Chef

**

recensie  Chef

Luchtige en voorspelbare snack

door George Vermij 

Chef is een culinaire komedie met een voorspelbaar script dat van tegeltjeswijsheden aan elkaar hangt. Daarnaast is het verhaal moeilijk los te zien van John Favreau’s eigen creatieve loopbaan in Hollywood.

Favreau is veelzijdig te noemen. Vanaf de jaren negentig acteert, schrijft en regisseert hij zich een weg door de wisselende trends van Hollywood. Van lichte indie-films zoals het vermakelijke Swingers (over beginnende acteurs in LA) tot aan commerciëlere films zoals de Iron Man-serie die hij regisseerde en produceerde. Chef valt duidelijk in de categorie van persoonlijke indie-komedie ook al heeft de film een voorspelbare verhaallijn en de nodige platitudes over succes, creativiteit en ouderschap. 

Recensie Chef

Favreau speelt chef Carl Casper die na een veelbelovende start als kok vastzit in een sleur. Als een recensent van een toonaangevende blog een bezoek brengt aan het restaurant waar hij werkt, besluit Casper de menukaart eens radicaal om te gooien. Hij wordt echter gelijk teruggefloten door zijn norse en zakelijke baas (Dustin Hoffman op cruise control) die niets moet hebben van al die ‘arty shit’. Met tegenzin kookt Casper het oude en vertrouwde menu, waarna recensent Oliver Platt de maaltijd genadeloos afserveert.  

You’re trending bro!
Parallel aan de kook- en eetperikelen zien we dat Caspers culinaire ambities en perfectie de tol van zijn gezinsleden hebben geëist. Hij probeert weer een band met zijn ex en zijn verwaarloosde zoontje op te bouwen. Casper krijgt van hem les in social media, maar een tweet aan de recensent zorgt voor een internetrel waarna Casper besluit om zijn vaatdoek in de ring te gooien.

Om weer in contact te komen met zijn culinaire roots besluit Casper om snacks aan de man te brengen met een food truck. Samen met zijn zoontje en een trouwe keukenhulp (John Leguizamo ofwel Benny Blanco from the Bronx uit Carlito’s Way) reist hij Amerika af, terwijl ze Cubaanse sandwiches verkopen en binnen korte tijd door Caspers internetberuchtheid uitgroeien tot een hype.  

Niet voor vegetariërs
Het is natuurlijk verleidelijk om Chef te zien als een artist statement verpakt in een feelgoodkomedie. Dat Caspers creativiteit wordt ingedamd door zijn baas en afgekraakt door critici zijn ervaringen die Favreau zeker heeft meegemaakt als filmmaker. Casper is in een stevige midlifecrisis beland en zoekt weer naar een zin voor zijn bestaan.  De culinaire roadtrip zorgt er uiteindelijk voor dat hij weet waar hij het allemaal voor doet. Mooie bijkomstigheid is natuurlijk dat de band met zoonlief ook weer versterkt wordt. Twee filmclichés in één klap!

Favreau weet de platgetrapte verhaallijn nog wel leuk in beeld te brengen.  Het eten wordt als smakelijke food porn  getoond met een nadruk op sappige en malse stukken vlees en het lekker sudderen van de braadpan. Zeker geen genot voor vegetariërs, maar iedereen begrijpt wel dat die Cubaanse broodjes over de toonbank vliegen als je naar de soundtrack luistert: een opzwepende mix van soul, salsa en oldschool breakbeats. Het benadrukt de street cred van Caspers street food nog eens.

Recensie Chef

Waan van de dag
Verder geeft Favreau ook een simpel maar grappig beeld van de waan van de dag die ten grondslag ligt aan social media. Als Casper het nut van Twitter ontdekt wordt elke tweet bijgestaan door een animatie van een zwerm van blauwe vogeltjes. Hier schuilt ook weer een link naar Favreau’s eigen ervaringen met de kracht van het internet en de ontvangst van zijn grote films. 

Minder geslaagd zijn de vele gastrollen die de revue passeren, maar niets bijdragen aan het geheel. Scarlett Johansson en Sofia Vergara fungeren puur als eye candy en doen niet echt mee in de mannenwereld van de keuken. Robert Downey Jr. flitst ook even voorbij wegens zijn connectie in Favreau’s Iron Man. Het zal wel een goedbedoelde vriendendienst zijn geweest. Daarmee is Chef ondanks wat grappige elementen helaas een standaardsnack die tijdelijk even de honger stilt, maar verder weinig voedingstoffen bevat.

 

29 augustus 2014

 

 

ALLE RECENSIES

Sin City: A Dame to Kill For

****

recensie  Sin City: A Dame to Kill For

Film als ‘beeld’verhaal

door Alfred Bos

De Amerikaanse tekenaar en stripauteur Frank Miller is een fenomeen. In 2005 maakte hij met coregisseur Robert Rodriguez van zijn jaren negentig strip Sin City een visueel verbluffende film. De opvolger – nu in 3D – is wederom een studie in vorm.  

Toen Sin City in 2005 wereldwijd in de bioscoop debuteerde was er verbazing. Nimmer was een stripverhaal zo authentiek en ‘stripachtig’ vertaald naar het filmdoek; nog niet eerder waren live action, computer graphics en ouderwetse grimeurtechnieken zo radicaal geïntegreerd; en zelden was er zoveel bruut geweld over de kijker uitgestort.

Recensie Sin City: A Dame to Kill For

Sin City toonde een archetypische verteltrant in een unieke beeldtaal en was de visueel verbluffende filmvertaling van Frank Millers gelijknamige reeks hoogst eigenzinnige (contrastrijk zwart-wit, met een enkel detail in kleur) en vernieuwende comics. De filmversie was bijna een nieuw genre, iets tussen strip en film in, die de filmadaptatie uit 2003 van Millers Daredevil strips naar de kleuterklas verwees.

Film noir is sinds het begin van zijn loopbaan als stripschrijver en -tekenaar de voornaamste inspiratiebron voor Miller en Will Eisner, de man die in de jaren veertig de stripfiguur The Spirit bedacht, zijn grote voorbeeld. Drie jaar na Sin City  waagde Miller zich aan een filmadaptatie van The Spirit, maar dat draaide uit op een commerciële en artistieke flop. Kennelijk had hij toch de helpende hand van Robert Rodriguez, de coregisseur van Sin City, nodig om de beelden van het tekenvel naar het grote scherm over te brengen.

Levensmoede rechercheur
Negen jaar na hun eerste werkstuk (en acht jaar later dan aangekondigd) verschijnt het vervolg, Sin City: A Dame to Kill For. Wie zich heeft vergaapt aan de voorganger, kan met een gerust hart gaan kijken naar de nieuwe avonturen van Marv, de bruut met het kleine hart (een onherkenbaar geschminkte Mickey Rourke), de nachtclubdanseres Nancy (Jessica Alba) en de totaal corrupte politicus Senator Roark (Powers Boothe). Al is de schok er na de eerste film wel een beetje af en figureert een van de hoofdpersonages van de vorige film, de levensmoede rechercheur John Hartigan (Bruce Willis), slechts in een enkele scène als geest. De indrukwekkende visuele stijl, het nihilistische wereldbeeld en het cartooneske ultrageweld zijn gebleven.

Sin City heet eigenlijk Basin City, maar de eerste twee letters van het naambord zijn door kogelgaten onleesbaar gemaakt. Het is een denkbeeldige stad in Amerika, waarin Miller alle clichés van de Amerikaanse hard boiled misdaadromans uit de jaren dertig en veertig heeft samengebald tot een (letterlijk in zijn strips) inktzwarte cocktail van verloedering, corruptie en geweld, inclusief de aan het genre eigen voice over. Ook in de films is het immer nacht en als het niet stort van de regen worden de straten bevolkt door gespuis, snollen en losers. Sin City is de metafoor voor een samenleving waarin recht en orde niet (meer) bestaan en gevoel is vervangen door sensatie. Heel eigentijds, dus.

Recensie Sin City: A Dame to Kill For

Femme fatale
Nieuw in deze aflevering zijn Joseph Gordon-Levitt en Josh Brolin, die respectievelijk de bravouretiener Johnny en Dwight McCarthy, het centrale karakter van de serie, spelen; Brolin neemt de rol over die Clive Owen in de vorige film vertolkte. Johnny krijgt aan het aan de stok met Senator Roark, Dwight moet zich een femme fatale, Ava (Eva Green, die de boosaardige Artemisia speelde in 300: Rise of an Empire, de verfilming van Millers striproman Xerxes) van het lijf houden. Naast revolvers blijken snel ladende kruisbogen en vlijmend scherpe samoeraizwaarden populair onder de bewoners van Sin City.

Fans maken zich druk over de chronologie van de stripverhalen (zes romans en elf korte verhalen, gepubliceerd tussen 1991 en 2000) en bijbehorende verfilmingen, maar Miller heeft nooit de bedoeling gehad een rechttoe rechtaan relaas te vertellen; Sin City is een fictief universum waarin een reeks karakters figureren. Net als de eerste film combineert A Dame to Kill For een aantal episodes van de stripreeks tot een min of meer samenhangend geheel. Wie wil weten hoe het allemaal zit kan op Wikipedia terecht voor alle achtergronden en details van Millers diverse malen bekroonde werk. Sin City: A Dame to Kill For is film zoals film bedoeld is, als ‘beeld’verhaal.

 

25 augustus 2014

 
ALLE RECENSIES

Third Side of the River, The

**

recensie  The Third Side of the River 

Als de wal het schip moet keren

door Cor Oliemeulen

De ‘derde kant’ van de rivier is een plek die niet bestaat. Als je in een identiteitscrisis zit en niet kunt kiezen aan welke kant je wilt staan, moet je een eigen plek creëren. Goedschiks óf kwaadschiks.  

De Argentijnse regisseur Celina Murga werkt het liefst met acteurs die geen of nauwelijks ervaring hebben. Weliswaar gesteund en geadviseerd door Martin Scorsese (de naam van de legendarische filmmaker pronkt steeds vaker op de titelrol van veelbelovende internationale producties) heeft zij niet het budget om gerenommeerde acteurs aan te trekken. Het voordeel van nieuwelingen is echter vaak wel dat ze goed te kneden zijn en een naturelle uitstraling hebben. In Murga’s vierde film The Third Side of the River (La Tercera Orilla) is dat niet anders.

Recensie The Third Side of the River

Dubbelleven
De 17-jarige Nico woont samen met zijn moeder, zusje en broertje in een provinciestadje. We ontdekken langzaam dat zijn vader een dubbelleven leidt: deze Jorge heeft een officieel gezin en een niet-officieel gezin waarvan Nico lid is. Jorge komt zo nu en dan langs voor seks met Nico’s moeder en hangt graag Sinterklaas uit. Hij is dokter en ranchbezitter, erg dominant, maar niet gewelddadig. Hij is zoals zijn vader hem waarschijnlijk opvoedde: hard werken, goed in materiële zaken, maar geen enkel oog voor de gevoelens van je kinderen.

Nico is de man in huis. Net als Jorge voelt hij zich verantwoordelijk, vooral voor zijn broertje dat op school wordt gepest. Als Nico na een gevecht met een van de pestkoppen zijn geblesseerde oog heeft laat verzorgen door zijn moeder, is het enige wat Jorge doet zijn schouders ophalen en schamper lachen. Nico gehoorzaamt zijn vader, maar tegelijkertijd haat hij hem. Soms kruipt hij onder zijn bed als zijn vader langskomt. Samen een potje jagen en een bordeel bezoeken zijn verplichte nummers. Veel liever gaat Nico helemaal los in een heerlijk valse karaoke met zijn zusje.

Recensie The Third Side of the River

Hypocrisie
Regisseur Celina Murga wil graag afrekenen met de hypocrisie rond dubbele families. “Die zijn normaal in Argentinië. Maar in een provinciestadje is dat eerder zichtbaar. Iedereen kent het ‘geheim’, iedereen ziet wat er aan de hand is, maar niemand zegt er iets van.” Ze vertelt het verhaal over de pijnlijke relatie en oplopende spanning tussen zoon en vader vanuit het perspectief van Nico. Ze neemt hiervoor alle tijd. Zoveel tijd zelfs dat de climax niet als een echte climax voelt. En dat is erg jammer.

De vader-zoonrelatie komt al voor in oude Arabische geschriften. Hele bibliotheken en videotheken zijn te vullen met beschouwingen over het thema. Ieder verhaal kent zijn eigen problematiek, conflicten en nuances. De perikelen tussen Jorge en Nico in The Third Side of the River nemen we graag voor kennisgeving aan. We hekelen de vader en hebben compassie voor de zoon, maar echt boeien kan het allemaal niet. Of je moet in hetzelfde schuitje als Nico zitten.

 

23 augustus 2014

 
ALLE RECENSIES

Maps to the Stars

*****

recensie  Maps to the Stars 

Oscar als moordwapen

door Alfred Bos

Maps to the Stars is de meest genadeloze satire op onze hang naar roem, rijkdom en aandacht – gesymboliseerd door Hollywood – die er tot nu toe op het filmdoek is vertoond. Regisseur David Cronenberg en scenarist Bruce Wagner gooien de remm(ing)en los.  

David Cronenberg is de Neil Young van de eigentijdse cinema. De Canadees is dwars en grillig; trekt los van mode en reputatie zijn eigen spoor; heeft een herkenbare eigen stem, goed voor een uniek oeuvre; en is langzaam maar zeker uitgegroeid tot een monument. Het Amsterdamse filmmuseum EYE wijdt deze zomer een expositie aan de man en diens werk (tot 14 september). Voor die gelegenheid maakte Cronenberg de korte film The Nest, die voor de duur van de expo is te zien op YouTube.

Recensie Maps to the Stars

‘De hel is een wereld zonder drugs’, zegt een van de (behoorlijk verknipte) personages in Cronenbergs laatste werkstuk en vuur is een van de centrale motieven in Maps to the Stars, een ongemeen zwart en als zuur bijtend portret van de hang van Hollywood en haar bewoners naar roem en succes. Het script is van Bruce Wagner, een verklaarde Hollywood-hater en auteur van onder meer de miniserie Wild Palms en White Dwarf,  intelligente en eigenzinnige sciencefiction uit de jaren negentig. Met zijn aan beatauteur William Burroughs verwante cynisme is Cronenberg de ideale regisseur voor de meest genadeloze satire van Hollywoods illusiefabriek die er op het filmdoek is geprojecteerd.

Hallucinaties
Maps to the Stars, overigens pas de eerste film waarvoor Cronenberg naar Los Angeles is afgereisd, is alles wat de doorsnee Hollywood-productie niet is. De verhaallijnen over het door brand verminkte kindermeisje Agatha (Mia Wasikowska), het narcistische jeugdsterretje Benjie Weiss (Evan Bird), een verknipte actrice die hoopt haar incestueuze moeder te spelen in een biopic (Julianne Moore) en haar mentale coach (John Cusack) komen geleidelijk en zonder knaleffecten tezamen. Cronenberg trekt langzaam het doek van een gruwelijke waarheid weg, waardoor het unheimische gevoel – wat is hier in godsnaam aan de hand – allengs plaatsmaakt voor ontzetting. Willen we wel weten wat we te weten krijgen?

Cronenberg maakte naam met naar sciencefiction neigende films (Videodrome, The Fly, Naked Lunch, Crash ) waarin de lichamelijke integriteit van de personages wordt geschonden door technologie. Die fysieke horror heeft gaandeweg plaatsgemaakt voor psychische horror; de personages van Maps to the Stars leven in een emotionele woestijn waarin drugs en eigenwaan de leegte moeten vullen. Wat is gebleven zijn de surrealistische trekjes die het werk van Cronenberg regelmatig doen herinneren aan dat van David Lynch. Ook in deze film hallucineren enkele filmkarakters er ongeremd op los en is het verschil tussen waan en werkelijkheid subjectief. Ze zijn de auteurs van hun eigen nachtmerrie. Buiten is het kil, binnen nog veel killer.

Recensie Maps to the Stars

Woedeaanval in lotushouding
Cronenberg zet zijn personages neer als emotioneel gehandicapte kneuzen die door hun ambities in monsters veranderen en transformeert de kijker tot voyeur. Ondertussen valt er ook te lachen, al is de humor gitzwart en cynisch, waarbij regisseur en scenarist burleske momenten niet uit de weg gaan. Zo is er de scène waarin een Hollywood-filmprijs (het is uiteraard de Oscar, maar niet heus) als moordwapen wordt ingezet en zijn er meerdere dialogen over poep. En wat te denken van een woedeaanval in lotushouding? Er zijn meer films waarin roem als de nieuwe religie en aandacht als de ultieme verslaving worden neergezet, Maps to the Stars gaat nog een stapje verder en toont hoe egotisme de empathie weg vreet. Is het toeval dat er vooral kinderen doodgaan?

Cronenberg zelf noemt Maps to the Stars een komedie, zoals al zijn film volgens de regisseur komedies zijn. Maar dan wel een komedie van het brute en onverschrokken soort. Al vouwen de verhaallijnen ineen, niet alles is aan het slot van de film duidelijk. Ook het gedicht van de Franse surrealist Paul Éluard, waar diverse malen naar wordt verwezen, biedt geen soelaas. Maakt allemaal niets uit, zo kan de kijker in zijn hoofd zijn eigen film invullen en dat is precies het verschil tussen entertainment en kunst. Meesterlijke film.

 

22 augustus 2014

 
ALLE RECENSIES

Magic in the Moonlight

***

recensie  Magic in the Moonlight 

Romantiek aan de Rivièra

door Alfred Bos

Zelfs de routinefilms van Woody Allen zijn scherper en diepzinniger dan de meeste eigentijdse romcoms. De 78-jarige regisseur en scenarioschrijver levert in zijn vierenveertigste rolprent vertrouwde kwaliteit.  

De quizvraag voor thuis: wat was het laatste jaar dat Woody Allen géén nieuwe film in de bioscoop had? Dat was 1981, het jaar waarin Ronald Reagan als president werd beëdigd. Onwaarschijnlijke productie, van niveau ook, want op zeperds is de 78-jarige regisseur (één Oscar) en scenarioschrijver (drie Oscars) nimmer te betrappen geweest. Voor hen die jaarlijks naar de bios gaan om de nieuwe Allen te savoureren, Magic in the Moonlight is van de gekende kwaliteit. Vertrouwd ook omdat er in de rolprent diverse Allen-karakteristieken voorbij komen.

Recensie Magic in the Moonlight

De romantische komedie speelt aan de Côte d’Azur in het jaar 1928, op de soundtrack getypeerd door de ‘hot’ jazz en klassieke muziek van die dagen (Stravinsky, Ravel). Colin Firth speelt de excentrieke Britse misantroop Stanley, die als de ‘Chinese’ illusionist Wei Ling Soo olifanten weg tovert op het toneel van een Berlijns variététheater; en passant horen en zien we Ute Lemper een schuimend lied vertolken. Allen varieert al een loopbaan lang op de thema’s bluf en schijn.

Freud en fraude
Stanley’s aanwezigheid is gewenst in de Provence, waar een jong Amerikaans medium, Sophie (Emma Stone), een gefortuneerde familie dreigt te tillen. Hij, de Nietzsche citerende scepticus die bekend is met alle trucs van het illusionistenvak, moet haar ontmaskeren. Het is goed voor woordspelige grappen over Freud en fraude. De film toont de botsing van ratio (Stanley) en magisch denken (Sophie), van argwaan en geloven, van cynisme en spiritualiteit. De les: zonder illusies kun je niet leven.

Het is een klassieke Allen-moraal, zoals Magic in the Moonlight een klassieke Allen-film is. Stanley is de licht neurotische tobber die de alledaagse waanzin doorziet, maar niet begrijpt. Hij fileert goedgelovigheid en hypocrisie in spitse dialogen, vaak ten koste van zichzelf. Stanley is de buitenstaander in een coterie van wereldvreemde upper class en berekenende paladijnen, die omgeven door weelde de tijd doden met galafeesten, nutteloze uitstapjes en spirituele seances. Stanley doet mee, maar staat er boven. Denkt hij.

Recensie Magic in the Moonlight

Magisch mediterraans licht
Wie de geestige dialogen en spitsvondige terzijdes aan zich voorbij laat gaan en alleen naar het decor kijkt, ziet een authentiek vormgegeven en schitterend gefotografeerd paradijs, badend in het magische licht van de Midi. Voor de filmopnamen zijn de reclameborden langs de kustweg van Nice naar Menton verwijderd, zodat Stanley en Sophie in hun klassieke Riley-automobiel door een ongerept landschap kunnen rijden. In 1928 waren er zwerfvuil noch rugzaktoeristen. En niemand was getatoeëerd.

Magic in the Moonlight mist het zwarte randje dat Allens voorgaande film, Blue Jasmine, boven de routine uit tilt. Zijn vierenveertigste film is een pleidooi voor romantiek en gespeelde onschuld als alternatief voor cynisme en eigenbelang. Het is géén gestyleerde nostalgie, daarvoor prikt Allen te scherp door de verwaten naïviteit van zijn personages. Zoals alle sprookjes heeft Magic in the Moonlight  en happy end. Met Stanley komt het goed, want de illusionist geeft zich over aan de illusie. Magie maak je zelf.

 

18 augustus 2014

 
ALLE RECENSIES

Damned, The

**

recensie  The Damned

Behekste huizen zijn overal

door Suzan Groothuis 

Na een auto-ongeluk belandt een vijftal mensen in een oud hotel. Dat daar een kwaadaardige demon huist, hadden ze natuurlijk niet voorzien. 

De avond voordat ze trouwen reizen David en Lauren naar Columbia om Davids dochter Jill op te pikken. Die blijkt haar studieplannen opgegeven te hebben om samen met haar tante Gina, die als nieuwslezer werkt, te reizen. Dat er ook nog een leuke cameraman in het spel is, zal ook wel meespelen in haar keuze.

Jill’s paspoort is echter elders in het land en moet eerst opgehaald worden voordat ze het vliegtuig kunnen nemen. Maar de autorit van acht uur kent een abrupt einde, wanneer de vijf na een stortvloed aan regen van de weg af raken.

Recensie The Damned

Gelukkig is er een oud statig huis in de buurt waar ze hun toevlucht kunnen nemen. Dreigend doemt het pand op, wat als een voorbode gezien kan worden van ramp en tegenspoed. En inderdaad, de oude eigenaar blijkt een onschuldig uitziend meisje verborgen te houden in zijn kelder. Geschokt besluiten zijn onverwachte gasten haar te bevrijden, ondanks zijn waarschuwingen dit vooral niet te doen.

Kwade krachten komen vrij
Tot zover de verhaallijn van The Damned (ook bekend als Gallows Hill). Wat volgt? Het jonge meisje blijkt bezeten door een demonische heks die zint op wraak. De afstammelingen van de mensen die verantwoordelijk zijn voor haar dood, zullen er een voor een aangaan. De gasten vormen slechts een sta-in-de-weg, maar ach, waarom niet – als je eenmaal aan het moorden bent kunnen er best nog een paar bij.

Regisseur Víctor García is vooral bekend van sequels, zoals de negende Hellraiser: Revelations (2011) en Mirrors 2 (2010). Vertrouwd in het horrorgenre dus, wat ook zichtbaar is in The Damned. García maakt dankbaar gebruik van bekende horrorelementen, zoals de grauwe, dreigende sfeer, schrapende en spookachtige geluidseffecten, wat bloederige momenten en de nietsontziende demon die steeds als een duveltje uit een doosje opduikt.

Recensie The Damned

Behendige, maar falende demon
Genoeg ingrediënten dus om de kijker de stuipen op het lijf te jagen, ware het niet dat García juist daarin faalt. Grootste manco vormen de demonische stemmen, die allesbehalve geloofwaardig en afschrikwekkend zijn. Meer dan overdreven vervormd gehijg, gefluister en gegrom – overigens duidelijk gedubd – zijn de demonische uitlatingen niet.

Met het plot probeert García nog wat sentiment en jeu in zijn film te brengen, maar het is allemaal teveel van het goede. Een demon die zeer behendig blijkt in het wisselen van gedaanten en bezit nemen van lichamen en bovendien haarfijn de geheimen kent die eenieder met zich meedraagt – wie is daar nou tegen opgewassen? Het einde belooft een sequel, maar, als we The Damned inderdaad als deel een mogen beschouwen, dan kan García’s film onvoldoende op zichzelf staan. Hij put uit de alom bekende en voorspelbare horrormix, waarbij de locatie – een grauw en door regen overspoeld Columbia – de enige originele invalshoek is.

18 augustus 2014

 
ALLE RECENSIES

Never a Dull Moment

***

recensie  Never a Dull Moment

Tussen de as en de haarspelden

door Cor Oliemeulen

Sam Waagenaar was een nieuwsgierige, optimistische en onbevangen levensgenieter. Bekend van zijn biografie over Mata Hari, maar in vergetelheid geraakt als fotograaf die de halve wereld bereisde. Pim Zwier werd getroffen door diens ongepubliceerd levensverhaal en maakte een documentaire, waarin Waagenaars beleving van de Tweede Wereldoorlog centraal staat.  

Never a Dull Moment is een chronologische opsomming van de levenswandel van de in 1908 geboren Amsterdammer. De tekst van de film is geheel gebaseerd op de woorden van de avonturier en wordt ondersteund door authentiek filmmateriaal en foto’s van Sam Waagenaar zelf. De geselecteerde passages uit zijn autobiografie komen tot leven door een voice-over. Hoewel de toon soms nonchalant of afstandelijk is, blijft het beeld van een oprechte en veerkrachtige persoon hangen.

Recensie Never a Dull Moment

Drang tot reizen
Sam Waagenaar had al vroeg een drang tot reizen en het bezoeken van vreemde landen. Na de middelbare school vertrok hij in 1930 naar New York waar hij publiciteitsmanager van filmmaatschappij MGM werd. Een half jaar later keerde hij terug en werd Hoofd Publiciteit & Reclame van Europa. Hij noemt het de beste tijd van zijn leven. In Parijs waren ‘de meisjes aangenaam brutaal’. Hij nam zangles, ging operette zingen, vestigde zich in Zuid-Frankrijk en vertrok in 1939 weer naar Amerika.

Na de Japanse aanval op Pearl Harbor werden heel veel oorlogsfilms gemaakt. Als Europeaan was ‘Samuel’ Waagenaar geknipt om de rol van nazi te spelen. Terwijl hij figureerde als Duitse soldaat werden bijna gelijktijdig zijn ouders gedeporteerd, via Westerbork naar Auschwitz voor ‘een gedwongen dood’. Later in de documentaire zal hij de gaskamer bezoeken. Alleen nog het trapje naar beneden is te zien. Hij maakt er foto’s en staat ’tussen de as en de haarspelden’.

Voortdurend gekkenhuis
Niet minder indrukwekkend is zijn persoonlijke verhaal over de invasie van de Geallieerden. Samen met de Amerikaanse stoottroepen beleeft hij de uitzinnig wuivende mensen in kapot geschoten Franse dorpen, de overgave van de Duitsers en de bevrijding van Parijs. De authentieke beelden zijn prachtig, de foto’s van Sam Waagenaar, geschoten vanaf het dak van een hotel aan de Champs-Élysées, geven een unieke kijk op ‘een voortdurend gekkenhuis’.

Recensie Never a Dull Moment

Als oorlogscorrespondent bezoekt hij het totaal vernielde Berlijn. ‘De ellende liep over straat en de dood zat op de stoep.’ In heel de stad was geen boom meer te vinden, want de murw geslagen inwoners hadden niets anders om te stoken. We zien foto’s van boomstompen en ‘de overgebleven standbeelden die vroeger in dichte struiken stonden en nu in absurde naaktheid uit de kale grond oprezen’.

Goed voor Sam Waagenaar dat hij de oorlogsellende uiteindelijk kon achterlaten. Nu was het tijd om als fotograaf / correspondent de wijde wereld in te trekken: Europa, Azië, Afrika, waar is hij in zijn vijftigjarige loopbaan eigenlijk niet geweest? Het maakt van Never a Dull Moment een bewogen portret zonder saaie momenten. Zonder de authentieke stem van de hoofdpersoon of een enkel interview blijft het wel moeilijk de mens achter de fotograferende avonturier te ontdekken.

 

17 augustus 2014

 
ALLE RECENSIES

Cuban Fury

**

recensie  Cuban Fury

Een druiper van een dansfilm

door Joan Gebraad

Bij een dansfilm genaamd Cuban Fury hoop je op karakters waarin het Latijns-Amerikaanse vuur brandt, opzwepende dansscènes en een dosis Cubaans sjeu, waardoor je spontaan zin krijgt om de eigen heupen los te schudden. Cuban Fury is eerder een Cubaanse druiper.  

Komediant Nick Frost speelt Bruce Garret, een voormalige salsajeugdkampioen. Nadat enkele pestkoppen hem bespotten en te grazen nemen vanwege zijn glitterige danstenue, gooit Bruce in 1987 de handdoek in de ring. 25 Jaar later, wanneer hij als redelijk succesvol ingenieur werkt, wordt hij onverwacht wreed geconfronteerd met zijn oude passie.

Recensie Cuban Fury

Zijn nieuwe Amerikaanse baas Julia en love interest (Rashida Jones) heeft namelijk een heimelijke salsafetisj. Daarin ziet Bruce de kans om haar de zijne te maken. Er is echter één klein probleempje: door de jaren heeft Bruce behoorlijk meer gewicht gekregen en is zijn soepelheid verloren. Hoe haalt hij zijn voormalige salsaleraar (Ian McShane) over hem weer te in vorm te krijgen? En dan is daar nog die pesterige collega Drew (Chris O’Dowd) met zijn grote ego die natuurlijk toevallig ook net een oogje op Julia heeft. Tjongejonge, hoe zal dit verhaal aflopen?

Onontwikkelde personages
De film kraakt aan alle kanten. Zo is het script slecht uitgewerkt. De regisseur neemt weinig ruimte voor de psychologische ontwikkeling en emotionele verkenning van de personages. Na het traumatische incident in zijn jeugd gooit Bruce zomaar de handdoek in de ring. Dit komt zeer ongeloofwaardig over. Als dansen echt je passie is en je op kampioensniveau danst, zal je niet zomaar je grote liefde opgeven. Ook al ben je doodsbang.

Verder krijgt de kijker nooit goed Bruce’s worsteling hiermee te zien. Wat betekent salsa voor Bruce? En voor Julia? En wat voelt Julia precies voor Bruce en Drew? Hoe ontwikkelen de relaties tussen de personages zich? Ook hier is weinig aandacht voor.

De verhaallijn is verschrikkelijk cliché en uitgekauwd. Voormalige ster valt van zijn troon en wordt een loser. Hij gaat de strijd aan met problemen als obesitas, gebrek aan zelfvertrouwen, opnieuw leren salsadansen. Uiteindelijk verandert hij in een zelfverzekerde prince charming en wint het hart van zijn geliefde. Waar hebben we dat eerder gezien?

Recensie Cuban Fury

Dansende beer
Voor een geslaagde romcom mist Cuban Fury een duidelijke romantische ontwikkeling tussen Bruce en Julia. Maar bovenal: humor en eigentijdsheid. De dansscènes zijn niet opzwepend genoeg. De pit en de meeslepende muziek die je bij sommige andere films uit het genre tegenkomt, ontbreken. Ook is de uiteindelijke transformatie van Bruce niet overtuigend. Hij blijft je doen denken aan een dansende beer.

Dan zijn daar nog de eeuwige stereotypen: de flamboyante en grappige excuushomo Bejan (Kayvan Novak) die Bruce alles leert over ademende stoffen; maar vergeet ook Bruce zijn salsaleraar niet. Hij is een knorrige, strenge, oude Cubaan die telkens – hoe origineel ­-  aan een fles Bacardi lurpt. In het beste geval heeft hij soms iets weg van de oude Diego de la Vega uit The Mask of Zorro. Kortom, salsadansen en rum drinken is betere tijdsbesteding dan deze saaie, onoriginele dansfilm annex romcom uitzitten.

15 augustus 2014

 

 
ALLE RECENSIES

Kleine Anna & Lange Oom

***

recensie  Kleine Anna & Lange Oom

Speels en avontuurlijk

door Ralph Evers 

Deze zomer is er voor de hele kleintjes klein vermaak in de Zweedse sketch-film Kleine Anna & Lange Oom. Zes verhaaltjes volgen we van het duo, waarbij wonderlijke taferelen zich voordoen. Zoals een walvis in een vijver of een vliegtuigje van wrakhout.  

Kleine Anna is een jong meisje, klein van stuk, maar een durfal. Lange Oom is haar beste vriend, een oudere man met een enorme lengte die haar altijd bijstaat, maar niet zo dapper is als hij er uit ziet. Samen beleven ze zes verschillende avonturen. En zoals dat hoort bij kinderfilms, lopen de avonturen nogal anders dan je aanvankelijk als volwassene denkt.  

Recensie Kleine Anna & Lange Oom

De filmpjes spelen op een leuke en frisse manier in op de fantasie van kleine kinderen en de Vlaamse stemmen daarbij maken het geheel extra guitig. De vertaling is helaas aan de zwakke kant, met name in de liedjes, die slechts zelden in rijm zijn, waar je dat verwacht in een kinderfilm.  

Moraal
De filmpjes kennen allemaal een gelijke, nieuwsgierig makende inleiding. Elk avontuur lijkt een moraal bij te brengen. Zo gaat het eerste avontuur over het helpen van anderen en leren we en passant dat roken niet gezond is.  

In het avontuur van de ‘boomhut’, leren we dat Lange Oom, ondanks zijn lengte, toch hoogtevrees heeft. In ‘rommel’ maakt hij uit wat oud hout een vliegtuigje, en ’taart’ legt het proces van taart bakken op eigenzinnige wijze uit.  

Recensie Kleine Anna & Lange Oom

Magisch
‘Vissen’ is wel de meest magisch realistische van de zes. Het begint met een heuse walvis in de vijver en tenslotte gaan ze skiën op een plek waar geen piste te zwart is. Zo worden de jonge kijkertjes getrakteerd op zes kleine tekenfilmpjes over een grappig duo.

 

12 augustus 2014

 

ALLE RECENSIES

Jimmy’s Hall

****

recensie  Jimmy’s Hall

Het begint in de voeten en eindigt in de hersenen

door Cor Oliemeulen

Politieke en sociale overtuigingen in film lijken tegenwoordig taboe. Oudgediende Ken Loach wil niets anders. Met Jimmy’s Hall staat hij op het punt een monumentaal oeuvre af te sluiten. Aangrijpend sociaalrealisme van de bovenste plank. 

Ken Loach behoort samen met Mike Leigh tot de meest bejubelde nog actieve Britse filmregisseurs. Beide zeventigers staan vooral bekend vanwege hun engagement. Leigh snijdt vaak afgebakende sociale thema’s aan – zoals in Naked (existentieel portret van een nihilistische antiheld in Engeland begin jaren ’90), Secret & Lies (zwarte vrouw blijkt blanke moeder te hebben) en Vera Drake (abortus in de jaren ’50). Loach mag gebeurtenissen graag in een historische context plaatsen, maar deed dat pas vele jaren na zijn indrukwekkende doorbraakfilm Kes (1969), waarin een jongen in het arme noorden van Engeland vriendschap sluit met een valk. Vanaf de jaren ’90 zette hij – na het maken van tv-series en documentaires – het Britse sociaalrealisme op de kaart.

Recensie Jimmy's Hall

Ierse Burgeroorlog
In Land and Freedom (1995) schenkt hij aandacht aan de Spaanse Burgeroorlog, in Ae Fond Kiss… (2004) een Pakistaanse familie in Glasgow, in Route Irish (2010) de oorlog in Irak, terwijl in The Wind That Shakes the Barley (2006) de Ierse Burgeroorlog (1919-1922) centraal staat. Loach’s meest recente filmdrama Jimmy’s Hall borduurt voort op laatstgenoemd meesterwerk: hoe gaat de bevolking in het nieuwe Noord-Ierland tien jaar na de burgeroorlog om met de beperkte vrijheid en de macht van de katholieke kerk en landeigenaren? Anders dan in Neil Jordans thriller Michael Collins (1996) over de gelijknamige Ierse vrijheidsstrijder gaat het in de films van Ken Loach vooral om de persoonlijke motieven van het individu.

Jimmy’s Hall, gebaseerd op het gelijknamige toneelstuk van Donal O’Kelly en bewerkt door Loach’s vaste scenarist Paul Laverty, is het aandoenlijke verhaal van politiek activist Jimmy Gralton (prima gespeeld door opkomend filmacteur Barry Ward). Tien jaar na de Ierse Burgeroorlog keert hij vanuit New York terug naar Leitrim Country waar hij zijn moeder gaat helpen op het land. Ondertussen bezoekt hij de vervallen danshal die hij destijds bouwde met vrijwilligers en vanwege de schermutselingen moest sluiten. Op aandrang van toenmalige vrienden en sympathisanten heropent hij het gebouw.

‘Is it Christ or is it Jim?’
Jimmy heeft een grammofoon en jazzplaten meegebracht uit Amerika en in korte tijd is Jimmy’s Hall het plaatselijke centrum van dans, muziek, zang, kunst, literatuur én politieke discussies. Het is Father Sheridan (Jim Norton) een doorn in het oog, want ‘educatie is voorbehouden aan de kerk’ en ‘barbaarse klanken uit donker Afrika mogen de Ierse volksmuziek niet verdringen’.

Recensie Jimmy's Hall

De ontwikkelingen in de postrevolutionaire samenleving – waar het gezag conservatiever lijkt dan dat van voor de burgeroorlog en soms iets weg heeft van een Stalinistische dictatuur – zetten de boel op scherp. Want de gevestigde orde zit niet te wachten op een nieuwe golf van sociale onrust en bloedvergieten, hoewel de bezoekers van Jimmy’s Hall alleen maar willen dansen en zich scholen. De pastoor weet het zeker: ‘Het begint met de voeten en komt uiteindelijk in de hersenen.’

Ken Loach focust op de relatie tussen Jimmy Gralton en Father Sheridan die leidt tot mooie, intense dialogen. Jimmy komt op voor de belangen van jonge mensen op zoek naar perspectief, persoonlijke groei en vermaak tijdens deze economische crisisjaren. Father Sheridan beschouwt hem als een communistische oproerkraaier, demoniseert tijdens zijn preek kerkgangers die Jimmy’s Hall bezoeken en dwingt zijn parochie te kiezen: ‘Is it Christ or is it Jim?’ Het eind van het liedje is dat de Ierse overheid over Jimmy’s lot beschikt.

 

10 augustus 2014

 
ALLE RECENSIES