Shallows, The

***

recensie The Shallows

Verraderlijk paradijs

door Suzan Groothuis

Een tripje naar een afgelegen, mystiek strand mondt uit in een ware hel, wanneer een witte haai de kustlijn onveilig maakt. Daar zit je dan als vrouw alleen in het water, met de kust in zicht en de haai als barrière. Het vraagt moed, creativiteit en wat hi-tech hulp om tegen het dodelijke monster op te boksen. Haai, eat your heart out!

In The Shallows volgen we de jonge Nancy (Blake Lively) die in Mexico haar innerlijke rust probeert te vinden. Hoewel een gedreven student geneeskunde, twijfelt ze aan haar toekomst. Temeer omdat haar moeder, met wie ze een nauwe band had, net is overleden. Op haar surfboard, ook een geliefde hobby van haar moeder, vindt Nancy haar rust en uitdaging. En om het plaatje compleet te maken vindt ze met hulp van een lokale gids een afgelegen, voor toeristen verborgen gehouden strand. Voor Nancy heeft het strand een bijzondere betekenis: het was het speciale plekje van haar moeder. De naam ervan blijft echter in het ongewisse. Dus bedenkt Nancy er zelf één: ‘mom’s beach’.

The Shallows

Van paradijs naar hel
Het wonderschone en verscholen strand is een paradijselijk plaatje. Eenmaal aangekomen volgen vlotte montages van Nancy’s strakke lijf dat zich in een surfpak hijst en golven waaraan alleen een gedisciplineerde surfer zich kan wagen. Wanneer Nancy twee lokale surfers tegenkomt, geven ze haar goedbedoelde adviezen mee. Niet surfen als het donker wordt, want het tij keert snel. Waarop Nancy als gedreven surfer natuurlijk voorbereid is dankzij een hi-tech surfhorloge. Na wat flitsende beelden van de drie onder torenhoge golven gaan ze uiteen en besluit Nancy na een droogbeurt op het strand nog eenmaal het water in te gaan.

Het is zo’n zet waarvan je als kijker weet dat het niet handig is. Neem talloze horrorfilms waarin naïeve tieners het nachtelijk donker verkennen na het horen van een plots luid gekraak buiten. Lang duurt het niet voordat de dreiging toeslaat. In The Shallows is dat niet anders, want Nancy ziet zichzelf al snel geconfronteerd met een bloeddorstige witte haai. De spanning naar die eerste confrontatie is fraai opgebouwd en in beeld gebracht. Nancy weet zichzelf na een bloedstollende aanval in veiligheid te brengen, waarna een ware overlevingsstrijd volgt.

Tot het uiterste
Vanaf dat moment draait het om Nancy en de haai en doet de film denken aan ‘overlevingsvoorgangers’ als Cast Away en All Is Lost. Films waarin de hoofdpersonen psychisch en fysiek tot het uiterste gaan om te overleven. Zo ook Nancy, die na een fikse haaienbeet haar heil zoekt op een uitstekende rots en de wond moet zien te hechten. Het levert een nagelbijtende scène op, niet wetende dat oorringen ook een andere functie kunnen hebben. En ze vindt zowaar troost in een eenzame gestrande zeemeeuw, gewond aan een vleugel en haar gezelschap houdend. Ondertussen is de kust slechts op een paar honderd meter afstand van Nancy’s rots, met een immer aanwezige haai die er omheen cirkelt. Vastberaden om de kust te bereiken, volgen de acties en de confrontaties met de haai zich in rap tempo op.

The Shallows

Chick met ballen versus bloeddorst
Blake Lively (The Age of Adaline, Café Society) speelt vaak veilige, weinig opzienbarende rollen. In The Shallows zien we een andere Lively, want hier is ze een chick met ballen die uit al haar creativiteit en krachten put om het op te nemen tegen het grote, dodelijke witte monster. Dat het een blonde schone betreft wordt door de camera opzichtig in beeld gebracht, met name de shots wanneer ze zich klaarmaakt om te surfen. Hey, het oog wil ook wat!

En dan de haai: Lively’s tegenstander. Regisseur Jaume Collet-Serra, vooral bekend van horrors House of Wax en Orphan, lijkt het uiterste uit zijn haai – een digitale creatie – te willen halen. Is in de eerste kennismaking alleen de vin van het beest zichtbaar, dan zien we ‘m later in volle glorie met opengesperde bek uit het water springen. Er ontstaat zowaar een persoonlijke vete, waarbij de haai niets liever wil dan de blonde schone verslinden. Hoe slimmer zij ‘m af is, hoe bozer hij wordt. Het haalt een stukje geloofwaardigheid en realisme weg, waarop de film zich eerder met zijn ‘lonely survive’-thema nog zo beroept.

Overdaad boven suggestie en spanning
Een ander storend element in de film is het gebruik van digitale media en technologie. Appjes op de telefoon, aankondigingen van hoog- en laagtij en het inzetten van de timer worden apart in het beeld gemonteerd. De shots van het mooie landschap en de woeste overlevingsstrijd krijgen daardoor iets kunstmatigs. En roept de vraag op in hoeverre we tegenwoordig echt in staat zijn om te overleven. In het geval van The Shallows helpen de digitale hulpmiddelen, naast moed, creativiteit en vergezocht geluk, in ieder geval goed mee.
 

16 augustus 2016

 
MEER RECENSIES

Julieta

****

recensie Julieta

Uit het oog, maar niet uit het hart

door Cor Oliemeulen

Het is goed te zien dat Pedro Almodóvar ook zonder extravagante personages een uitstekend drama kan maken en geen surrealistische elementen nodig heeft om mysterie te etaleren. ‘Uit het oog, maar niet uit het hart’ klinkt als een vreselijk cliché, echter dat is Julieta allesbehalve.

Zoals gewoonlijk schreef de Spaanse regisseur zelf het scenario, ditmaal gebaseerd op drie korte verhalen van de Canadese schrijfster Alice Munro. De plot van Julieta is prachtig geconstrueerd, de kleurrijke cinematografie en het soms oogverblindende productiedesign zijn als vanouds. Het resultaat is een uitgebalanceerd en meeslepend filmdrama, net iets minder doortastend dan Almodóvars meesterwerken Todo sobre mi madre, Hable con ella en Volver.

Julieta

Schuld en onmacht
Julieta is een herkenbaar document over schuld en onmacht. Schuld omdat het titelpersonage zich na de dood van haar geliefde verantwoordelijk voelt voor het verdwijnen van hun dochter. Onmacht omdat de dochter er alles aan heeft gedaan om onvindbaar te blijven voor haar moeder, terwijl zij vroeger een goede band hadden, maar elkaar kennelijk niet goed genoeg bleken te kennen. Het kind is in de jaren tachtig verwekt nadat de spontane twintiger Julieta (Adriana Ugarte) in een nachttrein de visser Xoan had ontmoet. Nu, vele jaren later, blikt de getormenteerde vrouw (Emma Suárez) in haar Madrileense appartement terug op hoe het zover heeft kunnen komen in een brief aan haar verloren dochter.

Dood als leidmotief. Er komt een moment dat Julieta uit zelfbescherming alle sporen van het bestaan van haar dochter volkomen uit haar leven laat verdwijnen. Zij is dood voor haar, net als Xoan, die na een echtelijke ruzie met Julieta gaat varen en omkomt in een zware storm; net als de oudere man die in de trein toenadering zoekt, door haar wordt afgewezen en zelfmoord pleegt. De regelmatig opdoemende beelden van de twee mannen zullen haar blijven kwellen. Verder is er de moeizame relatie met haar eigen ouders. Haar moeder is bedlegerig, lijdt aan een psychische kwaal en tot Julieta’s ongenoegen kan haar vader het onderwijl erg goed vinden met de huishoudster.

Julieta

De positie van de vrouw
Hoezeer Julieta uiteindelijk ook gebukt gaat onder de pijn en het verdriet door het gemis van haar dochter, Almodovárs drama is wederom een ode aan de vrouw. Niet zo intens en melodramatisch als Penélope Cruz’ krachtige personificatie in Volver, maar treffend in de verbeelding van het leed van de moeder- en dochterfiguur tegelijk. De vrouw als middelpunt van het universum en de drager van het leven. In Julieta is de vrouw tevens expliciet de schepper van de man, wat blijkt uit de sculptuurtjes van torso’s van Xoans scharrel Ava (Inma Cuesta, de vrouwelijke stierenvechter in het zwart-wit sprookje Blancanieves). De beeldend kunstenaar legt een van de geboetseerde mannenbeeldjes (ook symbolisch) in Julieta’s hand.

Veel grote regisseurs hebben zich verdiept in het hoofd en de positie van de vrouw. Zo plaatste de Italiaanse filmvernieuwer Michelangelo Antonioni de naar zingeving zoekende vrouw volkomen onthecht in een zich snel moderniserende wereld en drong de Zweedse cineast Ingmar Bergman middels close-ups en de vierde wand diep door in het brein en de ziel van zijn vrouwelijke personages.

Hoewel Pedro Almodóvars oeuvre beduidend bescheidener is, lijkt zijn behandeling van de vrouw misschien nog wel het meest op die van Kenji Mizoguchi. Deze oude Japanse meester stond tot de Tweede Wereldoorlog te boek als het boegbeeld van het Nieuwe Realisme: sociale filmdocumenten over de Japanse samenleving die langzaam overgaat van het feodalisme naar de moderne tijd. Omdat hij de rol van de vrouw (vaak geisha’s of prostituees) in een door mannen gedomineerde maatschappij onderzocht, geldt Mizoguchi als de eerste grote feministische regisseur. Diens humanistische benadering en hang naar wonderschone beelden zien we vele decennia later terug in Julieta.
 

14 augustus 2016

 

Lees ook: Boek over Spaanse cinema

 

MEER RECENSIES

Café Society

****

recensie Café Society

De liefde dwingt tot onmogelijke keuzes

door Alfred Bos

In de herfst van zijn indrukwekkende loopbaan maakt Woody Allen een bitterzoete komedie van romantische snit. Achter de amoureuze en komische verwikkelingen lijkt subtiel een weemoedige terugblik op zijn eigen leven verscholen.

Voor een tachtiger heeft Woody Allen (uit 1935, het geboortejaar van Elvis) een onbedaarlijke werklust. Met Café Society levert hij zijn jaarlijkse film af, nummer 47 inmiddels, en tussen het werk voor die film door schreef en regisseerde hij een tv-miniserie – Crisis in Six Episodes, dit najaar op de Amerikaanse buis – waarin hij tevens acteert. Van sleet heeft de workaholic geen last. Café Society is klassiek Woody Allen, van het vertrouwde niveau. Plus iets extra’s.

Café Society

De film opent met een wonderschoon dollyshot van een poolparty in Hollywood. Kunstlicht en natuurlijk strijklicht van de ondergaande zon vermengen zich tot een feeëriek beeld. Het is een idylle, alles is perfect: niet alleen het licht en de entourage, ook de mensen rond het zwembad personifiëren succes. Anderhalf uur later, in het grijze ochtendlicht van New York, is de illusie leeggelopen. Aan het slot – dat herinnert aan Ettore Scola’s C’eravamo tanto amati (Wat hielden we van elkaar) – blijkt er altijd meer te wensen dan de werkelijkheid heeft te bieden.

Geliefde van twee minnaars
Café Society opent – wellicht niet toevallig – in 1935, Allens geboortejaar. Terwijl het in de rest van Amerika volop crisis is, begint de droommachine van Hollywood op temperatuur te komen. De Joodse immigrantenzoon Bobby Dorfman (Jesse Eisenberg) komt uit New York over naar de westkust. Hij hoopt bij zijn oom Phil Stern (Steve Carell), een succesvolle filmimpressario, een baantje te vinden.

Oom Phil vraagt zijn secretaresse, Vonnie (Kristen Stewart, Joan Jett in de biopic The Runaways en Sneeuwwitje in Snow White and the Huntsman), om zijn neef in Hollywood te introduceren. Wat volgt is het soort comedy of manners waar de Italiaanse toneelschrijver Goldini het patent op had, alleen is de knecht van twee meesters nu de geliefde van twee minnaars. Die minnaars kennen elkaar, maar hebben verder geen idee. De kijker wel en die verkneukelt zich.

Jonge versie van de regisseur
Maar Café Society is een romantische komedie van het bitterzoete soort. De liefde dwingt tot onmogelijke keuzes en al is Bobby, weer terug aan de oostkust, de gevierde gastheer van de populairste uitgaansgelegenheid van sjiek New York en gelukkig getrouwd bovendien, de hernieuwde kennismaking met Vonnie, nu de Hollywood-roddel blabla-ende echtgenote van een rijke zakenman, schudt bezonken gevoelens op. Maar de keuzes zijn gemaakt, wat had kunnen zijn een fantasie.

Café Society

Die weemoed is de parfum die uit een flacon van typisch Alleneske humor walmt. Die krijgt vorm via een reeks voortreffelijke bijrollen. Bobby’s verwanten, de Dorfmans, vormen de archetypische Joodse familie, met bazige moeder Rose (Jeannie Berlin), bitsige vader Marty (de Engelse acteur Ken Stott), criminele broer Ben (Corey Stoll) en zus Evelyn (Sari Lennick), die is getrouwd met de communistische intellectueel Leonard (Stephen Kunken). Allen zet ze in als komisch contrapunt. Jesse Eisenberg speelt als Bobby de jongere versie van de regisseur. Het is verleidelijk om in Vonnie een jonge Diane Keaton (denk aan de driehoeksverhouding in Manhattan) te zien.

Dat het Allen met zijn zevenenveertigste film om meer te doen is dan komedie, blijkt uit zijn voice-overs. Ze vullen de gaten in de tijdslijn van het verhaal en leveren commentaar op de handeling. “Dromen zijn dromen” verzuchten Vonnie en Bobby, lang nadat de beslissende keuzes zijn gemaakt maar de hartstocht nog steeds gloeit. Ware liefde dooft nimmer en zonder illusies is het leven een sleur. Gelukkig is er film, de ultieme illusie.
 

9 augustus 2016

 
MEER RECENSIES

Dukhtar

**

recensie Dukhtar

Vrouwenmoed in Pakistaanse roadmovie 

door Suzan Groothuis

Dukhtar verhaalt over een meisje dat uitgehuwelijkt wordt aan een rivaliserend stamhoofd. Ze vlucht samen met haar moeder en daar is in dit door mannen gedomineerde land veel moed voor nodig. Wat een spanningsvolle roadmovie had kunnen zijn mondt echter uit in voorspelbare middelmaat.

De beginscène van Dukhtar toont een huishouden waarin de barrière tussen man en vrouw letterlijk zichtbaar is. Een zwarte balk bepaalt het domein van beiden en is daarmee een voorproefje op de dominante positie die mannen innemen in de Pakistaanse maatschappij.

Dukhtar

De film heeft een eenvoudig uitgangspunt: twee rivaliserende stammen willen de strijdbijl begraven. Hun jarenlange vete heeft gezorgd voor dood en verderf en dat moet maar eens afgelopen zijn. Maar er is een prijskaartje: het rivaliserende stamhoofd wil de jonge dochter van zijn rivaal als zijn bruid. En daarmee is een akkoord gesloten.

Geharde maatschappij
Wanneer de moeder van de tienjarige dit te horen krijgt, neemt zij een dapper besluit. Samen met haar dochter ontvlucht ze haar woonplaats. Het doel is nobel, zo blijkt later: haar dochter een toekomst zoals de hare besparen. Achtervolgd door zowel hun eigen familie als de rivaliserende stam worden de twee opgepikt door een sympathieke trucker. Ook hij heeft zich door moeilijkheden heen moeten worstelen om uiteindelijk een plekje in een geharde maatschappij te krijgen. Dus besluit hij moeder en dochter met gevaar voor eigen leven te helpen.

Wat volgt is een roadmovie door het Pakistaanse landschap, waarin debuterend regisseur Afia Nathaniel, tevens verantwoordelijk voor het script én de productie, een suspensevolle sfeer poogt neer te zetten. Het had wat kunnen zijn, een roadmovie door een politiek verscheurd land, waarin vrouwen een ondergeschikte rol hebben en kiezen voor jezelf spelen met je leven is. Dukhtar kiest echter voor de veilige weg en wil vooral toegankelijk zijn met een portie symboliek. Neem het openingsshot, waarin een vrouw in het wit een rustieke rivier bevaart, begeleid door zachte fluitmuziek. Een scène die we later, in een andere context, nog eens terugzien. Of het symbolische verhaal achter een rivier met twee kleuren, een verwijzing naar twee geliefden van rivaliserende stammen.

Dukhtar

Lege heldenmoed
Het geeft Nathaniels film iets zoetsappigs mee – evenals de opzichtig opbloeiende romance tussen de truckbestuurder en de moeder. Daarbij wil de beoogde spanning – weg sprinten door nauwe straatjes, achtervolgingen op de weg en het altijd aanwezige gevaar als je ergens aankomt – maar niet beklijven. Net wanneer die goed ingezet kan worden ontglipt-ie weer en is de dreiging nergens voelbaar. De acteerprestaties tillen het drama ook niet naar een hoger niveau en zijn dankzij de vrij eendimensionale karakters van de drie hoofdpersonen niet meer dan verdienstelijk.

Na het zien van Dukhtar, die opgepikt door filmfestivals de bioscopen langs gaat, beklijft vooral een gevoel van “weer zo’n film”. Een over verscheurde familiebanden, een nijpende politieke situatie en ondergeschiktheid. En bovenal, de moed van de zwakkere partij om tegenwicht te bieden. De film beroept zich dan ook sterk op het veranderen van tradities en het geloof in je eigen moraal.

Het is de voorspelbare weg ernaartoe die teleurstelt. Nathaniel belicht de thema’s wel, maar er mist bezieling en overtuiging. Daarmee komen noch haar film noch haar personages tot leven en voelt de film aan als een lege kijkervaring. Wat blijft hangen is het prominente kleurgebruik, zoals de rijkelijk versierde truck waarmee moeder en dochter heimelijk vervoerd worden, de knallende feestkleuren in het muzikale Lahore en de beelden van het uitgestrekte landschap. Hoe kleurrijk ook, het redt Dukhtar niet van de middenmoot.
 

8 augustus 2016

 
MEER RECENSIES

Forbidden Room, The

****

recensie The Forbidden Room

Badderen in de diepe poel van het onderbewuste

door George Vermij

Voor Guy Maddin is cinema een vorm van lichtalchemie. Een magische lantaarn waarmee je vergeten verhalen weer tot leven kan wekken. Zo ook in zijn nieuwste koortsdroom van een film, The Forbidden Room.

Het begint allemaal met een oude man in een morsige badjas die doceert over bad-etiquette. De verzadigde kleuren van deze scène zijn als warm water waarin je langzaam wegzakt. Zo word je als kijker ondergedompeld in de wereld van The Forbidden Room waar verhalen op onverklaarbare wijze in elkaar overlopen als overrijpe visioenen.

The Forbidden Room

Na het gemoedelijke bad zijn er de wanhopige bemanningsleden van een zinkende onderzeeër. Een tussentitel waarschuwt over de explosieve lading die op elk moment kan ontploffen. Deze claustrofobische situatie vloeit over in het verhaal van een soort Hercules-figuur gekleed in een houthakkershemd. Hij moet absurde beproevingen ondergaan om een schone dame te redden van een wild volk. Maar er is ook tijd voor zang en dans in een spelonkachtige jazzclub waar een aan slapeloosheid lijdende vrouw in trance zingt over de Aswang: tropische vampiers die zich diep in de jungle hebben verscholen.

Wie deze summiere beschrijving van de eerste helft van The Forbidden Room iets te gortig vindt, moet niet vergeten dat Guy Maddin een lichtvoetige gave heeft om met minimale middelen en een rijke portie fantasie de kijker geboeid te houden. Vergelijk het met illustere voorloper Luis Buñuel die in Un chien andalou en L’ Âge d’or dezelfde associatieve beeldenstorm en verknipte verhalen tot een beklemmend geheel wist te smeden.

Onder de droomvulkaan
Maddins fascinaties bevinden zich ook in het gebied waar surrealisme, psychoanalyse en het melodrama van de zwijgende film samenkomen. Qua tijdsgewricht valt dat van het fin de siècle tot het broeierige interbellum. Een periode die voor het merendeel van de verhalen als achtergrond fungeert. Maddin voegt daar echter nog een vleugje eigentijdse Canadese humor en camp aan toe.

The Forbidden Room

Het riante scala aan personages dat de revue passeert zijn onder meer: debutantes met Louise Brooks-kapsels en onopgeloste jeugdtrauma’s, ijverige artsen die verliefd worden op hun verminkte patiënten, rusteloze inboorlingen van een vulkanisch eiland die onreine rituelen uitvoeren met octopussen, om nog maar te zwijgen over de nette meneer die zijn ogen maar niet kan afwenden van alle derrières. Gelukkig biedt lobotomie nog een uitweg. De lijdensweg van dit arme burgermannetje wordt in de film komisch bezongen door popgroep Sparks in het lied The Final Derriere.

Visueel is The Forbidden Room een liefdevolle en hallucinante hommage aan films van een mythisch verleden, compleet met de beknopte poëzie van tussentitels. Maddins regiehulp Evan Johnson bewerkte het op digitale video geschoten materiaal net zo lang tot het de look en textuur kreeg van oude nitraatfilm. De vergankelijkheid wordt nog eens benadrukt door kunstmatige krassen en schokkerige verspringingen die het beeld op momenten vervormt.

Heksenketel
Maddins filmische heksenketel wordt verder draaiende gehouden door een verrassende cast. Daar duikt opeens Geraldine Chaplin op als een ontembare feeks met een zweep. Vervolgens is een aristocratische Mathieu Amalric aan het bekokstoven hoe hij zijn butler kan vermoorden en zijn identiteit kan overnemen. En dan is er nog de weergaloze Udo Kier, de eerdergenoemde ongeneeslijke derrière-man, maar ook Charlotte Rampling, Maria de Medeiros, Jacques Nolot en nog velen anderen.

Het copieuze narratieve gerecht dat Maddin ons voorschotelt heeft ook literaire voorgangers. Denk aan een boek zoals Cloud Atlas van David Mitchell waar uiteenlopende verhalen in verschillende genres een geheel vormen. De methode is ook verwant aan de psychedelische proza van Thomas Pynchon met zijn verstrengelde verhalen die samen een beeld geven van onze chaotische en ondoorgrondelijke realiteit.

The Forbidden Room

Maddin liet zich voor zijn film inspireren door schijnbaar onafgemaakte films uit de jaren twintig en dertig, zoals Friedrich Wilhelm Murnau’s Der Januskopf. Verhalen die hij heeft willen redden uit de vergetelheid en die nu in een delirische droomlogica zijn verenigd. Maddins enthousiaste speelsheid werkt aanstekelijk en verplaatst je ondanks lachwekkende effecten en neppe decors overtuigend naar een andere wereld. Verbeelding heeft geen budget nodig. In dat opzicht is hij schatplichtig aan de goedkope underground cinema van de broers George en Mike Kuchar die zich nooit lieten beperken in hun weelderige en campy ambities.

Verscholen kunst
Maar het is niet alleen de camp die Maddins universum kenmerkt. Er zit ook kunst verscholen tussen de vergeten en verguisde restjes filmhistorie. Zo doet The Forbidden Room met zijn gebruik van achtergrondprojecties en nadruk op de kunstmatigheid van film denken aan de monumentale cinema van Hans-Jürgen Syberberg (Hitler, ein Film aus Deutschland). Een soortgenoot is ook kunstenaar Reynold Reynolds. Zijn grootse filminstallatie The Lost, spelend in een swingend Berlijn tijdens het interbellum, was ook geïnspireerd op een verloren en onafgemaakte film. En tot slot zijn er nog de verboden fin de siècle verlangens uit Bret Woods merkwaardige Psychopathia Sexualis. Ze passen helemaal in Maddins polymorfe perverse cinefiele wereldbeeld.

Uiteindelijk wordt The Forbidden Room gevoed door een onverzadigbare heimwee naar de ongrijpbare sensualiteit van oude cinema. De film zal je bekoren als je ontvankelijk bent voor de verborgen en verleidelijke krachten van de magische lantaarn. Het moet wel gezegd worden dat voor niet-ingewijden twee uur ronddobberen in Maddins onstuimige maalstroom misschien iets te lang is. Aan de andere kant: Waarom zou je een uitnodiging om ongegeneerd te badderen in de diepe poel van het onderbewuste laten schieten?
 

1 augustus 2016

 
MEER RECENSIES

Secret Life of Pets, The

****

recensie The Secret Life of Pets

Herkenbaarheid troef in geestige beestenboel

door Wim Meijer

U gaat een dag werken, laat de trouwe viervoeter blaffend achter, komt negen uur later terug en zie daar, hetzelfde kwispelende exemplaar. Helemaal door het dolle is-ie, alsof de baas nooit meer terug zou komen. Maar wat heeft dat beest in de tussentijd nou gedaan?

Regisseur Chris Renaud weet wel raad met dit concept. Hij maakte furore met Despicable Me en creëerde grappige, geanimeerde wezens zoals Scrat uit Ice Age en de Minions, waarbij hij zelf Minion Dave een stem gaf. Nu brengt Renaud dezelfde gevatte humor, herkenbare situaties, een hartverwarmend verhaal en verwijzingen naar voorgaand werk, zoals de nieuwslezer uit Despicable Me die ook in The Secret Life of Pets te zien is.

The Secret Life of Pets

Verzetsbeweging tegen mensen
Terriër Max (Louis CK) is dolgelukkig met zijn baasje. Liefde op het eerste gezicht, zo omschrijft Max de situatie aan het publiek. Max is een held op sokken, zoals kleine hondjes dat vaker zijn. Beetje saai is-ie ook wel en Louis CK’s stem komt toch beter tot zijn recht met eigen werk op het podium. Tegenover Max woont Gidget die hem wel ziet zitten, zo op de mat. Stemactrice Jenny Slate maakt CK’s zwakke optreden goed met haar vertolking van Gidget, de naïeve, opportunistische en bijzonder snoezige poedel. Andere huisdieren zijn er in de vorm van de dikke, onverschillige kat Chloe (Lake Bell), de flexibele teckel Buddy (Hannibal Buress) en stupide buldog Mel (Bobby Moynihan).

Alles loopt op rolletjes, totdat Max’ baasje de enorme schapendoes Duke oppikt uit het asiel. Max moet de indringer niet en de situatie loopt zodanig uit de hand dat Max en Duke uiteindelijk uitkomen in het riool bij de Flushed Pets, een verzetsbeweging tegen mensen onder leiding van het kleine, witte konijntje Snowball. Kevin Hart trekt alle registers open voor z’n vertolking van Snowball en het contrast tussen zijn overduidelijke zwarte stem en dat superschattige witte konijn is briljant gevonden. Ook de running gag (of running goose) over gans Ricky die is gesneuveld in de strijd tegen de mensen is effectief. Terwijl in het riool de gemoederen tussen Duke, Max en Snowball hoog oplopen, verzamelt Gidget haar posse om de liefde van haar leven terug te krijgen.

The Secret Life of Pets

Herkenbaar
Animatiefilms over dieren zijn er genoeg, neem Ice Age als voorbeeld. Prima film hoor, met herkenbare situaties, maar zonder herkenbare beesten. Want wanneer zag u voor het laatst een sabeltandtijger of mammoet? En zo’n luiaard spreekt ook niet bepaald tot de verbeelding. Daarnaast rent Cid zich rot in die vijf films waarvan er vier overbodig zijn. Nee, de film moet het toch vooral hebben van de idiote situaties en grappen over uitstervende diersoorten.

Hoe anders is dat bij The Secret Life Of Pets, waar Renaud als geen ander de typische trekjes van huisdieren weet te vangen in zijn geestige familiefilm en waar bijna alle scènes wél tot de verbeelding spreken. Qua gedrag, zoals honden die uiteraard apporteren en helemaal los gaan als ze een bal zien – denk ‘Squirrel!’ uit Up. Ook qua maniertjes en bewegingen levert de animatieafdeling puik werk, met honden die achter hun staart aanzitten en altijd even een half rondje maken voordat ze kunnen gaan liggen. Midas Dekkers weet ongetwijfeld waarom. Niet eerder was een film over en met huisdieren zo herkenbaar en daardoor zo grappig.
 

31 juli 2016

 
MEER RECENSIES

Chevaliers blancs, Les

***

recensie Les chevaliers blancs

De grenzen van een humanitaire actie

door Cor Oliemeulen

Een Franse organisatie probeert kinderen in het arme en onveilige Tsjaad een betere toekomst te bieden, echter bewandelt hierbij niet de geijkte weg. Les chevaliers blancs volgt het kind van de rekening.

De Belgische regisseur Joachim Lafosse zoekt altijd de grenzen op met als doel het bespreekbaar maken van zaken en omstandigheden, waarbij kinderen een sleutelrol vervullen. Zo deed À perdre la raison drie jaar geleden in het door Dutroux getraumatiseerde België veel stof opwaaien. In deze film, gebaseerd op Geneviève Lhermitte, die in 2007 haar vijf kinderen vermoordde, probeert Lafosse uit te leggen hoe de Belgische mogelijk tot haar daad kwam en gebruikte hij het familiedrama zowaar als metafoor voor de incarnatie van het neokolonialisme: het hoofdpersonage wordt afhankelijk van de inwonende dokter, als het ware zoals België is omgegaan met Congo.

Les chevaliers blancs

Witte ridders
Niet alleen vanwege de titel krijgt Lafosse’s meest recente film een soortgelijke ambigue aanpak, zit Les chevaliers blancs (De witte ridders) ook vol subtiliteiten en is het scenario eveneens geschreven op basis van een geruchtmakende zaak uit 2007: L’Arche de Zoé. Een Franse liefdadigheidsorganisatie probeerde 103 kinderen in de door burgeroorlog geteisterde ex-kolonie Tsjaad per vliegtuig over te brengen naar Frankrijk, waar adoptieouders stonden te trappelen om hun nieuwe kroost in de armen te sluiten.

De verfilming toont uitstekend de hectiek en gecompliceerdheid van de bliksemactie, en het is saillant dat de kijker op een gegeven moment meer informatie heeft dan de Afrikaanse gemeenschap die de kinderen moet aandragen. Volgens deze organisatie, Move for Kids, is het de bedoeling om weeskinderen van hooguit vijf jaar (adoptiewetgeving Frankrijk) te verzamelen zodat de organisatie de kinderen jarenlang in het land zelf onder zijn hoede kan nemen: medische zorg en een schoolopleiding totdat het diploma is gehaald. Enkele autochtonen worden ingehuurd om te helpen, maar ook zij kennen de werkelijke reden van deze ‘humanitaire’ actie niet.

Les chevaliers blancs

Genuanceerd en tweeslachtig
Onder leiding van het hoofd van Move for Kids, Jacques Arnault (sterke rol Vincent Lindon: Journal d’une femme de chambre, La loi du marché), stapelen de problemen zich vanaf de eerste dag na aankomst op. Beschietingen, gedoe met het beoogde vliegtuig, stugge medewerking van de plaatselijke gemeenschap, het zoeken naar documenten waaruit blijkt dat de kinderen daadwerkelijk wees zijn en ouders die smeken of ook hun arme of zieke kinderen worden geholpen, leiden uiteindelijk tot irritaties en onderlinge conflicten tussen Arnault en de andere vrijwilligers: zijn vriendin, artsen, verpleegsters en een journaliste die de hele actie moet filmen. Ondertussen wordt het financierende Franse thuisfront op de hoogte gehouden van de perikelen.

Je mag blij zijn dat Hollywood zich (vooralsnog) niet aan deze geschiedenis heeft vergrepen, want de nuances en tweeslachtigheid in Les chevaliers blancs laten zich beslist niet vangen in stereotypen en begeleiding door strijkorkestjes. Samen met enkele personages tast de kijker de grenzen van humaniteit en ethiek af. Hoe nobel is het om weeskinderen weg te halen uit een oorlogsgebied en een veilige, hopelijk betere toekomst te bieden? Hoe anders wordt het als mensen met een kinderwens hiervoor betalen? En wat als kinderen toch nog ouders blijken te hebben? Kon je het de kinderen zelf maar vragen.
 

30 juli 2016

 
MEER RECENSIES

Here After, The

***

recensie The Here After

Geen tweede kans

door Cor Oliemeulen

Iedereen verdient een tweede kans, maar de vraag is of die tweede kans moet worden benut in de omgeving waar de eerste kans is verprutst. Het Zweedse drama The Here After biedt stof tot discussie.

De Poolse cinematograaf Lukasz Zal viel enkele jaren geleden op met zijn sfeervolle zwart-witbeelden in het beklemmende drama Ida, het verhaal van een jonge non die in de jaren 60 een duister familiegeheim ontdekt. In The Here After vangt hij het weidse Zweedse landschap met ongebruikelijke 35mm widescreen lenzen in grauwe groenblauwe tinten. Debuterend speelfilmregisseur Magnus von Horn plaatst in dit decor een dorpsgemeenschap die moet zien om te gaan met de terugkomst van John, die twee jaar in een jeugdgevangenis heeft gezeten.

The Here After

Weerstand
Het duurt lang voordat we weten wat John op zijn kerfstok heeft, maar dat het heftig is blijkt al snel als hij met zijn vader en broertje boodschappen doet in een supermarkt waar hij wordt aangevallen door een meisje dat hem bijna wurgt. Ook de hernieuwde kennismaking op school roept veel weerstand op, variërend van protestacties tot en met provocaties. John realiseert zich dat hij zich niet tot een reactie moet laten verleiden, maar dat verandert nadat hij in elkaar is geslagen en geschopt.

In de eerste helft van het drama heb je als kijker hoofdzakelijk sympathie voor John, zie je dat zijn vader, een boer, gezien de omstandigheden zijn best doet en dat ook zijn broertje lijdt onder de terugkomst. Nadat duidelijk wordt welk misdrijf John heeft gepleegd en hij weinig berouw lijkt te tonen, kun je pas meer begrip voor zijn omgeving opbrengen. Maar ook dat begrip kent natuurlijk grenzen, want wraak heeft een averechts effect.

The Here After

Discussiestuk
Magnus von Horn, die ook het script schreef, lijkt langzaam aan te sturen op vergelding en leende het plotelement van de protagonist die gaat jagen misschien wel van het Deense meesterwerk Jagten, om met de combinatie van geweer en wraak extra spanning op te kunnen bouwen. Echter The Here After heeft een echt open einde, wat zowel het sterke als het zwakke punt van de film is. Sterk, omdat we geen voor de hand liggende climax krijgen voorgeschoteld en de kijker zelf mag invullen hoe de getergde John zal omgaan met de onhoudbare situatie. Zwak, omdat de maker kennelijk zelf niet tot een statement kon komen.

Juist omdat we blijven verstoken van een enkel detail of achtergrond van Johns daad en dus wat meer psychologische diepgang was gewenst (werd hij voordat hij zijn daad pleegde ook al geprovoceerd?; was het misschien zelfverdediging?) blijft van The Here After niet veel meer over dan een, weliswaar interessant, discussiestuk. Verdient iedereen, ongeacht zijn verleden, een tweede kans? En vooral: hoe wenselijk is het om een dader terug te laten keren in zijn oude omgeving?
 

25 juli 2016

 
MEER RECENSIES

Madeliefjes

*****

recensie Madeliefjes

Umwertung aller Werte

door Ralph Evers

Věra Chytilová’s Madeliefjes is één lange reeks provocaties naar de gevestigde orde van Tsjecho-Slowakije van de jaren 60. Haar film komt na vijftig jaar in een gerestaureerde versie in de bioscoop. Qua inventiviteit zal de film nog niets hebben ingeboet.

Madeliefjes kwam twee jaar voor de Praagse Lente uit. Er broeide onder de oppervlakte al van alles in Tsjecho-Slowakije. De Nová Vlna-beweging (die ook weleens de Tsjecho-Slowaakse new wave of nouvelle vague genoemd wordt) begon gestaag de ene na de andere provocatieve film uit te brengen. Doorgaans slim gecamoufleerd in subtiele beeldtaal en een omkering van de typisch communistische waarden. Samen met een grote groep regisseurs stond Chytilová aan de basis van deze beweging, die films produceerde waarvan de invloed ver reikt. Haar film Madeliefjes (Sedmikrásky) is één van de meest opvallende films uit dit genre.

Madeliefjes

Bekende thema’s in de films van de Nová Vlna-beweging zijn het existentialisme (de zoektocht naar de zin van het leven in een onttoverde, zinloze wereld), non-conformisme, surrealisme (dat op zichzelf ook weer tot thematiek en interpretaties leidt) en een aanklacht tegen het totalitaire regime. Tevens zijn de seksuele revolutie en het feminisme niet aan Oost-Europa voorbijgegaan en zochten daar hun eigen filmtaal, waarvan Madeliefjes een sprekend voorbeeld is.

Plots plot
Het plot laat zich niet zo gemakkelijk vertellen en bestaat vooral uit een surrealistische logica. Achter een deur kan een andere wereld schuilgaan, onthoofde hoofdrolspelers en de seksuele verlangens zien we terug in suggestieve augurken, bananen, sappig vlees en overdadige suikernijen.

Madeliefjes opent met beelden van een stoommachine, afgewisseld met beelden van bombardementen uit de Tweede Wereldoorlog. De madeliefjes zien dat de wereld slecht is en besluiten zich slecht te gedragen. In een volgend shot zien we ze in de Tuin van Eden. Wanneer Maria I één van de vele appels van de Boom van de kennis van Goed en Kwaad eet, vallen ze terug in hun appartement.

Er ontstaat een machinatie die niet meer is te stoppen. Een logica die door knallende jazztrompetten en het geflirt met popart dissoneert. De film werd zo schokkend ervaren door de autoriteiten dat Chytilová tot 1975 geen films meer in eigen land mocht maken. En inderdaad, in elk frame is een middelvinger naar het gezag te ontwaren. Een middelvinger die zich op velerlei verschillende manieren laat zien. Hetzij door de rol van de mannen, die vrijwel elke keer het zwakkere geslacht zijn, ten opzichte van de seksueel prikkelende madeliefjes: Maria I en Maria II.

Madeliefjes

Visuele krachtpatserij
Madeliefjes blinkt uit in visuele creativiteit. Het eerder genoemde popart kleurenpalet is daar één voorbeeld van. De robotische manier van spreken door de Maria’s aan het begin van de film, de bizarre cuts in de montage, de verrassende kleureffecten (zoals bij de treinreis, die doet denken aan de spacetrip van Kubricks 2001: A Space Odyssey, twee jaar later) of het uit een stomme film geplukte vaudeville in het variététheater dat doet denken aan Of Freaks and Men van Balabanov uit 1998. Ook niet te missen vallen de interessante stopmotion tussenbeelden (anders dan bij landgenoot Švankmajer) en het sensuele geflirt met vlinders, wat we vorig jaar ook zagen bij Peter Stricklands The Duke of Burgundy. Enkele andere montagetechnieken (zoals het verknippen van het beeld) geven blijk aan het surrealisme dat van oudsher in de Tsjechische geest rondwaart. Het geeft een vervreemdend, doch fascinerende bioscoop-ervaring.

Hoewel Madeliefjes voor menig kijker een vermoeiende zit kan zijn, zit er voldoende excentrieke mafheid en visuele kundigheid in om je te laten verbazen. Laat je meeslepen door de doldwaze avonturen van de beide Maria’s en laten we hopen dat volgend jaar opnieuw een meesterwerk uit de Nová Vlna in onze bioscopen gaat draaien (vorig jaar was dat Marketa Lazarová). Onze voorkeur: Spalovac Mrtvol van Juraj Herz.
 

23 juli 2016

 
MEER RECENSIES

Star Trek Beyond

****

recensie Star Trek Beyond

Sterrenepos schittert voort

door Wim Meijer

Star Trek heeft een van de meest succesvolle reboots van de afgelopen tien jaar ondergaan. Beyond gaat nergens verder dan zijn twee voorgangers, maar doet er ook niet voor onder. En dat is best een compliment.

Traditiegetrouw begint de film met captain Kirk (Chris Pine) in een onnozele, komische situatie. Dit keer probeert hij onder het mom van vredesoverleg een antiek wapen te slijten aan een alienras dat doet denken aan een kleine, flink gemuteerde gorilla gekruist met een agressieve octopusvariant. Het tamelijk ongepaste geschenk valt echter niet de smaak, met de welbekende beam-me-up-Scotty-scène als gevolg. Wat de alienminiatuuroctopusgorilla’s echter niet interesseert, blijkt van grote waarde voor de kwaadaardige Krall (Idris Elba), een alien die zich schuilhoudt op een planeet achter een enorme mistwolk: de nebula. Hij weet wel raad met antiek wapentuig.

Star Trek Beyond

Kirk en zijn crew maken hardhandig kennis met Krall in de nebula, nadat een gecrasht ruimteschip een noodsignaal zendt en de Enterprise daarop reageert. Die ontmoeting gaat gepaard met het nodige geweld, ruimtepuin dat in IMAX 3D om de oren vliegt en gelikte actie. Langzaam maar zeker ontdekt de bemanning van de Enterprise de relevantie van het antieke wapen, waarna de principes van de Starfleet het kwaad moeten beteugelen. Samenwerken, wederzijds respect, het verkennen van het universum – allemaal komt het terug en dient het als fundering voor een nieuw avontuur.

Geniaal duo
De charismatische Kirk vormt nog altijd een geniaal duo met Spock (Zachary Quinto), wiens berekende insteek mooi contrasteert met Kirks impulsiviteit. De kapitein die nog altijd terugdenkt aan zijn vader, is wel minder roekeloos geworden en stelt het belang van zijn bemanning voor het eigenbelang, hetgeen in de voorgaande films nog wel eens anders was. Mooi om te zien.

Wat betreft de rest van de crew: Bones (Karl Urban) is vooral verongelijkt wanneer Kirk hem op de zoveelste levensgevaarlijke missie stuurt, hetgeen vermakelijk is. Verder is er Scotty (Simon Pegg) die ditmaal hulp krijgt uit onverwachte hoek, stuurman Soho (John Cho), luitenant Uhura (Zoe Saldana) en Chekov, het Russische bemanningslid met sterk overdreven accent, gespeeld door wijlen Anton Yelchin. De beste man raakte beklemt tussen zijn brievenbus en auto, nadat hij vergeten was de laatste op zijn oprit op de handrem te zetten. De film is opgedragen aan Yelchin.

Star Trek Beyond

Darth Vader-hijgje
Regisseur J.J. Abrams blies in 2009 het sterrenepos nieuw leven in met Star Trek, leverde in 2013 een prima vervolg af (Star Trek Into Darkness) en droeg het regiestokje over aan Justin Lin, bekend van de Fast and the Furious-franchise. Gezien de formule van beide films – onderhoudend plot, aimabele cast, humor en strakke visuals – is die keuze niet onlogisch. Lin brengt het er dan ook goed vanaf, geholpen door een fijn script van Simon Pegg en Doug Young.

Star Trek Beyond kan rekenen op een solide basis vanuit vorige films – met name dankzij de onderlinge verhoudingen binnen de crew die zorgen voor zowel komische als ontroerende scènes. Scènes die niet gaan vervelen, omdat er goed acteerwerk aan ten grondslag ligt. Minder fraai is de schurk Krall (die soms zelfs een Darth Vader-hijgje tentoonstelt), een alien die nauwelijks tot de verbeelding spreekt en matig is uitgewerkt, in tegenstelling tot zijn voorganger Khan. Wanneer Rage Against The Machine, afgedaan als ‘klassieke muziek’, als wapen fungeert krijgt ‘beyond’ een andere betekenis. Die scène gaat toch iets té ver, maar Star Trek Beyond brengt vooral veel van wat we al kenden van de films van J. J. Abrams. En daar is helemaal niets mis mee.
 

19 juli 2016

 
MEER RECENSIES