Zie mij doen

****

recensie Zie mij doen

Gehandicapten en hun gevoelens

door Nanda Aris

In deze documentaire van Klara van Es volgen we mensen met een beperking, verstandelijk en vaak ook fysiek. Gehandicapten worden tegenwoordig nog steeds meewarig bekeken, maar de maakster toont dat zij een eigen leven hebben: met verlangens, gewoonten en gedachten. 

Door het volgen van Jessica, Mathias, Dominique, Nadine, Quan, Sam en Sofie, krijgen we als kijker een genuanceerde inkijk in het leven van deze mensen met een beperking. 

Zie mij doen

Met haar derde documentaire Zie mij doen won Van Es de juryprijs op het filmfestival Docville in Leuven. Haar eerste film, Verdwaald in het geheugenpaleis (2010), over drie vrouwen in een verzorgingstehuis met beginnende alzheimer, groeide uit tot de meest bekeken Vlaamse documentaire. Haar tweede documentaire, Carnotstraat 17: huis van aankomst (2015), vertelt het verhaal van een voormalig filmtheater dat nu in gebruik is als migrantenkerk. 

Vrijwilliger
Klara van Es werkte drie jaar als vrijwilliger in Monnikenheide, een zorgcentrum voor mensen met een verstandelijke en fysieke beperking. In haar laatste jaar als vrijwilliger begon ze met filmen, waardoor de hoofdrolspelers van de film bekend met haar waren, en andersom. Van Es had het idee een genuanceerd beeld te geven: geen zielig beeld van mensen met een beperking, geen onbegrijpende boze buitenwereld. Het gebruik van zwart-wit zette dit idee kracht bij, en zorgt voor een zachte en observerende blik.

Gevoelens
Nadine heeft het syndroom van Down, en krijgt last van dementie. Sofie kan niet zoveel, maar kan wel duidelijk laten merken of ze iets leuk vindt of niet. In de openingsscène wordt het haar van Sofie haar geknipt en kijkt Nadine aandachtig toe. “Nee Sofie, geen pijn”, zegt Nadine tegen Sophie, die het knippen niet erg leuk lijkt te vinden. De close-ups laten ons voelen wat zij voelen, en de rust in het filmen geeft rust in onze observatie.

De begeleider in het zorgcentrum praat met de bewoners over gevoelens: wat maakt hen boos of bedroefd. Quan, een jongen in een rolstoel met Chinese roots, zou graag met kerst teruggaan naar China en de feestdagen doorbrengen met zijn familie. Het maakt hem boos en bedroefd dat hij daar niet bij kan zijn.

Zie mij doen

Met Jessica praat een andere begeleidster over hoe mensen naar haar kijken. Even kijken of blijven staren, dat is een verschil. “Als ze blijven kijken, kijk ik meestal zo terug: ‘heb je mij gezien?’” 

Dansen
Er wordt ook gedanst in het zorgcentrum, op muziek van Sam. Sam heeft ook het syndroom van Down en de passie waarmee hij plaatjes draait is prachtig. Hij schakelt moeiteloos van een dansbare beat naar Clouseau, onze blik volgt zijn vingers die de knoppen bedienen. De muziek is zijn uitlaatklep, van André Rieu wordt hij kalm; in het nummer ‘Omdat ik van je hou’ zitten al zijn gevoelens, en door het nummer ‘Samen voor altijd’ van Marco Borsato kan hij een punt achter zich zetten, het verleden achter zich laten.

Door de nadruk op de verschillende gevoelens te leggen, zijn de bewoners van het zorgcentrum geen bekijks, maar mensen zoals jij en ik.
 

7 oktober 2018

 
MEER RECENSIES

Todos lo saben

***

recensie Todos lo saben

Een smalle horizon, maar een canvas vol intrige

door Yordan Coban

De films van Asghar Farhadi zijn drama’s maar kennen net als het werk van Michael Haneke altijd een element van mysterie. Voor elk personage, hoe schofterig dan ook, weet de Iraanse regisseur begrip te wekken. Ieders perspectief krijgt kleur en met elke wending in het verhaal kleurt Farhadi een canvas vol intrige.

We zagen in Le Passé (2013) Asghar Farhadi al in het Frans, maar met Todo lo saben (Engelse titel Everybody Knows) laat hij nogmaals zien dat de taal (ditmaal Spaans) van zijn films niet uitmaakt. Farhadi’s karakters en verhalen doorgronden namelijk een universele menselijkheid. Geen andere regisseur kan zijn personages zo laten voelen.

Todos lo saben

Ontvoering
De film begint met een familiereünie, met een bruiloft als directe aanleiding. Als Irene (Carla Campa), de dochter van Laura (Penélope Cruz) en Alejandro (Ricardo Darin), ontvoerd wordt, zijn de festiviteiten abrupt klaar. De familie is vermogend en er wordt een flinke som geld verlangd. Familievriend en ex-man Paco (Javier Bardem) loopt voorop in de zoektocht naar Irene maar wordt geconfronteerd met geheimen uit het verleden.

De opbloeiende spanningen tussen Paco en Laura houden de interacties tussen de twee ex-geliefden interessant tot het einde. Bardem en Cruz spelen niet voor het eerst met elkaar. Het getrouwde koppel deelt ook op het witte doek chemie. Samen met Darin beschikt Farhadi misschien wel over de drie beste Spaanstalige acteurs van dit moment. Dat komt goed uit, want al zijn films herbergen sterke karakters.

Sober realisme
Asghar Farhadi maakt sobere realistische films. Zijn stijl is te vergelijken met die van Michael Haneke en Andrey Zvyagintsev. Deze drie filmmakers maken gebruik van dezelfde formule: rustige levens die opeens opgeschud worden met een ingrijpende gebeurtenis die vaak te maken heeft met oud leed. Echter bij Farhadi draait het niet per se om de schok van de gebeurtenis maar vooral om de impact op de personages daarna. Vaak laat de regisseur de twist buiten beeld en dient de kijker het verhaal met de eigen verbeelding in te vullen. Farhadi kan het beste omgaan met de emotionele impact van een aangrijpende gebeurtenis. Hij is beter in staat om het verdriet van een verscheurd leven te tonen dan Haneke en Zvyagintsev. Zijn scripts gaan minder over de duistere en cynische aard van het leven maar meer over het in liefde verweven verdriet dat inherent daaraan verbonden is.

Todos lo saben

Perspectief
Onderwerpen als de stugheid van religie, diep verborgen familiegeheimen en de tragiek van doodbloedende relaties keren terug in deze film. Het verhaal kent de meeste raakvlakken met zijn eerdere film About Elly (2009). Beide films gaan over een vermissing. Alleen draait het ditmaal om de ontvoering van een kind. De paniek van de vermissing in About Elly is overweldigend en krachtig maar in Todos lo saben wat tam.

Hetzelfde geldt voor de ontknoping. About Elly heeft iets te vertellen over onze verwachtingen in het algemeen. Todos lo saben doet dat niet. Het verhaal blijft bij het perspectief van de personages. Hele sterke personages, maar niet zo speciaal als in About Elly en A Seperation (2011): een groter perspectief. Het werkt weliswaar ook binnen een smalle horizon, want ook daar vertelt Farhadi het verhaal op een manier zoals alleen hij dat kan. Todos lo saben is goed, maar niet bijzonder goed.
 

1 oktober 2018

 
Lees ook: Boek over Spaanse cinema

MEER RECENSIES

Sprekend Nederland

***

recensie Sprekend Nederland

Zoektocht naar verbondenheid

door Ries Jacobs

Regisseur John Appel laat aan de hand van toespraken op verschillende bijeenkomsten een cultureel verdeeld Nederland zien. Ons land moet nog steeds wennen aan het multiculturalisme, wat meer dan eens leidt tot ferme taal. “Gebeurt er iets ergs, dan oprotten met die gasten.”

Gemakkelijk maakt Appel het zich niet. In Sprekend Nederland toont hij een allegaartje van toespraken. De camera registreert een uitvaart, de verjaardag van de koning en demonstraties van allerlei pluimage. In een documentaire die bestaat uit meerdere toespraken in een setting die steeds wijzigt, is het moeilijk om een duidelijke verhaallijn aan te brengen. Het publiek haakt dan gemakkelijk af. Wellicht heeft Appel daarom gekozen voor een korte film, opgebouwd uit snel gemonteerde scènes. Razendsnel verplaatst de camera zich van Amsterdam naar Zuid-Limburg en van een doopceremonie naar een feest van een beleggingsclub.

Sprekend Nederland

André Hazes
Appel maakt al sinds 1987 films. In dat jaar studeerde hij af aan de Filmacademie met de film Radio Daniëlle, een portret van een lokale radiopiraat. De documentaire werd uitgeroepen tot beste eindexamenfilm van dat jaar. Ook zijn bekendste film, André Hazes – Zij gelooft in mij (1999), ontving meerdere onderscheidingen.

In 2003 maakte Appel een soortgelijke documentaire met dezelfde titel. Toen verwerkte hij dronken corpsballen, een jonge prinses Máxima en de overwinningsspeech van Balkenende in zijn film. Appel was niet helemaal tevreden met het resultaat. Het geheel miste een duidelijke structuur, het had geen begin en geen eind.

In 2018 is dit hem wel gelukt. Een toespraak tijdens een naturalisatieceremonie vormt het door Appel bewust gekozen begin van Sprekend Nederland. De ambtenaar vraagt de aanstaande Nederlanders om de wet en alle mensen in ons land te respecteren. Vervolgens toont de film toespraken die lang niet altijd getuigen van respect voor anderen, maar ook mensen die de kloof tussen de verschillende Nederlanders juist willen dichten.

Sprekend Nederland

Hoger doel
Appel zegt tijdens de voorbereiding van zijn films vooral aan “emotionele research” te doen. Hiermee bedoelt hij dat mensen en hun kwetsbaarheid belangrijker zijn dan feiten. Een prachtig resultaat hiervan is een toespraak van het enkele dagen eerder afgetuigde homostel Jasper en Ronnie.

De deelnemers aan een demonstratie van de PVV zijn op hun manier net zo kwetsbaar. Een man die een pet van Roda JC draagt, spreekt Geert Wilders lovend toe. Deze man zal in dezelfde periode ongetwijfeld, in het stadion of voor de televisie, Mohamed El Makrini en Adil Auassar toegejuicht hebben. Beiden speelden toen bij Roda JC en beiden zijn Nederlands met een Marokkaanse achtergrond. Is deze man een racist of is hij eerder een gelegenheidsracist die opgaat in dit samenzijn van de PVV om een gevoel van saamhorigheid te ervaren?

In bijna iedere scène zie je deze hang naar verbondenheid terug. Mensen zoeken naar iets dat verder gaat dan gezellig bijeen zijn, iets dat ze vinden bij een religieuze bijeenkomst, in maatschappelijk idealisme of tijdens het vormgeven van een ander gezamenlijk doel. Sprekend Nederland is geen film over culturele verdeeldheid, het is een film over mensen die proberen hun leven zin te geven door zich samen in de zetten voor een hoger doel. Dit maakt de film een mooi en hoopvol portret van onze samenleving. We zijn het niet altijd met elkaar eens, we zijn soms niet respectvol naar de ander toe, maar we doen wel ons best om van ons land iets moois te maken.

 

30 september 2018

 
MEER RECENSIES

Stalker

Stalker: Transcendente filmkunst

door Ralph Evers

Janus Films brengt dit najaar de gerestaureerde versie van Stalker uit. Eén van de meest essentiële films ooit gemaakt. Een mooi moment voor een persoonlijke beschouwing. 

De zomer is voorbij
alsof er nooit een zomer is geweest.
Het is aangenaam in de zon.
Maar dat is niet genoeg.

Al wat er kon zijn
werd als een vijfvingerig blad
direct in mijn hand gelegd.
Maar dat is niet genoeg.

Vergeefs ging goed
noch kwaad voorbij.
Alles had een heldere gloed.
Maar dat is niet genoeg.

Het leven nam me onder zijn vleugels,
beschermde me, redde me,
ik had werkelijk geluk.
Maar dat is niet genoeg.

De bladeren zijn niet verbrand,
de takken niet gebroken.
De dag is als schoongespoeld glas.
Maar dat is niet genoeg.

Bovenstaand gedicht is van de vader van Andrei Tarkovsky, Arseni Tarkovsky en komt uit diens bundel Vestnik. Het wordt in de film voorgelezen door de Stalker en verwoordt het religieuze kernthema dat in Stalker (1979) wordt aangeraakt. Met onze woorden en profane verlangens zullen we nooit gedijen in overvloed, maar altijd ervaren een tekort te hebben. Wij mensen zijn gestraft door die vervelende goden, zo lezen we al in de Griekse mythologie en de moderne mens komt er niet veel beter van af.

Stalker

Stalker vertelt het verhaal van een kamer in een verboden Zone, waar ooit buitenaardsen zijn geweest. In deze kamer worden je diepste verlangens vervuld. Een schrijver en een professor zijn bereid de gevaarlijke en mysterieuze tocht met de Stalker (iemand die de nukken en gevaren van het gebied kent) aan te gaan. De schrijver worstelt met een writer’s block, de professor wil de Zone onderzoeken. Stalker waarschuwt ze voor de lichtvoetigheid van de mens. De Zone reageert op de innerlijke staat van de mensen die haar bezoeken. De vroegere leermeester van de Stalker, ‘t Stekelvarken genaamd, kwam eens terug van een tocht onvoorstelbaar rijk. Een week later verhing hij zichzelf.

Spirituele reis
Het is niet moeilijk om de religieuze thema’s in Stalker te ontdekken. Er gaan drie mannen – een schrijver, een professor, en een gids (een drie-eenheid) – op pad in een onvoorspelbare plek, die in staat is je diepste verlangens te vervullen. Dit raakt aan een van onze meest existentiële behoeftes: vervulling, overgave, verlossing. Een thema dat in alle wereldreligies, maar ook in levensbeschouwelijke, mystieke en wijsheidstradities voorkomt. Telkens weer ligt de rijkdom niet in het materiële en het is maar de vraag of het in het spirituele ligt. Voor de hand liggender dient de zoeker vanuit een eigen vrijheid op zoek te gaan, een leap of faith te ondernemen. Tegen de achtergrond van het Rusland van eind jaren zeventig is deze film daarvan een bewijs.

De reis van de drie-eenheid verloopt in cirkels. De waarheid kent geen rechte weg. Wanneer de schrijver zo vermetel is de gevaren te trotseren en rechtstreeks op de kamer afloopt, bevindt hij zich even later toch weer op zijn beginpunt. De weg naar verlossing is niet af te dwingen. Die circulariteit vinden we geculmineerd in het bovenstaande gedicht dat de Stalker tegen het einde van de film voordraagt. Een zoekende mens, die verlossing in de uiterlijkheden zoekt en nimmer voldoende heeft. In het gnostische christendom komen we de volgende spreuk van Jezus tegen in Logion 3 van het evangelie van Thomas:

Jezus zei:
Als jullie profeten zeggen:
Zie, het koninkrijk is in de hemel,
dan zullen vogels je voorgaan.
Wanneer zij zeggen, het is in de zee,
dan zullen vissen jullie voorgaan.
Maar het koninkrijk is in je hart én in je oog.
Als je jezelf kent, dan zul je ook gekend worden.

De professor merkt naar de schrijver op dat Stalker-zijn een roeping is. Hij bezit een andere wijsheid dan de schrijver en de professor.

Stalker

Nu kennen al Tarkovsky’s films een diep spirituele inslag. Elke film kent shots van de natuur, weilanden, water, wuivend riet, bossen, vaak gepaard gaand met littekens van menselijke aanwezigheid. Gefilmd op een contemplatieve, verstilde wijze, die twee bewegingen maakt. Die tussen het getoonde en de kijker en die tussen het geziene en ervarene, wat direct is. Het is alsof zijn films adempauzes inlassen om ons zijn films te laten bewonen (zoals Yasujiro Ozu de thee laat koken in Tokyo Story).

Picknick naast de weg
Hiermee staat de film tamelijk haaks op het boek, Roadside Picnic, waarop de film is gebaseerd. Dat boek beschrijft vooral de sociale relaties tussen de verschillende Stalkers en hun lastige positie. De sciencefiction, het feit dat er buitenaards bezoek is geweest, speelt tegen de achtergrond. Het boek is geschreven vanuit een perspectief dat buitenaards bezoek een voldongen feit is geweest. Ze zijn er niet meer, of althans, dat is de aanname van de personages in het boek. Het bezoek van het buitenaards leven wordt voorgesteld als een picknick naast de weg. Wat ze achterlieten qua rommel is in de Zone achtergelaten. Het is aan de mens om uit te vogelen wat hij exact inhoudt, om als zodanig een sprong in onze vooruitgang te kunnen maken. Die vooruitgang, zo spiegelt Tarkovsky ons voor, zullen we in onszelf moeten maken en niet zozeer in de technologie. Kunnen we vrede hebben met de gemankeerdheid van ons mens-zijn? Met onze tekorten?

Op die prangende vraag heeft de professor aan het eind van de film een vrij rigoureus antwoord. De reis eindigt bij het begin en de kijker is een diepe ervaring rijker. De vraag die nog kan blijven hangen, is of een van de personages nu wel of niet die ruimte is binnengegaan. De oplettende kijker zou het verrassende antwoord kunnen opvallen. Mij werd het duidelijk na een hint en nog een kijkbeurt, wat alles behalve een straf is. Zoals de biografie van Tarkovsky Sculpting in Time heet, zo speelt Tarkovsky als geen ander met tijd. Shots van vier minuten zijn geen uitzondering en worden als een tijdloosheid ervaren, mede door de briljante muzikale ondersteuning van Eduard Artemyev.

 

28 september 2018

 
 

MEER ESSAYS

Simple Favor, A

***

recensie A Simple Favor 

Erotiek en ironie in gelijke delen

door Alfred Bos

Paul Feig regisseert bij voorkeur vrouwen en zijn verfilming van de thriller A Simple Favor mengt eigentijdse noir met humor. Dankzij een fantastische soundtrack vol Franse pop blijft het genietbaar.

A Simple Favor is een thriller voor deze tijden van sociale media en #metoo. De jonge weduwe Stephanie Smothers (Anna Kendrick) probeert een online-ster te worden via haar webvlog over koken. Ze is hyperactief en een beetje nerdy, goedgelovig maar niet dom. De reallife-ster in haar leven is Emily Nelson (Blake Lively), een dandy met dorst die zich verveelt in haar huwelijk met een ooit veelbelovende Engelse auteur, Sean Townsend (Henry Golding). Wie is die vrouw die van ennui een kunstvorm heeft gemaakt? Een in gin gedrenkt genie of een bitch met borderline?

A Simple Favor

Wat is het stoutste wat je ooit gedaan hebt, wil Emily van Stephanie weten wanneer ze in Emily’s modernistische villa, met een David Hockney aan de muur, aan de martini’s zitten. Stephanie, een tikje tipsy, giechelt na uitdagend aandringen haar geheim. Ze zijn immer vriendinnen, nu Stephanie regelmatig op Emily’s zoontje Nicky past. Dan is Emily opeens verdwenen en Stephanie start via haar kookvlog een eigen onderzoek. Waar is Emily? Wat is er gebeurd?

Serge Gainsbourg
Het ligt voor de hand om Pink Floyds See Emily Play als titelmuziek te gebruiken – want Emily speelt, met Stephanie en de waarheid – maar regisseur Paul Feig (Spy, Nurse Jackie) heeft ervoor gekozen om zijn puzzelthriller, naar de gelijknamige debuutroman van Darcey Bell, te begeleiden met een geluidsband vol Franse pop uit de school van Serge Gainsbourg. Dat wil zeggen, erotiek en ironie in gelijke delen, goed geschud en afgemaakt met een toefje humor. Het is de knipoog die de film uit tilt boven het niveau van de eigentijdse paranoiathriller met verknipte vrouwen, op elkaar gestapeld verraad en surrealistische plotwendingen. Gone Girl dus, maar dan wél geslaagd.

Het thema van de verborgen motieven spiegelt zich in de beide vrouwelijke hoofdpersonages, die gaandeweg het filmverhaal meer gelaagd worden. Stephanie ontwikkelt zich van overgeorganiseerde giebelmuis tot kordate wreker en de emotionele staat van Emily wordt met elke plotwending meer verklaarbaar. Het is een van de redenen dat de film, ondanks zijn weinig sympathieke personages en gezochte verrassingen, de aandacht weet vast te houden. De humor helpt ook. De film speelt een spelletje – met de kijker, met zichzelf – en de regisseur weet het. A Simple Favor draait om mensen die zich overbewust zijn van zichzelf, heel modern.

A Simple Favor

Rolverwisseling
Zonder al teveel te verklappen: A Simple Favor draait om geheime familierelaties. Wanneer in de slotakte de verrassingen als overrijp fruit uit de lucht vallen en de film van de rails dreigt te lopen, worden de eindjes via Stephanie’s vlog aan elkaar geknoopt en privacy-issues rond digitale media terloops in het verhaal verwerkt. Het thema van de rolverwisseling vindt zijn weerslag in de finale, iedereen maakt carrière over de rug van een ander.

A Simple Favor is een film over vrouwen, maar geen vrouwenfilm. De mannen zijn of afwezig of overspelige eikels. Richard Friend maakt van modeontwerper Rupert Nylon (what’s in a name?) een kluchtige relnicht, een man die zich kleedt als een vrouw; zoals Emily een vrouw is die zich in uitbundige herenkostuums (ont)hult. Omgedraaide rollen, misbruik, onsympathieke personages en gekunstelde verwikkelingen—A Simple Favor is helemaal een film van nu, een Double Indemnity voor deze tijd.

Tip: blijf tijdens de aftiteling vooral zitten, want die wordt begeleid door de grootste verrassing van de film: de briljante cover door No Small Children van Laisse Tomber Les Filles, de hit die Serge Gainsbourg in 1964 schreef voor France Gall.
 

26 september 2018

 
MEER RECENSIES

House With A Clock In Its Walls, The

***

recensie The House With A Clock In Its Walls

Doorsnee avontuur met durf

door Sjoerd van Wijk

Met gedurfde elementen biedt The House With A Clock In Its Walls meer dan een doorsnee familieavontuur. Toveren is hier meer dan verwondering, het is ook een beetje eng. Maar de aimabele personages zitten toch vast aan een standaardstramien in deze spookhuisattractie.

Lewis (Owen Vaccaro) trekt in bij zijn vreemde oom Jonathan (Jack Black) omdat zijn ouders zijn overleden. Jonathans huis is zo mogelijk nog vreemder, want er schuilen mysterieuze magische krachten in elke hoek. Al snel hoort Lewis een grote klok tikken in de muren. Geheimzinnige buurvrouw Zimmerman (Cate Blanchett) is ook vaak over de vloer. De twee volwassenen lijken op zoek te zijn naar de plek van deze klok, want er zijn duistere krachten met snode plannen in het spel. Uiteraard weten ze hun activiteiten niet lang voor Lewis te verbergen en wordt hij meegenomen in de wereld van magie. Samen proberen de drie de duistere krachten van de oude eigenaar Isaac Izard (Kyle MacLachlan) te stoppen. Ondertussen moet Lewis zich aanpassen aan de nieuwe school en leren omgaan met zijn verlies. 

The House With A Clock In Its Walls

Elegante betovering
Het mysterieuze huis vormt een statig decor voor de goedgebekte personages. Ondanks dat de acteurs niet uitblinken in hun spel, zijn ze allen perfect geschikt voor hun rol. Owen Vaccaro is veelbelovend als het ingetogen jongetje met onverwachte kracht. Samen met Jack Black in zijn welbekende typetje als goedgemutste excentriekeling vormt hij het hart van de film. Blanchett als strenge dame met air van mysterie en MacLachlan als innemend kwaad genie completeren het ensemble. Ze brengen de magie tot leven.

Dit is mede dankzij de elegantie waarmee het huis een eigen personage lijkt te vormen. Het zit vol merkwaardigheden, al dan niet in leven, zoals een zich als hond gedragende stoel of een glas-in-loodraam dat continu iets anders toont. Alles in een warme zweem van een lang vervlogen jaren vijftig die er nooit waren, door de toevoeging van soms subtiel anachronistisch aandoende curiosa. Zo wordt bijvoorbeeld de muffe kelder vol mechanische poppen lichtelijk unheimisch. 

Duistere durf
Ondanks dat The House With A Clock On Its Walls een familiefilm is, betekent het niet dat de personages niks lugubers overkomt. Scenarist Eric Kripke (maker van Supernatural) vult het scenario, gebaseerd op het gelijknamige boek van John Bellairs, met duistere fantasieën. Zo staat de film met een been in de dageraad en het andere in de nacht. Zaken als necromantie of deals met demonen brengen de spanning in deze magische spookhuisattractie. Ondanks dat Kripke durf toont, blijft hij juist teveel bij voorspelbare ontwikkelingen waar je de klok op gelijk kan zetten.

Zo werkt de film uiteindelijk toe naar een cartooneske ontknoping van de goeden versus de slechterik die komt na een race tegen de tijd. Daarnaast worden de geheimen van het huis te snel prijsgegeven, terwijl het langzaam ontdekken van de wondere wereld van magie juist de innemende momenten oplevert. 

The House With A Clock In Its Walls

Plastische attractie
Het is niet alleen Kripke die durf toont. De keuze om deze familiefilm te geven aan een horrorregisseur als Eli Roth is een ingenieuze zet. Roth, bekend van exploitatiehorror zoals Hostel, toont zelf uiteraard ook durf door iets buiten zijn gebruikelijke oeuvre te regisseren. Of hij de aangewezen persoon was om het avontuur niet alleen spannend maar ook griezelig te maken, is echter de vraag. Waar de wereld van magie er een van verwondering is, die van de omgeving een plek met onvermoede krachten maakt, lijkt deze voor Roth te veel een kermisattractie. Subtiel griezelige scènes gaan snel ten onder in plastische vertoning van wat er precies eng is, in plaats van dit aan de verbeelding over te laten.

Daardoor leveren bijvoorbeeld de levende Halloween-pompoenen eerder kolderiek hakwerk op dan de noodzakelijke angst voor het onbekende. Het is tevens niet het goede moment om Jack Black oneliners te laten maken. Daarom smaakt The House With A Clock In Its Walls naar meer, want er ligt onder de directe regiestijl en beproefde scenarioformules een spannend avontuur begraven.
 

25 september 2018

 
MEER RECENSIES

Living the Light

***

recensie Living the Light

Altijd onderweg uit liefde voor licht

door Rob Comans

De cinematografie van director of photography Robby Müller was van invloed op films, filmmakers en cameramensen. Regisseur Claire Pijman brengt in Living the Light – Robby Müller een ode aan de even gedreven als bescheiden vakman, en geeft een zeldzaam inkijkje in zijn persoonlijke leven.

De Nederlandse cameraman Robby Müller was letterlijk beeldbepalend voor een generatie van cineasten, collega-cameralieden en filmliefhebbers. De in juli van dit jaar overleden director of photography werkte in zijn ruim veertigjarige loopbaan (soms meermaals) samen met regisseurs zoals Wim Wenders, Jim Jarmusch, Lars von Trier, William Friedkin, Alex Cox en Steve McQueen. De films waar Müller zijn visuele stempel op drukte waren al niet minder indrukwekkend, zoals Der Amerikanische Freund (1977), Paris, Texas (1984), Repo Man (1984), Down by Law (1986), Bis ans Ende der Welt (1991), Dead Man (1995), Breaking the Waves (1996) en Ghost Dog: The Way of the Samurai (1999).

Living the Light

Regisseur Claire Pijman brengt in haar documentaire Living the Light – Robby Müller een ode aan Müller en zijn visuele nalatenschap, en schetst een intiem portret van de zoon, vader en partner die Robby Müller ook was. Voor het maken van haar film kreeg de regisseur toegang tot Müllers persoonlijke archief en kon beschikken over duizenden Hi8-videodagboeken, persoonlijke beelden, setopnamen, polaroidfoto’s en originele scenario’s die hij gedurende zijn carrière verzamelde. Daaruit ontstaat een beeld van een gedreven man die van zijn naasten hield, maar zijn camera zelden neerlegde en de nomadische levensstijl die bij filmen hoort, omarmde.

Nadruk op beelden
We leren Robby Müller kennen aan de hand van filmfragmenten, persoonlijke interviews, en verhalen en anekdotes van regisseurs, collega’s en familieleden. Eén daarvan is regisseur Jim Jarmusch, die samen met instrumentalist Carter Logan de film van een atmosferische soundtrack voorziet. Daarnaast maakt Pijmans filmisch essay veelvuldig gebruik van door Müller zelf geschoten beelden. Deze keuze ontstond deels uit noodzaak, omdat Müller later in zijn leven zijn spraakvermogen verloor. Door deze nadruk op beelden kent de film soms een hoge mate van abstractie die niet iedereen zal liggen, maar wel duidelijk maakt dat Müller altijd bezig was met zijn werk. In video-opnamen en foto’s legde hij voortdurend bewegingen, lijnen, patronen, en lichtschakeringen vast die zijn filmische visie, kadrering en gebruik van licht inspireerden.

Zijn liefde voor licht leverde Müller vergelijkingen op met schilders als Johannes Vermeer, zijn werk voor Im Lauf der Zeit (1976) werd geïnspireerd door de fotografie van Walker Evans. Het werk van schilder Edward Hopper vormde daarentegen een belangrijke inspiratie voor de visuele stijl van Der Amerikanische Freund (1977).

Living the Light

Bedrieglijke eenvoud
Naast een uitgesproken gevoel voor licht, waren eenvoud en het gevoel dat een beeld moest uitdrukken bepalend voor Müllers manier van werken. Maar deze eenvoud was slechts ogenschijnlijk: tijdens opnamen voor de film Barfly (1987) waren Müller en zijn belichtingsvoorman Frieder Hochheim maar liefst vier uur in de weer om een set uit te lichten. Dit werd zo geraffineerd gedaan dat regisseur Barbet Schroeder zich geërgerd afvroeg wat ze in hemelsnaam al die tijd hadden uitgevoerd.

DoP Agnès Godard roemt Müllers gebruik van een diopter, een lens die hem tijdens het filmen van Paris, Texas (1984) in staat stelde zowel voor- als achtergrond scherp in beeld te krijgen, hetgeen zijn beelden een schilderachtige helderheid gaf. Daarnaast besteedde Müller veel aandacht aan het kleurenpalet van de film dat in soms zonovergoten en uitgebleekte tinten, dan weer heldere, verzadigde kleuren het gevoel van ontworteldheid ving, wat essentieel voor de film is.

Regisseur Wim Wenders vertelt hoe de intensieve, langdurige opnameperiode van Bis ans Ende der Welt (1991) een tijd lang een zware wissel op zijn vriendschap met Müller trok. In de creatieve radiostilte die hiervan het gevolg was werkte Müller onder andere met regisseur Jim Jarmusch aan Dead Man (1995). In 1996 ging Müller met regisseur Lars von Trier in zee. Tijdens het werken aan diens films Breaking the Waves (1996) en het latere Dancer in the Dark (2000) experimenteert Müller met een lossere, 360° filmstijl en digitale technieken.

Naast de vakman eert Claire Pijmans documentaire de mens Robby Müller, en doet dat op een manier die de man zelf tekende: trefzeker, liefdevol en oprecht.
 

 16 september 2018

 
MEER RECENSIES

Imagine

***

recensie Imagine

De eerste vlog, ruim voor het social media-tijdperk

door Alfred Bos

Alleen op de Amerikaanse tv vertoonde film van en over John Lennon en Yoko Ono komt digitaal opgepoetst in de bioscoop. Eerherstel voor de lang verguisde Ono die inmiddels een gevierde kunstenares is.

In 1971 waren The Beatles officieel een jaar uit elkaar, informeel al langer. John Lennon woonde met echtgenote Yoko Ono op het landgoed Tittenhurst Park, vlakbij Ascot. De relaties met zijn ex-collega’s waren wisselend. Het contact met gitarist George Harrison was warm, hij speelde mee op Lennons tweede solo-album Imagine. Drummer Ringo Starr nam landhuis en bijbehorend park over toen de Lennons in het najaar van 1971 naar New York verkasten. Paul McCartney was de gebeten hond, het onderwerp van het snerende How Do You Sleep?

Imagine

Dat nummer staat ook op Imagine en het is de tegenpool van het wereldberoemd geworden titelnummer, dat na Lennons dood in 1980 uitgroeide tot het lijflied van Amnesty International. De reflectie over universele verdraagzaamheid was Lennons droom, zijn ultieme wens, aldus Yoko Ono in de documentaire Imagine uit 1988, over het wordingsproces van Lennons meest beroemde album. Dat beeldverslag heeft dezelfde titel – tikje verwarrend – als de film van en over de Lennons die in december 1972 op de Amerikaanse televisie werd vertoond. Onder supervisie van Yoko Ono is het werkstuk digitaal opgepoetst en verschijnt, aangevuld met bonusmateriaal, alsnog in de bioscoop.

Andy Warhol
In 1971 was George Harrison de meest succesvolle solo-Beatle en Ringo Starr stond in de coulissen klaar om het stokje van hem over te nemen (met dank aan Harrison, die Starrs eerste hit, It Don’t Come Easy, schreef). Paul McCartney daarentegen hing in de touwen, uitgekotst door pers en publiek—en John Lennon. Die maakte optimaal gebruik van zijn faam en reputatie, geïnspireerd – en sommigen zeggen geregisseerd – door Yoko Ono. Want hoe de Imagine-film uit te leggen of te duiden? Amerikaanse critici noemden het de duurste homevideo ooit en al is dat een tikje vals, er zit wat in.

We zien de Lennons op het landgoed, wandelend hand in hand, elkaars lippen beroeren. We zien ze in de straten van Londen een demonstratie leiden. We zien ze in Central Park voor verbaasde omstanders een drollig dansje doen. Kortom, we zien héél veel John & Yoko die héél erg verliefd zijn. En de buitenwereld? Dat zijn de kennissen en beroemde gasten tijdens een besloten borrel op het landgoed. Kijk, daar staat Andy Warhol een paar fotomodellen te filmen. Of dat zijn Hollywood-coryfeeën als Jack Palance en Fred Astaire die opdraven in een dadaïstische beeldsonate voor kamer, deur en diva’s.

Fluxus
Voor Yoko Ono eind 1966 John Lennon ontmoette in Londen, maakte ze in New York deel uit van de avant-gardistische kunstbeweging Fluxus en haar hand is terug te zien in de absurdistische en dadaïstische beelden die in de film de nummers van Lennons album begeleiden. Potje schaak met exclusief witte stukken op een bord met uitsluitend witte vlakken? Een onder een zwarte doek (anno nu denken we boerka) verscholen personage dat door de straten van Londen doolt? Schokkerig walsje in een verlaten steeg? Het had Hans Richter kunnen zijn die een idee van Marcel Duchamps op celluloid vangt.

De film heeft eigenlijk de verkeerde titel, hij zou Imagine/Fly moeten heten. Het album Imagine duurt een kleine veertig minuten en de film ruim een uur; de extra tijd wordt gevuld met muziek van Ono. Lennons songs alterneren met nummers van Fly, Yoko Ono’s dubbelalbum uit 1971 dat indertijd werd gekraakt (in het beste geval genegeerd) maar tegenwoordig als baanbrekend wordt gehoord. Wie een ingeslapen kinderfeestje weer tot leven wil wekken, draait Mind Train; succes verzekerd, kleuters door het dolle heen. En de Duitse band Can heeft er ook naar geluisterd. Mind Train is in Imagine te horen onder de scène met Jack Palance en Dick Cavett.

Het beeld van Lennon is vertekend door de lens van de roem en Imagine is bovenal een film van Yoko Ono, met John Lennon als aanleiding en hun wederzijdse affectie tot onderwerp. Hij is overdadig en tenenkrommend, neigend naar narcisme. Maar hij is ook bruut in zijn openheid en het delen van wat nog niet zo lang geleden als privé werd beschouwd. In feite is Imagine de eerste vlog van het social media-tijdperk dat in 1972 nog niet bestond. Geheel in de geest van Andy Warhol dus en zijn tijd vooruit.
 

14 september 2018

 

Kijk hier waar en wanneer Imagine draait.

 

MEER RECENSIES

Predator, The

***

recensie The Predator

Suspense verliest van actie

door Alfred Bos

Met actieveteraan Shane Black aan het roer krijgt de Predator-franchise voor de tweede maal nieuw leven ingeblazen. Dat lukt, al zitten nostalgie en eigentijdse blockbuster elkaar nodeloos in de weg.

Homo sapiens heeft zich opgewerkt tot de top van de voedselketen op planeet Aarde; menseneters zijn verbannen naar de dierentuin of de laatste restjes wildernis. Dan is er alle gelegenheid om de fantasie los te laten op één van de zeven klassieke verhaaltypes—versla het monster. In dat geval kun je twee kanten op: dino’s of ander uitgestorven spul (in Meg, de popcornhit van deze zomer, staat een voorhistorische haai centraal) dan wel griezels van buitenaardse oorsprong.

In die categorie is de ultieme moordmachine alien gruwelijk eng, want sluw. Maar het is geen soort die vuurtjes stookt, computers bedenkt en ruimteschepen bouwt. De kosmische killer doet niet aan technologie of cultuur en daarin is hij de mindere van de mens. Zo niet predator, de topjager in het universum. Qua intelligentie en organisatietalent doet hij niet onder voor Homo sapiens; zijn fysieke kracht, atletisch vermogen én technologie zijn superieur. Predator, de ster van drie speelfilms en twee alien-crossovers, is het roofdier dat de mens voorbij is gestreefd.

The Predator

Goed gedoseerde gorigheid
The Predator, de vierde speelfilm rond de kosmische jager, komt uit de koker van de man die het genre van de actiefilm in de jaren tachtig nieuw leven inblies. Shane Black (Kiss Kiss Bang Bang, Iron Man 3, The Nice Guys) bedacht de succesvolle reeks Leathal Weapon-films (met Mel Gibson en Danny Glover als ongemakkelijk politieduo) en schreef daarnaast een paar filmavonturen voor actie-icoon Arnold Schwarzenegger. Die speelde het haantje in Predator (1987), het debuut van de lelijkerd from outer space. Black blaast de franchise nieuw leven in, nadat de vorige poging (Predators uit 2010) een natte vuurpijl bleek.

En Black levert. The Predator zal nimmer prijzen winnen voor fijnzinnigheid of vernuft, maar vermaken doet de film. Als bonus is de regisseur niet vies van een portie goed gedoseerde gorigheid, vaak met humor of (hoe kan het?) finesse gebracht, wat in deze tijden van politieke hypercorrectie en alles stuk calculerende marketing bepaald een plus is. Bloed druipt uit een gekliefd lijk en tovert onbedoeld een onzichtbare predator tevoorschijn? Ja! Predator trekt de ruggengraat uit een verslagen predator? Ja!

Stoere vrouwen
Dat laatste zet de Predator-liefhebber wellicht aan het denken – predator vecht tegen predator? – en dat raakt de kern van Blacks adaptatie. The Predator is geen herhaling van zetten, zoals Predators, noch een variatie op het origineel, zoals Predator 2 (1990), maar denkt verder langs het spoor dat in de eerste Predator-film is uitgezet. Kort gezegd, de buitenaardse jagers evolueren en wel in recordtempo. Daartoe gebruiken ze genetisch materiaal van dat andere alfa-organisme, de mens. Bovendien is klimaatverandering op een originele manier in de plot verwerkt. Het tilt de film boven de doorsnee genrefilm uit.

Waar de knullige interactie van het groepje stoere mannen dat de buitenaardse geweldenaar(s) moet bestrijden deze vermakelijke actiefilm juist terugduwt in de middelmaat. In dat opzicht zijn Black en co-scenarist Fred Dekker (de man van The Monster Squad en Robocop 3) géénTarantino. Onderwerp van de buitenaardse belangstelling is het hoogbegaafde zoontje Rory (Jacob Tremblay) van special forces-sluipschutter Quinn McKenna (Boyd Holbrook), die kan rekenen op een team van getraumatiseerde of ronduit gestoorde oorlogsveteranen.

Stoere vrouwen zijn er ook, want niet alleen de predator is geëvolueerd: Rory’s moeder (Yvonne Strahovski) en exobioloog Casey Bracket (Olivia Munn). De laatste eet predators als ontbijt, maar moet in het heetst van de strijd toch weer voor het kind zorgen.

The Predator

Storm in suburbia
Qua setting alterneert de Predator-serie tussen jungle (domein van predator) en stad (domein van mens) en regisseur Black voegt zich naar dat ritme. Hij doet à la Spielberg een Jurassic-je en verplaatst het monster van het eiland/oerwoud naar de voorstad. Daar wordt toevallig net het griezelfeest Halloween gevierd, wat bij de liefhebber van genrefilms ogenblikkelijk een gevoel van nostalgie wekt. Dat doet ook de rol van de overheid en haar geheime diensten; die houden er dubbele agenda’s op na en martelen dan wel vermoorden onschuldige burgers. Typisch jaren tachtig, want anno nu zijn het multinationals die kwaad spel spelen.

Heel onderhoudend allemaal, maar The Predator is net geen klassieker. Nog even los van de al te opzichtige sluikreclame is het een eenentwintigste-eeuwse makke die de film beentje licht. De eigentijdse kijker is overprikkeld en kan dus geen drie seconden zonder tromgeroffel of knaleffect. De film scoort hoog op enerverende actie, maar laag, zeg maar gerust nul, op suspense. Een paar scènes van nagelbijtende spanning hadden de film een niveau hoger getild en de finale biedt daartoe alle ruimte, maar het is holdedebolder naar het volgende klapstuk. En ja, alles staat klaar voor een vervolg. Dat is nu net het punt van de film.

Zo koppelt The Predator het spektakelgehalte van de eigentijdse blockbuster aan ouderwets actievermaak van de betere B-film. Het voelt bijna nostalgisch aan. Met de nadruk op bijna.
 

11 september 2018

 
MEER RECENSIES

Mandy

****

recensie Mandy

Trippende wraakqueeste

door Suzan Groothuis

Ben je in voor een bizarre, psychedelische helletocht waar lsd, woeste bikers, de hang naar het occulte en een uitzinnige Nicolas Cage de dienst uitmaken? Dan is Mandy niet te missen!

Red (Nicolas Cage) en Mandy (Andrea Riseborough) leven afgelegen in de bossen. De serene rust waar ze voor hebben gekozen is echter niet voor lang: wanneer een vreemd uitziende bende (zijn het hippies?) Mandy toevallig passeert besluit leider Jeremiah haar te laten ontvoeren. Hij sist zijn onderdanen toe: “I need you to get me that girl I saw. You know what to do”.

Mandy

En zo gebeurt het dat Red en Mandy’s idyllische leventje overhoop gegooid wordt. ’s Nachts wordt zij op brute wijze van hem gescheiden, Red vastgeketend met prikkeldraad achterlatend.

Vreemde bikers en verheven status
Jeremiah heeft plannen met Mandy. Er is iets met lsd, devote liefde en een wrede bikerbende. De bikers, die plots opdoemen in de nacht, doen qua uiterlijk niet onder voor de Cenobites uit Hellraiser. Met hun afschrikwekkende verschijning lijken ze regelrecht uit de hel te komen. Verklarend is regisseur Panos Cosmatos niet, maar het doel van Mandy’s ontvoering is duidelijk: Jeremiah wil een verheven status en daarvoor heeft hij haar (“You’re a special one, Mandy. I too am a special one. Let us be so very special together”) en de bikers nodig.

Maar Mandy is niet zo’n onderdanig kind als Jeremiah’s bendeleden. Zelfs onder invloed van een heftige trip (gif van een insect in je nek, lekker!) neemt ze hem allesbehalve serieus. Wat wil je ook, als je als metalfan (steevast gekleed in een shirt van Mötley Crüe) naar zijn zoete, bezwerende melodietjes moet zitten luisteren! Haar sardonische lach wordt haar echter niet in dank afgenomen.

Waanzinnige helletrip
Mandy’s idyllische begin, dat opent met het prachtige Starless van King Crimson, ontvouwt zich als helletrip, waarbij Red wraak zweert op wat zijn Mandy is aangedaan. En dan gaan ook alle remmen los: een uitzinnige Cage (“It’s crazy evil!”), zelf gesmede wapens, bloedvergieten, ronkende kettingzagen, drugstrips en vervreemdende shots in rood, paars en blauw. Zelfs animatie komt voorbij. Cosmatos hanteert een zelfverzekerde, visueel verbluffende stijl, waarop de pulserende muziek van de dit jaar overleden componist Jóhann Jóhannson (Arrival, Sicario) perfect aansluit.

Daarbij zit Mandy vol verwijzingen: naar de 80’s, waarin de film zich afspeelt, maar dan eens niet à la It (2017),  Stranger Things of Ready Player One. Geen crossfietsen en old school video-spelletjes dus, maar vroege metal van Slayer en Mötley Crüe, cultmagazine Heavy Metal, roleplayinggames, cheddar etende goblins en demonen geïnspireerd op Clive Barkers creaties.

Mandy

De visuele stijl doet denken aan die van Fabrice du Welz (Calvaire, Alléluia), met de kleur rood prominent in beeld. Rood kloppend als een hart, als liefde, maar ook als teken van vernietiging, met expliciet bloedvergieten. Cage, niet voor niets gedoopt tot Red, moest iedere avond het nepbloed van zich afspoelen.

Overdonderende zelfverzekerdheid
Met zijn debuutfilm Beyond The Black Rainbow liet Cosmatos al opvallend vakmanschap zien. Een film die het, evenals Mandy, moet hebben van sferische, trippende beelden en dito soundtrack. En ook daar is de vrouwelijke hoofdpersoon onderworpen, zij het aan de utopische doctrine van een instituut.

En nu is daar Mandy, zelfverzekerd, ambitieus en, jawel, in alle opzichten over de top. Nicolas Cage gaat wederom los, zoals het snuiven van een enorme lijn cocaïne vanaf een stuk gebroken glas, of zichzelf letterlijk met een fles sterke drank moed indrinken om op wraak-queeste te kunnen. Maar het werkt in deze hallucinerende, bloederige wraakfilm, waar hemel en hel zich samenvoegen tot een nieuwe dimensie. Zien is geloven.
 

10 september 2018

 
MEER RECENSIES