Valerian and the City of a Thousand Planets

*****

recensie Valerian and the City of a Thousand Planets

Luc Besson herijkt de acid sciencefictionfilm

door Alfred Bos

Verbluffend ruimtesprookje van Luc Besson, die zich met verve revancheert voor het matte Lucy. Een psychedelische trip door een denkbeeldige wereld waarin de fantasie geen grenzen lijkt te kennen.

Als je zelf minzaam van aard bent en iedere dag opstaat in een paradijs van schoonheid en overvloed, zijn er altijd nog anderen die het voor jou verpesten. Het overkomt de Pearls, de superslanke en boomlange bewoners – denk aan albino Masaï of een gebleekte variant van smurfblauwe Na’vi uit Avatar – van de planeet Mül. Dat is één groot subtropisch strand bezaaid met spectaculair getekende reuzenschelpen. Tot de apocalyps letterlijk uit de hemel komt vallen: Mül is ‘zijdelingse schade’ in een galactisch conflict.

Valerian and the City of a Thousand Planets

Twintig jaar na The Fifth Element komt de Franse regisseur Luc Besson opnieuw met een knotsgek, fantasierijk en visueel overladen sciencefictionepos, ditmaal in 3D. Net als zijn vermakelijke The Extraordinary Adventures of Adèle Blanc-Sec (2010) is dat de live-action verfilming van een populair Frans stripboek. De stripheld Valerian kennen we in Nederland als Ravian, die vanaf eind jaren zestig met zijn co-piloot (en love interest) Laureline een reeks surrealistische ruimteavonturen heeft beleefd.

Valerian and the City of a Thousand Planets is gebaseerd op aflevering 7, De ambassadeur der schaduwen uit 1975, dat draait rond een exotisch beestje, de ‘brommpt’, een soort egel die via zijn maagdarmkanaal objecten kan vermenigvuldigen. Hij is inheems op Mül en de bron van de weelde van de Pearls. Ze voeren de brommpt een parel, die vervolgens honderden parels uitpoept. Dat doet-ie spinnend van genoegen. Tot een burenruzie uit de hand loopt. Weg planeet, weg brommpt. Of toch niet?

Consumentisme gehekeld
En dat zijn nog maar de eerste 25 minuten van de 137 die Valerian and the City of a Thousand Planets telt en qua verbeelding en ideeënrijkdom doen de 112 die nog volgen geen spat onder voor de fontein van originele vondsten uit de introductie. Die weer vooraf wordt gegaan door een pre-introductie, waarin Alpha, de stad van de duizend planeten uit de filmtitel, een interplanetaire kunstmaan blijkt waar Bob Marley en de Bee Gees in de digitale jukebox zitten.

Onder de klanken van David Bowie’s Space Oddity zien we de Amerikaanse Apollo 18 in 1975 koppelen aan de Russische Sojoez 19 en daaruit groeit in de loop van decennia en eeuwen een vrij zwevende ruimtestad waarin aliens uit alle hoeken van de kosmos vreedzaam samenleven. Er is een cameo voor Rutger Hauer als president van de World State Federation.

Valerian and the City of a Thousand Planets

Maar in de achtentwintigste eeuw is er onrust op de kolossale kunstmaan en die is gerelateerd aan het verdwijnen van planeet Mül, maar daar komen Valerian (Dane DeHaan, binnenkort ook als Gouden Eeuwse Amsterdammer te zien in Tulip Fever) en Laureline (het Britse fotomodel Cara Delevingne, voor Tulip Fever opnieuw gekoppeld aan DeHaan) pas gaandeweg achter. Eerst moeten ze met hun schip Astronef voor een geheime missie naar planeet Kyrian om een illegale transactie te saboteren.

Die actiescène grijpt Besson aan om het ongebreidelde consumentisme te hekelen, want Kyrian is een woestijnplaneet waar toeristen zich in virtual reality op een immense bazaar, de Big Market, te buiten gaan aan koopdrift. Om zijn Chinese co-producent niet voor het hoofd te stoten laat de regisseur de virtuele shopping mall (Ali Baba is de Chinese Amazon) managen door een Arabier. De technologie is verbazend: een apparaat waarmee je onzichtbaar in de virtuele werkelijkheid bent. De actie bloedstollend. En de ironie fijntjes.

Boordevol detail
En dan eindelijk, na een uur of daaromtrent, begint de plot zich uit te kristalliseren, maar dan hapt de kijker al een tijdje naar adem, overdonderd als hij is door deze roetsjbaan van ideeën en visuele panache. En het houdt niet op. In de stad van de duizend planeten moet opperbevelhebber Arun Filitt (Clive Owen) een terroristische aanslag onderzoeken, zadelt de defensieminister (Herbie Hancock) onze held en heldin wederom op met een speciale opdracht en speelt Rihanna, als de variété-artieste Bubble en lijfeigene van de gestoorde pooier Jolly (Ethan Hawke), een sleutelrol in de ontknoping. Voor de komische noot zorgt een alien ras van dommekrachten.

Valerian and the City of a Thousand Planets

Zoals de western zijn acid variant heeft, zo is Valerian and the City of a Thousand Planets acid sciencefiction, een psychedelische trip door de verbeeldingsrijke breinen van striptekenaar Jean-Claude Mézières, stripscenarist Pierre Christin en filmregisseur/scenarist Luc Besson. De film is eerder Barbarella dan Star Wars (dat de strip tot voorbeeld had), verwant aan de droomwerelden van Jodorowsky (The Holy Mountain), Enki Bilal (Immortel) en Moebius (De Incal). Mochten de personages van Valerian en Laureline schetsmatig overkomen – en dat doen ze, het zijn immers striphelden  – dan wordt dat bezwaar weggeblazen door de eindeloze reeks vondsten waarmee de op zich niet bijster originele intrige wordt verteld.

Zo telt de Big Market-episode meer ideeën dan de Wachowski-broers/zussen de afgelopen achttien jaar samen hebben gehad en is de visualisering van dit denkbeeldige universum overrompelend; hij slaat het in visueel opzicht toch echt niet kinderachtige Ghost in the Shell met straatlengtes. Het enige bezwaar wat je tegen dit ruimtesprookje zou kunnen inbrengen is dat de film dankzij de 3D-techniek en de computeranimaties zo boordevol details zit, dat je ogen te kort komt en na afloop uitgeput in de bioscoopstoel hangt. Intens voldaan, dat weer wel.
 

25 juli 2017

 
MEER RECENSIES

Aloys

***

recensie Aloys

Schetsen van eenzaamheid

door Ralph Evers

Aloys is de eerste lange film van regisseur Tobias Nölle. Een film met een eigen gezicht, vervreemdend door haar surrealisme en subtiel balancerend tussen humor en drama. Blijft de kijker echter gefascineerd?

Aloys Adorn heeft samen met zijn vader een privédetectivebureau. Hij brengt zijn tijd door van achter een camera, waar hij vreemdgaande partners filmt. Hij is een zonderling man, die zijn leventje perfect onder controle heeft. Dan overlijdt zijn vader en begint zijn wereld barsten te vertonen. Op een ochtend wordt hij wakker in een bus. Bijkomende van een kater ontdekt hij dat zijn filmcamera met een aantal belangrijke tapes voor een huidige zaak verdwenen zijn. Niet lang daarna wordt hij gebeld door een mysterieuze vrouw die zijn handel en wandel nauwlettend in de gaten heeft gehouden.

Aloys

De film wordt naar een meta-positie getrokken en we gaan samen met Aloys op het mysterie af. We krijgen aanvankelijk enkele hints en worden tevens misleid. De vrouw nodigt hem uit tot een Japanse uitvinding: telephone walking, ontwikkeld door een Japanse neurologe uit 1984 om eenzame mannen te helpen. Als je je hoofd dicht bij de muur houdt kun je horen waar de ander is. Fantasie en realiteit vervloeien door het harde beton in elkaar over. Een uitweg lijkt zich in Aloys’ lege en eenzame bestaan aan te bieden.

Verwarring alom
Vanaf het begin voelt Aloys al wat vreemd aan. De staalblauwe luchten, weidse perspectieven, de kille stedelijkheid en industriële elementen vervreemden het individu in de opslokkende omgeving. De kleurtinten zijn gedimd en de muziek neigt stemmig, maar versterkt het vervreemdende gevoel door de verstilde klanken een rust te geven.

Hoewel Aloys zijn zaakjes nog aardig op orde heeft, zal menig kijker even moeten zoeken naar houvast. Wanneer dit zich lijkt aan te dienen worden we opnieuw op het verkeerde been gezet door de mysterieuze beller. Hierin is de film weinig meedogend naar de kijker.

Aloys

De scènes tussen de fantasie en de realiteit wisselen elkaar in hoog tempo af. Dit levert soms prachtige beelden op, zoals de rookwolk in het bos, nadat Aloys in zijn bad een rotje heeft afgestoken. Die had hij van de eigenaar van het Chinese restaurant om de boze geesten te verdrijven. Ook de close-up van de vervaarlijk kijkende vogel is slim gevonden. Het dier kijkt ons indringend aan en met zijn neurotische trekje in de ogen is het een verwijzing naar de verwarring van Aloys.

Rivella
De slogan ‘een beetje vreemd, maar wel lekker’ gaat voor een lange tijd op voor Aloys. Echter, naarmate de tijd verstrijkt, bekruipt het gevoel van langgerektheid. De gekte, die aanvankelijk verfrissend werkt, krijgt te weinig richting om de film de volle lengte te kunnen blijven dragen. Daarbij is ook de humor van regisseur Tobias Nölle te subtiel om goed te vangen. Is het lot van Aloys nu om te lachen of om te huilen?

Na afloop krijg je het idee naar een schets gekeken te hebben, zoals je dat ook wel ziet bij schilders. Eerst een studie, dan het hoofdwerk. De thematiek en uitwerking zijn voldoende voor een onderhoudende film, maar de chemie, de afstemming met de kijker is nog te ongepolijst. Laten we hopen dat Nölle hier in de toekomst meer handigheid in krijgt.
 

15 april 2017

 
MEER RECENSIES

Assassin’s Creed

***

recensie Assassin’s Creed

The Da Vinci Code op LSD

door Alfred Bos

In deze gamesverfilming staan de Tempeliers tegenover de Assassins in het Spanje van 1492. Interessante regisseur, interessante rolbezetting (Michael Fassbender, Marion Cotillard, Jeremy Irons, Charlotte Rampling), interessante marketing. Interessante film?

De eeuwige strijd tussen goed en kwaad is het drijfgas achter menig mythisch verhaal, van Homerus’ Ilias tot Lord of the Rings. De eigentijdse variant van dat oerthema gaat vermomd als clash tussen ratio en emotie. In Assassin’s Creed, de verfilming van een populaire action adventure game, staan verstand en gevoel tegenover elkaar in de vorm van strikte regels en vrije wil. De Tempeliers streven met harde hand orde na, de Assassins zijn verdedigers van de vrije geest en anarchistische moordenaars. Ze staan elkaar naar het leven. Klinkt bekend?

Assassin’s Creed

Assassin’s Creed is een Europese productie met een blockbuster-budget die de competitie aangaat met de superhelden- en actiethriller-franchises waarmee Hollywood wereldwijd de schermen – maar niet altijd de zalen – van megaplexes vult. Het is tevens de eerste Nederlandse release voor de Australische regisseur Justin Kurzel, wiens adembenemende debuut Snowtown (naar het waar gebeurde verhaal van een groep zwakbegaafde seriemoordenaars) en zijn overtuigende Shakespeare-verfilming Macbeth hier niet te zien waren.

Genetische herinneringen
In die laatste film speelt Michael Fassbender de hoofdrol en als co-producent van Assassin’s Creed is het aan hem te danken dat Kurzel kon werken met een budget dat zo’n tien keer groter is dan dat van zijn eerste twee films bij elkaar. Daarvoor hoefde de regisseur ook aanzienlijk minder te doen, want deze gameverfilming bestaat voornamelijk uit computereffecten. Niet iets om je voor te schamen, want Duncan Jones (Moon, Source Code) ging hem het afgelopen jaar voor met de (geflopte) gamesverfilming Warcraft: The Beginning.

Verwacht geen zinnig verhaal. Of liever: verwacht helemaal geen verhaal. Assassin’s Creed is voornamelijk vormgeving en actie, plus een batterij computereffecten, waarin ook wat personages rondlopen. De effecten zijn van het schimmige soort en dat letterlijk, want Cal Lynch (Michael Fassbender) is een nazaat van de laat-Middeleeuwse Assassin Aguilar de Nerha en wordt via een monsterlijk cyberapparaat – de Animus is een virtuele tijdmachine met machine-brein interface, yuk – door wetenschapper Sofia Rikkin (Marillon Cotillard) naar het Andalusië van 1492 terug getoverd. Dat wil zeggen, in zijn hoofd. De Animus activeert zijn ‘genetische herinneringen’.

Machtswellustig superintellect
Op het filmdoek dringt de bloederige wereld van toen zich als een geest in de hightech wereld van nu. Het oogt nog meer ‘computer’ dan de in dat opzicht bepaald niet ingetogen Doctor Strange. Maar het is in dienst van het verhaal – voor zover aanwezig – want in de hightech wereld van nu staan de tegenstrevers van 1492 elkaar opnieuw, of nog steeds, naar het leven. Iets met een fascistoïde kabal en gezworen vijanden. Jeremy Irons haalt als Alan Rikkin, vader van Sofia, zijn stockpersonage van machtswellustig superintellect (zie High-Rise) van stal.

Assassin’s Creed

Dat ‘verhaal’ is een postmoderne cocktail van historische gegevens en popcultuur. De Tempeliers waren een kerkorde die als kruisridders vochten tegen de muzelmannen; de Hashashin (assassins) een geheim middeleeuws genootschap uit de bergen van Afghanistan dat sluipmoord als politiek wapen inzette en wel eens een stickie rookte. In werkelijkheid hebben ze elkaar nooit ontmoet: de Tempeliers eindigden begin veertiende eeuw op de brandstapel en niet, zoals in de film, de Assassins, vervolgd door de Tempeliers. In het echt verbrandde de Spaanse Inquisitie, in 1478 in het leven geroepen, geloofstwijfelaars en heidenen.

Appel van Eden
Het jaar van de virtuele handeling, 1492, is tevens het jaar waarin Christoph Columbus de nieuwe wereld ‘ontdekte’ en verroest, dat speelt ook een rol in deze doorgerookte cocktail van feit en kolder. En ergens in deze koortsdroom worden de befaamde woorden van Oppenheimer, de vader van de atoombom, geciteerd: ‘Ik ben de brenger van de dood, de vernietiger van werelden’. O ja, er is ook nog een ‘appel van Eden’, de macguffin van deze narcotische hutspot. Die heeft niets met de kennis van goed en kwaad te maken, maar wat dan wel? Iets met vrije wil wellicht.

Kruis Ridley Scotts Kingdom of Heaven met George Millers Mad Max, voeg er een moot The Matrix aan toe, goed schudden met drie delen CGI en besprenkelen met snippers Wikipedia en presto, The Da Vinci Code on acid, alias Assassin’s Creed. Van Shakespeare naar games, voor Justin Kurzel moet het een surrealistische ervaring zijn geweest. Dat is het ook voor de kijker. Game over.
 

3 januari 2017

 
MEER RECENSIES

Poesía sin fin

****

recensie Poesía sin fin

Autobiografie zonder einde

door Bob van der Sterre

Alejandro Jodorowsky, de meester van het surrealisme in de strip, maker van een paar filmklassiekers, is begonnen met het verfilmen van zijn eigen levensverhaal. Natuurlijk wel op zijn Jodorowsky’s: bizar en compromisloos.

Fando and Lis, El Topo en The Holy Mountain. Deze drie klassieke Jodorowsky’s uit de jaren zeventig leveren doorgaans maar twee soorten reacties op: dat het briljant is of het is het allerergste wat je ooit in cinema hebt moeten doorstaan. Welke andere regisseur moest tijdens een première (Fando and Lis 1968 in Mexico) na een rel uit de zaal sluipen om vervolgens bekogeld te worden met stenen?

Poesía sin fin

Hoe bizar ook, Jodorowsky’s invloed in cinema kan niet worden onderschat. Hij vormt een uniek hoekje. Zoals in het eerder op IDB gepubliceerde essay van Alfred Bos staat te lezen: ‘De Chileense filmmaker, die wordt gezien als belangrijke inspirator van Dennis Hopper, David Lynch en Nicolas Winding Refn, leverde het scenario voor de fameuze Incal-strip van Moebius/Jean Giraud, die werd gepubliceerd in de jaren tachtig.’

Dat maakt het interessant om te zien waar het allemaal vandaan kwam, in een door hemzelf gekleurde autobiografische geschiedenis. Zijn leven is een reclamespot voor een brede creatieve ontwikkeling. Het tegenovergestelde van wat de maatschappij nu van mensen eist. Alle kunstvormen kwamen juist bij hem uit. Inspiratie uitte hij in poëzie, circusoptredens, stripverhalen, theater en dus film.

Opera zingende moeder
Aangezien dit deel 2 is van een vijfdelige (!) autobiografie gaan we verder waar La danza de la realidad drie jaar geleden eindigde. Kleine Alejandro wordt grote Alejandro. We zien de metamorfose (geestig stukje) hoe de stad met grote prenten verandert in hoe het er vroeger uitzag. Het strikte regime thuis zint Alejandro niet en hij ontsnapt uit het benauwende wereldje.

In een kunstenaarscollectief voelt hij zich eindelijk thuis. Ontmoet symbiotische dansers, ‘polypainters’ en een ‘ultrapianist’ (bespeelt piano met een hamer). Hij is zelf een dichter en moet een muze zoeken. In café Iris vindt hij er een.

En dan begint zijn dichtersbestaan. Hij behoort tot de dichters die woorden vooral thuis laten en hun handelingen als poëzie zien. Een periode toen het werpen van rotte eieren ook iets poëtisch betekende. Of het lopen van een rechte lijn vanuit je eigen huiskamer.

Poesía sin fin

Het begin heeft een hoog tempo, loopt lekker, ook al zie je meteen dat het acteerwerk slordig is. Maar dat hoort ook bij Jodorowsky’s stijl, die is losjes en lichtvoetig. Zo komt de zoon na een nacht slapen als man uit de slaapkamer, hoewel de anderen niet ouder zijn geworden. Stripachtige overdrijving combineert vrolijk met de mogelijkheden van filmsets.

Bundeling van losse scènes
Het tweede gedeelte van de film is minder sterk. De dichters met hun ondichtende dichtwerk zijn een bundeling van wat losse scènes waarvan de ene wel werkt en de andere niet. Met de typische Jodorowsky-compromisloosheid om een scène te maken waarin een vrouwelijke dwerg (die flink menstrueert) seks heeft met de hoofdpersoon.

Het is sowieso opvallend hoe dik de vrouwenpersonages zijn aangezet. De muze is opzettelijk opgeblazen tot een mollige dame die alle clichés van eigenzinnige vrouw vertegenwoordigt. De moeder is immer bezorgd en communiceert in aria’s. Er moet een verklaring zijn in hoe Jodorowsky zijn beleving van toen schetst. Die overdrijving is dan juist een compliment.

Hier en daar vind je wat geniale momenten, zoals de dichter die een deur opent, daar wit gepoederde mensen laat zien, op de achtergrond een schilderij waar een tank op staat, een radio die babbelt over bommenwerpers, waarna de dichter kalm zegt: ‘Mijn ouders, ze raken niet uitgepraat over de oorlog.’

En de film heeft prima, passend camerawerk van Christopher Doyle, die met films als 2046 en Underwater Love wel het juiste op zijn cv heeft staan om de film Jodorowsky-proof te maken. Helemaal bij de tijd is hoe Kickstarter en Indiegogo hebben geholpen om de film te financieren.

Poesía sin fin

Wat de film helaas erg mist is een spanningsboog. Je zit vooral naar uitzinnige mensen te kijken zonder dat het ergens heen gaat. Wat je ook echt mist zijn een paar kalme, verbindende scènes. Mensen die gewoon een beetje eten en kletsen. Zulke breaks hadden de film toegankelijker en meer volwassen kunnen maken, hadden de karakters meer mens kunnen laten zijn.

Vol Jodorowsky’s
Poesía sin fin (Endless Poetry) is een beetje Being Alejandro Jodorowsky. De film zit bijvoorbeeld vol Jodorowsky’s. Alejandro zelf, Adan (ene zoon) en Brontis (andere zoon). Adan speelt de rol van Alejandro (en deed de muziek). Brontis speelt Alejandro’s vader, met wie Alejandro in onmin leeft.

Het wordt wel een beetje Jodorowsky-inception als Alejandro zijn eigen zoon poedelnaakt zichzelf laat spelen met z’n minnares van toen. Het zou niemand moeten verbazen als hij zijn zoon zelfs in een latere episode zichzelf laat verwekken. Als je principieel niets vreemd vindt, wat is er dan nog raar?
 

30 december 2016

 
MEER RECENSIES

Wailing, The

****

recensie The Wailing

Sul buiten zijn comfortzone

door Alfred Bos

Alles is net even anders in deze Zuid-Koreaanse genrefilm die speelt met conventies en verwachtingen. Zijn het giftige paddenstoelen die van de dorpsbewoners moordende woestelingen maken of waart er een geest rond?

Horror is een kwestie van doseren. In The Wailing speelt de Zuid-Koreaanse regisseur Hong-jin Na een spel met genreconventies en de kijker. Zijn film opent als een thriller, lijkt zich te ontwikkelen tot horror en ontplooit zich uiteindelijk als fantasy van het donkere soort. Voor de consument van popcorn-blockbusters is het wellicht een tikje te grillig, maar de meer avontuurlijk ingestelde kijker – en de horrorfijnproever, uiteraard – wordt met verve bespeeld, 157 minuten lang. En dat is lang.

The Wailing

In een dorpje op het platteland van Zuid-Korea wordt een politieman (Do Wo Kwak, in Zuid-Korea voornamelijk bekend van bijrollen, in Nederland te zien geweest in The Berlin File uit 2013) ’s ochtends wakker gebeld. Hij moet direct langskomen, er is een lijk gevonden. Half wakker draaft hij de deur uit, pas na aandringen van zijn vrouw schrokt hij een ontbijt naar binnen. We leren Jong-Goo, zo heet hij, kennen als volgzaam en aards. Een sul buiten zijn comfortzone.

Zijn collega Il-Gwang (Jeong-min Hwang, de meer bekende acteur in Zuid-Korea, vorig jaar op het Imagine Festival te zien geweest als hoofdrolspeler van de actiekomedie Beterang) is al op de plaats delict aanwezig. Op de veranda van een schamele woning hangt een nauwelijks als mens herkenbare man in zwijm. Rond hem scharrelen agenten in de stromende regen door de modder. Binnen ligt het gruwelijk toegetakelde lijk van zijn vrouw.

Hitchcock-adept
The Wailing (Het Geklaag) is de vertaling van Goksung, de naam van het dorp en tevens de Koreaanse titel. Het is de derde film van regisseur Hong-jin Na, ook verantwoordelijk voor het draaiboek. Die dubbelrol vervulde hij bij zijn eerdere films, de actiethrillers Chaser (Chugyeogja, 2008) en The Yellow Sea (Hwanghae, 2010), die beide de twee uur speelduur ruim overschrijden. Dat doet ook The Wailing, de officiële Zuid-Koreaanse inzending voor het Film Festival in Cannes. Op verschillende fantasy festivals won de film al de publieksprijs.

Daar kan deze nuchtere, niet bijzonder van horror gecharmeerde kijker goed inkomen, want Hong-jin Na zet conventies naar zijn hand. Niet alleen laat hij de hoofdrol vervullen door een bijrolacteur – en diens collega spelen door een steracteur – hij geeft hints en aanwijzingen als een volleerde Hitcock-adept en bespeelt zijn publiek als een marionettist. Dat wordt met zwier door een reeks emoties gejonast, van nieuwsgierigheid via beklemming naar totale verbijstering.

The Wailing

Botsing van ratio en magisch denken
Het motto van de film is ontleend aan een tekst uit het Nieuwe Testament, het evangelie van Lucas. Geloof en bijgeloof spelen de hoofdrollen in The Wailing. In de geciteerde Bijbeltekst presenteert Jezus zich als geest; de film toont het ultieme kwaad, de duivel, in mensengedaante. Het verhaal is een botsing van ratio en magisch denken, van goed en kwaad. De moordende echtgenoot heeft verkeerde paddestoelen gegeten, oppert protagonist Jong-Goo. Welnee, het is die rare Japanner die onlangs in het dorp is komen wonen, meent zijn collega Il-Gwang.

Wanneer de moordpartij uit de openingsscène geen incident blijkt en er meer slachtoffers vallen, waaronder Jong-Goo’s allerschattigste dochtertje, worden er een priester en een sjamaan bijgeroepen. Maar The Wailing is zombiefilm noch The Omen op zijn orientaals, en ook geen rampenfilm à la Outbreak of een dorp-keert-zich-tegen-buitenstaander verhaal op zijn Salems.

In deze bovennatuurlijke thriller betoont de regisseur zich een Aziatische tegenhanger van Guillermo del Toro. The Wailing is sterk van suggestie en neemt ruim de tijd om de kijker te kapselen in een sfeer van groeiende verontrusting. Ook sterk: de regisseur weigert om alles klip en klaar te maken. In de voor de hand liggende Hollywood-makeover zal het inktzwarte – of in dit geval bloedrode – slot ongetwijfeld een paar tandjes worden opgeleukt. En alles worden uitgelegd. Want buiten de comfortzone zijn geest en vlees niet van elkaar te onderscheiden.
 

2 oktober 2016

 
MEER RECENSIES

Liza, the Fox-Fairy

****

recensie Liza, the Fox-Fairy

Dodelijk sprookje

door Ralph Evers

Liza, the Fox-Fairy is de eerste lange film van Károly Ujj Mészáros. Een sprankelende mix van humor, romantiek, folklore en dodelijke danspasjes. Een sprookje met een donker randje.

Het zomerseizoen staat vaak garant voor blockbusters. Om de bioscoopganger met het heerlijke weer, de koude witbiertjes, de goede Chablis, de zomerse jurkjes en die ontspannen reis in het verschiet toch nog naar de bioscoop te lokken bedenkt men films als Star Trek: Finalest Contact, Spiderman vs Garfield en Godzilla’s Grandpa. Films die het equivalent zijn van derdegraads brandwonden. Gelukkig zijn er alternatieven. Liza the Fox-Fairy is daar één van.

Liza, the Fox-Fairy

Liza werkt als verpleegkundige en verzorgt de oude weduwe die een passie voor Japan heeft. Liza is een arme vrouw, die een sober bestaan leidt. Haar vurigste wens is om op haar dertigste de ware te vinden. Ze heeft zich echter te houden aan het strakke juk van de weduwe. Haar enige andere contact is dat met de geest van een Japanse popzanger, Tomi Tani. Liza heeft de gave met deze Tomi te kunnen communiceren. Hij helpt haar zich minder eenzaam te voelen, maar haar verlangen naar een partner blijft. Wanneer ze dertig wordt krijgt ze een paar uur vrij van haar werkgeefster. In de hoop haar ware te vinden gaat ze naar het gehypete burgerrestaurant (Mekk-burger) in de buurt. Ondertussen blijken de onschuldige liedjes van de Tomi een levensgevaarlijke uitwerking te hebben op een ieder die Liza wel ziet zitten als partner.

Jeunet en Kaurismäki
Na een reeks verdachte sterfgevallen in Liza’s omgeving wordt de zonderlinge detective Zoltán op de zaak gezet. Evenals de slachtoffers verblijft Zoltán langere tijd in de buurt van Liza. Met gevaar voor eigen leven, verslaafd aan Finse rock-’n-roll en onverstoorbaar in zijn onderzoek trotseert hij aanslag na aanslag.

Een goed uitgewerkt gegeven in dit verder romantische sprookje is de typering van de verschillende personages. Met slechts enkele penseelstreken en spitsvondige details weet Mészáros zijn karakters te passen binnen het kader van zijn gestileerde sprookje. Hij werkt veel met contrasten, zoals dood en romantiek. Overdreven karikaturen van maatschappelijke misfits en ernst tegenover running gags. Anachronisme in zowel de Japanse folklore, die zich in vroegere tijden gesitueerd weet, tegenover een Hongarije dat nog het meest op het Amerika van de jaren zestig en zeventig lijkt. De romantische insteek van deze film zal veel mensen doen denken aan Amélie van Jeunet.

Liza, the Fox-Fairy

Het kleurenpalet verdient ook vermelding. Die stilering doet denken aan het werk van eerder genoemde Jeunet, Wes Anderson en Kaurismäki. De verwijzing naar de Fin is prominenter aangezien in de muziekkeuze van de detective, de rock-’n-roll van Marko Haavisto, een directe verwijzing naar de The Man Without a Past van Kaurismäki uitgaat. De contrasten geven de film extra cachet en houden hem mysterieus en geven een licht surreële feel. Daarin valt de donkerte en onvoorspelbaarheid van Buñuel en Lynch te herkennen.

Japan
Opvallend is de prominente aanwezigheid van Japanse folklore. Dit staat haaks op het Hongaarse theaterstuk waar Liza Rókatünder op gebaseerd is. De aanwezigheid ervan kan verklaard worden uit de liefde voor Japanse cultuur van regisseur Mészáros. Door de absurde toon die de film aan het begin zet, met de dansende Tomi, Liza als wereldvreemd meisje dat kan communiceren met geesten en een eerder kapitalistisch, dan communistisch Hongarije in de jaren zestig. Tal van vervreemdende elementen die Mészáros vooral vindt in de Japanse cultuur. Zo komt de film weg met haar donkere randje, haar surreële verhaallijn, haar sprankelende humor en onalledaagse personages. Alsof je als kijker zelf ook even betoverd raakt en heerlijk ondergedompeld wordt in de fantastische wereld die film te bieden heeft.
 

25 juni 2016

 

Ga snel naar onze Facebookpagina en maak kans op 2 vrijkaartjes!

 

MEER RECENSIES

Wakhan Front, The

***

recensie  The Wakhan Front

Collectieve wanhoop

door Damian Uphoff

Een verfrissende oorlogsfilm – ja, het is dus echt mogelijk. Oeverloos macho gebral, pathetische heroïek, lomp geknal; niks van dat in The Wakhan Front. Regisseur Clément Cogitore wendt zich tot een originelere aanpak. Alleen dat verdient al lof. 

Gestationeerd in de spuuglelijke contreien van Wakhan (Afghanistan), heeft een unit Franse soldaten nog wat losse eindjes aan elkaar te knopen. Alvorens hun biezen te pakken hebben ze nog één opdracht: het bewaken van de afgelegen vallei in Wakhan. Aangezien het een kalme regio betreft lijkt dit geen moeilijke taak, maar ze ondervinden al vlug dat het geen sinecure blijkt. Op curieuze wijze verdwijnen er soldaten, zonder ook maar iets van een spoor achter te laten. Alsof de aarde ze heeft opgeslokt. De pragmatisch ingestelde sergeant Bonassieu probeert de boel in toom te houden, maar tevergeefs. De wanhoop doet intrede.

Recensie The Wakhan Front

Frisse draai
The Wakhan Front heeft een opmerkelijk concept voor een oorlogsfilm. Het is er eentje die je evengoed in een horrorfilm zou kunnen aantreffen, alleen is The Wakhan Front dat allesbehalve. Een dappere poging van de debuterende regisseur Clément Cogitore, slechts bekend van kortfilms als Parmi nous en Un Archipel.

De uitwerking laat het veelbelovende uitgangspunt niet in de steek. The Wakhan Front richt zich voornamelijk op sfeer, iets wat weinig oorlogsfilms doen. Duistere soundscapes zetten een nijpende sfeer neer. Dat lukt niet altijd, want op audiovisueel vlak blijft de film net te terughoudend om echt beklemmend te zijn. De cinematografie beperkt zich vooral tot het droog vastleggen van het verdorde Afghaanse landschap, al zorgen de beelden door de nachtkijkers voor variatie. Het hoogtepunt is een wat dynamischere scène, waarin een soldaat kwade geesten tracht te verdrijven met een soort dans.

Afzwakkend mysterie
De mysterieuze verdwijningen eisen op een gegeven moment hun tol op de psychische gesteldheid van de soldaten. De lokale bevolking weet blijkbaar van niks, en ook de Taliban heeft geen enkele notie. Sterker nog, zij hebben met hetzelfde probleem te kampen. De concrete oorzaak van de verdwijningen krijg je als kijker nergens. Er worden slechts enkele oorzaken gesuggereerd. Daar is ansich weinig mis mee, alleen is het ‘probleem’ dat het mysterie gaandeweg aan kracht inboet. Eens het einde nadert begint het plot chaotische vormen aan te nemen. Alsof de regisseur zich na driekwart van de film geen raad meer wist, en het zaakje maar wat afraffelde.

Recensie The Wakhan Front

Het acteerwerk is erg dubbel. De Franse soldaten zetten hun rollen geloofwaardig neer, met Jérémie Renier als speerpunt. Dat geldt niet voor de Taliban-strijders. Geleid door een snuiter die nog het meest weg heeft van een dubieuze kruising tussen Gimli uit The Lord of the Rings en Jack Sparrow, komen ze een beetje lachwekkend over. Ook de wijze waarop de twee partijen uiteindelijk met elkaar in verzoening raken is allesbehalve geloofwaardig. Ze zitten nog net niet met elkaar aan de thee.

The Wakhan Front is zeker geen slechte film. Hij is er eentje die afwijkt van de geijkte genreconventies, en tot op zekere hoogte intrigeert. Maar ergens wringt het dat de potentie die hier in zit er slechts met mondjesmaat uitkomt.

 

27 januari 2015

 

MEER RECENSIES

Star Wars: The Force Awakens

****

recensie  Star Wars: The Force Awakens

De kracht komt tot leven in de details

door George Vermij

Het kind is de vader van de man en dat geldt natuurlijk ook voor filmliefhebbers. De films die je in je jeugd hebt gezien zijn cruciaal voor hoe je cinema verder zal ervaren. Star Wars is in dat opzicht een geval apart door zijn ongekende succes en zijn grote invloed op sci-fi en popcultuur. De vraag is natuurlijk hoe het begin van een nieuwe serie zich verhoudt tot de magie van vroeger. 

The Force Awakens is gelukkig geen Phantom Menace geworden en de franchise lijkt nu definitief te zijn ontworsteld uit de creatieve klauwen van George Lucas. Voor de echte fans pleegde Lucas al verschillende malen heiligschennis dus het was tijd voor een nieuwe ‘oude’ aanpak. Voor The Force Awakens lag die in handen van J.J. Abrams, maar ook de scriptschrijver van de oude reeks, Lawrence Kasdan. Het zal daarom geen verrassing zijn dat de nieuwe film met gepaste eerbied verwijst naar de sci-fi mystiek van de oudste trilogie waarvan A New Hope in 1977 het eerste deel was.

Recensie Star Wars: The Force Awakens

Oude en nieuwe gezichten
Het begint natuurlijk gelijk al goed met de iconische titel-crawl en de onnavolgbare muziek van John Williams. Op een woestijnplaneet die lijkt op Tatooine uit A New Hope, maar Jakku heet, zoekt X-wingpiloot Poe Dameron (Oscar Isaac) naar Luke Skywalker. Hij is verdwenen en nieuwe duistere krachten die zich The First Order noemen hebben het ook gemunt op deze legendarische Jedi-meester.

Het verhaal combineert veel bekende en geliefde oude gezichten met nieuwe personages. Het is een slimme en doordachte zet die een brug slaat tussen de oudere delen, maar ook tussen verschillende generaties fans.

Combinatie van kwetsbaarheid en daadkracht
Van die nieuwe koppen heeft Rey (Daisy Ridley) de belangrijkste rol. Zij doet denken aan de simpele Skywalker die in A New Hope geconfronteerd werd met zijn belangrijke taak, maar ook met onzekerheid en twijfel. Ridley is daarbij perfect gecast en hanteert een combinatie van kwetsbaarheid en daadkracht die haar tot een boeiende heldin maken.

Een ander interessant personage is Finn die een verrassende kant van de altijd anonieme Stormtroopers laat zien. John Boyega zet Finn sympathiek en komisch neer als een weifelende sidekick van Rey.

De film komt pas echt tot leven in de details. Rey woont in het karkas van een oude AT-AT in een woestijn die bezaaid is met de wrakstukken van oude voertuigen die iedere fan zich wel kan herinneren. De Millenium Falcon is nog steeds het snelste stuk schroot in de ruimte en wordt op grappige wijze in het verhaal geïntroduceerd.

Star Wars: The Force Awakens

Blockbuster-cinema
En dan is er nog de duistere kant die wordt belichaamd door Kylo Ren in zijn zwarte kostuum inclusief Darth Vader-achtige masker. Adam Driver weet deze complexe figuur goed neer te zetten alhoewel deze criticus moet bekennen dat hij hem soms moeilijk los kan zien van zijn komische rol in de serie Girls als de door seks geobsedeerde Adam.

Naast deze nieuwe helden die het Star Wars universum weer wat vers bloed geeft zijn Han Solo, prinses Leia en Chewbacca weer van de partij. Het is alsof ze nooit weg zijn geweest en Abrams verbindt zo nostalgie weer met een nieuwe verhaallijn waar iedereen nu nieuwsgierig naar is.

Zover is het dus missie geslaagd. Behalve dan als je niet gecharmeerd bent van de grote en fantasierijke blockbuster-cinema. In dat geval was je waarschijnlijk al in 1977 afgehaakt. Toch moet zelfs de echte cynicus bekennen dan het allemaal met liefde en respect voor het Star Wars-universum is gemaakt. In zijn genre heeft Abrams een waardig vervolg afgeleverd. Een hele prestatie na de dompers van Lucas en een bewijs dat dure megaproducties ook gewoon je hart sneller kunnen doen kloppen.

 

16 december 2015

 

MEER RECENSIES

Tout nouveau testament, Le

***

recensie  Le tout nouveau testament

Ontsporend meesterwerkje

door Bob van der Sterre

God leeft. Hij woont ergens in een buitenwijk van Brussel, met zijn nietszeggende vrouw met een passie voor borduren en honkbalplaatjes en zijn dochtertje, Ea. Achter een computertje in een kamer vol dossierlades heeft hij de wereld verzonnen.

God is een hufter, een schoft, en bedenkt dus een sadistische maatschappij. Het duurde even voor hij zijn ideale slachtoffer vond nadat pogingen met giraffes op niets uitliepen. De mens is ideaal voor zijn echte passie: het verzinnen van een lijst met sadistische tegenslagen (‘een boterham met jam zal altijd ondersteboven op de grond vallen’, ‘als je net in bad gaat, klinkt de telefoon’). Hij grinnikt achter zijn pc’tje en tikt lekker verder.

Le tout nouveau testament

IJzersterk
Ea leeft in dat huis. Niets leuks aan. Ze wordt opstandiger en God weet niet anders dan haar ervan langs te geven met de riem. Ze wil ontsnappen, apostelen zoeken, het lijden van mensen verzachten. Na een overleg met haar broer, Jezus Christus, die als een beeldje op de kast staat, weet ze hoe ze ervandoor kan gaan. God moet ook want ze heeft zijn pc geblokkeerd.

Een schitterende premisse – en ook schitterend uitgevoerd. Virtuoos, vermakelijk, satirisch en erg speels. Sterk herinnerend aan Jean-Pierre Jeunets Amélie maar wat geeft het? Het eerste deel van de film is ijzersterk.

Maar dan komt het vervolg en het schema van het meesterwerk moeten we al snel verlaten. Ea gaat apostelen bezoeken. Een leuk gegeven, maar het meeste materiaal over hun levens is niet zo heel interessant. Soms zelfs dwaas (Catherine Deneuves passage wint de cultprijs). Ja, er zijn nog wel wat vermakelijke grapjes (de citerende zwerver, de passage met God en de dominee) maar ze werken steeds minder goed.

Doordraven
Wat je steeds meer mist naarmate de film vordert, is een gewone scène. Alles is olijke montage in Le tout nouveau testament. De film draaft erin door en wordt meer en meer style over substance. De originaliteit van het verhaal, de motor van ieder meesterwerk, begint te pruttelen. Tegen het einde rijdt de auto alleen nog maar op gebakken lucht.

Le tout nouveau testament

Een ander probleem is een kind als hoofdpersoon. Goed acteren is altijd lastig voor kinderen en geen enkele andere rol komt boven de karikatuur uit. Een kinderfilm is het toch ook niet. De film speelt ongegeneerd met taboes.

Denkend aan soortgelijke originele verhalen (Being John Malkovich, Amélie, The Grand Budapest Hotel) dan valt elke keer op dat de humor subtieler wordt met het vorderen van de film. Hier gaan we de andere kant op.

Het is een bewijs voor de theorie dat je goede verhalen ‘achteruit’ moet schrijven, met een origineel plot in je achterhoofd, en niet ‘vooruit’, vanuit een startpositie. Goede films zijn nu eenmaal kop en staart.

Wat nu overheerst na het kijken van de film van Jaco van Dormael (bekend van Toto le Héros, Le Huitième Jour en Mr. Nobody) is een gevoel van vermaakt te zijn en een gevoel van spijt dat het niet meer was dan dit.

 

2 november 2015

 

MEER RECENSIES

One I Love, The

****

recensie  The One I Love

Je betere en slechtere wederhelft

door Suzan Groothuis

Debuut van de zoon van Malcolm McDowell waarin een relatiecrisis de spil vormt en leidt tot een surrealistische sci-fi comedy met een donker randje.

Het stel Ethan en Sophie verkeert in crisis. Hoe ze verliefd werden weten ze nog heel goed, maar de glans is van hun relatie af. Ofwel in Sophies woorden: “Happiness is something we have to re-create.” Maar zelfs het recreëren van mooie momenten geeft hun relatie niet de boost die zij nodig heeft.

Hun therapeut (een korte rol van Ted Danson) ziet maar één uitweg en dat is een weekend weg naar een idyllisch gelegen vakantiehuis. Een uitstapje dat hij eerder aangeraden heeft en vele stelletjes gered heeft van hun relatieproblemen.

Recensie The One I Love

Creatieve relatietherapie
Wanneer Ethan en Sophie er aankomen,  lijkt het verblijf te mooi om waar te zijn. Check die prachtige tuin en hip ingerichte woning met platenspeler! Tot hun verbazing is er ook nog een gastenverblijf, waar hun uitgedoofde romances weer opbloeien. Maar dan doen Ethan en Sophie een schokkende ontdekking, die hun romantisch bedoelde uitje op zijn kop zet.

The One I Love houdt midden tussen komedie, sciencefiction en thriller. De film bevat wat twists die je niet ziet aankomen. Debuterend regisseur Charlie McDowell (jawel, de zoon van!) en scenarioschrijver Justin Lader springen creatief om met de thematiek van een uitgebluste relatie. Wat als je partner twintig procent perfecter was? Zou dat dan tot een betere relatie leiden? Of zijn imperfecties nodig om een relatie spannend en gezond te houden?

Tijdens hun weekend weg worstelen Ethan en Sophie met het vraagstuk hoe ze hun relatie nieuw leven kunnen inblazen. Een fles wijn en wiet bieden tijdelijk uitkomst, maar wat echt pijn doet houden ze voor elkaar verborgen. Hoofdrolspelers Mark Duplass (tevens producent van de film en eerder te zien in de sci-fi comedy Safety Not Guaranteed) en Elisabeth Moss (Peggy uit de serie Mad Men), buiten de therapeut de enige twee karakters in de film, zijn goed op elkaar ingespeeld en geven hun moeizame relatie op natuurlijke wijze vorm: enerzijds zijn er de mooie herinneringen, liefde en humor, anderzijds de pijnpunten zoals vreemdgaan en niet voldoen aan elkaars verwachtingen.

Recensie The One I Love

Sci-Fi Virginia
Een “weird version of Who’s Afraid of Virginia Woolf?” noemt Ethan de vreemde situatie die zijn intrede doet tijdens hun weekendje weg. Een rake omschrijving van The One I Love, waarin herinneringen, fantasie en realiteit het beeld bepalen dat de een van de ander heeft. Gooi daar een sci-fi sausje overheen met een donker randje en je hebt een origineel, verfrissend debuut dat doet denken aan het werk van Charlie Kaufman (Adaptation., Being John Malkovich) en Michel Gondry (Eternal Sunshine of the Spotless Mind). Met de finale zal je wellicht met een andere blik naar je partner kijken. Want, zeg eens eerlijk, hoe goed ken je elkaar nou eigenlijk?

 

5 juli 2015

 

MEER RECENSIES