Little Man, Time and the Troubadour

***
recensie Little Man, Time and the Troubadour
Poppenspel als parabel voor de oorlog

door Jochum de Graaf

Little Man, Time and the Troubadour is een roadmovie langs plaatsen en mensen waar de Tijd stil lijkt te staan en zeker nog lang niet alle wonden geheeld heeft en de Troubadour een surrealistisch ogend verhaal opvoert. De associatie met Oekraïne dringt zich onweerstaanbaar op.

De documentaire werd vorig jaar juli al door NPO 2Doc vertoond en is nu ook in de bioscoop te zien. De release valt samen met de actualiteit, omdat het verhaal zich afspeelt in Abchazië, de voormalige Sovjet-deelrepubliek die na een burgeroorlog met Georgië in de jaren negentig – vervolgens na een nieuwe inval van Georgië in 2008 door ingrijpen van het Rusland van Poetin – een armzalig onafhankelijk republiekje werd met een vergelijkbare status als Loegansk, Donetsk en Transnistrië.

Little Man, Time and the Troubadour

Surrealistische marionetten
De Troubadour uit de titel en reisgids in de voor ons tamelijk onbekende landstreek op de West-Kaukasus is kunstenaar Sipa Labakhua die deels op de fiets met zijn marionettentheater rondreist. De voorstelling die hij in een aantal kustplaatsen in het dunbevolkte land speelt, is gebaseerd op de lotgevallen van zijn vader, de Kleine Man uit de titel, een politicus vol idealen die gedwongen werd uit te wijken naar Moskou. Zoon Sipa is na de oorlog teruggekeerd naar zijn geboortegrond en brengt met zijn surrealistisch marionettenspel ontmoetingen met allerlei inwoners van de streek tot stand.

We rijden als het ware achterop over de mooie pleinen, de weidse lanen, de boulevard met palmen van hoofdstad Soechoemi, een mooie badplaats aan de Zwarte Zee, waar Konstantin Paustovski in de eerste helft van de vorige eeuw zo prachtig over schreef. Maar we zien vooral ook de karkassen van gebouwen, de vele kogelgaten in huizen, nog niet herstelde bomkraters, de overwoekerde treinrails, die eraan herinneren dat meer dan de helft van de bevolking, meest Georgiërs, na de korte oorlog in 2008 met Rusland gevlucht is.

Speelbal in geopolitieke strijd
De film gaat niet over de oorlog, niet wie begon en wie won, neemt ook geen stelling over wie schuldig was, of het een van de eerste uitingen van Poetins Russificatie was. Filmer Ineke Smits (De Vliegenierster van Kazbek, Stand by Your President), die meeschreef aan Labakhua’s voorstelling, registreert niet de mensen die oorlog voerden, daders of slachtoffers, maar vooral gewone burgers, de oorlog die hen overkwam. Ze betoont zich opnieuw een kenner van de regio, met onder meer de prachtige zang van twee zussen in een eerste aanleg arcadisch landschap, waarna de camera langs een pokdalig raamloos gebouw omhoog zwenkt waarboven gierzwaluwen rondcirkelen.

Little Man, Time and the Troubadour

We ontmoeten oude vrouwen die zich vooral herinneren dat het voor de oorlog feitelijk niks uitmaakte of je Abchaziër, Mingreliër, Georgiër, of Armeniër was. Een Russin in het publiek na de voorstelling die nog maar kort in Abchazië woont, ziet vooral stagnatie en onverwerkt leed. Een hippie-achtig stel uit Moskou voelt zich al behoorlijk geaard en zegt zich al thuis te voelen, hun kinderen weten niet beter dan dat dit hun thuisland is. En een Syrische schrijver, jaren geleden gevlucht vanaf de Golanhoogten, vult zijn bespiegelingen over oorlog en vluchten door een fraaie kinderfantasie  op de muur te tekenen.

Het fraai vormgegeven poppenspel is bedoeld als een parabel voor de oorlog, maar komt af en toe toch te gekunsteld over. En het uitstapje van Labakhua naar de Georgische hoofdstad Tbilisi is misschien een onbestemde zijsprong, maar voegt niet zoveel toe aan het verhaal. Maar de antwoorden op filosofische vragen als ‘waar voel je je thuis’ en ‘waar kom je vandaan’, leveren een mooi melancholisch portret van een klein land in een uithoek van het voormalige Sovjetrijk dat een speelbal werd in de geopolitieke strijd.

 

22 maart 2022

 

ALLE RECENSIES

Velvet Queen, The

****
recensie The Velvet Queen
Het gedroomde dier

door Paul Rübsaam

Twee mannen met uiteenlopende karakters zijn op de onherbergzame maar onwerelds mooie Tibetaanse hoogvlakte op zoek naar de zeldzame en mythische Tibetaanse sneeuwpanter. Gaat het verhaal over hen, of toch over de sneeuwpanter en andere dieren, die even nauwlettend de mannen in de gaten houden? The Velvet Queen is hoe dan ook geen doorsnee natuurdocumentaire.

In de verte, op een van de immense vlaktes van het meer dan vierduizend meter boven de zeespiegel gelegen Tibetaanse hoogland, zien we een groep grote, zwarte dieren, die in een soort rondedans verwikkeld lijken te zijn met een groep kleinere witte. Langzaam maar zeker stellen we vast dat een groep wolven (de witte dieren) bezig is een van de kalveren van de zwarte jaks te verslinden, wat de reusachtige ouders tevergeefs trachten te verhinderen. Pompeuze, dramatische muziek ontbreekt, evenals een belerende voice-over. Deze dingen gebeuren daar gewoon.

The Velvet Queen

Deze scène van The Velvet Queen (La Panthère des Neiges) van het Frans-Zwitserse regisseurskoppel Vincent Munier en Marie Amiguet zet ons verwachtingspatroon met betrekking tot een natuurdocumentaire meteen al aardig op zijn kop. Gelukkig zien we later  nog dieren van dichterbij, niet zelden in de verstilde vorm van de natuurfoto’s van Munier, zoals de Tibetaanse vos, groepen bharals (blauwschapen), de met de sneeuwpanter verwante, maar kleinere en gedrongen pallaskat en diverse vogelsoorten.

Ruimte en kleurschakeringen
Marie Amiguet is de stille kracht met de filmcamera in haar hand achter Meunier en de Franse schrijver en reiziger Sylvain Tesson, die mijmerend door het gebied trekken. Zij gebruikt de ruimtelijke ervaring die de Tibetaanse hoogvlakte biedt als referentiepunt. Met verrassende resultaten. Juist door de relatief statische camera – die schaarse, weidse bewegingen vastlegt van rood zand dat de wind over de vlakte blaast en schaduwen die traag voorbij trekkende wolken op die vlakte projecteren – kun je als kijker iets ervaren van de dimensies van die desolate, maar door een wisselende reliëf en opvallend wisselende kleuren gekenmerkte omgeving. De weinig opdringerige, eerder spiritueel en mysterieus klinkende soundtrack van Warren Ellis en Nick Cave draagt aan die ervaring bij.

In die grootse ruimte bevinden zich ook de dieren, waarnaar Munier, gewapend met zijn fototoestel met sterke zoomlens, op zoek is. Maar die dieren zijn behoedzaam, zoals ook de mensen moeten zijn in dit zowat laatste ongerepte natuurgebied op Aarde. De dieren houden de mensen in de gaten en zien hen vaak eerder dan omgekeerd. Een antilope die half nieuwsgierig, half angstig over de rand van een bergkam zijn menselijke aanschouwers observeert, kan echter ook een mooi beeld opleveren.

Wachten, stilzitten en turen
Van plichtmatige uiteenzettingen over de natuurlijke habitat en het paringsgedrag van de soms niet eens bij name genoemde dieren blijven we aangenaam verstoken. Wat niet wil zeggen dat Munier en Tesson er voornamelijk het zwijgen toe doen. Integendeel, in hun vergeeflijke enthousiasme over de schoonheid die hen omringt, praten ze soms zelfs te veel. Niettemin is hun vriendschappelijke confrontatie interessant genoeg. Daarbij is het vooral de eveneens bereisde, maar ongedurige schrijver Tesson die zijn serene en eindeloos geduldige metgezel ondervraagt. Ten behoeve van zijn eerder dan de film verschenen boek ‘La Panthere des Neiges’ (2019) noteert hij zijn bevindingen in een notitieboekje. Die aantekeningen draagt hij soms voor in de vorm van een voice-over.

The Velvet Queen

Munier, die bij uitstek de schoonheid van de natuur wil vastleggen, kan eindeloos wachten, stilzitten en turen, tot verbazing van Tesson. Voor de fotograaf gaat het erom het dier te ‘betrappen’, zonder het te storen. Maar wie betrapt wie? Munier beschrijft voor Tesson op een gegeven moment een foto die hij maakt op een eerdere expeditie in Tibet. Op de aan de kijker getoonde foto zien we een valk op een rots zitten, wat ook het beeld was dat Munier dacht te vereeuwigen. Pas maanden later ontdekte hij dat half verscholen achter een rotsrichel nog juist het hoofd van een sneeuwpanter was te zien, die de fotograaf al een tijd lang moest hebben gadegeslagen.

De heilige graal
Zal het tweetal dit keer willens en wetens oog in oog komen te staan met de beeldschone, vervaarlijke en zeldzame sneeuwpanter, die door Tesson met een vleugje ironie wordt aangeduid als ‘de heilige graal’? Kenner Munier stuit in ieder geval op steeds meer sporen die wijzen op de nabijheid van het dier. Maar ze kunnen ook pech hebben. Tesson is zelfs al bereid te accepteren dat hij huiswaarts moet keren zonder een confrontatie met de panter op zijn naam te kunnen schrijven. Dan blijft zijn droom in ieder geval intact. Een droom over het dier dat (in Tessons woorden) ‘belichaamt wat wij zijn kwijtgeraakt: vrijheid, autonomie en een grondige kennis van zijn natuurlijke omgeving.’

 

16 maart 2022

 

ALLE RECENSIES

Apples

***
recensie Apples
Carpe de Memoria

door Yordan Coban

Apples is een goed getimede pluk de dag-film over geluk en identiteit. Het lijdend voorwerp is een pandemie van een geheugen aantastend virus, dat patiënten hun herinneringen afneemt en weerloos achterlaat in onze complexe moderne maatschappij. 

De bekende Britse filosoof John Locke was van mening dat de identiteit van de mens verbonden was aan zijn herinneringen. De centrale vraag die hier aan ten grondslag ligt, is de vraag wat het “zelf” nu is. Wat blijft er over als je alle externe invloeden die bijdragen aan de vorming van een individu weg pelt? Locke stelde, net zoals Shakespeare en socioloog Irving Goffman, dat er dan een leeg omhulsel overblijft, een toneelspeler zonder script. Locke ging zelfs zo ver in zijn theorie dat hij beweerde dat als iemand zich een handeling niet meer kan herinneren, hij er ook niet verantwoordelijk voor gehouden kan worden.

Apples

Nieuwe herinneringen
Appels eten is goed voor je geheugen, krijgt Aris (gespeeld door Aris Servetalis) te horen van een groenteboer. Ondanks dat hij dol op appels is, legt Aris de appels teleurgesteld terug. Hij wil zijn tragische verleden niet herinneren. De pandemie van geheugenverlies komt hem niet slecht uit. Waar deze pandemie vandaan komt en hoe dit technisch werkt, wordt niet uitgelegd maar dat is ook niet per se nodig. De kijker dient de wereld achter het centrale gegeven van de film zelf in te vullen.

Ook draait de film niet om het ontrafelen van het verleden van de hoofdpersoon, zoals dat wel centraal staat in Memento (2000). De filmmaker lijkt meer geïnteresseerd in de vraag hoe de slachtoffers nu verder moeten, hoe zij hun menselijkheid weer terug kunnen krijgen. Aris zit in een resocialisatieprogramma voor mensen die ten prooi zijn gevallen aan het virus. Zij moeten opnieuw leren om te kunnen functioneren in onze samenleving. Zij moeten opnieuw leren om gelukkig te zijn zelfs. De begeleiders van het resocialisatieprogramma proberen dit te stimuleren door de patiënten erop uit te sturen met verschillende opdrachten en activiteiten. Dansen, zwemmen en zelfs een onenightstand staan op het programma. De bedoeling is dat ze hun persona weer gaan invullen met nieuwe herinneringen.

Apples

Social media
Foto’s dienen daarbij als bewijs. Dit zorgt ervoor dat de patiënten plichtmatig ervaringen opzoeken die op papier (of beter gezegd op foto) een rijke levenservaring doen vermoeden. De realiteit is dat de patiënten statisch deze foto’s en ervaringen verzamelen omwille van het verzamelen. Een analogie met social media is dan al snel gelegd. Op Instagram en Facebook zien we dat mensen wanhopig verzamelingen van herinneringen delen in de hoop dat als het vaak genoeg bevestigd wordt, men zelf ook overtuigd raakt van het idee dat ze een rijk en gelukkig leven leiden. Voor de mensen die afhankelijk zijn van deze bevestiging was de pandemie een moeilijke tijd. Een tijd waarin amper in het oog springende herinneringen gemaakt konden worden, behalve dan de immer doorgaande herinnering aan de tijd zelf, de pandemie en de onthaasting.

Het idee van het resocialisatieprogramma is natuurlijk zo gek nog niet. Een diversiteit aan activiteiten en ervaringen is een belangrijk gegeven voor een gelukkig leven. Een uiterst geschikte film om te kijken gedurende de lockdown, ondanks de ironische werkelijkheid ervan, is Groundhog Day (1995). In een werkelijkheid waarin men gevangen zit in de inwisselbaarheid van dagen kan het streven om zoveel mogelijk uit je dag te halen, de geest weerbaarder maken. Maar zodra men dit louter doet door het frame van een lens wordt deze herinnering gegrepen door de vormgeving op social media en de beoordeling van anderen. Men verheft dan het imago van je digitale persona tot reclasseringsmedewerker. David Lynch zei ooit dat hij geen foto’s nam om herinneringen te bewaren. Hij achtte dergelijke foto’s futiel, omdat herinneringen altijd beter tot leven komen in gedachten dan in een statisch beeldfragment.

Er waren afgelopen jaar de nodige films die vergelijkbare onderwerpen behandelen. In de bijdrage van de twee grote Nederlandse filmmakers dit jaar, Benedetta van Paul Verhoeven en Nr.10 van Alex van Warmerdam, wordt slechts in de kanttekening van het verhaal verwezen naar een pandemie. In Apples is de pandemie het centrale fenomeen. Een andere film die thematisch de wegen van Apples kruist is The Father (2020). Een film over dementie en het verlies van realiteitsbesef. Waar The Father doordrongen is van emotie, is Apples eerder emotieloos. Het houdt de kijker op afstand. Dit hoeft niet erg te zijn als er op zijn minst voldoende interessante observaties worden gedaan vanaf de zijlijn. Uiteindelijk lijkt de film jammer genoeg niet echt verder te komen dan een aantal droge komische interacties.

Apples

Weird Greeks
Apples is de eerste speelfilm van de Griekse regisseur Christos Nikou. Eerder al werkte hij als assistent-regisseur samen aan Yorgos Lanthimos’ moderne klassieker Dogtooth (2009). Het is duidelijk dat Nikou veel inspiratie uit de werkwijze van Yorgos Lanthimos gehaald heeft. De abstracte menselijke interacties doen erg denken aan deze stijl, maar passen bovendien goed bij een verhaal van mensen zonder herinneringen. De droge vertelwijze wordt gecomplimenteerd met absurdistische humor die tekenend lijkt te zijn voor de Greek Weird Wave.

Naast dat alle films van Lanthimos gebruikmaken van deze benadering, is dit ook al terug te vinden in het werk van de vader van de Griekse film: Theo Angelopoulos en in andere moderne Griekse werken als Chevalier (2015). De mensen die verbeeld worden in deze stroming zijn apathisch en manoeuvreren krampachtig tussen de abstracte statuten van hun werelden. Werelden die met al hun vertoonde vreemdsoortigheden, innig reflecteren op de merkwaardige conventies van onze samenleving.

 

14 maart 2022

 

ALLE RECENSIES

Duke, The

***
recensie The Duke
Herinnert u zich die gekke vent nog?

door Paul Rübsaam

In The Duke geeft Jim Broadbent overtuigend gestalte aan de excentrieke Kempton Bunton, die in 1965 terechtstond voor de diefstal van het schilderij ‘Portrait of The Duke of Wellington’ van Francisco Goya. Toch weet de film van Roger Michell niet uit te stijgen boven het niveau van een aardige anekdote. 

Een oudere autodidactische intellectueel, gehuld in een lange regenjas, met een slappe vilten hoed op zijn hoofd en een pijp in zijn mond, die veel, héél veel praat. Niet zonder humor, maar met een vleugje bitterheid stelt hij voortdurend sociale misstanden aan de kaak, ten overstaan van iedereen die dat horen en niet horen wil.

The Duke

Zo’n type was Kempton Bunton (1904-1976), in ieder geval in de interpretatie van acteur Jim Broadbent in The Duke van de Britse regisseur Roger Michell (1956-2021). The Duke toont een werkloze chauffeur, die in 1961 het door de Britse staat voor honderdveertigduizend pond gekochte schilderij ´Portrait of The Duke of Wellington’ van de Spaanse schilder Francisco Goya gestolen zou hebben uit The National Gallery in Londen. 

Podium
In de flash forward van de openingsscène zien we Bunton voor het gerecht staan. Volgens de film was dat een paar maanden na de diefstal, in werkelijkheid vier jaar later. De rol van verdachte van een geruchtmakende kunstroof zou hem het podium kunnen verschaffen waar hij al zo lang naar snakt. In de arbeidersbuurt in Newcastle waar hij woont is hij al een bekende met zijn acties tegen het vragen van kijkgeld aan gepensioneerden en oorlogsveteranen voor televisie-uitzendingen van de BBC.

Bunton schreef toneelstukken, maar die vonden nooit een uitgever. Echter voor een publiek, dat de hele staat vertegenwoordigt, zou hij de show kunnen stelen en aandacht kunnen vragen voor zijn Robin Hood-achtige altruïsme. Want Bunton heeft het losgeld dat hij vroeg voor het ontvreemde schilderij, aangekocht met belastinggeld van de Britse burgerij, nooit voor zichzelf willen houden.

De Buntons
Zal het pleidooi van de verdachte zelf de jury overtuigen, of heeft zijn aanvankelijk zwijgzame advocaat Jeremy Hutchinson (Matthew Goode) ook nog argumenten ten gunste van zijn cliënt? Voor we daar achter komen, leren we meer over het dagelijks leven van Bunton in de tijd voorafgaand aan de kunstroof en de periode waarin hij samen met zijn zoon Jackie (Fionn Whitehead) het ontvreemde schilderij niet alleen voor de buitenwereld verborgen probeert te houden, maar ook voor zijn  ietwat knorrige vrouw Dorothy (Helen Mirren), die tegenwicht probeert te bieden aan haar idealistische, maar onverantwoord handelende echtgenoot.

Naast de nog thuiswonende Jackie hebben Kempton en Dorothy nog een oudere zoon: Kenny (Jack Bandeira). Hij woont in het volgens Dorothy sowieso al twijfelachtige Leeds, waar hij er eveneens twijfelachtige, al dan niet criminele activiteiten op nahoudt. Ook Kenny verschijnt nog regelmatig in zijn ouderlijk huis, soms in gezelschap van zijn niet al te sympathieke vriendin Pammy. Die laatste zou Kempton nog wel eens in de problemen kunnen brengen. De Buntons hadden ooit ook nog een dochter: Marian. Zij kwam dertien jaar eerder bij een verkeersongeluk om het leven.

The Duke

Glimlachje
Er zijn genoeg redenen te bedenken waarom The Duke op onze sympathie mag rekenen. De première is lang uitgesteld vanwege meerdere lockdowns; regisseur Roger Michell overleed in september zonder de vertoning van zijn laatste film in de bioscopen te hebben meegemaakt; de film heeft een plezierige, voor de vroege jaren zestig gepaste soundtrack (met onder andere ‘Walking back to Happiness’ van Helen Shapiro) en Broadbent en Mirren vormen een sterk protagonistenkoppel. Bovendien presenteert de film recentere (maar niet nieuwe) informatie, die de ongerijmdheid kan verklaren dat de tamelijk oude en zwaarlijvige Bunton zich destijds gebruikmakend van een ladder en een klein toiletraampje toegang zou hebben weten te verschaffen tot The National Gallery.

Maar Roger Michell, die bij zijn dood in september 2021vooral herdacht werd als de regisseur van het onvermijdelijke Notting Hill (1999) demonstreert toch te weinig behoefte om een spraakmakend nieuw licht op de oude geschiedenis van Bunton te werpen. Stonden politie en justitie met hun aanvankelijke veronderstelling dat een groep professionele criminelen verantwoordelijk was voor de inbraak destijds niet volledig voor gek? Had Bunton niet een punt met zijn opvatting over een rechtvaardigere besteding van belastinggelden? Vormden zijn familieomstandigheden niet eerder de ingrediënten voor een intens drama, in plaats van dat het allemaal zo grappig en lichtvoetig was?

Een dwingende keuze uit dat soort mogelijke invalshoeken, die redengevend zou kunnen zijn voor het hervertellen van het zevenenvijftig jaar oude verhaal, ontbreekt. Het gevolg is dat je na de aftiteling van The Duke als kijker slechts een obligaat glimlachje produceert en je aandacht al gauw weer richt op actueler en belangrijker lijkende zaken.

 

12 maart 2022

 

ALLE RECENSIES

Madres Paralelas

***
recensie Madres Paralelas
Baby’s en grootouders

door Cor Oliemeulen

Pedro Almodóvar weet als geen ander een melodramatisch plot stijlvol neer te zetten. In Madres Paralelas volgen we de ingewikkelde relatie tussen twee alleenstaande vrouwen die op dezelfde dag bevallen tegen de achtergrond van het Spaanse oorlogsverleden.

De zeventienjarige Ana (Milena Smit) en bijna veertiger Janis (Penélope Cruz in haar achtste Almodóvar-film) ontwikkelen een band nadat ze allebei hun eerste dochtertje hebben gebaard. De vaders zijn niet of nauwelijks in beeld, net als hun eigen verwekkers. Ana heeft nog wel contact met haar moeder, maar die kan niet voor haar en de baby zorgen omdat ze het druk heeft met haar doorbraak als theateractrice. Janis’ moeder stierf op haar zevenentwintigste aan een overdosis drugs, net als zangeres Janis Joplin, naar wie ze vernoemd is.

Madres Paralelas

Transformaties
Met zijn vertrouwde team van productie-designer Antxón Gómez, cinematograaf José Luis Alcaine en componist Alberto Iglesias trekt Pedro Almodóvar (Todo sobre mi madre, Hable con ella, Volver) moeiteloos zijn fascinatie voor sterke vrouwen door. Maar voor het zover is, dienen de dames wel traditioneel de nodige tegenslagen te overwinnen en een transformatie te ondergaan. In eerdere films gebeurde dat bijvoorbeeld als gevolg van een ongeluk, chirurgie of genderfluïditeit, in Madres Paralelas zetten enkele schokkende ontdekkingen de levens van moeders Ana en Janis ondersteboven.

Pedro Almodóvar zelf heeft ook een transformatie ondergaan. Het begin van zijn loopbaan valt samen met de transitie van Spanje van dictatuur naar democratie door de nieuwe Spaanse grondwet in 1978. Vooral jongeren wisten niet hoe snel ze moesten breken met alle onderdrukte sociale normen en regels. Zo ook Almodóvar, boegbeeld van de culturele beweging La Movida in Madrid die zich ongeremd stortte op hedonisme, homoseksualiteit, drugsgebruik en ondertussen openlijke kritiek uitte op de katholieke kerk. Het platte maakte geleidelijk plaats voor nuance.

Je kunt pas succesvol zijn door tegenslagen te overwinnen, toonde Almodóvar in zijn laatste speelfilm Dolor y gloria (2019) met zijn alter ego van twijfelende en aan chronische kwalen lijdende filmregisseur, vertolkt door Antonio Banderas. Een reflectie op zijn verleden biedt verlossing. Tijdens het maken van die succesvolle film realiseerde Almodóvar zich dat hij een dagje ouder wordt (inmiddels 72) en dat hij nog nooit het traumatische verleden van zijn vaderland in zijn films aan de orde had gesteld.

Madres Paralelas

Massagraven
Wat gedwongen, maar zonder dat het stoort, weet hij in Madres Paralelas twee totaal verschillende thema’s – de gecompliceerde relatie tussen twee moeders met hun baby’s en de verwerking van een oorlogstrauma – aan elkaar te koppelen. Tijdens de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) werden tegenstanders van de fascisten van generaal Franco geëxecuteerd en in massagraven gegooid. Na de 36 jaar durende dictatuur besloot men het verleden te begraven, maar sinds 2007 is er een wet (Ley de Memoria Histórica) die het openen van massagraven mogelijk maakt. Een voorwaarde is erkenning van de slachtoffers van politiek, religieus en ideologisch geweld aan beide zijden van de burgeroorlog en de dictatuur.

Almodóvar waagt zich nauwelijks aan de immer gevoelige sentimenten in de Spaanse samenleving en politiek. Eén korte scène is genoeg om de ogenschijnlijke nonchalance van de jongere generatie te schetsen, als Janis tegen Ana zegt: “Er zijn honderdduizenden vermist, begraven in sloten en naast kerkhoven. Hun kleinkinderen en achterkleinkinderen willen die graag opgraven om ze fatsoenlijk te begraven. Dat hebben ze hun moeders en oma’s beloofd. Zolang dat dat niet gebeurd is, is de oorlog niet voorbij. Jij bent jong, maar je moet weten aan welke kant jouw familie in de oorlog stond. Zodat jij kunt beslissen aan welke kant jij staat.”

 

7 maart 2022

 

Lees ook: Boek over Spaanse cinema

 

ALLE RECENSIES

Flee

*****
recensie Flee
Liefdevol eerbetoon aan stil migrantenkind

door Jochum de Graaf

Amin Nawabi ligt op de bank en sluit zijn ogen, hij ademt diep in en de stroom van lang vergeten herinneringen begint op gang te komen. Regisseur Jonas Poher Rasmussen heeft de camera in de aanslag, fungeert als zijn psychiater. Hij leerde Amin als middelbare scholier kennen, eerst als een jonge vluchteling uit een asielzoekerscentrum, later als een stil migrantenkind dat zijn best doet om zo weinig mogelijk opgemerkt te worden. Na tientallen jaren van hechte vriendschap legt Rasmussen het verhaal van Amin Nawabi vast.

De Deense animatie-documentaire Flee maakte op het afgelopen IDFA furore en is in maar liefst drie categorieën – beste animatie, beste documentaire en beste internationale film – voor een Oscar genomineerd.

Flee

De vlucht
In het begin van de film is Amin Nawabi (een pseudoniem) een jonge jongen die zorgeloos door de straten van het Kabul van de jaren tachtig danst, terwijl westerse popmuziek uit een roze koptelefoon op zijn oren knalt. Wat later zit hij in de achtertuin van zijn ouderlijk huis te luisteren naar verhalen over zijn vader, officier in het Afghaanse leger die gearresteerd wordt door de communistische regering en nooit meer zou worden teruggezien. Vervolgens herinnert hij zich de schok van het ontvluchten van het door oorlog verscheurde Afghanistan in 1989, wanneer het Sovjetleger de smadelijke aftocht geblazen heeft en plaats maken van de door de VS gefinancierde Mujahedeen.

Met zijn moeder en broers en zussen belandt Amin in Moskou waar ze met verlopen immigratiepapieren vast komen te zitten in het desolate post-Sovjet-Rusland, de tijd dodend met nagesynchroniseerde Mexicaanse telenovelas. De hoop is gevestigd op een broer die in Zweden woont en van zijn spaarzame inkomsten geld opzij moet leggen om zijn familieleden te laten overkomen.

Vanaf het begin weten we ook dat Amin veilig in Kopenhagen is aangekomen. Zijn jeugdherinneringen zijn verweven met scènes uit zijn volwassen leven. Hij staat op het punt om een ​​postdoc te worden in Princeton, en hij en zijn verloofde, Kasper, denken erover om een ​​huis te kopen.

Prachtige animatie
Van al die belevenissen zijn er geen of althans heel weinig beelden, en het verhaal van Amin is intrigerend genoeg voor een spannende documentaire waarin hij met commentaar van vrienden en familie zijn verhaal doet. Maar wat doe je als regisseur wanneer je hoofdpersoon alleen onder pseudoniem in beeld gebracht wil worden?

Rasmussen heeft dit opgelost met een briljante versie van een animatie-documentaire. De audiogedeelten van zijn interviews met Amin zijn omgezet in prachtig getekende sequenties, waarbij mensen zijn getekend in een variant op de Europese ‘klare lijn’, terwijl het vereenvoudigd realisme van de geschilderde achtergronden eerder aan Japanse anime doet denken. Met vintage journaalbeelden krijgen we het dagelijks leven in Kabul, Moskou en Kopenhagen te zien. Die afwisselende techniek werkt net zo meeslepend en suggestief als een ‘gewone’ live-actiefilm.

Flee

Het levensverhaal van Amin laat zien hoe de vluchtelingenindustrie werkt, de perverse wereld van de mensensmokkelaars, de exorbitante bedragen die betaald moeten worden, de kans op mislukking, de volgehouden leugens om de kans op een beter leven te vergroten. Tegelijkertijd zijn we getuige van zijn worsteling met homoseksualiteit in het aartsconservatieve Afghanistan en zijn latere emancipatie in de moderne Deense samenleving.

Humor en tederheid
Flee
heeft fijne momenten van humor en tederheid, zoals wanneer Amin Nawabi vertelt dat hij als jongen verliefd was op Jean-Claude “The Muscles from Brussels” Van Damme, die in geanimeerde flashback-vorm naar hem knipoogt vanaf de poster aan zijn slaapkamermuur in Kabul. Innemend hoe hij tijdens zijn eenzame en gevaarlijke vluchtavontuur een warme band met een oudere jongen opbouwt en hoe zijn familie uiteindelijk verrassend op zijn coming-out reageert.

Amins vluchtverhaal – hoe hij eerst naar Rusland gesmokkeld werd en vervolgens naar Denemarken, waar hij uiteindelijk alleen aankomt en als tiener in pleeggezinnen werd geplaatst – leidt tot een aantal onuitwisbare beelden: een mars door besneeuwde bossen belaagd door grenswachten, een hemeltergende scène van een boot vol hoopvolle vluchtelingen en een passerend cruiseschip.

Jonas Poher Rasmussen brengt een liefdevol en feilloos scherp eerbetoon aan zijn vriend Amin Nawabi, een dappere overlevende. De film mag met meerdere Oscars beloond worden.

 

2 maart 2021

 

ALLE RECENSIES

Petrov’s Flu

***
recensie Petrov’s Flu
De Petrovs hebben griep

door Jochum de Graaf

De Engelse titel Petrov’s Flu is enigszins misleidend want de hele familie Petrov – man, vrouw, zoon – is ziek. De Petrovs hebben griep (‘Petrovy v grippe’ in het Russisch) zou beter zijn. Hiermee wordt de metafoor voor Rusland, land in verval, nog wat nadrukkelijker aangedikt.

De nachtelijke koortsdroom van de Petrovs in het desolate Jekaterinenburg is prachtig uitgelicht maar is toch minder indringend dan Leto (Zomer) waarmee regisseur Kirill Serebrennikov drie jaar geleden in ons land doorbrak.

Serebrennikov, gekend Poetin-criticaster, kent uit eigen ervaring de absurditeit van het huidige Rusland. In 2017 werd hij gearresteerd op verdenking van verduistering van subsidiegeld, kreeg huisarrest, werd in 2020 veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een geldboete en mag sinds begin dit jaar het land niet meer verlaten.

Tijd van morele degeneratie
Zoals vaak in zijn films is de sfeer belangrijker dan de plot. Leto, over de driehoeksverhouding van Natalja Maoenenko, haar man Majk en Victor Tsoi, de rocksterren van de jaren tachtig, was een zinderende film over de verandering, glasnost, die in de lucht hing. Petrov’s Flu moet het daarbij afleggen.

Petrov (Semyon Serzin) zit in een overvolle trolleybus, rijdend door het deprimerende Jekaterinenburg. De ramen zijn beslagen, buiten is het kil en koud, hij hoest de longen uit zijn lijf, hij heeft griep. We zijn in de tijd van post-Sovjet-Rusland, tijd van morele degeneratie, economische verarming, de ongekende vrijheden waar de Russen zich geen raad mee weten, het land op de rand van een complete sociale ineenstorting.

Petrov moet een tirade van een medepassagier aanhoren over Gorbatsjov en Jeltsin die het land verkwanseld hebben en wordt dan opeens uit de bus gehaald, krijgt een kalasjnikov in de hand gedrukt en moet meedoen met het fusilleren van een stel chic geklede mensen.

Petrov’s vrouw organiseert een literair avondje op de bibliotheek waar ze werkt, en ineens wordt haar oogwit zwart en slaat ze met welgemikte karateklappen een vervelende indringer tot moes.

Petrov brengt zijn zieke zoontje naar een Nieuwjaarsfeestje waar Djed Moroz (Vadertje Vorst, een soort Russische Kerstman) optreedt en hij mag dansen met het Sneeuwmeisje, net als zijn vader zelf dat eind jaren tachtig deed.

Oogverblindende sequentie
We zien een aantal gruwelijke scènes, de moeder die haar zoon de keel doorsnijdt met een mes, een of andere onverlaat krijgt een revolver in zijn mond geduwd en mag zelf de trekker overhalen, een ander wordt met verstikking door een kussen omgebracht. Het blijken allemaal wrede, hallucinante dromen.

Daar tegenover staat een technisch oogverblindende sequentie, een ononderbroken opname van ongeveer achttien minuten van Petrov die een ontgoochelde, suïcidale schrijver volgt: van een kantoorgebouw naar een lift, naar beneden in een garage, in de sneeuw, in een appartement en terug de sneeuw in. We zien dronken ritjes in een versierde lijkwagen, waaruit op zeker moment het lijk ontsnapt, we zijn getuige van nog dronkener discussies over het bestaan van God.

Maar met een lang uitgesponnen verslag van het feest van Ded Moroz en zijn Sneeuwmeisje wordt de zwerftocht eindelijk vermoeiend en wordt de film minder dan de som van de vele delen.

 

24 februari 2021

 

ALLE RECENSIES

Belfast

***
recensie Belfast
Bitterzoete thuishaven

door Paul Rübsaam

Het semi-autobiografische Belfast van Kenneth Branagh verbeeldt de lotgevallen van de achtjarige Buddy in de Noord-Ierse hoofdstad anno 1969. Juist in Buddy’s buurt, waar kinderen op straat spelen en iedereen elkaar kent, breken grimmige conflicten uit tussen protestantse en katholieke bewoners.

Kleurrijke luchtopnames van de hedendaagse havenstad Belfast en met warm saxofoongeluid gelardeerde klanken van de stemmig optimistische song ‘Down to Joy’, die peetvader van de ‘Belfast Blues’ Van Morrison componeerde voor de film. Daarmee opent Belfast, wat de kijker meteen het gevoel bezorgt dat de plaats waar Morrison en regisseur en scriptschrijver Kenneth Branagh in respectievelijk 1945 en 1960 het levenslicht zagen ondanks alles een stad is om van te houden.

Belfast

We schakelen terug naar het verleden en naar zwart-wit. Aanvankelijk is er nog weinig reden om het positieve beeld van Belfast bij te stellen. We bevinden ons in augustus 1969 in de Tiger Bay-area, een schijnbaar gezellige arbeiderswijk in Belfast waar kinderen op straat spelen en de volwassenen die daar glimlachend tussendoor lopen ieder kind bij de naam kennen.

Home sweet home?
De achtjarige protagonist Buddy (Jude Hill) wordt door zijn moeder geroepen. ‘Gewapend’ als hij is  met een plastic zwaardje en een deksel van een vuilnisbak die als schild moet dienen, is het toch tijd om naar huis te komen. Buddy heeft aardige,  aantrekkelijke en zelfs danslustige ouders (Caitriona Balfe en Jamie Dornan) en een wat ingetogen, maar niet onsympathieke oudere broer (Lewis McAskie). Voorts twee lieve, inwonende, elkaar nog altijd beminnende grootouders (Judie Dench en Ciarán Hinds), van wie de grootvader, die graag met de deur open op een in een schuur geplaatst toilet zit, altijd luistert en raad weet.

Maar alleen maar idyllisch is het allemaal toch niet. Nog voor Buddy goed en wel thuis is, wordt hij op straat geconfronteerd met een radicale protestantse militie die met stokken, molotovcocktails en autobommen katholieke buurtbewoners uit hun huizen probeert te jagen. Het zijn de begindagen van ‘The Troubles’, oftewel het uiteindelijk dertig jaar slepende Noord-Ierse conflict. Het geweld in de Tiger Bay-area richt zich weliswaar niet rechtstreeks tegen Buddy en zijn familieleden, maar vormt voor hen toch een bedreiging. Ze belijden hun protestantse geloof namelijk weinig fanatiek en leven het liefst in vrede met hun katholieke buurtgenoten.

Wapenstilte 
Nadat een aantal katholieke families inderdaad hun huis hebben moeten verlaten, herstelt het leger de orde. Terwijl straten met prikkeldraadversperringen zijn afgezet om nieuwe geweldsuitbarstingen te voorkomen, pakt de familie van Buddy de draad weer op. Vader werkt in Londen in de bouw en is dus veel van huis.  Het liefst zou hij met zijn gezin naar Engeland verhuizen, of zelfs naar Sidney of Vancouver. In Belfast is het immers niet veilig meer. Ondertussen wordt hij ook nog eens onder druk gezet door de voorman van de protestantse militie om zich uit te spreken voor de protestantse zaak. Hij is toch geen lafaard?

Buddy zelf gaat weer naar school. Hij is verliefd op de katholieke Catherine, het beste meisje van de klas, dat om die reden helemaal vooraan mag zitten. Omdat Buddy letterlijk zo dicht mogelijk bij haar in de buurt wil komen, doet hij flink zijn best op zijn huiswerk. Al kijkt hij liever op de zwart-televisie naar westerns en zelfs naar de ietwat meisjesachtige musical en toenmalige bioscoophit Chitty Chitty Bang Bang (in kleur!) De mannen die in de zomer van 1969 op de maan landden, spreken eveneens tot zijn verbeelding.

Belfast

Geen fusie
Voor generatiegenoten van Buddy en van welke nationaliteit en geloofsovertuiging dan ook biedt Belfast aangenaam veel herkenningspunten. Gelukkig ook krijgt de op het eerste gezicht wat clichématige keuze om de terugblik naar het einde van de sixties in zwart-wit te verbeelden een speelse dimensie. Toneel- en bioscoopvoorstellingen zijn wél in kleur in dat tijdperk dat gedomineerd wordt door de zwart-wittelevisie, die bij Buddy thuis voortdurend aanstaat. De kleuren van een toneelvoorstelling zien we zelfs weerspiegeld in de brillenglazen van oma, die (uiteraard in zwart-wit) in de zaal zit.

Tel daar nog eens de soundtrack bij op, met legio sfeervolle nummers van Van Morrison (onder anderen ook ‘Bright Side of the Road’ en ‘And the Healing Has Begun’) en het even plechtige, als hypnotiserende ‘Do Not Forsake Me, Oh my Darling’ van Tex Ritter (titelsong van de western High Noon uit 1952), en het wordt moeilijk om het warme bad dat Belfast biedt af te slaan.    

Maar als je daar eenmaal in zit, gebeurt er in zekere zin te weinig. Het draait in de film te veel om nestwarmte en buurtromantiek versus narigheid en geweld, die als te gescheiden elementen in het verhaal maar geen fusie met elkaar aan lijken te kunnen gaan. Het gevolg is dat Branagh de valkuil van de sentimentaliteit gaandeweg steeds minder goed weet te omzeilen. Ook voor de spanning en plotontwikkeling heeft die te strikte tweedeling negatieve consequenties. Blijft de familie van Buddy in Belfast omdat ze het er zo fijn hebben, of gaan ze toch de zee over omdat ze het er zo rot hebben? Naar het antwoord dat we natuurlijk krijgen, ben je als kijker minder benieuwd dan de bedoeling zal zijn geweest.

 

20 februari 2021

 

ALLE RECENSIES

Alpinist, The

****
recensie The Alpinist
Bergbeklimmen zonder schijnwerpers

door Nanda Aris

De 23-jarige alpinist (een bergbeklimmer op rotsen, sneeuw en ijs) Marc-André Leclerc verlegt de grenzen van wat mogelijk lijkt binnen het bergbeklimmen en levert onvoorstelbare prestaties. Collega-klimmers hebben ontzag voor Leclerc. Ook Alex Honnold, hoofdpersoon van Free Solo (2018), steekt zijn bewondering voor ’this kid’ niet onder stoelen of banken. Leclerc is een publiciteitsschuwe einzelgänger en weinig bekend bij het grote publiek. Deze aangrijpende documentaire maakt daar een einde aan. 

Filmmakers Peter Mortimer (The Dawn Wall, 2017) en Nick Rosen, zelf ook klimmers, zien in Leclerc een soort van hedendaagse volksheld, die ver weg blijft van de roem die hij zou kunnen krijgen. Ver weg van social media, sponsors, merken, en bekendheid. Niks van dat alles is belangrijk voor Leclerc, zijn doel is ‘to have adventure, cruise around’. Maar dit doet zijn gedrevenheid geen eer aan, want hij heeft kennis van zaken, visie en toewijding.

The Alpinist

Het volgen van de Canadees blijkt nog geen makkelijke opgave voor Mortimer en Rosen. Want soloklimmen betekent voor Leclerc ook echt alleen klimmen. Hij is ongrijpbaar, Mortimer en Rosen hebben moeite om in contact te blijven met Leclerc, ook omdat hij geen telefoon heeft. Met een camera erbij is de ervaring van het soloklimmen voor Leclerc anders.

Beklimmingen
Hij stemt ermee in om de legendarische en moeilijke Mount Robson’s Emperor Face in Canada – waarvan hij de Infinite Patience-route als eerste solo trotseert – nogmaals te beklimmen, nu met camera. Leclerc oefent de route niet, heeft geen voorkennis, klimt vaak zonder veiligheidstouw, en heeft ook geen communicatiemiddel mee voor als het misgaat. ‘Je moet leren wat de berg je vertelt’, zegt Leclerc. ‘Je kunt controleren wat je zelf doet, maar niet wat de berg doet’. Juist dat maakt klimmen zo interessant voor hem. En ook dat is wat hem drijft om solo te klimmen, en niet de gebruikelijke roem en glorie.

Al op jonge leeftijd is hij geïnteresseerd in bergbeklimmen en leest hij boeken over klimmers en expedities. Juist dit gegeven maakt dat hij instemt met het maken van de film over hemzelf, hij hoopt er anderen mee te inspireren om dromen te volgen. ‘Als die mensen hun verhaal niet hadden verteld, hoe zou ik dan ooit van deze activiteit afweten? Dus waarom zou je het niet delen als het sommige mensen misschien helpt om buiten dat kleine hokje geïnspireerd te raken en de droom levend te houden?’

Soms klimt hij met zijn vriendin Brette Harrington, maar vaak trekt hij ook zijn eigen plan, klimmen geeft de ADHD hebbende Leclerc ‘clarity, calmness and control’. En de prachtige beelden van betoverende besneeuwde bergen tonen dat ook; we zien Leclerc van bovenaf, en kijken de oneindige afgrond in. Het is stil, we horen alleen het geschraap van de pikhouwelen, en de adem van Leclerc. Rustig en kalm, zonder angst, bijzonder comfortabel ogend – niet als iemand die zijn leven waagt – klimt hij aan een dun stuk ijs omhoog. Zijn handen langzaam en precies bewegend, iets dat hij geleerd zou hebben vanuit zijn jeugd, vanwege onhandigheid in zijn handen, en een onduidelijk handschrift.

The Alpinist

Gewaagd
Leclercs beklimmingen worden steeds gewaagder, andere klimmers vragen zich af of hij voorzichtig genoeg is, en doorheeft wat ie doet. Hij besluit naar Patagonië af te reizen, om daar Torre Egger te beklimmen. Dat hij wel degelijk weet wat voor gevaren het klimmen met zich meebrengt – soloklimmen is het meest dodelijk – blijkt als hij de avond voor de beklimming van Torre Egger gevraagd wordt naar een speciaal dieet. Dat heeft hij niet, maar hij eet bewust, alsof het zijn laatste maal is.

Er zijn maar weinig alpinisten zo goed op zo’n jonge leeftijd. Rosen: ‘Vaak zijn de beste alpinisten in de veertig omdat het lang duurt om de vereiste kwaliteiten en kennis te beheersen.’ Echter Leclerc is een ijzersterke klimmer. Bovendien weet hij het weer en de sneeuwcondities te lezen, kent hij zijn materiaal en heeft hij de juiste mindset voor het beoefenen van deze sport. The Alpinist is luchtig en comfortabel in het begin, intrigeert vooral in het tweede deel en eindigt krachtig.

 

18 februari 2022

 

ALLE RECENSIES

Last Ride of the Wolves, The

****
recensie The Last Ride of the Wolves
Een crimineel op leeftijd… en zijn zoon

door Bob van der Sterre

Een misdaadfilm die je aan de tv-serie Taxi doet denken – en toch slaagt? Gelukkig maar dat genres nog steeds ruimte bieden aan vernieuwing. In het geval van The Last Ride of the Wolves zit de vernieuwing in het autobiografische verhaal.

Pasquale is een crimineel op leeftijd. Hij komt uit het zuiden van Italië en woont en werkt in het noorden. Dat werken is klussen in de misdaad. Hij heeft jarenlang ervaring, maar is geen type maffioso. Meer een zelfstandige beroepscrimineel.

Hij wil nog een keer een grote klapper maken. Daarvoor moet hij samenwerken met ‘De Wolven’. Twee broers die een dagelijks leven leiden als kermisexploitanten maar zijn ook niet bang om af en toe iemand te ontvoeren.

The Last Ride of the Wolves

Pasquale regelt dus van alles. Hij regelt een magazijn, coördineert de misdaad, gaat een woekerlening aan. Dat doet hij bij een kerel die stil zit in een stoel en niet veel zegt.

Ze moeten wachten tot het moment van de kraak daar is. Pasquale rijdt daarom rond met zijn zoon, de Italiaans sprekende Nederlander Alberto. We luisteren tijdens die ritten naar Pasquales monologen in de auto – soms doorspekt met herinneringen aan zijn leven.

Nietsdoen
The Last Ride of the Wolves
is een ander type misdaadfilm dan je gewend bent. Het is een rustige, onderhoudende en realistische film. Volgens mij wordt er geen schot gelost. Je kijkt naar de voorbereiding van een kraak alsof het een documentaire is. Er is veel saaiheid, wachten, nietsdoen. Dat komt ook door de stijl van de cameravoering, die stiekem mee lijkt te kijken.

Door het rondrijden doet de film af en toe denken aan films als Collateral of Wheeler, maar ook het tv-programma Taxi en latere varianten. Het is wel aardig hoe Alberto de Michele rondom die bron van filmen een verhaal bedacht heeft. Ik heb wel eens wat losse scènes gezien maar nooit eerder een hele film op die manier. En toch is in de Tiger Competition straks op IFFR een nóg extremer voorbeeld te zien: The Plains.

De film wordt na een wat moeizaam begin steeds beter, inclusief plot. En dat is geen toeval. Iedereen speelt zichzelf. Pasquale speelt Alberto’s vader en is ook zijn vader: Pasquale de Michele vs. Alberto de Michele. Alberto de Michele regisseerde dus zijn eigen vader. En zichzelf als zoon. En dat niet alleen: zijn vader was ook een beroepscrimineel en ooit van plan om een ‘laatste kraak’ te doen. En ook ‘de wolven’ spelen zichzelf.

In een interview met de Volkskrant, lichtte de regisseur het verhaal toe: “Dat echte plan mislukte. Vanwege een detail, iets stoms. Mijn vader sprak erover met mij. En ik dacht: misschien kan ik het medium film gebruiken om de roof toch door te laten gaan. Het leek me ook interessant om de valse romantiek die je zo vaak in films en series ziet eraf te halen. Mensen denken dat misdaad spannend is. De roof op zich, ja die is hartstikke spannend, dat is pure adrenaline. Maar de voorbereiding is eigenlijk erg saai. Die traagheid wilde ik in deze film vangen.”

The Last Ride of the Wolves

Voorgeschiedenis
Alberto de Michele studeerde kunst en misdaad komt telkens weer terug als thema. Hij maakte in 2010 al een korte film over dit onderwerp: I lupi. “Ik ben opgegroeid in die wereld, maar wat het precies is wat me zo aantrekt weet ik niet. Voor mijn gevoel kom ik er steeds dichterbij, in mijn kunst.”

In feite gaat de film ook over zijn jeugd, legt hij in het interview uit: “Mijn vader bleef niet thuis voor mij. Hij nam me overal mee naartoe, naar paardenraces, bordelen, illegale casino’s. Net als in de film. Als kind kon ik niet wachten tot de zomer weer begon.”

Het is een boeiende voorgeschiedenis die de film veel echter maakt dan menig andere film. Wel jammer dat de film wat kansen laat liggen om cinematografisch wat sterker voor de dag te komen. Wat meer flair had de film goed gedaan. De ingrediënten zijn er: de muziek is fantastisch, de titels zijn mooi, het acteerwerk is degelijk. Maar het is allemaal vrij ingetogen, vermoedelijk om het realisme niet te veel in de weg te zitten.

Dat kan een volgende keer nog komen. Wie weet wat voor jeugdinspiratie Alberto de Michele hierna nog omzet in film? Want er zit meer misdaadgevoel in deze film dan in de meeste misdaadfilms en -series.

 

11 februari 2022

 

Nu te zien in de filmtheaters en online op Picl.

 

ALLE RECENSIES