Lo and Behold

*

recensie Lo and Behold, Reveries of the Connected World

Internet is de wraak van de nerds

door Alfred Bos

Gevierd documentairemaker Werner Herzog vertilt zich lelijk aan het internet. Lo and Behold mist focus. Enige kennis van zaken en een kritische blik hadden kunnen helpen.

Werner Herzog is een groot bewonderaar van de menselijke geest en wat die vermag. Zijn speelfilms en documentaires getuigen er van: kunst uit prehistorische tijden (Cave of Forgotten Dreams), het onverzettelijk najagen van een droom (Aguirre, Fitzcarraldo), heroïsch overleven in de woeste natuur (Rescue Dawn, Grizzly Man) – het zijn films die je bijblijven.

De grootste kwaliteit van filosofisch angehäuchte Duitser met het karakteristieke accent is wellicht zijn nieuwsgierigheid naar en verwondering over het uitzonderlijke. Het kleine en het dagelijkse lijken hem minder te boeien, zijn onderzoekende geest is gevoelig voor de poëzie van het extreme. Zelf door-en-door bourgeois ziet zijn blik de heroïek van de onaangepasten.

Lo and Behold

Het schiet allemaal tekort in Lo and Behold, Herzogs documentaire over het internet. De ondertitel – dagdromen over de verbonden wereld – impliceert dat hij zijn vertrouwde benadering heeft ingezet die eerder zulke fraaie resultaten opleverde. Maar het internet is anders. Het is een labyrint waarin de maker en diens documentaire hopeloos verdwalen.

Bewonderende warboel
Internet is revolutionaire technologie met verstrekkende gevolgen voor mens en samenleving. Het is een veelomvattend fenomeen, met een groot aantal deelaspecten, dat zich heeft genesteld in de haarvaten van het dagelijkse leven. Er is veel te vertellen, uit te leggen en te duiden in de honderd minuten die Herzog zich heeft toegemeten. Hij komt er niet uit. Hij heeft te weinig kennis van zaken. Hij stelt geen kritische vragen. Hij is een fan die geïmponeerd wierook brandt op het altaar van de wetenschap. Lo and Behold is een warboel, de meester onwaardig.

De film springt van de hak op de tak, holt van de ene opzienbarende technologie naar de volgende, snuffelt even in lyrische verwondering aan de buitenkant, graaft nimmer door en gaat met schokkend onbegrip voorbij aan de schaduwkanten van digitale technologie: privacy issues, cyberpesten, de surveillance society, de groeiende macht van Silicon Valley en de kwetsbaarheid van de genetwerkte samenleving, om maar wat te noemen.

Welke invloed die revolutionaire en uiterst dynamische, zich dagelijks ontwikkelende technologie heeft op mensen en hun gedrag, is geen onderwerp van Herzogs dagdromen. Waarom internet revolutionair is, zoals de regisseur aan het begin van de film terecht stelt, maakt Lo and Behold niet duidelijk. Er is zelfs geen aanzet tot een eerste begrip. Er zijn vooral veel pratende hoofden van wetenschappers, ondernemers en een enkele hacker die keuvelen zonder context. Ordening en duiding laat Herzog aan de kijker over. Die verzuipt in de datastroom.

Disneyland
Het aardigste van Lo and Behold is de eerste van de tien hoofdstukken, over de beginjaren van internet. Op 29 oktober 1969, om half elf ’s avonds, werd voor het eerst een elektronisch bericht verstuurd. De beoogde boodschap was ‘log in’. Bij de derde letter liep de computer vast. Het eerste e-mailbericht luidde: lo. Vandaar de titel van de docu.

Lo and Behold

De negen daarop volgende hoofdstukken zijn het beeldverslag van een tiener in Disneyland. Het is wow en what the fuck, schiet alle kanten uit, weigert te reflecteren of kritische vragen te stellen. Wat doen radioastronomie en hersengolven in een docu over internet? Waarom wordt het darknet, het ondergrondse internet waar drugs en wapens worden verhandeld, niet belicht? Is er over hackers niets meer te melden dan de jaarlijkse bijeenkomst DEFCON? Wat is de link tussen kunstmatige intelligentie en internet? Lo and Behold opent vele deuren, maar stokt op de drempel.

Stuxnet
Onprofessioneel is het niet doorvragen, bijvoorbeeld waarom voetbalrobot 8 zoveel beter is dan zijn collega’s. Verschillende wetenschappers noemen het internet der dingen, Herzog gaat er niet op in. Beschamend is het gebrek aan inlevingsvermogen voor de familie die op misselijkmakende wijze het slachtoffer werd van cyberpesten. Volstrekt ridicuul is hoofdstuk 7, Internet op Mars. Werner, heus?

Bepaald knullig is het hoofdstuk over cyberspionage: Herzog behandelt een oude kwestie (Titan Rain) en laat de meest spectaculaire en ingrijpende zaak (stuxnet) ongenoemd. Hij haalt mensen voor de camera die niets over de kwestie kunnen zeggen, terwijl er genoeg veiligheidsexperts zijn te vinden die wel willen praten, zoals Frank Wiering in de Tegenlicht-uitzending van najaar 2014 over zero days (ongebruikte beveiligingslekken) liet zien.

Wie op zoek is naar documentaires over internet kan online terecht, op YouTube zijn er genoeg te vinden. En wie in de bioscoop een internet-docu wil nuttigen, spoede zich naar Alex Gibney’s Zero Days. O ja, die draait niet in Nederland. Inloggen dan maar, en illegaal downloaden. Ook dat is internet.
 

9 september 2016

 
MEER RECENSIES

Bodkin Ras

***

recensie Bodkin Ras

Vreemdeling in de Schotse Hooglanden

door Suzan Groothuis

De komst van een jonge vreemdeling in het Schotse plaatsje Forres roept vragen op. Wie is hij en waarom is hij naar Forres gekomen? De inwoners van het stadje ontvangen hem met gemengde gevoelens, want dat Bodkin iets met zich meedraagt moge duidelijk zijn. Met een mix van fictie en documentaire worden we in de schemerige wereld van een voortvluchtige getrokken.

De openingsscène toont een jonge man die zich een weg baant door de Schotse Hooglanden. Een donkere, gejaagde blik in zijn ogen. Zijn tocht gaat gepaard met een duister gedicht over innerlijke angst en onrust. “Hell is here. It’s in your torment, your misery, your suffering and pain. Yes, it’s a place of extreme anguish that can make you go insane”.

Bodkin Ras

Een donkere introductie met Bodkin Ras, de fictieve hoofdpersoon van de gelijknamige film, en tevens de enige echte acteur. Als hij aankomt in het pittoreske plaatsje wordt hij met gemengde gevoelens ontvangen. Niet geheel onterecht, want deze introverte vreemdeling heeft iets mysterieus en duisters over zich.

Gedeeld leed
Ondertussen maakt de kijker kennis met de inwoners van het plaatsje. Zoals een oude man die midden op straat een oude Schotse traditional zingt. Alleen raakt hij steevast zijn tekst kwijt. En ontmoeten we Eddie, een alcoholist die zo’n beetje alles wat hem dierbaar was in het leven is verloren. Niet verwonderlijk dat juist hij zich ontfermt over de mysterieuze Bodkin.

Opvallend genoeg dragen de meeste inwoners, die zichzelf spelen, leed met zich mee. Ze komen samen in café Eagle, een plek die bekend staat om zijn “negativity and ill will”, maar waar niemand een masker hoeft op te houden. In Eagle kan je jezelf zijn en ben je er voor elkaar. Zo ook Bodkin, die hier niet met argusogen wordt aangekeken. Wel vragen de inwoners zich verwonderd af wat de reden is van zijn komst en waarom hij op de vlucht is. Want Bodkin kan niet meer terug naar huis.

Hybride van documentaire en fictie
Bodkin Ras, het speelfilmdebuut van de Nederlandse filmmaker Kaweh Modiri, is met zijn mengeling van fictie en documentaire gefragmenteerd van opzet. Beelden van Bodkin die zich een plek probeert toe te eigenen in het stadje wisselen zich af met inwoners met overpeinzingen over hun moeilijke leven en de komst van de mysterieuze vreemdeling. Ondertussen zien we Bodkin bellen met ene Sean, die niet opneemt. Bodkin in het Nederlands: “Ik moet weten wat er gebeurd is man”. Dus toch, er klopt iets niet.

Helemaal nieuw is de hybride van documentaire en fictie niet: in Richard Linklaters Bernie zien we ook een vermenging van acteurs en inwoners die over de charmante begrafenisondernemer vertellen en tevens zichzelf spelen in bepaalde scènes. Maar waar Jack Black als Bernie de gave had om mensen aan zich te binden, blijft Bodkin op afstand. Ondanks Eddie die hem aan werk helpt en ondanks de mooie Lily die wel iets in hem ziet.

Bodkin Ras

Sociaal experiment
Je zou Bodkin Ras een sociaal experiment kunnen noemen. Wat gebeurt er als een vreemdeling, die duidelijk iets op zijn kerfstok heeft, een kleine gemeenschap binnentreedt om weer een nieuwe start te maken? Het roept een vergelijking op met Lars von Triers Dogville, waarin een vrouw op de vlucht wordt opgenomen in een vergeten stadje. Forres, hoog in het Schotse noorden, is ook zo’n uithoek.

Het observerende karakter van de film krijgt een gekunstelde wending wanneer duidelijk wordt wat Bodkin dreef om naar Forres te komen. In een geforceerde scène komen zijn demonen aan het licht, waarna het thriller-element de overhand krijgt. De film werkt toe naar een gezocht einde, waarbij de kijker nog wat nodeloos geweld krijgt voorgeschoteld- de belichaming van Bodkins onmacht en woede. Ondanks dat zijn er bemoedigende woorden van een van de inwoners: “I don’t believe in total negativity of any human being. I believe that we are governed by good and bad. Not just by bad”. Geef mensen een kans, lijkt de boodschap van de film te zijn, hoewel het personage van Bodkin het tegendeel bewijst.
 

5 september 2016

 
MEER RECENSIES

Avenir, L’

***

recensie L’avenir
Natuur en filosofie: meer heeft een mens niet nodig

door Cor Oliemeulen

Vrouwen van boven de veertig kunnen bij het vuilnis. Zo voelt het als je verlaten wordt. Maar gelukkig heb je nog een rijk en intellectueel leven.

Regisseur Mia Hansen-Løve maakt er geen geheim van dat ze werk van haar oude Franse collega Éric Rohmer bewondert. Rohmer, eind jaren vijftig een van de pioniers van de Nouvelle Vague-beweging, maakte op latere leeftijd films die zich grotendeels afspelen in de buitenlucht op mooie locaties en waarin hij alle tijd neemt om de personages existentieel neer te zetten. Die stijl – zo mooi getypeerd door Gene Hackman in Night Moves (1975) van Arthur Penn: “Ik zag ooit een film van Rohmer, het is alsof je verf ziet drogen.” – zie je terug in Hansen-Løves vijfde speelfilm L’avenir.

L'avenir

Toekomst
Zoals de titel aangeeft, richt de film zich op de toekomst, ook al lijkt die onbestemd voor het hoofdpersonage: Nathalie, een filosofielerares op een lyceum in Parijs. Haar lesmethode komt onder druk te staan, haar labiele moeder overlijdt en haar echtgenoot vertrekt na 25 jaar huwelijk omdat hij een jongere vrouw heeft ontmoet. Waar veel vrouwen in een dergelijke crisis kopje onder dreigen te gaan, probeert Nathalie de scherven bij elkaar te vegen en klampt zij zich vast aan de wijze lessen van filosofen, de pasgeboren baby van haar dochter en haar vriendschap met een ex-student die zich in een commune in de bergen heeft teruggetrokken.

Mia Hansen-Løve schreef het verhaal met Isabelle Huppert in het achterhoofd en het wordt snel duidelijk dat L’avenir volledig drijft op het talent en de uitstraling van de grootste Franse actrice van haar generatie. Zoals in haar eerdere films onderzoekt de regisseur de gemoedstoestand van haar hoofdpersonage en zoekt zij naar de belichaming van een lotsbestemming. De actrice fungeert als een bewegend portret, met als doel om (de zin van) het bestaan te grijpen.

L'avenir

Verleden
Door het switchen van locaties ontstaat een impressionistische manier van film maken die correspondeert met Nathalie’s innerlijke gemoedstoestand. Het schitterende buitenhuis aan het strand in Bretagne, waar ze in de vakanties haar zoon en dochter heeft zien opgroeien en waar ze met veel liefde een prachtige tuin heeft aangelegd, moet ze vaarwel zeggen. De rust en stilte van de onmetelijke natuur in de bergen wordt de nieuwe omgeving om de hectiek van het schoolleven voor even te kunnen ontvluchten. Net zoals de soundtrack – klassieke muziek tijdens het huwelijk, folk van Woody Guthrie die staat voor revolutie en het slaapliedje op het eind om een hoopvolle toekomst uit te drukken – een stempel drukt op Nathalie’s leven.

Mia Hansen-Løve verzuimt kennelijk bewust Nathalie’s sociale achtergronden te belichten om haar karakter te duiden. Het enige dat we weten is dat haar moeder model was, scheidde en haar laatste dagen ongelukkig doorbracht. Nathalie’s identiteit wordt voornamelijk ontleend aan de literatuur in haar boekenkast en de filosofische discussies die zij voert, vooral met haar ex-student Fabien.

Door haar ervaring en levenswijsheid is zij veel realistischer dan de idealistische Fabien, maar hoe ambigu Nathalie’s woorden zijn, mag de kijker zelf ontdekken. “De kinderen zijn de deur uit, mijn man vertrokken, mijn moeder is dood. Ik heb mijn vrijheid teruggevonden, een vrijheid die ik nog nooit heb gehad.”
 

4 september 2016

 

MEER RECENSIES

General, The

*****

recensie The General

Onweerstaanbare combinatie van stoïcisme en fysieke humor

door Cor Oliemeulen

Alles klopt en niets is nep aan The General van Buster Keaton. Vijftig jaar na de dood van dit lang miskende genie verschijnt diens absolute meesterwerk in een digitaal gerestaureerde versie (en met de soundtrack uit 1995) in de bioscoop.

Van de drie grote filmkomieken van het stomme tijdperk – Charlie Chaplin, Harold Lloyd en Buster Keaton – viel er voor laatstgenoemde het minst te lachen. Zwerver Chaplin combineerde slapstick met sentiment en werd veruit het grootste icoon, terwijl de bebrilde ideale schoonzoon Lloyd veel serieuzer was en twee keer zo hard moest werken om hetzelfde succes te bereiken. Zij konden lang blijven genieten van hun roem en vergaard vermogen, waar Keaton bijna ten onder ging aan het nemen van financiële risico’s, verlies van artistieke supervisie, echtscheiding en alcoholmisbruik. Zijn unieke talent werd pas veel later onderkend. Our Hospitality (1923) en Sherlock Jr. (1924) behoren tot de beste en leukste komedies uit de filmgeschiedenis. The General (1926) is ongeëvenaard.

The General

Handelsmerk
Ook in zijn films zie je Keaton zelden lachen. Zijn stoïcijnse oogopslag leverde hem de bijnaam The Great Stone Face op, een handelsmerk dat je decennia later terugziet bij Chevy Chase (National Lampoon) en Bill Murray (Lost in Translation). Keatons onweerstaanbare combinatie van een droog, flegmatiek uiterlijk en fysieke komedie komt volledig tot zijn recht in The General, waarin het accent niet alleen ligt op zijn typische visuele grappen, maar ook op (historisch) drama, karaktertekening en cinematografie. Negentig jaar na dato is de mede door Keaton geregisseerde en geproduceerde film allesbehalve gedateerd: spannend, technisch sterk en vooral erg origineel. In vijf kwartier dendert het avontuur met de trein uit de filmtitel vastbesloten voorbij.

Johnnie Gray (Buster Keaton) heeft twee liefdes: zijn locomotief The General en zijn vriendin Annabelle (Marion Mack). Bij het uitbreken van de Amerikaanse Burgeroorlog wil Annabelle dat Johnnie zich net als haar vader en broer aanmeldt bij de zuidelijke strijdkrachten, echter hoe hij ook zijn best doet, het leger wil Johnnie niet hebben, omdat hij als machinist van grotere waarde is. Als Annabelle hoort dat Johnnie verstek heeft laten gaan en zij hem niet gelooft, verbreekt zij de relatie en wil pas weer samen verder zodra Johnnie een soldatenuniform aanheeft.

The General

Gestunt(el)
Dat laatste zal ten langen leste op wonderbaarlijke wijze geschieden. Maar niet voordat Johnnie zich in een hachelijk avontuur vol inventieve capriolen heeft gestort. Een groep noordelijke soldaten heeft namelijk zijn locomotief gestolen en Johnnie zet de achtervolging in, zonder te beseffen dat Annabelle in de trein zit, op reis naar haar gewonde vader. De film is veel luchtiger dan het boek The Great Locomotive Chase waarop hij is geïnspireerd, want daarin worden de treinkapers krijgsgevangen gemaakt en terechtgesteld. In The General is het schaarse geweld grappig en dringt Johnnie in zijn eentje diep door achter de vijandelijke linies, hoort bij toeval de aanvalsplannen van de noordelingen en ontpopt zich na het nodige gestunt(el) als oorlogsheld.

De meest memorabele scène van The General is een locomotief die door een brug zakt en in het ravijn stort. Het maakte dit beroemde Keaton-vehikel met een budget van 750.000 dollar destijds de duurste film ooit gemaakt. Filmmaatschappij MGM had geen geld meer om de locomotief uit het ravijn te halen (ze werd een toeristische attractie), de opbrengsten vielen tegen en Buster Keaton verloor zijn onafhankelijkheid als filmmaker. De scène heeft werkelijk niets aan klasse en authenticiteit ingeboet en de aansluitende schermutselingen tussen de noordelijke en zuidelijke troepen bij de ingestorte brug van Rock River zijn uiterst sfeervol gefilmd door een miskend genie dat zijn tijd ver vooruit was.
 

29 augustus 2016

 
MEER RECENSIES

Free State of Jones

***

recensie Free State of Jones

Epos over opstand en slavernij raakt nooit ontketend

door Wim Meijer

Free State of Jones is ambitieus, maar het verhaal over de opkomst van het rebellenleger in Jones County tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog onder leiding van Newton Knight mist scherpte. Met name het plot is even chaotisch als de veldslagen tussen de Confederacy en de Union.

Mississippi, 1861. De Amerikaanse Burgeroorlog is in volle gang en de Union van Abraham Lincoln strijdt tegen de Confederacy, een verzameling zuidelijke staten. De inzet: afschaffing van de slavernij. Een impopulaire wet, vindt het zuiden, want slaven bewerken gratis de plantages en brengen een hoop geld binnen, dus wordt het oorlog.

Free State of Jones

Moerasguerrilla
Deze vier jaar durende strijd maakte meer Amerikaanse slachtoffers dan beide Wereldoorlogen samen en in de openingsscène zie je waarom: op open terrein lopen twee legers elkaar tegemoet en voordat de frontlinies met elkaar in contact zijn hebben kanonnen en artillerie al korte metten gemaakt met het halve regiment. Gewonden genoeg ook. Aan Newton ‘Newt’ Knight (Matthew McConaughey) de taak om ze naar de hospikken te brengen.

Na de zoveelste confrontatie met de dood – dit keer in eigen familie – heeft Newt het gehad. Hij deserteert, keert terug naar zijn boerderij in Jones County en vlucht voor de Confederation Army. Newt, een gerespecteerd lid van de gemeenschap, groot, bebaard en gezegend met katachtige reflexen, schuilt in het zompige moeras. Hij is niet de enige. Ook zwarte ex-slaven die voorheen katoen plukten zijn in grote getale aanwezig. Onder leiding van Newt vormen de vluchtelingen een militie en voeren een guerrillaoorlog tegen de Confederacy. Een bijzonder verhaal gebaseerd op het gelijknamige boek van Victoria Bynum, een historica die vooral wil aantonen dat niet alle blanken tijdens de Civil War slavenhandelaren waren en niet alle zwarten in die tijd slaven.

Racisme in Mississippi
Free State of Jones toont McConaughy zoals we hem kennen: goed en dik accent. Maar hij is niet in topvorm, gedeeltelijk omdat regisseur Gary Ross zich teveel focust op allerlei randzaken. Fris en bijzonder overtuigend zijn Mahershala Ali en Gugu Mbatha-Raw. Ali (Remy Danton in House of Cards) speelt de goudeerlijke Moses, een zwarte vluchteling die geïnspireerd raakt door Newt. Moses ontwikkelt zich van schuchtere ex-slaaf tot welbespraakt vrijheidsvechter. Mbatha-Raw vertolkt Rachel, een slavin die in haar vrij uurtjes Newt helpt en hem huwt.

Free State of Jones

Newts bijnaam is ‘The Robin Hood of Piney Woods’. Hij is een held in de ogen van velen, maar in de staat Mississippi ziet de (vooral oudere) bevolking Newt als een verrader, die bovendien met een zwarte is getrouwd. In het huidige Jones County is deze film bijzonder controversieel. Gary Ross stipt racisme in Mississippi nogmaals aan middels een totaal overbodige, verwarrende flashforward met een rechtszaak rond 1970 waarin een afstammeling van Newt en Rachel Knight, totaal blank qua uiterlijk, wordt beschouwd als ‘ten minste een achtste zwart’. Dus zwart. Zwart zijn is nog net geen misdaad in Mississippi, maar als zwarte trouwen met een blanke is dat wel.

Besluiteloos
Waar Steven Spielberg koos voor één invalshoek en de aanvoerder van de Union prachtig portretteerde in Lincoln, blijft Gary Ross besluiteloos. Dit resulteert in pogingen zowel de gruwelen van oorlog, de slavernij, een interraciaal huwelijk, de politiek eromheen alsook een rechtszaak in 1970 te verfilmen. En dat werkt niet, want een epos van deze grootte vereist focus. De mooie aspecten van de film – het acteerwerk, de karakterontwikkeling en de cinematografie met indringende close-ups en prachtige wijde shots van de uitgestrekte moerassen – raken hierdoor ondergesneeuwd.
 

28 augustus 2016

 
MEER RECENSIES

Ants on a Shrimp

**

recensie Ants on a Shrimp
Topsport in de keuken

door Ralph Evers

Het beste restaurant ter wereld, onder leiding van meesterchef René Redzepi, gaat een avontuur aan in het culinaire Mekka van de wereld: Tokio, Japan. Reden genoeg voor Maurice Dekkers om dit avontuur te verslaan.

Voedsel is hip. Op vele verschillende manieren. Fascinerend voor een land als Nederland, dat vooral bekend staat om zijn calorieën-cultuur en niet zozeer om zijn voedsel-cultuur, zoals Italië, Mexico, Frankrijk, België en Japan. Japan is na Denemarken de nieuwe uitdaging van topchef René Redzepi, die we leerden kennen in Pierre Deschamps film Noma: My Perfect Storm (in Nederland eerder dit jaar in de bioscoop). We zien de eigenzinnige Macedonisch/Deense Redzepi vier keer de prijs van de vijftig beste restaurants ter wereld winnen.

Ants on a Shrimp

Documentairemaker Maurice Dekkers is bekend van het populaire tv-programma Keuringsdienst van Waarde en de tv-serie over kinderarbeid in chocola, Tony and the Chocolate Factory, die leidde tot slaafvrije chocolade, Tony’s Chocolonely. Ants on a Shrimp is zijn eerste film.

Chemische formules
Vorig jaar zagen we de gedrevenheid van een Zeelandse topchef in Sergio Herman: Fucking Perfect. Daarvoor was er aandacht voor fusion cooking in El Bulli en nu staat Redzepi in de belangstelling. Keer op keer eigenzinnige en uitermate gedreven chefkoks, die als topsporters bezig zijn. IJzeren discipline en een toewijding die religieuze trekken kent. Dit geldt eveneens voor het team in de keuken. Zo zien we in Ants on a Shrimp afgetraind personeel in de keuken, met een strak dagritme en soms twintig uur werkend, om dan uitgeput thuis een afhaalpizza te eten. Alsof de filmmaker ook nog gauw even de menselijke kant (of schaduwkant zo je wil) in beeld wil brengen.

Het manco van deze documentaires is dat ze steevast dezelfde formules aflopen. We zien een kok met een idee, meestal een maf idee. We horen over de tegenslag die hij aanvankelijk kreeg (de chefs zijn tot dusver mannen). Soms zijn ze failliet gegaan, vaak zijn ze door collega’s belachelijk gemaakt (een voorbode voor hun latere genialiteit). We zien het doorzettingsvermogen, hetgeen appelleert aan een belangrijke hedendaagse waarde. Dan zien we het falen, de vele gerechten die uitgeprobeerd zouden zijn.

Wilde natuur
Zouden zijn, want zoveel mislukkingen krijgen we nu ook weer niet te zien. We zien wel de schaduwkant van de keuken. In het restaurant ziet u een prachtig opgemaakt bord met gebakken vlees of een glanzende garnaal. In de keuken zien we hoe die schildpadden gemold worden, om uiteindelijk het menu niet te halen. We zien ook hoe een levende garnaal van zijn schaal ontdaan wordt. Alles voor de smaak, de perfectie, maar mensen met een gevoeligheid voor dierenleed slaan die scène liever over.

Ants on a Shrimp

We volgen ook de stress en de enorme druk. Moeten we meeleven met die mensen die hun sociale leven op pauze zetten om deel te nemen in het ‘beste’ restaurant ter wereld? Het is een gegeven dat aan de orde komt, maar niet verdiept wordt. Terwijl dat persoonlijke verhaal (of leed zo u wilt) de verlangde verdieping geeft in dit soort documentaires. Enfin, we vervolgen: de koks in de wilde natuur, proevend aan de mogelijkheden, tot het uiteindelijke succes op de dag van de opening.

Masterchef
Door de afwezigheid van een spanningsopbouw zou de documentaire op smaak gebracht hebben kunnen worden wanneer we de mensen achter die toewijding en genialiteit zouden leren kennen. Wat maakt Redzepi, naast zijn eigenzinnige aanpak, zo’n geniale kok? Wat drijft hem? Uiteraard, we zien de bijzondere smaakcombinaties en de meticuleuze opbouw van het bord, zodat de gerechten er als een lust voor het oog uitzien, maar wie is René? Evenals de andere belangrijke mensen in zijn keuken. Wat maakt koken hun passie? Waar zit hun expertise? Kunnen we als kijker nog iets leren? In korte interviews vertellen ze over zichzelf en elkaar, maar dat overstijgt nauwelijks het niveau van Masterchef.

Er zijn vele wegen te bewandelen in het tonen van topchefs, doch de meeste films kiezen voor een soort heldenverering en de worsteling van de eenling die tegen de stroom inzwemt en uiteindelijk uitblinkt. Alsof je door taai zuurdeegbrood heen moet, alvorens bij de tiramisu uit te mogen komen. Dat kan vast spannender en lekkerder geserveerd worden.
 

27 augustus 2016

 

MEER RECENSIES

Daughter, The

***

recensie The Daughter

Drank maakt meer kapot dan je lief is

door Cor Oliemeulen

Soms kun je het verkondigen van de waarheid beter in overleg doen (en zeker niet als je stomdronken bent). Vooral wanneer het gaat om een kwetsbaar pubermeisje in haar ontdekkingstocht naar identiteit, liefde, vriendschap en seks.

In de bossen klinken twee geweerschoten. Even later zien we een man met een gewonde wilde eend voor zich op de grond. Hij legt aan voor het genadeschot, maar kan het niet. De man heet Henry Neilson (Geoffrey Rush), telg van een familie van industriëlen die vermogend is geworden met de houtkap. Het kost hem beduidend minder moeite zijn arbeiders op straat te zetten; na meer dan honderd jaar heeft de economische crisis toegeslagen. Henry’s vrouw is ruim vijftien jaar geleden op tragische wijze overleden en nu wil hij trouwen met de veel jongere Anna (Anna Torv) die hij destijds had aangenomen als huishoudster.

The Daughter

Verhoudingen
Plaats van handeling is New South Wales aan de Australische zuidkust in een gebied met verlaten fabrieksterreinen en gekapte bossen, een sfeervol gefilmd decor van het eenvoudige leven in deze kleine gemeenschap. Dat komt spoedig onder druk te staan met de terugkomst van Henry’s zoon Christian (Paul Schneider), die na de dood van zijn moeder jarenlang in Amerika heeft gewoond en met tegenzin binnenkort de geplande bruiloft zal bijwonen. De hernieuwde ontmoeting met zijn oude jeugdvriend Oliver Finch (Ewen Leslie) is ronduit hartelijk. Christian maakt kennis met Olivers innemende echtgenote, de lerares Charlotte (Miranda Otto), puberdochter Hedvig (Odessa Young in haar speelfilmdebuut) en grootvader Walter Finch (Sam Neill).

Het duurt niet lang voordat Christian ontdekt hoe de verhoudingen tussen zijn familie en de familie Finch liggen. De Neilsons genieten een luxe bestaan in hun statige, chique domicilie, terwijl De Finches in alle bescheidenheid leven in een oud, gemoedelijk houten huis. Walter woont in een klein onderkomen naast hun gezin. Hij heeft in de gevangenis gezeten omdat hij de schuld op zich had genomen na een mislukte zwendel met Henry en leeft nu van diens giften. Voordat Anna in beeld was, werkte Charlotte als huishoudster voor Henry, maar zij was om onverklaarbare redenen vertrokken. En aan Hedvig, die samen met Walter gewonde dieren opvangt, maar vooral stoeit met haar hormonen, kleeft een duister familiegeheim, dat op schokkende wijze zal worden onthuld.

The Daughter

Onschuld
De Australische theaterregisseur Simon Stone bracht enkele jaren geleden zijn bewerking van The Wild Duck van Henrik Ibsen op de planken (ook bij Toneelgroep Amsterdam, waar hij sindsdien een graag geziene gastregisseur is). Hij wijzigde de plot op sommige punten, schreef compleet nieuwe dialogen en noemde zijn eerste rolprent heel toepasselijk The Daughter. De wilde eend staat weliswaar ook op het menu in de film, echter de rol van de dochterfiguur staat centraal, als symbool voor het verlies van onschuld.

De opbouw van Stone’s adaptatie is om je vingers bij af te likken en de vertolkingen zijn zeer geloofwaardig. Maar op het cruciale moment – de snelle reeks van dramatische gebeurtenissen en keur van emoties na de openbaring – heeft de regisseur moeite om de intrige qua verteltrant en stijlvorm goed op de rails te houden. Net als je het gevoel hebt in een soap te zijn beland, spoort The Daughter doelgericht naar een onbestemd eindstation.
 

26 augustus 2016

 

Interview met regisseur Simon Stone


MEER RECENSIES

Pazza gioia, La

****

recensie La pazza gioia

Twee vrouwen om van te houden

door Cor Oliemeulen

Luxe eten zonder te betalen, joyriden, drank en valium stelen, stelselmatig een rechter bedreigen, je ex beroven en George Clooney in je bellijst. Zomaar wat gekke vreugde in het komische drama La pazza gioia.

Bijna net zo leuk als schrijven over films is het praten over films. Een Duitse vriendin die in Turkije woont mag ook graag veel kijken en regelmatig worden meningen en tips uitgewisseld. Maar met de filmtitels gaat het soms mis. Toen op een dag de klassieker der klassiekers Gone with the Wind (1939) voorbij kwam, duurde het even voordat duidelijk werd dat het ging om Vom Winde verweht. De onverwachte Franse succeskomedie Intouchables (2011) heet in Duitsland Ziemlich beste Freunde. En Turken noemen The Godfather (1972) simpelweg Baba.

La pazza gioia

Nasynchronisatie
Nasynchronisatie hoor je overal ter wereld. De originele stemmen van meer films dan je misschien denkt worden later in de studio opnieuw ingesproken. Aziatische films voor de globale markt verschijnen ook in de Engelse taal, oudere Italiaanse en Spaanse films met een internationale rolbezetting worden eentalig, terwijl in Rusland en Polen een voice-over commentaar geeft bij de oorspronkelijke stemmen. Dat in Nederland nauwelijks wordt nagesynchroniseerd – uitgezonderd jeugdfilms en tekenfilms (Spongebob Squarepants is hier zelfs leuker dan het origineel) – is niet enkel een kwestie van geld: wij houden kennelijk van het authentieke stemgeluid en vragen ons bovendien af wie dan wel een schmierende Al Pacino zou moeten nabootsen.

De Nederlandse distributeurs zijn consequenter dan ooit door veel oorspronkelijke filmtitels onberoerd te laten, terwijl gemakkelijke vertalingen misschien beter blijven hangen en dus voor meer bezoekers zorgen. Enkele gloedvolle recente voorbeelden: Kiki, el amor se hace en El botón de nácar (Spaans), La meglio gioventù en In Grazia di Dio (Italiaans), Les Ogres en Les chevaliers blancs (Frans). En aangezien ‘de Nederlander wel bestaat’ is het maar goed dat we middels het medium film kunnen blijven genieten van de internationale taalcultuur, al moeten we daarvoor soms de bek breken.

La pazza gioia

De uitbundige en de stille
Naast het feit dat vertaalde filmtitels dus tot spraakverwarring kunnen leiden, zijn ze soms moeilijk te vertalen. Dit geldt ook voor La pazza gioia, letterlijk vertaald als Gekke Vreugde en na de staande ovatie tijdens het Filmfestival van Cannes internationaal gelanceerd onder de titel Like Crazy. De oorspronkelijke titel van deze jongste film van Paolo Virzì (samen met Paolo Sorrentino: La grande bellezza en Nanni Moretti: Mia Madre behorend tot de huidige generatie toonaangevende Italiaanse regisseurs) strookt natuurlijk veel beter met het prachtige kleurrijke landschap van Toscane en het schilderachtige onderkomen waarin vrouwelijke psychiatrische patiënten op een zo humaan mogelijke manier worden voorbereid voor een eventuele terugkeer in de maatschappij.

Paolo Virzì centreert zijn komische drama rond twee actrices met wie hij eerder succesvol werkte: Valeria Bruni Tedeschi (Il capitale umano) en Micaela Ramazzotti (Virzì’s echtgenote die doorbrak in La prima cosa bella). Tedeschi speelt Beatrice, wiens bipolaire stoornis beduidend meer manisch dan depressief is, wat zich uit in een voortdurende spraakwaterval, onbeschaamde bemoeizucht en pathologisch liegen. Vanaf het moment dat de stille, uitbundig getatoeëerde Donatella (Ramazotti) de instelling betreedt, ontluikt zich een vriendschap tussen deze twee tegenpolen: het lekker gestoorde wijf versus de mistroostige automutilant die uit de ouderlijke macht is gezet. Beide vrouwen, met het hart op de goede plaats, gaan na een spontane ontsnapping op avontuurlijke wijze confrontaties met het verleden aan, waardoor er uiteindelijk veel begrip en genegenheid voor elkaar ontstaat.

La pazza gioia bereikt in het respectvol relativeren van psychische aandoeningen een uitstekende balans tussen drama en komedie, zonder te vervallen in karikaturen. Valeria Bruni Tedeschi is met haar tomeloze energie en onafscheidelijke parasol de ideale actrice om de film tot grote hoogte te laten stijgen en vormt samen met de meer ingetogen acterende Micaela Ramazzotti een ongekende Italiaanse womance. Twee aandoenlijke vrouwen om van te houden.
 

22 augustus 2016

 
MEER RECENSIES

Angry Indian Goddesses

***

recensie Angry Indian Goddesses
Vrouwen bijten van zich af

door Suzan Groothuis

Een aantal vriendinnen komt bij elkaar, nadat ze elkaar lange tijd niet gezien hebben. De gastvrouw gaat over een paar dagen trouwen en dat moet gevierd worden! Regisseur Pan Nalin opent zijn Angry Indian Goddesses luchtig, om geleidelijk meer drama en diepgang in het verhaal te brengen. Het levert een vermakelijke film met wat verrassende wendingen en maatschappijkritiek.

De eerste shots van de film tonen vrouwen in een door mannen gedomineerde maatschappij. Een Bollywood-actrice moet vooral lekker met haar heupen zwaaien en niet de heldin spelen, want ze is geen held. Een zangeres wordt uitgejouwd, omdat ze in het Engels zingt en haar mannelijke publiek Hindi wil horen. En in de sportschool wordt de opmerking geplaatst dat alle “hotties” er vet verbranden. Probeer je daar meer eens van af te sluiten als je serieus op de loopband aan het trainen bent.

Angry Indian Goddesses

Vervolgens komen de verschillende vrouwen, die net een onprettige ervaring hebben gehad met het mannelijk geslacht, bij elkaar. Ze zijn uitgenodigd door fotografe Freida, die iets te vieren heeft. Ze stapt namelijk in het huwelijksbootje, alleen met wie blijft nog geheim.

Lick my lollipop
Tijdens hun verblijf in Goa delen de vriendinnen lief en leed. Het begin van de film heeft een luchtig karakter en heeft met zijn ontboezemingen en seksueel getinte grappen wel iets weg van een Indiase Sex and the City. Ware het niet dat we ons hier in India bevinden, waar de culturele en kaste-verschillen gevoelig liggen en vrouwen een ondergeschikte positie hebben. Geleidelijk aan brengt regisseur Pan Nalin (bekend van Samsara) meer diepgang én maatschappijkritiek in het verhaal.

Wordt er in het begin van hun samenzijn nog gegrapt over Bollywood-vriendin Pammy die in ‘Lick My Lollipop’ heeft gespeeld, later gaat het over serieuzere zaken als de rol van de vrouw, het kastenstelsel en de vader van de bruid, die zijn redenen heeft om niet bij de bruiloft aanwezig te zijn. Drama sluipt geleidelijk aan in het verhaal en laat zien dat deze mooie Indiase dames niet zo’n eenvoudig leven leiden. Ieder heeft haar strubbelingen, of je nou gevierd actrice bent of succesvol zakenvrouw.

Angry Indian Goddesses

Gewaagde Bollywood-tegenhanger
Die strubbelingen leiden uiteindelijk tot een dramatische gebeurtenis, door Nalin aangegrepen om de ongelijke verhoudingen tussen mannen en vrouwen in India te bekritiseren. Maar dan wel met zijn Angry Indian Goddesses (een verwijzing naar de afschrikwekkend uitziende godin Kali) aan het front, die autoriteiten én mannen die niet deugen een koekje van eigen deeg geven.

Angry Indian Goddesses kijkt met zijn mix van komedie, drama en actie lekker weg, hoewel vooral de tweede helft overtuigt. Het begin – waar de humor de boventoon voert – kabbelt wat voort. Daarbij zijn vrijwel alle hoofdpersonen “hotties met booties”, een beetje dubbelzinnig voor een film die schoonheidsidealen aan de kaak stelt. Desalniettemin schotelt Nalin de kijker een vermakelijke film voor met een diepere laag en wat verrassende wendingen. In India ongetwijfeld een gewaagde tegenhanger van de “shake your booty and belly” Bollywood-industrie.
 

22 augustus 2016

 

MEER RECENSIES

Treasure, The

***

recensie The Treasure

Droogkloterij op de vierkante meter

door Cor Oliemeulen

Een vader leest zijn zoon voor uit Robin Hood. Het liefst zou hij zelf ook een verworven buit aan anderen willen geven. Die kans komt in zicht als zijn buurman oppert op zoek te gaan naar een begraven schat. In de minimalistische Roemeense komedie The Treasure zien we of de vader zich ontpopt als held.

De Amerikaanse Schot Alexander Graham Bell wordt meestal geassocieerd met de uitvinding van de telefoon. Ten onrechte, omdat de Italiaan Antonio Meucci deze ‘sprekende telegraaf’ al in 1871 had ontworpen en geïntroduceerd, waarna de slimme Bell er met het patent vandoor ging. Bell is wél de bedenker van de metaaldetector, een apparaat dat middels elektromagnetische inductie metalen objecten opspoort en in 1881 voor het eerst werd gebruikt om de kogel in het lichaam van de vermoorde president James Garfield te traceren.

The Treasure

Sindsdien gebruikt men de metaaldetector vooral om oude munten, sieraden en antieke voorwerpen te vinden. Het hart van menig strand- of akkerzoeker gaat sneller kloppen zodra de metaaldetector dat typisch jengelende geluid produceert, waarna de opgewonden stemming omslaat wanneer de speurder is gestuit op een oud stuk ijzer, een lipje van een blikje of een vingerhoedje uit grootmoederstijd, terwijl je juist zo had gehoopt op een pot zilveren munten uit de middeleeuwen of iets anders van onschatbare waarde.

Schat
Mocht je ooit een schat vinden, dan moet je hiervan aangifte doen bij de gemeente. In de meeste gevallen krijg je de helft van deze kostbaarheden en gaat de andere helft naar de eigenaar van de grond. In Roemenië gaat dat anders. Daar moet je alles afgeven aan de politie en mag je hopen op een percentage van de opbrengst en dat de autoriteiten er zelf niet met de buit vandoor gaan. En als je de gevonden voorwerpen niet meldt, is de kans groot dat je in de gevangenis belandt.

Of het zover komt, zien we in The Treasure van de Roemeense regisseur Corneliu Porumboiu (bekend van de post-Ceaușescu-komedie 12:08 East of Bucharest). Twee buurmannen gaan op zoek naar de schat die de grootvader van één van hen tijdens de Tweede Wereldoorlog in zijn tuin zou hebben begraven. Maar hoe kom je aan een metaaldetector? En wat kost zo’n ding eigenlijk? Dan maar een kennis met een metaaldetector inhuren. Als dank voor de bewezen diensten zal deze zichzelf benoemde professional een deel van de opbrengst krijgen, mocht men iets waardevols vinden.

The Treasure

Gortdroge humor
Wat volgt is een clandestiene speurtocht met een oude kaart in de hand waarbij de metaaldetector regelmatig op tilt lijkt te slaan en er vele gaten worden gegraven voordat het trio dan eindelijk op een hoopvolle locatie is gestuit. Ze graven en graven, de hele dag door en ’s avonds in het schijnsel van de koplampen van een auto. Met elke meter neemt de irritatie en frustratie toe en is het te hopen dat ze hun schat vinden voordat lokale bewoners of politie in de smiezen krijgen wat hier aan de hand is.

The Treasure doet wat denken aan het betere vroege werk van Aki Kaurismäki en Jim Jarmusch, maar de pointe is te abrupt om te kunnen gedijen. Het is wel knap hoe regisseur Porumboiu met een flinterdun plot, minimale middelen en een perfect passende geluidsband de kijker anderhalf uur bij de les houdt, want veel meer dan stapvoets lopen, graven en mopperen gebeurt er niet. Of het moet zo zijn dat de schaarse handelingen en dialogen vol gortdroge humor subtiel verwijzen naar de geschiedenis en de bureaucratie van Roemenië en dat het melige loeien van de metaaldetector op een gegeven moment op de lachspieren gaat werken.
 

19 augustus 2016

 
MEER RECENSIES