Birdman

*****
recensie Birdman
Drie keer B is scheepsrecht

door Alfred Bos

De regisseur van Babel en Biutiful overtuigt opnieuw, ditmaal met een magisch-realistische fabel over een vliegende fictieheld die mens wordt. Birdman is een spiegelpaleis van waan en werkelijkheid. En de comeback van Michael Keaton als topacteur.

Van een regisseur die films als Biutiful (2010, met Javier Bardem) en Babel (2006, met Brad Pitt) op zijn palmares heeft verwacht je iets bijzonders en Birdman, het meest recente werkstuk van de Mexicaan Alejandro González Iñárritu, stelt niet teleur. Het is een razend slimme vertelling over een verlopen steracteur die zijn loopbaan nieuw leven probeert in te blazen. Met een toneelstuk in een film, acteurs die ook privé een rol spelen en superheldkrachten die tevens buiten het filmdoek blijken te werken is Birdman een spiegelpaleis waarin realiteit en fantasie niet meer van elkaar zijn te scheiden.

Recensie Birdman

Dat spel met feit en fictie begint al met de acteur die de hoofdrol van Riggan, de voormalige filmvedette, vertolkt. De laatste maal dat we via een kwaliteitsfilm van Michael Keatons bepaald niet kinderachtige acteervermogens konden genieten, was in de vorige eeuw: Tarantino’s Jackie Brown uit 1997. De man die in 1988 een gelaagde en complexe Batman neerzette, leende de laatste jaren zijn stem aan soundtracks van tekenfilms en videogames; op het witte doek bleef zijn talent verborgen in generieke vervolgfilms rond een guitige Volkswagen (Herbie) en een cyborg-agent (Robocop). In Birdman glorieert Keaton en de Oscar-nominatie voor Beste Hoofdrol is de bevestiging van een talent dat te lang uit beeld is geweest. Zijn Riggan is formidabel.

Vertekend zelfbeeld
De film speelt zich hoofdzakelijk af in het Newyorkse Broadway-theater waar Riggan zijn comeback wil maken via de toneelbewerking van een kort verhaal van Raymond Chandler. De voorstelling is zijn initiatief; hij heeft de tekst bewerkt, speelt de hoofdrol, regisseert het geheel en is tevens de geldschieter van het project. Het is zwemmen of verzuipen, bij een flop is hij definitief gezien. Om Riggan zwerven zijn verslaafde dochter Sam (Emma Stone), zijn ex-vrouw Sylvia (Amy Ryan) en zijn beste vriend Jake (Zach Galifianakis), die als uitvoerend producent optreedt. Riggans tegenspelers in het geplande toneelstuk zijn een onervaren debutante, Lesley (Naomi Watts), Riggans scharrel Laura (het Engelse talent Andrea Riseborough) en een method actor die alleen op het toneel zichzelf is, Mike (Edward Norton). Met die club moet hij de strijd winnen.

En een strijd is het. De reeks problemen waar het hoofdpersonage zich voor gesteld ziet, zijn voornamelijk van eigen makelij en ontspruiten aan zijn verbeelding. Zelfbeeld, identiteit, imago – op dat thema varieert de film voortdurend. Van zijn toenmalige succesrol als de superheld Birdman heeft Riggan de telekinetische gaven van dat fictieve personage overgenomen (hij kan voorwerpen met zijn geest verplaatsen), maar het blijkt een vloek. Om wezenlijk te veranderen zal hij tevens uiterlijk moeten transformeren. Om de wereld anders te zien, moet de wereld hem ook anders zien en dat lukt alleen met een – letterlijk – nieuw gezicht.

Recensie Birdman

Subjectieve camera
Het is een geraffineerd spel met (eigen)waan en werkelijkheid dat Iñárritu opdient. De film speelt zich voor het grootste deel af in de gangen en kleedkamers van het theater, een claustrofobisch labyrint dat de grotten van Riggans geest uitbeeldt. De toegepaste cameratechniek en montage – lange, vanaf de schouders gedraaide shots – suggereren de ‘stream of consciousness’ van een overactief brein. We zien het verhaal door de ogen van Riggan, subjectief dus. De film toont zijn verbeelding, waarin fantasie de werkelijkheid heeft overgenomen. De geprojecteerde schijn wordt door een toevalligheid ontmaskerd – via de opgeklopte schijnwereld van de sociale media. De spiegel verbrijzeld, of is het een hologram waar in elke scherf zich het geheel toont?

Birdman is satire van het superieure soort, een film over de bewustzijn vervormende mediamaatschappij en haar pathologische drang naar aandacht, in de vorm van een magisch-realistische vertelling. Riggan vindt uiteindelijk verlossing door de onbevangenheid te omarmen. De ondertitel, en de moraal, van de film luidt: the unexpected virtue of ignorance (de onverwachte deugd der onwetendheid). De mens schept zijn eigen hel en wie ophoudt met neurotisch piekeren – over zijn imago, over zijn kansen, over zichzelf – kan opeens vliegen. Wonderschone film.

 

19 januari 2015

 

MEER RECENSIES

 

Capitale umano, Il

***

recensie  Il capitale umano

Tussen weelde en wanhoop 

door Cor Oliemeulen

Prima mozaïekfilm reconstrueert een tragisch verkeersongeluk. De talentvolle Italiaanse regisseur Paolo Virzì schetst een dun lijntje tussen weelde en wanhoop. Maar missen we niet iets?

Deze Italiaanse inzending voor de Oscar is gebaseerd op de roman Human Capital van Stephen Amidon. Zijn verhaal speelt zich af in Amerika voor de bankcrisis in een wereld van financiële speculaties en gouden bergen. Regisseur Paolo Virzì verplaatst het drama naar Noord-Italië en verweeft de lotgevallen van twee totaal verschillende families na een tragisch incident. De ene familie bestaat uit de naïeve makelaar Dino, zijn dochter Serena en zijn tweede vrouw Roberta. De andere familie bestaat uit de steenrijke speculant Giovanni, zijn mooie maar trieste echtgenote Carla en hun verwende zoon Massimiliano.

Recensie Il capitale umano

Eurotekens in de ogen
Serena en Massimiliano zijn een setje, wat voor Dino aanleiding is om aan te pappen met Giovanni die een groot hedgefonds leidt. Dino sluit een grote banklening af zodat hij kan instappen en gelooft dat hij flinke winst kan maken. Serena zit op dezelfde dure, prestigieuze school als Massimiliano. Tijdens een schoolgala zitten beide families voor het eerst samen aan een tafel. Het verhaal begint als een ober na het banket op school huiswaarts keert en onderweg door een SUV van de weg wordt gereden.

De ober vertegenwoordigt Il capitale umano (Het menselijke kapitaal), een door verzekeraars gebezigde term die aan de hand van kille parameters de schadevergoeding berekent voor de nabestaanden. Maar de filmtitel behelst meer dan de financiële waarde van een verkeersslachtoffer. We zien dat geld vaak het slechte in mensen boven brengt. De speculant die zijn vrouw verwaarloost. Zijn vrouw die haar acteercarrière opgaf om te gaan fungeren als trofee en nu verdrinkt in desillusie. De zoon die denkt dat geluk en mensen te koop zijn. En de makelaar die, als het moet, verraad pleegt om zijn investering veilig te stellen.

Recensie Il capitale umano

Drama wordt thriller
Langzaam wordt het drama een thriller, nadat blijkt dat de SUV die de ober aanreed op naam staat van de rijkaards. Maar wie zat er achter het stuur en bekommerde zich niet om het lot van het slachtoffer? In drie hoofdstukken c.q. vertellingen door de ogen van respectievelijk Dino, Carla en Serena ontvouwt zich uiteindelijk wie de schuldige is en hoe het allemaal zover kon komen. Geen Rashomon-effect, maar objectieve waarnemingen over omstandigheden, oorzaken en gevolgen.

Hoe mooi het verhaal ook in elkaar zit, als kijker word je niet uit je sokken geblazen. Paolo Virzì is geen Paolo Sorrentino (La grande bellezza), maar ook hij vertegenwoordigt de nieuwe hoop van de Italiaanse cinema (La prima cosa bella). Misschien komt het door de zoveelste vertelling over hebzucht en de keerzijde ervan. Misschien missen we enige vorm van humor of relativering. Misschien sprankelen de spelers te weinig –  uitgezonderd de immer bevallige Valeria Golino (Hot Shots!) als Roberta en de bijzonder sterke rol van acteergrootheid Valeria Bruni Tedeschi als Carla – en is de casting van de jeugd in Il capitale umano een kapitale menselijke vergissing. Wie het weet, mag het zeggen.

18 januari 2015

 

 
ALLE RECENSIES
 

Imitation Game, The

****

recensie  The Imitation Game

De lotgevallen van Enigma en Christopher

door Cor Oliemeulen

Twee odes aan onmisbare wetenschappers zijn volop in de race voor de Oscars. Eddie Redmayne kruipt in The Theory of Everything grandioos in de huid van Stephen Hawking. Benedict Cumberbatch speelt de rol van zijn leven als de grootste oorlogsheld Alan Turing in The Imitation Game. Kiezen de grijze koppen van de Academy traditioneel voor ziek, zwak en misselijk óf geven zij de voorkeur aan de vergeten geniale homo?

Enigma was de communicatiemachine van de nazi’s waarin alle details van Duitse verrassingsaanvallen, bombardementen, geheime konvooien en posities van onderzeeërs in de Atlantische Oceaan werden opgeslagen. Als de geallieerden deze militair-strategische boodschappen zouden willen onderscheppen en ontcijferen moesten zij de instellingen van de machine weten. Er waren niet minder dan 159.000.000.000.000.000.000 mogelijkheden, elke dag weer. Volgens iedereen was de code niet te kraken, totdat ene Alan Turing in beeld kwam.

Recensie The Imitation Game

Deze Cambridge-professor stapt op een dag in 1939 de kamer van legerhoofd Commander Denniston binnen en beweert ‘het moeilijkste probleem in de wereld’ te kunnen oplossen. Turing is ronduit arrogant en sarcastisch, maar weet desondanks de interesse van Denniston te wekken. Er wordt een team van knappe koppen (cryptografen, wiskundigen, schaakkampioenen en linguïsten) samengesteld, echter Turing weet alles beter en voelt zich geroepen een brief aan Winston Churchill te schrijven, zodat hij zijn eigen team kan formeren. Tot ieders verbazing organiseert hij een wedstrijd kruiswoordraadsels oplossen, waarbij nota bene een vrouw als winnaar uit de bus komt.

Hoe kwam het zover?
Het biografische drama van de Noorse regisseur Morten Tyldum (Headhunters) switcht tussen de drie bepalende periodes uit het leven van Alan Turing. Zijn schooltijd, waarin hij verschrikkelijk wordt gepest en zich terugtrekt in eenzaamheid nadat zijn enige vriendje is overleden. De oorlogsjaren, waarin hij obsessief de Enigma-code probeert te kraken. En tenslotte zijn leven in Manchester na de oorlog, als niemand weet wat zijn verdiensten zijn en Turing wordt veroordeeld wegens ‘onfatsoenlijkheid’ omdat homoseksualiteit in die tijd nog strafbaar is. Hij mag kiezen: twee jaar gevangenis of een hormoontherapie die gelijk staat aan chemische castratie. De kijker leert waarom hij zich verplicht voelt tot de laatste optie en waardoor zijn leven ondraaglijk wordt.

Het grootste deel van de film speelt zich af in Bletchley Park in het zuiden van Engeland. Alan Turing (Benedict Cumberbatch) heeft 100.000 pond losgepeuterd voor de bouw van zijn elektrische brein, dat hij Christopher noemt, in feite de allereerste computer ter wereld. Pas als de intelligente en innemende Joan Clarke (Keira Knightley) het hart van Turing weet te winnen, kan de narcistische professor zich inmenging en medewerking van anderen permitteren. Joan leert Alan dat hij hoe dan ook anderen nodig heeft om de deadline te halen. Op dat moment hebben de nazi’s al 24 hoofdsteden bezet. De volgende dag deelt Alan appels uit en vertelt hij zowaar een mop aan zijn verbouwereerde collega’s.

Recensie The Imitation Game

Herenliefde
Het acteerwerk in The Imitation Game is op alle posities van hoog niveau en de konkelarijen tussen Alan-cryptoteam, Alan-legerleiding en Alan-Joan lopen als mooie rode draden door het Oscarwaardige draaiboek van Graham Moore dat is gebaseerd op het boek van Andrew Hodges. De keuze voor de grote filmcomponist Alexander Desplat (The King’s Speech, Argo, The Monuments Men) onderstreept de ambitie om flink in te slaan tijdens de uitreiking van de komende Academy Awards. Nadeel is wel dat het kennelijk lastige thema van herenliefde wordt gemeden als de pest. Blijft over een terecht groot eerbetoon aan een vergeten oorlogsheld die volgens historici de Tweede Wereldoorlog met twee jaar verkortte en het leven van veertien miljoen mensen redde, maar uiteindelijk bedroevend ten onder ging aan de hypocrisie van een samenleving.

 

16 juni 2015

 
ALLE RECENSIES
 

De vijf beste filmbiografieën van 2015.

Theory of Everything, The

***

recensie  The Theory of Everything

‘What about my brain?’

door Cor Oliemeulen

Na het zien van het romantische, biografische drama over Stephen Hawking bekruipt je de vraag wat de fameuze Engelse wis- en natuurkundige allemaal zou hebben kunnen bedenken als hij gezond was gebleven. Meer óf juist minder?

Dat hij het vroeger al meer van zijn hersens dan van zijn lichaam moest hebben, illustreert de scène waarin hij tijdens een roeiwedstrijd fungeert als stuurman. Het is 1963 en de 21-jarige Stephen Hawking (Eddy Redmayne) studeert kosmologie aan de universiteit van Cambridge. Hij is vastbesloten om een simpele verklaring voor het ontstaan van het heelal te ontdekken en zijn uitzonderlijke talent wordt snel onderkend. Zijn leraar neemt hem mee naar een ruimte waarin “J.J. Thomson het elektron ontdekte en Rutherford atomen splitste”. Stephen kijkt er rond als een kind in een snoepwinkel. Ook privé gaat het voor de wind: hij wordt stapelverliefd op de kunststudente Jane (Felicity Jones).

Recensie The Theory of Everything

Nog maar twee jaar te leven
In gedachten verzonken over een wiskundige formule en een eerste aanval van spierverslapping valt Stephen op zijn gezicht. De diagnose komt als een mokerslag: hij heeft nog meer twee jaar te leven. Stephen heeft MND: progressieve degeneratie van zenuwcellen die de spieren in staat stellen te bewegen, ademen, slikken en praten. In Amerika noemt men het Lou Gehrig’s Disease, vernoemd naar de beroemde honkballer die overleed aan de ziekte, en in onze volksmond heet het ALS.

“What about my brain?”, vraagt Stephen aan de dokter. Dat blijkt gelukkig niet aangetast. Op zijn beurt kan Stephen een vriend geruststellen: inderdaad ‘daar beneden’ zal het voorlopig ook wel blijven werken. Dat blijkt enige jaren later als Jane trots hun eerste baby in Stephens armen legt: “Look what we made.”

The Theory of Everything is een liefdesverhaal, dat 25 jaar relatie tussen Stephen en Jane omspant. De film is gebaseerd op de biografie ‘Travelling to Infinity: My Life with Stephen’ van Jane Hawking. Net als in zijn Oscar winnende documentaire Man on Wire kan regisseur James Marsh naar hartenlust de uiterste grenzen van een man tentoonspreiden. De filmmakers werkten enkele jaren samen met de Hawkings, waarbij ze moesten beloven dat ze sensatie en sentiment achterwege zouden laten en secuur zouden omgaan met de complexiteit van hun huwelijk.

Humor, toewijding en doorzettingsvermogen
Als Stephen zich eenmaal heeft neergelegd bij zijn fysieke onmogelijkheden komt zijn ware karakter bovendrijven: humor en doorzettingsvermogen. Eerst moeten ze zien om te gaan met zijn handicap, nadien met roem en publiciteit. Stephen ontvangt dankbaar de volle steun en toewijding van Jane. Zij moedigt hem aan om zijn doctoraat te halen: zijn theorie over het ontstaan van het universum. Terwijl Stephens lichamelijke beperkingen toenemen, verkent zijn geest de grenzen van de theoretische fysica.

Recensie The Theory of Everything

Doordat Stephen uiteindelijk (bijna) niet meer kan praten, dient de kijker meer te observeren. Om het verhaal extra diepte te geven is een aantal familiegebeurtenissen opgenomen in homevideo-stijl voor een persoonlijke en authentieke kijk op het leven van de Hawkings. Andere filmscènes bevatten regelmatig één hoofdkleur, bijvoorbeeld intens blauw tijdens de amoureuze ontmoeting van Stephen en Jane op het universiteitsbal, geelgroen tijdens een potje cricket op het zonovergoten gras en een mooi rood filter van het haardvuur dat Stephen ziet door zijn trui als hij die moeizaam aantrekt en dat langzaam lijkt te vervagen in een zwart gat.

Eddy Redmayne (Les Misérables) bereidde zich intensief voor op zijn rol. Met een prachtige grijns op het schuine hoofd, steeds verder in elkaar gedoken in zijn rolstoel en door subtiele aanpassingen van de grimeurafdeling lijkt hij steeds meer op de echte Stephen Hawking. The Theory of Everything is een waardig en bij vlagen ontroerend portret van de beroemdste wetenschapper van onze tijd.

 

11 januari 2015

 
ALLE RECENSIES

Greencard Warriors

*

recensie  Greencard Warriors

Boyz n the West Side

door Wouter Spillebeen

Na veertien jaar stilte komt de Nederlandse Miriam Kruishoop (Unter den Palmen) op de proppen met een drama over illegale Latino’s in Los Angeles. In dit geval was geen nieuws eerder goed nieuws. 

Kruishoop zag enkele jaren geleden een banner die Amerikaanse jongeren zonder papieren aanspoorde om in het leger te gaan. Zo zou hun familie een kans krijgen om de befaamde ‘green card’ (een permanente verblijfsvergunning) te bemachtigen. Dat gaf haar het idee voor Greencard Warriors (ook bekend als Crosstown), een drama met een politieke boodschap over het gezin van Beto. Hij is een illegale tiener die, nadat hij thuis in het bendewereldje verzeild raakte, zich gedwongen in Irak bij de Amerikaanse troepen vervoegt. Zonder de hulp van zijn oudere broer wordt Angel (Angel Amaral) lastig gevallen door de oude ‘vrienden’ van Beto. Het gezin leert stilaan dat het Amerikaanse leger niet altijd haar beloftes nakomt terwijl ze over Beto het slechtst denkbare nieuws vernemen.

Recensie Greencard Warriors

Intussen groeit prille liefde tussen Angel en het zwarte meisje Jazmine (Paige Hurd), tot groot ongenoegen van haar vader, die als politieagent gezworen heeft de bendeoorlog tussen de zwarten en de latino’s aan banden te leggen. De politiek getinte tragiek maakt plaats voor een waterig afkooksel van Shakespeares bekendste en zelfs West Side Story. Gooi wat Boyz n the Hood in de mix, met een boodschap die net zo goed van Michael Moore kon komen, en het resultaat is eufemistisch een boeltje te noemen.

Licht
Dat gebrek aan visie is ook te zien in de keuze van sommige shots. Nu en dan wordt een wide shot van Los Angeles bij het aanbreken van de dag of net midden in de nacht getoond, kennelijk om te laten zien dat de scène die we te zien zullen krijgen zich ’s morgens of ’s nachts zal afspelen. Maar als het nacht is, zoals het vorige shot toonde, waarom komt er dan zo veel licht binnen door het keukenraam? En waarom schijnt de middagzon tegen het vallen van de avond nog steeds? Zo’n technische fouten kunnen verklaard worden door een gebrek aan budget, maar wanneer dat gebrek ervoor zorgt dat een ondertiteling (de Spaans gesproken scènes zijn in het Engels ondertiteld) leest: “It’s all your fault! You’re fault!”, dan hoef je niet meer te vermelden dat de film baat zou hebben bij wat extra moeite.

Ook de acteurs lijken de helft van de tijd niet te weten wat ze met het scenario moeten aanvangen. De meeste personages lopen constant met dezelfde verstarde blik rond, ze reageren niet natuurlijk op wat rond hen gebeurt en ze rammelen hun zinnen af alsof ze hun eigen dialogen niet begrijpen. Enkel Manny Perez, die de vader van Beto en Angel speelt en een van de meest ervaren acteurs in de cast is, doet nu en dan een poging om goed te acteren, maar zijn schuimbekkende uitbarstingen werken enkel op de lachspieren.

Greencard Warriors

Rijm noch reden
Toch is het grootste probleem van Greencard Warriors niet het acteerwerk of de technische fouten, maar het verhaal zelf. Het is alsof Kruishoop een onderwerp zag dat zich goed leende voor een speelfilm, maar ze er verder niets mee kon aanvangen. Ze laat een hoop dingen gebeuren met een paar personages, maar zoekt niet naar een rode draad of logische progressie, er is rijm nog reden voor haar keuzes. Het toppunt is wanneer de vader (spoiler alert!) een politieagent een duwtje geeft waarop die natuurlijk prompt zijn hoofd stoot en sterft. Dat in een universum waar veertienjarige jongens zonder al te veel problemen een pak rammel kunnen krijgen van een geharde en criminele bende. Waarom moet de agent sterven? Omdat het goed uitkomt voor het verhaal.

Greencard Warriors mag met de nobelste bedoelingen ter wereld gemaakt zijn, het resultaat is niet beter dan de gemiddelde studentenfilm, niet toevallig net het vakgebied waar Kruishoop bijna twintig jaar geleden furore maakte.

10 januari 2015

 

De tien beste immigrantendrama’s van deze eeuw

 
ALLE RECENSIES
 

P’tit Quinquin

***

recensie  P’tit Quinquin

De koe die niet meer kon ruften

door Cor Oliemeulen

Bienvenue chez les Ch’tis van en met Dany Boon brak in 2008 een record: ruim twintig miljoen Fransen zagen deze komedie in de bioscoop. Buiten Frankrijk haalde men de schouders op: gebrek aan identificatie met de typische Franse humor over plattelandscultuur. P’tit Quinquin is interessanter en gedurfder maar lijdt aan hetzelfde euvel.

Het schrijven en uitvoeren van oorspronkelijke scenario’s kan de Franse regisseur Bruno Dumont niet worden ontzegd. Hij viel vooral op met de choquerende drama’s L’humanité (1999) en Flandres (2006) en gooit het met P’tit Quinquin over een andere boeg. Eerder uitgebracht als vierdelige miniserie op Canal+ draait zijn absurdistische tragikomedie, die zich afspeelt in een Noord-Frans kustplaatsje, als speelfilm in de bioscoop. Bijzonder is dat alle personages voor het eerst acteren.

Recensie P’tit Quinquin

Waarom absurdistisch?
Het verhaal begint met de vondst van een koe die om onverklaarbare redenen in het water van een bunker uit de Tweede Wereldoorlog verzeild is geraakt. De rust in het dorp wordt opgeschrikt door een laag vliegende helikopter die het beest bevrijdt en het vervolgens bungelend in een net meeneemt. Het fragment doet denken aan het Jezusbeeld in Fellini’s La Dolce Vita en het vliegende standbeeld in Goodbye Lenin. De ‘nationale politie’ constateert dat de koe uit het poepgat bloedt en ontdekt dat het rund is volgestopt met menselijke resten. Verderop in een weiland ligt het bijbehorende vrouwenhoofd. Absurd genoeg? Later blijkt het in stukken gehakte stoffelijke overschot via de andere ingang in het arme rund te zijn beland.

Ook absurd is het onderzoekende politieduo dat bestaat uit Commandant Van der Weijden (Bernard Pruvost) en Lieutenant Carpentier (Philippe Jore). Met zijn opvallende gebit en zijn voorliefde voor autorijden op twee wielen is laatstgenoemde een stuk minder idioot dan zijn baas. Van der Weijden mompelt een dialect, heeft een raar waggelloopje en is behept met een groot aantal tics, waarvan het voortdurend knipperen met de ogen en het optrekken van de wenkbrauwen nog het meest op de zenuwen werken. Je moet het Bruno Dumont nageven: in hun bespottelijkheid en (on)alledaagse gedrag heeft het tweetal een zeer authentieke uitstraling, net als de meeste dorpsgenoten die je tijdens een pitstop op doorreis naar de zonnige Atlantische zuidkust zo zou kunnen aantreffen.

Recensie P’tit Quinquin

Waarom een tragikomedie?
Dat geldt niet alleen voor de kleine, brutale P’tit Quinquin (Alane Delhaye) die samen met zijn vriendinnetje en twee vriendjes met kattenkwaad en het pesten van de politie de sleur probeert te doorbreken, maar ook voor de boerse paardenfokker, de leden van fanfare en majorettekorps én het meisje dat met een heerlijk vals en aanstekelijk liedje aan een zangwedstrijd meedoet. Ook een aantal van hen komt binnen korte tijd op onorthodoxe wijze om het leven. De meeste gebeurtenissen zijn triest en grappig (bedoeld) tegelijk, terwijl het wachten is of en hoe de politie de dader(s) van de moordpartijen in de kraag zal grijpen.

Het tempo van P’tit Quinquin is even traag als de ontlasting van een geconstipeerd rund op het achterlijke platteland. Ondanks de potpourri van nog meer vreemde personages – twee melige priesters, een fanatieke organist en de gediscrimineerde Afrikaanse jongen die door het lint gaat – had de film wel een uurtje korter gemogen. De tragikomedie van Bruno Dumont kan een cultstatus tegemoet zien. Maar omdat het meer draait om absurde situaties en typetjes dan om consistentie en een bevredigend slot, zou de regisseur bij een eventueel vervolg – we gúnnen het de twee politiemannen – de verdwaalde koe wat beter bij de horens moeten vatten.

 

8 januari 2015

 
ALLE RECENSIES

Distancia, La

**

recensie  La Distancia

Extravagante eigenzinnigheid in Siberië

door Bob van der Sterre

Bergen, een meer en een oude, verlaten energiecentrale. In een pakhuis nabij de energiecentrale loopt een Oostenrijkse conceptuele kunstenaar met een dode haas. Hij is ‘gekocht’ door een oligarch met interesse in kunst, en na de dood van de oligarch wordt hij gedwongen om te blijven werken. 

Zijn gezicht zit onder de geharde modder. In een van de ruimtes is hij bezig met onnavolgbare berekeningen, waar hij soms heen kruipt om hier en daar een aanpassing te maken. Hij is immers een kunstenaar die zich bezighoudt met ‘dimensionale wiskunde’.

De kunstenaar merkt op een dag dat iets mist voor zijn kunst. Het begeerde object is de distancia, een uitvinding die zich elders in het gebouw bevindt. Hij huurt drie dwergen om de uitvinding te roven.

Recensie La distancia

Telepathie
De dwergen parkeren hun caravans op een afstandje van de fabriek en bespreken telepathisch met elkaar hoe ze de diefstal gaan plegen. Ze gebruiken hiervoor hun unieke talenten. De een kan geweldig horen (beetje friemelen met oorlelletjes), de ander is meester van telekinese (strak kijken naar een object), en een derde kan informatie inwinnen bij een vrouw genaamd Sophia (op een stoel zitten en in je kruis grijpen, vervolgens aan je vingers ruiken).

Ze bespieden de huidige beschermer van de distancia. Hij doet niet veel. Post halen, een boek lezen, soep eten. Zijn enige bizarre moment is als hij naaldhakken aantrekt en gaat masturberen. Op het moment suprême roept hij het woord ‘Pluto!’, tot verbazing van de afluisterende dwerg.

De man praat bij tijd en wijle met zijn Japans sprekende emmer. Een Japans sprekende emmer? Ermee praten? Zat er iets raars in mijn thee? Nee, en de emmer communiceert met rooksignalen met een schoorsteen aan de overkant.

Kun je nog meer vreemde dingen verzinnen? Wat te denken van de worst met de naam ‘Yoko Ono’. De dood die sterft. Wil je weten hoe je een haas moet villen? Deze film geeft je een spoedcursus.

Wat wil deze film?
Vreemde film? Understatement! Maar wat wil de film? In andere recensies lees je de term ‘sciencefiction comedy’. Maar het is verre van een komisch verhaal. De komische timing is minimaal en de verteltoon is ook te serieus en vervreemdend om aanspraak te kunnen maken op de titel ‘comedy’.

Is het dan een mooi mysterie? Ook niet. Bij een goed, mysterieus verhaal staat altijd een dosis logica tegenover vervreemding. Neem Twin Peaks, waarbij menselijke, humoristische scènes afwisselen met de meest eigenaardige fantasie. Maar La distancia mist die component. Karakters zijn decorstukken.

Recensie La distancia

Zodoende blijft over een carnavaleske film die koppig niet wil kiezen tussen genres. Extravagante eigenzinnigheid, dat is het resultaat. Absurdisme als doel, niet als middel. De kijker kan compleet meegaan of compleet afwijzen. De avontuurlijke kijker zal denken: ‘Hèhè, eindelijk’, terwijl de meer conventionele kijker onophoudelijk zijn hoofd zal blijven schudden. Er is geen middenweg.

Finisterrae, het debuut van regisseur Sergio Cabellero, was natuurlijk ook tamelijk bizar. Het won met een zeker ontwapenend surrealisme de Tiger Award in 2010. Maar nu is dat luchtige een beetje zoek. Deze film is duister, grimmig, merkwaardig. Waar de eerste film herinnert aan Buñuel, herinnert deze film meer aan Jodorowsky. Net als bij Jodorowsky’s films geeft La distancia na een paar minuten het gevoel uit je handen te glippen, en daar nooit meer in terug te keren.

Interessante ideeën genoeg, maar de vraag blijft wat er zou zijn gebeurd als de film met wat meer perfectionisme en logica zou zijn aangepakt.

 

4 januari 2015

 

 
ALLE RECENSIES
 

Of Horses and Men

***

recensie  Of Horses and Men

Droogkomische interactie tussen mens en paard

door Suzan Groothuis

In deze IJslandse film staat de interactie tussen paarden en mensen centraal. Het levert droogkomische en absurdistische momenten op, maar als geheel weet de film niet helemaal te overtuigen.

Of Horses and Men draait om mensen en paarden in een kleine IJslandse gemeenschap. De film opent met de trotse Kolbeinn en zijn mooie merrie, met wie hij een ritje gaat maken om zijn buren te imponeren. Maar niet alleen de buren, ook een stoere zwarte hengst is onder de indruk. Wanneer Kolbeinn na een koffiepauze zijn merrie bestijgt, wordt zij vervolgens ruw bereden door de hitsige hengst. Het levert een hilarisch en ongemakkelijk filmmoment op: de hengst beukt met heftige bewegingen in de zich niet verroerende merrie, terwijl Kolbeinn er bovenop zit.

Recensie Of Horses and Men

Met die scène is de toon gezet in deze droogkomische, licht absurdistische film van Benedikt Erlingsson die wat doet denken aan films van Alex van Warmerdam. Dialogen zijn er amper en er ontbreekt een duidelijke verhaallijn. De film bestaat uit losse sketches met diverse IJslandse inwoners, hun paarden en een dolende Spaanse toerist die ook gegrepen is door de schoonheid van de dieren. En dan is er nog het onmiskenbare IJslandse landschap, waarin mens en dier zich moeten zien te handhaven. Dit levert zelfs een scène op geïnspireerd door Star Wars en de ijsplaneet Hoth.

Zwart-komische onhandigheid
Het verhaal, voor zover daar sprake van is, toont ons hoe ogenschijnlijk normale situaties uitmonden in zwart-komische, netelige bedoeningen. Zoals een alcoholist die zijn paard gebruikt om aan wodka te komen, buren die ruziën over een wegversperring en een romance die onhandig en haast op dierlijke wijze vorm krijgt. In die handelingen hebben de paarden een grote, zo niet onmisbare rol.

Recensie Of Horses and Men

De registraties tussen mens, dier en natuur zijn in prachtige beelden vastgelegd door cameraman Bergsteinn Björgúlfsson. Of Horses and Men is dan ook bij uitstek een film die zich leent voor het grote doek: een waarin je op kan gaan in een indrukwekkend en schoon landschap, waarin paard en mens zich bewegen. Heel veel paarden overigens, die rennen, zwemmen en neuken. De mens begeeft zich mee in die golven en is haast zo dierlijk als het paard zelf.

Absurde, niet altijd even overtuigde schets
Toch is Of Horses and Men als geheel wat onbevredigend. Ondanks wat sterke, zwart-komische scènes voelt de film aan als een aaneenschakeling van absurde en vergezochte momenten. Die uiteindelijk ook niet echt verrassen, zoals de liefde tussen Kolbeinn en zijn buurvrouw die elkaar – na lang en onhandig om elkaar heen draaien – vinden. Natuurlijk te midden van de IJslandse paardjes. Daarbij ontbreekt het de film aan coherentie. Of Horses and Men blijft vooral hangen als een absurde schets van IJslandse inwoners en hun paarden.

 

3 januari 2015

 
ALLE RECENSIES

Black Coal

****
recensie Black Coal
Het mysterieuze meisje van de stomerij

door Cor Oliemeulen

Heuse film noir over gewone mensen in het snel veranderende hedendaagse China combineert het lot van een ex-agent die een moordmysterie probeert te ontrafelen met zijn zoektocht naar een nieuwe liefde.

In een Noord-Chinese stad wordt tussen steenkool een arm gevonden. De politie ontdekt de andere lichaamsdelen op vijftien verschillende locaties, verspreid over zes steden. Het is direct duidelijk dat er iemand goed overweg kan met een zaag, en het ligt voor de hand dat er meerdere zieke geesten verantwoordelijk zijn. Maar wat heeft een schaatser met deze lugubere vondsten te maken?

Recensie Black Coal

Black Coal is een exponent van de moderne Chinese cinema: een realistisch hedendaags verhaal, technisch vaardig uitgevoerd. Oorspronkelijke kunstzinnige arthouse – voorzien van ‘westerse’ absurditeiten en zwarte humor – mikt op het grote publiek in binnen- en buitenland. In zijn derde speelfilm voegt regisseur Yi’nan Diao een interessant, en voor China uniek, element toe: film noir. Met als inspiratiebron The Third Man (1949) doorspekt hij zijn misdaadfilm met een dolende detective, femme fatale, mysterieuze moordzaak en pummelig politiewerk. Alles tegen een decor van ijskoud pokkenweer, neon bij nacht en vuurwerk bij daglicht. Gelardeerd met een soundtrack van klassieke strijkers tot en met Chinese popsongs.

Absurd schouwspel
De eigenzinnige, ongelikte politieman Zhang (Liao Fan) is zojuist gescheiden, maar voelt zich niet te beroerd om zijn ex voor de laatste keer te bespringen op het perron net voordat zij in de trein stapt. Op het bureau krijgt hij te maken met de ontdekking van de geamputeerde lichaamsdelen. Met enkele collega’s betreedt Zhang een kapsalon, waar twee jongens zich verdacht gedragen en met veel moeite staande worden gehouden. Het is een idioot schouwspel: terwijl de agenten zitten uit te blazen en een collega zich beklaagt dat hij door de arrestatie geen lot heeft kunnen kopen, weet een van de hippe knapen een pistool te trekken, waarna iedereen binnen een paar seconden levenloos neervalt en Zhang zelf gewond achterblijft.

Even absurd en zwart komisch is een volgend fragment, dat zich zes jaar later blijkt af te spelen, waarin de tot beveiliger gedegradeerde Zhang stomdronken en halfbevroren naast zijn motor in een tunnel ligt. Een passerende man op een klein brommertje komt poolshoogte nemen en gaat er vervolgens vrolijk met de motor vandoor.

Zhang ontmoet later zijn oud-collega Wang die vertelt dat er nog steeds her en der lichaamsdelen worden gevonden. Nu alcohol alleen niet helpt om zijn frustraties uit het verleden weg te spoelen, besluit Zhang in zijn eentje op zoek te gaan naar de moordenaars. Alle lijnen komen samen bij de jonge dame Wu Zhizhen (Gwei Lun Mei) die in een kleine stomerij werkt. Ze is erg in zichzelf gekeerd en moet niets hebben van (mannelijke) aandacht. Zeker niet van Zhang die haar blijft achtervolgen – op zijn nieuwe brommertje – en haar gaat zien als passieobject in zijn uitzichtloze wereldje.

Recensie Black Coal

Zwart en wit, werkelijkheid en dromen
De internationale titel is Black Coal, Thin Ice. De titel refereert aan de twee centrale motieven: steenkool (zwart) en ijs (wit). Bovendien begeven de hoofdpersonages zich letterlijk en figuurlijk op dun ijs (thin ice). De keuze voor het korte Black Coal impliceert dat filmdistributeurs soms kiezen voor een filmtitel die gemakkelijker te onthouden is, echter in dit geval wel aan zeggingskracht inboet. Opvallender is dat de oorspronkelijke, Chinese filmtitel Bai ri yan huo letterlijk wordt vertaald als Vuurwerk in daglicht. Volgens de regisseur is het verschil tussen de twee filmtitels het verschil tussen werkelijkheid en dromen. Kool en ijs zijn echt; vuurwerk tijdens daglicht is onwerkelijk en een fantasie, en kan worden geduid als een schild dat mensen gebruiken tegen de verharding van hun leefomgeving.

Door de deels matige montage en enkele plotgaten is Black Coal niet altijd even gemakkelijk te volgen, maar biedt het misdaaddrama wel op ongekende wijze een boeiende weerspiegeling van het hedendaagse China dat snel verandert – zowel op industrieel als crimineel gebied. Mensen stoeien met zingeving, liefde en verlossing in een verhaal dat nooit verveelt. De finale oogt afgeraffeld en dient kennelijk als onderbouwing van de metafoor van de Chinese filmtitel. Terwijl een verdachte door de politie wordt afgevoerd, ontsteekt iemand een enorme partij vuurwerk vanaf een gebouw. Wat blijkt? Er zijn meerdere slotversies in omloop, want op filmfestivals kon je zien wie het vuurwerk afsteekt, in de Nederlandse bioscoopversie is er geen aandacht voor de man op het dak. Niet dat het heel veel uitmaakt, maar toch opmerkelijk en onverklaarbaar.

 

2 januari 2015

 

MEER RECENSIES

 

What We Do in the Shadows

****

recensie  What We Do in the Shadows 

Inkijkje in een bloeddorstig bestaan

door Suzan Groothuis

Een documentaireploeg krijgt de unieke kans het vampierbestaan van dichtbij te filmen. Dat levert aardig wat bloed overgoten, maar vooral hilarische, momenten op.

Vampier Viago (Taika Waititi) is de eerste die we te zien krijgen. Eerst tikt ‘ie zijn wekker uit vanuit zijn doodskist, om vervolgens wat onwennig zijn kist uit te zweven. Viago is er een van het beleefde soort en bovendien behept met smetvrees. Hij heeft alles graag op orde in zijn huis en om dat voor elkaar te krijgen is af en toe een huiskameroverleg nodig!

Vervolgens ontmoeten we zijn medevampierhuisgenoten: de perverse Vladislav (Jemaine Clement, bekend uit Flight of the Conchords), nazi-vampier en rebelse bad boy Deacon (Jonathan Brugh) en de stokoude Petyr, gemodelleerd naar Nosferatu.

Recensie What We Do in the Shadows

Vampiers moeten ook afwassen
Dat vampiers het ook over andere dingen kunnen hebben dan bij voorkeur maagdelijk bloed blijkt wel uit het overleg. Het doen van de afwas bijvoorbeeld (“The point is Deacon that you have not done the dishes for five years!”). Zelfs een draaischijf met klusjes helpt niet om meer structuur in het huishouden aan te brengen. Toch is het volgens Viago gezellig samenwonen in het vampierhuis.

Aanleiding tot het filmen van dit selecte gezelschap is de aanloop naar een speciale gelegenheid: The Unholy Masquerade, een bal waar buiten vampiers ook heksen en zombies bijeenkomen. In de maanden die daaraan vooraf gaan krijgt de kijker hilarische en bloederige vampiertaferelen voorgeschoteld. Zo is er Jackie, die moedwillig de bevelen van haar meester Deacon opvolgt in de hoop op het eeuwige leven. Buiten het doen van vervelende klusjes, zoals het reinigen van een bebloede badkamer, regelt Jackie potentiële slachtoffers voor het vampiergezelschap. Onder wie haar ex Nick, die vervolgens gebeten wordt door Petyr en zelf in een vampier verandert.

Hilarische vampier-mockumentary
What We Do in the Shadows staat bol van verwijzingen naar het vampierbestaan, maar dan allemaal wel met een grote knipoog. Het zilveren medaillon van Viago bijvoorbeeld, waarin hij een fotootje van zijn grote liefde gestopt heeft. Helaas kan hij het niet dragen, want vampiers kunnen niet tegen zilver. Of recente vampier Nick, die bij het uitgaan stoer aan iedereen verkondigt dat hij vampier is. Niet handig als er ook een vampierjager in de buurt is. En dan is er nog het zonlicht, dat dodelijk is voor vampiers. Maar Nicks maatje Stu, een mens van vlees en bloed en volledig geaccepteerd door de vampierbende (“Stu is a great guy!”), laat zien dat je via internet ook naar een zonsondergang kan kijken.

Recensie What We Do in the Shadows

Regisseurs Jemaine Clement en Taika Waititi sloegen hun handen ineen voor deze droge vampier-mockumentary en leveren een van de grappigste films van het jaar af. In een stijl die doet denken aan Waititi’s eerdere film Eagle vs Shark (2007), waarin twee buitenbeentjes elkaar vinden en liefde, ongemakkelijkheid en absurde humor samengaan.

Met What We Do in the Shadows geven Clement en Waititi een originele, verfrissende draai aan het vampiergenre. Alleen al het aantal quotes dat in de trailer voorbijschiet is memorabel. Tel daarbij op een battle met weerwolven, onderlinge spanningen die in de gedaante van vleermuizen worden uitgevochten en het kotsen van liters bloed na het eten van een patatje. “Don’t believe the hype!”, roept een gefrustreerde Nick, wanneer hij beseft dat het vampierbestaan niet zo gemakkelijk en cool is als hij dacht. In het geval van What We Do in the Shadows kan je de hype beter wel geloven en vooral zien. Een perfecte mix van duister en grappig.

 

15 december 2015

 
ALLE RECENSIES
 

Vijf unieke films uit Nieuw-Zeeland