Parkland

**

recensie  Parkland

Onder de Texaanse zon

door Cor Oliemeulen

Wat gebeurde er direct nadat John F. Kennedy op 22 november 1963 werd vermoord? Het docudrama Parkland reconstrueert de drie dagen die volgden. Verwarring, chaos en ongeloof na de aanslag zijn meeslepend, maar niet genoeg. 

Het gros van de Amerikanen gelooft niet dat Lee Harvey Oswald de (enige) moordenaar is van de vijfendertigste president van de Verenigde Staten. De laatste halve eeuw zijn tal van zinnige en onzinnige complottheorieën de revue gepasseerd. CIA, FBI, banken, maffia, Israël, Fidel Castro, Aristoteles Onassis, de Sovjet-Unie en zelfs vicepresident Lyndon B. Johnson, allen zouden hun eigen motieven hebben gehad om zich van Kennedy te ontdoen. Parkland gaat uit van de officiële versie van de Commissie Warren die concludeerde dat één schutter drie kogels afvuurde vanuit de Texas Book Depository. Oliver Stone legt in JFK (1991) de nodige tegenstrijdigheden en aannames bloot, onder meer de mysterieuze baan van één van de projectielen.

Recensie Parkland

Complotdenkers
Parkland  biedt geen enkel voer voor complotdenkers, maar richt zich op de hulpverleners, de geheime dienst, de familie Oswald en op Abraham Zapruder die per toeval de beroemdste homevideo aller tijden maakte. Debuterend regisseur Peter Landesman schept met schokkerige beelden een vergelijkbare dramatische, realistische sfeer zoals te zien in de docudrama’s van Paul Greengrass. De slachtpartij van het Britse leger in Noord-Ierland in Bloody Sunday (2002) en de vliegtuigkaping op 9/11 in United 93 (2006) kennen dezelfde authentieke, historische context als de gebeurtenissen vanaf het moment dat Kennedy het Parkland Memorial Hospital in Dallas wordt binnengebracht.

Het grootste verschil en gemis is echter dat Landesman zich in zijn beeldverslag te veel focust op de diverse handelingen en discussies, waarmee hij identificatie met de personages bijna onmogelijk maakt. Dat is zonde als je de beschikking hebt over de indringend ernstige blik van Marcia Gay Harden (hoofdzuster), het sentimentele hoofd van Zac Efron (reanimatiedokter) en de onmiskenbare talenten van Paul Giamatti (Zapruder) en Billy Bob Thornton (CIA-baas). Ondergedompeld in een mix van archiefmateriaal en documentaire-achtige opnames spreken ook de (gelaten) broer en (maffe) moeder van Oswald te weinig tot de verbeelding.

Recensie Parkland

Geen onthullingen
Wat rest is een steriele boekverfilming zonder noemenswaardige spanning en onthullingen. Zo zal het niemand verbazen dat de operatiekamer is gevuld met nerveuze zwaar bewapende agenten. Of dat de zuster op een gegeven moment een stukje schedel en hersenen van Kennedy in haar hand heeft; dat de doktersjassen opvallend rood kleuren; dat de reanimatiepogingen tevergeefs zijn en het medische team twee dagen later vecht voor het leven van Oswald. Ook de heisa rondom het confisqueren van JFK’s stoffelijke overschot, waardoor de patholoog in Dallas geen autopsie kan plegen, brengt niets nieuws onder de Texaanse zon.

 

25 januari 2014

 
ALLE RECENSIES

Selfish Giant, The

****

recensie  The Selfish Giant

In het grauwe Britse noorden

door George Vermij

In bepaalde landschapsshots uit The Selfish Giant contrasteert het ruwe Britse landschap met de grauwheid van industriële architectuur. Het doet denken aan de Britse dichter William Blake die ooit de woorden ‘Dark Satanic Mills’ gebruikte om de onnatuurlijke monsterlijkheid van de industriële revolutie in Engeland te typeren. 

Recensie The Selfish Giant

Maar de beelden zijn toch echt van het Engeland van nu en in dat landschap trekken de jongens Arbor en Swifty te paard erop uit om schroot te stelen en te verkopen. De vriendschap tussen de twee is er een van tegengestelden. De kleine en opvliegerige Arbor is een brok boze energie. Een adhd-er die geen moment stil kan zitten, maar ook beschikt over scherpe humor en een sterke drang om te overleven. Hij neemt de zachtaardige Swifty keer op keer mee op strooptochten. Swifty vormt de gewetensvolle tegenpool van de impulsieve en op geld beluste Arbor, maar hun vriendschap blijft ondanks dat contrast sterk en voortbestaan.

Dat de jongens zo gedreven zijn in hun gevaarlijke werk komt vooral door hun uitzichtloze situatie. Swifty komt uit een groot gezin waar de vader werkloos is en de moeder wanhopig elk dubbeltje moet omdraaien voordat de deurwaarders die komen ophalen. Arbor wordt geterroriseerd door zijn broer die het heeft voorzien op zijn adhd-medicatie. Het is daarom niet verwonderlijk dat de jongens troost vinden bij elkaar en in het avontuur van het schroot zoeken.

Lood om oud ijzer
Dat dit niet zonder gevaren is, wordt wel het sterkst gepersonifieerd in de figuur van Kitten, een keiharde schroothandelaar waar Arbor en Swifty hun oud ijzer verkopen. Dreigend wordt hij neergezet door acteur Sean Gilder die met een blik al genoeg heeft om te overtuigen. Het is door zijn toedoen dat de jongens worden gedwongen om een gevaarlijke klus aan te nemen en kostbare koperdraad gaan stelen op een industrieterrein.

The Selfish Giant past in de realistische filmtraditie van de Brit Ken Loach (in de band die Swifty opbouwt met een racepaard van Kitten zit een knipoog naar de hoofdpersoon in Loachs Kess en zijn valk) en de Belgische Dardenne-broers. Regisseuse Clio Barnards vorige film, The Arbor, was wel meer gewaagd en vernieuwend. In The Arbor speelde Barnard voortdurend met fictie en realiteit waardoor een spanning werd veroorzaakt die je als kijker deed nadenken over wat een realistische stijl nu precies betekent als je de werkelijkheid op film wil vastleggen.

Recensie The Selfish Giant

Die vraag stel je niet bij The Selfish Giant en Barnard laat je opgaan in het harde leven van Arbor en Swifty. Dat dit lukt, komt vooral door de indrukwekkende vertolkingen van beide hoofdrolspelers en een vriendschap die mooi en onsentimenteel in beeld wordt gebracht door Barnard. Hierdoor begeef je je als kijker in het grauwe Britse noorden waar de hardheid van de industriële revolutie nog niet verdwenen is.

 

24 januari 2014

 
ALLE RECENSIES

Dallas Buyers Club

****

recensie  Dallas Buyers Club

Cowboy met AIDS weigert op te geven

door Alfred Bos 

Sociaal drama over een stoere Texas-cowboy die te horen krijgt dat hij HIV-positief is en op zoek gaat naar veilige geneesmiddelen. Matthew McConaughey is imponerend in het verfilmde levensverhaal van de in Amerikaanse AIDS-kringen legendarische Ron Woodroof. 

Dallas Buyers Club is gebaseerd op het verhaal van Ron Woodroof, een elektricien en rodeocowboy uit Dallas die in 1985 als HIV-positief werd gediagnosticeerd. De film toont diens persoonlijke gevecht tegen de ziekte, de maatschappelijke vooroordelen, het medische establishment en de farmaceutische industrie. Door die ongelijke strijd verandert Woodroof van een onbehouwen macho tot een bevlogen vechter voor een menselijke én medisch verantwoorde behandeling van AIDS-patiënten.

Recensie Dallas Buyers Club

Woodroof wordt indrukwekkend vertolkt door Matthew McConaughey, die voor deze rol menige kilo afviel en als een naald onder stroom door de twee uur durende film schicht; zijn lijzige zuidelijke accent (McConaughey is Texaan van geboorte) komt hem daarbij goed van pas. Ook de dragende bijrollen zijn sterk ingevuld. De eveneens in Texas geboren Jennifer Garner vertolkt ingehouden de met Woodroof sympathiserende arts Eve, terwijl rockzanger Jared Leto meer dan overtuigt als de travestiet Rayon, die Woodroofs onwaarschijnlijke strijdmakker wordt.

Oscar-waardig
In een film over zware emoties en doodernstige zaken moet er ook ruimte zijn voor een lichte toets en die komt van Woodroofs extraverte persoonlijkheid. Hij is een flierefluiter, maar ook een vechter; een lomperik die tevens elegant kan charmeren; een bekrompen geest die zich ontwikkelt tot onverschrokken activist. Woodroof is het hart en de ziel van de Dallas Buyers Club, een juridische constructie waarmee AIDS-patiënten de wetgeving rond niet-goedgekeurde AIDS-medicijnen weten te omzeilen. En ook van de gelijknamige film, bijna iedere scène draait rond de onverzettelijke AIDS-cowboy.

Matthew McConaughey excelleert in deze veeleisende rol en ontwikkelt zich tot een van de beste acteurs van zijn generatie. De zelfverklaarde bewonderaar van Paul Newman dreigde na een veelbelovende start in de jaren negentig – zo is hij te bewonderen in John Sayles’ fenomenale Lone Star (1996) – zijn loopbaan te saboteren, maar na sterke rollen in recente producties als The Lincoln Lawyer, Mud en The Wolf of Wall Street kan niemand meer om zijn talent heen. Deze vertolking van een ansich onsympathieke protagonist is Oscar-waardig; je gaat als kijker gaandeweg voor Woodroof voelen. Het doet onwillekeurig denken aan de doorbraak van Tom Hanks via het AIDS-drama Philadelphia (1993).

Farmaceutische industrie
En passent krijgt de kijker ook een kijkje in de mores van de jaren tachtig, toen AIDS nieuw en onbekend was, en de vooroordelen nog talrijk waren. AIDS krijg je als je een homo een hand heeft, dat werk. Woodroof vindt geen enkele steun in zijn voormalige milieu van handarbeiders en stoere cowboys; hij moet ook de congsi van FDA (het overheidsorgaan dat bepaalt welke medicijnen zijn toegestaan) en farmaceutische industrie weerstaan. Die zijn meer geïnteresseerd in winst dan in het genezen van AIDS-patienten en schromen niet om de belastingdienst op hem af te sturen. Ze krijgen Woodroof er niet onder, hij weet telkens een manier te vinden om de in Amerika niet-verkrijgbare of illegaal verklaarde drugs uit het buitenland (waaronder Amsterdam) te betrekken.

Recensie Dallas Buyers Club

Woodroof levert een uitzichtloos gevecht tegen vooroordelen en almachtige instituties, en groeit uit tot de onwaarschijnlijke held van de lokale AIDS-gemeenschap. Dit waar gebeurde verhaal is door de in sociaal drama gespecialiseerde regisseur Jean-Marc Vallée (Café de Flore, The Young Victoria, C.R.A.Z.Y.)  vlot, pregnant en vol medeleven tot speelfilm vertaald. De echte Ron Woodroof kreeg bij de diagnose te horen dat hij dertig dagen had, maar leefde nog zeven jaar. Dit is een waardig eerbetoon.

21 januari 2014

 
ALLE RECENSIES

Ender’s Game

***

recensie  Ender’s Game

Ultiem leiderschap

door Karina Meerman 

Hoogbegaafde kinderen worden spelenderwijs klaargestoomd voor het ultieme leiderschap in een buitenaardse oorlog.  

Jonge hersenen kunnen meer data verwerken dan oude en daarom worden in de toekomst kinderen en tieners opgeleid tot soldaten met behulp van complexe computersimulaties. De vijand is een insectachtig ras (‘kruiperds’), dat aarde aanviel in een oorlog die miljoenen levens kostte. Om herhaling van een dergelijke slachting te voorkomen, selecteert het leger de slimste jongens en meisjes voor Krijgsschool. Ze leren in teams vechten in een omgeving zonder zwaartekracht en hun strategisch en tactisch denken wordt getraind met computerspellen. Spelenderwijs worden ze getraind voor een strijd die de aarde moet redden.

Recensie Ender's Game

Heldere ster
Het is de hoop van Colonel Graff (Harrison Ford) en Major Gwen Anderson (Viola Davis) tussen de groentjes een briljante geest te vinden, die te vormen is tot een commandant die de vijand voor eens en voor altijd vernietigt. Vijftig jaar na de eerste oorlog is de helderste ster de jonge Ender Wiggins (Asa Butterfield). Zijn gewelddadige broer Andrew is uit de opleiding gezet. Zijn invoelende zus Valentine had te veel mededogen. Ender zou wel eens de ideale mix van beide kunnen zijn. Een tweede oorlog nadert en alle hoop is op hem gevestigd. Om zijn potentieel tot volle bloei te laten komen, wordt hij gemanipuleerd en gestuurd. Zijn drang tot winnen wordt gescherpt tot een briljante oorlogsmachine, die de gevolgen van zijn daden niet kan overzien.

Ender’s Game is het prijswinnende boek van homofoob Orson Scott Card die, ondanks zijn uitgesproken persoonlijke overtuigingen, in 1985 een geniale SF-klassieker schreef. Volwassenen zetten hoogbegaafde kinderen in voor hun eigen doeleinden, met weinig aandacht voor de emotionele gevolgen daarvan. Juist de beschrijvingen van die lastige emoties en de persoonlijke groei van Ender Wiggins door vriendschap en leiderschap, maken het boek bijzonder. In de film is daar weinig ruimte voor. Vooral in het eerste deel worden de zo belangrijke vriendschappen weggewuifd en de tergende eenzaamheid van Ender is niet echt af te lezen van het gezicht van Asa Butterfield. Tijd verstrijkt in een onduidelijk tempo en kleine voorvallen leiden soms onbegrijpelijk tot grootse inzichten.

Weinig poppetjes
Pas wanneer Ender oog in oog komt te staan met Ben Kingsley krijgt de film meer diepte en drama. Wie het boek kent, weet wat er speelt lang voor Ender dit ontdekt en dat creëert compassie voor de jongen. Niet dat kennis van het boek nodig is om van de film te genieten. Het geheel is visueel aantrekkelijk en Butterfield een plezier om naar te kijken. Regisseur Gavin Hood heeft groots uitgepakt met computer gegeneerde ruimteschepen en zwermende vijanden. Toch heeft vooral het eerste deel een leegte. Letterlijk, omdat er in die enorme ruimteschepen wel heel weinig poppetjes rondlopen, maar ook figuurlijk. Er is een emotionele leegte in de interactie tussen de handvol personages die er toe doen.

Recensie Ender's Game

Het kan niet eenvoudig zijn geweest voor Hood om trouw te blijven aan het boek (dat jaren overbrugt) en een onderhoudende film af te leveren die een breed publiek aanspreekt. Al met al zwabbert Ender’s Game tussen actiefilm en psychologisch drama, terwijl het met een snufje meer diepgang beide had kunnen zijn.

20 januari 2014

 
ALLE RECENSIES

Jack Ryan: Shadow Recruit

**

recensie Jack Ryan: Shadow Recruit

Knulletje versus Russische maffia

door Simone Vogel

Spionagefilms vervelen nooit. Dat moeten ook de makers van Jack Ryan: Shadow Recruit hebben gedacht. Nine eleven, oorlogsveteranen, de CIA en Rusland-politiek worden samengebracht in dit gecompliceerde en toch vlakke aftreksel van de succesvolle boekenreeks van Tom Clancy.  

Jack Ryan (Chris Pine) is een gewone economiestudent. Na de aanslagen van 11 september komt de patriot in hem naar boven. Hij sluit zich aan bij het leger en vecht mee met de ‘War on Terror’ in Afghanistan. Door een tragisch ongeluk moet hij weer huiswaarts keren, waar hij tijdens zijn revalidatie wordt opgepikt door een CIA-agent. Ryan gaat undercover als financieel analist op Wall Street. Dat baantje lijkt nogal saai, tot hij op verdachte transacties stuit die kunnen leiden tot een tweede reeks aanslagen. Wanneer hij als geheim agent naar Moskou reist, is zijn leven ineens niet meer zo saai.

Recensie Jack Ryan: Shadow Recruit

Ongeloofwaardig
Chris Pine is niet de eerste acteur die de rol van Jack Ryan vertolkt. Alec Baldwin, Harrison Ford en Ben Affleck gingen de acteur voor. Jack Ryan: Shadow Recruit is de eerste film die niet is gebaseerd op een boek van Tom Clancy. Het karakter is los getrokken uit de bekende verhalen en beleeft nu zijn eigen avontuur. Al is het de vraag of het personage sterk genoeg is om een film te kunnen dragen. Ryan is niet bepaald het prototype James Bond. In de film zien we een onervaren, naïeve jongen. Het is dan ook zeer ongeloofwaardig wanneer dit knulletje het opneemt tegen de Russische maffia. Ineens is Ryan een meesterspion die de straten van Moskou op zijn duimpje kent en voor ieder ingewikkeld probleem een oplossing weet.

Spionnendrama
Daar wringt dan ook de schoen. De meeste spionagefilms zijn doorspekt met plotwendingen en actie. Jack Ryan laat de bezoeker met een teleurgesteld gevoel achter. Hoewel regisseur Kenneth Branagh, die ook de rol van Russische superschurk op zich neemt, zijn strepen heeft verdiend in de filmwereld met kaskrakers als Hamlet  en Thor, weet hij de kijker in dit spionnendrama niet te prikkelen. De karakters spreken niet aan en het plot is – voor een film waarin de CIA probeert een tweede Koude Oorlog te voorkomen – zeer zwakjes opgezet.

Recensie Jack Ryan: Shadow Recruit

Jack Ryan: Shadow Recruit mist diepgang. Het moeilijke taalgebruik van Ryan lijkt bedoeld om het gebrek aan verhaal en tempo goed te maken. Keira Knightley lijkt toegevoegd om het mannelijke publiek te prikkelen, wat ze als vrouwelijke superschurk misschien wel had kunnen doen. Knightley’s rol irriteert meer dan dat ze iets toevoegt. In vorige vertolkingen van Jack Ryan kozen de makers voor de verfilming van een boek van Tom Clancy. Dat hadden ze nu beter ook kunnen doen.

 

17 januari 2014

 
ALLE RECENSIES

Much Ado About Nothing

****

recensie  Much Ado About Nothing  

Shakespeare voor de übernerd

door Karina Meerman

De schrijver van The Avengers (bioscoop), S.H.I.E.LD. (tv) en Astonishing X-Men (comics) brengt ons Shakespeare. En ook al is de dialoog niet van hem, Much Ado About Nothing is toch een Joss Whedon-film.  

Regisseur Joss Whedon verwierf een selecte maar rabiate groep fans als maker van de tv-serie Buffy the Vampire Slayer (1997). Zeven jaar lang volgden kijkers de belevenissen van een meisje met superkrachten en fans sloten Whedon voor altijd in hun hart. De laatste aflevering van spin-off Angel (1999) liet onder hen eenzelfde soort leegte achter als de finale van Breaking Bad (2013) dat deed in deze eeuw.

Recensie Much Ado About Nothing

Volgelingen
Ogenschijnlijk was Buffy een fantasy-serie over een blond mokkel dat doelloos vampiers afslacht, maar niet eerder had een televisieserie een verhaallijn die een heel seizoen duurde. En vonden critici de serie lekker luchtig? Whedon liet haar moeder overlijden en iedereen jankte mee met het verdriet van een kind (The Body). Dreef de serie op geestige dialoog? Whedon maakt een aflevering waarin niet gesproken werd (Hush) of alleen maar gezongen (Once More, with Feeling). En vooruit, doe dan ook maar de eerste lesbische kus op Amerikaanse prime time TV.

Het aantal volgelingen groeide met fantasy-series  Angel (1999), Firefly (2002) en Doll House  (2009). Toen Firefly (2002) na drie maanden werd geannuleerd, startten fans een internetcampagne die ervoor zorgde dat Whedon het vervolg Serenity (2006) kon maken voor de bioscoop. De film was geen commercieel succes, maar fans schroefden de verkoop van de DVD op tot grote hoogtes.

The Avengers (2012) bracht Whedon onder de aandacht van het grote publiek. Toen de film in dertien dagen 700 miljoen dollar had opgebracht, bedankte hij zijn fans uitvoerig op zijn blog voor hun niet aflatende loyaliteit. Hij hoopte dat hij nu eindelijk herkend zou worden op Comic-Con, de grootste stripbeurs ter wereld.

Shakespeare
Whedon is nerd onder de nerds en wat doet hij? Hij verfilmt Shakespeares Much Ado about Nothing, een komedie over liefde, eer, roddel en achterklap. De man die zijn carrière bouwde op het schrijven van scripts, laat nu alle teksten over aan een dichter die al bijna vierhonderd jaar dood is. En hij filmt in zwart-wit. Het is weer eens wat anders.

Much Ado about Nothing was een projectje tussendoor. In een verplichte vakantie, na het maken van The Avengers, nodigde Whedon een groep bevriende acteurs uit om samen Shakespeare te lezen. Een traditie van jaren, maar deze keer stonden er camera’s klaar. Much Ado werd in twaalf dagen opgenomen in en om zijn privéwoning. Monteren gebeurde in lunch- en koffiepauzes tijdens The Avengers. Whedon schreef zelf de muziek, samen met zijn broer.

Recensie Much Ado About Nothing

Dat de acteurs elkaar soms al jaren kennen, maakt van deze film een warme ervaring. Het plezier spat van het scherm en de interactie is snel en natuurlijk. Het blijft wel Shakespeare: het taalgebruik is prachtig, maar de arme Nederlandse vertalers hebben niet genoeg ondertitelruimte voor de rijkdom van het bloemrijke Engels. Dat is een serieus gemis, want Shakespeare is ook voor wie vloeiend Engels spreekt een uitdaging om te volgen. Wie dat geen probleem vindt, kijkt met veel plezier naar een klassieke komedie met een moderne vormgeving.

Feest van herkenning
Wie alleen gaat omdat hij fan is van Whedon, kan helemaal los op dit feest van herkenning. Benedick (Alex Denisoff) en Beatrice (Amy Acker) kibbelden immers al als Fred en Wesley in Angel. Leonato (Clark Gregg) is Phil Coulson uit The Avengers en S.H.I.E.L.D. Claudio (Fran Kranz) en Verges (Tom Lenk) zagen we in Cabin in the Woods en Don John (Sean Maher) in Firefly. De oerdomme Dogberry is Nathan Fillion, tegenwoordig bekend als Richard Castle, maar voor browncoats voor altijd Captain Malcom “Tightpants” Reynolds.

 

14 januari 2014

 
ALLE RECENSIES

Shell

***

recensie  Shell

Stil leven

door Wouter Spillebeen

Schots regisseur en scenarioschrijver Scott Graham cast in zijn eerste speelfilm Shell Chloe Pirrie, ook debuterend op het grote scherm. In alle stilte drukken beiden hun stempel op het drama. 

De zeventienjarige Shell (Chloe Pirrie) baat samen met haar vader Pete (Joseph Mawle) een pompstation en schroothandel uit in de Schotse Highlands. Gelegen tussen groene heuvels en een pittoresk meer ligt een lange weg waar in de winter soms weken geen auto’s rijden. Dit prachtig stukje afgelegen natuur vormt het decor van Shell. De moeder van Shell is jaren geleden vertrokken en dat valt Pete nog steeds zwaar. De oorverdovende stilte waarin de twee leven wordt slechts sporadisch onderbroken door de enkele klanten die het pompstation heeft. Shell zegt geen probleem te hebben met het gebrek aan menselijk contact, maar haar epileptische en depressieve vader maakt het samenleven niet makkelijk.

Recensie Shell

Liefdesbrief aan de hooglanden
Chloe Pirrie kreeg voor haar rol in Shell de British Independent Film Award voor meest beloftevolle nieuwkomer. Haar prestatie is meeslepend, wat moet in een film als deze. Shell draait immers niet om de schaarse dialogen, maar om de gelaatsuitdrukkingen van Shell en Pete. Hun ogen communiceren oneindig veel meer dan hun stemmen. Ze tonen niet bepaald een groot spectrum aan emoties, maar zonder de blikken die variëren van mistroostig tot zwaar gedeprimeerd, zou er helemaal geen communicatie zijn. Het zou leuk zijn om te zien wat Pirrie nog meer kan.

Graham kiest duidelijk voor een minimalistische aanpak. Er wordt maar op één locatie gefilmd, weliswaar binnen en buiten, de hele cast bestaat uit elf mensen en er is slechts tweemaal muziek te horen: van de radio. Shell neemt de tijd om ieder detail uitvoerig in beeld te brengen, van de zonsopgang boven de Schotse heuvels tot het villen van een aangereden hert. Over ieder shot is zorgvuldig en met veel liefde nagedacht. Het camerawerk is een liefdesbrief aan de simpele schoonheid van de Highlands.

Recensie Shell

Verhaal
Waar Shell jammer genoeg tekort schiet, is het verhaal. De personages worden helemaal niet uitgediept en alle gebeurtenissen in de film kunnen in minder dan vijf minuten verteld worden. De rest van de tijd is opgevuld met lange stille shots van de bergen en het meer, of Shell die mijmerend een kop koffie drinkt. Het gebrek aan muziek en dialogen zorgt voor een zekere spanning, de kijker weet dat iets te gebeuren staat. Wanneer het eindelijk zo ver is, voelt de climax niet aan alsof die de moeite waard was. In plaats van een zoveelste shot van de lege weg in de bergen te zien, leren we liever wat meer over de personages. Niet dat alles voorgekauwd moet worden, maar de kijker heeft vaak het raden naar wat echt gaande is.

Shell is sfeervol, deprimerend, uitstekend geacteerd en zeer mooi gefilmd, maar soms ook ronduit saai. Het verhaal over liefde en verlaten is te eenvoudig om de hele film te vullen.

 

12 januari 2014

 
ALLE RECENSIES

All Is Lost

*****

recensie All Is Lost
De oude man en de zee

door Karina Meerman

Woordloze film over solozeiler die schipbreuk lijdt is fascinerend sober aan ingrediënten maar rijk aan beeld en geluid.  

Een man lijdt schipbreuk op de Indische Oceaan. Dobberend is hij overgeleverd aan de elementen en zijn eigen vernuft, in de hoop op redding. Life of Pi? Absoluut niet. Het enige dat een naam heeft in All is Lost  is het schip. De enige die geluid maken zijn het water, de wind en het schip.

Recensie All Is Lost

Verdwaalde zeecontainer
Onze Man (Robert Redford) staat naamloos aan het roer van een twaalf meter lang zeilschip de Virgina Jean. Waarom weten we niet. Waar hij naartoe gaat of vandaan komt, weten we ook niet. Na een paar korte openingszinnen over zijn spijt dat hij niet meer van mensen heeft gehouden, wordt er ook niet meer gesproken. Geen tekst, geen uitzinnige speciale effecten, geen tijgers. Na aanvaring met een verdwaalde zeecontainer, stroomt zeewater naar binnen via een gat in de romp. Dit beschadigt zijn navigatieapparatuur waardoor de zeeman ongewild richting een zware storm koerst.

Een man, een boot, een storm en geen dialoog. Toch krijgt regisseur J.C. Chandor (Margin Call) het voor elkaar dat we anderhalf uur lang de ogen niet van het doek kunnen houden. Dit is ook zeker te danken aan de pianoloze muziek van Alex Ebert, die de menselijke strijd en de grootsheid van de oceaan weet samen te binden tot een spannend verhaal dat drama bevat maar geen melodrama. Maar het is vooral Robert Redford die onze aandacht vasthoudt.

Extra dimensie
Als acteur doorgebroken in Butch Cassidy and The Sundance Kid (1969), later ook succesvol als regisseur (Oscar voor Ordinary People in 1980) en initiator van het onafhankelijke Sundance Festival werd hij in 1989 verkozen tot Sexiest Man Alive. Redford is nu 77 maar nog steeds een plezier om naar te kijken. Juist zijn leeftijd en belijnde gezicht geven de film een extra dimensie, al is het alleen maar omdat bij een jongere acteur of actrice ervaren zeemanschap ongeloofwaardig was geweest. Niet dat Onze Man als een jonge hinde over de boot huppelt. Redford is zichtbaar in lichamelijk goede conditie, maar feitelijk een bejaarde. Je ziet het in de manier waarop hij beweegt: iets trager, iets minder soepel. Dan komen de klappen toch harder aan en is het helemaal niet vanzelfsprekend dat hij het woeste water overleeft.

Recensie All Is Lost

Deze ‘openzeethriller’, zoals het persbericht het noemt, komt ook dichtbij omdat het zo op de huid is gefilmd. We zien details van het schip waarvan niet-nautici geen idee hadden dat ze bestonden. We zitten bovenop de lichaamstaal en gezichtsuitdrukkingen van Onze Man, onze enige graadmeters voor wat er in hem omgaat. Want ook op momenten waar ieder ander mens een litanie aan verwensingen zou loslaten, blijft hij gesloten. Dat laat veel ruimte over voor een eigen visie op hoe zijn leven is geweest en waarom hij zich zo graag afzondert van de wereld.

 

11 januari 2014

 
ALLE RECENSIES

Nymphomaniac II

**

recensie  Nymph()maniac: Volume II

Scandinavische slaplullen

door Alfred Bos

Slotdeel van Lars von Triers tweeluik over een seksverslaafde vrouw, waarin de beloofde porno (goeddeels) uitblijft en er met veel vertoon een anticlimax wordt opgediend.

Na nogmaals 120 minuten met Lars von Triers bespiegelingen over vrouwelijke seksualiteit te hebben uitgezeten, is het duidelijk: Nymph()maniac  aat helemaal niet over seks; het is ook geen arthouse porno. In zijn monsterproductie – opgeknipt in twee delen van twee uur elk – worstelt de Deense regisseur, net als zijn Italiaanse tegenhanger Paolo Sorrentino in diens herfsthit La Grande Bellezza, met de leegte van het bestaan. Die wordt in dit tweeluik verbeeld door het vrouwelijke geslachtsdeel. Het is de horror vacui die moet worden gevuld.

Recensie Nymphomaniac II

Nadat de jeugdige Joe (Stacy Martin) in de vijf hoofdstukken van het eerste deel haar seksualiteit ontdekte en schaamteloos ontwikkelde, loopt in het vervolg de volwassen Joe (Charlotte Gainsbourg) tegen problemen aan. Nymph()maniac: Volume II telt drie hoofdstukken en dat is geen toeval, want Joe werd op haar vijftiende ontmaagd met drie stoten van voren en vijf van achteren. De formele aanpak typeert het cerebrale karakter van de film, dat eerder een soort beeldessay is dan het artistiek verantwoorde equivalent van wat ooit besmuikt films-voor-volwassenen werd genoemd.

Scandinavische ‘mannen’
In de christelijke wereld staat seks gelijk aan schuld, maar anders dan de levensgenietende hoofdpersoon van Sorrentino’s in katholicisme gedrenkte overpeinzing betoont Von Trier zich de politiek correcte representant van de Noord-Europese protestante cultuur. Waar Sorrentino zijn nihilisme omzwachtelt met schoonheid, blijkt Von Trier een cynische Machiavelli-adept, die gespeelde empathie inzet om kwetsbare zielen te manipuleren. Daarnaast poneert hij een provocerende kromredenering waarin pedofielen als tragische helden worden afgeschilderd. En jakkes, wat zijn Scandinavische mannen toch onmogelijke slaplullen, want Joe’s gesprekspartner, de maagdelijke intellectueel Seligman, probeert zich aan een slapende Joe te vergrijpen. Ja, dan durft-ie wel.

Nymph()maniac is een gewichtig opgediend staaltje zelfhaat, waarin alle mannen of laf of dom of onbetrouwbaar of elke deelcombinatie daarvan zijn, om te worden ontmaskerd door de animus (het mannelijke in de vrouw) van Joe. Het culmineert in een slotscène waarin Joe het pistool, fallussymbool par excellence, ter hand neemt en na een pleitrede van zo’n vier uur het vonnis voltrekt. Op de symbolische castratie volgt een zwart scherm, hetzelfde lege scherm waarmee deel één opende. Het is een in zijn voorspelbaarheid geeuw verwekkende anticlimax.

Artistiekerig voyeurisme
Dat alles zou, los van het te lullige slot, best boeiend kunnen zijn, ware het niet dat Von Triers nadruk op analyse en erudiet commentaar ten koste gaat van het verhaal; de regisseur houdt angstig afstand tot het onderwerp en blijft de toekijkende buitenstaander. Scènes worden niet gespeeld, maar verteld door de voice-over van Joe, ondersteund door beelden die de vertelling illustreren. Nymph()maniac is derhalve, nu pun intended, eerder een strip dan een film. Structuur, verteltechniek en het strak volgehouden formalisme staan haaks op de nerveuze cameravoering, die kunstzinnigheid suggereert maar dikwijls onbeholpen overkomt.

Recensie Nymphomaniac II

Nymph()maniac is ingesnoerd in het korset van een raamvertelling en staat in dat opzicht haaks op Von Triers vorige film, het neurotisch-chaotische Melancholia (2011), dat merkwaardige parallellen vertoont met Terrence Malicks superieure The Tree of Life (eveneens uit 2011). Maar ook dit werkstuk blijkt doodgeboren: het concept overtreft de uitwerking. Voor het beste moment moeten we wachten tot de aftiteling, die voorbij rolt terwijl Charlotte Gainsbourg het lied Hey Joe (met gun in haar hand) al kreunzingend deconstrueert. Je moet het Von Trier nageven, hij weet zijn artistiekerige voyeurisme op de valreep te rechtvaardigen.

 

7 januari 2014

 
ALLE RECENSIES

Hemel op Aarde

****

recensie  Hemel op Aarde

In Lèmbörg draait het om de leefde

door Simone Vogel 

Limburg, de plek waar heuvels en rivieren het landschap tekenen. De mensen zijn vriendelijk en houden vast aan ouderwetse idealen. Hemel op Aarde toont een pittoresk Limburgs dorp uit de jaren ’70, met klassieke Limburgers, gekke Brabanders en een misdienaar die twijfelt aan zijn geloof. Het meest zuidelijke stukje van ons land op zijn best.  

Bart (Bram van Schie) groeit op in een klein dorp. Hij leidt een rustig leven samen met zijn vader en moeder. Binnen het gezin leven ze volgens de regels van God. Bart helpt als misdienaar in de kerk bij zijn onkel Zef (Huub Stapel). De komst van een nieuw gezin in het dorp gooit dit uitgestippelde leven overhoop. Barts dromen en toekomst staan op het punt te veranderen. En dat allemaal door liefde.  

Recensie Hemel op Aarde

Iconisch
De jaren ’70 zijn iconisch. Films uit deze tijd, zoals Grease, zijn tot op de dag van vandaag beroemd en de kledingstijl en het taalgebruik zijn retro en hip. Niet zo vreemd dus dat de makers van Hemel op Aarde teruggrijpen op deze periode. Regisseur Pieter Kuijpers en scenarist Edward Stelder groeiden beiden op in het Limburg van de jaren ’70 en haalden inspiratie uit hun jeugd. Het hele script is gebaseerd op hun uitvergrote jeugdherinneringen. Dat geeft de film een persoonlijk karakter. De gebeurtenissen zijn realistisch en voelen intiem aan. 

De ontluikende liefde tussen Bart en Moniek (Ella-June Henrard) is, zoals elke eerste liefde, onhandig, onzeker en naïef, maar ook puur. Van Schie weet perfect de jonge gelovige dorpsjongen te spelen, zelfs zonder te spreken. Henrards persoonlijkheid spat van het doek. De muziek van de Limburgse band Rowwen Hèze, speciaal geschreven voor de film, bepaalt van begin tot eind voortreffelijk de sfeer. De ontluikende liefde wordt nog sprookjesachtiger. De kijker krijgt weer vlinders in de buik, net als bij een eerste verliefdheid. 

Onderbuikgevoel
Natuurlijk is Limburgs de voertaal. Een uniek aspect, over het algemeen wordt in Nederlandse films niet in zo’n zwaar dialect gesproken. De niet-Limburgse kijker hoeft zich geen zorgen te maken: voor ondertiteling is gezorgd. De keuze voor het dialect is fantastisch: het geeft de film een eigen karakter en een persoonlijk sausje. 

Recensie Hemel op Aarde

Hemel op Aarde voelt als een comfortabele stoel. Je gaat achterover zitten en ontspant. Dat komt in eerste instantie door de rustige manier van filmen. De camera komt ook dicht bij de acteurs en laat alle emoties tot in detail zien. Grote namen als Huub Stapel, Jeroen van Koningsbrugge en Lies Visschedijk tillen jonge, onervaren acteurs als Aäron Roggeman, Ella-June Henrard en Bram van Schie naar een hoger niveau. De kijker wordt ontroerd, verrast, verdrietig en warm onthaald, maar bovenal verliefd. Niemand zal de zaal verlaten zonder een warm onderbuikgevoel.

 

6 januari 2014

 

ALLE RECENSIES