers. Maar Nicks maatje Stu, een mens van vlees en bloed en volledig geaccepteerd door de vampierbende (“Stu is a great guy!”), laat zien dat je via internet ook naar een zonsondergang kan kijken.

Recensie What We Do in the Shadows

Regisseurs Jemaine Clement en Taika Waititi sloegen hun handen ineen voor deze droge vampier-mockumentary en leveren een van de grappigste films van het jaar af. In een stijl die doet denken aan Waititi’s eerdere film Eagle vs Shark (2007), waarin twee buitenbeentjes elkaar vinden en liefde, ongemakkelijkheid en absurde humor samengaan.

Met What We Do in the Shadows geven Clement en Waititi een originele, verfrissende draai aan het vampiergenre. Alleen al het aantal quotes dat in de trailer voorbijschiet is memorabel. Tel daarbij op een battle met weerwolven, onderlinge spanningen die in de gedaante van vleermuizen worden uitgevochten en het kotsen van liters bloed na het eten van een patatje. “Don’t believe the hype!”, roept een gefrustreerde Nick, wanneer hij beseft dat het vampierbestaan niet zo gemakkelijk en cool is als hij dacht. In het geval van What We Do in the Shadows kan je de hype beter wel geloven en vooral zien. Een perfecte mix van duister en grappig.

 

15 december 2015

 
ALLE RECENSIES
 

Vijf unieke films uit Nieuw-Zeeland

White God

****

recensie  White God

Naar de honden

door Ralph Evers

De films van Kornél Mundruzcó hebben een eigen niche binnen het arthouse-genre. Ze zijn net iets eigenzinniger, lekker anders. Daarmee maakt hij het de kijker nooit gemakkelijk, maar wel avontuurlijk. White God (Fehér Isten) is zijn nieuwste creatie, die wederom lekker anders is en voor een arthouse-film een verrassend en interessante actiefilmcomponent heeft. Met diepere lagen. 

Wanneer de 13-jarige Lily voor drie maanden bij haar vader intrekt in het grote Boedapest is er geen plaats voor haar hond Hagen. Na aanvaringen met buren en overheid wordt Hagen aan zijn lot overgelaten en valt al snel in handen van wrede baasjes. Hagen wordt vals gemaakt en ingezet in hondengevechten. Na enige tijd sluit Hagen zich aan bij een groep zwerfhonden en maken ze zich klaar voor een opstand tegen alle baasjes. Lily blijkt als enige in staat de opstand der honden te kunnen stoppen.

Recensie White God

Tegenstellingen
In White God staat de relatie tussen mens en dier (hond) centraal. Tevens is dit de belangrijkste metafoor van deze film. Die honden zou je kunnen zien als de onderdrukte bevolking die in opstand komt tegen de elite. Hetgeen wijdverbreid is in het huidige Europa, wat als een moloch onze levens meer en meer bepaalt. “Going to the dogs” betekent in het Engels, dat iets verloedert.

Hoofdrolspeelster Lily staat in deze symbool voor de onschuld, het meisje dat vrouw wordt. De volwassenwording van de Europese geest.

Er zit een mooie tegenstelling in Lily en Hagen. Het vrouwelijke tegenover het mannelijke. Waarin de honden, ook wel canine (van het Latijnse canis) genoemd en verwijzend naar hun hoektanden (dentale agressie), waarmee ze kunnen verscheuren en de mannelijke agressie vertegenwoordigen. Hier tegenover staat het katachtige, (dat ook wel als feline wordt omschreven) wat vaak in verband wordt gebracht met het vrouwelijke.

In de film wordt deze tegenstelling al vanaf het begin krachtig neergezet. De verstilde openingsscène wordt woest verstoord door een roedel losgeslagen honden. Door het dynamische camerawerk komt dit indringend en dreigend over. Overigens is het camerawerk een sterke troef. Zeker in de scènes wanneer we de (mensen)wereld vanuit een hondenperspectief zien.

Experiment staat niet in de weg
Kornél Mundruzcó is een avontuurlijk filmmaker. Hij schuwt het experiment niet. Dit maakt zijn films interessant en tevens minder toegankelijk. Zijn film Johanna bijvoorbeeld kenmerkt zich doordat de dialogen als in een opera gezongen worden. Toch staat het experiment zijn eigenlijke film niet in de weg. White God is op een zelfde manier experimenteel. De massale hoeveelheid honden en de realistische verwaarlozing, zullen menig hondenliefhebber doen verafschuwen.

Recensie White God

Tegelijkertijd geeft de orkestratie van zo’n roedel honden een extra kick aan de film. Niet alleen is het een originele vondst om honden symbool te laten staan voor de ontspoorde sociale relaties in het zich verenigende Europa, daarnaast is het een helse klus om al die honden in het gareel te houden. De dreiging die uitgaat van al die honden doet denken aan Hitckcock’s Birds of het eerder dit jaar uitgekomen Dawn of the Planet of the Apes. Zij het dat deze film een veel duidelijker politiek statement maakt dan eerder genoemde films.

Ode aan Jancsó
White God is opgedragen aan landgenoot Miklós Jancsó, een belangrijke filmmaker in de geschiedenis van de Hongaarse cinema. Hij stierf begin dit jaar op 92-jarige leeftijd. Het is niet zo verwonderlijk dat Mundruzcó deze film aan Jancsó opdraagt, want evenals Jancsó is ook hij een avontuurlijk regisseur. Beiden kenmerken zich door het experimenteren met bestaande formats en samenbrengen van verschillende, in eerste instantie zich bijtende, genres. Daarvan is White God een goed voorbeeld door veel dynamiek in de actiescènes te leggen, maar bijvoorbeeld ook Jancsó’s Elektreia: een film van 70 minuten met slechts 8 shots. Ook een filmmaker als Béla Tarr is in deze zin sterk door Jancsó beïnvloed. En tevens is Tarr in de begindagen een belangrijke geldschieter geweest voor Mundruzcó, zodat deze zijn films kon realiseren.

 

1 december 2014

 
ALLE RECENSIES