Her

****

recensie  Her

De ongrijpbare muze in de machine

door George Vermij

Spike Jonze’s Her geeft op momenten een toekomstbeeld dat schokkend herkenbaar is. De melancholieke Theodore wordt verliefd op zijn besturingssysteem die de stem heeft van Scarlett Johansson. Terwijl deze geüpgradede versie van Siri langzaam een bewustzijn ontwikkelt, ontstaat er een heftige verliefdheid tussen man en machine.

Kunstmatige intelligentie is in film vaak een gevaarlijk en onnatuurlijk fenomeen. Waar HAL 9000 in 2001: A Space Odyssey zelfbewust wordt, leidt dat tot onvoorziene omstandigheden die alleen een mens kan oplossen. In Demon Seed wordt Julie Christie door het besturingssysteem van haar huis geterroriseerd en om maar te zwijgen over Skynet in de Terminator-serie. Dit pessimisme over de invloed en de macht van technologie staat haaks op hoe wij nu gebruik maken van het internet en onze smartphones. Ze voelen aan als extensies van ons lichaam en ons leven en voor velen is het ondenkbaar dat die technologie zal verdwijnen.

recensie Her

Her speelt zich af in een toekomstig maar herkenbaar Los Angeles waar mensen ook onlosmakelijk verbonden zijn met hun intelligente apparaten. Theodore Twombly (een charmante en melancholische Joaquin Phoenix) is aan het bijkomen van een stukgelopen relatie. In het relatievacuüm dat is ontstaan probeert hij te daten, maar hij heeft moeite om zich te binden aan personen.

Virtuele verliefdheid
Op een dag besluit hij om een nieuw revolutionair Operating System te gebruiken dat zich intuïtief schikt aan de persoonlijkheid van de gebruiker. Theodore raakt al snel in de ban van de mooie stem van het systeem dat zichzelf Samantha noemt. Samantha is net als Apple’s Siri, maar veel geavanceerder. Ze is grappig, gevat, pienter, sexy en helemaal afgestemd op de wensen van Theodore. Er ontstaat een intense relatie tussen beiden en een wens om verder te gaan dan alleen virtueel contact. Maar gaandeweg wordt Samantha ook zelfbewust en blijken er meer mensen verknocht te zijn aan hun OS.

Wat Her zo bijzonder maakt is dat de film overtuigend wisselt tussen herkenbaar en vreemd en je zo aan het denken zet over onze merkwaardige relatie met technologie. Dat je op kunt gaan in de wereld van Her ligt aan het bijzondere acteerwerk van Phoenix en Johansson waardoor je meeleeft met hun verliefdheid. Als stem is Johansson onweerstaanbaar en je merkt hoe gelukkig Theodore is als hij door Samantha weer gaat genieten van het leven.

Technologie bijna onzichtbaar
Een ander sterk en tegelijk subtiel element is de schijnbare low tech wereld waarin de film zich afspeelt. De technologie in de film is niet sterk aanwezig en op bijna onzichtbare wijze geïntegreerd in de levens van de personages. Het is technologie op een menselijke schaal. Ook zijn er prachtige eenvoudige details die contrasteren met de futuristische verwachtingen die je als kijker hebt. Zo gebruikt Theodore een ouderwetse veiligheidsspeld om de borstzak van zijn hemd kleiner te maken zodat Samantha via de lens van de smartphone de wereld kan waarnemen.

Recensie Her

Subtiel is ook de boodschap van de film. In de wens om geliefd en uniek gevonden te worden schakelen wij nu technologie in om leegte te vullen. Maar zijn wij niet verslaafd geraakt aan de schijnwerkelijkheid die wij voor onszelf creëren en zijn wij misschien bang om echte relaties aan te gaan met al zijn rommeligheden en kans op teleurstelling? Her levert hier geen simpel moralistisch antwoord en vervalt ook niet in de voor de hand liggende valkuil om technologie te verketteren. De film houdt ons een bescheiden spiegel voor en laat zien hoe virtuele relaties invloed hebben op hoe wij met echte mensen omgaan. Uiteindelijk weet Samantha in haar pad naar het zelfbewustzijn de personages aan het denken te zetten over de waarde van menselijk contact in onze moderne wereld.

 

25 februari 2014

 
ALLE RECENSIES

Touch of the Light

***

recensie  Touch of the Light

Kleuren voelen

door Cor Oliemeulen

Hij leeft voor de muziek, zij voor de dans. Touch of the Light is een romantische inspiratiefilm uit Taiwan. Braaf, honingzoet, maar oprecht.  

In zijn eerste lange film portretteert regisseur Rong-ji Chang het leven en de herinneringen van de blinde pianist Yu-Siang Huang. Geboren op het Taiwanese platteland speelde hij al heel vroeg piano. Elke noot die Yu-Siang hoorde, onthield hij en speelde hij moeiteloos na. Zijn moeder maakte vanaf het begin talloze opnames van zijn spel. Nu is de tijd aangebroken om muziek te gaan studeren aan de universiteit. Vader en kleine zusje blijven thuis, moeder brengt hem met de auto naar de grote stad en maakt hem wegwijs op de campus.

Recensie Touch of the Light

Groot hart
Het leven als blinde is niet gemakkelijk. Zeker niet in een nieuwe omgeving waar sommigen je eerder zien als last dan een verrijking. Echter na een stroef begin en de kennismaking met zijn vrolijke kamergenoot, wordt Yu-Siangs muzikale talent snel opgemerkt. ‘Door muziek kan ik de kleuren in de wereld voelen’, zegt hij. Bovendien blijkt Yu-Siang te beschikken over een groot hart, innerlijke rust en een sensitiviteit waarmee hij stemmingen en gevoelens van anderen kan waarnemen. De jongeman lijkt de goedheid zelve.

De regisseur zal dit graag bevestigen. Hij werd in 2005 getroffen door de grote lach op het gezicht van Yu-Siang toen deze piano speelde. Ze werden bevriend en Chang werd nieuwsgierig naar de onbekende wereld waarin blinden leven. Een jaar lang deden ze audities, maar lukte het niet een geschikte acteur voor de rol te vinden. Dus ging Yu-Siang maar zichzelf spelen. Een goede keus, want het verschaft de film de vereiste authenticiteit. Nu nog een verhaal verzinnen en de camera’s konden draaien.

Niet dansen is niet leven
De mooie frisdrankverkoopster Xiao Jie komt als geroepen. Ze staat een tikkeltje sikkeneurig in het leven omdat ze vindt dat ze niet leeft als ze niet kan dansen. Actrice Sandrine Pinna, voor haar rol bekroond als beste actrice tijdens het Tapei Film Festival, moest letterlijk leren dansen en dat zie je mooi terug in Touch of the Light. Het is even wachten voordat de wegen van Yu-Siang en Xiao Jie elkaar kruisen. Hij vraagt haar wat dansen is. Zij leert hem enkele dansbewegingen. Hij leert haar hoe het is om niets te zien.

Recensie Touch of the Light

Twee zielen die elkaar ontmoeten. Een vriendschap die gelukkig niet uitmondt in een romance. Er is muziek om Yu-Siangs wereld te construeren en de dans van Xiao Jie om zijn wereld te visualiseren. De cinematograaf zorgt voor extra sfeer: door het spelen met licht en schaduw vervaagt hij de contouren van de pianist. De editor slaagt erin de innerlijke intensiteit van de danseres belangrijker te maken dan haar sierlijke bewegingen. In Amerikaanse handen was het inspirerende verhaal vast verschrikkelijk uit de bocht gevlogen, de Taiwanezen houden hun melodramatische neigingen gepast onderdrukt.

 

4 februari 2014

 
ALLE RECENSIES

Nebraska

****

recensie  Nebraska

Diep in het hart van Amerika

door George Vermij

Met Nebraska heeft Alexander Payne een mooie variatie gemaakt op de vaste thema’s die terugkomen in zijn oeuvre. In een schijnbaar doelloze tocht door het failliete Amerikaanse achterland schetst hij een mooi beeld van een disfunctionele familieband. 

Voor velen zal de staat Nebraska vooral associaties oproepen met het gelijknamige album van Bruce Spingsteen. Op het titelnummer zingt The Boss  over een troosteloos en uitgestrekt gebied waar zinloze moorden worden gepleegd. Een verwijzing naar de moorddadige tocht die Charles Starkweather maakte door die staat en die als basis gold voor de prachtige film Badlands van Terence Malick. Dat Nebraska tot de Amerikaanse verbeelding spreekt heeft misschien iets te maken met zijn locatie in het midden van de VS wat de staat tot het symbolische hart van het land maakt. Nebraska is ook de thuisstaat van Alexander Payne en zijn eerste films speelden zich daar af. Payne keert na zijn uitstapjes naar Californië (Sideways) en Hawaii (The Descendants) in zijn nieuwste film terug naar de staat.

Recensie Nebraska

Misleidende reclameactie
De eerste beelden van Nebraska tonen een verwarde oude man die een snelweg afloopt en wordt aangehouden door de politie. Het is Woody Grant (Bruce Dern) die op weg is naar Lincoln, Nebraska om een geldprijs op te halen. Later haalt zijn zoon David (komiek Will Forte in een ingetogen rol) hem op van het bureau en ziet dat de prijs waar Woody heilig in gelooft een misleidende reclameactie is. Zijn vader moet echter niets van Davids twijfels weten en wil koste wat het kost naar Nebraska.

Davids leven is ook niet bepaald op orde en het is om die reden dat hij besluit om met zijn vader de tocht te maken ook al weet hij dat het tot niets gaat leiden. Ze reizen zo door de VS en maken een tussenstop in Woody’s oude en vervallen geboortedorp waar de Amerikaanse droom aan voorbij is gegaan.

Familiebanden
Nebraska is net als Sideways een roadmovie waar de reis uiteindelijk belangrijker is dan de bestemming. In het thema van een familie die weer bij elkaar komt, heeft de film ook raakvlakken met The Descendants. De van elkaar vervreemde vader en zoon komen in de film wat dichter bij elkaar, maar het knappe is dat Payne hier niet valt in sentimentele valkuilen. Ondanks de familieband is er een afstand merkbaar tussen Woody en zijn zoon die vooral te verklaren is door Woody’s opkomende dementie en groeiende verwardheid, perfect door Dern overgebracht. Daarnaast draagt Woody een erfenis van alcoholisme die zijn tol heeft geëist op het gezinsleven en op David. Deze serieuze zaken worden door de personages echter op humoristische wijze besproken en daarmee raakt Payne de juiste balans tussen lach en traan.

Zo ook in een van de mooiste scènes uit de film waar Woody’s temperamentvolle vrouw (briljant en chagrijnig gespeeld door June Squibb) op een begraafplaats tegen David praat over de mensen die daar liggen. Het gezegde ‘over de doden niets dan goeds’ gaat zeker niet op voor de barrage van beledigingen die zij uitkraamt over de sobere grafstenen.

Recensie Nebraska

Solide cast
Nebraska bevat een solide cast die de sterke rol van Dern als Woody perfect aanvult. Zo is daar de sluwe ex-zakenpartner van Woody gespeeld door acteerveteraan Stacy Keach en Bob Odenkirk (advocaat Saul uit Breaking Bad) duikt op in een bescheiden vertolking. De film is verder mooi geschoten in zwart-wit waarmee beeldcomposities ontstaan die doen denken aan de sobere highway foto’s van Lee Friedlander.

Met Nebraska weet Alexander Payne Amerikaans realisme met humor en empathie te brengen. Daarbij schroomt hij niet om te tonen dat het slecht gaat in het hart van Amerika waar vervallen spooksteden nog lang niet zijn bijgekomen van de crisis en mensen worstelen met hun bestaan.

23 februari 2014

 

MEER RECENSIES

Winter’s Tale

**

recensie  Winter’s Tale

Mierzoet liefdesdebacle

door Joan Gebraad

Kleed een Amerikaanse fantasybestseller uit 1983 uit. Zet een Oscar-winnende scriptschrijver op de regisseursstoel en voeg daar een sterrencast aan toe. Overgiet het geheel met een saus van clichés en mierzoete romance en je hebt een recept voor een debacle.  

Winter’s Tale speelt zich af in drie tijdepisodes. In 1895 wordt baby Peter Lake (Colin Farrell), zoon van immigranten, de toegang tot Ellis Island ontzegd. Zijn ouders stoppen het kind in een miniatuurschip en zo drijft Peter à la Mozes Manhattan binnen. Satans maffiamaatje Pearly Soames (Russell Crowe) neemt het grut onder zijn hoede en maakt een meesterdief van hem.

Recensie Winter's Tale

Wanneer Peter twintig jaar later tijdens een rooftocht het huis van een rijke krantenmagnaat binnensluipt, stuit bij op Beverly Penn (Jessica Brown Findlay, Downton Abbey). Peter schuimbekt nog net niet. De jongeling ziet het licht, zweert zijn criminele bestaan af en begint aan een onstuimige romance. Peter gelooft oprecht dat het zijn levensmissie is Beverly te redden. Soames probeert met zijn criminele matties Peter ten val te brengen. Echter, de grote vraag is of Peter zijn lot wel goed heeft voorzien. Aldus begint een eeuwenlange apocalyptische strijd tussen goed en kwaad, die zijn hoogtepunt vindt in 2014. Met New York als decor.

Verwarrende aaneenschakeling van scènes
Regisseur Akiva Goldman (A Beautiful Mind, I,Robot, Batman and Robin) neemt geen tijd om dingen uit te leggen, wat funest is. Hij haast van scène naar scène. Het resultaat is een onbegrijpelijk en vaak ongeloofwaardig verhaal vol clichés. Waar komt die computergeanimeerde pegasus ineens vandaan? En is Peter nu echt zo’n oelewapper dat hij zelfs na honderd jaar niet verder komt dan dit hemelse wezen, dat toch echt Anthenor heet, aan te spreken met ‘Paard’? Nog zoiets. Tijdens Beverly’s begrafenis kijkt Peter tussen de graven toe. Een paar seconden later weet hij plotsklaps niet meer wie hij is. De film verspringt zonder uitleg naar 2014. Peter moet inmiddels over de honderd zijn, maar lijkt geen dag ouder. En wat te denken van Peter die binnen een paar minuten een meisje met een kaal hoofd ziet, beseft dat zij ongeneeslijke kanker heeft, begrijpt dat zij zijn lotsbestemming is, haar enkele seconden later flauw ziet vallen, vlucht, vecht met de slechteriken en haar redt?

Vriendjespolitiek
Wat de casting betreft lijkt Goldman een blik vriendjes te hebben opengetrokken. Dit pakt niet altijd goed uit. Zo werkte de oude rot eerder met Jessica Brown Findley, Colin Farrell en Russell Crowe. En Will Smith. Die opduikt in een nietszeggende scène als opper-demonen-homeboy Lucifer om Soames nog eens aan zijn missie te herinneren. Russell Crow had beter zijn gladiatorenoutfit aan kunnen trekken. Hoewel Crowe duidelijk plezier beleeft in zijn rol als slechterik, boezemt hij weinig angst in. Getooid met een lelijk litteken, een negentiende-eeuwse Britse outfit en een verschrikkelijk slecht geïmiteerd Iers accent, gromt en vecht hij als een slappe wannabe crimineel. Van een levensgevaarlijke demon verwacht je op zijn minst de slechtheid à la Al Pacino in The Devils Advocate.

Recensie Winter's Tale

Debacle vol liefdesclichés
Het meest storende aan deze film is Goldmans veelvuldige beroep op liefdesfilmclichés. Deze verpulveren de aandacht voor personageontwikkeling, magische verhaalelementen en diepere betekenissen van Mark Helprins roman.

De te bombastische en storend aanwezige muziek roept associaties op met allerlei romantische filmepen. Tel daarbij op Colin Farrell als de letterlijke prins op het witte (vliegende) paard, geleuter over lotsbestemmingen en ware liefde én het stereotiepe van de koene ridder die het meisje redt. Winter’s Tale is Batman and Robin onder de magisch-realistische, romantische films. We hebben het allemaal al eens gezien. En beter.

 

16 februari 2014

 
ALLE RECENSIES

12 Years a Slave

****

recensie  12 Years a Slave

Een bezoek van de zweep

door Cor Oliemeulen

Een verzonnen verhaal, hoe fantasierijk dan ook, kan nooit de onvoorstelbare werkelijkheid benaderen. Als het lukt om een echt gebeurd relaas zonder franje, pretenties en aanzwellende violen te verfilmen, kan zomaar een meesterwerk ontstaan.  

Na de bevlogen Zwarte Pietendiscussie en het wezenlijke soap- en blote borstengehalte van het overigens niet onverdienstelijke Hoe Duur was de Suiker kan Nederland zich opmaken voor de release van 12 Years a Slave. Het onwaarschijnlijke verhaal van de violist Solomon Northup die aanvankelijk gelukkig leeft met vrouw en kinderen in het New York van 1841. Als een van de weinige kleurlingen, gestoken in keurig kostuum, beweegt hij zich ongehinderd en gerespecteerd in sociale en politieke kringen. Na een optreden in Washington wordt hij bedwelmd, ontvoerd en als slaaf op transport gezet naar het racistische zuiden.

Recensie 12 Years a Slave

Persoonlijke hel
De tegenstelling tussen de noordelijke en zuidelijke staten over de afschaffing van de slavernij wordt breed uitgemeten in Steven Spielbergs Lincoln met de magistrale titelrol van Daniel Day-Lewis. De Britse regisseur Steve McQueen vertelt de omgekeerde chronologie: een vrije man is gedoemd tot slaaf. Geen politiek verhaal, maar een persoonlijke hel. Gebaseerd op een krantenartikel in The New York Times uit 1853 en het bij monde van Solomon Northup zelf door ene David Wilson opgetekende verhaal Twelve Years a Slave. De vrouw van Steve McQueen ontdekte het boek bij toeval. De regisseur zocht vervolgens contact met scenarist John Ridley, die een gat in de lucht sprong, omdat hij al een tijd rondliep met de wens om een uniek slavendrama te schrijven.

Dat is 12 Years a Slave ook zeker geworden. Met een fantastische hoofdrol van de relatief onbekende Chiwetel Ejiofor die zijn roots heeft in de toneel- en theaterwereld van Londen. Een pijnlijk zielig hoofd, grote ogen met daartussen diepe groeven tamboereren zijn onfortuinlijke lot. Een beroemde filmacteur had nooit met dezelfde geloofwaardigheid een schijntje van de intellectuele slavenidentiteit van Solomon Northup kunnen oproepen. Ejiofor speelt een erudiete man, die snel doorheeft dat hij niet al teveel mag opvallen. Niet zeggen wie je bent, betekent overleven. Ook niet als een slavenhandelaar vraagt of hij onderwijs heeft genoten. ‘Nee’, zegt Solomon uit zelfbehoud. ‘Nikkers worden ingehuurd om te werken, niet om te lezen of schrijven.’ Desondanks weet hij zich door zijn kennis, slimheid en vioolspel te onderscheiden van zijn lotgenoten. En van zijn meester.

Omdat God het zo wil
Zijn bijzondere karakter valt ook Edwin Epps op. Michael Fassbender (schitterde al in Steve McQueens Hunger  en Shame) is eng realistisch als de meedogenloze, tirannieke landeigenaar. Het psychologische kat- en muisspel met zijn gekochte slaaf Solomon vormt het hoogtepunt van de film. Seksueel wordt Epps aangetrokken door de slavin Patsey (indrukwekkend speelfilmdebuut van Lupita Nyong’o). Van alle slaven plukt zij het meeste katoen, soms wel 500 pond per dag. Geboren en opgegroeid op de plantage is ze voor Epps een geschenk van God, die hem uiteraard toestaat het meisje te misbruiken en op gruwelijke wijze te straffen, onder het aanmoedigende oog van zijn echtgenote (Sarah Paulson).

Recensie 12 Years a Slave

Het lukt slechts een enkeling de horror van zweepslagen, ophangingen en vernederingen te ontvluchten. De zwarte vrouw van de mildere landeigenaar Shaw vertrouwt Patsey toe: ‘Eens heb ik gediend, nu heb ik anderen die mij dienen. De kosten van mijn huidige bestaan zijn om de genegenheid van meester Shaw te beantwoorden.’ Met haar pink omhoog neemt ze een slokje van haar thee en vervolgt: ‘Ik weet hoe het is om het doel van een meester zijn voorliefde en eigenaardigheden te zijn. Een wellustig bezoek in de nacht of een bezoek van de zweep. Maar de Heer zal met Epps en met iedereen afrekenen.’

Vergetelheid
Prachtige rollen in kleine, intieme settings met sublieme dialogen doen soms denken aan Shakespeare. Mooie natuurplaatjes en kleurrijke luchten contrasteren met de verschrikkingen van het slavenleven. Maar gelukkig is er één persoon die uiteindelijk weet te ontsnappen aan zijn beroerde voorzienigheid. Na twaalf jaar als slaaf zal Solomon Northup ontegenzeggelijk een toontje lager spelen. Niemand heeft later nog ooit iets van de violist vernomen. Tot nu.

 

14 februari 2014

 
ALLE RECENSIES

Touch of Sin, A

***

recensie  A Touch of Sin

Getergde tijgers en vreemde eenden

door Alfred Bos

Vierluik uit China over gewone mensen die moeten overleven in een web van corruptie; als antwoord op vernedering grijpen ze naar geweld. Gebaseerd op waar gebeurde incidenten. 

In A Touch of Sin verknoopt de Chinese regisseur Jia Zhang-Ke een viertal verhalen over de dagelijkse beslommeringen van ‘kleine luyden’ in een wereld die geen boodschap aan hen heeft. Het decor is de bijkans van economische dynamiek exploderende Chinese samenleving, die in twintig jaar tijd een sprong van twee eeuwen heeft gemaakt en bijgevolg volstrekt uit zijn voegen is gegroeid. Daarin geldt de moraal van de jungle. Zoals een van de personages het verwoordt: ‘Je leeft maar één keer, zorg niet voor de anderen’.

Recensie A Touch of Sin

A Touch of Sin (Tian zhu ding) is de vijfde speelfilm van Jia Zhang-Ke die sinds zijn internationale debuut, Zhantai (Platform, 2000), in de Nederlandse bioscopen draait; net als zijn voorlaatste, 24 City (2008), is hij eerst te zien geweest op het International Film Festival Rotterdam. Wie beelden wil zien bij de krantenartikelen over de economische reus met groeiproblemen zal niet worden teleurgesteld. Zowel de moderne metropool als de verre provincie komen langs.

Estafettefilm
Zhang-Ke maakt naast speelfilms documentaires en kortfilms en dat zie je aan A Touch of Sin af. Het is een estafettefilm, waarin op zichzelf staande verhalen rond een centraal thema – geweld als het middel van machtelozen – op losse wijze aan elkaar worden geknoopt. Al zijn films handelen over de transformatie van de Chinese samenleving en de gevolgen voor het individu, gedraaid in een rauw-realistische stijl die verwant is aan het Italiaanse neorealisme van na de Tweede Wereldoorlog.

Ook A Touch of Sin (de titel verwijst bewust naar A Touch of Zen, de martial arts klassieker van King Hu) is sociaal bewogen, maar ditmaal schroomt de regisseur niet om de uitwassen van het staatskapitalisme schrijnend – en soms onbedoeld zwart-komisch – te tonen. De vier segmenten, gebaseerd op waar gebeurde incidenten, verhalen over een eenzame wreker, een migrantenarbeider die kiest voor criminaliteit, een verstoten maîtresse en een jongen die een sweatshop ontvlucht. Elk van hen grijpt, in uiteenlopende omstandigheden en elk om eigen redenen, naar grof geweld als oplossing voor hun machteloosheid. Als het systeem hen niet vernietigt, dan doen ze het zelf wel.

Klappen met flappen
Naast geweld vormt schaamteloze corruptie de rode draad door A Touch of Sin, of het nu op het platteland is, waar het dorpshoofd de mijn verkwanselt, of de grote stad, waar een ambtenaar illegaal tolgelden int. Ronduit grotesk maar wel zo treffend is de scène waarin een saunamedewerkster weigert seks te hebben met een klant, die haar vervolgens afranselt met een bundel bankbiljetten. Alles is te koop, toch? Mensen behandelen elkaar als dieren of, nog erger, als wegwerpproducten. Op de titelrol is het vergeefs zoeken naar de disclaimer ‘voor deze film zijn geen dieren beschadigd’, want er zijn staaltjes van stuitende dierenmishandeling.

Recensie A Touch of Sin

De vier verhalen bestrijken heel China, van het kille noorden tot het subtropische zuiden. Naast troosteloze betonsteden op kaalgeslagen vlaktes en krotten van golfplaat met uitzicht op een woud van wolkenkrabbers zijn er drukbevolkte winkelstraten. Terloops tipt de film problemen aan als milieu (zandstormen) en incompetentie (treinongelukken), terwijl er even terloops straattoneel opduikt; het staat voor traditie.

Aan het slot van deze merkwaardig rijke film over getergde tijgers en vreemde eenden lijkt de regisseur zich direct tot de verantwoordelijken te richten: ‘Erken je schuld’. Welke partijfunctionaris zou deze schoen willen passen?

 

9 februari 2014

 
ALLE RECENSIES

American Hustle

*****

recensie American Hustle

Het onbenul van Rosalyn

door Alfred Bos

De reacties in Amerika op deze quasi-waargebeurde oplichterstragikomedie-in-retro-stijl zijn gemengd, van zuinigjes tot jubel. Er wordt in ieder geval geweldig in geacteerd, met een bijna onherkenbare Christan Bale in de hoofdrol. 

Er staan een flink aantal Oscars op de rol voor deze bij vlagen hilarische film en één daarvan verdient Jennifer Lawrence voor haar (vrouwelijke bij)rol van Rosalyn Rosenfield, het ultieme domme blondje dat zonder enig realiteitsbesef door FBI-operaties en maffiaopzetjes blundert terwijl ze haar partner toezucht ‘Thank God for me’. Lawrence, na in 2010 te zijn doorgebroken met Winter’s Bone vorig jaar goed voor een Oscar voor haar hoofdrol in Silver Linings Playbook, is niet de enige topacteur in deze carrousel van schijn.

Recensie American Hustle

De 23-jarige actrice vertolkt de echtgenote van Irving Rosenfeld (Christian Bale), een getalenteerde oplichter die met zijn vriendin, Sydney Prosser (Amy Adams), door een manipulatieve FBI-agent, Richie DiMaso (Bradley Cooper), wordt gedwongen mee te werken aan een plan om corrupte bestuurders en maffioso ondernemers strafrechtelijk aan te klagen. Een flink deel van de cast – waaronder Robert De Niro, niet op de titelrol vermeld als de louche Victor Tellegio – werkte eerder met regisseur David O. Russell, onder meer aan een van zijn beide voorgaande films, The Fighter (2010) en het genoemde Silver Linings Playbook (2012). Bovendien is komiek Louis C.K. (Blue Jasmine) van de partij.

Bazige moeders
American Hustle  is, meer dan vergelijkbare oplichtersfilms als The Sting (1973) en The Grifters (1990), een spel met de werkelijkheid. Het verhaal, gesitueerd in 1978, wordt gepresenteerd als gedeeltelijk waar gebeurd, maar komt uit de koker van de regisseur; het logo van de distributeur is de versie die destijds werd gebruikt, net zoals de logo’s van de producenten quasi-retro zijn. In de openingsscène zien we Rosenfeld voor de spiegel bezig met zijn toupet en ook DiMaso’s kroeskop is nep; hij gebruikt haarkrullers. Alle personages wenden voor iemand anders te zijn om, naar eigen zeggen, te kunnen overleven.

In deze film speelt Christian Bale, compleet met buik en kalende schedel, een personage dat wordt geterroriseerd door vrouwen: vroeger zijn dominante moeder (leren we uit voice-overs), nu door de onmogelijke Rosalyn. Daarnaast speelt vriendin Sydney onder zijn ogen  spelletjes met de opdringerige FBI-agent. Bale heeft zich voor zijn rol zichtbaar laten inspireren door James Gandolfini’s Tony Soprano, maar dan goedzakkeriger. Ook DiMaso wordt geplaagd door een bazige moeder, zijn bravoure is een act. Alles in deze film is een act, behalve het onbenul van Rosalyn. Ze valideert het bedrog.

Recensie American Hustle

Surrealistische dialoog
Thematiek (oplichting) en toon (neiging tot uitzinnigheid) vertonen overeenkomsten met The Wolf of Wall Street, maar het scenario van American Hustle is ingenieuzer. Elk van de hoofdpersonen levert een existentiële strijd en balanceert doorlopend op het randje van hysterie, de gedreven FBI-agent niet uitgezonderd. Ver over de rand verkeert Rosenfeld’s vrouw Rosalyn, zoals een surrealistische dialoog tussen de echtelieden illustreert. In die briljante scène botsen twee overlevingsstrategieën frontaal: Rosenfelds bedrog is gebaseerd op calculatie en empathie; Rosalyn laveert impulsief, koersend op eigenwaan en tegeltjeswijsheid, door het mijnenveld. Ze leven in parallelle werelden.

Speciale vermelding verdient de voortreffelijke geluidsband en ook die truukt de kijker, want al speelt deze film in 1978, we horen hit-singles uit 1972 en 1973 van onder meer Steely Dan, Chicago, Todd Rundgren, Electric Light Orchestra, Temptations en Wings. En waar hebben ze die, perfect getimede, Arabische versie van Jefferson Airplane’s White Rabbit vandaan? Sterk scenario (inclusief geslaagde running gag), geweldige acteerprestaties en een fantastische soundtrack—American Hustle is een instant klassieker.

 

4 februari 2014

 
ALLE RECENSIES

Marina

**

recensie Marina

Vlaamse bio-pic bijt niet

door Alfred Bos

De gerespecteerde Vlaamse regisseur Stijn Coninx, wiens Daens (1992) goed was voor een Oscar-nominatie, verfilmt de aanloop naar het wereldsucces van het Belgische entertainment-icoon Rocco Granata. Diens debuutsingle Marina is een eeuwiggroene klassieker. 

In België wordt deze biopic over de jeugdjaren van de van oorsprong Italiaanse charmezanger Rocco Granata door de bioscoopbezoekers – al meer dan 300.000 keer – met applaus onthaald, terwijl de filmcritici zuinigjes glimlachen. Het is Stijn Coninx, regisseur van het in Vlaanderen immens populaire Koko Flanel (1990), eerder overkomen.

Evenals Coninxs voorgaande rolprent, Soeur Sourire (2009), belicht Marina de achterkant van een succesverhaal uit de Vlaamse entertainmentgeschiedenis. Na de werdegang van Jeannine Deckers, de zingende non die in 1963 de eerste plaats van de Amerikaanse hitparade stevig in haar greep hield met het lied Dominique (nique, nique), staat ditmaal het verhaal achter het meest succesvolle Belgische popliedje aller tijden (miljoenen exemplaren verkocht; honderden malen gecovered, tot Louis Armstrong aan toe) centraal. Rocco Granata werd er in het najaar van 1959 een wereldster mee.

Recensie Marina

Niet vrij van racisme
Marina was aanvankelijk de B-kant van Rocco Granata’s in eigen beheer uitgebrachte debuutsingle, Manuela. Het internationale succes van de 21-jarige immigrantenzoon vormt de climax van de voornamelijk in het Italiaans gesproken (en Nederlands ondertitelde) film, waar enkele gekende Italiaanse acteurs aan meewerken: Luigi Lo Cascio speelt de stugge en trotse vader Granata, Donatella Finocchiaro de begripvolle moeder. Naast de klassieke vader versus rebellerende zoon-tegenstelling kleurt het wantrouwen van de lokale bevolking de onderlinge verhoudingen.

Het klinkt als een rijk verhaal, de jonge Rocco moet strijd leveren op drie fronten: thuis, op school en straat, en in de – in de jaren vijftig nog in zijn kinderschoenen staande – Belgische vermaaksindustrie. Zijn vader gaf een loopbaan als accordeonist op om als gastarbeider in de Belgische mijnen de kost te verdienen en frustreert de muzikale ambities van zijn zoon. De lokale middenstand en bourgeois van het mijnstadje Genk zijn niet vrij van racisme jegens de Italiaanse medeburgers. En al krijgt Rocco de steun van een gesoigneerde talentscout, geen enkele platenmaatschappij is in zijn eerste plaatopname geïnteresseerd. Maar Rocco blijft geloven.

Recensie Marina

Skinnydippen
Dat de twee uur van het filmverhaal ondanks de van conflicten opbollende stof niettemin traag voorbijtrekken komt op het conto van de regisseur. Hij weet het provinciale jaren vijftig-milieu weliswaar authentiek op te roepen, maar blijft steken in sentimentele nostalgie die voor de meer cynisch ingestelde eenentwintigste-eeuwse kijker tamelijk suf overkomt. Bovendien lijkt het in Genk, in Belgisch Limburg, eeuwig herfst, wat de scène waarin Rocco (Matteo Simoni) en zijn vriendin Helena (Evelien Bosmans) tussen de bruine blaadjes gaan skinnydippen en een potje al fresco vrijen geen geloofwaardigheid geeft.

Marina, de film, is keurig, braaf en voorspelbaar. Dat waren de jaren vijftig wellicht ook, maar deze vorm van authenticiteit doet het hart niet sneller kloppen. Het verhaal over de eigenwijze migrantenzoon die tegen de klippen op assimileert en zijn droom verwezenlijkt zit vol conflict, maar wordt te knus verteld. Na Vlaamse klassefilms als Loft, Rundskop en The Broken Circle Breakdown is dit een relatieve domper. Voor de liefhebber: Rocco Granata zelf speelt een gastrolletje.

 

3 februari 2014

 
ALLE RECENSIES

Out of the Furnace

***

recensie  Out of the Furnace

Getergd fatsoen in failliete gemeenschap

door Alfred Bos

Sociaal drama met thriller-trekjes waarin karakteracteurs zonder opsmuk figureren in de wraakactie van een brave burger die zijn wereld uiteen ziet vallen. Familiebanden en vriendschappen overstijgen bestuurlijke onmacht. 

Wanneer neem je het recht in eigen handen? Is het überhaupt verstandig om voor eigen rechter te spelen? De Amerikaanse cinema is dol op de vigilante, verzot op de wreker. Waar het centrale gezag faalt – incompetent of corrupt of beide – moet het individu zijn boontjes zelf doppen. Voor criminelen is dat gesneden koek, maar voor de goedwillende burger kan het uitdraaien op een oudtestamentisch drama waarin goed en fout, schuld en onschuld tot een onontwarbare kluwen verwikkeld raken. Afgelopen najaar gaf Prisoners een subtiele variant op het thema. In Out of the Furnace liggen de lijnen tussen goed en fout duidelijker. Maar het dilemma blijft.

Recensie Out of the Furnace

Russell Baze (Christian Bale), de protagonist van Out of the Furnace, bezemt keurig zijn betegelde veranda schoon en schilt na het werk een appeltje. Hij leeft in de wereld van Bruce Springsteen: het provinciestadje North Braddock (Pennsylvania) in de Appalachian Mountains. Ooit de zelfverklaarde ‘geboorteplaats van het staal’, nu een vermoeid dorp waar achter dichtgetimmerde ramen de ratten scharrelen. Baze werkt in de staalfabriek, net als ooit zijn vader en zijn oom. Zijn jongere broer Rodney (Casey Affleck) vergokt zijn geleende geld. De ex-marinier is uit Irak teruggekeerd als getroebleerde ziel die zich niet kan conformeren aan de traditionele orde.

Illegale free-fights
Het zal niet helemaal toevallig zijn dat regisseur Scott Cooper in zijn tweede, wederom zelfgeschreven film (de voormalige acteur debuteerde in 2009 verdienstelijk met Crazy Heart) uitgerekend Christian Bale de rol van wreker laat vertolken. Bale kroop eerder in het vleermuispak van Bruce Wayne/Batman, de ultieme vigilante, die bovendien wreker is want hij verdelgt het gespuis omdat zijn ouders voor zijn ogen werden vermoord. Daarnaast vertolkt Bale in Public Enemies (2009) de rol van de gedreven speciaal agent die de legendarische bankrover John Dillinger opjaagt en kalt stelt. Bale kan heel goed de verbeten wraakengel spelen.

Ook de acteur die Baze’s tegenstrever neerzet, de onmogelijk lompe mountain man Harlan DeGroat, lijkt te zijn getypecast. DeGroat is een criminele hufter van het onmogelijkste soort, een halfgeletterde bruut die in staat van oorlog leeft met iedereen die zijn blikveld betreedt. Hij huist in uitgewoonde krotten in de beboste heuvels van Pennsylvania en verdient zijn geld door het gokken op illegale free-fights te manipuleren. Woody Harrelson speelt hem met verve, compleet met lolly tussen de kiezen. Sinds Natural Born Killers (1994) staat hij in het collectieve geheugen van de bioscoopbezoekers gegrift als de antisociale maniak bij uitstek.

Geruïneerde moraal
Het universum van North Braddock is het huidige Amerika in het klein. De traditionele orde is kapot, de droom vervlogen. Wat rest is een existentiële jungle, waarin recht een farce van procedures en papierwerk is en misdaad meer loont dan deugdzaamheid. Russell schikt zich, broer Rodney niet. Dat verandert wanneer Russell, ondanks zijn goede bedoelingen, achtereenvolgens zijn vrijheid, zijn vader, zijn vriendin en uiteindelijk zijn broer verliest. Dan staat de getergde engel der wrake op.

Recensie Out of the Furnace

Ook de bijrollen in deze door Leonardo DiCaprio en Ridley Scott gecoproduceerde film zijn ingevuld door karakteracteurs als Willem Dafoe, Sam Shepard en Forest Whitaker. Out of the Furnace portretteert een gebroken samenleving met een geruïneerde moraal en stelt een vraag die centraal staat in de betere film noir van de jaren veertig en vijftig. Mag wie alles is kwijtgeraakt zijn rol van slachtoffer overstijgen door dader te worden? Hoe krom is recht? In Public Enemies droeg Bale’s personage een politiepenning en nu niet. Dat is de premisse die Out of the Furnace op scherp zet.

 

28 januari 2014

 
ALLE RECENSIES

Toscaanse Bruiloft

**

recensie  Toscaanse Bruiloft

Mierzoete ode aan het huwelijk

door Simone Vogel

Sommige zaken veranderen nooit. Vrouwen kijken verlekkerd naar het lijf van Jan Kooijman, Nederlanders zien in de winter graag films uit warmere oorden en Johan Nijenhuis maakt enkel nog romantische komedies volgens hetzelfde concept. Toscaanse Bruiloft, het jongste werk van de regisseur, is in dat opzicht dan ook weinig verrassend.  

Nijenhuis neemt de kijker mee naar het prachtige Toscane. Net als bij kaskraker Verliefd op Ibiza is er de juiste sfeer met shots van het landschap, ditmaal begeleid door muziek van André Rieu. In een klassieke villa runnen Sanne (Sophie van Oers), haar vader Tom (Ernst Daniël Smid) en stiefmoeder Marla (Simone Kleinsma) trouwlocatie Casa Matrimonio. Als wedding planner verzorgt Sanne voor verliefde stellen de mooiste dag van hun leven. Zelf heeft ze de ware nog niet kunnen vinden, maar daar komt verandering in als Lisa (Lieke van Lexmond) en Bob (Diederik Ebbinge) hun familie meenemen om de liefde en het leven te vieren.

Recensie Toscaanse Bruiloft

Modderschuit
De basisformule van zon, liefde en vakantie, eerder toegepast in Costa!, Volle maan en Verliefd op Ibiza, komt terug in Toscaanse Bruiloft. Waar in zijn laatste filmhit meerdere verhaallijnen door elkaar lopen om uiteindelijk te vervlechten, kent dit ‘Italiaanse drama’ een meer eenduidige vertelling. De ontwikkelingen van de hoofdpersonen lopen min of meer gelijk aan elkaar en spelen zich praktisch de gehele film af in het kleine Italiaanse dorp. Levens raken al snel met elkaar verstrikt tot op een haast incestueus niveau. Intiem, maar een tikje oubollig.

Nijenhuis put voor zijn films grotendeels uit de kweekvijver van televisieserie Goede Tijden, Slechte Tijden. Het komt misschien daardoor dat het gros van de personages niet echt weet te prikkelen. Het niveau van de film overstijgt nauwelijks het niveau van de soap. Het verhaal kabbelt voort, zonder echt te verrassen. Martine Sandifort, die met verve de rol van doorgedraaide (schoon)moeder Bella weet neer te zetten, is een aangename verrassing. Haar acteerwerk en humor staan als een vlag op een modderschuit, doordat de rest van de karakters verschrikkelijk voorspelbaar zijn.

Recensie Toscaanse Bruiloft

Hoeren en snoeren
Toscaanse Bruiloft is een luchtige feelgoodfilm met simpele, herkenbare personages. Jan Kooijman speelt de rol van bad boy  Jeroen met bezieling. Zijn karakter van echtscheidingsadvocaat is erg verfrissend, want Jeroen is de enige in het verhaal die met een nuchtere blik naar het huwelijk kijkt. Dit zorgt voor bijna de enige nuance in een mierzoete film.

De film is bedoeld als een ode aan het huwelijk in alle soorten en maten. Best ironisch, gezien het feit dat het gezelschap in de film niet vies is van een beetje hoeren en snoeren. Het glooiende Italiaanse landschap, de overdaad aan bruiloften en het onvermijdelijke happy end  zullen weer veel bioscoopbezoekers een warm gevoel geven. Een nieuw succes uit de Nijenhuis-fabriek is geboren.

 

27 januari 2014

 
ALLE RECENSIES