Muy lejos

**
recensie Muy lejos
De afstand tot jezelf

door Cor Oliemeulen

Dertiger Sergio bezoekt met een groep supporters de uitwedstrijd van zijn voetbalclub tegen FC Utrecht. Kort daarna gooit hij tijdens een paniekaanval zijn portemonnee, inclusief paspoort, in een vuilnisbak. Hij wil niet terug naar huis. De filmtitel Muy lejos (‘Heel ver weg’) verwijst niet alleen naar de kilometers tussen Barcelona en Utrecht, maar krijgt een diepere betekenis: de afstand die iemand tot zichzelf kan voelen.

Deze debuutfilm van Gerard Oms oogstte in zijn thuisland Spanje lof vanwege het persoonlijke verhaal over angst, identiteit en zelfacceptatie. De regisseur putte uit zijn eigen ervaringen om te laten zien hoe iemand zichzelf kan worden door letterlijk afstand te nemen van zijn vertrouwde omgeving. Maar zoals vaker in films over herinneringen van filmmakers rijst al snel de vraag in hoeverre de kijker daar iets mee opschiet. Ook omdat het verhaal zich bijna twintig jaar geleden afspeelt, toen de maatschappelijke omstandigheden anders lagen.

Muy lejos

Heel ver weg… van dramatische spanning
Sergio (Mario Casas) lijkt in Barcelona alles te hebben wat op een stabiel leven wijst: vrienden, een toekomst, zelfs een aanstaand huwelijk. Wat een impulsieve vlucht lijkt, groeit uit tot een stille confrontatie met zichzelf. Muy lejos neemt veel tijd voor observatie en terughoudendheid. Dat geeft het verhaal weliswaar wat emotionele kracht, maar voelt op den duur afstandelijk of zelfs traag aan. De film blijft te lang in hetzelfde emotionele register hangen en biedt onderweg weinig ontwikkeling. Wat de kijker niet weet (en eigenlijk ook niet van tevoren moet weten), is dat Gerard Oms pas helemaal aan het eind onthult wat Sergio precies ontloopt.

Voor Spaanse kijkers zullen Sergio’s kennismaking met de Nederlandse taal (“Ze praten alsof ze de hele tijd een rochel in hun mond hebben”), cultuur en dagelijkse gewoonten voor de nodige glimlachjes zorgen. Vanuit Nederlands perspectief blijven sommige observaties steken in clichés. Zoals de Nederlander met zijn fiets, of liever gezegd zijn gestolen fiets, en de fiets die in de gracht wordt gepleurd. En natuurlijk het Sinterklaasfeest met zwart geschminkte knechten die stoute kinderen in hun zak meenemen naar Spanje.

Heel ver weg… van de Dardennes
Stilistisch sluit Gerard Oms aan bij de hedendaagse Europese auteurscinema: naturalistische stijl, weinig muziek, observerende cameravoering op de huid van de personages en een voorkeur voor alledaagse situaties waarin mensen langzaam veranderen. Sommigen vergelijken die sobere, ingetogen vertelstijl en de sociaal-realistische aanpak met die van Jean-Pierre en Luc Dardenne. Daar valt wat voor te zeggen, maar Oms blijft ver weg van hun dramatische precisie en emotionele diepgang.

Muy lejos

De keuze voor Mario Casas – die in Spanje lange tijd bekendstond als de “knappe jongen” – in de rol van de kwetsbare Sergio is goed getroffen. Voordat Oms zijn debuut als regisseur maakte, was hij jarenlang werkzaam als acteercoach en hielp hij Casas met zijn rol in No matarás (2020) aan zijn Goya Award voor beste acteur. Netflix-kijkers kennen hem van de thriller The Invisible Guest (Contratiempo, 2016) en het oorlogsdrama The Photographer of Mauthausen (2018). Ook in Muy lejos overtuigt Casas: het verdienen van geld, het zoeken naar een woonruimte en het worstelen met zijn identiteit zijn geloofwaardig. Zijn lichaamshouding, blikken en stiltes vertellen vaak meer dan de dialogen.

Heel ver weg… van de climax
De film legt niet expliciet uit waarom Sergio zijn leven in Barcelona achter zich laat. Heel lanzaam wordt duidelijk dat zijn paniekaanvallen, vluchtgedrag en gevoel van verstikking een diepere oorzaak hebben. In de laatste tien minuten vallen de puzzelstukjes dan eindelijk op hun plaats. Het is geen spectaculaire onthulling, maar de ontbrekende sleutel tot alles wat de kijker al heeft gezien. Daardoor krijgen eerdere ontmoetingen, terloopse opmerkingen en ogenschijnlijk onbeduidende gebeurtenissen ineens een andere betekenis.

Die ontknoping is overtuigend, maar vraagt een investering van anderhalf uur die niet iedere kijker zal willen doen.

Wie zich nog afvraagt waarom Gerard Oms zijn kaarten zo lang tegen de borst houdt, kan hem dat maandag 20 juli tijdens de Q&A na de vertoning in het Utrechtse Slachtstraat Filmtheater zelf vragen.

 

15 juli 2026

 

Lees ook: Boek over Spaanse cinema

 

ALLE RECENSIES

Amoeba

***
recensie Amoeba
Vormloze tienerrebellie

door Zoë van Leeuwen

Het coming-of-age-genre trapt maar al te graag in dezelfde bekende valkuilen en gebruikt vaak herkenbare formules die zelden nog verrassen. Toch bewijst regisseur Tan Siyou met haar speelfilmdebuut Amoeba dat het ook anders kan en dat er wel degelijk nieuwe manieren zijn om de worstelingen van een tiener te laten zien.

Amoeba volgt de 16-jarige Choo (Ranice Tay) en haar drie vriendinnen, Vanessa, Sofia en Gia, tijdens hun laatste jaar op een prestigieuze Chinese school, in het hart van Singapore. Choo is nieuw op school en lijkt al snel weerstand te bieden tegen de strenge regels van de leraren. Door hun afkeer van de ouderwetse sociale normen groeien de meiden al snel uit tot een hechte vriendengroep.

Amoeba

Maatschappelijke buitenbeentjes
Een amoebe is een eencellig organisme, hersenloos en fundamenteel solitair. Net als de vier vriendinnen muteert de cel voortdurend en verandert zich van vorm om zich aan te passen aan haar omgeving. In de strenge wereld van de eliteschool in Singapore worden Choo en haar vrienden als buitenbeentjes beschouwd. Ze voelen zich als vissen, opgesloten in een aquarium en filosoferen over de toekomst door de verouderde tradities van het schoolsysteem te bevragen.

Losjes gebaseerd op de middelbare schoolervaring van Siyou, markeert deze film een indrukwekkend en persoonlijk speelfilmdebuut voor de Singaporese filmmaker. Na een succesvolle reeks korte films die eerder al opvielen in Cannes en Berlijn, ging Amoeba vorig jaar in première op het Toronto International Film Festival.

Echte gangsters
De rebellie wordt nog verder aangewakkerd door de stoere verhalen van Sofia’s bejaarde chauffeur Oom Phoon (Jack Kao). Samen met hun liefde voor Chinese gangsterrap besluit de groep om hun eigen ‘meidengang’ te beginnen. Een symbolische middelvinger naar het schoolsysteem en de Singaporese maatschappij. De onnozele manier waarop ze deze pas ontdekte ongehoorzaamheid aanpakken, vormt het meest charmante onderdeel van de film.

Want hoewel ze zich laten inspireren door de heftige verhalen over de onderwereld van de triades in Singapore, blijft hun eigen opstandigheid heerlijk knullig. Er is geen sprake van criminaliteit, maar van spijbelen, het roken van sigaretten en het uitvoeren van een hilarisch chaotische voorstelling, tot ergernis van de leraren. Hun verzet is klein, maar in de ogen van de tieners is het een eerste stap naar echte individualiteit. Het acteerwerk van het viertal spant hierbij de kroon. De dynamiek tussen de actrices voelt niet gespeeld en hun vriendschap is herkenbaar voor iedereen die ooit zestien is geweest.

Dualiteit van de camera
Visueel maakt Amoeba weinig indruk. Het grootste deel van de film bestaat uit kille digitale beelden die niet veel emotie opwekken. We zien witte klaslokalen, schooluniformen en de straten van Singapore. Maar misschien is dat precies wat cameravrouw Neus Ollé wil laten zien: de kijker onderdompelen in dezelfde saaie wereld die de meisjes ervaren. Want zodra de groep de digitale camcorder van Sofia’s familie steelt, beginnen de vriendinnen en de film een creatievere kant te laten zien.

De textuur en de ongecontroleerde bewegingen van de camera schijnen een nieuw licht op Singapore wanneer de groep hun dagelijks leven filmt. Verlost van hun schooluniformen zien we de vier meiden voor het eerst als individuen met een eigen stijl en persoonlijkheid. Ze filmen alles wat ze willen en krijgen zo even de kans om de regie over hun eigen leven te bepalen. Maar juist dat individualisme zorgt ervoor dat de eerste barsten in hun vriendschap zichtbaar worden.

Amoeba

Vechten voor aandacht
De film verliest zijn houvast wanneer er te veel ballen in de lucht worden gehouden. Het verhaal rondom de geest in Choo’s kamer intrigeert in de eerste helft, maar verandert snel in een overbodig zijverhaal, en zo verdwijnen meer aspecten naar de achtergrond. Amoeba probeert staatskritiek, eeuwenoude volksverhalen, een subtiele queer subtekst, de dood van een geliefde én een coming-of-age-drama te verwerken in een film van minder dan twee uur. Hierdoor krijgen al deze noemenswaardige thema’s geen ruimte om te ademen en lijkt de film te brokkelen onder het gewicht van zijn eigen ambitieuze aanpak.

Toch weet Amoeba de focus aan het eind enigszins te herpakken. Tijdens een mondeling examen om naar een universiteit te mogen, bevraagt Choo haar toekomst hardop terwijl ze recht in de camera kijkt. Met de zin “Ik vraag me af wat echt is” vat ze de hele film samen. Het ‘perfecte’ plaatje van school en de zoektocht naar de identiteit van Singapore en zichzelf. Misschien was de rebellie enkel dat, een fase om te overleven, en blijft Choo uiteindelijk die solitaire cel die zich voortdurend moet blijven muteren om niet te worden verpletterd door het systeem.

 

8 juli 2026

 

ALLE RECENSIES

I Was a Teenage Sex Pistol

***
recensie I Was a Teenage Sex Pistol
De bassist die niet punk genoeg was

door Jochum de Graaf

Glen Matlock loopt door de zalen van het Punk Rock Museum in Las Vegas. Hij haalt herinneringen op aan Joe Strummer, de legendarische voorman van The Clash, aan Generation X, de meer sophisticated punkband met Billy Idol, aan Rat Scabies, drummer van The Damned. Hij blijft staan voor een vitrine met foto’s, posters, krantenkoppen en allerlei parafernalia van The Sex Pistols. ‘Er hangen hier nogal wat associaties voor mij. Die foto’s van de Pistols zonder mij is wel een dingetje. Daar moet ik wat aan gaan doen, als ik terug ben in Engeland.’

En dat is wat I Was a Teenage Sex Pistol in essentie is: een eerherstel en een hommage zo je wil voor Glen Matlock, de eerste bassist van de legendarische oerpunkband. Hij schreef mee aan tien van de twaalf nummers op Never Mind the Bullocks, het enige album dat de band uitbracht, een van de meest invloedrijke uit de rockgeschiedenis. Johnny Rotten schreef de teksten, Glen Matlock was de (mede)componist, verantwoordelijk voor de gitaarriffs van Anarchy in the UK, God Save the Queen en Pretty Vacant, songs die in het collectieve geheugen van de rockgeschiedenis gebeiteld staan.

I Was a Teenage Sex Pistol

Belangrijke rol Glen Matlock
Andre Relis en Nick Mead volgen de gelijknamige autobiografie van Glen Matlock vrij nauwkeurig. Zijn jeugd in Paddington in een arbeidersmilieu, zijn schooltijd in Hammersmith, de prestigieuze kunstacademie Saint Martin’s School of Arts, zijn bijbaantje in de destijds hippe kledingwinkel SEX van Vivienne Westwood en Malcolm McLaren aan King’s Road die midden jaren zeventig door tout alternatief Londen gefrequenteerd werd.

Het was daar waar hij bevriend raakte met Steve Jones en Paul Cook met wie hij een bandje begon en ze McLaren vroegen om manager te worden. Toen augustus 1975 een zekere John Lydon met groengeverfd haar en een Pink Floyd-T-shirt met de letters I HATE erop gekalkt de winkel binnenstapte wist McLaren: dit is de frontman van de band. Hij bedacht de naam Johnny Rotten en noemde de band naar zijn winkel: The Sex Pistols.

Glen Matlock speelde die eerste jaren een belangrijke rol in de ontwikkeling van de band, maar werd vlak voor de grote doorbraak in ’77 aan de kant geschoven. Volgens McLaren was dat omdat hij ‘te veel van The Beatles hield’, in werkelijkheid ging er een groeiende onenigheid over de artistieke koers en persoonlijke animositeit tussen Rotten en Matlock achter schuil.

Het lot van Sid Vicious
Matlock waste zijn haren, dronk liever een biertje in plaats van zich over te geven aan harde drugs en had niet zoveel op met de anarchistische punkbeweging. Tekenend is de anekdote over God Save the Queen, het nummer dat voor enorme ophef zorgde toen de Pistols het tijdens een boottocht op de Thames langs alle overheidsgebouwen ten gehore brachten vlak voor de viering van het zilveren regeringsjubileum van Queen Elizabeth. Matlock vond dat overdreven provocerend, voor hem heette het nummer No Future.

Maar de breuk kwam vooral tot stand dankzij Johnny Rotten die zijn beste vriend John Ritchie, bijnaam Sid Vicious, in de band wilde hebben; Vicious die wel een ultieme punk-look had, maar in het begin geen noot bas kon spelen. Vanzelfsprekend ontkomt de film niet aan de behandeling van het drama van de dood van zijn vriendin Nancy Spungen, 12 oktober 1978 in het Chelsea Hotel New York, waar nog steeds verschillende moordtheorieën over de ronde doen en de min of meer zelfverkozen dood van Sid Vicious zelf vier maanden later aan een overdosis heroïne. Het betekende de onstuimige ondergang, kort na de minstens zo onstuimige opkomst van The Sex Pistols.

I Was a Teenage Sex Pistol (Foto: Ian Dickson/Redferns)

Economische malaise
I Was a Teenage Sex Pistol laat goed zien hoe de punk kon ontstaan midden jaren zeventig: de economische malaise, de toenemende jeugdwerkloosheid, het nog sterker dan in de jaren zestig afzetten tegen alles en iedereen inclusief de oudere generaties popidolen, gevestigde namen als The Small Faces en bepaalde vertegenwoordigers van de toen heersende stroming van de symfonische rock als Yes, Emerson, Lake & Palmer en Genesis.

Daartegenover stonden de energie en creatieve uitbarsting van bands als The New York Dolls, The Clash, The Damned, Siouxie and the Banshees, Dr. Feelgood, Slim Jim Phantom en X-Ray Spex om er een paar te noemen. Bijzondere beelden van de onderlinge strijd tussen de verschillende jeugdculturen, de soms hevige knokpartijen met de conservatieve Teddy Boys omdat de punks de verkeerde soort bordeelsluipers zouden dragen.

Glen Matlock is nog goed terechtgekomen. Hij ging spelen bij Iggy Pop, deed sessies bij Johnny Thunder, speelde samen met zijn grote idolen The Small Faces, Ron Wood en nog zo wat rockgrootheden. Zangeres Debbie Harry en man Chris Stein van Blondie steken de loftrompet over hem toen hij hun vaste basgitarist werd.

Minpuntje is dat het verhaal wordt verteld door een stoet talking heads, mede-muzikanten uit de begintijd en nu op leeftijd, die er met geverfde haren en hippiekleding nog rebels uit willen zien. Glen Matlock blijft er nuchter onder: ‘Ik heb altijd beroepsmuzikant willen worden’, zegt hij. ‘Nu op mijn 67ste kan ik zeggen dat het me gelukt is.’

Al met al is I Was a Teenage Sex Pistol een bijzondere voetnoot in het jaar – met als vertrekpunt oerknal Ramones van The Ramones – dat de punk vijftig is geworden.

 

2 juli 2026

 

ALLE RECENSIES

Soldier’s Bones

***
recensie Soldier’s Bones
In voetsporen oorlogsjournalist Vietnam

door Jochum de Graaf

30.539 doden: het was de eindscore van Speedy Express, een van de bloedigste en meest omstreden operaties van het Amerikaanse leger tijdens de Vietnamoorlog, uitgevoerd in de meest bevolkingsrijke districten van de Mekongdelta tussen 1 december 1968 en 31 mei 1969. Hoewel het exacte aantal burgerslachtoffers nooit met zekerheid is vastgesteld – de Amerikaanse legerleiding beschouwde destijds alle gedode Vietnamezen als vijandelijke strijders – bestond minimaal de helft van de slachtoffers uit ouderen, vrouwen en kinderen.

De operatie stond onder leiding van generaal-majoor Julian Ewell en kolonel Ira Hunt van de 9th Infantry Division, mannen die elkaar goed kenden vanuit hun samenwerking in West-Duitsland in de jaren zestig. Speedy Express was bedoeld om de door het onverwachte Tet-offensief verzwakte Viet Cong een extra slag met zoveel mogelijk doden toe te brengen. Ewell stelde vanuit dit principe van body count, zogenaamde free-fire zones in, waar 24 uur per dag op alles wat bewoog geschoten mocht worden. Hunt was de analytische sterk op statistieke gerichte expert van de twee, hij sprak ondergeschikte commandanten aan op het niet behalen van opgelegde quota.

Soldier’s Bones

My Lai
Het schandaal een van de grootste oorlogsmisdaden van de VS werd na grondig onderzoek vastgesteld door de journalisten Kevin Buckley en Alec Shimkin, die voor Newsweek werkten. Buckley sprak over Speedy Express als ‘a My Lai every month’, elke maand een My Lai. In het dorp My Lai was in maart ’68 bijna de volledige bevolking uitgemoord; de onthulling van de slachtpartij anderhalf jaar later leidde tot een ommekeer in de publieke opinie over de Vietnamoorlog.

Net als bij My Lai werkte de Amerikaanse legerleiding het onderzoek ernstig tegen en zette grote druk op Newsweek om niet tot publicatie over te gaan. Uiteindelijk kwam er in plaats van een grote coverstory slechts een kort kaderartikel met de belangrijkste feiten, dat ergens op de laatste pagina’s maar weinig aandacht trok.

Aangrijpend verhaal
In Soldier’s Bones ontrafelt de Nederlandse documentairemaker Kasper Verkaik het aangrijpende verhaal en zoomt vooral in op Alec Shimkin die in juli 1972 tijdens een reportage in een hinderlaag van Noord-Vietnamese troepen liep en sindsdien gold als MIA (missing in action), vermist persoon met onbekend lot. Shimkin, pas 27 toen, had zich helemaal vastgebeten in Speedy Express. Hij raadpleegde alle militaire informatie die hij kon krijgen, reisde de Mekongdelta door, sprak met overlevenden en legde alle feiten en data minutieus vast in zijn schriftjes. Het verhaal wordt voornamelijk verteld door zus Eleanor die psychiater werd en specialist in de behandeling van Vietnamveteranen met PTSS.

Shimkin’s afkomst, een familie van Joodse vluchtelingen uit Belarus, zijn jeugd in Gettysburg, zijn verwoede verzameling speelgoedsoldaatjes, zijn fascinatie misschien wel obsessie met de Eerste Wereldoorlog, het afbreken van zijn studie militaire geschiedenis en midden jaren zestig de aansluiting bij de opkomende burgerrechtenbeweging in Alabama en Mississippi – dit alles komt uitgebreid aan de orde.

In ’69 ging hij als vrijwilliger voor een humanitaire hulporganisatie naar Vietnam, werd burgerjournalist en leerde vloeiend Vietnamees spreken. Verkaik volgt zijn sporen in Vietnam op de voet, interviewt collega-journalisten, destijds actieve correspondenten, Vietnamese overlevenden en toont heftige archiefbeelden van de Amerikaanse moordpartijen in de Mekongdelta.

Soldier’s Bones

Confrontaties
Verkaik suggereert dat de Amerikanen tot op de dag van vandaag Shimkin als MIA aanmerkten omdat ze hem verdachten van sympathie voor de Noord-Vietnamezen. Ze waren al in 2014 door de Vietnamezen op de hoogte gesteld dat hij gevonden was, maar hielden dat zelfs voor zijn familie verborgen. Vanwege de onthullingen over Speedy Express achtten zij het niet de moeite waard zijn lichaam op te graven.

In de Vietnamese cultuur is het bieden van een laatste rustplaats voor een dode erg belangrijk, wanneer dat niet het geval is gaan de zielen zwerven, zo is het geloof. Met Soldier’s Bones komt Verkaik tegemoet aan deze opdracht. We krijgen een sterk beeld van de Vietnamoorlog, de verschrikkingen die de Amerikanen aanrichtten, het toenemende verzet tegen de oorlog, de doofpotcultuur die – zie de oorlog tegen Iran met het bombardement op een meisjesschool – nog steeds overheersend is. De confrontatie met de autoriteiten die daarvoor verantwoordelijk waren had wat sterker aangezet gemogen.

Soldier’s Bones is een goed gedocumenteerde documentaire. Heel goed dat het verhaal nu verteld wordt, maar als film had het wel wat meer drama en spanning kunnen gebruiken.

 

25 juni 2026

 

ALLE RECENSIES

A pied d’oeuvre

***
recensie A pied d’oeuvre
De schrijver die liever klusjesman wilde zijn

door Bob van der Sterre

Paul Marquet was fotograaf en kon er goed van leven. En is nu schrijver. Maar hij is vooral klusjesman. Voor twintig euro kun je hem inhuren om je kelder leeg te ruimen.

Het ging Marquet voor de wind als duurbetaalde fotograaf. Maar het verandert als hij zelf beslist dat hij schrijver wil worden. Zijn kinderen zijn bij zijn ex-vrouw en hij ziet ze vrijwel nooit want ze wonen in de VS. ‘Ze hebben een ander rolmodel nodig op die leeftijd.’

Het kiezen voor het schrijverschap gaat met offers. Hij gaat van een prachtig appartement naar een goedkope, bedompte kelder. En van geld bij de vleet naar bijna niks meer. ‘Ze krijgen mooie kritieken maar de verkoop valt tegen.’

A pied d'oeuvre

App voor klusjesmannen
Paul heeft geld nodig en schrijft zich in bij een app voor klusjesmannen, die je helpt als je onmiddellijke nood hebt met koelkasten, trappen plaatsen, verstoppingen, elektriciteit. Of als je planten weg wilt doen, een taxichauffeur zoekt, meubels uit elkaar wilt halen, een spiegel ophangen, glazen laat wassen of een kelder laten leegruimen. Klusjes van 20 tot 30 euro met een ratingsysteem. Een oude schoolvriend: ‘Je had ook consultant kunnen zijn.’

Hij past zich aan. ‘Ik trek één velletje van het wc-papier, zet de temperatuur wat lager. Er is altijd iets op te offeren als je met weinig moet leven.’

Het budgettair lijden bevalt hem eigenlijk zo goed dat hij nog maar weinig interesse heeft in het schrijven van een nieuwe roman. Iedereen raadt hem dat trouwens toch af. Met name zijn vader vindt het maar niets: ‘Waarom kies je dit leven? Wat wil je bewijzen? En wat schrijven? Waarom? Je bent al op televisie geweest en het leidt nergens naar.’ Zijn vrouw: ‘Kun je alsjeblieft stoppen met mij vermelden in je boeken? Het is toegestaan om het niet te willen…’

Waarom eigenlijk?
En eerlijk gezegd, na het kijken van de film snap je als kijker ook niet zo goed waarom hij stopte met zijn blijkbaar commercieel erg succesvolle fotografie. Was het niet mogelijk gewoon iets minder te werken? En waar is het grote geld dat hij ermee verdiende heengegaan? En dan krijgt hij nog 250 aan royalty’s, wat een mazzelaar!

Als droog drama is het best goed, de klussen zijn een sterk stuk in de film, maar als komedie is er niets te zien. Het is ook moeilijk houden van iemand waar net zoveel persoonlijkheid in zit als een krant. In geen enkel beeld raak je overtuigd van een verborgen talent. Hij zegt en denkt bijna niets.

A pied d’oeuvre van Valérie Donzelli (gefilmd naar een boek van Franck Courtes) gaat uit van iets waar je sowieso weinig van leert: hoe andere mensen jouw keuzes beoordelen. En dan nog bevestigt het op het einde precies waar het niet om leek te draaien: succes. Ja, zo is het wel makkelijk plots verzinnen.

A pied d'oeuvre

Geen Antoine Doinel
De film doet met de klusjes wat denken aan een klassieke antiheld met dezelfde vreemde baantjes en passies: Antoine Doinel. Bekend van Truffauts beroemde vijf films over dit karakter.

Maar waar de films van Antoine Doinel vreemder, vlotter, satirischer en grappiger zijn (dialogen, karakters, acteren en scènes – en dat is dan nota bene vijftig jaar geleden), is deze film vrij humorloos, statisch en weinig biedend wat afwijkt van het arthousegemiddelde. Ook in stijl: talloze close-ups van de nietszeggende blik van de hoofdpersoon. Waarom dat een trend is in arthouseland heb ik nooit begrepen.

Het meest verdrietig is dat het geschetste schrijversleven altijd een romantisch bestaan is – met een alwetende en supportende uitgever – en meesterwerken die uit de lucht komen vallen. Je hoopt toch weer elke keer op een film die het schrijverschap écht weergeeft, dus met uitgevers als geldwolven, recensenten als ijdele slijmerds en feestjes waarbij iedereen de meest belezene wil zijn.

Voorbeelden zijn er genoeg als je de serie Privé-domein van de Arbeiderspers leest, met schrijvers in alle soorten dramatische situaties, maar de vloek van de romantiek rondom dat beroep blijft zo’n eerlijk beeld altijd verhinderen.

 

17 juni 2021

 

ALLE RECENSIES

Calle Málaga

****
recensie Calle Málaga
Oud worden onder eigen voorwaarden

door Cor Oliemeulen

Oudere actrices hebben moeite om aan de bak te komen in de filmwereld. “Het lijkt alsof huisdieren vaker worden gecast voor een film dan oudere vrouwen”, zegt Carmen Maura in een interview. De Spaanse steractrice, die in de jaren 80 doorbrak in de films van Pedro Almodóvar, bewijst op haar tachtigste dat ze nog altijd een film kan dragen. In Calle Málaga van Maryam Touzani speelt ze een oudere vrouw die weigert achter de geraniums te zitten.

Dat actrices van boven de vijftig vaak worden genegeerd voor interessante filmrollen, is geen nieuw verschijnsel. Dat ondervonden zelfs twee van de bekendste Hollywood-actrices, Bette Davis en Joan Crawford, in 1962 toen ze waren gecast voor What Ever Happened to Baby Jane? Volgens de serie Feud speelde hun beruchte rivaliteit daarbij een niet onbelangrijke rol. In het horrordrama van Robert Aldrich spelen ze twee zussen van wie de een wraak neemt op de ander die vroeger succesvol was. Tijdens de opnamen waren Davis en Crawford volgens de overlevering het alleen met elkaar eens wanneer er een jonge, aantrekkelijke vrouw op de set rondliep. “In Hollywood is alleen nog maar plaats voor vrouwen met grote borsten en een klein brein.”

Calle Málaga

Laatste kans op zelfstandigheid
Waar Bette Davis en Joan Crawford nog vochten tegen een industrie die oudere vrouwen naar de marge duwde, onderzoeken recente films steeds vaker hoe vrouwen zelf omgaan met ouder worden. The Substance (2024) met Demi Moore is misschien wel de meest besproken film over dit thema van de laatste jaren. Daarin wordt een verouderende beroemdheid afgedankt en letterlijk vervangen door een jongere versie van zichzelf. In The Room Next Door (2024) gaat het juist niet om rimpels of carrière, maar om zelfredzaamheid, vriendschap en de wens om waardig te kunnen sterven.

In Calle Málaga kiest filmmaakster Maryam Touzani (The Blue Caftan, 2022) niet voor bodyhorror of existentiële zwaarte, maar voor een warme observatie van een vrouw die weigert haar leven door leeftijd te laten dicteren. Het gaat om Maria (Carmen Maura), die werd geboren in de Marokkaanse stad Tanger nadat haar ouders in de jaren dertig het fascisme in Spanje waren ontvlucht. Ze woont al veertig jaar in een appartement in een levendige buurt, omringd door vertrouwde gezichten en hechte contacten.

Maar dan staat plotseling Maria’s dochter Clara (Marta Etura: Mientras duermes, 2011) uit Madrid voor de deur. Ze wil het appartement, dat op haar naam staat, verkopen, omdat ze sinds haar scheiding financieel moet rondkomen. Moeder is welkom om bij haar en haar kind in Madrid te komen wonen, maar Maria verhuist nog liever naar een bejaardentehuis van de staat. Dat lijkt een uitgemaakte zaak – totdat Maria besluit te vechten voor een laatste kans op zelfstandigheid, en misschien zelfs op een nieuw begin.

Calle Málaga

Zelfverzekerder dan ooit
Het doet goed om Carmen Maura weer op het witte doek te zien stralen. Nog altijd dat markante gezicht met die grote, sprekende ogen – van verdrietig tot ondeugend – en die innemende lach. Sinds haar rollen als impulsieve, losgeslagen en emotioneel ontspoorde vrouwen in de vroege, uitzinnige films van Pedro Almodóvar en haar memorabele optreden als verzetsheldin in Carlos Saura’s Ay, Carmela! (1990), zien we de laatste decennia een andere Carmen Maura: minder explosieve hoofdrollen zoals in de jaren tachtig, meer moederfiguren, excentrieke oudere vrouwen en internationale coproducties. Haar charme, warmte en lichtvoetigheid zijn nooit verdwenen. Ook buiten het scherm lijkt ze vrijer en zelfverzekerder dan ooit – misschien wel de reden dat ze op bijna tachtigjarige leeftijd zonder aarzeling instemde met een korte naaktscène.

Maria in Calle Málaga is een vrouw die niet ‘gered’ wil worden, maar zelf de regie over haar leven wil houden. Ze vindt een onverwacht grappig klankbord in de non Josefa. Ze zijn hier samen opgegroeid, maar hun levens liepen totaal anders: Maria stortte zich volledig in de vrolijke levendigheid van de stad, Josefa trok zich terug in het klooster om zich te richten op gebed en absolute stilte. Toch is het juist bij Josefa dat Maria haar verhaal kwijt kan: eerst over de harde opstelling van haar dochter, later over een opgebloeide liefde – en seks. Josefa zegt niets terug, maar de rode oortjes lijken bijna door haar habijt heen te schijnen. Samen zachtjes giechelen als pubermeisjes mag kennelijk nog wel.

 

10 juni 2026

 

Lees ook: Boek over Spaanse cinema.

ALLE RECENSIES

L’affaire Bojarski

****
recensie L’affaire Bojarski
De betekenis van geld

door Małgorzata Zielińska

Regisseur Jean-Paul Salomé baseerde L’affaire Bojarski op het leven van Czesław Jan Bojarski, een Poolse ingenieur, uitvinder en valsemunter die probeert zijn leven op te bouwen in het naoorlogse Frankrijk. De film is geïnspireerd op waargebeurde gebeurtenissen, wat vrij ongebruikelijk is binnen het film noir-genre.

De film begint met een achtervolgingsscène waarin een bende een hinderlaag legt voor een transport. Het kostbare materiaal is geen geld of juwelen, maar iets nog fundamentelers: het papier waarop officiële bankbiljetten worden gedrukt. De achtervolging is dynamisch en goed gefilmd. Daarna ontmoeten we voor het eerst de hoofdpersoon, zijn gezicht half verborgen op de achterbank van een auto, stil en afwachtend. Vanaf het begin begrijpen we dat hij geen moreel verscheurde held is. Hij lijkt zich niet te bekommeren om de prijs die anderen betalen. Wat telt, is zijn doel. Hij observeert passief en emotieloos hoe veiligheidsmedewerkers worden vermoord; het enige wat hem interesseert, is het kostbare papier.

Later ervaren we meerdere keren deze spannende dynamiek, waar het personage voortdurend wordt bedreigd met ontmaskering en het risico opgepakt te worden.

L’affaire Bojarski

Dubbelleven
L’affaire Bojarski volgt het pad van de hoofdpersoon en wij volgen hem als toeschouwers op de eerste rij van een fascinerend kijkje achter de schermen, waarin de technische en praktische kant van geldvervalsing wordt getoond, evenals de tol die dit eist van hem en zijn gezin. Een dubbelleven leidt zelden tot gezinsgeluk. Geheimen en het voortdurende risico van ontmaskering zorgen voor vervreemding.

Bojarski die bekend zou worden als “de Cézanne onder de valsemunters” wordt ingetogen en geloofwaardig vertolkt door Reda Kateb (A Prophet, 2009). Als een kalm, stil, teruggetrokken, vastberaden, intelligent en hardwerkend persoon doet hij zich aan ons voor. Nadat hij tevergeefs heeft geprobeerd interesse te wekken voor zijn uitvindingen nieuwe huishoudelijke producten zoals koffiepadmachines of andere apparaten die tegenwoordig algemeen gebruikt worden of met fysiek werk zijn gezin te onderhouden, wendt hij zich tot vervalsing.

Bojarski’s toewijding aan zijn zelfopgelegde taak om bankbiljetten te creëren die mooier zijn dan de originelen is deels indrukwekkend en deels verontrustend. Zoals in veel film noirs is het moeilijk om volledig mee te leven met een personage dat zich met ernstige criminaliteit bezighoudt en geleidelijk bezeten raakt door zijn creatie. Toch blijven zijn toewijding, inventiviteit en arbeidsethos opvallend en in hoe paradoxaal het ook klinkt binnen een criminele context zelfs inspirerend.

Migrantenervaring
Een ander belangrijk personage is Bojarski’s vrouw, gespeeld door Sara Giraudeau, die op overtuigende wijze haar pijnlijke transformatie neerzet van een zorgeloze, gelukkige echtgenote en moeder tot de gedesillusioneerde en verbitterde partner van een vervalser. Ook commissaris Mattei is een sleutelpersonage, gespeeld met vanzelfsprekend gemak door Bastien Bouillon. Hij probeert jarenlang Bojarski te arresteren en raakt uiteindelijk geobsedeerd door hem.

L’affaire Bojarski

L’affaire Bojarski is meer dan alleen een misdaadverhaal over de opkomst en ondergang van een gedoemde man die niet kan ontsnappen aan de criminele wereld en uiteindelijk het lot tart door contact te zoeken met de commissaris die hem achtervolgt – de enige die zijn “kunst” lijkt te begrijpen. De film voelt bijzonder relevant in zijn weergave van Bojarski’s migrantenervaring: afwijzing door ondernemers die geen vertrouwen hebben in uitvindingen van een buitenlander, grove beledigingen gebaseerd op zijn Poolse afkomst, een voorkeur voor lokale werknemers boven migranten en spot met zijn gebrekkige Frans. Deze scènes zijn pijnlijk hedendaags en tonen de sociale gevoeligheid van de regisseur.

Behoefte aan erkenning
Een ander belangrijk thema dat de film onderzoekt, is de behoefte aan erkenning als kunstenaar. Het is gemakkelijk om het eens te zijn met commissaris Mattei dat Bojarski niet werkelijk geïnteresseerd is in geld – hij wil perfecte bankbiljetten creëren en erkend worden als kunstenaar.

Afgezien van de eerste twintig minuten opgesplitst in vier verweven tijdlijnen, een keuze die het voor de kijker moeilijker maakt om in het verhaal te komen houdt de film daarna een degelijk tempo aan. Naarmate de tijdlijnen langer en duidelijker worden, gestructureerd rond de bankbiljetten die Bojarski vervaardigt, kan de kijker zich beter in het verhaal verdiepen. De cinematografie, muziek, montage en het acteerwerk zowel van de hoofd- als bijrollen zijn van hoog niveau en versterken de algehele filmervaring.

We verlaten de bioscoop niet alleen met een uniek inzicht van een intrigerend persoon en valsemunter, maar ook met reflecties over migrantenervaring in een wereld die in de afgelopen zeventig jaar nauwelijks is veranderd.

 

7 juni 2026

 

ALLE RECENSIES

Blue Heron

****
recensie Blue Heron
Op zoek naar antwoorden in het verleden

door Zoë van Leeuwen

Herinneringen zijn iets merkwaardigs – vooral als dat alles is wat je hebt in een poging om het onbegrijpelijke te begrijpen. Ingeklemd tussen het verleden en het heden, laat regisseur Sophy Romvari met haar speelfilmdebuut Blue Heron zien hoe herinneringen het leven kunnen vormen. De mooie, de lelijke, en alles er tussenin.

Een gezin van zes verhuist eind jaren negentig van Hongarije naar Vancouver Island, in de hoop een nieuwe start te maken. De zonovergoten beelden van de Canadese zomer doen je geloven dat je niets anders bekijkt dan een eenvoudig portret van een immigrantengezin, dat we volgen via de herinneringen van de 8-jarige Sasha (Eylul Guven). Ze is scherpzinnig en heeft oog voor de kleinste details. Het soort ontbijtgranen dat ze ’s ochtends eten of de specifieke tekenfilm die op de achtergrond speelt, zijn diep in haar geheugen gegrift. Maar wat haar vader precies op de computer doet voor werk en zelfs de namen van haar ouders blijven voor de kijker in het duister, net als alle andere onbelangrijke dingen voor een 8-jarige. Toch ontgaat het zelfs het jonge meisje niet dat haar ouders worstelen met het verontrustende gedrag van haar oudere halfbroer Jeremy (Edik Beddoes).

Blue Heron

Met haar semi-autobiografische Blue Heron bouwt Romvari verder op haar korte film Still Processing uit 2020, waar ze aan de hand van foto’s de dood van haar twee broers probeert te verwerken. Ook nu laat ze haar liefde voor analoge media zien. Of het nu gaat om de handgetekende openingscredits of de soms wankele handheldbeelden, waardoor de hele eerste helft van de film aanvoelt als een homevideo. Fotografie lijkt opnieuw net zo belangrijk als de bewegende beelden. De ouders gebruiken hun analoge camera om gedurende de hele film tal van intieme familiemomenten vast te leggen. Toch tonen deze foto’s enkel de mooie momenten, terwijl de grillige kant van hun gezinsleven buiten beeld blijft. Romvari laat hiermee zien hoe dit soort beelden herinneringen achteraf kunnen vervormen.

Ouders doen hun best
Jeremy is een eenling, teruggetrokken en vaak afgesplitst van de rest van de familie. Zijn gedrag hangt als een donkere wolk boven het gezin. Hij steelt, verwondt zichzelf en verandert een uitje naar het strand in een stressvolle situatie wanneer hij besluit weg te lopen. Zijn ouders zijn ten einde raad. Ze maken voortdurend ruzie in het Hongaars en net als Sasha krijg je als kijker geen ondertiteling het enige wat overblijft is het gevoel dat er iets heel erg mis is.

Toch is hij ook een lieve broer voor Sasha en haar twee andere broertjes. Hij pikt een sleutelhanger van een blauwe reiger en geeft die stiekem aan Sasha. En als zijn jongere broertjes en zusjes in de keuken zijn, laat hij met een zeef poedersuiker regenen. Jeremy wordt niet weggezet als monster, maar als een tiener met problemen, die tragisch genoeg in een tijd leeft waarin de middelen om hem te helpen ontbreken.

Blue Heron

Cameravrouw Maya Bankovic brengt deze kloof op treffende wijze in beeld door haar slimme gebruik van shots, waarbij ze vaak letterlijk een barrière tussen Jeremy en de rest van de familie plaatst. In andere scènes duikt de camera achter een struik, filmt ze vanuit een raam of zijn de ruziënde ouders nauwelijks in beeld, weggestopt in hun kamer, terwijl Sasha toekijkt hoe het gezin langzaam uit elkaar valt. De kleurrijke beelden van de Canadese natuur en het warme zomergevoel uit Sasha’s herinneringen worden in de tweede helft van de film omgeruild voor een koele blauwe gloed en haarscherpe digitale beelden van de 21ste eeuw.

Een onmogelijke ontmoeting
De inmiddels volwassen Sasha (Amy Zimmer) wordt nog steeds achtervolgd door haar jeugd. Als documentairemaakster probeert Sasha de gaten in haar verleden op te vullen door zich verder te verdiepen in het leven van haar broer. Ze brengt een groep jeugdzorgmedewerkers bijeen om Jeremy’s zaak te bespreken, waarbij de grenzen tussen film en documentaire vervagen en Sasha als het ware de rol van Romvari speelt. Een originele en doeltreffende manier om de autobiografische kant van de film te laten zien en de kijker er tegelijkertijd aan te herinneren dat Blue Heron vooral een terugblik op herinneringen is.

De film eindigt met een onmogelijke ontmoeting wanneer Sasha terugkeert naar haar ouderlijk huis, ditmaal als maatschappelijk werkster voor haar eigen familie. Ze zegt tegen haar ouders dat ze alles hebben gedaan wat ze konden. Maar het lijkt er meer op dat ze zichzelf daarvan probeert te overtuigen dan dat ze haar ouders wil troosten. Gekweld door haar eigen leven komt ze oog in oog te staan met haar 8-jarige zelf. Wat volgt is geen magische oplossing voor de schade, maar het beginnende besef dat je het verleden niet kan veranderen, zelfs als je alle antwoorden hebt.

 

2 juni 2026

 

ALLE RECENSIES

REWIND: Gegen die Wand (2004)

REWIND: Gegen die Wand (2004)
Star-crossed lovers

door Bert Potvliege

Op het Filmfestival van Berlijn in 2004 overhandigde juryvoorzitter Frances McDormand de Gouden Beer aan cineast Fatih Akin. Zijn passionele melodrama Gegen die Wand, een romantische vertelling over een moeilijke liefde en identiteit in de Turks-Duitse gemeenschap in Hamburg, had de juryleden geraakt.

De recette van meer dan tien miljoen euro bewijst dat zij niet de enigen waren die de ontroering voelden. Het publiek werd bedwelmd door deze mistroostige figuren die liefde willen – omdat we allemaal zo zijn?

Hoe zou een festivaljury meer dan twintig jaar later terugkijken op haar keuze: blijft de lofzang overeind of heeft de film de tand des tijds niet doorstaan? Het kan dat de zinderende adoratie van het publiek ertoe leidde dat enige minpunten destijds genegeerd werden. Liefde maakt tenslotte blind – zo ook voor de star-crossed lovers in Gegen die Wand.

REWIND: Gegen die Wand (2004)

De geur van kleren
Akin schetst het verhaal van Cahit (Birol Ünel), een Duitse man met Turkse roots die na een destructieve periode van alcoholmisbruik en een mislukte zelfmoordpoging in contact komt met Sibel (Sibel Kekilli), een jonge Turkse vrouw die zich wil loskoppelen van de verstikkende controle van haar traditionele familie. Hun ontmoeting leidt tot een pragmatisch huwelijk: een afspraak die haar vrijheid moet opleveren om “te dansen en te neuken met wie ik wil”.

Waarom Cahit ingaat op het voorstel, lijkt voor eeuwig troebel te zijn. Het niet sluitend kunnen beantwoorden van die vraag spreekt over de onverklaarbaarheid van liefde. De geur van Sibels gewassen kledij in Cahits kast intoxiceert hem. Verliefdheid heeft ons sneller in de greep dan we denken.



In REWIND opnieuw aandacht voor opvallende films uit dit millennium.

 


Iedereen die ooit een film heeft gezien, weet dat deze twee verloren zielen verliefd zullen worden op elkaar. Toch laten we ons opnieuw vangen – en graag. Eens Cahit inziet dat hij van Sibel houdt, slaat hij hard op tafel en breekt in die plotse euforie enkele glazen. Hij snijdt zich aan het glas en bloed stroomt over zijn armen – een mooie visuele tegenhanger voor het oversnijden van de polsen eerder. Vervolgens gaat hij bloedend dansen op een podium. Dat is liefde, een en al gekheid, en die verandert alles. Maar een noodlottig probleem met een rivaal zal alles kapotmaken.

She give power
In 2004 drong Gegen die Wand zich op als kandidaat voor de film van het jaar: een vlot verteld en ontroerend drama, met twee uitstekende acteurs in de hoofdrollen die zich volledig inleven in hun rol en elkaar echt graag lijken te zien. Het publiek sloot hen in de armen, en mocht delen in hun liefde. Het herbekijken van de film was als het mogen herontdekken van die oude gevoelens.

Wanneer Cahit tijdens zijn zoektocht in Istanboel Sibels Turkse nicht Selma ontmoet, blijkt de greep op zijn moedertaal roestig. Hij moet overschakelen naar zijn matige kennis van het Engels, om aan Selma te kunnen uitleggen waarom ze hem moet helpen zijn geliefde terug te vinden. Het is een eenvoudig verweer, maar snijdt diep: “When I met Sibel the first time, I was dead. Then she come, drop in my life. She give me love. And she give me power.”

Cahit staat met opgeheven hoofd voor het dwarsliggende familielid, in wat een zinloze poging lijkt haar te willen overtuigen. Maar hij doet het – en toont hoe liefde hem kracht en levensrust geeft. Het publiek is, net als Selma, getuige van zijn ontroerende oprechtheid. Voor ons staat een man die, door zijn houden van, sterker is dan eender wie ter wereld. Ünel is betoverend in zijn acteerspel – alle lof voor de in 2020 aan kanker overleden acteur (een nieuwsfeit dat ons pas bij het schrijven van deze tekst bereikte, en droevig stemt).

REWIND: Gegen die Wand (2004)

Voor het hart
Veel van Gegen die Wand blijft overeind, maar het is een film voor het hart en niet voor het hoofd. Akin was twintig jaar geleden (hij was nauwelijks 30) een minder goede regisseur dan wanneer hij jaren later uitstekend werk als Der goldene Handschuh uitbracht. Maar als jonge snaak was hij wel een enorm openhartige regisseur: je voelt zijn rotsvast geloof in zijn personages, en zijn leiderschap over zijn acteurs om die tot leven te brengen.

Narratief en visueel is de film weinig uitdagend te noemen – de sterktes liggen elders. Alle elementen staan in dienst van het soepel vertellen van een romantisch verhaal, het gedegen schetsen van enkele figuren, en het enigszins aankaarten van moeilijkheden in de Turks-Duitse gemeenschap (kwesties over familie-eer en identiteit in een multiculturele setting). Gegen die Wand is een film die netjes de houvast van de publieksvriendelijke narratieve film volgt. Bovendien mist Akin als scenarioschrijver soms enige subtiliteit – Sibel die wel héél snel overgaat tot het oversnijden van de polsen, de extreem gemarginaliseerde woonsituatie van Cahit…

Liefde valt niet te distilleren
We schrijven vele jaren later, maar nog steeds staat de gemeendheid van de film als een huis. Briljante cinema wordt het nergens, maar authenticiteit kan je er in overvloed vinden. De hartstocht van Cahit en Sibel proberen definiëren, kan een mens op de grenzen van taal doen stoten: het is evenzeer passioneel, nostalgisch, gedoemd, onbezonnen, mysterieus als rock-‘n-roll. Er valt geen logica uit te distilleren – niet uit wat deze geliefden overkomt, en niet uit wat de film zelfs twintig jaar na zijn verschijnen teweegbrengt.

Enkele jaren terug liep Fatih Akin ons onverwacht voorbij op een filmfestival. We hadden jaren niet aan zijn film gedacht. We werden bij het zien van de man in een fractie terug gekatapulteerd naar die hotelkamer in Istanboel, waar twee verloren zielen de dag weg vreeën – de dialoog is er spaarzaam, de blikken verzetten het werk.

De man die in de slotscène naar de buschauffeur teken doet om achteruit te rijden, is sinds Gegen die Wand een metafoor die ons kraakt – een beeld van vaarwel. Telkens we iemand zo zien gebaren, wenden we het hoofd af – het liefdesverdriet is te groot, maar tezelfdertijd verslavend. Want als we elkaar niet kunnen hebben, mogen we dan op zijn minst het gemis aan elkaar meedragen?

 

GEGEN DIE WAND KIJKEN: o.a. hier

 

 

Meer REWIND

Het hart van Amsterdam

****
recensie Het hart van Amsterdam
Veertig jaar penoze in een fascinerend insidersbeeld

door Bob van der Sterre

Begin jaren tachtig begonnen filmmakers Arnold-Jan Scheer en Roy Dames op de Wallen de Amsterdamse penoze te filmen. Veertig jaar later werkten ze na een crowdfundingsactie deze beelden uit in het geslaagde portret Het hart van Amsterdam. 

Wie wil dat nou niet, een film over de Amsterdamse penoze? We kijken naar het vroege soort penoze dat in softdrugs deed, nog niet zo over lijken ging als de  georganiseerde misdaad die toen langzaam opkwam, maar zich vooral presenteerde als een vriend van de buurt.

Het hart van Amsterdam

De Wallen als concentratie van kleine misdaad
Deze criminelen zaten in softdrugs, prostitutie en casino’s. Ze concentreerden zich rondom de Wallen in de Nieuwmarktbuurt. Een sportschool met sterke jongens was voldoende om overal druk uit te oefenen.

De mooiste namen vliegen je om de oren: Mooie Manus, Frits van de Wereld, Zwarte Joop, Parijse Leen, Utrechtse Gonnie, de Bollenbakker. Ze zaten gezellig jenevers te klokken in een barretje aan de Zeedijk. “Vroeger was een andere tijd. Als er wat gebeurde, was het elkaar een paar stompen geven en daarna zaten ze een biertje te drinken.”

De Wallen waren lang een eigen ecosysteem binnen Amsterdam met veel (klein) misdadige rafelrandjes. Journalist Bas van Hout groeide er op en legt het als volgt uit: “Er was geen wetgeving, het was een soort sociaal vacuüm waar alles kon. Niemand die aan mij vroeg: wat doe jij eigenlijk?” Henk de Vries, uitbater van The Bulldog: “Je liep amper buiten de Nieuwmarkt en je werd verguisd en vergald als: Je komt uit een smerig getto.”

Een pittig wereldje waar hardheid de boventoon voerde. “Mijn vader was ook lief… Maar af en toe sloeg ie me de tering.” Met een eigen logica: “De een hep het een beetje beter gedaan, de ander heeft het wat slechter gekregen.” En: “Vroeger dachten we dat wij de boeffies waren. Nu zijn we de netste en fatsoenlijkste mensen die hier in de buurt rondlopen.”

We kijken ook naar souteneurs en sekswerkers die rondom de Wallen opereerden. Zoals de twee zussen Louise en Martine Fokkens die uitleggen hoe uitpezen werkte. Of sekswerker Rob die het twintig keer per dag zeven dagen per week deed op een podium: “Ik voelde me net een Febo-kroket.”

Frits van de Wereld en Zwarte Joop
De film focust zich vooral op de twee criminelen die gedijden bij het gebrek aan aandacht van de politie voor deze buurt. Frits van de Wereld – die rondom de Zeedijk opereerde – en Zwarte Joop – die Casa Rosso begon op de Oudezijds Achterburgwal. En of Frits nou in heroïne zat? Zelf ontkende hij dat ten stelligste: “Als ik ooit 1 gulden aan heroïne verdiend hep, hoop ik dat ze me twintig jaar lik geeffe.”

Zwarte Joop introduceerde seksbars als Casa Rosso en later ook luxe casino’s. Hij was een ‘innovatieve’ penoze. “Het was toen half illegaal, we hadden een alarmsysteem voor als er iemand van de zedenpolitie kwam, dan werd de porno vervangen door een tekenfilm.”

De verhalen rondom deze casino’s zijn bijna een speelfilm, zegt Bas van Hout, die er middenin zat. Hij begon er al op zijn twaalfde als croupier en herkende veel toen hij Casino zag. “Ik heb miljoenen naar Zwitserland gebracht.” Frits van de Wereld reageerde met zijn eigen gokhuis: Mata Hari.

Soms was het toch wel grimmig, zoals met een grote brand in een van de casino’s, die aangestoken werd door een ex-werknemer. Daarnaast klopte de meer georganiseerde misdaad van Klaas Bruinsma steeds meer op de deur. Dat zou uitlopen op de gangsteroorlogen in de jaren negentig.

Het hart van Amsterdam

Bar en boos: de jaren tachtig en de Zeedijk
De geplande documentaire in de jaren tachtig van Scheer en Dames kwam nooit af. Maar het laten sudderen van het materiaal kan soms goud waard zijn. Want ze bleven filmen, deden nog diverse interviews later en rondden het project af, waardoor je een vrij compleet en fascinerend insiders-beeld krijgt van de Amsterdamse penoze.

Een voordeel hiervan is bijvoorbeeld dat de film diverse unieke beelden bevat van de jaren tachtig, toen het echt bar en boos was rondom de Zeedijk. Een typisch beeld is als ‘Petertje’ bij ‘ome Frits’ geld komt vragen voor zijn verslaving. “Hij was een van de vriendjes van m’n soon.”

De buurt raakte verpauperd. Frits van de Wereld geeft zelf een rondleiding. “Alles is verrot en kapotgemaakt.” Ingevallen huizen, overal hout voor de ramen, restaurants en cafés gingen dicht. Maar wel overal junks en dealers. “Het was de hele dag: Bruin-wit… Dan zeg ik: de bakker is daar.”

Een serie?
Journalistiek is het nooit goed om te dicht op je onderwerp te zitten. Je krijgt al snel weinig-kritisch ouwe-jongens-krentenbrood.

Maar ook dat levert een fascinerend beeld op van een subcultuur die niet vaak aan het woord is. Er is veel genietbaars aan een passieproject als deze film. Bijna alles is goud, het Amsterdams, de karakters, de dialogen, de archiefbeelden. En zelfs wel wat gevoelige momenten, zoals de verhalen van de kleinzoon van Frits van de Wereld.

Een nadeel is wel dat er veel in weinig tijd wordt geperst. Het verhaal gaat hierdoor aldoor alle kanten op met heel veel karakters en geschiedenissen. Ik zeg het niet snel maar een serie had hier wonderen gedaan. Met hoofdstukken over softdrugspenoze, casino’s, prostitutie, georganiseerde misdaad, jaren tachtig heroïnegolf, heden, etc.; dat zou nog meer smullen zijn geweest.

 

22 mei 2026

 

Meer Amsterdam? Lees Camera Obscura Special: Filmstad Amsterdam.

 

 

ALLE RECENSIES