Nocturama

**

recensie Nocturama

Leeg radicalisme

door Suzan Groothuis

Een groep jongeren uit alle lagen van de Franse bevolking plant een reeks bomaanslagen in Parijs. Om daarna weer samen te komen in een luxe warenhuis en zich over te geven aan consumptie, verveling en uiteindelijk angst. De film opent sterk, maar verzandt in een soort terroristische The Bling Ring.

Nocturama, van de hand van de Franse regisseur Bertrand Bonello (hij maakte eerder Saint Laurent, over het leven van Yves Saint Laurent in zijn hoogtijdagen) opent met een helikoptershot over Parijs. Om zich vervolgens in de donkere metro te begeven, waar we – in guerrilla-stijl geschoten – verschillende jongeren volgen met eindbestemming Esplanade de La Défense, de belangrijkste zakenwijk in Parijs. Wat de jongeren gemeen hebben met elkaar is nog onduidelijk, maar een dreigende spanning is voelbaar. Schichtig kijken ze om zich heen, terwijl de klok tikt en haast geboden is.

Nocturama

Parijs in vlammen
Uit alle lagen van de Franse bevolking komen ze, de jongeren waar het in Nocturama om draait. Van straatschoffies tot veelbelovend jong talent in pak. En allemaal hebben ze een doel: de één boekt een hotelkamer, de ander plaatst bommen in auto’s en een jonge student met een ambitieuze carrière in het vooruitzicht brengt een bezoekje aan het ministerie van Binnenlandse Zaken. Ze werken samen om de boel eens flink op te schudden. Parijs zal branden. En hoe.

Na alle zorgvuldig beraamde voorbereidingen verschuilen de jongeren zich in een luxe warenhuis. En die samenkomst, in die consumptierijke omgeving, is waar de film zijn afdaling tegemoet gaat.

Zonde, want het eerste uur is heerlijk om naar te kijken. Al vanaf het begin voel je een gejaagde, unheimische spanning. Af en toe schiet de tijd in beeld. Een indicatie dat er iets komen gaat, alleen weet je nog niet wat. En wanneer duidelijk is dat het gaat om een terroristische actie, is het nog de vraag wie er wel en niet betrokken zijn. “We gaan op in de massa” zegt één van hen. En dan blijkt het netwerk van jonge terroristen groter dan gedacht: van straatschorem tot beveiliger.

Lege provocatie
Nadat de bommen ontstoken zijn en Parijs in rep en roer is, focust de filmmaker zich op hun verschuiling in een modern warenhuis, waar dure merken schreeuwen. En hier ontaardt de film in een soort The Bling Ring: het comfort van luxe en de jacht op consumptie. In plaats van motieven van de daders uit te diepen, of in te gaan op hun achtergronden, zien we hoe de jongeren toegeven aan verveling en roekeloosheid. Van het checken van posts op Facebook tot het passen van dure kleding en het spelen van de nieuwste games. Zelfs een uitbundige vertolking in drag van Shirley Bassey’s ‘My Way’ komt voorbij.

Natuurlijk kan je het warenhuis zien als aanklacht tegen de consumptiemaatschappij; de jonge terroristen hebben het niet voor niets als schuilplaats gekozen. Maar alles gaat met zo’n overdaad, dat je als kijker alleen nog maar leegte en afstand voelt. Zijdelings komen onderwerpen als opoffering en het Paradijs voorbij. Meer aandacht is er voor het leegplunderen van de delicatessenafdeling, het vinden van het juiste setje kleding (“Wil je een trouwjurk? Neem maar”) en het keihard draaien van muziek uit de nieuwste Bose-speakers. Op Blondies ‘Call Me’ gaan de voetjes van de vloer, terwijl de gendarmerie zich klaarmaakt om het pand te bestormen.

Uiteindelijk wint de angst voor wat komen gaat – gepakt worden, of de dood – het van verveling en impulsen. Voor de kijker maakt dat al niet meer uit. Binding met de jonge hoofdrolspelers is er niet. Leegheid des te meer. Bonello mag dan inspelen op de actualiteit, zijn bomaanslagen voelen aan als een hol protest. Een provocatie waarvan je als kijker na afloop alleen maar kan denken: c’est fini.
 

17 juli 2017

 
MEER RECENSIES

Certain Women

****

recensie Certain Women

Verborgen verlangens in het hoge koude noorden

door Suzan Groothuis

Certain Women beslaat drie verhaallijnen: allen over vrouwen die zich geconfronteerd zien in de sleur van hun dagelijks bestaan. Met haar kille, registrerende stijl weet Kelly Reichardt toch te betoveren.

Certain Women is een film die uit drie verhalen bestaat, waarin de vrouwelijke personages elkaar subtiel passeren zonder dat ze in relatie staan tot elkaar.  Maar er zijn wel overeenkomstige thema’s, zoals eenzaamheid en stille verlangens.

Recensie: Certain Women

Drie verhalen in hoog, koud Montana
In het eerste verhaal zien we advocate Laura (Laura Dern) die verwikkeld is in een lastige casus. Ze kan haar cliënt Fuller (Jared Harris) maar niet duidelijk maken dat zijn zaak geen kans maakt. De man ziet zich uiteindelijk genoodzaakt tot een wanhoopsdaad. Dat een groot deel van haar werk Laura’s leven beslaat is duidelijk; haar privé laat ons slechts een nacht met haar minnaar zien, waarna ze gehaast naar haar werk schiet, haar kleding rommelig fatsoenerend. Niet haar persoonlijke relatie, maar de verhouding tussen Laura en Fuller staat centraal, waarbij valse verwachtingen, miscommunicatie en stekende onduidelijkheid een rol spelen. Hoezeer de behoefte ligt in oprecht menselijk contact, blijkt in de laatste scène.

Dan is er het verhaal van Gina (Michelle Williams) die haar zinnen heeft gezet op de bouw van haar droomhuis. Ze probeert een verre buurman zo ver te krijgen om haar bouwmateriaal te geven. Dwangmatig bijt ze zich vast in haar droom, terwijl de afstand tussen haar en haar gezin groeit.

Het laatste segment is gelijk het beste: de introverte, eenvoudige Jamie werkt op een paardenranch en om haar dagelijkse sleur te doorbreken schuift ze aan bij lessen over schoolrecht. Docente Beth (Kristen Stewart) moet er vier uur voor heen- en terugrijden. Het samenzijn met Beth na de les bij de plaatselijke diner wakkert gevoelens aan bij Jamie. Isolatie, eenzaamheid en verlangens gaan vergezeld van verstilde, soms haast poëtische shots.

Recensie: Certain Women

Vergeten plekken, verborgen verlangens
De drie delen, waarbij Reichardt zich dit keer liet inspireren door de korte verhalenbundel Both ways is the way I want it van Maile Meloy, spelen zich af in het hoge en koude Montana. Reichardts films zijn gesitueerd in vergeten plekken in de VS: kleine steden en dorpjes, verborgen in immense staten als Oregon en Montana.

Ook toont zij op droge en pure wijze de economische crisis in Amerika: zoals de jonge Wendy (eveneens een rol van Michelle Williams) in Wendy and Lucy, die door pech en verkeerde keuzes in een financiële crisis verzeild raakt. Certain Women toont, met name in het laatste segment, ook vrouwen die buiten de Amerikaanse Droom vallen. Beth mompelt dat schoenenverkoopster voor een meisje van haar afkomst het hoogst denkbare beroep is. En Jamie heeft haar vaste routines van het verzorgen van haar paarden. Hoe groot haar eenzaamheid en hoe leeg haar bestaan is, blijkt uit haar antwoord op Beths vraag of niemand anders de lessen schoolrecht kan geven. “I don’t know anyone at all”.

Vooral het laatste deel maakt van Certain Women een bescheiden pareltje: ondanks het fragmentarische en observerende karakter laat Reichardt (bekend van Night Moves, Meek’s Cutoff en het eerder genoemde Wendy and Lucy) zien oog te hebben voor diepere gevoelens en verlangens. Eenzaamheid, wilskracht en tragiek worden tastbaar en gaan samen met de verstilde beelden van het koude, bergachtige landschap. Het is een film die na het zien ervan nog in beelden in je hoofd blijft zitten: zoals het prachtige shot van Jamie die Beth op haar paard naar de diner rijdt, en het gezicht van Laura weerspiegeld in de spiegel van haar slaapkamer, als een schilderij.
 

5 juli 2017

 
MEER RECENSIES

Goodfellas

Goodfellas: Goeie gasten

door Suzan Groothuis

Wat me van Scorseses beste en populairste gangsterfilm is bijgebleven is dat kleine opgewonden standje, al vloekend en tierend, om niets zijn pistool heffend en schietend of het een lust is. Ik heb het natuurlijk over Joe Pesci in de rol van Tommy, “the funny guy”, maar zo kan je ‘m beter niet noemen.

“No no, I don’t know, you said it. How do I know? You said I’m funny. How the fuck am I funny, what the fuck is so funny about me? Tell me, tell me what’s funny!”
Overigens was Goodfellas niet Pesci’s eerste rol in een Scorsese-film, want tien jaar eerder, in 1980, sierde hij samen met Robert de Niro het witte doek in Raging Bull.

Martin Scorsese-maand: Goodfellas - Goeie gasten

Terug naar Goodfellas. Scorsese heeft aardig wat gangsterfilms in zijn oeuvre, zoals Mean Streets uit 1973 en Casino uit 1995. Maar geen is zo goed als Goodfellas. Het was de zoveelste samenwerking met acteur en goede vriend Robert De Niro, maar ook die typische koppen in gangster- en misdaadfilms komen voorbij: Paul Sorvino, Mike Starr, Frank Sivero en Frank Vincent als de gedoemde “Go home and get your shine box…” Billy Batts. De film is gebaseerd op het boek ‘Wiseguy’ van Nicholas Pileggi, een journalist gespecialiseerd in misdaadverslaggeving. Diezelfde Pileggi was ook verantwoordelijk voor het script van Casino.

Goodfellas, uit 1990, viel goed in de prijzen. Drie Oscars, waarvan één, terecht, voor Joe Pesci. Heeft ‘ie niet voor niets zo’n indruk achtergelaten. En nu, ter ere van de Scorsese-expositie in Eye (en onze maandspecial op InDeBioscoop), nemen we de film opnieuw onder de loep.

Altijd al een gangster willen zijn
Martin Scorsese-maand: Goodfellas - Goeie gasten
De openingscredits schieten zoevend voorbij. Als auto’s op de snelweg. De Niro. Liotta. Pesci. En dan de eerste beelden: een auto op weg in het nachtelijk donker, drie mannen erin, en gebonk vanuit de achterbak. Prompt wordt de auto aan de kant van de weg gezet, de klep geopend en het nog levende slachtoffer (was niet helemaal de bedoeling) aanschouwd. Joe Pesci zet zonder pardon het mes erin, De Niro maakt het af met pistoolschoten. Liotta kijkt de camera in en zegt: “As far back as I can remember, I’ve always wanted to be a gangster.” Welkom in Goodfellas, de wereld van de wiseguys.

En dan gaan we terug in de tijd. De tijd dat Henri Hill (Ray Liotta) nog een puber was en bij de grote jongens wilde horen. Geleidelijk aan werkt hij zich op, beginnend bij een taxistandplaats en eindigend als, jawel, gangster onder leiding van buurtbaas Paulie (Paul Sorvino). Als tiener verdient hij al meer dan zijn ouders, die zich voor weinig centen uit de naad werken. Maar niet Henri: met zijn semi-Italiaanse afkomst krijgt hij een plek in het Italiaans-Amerikaanse misdaadsyndicaat. Zijn gangstermaatjes zijn de opvliegende, onvoorspelbare Tommy (Joe Pesci) en de gewiekste Jimmy Conway (Robert De Niro). Maar er zijn regels: “never rat on your friends and always keep your mouth shut”.

We kijken mee vanuit Henri’s perspectief. We zien hem ouder worden, trouwen, kinderen krijgen. En hoewel het Henri niet slecht afgaat (het geld stroomt binnen) zien we hem ook meer risico’s nemen. Leuk detail is dat zijn vrouw Karen (Lorraine Bracco) later te zien is in de rol van psychiater Jennifer Melfi in gangsterhitserie The Sopranos.

Rauw, verhit en markant
Goodfellas zit vol rauw geweld, gevatte en verhitte dialogen en een snel tempo. Af en toe bevriest het beeld en spreekt Henri de kijker toe. Een briljante scène is die waarin Henri, Tommy en Jimmy net een afrekening achter de rug hebben en bij Tommy’s moeder langs gaan. Het bebloede mes nog in Tommy’s hand, staat de moeder er op dat de drie aanschuiven aan tafel om te genieten van een heerlijke Siciliaanse maaltijd. Ondertussen babbelt ze er op los. Zij blijkt niemand minder dan Scorseses eigen moeder.

Martin Scorsese-maand: Goodfellas - Goeie gasten

De film is rijk aan markante personages, die in een eveneens memorabele scène geïntroduceerd worden. Jimmy Two Times bijvoorbeeld, de man die alles twee keer zegt (“I’m gonna go get the papers, get the papers”). Of het korte rolletje van Samuel L. Jackson als Stacks, die een grote deal verpest en daarom een onverwacht bezoekje krijgt van Tommy. En dan is er nog de altijd om geld zeurende Morrie.

Goodfellas toont de verleidelijke en minder rooskleurige kanten van het gangsterleven. Het grote geld, dure auto’s, mooie vrouwen en de beste wijnen en prosciutto tegenover corruptie, dagelijks geweld, drugs en leven in angst. Eten heeft een prominente plek in Scorseses film, zoals de royale maaltijd die Henri maakt voor zijn broer. Niet in de minste omstandigheden, want hij wordt geschaduwd door helikopters. En dan is er nog de scène die bewijst dat je ook in de gevangenis lekkere pastasaus kan eten, met zeer dun gesneden (lang leve het scheermesje!) plakjes knoflook.

Dankzij de Martin Scorsese-expositie is er nu opnieuw de kans om Henri’s wel en wee in Goodfellas in 4K in Eye te zien. Ofwel in de woorden van Jimmy Conway: ”It’s gonna be a good summer.”
 

1 juli 2017

 
MEER MARTIN SCORSESE

Imagine 2017 – deel 4

Imagine Filmfestival 2017 deel 4 (slot)
Publieksfavoriet en actie uit Oeganda

door Suzan Groothuis

In dit laatste deel van Imagine aandacht voor publieksfavoriet Get Out, het bloedspannende debuut van komiek Jordan Peele. Van het ongemak van Get Out gaan we vervolgens naar Bad Black, Oegandese actie, waarin de makers zichzelf niet al te serieus nemen.  

 

Get Out

Get Out: Unheimisch familiebezoek met sluimerend racisme
Jordan Peeles Get Out staat met stipt op nummer 1 in de Imagine publiekspoll. Daarmee laat het The Girl with All the Gifts en de ode aan Hitchcocks Psycho in 78/52 ver achter zich. Een terechte publiekswinnaar, want Get Out grijpt je van begin af aan bij de strot, om niet meer los te laten.

Rose wil haar ouders kennis laten kennismaken met haar nieuwe vriend Chris. Ze hebben er speciaal een weekend voor uitgetrokken. Chris maakt zich alleen een beetje zorgen. Want weten haar welgestelde, blanke ouders wel dat ze een zwarte vriend heeft? Rose stelt hem gerust: geen zorgen, want haar vader heeft Obama gestemd.

De heenreis zou je een voorbode kunnen noemen van op je hoede zijn en plots gevaar: uit het niets ramt Rose’s auto een overspringend hert. De politie komt erbij en wil Chris zijn rijbewijs zien, terwijl Rose gereden heeft. Sluimerend racisme steekt de kop op, een thema waarmee regisseur Jordan Peele de gehele film mee speelt.

Eenmaal aangekomen in het huis voel je als kijker direct het ongemak. Rose haar ouders zijn net iets te amicaal. Moeder Missy (Catherine Keener) is psychiater en vriendelijk, maar bekijkt Chris met lange, onderzoekende blikken. Vader neemt hem gelijk mee voor een rondleiding door het huis. Trofeeën uit diverse landen die hij bezocht heeft, sieren de kasten en muren. En dan is er nog het zwarte personeel, dat zich uiterst vreemd tegenover Chris gedraagt. Wanneer hij en Rose te horen krijgen dat er een feest is en er allemaal gasten komen, stapelen bizarre, onvoorziene gebeurtenissen zich in rap tempo op.

Get Out is een film die zich niet makkelijk laat vangen. Peele, komiek van beroep, zet een unheimische, ongemakkelijke sfeer neer waarbij je constant op je hoede bent. Spanning, ongemak en scherpe humor gaan samen in deze mysterieuze horror. Er zijn overlappingen met het bizarre Society (1989), waarin een welgesteld gezin een ogenschijnlijk perfect leventje leidt. Maar onder de oppervlakte broeit er van alles. Ook is er een link met Seconds (1966), waarin het draait om identiteit en een hoge prijs betalen voor het leven dat je wil leiden.

Met Daniel Kaluuya als Chris heeft Peele een troef in handen. De acteur, eerder te zien in de serie Black Mirror en Sicario, weet een perfecte mengeling van beleefdheid en ongemak neer te zetten. En vriendinnetje Rose (Allison Williams, beter bekend als Marnie uit hitserie Girls) overtuigt ook als de schijnbaar ideale vriendin. Middels een knap scenario, met een aantal onvoorziene twists, toont Peele wat er onder de oppervlakte broeit. En die waarheid is niet fraai.

 

Bad Black

Bad Black: Oegandese actie in de sloppen
Van het ongemakkelijke Get Out gaan we naar Bad Black, dat van een heel andere orde is. Filmtijdschrift Schokkend Nieuws presenteert de film middels een uitgebreide Q&A met een van de acteurs, Alan Hofmanis. Hofmanis vertelt enthousiast over wat hem en regisseur Nabwana IGG inspireerde tot het maken van films. Want film is hot in Oeganda: het zogeheten Wakaliwood, een team van acteurs en filmmakers, produceert films en haalt zijn inspiratie uit actiefilms uit Hollywood. Denk dan aan de eighties met grote namen als Stallone en Schwarzenegger. Hofmanis produceerde, naast zijn rol als vechtende dokter in Bad Black, Wakaliwood: The Documentary, dat een inkijkje geeft in de carrière van Nabwana IGG en Ramon Film Productions, de studio die achter actiesensatie Who Killed Captain Alex zit. En als je een goed idee hebt, gewoon even bellen met Ramon Film Productions, het telefoonnummer staat vermeld bij de trailer.

Over naar Bad Black, ofwel over the top en low-budget Oegandese actie, voorzien van een commentaarstem. Iedere scène is voorzien van audiocommentaar, zoals je op dvd’tjes bij de making-of ook wel acteurs of de regisseur over een filmfragment hoort praten. Maar dit is anders, want het commentaar bij Bad Black is allesbehalve serieus. Terwijl bendeleden zich schietend een weg banen door sloppen en open riolen, maakt de commentaarstem middels lollige one-liners het plaatje compleet.

Bad Black moet je niet zien als het je gaat om de nieuwste special effects, flitsend camerawerk en topacteurs. Het verhaal? Bijzaak. Acteurs? Vrienden, familie en kennissen van de regisseur. Special effects? Zelfgemaakte props, zoals het handgemaakte geweer dat het publiek rond gaat en waarover Alan Hofmanis grappend zegt dat het verbazingwekkend genoeg langs de douane is gekomen. Wat dan wel? Energie, humor en het actiegenre lekker op de hak nemen. Zoals een scène waarin de beruchte Bad Black haar trauma uit de doeken wil doen. De beelden spoelen op vooruit, de commentaarstem roept iets in de trant van “Boring!”. Bad Black is een filmervaring op zich en het publiek smulde ervan, want de film eindigde op een eervolle vierde plek in de Silver Scream Award publieksprijs.

 

25 april 2017

DEEL 1
DEEL 2
DEEL 3

MEER FILMFESTIVAL

Raw

****

recensie Raw

De weg van het vlees

door Suzan Groothuis

Voor de jonge Justine verandert alles als zij start met haar opleiding diergeneeskunde. Na het eten van konijnenniertjes krijgt ze immense trek in vlees. Wel een beetje vreemd als je al jaren overtuigd vegetariër bent. Een film over identiteit, lichamelijke transformaties en jawel… kannibalisme.

Julia Ducournau’s Raw (ze regisseerde de film en schreef het script) opent unheimisch met een ogenschijnlijk jonge vrouw die langs de weg loopt, gefilmd vanuit de verte. Een auto nadert. De vrouw werpt zich ervoor, om vervolgens weer op te staan en met vastberaden tred naar de gecrashte auto te lopen. Het hoe, wat en waarom zien we later. Want na deze mysterieuze opening verschijnt de filmtitel Raw (Grave) in grote letters in beeld en maken we kennis met de jonge Justine, die door haar ouders naar de studentencampus wordt gebracht.

Raw

In de cafetaria, waar ze nog even een maaltijd nuttigen met elkaar, constateert Justine dat er een stuk vlees in haar maaltijd zit. Drama alom. “Je hebt er toch niet van gegeten?”, vraagt haar moeder dwingend, waarop het meisje heftig nee schudt. Justine is namelijk al jaren overtuigd vegetariër. Weet zij veel, dat er op de campus nog grotere uitdagingen te wachten staan.

Ontgroening met konijnenniertjes
Justine, in alle opzichten de belichaming van puurheid en onschuld, is op de faculteit diergeneeskunde namelijk overgeleverd aan de grillen van de ouderejaarsstudenten. Haar staat een ontgroening te wachten, waaronder het eten van konijnenniertjes. Haar zus Alexia, een jaar ouder, dwingt haar het niertje te eten. Vegetariër of niet, het hoort erbij. Vol weerzin kauwt Justine het niertje weg, waarna de ware helletocht begint.

Vanaf dan verandert Raw in een uiterst vleselijke film, met referenties naar films van David Cronenberg en Marina de Vans intense In My Skin (2002). De camera registreert op beheerste, kille wijze hoe Justine geleidelijk aan transformeert in een kannibaal. Tegelijkertijd is er ook aandacht voor haar ontluikende seksualiteit. De zware ontgroening, waarbij de feuten in de nacht van hun bed worden gelicht en als laatste mogen gaan slapen, draagt ook bij aan de uitputting en desoriëntatie.

Frontale kijk op het vleselijke
Raw verlangt een sterke maag van de kijker. De focus op vleselijkheid is realistisch en frontaal in beeld gebracht. Cronenberg vormt hiertoe een duidelijke inspiratie, alsmede het feit dat Ducournau’s ouders beiden arts zijn met een afstandelijke, klinische kijk op het leven en de dood. Zonder de camera af te wenden zien we hoe Justine’s onbedwingbare behoefte aan vlees haar lichaam overneemt: immense jeuk laat branderige, opengekrabde plekken achter en een afgeknipte vinger wordt tot het botje afgekloven.

Raw

Raw is een grensverleggende film, waarin thema’s als kannibalisme en de grenzen tussen menselijk en dierlijk gedrag worden geëtaleerd. Zo is er een discussie tussen Justine en medestudenten over apen die verkracht worden. Een aap die verkracht is lijdt net zoveel als een vrouw die verkracht is, luidt Justine’s stelling. Een uitspraak die verbazing en afschuw oproept.

Band van het gezamenlijk bloed
Ducournau durft de grenzen op te zoeken, maar doet dat middels een kalme, ijzige registratie. Seksualiteit, identiteit en beestachtigheid vloeien in elkaar over, met de grauwe, onheilspellende studentencampus als middelpunt. De beestachtigheid van de ontgroening gaat hand in hand met de dierlijke impulsen van Justine en haar zus.

Uiteindelijk staat ook de band van gezamenlijk bloed centraal, net als in het beklemmende We Are What We Are (2013). In die film dwingt een vader zijn twee dochters mee te doen aan een traditie van familierituelen. Ook in Raw moeten de twee zussen, met overtuigende rollen van Garance Marillier als Justine (vernoemd naar de deugdzame Justine in Marquis de Sade) en Ella Rumpf als Alexia, hun weg zien te vinden in die onoverkomelijke, volwassen wereld.
 

23 april 2017

 
MEER RECENSIES

Imagine 2017 – Deel 2

Imagine Filmfestival 2017 deel 2
Ranzige moordenaar en klassieke douchescène

door Suzan Groothuis

In dit tweede deel van Imagine aandacht voor alle vormen van vet (frituur, olie, boter) in het absurdistische en wanstaltige The Greasy Strangler, een date die uitmondt in gevangenschap in Berlijn in Berlin Syndrome, misvorming en liefde in het Spaanse Skins en de ontleding van de douchescène in Hitchcocks Psycho in de documentaire 78/52.

 

The Greasy Strangler

The Greasy Strangler: moordenaar met sporen van vet
Wat moet je je nou voorstellen bij een greasy strangler? Een meedogenloze moordenaar gehuld in vet? In deze absurdistische, ranzige film van regisseur Jim Hosking laat het antwoord nog even op zich wachten, want eerst maken we kennis met vader Ronnie en zoon Brayden. De twee wonen samen en organiseren disco-stadswandelingen. Gehuld in een roze outfit etaleert Ronnie zijn disco-kennis: “Well who likes the Bee Gees? Well this is where they came up with that fabulous spunky song, Night Fever.”

Tijdens een van hun wandelingen ontmoeten ze de welgevormde Janet, die valt voor de stille Brayden. Dit tot groot ongenoegen van Ronnie, die besluit de strijd aan te gaan en het hart van Janet te winnen.

Tot zover het verhaal. Want dan is er nog die greasy strangler, een mysterieuze vreemdeling die in de nacht mensen wurgt en sporen van vet achterlaat. Brayden verdenkt al snel zijn vader, die een obsessie heeft voor vet eten. Alles wat hij naar binnen werkt wordt eerst voorzien van een flinke laag frituurvet of olie. Bon appétit! Terwijl de greasy strangler steeds meer dodelijke sporen achterlaat, is Brayden vastberaden zijn vader, de vermoedelijke dader, te ontmantelen.

The Greasy Strangler is een mix van horror, komedie en absurdisme. En vooral: veel ranzigheid. De kijker kan zich vergapen aan oogballen gedoopt in frituurvet, een seksscène waar de olijfolie rijkelijk vloeit en de grote leuter van Big Ronnie. En natuurlijk mogen foute oneliners als “Bullshit artist!” en “Hootie Tootie Disco Cutie!” niet ontbreken. The Greasy Strangler is zo’n film die je omarmt of verguist, maar in ieder geval niet snel vergeet. Na het zien ervan ben je op z’n minst verwonderd over wat je net gezien hebt. Voor wie van bizar, flauw en ranzig houdt, een must see.

 

Berlin Syndrome

Berlin Syndrome: obsessieve relatie in Berlijn
Van vet, ranzigheid en absurdisme naar een obsessieve relatie in Berlijn. De Australische fotojournaliste Claire komt tijdens haar Europa-trip de charmante Andi tegen. Na een nacht met hem te hebben doorgebracht in zijn hippe, afgelegen appartement is er echter een probleem: ze mag er niet meer uit!

Vanaf dan ontwikkelt zich een kat- en muisspel tussen de twee: zij, opgesloten, wil ontsnappen, hij, geobsedeerd door haar, doet er alles aan om haar vast te houden.

De film is grotendeels gefilmd in Andi’s appartement, dat hermetisch afgesloten lijkt te zijn van de buitenwereld. De ramen kunnen niet open en ook niet kapot, wanneer Claire een poging doet ze met een stoel te breken. De deur is met een stalen balk gebarricadeerd. Claire ziet zich dus genoodzaakt een beroep te doen op haar creativiteit en innerlijke kracht.

Berlin Syndrome van de Australische regisseur Cate Shortland (Somersault, Lore) lijkt qua thematiek op films als Room en Single White Female. Room vanwege de opsluiting en wat dat doet met een mens; Single White Female vanwege de obsessieve relatie die zich snel en met grote gevolgen ontwikkelt.

Shortlands film is inhoudelijk dan ook niet verrassend, met een redelijk voorspelbare verhaallijn. Waarin de film wel overtuigt, is het spel van Teresa Palmer (eerder te zien in horror Lights Out, en check eens de gelijkenis met Kristen Stewart!) en Max Riemelt. De sensualiteit van de eerste ontmoeting vormt een groot contrast met de onderhuidse spanning en dreiging die later op de voorgrond staan. Dit alles tegen de achtergrond van een afgelegen plek in hip Berlijn, waar het appartement steeds meer verwordt tot een eenzame, dodelijke leegte.

 

Skins

Skins: spel van aantrekken en afstoten
Het Spaanse Skins zou je kunnen zien als een moderne versie van Tod Brownings Freaks. In deze mozaïekfilm komen verschillende verhaallijnen, waarin mismaakte mensen centraal staan, samen. Zoals Samantha, die gezegend is met een omgekeerd digestief systeem, wat inhoudt dat haar anus op de plek van haar mond zit en andersom. Of de jonge Laura, die diamanten als ogen heeft. En Cristian, wiens benen hem in de weg zitten. Hij is pas gelukkig met een meerminnenstaart. Allen hebben een afwijking, maar willen graag een plek en liefde in de wereld.

Regisseur Eduardo Casanova legt de verschillende verhaallijnen met gevoel en oog voor detail vast. Pasteltinten zijn alom aanwezig, zoals de eenhoorntrui van Samantha, de roze, fonkelende diamanten van Laura en de paarse meerminnenstaart van Cristian. Veel oog voor het visuele dus, waarin de regisseur speelt met het spel van aantrekken en afstoten. Zijn boodschap is uiteindelijk dat we allemaal mensen zijn en dat schoonheid van binnen zit. En het zal je niet verbazen dat de normale mensen eigenlijk vreemder of eerder een outsider zijn dan de getoonde “freaks”. Want wat dacht je van Samantha die met haar uiterlijk walging, maar ook aantrekkingskracht oproept? Of de mooie, maar intens eenzame link naar de meerminnenfascinatie van Cristian? Opmerkelijk debuut.

 

78/52

78/52: Hitchcocks douchescène ontleed
Ofwel: de ontleding van de wereldberoemde douchescène van Alfred Hitchcocks Psycho! In deze documentaire van Alexandre O. Philippe, wiens The People vs. George Lucas eerder te zien was op Imagine, leer je alles over dit iconische filmfragment. De 78 staat voor de camera-instellingen, de 52 voor de cuts.

De film opent met de bekende zwart-wit beelden van een auto op de weg, het zicht steeds meer vertroebeld door een heftige regenbui. De bestuurster ziet zich genoodzaakt te stoppen. Het Bates Motel, met flinkerende letters, nodigt uit tot een tussenstop. Het begin van het einde voor de mooie Marion Crane, een onvergetelijke rol van Janet Leigh.

Via interviews met onder meer Janet Leighs body double Marli Renfro, Guillermo del Toro en Danny Elfman (soundtrackcomponist), leren we hoe Hitchcock tot die iconische douchescène kwam. De aankondiging van Psycho was alleen al een hele belevenis: een voorbode van iets unieks dat de kijker ging aanschouwen. Want niet alleen kreeg je Janet Leigh (ofwel Marli Renfro) naakt te zien, met de hoofdpersoon wordt ook nog eens in korte tijd bruut afgerekend. Hitchcock bleek bovendien een meester in subliminale boodschappen. Zoals een scène waarin Norman Bates Marion haar kamer laat zien, maar hij het woord “bathroom” niet kan uitspreken.

Beeld voor beeld wordt de douchescène geanalyseerd, waarbij de kijker alles te weten komt over de totstandkoming van de shots, de keuze voor de soundtrack én het schilderij dat Norman Bates weghaalt om Marion via een gat in de muur te bespieden.

78/52 is een leerzame, grappige en rijk gedocumenteerde hommage aan Hitchcocks laatste echte meesterwerk. Niet te missen en voer voor zowel de mensen die de film wel als niet gezien hebben.

 

20 april 2017

DEEL 1
DEEL 3
DEEL 4

MEER FILMFESTIVAL

Imagine 2017 – Preview

Imagine: hét festival van de fantastische film

door Suzan Groothuis

Het is bijna zover: woensdag 12 april begint het Imagine Film Festival in Eye aan het Amsterdamse IJ. Wat te verwachten? Prikkelende, bloedstollende, gewelddadige, bizarre en fantasierijke films natuurlijk, want Imagine is hét festival van de fantastische film. InDeBioscoop is er weer bij en maakt vast een selectie. Welke films moet je zeker gaan zien?

Een grote verandering is het definitief verdwijnen van Night of Terror. Imagine, ooit ontstaan uit deze jaarlijkse horrornacht, vond niet langer een locatie die het evenement, berucht vanwege het schreeuwen van ‘homo’, ‘hoer’ en racistische uitingen, wilde hosten. Nu is er Fright Night, eveneens een nacht met vier horrorfilms, een heuse Scream Queen Contest en een filmquiz. Schreeuwen kan nog steeds, maar zonder scheldkanonnen en racistische uitingen.

Fascinatie voor vlees
Het Franse Raw had al een vertoning op het IFFR en Imagine doet het dunnetjes over. Horrorkannibalisme onder diergeneeskundestudenten. Grimmig en kaal in beeld gebracht, waarbij het eten van rauwe konijnenniertjes nog het minst schokkend is. Raw is zo’n film met een sterke maag als vereiste. Veelbelovend debuut, dat doet denken aan Marina de Van’s In My Skin. Ook zo’n film met een fascinatie voor vlees en Laurent Lucas (bekend van Calvaire en nu dus ook in Raw te zien) in een bijrol.

The Greasy Strangler

The Greasy Strangler is een mix van horror en komedie en belooft lekker vunzig te zijn. Over een vader en zoon, die een Disco-stadswandeling runnen. Wanneer een sexy vrouw mee doet aan de tour, gaan vader en zoon de competitie aan. En dan is er nog een “greasy strangler” die de stad onveilig maakt. En heel smerig, vet eten en melige oneliners. Nieuwsgierig? Van Rook Films, dat ook alle Ben Wheatley-films produceerde.

Publieksopening
Komiek Jordan Peele komt met Get Out. Allesbehalve een komedie, want zijn debuut krijgt een naargeestige wending als Rose haar vriend meeneemt naar het mysterieuze landgoed van haar familie. O ja, hij is zwart en zij blank, maar dat zou voor haar liberale, tolerante familie geen probleem moeten zijn. Of toch wel? Terwijl de spanning opbouwt, draait de film richting eigentijdse horror. Lovend ontvangen in de pers en tevens Imagine’s publieksopening.

Een scène die bij menig horrorfan op het netvlies gebrand zal staan is het slechts drie minuten durende hoogstandje uit Hitchcocks Psycho. Ofwel, de beroemdste moordscène uit de filmgeschiedenis! Na het zien van 78/52 weet je er alles over. De 78 staat voor de camera-instellingen, de 52 voor de cuts. Deze documentaire staat niet alleen stil bij die legendarische douchescène, maar heeft ook aandacht voor de tijd waarin de film ontstond. Plus interviews met betrokkenen, waaronder de body double van Janet Leigh.

Suspiria

Horrorklassieker in 4K
Niet te missen is Suspiria van horror-grootmeester Dario Argento. De horrorklassieker uit 1977 krijgt een vertoning in 4K. Voor Argento betekende deze film, die dit jaar zijn veertigste verjaardag viert, zijn doorbraak. Prachtige decors en psychedelische kleuren tillen de film naar een hoger niveau. Het intens rode bloed vloeit rijkelijk. Een giallo die je gezien moet hebben, nu messcherp in beeld gebracht en met de onovertroffen soundtrack van progrockers Goblin. Argento loopt overigens ook zelf rond op Imagine voor een avondvullend programma over zijn carrière.

Natuurlijk is er nog meer: een double bill met Australische horror, waarbij de outback het toneel is van bruut geweld en moordzucht. En het beklemmende The Girl With All The Gifts, eerder ook op het IFFR te zien. Een zombie-outbreak en overlevingsdrang verenigen zich in een onherkenbaar Londen. En we zien Glenn Close weer eens in een rol, maar het is de jonge Sennia Nanua die de show steelt. Voor wie even film-moe is (de diehard kan zes films op een dag pakken) is er een masterclass slashing zombies. Handig om je voor te bereiden op het nieuwe seizoen van The Walking Dead.

Het Imagine Film Festival zal worden gehouden van 12 tot en met 22 april. Hier vind je het hele programma.
 

10 april 2017

 
MEER FILMFESTIVAL

Train to Busan

***

recensie Train to Busan

Denderende zombierit

door Suzan Groothuis

In deze Zuid-Koreaanse zombie actie-horror volgen we een vader en dochter op weg naar Busan. Terwijl de hogesnelheidstrein voortraast, voltrekt zich een drama in en buiten het voertuig: een zombie-virus breekt uit en verspreidt zich razendsnel. Busan bereiken blijkt nog een hele opgave – overleven idem. En wie kan je nog vertrouwen, als het erop aankomt?

Een hardwerkende vader (Yoo Gong) heeft meer oog voor zijn werk dan voor zijn dochter. Wanneer ze jarig is vraagt hij zijn collega wat een populair cadeau is. Als hij met de nieuwe Wii op de proppen komt, kijkt dochterlief met grote ogen naar het exemplaar dat er al staat- een cadeau dat haar vader haar een jaar eerder gaf.

Een voorbeeld dat tekenend is voor de vader-dochterrelatie. En om het drama compleet te maken zijn de ouders ook nog eens uit elkaar. Hoe maak je een inspiratieloos cadeau goed, laat staan een breuk? De jonge Soo-an heeft maar een wens en dat is haar moeder opzoeken in Busan.

Train to Busan

Aftrap met zombiehert
En zo gaan vader en dochter de volgende dag naar Seoul, om met de hogesnelheidstrein een bezoek aan Busan te brengen. Het begin van de film leert ons echter dat er groot drama op komst is. In de openingsscène rijdt een man een hert aan, dat op miraculeuze wijze weer tot leven komt. De ogen wit, het bloed nog over de kop stromend. Eindelijk, zombie-dieren, en een stuk overtuigender gebracht dan de dodelijke bevers in horrorcomedy Zombeavers!

Het is het enige zombiedier dat we in Train to Busan te zien krijgen, maar biedt een voorproefje op wat komen gaat: terwijl vader en dochter zich een plekje toe-eigenen in de trein, is er een heuse zombie-outbreak gaande. In de trein begint het bij één passagier, die het virus van buiten heeft opgepikt en in rap tempo transformeert. De overgang naar zombie lijkt in Train to Busan nog het meest op een acute vorm van hondsdolheid.  En de zombies zijn hier, met hun bloederige handen en bijtgrage kaken, razendsnel (te vergelijken met de geïnfecteerde Britten uit 28 Days Later).

Verwoed virus
En zo verandert de treinrit in een ‘ride to hell’, waarin het virus zich rap verspreidt en het groepje overlevenden steeds kleiner wordt. Terwijl de vraag rijst of Busan wel bereikt gaat worden, moeten de reizigers – waaronder vader en dochter – opboksen tegen de gewelddadige zombies alsmede egoïstische medereizigers die voor hun eigen hachje kiezen.

Train to Busan (Busanhaeng)

Train to Busan speelt zich grotendeels af in de hogesnelheidstrein, evenals die andere treinthriller, Snowpiercer. Het vergt de nodige moed, creativiteit en geweld om coupés vol zombies te trotseren op zoek naar dierbaren en veiligheid.

Drijvend op melodrama
Regisseur Sang-ho Yeon laat in zijn eerste live-action film een mengeling zien van horror, actie en jawel, melodrama. Naast het onverklaarbare zombiegeweld staat de moeizame vader-dochterverhouding centraal, alsmede het sociale vraagstuk op wie je in tijden van crisis kan vertrouwen. Het zal, net als in hitserie The Walking Dead, niet verbazen dat de mens nog altijd zijn grootste vijand is.

In dat opzicht leert Train to Busan ons niets nieuws: als er crisis is, staat de wereld op zijn kop. Die chaos is overtuigend maar voorspelbaar verbeeld. Van de onwetende paniek in het begin tot hordes zombies die  Zuid-Korea letterlijk overspoelen. Naar het einde toe speelt Sang-ho Yeon in op het sentiment, waar dochter en vader elkaar opnieuw vinden. Zombiegeweld met een traan, waarbij de moraal van goed doen hoog in het vaandel staat.
 

28 maart 2017

 
MEER RECENSIES

IFFR 2017 – Deel 5

Verslag IFFR 2017 Deel 5:

Blonde seksbom, vierde dimensie, donkere ziel en rendez-vous Madrid

door Suzan Groothuis

Het is voor mij weer voorbij met tien dagen films. Dit jaar beloonde het publiek het merendeel van de films met hoge waarderingen. Terecht in het geval van publiekswinnaar Moonlight, het prachtige Koreaanse The Handmaiden en het minder bekende The Girl With all the Gifts en La Reconquista. Maar het publiek is ook weg van de zogeheten middenmoot, films die niet slecht zijn, maar zeker niet bovengemiddeld goed zijn.

Neem A Wedding (Noces), een goed geacteerd, tragisch verhaal over een meisje dat tegen haar wil wordt uitgehuwelijkt. De film werkt naar het einde toe naar een voorspelbare apotheose, die je al vanaf begin ziet aankomen. Toch: top 10. Of het Zweedse A Hustlers Diary, waarin een crimineel meer uit zijn leven wil halen dan zwarte handel en berovingen. Wanneer hij zijn dagboek laat liggen bij een auditie, blijken zijn memoires uitstekend geschikt voor een boek. De film is snel, hard, grappig, maar te gemaakt en stevent eveneens af op een voorspelbare afloop.

In dit deel aandacht voor de pareltjes die weinig aandacht hebben gekregen. Opvallend genoeg zijn het dan toch de documentaires die er uit springen. IDFA eat your heart out!

Mansfield 66/67

De legende van de “blond bombshell”
In Mansfield 66/67 een blik op Jayne Mansfield, Hollywoods sekssymbool uit de jaren vijftig en zestig. Niet te verwarren met die andere twee M’s, Marilyn Monroe en Mamie van Doren. Regisseurs Todd Hughes en P. David Ebersole kiezen niet voor de conventionele aanpak, zoals een feitelijke terugblik op het leven van deze “blond bombshell”. Mansfield 66/67 is een overdadig vormgegeven documentaire, net zo over de top als de actrice zelf. De film opent met haar bizarre auto-ongeluk in 1967, waarbij Mansfield om het leven kwam. Onthoofd volgens de media, maar in werkelijkheid gescalpeerd. Maar er is meer over Mansfield: het overdreven gilletje dat ze gebruikte in veel van haar films, haar turbulente relaties met mannen en haar connecties met de Church of Satan.

Mansfield 66/67 gebruikt archiefbeelden en tussendoor zien we vier acteurs die Mansfield op campy wijze vertolken. Het levert hilarische beelden, zoals haar gilletje dat we in viervoud horen. Verder zien we regisseur John Waters die onder de indruk was van haar film The Girl Can’t Help It uit 1965, actrice Tippi Hedren (The Birds) die een bizar verhaal heeft over de leeuw die Mansfields zoontje aanviel en cultregisseur Kenneth Anger die vertelt over haar band met Church of Satan-leider Anton Szandor LaVey. Geen talking heads dus die direct betrokken waren bij Mansfield, zoals familie of vrienden.

Mansfield 66/67 is gemaakt om de legende in stand te houden, zonder met feitjes aan te komen of teveel te willen verklaren. Een liefdevol project van beide regisseurs, die twintig jaar met het onderwerp Mansfield bezig waren. En petje af, want hun film slaagt in alle opzichten. Hilarisch, campy, maar ondertussen tonen ze ook een kant van Mansfield die bijna niemand zag: na haar bezoek aan Vietnam uitte ze zich , duidelijk geëmotioneerd, tegen de oorlog. Of een fragment van een interview, waarin ze zegt zichzelf niet al te serieus te nemen. De regisseurs maken er na de vertoning nog een bijzondere Q&A van, waarbij ze wat vinylplaten weggeven als je de quizvraag goed hebt. Blijkt Mansfield ook nog een nummer te hebben gezongen, met niemand minder dan Jimi Hendrix als begeleidende muzikant.

How to Build a Time Machine

Verbeeldende verkenning van de vierde dimensie
Van een heel ander kaliber is Jay Cheels How to Build a Time Machine. De regisseur volgt animator Rob Niosi en fysicus Ronald Mallet. Beiden zijn geobsedeerd door de vierde dimensie. Niosi is al jaren bezig met de bouw van een perfecte replica van de tijdmachine uit The Time Machine (1960) van George Pal. Die film staat voor de verbeelding om de vierde dimensie te doorgronden: wat als we daadwerkelijk in de tijd kunnen reizen?

Voor Niosi is het een langdurig project geworden, al was dat niet zijn intentie. Perfectionistisch als hij is wil hij alleen de beste materialen voor zijn tijdmachine en dat neemt, hoe ironisch, tijd in beslag. We zien hem met aandacht en de grootste zorgvuldigheid werken aan zijn machine, die werkelijk adembenemend is. Niosi vertelt niet alleen hoe hij geïnspireerd raakte, maar ook over de beïnvloedbaarheid van tijd en persoonlijke ervaringen.

Ook Ronald Mallet drijft op persoonlijke ervaringen. Als hij terug zou kunnen in de tijd, zou hij dat direct doen. Om zijn vader te weerzien, die op jonge leeftijd is overleden. Om hem te waarschuwen dat hij een hartprobleem heeft en dit serieus moet nemen. Zijn doodscertificaat onder zijn ogen houdend. Tegelijkertijd vertelt hij over wetenschap en laat hij experimenten zien waarin tijd in een capsule zit en te manipuleren is.

How to Build a Time Machine laat de kijker in rustig tempo kennismaken met de vierde dimensie, waarbij cinema, wetenschap en persoonlijke ervaringen mooi in elkaar overvloeien. Een prachtige film waarin je als kijker helemaal kan opgaan en je je met Niosi’s machine even terug laat voeren in Victoriaanse tijden.

David Lynch: The Art Life

De donkere ziel van David Lynch
In een documentaire over David Lynch verwacht je diens films en de serie Twin Peaks terug te zien, maar filmmakers Jon Nguyen, Olivia Neergaard-Holm en Rick Barnes kiezen voor zijn carrière als kunstenaar. Lynch is pas later regisseur geworden, zo blijkt. In zijn huis, terwijl hij schildert, vertelt hij over zijn jeugd en wat hem dreef tot zijn kunstenaarschap. Lynch vertelt prachtig, in rustig tempo en met gevoel voor humor. Hij is de enige die we te zien krijgen. Geen talking heads, geen lovende woorden van collega-filmmakers of andere bekenden. Nee, Lynch vertelt en schept daarmee zíjn wereld, zíjn ervaringen.

Zijn kunst maakt een belangrijk deel uit van de film. We zien werken uit zijn beginperiode tot nu. Werken met een donkere, getormenteerde ziel. Niet dat Lynch een ongelukkige jeugd heeft gehad: hij groeide op in een keurige buitenwijk en kreeg de vrijheid om te ontdekken wat hij wilde. Wel waren er verkeerde vrienden, een donkere tijd in Philadelphia en hadden zijn vader en broer liever gehad dat Lynch een normale baan had. Via zijn werken leren we Lynch beter kennen. Met de camera dicht op de verfstreken gericht, komen de schilderijen haast tot leven. En herkennen we diezelfde donkere, dreigende sfeer die ook terugkomt in zijn films. David Lynch: The Art Life eindigt met Eraserhead, waarin Lynch’ creativiteit en passie als filmmaker tot volle wasdom kwamen. En zijn schilderijen eindelijk gingen leven.

La Reconquista

Dromerige herovering in Madrid
Misschien is La Reconquista wel een van de mooiste films (ok, na Moonlight en The Handmaiden dan, die onovertroffen zijn) van deze IFFR-editie, één die qua sfeer doet denken aan Richard Linklaters Before Sunset. We bevinden ons in Madrid, waar Manuela en Olmo elkaar na jaren weer treffen. Als tieners hadden ze een relatie, die zij heeft uitgemaakt. Nu, 15 jaar later, zien ze elkaar weer, een belofte van toen. In eerste instantie is er ongemak. Maar het ijs breekt als Manuela Olmo een brief die hij aan haar geschreven heeft overhandigt. Met de brief komen de herinneringen. En de vragen: zijn ze na die jaren veranderd? Is Olmo nog steeds verlegen en is Manuela nog steeds zo pittig als toen? Olmo is inmiddels getrouwd en de rusteloze Manuela single. Terwijl ze samen het nachtleven van Madrid verkennen, speelt de belangrijkste vraag: wat is er nog van hun jeugdliefde over? In hoeverre wakkert hun weerzien weer emotie en verlangen aan?

Regisseur Jonás Trueba vangt het weerzien op naturelle wijze. De twee togen van bar naar bar, vergezeld van mooie liedjes van Manuela’s vader, die een optreden heeft. De liedjes refereren mooi aan Olmo’s en Manuela’s rendez-vous. Een film over weemoed, verstild verlangen en de realiteit: terug naar toen kan niet meer, als je al een ander leven hebt opgebouwd.

 

7 februari 2017

 

IFFR 2017 DEEL 1
IFFR 2017 DEEL 2
IFFR 2017 DEEL 3
IFFR 2017 DEEL 4
IFFR 2017 DEEL 6

 

MEER FILMFESTIVALS

Paterson

****

recensie Paterson

De kunst van het klein houden

door Suzan Groothuis

Paterson heeft een dagelijks ritme van vroeg opstaan, naar zijn werk gaan, ’s avonds de kroeg in en dan weer bij zijn vrouw Laura in bed. Ondertussen laat hij de hond uit en schrijft hij gedichten. Mooie, kleine gedichtjes, die volgens Laura rijp zijn voor publicatie. Een ingetogen, subtiele film met aandacht voor het geschreven woord.

In de nieuwe Jim Jarmusch (Ghost Dog: The Way of the Samurai, Only Lovers Left Alive) volgen we Paterson. Doordeweeks staat hij steevast rond 6 uur op, om nog even te knuffelen met zijn mooie vrouw Laura (Golshifteh Farahani, The Patience Stone). Franse buldog Marvin zit hem grommend op te wachten op de bank. Paterson en Marvin, dat klikt niet zo.

Paterson

Vanuit huis volgt de routine van het werk. Paterson werkt als buschauffeur en zijn bus heeft als bestemming Paterson. Stom toeval? Er worden grapjes over gemaakt, die Paterson gelaten over zich heen laat komen. Onderweg luistert hij naar gesprekken van passagiers. Twee mannen praten over mooie vrouwen en hoe ze er bijna één om hun vinger hadden gewonden. Een net-niet-verovering.

Dagelijks leven als inspiratiebron
De verhalen vormen voor Paterson een inspiratie voor zijn gedichten. Hij draagt altijd een klein boekje met zich mee, waar hij in pauzes en na zijn werk in schrijft. Het zijn mooie, kleine gedichtjes. Over het mooiste luciferdoosje ter wereld bijvoorbeeld, met letters in de vorm van een megafoon. Laura vindt dat Paterson zijn gedichten uit moet geven. Want ze zijn te mooi om in de obscuriteit te blijven. Maar Paterson is introvert en bescheiden en weet het nog zo niet.

Paterson en Laura vormen een groot contrast. Hij introvert, gehecht aan zijn dagelijkse routines van vroeg opstaan, naar zijn werk gaan, de hond uitlaten en de kroeg in gaan. Tussendoor gedichtjes schrijvend. Zij extravert met artistieke aspiraties. Ze verft gordijnen, maakt cupcakes met gekke patroontjes en krijgt ineens de ingeving om een country-gitaar te kopen. Ondanks de verschillen is er veel liefde en respect voor elkaar. Laura drukt Paterson op het hart om kopieën van zijn boekje te maken, want het is zijn enige exemplaar.

Poëzie komt tot leven
Paterson ademt poëzie. We zien hoe de observerende gedichtjes van Paterson tot leven komen. Tijdens een busrit, of tijdens een wandeling. Woorden komen in hem op en vormen een zin. Met een rustige intonatie spreekt hij ze uit, terwijl de camera ze vereeuwigt op schrift. Poëtische stijlmiddelen als herhaling en symmetrie komen ook visueel terug. Zoals verschillende tweelingen die Paterson ontmoet. Of de brievenbus die iedere dag weer schuin op zijn paal staat als hij thuis komt. Later leren we waarom.

Paterson

Paterson is een intieme, ingetogen film die draait om verborgen aspiraties. Adam Driver (die we vooral kennen als Adam uit Girls, maar ook uit Star Wars en Midnight Special) is perfect gecast als de introverte buschauffeur. Het rustige stadje Paterson (dat overigens ook de titel is van een dichtwerk van een van Patersons favoriete dichters) dient als decor voor zijn dichterlijke inspiratie. De kalme sfeer gaat gepaard met droogkomische humor, een stijl die we kennen van Jarmusch. Zo zorgt hond Marvin (Nellie in het echt en ze won er een Palm Dog mee in Cannes) voor een aantal hilarische scènes.

Bescheiden
Af en toe gebeurt er iets heftigs dat de routine onderbreekt, zoals in de blueskroeg waar Paterson dagelijks komt. En komt Paterson nog voor een moeilijk moment te staan dat hem dwingt anders naar zijn dichtkunst te kijken.

Jarmusch hanteert een observerende stijl. Met aandacht voor detail, zoals de inrichting van Patersons appartement, de patronen waarmee Laura cupcakes opsiert en de aankleding van de kroeg. Een foto van rock- en punkzanger Iggy Pop krijgt een plek aan de muur, ongetwijfeld een verwijzing naar de documentaire Gimme Danger die Jarmusch aan Iggy en zijn Stooges wijdt.

De kunst van het klein houden, dat is wat Jarmusch met Paterson doet. De gedichten zijn overigens van de hand van de Amerikaanse dichter Ron Padgett. Resonerend na het zien van de film, evenals het pure spel van Adam Driver. Paterson is mooi in al zijn bescheidenheid.
 

6 februari 2017

 
De trieste, mooie wereld van Jim Jarmusch in elf speelfilms.


MEER RECENSIES