Club, El

****

recensie El Club

Onder de mantel der liefde

door Cor Oliemeulen

Grandioos geacteerd en geregisseerd drama draait beslist geen doekjes om seksueel misbruik van minderjarige jongens door priesters. Koningen der verdringing? My ass!

Na zijn trilogie over de dictatuur van Pinochet – Tony Manero (2008), Post Mortem (2010) en het met een Oscar genomineerde NO (2012) – kiest Pablo Larraín in El Club het thema van geëxcommuniceerde priesters. De eerste speelfilm die onverdroten en zonder een blad voor de mond seksueel misbruik in de katholieke kerk aankaart. Dat de Chileense regisseur zijn bijzondere vertelling lardeert met zijn typische mix van krachtige dialogen, intense incidenten en inktzwarte humor maakt van El Club zijn ongemakkelijkste kijkervaring en beste proefstuk tegelijk.

Recensie El Club

Diepe gronden
Huisacteur Alfredo Castro vertolkt opnieuw de hoofdrol: type ‘stille wateren hebben diepe gronden’. In Tony Manero speelt hij tegen de achtergrond van de militaire dictatuur in de jaren 70 een man die geobsedeerd is om tot de Chileense John Travolta te worden gekroond. Aanvankelijk zien we hem een oud omaatje helpen haar boodschappen te dragen, maar eenmaal binnen in haar huis slaat hij haar hersens in en steelt haar televisie. Zijn asociale en moordende gedrag, dat de naar ‘landverraders’ speurende militairen ontgaat, leidt tot de onsmakelijke, maar onvergetelijke, scène dat onze wannabe kort voor de tv-opnames het smetteloos witte Saturday Night Fever-pak van zijn grootste concurrent uitbundig vol schijt.

In Post Mortem werkt Castro’s personage in een mortuarium waar direct na de staatsgreep de lijken niet zijn aan te slepen. Nadat hij de afgezette president Salvador Allende op een tafel krijgt, kan hij zich bij zijn leuke overbuurvrouw interessanter voordoen dan hij is. Terwijl hij zijn best doet haar hart te winnen, papt zij aan met een andere man, wat leidt tot een van de meest memorabele finales uit de recente filmgeschiedenis. Typisch Pablo Larraín. Waar het droge wraakslot van Post Mortem heerlijk lang is uitgesponnen, besluit hij El Club met een korte, ridicule conclusie die na afloop ondubbelzinnig doordendert.

Boete en behagen
Alfredo Castro speelt pater Vidal die met drie andere priesters door de katholieke kerk is weggestopt in een geïsoleerd onderkomen aan zee. Geen bejaardentehuis of kuuroord, maar een huis om te bidden en om boete te doen, onder het wakend oog van zuster Hermana (Antonia Zegers, de vrouw van Pablo Larraín, op het witte doek bekend geworden met La vida de los peces, 2010). Vidal traint met succes een windhond en met het prijzengeld kunnen de priesters hun leven wat aangenamer maken. Dit verandert met de komst van een nieuwe geëxcommuniceerde priester, die onmiddellijk voor een schokkende tragedie zorgt. Vervolgens komt een onderzoeker van het Vaticaan poolshoogte nemen en worden alcohol en gokken verboden.

Recensie El Club

El Club laat zien hoe priesters die niet met hun handen en geslachtsdelen van jongetjes kunnen afblijven door de katholieke kerk discreet worden gemanoeuvreerd naar een plaats die ogenschijnlijk aan de buitenwereld is onttrokken. Maar er is meer aan de hand, zo blijkt uit een-op-een-gesprekken door de gezant van het Vaticaan: in het Chileense onderkomen verblijven ook priesters die zijn gestraft voor ander ‘laakbaar’ gedrag, bijvoorbeeld de pater die op een vuilnisbelt gedropte baby’s gaf (of verkocht?) aan moeders die geen kinderen konden krijgen, en de pater die als aalmoezenier in het leger na schokkende bekentenissen van soldaten zijn leven niet meer zeker was.

Echter het seksueel misbruik van minderjarigen door psychisch gestoorde priesters blijft als een godvergeten geest boven dit indrukwekkende, wrange drama hangen. Vooral nadat de schijnheilige Vidal een voormalig slachtoffer – die sindsdien totaal verknipt is en zich staande probeert te houden met alcohol en pillen – een oneerbaar voorstel doet en hiermee bevestigt dat na het verminken van een tere kinderziel beduidend meer maatregelen vereist zijn dan enkel het bedekken met de mantel der liefde.

 

22 november 2015

 

ALLE RECENSIES

Er ist wieder da

***

recensie  Er ist wieder da

Een klucht van nazistische proporties

door Damian Uphoff

De Duitse regisseur David Wnendt zette zich met zijn twee eerste speelfilms, het controversiële drama Kriegerin en de komedie Feuchtgebiete, direct in de schijnwerpers. Met zijn excentrieke Hitler-satire scoort hij in zijn thuisland een gigantische hit. Duitsers blinken doorgaans niet uit in een geweldig gevoel voor humor, maar Er is wieder da mag daar gerust een uitzondering op heten.

Adolf Hitler – een man die geen nadere uitleg behoeft – wordt op een dag wakker op de plek waar vroeger zijn beruchte bunker stond. Van het hoe, wat en waarom heeft hij geen enkele notie, en ook de kijker blijft erover in het ongewisse. Zijn plotselinge terugkeer zorgt voor veel consternatie in het land; men denkt dat hij een Hitler-imitator is. Hij trekt er op uit om het in zijn ogen zwaar gedegenereerde Duitse volk weer op de been te brengen, alleen gezien hij nog een aantal jaartjes achterloopt, gaat dat natuurlijk niet bepaald van een leien dakje.

Recensie Er ist wieder da

One-man-show
Nochtans lukt het Hitler – de geschiedenis herhaalt zich – om het volk bij de kladden te vatten. Hij duikt, na ontdekt te zijn door de onlangs ontslagen filmmaker Sawatzki, op in allerhande tv-shows, waarna hij al snel tot een grote publiekslieveling uitgroeit. Niet louter vanwege zijn geweldig accurate Hitler-‘imitatie’, maar ook omdat het Duitse volk vindt dat hij een aantal valide punten over de huidige situatie in Duitsland heeft. U kunt het al ruiken: dat wordt stront aan de knikker.

Het zal vast geen eenvoudig karwei geweest zijn: een geschikte acteur vinden die Hitler adequaat kan vertolken. Maar met Oliver Masucci heeft Wnendt een echte troef in handen. Zijn kop is misschien net wat te robuust om als een echte Hitler-lookalike door te gaan, maar met zijn mimiek, zijn maniertjes en zijn bij vlagen hilarische spel compenseert hij dat ruimschoots. Een knappe performance, helemaal met de wetenschap dat we met een relatief onbekend acteur te maken hebben.

De Führer als komiek
Er ist wieder da  is in eerste instantie bedoeld als een komische film. Gedurfd is het wel, de notoire Adolf Hitler als ‘clown’. De gelijknamige satirische roman van Timur Vermes, die ook al het nodige stof deed opwaaien, bemachtigde de eerste plek op de bestsellerlijst van Der Spiegel, dus de lat lag hoog.

Hoewel deze verfilming, logischerwijs, niet bij iedereen in even goede aarde valt, heeft hij tot dusver niet veel last van boycotgekkies en andere protestacties. Er ist wieder da  is – hoewel het weinig scrupules kent – qua humor dan ook niet ál te plat. Wnendt weet een aantal vervaarlijke valkuilen (makkelijke Jodengrapjes, voor de hand liggende humor) te ontwijken en komt geregeld zelfs best scherp uit de hoek. De verwijzing naar Der Untergang is daar een uitgelezen voorbeeld van, evenals het moment waarop de schijn gewekt wordt dat de film afgelopen is, terwijl er nog een flink stuk volgt.

Recensie Er ist wieder da

Scripttrucjes
Gaandeweg lijkt het humoristische karakter wat te verwateren, maar telkens wanneer je denkt dat de boel inzakt, komt Wnendt met een nieuwe komische uithaal. Later komen er zelfs wat ludieke scripttrucjes bij, zoals het film-in-film principe: je ziet hoe de personages bezig zijn met het maken van de film. Zoiets heeft een grappig, speels effect.

De eindscène is wat serieuzer van toon, wat een beetje detoneert met het komische karakter van voorheen. Typisch dat de regisseur het nodig vindt om wat oude archiefbeelden van stal te halen, om nog even snel een soort obligaat maatschappijkritisch randje mee te geven. Maar erg veel doet het niet af aan dit komische schouwspel.

 

20 november 2015

 

 

ALLE RECENSIES

 

Maryland

***

recensie  Maryland

Knuffelhulk als hoeder

door Alfred Bos

De Franse regisseur Alice Winecour schreef haar tweede speelfilm Maryland speciaal voor Matthias Schoenaerts. De Belgische acteur speelt met verve een soldaat met posttraumatische stress-stoornis. 

Vorig jaar was hij in vier speelfilms te zien en dit jaar eveneens, in producties van Britse, Franse, Italiaanse en Amerikaanse makelij. Sinds zijn indrukwekkende transformatie tot menselijke bulldog in het Belgische drama Rundskop (2012) is de uit Antwerpen afkomstige Matthias Schoenaerts uitgegroeid tot een van de meest gevraagde acteurs van zijn generatie. En een van de meest opmerkelijke.

Recensie Maryland

Zo opmerkelijk, dat de Franse regisseur Alice Winocour het draaiboek voor haar tweede speelfilm Maryland schreef met Schoenaerts in gedachten. Die is gespecialiseerd in het vertolken van de sensitieve oerman, de knuffelhulk met de gewonde ogen, een slapende vulkaan met driften die elk moment kunnen opspelen. Gevaarlijk, maar aaibaar. Of andersom. Het goede nieuws: Schoenaerts maakt de verwachtingen waar. De film minder, die ontwikkelt zich van veelbelovend tot generiek.

Pseudo-gezin
In Maryland vertolkt Schoenaerts de rol van Vincent Loreau, een soldaat die in Afghanistan emotioneel is beschadigd en op retraite in Frankrijk een bijbaantje krijgt aangeboden als beveiliger van een feest met hoge gasten uit zakenleven en politiek in het landhuis van een steenrijke Libanese zakenman. Wanneer die voor zaken naar het buitenland afreist, huurt hij Loreau in voor de bescherming van zijn achterblijvende vrouw Jessie (de Duitse actrice Diana Kruger) en zoontje Ali. Gaandeweg worden moeder, zoon en beveiliger een pseudo-gezin.

Winocour maakt er geen geheim van dat Schoenaerts de raison d’être van haar film is. Hij is in zo ongeveer ieder shot te zien, vaak in close-up; de camera volgt hem als een verliefde hond. Het geeft de acteur de kans om zijn voornaamste wapen, zijn sprekende ogen waarachter een draaikolk van emoties schuilgaat, ten volle in te zetten. Het geeft de film ook iets claustrofobisch, te meer daar een flink deel van Maryland zich afspeelt in het landhuis van die naam. De elektronische soundtrack van de Franse techno-producer Gesaffelstein (Mark Lévy) verklankt de chaos in Vincents hoofd.

Recensie Maryland

Overprikkeld en paranoïde
De Afghaan-veteraan is  – zeker na de recente gebeurtenissen in Parijs  – symbolisch voor de huidige staat van de Franse, en bij uitbreiding, westerse samenleving. Hij zit vol wantrouwen; is ronduit, maar niet ten onrechte, paranoïde. Nimmer op zijn gemak, altijd op zijn hoede, is hij overprikkeld; hij staat strak als een gespannen veer, klaar om bij de geringste aanleiding te exploderen in een orgie van geweld. Dat laatste komt goed uit, wanneer de vrouw en haar kind door kidnappers en huurmoordenaars worden belaagd.

Overprikkeld en paranoïde, dat zijn symptomen van een getraumatiseerde persoonlijkheid. Daarom is het net iets teveel gevraagd van de geloofwaardigheid om de met zijn demonen kampende beveiliger te laten ontwikkelen tot zorgzame hoeder. De situatie en omstandigheden zijn op maat voor emotionele interactie tussen beide hoofdpersonen, maar het script laat hen in de steek. Zowel Schoenaerts als Kruger hebben weinig om mee te werken, waardoor de film langzaam leegloopt. Grof geweld en genreclichés moeten de spanning erin houden.

Winocour draaide deze psychologische thriller met horror-feel (het afgesloten, donkere, labyrinthische landhuis is een klassieke setting van de gothic novel) als een reportage, met veel van de schouder geschoten beelden. Het geeft Maryland een rauwe urgentie, die spoort met Schoenaerts’ intense vertolking. Vrouwen van een zekere leeftijd en opleiding hebben een nieuw lustobject.

 

16 november 2015

 
ALLE RECENSIES

Virgin Mountain

****

recensie  Virgin Mountain

Tanks en linedance

door Suzan Groothuis

Een heerlijke tragikomedie over een veertiger die nog bij zijn moeder woont, totdat het tijd wordt zijn vleugels uit te slaan.

Fúsi is drieënveertig jaar en woont nog steeds bij zijn moeder. Hij vult zijn dagen met zijn werk als bagageruimer bij een vliegveld, zijn vaste etentje bij een Thais restaurant op de vrijdag en zijn passie voor de Tweede Wereldoorlog. De slag om El Alamein staat in miniatuur uitgestald op tafel. Wanneer de vriend van zijn moeder nieuwsgierig een van zijn soldaatjes oppakt wijst Fúsi hem de deur. Wegwezen, dit is zijn territorium!

Virgin Mountain

Een gezonde situatie is het natuurlijk niet, op je drieënveertigste nog thuis wonen onder de beschermende vleugels van je moeder. Fúsi is dan ook net een groot klein kind. Melk en chocopops vormen zijn vaste ontbijtritueel en zijn moeder zorgt voor het avondeten en de was. Zijn buren vinden hem maar een rare snuiter, maar zijn jonge buurmeisje Hera mag Fúsi wel. Samen spelen ze met barbies, maar als het aan Fúsi ligt liever oorlogje.

Je moeder betrappen op seks
De film trapt af als droge komedie, waarin we met ongemakkelijke situaties te maken krijgen zoals Fúsi die zijn moeder betrapt als ze seks heeft. Maar Virgin Mountain (een verwijzing naar het enorme gewicht dat Fúsi met zich meedraagt) laat subtiel ook de tragiek zien in het leven van deze kolossale metal dude met een warm karakter. Ondanks zijn voorkomen is Fúsi een eenzame, onzekere man. Met zijn uiterlijk roept hij veel plagerijen op, zoals collega’s die hem pesten op het werk. En in de liefde heeft Fúsi ook al geen succes.

De omslag vindt plaats wanneer Fúsi jarig is en van moeder en haar vriend een cursus linedance cadeau krijgt. Wat, linedance voor iemand die van metal houdt? En zo gebeurt het, onder zichtbare tegenzin, dat Fúsi (gehesen in zwart pak met cowboyhoed!) op de cursus de open Sjöfn ontmoet. Er ontstaat een vriendschap en Fúsi besluit zijn leven een andere wending te geven.

Virgin Mountain

Coming of age van een veertiger
Het tweede deel van Virgin Mountain zou je een coming of age kunnen noemen, maar dan met een veertiger in de hoofdrol die zijn vleugels uitslaat. Niet dat Fúsi in zijn karakter veel verandert – hij blijft een goedhartige metal dude, al wil hij voor Sjöfn wel Dolly Parton aanvragen bij zijn favoriete radiozender. Door wat onvoorziene gebeurtenissen ontpopt Fúsi zich als iemand met een gouden hart, die er voor de ander is maar ook trouw blijft aan zichzelf. Gunnar Jónsson zet zijn rol van de introverte Fúsi prachtig neer – een man van weinig woorden die op subtiele wijze laat zien oog te hebben voor zijn medemens.

De IJslandse regisseur Dagur Kári is geen nieuwkomer: hij debuteerde met het goed ontvangen Noi The Albino (2003) en kwam in 2009 met The Good Heart (met acteurs Paul Dano en Brian Cox), films waarin de thematiek van buitenstaander ook terugkomt. Met Virgin Mountain zou Kári wel eens meer zieltjes kunnen winnen. De film balanceert perfect tussen die typische noordelijke droge humor en ontroerend drama en beschikt over een hoofdpersoon van wie je als kijker gaat houden.

 

16 november 2015

 
ALLE RECENSIES

Corn Island

*****

recensie  Corn Island

Sublieme Onthaasting

door Ralph Evers

In Corn Island besluit een oude man met zijn kleindochter het groei- en oogstseizoen door te brengen op een spontaan ontstaan eiland in de rivier tussen Georgië en Abchazië. Resulterend in een oogstrelende, serene film die als een schilderijenvoorstelling aan ons oog voorbijtrekt.

Subliem is het kernwoord voor het Georgische Corn Island (Simindis Kundzuli). Een tempo dat even traag is als het groeien van de mais, zonder saai te worden. De beelden van cameraman Elemér Ragályi zijn als de schilderijen van D.M. Turner, zo onwaarschijnlijk mooi weet hij met licht en kleur te toveren.

Recensie Corn Island

Dat begint al met het openingsshot. We zien en horen een peddel door het water gaan. De mist en het vroege tijdstip verhullen het grotere plaatje. Er is nog nauwelijks licht, we luisteren vooral. Op een ritme dat overeenstemt met onze hartslag wanneer we in een tevreden rust zijn. Het kabbelende van het water en de kalme overgave van de oude man aan het ritme van de natuur onthaast dan ook effectief.

De man is op zoek naar een eiland. In de inleidende tekst van de film is ons duidelijk geworden dat een klein eiland, waarbij een harmonie met de natuur bewerkstelligd wordt, voldoende mais oplevert om voor een gezin de barre Georgische winter mee door te komen. Voldoende motivatie voor onze protagonist om de tering naar de nering te zetten.

Minimalisme
De camera concentreert zich rondom en op het eiland. We krijgen via de vrachtladingen die de oude man met zijn bootje naar het eiland brengt contact met een buitenwereld. De regisseur vooronderstelt een leven buiten het eiland. Hij laat dit spreken in de prachtig doorleefde kop van de hoofdrolspeler, gespeeld door Ilyas Salman.

Het trage tempo waarin het verhaal zich ontvouwt doet denken aan de sublieme cameravoering van Werckmeister Harmóniák van Béla Tarr. De precieze montage, waarin dit gevoel voor timing terugkomt, werkt mystificerend. Gedurende de honderd minuten die de film voortkabbelt, gebeurt er eigenlijk niet zo veel. We zien twee mensen op een eilandje mais verbouwen. Op de achtergrond is er een conflict tussen Georgiërs en Abchaziërs. Dit leidt tot wat spanning op het eiland. Verder zien we de seizoenen met hun prachtige licht en kleuren aan ons voorbijtrekken en ondanks dit minimalisme waren de reacties na afloop van de voorpremière unaniem lovend.

Vermoedelijk snakken velen van ons naar een rust die het stadse, drukke leven ons niet meer kan geven.

Recensie Corn Island

Romantiek of realisme?
De sereniteit die Corn Island grotendeels tekent, lijkt een romantisch verlangen naar het ideaal waar de mens in soberheid en harmonie met de natuur kan leven. Ongekunsteld en niet gecorrumpeerd door de verleidingen van het kapitalisme. Een mens die neemt van zijn omgeving en er iets voor teruggeeft, een mens die door dit natuurlijke principe in overvloed leeft. Het romantisch perspectief is verdedigbaar vanachter een westerse, kapitalistische bril.

Echter, we weten niet waarom de oude man kiest voor dit enerzijds idyllische, maar anderzijds meedogenloze leven. De natuur lijkt liefelijk en romantisch, maar in haar stormen ontneemt ze de oude man en dochter letterlijk de grond onder hun voeten. Tot zover de romantische verklaring. Het feit dat er nauwelijks gesproken wordt en gebeurtenissen zich plots voordoen en even zo plots weer verdwijnen laat aan onze verbeelding over wat de beweegredenen zijn. Het is de natuur die het hoogste woord heeft, die ons toespreekt door water, wind en zwijgende mensen, doch sprekende lijven.

 

9 november 2015

 

 
ALLE RECENSIES
 

Regression

**

recensie  Regression

De duivel zit in de details

door Ashar Medina

Voorspelbare thriller over seksueel misbruik in occulte sferen is prikkelend noch uitdagend.

Een klein stadje wordt opgeschrikt wanneer een jong meisje (Emma Watson) beweert het slachtoffer te zijn geworden van ernstig seksueel misbruik. De detective die op de zaak wordt gezet (Ethan Hawke) weet al snel een bekentenis uit haar vader te trekken, ook al kan die zich er vreemd genoeg maar weinig van herinneren. De detective gelooft hem eigenlijk ook helemaal niet en gaat verder op onderzoek uit. Hij opent een beerput en stuit op een mogelijk complot van Satanisten, mensenoffers en nog veel meer narigheid. Of heeft het meisje het hele verhaal uit haar duim gezogen..?

Regression

Angst als raadgever
Regression volgt de blauwdruk van tientallen voorgangers; occulte thrillers die spelen met de universele angst voor duivelaanbidders. De film opent zelfs met een tekst die refereert aan de massahysterie die in de jaren tachtig losbrak in de VS – na een aantal spraakmakende zaken kwamen er wekelijks verhalen bovendrijven over satanische cults die baby’s offerden, kleuters misbruikten en moordden dat het een lieve lust was.

Angst is meestal een slechte raadgever, en dat is hier niet anders. Kijk maar naar de wijze waarop Alejandro Amenabar zijn verhaal aan ons presenteert. De openingstekst is bedoeld om een duidelijk kader te schetsen, maar wat de regisseur eigenlijk doet is zijn grootste troef op tafel leggen. Door de kijker in de richting van de ongefundeerde massahysterie te sturen zegt hij al te veel over de manier waarop het verhaal van het meisje zal worden behandeld en hoe het verhaal zich zal ontvouwen. Dit komt de suspense alles behalve ten goede en zorgt ervoor dat de rest van het verhaal onherroepelijk afstevent op een onbevredigend einde.

Conventies versus clichés
Alejandro Amenabar maakte naam met intrigerende films als Abre Los Ojos (later ge-remaked als Vanilla Sky) en The Others, waarin hij mysterieuze premissen en inventieve scenario’s voorzag van een kenmerkende, beklemmende atmosfeer en zo duidelijk een authentieke handtekening presenteerde aan de filmwereld. Doodzonde dat hij voor Regression een wilde greep deed in de bak met clichés die films binnen dit genre zo vaak de das omdoen.

Regression

De acteurs kunnen daar ook niet blij mee zijn geweest. Zo krijgt Ethan Hawke als de pas gescheiden, cynische detective veel te weinig om mee te spelen. Het enige dat voor zijn personage pleit is zijn doorzettingsvermogen, maar dat is natuurlijk nooit genoeg. Het feit dat hij bijna uitsluitend cup-a-soup maaltijden eet in zijn uppie en een gebroken hart heeft doet daar niets aan af. Naast de vlakke personages zien we omgekeerde kruizen, klapperende deuren, creepy geestelijken – alles begeleid door een soundtrack die ons onomwonden duidelijk maakt dat we het eng moeten vinden. Originaliteit is ver te zoeken.

De grootste zonde wordt echter richting het einde van de film begaan. In een poging het publiek te verrassen worden zaken onthuld die niemand ooit had kunnen zien aankomen (want niet gepland of zelfs maar gesuggereerd), waardoor het een beetje aanvoelt alsof Amenabar zijn publiek in de maling neemt. Een beetje jammer allemaal.

 

9 november 2015

 
ALLE RECENSIES

Ice and the Sky

****

recensie  Ice and the Sky  

Hoe een avontuur een queeste werd

door Nanda Aris

In deze prachtige film van Luc Jacquet volgen we het leven van Claude Lorius. Hij vertrok op 23-jarige leeftijd naar Antarctica, en zou zijn leven lang op zoek gaan naar de diepste lagen van het ijs, waarin hij informatie over het klimaat vond, en ontdekte hoe de mens het ijs beïnvloedt. 

Het is niet de eerste keer dat filmmaker Luc Jacquet afreist naar het koude Antarctica. Eerder deed hij dit voor zijn Oscar winnende film March of the Penguins (2005), waarin hij pinguïns rond de zuidpool op een David Attenborough-manier volgde op hun reis naar paar- en broedgebieden. Het leverde prachtige beelden op, en de wereld viel als een blok voor deze lief waggelende dieren. Enig kritiekpunt was dat het verhaal wellicht iets te geromantiseerd werd vertoond: de noodzakelijke voortplanting werd een liefdesverhaal. Ook Ice and the Sky (La Glace et la Ciel) heeft hier lichtelijk last van. Jacquet zet soms net iets teveel aan, hetgeen geheel niet nodig is, het verhaal is indrukwekkend genoeg.

Recensie Ice and the Sky

IJs
De film start met fantastische beelden van ijs. We zien close ups, we horen het kraken, een hand die over het ijs gaat, en een man die door een ijstunnel loopt. Deze artistieke beelden worden door prachtige muziek, veelal violen, begeleid. We begrijpen als kijker de grootsheid en het belang van dit ijs. De nu 82-jarige Claude Lorius wordt voorgesteld, en ook van hem begrijpen we zijn grootsheid en belang. Hij neemt ons mee naar zijn verleden, toen hij zich als 23-jarige aanmeldde voor het avontuur en op reis ging naar Antarctica. Om onderzoek te doen naar het ijs, waarover toen nog nagenoeg niks bekend was.

Levensloop
Na zijn eerste, lange missie naar Antarctica, is Lorius gegrepen door het natuurschoon, de ontberingen, en door de vele informatie dat ijs hem geeft. Hij wordt glacioloog, besluit dat hij ijs en het verhaal dat het met zich meedraagt, wil doorgronden.

De vele archiefbeelden worden afgewisseld met beelden van Lorius die terugkeert naar Antarctica. Hij ontdekt verschillen in ijskristallen en onderzoekt hoe de lagen zich opbouwen. In deze lagen ligt een schat aan informatie verscholen. Lorius ontdekt een methode om er achter te komen hoe warm het was ten tijde van het vallen van de sneeuw. Deze informatie zorgt voor een overzicht van het klimaat door de eeuwen heen.

Hij boort dieper en dieper in het ijs, dieper de geschiedenis in. De aarde warmt op, en in vrij rap tempo. De mens is daar debet aan, door de uitstoot van broeikasgassen. Het onderzoek is een levenswerk voor Lorius. Maar wordt zijn waarschuwing wel voldoende opgepikt? ‘I sometimes fight the feeling of having served no purpose’, zegt Lorius.

Ice and the Sky

Klimaatoverleg
Een jaar na het uitkomen van March of the Penguins verschijnt Al Gore’s An Inconvenient Truth (2006). Ook deze film wint een Oscar. De film is een documentaire over de opwarming van de aarde. De film was groot nieuws, vele leiders en politici werden erdoor beïnvloed, maar de film kreeg ook kritiek. Niet alles zou geheel waar zijn, sommige dingen werden overdreven, of niet aangehaald. Maar de film slaagde in het vergroten van het klimaatbewustzijn.

Niet geheel ontoevallig heeft eind deze maand in Parijs de eenentwintigste jaarlijkse klimaatconferentie van de Verenigde Naties plaats. Laten we hopen dat de discussie over klimaat opnieuw aangezwengeld kan worden door Ice and the Sky.

‘Are you ready to change the way you live?’, vraagt Al Gore aan het einde van zijn film. ‘Now that you know too, what are you going to do about it?’, vraagt Claude Lorius aan het einde van Ice and the Sky. Beide films eindigen met het aanspreken van de kijker; een betere wereld begint immers bij jezelf.

 

9 november 2015

 
ALLE RECENSIES

Perfect Day, A

****

recensie  A Perfect Day

Sarcastische hulpverleners

door Bob van der Sterre

Wat moet je als hulpverlener als je een lijk uit een put omhoog wil hijsen maar het touw breekt, de Verenigde Naties zeggen dat je je nergens mee moet bemoeien, en er in de wijde omgeving geen touw is te vinden? Je bent en blijft toch in de eerste plaats een hulpverlener en je moet en zal dat lijk eruit krijgen. 

We zitten in Joegoslavië, 1995, dus tegen het einde van de oorlog. Hulpverleners Mambrú (Benicio Del Toro), B. (Tim Robbins) en Sophie (Mélanie Thierry) willen samen met tolk Damir (Fedja Stukan) dat vadsige lijk eruit vissen, om te voorkomen dat de put onbruikbaar wordt.

Zo makkelijk is het allemaal nog niet. Colonnes tanks en groepjes soldaten versperren de route, dode koeien liggen midden op de weg, VN-soldaten willen dat je opduvelt, en werkelijk nergens kun je touw krijgen.

A Perfect Day

Touw
Hoe moeilijk is dat toch, touw vinden? B. en Damir vinden een winkeltje. ‘Verkoopt u touw?’ De verkoper schudt zijn hoofd. B. loopt door de winkel en vindt overal touw. ‘Ik heb het hier in mijn handen!’ ‘Dát? Dat is niet voor de verkoop.’ B. houdt aan, maar Damir fluistert tegen hem: ‘Laten we gaan. Vermoedelijk willen ze hier helemaal niet dat het lijk eruit gehaald wordt.’

Na de tevergeefse poging om het touw elders te vinden, keren ze beiden terug bij de basis. Aldaar wacht Katya (Olga Kurylenko), een ex van Mambrú. Ze werkt nu voor de Verenigde Naties en ze moeten haar een lift geven naar een andere VN-basis. Hun geschiedenis geeft spanningen. Mambrú heeft tijdens hun affaire simpelweg nooit gemeld dat hij al een vriendin had en dat vergeeft Katya hem nog steeds niet. ‘Ik heb niet gelogen, maar gewoon iets achterwege gelaten’, verklaart hij schouderophalend.

Wat volgt is een tocht langs door de bergen, in een tijd dat navigatiesystemen nog niet bestonden. Van boven ziet het er schitterend uit, maar op de weg is het een ramp. Licht is er niet, overal ravijnen en verdwalen is niet moeilijk. En dan dus die dode koeien gevuld met mijnen.

A Perfect Day

Klein leed
A Perfect Day is een erg aangename film over het kleine leed van oorlog. Het script (geschreven door regisseur Fernando León de Aranoa zelf) is goed materiaal waarbij je niets door de strot geduwd krijgt. Oorlogsdrama ontbreekt. Het is nergens sentimenteel, pathetisch, grof of al te symbolisch (denk bijvoorbeeld aan Oscarwinnaar No Man’s Land). Wie Bosnisch of Servisch is leren we niet eens.

De film scoort pas echt punten op acteerwerk. Er is een geweldige chemie tussen de karakters. Del Toro en Robbins zijn als acteurs al net zo geroutineerd als de rollen die ze spelen, de sarcastische hulpverleners die alles al hebben gezien. Dat is aangenaam om naar te kijken. De bijrollen dansen daar prima onbescheiden omheen.

De film bewijst hoe volwassen sommige scripts kunnen zijn, hoe ze voortreffelijk een balans kunnen vinden tussen humor, karakterfilm, spanning en ontroering. Dat had makkelijk mis kunnen gaan. Vooral het stuk rondom een ingestort huis van een meereizend jochie is erg sterk. In veel oorlogsfilms is zo’n ruïne slechts decor. Hier zien we de geschiedenissen en wordt het een levend object vol herinneringen. Mooie scène.

A Perfect Day

Muggenzifterij
Als kritiek kun je misschien zeggen dat de film eigenlijk echt in Joegoslavië gefilmd had moeten worden, en niet in Spanje. Het had kunnen zorgen voor wat extra couleur locale die nu wel erg karig aanwezig is. Iets anders is dat het jochie Nikola iets te vanzelfsprekend Engels spreekt, voor een amper tienjarig ventje. Een verklaring hiervoor krijg je niet en dat wringt een beetje, maakt het misschien iets te Amerikaans.

En sowieso is het een beetje raadselachtig wat de cinematografische urgentie was om twintig jaar later ineens een film te maken over de nasleep van de Joegoslavische oorlog. De film is goed, dat is niet het probleem, maar de film is niet vernieuwend genoeg om alles wat er tot nu toe over is gemaakt op te schudden.

Maar: muggenzifterij. Met A Perfect Day kunnen hulpverleners nu eindelijk ook eens trots zeggen dat er een film is die hun beroep eer aandoet. Een hulpverlener kan vermoedelijk niet overleven zonder een sarcastisch gevoel voor humor en wij kunnen nu wrang met ze mee lachen.

 

7 november 2015

 
ALLE RECENSIES

Son of Saul

recensie  Son of Saul

Een nauwgezette en onontkoombare hel

door George Vermij

Regisseur László Nemes laat zich in Son of Saul niet weerhouden door de woorden van Claude Lanzmann (Shoah) die vond dat men de holocaust alleen kon begrijpen door de woorden van overlevenden en niet door historische reconstructies. Son of Saul is een verstikkende tocht door de machinale hel van een vernietigingskamp, ontdaan van momenten van troost of bezinning.

Veel overlevenden van de holocaust die hun ervaringen op papier wilden zetten, beklaagden zich over de onmogelijkheid om de gebeurtenissen correct te beschrijven. Hoe kan je het uitputtende en uitzichtloze bestaan van een gevangene vatten voor iemand die het niet heeft meegemaakt? De uitdagende poging die de Hongaarse regisseur László Nemes nu in Son of Saul onderneemt, steunt op twee pijlers.

Filmisch hanteert hij een stijl waarbij de camera voortdurend op de huid van hoofdpersoon Saul zit en hem opgejaagd door het kamp volgt. Een bekende methode die leunt op de cinema van de Dardennes en perfect geschikt is voor de continue en dreigende spanning in een concentratiekamp. Het vierkante beeldformaat van de film versterkt nog eens die benauwende sfeer.

Recensie Son of Saul

Belangwekkende feiten
De andere pijler is de historische gedetailleerdheid van de film die op geen moment didactisch is, maar overtuigt door de belangwekkende feiten die worden getoond. Het verhaal gaat over een lid van een Sonderkommando: een concentratiekampgevangene die in leven wordt gehouden om mee te werken met de massavernietiging.

Het eerste shot van de film toont een groep joden die in een ruimte worden geleid door Saul en andere leden van zijn ploeg. Nadat de mensen verdwijnen in de gaskamer moet Saul in snel tempo alle bezittingen verzamelen zodat er weer plek is voor de volgende lading. Als hij na een vergassing zijn zoon denkt te herkennen tussen de lijken, probeert hij hem op een gepaste wijze te begraven, wat een onmogelijke taak is in de hel van Auschwitz-Birkenau.

De verdronkenen en de geredden
Er zijn opvallend veel raakvlakken met het redelijke Amerikaanse The Grey Zone ook al vaagt Son of Saul die film van de kaart. In beide films wordt een levende persoon gevonden na een vergassing en behandelt het verhaal zijdelings een mislukte opstand van een Sonderkommando die echt heeft plaatsgevonden in 1944. De gemeenschappelijke factor in de films is Miklós Nyiszli die als arts werkzaam was in Auschwitz-Birkenau en zijn getuigenissen na de oorlog zou optekenen. Die vormden de basis voor The Grey Zone, maar Nyiszli komt ook subtiel in Son of Saul voor als een arts die Saul helpt in het bewaren van het lichaam van zijn zoon.

Nemes moet daarnaast Claude Lanzmanns Shoah hebben gezien. In die documentaire is er een lang interview met een lid van een Sonderkommando die de oorlog heeft overleefd. In dat interview gaat het over het eufemistische taalgebruik van de nazi’s en hun macabere obsessie voor orde, resultaten en cijfers. Lijken werden Stücken genoemd en die woorden komen terug in Nemes’ film.

Opmerkelijk is wel dat de naam van het concentratiekamp onuitgesproken blijft. Dat het Auschwitz-Birkenau is, blijkt uit een scène waarin personages spreken over Kanada. De bijnaam van het deel van het kamp waar alle bezittingen van de vermoorde gevangenen werden bewaard. Ook verwijst een scène naar een iconische clandestiene foto van verbranding van lijken in een veld.

Recensie Son of Saul

Opgejaagde intensiteit
Natuurlijk is Son of Saul geen makkelijke kijkervaring. Door middel van Sauls tocht ontdek je de ringen van een moderne hel werkend als meedogenloze machine en iedereen vermorzelend die niet collaboreert. De Sonderkommando’s zijn de onbeduidende radertjes in de chaos.

Het verhaal speelt zich af op een moment waar de capaciteit van het kamp op knappen staat. In 1944 konden massale deportaties van Hongaarse joden maar met moeite worden verwerkt. In die heksenketel bevindt Saul zich als hij van de crematoria opeens belandt op de velden buiten de omheiningen waar nazi’s improviseren met groepsexecuties, massagraven en vlammenwerpers. Ondanks dat alles draait de machine onverbiddelijk door.

Het is die opgejaagde intensiteit die de film uniek maakt, maar op momenten ook ondragelijk. De feiten zijn natuurlijk al lang bekend, toch is het te hopen dat de kracht van de film zal overkomen bij mensen die nog onwetend zijn. In een tijd waar vluchtelingen door bepaalde mensen worden gezien als ongedierte en waar onderbuikgevoelens ongegeneerd worden geventileerd, is het goed om te beseffen wat onmenselijkheid echt betekent.

 

3 november 2015

 
ALLE RECENSIES

Tout nouveau testament, Le

***

recensie  Le tout nouveau testament

Ontsporend meesterwerkje

door Bob van der Sterre

God leeft. Hij woont ergens in een buitenwijk van Brussel, met zijn nietszeggende vrouw met een passie voor borduren en honkbalplaatjes en zijn dochtertje, Ea. Achter een computertje in een kamer vol dossierlades heeft hij de wereld verzonnen.

God is een hufter, een schoft, en bedenkt dus een sadistische maatschappij. Het duurde even voor hij zijn ideale slachtoffer vond nadat pogingen met giraffes op niets uitliepen. De mens is ideaal voor zijn echte passie: het verzinnen van een lijst met sadistische tegenslagen (‘een boterham met jam zal altijd ondersteboven op de grond vallen’, ‘als je net in bad gaat, klinkt de telefoon’). Hij grinnikt achter zijn pc’tje en tikt lekker verder.

Le tout nouveau testament

IJzersterk
Ea leeft in dat huis. Niets leuks aan. Ze wordt opstandiger en God weet niet anders dan haar ervan langs te geven met de riem. Ze wil ontsnappen, apostelen zoeken, het lijden van mensen verzachten. Na een overleg met haar broer, Jezus Christus, die als een beeldje op de kast staat, weet ze hoe ze ervandoor kan gaan. God moet ook want ze heeft zijn pc geblokkeerd.

Een schitterende premisse – en ook schitterend uitgevoerd. Virtuoos, vermakelijk, satirisch en erg speels. Sterk herinnerend aan Jean-Pierre Jeunets Amélie maar wat geeft het? Het eerste deel van de film is ijzersterk.

Maar dan komt het vervolg en het schema van het meesterwerk moeten we al snel verlaten. Ea gaat apostelen bezoeken. Een leuk gegeven, maar het meeste materiaal over hun levens is niet zo heel interessant. Soms zelfs dwaas (Catherine Deneuves passage wint de cultprijs). Ja, er zijn nog wel wat vermakelijke grapjes (de citerende zwerver, de passage met God en de dominee) maar ze werken steeds minder goed.

Doordraven
Wat je steeds meer mist naarmate de film vordert, is een gewone scène. Alles is olijke montage in Le tout nouveau testament. De film draaft erin door en wordt meer en meer style over substance. De originaliteit van het verhaal, de motor van ieder meesterwerk, begint te pruttelen. Tegen het einde rijdt de auto alleen nog maar op gebakken lucht.

Le tout nouveau testament

Een ander probleem is een kind als hoofdpersoon. Goed acteren is altijd lastig voor kinderen en geen enkele andere rol komt boven de karikatuur uit. Een kinderfilm is het toch ook niet. De film speelt ongegeneerd met taboes.

Denkend aan soortgelijke originele verhalen (Being John Malkovich, Amélie, The Grand Budapest Hotel) dan valt elke keer op dat de humor subtieler wordt met het vorderen van de film. Hier gaan we de andere kant op.

Het is een bewijs voor de theorie dat je goede verhalen ‘achteruit’ moet schrijven, met een origineel plot in je achterhoofd, en niet ‘vooruit’, vanuit een startpositie. Goede films zijn nu eenmaal kop en staart.

Wat nu overheerst na het kijken van de film van Jaco van Dormael (bekend van Toto le Héros, Le Huitième Jour en Mr. Nobody) is een gevoel van vermaakt te zijn en een gevoel van spijt dat het niet meer was dan dit.

 

2 november 2015

 
ALLE RECENSIES