Zero Dark Thirty

****

recensie  Zero Dark Thirty

Martelgang naar Bin Laden

door Mirthe van Lieshout

Zero Dark Thirty heeft in Amerika al veel stof doen opwaaien. Zowel CIA, senatoren als de anti-martelbond hebben geklaagd over de gesuggereerde effectiviteit van folteringen.

De actiethriller van Kathryn Bigelow (Point Break, The Hurt Locker) volgt CIA-agente Maya (Jessica Chastain) die zich ten doel heeft gesteld Osama Bin Laden te vinden. Tijdens martelverhoren komt ze op zijn spoor, bijt zich jarenlang vast en vecht tegen haar leidinggevenden die haar niet genoeg hulp bieden. Het is een modern klassiek antiterrorismeverhaal, dat sterk doet denken aan de serie Homeland met in de hoofdrol een CIA-agente, geobsedeerd jagend op een terrorist terwijl ze wordt tegengewerkt door de mannen aan de top.

Gebaseerd op feiten en bestaande personen
De film past zo goed in het format dat het de verwachting schept dat het verhaal sterk geromantiseerd is ten behoeve van een spannend plot. Maar regisseuse Bigelow en scenarioschrijver Mark Boal verzekeren dat het verhaal op feiten en alle personages op bestaande personen gebaseerd zijn. De Washington Post kon de CIA-agente naar wie Maya gemodelleerd is naar eigen zeggen inderdaad gemakkelijk vinden. Dé Bin Laden-deskundige Peter Bergen meent dat het personage niet op één maar op twee vrouwelijke agenten gebaseerd is. Of het er nou één of meer zijn, in grote lijnen volgt de film absoluut de waargebeurde klopjacht, dat is na alle ophef wel duidelijk geworden.

Recensie Zero Dark Thirty

Na Maya’s tienjarige zoektocht volgt de aanval op de compound in Pakistan waar Bin Laden zich volgens haar schuilhoudt. Het eerste deel is een technisch perfecte spionagethriller, tijdens de laatste 25 minuten durende scène is het alsof de kijker de missie real time volgt. De bioscoopbezoekers kunnen zichzelf horen ademen terwijl de mariniers door het huis sluipen. Een fantastisch filmisch hoogtepunt dat recht doet aan de twee uur durende opbouw.

Geen duidelijk standpunt
Deze bijzondere film reconstrueert de recente geschiedenis en suggereert dat het martelen de CIA op een spoor bracht – iets wat de CIA nu tegenspreekt. Bigelow en Boal beweren dat ze de martelingen niet als onmisbaar of heldhaftig presenteren. Een eenduidig standpunt valt inderdaad niet te ontdekken. Weliswaar veroordeelt de film de martelende agenten niet, wordt er geen aandacht besteed aan wantoestanden als in Abu Ghraib en Guantanamo en komt er geen antwoord op de vraag of Bin Laden zonder martelingen ook gevonden zou zijn. Maar het is zeker geen propaganda: niemand zal na Zero Dark Thirty als voorstander van martelen de bioscoop uitlopen.

 

21 januari 2013

 
ALLE RECENSIES

Master, The

****

recensie  The Master

Prachtig verontrustend

door Karina Meerman

Drama waarin we de relatie observeren tussen een onvoorspelbare, strakgespannen alcoholist en de vaderlijke leider van een spirituele cultus in oprichting.

Het is 1950. Freddie Quell (Joaquin Phoenix) was een zeeman tijdens WO II en is daar met een flinke tik uitgekomen. Hoe lang hij al alcoholist is weten we niet, we leren wel snel dat hij een talent heeft voor het stoken van drank. Hij is een intense man, met een vreemde lichaamstaal en een duistere blik. Hij lijkt voortdurend te balanceren op de rand van woede of waanzin, begeleid door een vrij ongemakkelijke kijk op seks.

The Master

Geen twijfel aan intellectuele vermogens
Freddie’s leven glijdt langzaam af naar de goot, tot hij per ongeluk de Meester ontmoet (Philip Seymour Hoffman). Deze aimabele figuur, die niet lijkt te lijden onder enige twijfel aan zijn eigen intellectuele vermogens, heeft uitgesproken ideeën over de spirituele mens. Hij is omringd door familie en volgelingen die geloven in De Zaak, The Cause. Overeenkomsten met de Scientology-kerk zijn er zeker: door trauma’s uit het verleden te herleven, kan de mens zich redden in dit leven en de volgende levens. De Meester, Lancaster Dodd, en Freddie Quell ontwikkelen al snel een band. Het verhaal volgt hen vanaf de eerste ontmoeting, wanneer Dodd de verdwaalde zeeman onmiddellijk in zijn hart sluit. De mensen om hen heen hebben wat meer tijd nodig. Maar gaat The Cause Freddie redden? En is dat eigenlijk wel relevant?

Schrijver en regisseur Paul Thomas Anderson creëert een geloofwaardig tijdsbeeld. De tijd dat mannen elkaar ferme handdrukken geven en vrouwen hun macht achter de schermen moeten uitvoeren (Feilloos getoond door Dodd’s enge echtgenote, gespeeld door Amy Adams). De beelden zijn intens (veel sepia en een aparte kleur blauw) en de muzikale begeleiding past perfect. De camera volgt de uitzonderlijke acteerprestaties van twee formidabele mannen, maar de kijker wordt nooit onderdeel van het verhaal. Hij mag observeren en zijn eigen conclusies trekken, terwijl Freddie Quell een ontwikkeling doormaakt van loser alcoholist, naar rabiate volgeling, naar twijfelaar.

The Master

Poëzie op het grote doek
Dit is geen blockbuster, maar poëzie op het grote doek. The Master verwart – met het risico de kijker kwijt te raken – en lijkt altijd een ondertoon te hebben van naderend onheil. Het spel is meesterlijk. Phoenix’ Freddie is explosief, onderdanig en gewelddadig tegelijk en ook Hoffman’s zalvende Dodd doen de haren in de nek kriebelen. Zo zien we, wanneer Dodds overtuiging in twijfel wordt getrokken tijdens een bijeenkomst, een heel andere kant opduiken van deze vaderfiguur. De aanval is de beste verdediging. Wie ooit een wetenschappelijke discussie heeft willen voeren met een gelovige – van welke stroming dan ook – voelt de frustratie van de kritische denker wiens logische argumenten aan de kant worden geveegd door heilige overtuiging.

Het kan heel goed dat de slotscènes de kijker in complete verwarring achterlaten, met de vraag wat er nu eigenlijk gebeurd is in de voorgaande 144 minuten. Hoe verfrissend is dat, in de gebruikelijke stortvloed van klip-en-klare actiefilms en dramaverhalen?

 

20 januari 2013

 
ALLE RECENSIES

Lay the Favourite

*

recensie  Lay the Favourite

Gegokt en verloren

door Cor Oliemeulen

Bijna elke gerenommeerde regisseur slaat wel eens de plank volkomen mis. Stephen Frears lanceert een komedie die om te janken is.

Over gokken in een casino zijn genoeg mooie films gemaakt, zoals Bob le Flambeur (1956) en Rounders (1998). Films over het gokken op sportwedstrijden zijn dunner bezaaid. Terwijl films als The Killing of a Chinese Bookie (1975) van John Cassavetes en Two for the Money (2005) met Al Pacino zich centreren rond de dramatische verwikkelingen bij bookmakers, wil Lay the Favourite (Lay the Favorite voor de Amerikaanse markt) vooral een luchtige, pretentieloze komedie zijn. Helaas verzaken sterren als Bruce Willis, Catherine Zeta-Jones en Vince Vaughn om er een feestje van te maken.

Ambitie als serveerster in Las Vegas
De enige die er nog iets van bakt, is Rebecca Hall, bekend door Vicky Cristina Barcelona (2008) en overtuigend in The Awakening (2012). Zij speelt de hoofdrol van Beth Raymer, die na slechte ervaringen als privé-danser de ambitie heeft om serveerster in Las Vegas te worden, bij toeval gaat werken voor een bekende bookmaker en over haar leven een bestseller schrijft. Stephen Frears maakte een film van Lay the favorite: A Memoir of Gambling en laat Hall opdraven in een kort broekje, zoals hij eerder in zijn comedy Tamara Drewe (2010) een meisje indruk op haar omgeving laat maken door het tentoonstellen van haar benen.

Recensie Lay the Favourite

Ook de boekverfilming heeft weinig om het lijf. Beth is lief en heeft een lieve hond, Otis. Beroepsgokker Dink (Bruce Willis in korte broek met witte sokken) vindt haar sympathiek, opgewekt en spontaan. Zij wordt aangenomen op zijn kantoor om weddenschappen af te sluiten en is betrouwbaar genoeg om geld op te halen en te bezorgen. Maar nadat ze verliefd wordt op Dink en te maken krijgt met zijn jaloerse, facelift minnende echtgenote Tulip (een dunne Catherine Zeta-Jones) wordt Beth ontslagen. Vervolgens duikt ze maar met een andere vent de koffer in en vertrekt naar New York om te werken voor Rosie, een concullega van Dink.

Komedie zonder humor
Is dat alles? Jawel! Lay the Favourite heeft geen plot, geen subplot en dus zeker geen plotwisselingen. Diepgang is ver te zoeken en er is nauwelijks achtergrondinformatie over het fenomeen gokken en de toegepaste technieken. Enige spanning, een werkelijke crisis of intrige om het verhaal naar een ander niveau te tillen ontbreken. Erger nog: het is een komedie zonder humor. En hoe romantisch de film soms met vlagen wil zijn, er is geen enkele chemie tussen de spelers, dus enige betrokkenheid met de personages is volstrekt uitgesloten.

Ondanks deze miskleun blijft de loopbaan van de Engelse regisseur Stephen Frears imposant. Hij brak in 1985 door met het gedurfde My Beautiful Laundrette, waarin een Pakistaanse jongen een openlijke liefdesaffaire krijgt met een blank schoffie (Daniel Day-Lewis). Hij is verantwoordelijk voor prachtige drama’s (Dangerous Liaisons, 1988 en The Queen, 2006), memorabele misdaadfilms (The Grifters,1990 en Dirty Pretty Things, 2002) en meesterlijke komedies (Hero, 1992 en High Fidelity, 2000). Met het saaie scenario en een totaal gebrek aan bezieling heeft Frears met Lay the Favourite gegokt en kansloos verloren.

 

18 januari 2013

 
ALLE RECENSIES

Scabbard Samurai

***

recensie  Scabbard Samurai

Samoerai zonder zwaard wordt joker

door Alfred Bos

Schede zonder zwaard
Samoerai verliest zijn eer
De grap brengt redding

Komiek en regisseur Hitoshi Matsumoto is wereldberoemd in Japan, daarbuiten is hij alleen bekend bij een cult-publiek. Het is de vraag of de release van zijn derde film, die in Nederland wordt uitgebracht onder de Engelse titel Scabbard Samurai (Samoerai Zonder Zwaard, scabbard = schede), daar veel verandering in zal brengen. Humor is cultureel bepaald en de filosofische ondertoon van de film is Oosters. De wereld die de film toont, is exotisch.

In het Westen beleven we tijd als een rivier; hij heeft een richting. In Japan ziet men dat anders. Daar zijn de tijd en het leven geen lijn, maar een cirkel. ‘Alles gaat rond en meer is er niet’, zoals een anonieme buitenstaander aan het slot van de film declameert/zingt.

Lachen om vernedering
Nomi is een samoerai op leeftijd, wiens vrouw tijdens een epidemie is overleden. Uit wanhoop werpt hij zijn zwaard weg en laat zijn meester in de steek. Plichtsverzaak is strafbaar en bovendien verliest een samoerai met zijn zwaard ook zijn eer. Nomi wordt opgepakt, maar kan zich redden wanneer hij de 30 dagentaak volbrengt. De samoerai zonder zwaard krijgt die periode dagelijks de gelegenheid om de depressieve prins, die treurt om zijn tijdens dezelfde epidemie overleden moeder, aan het lachen te maken. Faalt hij als komiek, dan wacht hem seppuku, de rituele zelfmoord.

Recensie Scabbard Samurai

Die dertig pogingen om de apathische prins in beweging te krijgen vormen de romp van de film. Het idee is dat je je eer kunt redden door jezelf te vernederen. Nomi is, net als de prins, passief. De invallen voor zijn komische kunsten komen van zijn beide cipiers en van zijn dochtertje. Niet alle grollen zijn in westerse ogen om te schateren, maar de herhaling werkt komisch (‘alles gaat rond’) en tijdens de voorpremière waren er een aantal lachmomenten in de zaal.

Kop van Jut
De samoerai als joker, het is Matsumoto’s bespiegeling over de rol van de komiek in de samenleving. Hij bestaat dankzij de lach die hij opwekt. Redt Nomi zijn eer en daarmee zijn leven? Het slot van de film biedt een troostrijke filosofische boodschap, die een kijkje geeft in de Japanse geest en cultuur: de vader wordt het kind van zijn dochter. Tip: sta niet direct op zodra de (Japanse) aftiteling begint.

De samoerai zonder zwaard wordt met onverwoestbare lijdzaamheid gespeeld door Takaaki Nomi, die regelmatig de kop van Jut is in het razend populaire tv-programma van komiek Matsumoto. Anders dan in zijn beide vorige films staat hijzelf in Scabbard Samurai (2010) alleen achter de camera. De film draait in een beperkt aantal Nederlandse bioscopen. Big Man Japan (2007) en Matsumoto’s tweede, Symbol (2009), komen gelijktijdig met de filmrelease van Scabbard Samurai uit op dvd. EYE, Amsterdam en De Keizer, Deventer vertonen alle drie de films van de regisseur.

 

14 juni 2013

 
ALLE RECENSIES

Impossible, The

**

recensie  The Impossible

Blanke familie overleeft tsunami

door Cor Oliemeulen

Intiem portret van een westers gezin in overlevingsstrijd na een van de grootste natuurrampen. Effecten en fotografie zijn fantastisch, de blik is eenzijdig.

Niet lang nadat de familie Bennett haar intrek heeft genomen in een luxe Thais vakantieresort slaat 26 december 2004 het noodlot toe. Na een zware zeebeving in de Indische Oceaan ontstaat een enorme vloedgolf die ook het paradijselijke onderkomen resoluut wegvaagt. In The Impossible is de tsunami ongelooflijk knap nagebootst. Er komt geen digitaal water aan te pas in de bijna tien minuten durende sequentie die akelig realistisch is. Het resultaat van een jaar lang intensieve voorbereidingen.

The Impossible

Angst en pijn voelbaar
Ook de waterstroom die de familieleden meesleurt is levensecht. In de ontstane, onstuimige rivier kan de zwaargewonde Maria Bennett zich ternauwernood vastklampen aan een grote boom. Tussen de wirwar van auto’s, puin en verwoest materiaal ziet ze haar schreeuwende oudste zoon Lucas drijven. In dit technische en cinematografische hoogstandje met oranje en geel als dominante kleuren is de angst en pijn voelbaar in de op hol geslagen atmosfeer van tropisch Azië.

Moeder en zoon weten elkaar te vinden en bereiken met hulp van lokale reddingswerkers het (voor de film opnieuw opgebouwde!) ziekenhuis. Terwijl Maria daar vecht voor haar leven en Lucas andere slachtoffers bijstand verleent, proberen elders vader Henry en hun twee jongste zoons elkaar te vinden met het doel zich uiteindelijk als gezin te kunnen herenigen. De filmtitel verraadt de uitkomst al. De boodschap is simpel en clichématig: het onmogelijke is soms mogelijk als je met al je liefde en wilskracht vecht om te overleven omdat je elkaar nodig hebt.

The Impossible

Klef
De rest van The Impossible is te klef voor woorden. Je weet dat het onvoorstelbare verhaal waar gebeurd is – hoewel de oorspronkelijke familie niet Engels maar Spaans is – identificatie met de slachtoffers is daarom niet al te moeilijk. Naomi Watts (moeder Maria), Ewan McGregor (vader Henry) en speelfilmdebutant Tom Holland (Lucas) spelen goede, maar voorspelbare rollen. Niet in de laatste plaats door de manipulerende muziek krijgt het sentiment de overhand, zodat het een melodrama van jewelste wordt. Daar kan de ontroerende, hartverscheurende scène waarin Henry het thuisfront belt weinig meer aan veranderen.

Bij de tsunami kwamen ongeveer 230.000 mensen om het leven. Regisseur Juan Antonio Bayona, die doorbrak met de horrorfilm The Orphanage, heeft een respectvolle benadering van deze tragische gebeurtenis voor ogen. Door zich enkel te focussen op blanke, gefortuneerde toeristen in plaats van de arme autochtone bevolking schiet hij zijn doel voorbij. De special effects en het in beeld brengen van de levensechte horror zijn bewonderenswaardig, maar het simpele scenario biedt geen enkele verrassing.

 

13 januari 2013

 
ALLE RECENSIES

Django Unchained

***

recensie  Django Unchained

Bloedfeest op de plantage

door Alfred Bos

Deze film van Quentin Tarantino is een bijna drie uur durende western, vol geweld, humor en het weinig politiek correcte woord ‘nigger’. Wie daar geen probleem mee heeft, wacht een avond ‘ouderwets’ filmgenot.

Na onder meer een blaxploitation film, een chanbara (zwaardvechtersfilm), horror en een oorlogsfilm, is Tarantino’s laatste een wild-westfilm. Zoals te verwachten van de man die graag stoeit met genres en conventies, heeft Django Unchained een atypische held. Django (Jamie Foxx) is een zwarte (ex)slaaf. Samen met een als rondreizende tandarts vermomde premiejager – een wederom voortreffelijke rol van de Oostenrijkse acteur Christoph Waltz, die met zijn bijdrage aan de vorige Tarantino, Inglourious Basterds, in Hollywood is doorgebroken – gaat hij op zoek naar zijn als slavin verkochte vrouw.

Django Unchained

Tarantino neemt ruim de tijd om het verhaal op te zetten, waardoor de kijker alle gelegenheid krijgt om de twee ongebruikelijke karakters beter te leren kennen. Alleen de introductie duurt al een uur en is een film op zich. Er zijn verrassingen, bijvoorbeeld Don Johnson als plantage-eigenaar. Er is gitzwarte humor, de scène met een bloeddorstige Ku Klux Klan-posse is hilarisch. En er is geweld dat zo over de top is, dat het cartoonesk wordt. Kort gezegd, typisch Tarantino.

Filmauteur van het oude stempel
Django en premiejager Dr. King Schultz (hij is Duitser, wat zijn accent verklaart) vinden Django’s vrouw, de zwarte slavin Broomhilda (Brünhilda, ze spreekt Duits!), op de plantage Candieland, eigendom van de verrukkelijk sinistere Calvin J. Candie (Leonardo DiCaprio). Diens peloton zwarte bedienden staat onder commando van een nauwelijks herkenbare, maar vertrouwd schmierende Samuel L. Jackson. We zijn dan zo’n twee uur verder en wie dan nog niet genoeg hoofden uiteen heeft zien spatten of misselijk makende wreedheden gezien, wees gerust. Er volgt een bloedfeest dat niet onderdoet voor de climax van Kill Bill. Candieland krijgt een nieuw verfje, van bloed.

Sinds hij in 1992 met Reservoir Dogs werd binnengehaald als het nieuwe wonderkind, geldt Tarantino als het summum van cool. In feite is hij evenwel een filmauteur van het oude stempel, zo een die zelf zijn scripts schrijft, met een vaste crew werkt en vertrouwt op zijn ambachtelijke techniek, niet op speciale effecten of computergraphics. Het ‘ouderwetse’ tempo van Django Unchained past bij dat van 1858, het jaar waarin de filmt begint. Er zijn spitse dialogen, uitzinnige karakters en verrassende, maar plausibele plotwendingen. Alles wat na Jaws en Star Wars uit de standaard Hollywood-film is verbannen.

Django Unchained

Lachspiegel
Tarantino is eigenlijk het bastaardkind van Jean-Luc Godard (nouvelle vague) en de Shaw Brothers (martial arts filmstudio uit Hong Kong), en Django Unchained een hommage aan de spaghettiwestern, de Europese variant van het Amerikaanste aller filmgenres. Franco Nero, die de titelrol vertolkte in de originele Django (uit 1966), is te zien in een cameo. Tarantino zelf speelt ook een rolletje en deinst er niet voor terug om—zichzelf te laten opblazen. Dat soort ironie is aan een Spielberg of een Lucas niet besteed.

Het is niet moeilijk om in Django Unchained een satire op de Amerikaanse cultuur te zien. De film toont een samenleving waarvan wantrouwen, geweld en wreedheid de basisingrediënten zijn. Alle blanke Amerikanen zijn of gewetenloze geldwolven of ongeletterde idioten, vaak beide; ze communiceren via list, intimidatie en geweld. Tarantino houdt zijn publiek een met bloed bespatte lachspiegel voor: officieel mag de slavernij zijn afgeschaft, maar zoveel is er sinds 1858 in Amerika ook weer niet veranderd.

 

11 januari 2013

 
ALLE RECENSIES
 

Awakening, The

***
recensie The Awakening
Mensen hebben spoken nodig

door Cor Oliemeulen

De combinatie van bovennatuurlijke suspense en psychologisch drama in The Awakening is gedurfd en geslaagd. Helaas geen overtuigend slot, maar zeker het bekijken waard.

Na de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog is heel Engeland ondergedompeld in diepe rouw en emotionele kwetsbaarheid. Veel slachtoffers en nabestaanden vormen een gewillige prooi voor oplichters die pretenderen contact met overledenen te kunnen maken. Schrijfster Florence Cathcart ontmaskert deze malafide spirituele praktijken maar al te graag. Ook als oorlogsveteraan Robert Mallory haar vertelt over de onverklaarbare, mysterieuze dood van een student op de kostschool Rockwood waar hij geschiedenisleraar is, denkt ze direct aan hocus pocus. Florence reist met Robert naar het afgelegen oord om korte metten te maken met het gerucht dat een geest verantwoordelijk is voor het drama en de ontstane onrust.

The Awakening

Oorlogstrauma
Waar de meeste spookverhalen zich afspelen in de donkere Victoriaanse tijd, geeft de achtergrond van posttraumatische stress The Awakening gelaagdheid en diepte. Humaniteit overvleugelt spiritualiteit in dit debuut van Nick Murphy dat veel meer een bovennatuurlijke thriller dan een horrorfilm is. Er zijn weliswaar genoeg momenten die je de stuipen op het lijf jagen, maar de psychologische ondertoon van schuldgevoelens, angst en eenzaamheid maakt veel meer los. Uiteindelijk gaat het er niet om of geesten wel of niet bestaan, de vraag is waarom mensen spoken nodig hebben.

Ieder karakter heeft zijn eigen diepgang. Florence (overtuigende rol van Rebecca Hall) is met haar krachtige, nuchtere persoonlijkheid en wetenschappelijke benadering haar tijd ver vooruit. Op het moment dat ze haar gevoelens toelaat, is er schuld en afkeer van liefde. Haar verloofde komt om in de oorlog net nadat ze hem een brief heeft geschreven met de boodschap dat ze niet meer van hem houdt. Robert (Dominic West) lijdt aan shellshock en voelt zich schuldig dat hij de oorlog heeft overleefd. De akelige wond op zijn been houdt hij open door de korst eraf te krabben. Ook een andere leraar en de ervaren oppasjuf van de kostschool vertalen hun leed in typisch handelen.

The Awakening

Geforceerd eind
De filmtitel refereert aan het opborrelen van het weggestopte trauma van Florence. Het ontluiken van herinneringen en gevoelens neemt een vlucht door de charmante aanwezigheid van Robert die opnieuw liefde in haar hart brengt. Leuk voor haar, minder leuk voor de kijker. Want na de veelbelovende premisse moeten plotseling alle puzzelstukjes een consistent geheel gaan vormen. Eeuwig zonde dat de film met vergezochte verklaringen uit de bocht vliegt. De scenarioschrijvers hadden minder moeten kijken naar The Others en The Sixth Sense. Dan was The Awakening een originele suspensefilm met efficiënte geluidsband, overweldigende fotografie en uitmuntend acteerwerk.

 

6 januari 2013

 

 
ALLE RECENSIES
 

Misérables, Les

***

recensie  Les Misérables

Een musicalster zingt, een acteur acteert

door Karina Meerman

Verfilming van succesvolle musical is een streling voor de ogen, maar lang niet altijd voor de oren. Les Misérables schuwt de grote emoties niet. Nooit. En dat kan heel vermoeiend zijn.

Het boek van Victor Hugo (gepubliceerd in 1862) verhaalt over de donkere tijden tussen 1815 en 1832 met thema’s als wraak, (goddelijke) vergeving, liefde, armoe en revolutie. Met andere woorden: daar komt geen lollige musical van. Regisseur Tom Hooper (The King’s Speech) brengt deze duistere Franse periode visueel mooi tot leven. De keus om zijn sterren ‘live’ te laten zingen was een dappere, maar de vraag is of het voor iedereen even goed werkt.

Jean Valjean (Hugh Jackman) is tot 19 jaar dwangarbeid veroordeeld voor het stelen van een brood. De rechtschapen Javert (Russell Crowe) is zijn opzichter. Eindelijk vrijgelaten, wordt Valjean nog steeds geketend aan zijn verleden. Eens een dief, altijd een dief en door de papieren die hij moet laten zien, krijgt hij geen werk, geen eten, geen onderdak. Een kerk vangt hem op en betekent een ommekeer in zijn bestaan. Hij belooft beterschap aan God en neemt een andere identiteit aan. Javert, die zich opwerkt tot hoofd van de politie, blijft hem echter achtervolgen.

Grote verhalen
De relatie tussen Valjean en Javert is een van de grote verhalen van Les Misérables. Dan is er de tragedie van de mooie Fantine (Anne Hathaway), die probeert te zorgen voor het meisje Cosette (Isabelle Allen), maar aan lagerwal raakt. De tijd verloopt en zo komen we bij de liefde tussen de volwassen Cosette (Amanda Seyfried) en Marius (Eddie Redmayne), in een tijd van revolutie. Het verhaal eindigt met een veldslag om de barricaden, de liefde en de rechtvaardigheid.

Recensie Les Misérables

Les Misérables is de verfilming van de succesvolle musical die al dertig jaar volle zalen trekt. Zestig miljoen mensen hebben de theaterproductie inmiddels gezien. Misschien koos Hooper daarom voor klinkende namen om de hoofdrollen te vertolken in zijn film. Maar ook al kunnen acteurs zingen, dat betekent niet dat ze musicalsterren zijn. Zo heeft Jackman een vibrato in zijn stem, die als je daar niet van houdt, behoorlijk op de zenuwen gaat werken. Crowe mist de woede en de passie die hij met zijn uiterlijk wel kan overbrengen. De Cosette van Isabelle Allen is een engeltje om te zien en horen, maar de volwassen Seyfried (Mamma Mia!) heeft een hoge trilstem, als het vogeltje dat kwetterend neerstrijkt op de hand van Disney’s Sneeuwwitje. In Shrek zit diezelfde scène, maar daar ontploft het beestje. No such luck in ‘Les Mis’.

Broodnodige verlichting
Is het dan allemaal leed en ellende? Nee, broodnodige verlichting komt van het duo Sacha Baron Cohen en Helene Bonham Carter, als louche herbergier en diens echtgenote. De jonge Daniel Huttlestone is aandoenlijk als het straatschoffie Gavroche en muscialzangeres Samantha Barks is een loepzuivere Eponine. En Anne Hathaway maakt indruk, zeker met haar vertolking van het klassieke ‘I dreamed a dream’. De lange close-up drukt iedereen met zijn neus op haar pijn. Hooper haalt deze truc ook uit bij Valjean’s eerste solo in de kerk. We zullen het voelen! En dat is misschien wel het echte pijnpunt van deze film: zangers die ook acteren, zijn iets anders dan acteurs die ook zingen. Een musicalster zingt. Een acteur acteert. We hoeven de tranen niet altijd te zien, zolang we ze in de stem horen.

 

3 januari 2013

 
ALLE RECENSIES

Hypnotist, The

**
recensie The Hypnotist
Wankele thriller met goed acteerwerk

door Eva Baaren

De verfilming van een nieuwe Zweedse literaire thriller zorgt na de Millennium-trilogie voor hoge verwachtingen. Ondanks goed acteerwerk en mooie shots vraagt The Hypnotist veel van de kijker.

Als voormalig hypnotiseur Erik Bark (Mikael Persbrandt) wordt gevraagd om inspecteur Joona Linna (Tobias Zilliacus) te helpen met een moordzaak, besluit hij om nog één keer zijn hypnose-vaardigheden in te zetten. Dit komt hem echter duur te staan. Erik wordt betrokken in een reeks gewelddadige gebeurtenissen die niet alleen zijn leven, maar ook het leven van zijn familie op zijn kop zetten.

The Hypnotist

Scandinavische thriller
Met film- en televisieproducties als de Millennium-trilogie en The Killing is de Scandinavische thriller een populair genre geworden. Dat er een verfilming zou komen van de in Zweden succesvolle literaire thriller Hypnotisören (Lars Kepler) is dan ook niet vreemd. Maar met zo’n verfilming komt echter ook de uitdaging om de kwaliteit van bestaande filmsuccessen te evenaren. Hierin slaagt regisseur Lasse Hallström slechts gedeeltelijk.

In The Hypnotist is veel aandacht voor de setting die ook voorgaande Scandinavische films zo kenmerkt. De thriller speelt zich af onder Stockholms winterse daken die regelmatig worden uitgelicht door hoge overzichtsschots. Ook wanneer de actie zich verplaatst naar de heuvelachtige achterlanden van de stad moeten deze shots de film kennelijk een esthetisch tintje te geven.

Ook aan het acteerwerk is veel aandacht besteed. Met name de karakters van Bark en zijn labiele vrouw Simone zijn door Mikael Persbrandt en Lena Olin sterk neergezet. Beiden vertolken op subtiele verbale én non-verbale wijze een constante strijd met slapeloosheid, wantrouwen, verkeerde keuzes en onmacht. Deze strijd creëert zowel identificatie als afstand en dwingt daarmee tot nadenken over het handelingsvermogen van de mens in tijden van crisis.

The Hypnotist

Wankel plot
Ondanks de setting en het acteerwerk laat de uitwerking van het verhaal in The Hypnotist te wensen over. Hallström, die zich in het verleden heeft toegelegd op Amerikaanse producties (Who’s Eating Gilbert Grape, Chocolat), bedient zich van verschillende filmgenres die elkaar niet ten goede komen. Zo doet een plotselinge wending tijdens een hypnose-sessie in het midden van de film erg denken aan een horrorfilm, terwijl de film eindigt met reeks van melodramatische clichématige scènes met een hoog Hollywoodgehalte.

Daarnaast ontbreekt het aan duidelijke keuzes in de cameravoering. Met uitzondering van een tweetal scènes maakt Hallstom gebruik van point-of-view shots die weinig bijdragen aan het verhaal of de spanning. Ook zijn de motieven van de karakters niet altijd goed uitgewerkt. Zo blijft de reden voor inspecteur Linna om zich intensief met de moordzaak te bemoeien tot het einde onduidelijk. De laatste scène is gewijd aan de zachte kant van zijn karakter, zonder dat dit zijn eerdere keuzes van een nieuwe betekenis voorziet.

Hallström’s gebrek aan duidelijke keuzes doet het plot dan ook op verschillende momenten wankelen. De setting en de acteurs maken echter veel goed. Voor welwillende mensen met een gezonde dosis inlevingsvermogen is de film alsnog de moeite waard.

 

30 december 2012

 

ALLE RECENSIES

Life of Pi

****

recensie  Life of Pi

Oogstrelend filmepos met spiritueel tintje

door Astrid van Pelt

Voor wie National Geographic mooi maar te traag en organisch vindt, kan Life of Pi uitkomst bieden. Sterrenhemels, Hindoeïstische tempels, een range aan diersoorten en razend natuurgeweld verpakt in een haast mystiek verhaal over levenskracht.

Life of Pi is het onwaarschijnlijke overlevingsverhaal van de jonge Pi, gebaseerd op de gelijknamige bestseller van Yann Martel uit 2001. Terwijl het boek begint met een uitgebreide filosofische bespiegeling van Pi’s visie op het leven, reduceert de film dit tot enkele treffende voorbeelden. Regisseur Ang Lee heeft er duidelijk voor gekozen de nadruk op het visuele spektakel te leggen.

Life of Pi

Moeizaam begin
De beginscènes, waarin Pi in gesprek is met de schrijver die zijn levensgeschiedenis wil optekenen, komen niet echt van de grond. Pas wanneer Pi’s verhalen verdergaan dan het navertellen van zijn kindertijd en worden ondersteund door flashbacks, gaat het verhaal leven.

Pi, voluit Piscine, vernoemd naar een zwembad, groeit op in India als zoon van dierentuineigenaren. Aan het eind van Pi’s tienerjaren besluit het gezin zijn heil in Canada te zoeken. Onderweg komt de boot in een allesverwoestende storm terecht. Pi kan nog net samen met enkele meegereisde dierentuindieren in een reddingsboot springen. In een survival of the fittest leggen zij al snel het loodje. Maar één dier zal Pi tot het einde blijven vergezellen: de Bengaalse tijger Richard Parker, die zijn naam dankt aan een administratieve omwisseling met de vinder van het dier.

Overlevingspoging
De helft van de film portretteert Pi’s overlevingspoging na de scheepsramp. Hij moet niet alleen met veel creatief vermogen de tijger in bedwang houden, maar krijgt ook te maken met de onstuimige natuur. Het onrealistische verhaal wordt hierbij niet gemaskeerd: de levendigheid van de oceaan varieert van een spiegelglad gemeentelijk kanaaltje waarin de kwallen fluorescerend wit oplichten tot een wild golvende watermassa waarin een buitencategorie formaat walvis enkele meters naast de lifeboat een ceremoniële sprong maakt.

Life of Pi

Deze ongeloofwaardige natuurverschijnselen zijn echter met zoveel overtuigingskracht uitgevoerd dat ze geen lachwekkend effect hebben. Een stijlbreuk ontstaat pas wanneer de film zonder succes een humoristische noot tracht toe te voegen, bijvoorbeeld als Richard Parker in het gezicht van Pi plast.

Visuele krachtpatserij
De CGI-techniek, die mogelijk maakt de tijger digitaal in te voegen, is zo precies uitgevoerd dat het lijkt alsof acteur Suraj Sharma zijn leven daadwerkelijk heeft geriskeerd door op enkele meters van een tijger te zitten. In deze prachtige beelden stelt Pi zijn relatie met Richard Parker aan de kaak: ‘My fear of him keeps me alert and gives my life a purpose’. De combinatie van visuele krachtpatserij en levensbeschouwelijke bespiegelingen zorgen voor betovering en een filosofische nazit.

 

18 december 2012

 
ALLE RECENSIES