****
recensie Kill it and leave this town
Labyrint der jeugdherinneringen
door Ralph Evers
Een aantal jaar geleden, toen het Holland Animatie Film Festival nog gewoon bestond en de wereld iets ordentelijker was dan nu, was er een blok Poolse animatiefilms. Een land met een bewogen geschiedenis, dus enige eigenzinnigheid was te verwachten. Nou! Dat werd ingelost! Sterker, Poolse animatie, da’s heel eigen koek!
In 2017 organiseerde het Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam een tentoonstelling gewijd aan surrealisme. Zo was er naast de gebruikelijke namen aandacht voor vrouwelijke surrealisten. Hiermee samenhangend bood de KLU in Utrecht een cursus surrealisme met ook enige aandacht voor de Utrechtse surrealisten, zoals Joop Moesman. Onze docent legde bij Moesman uit dat zijn schilderijen praktisch niet te bevatten zijn zonder het leven van Moesman te kennen.

Er werd een duidingspoging gedaan aan de hand van wat dagboekfragmenten ten tijde van een schilderij. Toen in de 19e het individu gestut werd, begon de kunst er vanaf begin 20e eeuw haar draai aan te geven. De kunst werd persoonlijker en minder universeel. Om te begrijpen waar het beeld naar verwees of wilde laten zien, is veelal persoonlijke of tijd- en plaatsgebonden culturele context nodig. Later die eeuw trad het postmodernisme ten tonele die vervolgens alle vaste waarheden heeft laten varen. Ook dit komt terug in de kunst, de literatuur, de filosofie en de (helaas) feitenvrije politiek.
Vanwaar deze inleiding? Nu, wanneer je je naar de bioscoop begeeft om de hier beschreven Poolse animatiefilm te bekijken, dan zul je vermoedelijk al gauw het spoor bijster zijn en geen idee hebben waar je nu naar kijkt. Doordat de film bij aanvang zich vooral richt op uitvergrote details en sterk associatief zijn narratief volgt, is het lastig enige chocola te maken van hetgeen je ziet.
Labyrint
Om dan toch enige context te geven: de film speelt zich af in Łódź (spreek uit: Woedzj), de derde stad van Polen, waar het verhaal zich heeft laten inspireren door de jeugdherinneringen van de maker, Mariusz Wilczyński, die opgroeide in de grimmige, door de communisme getekende jaren 60 en 70. Vol metaforen, die vermoedelijk veel meer inhoud hebben wanneer je de culturele setting zou snappen en hallucinante opvolgingen van beelden, die zich eerder als een droom laten begrijpen, komt een postmodern gestructureerd narratief naar voren. Zowel de chronologie als de ontvouwing van scènes (vaak aanvankelijk als close-up gestart, waarna de context gaandeweg volstrekt transformeert) laten zich nog het best vertellen als een labyrint waarin regelmatig verdwalen misschien tot ergens leidt.

Avontuur
De film doet denken aan het werk van de Estse animator Priit Pärn. Ook hij gebruikt een sterk idiosyncratische stijl en zit vol absurde vondsten die vaak vooral als politieke satire begrepen moet worden. Aanvankelijk is het geen gemakkelijke zit, zowel de tekenstijl met haar rare kaders en perspectieven, de smoezelige, ongemakkelijke personages en de van de hak op de tak springende verhaallijn. Edoch, eenmaal gegrepen door het ritme en de gaandeweg zich ontvouwende (droom)logica van dit werk, zal het menig avontuurlijke filmliefhebber zeker weten te bekoren. Daarbij heeft Wilczyński optimaal gebruik gemaakt van het medium animatie. Niet enkel door de eigenzinnige stijl, maar zeker door de sfeer die het oproept. Het valt zo treffend samen met de grijze brutalistische Sovjet-bouwstijl op een regenachtige oktoberdag uit zijn jeugdjaren.
20 juli 2022






De eerste dertig minuten verlopen echter stroef en houterig, de humor zit niet mee, het gebeuren komt veel te traag en oninteressant op gang. Het is als gekookte aardappels zonder zout. Daar komt verandering in wanneer Calvero en later danseres Terry hun levensgeschiedenissen uit de doeken doen. De film wordt hierdoor opgedeeld in eetbare brokken, maar verzandt evenwel in soms eindeloze dialogen die hun punt maar niet willen maken. Enigszins verrassend, omdat je zou verwachten dat aan het eind van zijn carrière Chaplin wel zou weten hoe een film de juiste ritmiek mee te geven. Aan het verhaal is weinig af te dingen, evenmin aan de kwaliteit van de lach en de traan. Een aantal geniale scènes – zoals de piano met een snarenoverschot en groeiende en krimpende benen – daargelaten, voelt het geheel als een onnodig langgerekt geheel, waarbij de 

Het bevreemdt dan wel dat Chaplin geen gebruikmaakt van meer betekenisvolle decors, belichting en muzikale omlijsting. Over die muziek: hij schreef die zelf en ondanks zijn talenten had hij dit beter uitbesteed. De melodietjes hebben iets stompzinnigs en ontdoen de film van de zwaarte die ze had moeten uitdragen. Op de uitdossing van de hoofdrolspelers is geen cent bezuinigd en de liefhebber van art nouveau waant zich af en toe tussen de modellen van Mucha. 











