So Long, My Son

****
recensie So Long, My Son

Kroniek van verstrijkende tijd

door Tim Bouwhuis

De beste filmkronieken verweven een persoonlijk verhaal met een bredere stroom van (vaak) politiek-historische ontwikkelingen. Neem de som van de twee en je hebt het kloppende hart van So Long, My Son, een episch drama dat China vangt en verbeeldt als een kroniek van verstrijkende tijd.

De vertelling begint als de jonge, verlegen Xingxing door zijn vriend Haohao wordt uitgedaagd een duik te nemen in een waterreservoir in een noordelijk gelegen fabrieksstadje. Haohao voert de druk op door zijn kleren vast uit te trekken en zich na wat laatste aansporingen richting het water te spoeden. De camera laat hem vertrekken – we kijken mee over de schouder van Xingxing, die eenzaam achterblijft. De scène eindigt een stuk abrupter dan ze begon, en als we een minuut of tien later terugkeren bij het reservoir is er een ongeluk gebeurd.

So Long, My Son

Filmfractuur
Wat ontvouwde zich, en waarom waren wij er niet bij? Het is verleidelijk om So Long, My Son door de elliptische structuur te benaderen als een puzzelfilm. De openingsscène markeert namelijk lang niet het enige moment dat de continuïteit van de film doorbroken wordt. Regisseur Wang Xiaoshuai (Beijing Bicycle) schakelt welbewust tussen verschillende tijdvakken (rangerend van midden jaren tachtig, wanneer de film opent, tot het heden), maar laat de zo gebruikelijke tussentitels (locatie, jaartal) achterwege. In de vlekkeloze montage komen nieuwe dramatische ontwikkelingen en referenties naar een getroebleerd verleden samen.

Al die variabelen vragen, in bij uitstek positieve zin, om een actieve kijkhouding. En die houding loont, niet alleen omdat het scenario uitgekiend is en alle stukjes ook daadwerkelijk passen. Wangs uitgesproken stijl is namelijk noodzaak om daadwerkelijk te ervaren hoe het verleden tot ons komt: in half aan elkaar gelijmde brokken, en altijd gefragmenteerd. Wat rest zijn de details, de gesprekken die een breuk helen of er één teweeg brengen. Met zulke momenten zit So Long, My Son vol. Misschien is het te veel gevraagd, zoals Wang in een interview wel voorstelt, om de tijdsconstructie maar gewoon los te laten. Maar het lijdt geen twijfel dat een contra-intuïtieve mindset het kijken verrijkt.

So Long, My Son

Over levenswijsheid  
Terug bij de twee jongens uit de openingsscène. Uit de (chronologisch eerder gesitueerde) scène die volgt, blijkt dat hun ouders goed met elkaar bevriend zijn. Het ongeluk zet die verhouding alleen flink onder druk. Wang neemt schuld en verlies als vertrekpunt en concentreert zich vervolgens op de ouders van Xingxing (rollen van Wang Jingchun en Yong Mei). Hoe verwerken zij wat er gebeurd is, en beter nog, hoe doen ze dat binnen een staatsapparaat dat vaststelt waar families ophouden en misdrijven beginnen? Tegen de achtergrond van de Chinese eenkindpolitiek (1979-2015) en de culturele revolutie die daaraan vooraf ging, is de meest intieme eenheid van de privaatsfeer immers altijd een publieke aangelegenheid. Ontwikkelingen op nationale schaal worden zo keer op keer gespiegeld aan het leven van Yaojun en zijn vrouw Liyun. Wong en Yang zien zich omringd door een zweem van authenticiteit die zich niet laat creëren; het is bijna ironisch dat hun ‘spel’ hen tijdens de Berlinale (zeer terechte) bekroningen opleverde voor beste acteur respectievelijk beste actrice. Noem het oprechte levenswijsheid, en je zit er niet ver vanaf.

Terwijl de tijd de geschiedenis steeds verder opslokt, beginnen Yaojun en Liyun steeds scherper te bevragen wat het heden nog kostbaar maakt. “Als er bijna geen sporen meer over zijn van het verleden”, zegt Liyun richting het einde, “hoe komt het dan dat we toch nog bang zijn om dood te gaan?” Het verloop van de film doet een suggestie voor een mogelijk antwoord: de dood gaat nooit alleen over ons. En uiteindelijk, in de laatste scène, dat een piepklein gebaar de meest gebroken familie nog hoop kan bieden.

 

27 juli 2019

 

ALLE RECENSIES

Violette Nozière

****
recensie Violette Nozière

Spiegelpaleis van leugens

door Sjoerd van Wijk

De jonge Isabelle Huppert is verleidelijk maar verraderlijk als de gelijknamige moordenares in Violette Nozière. Haar sluwheid evenaart de film met een onderhuids bouwen aan dubbele bodems, tot er een spiegelpaleis van leugens staat.

Op haar vijfentwintigste had Huppert al vele films op haar naam staan. Toch lijkt deze eerste samenwerking met regisseur Claude Chabrol een blauwdruk voor haar latere rollen. In films als La Pianiste en Elle is ze hard en berekenend, maar ook getroebleerd met naargeestige gevolgen. Iets wat terug te zien is in Violette Nozière, waar Huppert als prostituee probeert te ontsnappen aan het gezapige thuisleven en tegelijkertijd flinke bedragen verdient.

Violette Nozière

Het huisje-boompje-beestje leven van haar ouders beklemt haar dermate dat Violette nadat ze met syfilis is gediagnosticeerd drastische maatregelen neemt. Vader Baptiste en moeder Germaine krijgen gif in plaats van medicijn tegen deze zogenaamd erfelijk overgedragen ziekte, waarbij de eerste het loodje legt. In hoeverre zijn er verzachtende omstandigheden als Violette beweert seksueel misbruikt te zijn door Baptiste?

Femme fatale voor iedereen
Uit de mond van Violette komen leugens net zo overtuigend als waarheden. Huppert heeft aan een enkele oogopslag genoeg. Violette is een klassieke femme fatale, zo overredend dat ze de vermoorde onschuld speelt. Haar personage lijkt een rondwandelende verwijzing naar de film noir, elegant in zwart gehuld (door onder andere Karl Lagerfeld) tijdens haar geheime activiteiten.

Net als in latere films is ook hier sprake van een man waar Hupperts personage zich teveel aan vastklampt. Violette blijkt daarnaast een femme fatale voor haarzelf, met de onderkoelde Jean als uitlaatklep voor haar geldverkwisting. Daarmee heeft Hupperts berekende sensualiteit een zekere tragiek. Haar liegen krijgt het elan van ontsnapping, getuige haar dromen om de stad te verlaten met Jean.

Onderhuidse vervreemding
De onpeilbare Huppert zorgt al voor dubbele bodems, maar Chabrol bouwt dit verder uit. De omgeving versterkt het labyrint van leugens, alsof achter alles iets anders te zoeken valt. Het visuele motief van de spiegel is wel erg nadrukkelijk aanwezig, maar vaste cameraman Jean Rabier weet de personages hierin te vangen met gracieuze nuchterheid.

Daarmee stapelt het enigma omtrent de ongemakkelijke familiesituatie van Violette zich laag op laag op. De beheerste taferelen zorgen voor onderhuidse vervreemding over haar belevingswereld in plaats van paranoia. Het is duidelijk dat Violette niet te vertrouwen is, maar op welke punten precies blijft aanlokkelijk onder het oppervlak borrelen.

Violette Nozière

Flarden van een werkelijkheid
Het abrupte doorbreken van dit spiegelpaleis verhoogt de vervreemding. Het strakke monteren van Yves Langlois bevraagt de werkelijkheid. Of eerder, een zeer persoonlijke werkelijkheid, gevormd door flarden van Violettes herinnering. De onderlinge verhoudingen tussen de familieleden tonen al hoezeer een ieder zaken verborgen houdt. Hierbinnen verontrusten de interacties van Baptiste ( geniepig gespeeld door Jean Carmet) met zijn dochter.

Het geharrewar tussen de overdreven geaccentueerde flashbacks, nachtelijke bezigheden en het fatale moment maakt alles enigmatisch. Het geeft de vervaarlijk lieftallige Huppert extra munitie te bedwelmen over de ware toedracht van haar handelen. Door te eindigen met een zakelijke opsomming van Violettes straf (de film is gebaseerd op ware gebeurtenissen) dringt dit des te meer binnen. Was deze daad überhaupt te begrijpen? Het onbegrip daarover is de kern van het mysterie in Violette Nozière. Met dank aan Hupperts vermoorde onschuld.

Violette Nozière is te zien op de dinsdagen 6 augustus (vanaf 14.45 uur) en 20 augustus (vanaf 19.00 uur) in EYE Amsterdam.

 

26 juli 2019
 

MEER ISABELLE HUPPERT
 
 

ALLE RECENSIES

Veearts Maaike

****
recensie Veearts Maaike

Lief en leed van een stoere Groningse

door Nanda Aris

De uit Loppersum afkomstige Maaike geeft een inkijk in haar leven als veearts. Daarnaast is ze actief als vertegenwoordiger van de Nederlandse dierenartsen in Europa. En strijdt ze voor het terugdringen van overmatig antibioticagebruik. Kalfjes worden geboren, presentaties gegeven, administratie gedaan; zeker, moedig en doortastend gaat Maaike te werk. 

Jan Musch en Tijs Tinbergen werken sinds hun afstuderen aan de filmacademie samen, zo maakten ze eerder de films Gebiologeerd (1994) en Rotvos (2009). Voor deze laatste documentaire ontvingen ze een Gouden Kalf. Gefascineerd door de natuur en de verschillende belangen daarbij, heeft het filmmakersduo ditmaal gekozen om de Nederlandse melkveehouderij – de boeren, het beleid en de veeartsen – in beeld te brengen. Drie jaar lang hebben ze hen gevolgd, de eerste anderhalf jaar zonder te filmen, daarna alles realistisch in beeld brengend.

Veearts Maaike

Meisjesdroom
Maaike besloot als klein meisje dat ze graag veearts wilde worden nadat ze een vrouwelijke veearts aan het werk zag. ‘Dat is leuk, dat is gezellig, dat is stoer’, en zo werd ook zij veearts. Ze is als een vis in het water bij de boeren, binnen het Van Stad tot Wad, het team van veeartsen waar ze werkt, maar ook als bestuurder van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD) wanneer ze in een presentatie haar visie geeft op het antibioticabeleid.  Ook tijdens de internationale vergadering van de Federatie van Europese veeartsenorganisaties, waar ze verkozen wordt door collega’s als vertegenwoordiger, staat ze haar mannetje.

De film start met beelden van een lange besneeuwde weg in een uitgestrekt landschap in Noord-Groningen. De camera draait en in de auto zien we het gezicht van veearts Maaike, een diepe frons tussen haar wenkbrauwen laat haar nog steeds geen veertig lijken. Ze oogt jong en lieflijk, maar een volgend beeld laat zien dat ze van wanten weet, wanneer we haar met haar arm in het achterwerk van een koe zien, op zoek naar een kalf, dat doodgeboren zal worden. Dit soort plaatje zien we nog vaker voorbij komen, want naast de geboortes is dit de manier om te ondervinden of een koe drachtig is of kan worden geïnsemineerd. Het is werken, met drie man sterk, de poten aan een ketting, trekken ze het kalfje uit de moederkoe.

Leven en dood
Een dood kalf betekent geen inkomsten, maar zo zien we later in de film, met een stier is de boer ook niet zo blij. ‘Klote, een stier’, zegt de boer wanneer hij het geslacht van een net geboren kalf bekijkt. ‘We mogen niet meer koeien houden, maar toch wil je altijd een vaarskalf’. De boer legt uit dat hij door wet- en regelgeving nooit weet waaraan hij toe is. Het zou zo kunnen zijn dat de vaarskalveren die hij groot brengt – want om de melkproductie in stand te houden zullen er nieuwe kalveren geboren moeten worden – en dus kosten met zich meebrengen, niet mogen blijven. Een economische tegenslag en zonde dat er dan koeien onnodig naar de slacht zullen gaan.

Veearts Maaike

Dat de melkveehouderij geen gezellige keuterboerderijtjes zijn, maar boerenbedrijven, wordt niet alleen hierdoor duidelijk, maar ook wanneer jonge kalfjes gescheiden van hun moeder gezet worden, en we ze verkocht zien worden. Wanneer we een noodslachting zien van een koe die lelijk uitgegleden is en niet weer overeind komt. Door de koe bewusteloos te schieten en daarna leeg te laten bloeden, net zoals dat in een slachthuis gebeurt, kan het vlees nog gegeten worden. Of van een andere koe met letsel die geëuthanaseerd wordt. ‘Het is goed meisje, bedankt voor de melk die je gegeven hebt hoor’, zegt de boer terwijl hij haar kop aait. Begaan met zijn koeien, leven en dood gaan hand in hand op een boerderij.

De zorgvuldig gekozen beelden, het eerlijke beeld en de puurheid van veearts Maaike maken deze film meer dan de moeite waard. Het beroep van veearts blijkt hard werken, voor Maaike is het allemaal misschien net iets teveel bij elkaar. Daarom denkt ze, soms geëmotioneerd, na over het maken van moeilijke keuzes die zijn gericht op een volgende fase binnen de melkveehouderij.

 

24 juli 2019

 

ALLE RECENSIES

Midsommar

****
recensie Midsommar

Onheilspellende verlossing

door Suzan Groothuis

Na ​Hereditary​ is regisseur Ari Aster terug met ​Midsommar. Een film die duidelijk de sfeer van zijn voorganger ademt, met terugkerende thematiek: hoe verwerk je trauma? Ditmaal speelt zijn film in een zonovergoten Zweden, in een gemeenschap die aan midzomerse tradities doet. Maar onder het kleurrijke palet dat ​Midsommar​ rijk is, gaat een duistere nachtmerrie schuil.

Er ging flink wat buzz vooraf aan Asters speelfilmdebuut ​Hereditary: ​“Engste film ooit!”, kopten de media. Of dat waar is, valt te betwisten, maar Asters horror maakte indruk. Een langzame, trefzekere stijl, met veel oog voor beeld en detail. Als je goed oplette, kon je in decors prospecties zien – duistere aanwijzingen van wat komen ging. En bovenal maakte een etterende naarheid zich meester van de kijker. Want hoeveel trauma kan een mens aan?

Nu is er ​Midsommar, een zogeheten breakup movie. Persoonlijke omstandigheden inspireerden Aster tot het maken van een relatiedrama. Maar​ Midsommar​ is meer dan dat; onderliggend trauma vormt, net als in ​Hereditary,​ het uitgangspunt. Met de opening zet Aster direct de toon. De jonge Dani (een uitstekende Florence Pugh, die eerder overtuigde in haar manipulerende rol in ​Lady Macbeth) leest verontrustende berichten van haar bipolaire zusje op Facebook. Haar alertheid is gewekt. Haar zusje wil er niet meer zijn. Haar vriend Christian doet het af als aandacht zoeken. En zijn vrienden vinden duidelijk iets van de claimende Dani. Maak het uit, is hun advies.

Midsommar

Groot trauma
Zover komt het niet. Want, en daar is het een Aster-film voor, er dient zich groot trauma aan. Een uiterst beklemmende en hartverscheurende scène toont hoe Dani’s wereld in een klap verandert. Ze zoekt houvast bij haar wankele relatie, met een vriend die er maar half voor haar is. Wanneer uitkomt dat hij plannen heeft om met zijn studievrienden naar Zweden te gaan, lijkt de breakup nabij. Maar Christian kan niet de relatie beëindigen. Niet onder de omstandigheden die zijn voorgevallen. Dus hij ziet maar één uitweg: Dani meevragen.

En zo geschiedde: het koppel gaat met Christians vrienden naar een afgelegen gemeenschap in Zweden die aan midzomerse tradities doet. Vriend Pelle is er opgegroeid en wil zijn Amerikaanse vrienden iets unieks laten zien. Precies tijdens hun komst viert de gemeenschap feest, een spektakel dat zich eens in de negentig jaar voordoet.

Wat begint als een idyllische zomertrip, mondt uit – uiterst beheerst in beeld gebracht – in een ware nachtmerrie. Het landschap is verleidelijk, met gras groener dan groen en de zon die immer schijnt. Bij aankomst krijgen de Amerikanen paddo’s voorgeschoteld. Het maakt de schoonheid van het landschap nog intenser, maar er is ook een onderliggende, onverklaarbare dreiging. Dani voelt die. En met die dreiging ontstaan er scheuren in een relatie die al gebroken is.

Midsommar

Indringende spanning
Aster is een meester in het opbouwen en vasthouden van spanning. Het gevoel dat er iets niet klopt, is constant aanwezig en wordt gevoed door vreemde gebeurtenissen, zoals verdwijningen, verlokkingen en rituelen. Maar het zijn vooral beeld en geluid die overtuigen: het camerawerk van Pawel Pogorzelski, die ook de cinematografie van ​Hereditary deed, is indringend en claustrofobisch, versterkt door een onheilspellende soundtrack (de twee gaan briljant samen in de openingsscène, kippenvel gegarandeerd!). Een knappe prestatie kijkend naar de sprookjesachtige setting waarin ​Midsommar​ speelt. Ondanks al het licht is onderliggende duisternis voelbaar. Neem de ongemakkelijke tafelmomenten, de gereserveerde gastvrijheid van de commune en een aantal onverwacht bloedige scènes, waarbij je je ogen toch echt even wegdraait.

De link naar een folk-horrorklassieker als ​The Wicker Man​ is snel gelegd. Toch is ​Midsommar complexer, want de emotioneel beladen hoofdpersoon is net als in ​Hereditary​ zoekende naar catharsis. Hoewel de gemeenschap haar angst aanwakkert, is ze er ook door gegrepen. Tijdens een paddotrip zien we hoe het gras zich in haar voeten hecht, als zijnde een teken van eenwording.

Aster wordt wel verweten dat​ Midsommar qua thematiek, sfeer, opbouw en duur (een lange zit van 2,5 uur) teveel lijkt op ​Hereditary. Eerlijkheid gebiedt te zeggen: je kan duidelijk zien dat Midsommar van zijn hand is. Het heeft wat meer komische elementen (Aster omschrijft zijn film als een donkere komedie), maar is minstens zo indringend als zijn voorganger. Belangrijker is: het werkt. Zo intens, onderhuids en aangrijpend heeft de schrijver dezes de laatste jaren geen horrorfilms gezien. Aster sleept je van begin af aan mee in een woekerende naarheid, gevoed door trauma, op weg naar een donkere verlossing. Laat de zomerse festiviteiten maar komen.

 

23 juli 2019

 

ALLE RECENSIES

Weldi

***
recensie Weldi

Kleine tragiek leidt tot groter geheel

door Sjoerd van Wijk

Weldi bouwt geconcentreerd de vertwijfeling en rouw van de teleurgestelde vader uit. Buiten de schematische cinéma vérité om weet het drama met eenvoud op eigen wijze het verdriet onderhuids te maken. 

Het lijkt beter te gaan met de jonge Sami nadat hij wordt behandeld voor migraineaanvallen. Maar de zoon van de bijna gepensioneerde havenwerker Riadh en vrouw Nazli blijkt een geval van stille wateren hebben diepe gronden. Als een donderslag bij heldere hemel verlaat hij Tunesië om zich aan te sluiten bij strijders in Syrië. Waar de gebroeders Dardenne, die hun naam leenden aan Weldi, recent een geradicaliseerde jongen volgen in Le Jeune Ahmed, kiest deze film voor het perspectief van de gedesillusioneerde vader. Riadh geeft alles om de toekomst van zijn zoon, dus start een wanhopige zoektocht die leidt naar Turkije. Ondertussen rijst de vraag of Riadh zijn leven niet teveel om zijn zoon draait.

Weldi

Geslepen dwaalspoor
Het giswerk is wat er in zoon Sami omgaat, dankzij Zakaria Ben Ayeds ondoorgrondelijk stoïcisme. De stress van zijn naderende eindexamen lijkt in eerste instantie een oorzaak van depressie, wat door zijn afgematte spel plausibel overkomt. Maar het gewiekste scenario van schrijver-regisseur Mohamed Ben Attia brengt op een dwaalspoor. Daarmee is Riadhs shock na Sami’s vertrek direct invoelbaar. Mohamed Dhrif weet als de wanhopige vader de escalerende zoektocht aangrijpend te maken door zijn onzekere ingetogenheid. De spaarzame uitbarstingen zoals in een confronterende ruzie met zijn vrouw tonen daarbij hoe de emotionele spanning aldoor opkropte. 

Door deze kleinschalige aanpak treedt de problematiek rondom radicaliserende jongemannen die vallen voor religieus fundamentalisme of fascisme op de achtergrond. Weliswaar komen spanningen in de Tunesische samenleving subtiel voor, maar het personage Sami dient vooral de geslepen uitgevoerde twist. Riadhs reis naar Turkije brengt echter op kiene wijze op de voorgrond hoe individuele motivaties niet kunnen opboksen tegen een systemisch fenomeen, na een laatste conversatie voor de Syrische grens die uitblinkt in tragisch cynisme.

Weldi

Eigen stempel op documentaire weergave
De invloed van de gebroeders Dardenne is bij tijd en wijle overduidelijk. Hun stijl van camerawerk uit de losse pols die op intieme wijze de personages volgt, lijkt heden ten dage een standaardschema. Alsof ook de Belgische cameraman Frédéric Noirhomme bij deze gebroeders in de schoolbanken heeft gezeten. Deze stijl veinst neutraliteit met oppervlakkige signalen van observatie. Maar onbevangen de werkelijkheid weergeven, is een illusie. Film geeft een realiteit weer, niet dé realiteit. Weldi verwart dus zakelijkheid met objectiviteit. 

Toch weet de film een eigen stempel te drukken in plaats van gemakzuchtige clichés van cinéma vérité al het werk te laten doen. Ben Attia hanteert regelmatig een beheerste afstandelijkheid, die meer interesse toont in de reacties van een personage dan het zich afspelende plotelement. Vanuit de auto Sami zien toekijken hoe Riadh buiten beeld een agent afkoopt, laat onderhuids de normale gang van zaken in het land voelen. En daarmee later de onbeholpenheid van Riadh als Sami het hazenpad kiest.

Weldi raakt daarmee op momenten de gevoelige snaar van de tragiek van deze oudere man die zijn laatste zekerheid in een ongrijpbaar systeem verliest. Zijn chatberichten aan Sami op het computerscherm lijken voor de hand te liggen, maar zijn in de eenvoud een waarachtige uiting van vertwijfeling. Dit mede dankzij een hartverscheurende droomscène waar Riadh voor het laatst Sami kan omhelzen. In Weldi leidt kleine tragiek daarmee onmerkbaar tot een groter geheel.

 

22 juli 2019

 

ALLE RECENSIES

Tel Aviv on Fire

**
recensie Tel Aviv on Fire

Eindeloze grenssoap

door Michel Rensen

Tel Aviv on Fire toont het Israëlisch-Palestijnse conflict als een eeuwigdurende, ongeloofwaardige grenssoap. Met louter oppervlakkige observaties dooft de film uit als een nachtkaars. 

Salam werkt als productieassistent op de set van de populaire spionagesoap van zijn oom. Hij wordt aanvankelijk ingehuurd om de Hebreeuwse dialogen te controleren en waar nodig te verbeteren. Nadat de enige vrouwelijke schrijver ontslag neemt nadat haar script ongevraagd wordt aangepast, krijgt Salam zijn gewenste promotie plots in de schoot geworpen. Het enige probleem is dat hij helemaal niet kan schrijven.

Tel Aviv on Fire

Soap
Salam steekt dagelijks de Israëlisch-Palestijnse grens over. Als hij de Israëlische commandant Assi van de grenspost om hulp vraagt over het gebruik van een specifiek woord, wil de commandant direct alles over het verloop van de soap weten. Assi is aanvankelijk enkel geïnteresseerd omdat zijn vrouw verslaafd is aan de “antisemitische propaganda” zoals hij de soap omschrijft, maar begint al snel zijn eigen ideeën voor de show aan Salam te pitchen. Aangezien Salam dus niet kan schrijven, begint hij Assi’s ideeën als zijn eigen te gebruiken, maar hierdoor raakt hij verstrikt in een soap vol politieke spelletjes waar hij niet meer uitkomt.

Het concept van Tel Aviv on Fire intrigeert, maar de film vervalt helaas snel in nodeloze herhalingen. De realiteit blijkt nog minder geloofwaardig dan een soap, inclusief een voorspelbaar, romantisch subplot. Elk gesprek lijkt enkel te bestaan om het plot voort te duwen. De politieke spelletjes zijn niets meer dan spelletjes waarna iemand vol vreugde zijn overwinning kan vieren zonder dat er enige consequenties aan verbonden zijn. Tel Aviv on Fire legt in het eerste half uur al zijn kaarten op tafel en slaagt er daarna niet meer in nog iets aan complexiteit toe te voegen.

Politiek vehikel
Salams oom wil zijn geplande klapper van een seizoensfinale schrijven, ondanks de veranderende plotontwikkeling op weg ernaartoe. Salam zelf is vooral bezig te bedenken hoe hij kan zorgen dat er een tweede seizoen komt, terwijl iedereen hem probeert te beïnvloeden om de soap zo te schrijven dat het een bevestiging van hun eigen politieke visie vormt. De Palestijnse financiers van de soap willen de Israëlische generaal in de soap zien afgebeeld als brute tiran, terwijl Assi hem als goede soldaat én romantische held wil neerzetten. Alle mannen willen simpelweg de representant van hun groep als romantische held, terwijl de vrouwen zich enkel bekommeren om de mannelijkheid van de personages. “Niet alles is politiek”, stelt Assi’s vrouw. Het politieke speelveld is in Tel Aviv on Fire enkel aan mannen vergeven.

Tel Aviv on Fire

In een film die zo politiek geladen is, is het erg vreemd dat de film reflectie op zijn eigen positie mist. Tel Aviv on Fire komt niet verder dan een wijzend vingertje naar het gebrek aan nuance of oplossingsgerichtheid in het debat, maar biedt dit zelf ook niet. Op het eerste oog lijkt het een briljante zet om het politieke conflict vanuit een eenvoudige metafoor – de romantische held – uit te bouwen, maar de blauwdruk wordt nooit gerealiseerd. Elke discussie vervalt in een nuanceloze keuze tussen de Israëlische soldaat of de Palestijnse rebel. Er lijkt geen manier om de twee vreedzaam te laten samenleven. Salam doet nog een poging tot verzoening, maar de rest van de film biedt weinig hoop.

Tel Aviv on Fire kabbelt voort van plottwist naar plottwist, maar net als een echte soap levert de film nooit een bevredigende climax. Er zijn geen consequenties verbonden aan de verschuivingen en er komt geen einde aan. Zelfs met een lengte van honderd minuten voelt de film als een eindeloze exercitie met louter oppervlakkige observaties waarbij de lach al snel verdwijnt.

 

20 juli 2019

 

ALLE RECENSIES

Coup de Torchon

*****
recensie Coup de Torchon

Donkere schaduw over humaniteit

door Cor Oliemeulen

Een blanke politiecommissaris van een kleine West-Afrikaanse gemeenschap doet zich dommer en zwakker voor dan hij is. In het existentialistische, onheilspellende drama Coup de Torchon staat de filmtitel voor een grote schoonmaakbeurt.

Coup de Torchon (1981) begint met een zonsverduistering, een verschijnsel dat je kunt zien als een donkere schaduw over de menselijkheid die zich de komende twee uur zal ontvouwen. Politiecommissaris Lucien Cordier (een geniale Philippe Noiret) ziet dat vijf in het zand spelende Afrikaanse jongetjes het koud krijgen en maakt snel een vuurtje zodat ze zich kunnen opwarmen. Aan het eind van de film slaat de politiecommissaris half verscholen achter een boom dezelfde jongetjes in het zand gade en richt zijn pistool op een van hen.

Coup de Torchon

Wraakengel
De Franse regisseur Bertrand Tavernier maakte een vrije bewerking van de bejubelde roman Pop. 1280 van de Amerikaanse schrijver Jim Thompson over een sullige sheriff in een gehucht in North-Carolina. Door de manier waarop hij wordt behandeld en de dingen die hij om zich heen ziet, ontpopt hij zich tot een wraakengel die de door hem gechoreografeerde dans probeert te ontspringen. In zijn meesterwerk Coup de Torchon plaatst Tavernier een zelfde ogenschijnlijk ongeïnteresseerde gezagsdrager heel subtiel naar het Senegal van 1938.

Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog heerst er in deze gemeenschap van krap 1.280 zielen (volgens sommigen zijn het er beduidend minder, want negers moet je niet meetellen als mensen) een sfeer van raciale spanning die is veroorzaakt door de Franse overheersing en van moreel verval van de kolonialisten. Politiecommissaris Lucien Cordier kreeg zijn huidige, relaxte baantje in de schoot geworpen en lijkt geenszins van plan iets te doen aan de wetteloosheid. De pesterijen en vernederingen van zijn omgeving neemt hij aanvankelijk op de koop toe. Zo ook die van twee lamlendige witte rijkaards die uit balorigheid schieten op zwarte slachtoffers van difterie die in de rivier drijven, want alleen witte mensen horen volgens de priester op het kerkhof.

Losbandige speelsheid
Ondanks zijn onnozele uitstraling heeft Cordier succes bij het vrouwelijke geslacht en moet hij zijn aandacht verdelen tussen drie vrouwen: eega Huguette (Stéphane Audran) die thuis seksueel aanrommelt met haar inwonende broer Nono (zanger Eddie Mitchell), de nieuwe onderwijzeres Anne (Irène Skobline) bij wie Cordier zijn gevoelige hart kan luchten, alsook zijn immer naar liefde hunkerende minnares Rose (Isabelle Huppert) wiens agressieve echtgenoot al vrij snel van de aardbodem verdwijnt. Net als in Taverniers Le juge et l’assassin (1976) is er een fantastische chemie tussen de frêle, maar vinnige Rose en de gelaten knuffelbeer Lucien.

Die speelsheid die onvermijdelijk leidt naar een fatale afloop maakt van Coup de Torchon een meer dan geslaagde, zeer natuurlijke film noir die zich ontwikkelt van een hilarisch drama tot een grimmige thriller vol zwarte humor. Wanneer Cordier de nieuwe onderwijzeres Anne voor het eerst ontmoet, zegt hij: “Lesgeven is een nobel vak. Dankzij u kunnen zwarte kinderen straks de namen van hun vaders op Franse oorlogskerkhoven lezen.” En als hij Rose leert met een pistool te schieten, oefenen ze op een poster op de muur van het politiebureau waarop staat ‘Meld je aan voor het koloniale leger’.

Terwijl het opgewonden standje Rose staat voor de losbandige vrijheid in een gemeenschap, die zich nog angstvallig vastklampt aan uitbuiting, racisme en corruptie, evolueert haar geliefde zich tot een Jezusfiguur die liever geen mensen redt, maar bevrijdt.

In de avond als het West-Afrikaanse hemelschijnsel de karakters en de omgeving vervaagt, kleurt Tavernier de muren in een surrealistische blauwe gloed en geschieden daarbuiten zaken waarvan niemand weet hoeft te hebben. Bij daglicht kan Lucien Cordier dan de ultieme verlossing regisseren.

 

19 juli 2019

 

MEER ISABELLE HUPPERT
 

 

ALLE RECENSIES

Ruben Brandt, Collector

****
recensie Ruben Brandt, Collector

Schilderachtige nachtmerries

door Ralph Evers

Wat krijg je wanneer je de remmen van je fantasie, gekanaliseerd door topstukken uit de westerse kunstgeschiedenis, loslaat? Eén van de betere animatiefilms van de afgelopen jaren. Een feest voor de liefhebber qua verwijzingen en ach, voor hen die nauwelijks notie hebben van de veelal Europese culturele identiteit, je hebt in ieder geval een eigenzinnig misdaadverhaal. 

Eén van de toevoegingen van Dalí aan de kunst is de methode van kritische paranoia. Het verhaal gaat dat hij met een theelepeltje in de hand dat boven een kopje zweefde zich in een siësta dutte en bij het ontwaken van het klingelende geluid de beelden die hij op het scherm van zijn derde oog geprojecteerd zag naar het canvas vertaalde. Zoiets lijkt Milorad Krstić, de Sloveense regisseur van Ruben Brandt, Collector ook gedaan te hebben. Deze animatie is niet alleen intelligent, geestig, verrassend, maar bovenal visueel overdonderend, idiosyncratisch en om in herhaling te vervallen eigenzinnig.

Ruben Brandt, Collector

Het vervallen is herhaling is overigens niet voor niets, want deze Hongaarse film slechts één keer zien is een garantie voor een groot gemis. De film zit zo boordevol verwijzingen naar kunst, popcultuur en filmverwijzingen, waar tevens een deel van de lol in zit, dat een enkele keer te weinig is. Ruben Brandt is de geanimeerde variatie op György Pálfi’s Final Cut – Hölgyeim És Uraim. Een film verteld aan de hand van iconische momenten uit de wereldcinema.

Zinnenprikkelend tuig
Animatie moet eigenlijk maar een ding doen en dat is het scheppen van niet alledaagse werelden. Nu, daarin is Ruben Brandt uitermate goed geslaagd. De film kent weliswaar een vrij gestructureerd verhaal over, verrassing, Ruben Brandt. een psychotherapeut, wiens vader werkte met subliminale boodschappen in film en deze testte op de jonge Ruben. Als volwassene wordt hij achtervolgd in zijn nachtmerries door de personages uit topstukken als Jean Moulin, de postbode van Van Gogh of een van de prinsesjes van Velazquez. Zijn oplossing? Deze werken stelen, in eigen bezit hebben en daarmee hun demonische uitwerking op hem onschadelijk maken. Het lukt hem met een viertal illustere en ongeëvenaarde criminelen. Als gezochte topcrimineel krijgt Brandt een bonte verzameling premiejagers achter zich aan.

Een eerste associatie die de stijl oproept, is die van Jean-François Laguionie, maar met de gestyleerde Man from U.N.C.L.E.-opening gaat de lieflijkheid van Laguionie overboord. Overigens doet het tempo van Ruben Brandt meer denken aan een nieuwe Guy Ritchie. Een achtbaanrit zonder veiligheidsgordels, een hallucinante trip die ook wel doet denken aan Ari Folmans The Congress, waar talloze historische figuren hun opwachting maken. Maar waar Folman een meer filosofische insteek heeft, kiest Krstić prominenter voor een esthetische pastiche. Vorm boven inhoud zou je kunnen klagen, of eendimensionale personages, maar de stijl heeft hierin ook bewust iets karikaturaals, zoals Sylvain Chomets Les Triplettes de Belleville. De film is met al deze verwijzingen nog wel het best te omschrijven als een jazzcompositie, zoiets als The Bad Plus weet te doen met zijn covers van bijvoorbeeld Nirvana’s Smells like teen spirit. Jazz ook omdat er her en der een heerlijke noir-feel opsteekt.

Ruben Brandt, Collector

Ogen te kort
Een smet op dit feest van verbeeldingskracht is dat de plot wat te rechtlijnig is. Hoewel er voldoende bizarre wendingen in de omgevingen en nachtmerries van Ruben zitten. Oh, en niet te vergeten de bijzondere, spelen-met-Picasso gezichten (meerdere ogen, neuzen, oren) en andere menselijke kenmerken, blijft het van a tot z verteld verhaaltje wat mat. Zoals gezegd, de personages zijn eendimensionaal (en in één geval tweedimensionaal) en de vaart zit er, op de slak na, aardig in. Het narratieve aspect was sterker uit de verf gekomen mocht er een spanningsboog, een tegenslag, een verwarrend Lynchiaanse component aan toegevoegd zijn. Edoch, de focus ligt hoofdzakelijk op de liefde van Krstić voor film-, pop- en kunstgeschiedenis en daarin is reeds genoeg te genieten.

 

16 juli 2019

 

ALLE RECENSIES

White Material

****
recensie White Material

Smeulende spanning en oprukkend zand

door Michel Rensen

Onder de dreiging van een burgeroorlog dwaalt Isabelle Huppert verdwaasd rond temidden van smeulende resten van een wereld die niet meer is. Heden en verleden versmelten onder de brandende Afrikaanse zon. 

Een zaklamp schijnt over enkele artefacten: een Afrikaans masker, een foto van een jonge Isabelle Huppert en het lijk van een soldaat. Het licht dwaalt door een mysterieus, verlaten huis, een tombe vol herinneringen. White Material (2010) suggereert een blik naar een andere tijd, een vergaan verleden, maar al snel blijkt de situatie ingewikkelder in elkaar te zitten. Vaag gemarkeerde tijdsovergangen laten heden en verleden vloeiend in elkaar overgaan. Aan het begin van de film klampt Maria Vial (Huppert) zich wanhopig vast aan een bus op weg terug naar haar koffieplantage. De film volgt haar naar haar huis, maar maakt tegelijkertijd een sprong terug in de tijd. Ook op thematisch vlak spelen de anachronistische positie van Maria en de voortzetting van machtsstructuren uit het verleden een prominente rol. Het heden en het verleden zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

White Material

Maria’s familie beheert een koffieplantage in een onbenoemde, voormalige Franse kolonie – de film is net als Denis’ debuutfilm Chocolat opgenomen in Kameroen – waar een oprukkende burgeroorlog, met aan het front een leger kindsoldaten, de lokale bevolking op de vlucht jaagt. Maria weigert haar land, haar bezit te verlaten. Halsstarrig houdt ze vast aan een gevoel van normaliteit. Ze wil niet toegeven dat de wereld om haar heen veranderd is. Temidden van opwaaiend zand blijft Maria Vial halsstarrig vasthouden aan een wereldbeeld dat al decennia verleden tijd is, als het al ooit bestaan heeft.

Lichamen in de ruimte
Claire Denis is ongetwijfeld één van de meest intrigerende hedendaagse auteurs. Haar zeer subjectieve, gevoelige en vaak sensuele stijl kenmerkt zich door een diepe interesse in haar personages die vrijwel altijd buitenstaanders zijn. Zij worden door hun omgeving getekend, juist omdat zij er net niet in passen. Hierbij heeft Denis een sterke interesse voor de fysieke relaties tussen lichamen en de ruimte waarin ze zich bevinden. Hoe de personages tegen elkaar praten zegt vaak meer dan de woorden die zij spreken. De scènes volgen elkaar vaak associatief, van een helder opgebouwd plotverloop is nauwelijks sprake.

De camera bevindt zich in White Material vaak dichtbij Maria. Met schokkerige handheld-bewegingen volgt de camera haar terwijl ze schijnbaar doelloos ronddwaalt over zanderige paden. Oprukkend zand belemmert het zicht. De film geeft nauwelijks overzichtsshots en plaatst je in eenzelfde staat van verwarring als Maria. Hupperts fenomenale acteerwerk versterkt dit gevoel. Bij vlagen is de wanhoop van haar gezicht te lezen, terwijl ze in de volgende scène overtuigd lijkt dat er niets vreemds aan de hand is. Hupperts acteerwerk is zeer subtiel en houdt zo een masker van mysterie voor. De kadrering maakt één ding duidelijk. Maria is verdwaald in een wereld waarin ze niet (meer) thuis hoort.

Wit privilege
Een helikopter van het terugtrekkende Franse leger keert speciaal voor Maria en haar familie een laatste keer terug om hen uit de verwachte geweldsuitbarsting te bevrijden. De soldaten bekommeren zich niet om het leven van de arbeiders, zo merkt één van hen op. Enkel de witte bewoners krijgen hulp aangeboden. Scheve koloniale klassenverhoudingen zijn nog sterk aanwezig in het heden en de mate waarin het dreigende geweld de levens van de personages verstoord is sterk afhankelijk van hun maatschappelijke positie. Maria draagt haar witte privilege als een schild dat haar beschermt voor gevaar. Zij waant zichzelf onsterfelijk, terwijl haar arbeiders massaal besluiten de oproep van het leger te beantwoorden en het gebied te ontvluchten. Ook de burgemeester kan zijn eigen knokploeg inhuren en zo in schijnbare veiligheid in het gebied blijven.

White Material

Maria’s aanwezigheid lijkt de katalysator die onvermijdelijk een smeulende spanning tot een hete strijd doet uitbarsten. Eén van de rebellen mompelt dat er pas verandering mogelijk is als al het ‘white material’ uit het land verdreven is. Hij doelt hiermee niet specifiek op Maria en haar familie, maar vooral om de structuren en voorwerpen die een uiting van hun ongelijke positie zijn. Een gouden aansteker komt herhaaldelijk als symbool voor deze ongelijkheid terug. Pas als alle tekenen hiervan weg zijn, kan de revolutie slagen.

Net als in al Denis’ films oordeelt White Material niet over zijn personages. De film bestudeert de complexiteit van de situatie en de gevolgen voor de personages in een door geweld ontregelde samenleving. De film stelt een complexiteit tentoon waarvan bij elke nieuwe bezichtiging andere details zullen opvallen. Met haar subjectieve manier van filmen laat Denis veel open, waardoor elke kijker er zijn eigen lezing uit zal halen. Isabelle Huppert is hierin een ideale steractrice die een breed en complex scala aan emotie weet te verbeelden op zo’n subtiele wijze dat je als kijker nooit helemaal zeker bent van wat je ziet of hoe het te interpreteren.

 

Kijk hier waar en wanneer White Material draait.

 

16 juli 2019

 
MEER ISABELLE HUPPERT
 
 

ALLE RECENSIES

Claire’s Camera

****
recensie Claire’s Camera

Keuvelen in Cannes

door Michel Rensen

Claire’s Camera kijkt weg als een licht briesje. De film brengt ontspanning, vermaak en reflectie en voor je het weet zit je korte (bioscoop)vakantie in Cannes er weer op.

Hong Sangsoo is een zeer productieve filmmaker. In het afgelopen decennium maakte hij elk jaar minstens één nieuwe film, regelmatig zelfs drie in één jaar. Na de release van On the Beach at Night Alone eind vorig jaar bereiken zijn twee andere films uit 2017 deze zomer de bioscoop. Claire’s Camera en The Day After gingen tegelijkertijd in première in Cannes. Hongs tweede Franse productie, tevens zijn tweede film met Isabelle Huppert, speelt zich zelfs af tijdens het gerenommeerde filmfestival, waar de volledige delegatie van een nieuwe Koreaanse film Claire (Huppert) tegen het lijf loopt.

Claire's Camera

Feest van herkenbaarheid
Wie bekend is met het werk van Hong zal ook in deze film veel elementen herkennen. Zijn films zijn ogenschijnlijk simpele karakterstudies, vaak met filmmakers, actrices of andere artistieke types in de hoofdrol. Vaak bekruipt het gevoel dat Hong zijn eigen problemen via film probeert te overdenken. Hij observeert zijn personages droog, in lange takes en met zijn herkenbare, schijnbaar ongemotiveerde zoombewegingen, terwijl de personages na toevallige ontmoetingen gesprekken voeren over koffie of een maaltijd. De luchtige, licht-filosofische dialogen over de alledaagse problemen van de personages doen sterk denken aan het werk van Éric Rohmer, voor wie Hong ook vaak zijn bewondering uitspreekt, en de titel van deze film is ongetwijfeld een eerbiedige verwijzing naar Claire’s Knee.

Claire’s Camera volgt Manhee (The Handmaiden’s Kim Minhee) die net te horen heeft gekregen dat ze is ontslagen om voor haar onduidelijke redenen. Omdat het omboeken van haar vlucht te duur is, besluit ze toch in Cannes te blijven. Tijdens haar dwaaltocht door de rustige straten van Cannes, weg van de commotie van het festival, ontmoet ze Claire (Huppert), een lerares die voor de première van de film van een vriendin naar Cannes is afgereisd bewapend met een polaroidcamera. Diezelfde dag ontmoet Claire ook regisseur So en zijn producer, tevens de ex-baas van Manhee. Door de gesprekken tussen de personages kan Manhee de onuitgesproken reden van haar ontslag achterhalen.

Kunst van het alledaagse
Claire’s Camera zit vol ironie. Als Isabelle Huppert met veel vreugde roept dat dit haar eerste keer in Cannes is, zal de complete tegenstelling met de realiteit ongetwijfeld voor een lach bij de kijker zorgen. Ook de karakterschets van So als regisseur die met alle vrouwen op zijn pad probeert te flirten is een knipoog naar Hongs eigen reputatie die ontstaan is door zijn affaire met actrice Kim Minhee.

Door het herhaaldelijk gebruik van ironie laat de film in het midden of we Claire’s ietwat simplistische uitspraak over de magische kracht van haar polaroidcamera serieus moeten nemen. Ze gelooft dat ze de levens van mensen kan veranderen door foto’s van ze te nemen. Deze uitspraak sluit natuurlijk perfect aan bij het idee dat een foto een momentopname is, terwijl de wereld er omheen al veranderd is voor de foto ontwikkeld is, zelfs bij de directe afdruk van een polaroid. Met een ironische lezing levert de film kritiek op de continue zoektocht naar de diepere betekenis van kunst, alsof het alledaagse geen waarde heeft.

Claire's Camera

Beide lezingen sluiten perfect aan bij Hong Sangsoo’s manier van film maken. In Claire’s Camera laat hij weer zijn liefde voor het triviale zien. Hij toont dat een ogenschijnlijk simpele film net zo waardevol kan zijn als een film die complexe, filosofische vraagstukken voorlegt, terwijl er onder het oppervlak toch altijd meer speelt dan in de dialogen door de personages naar buiten gebracht wordt. Wanneer we de tijd nemen om het alledaagse rustig te bestuderen, blijkt er vanzelf een complexe wereld aan ten grondslag te liggen. Misschien is het niet het maken van de foto dat de wereld verandert, maar leidt het bestuderen van de foto tot een ander beeld van de realiteit.

 

14 juli 2019
MEER ISABELLE HUPPERT
 

 

 

ALLE RECENSIES