Big Hero 6

**

recensie Big Hero 6
Tussen belediging en gemakkelijk vermaak

door Ralph Evers

Wanneer de veelbelovende uitvinding van een jonge robotbouwer wordt gejat door een slechterik lijkt de pleuris uit te breken. Gelukkig kijken we naar een Disneyfilm en is vrijwel de gehele verhaallijn er op gericht om middels veel actie en ontroerende speeches tot een goed einde te komen. 

Big Hero 6 speelt zich af in de moderne stad San Fransokyo. Onze held heet Hiro (what’s in a name) Hamada. De broer van Hiro, Tadashi, studeert aan de prestigieuze universiteit van Fransokyo, waar hij werkt aan een gezondheidszorgrobot: Baymax. Hiro verdient zijn geld met illegale bot-battles. Wanneer hij ternauwernood ontsnapt aan een bad guy  in deze gokwereld, besluit ook hij zich in te schrijven voor de universiteit. Met een geniale uitvinding wordt Hiro aangenomen, maar dan slaat het noodlot toe. In een felle brand komt Tadashi te overlijden en wordt het geniale idee van Hiro door iemand met minder goede bedoelingen meegenomen. Samen met de vrienden van Tadashi en Baymax bindt Hiro de strijd aan tegen de kwade machten in San Fransokyo.

Recensie Big Hero 6

Gebaseerd op een Marvel-comic doet de film denken aan Wreck-it Ralph (ook van Disney). In het hoge verteltempo lukt de actie goed, de humor blijft jammerlijk achterwege.

Formulefilms
Disney staat bekend om zijn formulefilms. De held van het verhaal ontsteekt rond twee derde van de film een emotionele speech, die Obama niet zou misstaan. Een speech die echter zelden past bij mensen van vlees en bloed en daarna nog minder zelden tot de beoogde verandering zou leiden. Daarnaast kennen de films als thema’s broederschap, vriendschap, familiebanden en de verplichte lach en de traan. Big Hero 6 voldoet volledig aan dit stramien, maar weet daar pompeuze actie aan toe te voegen. Alsof het team aan adrenaline verslaafd was.

In de bijna 80 jaar dat Disney films maakt (de eerste film Sneeuwwitje en de zeven dwergen is uit 1937), zou het een fijne afwisseling zijn wanneer er genoeg moed verzameld was om eens werkelijk uit de bocht te vliegen. Helaas. Terwijl tegenstellingen doorgaans zo goed werken. Nou vooruit, de knuffelrobot Baymax offert zichzelf op om de mensen te redden, en daarvoor is een behoorlijke goof nodig, om uiteindelijk toch met een happy end af te sluiten. Want één ding moet je ze wel nageven: Disney en Pixar krijgen alles tot leven, met meelijwekkende karakters, waardoor ze appelleren aan je empathische gevoelens.

Recensie Big Hero 6

Publiek
Het publiek waarop men zich richt zal tussen de 6 en 18 zijn. De absurde personages zullen bij kinderen wel werken. Ook de voor de hand liggende plottwist bij de ontmaskering van de bad guy, die je als normaal intelligente kijker al mijlenver voelt aankomen, zal wel werken. Zo laveert Big Hero 6 tussen belediging en gemakkelijk vermaak en is het aan het inschattend vermogen van de filmkijker of hij hieraan zijn geld gaat uitgeven.

 

7 februari 2015

 

MEER RECENSIES

 

Wild Card

*

recensie  Wild Card

Gokken met dertig miljoen dollar

door Cor Oliemeulen

Er zijn ontelbaar veel films met Las Vegas als decor. Na het zien van Wild Card – alleen interessant voor fans van Jason Statham – bekruipt je het gevoel dat niet alleen de acteurs, maar ook de filmmakers in het casino hebben zitten te brassen.

De carrière van Jason Statham is best interessant. Van schoonspringer, duiker, vechtsportliefhebber en kledingmodel werkte de inmiddels 47-jarige Brit – bijnaam Macho – zich op tot geliefd acteur in actiefilms. Hij maakte een prima debuut in de hippe misdaadkomedie Lock, Stock and two Smoking Barrels (1998) van Guy Ritchie, werd bijna onsterfelijk door in Crank: High Voltage (2009) een startkabel op zijn tepel te plaatsen, maar belandde al op relatief jonge leeftijd in The Expendables-franchise tussen uitgerangeerde actiehelden die in hun eentje geen film meer kunnen dragen.

Recensie Wild Card

Held
Van lange zinnen en dramatische diepgang moet Jason Statham het niet hebben. Het liefst toont hij een staalharde kop, laat hij zijn vuisten en voeten spreken en krijgt hij met een beetje geluk af en toe tekst waarmee hij zijn droge Britse ironie kan etaleren. Binnenkort mag hij in Furious 7 weer eens de slechterik spelen, maar meestal is Statham de sympathieke held in actiefilms die graag cliché op cliché stapelen en waarbij je voor aanvang al kunt raden dat hij het strijdtoneel vol gevaarlijk geboefte zonder noemenswaardige schrammen zal verlaten. Werd Homefront (2013) door een Indebioscoop-collega nog gekwalificeerd als een ‘opgewarmde drol’, Wild Card – opnieuw een heuse boekverfilming – is direct rijp voor de mestvaalt.

Net als Statham zweert zijn landgenoot Simon West bij het actiegenre. Verdienstelijk gedebuteerd met de oorverdovende misdaadthriller Con Air (1997) stemt West zijn regiekwaliteiten met het jaar meer af op de geweldsbehoefte van met name de jeugdige bioscoopganger. Wild Card past moeiteloos in die ontwikkeling. Dat het vervaardigen van dit jongste Statham-vehikel toch nog dertig miljoen dollar moest kosten (met dit budget had Michiel de Ruyter nog gemakkelijk twintig extra zeeslagen kunnen winnen) zie je er niet aan af. Of het moet zo zijn dat de crew onbedaarlijk heeft zitten te gokken en te zuipen in Las Vegas waar zij de film hebben opgenomen.

Recensie Wild Card

Heggenschaar
Wild Card is echt zo’n film waarvan je slechts de trailer hoeft te kijken. Maar voor de fans van Jason Statham (en – hoewel weinig in beeld – Sofía Vergara) volgt hier nog even voor de zekerheid het verhaal. Jason Statham speelt Nick Wild, die graag kaart – vandaar de filmtitel. Hij laat zich inhuren om zich in elkaar te laten slaan of om anderen in elkaar te slaan, zodat hij zijn onbedwingbare gokbehoefte kan financieren. Nadat ze is mishandeld en verkracht door een gemene spaghettivreter en diens twee kleerkasten, roept een vriendin Nicks hulp in. ‘I want his nuts in my hands’, eist ze. Het duurt niet lang voordat ze met een heggenschaar voor de als Rocky Balboa jankende dader verschijnen en moeten afwegen wat er vanavond op het menu komt te staan.

 

6 februari 2015

 
ALLE RECENSIES

Jupiter Ascending

**

recensie  Jupiter Ascending

Star Wars met een onsje Dune

door Alfred Bos

Broer en zus Wachowski, beroemd van The Matrix, vertillen zich aan een topzwaar sciencefiction-epos dat nimmer tot leven komt. Hun kritiek op het turbokapitalisme, vermomd als space opera, sneuvelt in overdaad.

In mythologische verhalen is het altijd oppassen geblazen met vliegende wezens en in Jupiter Ascending, de zevende (of zes en een halfste, Cloud Atlas was een gedeelde) film van voorheen de Wachowski-broers is het niet anders. Ze kennen hun sciencefictionklassiekers en hun mythen, van het oude Sumerië en het klassieke Griekenland tot de Amerikaanse superhelden van vandaag. Jupiter Ascending is een hoog octaan-soep van vijf millennia aan verhalen over goden – of culturen met superieure technologie – en hun spelletjes. Je zou er bijna in de war van raken.

Recensie Jupiter Ascending

Het verhaal: volgens de sterren is Jupiter Jones (Mila Kunis) voorbestemd tot grote zaken, maar ze maakt toiletten schoon voor de kost. Omdat haar genen cruciaal zijn voor de business van een koninklijke ondernemersdynastie op een andere planeet – we herkennen Jupiter – wordt ze inzet van een machtsspel. Een gevallen engel annex gemodificeerde soldaat met vliegschoenen, Caine (Channing Tatum), moet haar redden uit de klauwen van een narcistische puberprins met Machiavelli-complex, Balem Abrasax (Eddie Redmayne). Er sneuvelt een complete beschaving, maar het komt goed voor Jupiter – Jones, niet de planeet.

Space opera gekruist met cyberpunk
Hebben Andy en Lana Wachowski na The Matrix-trilogie op het grote scherm nog iets gedaan wat hun enorme reputatie rechtvaardigt? Jupiter Ascending is een warrige film, topzwaar aan computeranimaties en actie, maar dun van psychologie en helder verhaal. De verbeelding van het tweetal is koortsig en de film bulkt van de ideeën – aan futuristische technologie geen gebrek – maar mist een visie. Wie zich niet laat meeslepen door reputatie en verwachtingen ziet de Wachowski-variant van Star Wars, inclusief bedreigde prinses Leia (Jupiter), ruwbolsterige vrijbuiter Han Solo (Caine) en sinistere megalomaan Darth Vader (Balem), versneden met een onsje Dune.

Omdat Jupiter Ascending vooral vorm is, mogen we opmerken dat de sciencefiction-liefhebber in het Wachowski-werkstuk een mengvorm van twee nogal uiteenlopende subgenres zal herkennen. Uiteenlopend in tijd, de space opera van de jaren dertig en veertig (denk Flash Gordon en diens nazaat Star Wars), en de cyberpunk van de jaren tachtig en daarna (denk Brazil en Minority Report). De Schotse auteur Iain Banks vermengde als eerste die stijlvormen in zijn reeks Culture-romans. Aan diens boeken, minus de humor, doet Jupiter Ascending qua sfeer, plot, aankleding en personages denken.

Het lukt Andy en Lana echter niet om het (te) complexe verhaal, met nodeloze dan wel onduidelijke subplots, helder te vertellen. Ze leunen teveel op de stijlfiguur van de hyperbool: groot, groter, grootst. Daardoor komt de sage nimmer tot leven, mede doordat veel uitleg niet terloops maar via overbodige dialogen wordt gegeven. Het haalt de vaart eruit, maakt de film houterig en schetsmatig. Daar kan geen CGI-bombardement iets aan verhelpen.

Recensie Jupiter Ascending

Mens als grondstof
Met Jupiter Ascending leveren broer en zus hun commentaar op het turbokapitalisme en typisch Wachowski is het idee dat voor hogere machten de mens dient als grondstof. Planeet aarde is voor Balem niet meer dan vastgoed dat coûte que coûte winst moet opleveren. ‘Het leven is een daad van consumptie’, zegt hij tegen Jupiter in de derde akte, die, zoals tegenwoordig in veel Hollywood-spektakelfilms, volledig uit de bocht vliegt en – het zal niet verrassen in een verhaal waarin planeten als onroerend goed worden opgevoerd – de hemelkaart overnieuw wordt getekend.

Het best zijn broer en zus in het bedenken van (nog?) niet bestaande technologie. Caine beschikt over anti-zwaartekrachtschoenen waarmee hij door de lucht schaatst. Er is een sonisch schietwapen, een stun gun die luchtgolven afvuurt. Nanotechnologie produceert uit het niets reddende ruimtepakken. En er is een variant op de onzichtbaarheidsmantel van Harry Potter. Tussendoor leren we ook waar de graancirkels vandaan komen. Van gebrek aan fantasie of ambitie kun je de Wachowski’s niet betichten, wel van warrigheid. Met wat minder postmodern geciteer uit de SF-canon en wat meer focus was Jupiter Ascending een klassieker geweest.

 

3 februari 2015

 

ALLE RECENSIES

Tribe, The

****

recensie  The Tribe

Geluidsarme opeenstapeling van ellende

door Suzan Groothuis

Wat kan je verwachten van een film over een doveninstituut in de Oekraïne? Buiten dat de hoofdpersonen doof zijn, alle ellende die de Oekraïne rijk is: prostitutie, criminaliteit en een flinke portie geweld. Alles uitgebeeld in lange tracking shots. The Tribe laat niets aan de verbeelding over en dreunt ondanks zijn gebrek aan geluid lang na. Een ware ‘smack in the face’. Wees dus voorbereid.

The Tribe. Wie heeft er nog niet over gehoord? Al voor zijn release is er aardig wat ophef over de film ontstaan. Een middenweg lijkt er niet. Je vindt de film of goed of vreselijk. In ieder geval is het een film waar je over napraat. Niet voor de gezelligheid. Want The Tribe toont een Oekraïne waarin de ellende zich geleidelijk aan opbouwt en opstapelt en er met het brute einde geen weg meer terug is.

Recensie The Tribe

Gebaren zeggen meer dan woorden
The Tribe handelt over een doveninstituut, waar een nieuweling zijn plek moet vinden en onderworpen wordt aan de heersende hiërarchie. Het bijzondere aan de film is dat er op omgevingsgeluid na geen geluid is en de gebarentaal niet ondertiteld is. Desondanks is de film inhoudelijk wel te volgen, want de thematiek is helder: als kijker word je in een wereld van geweld en uitbuiting gezogen, waar slechts de liefde nog een redmiddel is.

De film volgt een jongen die nieuw is in het instituut en zich moet bewijzen tegenover de anderen. Hij moet zich voor van die opgeschoten jochies ontkleden om te laten zien dat hij nog geen deel uitmaakt van een jeugdbende. Een fris groentje dat algauw in een meedogenloze harde wereld wordt getrokken, waarin clandestiene zaken, prostitutie en geweld gemeengoed zijn.

Prostitutie op een vrachtwagenterrein
Zomaar een scène: het busje van het doveninstituut rijdt een vrachtwagenterrein op. Twee meisjes, in sexy outfit gekleed, worden door een jongen gesommeerd uit het busje te komen en ter prostitutie aangeboden aan de pauzerende vrachtwagenchauffeurs. In een volgend shot zien we hoe een van de meisjes bruut van achteren genomen wordt. Het is een van de schokkende beelden met een Oekraïne van verderf en verval.

Terwijl criminaliteit en prostitutie de dienst uitmaken, waarmee het dienstdoende personeel van het doveninstituut zijn zakken vult, is er een dun lijntje van een opbloeiende liefde tussen de nieuwe jongen en een van de meisjes. Een liefde die ook al gepaard gaat met problemen, want wat voor toekomst heb je eigenlijk als dove in een corrupte maatschappij?

Grauw en bruut realisme
The Tribe is een grauwe film, waarin het leven binnen en buiten de muren van het instituut in lange tracking shots getoond wordt. De film heeft veel overeenkomsten met het werk van de Britse filmmaker Alan Clarke, die bekend staat om zijn donkere, gewelddadige realisme zoals in Scum, Made in Britain en Elephant. Het camerawerk, bestaande uit kille, realistische shots, lijkt ook afgeleid van Clarkes films.

The Tribe

In The Tribe is het geweld expliciet in beeld gebracht. Dat de filmmaker gekozen heeft voor de wereld van doven, werkt wonderwel goed met al die geweldsuitspattingen en narigheid. Gebarentaal moet het hebben van expressie, waarmee de onmacht en de positie van buitenstaander nog meer lading krijgen. En zo gaan geweld en gebaren vol intensiteit, af en toe vergezeld van een doffe kreet, samen en worden ze één: alsof ze niet meer los te zien zijn van elkaar. Met als climax de meedogenloze slotscène, waarin de nieuweling niet langer kan ontsnappen aan zijn eigen beestachtigheid en vergelding zijn uitweg vindt in een reeks uitermate gewelddadige handelingen.

Het resultaat is een beklemmende, uitzichtloze opeenstapeling van ellende, waarin de personages aangewezen zijn op hun primaire zelf. Het gesproken woord is geen gemis, sterker nog, de film wint juist aan kracht door sec de gebaren en intense lichaamstaal te tonen. Regisseur Miroslav Slaboshpitskiy geeft met The Tribe zijn eigen interpretatie van de zwijgende film. Zij het een die ontheven is van betovering en schoonheid, maar een die de rauwe essentie vangt van een donkere maatschappij berust op geweld en uitbuiting.

 

3 februari 2015

 
ALLE RECENSIES

Big Eyes

***

recensie Big Eyes
Kitsch over kitsch

door Wouter Spillebeen

Net als de werken van Margaret Keane zelf, is Tim Burtons Big Eyes geen hoge kunst. De schilderijen van de meisjes met de enorme ogen worden zelfs meermaals kitsch genoemd, maar dat is in dit geval geen belediging. 

In de jaren ‘60 was Keane niet uit het straatbeeld van San Francisco weg te denken. De schilderijen hingen in alle musea, de posters waren te koop in elke buurtwinkel. Terwijl de kunstenaarselite het werk grotendeels bestempelde als kitsch, had het volk een veelal verdeelde mening. Er was echter geen discussie over het feit dat de schilderijen van kinderen met enorme ogen in donkere omgevingen vaak een gevoelige snaar raakten bij de toeschouwer. Tim Burton is een groot verzamelaar van het werk van Margaret Keane. Het kan dan ook geen verrassing zijn dat hij ervoor koos om de opmerkelijke carrière van de schilderes te verbeelden in een biopic.

Recensie Big Eyes

Schilderen en liegen
Margaret (Amy Adams) heeft net haar eerste man verlaten en vlucht met haar jonge dochter van Tennessee naar San Francisco met de hoop daar een beter leven te kunnen starten. Terwijl ze met het schilderen van portretten wat geld bijeen probeert te schrapen, leert ze Walter Keane (Christoph Waltz) kennen, een dromerige en charmante schilder die kortstondig in Parijs gewoond heeft en nog steeds Parijse straatbeelden op het doek tovert.

Een korte tijd later zijn de twee getrouwd en stellen ze hun schilderijen tentoon in een lokale jazzclub. Wanneer Walter merkt dat de schilderijen van zijn vrouw beter in de markt liggen dan de zijne, begint hij er de eer voor op te strijken. Margaret speelt het spelletje mee, want niemand wil een schilderij van een vrouw kopen en het geld moet blijven binnenstromen als ze haar dochter een mooie toekomst wil schenken. Maar wat gebeurt er wanneer de naam Keane beroemd wordt en dit niet de eerste grote leugen van Walter blijkt te zijn?

Burton is natuurlijk niet aan zijn proefstuk toe wat campy, surrealistische en eigenzinnige films betreft. In die zin is Big Eyes een vreemde eend. De film is meer gegrond in de realiteit dan pakweg Frankenweenie of Edward Scissorhands, maar net als die laatste is Big Eyes kleurrijk en ietwat overgeacteerd. Waltz is meer Disney-slechterik dan subtiel personage en Terrence Stamp en Jason Schwartzman zijn karikaturen, net als vele andere personages.

Recensie Big Eyes

Kitsch en kunst
Big Eyes is onder de oppervlakte een echte film over film (of eender welke andere kunstvorm), over wat het verschil maakt tussen kunst en kitsch. Natuurlijk is het werk van Burton veelal niet bepaald elitair hoogstaande kunst, dat weet de man zelf ook wel. De vraag is: als het werk verpakt komt met een goed verhaal (ofwel de leugens van Walter over waar hij zijn inspiratie haalt, ofwel het spectaculairdere verhaal van de kunstenares die onder de knoet van haar man vandaan kruipt), wordt het dan meer dan alleen kitsch?

Kijk bijvoorbeeld naar Linklaters Boyhood. De film op zich is helemaal niet slecht, maar ook niet veel meer dan een coming of age over een gemiddelde jongen. Wat de film zo goed maakt, is het epische twaalf jaar durende proces dat met het maken van de film gepaard ging. Boyhood krijgt Oscarnominaties, prijzen en titels, allemaal omwille van wat zich achter de film afspeelt. Net zoals de uitleg die vaak bij abstracte kunst gegeven wordt, zijn de omstandigheden en de betekenis belangrijker dan het object zelf. Het scenario stelt zelfs letterlijk vragen over de betekenis van kitsch. Zo roept Walter: “Wat is er mis met de kleinste gemene deler? Dat is waar dit land op gebouwd is!”

 

1 februari 2015

 

MEER RECENSIES

 

Night at the Museum: The Secret of the Tomb

***

recensie  Night at the Museum: Secret of the Tomb

Geschifte geschiedenislessen

door Ralph Evers

Ook het derde deel van de trilogie Night at the Museum staat garant voor doldwaze geschiedschrijving en avontuur. Een keur aan historische figuren en de vertrouwde personages uit deel I en II. Tevens de laatste film met een fysiek aanwezige Robin Williams. 

In het eerste deel werden op een fantasierijke manier allerlei gebeurtenissen uit de wereldgeschiedenis tot leven geroepen. Middels een magisch tablet komen de vele verschillende objecten in het museum tot leven. De Night at the Museum-trilogie brengt bij veel kijkers ongetwijfeld een dosis nieuwsgierigheid naar de wereldgeschiedenis naar boven.

Recensie Night at the Museum: The Secret of the Tomb

Het tweede deel, The Battle of the Smithsonian, zat zo vol ideeën dat het aan zijn eigen overdaad ten onder ging. Hoewel vermakelijk, was er van enige diepgang geen sprake en kende de film een zeer voorspelbaar karakter. In deel drie grijpt men terug op het eerste deel. We zijn weleens benieuwd hoe dat nou met dat tablet zit. In vogelvlucht leren we die geschiedenis en wordt in een zucht en een kreun de link naar de eerste film gelegd. Het probleem echter wat deel III kenmerkt is dat de magische tablet aan corrosie onderhevig is. Nog even en het museum zal voor altijd tot zijn oorspronkelijke rust terugkeren. Verteltechnisch kent deze film het probleem van exact dezelfde formule.

Charmant
Dan is er namelijk meer tijd voor actie. Directeur McPhee meldt dat een belangrijk deel van de collectie naar het British Museum in London verhuist. Kapucijner Dexter is echter zo gewiekst om het tablet te jatten. Een nieuw museum betekent nieuwe historische figuren. Daarin zit de charme van deze trilogie. De humor is gelaagd. Grappen met anachronisme, personages en feiten die nooit samen hadden kunnen komen, de chemie tussen de acteurs (Ricky Gervais is gewoon altijd David Brent, of is David Brent Ricky Gervais?) en het spelen met meta-realiteit.

Zo weet men de fantasierijke vondst uit The Battle of the Smithsonian – waarbij men verdwaalde in schilderijen of foto’s – te overtreffen in het verdwalen in een heuse Escher. Met het onderlinge spel en dit soort vondsten weet de film haar charmes goed te gebruiken.

Recensie Night at the Museum: The Secret of the Tomb

Bye Teddy
Met de onthulling van het mysterie van het tablet en het afronden van de open eindes van het eerste deel (de geschiedenis van de vorige nachtwakers), nemen we vermoedelijk afscheid van een filmserie die de geschiedenislessen in ieder geval een stuk levendiger hebben gemaakt. Vermoedelijk, omdat met de stroom aan vervolgfilms van de laatste tijd niet zomaar te zeggen is dat een einde een einde is.

Dat blijkt wel uit de laatste scène, waarin het afscheid van London in New York een groteskere (Amerikaansere) herkansing krijgt. Toch zal elk ander vervolg het moeten doen zonder die vriendelijk ogende, prettig naïeve Teddy Roosevelt, die met z’n catchy  oneliners weet te amuseren. Met als laatste woorden: “Bye Teddy, farewell Lawrence”, sluit een markant acteur zijn carrière af.

 

31 januari 2015

 
ALLE RECENSIES

Inherent Vice

***

recensie  Inherent Vice

Eén keer kijken is niet genoeg

door Cor Oliemeulen

Er is geduld nodig voor het kijken naar Inherent Vice. In deze mix van mysterie, komedie en psychedelische thriller met maffe dialogen raak je gegarandeerd verstrikt in alle losse eindjes, maar dat is kennelijk van ondergeschikt belang.

Thomas Pynchon is volgens sommigen de belangrijkste Amerikaanse schrijver die het moderne en complexe leven vanaf de jaren zestig beschrijft. Historisch, wetenschappelijk, dromerig, mysterieus, humoristisch en aanstekelijk tegelijk. In zijn boeken zitten veel verwijzingen naar de cinema, echter van een film kwam het nog nooit: te moeilijk. Paul Thomas Anderson nam de uitdaging aan en verfilmde het overweldigend gecompliceerde verhaal over de voortdurend bedwelmde privédetective Doc Sportello (Joaquin Phoenix).

Recensie Inherent Vice

De met zware bakkebaarden uitgeruste Doc is een kruising tussen de stevig drinkende eenling Philip Marlowe in The Big Sleep (1939) en de eeuwige blower The Dude in The Big Lebowski (1998). Van de ene kant de stoere, melancholische privédetective die door roeien en ruiten gaat, van de andere kant de slome, lepe hippie die nog geen deuk in een pakje boter kan slaan.

Flagrante personages
Doc’s ex-geliefde Shasta Fay Hepworth (Katherine Waterston), een vrijgevochten strandmeisje, duikt uit het niets op met een verdwijningsverhaal dat bij zowel Doc als de kijker voor de nodige hoofdbrekens zal zorgen. Shasta’s huidige vriend Mickey Wolfmann (Eric Roberts), die zijn miljarden heeft vergaard omdat hij traditionele buurten in Los Angeles heeft weggevaagd ten faveure van luxe optrekjes voor de rijken, blijkt namelijk plotseling verdwenen. Advocaat Sauncho Smilex (Benicio Del Toro) geeft Doc advies, terwijl saxofonist Coy Harlingen (Owen Wilson) zijn eigen dood in scène zet zodat hij undercover als verklikker kan fungeren.

En dan zijn er nog Martin Short als Dr. Rudy Blatnoyd, de altijd geile, coke snuivende tandarts die banden heeft met het mysterieuze Golden Fang-imperium, en de zichtbaar genietende Josh Brolin als de met chocola overgoten bevroren bananen etende en om pannenkoeken schreeuwende politierechercheur Christian ‘Bigfoot’ Bjornsen, die een haat-liefdeverhouding met Doc heeft, burgerrechten aan zijn laars lapt, maar wel thuis onder de plak zit van zijn vrouw.

Creatief team
Paul Thomas Anderson heeft bovendien de beschikking over een creatief team van Oscarwinnaars met wie hij eerder samenwerkte. Zo verzorgt Robert Elswit (There Will Be Blood, 2007) de fotografie: ditmaal veel medium shots en close-ups. Het productieontwerp van David Crank (The Master, 2012) plaatst je knap terug in de tijd – al was de typische jaren zeventig-setting in Andersons Boogie Nights (1997) veel treffender.

Kostuumontwerper Mark Bridges, die voor genoemde schets van de Californische porno-industrie niet veel kledingkasten hoefde open te trekken en later een Oscar won voor The Artist (2011), draagt ook sterk bij aan het oproepen van de vereiste nostalgische sfeer. En dan is er nog de beheerste, evenwichtige soundtrack van Jonny Greenwood van de Britse band Radiohead met een geslaagde mix van seventies grooves, zachte romantische strijkers en de folk van Neil Young.

Melancholie versus verloren onschuld
Het is Andersons bedoeling om de laag van melancholie onder Doc’s onderzoek exact neer te zetten zoals Thomas Pynchon het in zijn boek beschrijft. Een twijfelend gevoel van hoop dat veel mensen in die tijd voelen en betrokkenheid bij het lot van Amerika. Een periode waarin idealisten de Californian Dream van terug naar de natuur langzaam zien vervliegen door projectontwikkelaars, Amerikaanse troepen in Cambodja, studentenprotesten met doden, engerds als Charles Manson en politiek activisme dat de kop wordt ingedrukt door spionage, infiltratie en smerige politieke spelletjes, zoals Watergate.

Recensie Inherent Vice

Tegen die achtergrond speelt Inherent Vice. Een samenleving die langzaam zijn spirituele onschuld verliest, terwijl consumentisme en paranoia ervoor in de plaats komen. Terugverlangen naar wat bijna is verdwenen en hopen op het beste. Een strompelende tegencultuur waarvan Doc deel uitmaakt. In de film merken we jammer genoeg te weinig van die typische overgang van de jaren zestig naar de jaren zeventig in het toenmalige Los Angeles. Hoewel Doc aan het strand woont, zien we er maar één scène van terwijl er ook nauwelijks aandacht is voor de Sunset Strip waar hippies, muzikanten en gokkers zich kunnen overgeven aan het wilde leven net buiten de stad. Inherent Vice is vooral een praatfilm geworden.

Overvloed
Pas als je bereid en bij machte bent de situaties, handelwijzen en gedachten van de personages in hun sociaalhistorische context te plaatsen, ontplooit zich een technisch en artistiek ongeëvenaard kunstwerk. Zo niet, dan bestaat de kans dat je zelf snel afglijdt in een laconieke staat van bedwelming, omdat de dwingende vorm, inhoud en stijl in combinatie met de overvloed aan details zomaar kunnen verzanden in een vage, langdradige en onoplosbare whodunnit.

Eén keer kijken is eigenlijk niet genoeg. Het is als een schilderij van Kandinsky: hoe vaker je kijkt, hoe meer je ontdekt en hoe meer je denkt te begrijpen. Maar hoeveel bioscoopgangers doen dat?

 

30 januari 2015

 
ALLE RECENSIES
 

Tien drugsfilms: populaire narcotica door de tijd heen

Interview, The

**

recensie  The Interview

Schreeuwerige komedie zorgt voor politieke onrust

door Nanda Aris

Dat komedie en de spot drijven met andere geloven en gemeenschappen tot vergeldingsacties kunnen leiden, weten we maar al te goed van de aanslagen op Charlie Hebdo. Vrijheid van meningsuiting staat weer hoog op de politieke kaart, en The Interview doet ook een duit in het zakje. 

Wanneer de film voor een denkbeeldige dictator had gekozen in plaats van de leider van Noord-Korea, was de film als nietszeggend afgeschreven, en had het nooit groots de internationale pers gehaald. Maar doordat de film de Noord-Koreaanse leider afschildert als een manipulatieve barbaar en vermoord dient te worden, kwamen er vanuit het communistische Aziatische land protesten op het uitbrengen van de film. Hackers braken eind november in bij Sony; interne informatie kwam op straat te liggen en personeel werd bedreigd. 

Recensie The Interview

Daarop besloot Sony de film niet uit te brengen in de VS, ook niet op dvd. The Interview  verscheen eind december toch in een klein aantal bioscopen in de VS, ook al werd er fors gedreigd met sancties. Tegelijkertijd verscheen de film online, iets wat normaliter niet gelijktijdig met het uitbrengen in de bioscoop gebeurt. Waarschijnlijk als tegenaanslag viel het internet in Noord-Korea urenlang plat. Obama bemoeide zich ermee en noemde het terugtrekken van de film door Sony een ‘mistake’, waardoor de relatie tussen Noord-Korea en de VS nog meer onder druk kwam te staan. 

Weinig inhoud
De hele voorgeschiedenis maakt toch enigszins nieuwsgierig naar de film zelf. Maar The Interview is de ophef niet waard. De start is langzaam en weinig boeiend. James Franco als Dave Skylark is een schreeuwerige over the top  personage, die bij alles wat hij zegt goed wil articuleren. Samen met zijn vriend Aaron Rapaport (Seth Rogen) verzorgt hij de populaire tv-talkshow Skylark Tonight. Dave is presentator en Aaron producer. 

Aaron voelt de noodzaak om de talkshow meer gewicht te geven. Nadat ze erachter zijn gekomen dat de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un (Randall Park) een fan is van hun show, besluiten ze naar Pyongyang af te reizen en hem te interviewen. De CIA benadert hen daarop met de mededeling dat Kim uitgeschakeld dient te worden, en dat zij de aangewezen personen daarvoor zijn. Dat klinkt als een James Bond-missie, ware het niet dat Dave en Aaron zeer onhandig zijn. De ene ongeloofwaardige gebeurtenis volgt de andere snel op. Vaak zijn de grappen flauw, soms wel grappig. 

Recensie The Interview

Mannelijke productie
De film van Evan Goldberg en Seth Rogen is niet de eerste film met acteurs Seth Rogen en James Franco. Ze speelden eerder samen in de komedies Pineapple Express (2008) en This Is The End (2013). In feite is het zelfs zo dat ze vaak met vrienden spelen. Zo kennen niet alleen Rogen en Franco elkaar al sinds de tv-serie Freaks and Geeks uit 1999, ook Lizzy Caplan is daarvan een oude bekende.

Het verhaal heeft een duidelijke male gaze, we bekijken de film door de ogen van een man: veel mooie vrouwen, waaronder CIA-agente Lacey (Caplan) en woman in control aan Koreaanse zijde Sook (Diana Bang), bloederige scènes,  grappen over penissen, feesten, auto’s, tanks, etc. 

Waar de makers in geslaagd zijn, is in het maken van een film waarover gepraat wordt. De vrijheid van meningsuiting en het belachelijk mogen maken van een leider of God zijn zeer actuele thema’s. Kim Jong-un zegt in de film:  ‘You know what’s more destructive than a nucleair bomb? Words!’ Toch blijft de vraag bestaan: gaat alle ophef werkelijk hierom? Really?

 

24 januari 2015

 

ALLE RECENSIES

Michiel de Ruyter

****

recensie  Michiel de Ruyter

Houtsplinters als confetti

door Alfred Bos

Spannende verhalen heeft de Nederlandse geschiedenis genoeg te bieden en weinig verhalen zo spannend als dat van Michiel de Ruyter, de archetypische zeeheld uit de Gouden Eeuw die als ‘sterke man’ van Johan de Witt de Engelsen voortdurend dwars zat.

Wie in de schoolbanken, tijdens het lesuur Vaderlandsche Geschiedenis, hoofdstuk Gouden Eeuw, wegdroomde bij de verhalen over ‘onze zeehelden’ kan zijn of haar hart ophalen aan de biografische film van Roel Reiné over de grootste held van allemaal, Bestevâer alias Michiel de Ruyter (1607-1676). Waarbij aangetekend moet worden dat een aantal details zijn geromantiseerd en er wordt gespeculeerd over de rol – en seksuele voorkeur – van prins Willem III in de gruwelijke lynchdood van de gebroeders De Witt, maar dat mag de pret niet drukken. De kijker wordt aan zijn bioscoopstoel gespijkerd, om 150 minuten later als uit een roes te ontwaken.

Recensie Michiel de Ruyter

Zeeslagspektakel
In die zwijmel heb je tevens de neiging om de houtsplinters van je schouders te vegen, want Reiné’s rolprent biedt, uitgesmeerd over een half dozijn actiescènes, niet minder dan drie kwartier met veel tromgeroffel gelardeerd zeeslagspektakel waarbij het kanonvuur een regen van splinterend hout over het dek uitstrooit. Er zijn maar liefst vijf bloedstollende zeegevechten te zien: de slag bij Ter Heijde (1653, waarbij Maarten Tromp door een Engelse sluipschutter werd gedood), de Vierdaagse Zeeslag (1666), de Tweedaagse Zeeslag (1666), Kijkduin (1673) en Augusta (1676).

We zien De Ruyter uitgroeien tot een nuchtere – als de splinters zijn neergedaald gaat hij de kippen aan dek voeren – en loyale opvolger van de briljante admiraal Tromp, die voortborduurt op diens schepen-in-slaglinie tactiek, het belang van organisatie begrijpt en het Engelse systeem van vlagseinen verfijnt. Bijna terloops fluistert hij zijn baas, raadspensionaris De Witt, het idee in voor wat we nu kennen als de mariniers, in de zeventiende eeuw een wereldprimeur.

Wilders-kapsel
Met een internationale cast – de Britse acteur Charles Dance (bekend als Tywin Lannister in Game of Thrones) als de Engelse koning Charles II, de Française Aurélie Meriel als diens maîtresse Louise, de Belg Filip Peeters als de Franse admiraal Duquesne, naast een batterij bekende Nederlandse filmgezichten, waaronder Rutger Hauer als Maarten Tromp – en een voor Nederlandse begrippen ruimhartig budget oogt Michiel de Ruyter  als episch filmspektakel dat onder de titel Admiral  ook een niet-Nederlands publiek moet kunnen bekoren.

Tussen al het maritieme geweld en fraai gekostumeerde drama zal het die kijker wellicht niet opvallen dat de hoofdpersonen, Michiel de Ruyter (Frank Lammers), Johan de Witt (Barry Atsma), prins Willem III (Egbert-Jan Weeber) en de Orangistische intrigant in de Staten-Generaal, regent Kievit (Derek de Lint, compleet met Wilders-kapsel), in vijftien jaar filmverhaal geen dag ouder worden.

Zelfmoordmissie
Valt er op zee genoeg te beleven, aan wal is het ook niet rustig. De Republiek, onder leiding van Johan de Witt en diens minstens zo schrandere broer Cornelis (de beste bijrol, van Roeland Fernhout), is niet alleen in handelsoorlog met Engeland, de spanningen tussen de staatsgezinden en de prinsgezinden lopen op en er dreigt een burgeroorlog. De veenbrand slaat uit in het rampjaar 1672 en culmineert in de dramatische – en dramatisch in beeld gebrachte – moord op de gebroeders De Witt.

Recensie Michiel de Ruyter

De Ruyter redt de Verenigde Provinciën door via een tactische trouvaille de gecombineerde Engels-Franse vloot bij Kijkduin te kijk te zetten, maar als sterke man van De Witt is hij een blok aan het been van Willem III en wordt er op uitgestuurd om in de Middellandse Zee de Fransen te kortwieken. De film suggereert dat het een zelfmoordmissie was (slechts 12 schepen tegenover een Franse overmacht), maar in werkelijkheid waren de verhoudingen gelijk: bij de slag van Augusta stonden zeventien Hollandse en tien Spaanse schepen tegenover een lijn van 29 Franse schepen. Wel historisch: de Franse admiraal Duquesne staakte de strijd na te hebben vernomen dat De Ruyter dodelijk was gewond.

Boordevol tableau
En dan is er ook nog het huzarenstukje der huzarenstukjes, de tocht naar Chatham en de vermaarde ketting die werd stukgevaren. Op instigatie van De Witt zoekt De Ruyter de gehavende Engelse vloot op in het dok waar ze wordt gerepareerd, om door Bestevâer, bijgestaan door zijn innovatie, de mariniers onder aanvoering van Van Ghent (Tygo Gernandt), te worden gedecimeerd. Het Engelse vlaggenschip Royal Charles gaat als trofee mee op sleeptouw naar Hellevoetsluis. De spiegel is nog steeds te bewonderen in het Rijksmuseum.

Tussen al dat drama en spektakel is er jammer genoeg nauwelijks tijd om op adem te komen. De aandacht voor het privéleven van de zeeheld – de derde verhaallijn in deze overvolle film – beperkt zich tot enkele huiselijke scènes met zijn vrouw Anna (Sanne Langelaar). Ook de relatie met Johan de Witt, toch de centrale dynamiek van dit heldenepos, komt slechts beknopt aan bod. Maar het is ook een boordevol tableau dat regisseur Reiné (Gouden Kalf in 1999 voor The Delivery) in zijn eerste Nederlandstalige film probeert te schetsen. Hij verwierf in Hollywood een reputatie als vakbekwaam regisseur van generieke actiefilms en met de actie zit het in Michiel de Ruyter wel snor. Sinds Soldaat van Oranje (1977) niet meer zo’n onderhoudende avonturenfilm van Nederlandse makelij gezien.

 

23 januari 2015

 
ALLE RECENSIES
 

INTERVIEW met Roel Reiné, regisseur Michiel de Ruyter!

Into the Woods

**

recensie  Into the Woods

Sprookjesmusical op het witte doek betovert niet genoeg

door Cor Oliemeulen

Er was eens een man die niets origineels wist te verzinnen. Hij heette James Lapine. James nam een grote kom en roerde de verhalen van vier sprookjes door elkaar. Hij kreeg een schitterend idee: Assepoester, Roodkapje, Raponsje en Jaap van de Bonenstaak komen samen in een groot bos en beleven daar de meest wilde avonturen. James vroeg zijn vriendje Stephen Sondheim om er muziek en liedjes bij te maken. Ze beleefden grote successen op het toneel. Maar toen vond iemand dat er een film moest komen.

Ze vroegen Rob Marshall. Rob had al eerder een musical gemaakt: Chicago. Verder moesten ze nog iemand hebben die mooie kleren kon maken. Een rood kapje kon iedereen. Nee, het moesten wel héél toepasselijke sprookjeskleren zijn. Ze belden Colleen Atwood. Colleen was heel beroemd en had al drie keer de állergrootste filmprijs gewonnen, het zogenaamde Mannetje. Bijvoorbeeld voor Alice in Wonderland. Omdat het een film zou gaan worden, moesten de plaatjes er natuurlijk prachtig uitzien. Ze vroegen Dion Beebe. Dion had ooit een Mannetje gewonnen voor een andere film die Rob had gemaakt: Herinneringen van een Gezelschapsdame. En tot slot moest de film vol zitten met hocus pocus. Dus belden ze Matt Johnson, die óók al een Mannetje had gewonnen! Voor Het Gouden Kompas.

Recensie Into the Woods

Rode cape, witte koe, glazen muiltje, gouden haren
Het verhaal begint met een heks met blauwe haren. Ze spreekt een vloek uit. De vader van de bakkersvrouw heeft namelijk groenten uit de tuin van de heks gestolen. Daarom is de vloek dat de bakker en zijn vrouw pas een kindje kunnen krijgen als ze vier dingen aan de heks geven. Als eerste de cape van Roodkapje. En dan nog de gouden haren van Raponsje, het muiltje van Assepoester en de witte koe van Jaap van de Bonenstaak. Gelukkig komen ze allemaal samen in het bos.

Maar het valt niet mee om al die dingen te verzamelen. Ze krijgen te maken met de Grote Boze Wolf, Raponsje die in een hoge toren zit opgesloten, de gemene stiefzusjes van Assepoester én de koe van Jaap die dood gaat. Er gaan ook ménsen dood in het bos, maar dat mag de pret niet drukken. Want het bos is net als het echte leven. Je kunt daar op zoek gaan naar je dromen. Je kunt er heerlijk verdwalen en bang worden. Ja, in het bos leer je pas goed wie je bent!

Recensie Into the Woods

Wie de schoen past…
De spelers in de film doen echt hun best. Lilla Crawford is pas twaalf en is een mooi Roodkapje. De wolf wordt gespeeld door Johnny Depp, die het liefst piraat is. En Daniel Huttlestone als Jaap is misschien wel het beste. Daniel speelde al in een musical toen hij pas negen jaar was! Ook zong hij in De Ellendigen. Maar het aller-allerbeste is Meryl Streep. Meryl speelt de gemene heks en won in haar eentje al drie Mannetjes. Ze kan best goed zingen, maar ze heeft echt geen gouden stemmetje, hoor! Toch geloven we Meryl het meest. De meeste anderen in de film zijn eigenlijk best wel een tikkeltje saai. Behalve dan de stiefzusjes van Assepoester. Die hakken allebei een teen van hun voet, zodat ze in het muiltje passen. Best stom! Als hun boze moeder vroeger sprookjes had voorgelezen, hadden ze dat nóóit gedaan.

Een sprookje eindigt altijd goed. Nadat Assepoester en haar prins in het kasteel zijn getrouwd, is de film afgelopen. O nee, er komt nog wat! Jaap heeft de vrouw van de reus boos gemaakt en die komt nog wraak nemen. Was dat nou nodig? Kon je eindelijk gaan plassen, komt die lelijke reuzentrol nog even met haar grote voeten het gelukkige eind verzieken! Ach, een goed verhaal heeft soms een boodschap en dat mogen we best wel weten van Rob. Iedereen maakt fouten, niemand is alleen! Rob zal het weten.

 

22 januari 2015

 
ALLE RECENSIES