On Body and Soul

****

recensie On Body and Soul

Droomgeliefden in het slachthuis

door Suzan Groothuis

In dit onconventionele Hongaarse drama gaat het over de ontluikende liefde tussen twee mensen. Een film met surreële trekjes, zich afspelend op een bijzondere set: een slachthuis. Een originele en warme film, waarin alles perfect gedoseerd is.

On Body and Soul opent met een prachtig gefilmd winters landschap. Twee herten struinen er rond en zoeken voorzichtig toenadering tot elkaar.

On Body and Soul

Vervolgens springt de film over naar een grauw, kil uitziend slachthuis. Endre werkt er als financieel directeur. Terwijl hij met zijn collega aan een even kleurloze maaltijd zit, valt hun oog op nieuwkomer Mária. Stil en onopvallend beweegt ze zich door de kantine. Een ijskoude tante, vertelt Endres collega. Desondanks besluit Endre toch contact te zoeken, maar hij komt van een koude kermis thuis. De eerste kennismaking is geen succes.

Mária’s baan lijkt haar op het lijf geschreven: kwaliteitscontroleur. Met argwaan wordt ze door haar collega’s aanschouwd. Met nauwkeurige precisie voert ze haar werkzaamheden uit, zich strikt houdend aan de richtlijnen. Ze zoekt geen contact en luncht alleen in stilte. Een vrouw die zichtbaar problemen heeft met sociale interactie.

Delen van dromen
En dan komen Endre en Mária er per toeval achter dat ze dezelfde droom delen. De droom van de openingsscène, met de herten in het vreedzame natuurschoon. Allebei afzonderlijke, terughoudende types, tasten ze elkaar af en zoeken ze middels hun dromen toenadering.

On Body and Soul begeeft zich op het draagvlak van drama en komedie en doet in zijn stijl wat denken aan films van Aki Kaurismäki of Jim Jarmusch. Humor is subtiel aanwezig , zoals de droge, ongemakkelijke conversaties tussen Endre en Mária. Hun gesprekken speelt zij thuis na met lego, ieder gesproken woord herhalend, zo precies als de harde schijf van een computer. En net zoals Mária gesprekken inzichtelijk moet maken voor zichzelf, heeft zij ook voorbeelden van anderen nodig: bijvoorbeeld de hilarische scène waarin de oude schoonmaakster van het slachthuis haar tips geeft hoe zij zich aan een man kan binden: “People underestimate the power of movement, honey.”

Ontluikende liefde
Zowel Endre als Mária dragen bagage met zich mee: hij een kreupele hand en teleurgesteld in de liefde, zij sociaal op zichzelf geworpen en onervaren met liefdesrelaties. Het onwaarschijnlijke gegeven dat zij dezelfde dromen hebben, wekt voorzichtig een ontluikende liefde op. Voorzichtig – want de natuurlijke angsten en remmingen om zich bloot te stellen aan elkaar zijn groot. Ook groot is het contrast tussen de droomintermezzo’s van de herten in een sereen winterlandschap tegenover de brute praktijken in het slachthuis. Romantisch en poëtisch versus kil en bloederig.

On Body and Soul

De droomverbeelding staat voor Endre en Mária wellicht symbool voor een nobel leven in vrijheid, dat in hun dagelijkse werk met de slachting van koeien zo teniet wordt gedaan. De slacht van een koe krijgen we overigens onomwonden op het scherm te zien – beelden die de maag even doen omdraaien.

Hartverwarmende en originele terugkeer
Regisseur Ildikó Enyedi verrast met een hartverwarmende terugkeer op het witte doek, want haar laatste film Simon, The Magician dateert al van 1999. In On Body and Soul laat zij surreëel romantisch drama en de werkelijkheid die niet vlekkeloos is mooi met elkaar versmelten. Haar film overtuigt met kristalhelder geschoten beelden, een origineel scenario met wat verrassende wendingen en een ingetogen soundtrack, waaronder het prachtige What He Wrote van Laura Marling, dat een dramatische scène perfect ondersteunt.

Bovendien is er een goede chemie tussen de twee hoofdpersonen, sterk neergezet door acteurs Géza Morcsányi en Alexandra Borbély (European Film Award beste actrice 2017). Beiden introvert, kwetsbaar en eigenaardig, verlangend naar dat wat in hun dromen zo expliciet aanwezig is: liefde en begeerte.
 

11 december 2017

 
MEER RECENSIES

Thelma

***

recensie Thelma

Duistere verleiding

door Suzan Groothuis

Het leven verandert voor de jonge studente Thelma. Los van haar religieuze ouders, rijp voor de verlokkingen des levens. Een coming of age-drama met horrorrandjes, waar kinetische krachten samengaan met verliefd worden.

In Thelma volgen we de gelijknamige hoofdpersoon. De openingsscène verraadt al dat zij geen gewoon meisje is. We zien beelden van een jonge Thelma die met haar vader gaat jagen. Er gaat een bepaalde kracht uit van het meisje. Wat precies, weet de kijker dan nog niet, maar het feit dat haar vader plots zijn geweer op haar richt doet het ergste vermoeden.

Vervolgens een sprong in de tijd: Thelma (Eili Harboe) als jonge studente. Weg uit het ouderlijk huis, teruggeworpen op zichzelf. In rustig tempo, met een onderhuids broeierige spanning, volgt de camera haar. Thelma lijkt een net, rustig meisje. Eenzaam ook. Totdat ze medestudente Anja ontmoet en er innerlijk vuur brandt.

Thelma

Het spel van verleiding
De verlokkingen des levens nodigen Thelma uit. De mooie Anja, uitgaan, drank, roken. Verlokkingen waarvoor ze altijd gewaarschuwd is. Thelma komt namelijk uit een streng religieus gezin, waar genoemde zaken uit den boze zijn. En zo ontstaat er tweestrijd: toegeven aan de verleidingen of luisteren naar de stem van haar vader.

Met de verleidingen komen ook Thelma’s aanvallen. Epilepsie lijkt het. Trillen, zweten, vallen. Niet eenmaal, maar meerdere keren, pijnlijk realistisch in beeld gebracht. Het komt tot een onderzoek, maar Thelma wil niet dat de arts haar ouders inlicht.

En zo werkt de Noorse regisseur Joachim Trier geleidelijk naar een coming of age-drama met duistere randjes. Want Thelma lijdt niet aan epilepsie, maar vecht tegen kinetische krachten. Een beetje zoals in het Duitse Requiem. Hierin heeft een jonge vrouw aanvallen die overeenkomsten met epilepsie en duivelse bezetenheid hebben.

Wanneer duidelijk is wat er speelt, verandert de sfeer en verkent Thelma haar krachten op gevaarlijk niveau. Met als hoogtepunt een scène waar zij en Anja een balletvoorstelling bijwonen. Terwijl de seksuele spanning tussen hen stijgt, moet Thelma haar best doen haar krachten te bedwingen. Een gigantisch decorstuk begint te trillen en te schuiven. Toegeven aan verleiding staat gelijk aan destructie; het gevecht van Thelma om zichzelf onder controle te houden is sensueel, krachtig en spanningsvol in beeld gebracht.

Superieure worsteling
Je verlangt naar meer van deze momenten, maar Thelma houdt die intense mix tussen spanning en erotiek en afstand en nabijheid niet vast. Terwijl Thelma de uitdaging van de verleiding aangaat, zoomt Trier in op haar verleden en vallen de puzzelstukjes op hun plaats. Een familietragedie waarin Thelma een bepalende rol had. En religie een middel is tot vergeving en bezinning. Maar hoe bepalend Gods wetten ook zijn,  innerlijke krachten zijn sterker. Thelma voelt het en weet het. Ik ben beter dan anderen, fluistert ze haar vader toe.

In vergelijking tot Triers eerdere films (Oslo, August 31st, Reprise en Louder Than Bombs) duikt Thelma minder de diepte in. Triers films kenmerken zich door worstelende hoofdpersonen. Adolescenten die kampen met twijfel, met verlies. En zingeving zoeken in literatuur, kunst en muziek. Ook in Thelma is er sprake van worsteling (religie versus vrijheid, kuisheid versus verleiding), maar er worden minder levensvragen gesteld. Misschien wel, omdat Thelma zich diep van binnen superieur voelt ten opzichte van de mensen om zich heen.

Thelma

Opzichtige en overbodige symboliek
Symboliek speelt een opzichtige rol in de film – zoals de slang die we meerdere malen in beeld zien, verwijzend naar de rol van verleiding in de bijbel. Want verleiding is voelbaar als we kijken naar de twee jonge vrouwen die zich aangetrokken voelen tot elkaar. Evenals de dreiging die ontstaat als Thelma toegeeft aan haar verlangens. De slang is een overbodige illustratie van onheil dat komen gaat.

En zo is er wel meer overbodig in deze kruisbestuiving van Brian de Palma’s Carrie, vampierfilm Let The Right One In en de ontluikende liefde tussen twee tienermeisjes in Show Me Love. Het spelen met het begrip tijd aan de hand van verwarrende flashforwards en flashbacks, het toewerken naar een dramatische climax en bovenal, het grote gebaar.

Thelma overtuigt in zijn kille, ontluisterende eerste helft, maar wil daarna te graag imponeren. De filosofische levensvragen, die in Triers eerdere films zo prominent aanwezig waren en dwongen tot nadenken, blijven in Thelma achterwege. De film heeft pretenties, maar is uiteindelijk vlak en voorspelbaar. En doet niet wat de beelden te opzichtig willen: onder de huid kruipen.
 

5 december 2017

 
MEER RECENSIES

Ghost Story, A

****

recensie A Ghost Story

Een eenzaam hiernamaals

door Suzan Groothuis

A Ghost Story is een verhaal over een geest, maar anders dan je zou verwachten. Casey Affleck is een groot deel van de film gehuld onder een wit laken met twee gaten. Waarachter hij zijn geliefde, alleen achtergelaten, gadeslaat. Een subtiele, kosmische film over liefhebben, loslaten en weer opnieuw beginnen.

Voordat Casey Affleck (broer van en bekend van Manchester by the Sea en I’m Still Here) als spook te zien is, zien we hem in het echte leven als C, een wat verstrooide muzikant. Samen met zijn vrouw M (Rooney Mara, Carol) in hun huis op het platteland in Texas, waar zij graag weg wil maar hij niet. ’s Nachts worden ze opgeschrikt door de oude piano die plots geluid geeft. Een teken van andere, kosmische aanwezigheid?

Kort daarna komt C om bij een auto-ongeluk. Nadat M hem geïdentificeerd heeft, zien we hoe zijn in witte laken gehulde lichaam weer tot leven komt. Als spook keert hij terug naar zijn geliefde woning en zijn rouwende echtgenote. Rouw die niet is verbeeld als verscheurd verdriet, wat je zou verwachten als je als jonge vrouw je echtgenoot verliest. In plaats daarvan zien we minutenlang hoe M een taart, achtergelaten door een kennis, verorbert. Zittend op de grond, met een vork in de taartvorm hakkend, het leven toonbaar leeg. Ondertussen, subtiel in beeld gebracht, bekijkt het spook dat eens haar echtgenoot was M van een afstand.

A Ghost Story

Minimaal maar veelzeggend
Lowery, bekend van het broeierige Ain’t Them Body Saints (waarin Casey Affleck en Rooney Mara ook elkaars echtgenoten spelen) neemt de tijd voor zijn film. Traag van opzet, waarin de beelden leidend zijn. Gekozen is voor een beeldverhouding van 4:3 aspect ratio met ronde hoeken, wat de film een nostalgische sfeer geeft. Dialogen zijn er amper en toch zegt de regisseur veel met dit intieme drama.

De keuze voor de boeken die het jonge stel in huis heeft, bijvoorbeeld. De camera toont een kort, maar in het oog springend shot van titels als Virginia Woolfs A Haunted House And Other Stories en een boek van Nietzsche dat handelt over de eeuwige terugkeer. Terwijl de tijd geruisloos verstrijkt, ziet het spook toe op hoe M weer grip op haar leven krijgt. En wanneer er een nieuwe partner in haar leven is, laat het spook zijn aanwezigheid verraden door lampen te laten flikkeren en boeken uit de kast te laten springen. Eén valt open met de tekst “He left it, left her” vluchtig in beeld. Een zin die M een moment van bevreemding geeft.

De cirkel van het bestaan
De film zit vol met subtiele verwijzingen naar het hiernamaals en de cirkel van het leven. In één scène is een voorspeller (gespeeld door de singer-songwriter Will Oldham) aan het woord. Hij voert een monoloog over de eindigheid van het bestaan. Hoe zinvol zijn onze daden? Voor wie schrijf je een boek, of een lied? Wie herinnert zich jouw nalatenschap? Zijn uiteindelijke boodschap is dat de planeet eindig is en alles verdwijnt en verbrandt. “It’ll all go” zijn woorden die het spook echter niet wil horen. Met zoemende elektriciteit legt hij de voorziener het zwijgen op.

A Ghost Story

Poëtisch en kosmisch
Lowery durft met A Ghost Story risico te nemen. Het trage tempo, de lange shots en de minimale dialogen vragen geduld van de kijker. Wie een horror verwacht, komt bedrogen uit. Evenmin als dat Casey Affleck in spookkostuum grappig is. A Ghost Story is een film die je moet ondergaan. De beelden zijn prachtig en doen wel denken aan films van Terrence Malick (The Tree Of Life).  Verstild, poëtisch en kosmisch. De dissonante soundtrack, met als hoogtepunt het beklemmend mooie I Get Overwhelmed van Dark Rooms, vult de sfeer van de film goed aan.

Affleck verbeeldt als spook zowel dreiging, melancholie als eenzaamheid. Het is knap hoe slechts een laken met twee gaten de angst voor vergetelheid invoelbaar maakt. Prachtig is de onverstaanbare dialoog die hij met een spook aan de overkant van zijn huis voert. I’m waiting for someone. Who? I don’t remember.

Aan de hand van sprongen in tijd – verleden, heden en toekomst – zien we hoe het spook krampachtig probeert een herinnering te zijn. Niet vergeten, maar levend. Om, uiteindelijk, los te kunnen laten. Lowery’s film resoneert na het zien ervan nog lang, als flikkeringen van licht. Cinema zoals je die weinig tegenkomt en die de kijker in verwondering achterlaat.
 

15 november 2017

 
MEER RECENSIES

Your Name

****

recensie Your Name

Kosmisch verlangen gevangen in dorpse idylle

door Ralph Evers

Het leven kent soms onverwachte wendingen, die we als kleine wondertjes beleven. Sprookjes en fantasy lenen zich bij uitstek om hiervan prachtige verhalen te weven. De Japanners hebben hierin een vaandel hoog te houden en Makoto Shinkai bewijst dat dit vaandel nog hoog wappert! 

De Zwitserse psychiater Carl Gustav Jung is een van de weinigen die oog had voor die kleine wondertjes die zich in ons leven voordoen. Hij ving die ervaringen in de term synchroniciteit. Daarnaast gebruikte hij vaak mythes om allerlei psychische moeilijkheden te kaderen en de mens te plaatsen in een meer verbonden geheel. Een theorie die haaks lijkt te staan op ons individuele kapitalisme, maar die in het Oosten altijd beter wortel geschoten heeft. In Your Name (Kimi no na wa) is een bijzonder spel van mysterie, mythe, droom, body swap en verbinding de rode draad tussen de protagonisten.

Your Name

Dromen
Het kleine, idyllische bergdorpje Itomori is de achtergrond waar Mitsuha opgroeit met haar jongere zusje bij grootmoeder. Moeder overleed toen de zusjes nog jong waren en vader is vooral bezig met de verkiezingen als nieuwe burgemeester. Mitsuha droomt van een leven in Tokio en heeft weinig op met de Shinto-rituelen van oma. Plots wordt haar leven verstoord door een reeks dromen, waarin het lijkt of ze een andere identiteit heeft: een jongen uit Tokio.

Taki is een jongen die in Tokio woont. Zijn dagen slijt hij in de collegebanken en in het Italiaanse restaurant waar hij werkt heeft hij een oogje op een van zijn collega’s. Hij heeft dromen waarin hij het leven van Mitsuha beleeft.

Ondertussen is er een komeet op weg naar aarde. Eens in de 1200 jaar komt deze in het zicht en dit beheerst het nieuws in Japan. De komeet heet Tiamat, de verwijzing naar de godin uit de Sumerische en Babylonische overlevering is snel gemaakt. Zij zou aan de basis staan in het scheppen van de wereld. In haar strijd met Marduk, komt de laatste er als overwinnaar uit en splijt haar dan in twee helften: het firmament en de wereld. Zie daar het noodlot.

Wat volgt is een intelligente film waarin heden en verleden vloeiend door elkaar lopen, waarbij de kijker soms best verward kan raken. Die verwarring past in de ontluikende romantiek tussen Taki en Mitsuha. Het smachten naar elkaar wordt prachtig verbeeld en van een serene soundtrack voorzien.

Your Name

The devil in the details
Wie de films van Shinkai gevolgd heeft ziet een duidelijke ontwikkeling in kleurenpracht en detaillering. Gelijk blijft weliswaar de vertelkracht (hij is niet alleen filmmaker, hij is ook schrijver). Vanaf 5 Centimeters per Second via Garden of Words neemt zijn visuele kunde en finesse toe. In Your Name leidt dit tot werkelijk verbluffend mooie animatie. Geïnspireerd door onder andere Hayao Miyazaki weet hij tevens op een elegante manier magie aan zijn verhalen toe te voegen.

Hoewel Your Name tienerromantiek bij uitstek is en de soundtrack bij tijden zoet, wordt het nergens te zoet, te lief. Wel een belangrijke misser is de J-pop die Shinkai in zijn films verwerkt. Dit zal vermoedelijk vooral een cultureel ding zijn. Los van deze kleine dissonantie blijft een eigenzinnige romantische fantasy met oogstrelende animatie.
 

28 oktober 2017

 
MEER RECENSIES

Valerian and the City of a Thousand Planets

*****

recensie Valerian and the City of a Thousand Planets

Luc Besson herijkt de acid sciencefictionfilm

door Alfred Bos

Verbluffend ruimtesprookje van Luc Besson, die zich met verve revancheert voor het matte Lucy. Een psychedelische trip door een denkbeeldige wereld waarin de fantasie geen grenzen lijkt te kennen.

Als je zelf minzaam van aard bent en iedere dag opstaat in een paradijs van schoonheid en overvloed, zijn er altijd nog anderen die het voor jou verpesten. Het overkomt de Pearls, de superslanke en boomlange bewoners – denk aan albino Masaï of een gebleekte variant van smurfblauwe Na’vi uit Avatar – van de planeet Mül. Dat is één groot subtropisch strand bezaaid met spectaculair getekende reuzenschelpen. Tot de apocalyps letterlijk uit de hemel komt vallen: Mül is ‘zijdelingse schade’ in een galactisch conflict.

Valerian and the City of a Thousand Planets

Twintig jaar na The Fifth Element komt de Franse regisseur Luc Besson opnieuw met een knotsgek, fantasierijk en visueel overladen sciencefictionepos, ditmaal in 3D. Net als zijn vermakelijke The Extraordinary Adventures of Adèle Blanc-Sec (2010) is dat de live-action verfilming van een populair Frans stripboek. De stripheld Valerian kennen we in Nederland als Ravian, die vanaf eind jaren zestig met zijn co-piloot (en love interest) Laureline een reeks surrealistische ruimteavonturen heeft beleefd.

Valerian and the City of a Thousand Planets is gebaseerd op aflevering 7, De ambassadeur der schaduwen uit 1975, dat draait rond een exotisch beestje, de ‘brommpt’, een soort egel die via zijn maagdarmkanaal objecten kan vermenigvuldigen. Hij is inheems op Mül en de bron van de weelde van de Pearls. Ze voeren de brommpt een parel, die vervolgens honderden parels uitpoept. Dat doet-ie spinnend van genoegen. Tot een burenruzie uit de hand loopt. Weg planeet, weg brommpt. Of toch niet?

Consumentisme gehekeld
En dat zijn nog maar de eerste 25 minuten van de 137 die Valerian and the City of a Thousand Planets telt en qua verbeelding en ideeënrijkdom doen de 112 die nog volgen geen spat onder voor de fontein van originele vondsten uit de introductie. Die weer vooraf wordt gegaan door een pre-introductie, waarin Alpha, de stad van de duizend planeten uit de filmtitel, een interplanetaire kunstmaan blijkt waar Bob Marley en de Bee Gees in de digitale jukebox zitten.

Onder de klanken van David Bowie’s Space Oddity zien we de Amerikaanse Apollo 18 in 1975 koppelen aan de Russische Sojoez 19 en daaruit groeit in de loop van decennia en eeuwen een vrij zwevende ruimtestad waarin aliens uit alle hoeken van de kosmos vreedzaam samenleven. Er is een cameo voor Rutger Hauer als president van de World State Federation.

Valerian and the City of a Thousand Planets

Maar in de achtentwintigste eeuw is er onrust op de kolossale kunstmaan en die is gerelateerd aan het verdwijnen van planeet Mül, maar daar komen Valerian (Dane DeHaan, binnenkort ook als Gouden Eeuwse Amsterdammer te zien in Tulip Fever) en Laureline (het Britse fotomodel Cara Delevingne, voor Tulip Fever opnieuw gekoppeld aan DeHaan) pas gaandeweg achter. Eerst moeten ze met hun schip Astronef voor een geheime missie naar planeet Kyrian om een illegale transactie te saboteren.

Die actiescène grijpt Besson aan om het ongebreidelde consumentisme te hekelen, want Kyrian is een woestijnplaneet waar toeristen zich in virtual reality op een immense bazaar, de Big Market, te buiten gaan aan koopdrift. Om zijn Chinese co-producent niet voor het hoofd te stoten laat de regisseur de virtuele shopping mall (Ali Baba is de Chinese Amazon) managen door een Arabier. De technologie is verbazend: een apparaat waarmee je onzichtbaar in de virtuele werkelijkheid bent. De actie bloedstollend. En de ironie fijntjes.

Boordevol detail
En dan eindelijk, na een uur of daaromtrent, begint de plot zich uit te kristalliseren, maar dan hapt de kijker al een tijdje naar adem, overdonderd als hij is door deze roetsjbaan van ideeën en visuele panache. En het houdt niet op. In de stad van de duizend planeten moet opperbevelhebber Arun Filitt (Clive Owen) een terroristische aanslag onderzoeken, zadelt de defensieminister (Herbie Hancock) onze held en heldin wederom op met een speciale opdracht en speelt Rihanna, als de variété-artieste Bubble en lijfeigene van de gestoorde pooier Jolly (Ethan Hawke), een sleutelrol in de ontknoping. Voor de komische noot zorgt een alien ras van dommekrachten.

Valerian and the City of a Thousand Planets

Zoals de western zijn acid variant heeft, zo is Valerian and the City of a Thousand Planets acid sciencefiction, een psychedelische trip door de verbeeldingsrijke breinen van striptekenaar Jean-Claude Mézières, stripscenarist Pierre Christin en filmregisseur/scenarist Luc Besson. De film is eerder Barbarella dan Star Wars (dat de strip tot voorbeeld had), verwant aan de droomwerelden van Jodorowsky (The Holy Mountain), Enki Bilal (Immortel) en Moebius (De Incal). Mochten de personages van Valerian en Laureline schetsmatig overkomen – en dat doen ze, het zijn immers striphelden  – dan wordt dat bezwaar weggeblazen door de eindeloze reeks vondsten waarmee de op zich niet bijster originele intrige wordt verteld.

Zo telt de Big Market-episode meer ideeën dan de Wachowski-broers/zussen de afgelopen achttien jaar samen hebben gehad en is de visualisering van dit denkbeeldige universum overrompelend; hij slaat het in visueel opzicht toch echt niet kinderachtige Ghost in the Shell met straatlengtes. Het enige bezwaar wat je tegen dit ruimtesprookje zou kunnen inbrengen is dat de film dankzij de 3D-techniek en de computeranimaties zo boordevol details zit, dat je ogen te kort komt en na afloop uitgeput in de bioscoopstoel hangt. Intens voldaan, dat weer wel.
 

25 juli 2017

 
MEER RECENSIES

Aloys

***

recensie Aloys

Schetsen van eenzaamheid

door Ralph Evers

Aloys is de eerste lange film van regisseur Tobias Nölle. Een film met een eigen gezicht, vervreemdend door haar surrealisme en subtiel balancerend tussen humor en drama. Blijft de kijker echter gefascineerd?

Aloys Adorn heeft samen met zijn vader een privédetectivebureau. Hij brengt zijn tijd door van achter een camera, waar hij vreemdgaande partners filmt. Hij is een zonderling man, die zijn leventje perfect onder controle heeft. Dan overlijdt zijn vader en begint zijn wereld barsten te vertonen. Op een ochtend wordt hij wakker in een bus. Bijkomende van een kater ontdekt hij dat zijn filmcamera met een aantal belangrijke tapes voor een huidige zaak verdwenen zijn. Niet lang daarna wordt hij gebeld door een mysterieuze vrouw die zijn handel en wandel nauwlettend in de gaten heeft gehouden.

Aloys

De film wordt naar een meta-positie getrokken en we gaan samen met Aloys op het mysterie af. We krijgen aanvankelijk enkele hints en worden tevens misleid. De vrouw nodigt hem uit tot een Japanse uitvinding: telephone walking, ontwikkeld door een Japanse neurologe uit 1984 om eenzame mannen te helpen. Als je je hoofd dicht bij de muur houdt kun je horen waar de ander is. Fantasie en realiteit vervloeien door het harde beton in elkaar over. Een uitweg lijkt zich in Aloys’ lege en eenzame bestaan aan te bieden.

Verwarring alom
Vanaf het begin voelt Aloys al wat vreemd aan. De staalblauwe luchten, weidse perspectieven, de kille stedelijkheid en industriële elementen vervreemden het individu in de opslokkende omgeving. De kleurtinten zijn gedimd en de muziek neigt stemmig, maar versterkt het vervreemdende gevoel door de verstilde klanken een rust te geven.

Hoewel Aloys zijn zaakjes nog aardig op orde heeft, zal menig kijker even moeten zoeken naar houvast. Wanneer dit zich lijkt aan te dienen worden we opnieuw op het verkeerde been gezet door de mysterieuze beller. Hierin is de film weinig meedogend naar de kijker.

Aloys

De scènes tussen de fantasie en de realiteit wisselen elkaar in hoog tempo af. Dit levert soms prachtige beelden op, zoals de rookwolk in het bos, nadat Aloys in zijn bad een rotje heeft afgestoken. Die had hij van de eigenaar van het Chinese restaurant om de boze geesten te verdrijven. Ook de close-up van de vervaarlijk kijkende vogel is slim gevonden. Het dier kijkt ons indringend aan en met zijn neurotische trekje in de ogen is het een verwijzing naar de verwarring van Aloys.

Rivella
De slogan ‘een beetje vreemd, maar wel lekker’ gaat voor een lange tijd op voor Aloys. Echter, naarmate de tijd verstrijkt, bekruipt het gevoel van langgerektheid. De gekte, die aanvankelijk verfrissend werkt, krijgt te weinig richting om de film de volle lengte te kunnen blijven dragen. Daarbij is ook de humor van regisseur Tobias Nölle te subtiel om goed te vangen. Is het lot van Aloys nu om te lachen of om te huilen?

Na afloop krijg je het idee naar een schets gekeken te hebben, zoals je dat ook wel ziet bij schilders. Eerst een studie, dan het hoofdwerk. De thematiek en uitwerking zijn voldoende voor een onderhoudende film, maar de chemie, de afstemming met de kijker is nog te ongepolijst. Laten we hopen dat Nölle hier in de toekomst meer handigheid in krijgt.
 

15 april 2017

 
MEER RECENSIES

Assassin’s Creed

***

recensie Assassin’s Creed

The Da Vinci Code op LSD

door Alfred Bos

In deze gamesverfilming staan de Tempeliers tegenover de Assassins in het Spanje van 1492. Interessante regisseur, interessante rolbezetting (Michael Fassbender, Marion Cotillard, Jeremy Irons, Charlotte Rampling), interessante marketing. Interessante film?

De eeuwige strijd tussen goed en kwaad is het drijfgas achter menig mythisch verhaal, van Homerus’ Ilias tot Lord of the Rings. De eigentijdse variant van dat oerthema gaat vermomd als clash tussen ratio en emotie. In Assassin’s Creed, de verfilming van een populaire action adventure game, staan verstand en gevoel tegenover elkaar in de vorm van strikte regels en vrije wil. De Tempeliers streven met harde hand orde na, de Assassins zijn verdedigers van de vrije geest en anarchistische moordenaars. Ze staan elkaar naar het leven. Klinkt bekend?

Assassin’s Creed

Assassin’s Creed is een Europese productie met een blockbuster-budget die de competitie aangaat met de superhelden- en actiethriller-franchises waarmee Hollywood wereldwijd de schermen – maar niet altijd de zalen – van megaplexes vult. Het is tevens de eerste Nederlandse release voor de Australische regisseur Justin Kurzel, wiens adembenemende debuut Snowtown (naar het waar gebeurde verhaal van een groep zwakbegaafde seriemoordenaars) en zijn overtuigende Shakespeare-verfilming Macbeth hier niet te zien waren.

Genetische herinneringen
In die laatste film speelt Michael Fassbender de hoofdrol en als co-producent van Assassin’s Creed is het aan hem te danken dat Kurzel kon werken met een budget dat zo’n tien keer groter is dan dat van zijn eerste twee films bij elkaar. Daarvoor hoefde de regisseur ook aanzienlijk minder te doen, want deze gameverfilming bestaat voornamelijk uit computereffecten. Niet iets om je voor te schamen, want Duncan Jones (Moon, Source Code) ging hem het afgelopen jaar voor met de (geflopte) gamesverfilming Warcraft: The Beginning.

Verwacht geen zinnig verhaal. Of liever: verwacht helemaal geen verhaal. Assassin’s Creed is voornamelijk vormgeving en actie, plus een batterij computereffecten, waarin ook wat personages rondlopen. De effecten zijn van het schimmige soort en dat letterlijk, want Cal Lynch (Michael Fassbender) is een nazaat van de laat-Middeleeuwse Assassin Aguilar de Nerha en wordt via een monsterlijk cyberapparaat – de Animus is een virtuele tijdmachine met machine-brein interface, yuk – door wetenschapper Sofia Rikkin (Marillon Cotillard) naar het Andalusië van 1492 terug getoverd. Dat wil zeggen, in zijn hoofd. De Animus activeert zijn ‘genetische herinneringen’.

Machtswellustig superintellect
Op het filmdoek dringt de bloederige wereld van toen zich als een geest in de hightech wereld van nu. Het oogt nog meer ‘computer’ dan de in dat opzicht bepaald niet ingetogen Doctor Strange. Maar het is in dienst van het verhaal – voor zover aanwezig – want in de hightech wereld van nu staan de tegenstrevers van 1492 elkaar opnieuw, of nog steeds, naar het leven. Iets met een fascistoïde kabal en gezworen vijanden. Jeremy Irons haalt als Alan Rikkin, vader van Sofia, zijn stockpersonage van machtswellustig superintellect (zie High-Rise) van stal.

Assassin’s Creed

Dat ‘verhaal’ is een postmoderne cocktail van historische gegevens en popcultuur. De Tempeliers waren een kerkorde die als kruisridders vochten tegen de muzelmannen; de Hashashin (assassins) een geheim middeleeuws genootschap uit de bergen van Afghanistan dat sluipmoord als politiek wapen inzette en wel eens een stickie rookte. In werkelijkheid hebben ze elkaar nooit ontmoet: de Tempeliers eindigden begin veertiende eeuw op de brandstapel en niet, zoals in de film, de Assassins, vervolgd door de Tempeliers. In het echt verbrandde de Spaanse Inquisitie, in 1478 in het leven geroepen, geloofstwijfelaars en heidenen.

Appel van Eden
Het jaar van de virtuele handeling, 1492, is tevens het jaar waarin Christoph Columbus de nieuwe wereld ‘ontdekte’ en verroest, dat speelt ook een rol in deze doorgerookte cocktail van feit en kolder. En ergens in deze koortsdroom worden de befaamde woorden van Oppenheimer, de vader van de atoombom, geciteerd: ‘Ik ben de brenger van de dood, de vernietiger van werelden’. O ja, er is ook nog een ‘appel van Eden’, de macguffin van deze narcotische hutspot. Die heeft niets met de kennis van goed en kwaad te maken, maar wat dan wel? Iets met vrije wil wellicht.

Kruis Ridley Scotts Kingdom of Heaven met George Millers Mad Max, voeg er een moot The Matrix aan toe, goed schudden met drie delen CGI en besprenkelen met snippers Wikipedia en presto, The Da Vinci Code on acid, alias Assassin’s Creed. Van Shakespeare naar games, voor Justin Kurzel moet het een surrealistische ervaring zijn geweest. Dat is het ook voor de kijker. Game over.
 

3 januari 2017

 
MEER RECENSIES

Poesía sin fin

****

recensie Poesía sin fin

Autobiografie zonder einde

door Bob van der Sterre

Alejandro Jodorowsky, de meester van het surrealisme in de strip, maker van een paar filmklassiekers, is begonnen met het verfilmen van zijn eigen levensverhaal. Natuurlijk wel op zijn Jodorowsky’s: bizar en compromisloos.

Fando and Lis, El Topo en The Holy Mountain. Deze drie klassieke Jodorowsky’s uit de jaren zeventig leveren doorgaans maar twee soorten reacties op: dat het briljant is of het is het allerergste wat je ooit in cinema hebt moeten doorstaan. Welke andere regisseur moest tijdens een première (Fando and Lis 1968 in Mexico) na een rel uit de zaal sluipen om vervolgens bekogeld te worden met stenen?

Poesía sin fin

Hoe bizar ook, Jodorowsky’s invloed in cinema kan niet worden onderschat. Hij vormt een uniek hoekje. Zoals in het eerder op IDB gepubliceerde essay van Alfred Bos staat te lezen: ‘De Chileense filmmaker, die wordt gezien als belangrijke inspirator van Dennis Hopper, David Lynch en Nicolas Winding Refn, leverde het scenario voor de fameuze Incal-strip van Moebius/Jean Giraud, die werd gepubliceerd in de jaren tachtig.’

Dat maakt het interessant om te zien waar het allemaal vandaan kwam, in een door hemzelf gekleurde autobiografische geschiedenis. Zijn leven is een reclamespot voor een brede creatieve ontwikkeling. Het tegenovergestelde van wat de maatschappij nu van mensen eist. Alle kunstvormen kwamen juist bij hem uit. Inspiratie uitte hij in poëzie, circusoptredens, stripverhalen, theater en dus film.

Opera zingende moeder
Aangezien dit deel 2 is van een vijfdelige (!) autobiografie gaan we verder waar La danza de la realidad drie jaar geleden eindigde. Kleine Alejandro wordt grote Alejandro. We zien de metamorfose (geestig stukje) hoe de stad met grote prenten verandert in hoe het er vroeger uitzag. Het strikte regime thuis zint Alejandro niet en hij ontsnapt uit het benauwende wereldje.

In een kunstenaarscollectief voelt hij zich eindelijk thuis. Ontmoet symbiotische dansers, ‘polypainters’ en een ‘ultrapianist’ (bespeelt piano met een hamer). Hij is zelf een dichter en moet een muze zoeken. In café Iris vindt hij er een.

En dan begint zijn dichtersbestaan. Hij behoort tot de dichters die woorden vooral thuis laten en hun handelingen als poëzie zien. Een periode toen het werpen van rotte eieren ook iets poëtisch betekende. Of het lopen van een rechte lijn vanuit je eigen huiskamer.

Poesía sin fin

Het begin heeft een hoog tempo, loopt lekker, ook al zie je meteen dat het acteerwerk slordig is. Maar dat hoort ook bij Jodorowsky’s stijl, die is losjes en lichtvoetig. Zo komt de zoon na een nacht slapen als man uit de slaapkamer, hoewel de anderen niet ouder zijn geworden. Stripachtige overdrijving combineert vrolijk met de mogelijkheden van filmsets.

Bundeling van losse scènes
Het tweede gedeelte van de film is minder sterk. De dichters met hun ondichtende dichtwerk zijn een bundeling van wat losse scènes waarvan de ene wel werkt en de andere niet. Met de typische Jodorowsky-compromisloosheid om een scène te maken waarin een vrouwelijke dwerg (die flink menstrueert) seks heeft met de hoofdpersoon.

Het is sowieso opvallend hoe dik de vrouwenpersonages zijn aangezet. De muze is opzettelijk opgeblazen tot een mollige dame die alle clichés van eigenzinnige vrouw vertegenwoordigt. De moeder is immer bezorgd en communiceert in aria’s. Er moet een verklaring zijn in hoe Jodorowsky zijn beleving van toen schetst. Die overdrijving is dan juist een compliment.

Hier en daar vind je wat geniale momenten, zoals de dichter die een deur opent, daar wit gepoederde mensen laat zien, op de achtergrond een schilderij waar een tank op staat, een radio die babbelt over bommenwerpers, waarna de dichter kalm zegt: ‘Mijn ouders, ze raken niet uitgepraat over de oorlog.’

En de film heeft prima, passend camerawerk van Christopher Doyle, die met films als 2046 en Underwater Love wel het juiste op zijn cv heeft staan om de film Jodorowsky-proof te maken. Helemaal bij de tijd is hoe Kickstarter en Indiegogo hebben geholpen om de film te financieren.

Poesía sin fin

Wat de film helaas erg mist is een spanningsboog. Je zit vooral naar uitzinnige mensen te kijken zonder dat het ergens heen gaat. Wat je ook echt mist zijn een paar kalme, verbindende scènes. Mensen die gewoon een beetje eten en kletsen. Zulke breaks hadden de film toegankelijker en meer volwassen kunnen maken, hadden de karakters meer mens kunnen laten zijn.

Vol Jodorowsky’s
Poesía sin fin (Endless Poetry) is een beetje Being Alejandro Jodorowsky. De film zit bijvoorbeeld vol Jodorowsky’s. Alejandro zelf, Adan (ene zoon) en Brontis (andere zoon). Adan speelt de rol van Alejandro (en deed de muziek). Brontis speelt Alejandro’s vader, met wie Alejandro in onmin leeft.

Het wordt wel een beetje Jodorowsky-inception als Alejandro zijn eigen zoon poedelnaakt zichzelf laat spelen met z’n minnares van toen. Het zou niemand moeten verbazen als hij zijn zoon zelfs in een latere episode zichzelf laat verwekken. Als je principieel niets vreemd vindt, wat is er dan nog raar?
 

30 december 2016

 
MEER RECENSIES

Wailing, The

****

recensie The Wailing

Sul buiten zijn comfortzone

door Alfred Bos

Alles is net even anders in deze Zuid-Koreaanse genrefilm die speelt met conventies en verwachtingen. Zijn het giftige paddenstoelen die van de dorpsbewoners moordende woestelingen maken of waart er een geest rond?

Horror is een kwestie van doseren. In The Wailing speelt de Zuid-Koreaanse regisseur Hong-jin Na een spel met genreconventies en de kijker. Zijn film opent als een thriller, lijkt zich te ontwikkelen tot horror en ontplooit zich uiteindelijk als fantasy van het donkere soort. Voor de consument van popcorn-blockbusters is het wellicht een tikje te grillig, maar de meer avontuurlijk ingestelde kijker – en de horrorfijnproever, uiteraard – wordt met verve bespeeld, 157 minuten lang. En dat is lang.

The Wailing

In een dorpje op het platteland van Zuid-Korea wordt een politieman (Do Wo Kwak, in Zuid-Korea voornamelijk bekend van bijrollen, in Nederland te zien geweest in The Berlin File uit 2013) ’s ochtends wakker gebeld. Hij moet direct langskomen, er is een lijk gevonden. Half wakker draaft hij de deur uit, pas na aandringen van zijn vrouw schrokt hij een ontbijt naar binnen. We leren Jong-Goo, zo heet hij, kennen als volgzaam en aards. Een sul buiten zijn comfortzone.

Zijn collega Il-Gwang (Jeong-min Hwang, de meer bekende acteur in Zuid-Korea, vorig jaar op het Imagine Festival te zien geweest als hoofdrolspeler van de actiekomedie Beterang) is al op de plaats delict aanwezig. Op de veranda van een schamele woning hangt een nauwelijks als mens herkenbare man in zwijm. Rond hem scharrelen agenten in de stromende regen door de modder. Binnen ligt het gruwelijk toegetakelde lijk van zijn vrouw.

Hitchcock-adept
The Wailing (Het Geklaag) is de vertaling van Goksung, de naam van het dorp en tevens de Koreaanse titel. Het is de derde film van regisseur Hong-jin Na, ook verantwoordelijk voor het draaiboek. Die dubbelrol vervulde hij bij zijn eerdere films, de actiethrillers Chaser (Chugyeogja, 2008) en The Yellow Sea (Hwanghae, 2010), die beide de twee uur speelduur ruim overschrijden. Dat doet ook The Wailing, de officiële Zuid-Koreaanse inzending voor het Film Festival in Cannes. Op verschillende fantasy festivals won de film al de publieksprijs.

Daar kan deze nuchtere, niet bijzonder van horror gecharmeerde kijker goed inkomen, want Hong-jin Na zet conventies naar zijn hand. Niet alleen laat hij de hoofdrol vervullen door een bijrolacteur – en diens collega spelen door een steracteur – hij geeft hints en aanwijzingen als een volleerde Hitcock-adept en bespeelt zijn publiek als een marionettist. Dat wordt met zwier door een reeks emoties gejonast, van nieuwsgierigheid via beklemming naar totale verbijstering.

The Wailing

Botsing van ratio en magisch denken
Het motto van de film is ontleend aan een tekst uit het Nieuwe Testament, het evangelie van Lucas. Geloof en bijgeloof spelen de hoofdrollen in The Wailing. In de geciteerde Bijbeltekst presenteert Jezus zich als geest; de film toont het ultieme kwaad, de duivel, in mensengedaante. Het verhaal is een botsing van ratio en magisch denken, van goed en kwaad. De moordende echtgenoot heeft verkeerde paddestoelen gegeten, oppert protagonist Jong-Goo. Welnee, het is die rare Japanner die onlangs in het dorp is komen wonen, meent zijn collega Il-Gwang.

Wanneer de moordpartij uit de openingsscène geen incident blijkt en er meer slachtoffers vallen, waaronder Jong-Goo’s allerschattigste dochtertje, worden er een priester en een sjamaan bijgeroepen. Maar The Wailing is zombiefilm noch The Omen op zijn orientaals, en ook geen rampenfilm à la Outbreak of een dorp-keert-zich-tegen-buitenstaander verhaal op zijn Salems.

In deze bovennatuurlijke thriller betoont de regisseur zich een Aziatische tegenhanger van Guillermo del Toro. The Wailing is sterk van suggestie en neemt ruim de tijd om de kijker te kapselen in een sfeer van groeiende verontrusting. Ook sterk: de regisseur weigert om alles klip en klaar te maken. In de voor de hand liggende Hollywood-makeover zal het inktzwarte – of in dit geval bloedrode – slot ongetwijfeld een paar tandjes worden opgeleukt. En alles worden uitgelegd. Want buiten de comfortzone zijn geest en vlees niet van elkaar te onderscheiden.
 

2 oktober 2016

 
MEER RECENSIES

Liza, the Fox-Fairy

****

recensie Liza, the Fox-Fairy

Dodelijk sprookje

door Ralph Evers

Liza, the Fox-Fairy is de eerste lange film van Károly Ujj Mészáros. Een sprankelende mix van humor, romantiek, folklore en dodelijke danspasjes. Een sprookje met een donker randje.

Het zomerseizoen staat vaak garant voor blockbusters. Om de bioscoopganger met het heerlijke weer, de koude witbiertjes, de goede Chablis, de zomerse jurkjes en die ontspannen reis in het verschiet toch nog naar de bioscoop te lokken bedenkt men films als Star Trek: Finalest Contact, Spiderman vs Garfield en Godzilla’s Grandpa. Films die het equivalent zijn van derdegraads brandwonden. Gelukkig zijn er alternatieven. Liza the Fox-Fairy is daar één van.

Liza, the Fox-Fairy

Liza werkt als verpleegkundige en verzorgt de oude weduwe die een passie voor Japan heeft. Liza is een arme vrouw, die een sober bestaan leidt. Haar vurigste wens is om op haar dertigste de ware te vinden. Ze heeft zich echter te houden aan het strakke juk van de weduwe. Haar enige andere contact is dat met de geest van een Japanse popzanger, Tomi Tani. Liza heeft de gave met deze Tomi te kunnen communiceren. Hij helpt haar zich minder eenzaam te voelen, maar haar verlangen naar een partner blijft. Wanneer ze dertig wordt krijgt ze een paar uur vrij van haar werkgeefster. In de hoop haar ware te vinden gaat ze naar het gehypete burgerrestaurant (Mekk-burger) in de buurt. Ondertussen blijken de onschuldige liedjes van de Tomi een levensgevaarlijke uitwerking te hebben op een ieder die Liza wel ziet zitten als partner.

Jeunet en Kaurismäki
Na een reeks verdachte sterfgevallen in Liza’s omgeving wordt de zonderlinge detective Zoltán op de zaak gezet. Evenals de slachtoffers verblijft Zoltán langere tijd in de buurt van Liza. Met gevaar voor eigen leven, verslaafd aan Finse rock-’n-roll en onverstoorbaar in zijn onderzoek trotseert hij aanslag na aanslag.

Een goed uitgewerkt gegeven in dit verder romantische sprookje is de typering van de verschillende personages. Met slechts enkele penseelstreken en spitsvondige details weet Mészáros zijn karakters te passen binnen het kader van zijn gestileerde sprookje. Hij werkt veel met contrasten, zoals dood en romantiek. Overdreven karikaturen van maatschappelijke misfits en ernst tegenover running gags. Anachronisme in zowel de Japanse folklore, die zich in vroegere tijden gesitueerd weet, tegenover een Hongarije dat nog het meest op het Amerika van de jaren zestig en zeventig lijkt. De romantische insteek van deze film zal veel mensen doen denken aan Amélie van Jeunet.

Liza, the Fox-Fairy

Het kleurenpalet verdient ook vermelding. Die stilering doet denken aan het werk van eerder genoemde Jeunet, Wes Anderson en Kaurismäki. De verwijzing naar de Fin is prominenter aangezien in de muziekkeuze van de detective, de rock-’n-roll van Marko Haavisto, een directe verwijzing naar de The Man Without a Past van Kaurismäki uitgaat. De contrasten geven de film extra cachet en houden hem mysterieus en geven een licht surreële feel. Daarin valt de donkerte en onvoorspelbaarheid van Buñuel en Lynch te herkennen.

Japan
Opvallend is de prominente aanwezigheid van Japanse folklore. Dit staat haaks op het Hongaarse theaterstuk waar Liza Rókatünder op gebaseerd is. De aanwezigheid ervan kan verklaard worden uit de liefde voor Japanse cultuur van regisseur Mészáros. Door de absurde toon die de film aan het begin zet, met de dansende Tomi, Liza als wereldvreemd meisje dat kan communiceren met geesten en een eerder kapitalistisch, dan communistisch Hongarije in de jaren zestig. Tal van vervreemdende elementen die Mészáros vooral vindt in de Japanse cultuur. Zo komt de film weg met haar donkere randje, haar surreële verhaallijn, haar sprankelende humor en onalledaagse personages. Alsof je als kijker zelf ook even betoverd raakt en heerlijk ondergedompeld wordt in de fantastische wereld die film te bieden heeft.
 

25 juni 2016

 

Ga snel naar onze Facebookpagina en maak kans op 2 vrijkaartjes!

 

MEER RECENSIES