Rainy Day in New York, A

****
recensie A Rainy Day in New York 

Verwende mensen en hun verwaande wensen

door Alfred Bos

Na de Weinstein-affaire en #MeToo kreeg Woody Allen te maken met oude en onbewezen beschuldigingen van seksueel wangedrag. A Rainy Day in New York dreigde daardoor niet in de bioscoop te verschijnen. De ironie is compleet nu de film onder meer blijkt te gaan over … de seksuele moraal van de filmindustrie.

Voor de fans van Woody Allen was het een jaarlijkse traditie, bijna net zo gewoon als kerstmis of het bezoekje aan de tandarts. Maar 2018 kwam en ging zonder nieuwe Allen-film, voor het eerst in 37 jaar. De regisseur werd zijdelings slachtoffer van het seksschandaal rond filmbons Harvey Weinstein en de daarop volgende mediastorm. Hij raakte besmet, acteurs distantieerden zich publiekelijk, de overeenkomst met zijn geldschieter, Amazon Studios, werd ontbonden en A Rainy Day in New York verdween in een la.

A Rainy Day in New York

Het is een ongelooflijk verhaal, vol hypocrisie en ironie. En de ironie wordt nog veel scherper en fijnzinniger nu A Rainy Day in New York eindelijk is te zien. Polen had de primeur en een reeks Europese en Zuid-Amerikaanse landen, plus Zuid-Korea, volgen. Het is nog onduidelijk of de film zal uitkomen in Engeland en de Verenigde Staten. De ironie is dat de romantische komedie tevens een weinig verbloemde satire is op de seksuele mores van de filmwereld. Hij werd gedraaid tussen 11 september en 23 oktober 2017. De heisa rond Weinstein begon in de eerste week van oktober.

Twee satires voor de prijs van één
Zoals bijna alle films van Woody Allen gaat ook A Rainy Day in New York over verwende mensen en hun bijziende blik op de wereld. Dat film het onderwerp is van deze satire kan niet worden misverstaan: het mannelijke hoofdpersonage luistert naar de naam Gatsby Welles (Timothée Chalamet), hij is jong, getalenteerd en welgesteld. Gatsby lummelt op de Yardley Universiteit in het lommerrijke upstate New York en wint strooigeld aan de pokertafel. Daarvan betaalt hij een uitje naar New York, waar zijn vriendin Ashleigh Enright (Elle Fanning) een interviewafspraak heeft met filmregisseur Roland Pollard (Liev Schreiber); ze is fan en schrijft voor de universiteitskrant.

Asleigh is naïef als een pasgeboren baby, de dochter van een bankiersfamilie uit Arizona die de hik krijgt wanneer ze seksueel opgewonden raakt. Tijdens het bezoek aan New York wordt een reeks filmprofessionals dat van háár, te beginnen met de regisseur die haar een scoop belooft (“Een scoop? Wat is dat, een ijsbolletje?”). Het is niet te missen: Roland Pollard staat voor Roman Polanski, de regisseur die – net als Allen in de jaren negentig – is beticht van seks met minderjarige vrouwen. Via hem komt Asleigh in het vizier van zijn scenarist, Ted Davidoff (Jude Law), die in haar bijzijn ontdekt dat zijn vrouw overspelig is. Asleigh waant zich een heuse journaliste, pent alles in haar schriftje en begint te dagdromen over een Pulitzer-prijs. Dat is satire nummer twee: de journalistiek.

A Rainy Day in New York

Ironie als fijnstof
Via een verwaande steracteur, Francisco Vega (Diego Luna), belandt Asleigh op een industriefeestje waar iedere aanwezige man zich aan haar verlustigt, maar echt link wordt het in de loft van Vega. Gatsby ondertussen beleeft zijn eigen avonturen: hij speelt een bijrolletje in de eindexamenfilm van een kennis en loopt tegen de jongere zus, Shannon (Selena Gomez), van een ex-vriendin aan. Van het dagje New York met Ashleigh komt weinig terecht, want “de stad heeft zijn eigen agenda”. Hij zoekt een romantische droom uit een verdwenen tijdperk en vindt een cynische wereld. Het klinkt als een verzuchting van Allen zelf.

In A Rainy Day in New York waait de ironie als fijnstof door de straten, de romantische regen zuivert de lucht. De film zit, als een echo van Manhattan (1979), vol met grappen over de mores van de stad en zijn artistieke milieu, de bourgeois die graag tegen de bohemien aanschuurt. Qua spitse dialogen, geestige toespelingen en onhandige situaties is het Allens meest geslaagde film sinds Match Point (2005), bovendien voorzien van meer dubbele bodem dan Blue Jasmine. Komedie en romantiek zijn evenwel decor voor het eigenlijke onderwerp van de film: de bedenkelijke zeden van de filmindustrie en het cynisme van de media. En hoe die twee elkaar voeden. Gatsby verhaalt Ashleigh over het oudste beroep van de wereld. Haar reactie: “Journalistiek?”

Uitgerekend die film werd slachtoffer van de #MeToo-heksenjacht. Veel ironischer kan het leven niet worden. Allen-fans weten dan genoeg.

 

28 augustus 2019

 

ALLE RECENSIES

Jinpa

***
recensie Jinpa

Versmelting van droom, inbeelding en werkelijkheid

door Ries Jacobs

Tibet, het land van de Dalai Lama en boeddhistische monniken. Het land waar de spirituele bevolking zich vreedzaam verzet tegen de Chinese onderdrukker. In de laatste film van regisseur Pema Tseden zie je van dit land weinig terug.

Jinpa opent met weidse vergezichten van het Kekexiliplateau in Tibet. We zien vrachtwagenchauffeur Jinpa over de vlakte rijden. Ondanks de beelden van de Tibetaanse hoogvlakte koos Tseden om de film te schieten in een traditioneel 4:3 beeld.

Jinpa

Met zijn ruige baard, leren pak en eeuwige zonnebril heeft Jinpa meer weg van een Hollywoodheld dan van een Tibetaanse boeddhist. Dit karakter zou door Tarantino bedacht kunnen zijn. De eerste minuten van de film doen in al hun traagheid aan de Amerikaanse regisseur denken. Jinpa neemt tijdens het rijden een slok drank en steekt een sigaretje op. Verder gebeurt er niet zoveel, maar het is duidelijk dat deze ruwe bolster niet met zich laat sollen.

Gezegend schaap
Na verloop van tijd blijkt de vrachtwagenchauffeur ook een blanke pit te hebben. Hij rijdt een schaap dood, waarover hij zich schuldig voelt, en ontmoet daarna een man die hij een lift aanbiedt. De lifter heet ook Jinpa en is op weg naar het dorp Sanak, waar hij de man wil doden die tien jaar eerder zijn vader vermoordde. Hij zet de lifter af bij een splitsing en rijdt door naar zijn bestemming. Nadat de chauffeur zijn vracht heeft afgeleverd en het schaap door een monnik heeft laten zegenen, gaat hij op zoek naar de lifter.

Tseden geeft de sfeer van de Tibetaanse hoogvlakte prachtig weer. De wind lijkt bijna langs de kijker heen te suizen en de donkere beelden van het café waar Jinpa naar binnen gaat doen aan als die van een film noir. Mannen drinken er bier en dobbelen, activiteiten die niet erg passen bij ons beeld van Tibet. Toch lijkt dit Tibet een stuk authentieker en realistischer dan het land van Seven Years in Tibet (1997) en The Golden Child (1986), dat voornamelijk bevolkt lijkt door verlichte en zichzelf wegcijferende boeddhisten.

Jinpa

Een engeltje en een duiveltje
De film kwam in China uit onder de naam Zhuang si le yi zhi yang, te vertalen als ‘Doodde een schaap’. Als de eerste Tibetaanse student aan de Beijing Film Academy weet Tseden de censuur van de filmkeuring te ontwijken door geen politiek in zijn film te stoppen. Aanvankelijk vertelde hij zijn verhalen in literatuurvorm (de regisseur heeft meer dan vijftig boeken geschreven), maar inmiddels is hij toe aan zijn zesde film, na Tharlo (2015) de tweede waarin hij samenwerkt met acteur Jinpa (dit is de naam van zowel de hoofdrolspeler als de hoofdpersoon).

In het tweede deel van de film laat de regisseur, die alle filmscripts zelf schrijft, een duidelijke verhaallijn varen. De werelden van droom, inbeelding en werkelijkheid komen samen. Het is niet duidelijk wat echt is en wat niet. Zijn de beide Jinpa’s twee zijden van één persoon, als een engeltje en een duiveltje? Of creëert de coole vrachtwagenchauffeur een alter ego om dat te doen wat hij zelf niet durft? Het wordt niet duidelijk.

Nu hoeft een film natuurlijk niet de hapklare koek te zijn die Hollywood ons vaak aanbiedt. Kunst is pas kunst als je er je eigen interpretatie aan kunt geven, maar Tseden geeft ons een verhaal dat wel erg mager is. Hij geeft te weinig duiding en verwacht teveel van de kijker. De beelden van Jinpa zijn prachtig en verdienen een tien met een griffel. De film als geheel komt niet verder dan een kleine voldoende.

 

25 augustus 2019

 

ALLE RECENSIES

Tigers Are Not Afraid

***
recensie Tigers Are Not Afraid

Kinderlijke onschuld, volwassen reactie

door Cor Oliemeulen

Tijgers vergeten nooit iets, kunnen goed zien in het donker, hebben scherpe hoektanden om hun prooi te verscheuren en zijn nooit bang. De tijger is het symbool van kracht voor de vijf weeskinderen die proberen te overleven in een verlaten stadsdeel in Mexico waar een drugsbende mensen ontvoert.

De kinderen moeten vluchten als een van hen, Chino, de telefoon met een belastend filmpje van een drugsbendelid heeft gestolen. Het elfjarige meisje Estrella, wier moeder is verdwenen na een schietpartij bij school, heeft zich aangesloten bij de jochies, maar moet zich eerst op een extreme manier bewijzen. Gewapend met drie wensen (in de vorm van drie krijtjes, gekregen van de juf), gekweld door horrorbeelden van dode mensen en achtervolgd door een stroompje bloed, gaat zij op zoek naar haar moeder, terwijl zij haar kinderlijke onschuld probeert te bewaren door te vluchten in fantasie.

Tigers Are Not Afraid

Liever meeleven dan lachen
Volgens de Mexicaanse regisseur Issa López valt er in haar als donker sprookje vermomde drama soms best te lachen, maar de mate waarin is afhankelijk van het publiek. Mensen in Latijns-Amerika – gevormd door een gewelddadige geschiedenis waar de dood nooit ver weg was – zien eerder de lol door alle ellende om zich heen, met de bloedige drugsoorlog in Mexico als jongste treurige voorbeeld. In hun betrekkelijke onschuld zijn het vooral kinderen die overleven door de schoonheid van de menselijke geest. Eenzelfde soort relativerend vermogen ontdekte López in Belfast, in het verleden vaak ook niet bepaald een vrolijke boel, waar de zaal soms dubbel lag. In Nederland lachte niemand, maar desondanks werd Tigers Are Not Afraid vorig jaar gekozen als beste film op het Imagine Film Festival in Amsterdam.

Net als overal ter wereld zullen kijkers vooral worden geraakt door het emotionele component van de film. Het gevoel van medelijden voor het weinig hoopvolle perspectief van de kinderen is niet meer dan menselijk, maar net als zij wordt de kijker door het gebruik van magisch-realistische en fantasierijke elementen soms afgeschermd van de gruwel. Kinderen zijn immers kwetsbaarder dan volwassenen en kunnen onvoorwaardelijk rekenen op betrokkenheid van het publiek. Terwijl de kijker van de gemiddelde thriller of actiefilm is murw geslagen door de weinig benijdenswaardige bestemming van volwassenen die op al dan niet beestachtige wijze worden vermoord, kan het onheilspellende lot van kinderen gelukkig nog een potje breken.

Tigers Are Not Afraid

Ongelukkig happy end
Is Tigers Are Not Afraid dan wereldwijd overspoeld met waardering en filmprijzen omdat juist argeloze kinderen worden geteisterd door die irritante drugsoorlog? Zou het publiek schouderophalend reageren als slechts volwassenen onder al die gewelddadigheden gebukt gingen? En accepteren we het wanneer volwassenen diezelfde harde realiteit proberen te verzachten door te vluchten in fantasie, of verwijzen we die liever naar pillendraaiers?

Natuurlijk zijn er genoeg films over de greep van de Mexicaanse drugsoorlog op volwassenen, denk aan Heli (2014) waarin nota bene kinderen de meest verschrikkelijke capriolen (zoals marteling) uithalen. In plaats van het rauwe sociaalrealisme in dit deprimerende drama van Amat Escalante, of bijvoorbeeld het neorealisme van Luis Buñuels klassieker Los Olvidados (1950) waarin straatschoffies in Mexico-Stad morele grenzen overschrijden, kiest Issa López in Tigers Are Not Afraid voor een mooi uitgebalanceerde combinatie van drama, magisch-realisme en een vleugje horror. Qua motivatie en uitvoering afgekeken van haar landgenoot Guillermo del Toro in diens superieure Pan’s Labyrinth (2006), waarin een meisje tijdens een fascistisch regime vlucht in haar fantastische doolhof.

Lachen of niet, ook in Tigers Are Not Afraid zitten fragmenten van vrolijke speelsheid (die je bij de meeste volwassenen mist). Dat neemt niet weg dat Estrella’s verzuchting – ‘Elke keer als ik een wens doe, gebeurt er iets ergs’ – zal leiden tot een ongelukkig happy end. Ondanks de authentieke setting en het sterke acteren van de jonge cast beklijft dit donkere sprookje minder dan het eveneens met minimale middelen geschoten, beklemmende Russische oorlogsdrama Anna’s War.

 

23 augustus 2019

 

ALLE RECENSIES

Blinded by the Light

***
recensie Blinded by the Light
De kracht van muziek

door Alfred Bos

Rockheld Bruce Springsteen, arbeiderszoon uit New Jersey, wordt het onverwachte, maar natuurlijke rolmodel voor een Engelse puber van Pakistaanse afkomst in een Engels provinciestadje van Margaret Thatchers jaren tachtig. Sociale feelgoodsatire die is gebaseerd op een waargebeurd verhaal.

Het is 1987, de verzorgingsstaat van het Verenigd Koninkrijk wordt door Margaret Thatcher uitgekleed tot speelhol van het casinokapitalisme. De 16-jarige Javed (Viveik Kalra) heeft zijn eigen problemen, hij zucht onder het juk van zijn conservatieve vader die tot overmaat van ramp na jarenlange dienst is ontslagen. De onbegrepen puber vindt zijn heil in muziek, in het gepassioneerde individualisme van Bruce Springsteen, schutspatroon van de kleine man. Tot zover niets aan de hand, standaardverhaal. Alleen, Javed is zoon van immigranten uit Pakistan. Dat is de eigen draai die Blinded by the Light onderscheidt van al die andere coming of agefilms.

Van regisseur Gurinder Ghadha was twee jaar terug de speelfilm Viceroy’s House, een biografisch kostuumdrama over Lord Mountbatten en de nadagen van het Britse bestuur in India, te zien in Nederland. Met Blinded by the Light tapt ze qua toon en vertelling uit hetzelfde vaatje als Bend It Like Beckham, haar Britse hit en doorbraakfilm uit 2002. Die gaat over een meisje uit een gezin van orthodoxe sikhs dat rebelleert door te gaan voetballen. Muziek en sport, voor kansarme jongeren zijn het traditioneel de vluchtweg naar roem en rijkdom, of op zijn minst een onafhankelijk bestaan.

Blinded by the Light

Decor van muziek
De spanning tussen ouder-immigranten die de cultuur van thuis in ere houden en hun kinderen voor wie de mores van hun geboorteland een dagelijks gegeven is, is een terugkerend thema in het werk van Ghadha. Wat Blinded by the Light, in navolging van Bend It Like Beckham, tot een potentiële publiekshit maakt, zijn de lichte toon van de film en de afwezigheid van pretenties. En een soundtrack vol Springsteen-klassiekers. Vooral zijn albums Born to Run en Darkness on the Edge of Town, het hart van zijn oeuvre en tien jaar verschenen vóór het jaar waarin de film speelt, zijn ruim vertegenwoordigd.

Blinded by the Light – vernoemd naar het openingsnummer van Springsteens debuutplaat, het nummer waarmee de zanger uit New Jersey zich aan de wereld presenteerde – is een feelgoodfilm waarin alles schuurt en botst, maar de menselijkheid uiteindelijk wint. Het is een vondst om de perikelen van een puberende Pakistaan te plaatsen tegen het decor van de westerse, en in de ogen van de ouders, triviale popmuziek van Bruce Springsteen. Het maakt het conflict heel concreet en toch ongrijpbaar.

Het Woerden van Engeland
Voor Javed is The Boss een held, een rolmodel, een bron van inspiratie, zijn morele kompas. Wat moet je anders als je ouders geen barst van jouw situatie begrijpen? Wanneer je buurjongen en jeugdvriend, de aspirant-muzikant Matt (Dean-Carles Chapman), zich tot zelfgenoegzame drol heeft ontwikkeld? Wanneer de andere leerlingen van de multiculturele school in provinciestad Luton, het Woerden van Engeland, vreemden blijven?

De vondst is dat Bruce Springsteen juist dat gevecht – buitenstaander en kleine man tegen de onverschilligheid en het onbegrip van het systeem – in zijn liedjes bezingt. Met Elvis Presley (Heartbreak Hotel) had de film niet gewerkt, met Bob Dylan (Blowin’ in the Wind) was het ongeloofwaardig geweest.

Javed leert de muziek van Springsteen kennen via Roops (Aaron Phagura), een bevriende sikh, die onder zijn tulband meer rock-‘n-roll is dan de wuft gecoiffeerde buurjongen Matt. Voor begrip kan hij alleen terecht bij zijn oudere zus Shazia (Nikita Mehta), die tijdens een avondje uit een danstalent blijkt, en zijn klasgenote en vriendin Eliza (Nell Williams), wier ouders zich hypocriete burgertrutten van het stijfste soort betonen. Hun racisme is bedekt, dat van de skinheads in de straat onverhuld en rabiaat. Het komt allemaal tot een climax tijdens een trouwpartij die, à la The Godfather, parallel is gemonteerd met een gewelddadige scène.

Blinded by the Light

Overeenkomsten met Danny Boyle
Blinded by the Light is gebaseerd op een waargebeurd verhaal – we zien tijdens de aftiteling foto’s van de echte Javed en zijn ontmoeting met Springsteen – en maakt maximaal gebruik van de overeenkomsten tussen Bury Park, de wijk van provincieplaats Luton, en Ashbury Park in Springsteens geboorteplaats New Jersey. De sociale satire is speels en ook qua vorm herinnert de film aan het werk van Danny Boyle: songteksten worden grafisch fraai in het beeld geprojecteerd. Door een merkwaardig toeval verschijnt Blinded by the Light luttele weken na Boyle’s Yesterday, over een jonge Engelsman van Indiase afkomst en The Beatles, en er zijn zeker, doch niet hinderlijke, overeenkomsten.

De jaren tachtig waren in Engeland de tijd van economische hervorming, sociale verruwing, foute popmuziek op de radio en nog veel foutere kapsels. Het komt allemaal voorbij, maar als decor. Het hart van de film is het universele conflict tussen ouders en jeugd, tussen traditie en assimilatie, tussen juk en de hang naar vrijheid, gesymboliseerd door de snelweg waarmee de film opent en afsluit en de soundtrack van Bruce Springsteen. Zo is Blinded by the Light ook een ode aan The Boss. Mister, I ain’t a boy, now I’m a man and I believe in a promised land. Aah, de kracht van muziek.

 

20 augustus 2019

 

ALLE RECENSIES

Working Woman

***
recensie Working Woman

Kracht uit beklemming

door Sjoerd van Wijk

De seksuele misdragingen dringen geniepig in bij Working Woman. Tezamen met de hectiek van carrièreambities en gezin lijkt de film echter af en toe richting pamflet of triviaal af te glijden.

Nu Jeffrey Epsteins seksring voor machtige figuren en diens verdachte dood algemeen bekend is, komt het kleine leed van Working Woman op een goed moment in de bioscoop. Macht lijkt iets te doen met mensen, met misbruik tot gevolg. Hier is het slachtoffer de ambitieuze Orna, die de kans krijgt zich omhoog te werken bij een projectontwikkelaar. Dat komt haar goed uit, want man Ofer heeft een restaurant geopend waardoor de financiën van het gezin onzeker zijn. Helaas lijkt baas Benny meer te zien in Orna dan alleen een topper, wat tot vervelende avances en meer leidt. Voor Orna de vraag hoe ze haar ambitie kan verwezenlijken nu er zulke tegenwerking is.

Working Woman

Confronterend geniepig
De werkplaats beklemt al onderhuids, wat Benny’s transgressies des te akeliger maakt. Menashe Noy speelt de rol van gluiperd met verve. Zijn intonatie en positionering brengen subtiel Orna in benauwing, verder geholpen door het aimabele maar manipulatieve handelen. De chemie tussen de twee op professioneel vlak slaat daarbij geniepig om in een situatie van oppressie.

De Israëlische regisseuse Michal Aviad, die vooral documentaires maakt, weet met haar medescenaristen Sharon Azulay Eyal en Michal Vinik deze tersluikse beklemming gedegen op te bouwen. Buiten een eerste onhandige zoenpoging om spreekt de dwang uit alledaagse interacties, die als vanzelf de lading meekrijgen door Benny’s opdringerigheid. Vanaf begin tot eind confronteert het moment van aanranding op zakenreis in Parijs. Door de kalmte van deze scène tussen de hectiek door dringt de narigheid binnen.

Van drukte naar moed
De energie van kansen aangrijpen, slaat tegelijk geruisloos om in afmatting. Het gezin blijft niet uit zichzelf draaien, en Orna moet diverse balletjes hoog in de lucht houden terwijl de werksfeer verslechtert. Het camerawerk van Daniel Miller gaat mee in de drukte, schuddend achter haar aan in een anoniem Jeruzalem. Net als in het eveneens dit jaar uitgekomen Ayka is dit het beeldende schema van keus om de hectiek van een onderdrukte vrouw te tonen, met het verschil dat Aviad er hier een teken van kracht van maakt.

Orna ontwikkelt zich van onderdanig naar eigengereid, iets wat actrice Liron Ben Shlush innemend brengt. Er zit een stille kracht in haar opgesloten. De begrijpelijke vertwijfeling na Parijs krijgt bij Ben Shlush een aangrijpende intensiteit, door een vertrouwen wat langzaam maar zeker naar boven komt drijven. Haar dappere gevecht tegen machteloosheid wekt daarom een zekere inspiratie op. Dat is vooral aan Ben Slush te danken, want het incident loopt met een sisser af waardoor de problematiek bijna triviaal gaat aanvoelen.

Working Woman

Conformisme
Het scenario lijkt wel met scherpte opgezet om Orna’s wens tot carrière maken te duiden als een vrouw boksend tegen een mannenwereld. Ofer toont weinig empathie, Orna’s moeder wimpelt de zorgen weg en Benny is een wel erg rechtlijnige gluiperd. Daarmee is Working Woman af en toe wat pamflettistisch, alsof er opportunistisch een standaard boodschap over mannelijk machtsmisbruik en de bijbehorende hashtag wordt omgeroepen.

Of het een goede zaak is om een ieder te integreren in de wereld van geestdodende arbeid in plaats van die wereld te transformeren blijft achterwege. Orna lijkt oprecht blij om gefortuneerde mensen aan hun droomappartement te helpen, terwijl Ofer ondertussen maar geen vergunning voor het moeizaam lopende restaurant kan krijgen. Bevrijdende kracht leidt in Working Woman tot conformisme, als zij zich als van nature vereenzelvigt met de doelen van het kapitaal.

 

19 augustus 2019

 

ALLE RECENSIES

Quietud, La

**
recensie La Quietud

Zo inwisselbaar zijn ze niet

door Paul Rübsaam

Omdat haar vader plotseling een beroerte heeft gekregen, moet de Argentijnse Eugenia vanuit Parijs terug naar huis keren. Daar wordt ze herenigd met haar zus Mia, op wie ze als twee druppels water lijkt. Na de hereniging beginnen de verschillen tussen de zussen zich af te tekenen. Ook hun ouders zijn anders dan je op het eerste gezicht zou denken.

De Argentijnse regisseur Pablo Trapero (1971) kwam in 2011 op het idee een film te gaan maken waarin de Argentijns-Franse actrice Bérénice Bejo en de Argentijnse actrice Martina Gusman als twee zussen moesten gaan schitteren. In dat jaar eiste Bejo de vrouwelijke hoofdrol op in The Artist, geregisseerd door haar echtgenoot Michel Hazanavicius. Het viel Trapero op dat ze sprekend lijkt op zijn eigen vrouw Gusman, die onder andere te zien is in zijn films Leonera (2008) en Carancho (2010).

La Quietud

De koppels Trapero-Gusman en Hazanavicius-Bejo raakten bevriend en Trapero’s aanvankelijk maar half serieus bedoelde plannetje is inmiddels werkelijkheid geworden. Dat Gusman en Bejo inderdaad veel van elkaar weg hebben, kan iedereen na het zien van La Quietud (The Quietude) bevestigen. In het begin van de film ben je zelfs geneigd ze door elkaar te halen, wat Trapero naar eigen zeggen ook beoogd heeft.

Intieme band
Eugenia (Bejo) en Mia (Gusman) zijn niet alleen moeilijk uit elkaar te houden, ze zijn ook dol op elkaar. Zo lijkt het in ieder geval. Als kinderen deelden ze al geheimpjes en als pubers masturbeerden ze samen, waarbij ze seksuele fantasieën over dezelfde stoere loodgieter met elkaar uitwisselden.

Maar die intimiteit en lotsverbondenheid hebben ook een keerzijde. Nog steeds hebben de zussen de neiging om zich tot dezelfde heren aangetrokken te voelen, wat tot jaloezie, spanningen en verwikkelingen aanleiding geeft. Daarnaast hebben ze een nogal verschillende betrekking met hun moeder. Deze beschouwt Eugenia als haar lieveling, maar overlaadt Mia voortdurend met kritiek.

Het Spaanse woord ‘quietud’ betekent ‘rust’ en ‘vrede’. Het schitterende landgoed dat de riante, niet ver van Buenos Aires gelegen ranch La Quietud omgeeft, waar Eugenia en Mia zijn opgegroeid en waar de film zich goeddeels afspeelt, oogt dan ook paradijselijk. Wilde paarde grazen er in uitgestrekte weiden en in de meertjes daartussen strijken flamingo’s neer. Maar ‘quietud’ kan ook verwijzen naar een verzwegen, onthutsende werkelijkheid. Want onder de schijnbare rust van het luxueuze ouderlijk huis liggen tal van onderhuidse spanningen, die zich steeds nadrukkelijker openbaren.

La Quietud

Afschrapen
Trapero weet zijn thema en decors goed te kiezen en heeft dus ook met het bedenken van een aardige filmtitel geen moeite. Helaas zijn de enige sterke punten van La Quietud. De gebeurtenissen en ontwikkelingen volgen elkaar op volgens een onnatuurlijke, te typisch cinematografische wetmatigheid. Steeds vormt een dramatisch voorval in het heden, bijvoorbeeld het invliegen, onwel worden of verongelukken van een personage, de aanleiding voor het afschrapen van weer een laagje van het verzwegen, maar belaste (familie)verleden. Dit leidt in toenemende mate tot verveling.

De openbaring dat de ouders van Mia en Eugenia vuile handen hebben gemaakt tijdens het voormalige militaire bewind in Argentinië, zal iemand die eerdere films van Trapero als El Clan (2015) heeft gezien misschien niet direct verbazen. Maar in La Quietud komt die verwijzing naar het tijdperk van de junta nagenoeg uit het niets. Hetzelfde geldt voor de nogal problematische betrekking tussen de ouders.

Naarmate de film vordert, valt op dat Martina Gusman niet alleen een langwerpiger gezicht en een grotere neus heeft dan Bérénice Bejo, maar vooral dat ze van de twee actrices het meest sprekende personage weet neer te zetten. Ze kan bijvoorbeeld jaloezie die dat personage juist niet wil tonen toch zichtbaar laten worden in haar ogen. Of een dierbare die iets verschrikkelijks tegen haar (Mia) zegt verbijsterd, maar niettemin liefdevol aankijken. Het personage Eugenia kan daarentegen alleen maar guitig, of ondeugend, dan wel strak voor zich uitkijken. Met haar ééndimensionale mimiek (en wat danspassen) werkte Bejo zich eerder ook door The Artist, die teveel gelauwerde, zwijgende film uit 2011.

17 augustus 2019

 

ALLE RECENSIES

Once Upon a Time … in Hollywood

****
recensie Once Upon a Time … in Hollywood

Virtuoze collage van feit, fictie en mediareferenties

door Alfred Bos

Heeft Quentin Tarantino nu negen of tien films gemaakt? Maakt niet uit, Once Upon a Time … in Hollywood is Tarantino ten voeten uit én laat een nieuwe kant van de regisseur zien. Fans worden niet teleurgesteld. Critici ook niet.

Quentin Tarantino is een kind van 56. Film is voor hem een spel, met het medium, met genreconventies, met de relatie tussen film en werkelijkheid, met de kijker. De openingstitels van zijn tiende film (we tellen Kill Bill voor twee en Death Proof voor een) nodigen de kijker uit zijn spel mee te spelen. Op het scherm staan naast elkaar de namen en portretten geprojecteerd van de acteurs die de hoofdrollen spelen. Alleen, Leonardo DiCaprio heet Brad Pitt en Brad Pitt heet Leonardo DiCaprio. We zijn begonnen aan een knotsgekke achtbaanrit door de fantasie van de regisseur/scenarist en we hadden het kunnen weten, want de filmtitel geeft het al weg: Once Upon a Time … in Hollywood is een sprookje.

Zoals iedereen weet zijn sprookjes bruut en gewelddadig en Once Upon a Time … in Hollywood is Tarantino ten voeten uit, dus bruut en gewelddadig. En speels. Zoals elk sprookje – en dat is nieuw voor het kind dat inmiddels 56 jaren oud is – bevat het een moraal: succes is tijdelijk, roem is leeg en uiteindelijk is een beetje menselijkheid, het kost niks, het enige wat er toe doet. De rest is, wel, spel. Al spelen sommigen het bloedserieus.

Once Upon a Time … in Hollywood

Goochelen met filmtrivia
Quentin Tarantino is een postmoderne regisseur en maakt films die naar andere films verwijzen en het medium becommentariën door het op zichzelf terug te vouwen. Wanneer zo’n Tarantino-metafilm is gesitueerd in het mekka van de filmindustrie, het commerciële hart van het medium, gaan de filmreferenties in overdrive. Once Upon a Time … in Hollywood goochelt met filmtrivia en Hollywood-folklore, is onbarmhartig eerlijk maar razend gevat, en krankzinnig gedetailleerd in zijn persiflage van Hollywood en satire op de donkere kanten van Los Angeles en haar historie. De regisseur is fan, nar en therapeut ineen. Dat laatste onderscheidt hem van al die andere fanboys die de (sociale) media bevolken. Hij toont empathie.

Once Upon a Time … in Hollywood tackelt Amerika’s meest geruchtmakende moordzaak van de afgelopen vijftig jaar. Meest geruchtmakend vanwege de weerzinwekkende details, de volstrekte willekeur en zinloosheid, en het feit dat het de droomfabriek Hollywood in het hart trof. Het lijkt op het eerste gezicht weinig kies om de moord op actrice Sharon Tate, de hoogzwangere vrouw van Roman Polanski, te gebruiken als onderwerp van een Tarantineske burleske. Maar de regisseur doet iets verrassends en op hetzelfde moment iets typisch des Tarantino’s: hij vouwt Hollywood op zichzelf terug.

Keten van misverstand
Rick Dalton (Leonardo DiCaprio) is een acteur over zijn hoogtepunt. Tien jaar daarvoor speelde hij de sheriff in de populaire tv-serie Bounty Law, een western. Hij is nog steeds onafscheidelijk met zijn filmdubbel, stuntman Cliff Booth (Brad Pitt). Daltons ster is tanende en hij scharrelt bij als Hollywood-acteur in goedkoop gedraaide Italiaanse westerns. Het is de meest opzichtige filmreferentie in deze film, naar Clint Eastwood en Sergio Leone (geen punten voor deze quizvraag).

Booth fungeert als chauffeur en klusjesman van Dalton en woont met zijn vechthond Brandy in een trailer in de San Fernando Valley, op een verlaten drive-in-cinema. Dalton maakt zich zorgen hoeveel langer hij de huur van zijn villa in het sjieke Benedict Canyon kan betalen. Hij bewondert op afstand zijn buren, Roman Polanski (Rafel Zawierucha, een Poolse acteur in een zwijgende rol), de hipste regisseur van Hollywood op dat moment, en diens hoogzwangere vrouw Sharon Tate (Margot Robbie). Dan kruist Pussycat (Margaret Qualley), een jonge vrouw uit de hippiecommune van Charles Manson (Damon Herriman), het pad van Booth. Het zet een onwaarschijnlijke keten van misverstand in gang.

Once Upon a Time … in Hollywood

Bestaande personen
Once Upon a Time … in Hollywood is in alle opzichten, op één na (en daar komen we op terug), typischTarantino. Het is een wraakfilm. Hij bestaat, net als Stanley Kubricks Full Metal Jacket en A Clockwork Orange, uit twee aparte delen. Feit en fictie zijn virtuoos vervlochten. De filmreferenties zijn te veel om op te noemen (daar kunnen studieclubs aan worden gewijd en pubquizzen mee gevuld). Het geweld, vooral gericht tegen vrouwen, is buiten proporties. De dialogen klinken spits en verrassend. Enkele scènes zijn overbodig en dienen vooral om de spraakwaterval van Tarantino’s script een bedding te geven. Vaste Tarantino-acteurs duiken op (spot Kurt Russell). Er is een cameo van een Hollywood-legende: Al Pacino als de zalig schmierende Hollywood-agent Marvin Schwarz. De soundtrack zit vol met raak gekozen B-hits (en een enkele A-kraker).

Alle Tarantino-films tot nu toe waren variaties op bestaande genrethema’s en B-filmconventies. Voor Once Upon a Time … in Hollywood gaat de regisseur uit van de tot in detail gerealiseerde werkelijkheid, die van Hollywood in 1969. We zien bestaande personen, naast de reeds genoemde zijn dat Jay Sebring (Emile Hersch), de voormalige kapper annex amant van Tate met wie zij en Polanski hun woning delen; plus Cass Elliott (Rachel Redleaf) en Michelle Phillips (Rebecca Rittenhouse) van The Mamas & The Papas die we tegenkomen op een feest in Hugh Heffners Playboy Mansion.

Er zijn er meer, zoals acteur Steve McQueen (Damian Lewis) die tien jaar daarvoor – net als Rick Dalton – beroemd werd via een westernserie op tv; Bruce Lee (Mike Moh) als karatehaantje Kato in de tv-series Batman en The Green Hornet; en George Spahn (Bruce Dern), de 80-jarige blinde eigenaar van de Spahn-ranch, de voormalige set van westernfilms en tv-series – inclusief het fictieve Bounty Law – waar de Manson Family in 1969 domicilie hield. De scène met Spahn is een soort hommage en voelt overbodig, maar is het niet (zoals later zal blijken).

Spiegeleffecten
Typerend voor Tarantino’s associatieve aanpak vol spiegeleffecten is de scène waarin Rick Dalton, de voormalige tv-sheriff, de schurk speelt in een shoot voor de (fictieve) tv-serie Lancer. Hij deelt de tv-scène met collega-acteur James Stacy, de tv-sheriff en revolverheld van de serie. In Tarantino’s film wordt die rol vertolkt door Timothy Olyphant, die bekend werd als de scherpschietende sheriff in de echte tv-series Deadwood, een western, en Justified, een eigentijdse western. De scène toont de werkelijkheid van het filmmaken, of eigenlijk het acteren. We zien een acteur die acteert dat hij acteert, het is een fenomenaal moment van Leonardo DiCaprio. Voor het verhaal van Once Upon a Time … in Hollywood is het ook een overbodige scène, maar hij ademt brille en je vergeeft het Tarantino grif.

Tarantino’s metafilm is niet alleen hommage, er is ook zwarte humor. Zoals het moment waarop Sharon Tate de bioscoop binnenstapt om zichzelf naast Dean Martin op het filmdoek te zien in The Wrecking Crew (Phil Karlson, 1968). Ze wil gratis naar binnen, ze is immers de ster van de vertoonde film. De ontmoeting van Bruce Lee en voormalig stuntman Booth op de set van The Green Hornet is hilarisch en Brandy heeft de hondenscène van het jaar.

Once Upon a Time … in Hollywood

Klassiek mannenduo
De climax is onvervalste Tarantino van de bovenste plank. Anders dan The Hateful Eight voelt de ontknoping niet gekunsteld, flauw en onsmakelijk aan. De vuurpijl is subtiel voorbereid en kundig opgezet, vol verrassing en hallucinant in zijn exces. Hij opent met wellicht de meest geraffineerde toepassing van Tarantino’s spiegelspel met referenties uit de hele film. Op de geluidsband speelt 12:30 van The Mamas & The Papas, het is in de film op dat moment half een ’s nachts en de songstekst valt samen met de handeling op het filmdoek. Het is een virtuoze collage van feit, fictie en mediareferenties, Once Upon A Time … in Hollywood in een notendop. Je zou ook bijna twee uur en drie kwartier lang vergeten dat Pitt en DiCaprio weergaloos goed zijn. Klassieke Hollywood-duo’s als Paul Newman en Robert Redford, of James Stewart en Richard Widmark, komen op het netvlies.

Once Upon a Time … in Hollywood is volbloed Quentin Tarantino, op één aspect na. De film afficheert zich als sprookje en in sprookjes leeft men na afloop nog lang en gelukkig. De verhaallijn van proloog naar epiloog is grillig, maar niet zonder betekenis. De tobberige protagonist heeft geleerd, hij is de ambities en pretenties van beroepsnarcisten voorbij, de acteur stapt uit zijn rol en wordt mens. Ironie blijkt empathie. Zou de kleuter van 56 dan toch volwassen zijn geworden?

 

13 augustus 2019

 

ALLE RECENSIES

Green Fog, The

*****
recensie The Green Fog

De geest van Vertigo

door Michel Rensen

Ook zo moe van remakes? Guy Maddin laat met zijn hilarische, experimentele herinterpretatie van Hitchcocks Vertigo zien dat het ook anders kan. Met rollen voor NSYNC, Nicolas Cage en Chuck Norris.

Voor wie bekend is met Hitchcocks klassieker zal vrij snel duidelijk zijn dat The Green Fog een zeer vrije herinterpretatie van Vertigo is. Iconische scènes met James Stewart en Kim Novak, evenals herkenbare stadsplaatjes van San Francisco, met als oogappel de Golden Gate Bridge, komen allemaal langs, hetzij in een ietwat andere vorm.

The Green Fog

Puzzel
Experimentele filmmaker Guy Maddin en zijn medescheppers Evan en Galen Johnson, met wie hij eerder The Forbidden Room maakte, bouwden hun nieuwe film uit shots van honderden films en televisieseries die zich afspelen in San Francisco; als een puzzel bestaand uit enkel stukjes van andere puzzels. The Green Fog is een vervreemdende, maar ook zeer komische kijkervaring. De beelden zijn niet achter elkaar geplakt om een conventioneel narratief te creëren, maar met visuele rijm en vaak komische montage geeft The Green Fog op experimentele wijze Vertigo een nieuwe vorm, tegelijkertijd een stadssymfonie van San Francisco.

Hoewel bijna alle dialoog uit de film is geknipt en een groot aantal acteurs zich in hoog tempo opvolgen om dezelfde rollen te spelen, blijft de onspecifieke plotvoortgang goed te volgen. De film veronderstelt weliswaar dat de kijker bekend is met het verhaal uit Vertigo, maar Hitchcocks invloed zal ook een onwetende kijker een flinke duw in de juiste richting geven, hoewel het maar de vraag is of er een ‘juiste’ richting is. Tijdens het kijken van The Green Fog ben je vereist actief de puzzelstukjes tot een passend geheel te maken. Met Vertigo ligt er wel een voorbeeld klaar, maar de gelijkenis tussen de twee films is beperkt en laat nog steeds veel open. Met de non-specificiteit van The Green Fog is feitelijk elke interpretatie acceptabel. Elke kijker zal immers andere associaties bij de beelden hebben.

Meer dan een remake
Wat is een remake eigenlijk? Moet de nieuwe film het plot van het origineel trouw volgen of moet de film de essentie van het origineel vangen en in een nieuwe vorm hervertellen? The Green Fog verkort en verlengt scènes, snijdt delen uit het verhaal en voegt er elementen aan toe, waaronder de groene nevel die San Francisco langzaam binnen drijft. Precies wat je van een remake zou verwachten. Tegelijkertijd bestaat er geen Scotty en geen Madeleine, maar worden de rollen van beide personages door tientallen acteurs vertolkt. The Green Fog zet vraagtekens bij alles wat je van een remake zou verwachten.

The Green Fog

De titel verwijst niet alleen naar de nevel die in The Green Fog de stad intrekt, maar natuurlijk ook naar het befaamde shot waarin Judy in een groene waas zich verkleed als Madeleine aan Scotty toont. Haar gedwongen transformatie door Scotty is in feite ook een soort remake. Hij zet alles op alles om Madeleine opnieuw te maken. The Green Fog past Scotty’s handelswijze toe op Vertigo. De film is een bijna obsessieve poging om het origineel na te maken met knipsels uit andere films. In tegenstelling tot Scotty is The Green Fog zich ervan bewust dat een een-op-een remake niet mogelijk is. Met zijn komische, vervreemdende stijl laat de film je als kijker ook geen seconde in de waan dat je een conventionele remake zult gaan zien.

Een remake die slechts gebaseerd is op gelijkenis, is gedoemd te mislukken. Met zijn unieke vorm ontkomt The Green Fog aan dit noodlottig einde. De film brengt nog meer diepgang aan een klassieker waarover alles al geschreven is en is zelf ook een onuitputtelijke bron van ideeën.

Accidence
Ook de korte film Accidence (die vooraf aan The Green Fog wordt vertoond) van hetzelfde trio is een herinterpretatie van een Hitchcock-klassieker, ditmaal Rear Window. In hun single-takefilm wordt je als kijker in de schoenen geplaatst van Jeff (ook vertolkt door James Stewart). Enkel een flat wordt vertoond, op elk balkon speelt een eigen verhaal en het is aan jou om uit deze bron van chaos een verhaal te destilleren, zoals ook Jeff dit doet in Rear Window.

 

6 augustus 2019

 

ALLE RECENSIES

Loulou

****
recensie Loulou

Een onfortuinlijk trio

door Ries Jacobs

Nelly verlaat haar man André voor Loulou. Ze heeft moeite om haar huwelijk achter haar te laten en met haar nieuwe vlam een toekomst op te bouwen. De drie zitten elkaar een film lang in de weg.

“Ik neem het leven zoals het komt.” Halverwege de film is Loulou, vertolkt door Gérard Depardieu, voor het eerst openhartig als hij aan de bar staat. Hij heeft geen werk en geen ambities. Zijn leven bestaat voornamelijk uit stappen, kroeggevechten en vrouwen mee naar huis nemen.

Loulou

Nelly, een rol van Isabelle Huppert, valt als een blok voor de blonde adonis. Ze verlaat haar ambitieuze en succesvolle partner André voor klaploper Loulou en verkiest het zorgeloze leven van de kroegtijger annex kruimeldief boven het georganiseerde leven dat ze had met André. Toch blijkt het voor de twee geliefden nauwelijks mogelijk om samen een toekomst op de bouwen zolang Loulou zijn vrijgevochten leven niet wil opgeven.

Benauwende levens
Depardieu is in topvorm. Vanaf het eerste moment weten we wat voor persoon hij is. Het is een prachtig staaltje method acting. Ook Huppert zet een prima rol neer als de onschuldig lijkende, maar gaandeweg de film steeds minder onschuldig wordende Nelly. Overigens is ook de bedrogen en voor een ander ingewisselde André niet het onschuldige slachtoffer. Hij is verbaal en fysiek agressief tegenover Nelly.

Deze door de scenarioschrijvers prima neergezette karakters zijn goud voor goede acteurs. Depardieu, Huppert en Guy Marchand in de rol van André hebben geen moeite om hun personages, die alle drie vastzitten in hun gelimiteerde denkbeelden, vorm te geven. De zakelijke André kan Nelly alleen intellectueel uitdagen. De losbandige Loulou is voor haar fysiek aantrekkelijk, maar kan haar verder niets bieden. En Nelly zoekt naar een combinatie van de twee, de perfecte en natuurlijk niet bestaande partner.

Daardoor zitten de drie klem in hun benauwende leven. Dit lijkt regisseur Maurice Pialat in beeld te brengen door alles in de film benauwend te maken. De camera zit niet per se dicht op de huid van de acteurs, maar alle ruimtes in de film lijken claustrofobisch klein. De mensen zijn bijna constant met teveel in een te kleine ruimte en zitten elkaar daardoor in de weg, zoals de drie hoofdrolspelers elkaar in de weg zitten.

Loulou

No future
In mei 1968 protesteerden Parijse studenten tegen de ‘gevestigde orde’ die hen zou inkapselen in een burgermansbestaan. Ze leefden in de jaren 70 een vrij bestaan. Tegen het einde van het decennium kwamen ze erachter dat leven als een bohemien ook betekende dat je je leven moeilijk vorm kon geven. Hoe geef je je kinderen eten als je geen werk hebt. Niet voor niets was ‘No future’ het adagium van de punkers in die jaren.

Loulou draaide in 1980 in de bioscoop en kun je daarom (in retrospectief) zien als een waterscheiding tussen de vrije jaren 70, gepersonaliseerd door Loulou, en de zakelijke jaren 80 in de vorm van André. Net zo goed kun je de film zien als de zoektocht van een jonge vrouw die niet kan kiezen tussen de rauwe lichamelijkheid van Loulou en de intellectuele uitdaging die André haar biedt. Pialat past maatschappelijke ontwikkelingen en klassenverschillen binnen het raamwerk van een liefdesverhaal. Dit maakt Loulou tot een goede gelaagde film.

Loulou draait nog driemaal in EYE Amsterdam: vrijdag 9 augustus (10.45), zaterdag 17 augustus (15.00) en zondag 25 augustus (19.00).

30 juli 2019

MEER ISABELLE HUPPERT

ALLE RECENSIES

Promesse de l’aube, La

****
recensie La promesse de l’aube

Alles voor moeder en Frankrijk

door Cor Oliemeulen

De liefde van een moeder kan verstikken of leiden tot grote inspiratie. De Frans-joodse schrijver Romain Gary laveerde tussen deze twee uitersten. Hij presteerde vooral om de dromen van zijn moeder te verwezenlijken.

Niet alleen als bejubelde schrijver van ruim dertig boeken, maar ook als oorlogsheld en diplomaat ging Romain Gary de geschiedenisboeken in. De Franse regisseur Eric Barbier verfilmde zijn autobiografie La promesse de l’aube (De belofte van de dageraad) en richt zich voornamelijk op de relatie tussen de veeleisende moeder en de behagende zoon.

La promesse de l’aube

Excentrieke toewijding
De film begint in Mexico-Stad tijdens de Dag van de Doden als Gary in gedeprimeerde toestand met een zwachtel om zijn hoofd wordt aangetroffen, omdat hij denkt dat hij een tumor heeft en spoedig zal sterven. Van hieruit blikken we aan de hand van zijn autobiografie terug op zijn bewogen leven, in drie verschillende periodes (vertolkt door drie verschillende acteurs): zijn kindertijd in Oost-Europa, het volwassen worden in Frankrijk en de harde leerschool van de Tweede Wereldoorlog.

Met name het eerste deel is wat fragmentarisch. Eric Barbier moest kiezen uit de duizelingwekkend talrijke scènes in het boek, maar hij slaagt door middel van een chronologische verteltrant de tijdspanne van twintig jaar overzichtelijk en representatief te maken. Het leven van moeder en zoon blijkt te bestaan uit een aaneenschakeling van (on)mogelijkheden, (on)geluk, maar voor alles vechtlust en een excentrieke toewijding aan elkaar. Zoals zijn moeder bij haar zoon geen zwakte tolereert, zo verzwijgt zij haar suikerziekte.

Discriminatie en vernedering
Geboren als Roman Kacew in het toen nog Russische Vilnius verhuisde hij naar het Poolse Warschau waar haar joodse moeder Nina door hard werken haar best doet om de eindjes aan elkaar te knopen. Gebukt onder discriminatie en vernedering droomt zij van haar ideale land Frankrijk: de keuken, de stijl, de elegantie en de verleiding. “Mijn zoon wordt ambassadeur van Frankrijk en koopt later zijn pakken in Londen”, sneert zij naar de buurtbewoners, die haar uitlachen. “Dat moment bepaalde de rest van mijn leven”, zegt de kleine Romain die zichzelf belooft om zijn moeder te rehabiliteren en gelukkig te maken.

Nina wil dat hij een belangrijk iemand wordt, bijvoorbeeld een virtuoos violist, maar Romain tekent liever. Nee, kunstschilder onder geen beding, want dat zijn arme sloebers, kijk maar naar Vincent van Gogh die zelfmoord pleegde op zijn vijfendertigste. Dan maar literatuur. Romain moet geheel tegen zijn wil een bontjas dragen en als hij wordt gepest moet hij flink van zich afbijten. Volgens Nina zijn er drie redenen om te vechten: voor een vrouw, voor de eer van je moeder en voor Frankrijk – desnoods met gebroken botten of je dood als gevolg.

La promesse de l’aube

Beloofde land
Op zijn elfde emigreert het duo naar het beloofde land. Direct na aankomst in Nice blijkt Nina’s zakelijke instinct dat leidt tot het openen van een pension. Concurrentie qua aandacht duldt ze niet: als ze Romain in bed aantreft met een dienstmeisje, wordt die hardhandig uit huis gezet. Romains poging om zijn moeder te koppelen aan een huurder, een kunstschilder, mislukt. Het is vervolgens niet meer dan logisch dat Romain in Parijs rechten gaat studeren en zich ondertussen gaat bekwamen in het schrijversvak. Hij liegt over zijn vermeende succes, omdat hij zijn moeder nimmer wil teleurstellen. Op een dag zegt Nina dat hij naar Berlijn moet om Hitler te vermoorden, en na de capitulatie van Frankrijk moet Romain dan maar het land bevrijden, zodat zij vol aanzien over de boulevard van Nice kan paraderen.

La promesse de l’aube – in 1970 verfilmd door Jules Dassin met Melina Mercouri als de moeder – verveelt geen seconde omdat er veel noemenswaardige gebeurtenissen in verschillende landen moeten worden verteld. Dit kundig gemaakte opgroeidrama wordt gedragen door twee sterke hoofdrolspelers: Pierre Niney (Yves Saint Laurent, Frantz) als de gekwelde ziel en Charlotte Gainsbourg (Melancholia, 3 Coeurs) die eindelijk eens een keer overtuigt, zowel met haar ziekelijke obsessie voor haar zoon als haar Poolse accent. De rest van de cast figureert geheel in het teken van deze veel meer dan bijzondere relatie tussen moeder en zoon.

 

28 juli 2019

 

ALLE RECENSIES