Pigeon Sat on a Branch Reflecting on Existence, A

***

recensie  A Pigeon Sat on a Branch Reflecting on Existence

Rijke beelden met armoedige mensen in zielloos Zweden

door Karina Meerman

Deze film heeft wellicht de meest pretentieuze titel sinds ‘Eeuwige Zonneschijn van het Smetteloze Brein’. Welkom bij ‘Een duif zat op een tak en dacht na over het bestaan’, kortweg ‘Een Duif’. 

Een gezellig avondje uit is deze Zweedse absurdistische tragikomedie niet. In plaats van een bioscoopje met popcorn lijkt dit eerder op een bezoek aan een museum met oudere familieleden. We schuifelen wat door het geheel en raken bevangen door een beeld of een geluid, terwijl de mensen in onze buurt met hun eigen interpretatie bezig zijn. Hé presto, dit is ook de eerste scène die regisseur Roy Andersson ons laat zien. Misschien is het om aan te geven wat we kunnen verwachten: alles en niets en de betekenis moet uit onszelf komen.

Recensie A Pigeon Sat on a Branch Reflecting on Existence

Absurdistische trilogie over het leven
A Pigeon Sat on a Branch Reflecting on Existence (2014) is het laatste deel van Anderssons absurdistische trilogie over het leven, voorafgegaan door Songs from the Second Floor (2000) en You, the Living (2007). De Duif bevat negenendertig scènes. Negenendertig schilderijen waarin een treurig Zweden met liefde wordt gefileerd en aan de kijker gepresenteerd in ogenschijnlijk monotone kleurstelling. Alle schakeringen van oker worden volledig benut.

Anderssons werk is ook beïnvloed door de schilderkunst. In dit deel zijn dat vooral de door WOI-geïnspireerde werken van de Duitse Otto Dix en George Scholz. Zij vertegenwoordigden de Nieuwe Zakelijkheid, de intellectuele reactie op de romantiek van het expressionisme. “Verwoest door de oorlog, resoneert hun wereldbeeld sterk met iets dat ik zelf voel, zonder ooit in een oorlog te hebben meegemaakt”, aldus de regisseur, die in zijn jeugd alleen waarde hechtte aan realisme.

“Films van nu zijn oninteressant”
Andersson betreurt het dat filmmakers zich niet vaker laten inspireren door kunst. “Dat is waarschijnlijk de reden waarom films van nu zo dunnetjes zijn en oninteressant. De beelden zijn zo armoedig.” Visueel armoedig is De Duif niet. Ieder schilderij is met grote zorgvuldigheid in scène gezet en ieder voorwerp en ieder geluid levert een bijdrage. De personages, daarentegen, zijn zo armoedig dat ze leeg zijn.

Recensie A Pigeon Sat on a Branch Reflecting on Existence

Van de handvol terugkerende elementen in de film zijn de opvallendste twee verkopers van fopartikelen, gespeeld door Holger Andersson en Nisse Vestblom. De twee vrienden – mannen van een zekere leeftijd – schuifelen door de enorme worsteling van hun nutteloze leven. De make-up en belichting maken hen tot stripfiguren. Dit zijn geen personages om aardig te vinden. Niemand is overigens erg aardig in De Duif, maar dat is ook niet wat de regisseur wil. Hij wil ons laten nadenken over wat we aan het doen zijn en waar we naar toe gaan.

Roy Andersson zegt dat “de toon er overweldigend een is van levenslust”. Het al dan niet kunnen bespeuren van die levenslustige toon, hangt vermoedelijk sterk af van de levensinstelling van de kijker. Sommige kijkers zullen De Duif heel grappig vinden. Anderen krijgen de mondhoeken maar een paar keer omhoog. Maar niemand blijft onberoerd, ook de mensen niet die gefrustreerd de bioscoop uit lopen.

 

3 februari 2015

 
ALLE RECENSIES

American Sniper

****

recensie American Sniper
Schaapshond met messiascomplex

door Alfred Bos

Veteraan-regisseur Clint Eastwood verfilmde het levensverhaal van Chris Kyle, de dodelijkste sluipschutter in de Amerikaanse legerhistorie, opmerkelijk ingetogen. In deze realistische oorlogsfilm zijn psychologie en actie in evenwicht.

De Amerikaanse militaire interventies in het Midden-Oosten hebben een stoet films over stoere mannen in stoffige zandbakken opgeleverd en tussen de kleine veertig titels die Clint Eastwood regisseerde zit ook het oorlogstweeluik Letters from Iwo Jima en Flags of Our Fathers; daarin toont hij de oorlog in de Pacific (1941-1945) zowel vanuit Amerikaans als vanuit Japans perspectief. Het is niet vreemd dat de inmiddels 84-jarige acteur/regisseur/producer en jazzliefhebber zich heeft gewijd aan de verfilming van het levensverhaal van Chris Kyle, de Navy SEAL scherpschutter die op 2 februari 2013 op een Texaanse schietbaan door een Irak-veteraan werd doodgeschoten.

Recensie American Sniper

Het is een zeer Amerikaans verhaal, over een zeer Amerikaanse oorlog, met een zeer Amerikaanse hoofdpersoon die wordt gedreven door een zeer Amerikaans patriottisme (‘Dit is het beste land op aarde, ik doe alles om het te beschermen’), en een zeer Amerikaanse reactie op geweld (nog veel meer geweld), uitmondend in een zeer Amerikaanse ontkenning van de trauma’s waarmee soldaten uit Irak terugkeren. Het is géén succesverhaal.

Eastwood heeft zich, als acteur en als regisseur, in zijn lange loopbaan immer betrokken getoond met geplaagde individualisten die zich inzetten voor de goede zaak. Amerika is zijn onderwerp, zo handelen zijn laatste films over The Four Seasons, Amerikaanse muziekhelden uit de jaren zestig, en FBI-oprichter J. Edgar Hoover. Hij is wellicht de meest Amerikaanse van alle actieve Amerikaanse filmregisseurs en het verhaal van Kyle is bij hem in onverdachte handen.

Bradley Cooper bijna onherkenbaar fors
Eastwood maakt van Kyle geen lieverdje, eerder een simpele ziel die de werkelijkheid ziet door het vizier van een geweer; het grotere beeld ontgaat hem. Maar Eastwood portretteert Kyle, overtuigend neergezet door een bijna onherkenbaar forse Bradley Cooper, ook niet als eendimensionale mannetjesputter. In de twee uur van de film zien we hem langzaam uiteenvallen, van gemotiveerde vrijwilliger tot getraumatiseerde vreemdeling in zijn eigen huis.

Van huis uit heeft de Texaanse volksjongen eenvoudige waarden meegekregen. Er zijn drie soorten mensen: schapen, wolven en schaapshonden; die laatste beschermen de schapen tegen de wolven. Wanneer Kyle, de schaapshond, tijdens zijn dienst in Irak niet ergens op een dak achter zijn scherpschuttersgeweer ligt om mariniers op de grond te ondersteunen, meldt hij zich aan voor gevaarlijke huiszoekingen. ‘Heb je soms een doodswens’, wil zijn vrouw (Sienna Miller) weten wanneer hij voor de vierde keer naar Irak afreist. ‘Heb je een messiascomplex?’, vraagt een collega-marinier als hij extra taken aanpakt. De scherpschutter doet wat hij als zijn plicht beschouwt, negeert zijn emoties en raakt sluipenderwijs van zichzelf vervreemd.

Recensie American Sniper

Drama met vaart
Eastwood tekent dat verval op realistische, maar onderkoelde wijze. Regie en cameravoering zijn bijzonder efficiënt, zonder poespas, en de elegante montage geeft dit oorlogsdrama de vaart van een actiefilm. De camera zit de mariniers in het stuk geschoten Ramada dicht op de huid; het doet denken aan Kubricks Full Metal Jacket. Het scherpschuttersduel tussen Kyle en zijn Arabische tegenhanger herinnert aan Enemy at the Gates en de climaxscène waarin een groep mariniers uit een omsingeld gebouw moet worden bevrijd zou niet hebben misstaan in Black Hawk Down.

Het best is American Sniper evenwel in de verbeelding van Kyle’s langzame psychische onttakeling. Zijn recht-door-zee waarden zijn te eendimensionaal voor de complexe realiteit van een guerrilla-oorlog op exotisch grondgebied. Hij is teveel vechter en te weinig denker, en betaalt dat met zijn menselijkheid en uiteindelijk, door de hand van iemand die hij wil helpen, met zijn leven. Eastwood maakt geen held van hem en wijst nergens met een beschuldigende vinger. Juist door die afstandelijke benadering komt de tragiek des te scherper over. Ouderwets vakwerk over een actueel onderwerp van een meesterregisseur.

 

28 februari 2015

 
ALLE RECENSIES
 

Wild

***

recensie  Wild

Spontane ontdekkingstocht door Amerika

door Cor Oliemeulen

Een jonge vrouw doorkruist Amerika met als doel om veel meer zichzelf dan de overweldigende natuur te ontdekken.

Zoals in Europa pelgrims een voettocht maken naar Santiago de Compostella in Noord-Spanje, zo zijn er in de Verenigde Staten wandelaars die zich wagen aan de Pacific Crest Trail, die loopt van het zuidelijkste puntje van Californië tot aan de Canadese grens. In beide gevallen willen deelnemers zichzelf bewijzen of bijvoorbeeld het verleden verwerken. Zo ook Cheryl Strayed (Reese Witherspoon) die iemand tijdens een van haar schaarse ontmoetingen onderweg toevertrouwt: ‘Ik was eenzamer in mijn gewone leven dan hier.’

Recensie Wild

Wild is niet wild
De verfilming van Strayeds bestseller doet in eerste instantie denken aan de filmbiografieën Into the Wild (2007) van Sean Penn waarin de hoofdpersoon huis en haard achterlaat voor een barre tocht naar Alaska, alsook 127 Hours (2010) van Danny Boyle waarin de hoofdpersoon komt vast te zitten in een grot. In Wild van Jean-Marc Vallée gaat het er een stuk minder wild aan toe. Ten eerste zal Cheryl niet doodvriezen in een oude caravan en ten tweede hoeft ze niet haar arm af te snijden om zich te bevrijden. Het ergste leed dat haar treft is het verwijderen van wat teennagels en het likken van dauw van haar tent om niet om te bezwijken aan dorst.

De Pacific Crest Trail doorkruist 25 bosgebieden, zeven nationale parken en diverse beschermde wildernisgebieden. Dat levert uiteraard wonderschone plaatjes op, maar minder confrontaties met de natuur dan je zou mogen verwachten. In plaats van beren op haar pad, ontmoet Cheryl een lief vosje, dat haar nog een tijdje zal volgen. Voordat Cheryl de Bridge of the Gods zal bereiken, ontmoet ze wel andere langeafstandswandelaars én haar eigen demonen: het resultaat van haar mislukte huwelijk, haar drugs- en alcoholverslaving en haar pijn vanwege de ongeneeslijke ziekte van haar moeder.

Recensie Wild

Romantiek voor tienermeisjes
Hoewel Wild van de eerste tot de laatste stap onderhoudend is, heeft de Canadese regisseur Jean-Marc Vallée betere films gemaakt. In C.R.A.Z.Y. (2005) is de familiegeschiedenis niet alleen krankzinniger, maar ook beter uitgewerkt. In Café de Flore (2011) schakelt hij briljanter tussen twee tijdperiodes en in Dallas Buyers Club (2013) was Vallée gezegend met een charismatischere hoofdrolspeler.

Cheryls avontuurlijke tocht neigt wat naar romantiek voor tienermeisjes, terwijl de flashbacks met haar moeder (Laura Dern – let op de identieke kinnen van de dames) volwassen dramatisch tegenwicht bieden. Reese Witherspoon is het sterkst als haar personage mijmert over vroeger. Maar als de met loodzware bepakking uitgeruste wandelaar met iele benen (die na de tocht van elfhonderd mijl nauwelijks geharder lijken), is de actrice, die in 2005 nog verrassend een Oscar won voor haar rol in de Johnny Cash-biografie Walk the Line, niet altijd even geloofwaardig. Misschien heeft ze zich bewust net zo slecht voorbereid op haar rol als op haar spontane ontdekkingstocht door Amerika.

 

23 februari 2015

 
ALLE RECENSIES

Ich Seh, Ich Seh

****

recensie  Ich Seh, Ich Seh

Terreur als keerzijde van plastische chirurgie

door Suzan Groothuis

Regisseurs Veronika Franz en Severin Fiala lieten zich voor hun horrorfilm inspireren door make-overs op televisie. Ich Seh, Ich Seh toont de keerzijde van plastische chirurgie: wat als je eigen kinderen je niet meer herkennen?

De eerste shots van de film ademen een bepaalde rust: een afgelegen modern ingericht huis, te midden van bossen en maisvelden. In dat landschap speelt de negenjarige tweeling Lukas en Elias tikkertje. Als een stel dolle honden, een van de twee uitgedost met een angstaanjagend dierenmasker. Een voorbode van de grimmigheid die de kijker te wachten staat.

Recensie Ich Seh, Ich Seh

Dan komt de tweeling thuis en wordt geconfronteerd met het weerzien van hun moeder. Zij is terug van een operatie, haar gezicht in het verband. Niet alleen haar uiterlijk – ogend als een mummie – ook haar gedrag brengt de jongens in verwarring. De invoelende vrouw die zij was, is niet meer. In plaats daarvan zijn er strenge huisregels die de jongens moeten naleven. Het roept de vraag op bij de tweeling of deze vrouw wel hun moeder is. Om die reden besluiten de twee haar op de proef te stellen door ongehoorzaam te zijn.

Metaforen, surrealisme en bodyhorror
Ich Seh, Ich Seh is een samenwerkingsverband tussen Veronika Franz en Severin Fiala. Franz is de vaste scenarioschrijver en vrouw van de controversiële Oostenrijkse filmmaker Ulrich Seidl, Fiala is Seidls neef. De twee sloegen eerder de handen ineen voor de documentaire Kern over acteur en regisseur Peter Kern. Ich Seh, Ich Seh is een arthouse horrorfilm vol metaforen, surrealisme en bodyhorror. Een film over leven en dood, waarvan je je als kijker afvraagt wie er nog leeft en wie niet – resulterend in een duistere vertelling waarin goed en kwaad, schuld en onschuld, werkelijkheid en fantasie thema’s zijn.

De regisseurs spelen ook visueel met tegenstellingen. Het schone landschap bijvoorbeeld, in weidse shots getoond, tegenover de minimalistische, moderne inrichting van het huis. Of de jongens, die onbevangen en dierlijk buiten spelen, en zich binnen moeten onderwerpen aan hun moeders strenge regime. En dan is er nog de reinheid van het huis, die gedoezeld wordt door de natuur die de tweeling binnen brengt – aarde, vuil en kakkerlakken.

Recensie Ich Seh, Ich Seh

Verwoestende hereniging
Franz en Fiala bouwen hun film ijzersterk op: van een ogenschijnlijk normale en idyllische setting wordt de sfeer steeds duisterder en gruwelijker. Een enkele oogopslag van de moeder bijvoorbeeld, wanneer een van de tweeling haar bespiedt terwijl ze voor de spiegel staat. Haar oog rood doorlopen, een teken van het kwaad. Net als de jongens ga je twijfelen aan de vrouw – is zij wel wie zij zegt dat zij is? Vreemde rituelen stapelen zich op, waarbij de jongens steeds verder gaan met grenzen opzoeken.

Die zoektocht leidt tot een duistere catharsis, waarin de grenzen van pijn overschreden worden. De spanning bouwt subtiel op met een paar uiterst effectieve shock-momenten, die afrekenen met de onschuld van de tweeling. Wiens onderlinge verhouding overigens ook op de proef wordt gesteld, waarmee tegenstrijdigheden zichtbaar worden. Net zoals bij de tweeling in Cronenbergs Dead Ringers: loyaliteit tegenover afstand, mededogen tegenover wraak. 

Ich Seh, Ich Seh is een smaakvolle mengeling van mysterieus en gruwelijk. Zelfs humor ontbreekt niet, zoals het bezoek dat twee medewerkers van het Rode Kruis brengen aan het huis voor een collecte, terwijl de hel al is los gebroken. Een scène die met zijn droge registraties weer aan films van Ulrich Seidl doet denken. Als kijker word je in een wreed en surreëel sprookje gezogen, dat verontrust, confronteert en tegelijkertijd prachtig is in zijn zoektocht naar hereniging.

 

21 februari 2015

 

ALLE RECENSIES

 

Tien onmisbare films over eeneiige tweelingen

Good People

**

recensie  Good People

Goed volk, vierkant verhaal

door Cor Oliemeulen

De eerste misdaadthriller van de succesvolle Deense tv-regisseur Henrik Ruben Genz kent prima acteurs, die hun bankrekening spekken ten koste van voorspelbaar vermaak. 

Geld is het slijk der aarde, maar het is soms prettig als je het hebt. Zeker in barre economische tijden gaat het eigenbelang, en dus ook het hebben van geld, vaak voor waarden die eerst misschien zo belangrijk leken. In hun recente sociaalrealistische drama Deux jours, une nuit portretteren de Belgische cineasten Jean-Pierre en Luc Dardenne een moeder (glansrol Marion Cotillard) die dreigt ontslagen te worden bij een fabrikant van zonnepanelen. Ontslag kan slechts worden afgewend als het haar lukt om minimaal de helft van haar collega’s één voor één te bewegen afstand te doen van hun voorgeschotelde bonus van duizend euro. Wat volgt is een barre, bijna onmenselijke strijd tegen de klok. Soms kun je beter geld vinden  dan het ontvangen, zeker als dit ten koste gaat van iemand die je graag mag. Maar die vlieger gaat lang niet altijd op.

Recensie Good People

De vondst
Het is een overbekend uitgangspunt: iemand vindt een grote hoeveelheid bankbiljetten en kan zich niet beheersen om het zelf te houden en vervolgens uit te geven – wetende dat het geld is besmet. Een prachtig filmvoorbeeld is A Simple Plan (Sam Raimi, 1998) waarin drie types afspreken hoe ze met hun buit zullen omgaan maar falen door hebzucht en onderling wantrouwen. Of No Country for Old Men (Ethan en Joel Coen, 2007) waarin iemand twee miljoen weggrist tussen de dodelijke slachtoffers van een mislukte drugsdeal en vervolgens een geschifte moordenaar achter zich aan krijgt. Gevonden geld is verleidelijk, maar niet zonder risico.

In Good People geniet het geïmmigreerde Amerikaanse koppel Tom (James Franco) en Anna (Kate Hudson) de twijfelachtige eer 220.000 pond te vinden. In de kelder van hun huis in Londen treft Tom op een dag hun huurder levenloos aan. Volgens de politie was de huurder een crimineel die is gestorven aan een drugsoverdosis. Als Tom en Anna later de kelder leegruimen ontdekken ze een volle tas met bankbiljetten. Ze spreken af om het geld te verstoppen en het politierapport en eventuele bezoekers af te wachten. Aangezien ze het geld goed kunnen gebruiken, besluiten ze een klein deel te besteden.

Recensie Good People

De rechthebbenden
Het duurt natuurlijk niet lang voordat er serieus addergebroed opduikt. Tom laat zich liever in elkaar slaan dan zeggen dat hij iets weet van het geld, maar pas als zijn lieve Anna wordt betast, wil hij wel prijsgeven dat ze het geld hebben verstopt. James Franco en Kate Hudson vormen een mooi en geloofwaardig koppel. Ze zijn helaas veroordeeld tot het zoveelste script dat uitblinkt in het afstruinen van de bekende paden. De plot draait uit op een variant van Home Alone, wat kennelijk voor de hand ligt als je net je huis aan het verbouwen bent.

In het kielzog van de zogenaamde rechthebbenden van het geld volgen een solistisch opererende politieman (Tom Wilkinson) en de mysterieuze crimineel Kahn (Omar Sy), die zich graag mag vergelijken met zijn brute naamgenoot Dzjengis. Omar Sy (Intouchables) moet duidelijk wennen aan zijn allereerste niet-komische rol. Good People bevestigt het chronische gebrek aan oorspronkelijke scriptschrijvers. Het is een ware epidemie: films die veelbelovend beginnen en hopeloos verzuipen in clichés.

 

20 februari 2015

 
ALLE RECENSIES
 

Turist

***

recensie  Turist

Scènes uit een huwelijk, nu als klucht

door Alfred Bos

Kan een satire op politieke correctheid zelf politiek correct zijn? De Zweedse regisseur Ruben Östlund bewijst het met Turist. Hoe het huwelijk van Tomas en Ebba in de Franse Alpen stukloopt op verwarring.

In Zweden heeft Turist, de vierde film (en tweede die internationaal uitkomt) van Ruben Östlund, al tot de nodige verwarring geleid. De rolprent verhaalt hoe tijdens vijf vakantiedagen in de Alpen een huwelijk verkruimelt, nadat de echtgenoot niet de superman blijkt te zijn die de echtgenote altijd in hem zag. Naar verluidt verlaat menig stelletje mokkend de bioscoop: zij kwaad op hem, hij verontwaardigd over haar reactie. De Zweedse RIAGG zal er garen bij spinnen.

Recensie Turist

Turist opent spectaculair met het incident dat aanleiding is van de huwelijkscrisis. Wintersporters genieten op hun hotelterras van het ontbijt wanneer een lawine heel schilderachtig van de helling dendert. Tot het natuurgeweld iets te dichtbij dreigt te komen. Paniek op het terras. Ma duikt met de kinderen onder de ontbijttafel. Maar waar is pa? Die heeft de benen genomen en dat kan ma niet verkroppen. Het schijnongeluk blijkt de fundering onder hun huwelijk te hebben weggeslagen.

Komische zedenschets
Regisseur Östlund betoont zich een filmische tegenhanger van thrillerauteur Henning Mankell: hij gelooft in de idealen van de Zweedse verzorgingsstaat, maar is niet blind voor de de keerzijde van de utopie. Turist is een zedenschets over gender issues, de veronderstelde gelijkheid van man en vrouw; die leidt tot verwarring over identiteit en zelfbeeld. Östlund houdt de kijker een lachspiegel voor: het gat tussen verwachting en werkelijkheid is zo groot dat het drama komische trekken krijgt. Anders dan in de films van Ingmar Bergman kruipt er humor door de kieren van het misverstand. Östlunds scènes uit een huwelijk is satire.

Maar dan wel satire van het onderkoelde, Scandinavische soort. Het resultaat van het politiek correcte gelijkheidsideaal is een omgekeerde wereld, waarin mannen aan zichzelf twijfelen, kinderen hun ouders tiranniseren en vrouwen zich als haantjes gedragen. Zo is daar Charlotte, die anders dan Ebba mannen beschouwt als gewillig speelgoed: aan het ontbijt stelt ze haar laatste verovering voor als ‘deze hier’. Tomas wordt, in mannengezelschap met een biertje uitblazend op het sneeuwterras, onbeschoft in de maling genomen door een macho dame. Zijn fantasie over een horde brullende oermannen is grotesk.

Recensie Turist

Kwebbelsessies
Al pratend, schmierend en verwijtend lijkt Turist na het veelbelovende begin weg te dutten in een kakelcoma. Wanneer een bevriend stelletje Tomas en Ebba na het incident bezoekt, raken zij eveneens besmet met de huwelijkse twijfel en volgen er eindeloze kwebbelsessies. Ook de verlossing van Tomas – heel treffend in de mist – is braaf en voorspelbaar. Een cultuur waarin men krom ligt om de gevoelens van een ander niet te kwetsen laat nauwelijks ruimte voor kritiek, laat staan satire, dus Östlunds venijn is van het intellectuele soort.

In de omgekeerde wereld van Turist wordt Charlotte, de vrouw die de huwelijkstrouw aan haar laarzen lapt, voor haar gedrag beloond. Het is vrouwen toegestaan zich te laten leiden door hun emoties en mannen niet, luidt het punt van de regisseur. Ook al is de uitwerking van het thema bepaald Zweeds, de niet-Zweedse kijker uit een geëmancipeerde cultuur zal er veel over zichzelf in herkennen. Benieuwd hoeveel polderprinsessen van deze film het schuim op de lippen krijgen.

 

16 februari 2015

 

Lees hier ons INTERVIEW met regisseur Ruben Östlund en acteur Johannes Kuhnke.

 
ALLE RECENSIES

Foxcatcher

****

recensie  Foxcatcher

De kracht van eenzaamheid

door Nanda Aris

Gebaseerd op waargebeurde feiten vertelt deze film op prachtige wijze het verhaal van Olympisch kampioenen worstelen Mark en Dave Schultz, en hun relatie met de excentrieke multimiljonair John du Pont. 

Negentien jaar geleden speelde het daadwerkelijke verhaal zich af, en na Capote (2005) en Moneyball (2011) besloot Bennett Miller het naar het witte doek te vertalen. Niet zonder succes: de film ontving vijf Oscarnominaties. Zowel Steve Carell, onherkenbaar door een grote aangebrachte neus, als John du Pont en Mark Ruffalo als Dave Schultz zijn genomineerd voor een Oscar voor respectievelijk beste mannelijke hoofdrol en beste mannelijke bijrol. 

Recensie Foxcatcher

Mark Schultz (Channing Tatum) en Dave Schultz (Mark Ruffalo) zijn broers met een goede band.  Dave is de vrolijker en luchtiger in het leven staande oudere broer en heeft meer ervaring in het worstelen, maar de gefocuste en stoïcijnse Mark traint hard en mikt op Olympisch goud. 

Patriot
Hij wordt uitgenodigd door John du Pont, om op zijn landgoed te komen trainen. Het landgoed van de echte John du Pont mocht niet gebruikt worden voor de film, maar een andere rijke familie en fan van het werk van Miller, bood haar landgoed aan. De beelden van het grootse landgoed en de begeleidende muziek zijn imponerend. 

Du Pont wil graag beide broers op zijn landgoed laten trainen, maar Dave staat er wat sceptischer tegenover, omdat hij een gezin heeft en vrouw en kinderen stabiliteit wil geven. En dus vertrekt Mark alleen, met de hoop het armzalige bestaan achter zich te laten, en de worstelsport in de schijnwerpers te kunnen zetten. Hij wil als trots Amerikaan de beste worstelaar ter wereld worden, en vindt in John du Pont een metgezel en coach die hem daarin maar al te graag steunt. Onder leiding van Du Pont traint Mark samen met zijn zelf samengestelde Foxcatchers Team  voor de Olympische Spelen in Seoul van 1988. 

Leegte
John du Pont heeft weinig verstand van worstelen, dus als coach blijft hij vooral in algemeenheden praten. Zijn eigen training bestaat uit een rondje dribbelen in de zaal, en tijdens wedstrijden krijgt zijn tegenstander betaald voor het laten winnen van John du Pont. Geboren in rijkdom is hij gewend aan het ‘kopen’ van aandacht, alhoewel hij hard probeert dit gegeven te vergeten, en zich inbeeldt dat hij echt belangrijk is. 

Du Pont’s moeder keurt John’s keuze voor het worstelen af, het is een ‘lage’ tak van sport, en niet vergelijkbaar met haar elitaire paardensport. De band tussen Du Pont en Mark lijkt steviger te worden,  er wordt zelfs geïnsinueerd dat Du Pont wellicht homofiel is (misschien dat hij er daarom voor koos om de fysieke worstelsport te steunen?). Maar langzaam gaat de fysieke en vooral mentale gesteldheid van Mark achteruit, en verschijnen er scheuren in de innige band. Dave besluit toch naar het landgoed te verhuizen, wanneer hij begrijpt dat Mark hem nodig heeft. De ware coach keert terug voor Mark, en samen bouwen ze aan zijn herstel. 

Recensie Foxcatcher

Eenzaamheid
Het is werkelijk fascinerend hoe de onderliggende, niet uitgesproken emoties en motiveringen langzaam duidelijk worden. Steve Carell en Mark Ruffalo hebben beide terecht een Oscarnominatie ontvangen voor hun prestatie, maar ook Channing Tatum verrast. Carells vertolking van Du Pont als excentrieke, verknipte en verpestte miljonair is subliem, en doet denken aan Robert de Niro in Taxi Driver. Beide hebben de drang om belangrijk gevonden te worden, zijn eenzaam, onberekenbaar en geestesziek, maar eigenlijk ook om medelijden mee te hebben. Ze doen beseffen dat deze complexe mensen echt bestaan; een beangstigend idee. 

De film laat ruimte voor eigen interpretatie, bouwt niet op naar het einde zoals je misschien zou verwachten, maar maakt daarmee juist zoveel indruk. Een beter voorbeeld van ‘geld maakt niet gelukkig’ is er niet.

 

15 februari 2015

 

Vijf vergeten sportklassiekers

 

ALLE RECENSIES

 

Selma

***

recensie  Selma

King op een hoogtepunt

door Wouter Spillebeen

Regisseuse Ava DuVernay is niet aan haar proefstuk toe als het aankomt op sociaal bewogen films over de zwarte gemeenschap. Haar portret van Martin Luther King levert haar wel een eerste Oscarnominatie op. 

In de jaren ‘60 ondernam Dr. Martin Luther King Jr. (intussen de voorzitter van de Southern Christian Leadership Conference, ontvanger van de Nobelprijs voor de Vrede en brenger van de beroemde “I have a dream”-speech) verschillende pogingen om met een karavaan zwarten door de Zuidelijke Amerikaanse staten te wandelen, van Selma naar Montgomery. Dat om te protesteren tegen het racisme, de segregatie en de onderdrukking van de niet-blanke bevolking aan de stemhokjes. De opmerkelijke tocht was in 1999 al het onderwerp van de Disneyfilm Selma, Lord, Selma. Deze versie mikt eerder op een volwassen publiek.

Recensie Selma

Segregatie
Tegenwoordig is het bijna ondenkbaar dat zwarten slechts vijftig jaar geleden in “The land of the free” consequent geweigerd werden aan de stembureaus – hoewel Eisenhower de segregatie al had afgeschaft en stemmen een grondwettelijk recht was voor elke Amerikaanse burger – en dat politie vredevolle protesten met stokken en traangas beëindigde. Te denken dat een agent in de Zuidelijke Amerikaanse staten een zwarte jongeman in een restaurant kon neerschieten omdat die ervan verdacht werd aan een geweldloze protestactie deel te nemen. Mocht zoiets nu gebeuren in een stadje als, zeg maar, Ferguson in Missouri, dan zou die agent daar niet mee wegkomen, toch? Selma  toont in de eerste plaats aan hoe ver we als maatschappij nog steeds staan van de idealen die King wilde bereiken.

Selma is niet zomaar een portret van Martin Luther King en zijn strijd om het stemrecht voor zwarten te verwezenlijken in Alabama. Het is ook een film over gewone mannen en vrouwen die dagelijks met het onrecht worden geconfronteerd, over de studenten wiens protesten tegen hun zin overgenomen worden door King, over de politieke acties om King tegelijk te steunen en in het gareel te houden, zijn vrouw die thuis doodsangsten uitstaat en nog veel meer. Het wordt te veel. De subplots zijn aanwezig en hun ontwikkeling is geïmpliceerd, maar uiteindelijk te weinig uitgewerkt. DeVernay neemt te veel hooi op de vork, ook al gaat Selma  slechts over een korte periode in de carrière van King.

Recensie Selma

Hoogtepunten
Een deel van het acteerwerk en de cinematografie zijn niets bijzonders, maar David Oyelowo, die King neerzet alsof zijn leven ervan afhangt, schittert tijdens gepassioneerde speeches. In sommige scènes blinkt het camerawerk evenzeer uit: de scène waarin de kerk tegen de grond gaat, de imposante shots van de mars op de befaamde Edmund Pettus Bridge… Die hoogtepunten maken Selma’s mindere scènes de moeite waard. Wat makkelijk een brave, voorzichtige en risicovrije biopic kon worden, is gered door het ontwijken van clichés, een oog voor detail en slimme casting.

 

14 februari 2015

 
ALLE RECENSIES

Most Violent Year, A

***

recensie  A Most Violent Year

Fatsoen slaat terug

door Alfred Bos

In zijn derde speelfilm toont regisseur J.C. Chandor het moreel en financieel failliete New York van begin jaren tachtig. A Most Violent Year is een zedenschets met thriller-elementen over een zakenman in de knel.

De regisseur van A Most Violent Year, J.C. Chandor, kan in zijn thuisland Amerika een paar potten breken. Enkele jaren terug viel zijn feature-debuut, Margin Call (2011), op in een filmgolfje aan satires dan wel zedenschetsen over de moraal, of gebrek daaraan, van de casinokapitalisten op Wall Street. All Is Lost, waarin Robert Redford het als eenzame zeezeiler opneemt tegen de elementen en het noodlot, was eveneens goed voor een Oscar-nominatie. De verwachtingen voor A Most Violent Year  zijn dus gespannen. Maakt Chandor de belofte waar?

Recensie A Most Violent Year

A Most Violent Year oogt ouderwets, in de goede zin des woords. De film speelt in 1981 – maar dat bedoelen we niet met ouderwets – en komt over als een film uit die tijd. Aandacht voor karakterontwikkeling, vleugje spanning, een achtervolging, een schietwapen, een realistisch verhaal, personages die tegen en niet langs elkaar praten; geen verzadigde mediaomgeving als decor noch ronkend effectbejag om kijkers met de aandachtsspanne van een termiet te plezieren. In dat opzicht is de film geslaagd.

A-acteurs
Ook voor zijn derde film leverde Chandor zelf het draaiboek aan en kan hij zijn verhaal tot leven brengen via een rolverdeling met acteurs uit de A-categorie. Oscar Isaac, die we nog kennen als de folkzanger uit Inside Llewyn Davis, speelt de rol van Abel Morales, een immigrant die zijn bedrijf, een oliegroothandel, moet verdedigen tegen misdadige praktijken. Zijn vrouw Anna (Jessica Chastain), immer gekleed in authentiek Armani uit 1981, heeft trekjes van Lady McBeth; de erecode van haar echtgenoot is haar een paar maatjes te krap. De interactie tussen Isaac en Chastain is de brandstof die A Most Violent Year voorstuwt.

De film speelt in het New York van 1981. De stad wordt geteisterd door corruptie en misdaad; de maffia is machtig, de politie laks. Net als Chandors voorgaande films draait ook A Most Violent Year om moraliteit, uitgedrukt in de naam van de protagonist: Abel (able, kundig) Morales. Wanneer hij door een vies spelletje in een schier onmogelijke positie wordt gemanoeuvreerd, weigert hij zich te verlagen tot het niveau van zijn, aanvankelijk onduidelijke, tegenstander. Aan het eind van de film is zijn blazoen schoon en zijn bedrijf gered. Fatsoen is kwetsbaar, maar niet weerloos.

Recensie A Most Violent Year

Amerikaanse droom
A Most Violent Year heeft sfeer, tempo en uiterlijk van befaamde jaren zeventig misdaadfilms als The Friends of Eddie Coyle en Mean Streets. Onsentimenteel, rauw-realistisch, niet-glamoreus; geen romantisering van geweld en crimineel gedrag à la The Godfather, maar een portret van kleine luiden in de urbane wildernis. De nadruk ligt op de psychologische Werdegang van de hoofdpersoon en diens verweer tegen een corrupte wereld. Niet uit idealisme, maar uit overleving. In A Most Violent Year is de Amerikaanse droom nog in tact – en dat is bepaald ouderwets.

In de Verenigde Staten is de film met de nodige jubel ontvangen (voor de reden: zie de voorgaande alinea), maar “een film zoals je nog niet eerder hebt gezien”, zoals een recensent juichte, is het zeker niet. Daarvoor bijt J.C. Chandor niet genoeg door, zoals Andrew Dominik in zijn vergelijkbare, maar oneindig veel scherpere kritiek op het Amerika van nu in Killing Them Softly (2012) wel doet: Amerika is geen land, het is een bedrijf. A Most Violent Year mist het raffinement en de geslepen ironie van Dominiks rolprent. Het is een degelijke film over een actueel – en tijdloos – onderwerp en niet meer dan dat.

 

9 februari 2015

 
ALLE RECENSIES

Menino (O Menino e o Mundo)

****

recensie  Menino

Kleurrijke heldenreis

door Ralph Evers

Het jongetje Cuca groeit op in een hemels paradijs op aarde. Liefdevolle ouders, maagdelijke natuur, en een en al verwondering met flora en fauna. Deze utopische wereld komt op zijn kop te staan wanneer de vader van Cuca vertrekt naar de grote stad. Hiermee begint Cuca’s zoektocht naar zijn vader, waarmee hij tevens uit zijn droomwereld ontwaakt. 

Wat hij nog onthouden heeft is de melodie, die zijn vader op zijn fluit speelt. De wereld ontvouwt zich in een veelvoud aan percussieklanken. Aansluitend bij de belevingswereld van jonge kinderen, die meer gericht zijn op klank, kleur en fantasie. Zo ook de trein waarmee zijn vader naar de grote, verre stad gaat om geld te verdienen, die in de ogen van Cuca als een duizendpoot is.

Recensie Menino

Polariteiten
Wat direct opvalt aan Menino (volledige titel O Menino e o Mundo, vertaald als The Boy and the World)  is de volstrekt eigen (teken)stijl. Met potlood en krijt, uitbundige kleuren en een effectieve interactie tussen vormen en kleur, zien we een volwassen verhaal. De film is grotendeels 2D, waarbij via handige trucjes een 3D-gevoel gegenereerd wordt. Daarnaast doet de stijl her en der denken aan het dadaïsme. Voornamelijk de scènes van de grote stad en de industrialisering. Ook popart elementen komen hierin terug. Dit is animatie pur sang. In de betekenis van bezieling.

Het knappe is dat regisseur Alê Abreu ondanks zijn eigen stijl heel herkenbaar blijft. We zien steden als bergen, machines als dieren en steden in de lucht. De moderniteit wordt vanuit de positie van de katoenplukker verteld. Daarmee is de film te zien als metafoor voor de snelle economische verandering in Brazilië (maar eigenlijk elk zich ontwikkelend land). De kloof tussen arm en rijk gaat in een rap tempo, versneld door het WK 2014 en de opkomende Olympische Spelen.

Een ander verrassend gegeven is het feit dat er praktisch niet gesproken wordt (en als dat wel gebeurt is het onverstaanbaar). Als tegenhanger van de uniforme Pixar- en Disney-blockbusters, waarin alles kan praten en uitgelegd wordt… want stel je voor dat je de uitgekauwde Hollywood-waarden niet zou begrijpen!

Recensie Menino

De mythe van het kapitaal
Daarnaast zouden genoemde studio’s nooit de ballen hebben om op een schrijnende manier rijkdom en armoede naast elkaar te plaatsen. Of technologische vooruitgang en ecologische vernietiging. Hierin wordt de film uitgesproken duister. Temeer wanneer de kleurrijke vogel die de vrijheid van het volk symboliseert door een zwarte vogel vernietigd wordt en daarmee de overwinning van het kapitalisme symboliseert. De boodschap is helder: verkies de mythe van het kapitaal, ook al eindig je als arme sloeber of dakloze. Deze mythe is altijd beter dan die van uw voorouders, die nog in harmonie leefden met hun omgeving, namen wat nodig is en de balans respecteerden. Of…?

De atypische verhaallijn is gepuzzel voor volwassenen, maar voor kinderen vooral zinnenprikkelend en verrassend. De contrasten tussen het onbezorgde kinderleven en de boze buitenwereld, zijn krachtig neergezet, doch gedoseerd. Zo blijft de film in haar kinderlijke harmonie. De soundtrack hierbij is perfect afgestemd, waardoor zowel een te grote vrolijkheid als een te zware melancholie nimmer de overhand krijgt.

 

9 februari 2015

 
ALLE RECENSIES