Peacock

****
recensie Peacock
Absurdistische zelfontdekkingstocht

door Zoë van Leeuwen

Elke dag de rol van je leven spelen, lijkt de perfecte baan. Dagelijks iemand anders zijn, nieuwe outfits en uitnodigingen voor de duurste feestjes op de prachtigste locaties. Het klinkt fantastisch, maar regisseur Bernhard Wenger laat in zijn satirische speelfilmdebuut Peacock zien dat je jezelf kunt verliezen als je constant iemand anders speelt.

Een beste vriend voor een dag, een betrokken partner of zelfs iemands succesvolle zoon. Matthias (Albrecht Schuch) leidt elke dag een ander leven als ‘huurvriend’. Hij doet er alles aan om het zijn klanten naar de zin te maken en vraagt ze alleen om een hoge beoordeling op de website van het bedrijf. Al blijkt dit bijzondere leven minder goed uit te pakken dan gehoopt.

Peacock

De film van de Oostenrijkse filmmaker Bernhard Wenger ging afgelopen jaar in première op het filmfestival in Venetië. Peacock viel op verschillende festivals in de prijzen en ging er onder andere op het Filmfestival van Stockholm met de prijs voor Beste Regiedebuut vandoor. Na enkele absurdistische korte films kiest hij ook in zijn speelfilmdebuut voor satirisch commentaar op zelfontdekking.

Uitstraling is alles
De titel Peacock (Pfau – bin ich echt? in het Duits) suggereert al veel over de inhoud van de film, want Matthias is zo geconsumeerd door zijn baan dat hij nauwelijks meer weet wie hij is. Zelfs in zijn dagelijks leven kan Matthias het niet helpen om zich aan te passen aan wat er om hem heen wordt gezegd. Hij koopt kunst omdat het populair en duur is en omdat het hem er goed uit laat zien. Als zijn vriendin Sophia (Julia Franz Richter) hem smeekt om emotie te tonen en een keer echt ruzie met hem te maken wanneer ze uit wanhoop een hele grote hond mee naar huis neemt om hem boos te maken, kan hij dat gewoon niet. Zelfs als ze het met hem uitmaakt, heeft Matthias oogdruppels nodig om zichzelf te laten huilen als poging om haar terug te winnen.

Na de break-up duikt hij met zijn hoofd in zijn werk en doet keer op keer een poging zichzelf te ‘repareren’, al kopieert hij hier ook maar mensen om zich heen. Hij adopteert een hond, gaat op yogaretraite en belandt in een onenightstand met Inna (Theresa Frostad Eggesbø), een kennis uit Noorwegen die hij steeds weer ergens lijkt tegen te komen. Toch blijkt niets te helpen. De hond past helemaal niet bij hem, hij is te nuchter voor een spirituele reis en te romantisch om zijn avond met Inna te laten bij wat het was.

Albrecht Schuch is het meest bekend door zijn rol in Oscar-winnaar Im Westen nichts Neues, waarvoor hij een BAFTA won. Toch lijkt de komische rol van ietwat eigenaardige perfectionist Matthias voor hem gemaakt te zijn, waarin hij vooral met gezichtsuitdrukkingen en lichaamstaal steeds weer schakelt tussen zijn vele uitgedachte personages en zijn chaotische leven dat uit elkaar dreigt te vallen.

Held
Op werk gaat het allemaal niet veel beter. De man van een van zijn cliënten stalkt Matthias om meer te weten te komen. Dit maakt hem paranoïde en hij verdenkt de man er zelfs van zijn hond te hebben gedood. Ook komt er een grote klus aan, waarbij hij de zoon van een rijke man moet spelen op een extravagant dinerfeest.

Het script van Wenger doet denken aan filmmakers als Ruben Östlund en Yorgos Lanthimos, met goed getimede komedie die meestal gebaseerd is op visuele grappen en pure absurditeit. Dat is ook waar de film het meest schittert. Wanneer Matthias een wanhopige poging doet om Sophia terug te winnen, gebruikt hij al zijn kennis om een overval op straat na te spelen, waarbij hij de held uithangt en een ouder echtpaar redt van de ‘boeven’. Sophia doorziet zijn trucje en zegt hem dat hij ‘alsjeblieft hulp moet zoeken’.

Peacock

Afbrokkelende façade
De wereld waarin Matthias leeft voelt als een extreme versie van onze wereld. De film is satirisch over valse menselijke connecties en de noodzaak om er altijd op je best uit te zien voor de buitenwereld. Het plot is op punten wat rommelig, waardoor de film soms meer als een karakterstudie aanvoelt. We zien veel van Matthias z’n afspraakjes, maar daardoor kan het soms even duren voordat je als kijker doorhebt welke personages nu echt belangrijk zijn.

Matthias raakt aan het einde van de film verder in een existentiële crisis. Zijn verzorgde façade begint af te brokkelen. Hij zweet door zijn overhemd tijdens een belangrijke werkklus, huilt tijdens een dansshow en krijgt voor het eerst een negatieve recensie. De film komt tot een absurd explosief einde wanneer het chique diner van de rijke man niet volgens plan verloopt en Matthias er uiteindelijk voor kiest om los te laten.

 

2 juli 2025

 

ALLE RECENSIES

High and Low (4K re-release)

*****
recensie High and Low (4K re-release)
Je geld of een leven

door Jochum de Graaf

De klassieker High and Low (1963) van Akira Kurosawa is terug op het grote scherm in een 4K-restauratie. In de aanloop naar Spike Lee’s remake Highest 2 Lowest – die in augustus in de VS in première gaat – herontdekken we het origineel, dat destijds door The New York Times werd geprezen als “een van de beste detective-thrillers ooit verfilmd”. Uit Japan nog wel.

High and Low begint high, in de rijke bovenwereld van Yokohama. In zijn villa op een heuvel hoog boven de stad windt Kingo Gondô (glansrol van Kurosawa’s favoriete acteur Toshirô Mifune) zich op over de plannen van zijn mededirecteuren van National Shoes om met kwalitatief minder materiaal de winstmarges te vergroten. Hij is sterk voorstander van het verdergaan met de degelijke kwaliteit waar het bedrijf zijn goede naam aan ontleend heeft, al mogen de modellen van hem wel wat moderner worden. Maar belangrijker is dat hij een geheim plan heeft om door een aandelentransactie – waarbij hij gebruik maakt van de bruidsschat van zijn rijke vrouw – een meerderheid in het bedrijf te verwerven.

High and Low (4K re-release)

Ontvoering
De scène zet gelijk een sterk beeld neer van Japan begin jaren zestig, de ontwikkeling van de economie onder invloed van Amerikaanse consumptiegoederen. Het masterplan van Gondô wordt wreed verstoord wanneer hij een telefoontje krijgt: zijn geliefde zoontje Jun is ontvoerd en er wordt een fikse som losgeld geëist. Wanneer hij zal ingaan op de eis raakt hij financieel aan de grond.

Gondô lijkt opgelucht adem te kunnen halen als blijkt dat de ontvoerders niet zijn zoon, maar diens beste vriendje Shin’ichi, zoon van chauffeur Aoki, hebben meegenomen. Al snel wordt duidelijk dat het niet zo eenvoudig ligt. De ontvoerder handhaaft zijn eis en Shin’ichi is ten dode opgeschreven als het losgeld niet wordt betaald. Tegelijkertijd is er de tijdsdruk om de aandelentransactie rond te maken.

Zijn vrouw Reiko (Kyōko Kagawa: Tokyo Story) bemoeit zich er mee. De onderdanige chauffeur Aoki wil zijn baas niet tot last zijn en zegt dat hij ieder besluit zal accepteren. Gondô’s assistent zegt dat hij snel wil horen dat hij kan vertrekken om alles bij de bank in orde te maken. Ondertussen dreigt de ontvoerder met zware gevolgen als de politie wordt ingeschakeld. Hij belt regelmatig, laat merken dat hij alles ziet, en voert de spanning steeds verder op.

Moreel dilemma
Is Gondô werkelijk zo’n harde man die zijn zakelijke ambities boven alles stelt, of kiest hij voor de menselijke kant en gaat hij mee in de poging om het leven van het jongetje te redden? Een groot moreel dilemma. Kurosawa pelt het wikken en wegen – van Gondô, van zijn vrouw, van de chauffeur, van de assistent en de inmiddels ingeschakelde politie – nauwgezet af. De camera brengt de acteurs vanuit het wisselend perspectief in schitterend monochroom haast choreografisch in beeld.

Na een klein uur dalen we af naar de stad, komen we terecht in een spannende actiescène in een forensentrein voor de overhandiging van het losgeld, en vervolgens in het politiebureau waar het onderzoek wordt voortgezet. Het is er bloedheet en een team van tientallen rechercheurs zit bij elkaar, onder leiding van inspecteur Tokura (Tatsuya Nakadai). Minutieus worden alle sporen en bewijzen doorgenomen. Dan staan een paar rechercheurs op, vegen het zweet van het voorhoofd, delen hun bevindingen en gaan weer zitten. De getuigenissen van mensen die een jongetje achter in een auto gezien hebben, de beschadigde lak van de auto, hoeveel auto’s zijn er in de periode van ontvoering gestolen, en wat is het merk?

High and Low (4K re-release)

Ze zoeken uit vanuit welke telefooncellen met zicht op de villa er gebeld kan zijn. Een van de rechercheurs luistert nog eens naar de bandopname van het telefoongesprek met Gondô. ‘Hier, luister eens dat piepende en krakende geluid van een trein die een spoorwissel neemt. Er moet toch iemand zijn die dat unieke geluid  herkent?’ Er lopen drie treinlijnen in de buurt van Gondô’s huis en ze vinden een zeer van zichzelf overtuigd mannetje: ‘Ha, dit is onmiskenbaar het geluid van de Enoshima-lijn, ik heb 35 jaar aan het spoor gewerkt en kwam er dagelijks langs.’

Memorabel einde
Het net sluit zich om de ontvoerders, die door een overdosis zuivere heroïne gevonden worden in het huis waar Shin’ichi opgesloten was. We dalen nog verder af in de jungle van de heroïnescene, helemaal low, in de onderwereld. Het blijft spannend, want wie is de dader, en vooral wat was zijn motief? Wanneer hij gepakt is krijgt Gondô hem te spreken.

Bij een beetje crimi heb je het in anderhalf uur wel gezien, bij High and Low zit je ook na bijna twee-en-een-half uur nog op het puntje van je stoel. De confrontatie tussen de dader en Gondô is huiveringwekkend en hartverscheurend tegelijk en wordt door menig criticus gezien als een van de meest memorabele eindes uit de filmgeschiedenis.

 

26 juni 2025

 

ALLE RECENSIES

The Teacher Who Promised the Sea

***
recensie The Teacher Who Promised the Sea
Het belang van mogen dromen

door Cor Oliemeulen

Als je op school geen leraar hebt gehad die jou op een verfrissende manier kon enthousiasmeren voor een bepaald onderwerp, ken je vast wel een leraar uit verhalen die zijn leerlingen op een bevlogen manier wist te inspireren. De Spaanse boekverfilming The Teacher Who Promised the Sea is zo’n voorbeeld, dat bovendien speelt in een tijd dat je je leven niet zeker was.

Enkele jaren geleden maakte Pedro Almodóvar met Madres Paralelas (2021) een drama over de verwisseling van twee pasgeboren baby’s tegen de achtergrond van het openen van massagraven waarin tijdens de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) meer dan honderdduizend mensen verdwenen. Pas vanaf 2007 mogen de naar schatting 2.500 massagraven (voor zover de locaties bekend zijn) worden geopend, maar het identificeren van de slachtoffers is een lastige kwestie. Op dit moment zijn nog maar zo’n 12.000 mensen opgegraven.

The Teacher Who Promised the Sea

Massagraf
Ook Almodóvars collega Patricia Font (vooral bekend als regisseur van tv-series) verweeft haar hoofdthema – een leraar die zijn jonge leerlingen inspireert – met de Spaanse Burgeroorlog en het openen van een massagraf. In The Teacher Who Promised the Sea is Ariadna (Laia Costa) op zoek naar de resten van de vader van haar grootvader, die altijd heeft gezwegen over het verleden en ook zijn kinderen verbood om erover te praten. Nu haar grootvader ziek is en niet meer lang te leven heeft, gaat Ariadna op zoek naar antwoorden. Ze vertrekt naar de provincie Burgos, waar een massagraf is geopend en ontdekt daar het (waargebeurde) verhaal van Antoni Benaiges (Enric Auquer), de leraar die zijn leerlingen de zee beloofde.

Voor de meeste inwoners van het conservatieve dorpje is het wennen als de progressieve onderwijzer Antoni in 1935 het vervallen schoolgebouwtje nieuw leven inblaast. Mondjesmaat melden kinderen tussen pakweg 6 en 12 jaar zich in zijn klaslokaal. Het kruisbeeld gaat van de muur, een drukpers doet zijn intrede. ‘Jullie worden schrijvers, of journalisten’, lacht Antoni het klasje toe. De kinderen mogen samen boekjes schrijven én drukken – uiteindelijk een boekje over de zee, want zijn leerlingen hebben nog nooit de zee gezien.

Waarschuwing
Het is geen verrassing dat lang niet alle ouders zich kunnen vinden in de werkwijze van de nieuwe leraar. Maar ja, die oude pastoor (die tijdens een bezoekje aan de klas door Antoni resoluut de deur wordt gewezen) was ook niet alles. En terwijl de nieuwe onderwijzer het klaarspeelt om zijn bevlogenheid met zijn leerlingen te delen, wuift hij een enkele waarschuwing over een veranderend politiek klimaat met een glimlach weg.

The Teacher Who Promised the Sea

The Teacher Who Promised the Sea is zeker een inspirerende film over een leraar die weet hoe hij zijn leerlingen kan begeesteren. Enric Auquer is geloofwaardig, net als de kinderen, die uit meer dan duizend leeftijdsgenootjes werden gecast. De schokkende afloop geeft het drama een extra dimensie, met echo’s van de Spaanse filmklassieker La lengua de las mariposas (1999) – dat zich ook afspeelt aan de vooravond van de burgeroorlog, maar meer uitblinkt door de landelijke atmosfeer, de historische context en de intiemere relatie tussen leraar en leerling.

Desondanks maakte Patricia Font met The Teacher Who Promised the Sea een verhaal dat verteld moet worden. Ze laat niet alleen zien hoe zelfs nog de huidige generatie lijdt onder de gevolgen van de Spaanse Burgeroorlog, maar toont vooral de onverwoestbare kracht van vrijheid in een wereld die haar probeert te onderdrukken.

 

9 juni 2025

 

Lees ook: Boek over Spaanse cinema

 

ALLE RECENSIES

Festen

*****
recensie Festen
Klinken op een moordenaar

door Bert Potvliege

In 2025 is het dertig jaar geleden dat enkele Deense regisseurs het Dogma 95-manifest ondertekenden, een verzameling regels die hun filmmaken moest terugsturen naar de wortels van storytelling. Die beginselverklaring mag misschien een spelletje zijn geweest, de exploten van die beweging leverden wel enkele parels op. Zo brak in 1998 de ondertussen wereldwijd gevierde cineast Thomas Vinterberg door met het bijzondere Festen. We schrijven vele jaren later en die film staat nog steeds als een huis.

De sensationalisering van mainstreamcinema zette Vinterberg en consoorten aan tot het formuleren van die enkele geboden, die tegen het ‘aankleden’ van een film waren: geen make-up, geen muziek, geen extra belichting, geen geconstrueerde sets, geen rekwisieten – het ging allemaal overboord. Bij Festen liep de cameraman rond met een klein digitaal toestel in de handen en kon hij vrijelijk bewegen in het drama dat zich afspeelde op locatie.

Festen

Gouden dogma
Dat het manifest vooral een stoeierige oefening was en geen ideologische koerscorrectie die cinema ingrijpend veranderde, is duidelijk aan het traject dat deze regisseurs sinds die befaamde intentieverklaring hebben afgelegd. Vinterberg en die andere bekende Dogma-95-cineast Lars von Trier (Dancer in the Dark, The Idiots) zijn weg geëvolueerd van die strikte regels en hebben elk op hun eigen manier dure en pompeuze cinema gemaakt, met films zoals Kursk en Melancholia. Hun ideologie bleek niet onwrikbaar voor de tand des tijds. Dat hoefde ook niet.

Vinterberg meende aanvankelijk dat hij gefaald had met Festen, met dat merkwaardig evenwicht tussen onuitsprekelijk drama in de taboesfeer en fenomenale humor van de gortdroge soort. Dat zijn film tegen de verwachtingen in genomineerd werd voor een Gouden Palm in Cannes deed de regisseur plots inzien dat hij goud in handen had. De film werd een groot succes en maakt ondertussen deel uit van de canon van de Europese cinema.

Het grote ongemak
Door de Dogma 95-films te ontdoen van alle versiersels wou men een grotere nadruk leggen op de narratieve laag: het waren het verhaal en de personages die het publiek moesten engageren. Je kan dat gerust omschrijven als een streven om film te herleiden tot zijn verhalende essentie, als je ervan overtuigd bent dat verhaal en personages de kern zouden zijn van cinema. Wij menen van niet. Het medium film overlapt evenzeer met de narratieve kwaliteiten van literatuur als met de ritmische dimensie van muziek – betekenis en ervaring zijn van een even groot belang.

De intentie van de Denen mist ook doel, want door dat franjeloos voorkomen zijn de vormelijke aspecten van hun werk juist aandachttrekkend. De Dogma-films zijn bekend net omdat het Dogma-films zijn. De waarde en impact van hun stellingen bleek uiteindelijk eerder beperkt en velen zouden uit het oog verliezen waarom Festen zo’n succes was. Het was een triomf die geen gevolg was van de bevlogen vormelijke restricties, maar wel vanwege het uitstekende verhaal dat gepresenteerd wordt op een hilarisch nonsensicale maar tegelijkertijd uitgekiende verteltoon.

Patriarch Helge (Henning Moritzen) viert zijn zestigste verjaardag in het familiehotel. Zijn vrouw, zijn zoons Christian (Ulrich Thomson) en Michael (Thomas Bo Larsen), dochter Helene (Paprika Steen) en tal van genodigden verzamelen zich in het statige landhuis voor het grote familiefeest. Het hete hangijzer is dat dochter Linda recent zelfmoord pleegde. Tijdens het diner zal Christian tot ontsteltenis van iedereen een speech brengen waarin hij zijn vader beschuldigt van incestueuze verkrachting vele jaren terug, wat een aanleiding geweest zou zijn voor de zelfdoding van zijn zus. Het plan om zijn vader op deze manier ten val te brengen blijkt aanvankelijk onsuccesvol, maar Christian geeft niet snel op. Het feest verzandt stelselmatig in een chaos, terwijl de genodigden steeds moeilijker het duister verleden van Helge kunnen negeren.

Vechten voor een lach
Je mag Festen gerust klasseren als een hoogtepunt in de rijke geschiedenis van de tragikomedie (van Charlie Chaplin tot Wes Anderson), waarbij weemoedige en donkere thema’s gekoppeld worden aan een humoristische insteek. Vinterbergs film is een formidabel genrevoorbeeld, een ontzettend delicaat onderwerp gebracht met niet aflatende en groteske humor. Gezien het onderwerp lijkt die komische benadering ongepast, maar de onfatsoenlijke aard van de humor maakt de film net doeltreffender. Vinterberg vond die komedie de grootste uitdaging, maar ook vitaal voor de film die hij voor ogen had. Hij heeft moeten vechten voor de grappen, niet in het minst tegen de acteurs die wegens het precaire onderwerp vaak dwarslagen. Blij dat hij het pleit gewonnen heeft, want wij hebben een film lang politiek incorrect liggen bulderlachen.

De absurditeit van deze situatie, waarbij donkere familiegeheimen blootgelegd worden in een sociaal onwennige setting, geeft een immense hoeveelheid zuurstof aan de vertelling. Dat de film met de nodige gewaagdheid thema’s als incest en racisme naar voren schuift, creëert een ongemak dat ontzettend prikkelend is. De kijker wordt naar het scherm gezogen want we willen zien hoe Christian dit aanpakt, we willen weten hoe Helge gaat reageren en we wachten met plezier de ongetwijfeld bruuske uitbarsting van broer Michael af.

Festen

Disfunctionele families
Een kijker beseft snel dat er een meer dan een kink in de kabel zit bij deze familie, maar dan trek je plots grote ogen wanneer je onder ogen komt dat de dynamiek tussen de kinderen en ouders bij vlagen iets te herkenbaar lijkt. Dat zus Helene nog geen tien minuten na de beschuldigende speech haar broer Michael voor vuile nazi staat uit te maken op de parking, omdat hij haar zwarte vriend wandelen stuurt, is als een overtreffende trap in deze familiale vechtscheiding. Het racistische lied dat de hele familie zingt, is de schaamte voorbij. De voortdurend borreltjes drinkende kok is ook een giller.

Maar Michael spant de kroon. Gezegend met een korte lont en een ongezonde zelfrechtvaardiging, is broerlief een hilarische mislukkeling. Wanneer hij zijn schoenen niet vindt in de koffers, scheldt hij zijn zongebruinde vrouw de huid vol omdat ze die vergat mee te doen (“Zal ik jou eens wat vertellen?!”). Het is een koppel dat teert op bitsige ruzies, want het dispuut zet hen vrijwel direct aan tot goedmaakseks. Na de ongetwijfeld liefdevolle beurt glijdt Michael uit in de douche, waarna hij ogenblikkelijk zijn vrouw terug begint uit te kafferen – het is als een automatisme waarin hij verglijdt – omdat ze de zeep op de grond zou laten liggen hebben.

Disfunctionele families zijn allesbehalve grappig in de werkelijkheid, maar in de bioscoop kan je er al eens mee op de loop gaan. Vinterberg slaat een prachtig evenwicht tussen het donkere en het entertainende. Festen was zodanig impactvol dat hij er een loopbaan lang op kon teren.

 

3 juni 2025

 

ALLE RECENSIES

The Session Man

**
recensie The Session Man
Nicky Hopkins verdient beter

door Jochum de Graaf

Met The Session Man wil regisseur Michael Treen de onderbelichte carrière van Nicky Hopkins, de briljante sessiepianist die een onuitwisbaar stempel drukte op het gouden tijdperk van de popmuziek, in de schijnwerper zetten. Helaas vervalt de veel te detaillistische en oppervlakkige documentaire tot een hagiografie.

In de dertig jaar van zijn carrière leverde studiomuzikant Nicky Hopkins aan ruim 250 albums een essentiële bijdrage. Hij behaalde twee keer een ‘grand slam’: de eerste keer in 1968 toen hij zowel op albums van The Rolling Stones als van The Beatles, The Kinks en The Who, de toenmalige Grote Vier van de Britse popmuziek, had meegespeeld. De tweede keer kwam in 1989, toen hij in 18 jaar tijd hij een bijdrage had geleverd aan een soloalbum van alle vier ex-Beatles.

The Session Man

Het iconische intro van She’s like a Rainbow (The Rolling Stones) is een nummer van zijn hand. In Sympathy for the Devil, misschien wel het meest karakteristieke Stones-nummer, is het niet het gitaarspel van Keith Richards, maar de straf voortstuwende piano-akkoorden van Nicky Hopkins die het nummer zijn rauwe kracht geven. Bij The Song is Over, klassieker van The Who, versterkte zijn pianospel juist de melancholische gratie van het nummer. Zonder Hopkins melodieuze bijdrage zou Joe Cockers You Are So Beautiful nooit zo’n kaskraker geworden zijn. Hij speelde mee op John Lennons beroemdste album Imagine, al is er enige discussie of Nicky Hopkins of toch John Lennon zelf de pianopartij in Jealous Guy voor zijn rekening nam.

Breed repertoire van stijlen
In The Session Man komt Nicky zelf in een interview uit 1993 aan het woord, een jaar voor zijn dood. Hij vertelt dat hij op zijn derde onder een vleugel stond en dat zijn moeder hem optilde zodat hij bij de toetsen kon. Hij groeide op in de Londense voorstad Perivale en won een studiebeurs voor de Londense Royal Academy of Music. Op zijn zestiende studeerde hij overdag klassieke muziek en ’s avonds trad hij op met een band onder leiding van de excentrieke Britse Screaming Lord Sutch.

Al gauw ging Hopkins’ naam door het clubcircuit en werd hij een veelgevraagd muzikant. Met zijn klassieke opleiding, gecombineerd met zijn rock-’n-roll-ervaring kon hij putten uit een breed repertoire van stijlen die hij moeiteloos met elkaar verbond. ‘De meeste bands bestonden uit gitaren en drums, ze beseften dat de piano harmonische rijkdom en melodieuze flair toevoegde’, klinkt het in het commentaar.

Behalve bij de reeds genoemde bands en artiesten trad Nicky Hopkins ook op als sessiemuzikant bij uiteenlopende muzikanten als The Hollies, Rod Stewart, Donovan, Cat Stevens, P.P. Arnold, Graham Parker & The Rumour. Hij werd uitgenodigd lid te worden van Led Zeppelin, maar koos voor The Jeff Beck Group, in wie hij meer muzikaal potentieel zag.

Midden jaren zeventig en in de jaren tachtig verbleef hij langere tijd in de VS. Hij ging de studio in met de Steve Miller Band, stond met Jefferson Airplane op het podium op het legendarische Woodstockfestival. Hij leverde aan 9 van de 11 nummers op Schmilsson, het legendarische album van Harry Nilsson, een bijdrage. Raakte bevriend met Jerry Garcia, voorman van super undergroundband The Grateful Dead, woonde langere tijd bij John Cipollina, leider van Quicksilver Messenger Service, de band waar Hopkins deel van uit ging maken. Art Garfunkel vroeg hem om mee op tournee te gaan en David Soul, steracteur van de jaren tachtig hitserie Miami Vice, huurde hem in om zijn muzikale aspiraties vorm te geven.

‘Het is ongelooflijk om te bedenken dat Nicky niet alleen een belangrijk onderdeel was van de meest inventieve periode in de Londense muziekscene van de jaren 60, maar ook iedereen in de Amerikaanse scene aan de westkust heeft beïnvloed’, stelt Peter Frampton.

Ziekte van Crohn
Nicky Hopkins had een zwakke gezondheid. Hij stierf september 1994, was nog maar 50. Op zijn negentiende belandde hij in het ziekenhuis met een mysterieuze ziekte. In een urenlange operatie sneden de artsen, zoals dat plastisch wordt uitgedrukt, ‘delen van zijn darmen weg’. Hopkins bleek aan de ziekte van Crohn te lijden. In de film legt Sara Sleet CEO van de liefdadigheidsinstelling Crohn’s & Solitis UK uit dat het daarbij gaat om een ongeneeslijke ingewandsstoornis doordat het immuunsysteem niet werkt.

The Session Man

De jonge muzikant Tom Speight vertelt dat leven met Crohn geen pretje is. Optreden is zwaar en vermoeiende tournees zijn niet eigenlijk niet te doen. De ziekte was voor Nicky Hopkins de belangrijkste reden om zich op zijn sessiewerk te concentreren. Zijn ziekte verhinderde overigens niet dat Nicky grote hoeveelheden drank en drugs tot zich nam, hij hele periodes van de kaart was en dat zijn vroege dood niet onverwacht kwam. Zijn tweede vrouw, Moira, vertelt over de laatste moeizame, maar toch ook gelukkige jaren in een tweekamerappartement in Nashville.

Hagiografie
Voorwaar, het zijn wapenfeiten die een indrukwekkend eerbetoon aan de man, die algemeen wordt beschouwd als de beste studiomuzikant uit de geschiedenis van de rockmuziek, had kunnen opleveren. Maar wat valt The Session Man in dat opzicht tegen. We krijgen een niet aflatende stroom aan muzikanten, producers, platendirecteuren, concertorganisatoren en Crohn-deskundigen te zien, keurig chronologisch ingedeeld naar alle episodes, de platensessies, de optredens, de vele ontmoetingen met al die popgrootheden, het verloop van zijn ziekte. Allemaal talking heads die het een na het andere cliché debiteren, en een litanie aan loftuitingen: ‘fantastisch’, ‘geweldig’, ‘legende’, ‘geniaal’, ‘ongelooflijk talent’, ‘bijzonder sympathiek’, ‘met hem erbij werd het nummer zoveel beter’, ‘hij had een instinct voor de juiste toon op het juiste moment’. The Session Man verwordt daarmee tot een hagiografie.

Illustratief is het interview met Moira die vertelt hoe ze hem na een concert ontmoette. ‘Hij was zo aardig’, had ze tegen haar vriendin gezegd, ‘met zo iemand zou ik wel willen trouwen.’ En verdomd, een half jaar later was ze met hem getrouwd. Volgens haar spiegelde Nicky zich aan Chopin, wat op zich een mooie invalshoek had kunnen opleveren. Moira houdt het bij de opmerking ‘Nicky geloofde in reïncarnatie’. Nicky Hopkins verdient oneindig veel beter.

 

27 mei 2025

 

ALLE RECENSIES

Soft Leaves

**
recensie Soft Leaves
Van de ladder tuimelen

door Bert Potvliege

Een debutant krijgt de kans een langspeelfilm te maken en waagt zich aan een persoonlijke portretschets, een risicovolle onderneming die vaak verzandt in melodrama. Toch waagt de Belgische cineaste Miwako Van Weyenberg zich in Soft Leaves aan iets wat onbeleefd misery porn wordt genoemd. 

Het bij ons vorig jaar verschenen Milano (u ziet aan welk soort projecten het Vlaams Filmfonds middelen toekent) bracht al een uiterst grauw en troosteloos beeld van een ontwricht gezin, waarbij de tragische afloop het dieptepunt vormde. Soft Leaves gaat niet zo ver, maar bevindt zich in hetzelfde vaarwater.

Soft Leaves

Zacht gekabbel
Elfjarige Yuna heeft een Belgische vader en Japanse moeder. Ze woont gelukkig samen met haar vader in België, terwijl moeder enige jaren geleden naar Japan trok om er een nieuw leven op te bouwen. Wanneer haar vader onhandig in een coma sukkelt, staat Yuna er alleen voor. Haar broer keert terug naar huis om er te zijn voor zijn kleine zus. Ook haar moeder stapt op een vlucht terug naar België, met Yuna’s stiefzus in haar zog, om mee zorg te dragen voor haar vervreemde dochter.

Wat volgt is een portretschets die je mag omschrijven als ‘Yuna gaat op zoek naar haar eigen identiteit’. Van Weyenberg streeft ernaar op zachte en lieflijke toon kleine Yuna uit de doeken te doen. Het is een schets die een aaneenrijging van scènes brengt met spaarzame pieken en dalen: Yuna gaat naar het grootwarenhuis met haar moeder. Yuna tekent in haar schetsboek, terwijl moeder een videochat heeft met haar man in Tokio. Yuna verblijft even bij haar broer, maar verveelt er zich. Yuna en haar halfzusje zitten samen te kleuren.

De cineaste laat het aan de kijker om de intentie van die momenten zelf te achterhalen, maar dit betekent geenszins dat we met weldoordachte cinema te maken hebben.

Blik op de navel
Soft Leaves wil schrander verbeelden, maar doet wat zovele gelijkaardige films reeds duizend keer deden. Een kind verliest een ouder en ziet daarmee de grond onder de voeten verdwijnen. Wat volgt, is een zoektocht naar zichzelf in een wereld waarin hij of zij steeds meer op zichzelf wordt teruggeworpen. Elke scène onthult gaandeweg iets meer over het innerlijke van het kind en toont hoe het, met vallen en opstaan, langzaam leert om sterker in het leven te staan.

Het vorige maand verschenen Vingt Dieux deed exact hetzelfde – ook daar vormt het verlies van een ouder, tien minuten ver in de film, het startschot voor een ontvoogdingsverhaal. Het vorig jaar uitgebrachte Il pleut dans la maison bewandelde een gelijkaardig pad, maar deed dat minder expliciet en met meer bedachtzaamheid in zijn observaties. 

Van Weyenberg toont niet de maturiteit om op verantwoordelijke wijze om te gaan met haar voorrecht een langspeelfilm te maken. De cineaste is zelf een kind van een Japans-Belgisch gezin en haar film is zodoende zeer persoonlijk en te therapeutisch – een probleem dat de cinema regelmatig teistert. De navelstaarderij is vlakbij. De hier onderzochte thematiek kwam bovendien al aan bod in haar kortfilms.

We hekelen het immens gebrek aan narratieve verbeeldingskracht. Het beste voorbeeld hiervan is het ongeluk van Yuna’s vader, waarbij Van Weyenberg een manier zoekt om ervoor te zorgen dat de jongedame alleen achterblijft. Vader zet een ladder tegen de boom om er een bal uit te halen maar die tuimelt onderuit, waarbij de arme stakker een hoofdtrauma oploopt. Dit is een ongemotiveerde verbeelding die ons doet beseffen dat het blijkbaar geen zier uitmaakt wat hem overkomt, zolang hij maar scenariogewijs in die coma sukkelt. De ingreep is bij de haren getrokken.

Soft Leaves

De ontmaskering
Het acteerspel oogt regelmatig lamentabel. Geert Van Rampelberg is sterk als de vader, maar de meeste acteurs gaan de mist in. We willen die voornamelijk debuterende spelers daarvoor niet schandvlekken, want de dialoog waarmee ze aan de slag moeten is ongeloofwaardig. Let op de interactie tussen Yuna en haar broer. Geen broer en zus ter wereld spreken zo tegen elkaar. Dit alles klinkt geschreven en niet geleefd.

Soft Leaves blijft steken in zijn narratieve laag en spendeert onvoldoende aandacht aan een poëtische dimensie. De film is te weinig cinema – iets waar de openingsscène wél in slaagt. We lazen iets over zorgvuldig gekozen warme kleuren, maar dat is een schraal statement. Hier en daar speelt Van Weyenberg wel met klank om de interne onrust van Yuna te verbeelden – de poetsmachine in het ziekenhuis is een voorbeeld – maar visueel is dit alles verschroeiend mager. Dat de film stuurt naar een einde waar een traan gewrongen wordt, is als achter de schermen turen bij een halfbakken goochelaar.

Als dit het soort cinema is waar filmmakers menen dat een publiek nood aan heeft, dan laten wij het hoofd hangen. Hopelijk slaat Van Weyenberg bij haar volgende project de vleugels uit en richt ze haar blik naar buiten in plaats van naar binnen.

 

22 mei 2025

 

ALLE RECENSIES

Good One

****
recensie Good One
De impact van een wandeltocht

door Zoë van Leeuwen

De debuutfilm Good One van India Donaldson is een bescheiden, maar veelzeggend ‘slice of life’-verhaal. Een simpel ogend drama over de strijd om te communiceren en een verkenning van wat er in een korte tijd kan veranderen tussen mensen.

Na het regisseren van een aantal korte films komt schrijver en regisseur India Donaldson nu met een indiefilm over een 17-jarig meisje dat met haar vader en zijn beste vriend op een kampeertrip gaat. Good One ging vorig jaar in première op het Sundance Film Festival. De film kreeg lovende kritieken en werd door de National Board of Review uitgeroepen tot een van de tien beste onafhankelijke films van 2024.

Good One

Sam (Lily Collias) en haar vader Chris (James Le Gros) vertrekken vanuit hun huis in New York City naar het Catskillgebergte in de Amerikaanse staat New York voor een driedaagse wandeltocht. Chris’ beste vriend Matt en Matts zoon Dylan zouden ook meegaan. Maar Dylan, die boos is op zijn vader, weigert te gaan, waardoor alleen het trio overblijft en het niet helemaal duidelijk is wie van de drie het ‘derde wiel’ is.

Eenzijdig
De universiteit komt dichterbij voor de 17-jarige, die in haar laatste jaar van de middelbare school zit, en daarmee ook de onafhankelijkheid. Iets waar Sam perfect geschikt voor lijkt. Ze is slim, denkt te weten wat ze wil en deinst er niet voor terug om anderen te vertellen hoe het zit. De twee mannen vragen haar zelfs om advies over hun scheidingen. De 17-jarige lijkt de meer volwassenen van de groep.

Chris lijkt de perfecte vader, lief, accepteert haar seksualiteit zonder problemen en maakt veel grappen. Maar toch klopt er iets niet helemaal. Door de afwezigheid van Dylan ontstaat er meteen een onbalans in de groep. Sam moet achterin de auto zitten terwijl de twee mannen praten. Wanneer ze vraagt om te rijden, wordt ze genegeerd en wanneer ze bij het hotel aankomen voor de nacht, moet Sam op de grond slapen.

Wanneer het drietal zich een weg baant door het bos, lijkt de sfeer gemoedelijk. Er wordt gegrapt en gelachen, maar alles is eenzijdig. Het duurt zelfs een hele dag voordat een van de mannen iets aan Sam vraagt wat niet over hun zeer volwassen problemen gaat.

Subtiel
In een tijdsbestek van slechts 89 minuten laat Donaldson ons een scherp verhaal zien, waarin geen minuut wordt verspild. De film is verre van dialoogrijk en is zelfs gevuld met veel b-roll van de prachtige bergen, het bosterrein en de riviertjes. Toch voelt elk gesproken woord betekenisvol aan. Alles aan Good One is subtiel. Het is duidelijk dat Sam niet over de universiteit wil praten, maar als kijker wordt nooit verteld waarom. En dat hoeven we ook niet te weten, want het verhaal concentreert zich op de trip. Wat daarvoor was en wat daarna komt, is grotendeels onbelangrijk.

Good One

Het wordt vanaf het begin heel duidelijk dat Sam en haar vader een goede band hebben (voor zover een vijftigjarige man en een tiener die kunnen hebben). Maar zodra Matt erbij komt, wordt Sam naar de achtergrond gedrongen. Als het te confronterend wordt, kappen ze haar af.

Openbaring
De subtiele verhaallijn gaat verder wanneer Matt na een avond bij het kampvuur dronken Sam probeert te versieren. We kunnen het ongemak in haar ogen zien, wat actrice Lily Collias heel goed speelt. Het moment is ongemakkelijk en je voelt de spanning bijna door het scherm heen. Wanneer Sam haar vader probeert te vertellen over de rare opmerking die zijn vriend maakte, wordt ze afgewimpeld.

Good One is slechts een momentopname van de levens van de personages; wat er na de trip gebeurt, weten we niet. Wel is het duidelijk dat er iets in Sam veranderd is. Het einde is dan misschien ook wat terughoudend, maar je ziet heel goed wat er kan gebeuren wanneer je je realiseert dat de mensen om je heen niet zijn wie je dacht dat ze waren.

 

14 mei 2025

 

ALLE RECENSIES

Son Hasat

***
recensie Son Hasat
Gevangen als geweven riet

door Tim Bouwhuis

Wie op een afgelegen plek woont, heeft zijn arbeidskansen lang niet altijd voor het uitkiezen. Verlaat in Son Hasat het onderkomen van de hardwerkende Ali, en je stuit op een labyrint van waterwegen en uitgestrekte rietvelden. De eerste aanblik van het natuurschoon is behoorlijk sereen. Dan treft de introverte arbeider de onderdrukkende types die in dit Turkse laagland de dienst uitmaken. Ineens werkt het oprijzende riet verstikkend, en staat het water hem tot aan de lippen.

De dagroutine van rietwerkers in het getoonde deel van Anatolië volgt een beproefd patroon. Ali en zijn lotgenoten gebruiken eigen bootjes om op plekken te komen waar het riet metershoog staat. Terug op het vasteland controleert een opzichter of ze voldoende oogst hebben binnengebracht. Bij deze bitsige checks regeert het wantrouwen: houden de arbeiders niets voor zichzelf? Verkopen ze niets door aan een ander?

Son Hasat

Juk van gezag
Om de krappe geldpot van het gezin wat bij te vullen, weeft de vrouw van de hardwerkende Ali rieten matten. De metafoor werkt naadloos: eens die rieten stengels met geweld gebonden zijn, kunnen ze geen kant meer op. Op gelijkaardige wijze gaan Ali en andere arbeiders gebukt onder de grillen van het opgelegde gezag. Vroeg in de film vangt de hoofdpersoon barmhartig een uitgekafferde rietplukker op. De boot van de man wordt door de opzichter lekgeslagen, zodat hij zijn heen-en-weer morgen niet kan herhalen.

Hoewel Ali duidelijk het lijdend voorwerp is van stelselmatig onrecht, blijkt het niet eenvoudig om tot zijn psyche door te dringen. In een twistgesprek met zijn vrouw Aysel laat hij duidelijk doorschijnen dat hij zich niet met zijn lot kan verzoenen, maar zijn vervolgstappen blijven door zijn ingetogen, onberekenbare karakter gespeend van diepgravende motivaties. Het zorgt ervoor dat een aantal latere plotontwikkelingen zich abrupt aankondigen, als donderslagen bij heldere hemel.

Geestverwant
Weidse opnames van het oogstlandschap contrasteren in Son Hasat op sterke wijze met de benarde situaties waar Ali in verstrikt raakt. De film blijft wel achter in de uitwerking van de verschillende nevenpersonages; die doen zonder uitzondering vlak aan. Net als de Turkse grootmeester Nuri Bilge Ceylan (die zijn beste films maakte in hetzelfde grote gebied) is regisseur Cemil Agacikoglu geïnteresseerd in de maatschappelijke kiem van onrecht en wantrouwen, en verkent hij die thematiek mede door zijn hoofdpersoon voor morele dilemma’s te stellen. Het verschil is dat bij Ceylan de menselijke en daarmee dramatische diepgang nooit verloren gaat, terwijl Son Hasat te sterk als een allegorische schets aandoet.

Son Hasat

De lome, maar toch strak getimede beeldregie is een prettige plus van een film die je het best ziet op een zo groot mogelijk doek. Het eensgezinde opstijgen van een vlucht vogels imponeert in Son Hasat meer dan de inhoudelijke kern, die kraakhelder wordt gepresenteerd (in de nachtmerrieachtige openingsscène slaat Ali overboord terwijl zijn vrouw al in het water ligt) maar in het vervolg te weinig prikkelt.

Je schepen verbranden
Sluit Son Hasat misschien te vrijblijvend aan bij andere (Turkse) films over wantrouwen en onrecht, en over de strijd tussen het individu en het ‘systeem’? Wat dat betreft geeft het te denken dat het indringende Hesitation Wound (in 2024 op het Movies That Matter Festival) en het meer lichtvoetige One of Those Days When Hemme Dies (onlangs op het MOOOV Film Festival) (nog) níet in Nederland zijn uitgebracht.

In laatstgenoemde film, schatplichtig aan het werk van Abbas Kiarostami, staat een onrechtvaardig behandelde arbeider op het punt om zijn baas om het leven te brengen. Tot hij afdwaalt tijdens een wandeling en langzaam tot bedaren komt. De wonderlijke de-escalatie zou de ultieme ‘double bill’ vormen met Son Hasat. Waar de zon in One of Those Days When Hemme Dies langzaam weer gaat schijnen, ziet Ali geen andere optie dan zijn schepen (letterlijk) achter zich te verbranden. De krachtige beeldtaal van zijn innerlijke reis maakt de zit van twee uur nog altijd het aanschouwen waard.

 

7 mei 2025

 

ALLE RECENSIES

Quisling – The Final Days

****
recensie Quisling – The Final Days
Erik Poppe’s nieuwe drama over de Noorse geschiedenis

door Jochum de Graaf

De meeste Tweede Wereldoorlog-films gaan over helden, bevrijders, verzetsstrijders en slachtoffers. Met The Zone of Interest, Führer und Verführten en Riefenstahl lijkt er zich, rond tachtig jaar herdenking van de WOII, een verschuiving naar films over daders af te tekenen. Quisling – The Final Days is een nieuw hoogtepunt in deze trend. Erik Poppe maakte dit indrukwekkende biografische drama over de Noorse fascist en premier van 1942-1945, de man die synoniem werd met verraad en collaboratie.

Er zijn maar weinig mensen wiens naam een soortnaam geworden is. Vidkun Quisling, leider van de Nasjonal Samling, de Noorse nazipartij, probeerde al direct na de Duitse inval in Noorwegen door middel van een coup aan de macht te komen, maar  Hitler benoemde in eerste instantie net als in Nederland een Reichskommissar. Pas twee jaar later werd Quisling, onder strenge controle van de Duitse bezetter, benoemd tot minister-president en installeerde een marionettenregime dat verantwoordelijk was voor de Jodenvervolging en onderdrukking van het Noorse verzet. De naam ‘quisling’ werd in veel talen, waaronder het Nederlands, synoniem voor de absolute collaborateur en verrader.

Quisling – The Final Days

Dagboek van een pastor
Quisling – The Final Days begint met de overgave 9 mei 1945 van Vidkun Quisling en de overbrenging naar het hoofdbureau van politie in Oslo. Het proces tegen hem begon augustus datzelfde jaar en leidde tot het doodvonnis; de executie werd in oktober voltrokken.

De laatste maanden van zijn leven in een krap bemeten cel kreeg Quisling vanuit de evangelisch-lutherse Kerk van Noorwegen bijstand toegewezen door pastor Peder Olsen. Olsens dagboek, dat volgens de kerkregels vertrouwelijk had moeten blijven, werd in 2015 gevonden door diens kleinzoon en is nu het uitgangspunt van de indrukwekkende verfilming van Quislings laatste dagen door regisseur Erik Poppe.

Poppe zoomt in op de gecompliceerde persoonlijkheid van Quisling. Begin jaren twintig was hij als lid van een hulpmissie van de Volkerenbond, voorganger van de VN, assistent van de beroemde ontdekkingsreiziger Fridtjof Nansen, in het kader van een hongersnood in de Wolga-regio. Daar werd de kiem gelegd voor zijn grote afkeer van het bolsjewisme, en zeker na de Stalinterreur in de jaren dertig zag hij vervolgens in het fascisme van Hitler de enige macht die dat zou kunnen stoppen.

Vergeving vragen?
Hoofdrolspeler Gard B. Eidsvold, zelf kind van Noorse verzetsstrijders, zet sterk inlevend de man neer die het ene moment grote woede-uitbarstingen heeft en het andere moment kalm, rationeel en met overtuiging zijn onschuld wil aantonen. Hij heeft wel enige deemoed met zijn slachtoffers maar wordt anderzijds gehinderd door een enorm messiascomplex.

Quisling beweert in de rechtszaal dat als er iemand is die weet hoeveel de Joden geleden hebben, hij dat is. In Oekraïne heeft hij de lijken opeengestapeld tot manshoogte gezien. Hij had geen weet dat zijn medewerking aan het op transport stellen van een groep Joden naar Polen neerkwam op deportatie en een wisse dood in de concentratiekampen. Hij heeft altijd het belang van het Noorse volk voor ogen gehad. Zijn advocaat beveelt hem aan zich psychisch te laten onderzoeken, maar hij wil daar niets van weten. Hij is zich niet van enig kwaad bewust.

Tegenspeler Anders Danielsen Lie (The Worst Person in the World), in de rol van predikant Peder Olsen, is daarentegen een man van twijfel, over zijn roeping als pastor, over zijn geloofsovertuiging, zijn eigen positie en daden tijdens de bezetting.

Allengs ontstaat een soort vertrouwensband tussen beide mannen. Hun gesprekken gaan niet zozeer over goed en kwaad, maar spitsen zich toe op spijt, vergiffenis, boetedoening. Peder Olsen houdt Quisling de Bijbelse gelijkenis van de farizeeër en de tollenaar uit het Nieuwe Testament voor. Essentie van deze parabel is dat wie nederig is, vergeving van God krijgt.

Quisling bijt Olsen toe: ‘Ik ben zeker de hautaine farizeeër, die er slecht vanaf komt.’ Olsens bekentenis dat hij zich geplaagd voelt door wroeging omdat hij de arrestatie van een ouder Joods echtpaar dat bij hem en zijn vrouw ondergedoken zat niet heeft weten te verhinderen, doet hem uitroepen dat hij misschien zelf de farizeeër is. Het brengt Quisling, telg uit een predikantenmilieu en erudiet Bijbelkenner, al is het voor even, aan het twijfelen. Zal hij boete doen en vergeving voor zijn zonden vragen?

Quisling – The Final Days

De echtgenotes
Het scenario schakelt fascinerend tussen de gevangenis, de rechtszaal, Olsens huis en dat van Quislings Oekraïense vrouw Maria (Lisa Carlehed). Het maakt dat je, ondanks de bekendheid met de afloop, geboeid blijft kijken. Dat Olsen in eerste aanleg in Quislings onschuld ten aanzien van de Jodenvervolging gelooft, levert hem thuis problemen met zijn  vrouw Heidi op. Net als een groot deel van het Noorse volk minacht ze Quisling. Ze gelooft dat hij wist wat hij deed en wil dat hij op zijn knieën om vergeving smeekt voordat hij wordt neergeschoten. Hoewel ze aanvankelijk uiterst kritisch is op de meegaande taakopvatting van haar man, betuigt ze hem uiteindelijk haar steun.

Maria Quisling daarentegen moedigt de donkerste opvattingen en het verwrongen wereldbeeld van haar man aan en raadt hem aan nooit zijn fouten toe te geven of zijn overtuigingen op te geven. Het geeft de tegenstelling tussen Quisling en Olsen een imposant reliëf. Begrip is niet het juiste woord, maar een voorstelling hoe het allemaal zo ver heeft kunnen komen, komt toch zeer dichtbij.

Met The King’s Choice (2016) over de oude Noorse koning Haakon VII die zich manhaftig verzet tegen de nazi’s en met Utøya: July 22, (2018) over de massamoord van neonazi Anders Breivik op 69 sociaaldemocratische jongeren verfilmde regisseur Erik Poppe al eerder de meest dramatische gebeurtenissen uit de Noorse geschiedenis. Met Quisling – The Final Days  voegt hij daar een nieuw magistraal hoofdstuk aan toe.

 

1 mei 2025

 

ALLE RECENSIES

Riefenstahl

****
recensie Riefenstahl
Bewonderd en verguisd

door Jochum de Graaf

Leni Riefenstahl is zo ongeveer de meest omstreden figuur uit de filmgeschiedenis. Bewonderd als esthetisch innovatieve cineaste, maar verguisd als onvervalste propagandist van het naziregime. Regisseur Andres Veiel velt met Riefenstahl het definitieve oordeel over haar in een even fascinerend als ontluisterend portret.

‘Als u uw leven over zou mogen doen, wat zou u dan doen?’ is de vraag aan Leni Riefenstahl. Na enig nadenken zegt ze: ’Ik heb een rijk leven gehad, ik zou het grotendeels hetzelfde doen.’ Heeft ze misschien fouten gemaakt, met haar vriendschap met Hitler? Nee hoor, geen fouten. Het komt er zonder blikken of blozen uit.

Intieme band met Hitler
Het was begin 1932 dat ze voor de eerste keer Adolf Hitler in levende lijve zag, hij gaf een toespraak in het Berliner Sportpalast. ‘Toen hij de eerste woorden sprak, begon ik helemaal te trillen, het zweet brak mij uit, het was alsof hij mij magnetiseerde.’ Ze schreef hem een brief met het verzoek om een persoonlijke ontmoeting. Volgens haar memoires sprak hij toen zijn bewondering uit voor haar eerste film Das Blaue Licht. ‘Zodra we aan de macht zijn, moet jij mijn films maken.’

Riefenstahl

In andere interviews ontkende ze glashard haar intieme band met Hitler en andere kopstukken van het naziregime. Joseph Goebbels met wie ze een kortstondige heftige relatie had, schildert ze nu af als een brute verkrachter om wie ze niets gaf en moeite had om hem van zich af te houden. Peter Jacob, de Gebirgsjäger-officier met wie ze in 1944 trouwde en van wie ze drie jaar later scheidde, was een fanatieke nazi.

Ze had het nooit geweten
Riefenstahl vertelt uitvoerig over haar bijzondere band met Albert Speer, Hitlers favoriete architect en minister van Bewapening die tot het eind van de oorlog het naziregime trouw bleef en er met 20 jaar gevangenisstraf genadig van af kwam. Net als Speer zou ze altijd blijven ontkennen dat ze weet had van de gruwelijkheden in de Tweede Wereldoorlog. De holocaust, de gaskamers, concentratiekampen en de vervolging van Joden – ze had er maar weinig van meegekregen.

Van Magnus Brechtken verscheen onlangs Albert Speer. Een Duitse carrière, waarin de auteur overtuigend afrekent met het beeld van de ‘goede nazi’ dat Speer van zichzelf vormde. Regisseur Andres Veiel komt tot eenzelfde oordeel over Leni Riefenstahl. Als een detective doorzocht hij de ruim 700 dozen met filmspoelen, foto’s, cassettes van telefoongesprekken, dagboeken, interviews, manuscripten, zorgvuldig door Riefenstahl gerubriceerd in zeven categorieën, variërend van steunbetuigingen (enorm veel) tot felle kritiek (beperkt) en alles daar tussenin. Zo achterhaalt hij dat Riefenstahl de passage in een interview met de Britse krant Dailey Express uit 1934, waarin ze zonder gêne vertelt dat ze Mein Kampf heeft gelezen en sindsdien een overtuigd nationaalsocialist is, buiten het archief heeft gelaten.

In het in 1943 opgenomen Tiefland liet Riefenstahl 50 Roma en Sinti uit de concentratiekampen overkomen als figuranten, waarover ze beweert dat die na de opnamen vrijgelaten zouden zijn. Geconfronteerd met het overtuigende bewijs dat ze in plaats daarvan naar Auschwitz afgevoerd werden, reageert ze unverfroren: ‘Ik zeg niet dat zigeuners altijd liegen, maar wie zou er sneller meineed plegen: ik of een zigeuner?’

Vernieuwende cineast
Nee, aan al die ‘politiek’, zoals ze dat noemt, wil ze na de oorlog niet herinnerd worden, iedereen begint er met haar steeds maar weer over. Haar ging het zuiver en alleen om de ‘kunst’. Voor haar lag het hoogtepunt eind jaren dertig toen ze roemruchte films als Triumph des Willens en Olympia al gemaakt gehad en haar reputatie als vernieuwend cineast gevestigd was. Wat daarna gebeurde, heeft ze zo veel mogelijk proberen te bagatelliseren en in eerste aanleg succesvol verdonkeremaand. Na de oorlog werd ze gezuiverd; er zijn wel dertig rechtszaken tegen haar gevoerd, meesmuilt ze. Ze komt er af met het oordeel ‘Mitläuferin’ en verbleef uiteindelijk een aantal maanden in een psychiatrische inrichting. En dat beschrijft ze ook nog veel erger dan het in werkelijkheid was.

In die eerste naoorlogse jaren kreeg ze gehinderd door het imago van nazipropagandist maar weinig opdrachten. Riefenstahl werd vooral gekend om esthetische manier van filmen. De indringende, uiterst suggestieve manier waarop ze nazisymbolen in beeld bracht – een adelaar, de swastika’s, een zee van gestrekte rechterarmen, Hitler consequent in kikvorsperspectief van onder gefilmd, speciale lichtval op zijn gezicht – het was wel baanbrekend. Ze demonstreert haar dynamische montagetechniek: een peloton soldaten die ze eerst linksom langs de massa op de Neurenbergse Parteitag laat marcheren en dan rechtsom zodat het allemaal veel massaler en indrukwekkender lijkt.

Riefenstahl

Olympia: atleten zonder enige emotie
Vol trots vertelt ze dat ze voor haar film Olympia maar liefst dertig cameramannen rond had lopen op de Olympische Spelen van Berlijn 1936 (In Race kroop Carice van Houten in de huid van Leni Riefenstahl, red.). Bijzonder om zien dat ze toen al gebruik maakte van een camera die over een rails loopt naast de atletiekbaan en de atleten van dichtbij in beeld brengt.

Nog veel meer tot de verbeelding sprekend is haar sublimatie van de Körperkultur, de verheerlijking van de schoonheid van het menselijk lichaam. De atleten in Olympia zijn ontdaan van iedere emotie, geen lach of traan op het gezicht, geen spoor van vermoeidheid. De camera zoomt in op de machtige handen van een basketballer, de welgevormde dijen van een – ook zeer bijzonder voor die tijd – naakte speerwerper, de turnster die geen spier vertrekt bij de inspannende oefening op de balk. Het is kil, afstandelijk, haarscherp zwart-wit gefilmd, maar tegelijk soms van een huiveringwekkende schoonheid.

Comeback
Dat laatste komt sterk terug in Riefenstahls reizen naar donker Afrika, haar films en fotografie van de Nuba-stam, waarmee ze in de revolutionaire jaren zeventig en tachtig opnieuw furore maakt en door de kunstelite omarmd wordt. Andy Warhol die een tentoonstelling van haar opent.

Susan Sontag kenschetste het treffend als ‘fascinerend fascisme’. De blanke vrouw die tussen de woeste ritueel dansende zwarten beweegt. Het inzoomen op de gespierde lijven, de witte kalk waarmee ze zijn ingesmeerd. Kijk eens naar de beelden dat ze vanuit haar witte Landrover snoepjes naar de grijpgrage handen van jonge zwarten gooit. Het is verbijsterend en intrigerend tegelijk, het levende bewijs dat ze nooit wezenlijk veranderd is.

 

23 april 2025

 

ALLE RECENSIES