Testament of Youth

***

recensie  Testament of Youth

Vrouw aan het front

door Cor Oliemeulen

De eerste speelfilm waarin we de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog zien door de ogen van een Engelse vrouw. Een technisch vakkundig gemaakt, treurig kostuumdrama met als enige echte verrassing de uitstekende hoofdrol van de Zweedse actrice Alicia Vikander.

Regisseur James Kent duikt graag in het leven van historische figuren (o.a. Mozart en Margaret Thatcher), maar schuwt niet om ook minder bekende, maar niet minder aansprekende, mensen te portretteren. Tot dusver deed hij dat in documentaires en tv-films. Testament of Youth, naar de autobiografische bestseller van de Engelse schrijfster, feministe en later pacifist Vera Brittain, is zijn eerste bioscoopfilm.

Recensie Testament of Youth

Van Oxford naar slagveld
Niet iedereen in Engeland viert het einde van de Eerste Wereldoorlog even uitbundig. Net als de meeste van haar landgenoten heeft Vera (Alicia Vikander) een hoop leed te verwerken. Enkele geliefde personen in haar directe omgeving hebben de verschrikkingen van het slagveld niet overleefd. Mannen, vaak nog jongens, die vol avontuur en plichtsbesef naar Frankrijk vertrokken met de overtuiging de Duitse vijand in korte tijd een kopje kleiner te maken, vielen aan het front, in de loopgraven, onder wapens en mosterdgas.

Ook Vera wil zich niet onbetuigd laten en de oversteek maken, nadat ze in de krant pagina’s vol namen van gesneuvelde landgenoten ziet en zich realiseert dat ook haar geliefde Roland en close broer Edward er zijn gaan vechten tegen ‘de Hun’. Vera is vastbesloten de gewonden te gaan verzorgen, maar haar plan wordt ten zeerste afgekeurd door haar ouders, die er aanvankelijk ook op tegen waren dat Vera wilde gaan studeren. Pa vindt dat Vera beter kan gaan trouwen dan studeren: ‘Vrouwen in Oxford kunnen niet eens een graad krijgen. Het is weggegooid geld.’

Duitse soldaat
Vera’s eigen wil is bewonderenswaardig. Nadat ze op het vasteland in een verpleegstersuniform is gehesen, beschouwen haar leidinggevenden en collega’s Vera in eerste instantie als het welgestelde universiteitsmeisje uit een ivoren toren, maar dit verandert snel als zij zien dat Vera vol overgave de gewonden verzorgt. Vera’s belevingswereld verandert drastisch als zij in een barak met louter zwaargewonde Duitse soldaten moet werken. Hier vindt ze de inspiratie voor haar pacifistische boodschap in haar latere leven. Hoogtepunt van de film is dat Vera de hand van een stervende Duitse soldaat vastpakt en tot hem spreekt alsof zij zijn geliefde is zodat hij vredig zijn laatste adem kan uitblazen.

Het lukt regisseur James Kent om sentimentele valkuilen te vermijden, gesteund door de overtuigende acteerprestatie van Alicia Vikander. In de momenteel nog in de bioscoop draaiende originele sciencefictionthriller Ex Machina speelt zij een bijna emotieloze robot met kunstmatige intelligentie die niets liever wil dan een mens worden. In Testament of Youth kan Vikander juist haar hele scala van emoties tentoonspreiden: geluk, hartstocht, radeloosheid, pijn en vastbeslotenheid.

Recensie Testament of Youth

Van onbezonnenheid naar wanhoop
Vera’s gevoelens worden regelmatig ondersteund door close-ups en sfeerrijke beelden van de omgeving: vanaf haar onbezonnen jeugd als Vera met haar broer en vrienden schaterend ravot in de natuur en zwemt in een meer, tot en met haar wanhoop als Vera buiten in de zompige grond te midden staat van honderden brancards met zwaargewonden en doden terwijl de camera van boven langzaam uitzoomt om de omvangrijkheid van de oorlogswaanzin aan te zetten.

Hoewel Testament of Youth door de ingehouden sensualiteit en het hartverscheurende van het leven qua verhaal en setting beslist authentiek oogt, mankeert het de film gevoelsmatig aan een serieuze intrige zoals in het sterkere romantische oorlogsdrama Atonement (2007). En het feit dat onze protagonist te boek staat als feministe komt slechts tot uiting in Vera’s opvatting dat zij liever gaat studeren dan trouwen, en in de scène waarin de vrouwelijke Oxford-rector haar toevertrouwt dat een vrouw tweemaal zo hard moet studeren dan mannen. Maar ook zonder noemenswaardige verrassingen in het scenario is de filmbiografie de moeite waard.

 

9 juni 2015

 
ALLE RECENSIES

Woman in Gold

**

recensie  Woman in Gold

Eén dame, twee partijen en één gelijk

door Joris van Huët

Het goud schittert het meest waar de deugd niet meer blinkt. Een strijd om het bezit van een gouden dame. Een dame met een indrukwekkend achtergrondverhaal: gestolen door nazi’s, geclaimd door een staat en nagestreefd door een 80-jarige politieke vluchteling. Haar spectaculaire verhaal verbloemt de saaie zit in de rechtszaal.

Woman in Gold opent met een korte scène over de Oostenrijkse schilder Gustav Klimt, gespeeld door de Duitse acteur Moritz Bleibtreu met Rasputin-achtige baard. Hij landt zijn laatste penseelstreken op het doek van zijn meesterwerk in 1907: Portret van Adèle Bloch-Bauer I. Hierna maken we kennis met Maria Altmann (gespeeld door Helen Mirren), een Weens geboren inwoner, die is geëmigreerd naar Los Angeles. Dit waargebeurde verhaal betreft haar acht jaar durende rechtszaak tegen de Oostenrijkse autoriteiten om het bezit van Klimts schilderij, dat haar joodse familie ontnomen werd door de nazi’s zestig jaar geleden. De advocaat die haar helpt is de kleinzoon van de componist Arnold Schönberg: Randol Schönberg (Ryan Reynolds).

Recensie Woman in Gold

Kristallnacht
Een sluier duisternis overdekt de koude winternacht in Wenen. De stad wordt het podium voor de eerste grote aanval op de joodse gemeenschap door nazi-Duitsland. Joseph Goebbels geeft het bevel en het gevolg is georganiseerd geweld tegen joden, hun huizen, bedrijven en synagogen. De twee dagen van rellen die volgen, staan bekend als de Kristallnacht, het begin van de Holocaust.

Een van de getroffen huishoudens is dat van Maria Altmann’s rijke familie. Haar kostbare schilderijen, sieraden, en andere eigendommen van onbetaalbare waarde worden geplunderd door de troepen van Adolf Hitler. Het meest waardevolle bezit is het Portret van Adèle Bloch-Bauer 1 (Woman in Gold) van Gustav Klimt, die vaak echt goud in zijn schilderen verwerkte. Dit schitterende werk kwam na de oorlog in de Weense Galerie Belvedere te hangen en werd later het duurste schilderij ooit. De persoonlijke waarde voor de familie is onschatbaar.

Slap
In George Clooney’s The Monuments Men (2014) riskeert een groep Amerikaanse soldaten hun levens om beroemde kunstwerken die waren gestolen door de nazi’s tijdens de Tweede Wereldoorlog te heroveren. Het is niet bepaald een grootse film maar hij tekent wel het plaatje van de waarde die we hechten aan historische kunst in de huidige maatschappij.

Woman in Gold belicht dit vanuit het perspectief van een individu. De emotionele contouren van Maria Altmanns leven vormen de rode draad in deze film. Een politieke vluchteling die dagelijks herinneringen heeft van de wreedheden uit de Tweede Wereldoorlog. Na zestig jaar keert zij terug naar haar moederland om het schilderij van haar familie terug te winnen. Het doet enorm denken aan Stephen Frears’ Philomena ( 2013), waarin een oudere dame na een lang leven terug reist naar haar roots om iets persoonlijks te vinden. Alleen Philomena is een stuk beter.

Recensie Woman in Gold

Dialoogbombardement
Regisseur Simon Curtis is succesvoller met zijn flashbacks dan met de met dialoog gebombardeerde rechtszaalscènes. Die lijken bevlekt door het slapste koffiemerk dat er is, genaamd Cliché – terwijl juist een sterk bakje pleur wenselijk is bij de slaapwekkende zittingen. De spanning van Woman in Gold is terug te vinden tijdens Maria’s ontsnapping uit het door de nazi’s bezet Wenen. Een paar ontroerende optredens van Tatiana Maslany als de jonge Maria redden de film.

Alom een saai drama met teveel mager uitgewerkte concepten en voorgekauwd sentiment. De Oostenrijkse staatslieden zijn dusdanig in uniform, dat zij een nazi-vibe met zich meebrengen. Het is bijna beledigend aan de kijkers de mate waarin Curtis de good guy – bad guy verhoudingen er zo dik bovenop legt. Daarnaast is de interactie tussen onze hoofdrolspeelster en haar advocaat bijzonder ongeloofwaardig. Dat maakt van Woman in Gold een film met weinig uitdaging. Jammer, er zit veel meer potentie in het waargebeurde verhaal.

 

24 mei 2015

 
ALLE RECENSIES

Jimi: All is by My Side

***

recensie  Jimi: All is by My Side

Het wonderjaar van Jimi Hendrix

door Alfred Bos

Op 24 september 1966 landde Jimi Hendrix in Londen: anoniem, berooid, maar bulkend van talent. Hij zette de hiërarchie van de Londense muziekscene op zijn kop en luttele maanden later was hij een internationale superster. Dit fictieve portret toont de man achter de mythe.

Jimi: All is by My Side is een fictief portret van gitaarheld Jimi Hendrix, geen biopic per se. Onderwerp van de film is de periode juni 1966-juni 1967, Hendrix’s annus maribilis  waarin hij transformeerde van naamloze begeleider tot internationale superster. De film opent met Hendrix in Newyorkse muziekclubs als begeleider van Curtis Knight en sluit af wanneer de Jimi Hendrix Experience vertrekt naar het Monterey Festival in Californië. Als tentmast fungeren enkele historische scènes; ze spannen het doek waarop regisseur John Ridley zijn psychologiserende portret projecteert.

Recensie Jimi: All is by My Side

Ook in de visie van Ridley is Hendrix, het uitzonderlijk begaafde gitaartalent, een raadsel, gekleed in oogverblindende outfits, mompelend over kosmische broeders. André Benjamin, helft van de rap act Outkast (monsterhit uit 2003: Hey Ya!), maakt van Hendrix een introverte, van elke ambitie gespeende non-persoonlijkheid die op het toneel tot alles in staat is. Benjamin heeft Hendrix’s manier van praten – vocabulaire én dictie – buitengewoon raak getroffen. Het is bijna griezelig: je hoort Hendrix door zijn personage heen.

Relatie met vrouwen
Ook in de podiumscènes weet Benjamin de flamboyante performer Hendrix treffend op te roepen. Historisch zijn de optredens van 1 oktober 1966 in de Regent Polytechnic, waar de op dat moment nog anonieme Hendrix een totaal verblufte Eric Clapton van het toneel speelt, en 4 juni 1967 in het door Beatles-manager Brian Epstein gerunde Saville Theatre. Voor een zaal met prominenten, waaronder The Beatles, bestaat Hendrix het om het optreden te openen met zijn versie van Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band, het titelnummer van het sensationeel ontvangen Beatles-album dat twee dagen eerder is uitgekomen. Een brutaler staaltje is nimmer vertoond.

Centraal in de film staat Hendrix’s relatie met twee vrouwen. Linda Keith (Imogen Poots), fotomodel en voormalige vriendin van Rolling Stone, Keith Richards – Ruby Tuesday  is voor haar geschreven – helpt Hendrix aan een gitaar en een manager. Ze is verliefd op hem, maar de relatie blijft platonisch. Haar tegenpool is Kathy Etchingham (Hayley Atwell), de niet-ingewijde groupie die door opnamesessies blundert en haar prooi emotioneel claimt. De echte Kathy Etchingham heeft op IMDb een vernietigend stuk over deze film geschreven. Die reactie bevestigt ironisch genoeg de roofdierachtige aspecten van haar filmische portret.

Recensie Jimi: All is by My Side

Rake geluidsband
Volstrekt fictief zijn twee sleutelscènes. Wandelend door Londen worden Jimi en Kathy lastig gevallen door enkele racistische agenten. Nog raadselachtiger – en ook binnen de film volkomen ongemotiveerd – is de scène waarin Jimi zijn groupie-vriendin te lijf gaat met een telefoonhoorn. Het past niet bij zijn karakter, niet van de echte en niet van de fictieve Hendrix, en slaat als slagroom op augurk. Treffender is Hendrix’s (eveneens fictieve) ontmoeting met de activist en manipulatieve psychopaat Michael X, wiens revolutionaire prietpraat hij met een glimlach fileert.

Omdat Ridley van de erven Hendrix geen toestemming kreeg om gebruik te maken van de originele muziek, zijn sleuteltracks bewonderenswaardig naturel nagespeeld door studioveteranen Waddy Wachtel (gitaar), Leland Sklar (bas) en Kenny Aronoff (drums). Regisseur Ridley experimenteert daarnaast met het niet-synchroon laten lopen van beeld en geluid. Een aantal goed gekozen, minder bekende nummers uit 1967, van onder meer The Creation, The Yardbirds en The Seeds, vervolmaken het tijdsbeeld. Dat er een paar anachronismen tussen zitten (Small Faces: 1968; Pentagle: 1969) mag de pret niet drukken. Jimi: All is by My Side is een merkwaardige, maar moedige film die alleen maar kan mislukken en toch overeind blijft.

 

20 april 2015

 

ALLE RECENSIES

Vincent van Gogh – a New Way of Seeing

**

recensie  Vincent van Gogh – a New Way of Seeing

Saaie voorlichtingsfilm over het Van Gogh-museum

door Bob van der Sterre

Vincent van Gogh – a New Way of Seeing. Enorm ambitieuze titel. Maar de film maakt het niet waar. Deze documentaire is een voorspelbare film die niet tot nauwelijks pleziert. 

Van Gogh is en blijft een apart karakter in de kunstwereld. Mentale problemen, een manie om de wereld te verbeteren, een over-ernstige, temperamentvolle persoonlijkheid, en een eigenwijsheid waar velen gek van werden. Al met al is het redelijk uniek dat een Hollander met zijn nieuwe schilderstijl de kunstwereld een tijdlang op zijn kop zette. Ook al was hij commercieel gezien een ramp, kunstzinnig aanzien genoot hij volop.

Recensie Vincent van Gogh – a New Way of Seeing

Getormenteerde kunstenaar
Maar het portretteren van zo’n gedreven man is nog niet zo makkelijk. De meeste films kunnen het niet laten om hem als getormenteerde kunstenaar neer te zetten. Kirk Douglas was nogal getormenteerd in Lust for Life (1956). Tim Roth was getormenteerd in Altmans Vincent & Theo (1990). En getormenteerd tegen een horrorfilm aanzittend was Alexander Barnett in zijn eigen film, The Eyes of Van Gogh (2005). Ten slotte is er nog de interpretatie van Maurice Pialat: Van Gogh (1991).

Het is begrijpelijk dat het verleidelijker is deze versie van hem te verfilmen, maar met de werkelijkheid heeft het weinig te maken. Van Gogh als schrijver, als denker, als knopendoorhakker (hij leek wel geobsedeerd door keuzes), als uitvinder, als religieus mens. Warrig was hij bepaald niet. Uit zijn brieven komt veel meer een opgeruimd karakter naar voren.

Je kunt door de mythes de kunstenaar niet meer zien en dus is het idee van deze film te prijzen. Maar hij overtuigt geen seconde. Het geheel oogt als een voorlichtingsfilm over de nieuwe opzet van het Van Gogh-museum (gericht op context). Je moet je door drie pratende hoofden heen werken voordat er ook maar iets over de man in beeld komt. En dan is het een komen en gaan van andere pratende hoofden, een stuk of tien, allemaal  curatoren van het museum, waar kennelijk de economische crisis aan voorbij is gegaan.

Karakterloos
Het resultaat is saai, karakterloos, passieloos. We volgen netjes alle stappen die Van Gogh heeft gezet in zijn leven. Ja, er zijn wel wat opnamen tussendoor van een (sprekend) op Van Gogh lijkende acteur. Daar staat ie dan in het zonlicht te staren. Het lijkt als twee druppels water op het optreden van Andy Serkis in The power of Art, Simon Schama’s serie over kunstenaars uit 2005.

Recensie Vincent van Gogh – a New Way of Seeing

Je krijgt hier en daar wel wat meer toelichting (‘Van Rappard had veel kritiek op de Aardappeleters’), maar het blijft oppervlakkig. Juist dankzij die brieven (staan allemaal online, leuk leesvoer) kun je over iedere episode veel meer  vertellen. Neem bijvoorbeeld hoe hij in Den Haag woonde in een armzalig huisje in de polder. De ruzie met zijn leraar, de burgerlijke Anton Mauve. Staat met geuren en kleuren geschetst in de brieven. Zoiets schetst een licht op de gedrevenheid van de man. Maar hier is een saaie zin voldoende.

Vincent
Het probleem is vooral dat Vincent van Gogh – a New Way of Seeing zo braaf  is. Je kunt zo’n film op honderd manieren maken, dit is de meeste doorsnee variant. Deze versie kun je tijdens een les CKV vertonen; als een permanente voorstelling ergens in een hoekje van het museum; en zou ook niet misstaan als relatiegeschenk aan een of andere sponsor uit Dubai. Maar in de cinema heeft het niets te zoeken.

En dat is bepaald niet  in de geest van Van Gogh. Die film, die moet nog steeds gemaakt worden. De beste film over Van Gogh blijft nu nog Vincent (1987). Die laat simpelweg alleen de schilderijen en Van Gogh zelf spreken, via de stem van John Hurt, die zijn brieven voorleest. Film van een Nederlander, Paul Cox, die ergens in de achterhoede van de cinema helemaal niet onaardig zijn deuntje mee blaast.

 

18 april 2015

 
ALLE RECENSIES

Lilting

***

recensie  Lilting

Begrip overwint cultuurverschillen

door Cor Oliemeulen

Een man zoekt de confrontatie met de onbekende moeder van zijn overleden geliefde. Wat volgt is een oprecht drama over rouw en een botsing van culturen en generaties, waarin communicatie onmogelijk lijkt, maar begrip zal overwinnen.

Toneelcritici die Ben Whishaw in 2004 Hamlet zagen spelen, dachten een nieuwe Laurence Olivier te zien. Op het witte doek speelde de inmiddels 34-jarige Engelse acteur andere bekende figuren zoals Keith Richards (Stoned, 2005), Bob Dylan (I’m Not There, 2007) en dichter John Keats (Bright Star, 2009). Voor het grote publiek is hij vooral bekend als Q in de laatste James Bond (Skyfall, 2012), maar zijn sterkste rol speelde Whishaw tot nu toe als Jean-Baptiste Grenouille, die extreme maatregelen neemt om het allerlekkerste luchtje te kunnen creëren in Perfume: The Story of a Murderer (2006).

Recensie Lilting

Niet kunnen delen
In Lilting kruipt acteertalent Whishaw in de huid van Richard, die een homorelatie met Kai heeft. Elders in Londen woont Kai’s moeder Junn in een saaie kamer van een verzorgingshuis. Ze neemt het Kai kwalijk dat hij haar daar heeft weggestopt en nu samen met een onbekende ‘goede vriend’ zonder haar in een huis woont. Junn is bijna geheel verstoken van contact (ze heeft wel een vriend die haar elke dag bloemen geeft), want ze heeft nooit kunnen wennen aan de westerse cultuur en is de taal niet machtig. Na de plotselinge dood van Kai brengt de zachtaardige Richard schoorvoetend een bezoek aan Junn. Geleidelijk aan realiseren zowel Junn als Richard zich dat ze Kai niet met de ander hebben kunnen delen.

Een ogenschijnlijk zwaar thema, subtiel en sfeervol in beeld gebracht door de van oorsprong Cambodjaanse regisseur Hong Khaou, die met Lilting debuteert en het verhaal zelf schreef. In flashbacks en denkbeeldige gesprekken leren we langzaam de relatie tussen moeder-zoon en zoon-geliefde kennen. Junn mist niet alleen Kai om zich heen, ook is ze gedesillusioneerd omdat het land waarnaar zij en haar inmiddels overleden man emigreerden weinig meer biedt dan ‘gratis gezondheidszorg en schoon drinkwater’.

Lilting

Begrip
Lilting is een drama over zowel rouw als communicatie. Omdat Junn slechts één zinnetje Engels beheerst (‘Fuck you very much’) huurt Richard de Chinese tolk Vann in. Samen met haar brengt hij een aantal bezoeken aan Junn zodat Richard en Junn kunnen proberen begrip voor elkaar te kweken. Door het praten via een tolk kunnen ze allebei gemakkelijker hun zegje doen, omdat ze spoedig weten dat de sympathieke Vann niet alles letterlijk zal vertalen om de ander te beschermen, of omdat niet direct tegen de ander praten ook een uitlaatklep biedt. Leuk is hoe Vann aanvankelijk alleen vertaalt, maar later haar eigen mening ventileert, omdat ze betrokken is geraakt.

Bijna alle scènes lijken wel aktes uit een toneelstuk, maar door de vernuftige montage lopen de ontmoetingen en flashbacks soepel en geloofwaardig in elkaar over. Niet alleen door het casten van Ben Whishaw als Richard is Lilting een gevoelige, maar oprechte kleine film geworden. Ook de keuze voor debutante Naomi Christie als Vann en Pei-pei Cheng als Junn is een schot in de roos. Cheng brak door als The Queen of Swords in de eerste grote Hongkongse wuxia-film Come Drink With Me (1966) en maakte later nog furore in de vernieuwende martial arts film Crouching Tiger, Hidden Dragon (2000). In Lilting hoeft ze niet zwaard vechtend en pijlen afschietend over boomtoppen te scheren – meer dan veelbetekenende gezichtsuitdrukkingen heeft ze niet nodig.

 

12 april 2015

 
ALLE RECENSIES

Frank

****

recensie  Frank

Verdwaald in je eigen vreemdheid

door George Vermij

Het duurde even, maar Frank is eindelijk in Nederland gearriveerd. Lenny Abrahamsons komische en unieke film was al een culthitje in het buitenland, wat niet vreemd is als je Michael Fassbender laat acteren in een groot papier-maché hoofd.

Fassbender speelt de excentrieke Frank, de leadzanger van de band Soronprfbs. Tijdens een intens optreden raakt de beginnend en van inspiratie gespeende muzikant Jon (een schlemielige Dohmnall Gleeson) in de ban van deze vreemde experimentele popgroep. De oorspronkelijke toetsenist heeft het wegens psychische problemen laten afweten, waardoor Jon zijn plek mag overnemen. Hij wordt echter door de meeste andere leden niet serieus genomen. Maggie Gyllenhaal is als thereminspeelster Clara het felst in haar afwijzing van Jons muzikale ideeën. Gyllenhaal speelt een lekkere bitchy en arrogante alternatieve muzikante die met haar felle en doordringende blik kan doden.

Recensie Frank

Ik hoor bij de band!
Ondanks de terughoudendheid van de band heeft Frank wel vertrouwen in Jon en hij neemt hem mee naar een afgelegen plek in Ierland waar ze aan een nieuwe album gaan werken. Daar ontstaan echter weer spanningen tussen Jon en de andere leden als hij een commerciëlere sound nastreeft en Frank weet te overtuigen om op te treden op het hippe festival SxSW in Texas. Zou het ze dan toch gaan lukken om door te breken?

Abrahamson biedt met Frank een leuke film over de mystiek en hype van alternatieve popmuziek. Hij baseerde Frank op de excentrieke Brit Frank Siddebottom die een vergelijkbaar hoofd droeg tijdens zijn absurde muziekperformances. De film doet in zijn verhaallijn van een buitenstaander die opeens deel vormt van een muziekgroep denken aan een alto-versie van Almost Famous. De film contrasteert ook de oppervlakkigheden van pop en commercieel succes tegenover de creatieve drang om oprechte muziek te maken. Daarnaast verwijst de film ook naar de echte alternatieve scene. Zo heeft Carla Azar van de band Autolux een klein rolletje als drummer van de  Soronprfbs.

Recensie Frank

Muzikale freak
En dan is er Fassbender die ondanks zijn grote masker je weet mee te nemen in zijn muzikale wereld die vreemd, maar aanlokkelijk is. Net als Jon word je gegrepen door zijn enthousiasme en de zoektocht naar een perfecte en unieke sound. Frank is daarmee een eigenzinnige sjamaanmuzikant in de traditie van Don van Vliet, oftewel Captain Beefheart. Een ware muzikale freak dus. En dat wordt nog eens versterkt door Fassbenders zang en heerlijke surrealistische teksten zoals het liedje ‘I love you all’ waarmee de film mooi eindigt.

 

5 april 2015

 

 

ALLE RECENSIES

 

Shaun het Schaap

****

recensie  Shaun het Schaap: de film

Door de wol geverfd

door Ralph Evers

De nieuwste speelfilm van de Aardman Studio’s: Shaun the Sheep is weer een ouderwets vermakelijk verhaal. Ditmaal met een tamelijk intelligent schaap in de hoofdrol. Diens wens voor ‘just a day off ‘ loopt volledig uit de hand, resulterend in een doldwaas avontuur. Het idyllische boerenleven versus de gestreste grote stad. 

Drie jaar zijn regisseurs Mark Burton en Richard Starzack bezig geweest met de film. Tezamen met een heel team animatoren. De tijd en zorg die in dit proces is gestopt is terug te zien in de film. Naast het hoofdverhaal over onze wollige held Shaun, zijn er talloze zijplots die doen hopen op spin-offs.

Recensie Shaun het Schaap

De universele taal die deze film spreekt, zal een groot publiek weten te betoveren. Die taal bevat overigens geen onvertogen woord, laat staan een woord. Ze zit meer in de herkenbare gezichtsuitdrukkingen en ruim honderd jaar filmgeschiedenis. Een scène bevat al gauw naast beeldgrappen, ook slapstick of verwijzingen naar films en boeken. Een scène met een corrupte eend, doet bijvoorbeeld denken aan Animal Farm.

Er was eens…
Een naïeve boer en zijn neurotisch punctuele hond. Samen runden ze een klein boerderijtje in het prachtige Engelse landschap. Hun dagelijkse routine legden ze ook hun schaapjes op. Eén daarvan, Shaun, werd op een gegeven moment verleid tot een relax-dagje. De andere schaapjes zagen dit ook wel zitten. Ze smeedden een plan, voerden dit uit en een toevalligheidje zorgde niet zozeer voor een rustig dagje op de hei, maar een hels avontuur in de grote stad. Achterna gezeten door een maniakale ongediertebestrijder en geholpen door de Miss Piggy der straathonden, weten de inmiddels door de wol geverfde schapen de grootste gevaren te trotseren. Ondertussen maakt hun boer furore als kapper en rammelt er van alles aan de gezondheidszorg in Engeland.

Leuke vondsten
Het is Aardman-eigen om onalledaagse oplossingen voor aanvankelijk relatief kleine problemen te bedenken. Dat maakt het kijken naar Shaun ook zo leuk. Je ziet een situatie, waarbij je als het ware wordt uitgenodigd de gevaren en oplossingen te zoeken. Als je dan al iets voordehands ziet liggen, dan gebeurt er altijd wel iets, waardoor juist die oplossing afgestreept kan worden. Of er komt iets tussen waardoor die simpele oplossing plotseling voor nog grotere problemen zorgt.

Recensie Shaun het Schaap

Het is genieten voor jong en oud om te zien hoe onverschrokken de personages voortdurend met de nieuwe, veranderende situaties blijven omgaan. Neem bijvoorbeeld Bixter, de hond, die zijn baasje achterna gaat de grote stad in. Zijn baasje belandt in het ziekenhuis en een duidelijk ‘verboden-voor-honden’-sticker zorgt ervoor dat de hond al snel buiten staat. Een moment later staat hij op het punt een spoedeisende operatie uit te voeren, ware het niet dat een skelet, aanwezig in de OK, voor de nodige afleiding zorgt.

Shaun the Sheep is een film met het hart op de juiste plaats en zoveel aaibaarder dan alle varianten met intelligente dieren uit de Pixar- of Dreamworks-stal. Daarnaast is de verhaallijn gewoon net iets gestoorder, en daarmee leuker. Het is te hopen dat deze film genoeg publiek trekt, gezien de plannen van de makers om bij voldoende bekijks een vervolg te maken. Gaat dus zien!

 

24 maart 2015

 

MEER RECENSIES

 

Second Best Exotic Marigold Hotel, The

****

recensie  The Second Best Exotic Marigold Hotel

Het leven begint bij zestig

door Alfred Bos

Er zit onverwacht leven in The Best Exotic Marigold Hotel. Het internationale succes van de komedie over Britse bejaarden in India dwong een vervolg af. Regisseur, scenarist en acteurs presteren iets bijzonders: de tweede film overtreft het origineel.

The Second Best Exotic Marigold Hotel is het vervolg op, het zal niemand verbazen, The Best Marigold Hotel uit 2012. De komedie over een aantal Engelse pensionado’s die in Jaipur, India de regen en de wachtlijsten van de nationale zorginstellingen ontvluchten, veroverde de harten van een internationaal publiek. Een ensemble-rolverdeling van topacteurs, de juiste mix van ironie en emotie, plus een aantal terloops gebrachte levenslessen, dat alles tegen het decor van een dynamische, exotische cultuur, bleek een winnende combinatie.

Recensie The Second Best Exotic Marigold Hotel

Dus doen regisseur John Madden (Shakespeare In Love, Captain Corelli’s Mandolin), scenarist Ol Parker en de stoet gekende Engelse acteurs het nog eens dunnetjes over. Ditmaal niet als verfilming van een roman (Deborah Moggachs These Foolish Things) maar op basis van eigen fantasie, met de karakters en situatie van de eerste film als vertrekpunt. En wat denk je? Het nimmer geplande vervolg is beter dan de oorspronkelijke film, alsof regisseur en acteurs, ditmaal volkomen vrij om hun fantasie loos te laten gaan, zichzelf een cadeau geven. Het plezier spat er van af.

Nieuw begin
Je hoeft deel één niet gezien te hebben om The Second Best Exotic Marigold Hotel te kunnen waarderen—of echo’s van Fawlty Towers te herkennen. Ditmaal is Muriel Donnely (Maggie Smith) de as waar het ensemble rond draait. Ze heeft het management van het hotel voor de ‘elderly and the beautiful’ overgenomen van de overenthousiaste kluns Sonny (Dev Patel, met Brits-Indiaas accent). Smith speelt Muriel met hetzelfde gortdroge aplomb waarmee ze haar rol van Violet Crawley, de douairière uit Downton Abbey, invult. Ze grossiert in ironische ripostes.

Nu de hotelgasten hebben gekozen voor een levensherfst en troupes, in hun exotische commune, komt de interactie tussen de personages tot bloei. Waar in de eerste film afscheid en dood de toon bepaalden, staat nu het nieuwe begin centraal. Ook in de liefde: Evelyn (Judi Dench, M uit Skyfall) en Douglas (Bill Nighy) schutteren als tieners; Norman (Ronald Pickup) en Carol (Diana Hardcastle) onderzoeken de voors en tegens van een open relatie: Madge (Celia Imrie) jaagt op eenzame miljonairs; en Sonny wint de hand van zijn verbijsterend mooie bruid, Sunaina (Tina Desae). Het biedt acteur Dev Patel de kans een John Travolta te doen via enkele spetterende Bollywood-style dansscènes.

Recensie The Second Best Exotic Marigold Hotel

Italiaanse familiekomedie
Zelfs Douglas’ ex-vrouw, Jean (Penelope Wilton, eveneens bekend van Downton Abbey), keert terug voor een paar hilarisch onhandige scènes, zo sterk is de aantrekkingskracht van het Marigold Hotel—en het groepsgevoel van cast en productieteam. Nieuw in het ensemble zijn Guy (Richard Gere) en Lavinia (Tamsin Greig), die het hotel infiltreren als bedrijfsspionnen. Ook zij gaan op in de zuiging van het gezelschap dat alles probeert te persen uit de jaren die hen nog resten. Je bent nooit te oud voor avontuur en zo is het maar net.

Met zijn toon en sfeer van een ‘ouderwetse’ Italiaanse familiekomedie – denk Gooische Vrouwen, maar dan met stijl en klasse – bedient de film een publiek dat in de bioscoop vaak over het hoofd wordt gezien, maar inmiddels in absolute aantallen de traditionele filmdoelgroep van de tieners en jongvolwassenen overtreft. De humor, verwikkelingen en reflecties op het bestaan zijn echter invoelbaar voor iedereen. Er zit onverwacht leven in het Best Exotic Marigold Hotel, dus wat nu? De karakters en de setting zijn geknipt voor een sit-com. Een tv-serie misschien?

 

16 maart 2015

 
ALLE RECENSIES

Imitation Game, The

****

recensie  The Imitation Game

De lotgevallen van Enigma en Christopher

door Cor Oliemeulen

Twee odes aan onmisbare wetenschappers zijn volop in de race voor de Oscars. Eddie Redmayne kruipt in The Theory of Everything grandioos in de huid van Stephen Hawking. Benedict Cumberbatch speelt de rol van zijn leven als de grootste oorlogsheld Alan Turing in The Imitation Game. Kiezen de grijze koppen van de Academy traditioneel voor ziek, zwak en misselijk óf geven zij de voorkeur aan de vergeten geniale homo?

Enigma was de communicatiemachine van de nazi’s waarin alle details van Duitse verrassingsaanvallen, bombardementen, geheime konvooien en posities van onderzeeërs in de Atlantische Oceaan werden opgeslagen. Als de geallieerden deze militair-strategische boodschappen zouden willen onderscheppen en ontcijferen moesten zij de instellingen van de machine weten. Er waren niet minder dan 159.000.000.000.000.000.000 mogelijkheden, elke dag weer. Volgens iedereen was de code niet te kraken, totdat ene Alan Turing in beeld kwam.

Recensie The Imitation Game

Deze Cambridge-professor stapt op een dag in 1939 de kamer van legerhoofd Commander Denniston binnen en beweert ‘het moeilijkste probleem in de wereld’ te kunnen oplossen. Turing is ronduit arrogant en sarcastisch, maar weet desondanks de interesse van Denniston te wekken. Er wordt een team van knappe koppen (cryptografen, wiskundigen, schaakkampioenen en linguïsten) samengesteld, echter Turing weet alles beter en voelt zich geroepen een brief aan Winston Churchill te schrijven, zodat hij zijn eigen team kan formeren. Tot ieders verbazing organiseert hij een wedstrijd kruiswoordraadsels oplossen, waarbij nota bene een vrouw als winnaar uit de bus komt.

Hoe kwam het zover?
Het biografische drama van de Noorse regisseur Morten Tyldum (Headhunters) switcht tussen de drie bepalende periodes uit het leven van Alan Turing. Zijn schooltijd, waarin hij verschrikkelijk wordt gepest en zich terugtrekt in eenzaamheid nadat zijn enige vriendje is overleden. De oorlogsjaren, waarin hij obsessief de Enigma-code probeert te kraken. En tenslotte zijn leven in Manchester na de oorlog, als niemand weet wat zijn verdiensten zijn en Turing wordt veroordeeld wegens ‘onfatsoenlijkheid’ omdat homoseksualiteit in die tijd nog strafbaar is. Hij mag kiezen: twee jaar gevangenis of een hormoontherapie die gelijk staat aan chemische castratie. De kijker leert waarom hij zich verplicht voelt tot de laatste optie en waardoor zijn leven ondraaglijk wordt.

Het grootste deel van de film speelt zich af in Bletchley Park in het zuiden van Engeland. Alan Turing (Benedict Cumberbatch) heeft 100.000 pond losgepeuterd voor de bouw van zijn elektrische brein, dat hij Christopher noemt, in feite de allereerste computer ter wereld. Pas als de intelligente en innemende Joan Clarke (Keira Knightley) het hart van Turing weet te winnen, kan de narcistische professor zich inmenging en medewerking van anderen permitteren. Joan leert Alan dat hij hoe dan ook anderen nodig heeft om de deadline te halen. Op dat moment hebben de nazi’s al 24 hoofdsteden bezet. De volgende dag deelt Alan appels uit en vertelt hij zowaar een mop aan zijn verbouwereerde collega’s.

Recensie The Imitation Game

Herenliefde
Het acteerwerk in The Imitation Game is op alle posities van hoog niveau en de konkelarijen tussen Alan-cryptoteam, Alan-legerleiding en Alan-Joan lopen als mooie rode draden door het Oscarwaardige draaiboek van Graham Moore dat is gebaseerd op het boek van Andrew Hodges. De keuze voor de grote filmcomponist Alexander Desplat (The King’s Speech, Argo, The Monuments Men) onderstreept de ambitie om flink in te slaan tijdens de uitreiking van de komende Academy Awards. Nadeel is wel dat het kennelijk lastige thema van herenliefde wordt gemeden als de pest. Blijft over een terecht groot eerbetoon aan een vergeten oorlogsheld die volgens historici de Tweede Wereldoorlog met twee jaar verkortte en het leven van veertien miljoen mensen redde, maar uiteindelijk bedroevend ten onder ging aan de hypocrisie van een samenleving.

 

16 juni 2015

 
ALLE RECENSIES
 

De vijf beste filmbiografieën van 2015.

Theory of Everything, The

***

recensie  The Theory of Everything

‘What about my brain?’

door Cor Oliemeulen

Na het zien van het romantische, biografische drama over Stephen Hawking bekruipt je de vraag wat de fameuze Engelse wis- en natuurkundige allemaal zou hebben kunnen bedenken als hij gezond was gebleven. Meer óf juist minder?

Dat hij het vroeger al meer van zijn hersens dan van zijn lichaam moest hebben, illustreert de scène waarin hij tijdens een roeiwedstrijd fungeert als stuurman. Het is 1963 en de 21-jarige Stephen Hawking (Eddy Redmayne) studeert kosmologie aan de universiteit van Cambridge. Hij is vastbesloten om een simpele verklaring voor het ontstaan van het heelal te ontdekken en zijn uitzonderlijke talent wordt snel onderkend. Zijn leraar neemt hem mee naar een ruimte waarin “J.J. Thomson het elektron ontdekte en Rutherford atomen splitste”. Stephen kijkt er rond als een kind in een snoepwinkel. Ook privé gaat het voor de wind: hij wordt stapelverliefd op de kunststudente Jane (Felicity Jones).

Recensie The Theory of Everything

Nog maar twee jaar te leven
In gedachten verzonken over een wiskundige formule en een eerste aanval van spierverslapping valt Stephen op zijn gezicht. De diagnose komt als een mokerslag: hij heeft nog meer twee jaar te leven. Stephen heeft MND: progressieve degeneratie van zenuwcellen die de spieren in staat stellen te bewegen, ademen, slikken en praten. In Amerika noemt men het Lou Gehrig’s Disease, vernoemd naar de beroemde honkballer die overleed aan de ziekte, en in onze volksmond heet het ALS.

“What about my brain?”, vraagt Stephen aan de dokter. Dat blijkt gelukkig niet aangetast. Op zijn beurt kan Stephen een vriend geruststellen: inderdaad ‘daar beneden’ zal het voorlopig ook wel blijven werken. Dat blijkt enige jaren later als Jane trots hun eerste baby in Stephens armen legt: “Look what we made.”

The Theory of Everything is een liefdesverhaal, dat 25 jaar relatie tussen Stephen en Jane omspant. De film is gebaseerd op de biografie ‘Travelling to Infinity: My Life with Stephen’ van Jane Hawking. Net als in zijn Oscar winnende documentaire Man on Wire kan regisseur James Marsh naar hartenlust de uiterste grenzen van een man tentoonspreiden. De filmmakers werkten enkele jaren samen met de Hawkings, waarbij ze moesten beloven dat ze sensatie en sentiment achterwege zouden laten en secuur zouden omgaan met de complexiteit van hun huwelijk.

Humor, toewijding en doorzettingsvermogen
Als Stephen zich eenmaal heeft neergelegd bij zijn fysieke onmogelijkheden komt zijn ware karakter bovendrijven: humor en doorzettingsvermogen. Eerst moeten ze zien om te gaan met zijn handicap, nadien met roem en publiciteit. Stephen ontvangt dankbaar de volle steun en toewijding van Jane. Zij moedigt hem aan om zijn doctoraat te halen: zijn theorie over het ontstaan van het universum. Terwijl Stephens lichamelijke beperkingen toenemen, verkent zijn geest de grenzen van de theoretische fysica.

Recensie The Theory of Everything

Doordat Stephen uiteindelijk (bijna) niet meer kan praten, dient de kijker meer te observeren. Om het verhaal extra diepte te geven is een aantal familiegebeurtenissen opgenomen in homevideo-stijl voor een persoonlijke en authentieke kijk op het leven van de Hawkings. Andere filmscènes bevatten regelmatig één hoofdkleur, bijvoorbeeld intens blauw tijdens de amoureuze ontmoeting van Stephen en Jane op het universiteitsbal, geelgroen tijdens een potje cricket op het zonovergoten gras en een mooi rood filter van het haardvuur dat Stephen ziet door zijn trui als hij die moeizaam aantrekt en dat langzaam lijkt te vervagen in een zwart gat.

Eddy Redmayne (Les Misérables) bereidde zich intensief voor op zijn rol. Met een prachtige grijns op het schuine hoofd, steeds verder in elkaar gedoken in zijn rolstoel en door subtiele aanpassingen van de grimeurafdeling lijkt hij steeds meer op de echte Stephen Hawking. The Theory of Everything is een waardig en bij vlagen ontroerend portret van de beroemdste wetenschapper van onze tijd.

 

11 januari 2015

 
ALLE RECENSIES