Prière, La

**

recensie La Prière

Gehaaste transformatie

door Tim Bouwhuis

In de openingsscène van La Prière lijken de ogen van de 22-jarige Thomas de camera een fractie van een seconde te doorboren. Dat wil zeggen: na zijn schichtige blik volgt er geen corresponderend beeld, geen point of view. Kijkt Thomas naar ons? Of moeten we ons een spiegel inbeelden? Zeker is dat onze hoofdpersoon later in de film opnieuw een bepalende blik naar opzij zal werpen. Waarop het beeld wél correspondeert, in de vorm van een persoon. En dat verandert alles.

De setting voor die twee momenten van communicatie is een auto op een Franse bergweg; de bestemming een kloosterachtige afkickkliniek. Cruciale variabele is de houding van de drugsverslaafde Thomas (Anthony Bajon) zelf. De eerste keer vervalt hij na aankomst in hevige ontwenningsverschijnselen. Deze afkickkliniek is een hechte broederschap, vertelt de leider ter plaatse (Alex Brendemühl) hem. Maar Thomas heeft helemaal geen behoefte aan een geforceerd buddysysteem. De eerste gelegenheid om in een tochtig schuurtje een gestolen sigaret te roken, grijpt hij direct aan. Met zijn stiekeme daad heeft het voormalige heroïneslachtoffer buiten het strakke beleid van de gemeenschap gerekend: op deze locatie moet alles beleden, vergeven en vergeten worden. Dat niemand die sigaret gezien heeft, maakt nauwelijks uit. Thomas is immers toch een minuut of vijf spoorloos geweest.

La Prière

Ontmoeting en openbaring
Er knapt iets bij de worstelende jongvolwassene, die niet kan omgaan met de belerende toon van zijn mannenbroeders. Een fel handgemeen en een succesvolle vluchtpoging later dwaalt hij door een godvergeten dorpje. Bussen gaan niet meer, hier kun je enkel ronddwalen. Dan slaat het wonder toe: Thomas belandt bij het huis van de bloedmooie Sybille (Louise Grinberg), een aspirant-archeologe die, zo leren we, wel vaker gevluchte ex-verslaafden heeft zien passeren. Het kost Sybille niet al te veel moeite om haar verstekeling te overtuigen van een snelle terugkeer. Alleen de kliniek kan Thomas’ protesterende lichaam redden.

Op dit moment van schrijven laat het moment van de tweede blik zich als het goed is perfect raden. Sybille zet koers richting de bergen: zij achter het stuur, Thomas op de bijrijdersstoel. Als Thomas kijkt, kennen we het conflict in het hart van La Prière: niet zozeer de strijd tegen verslaving, maar de strijd tussen twee liefdes (de filmposter verklapt de tweede liefde). En dat is precies waar regisseur Cédric Kahn (Une Vie Meilleure draaide in 2013 in Nederlandse zalen) en zijn twee co-schrijvers (Fanny Burdino, Samuel Doux) zich op een wat jammerlijke wijze vergalopperen.

Na Thomas’ rehabilitatie in de kliniek is het een fractie van tijd voor degene die de regels verfoeide zelf aan het prediken slaat. Misplaatst en veel te gemakkelijk is een scène waarin het wedergeboren lid van de gemeenschap inpraat op een net gearriveerde patiënt, die – uiteraard volledig in lijn met Thomas’ eerdere gedrag – uit ellende de natuur in is gevlucht. Kahn reduceert een complexe psychologische en fysieke transformatie tot een simpele omkering. Het script verdringt de verslaving naar de achtergrond en focust zich rigoureus op de twijfel die in het Bijbelse DNA van de naam ‘Thomas’ verborgen zit: de klassieke keuze tussen goddelijke en aardse liefde.

La Prière

God en de mens
In de katholieke contreien van de kloosterkliniek heerst een in de basis strikte scheiding tussen mannen en vrouwen, maar La Prière is geen Kreuzweg. Misschien scheelt het dat stadse verleidingen hier in theorie niet van toepassing zijn, maar er wordt tussen de regels volop geflirt tussen de mannelijke en vrouwelijke enclaves van de gemeenschap. Ondertussen is er ruimte voor reli-grappen en enthousiast gitaarspel: Kahn waakt dus voor stereotypische vroomheid en repressie, ook al leidt dat ertoe dat de scènes in kwestie een wat verdwaalde indruk maken.

Als Thomas’ mogelijke priesterschap ter sprake komt, heeft de film zijn belangrijkste kruit al verspeeld. De gehaaste transformatie, al eerder aangestipt, draagt ook nog eens het gewicht van het kunstmatige vervolgconflict. God of mens? In La Prière krijg je de voorspelbare grote lijnen op een presenteerblaadje aangereikt.

En dat is jammer, want in het laatste halfuur is toch weer volop ruimte voor prikkelende psychologische elementen. Voor een eenzame tocht in de bergen, Kahns equivalent voor de woestijn; voor een subtiele botsing tussen de dancemuziek uit Thomas’ verleden en de klassieke geluidsband die dat verleden toch weer inhaalt. Het zijn scènes en momenten zonder teveel woorden, kompanen van stilte en verlatenheid. De balans met het haastige script wordt gezocht, maar nooit volledig gevonden. De teleurstelling in het hart van de film: de details kunnen het grotere plaatje niet redden.
 

9 september 2018

 
MEER RECENSIES

Inspirator, De

***

recensie De Inspirator

Is het gras bij de buren wel groener?

door Ries Jacobs

Een managementgoeroe, een ambitieuze zakenvrouw, een werkloze kunsthistoricus en een verveelde huisvrouw. Gooi deze personages in de blender en je hebt De Inspirator, een film over ontrouw aan anderen en aan jezelf. Geslaagd? Jawel, maar toch komen de karakters niet helemaal uit de verf. 

Gijs Schippers verdient zijn geld als inspirator. Hij spreekt zalen vol werknemers toe over verandermanagement. De goeroe staat op het punt om zijn vrouw Elske ‘in te ruilen’ voor de jonge carrièrevrouw Judith, maar wacht op het geschikte moment om het haar te vertellen. Dan overlijdt de broer van Elske plotseling en schuift Schippers het moment van de waarheid voor zich uit.

De Inspirator

Judith wacht ook op het geschikte moment om haar relatie met de werkloze kunsthistoricus Bas te verbreken, maar zit ondertussen tegen haar zin met haar vriend op een kamp voor verstandelijk beperkten. Losgerukt uit hun vertrouwde snelle leventje, vragen de verandermanager en zijn minnares zich af of ze hun relatie wel willen beëindigen en of ze wel echt hun eigen keuzes maken. Is het gras bij de buren wel groener?

Emile Ratelband
Hoofdrolspeler Hans Breetveld, bekend van onder andere de televisieserie Het oude noorden en de films Jan Rap en z’n maat en Lege maag, neemt ook het scenario en de regie op zich. Het lijkt erop dat Breetveld de tijd wil nemen om de karakters neer te zetten. Dit haalt de vaart enigszins uit de film, temeer omdat de karakters aanvankelijk niet goed uit de verf komen. De verandermanagementgoeroe lijkt met uitspraken als “je moet van beren op de weg knuffelberen maken” wel erg op Emile Ratelband en de verstandelijk beperkte vakantiegangers waar Judith en Bas voor zorgen, grossieren aanvankelijk in overacting.

Hierdoor zijn de karakters lange tijd eendimensionaal en de scènes soms voorspelbaar. Dat is jammer, want Breetveld heeft een prima cast weten te strikken voor zijn film. Mary-Lou van Steenis, ooit bekend als Ellen in de televisieserie Vrienden voor het leven, is als enige bij een groter publiek bekend. Maar ook de andere hoofdrolspelers zijn beslist niet van de straat. Allen hebben ze een afgeronde opleiding aan een toneelschool of kleinkunstacademie en een prachtig cv.

De Inspirator

Diesel
Pas halverwege de film, wanneer de personages hun ware gezicht laten zien, begint de film echt te leven. De karakters komen pas tot leven als vriendschappelijke en liefdesrelaties in een neerwaartse spiraal komen en uiteindelijk hun dieptepunt bereiken. Dit maakt het tweede deel van de film meeslepend en soms ook grappig. De Inspirator is als een diesel die langzaam op gang komt, maar uiteindelijk lekker rijdt.

De symboliek van een verandermanagementgoeroe die moeite heeft om de – al dan niet noodzakelijke – veranderingen in zijn eigen leven vorm te geven is natuurlijk een prachtige vondst van de filmmakers. Toch had Breetveld meer uit de film kunnen halen als hij zijn eigen karakter wat subtieler had neergezet. Hij zet zijn personage soms te dik aan, waardoor het bijna een parodie wordt. Als kritiek op het jachtige en oppervlakkige (zaken)leven komt de film dan ook niet helemaal tot zijn recht.
 

3 september 2018

 
MEER RECENSIES

Dogman

****

recensie Dogman

De hondenman en de hond

door Tim Bouwhuis

Terechte lof in Cannes voor Dogman, de nieuwe film van de Italiaanse filmmaker Matteo Garrone (Gomorra). Marcello Fonte (ooit nog figurant in Scorseses Gangs of New York) schittert als een man die niet om kan gaan met de ongeschreven wetten van zijn mensonterende habitat.

‘Dogman’ moet zowel letterlijk als metaforisch begrepen worden. Letterlijk, omdat we de goedhartige Marcello (acteur en personage zijn in ieder geval ten dele één) vanaf de eerste scène op aandoenlijke wijze in de weer zien met de wezens die hem zo dicht aan het hart liggen. Metaforisch, omdat de hondse trouw van de hondenman bijdraagt aan zijn ondergang. Kern in Dogman is het conflict tussen een individu en zijn omgeving. Kan een goed mens het ooit goed doen in een verrotte wereld?

Dogman

Garrone creëert een compleet spanningsveld rond het personage van Simone (Edoardo Pesce). Deze heetgebakerde Goliath hangt van littekens aan elkaar en ruziet met alles dat los en vast zit. Scriptschrijvers Ugo Chiti en Massimo Gaudioso (schreven vaker voor Garrone’s films) tonen op effectieve wijze dat de angst van de plaatselijke bewoners zijn piek bereikt heeft: in een plaatselijk café krijgt Simone na het slopen van een flipperkast doodleuk zijn inzet terug. Buiten wordt zenuwachtig vergaderd. Zoals het politiek incorrecte Italianen betaamt, is het eeuwige stilzwijgen al snel onderwerp van gesprek.

Paard van Troje
Wederom komt dan het fijnzinnige script tussenbeide. In de schaduwen van de nacht wordt Simone nog relatief vroeg in de film neergeschoten door twee passanten op motors, maar van de resulterende schotwond horen en zien we later niets meer; een teken aan de wand dat uitschakeling vraagt om een andere strategie.

Marcello is de spil in de strijd tussen de agressor en zijn agressors. Allen lijden onder het geweld van Simone, maar in den beginne houden de Italiaanse Buster Keaton (de pers is scheutig met koosnaampjes) en de lichtgeraakte Simone er wel een discutabele ‘vriendschap’ op na. Zeg gerust dat er misbruik in het spel is: Simone komt om de haverklap lijntjes drugs halen, maar weigert zijn schulden af te betalen. Marcello is vermoedelijk niet de enige die zich bij zo’n ongeleid projectiel de kaas van het brood zou laten eten, maar we begrijpen wel hoe zijn vergeeflijke houding de situatie verder op de spits drijft. Het heeft geen enkele zin om trouw te zijn aan de trouweloosheid zelve.

Dogman

Trouw zijn en getrouwd zijn
Vermoedelijk is dat ook de reden waarom we Marcello’s ex-vrouw maar één keer in beeld zien, en dan ook nog eens wanneer ze met haar rug naar de camera het frame uitloopt. Hij die het allemaal te goed bedoelt zal zich in dit milieu áltijd verder in de problemen werken. Het mag dus al een godswonder heten dat de piepjonge Sofia (Alida Baldari Calabria) op gezette momenten überhaupt nog over de vloer komt. In een aantal verdwaalde shots diepzeeduiken vader en dochter in het blauwe niets van de toekomst: het water lijkt symbool voor de ontsnapping die nooit komen gaat. Wat wil je ook, in zo’n leefomgeving: als er Oscars waren voor oerlelijke locaties en meest troosteloze artdirection zou de concurrentie op voorhand kunnen inpakken.

Esthetiek als inhoud
Net als in zijn eerdere films heeft Garrone oog voor de verrotte kanten van mens en wereld, die hij vervolgens weer vangt in een paradoxaal kader van pure filmesthetiek. De opening van Gomorrah (2008) verraden Garrones achtergrond als schilder en zijn gevoel voor compositie, maar de film schetst een reddeloos Napels. In afgebladderde flatgebouwen denken jonge maffiosi dat ze Scarface zijn, de dodelijke afrekeningen die we zien komen plots en rauw. Geweld is niet mooi – noem het anti-esthetiek. Ook in Reality is alle schoonheid relatief. Centraal staat dit keer een arme visboer die droomt van een rol in een realityshow. Natuurlijk is die realiteit een illusie, wat Garrone een prachtig excuus geeft om te spelen met de esthetiek die de droom van het escapisme definieert. Zal de film ons uiteindelijk weer beide benen op de grond zetten of gunt Garrone (let vooral op het laatste shot) zich een zeldzaam uitstapje naar de echte fantasie?

Noem het een hervorming of update van het klassieke neorealisme (zie De Sica, Rossellini), benaderbaar via een speels-serieus begrip van neo-neorealisme: ‘acteurs’ worden uit het leven gegrepen (de protagonist van Reality is een ex-gedetineerde), er wordt op locatie gefilmd (Gomorra) en de esthetiek dient altijd in meer of mindere mate het narratief. De beelden zijn soms mooi doch bedrieglijk, soms lelijk in hun hyperrealisme. Stijl en thematiek vloeien in elkaar over en hangen samen, waardoor stilistische uitspattingen inhoudelijk toch nog een ongebreideld realisme kunnen ademen.

Dogman

Zo zit Garrones laatste worp voor Dogman, een curieuze collectie van Italiaanse fabels (Tale of Tales, 2015), vol met toespelingen op de ontwrichtende kracht van het schone. Mooie stemmen horen bij lelijke dames; lelijke dames veranderen in bloedmooie muzen. Maar niets is voor altijd, en het uiterlijke is een valstrik. Hebzuchtige personages verliezen hun onschuld omdat ze weigeren op innerlijke schoonheid af te gaan. Verbluffende sprookjeslandschappen zijn decors van decadentie. Tale of Tales lijkt binnen het oeuvre van Garrone een vreemde eend in de bijt, maar niets is minder waar: de reële dualiteiten van de mens openbaren zich voor de verandering alleen in een mythisch kader van esthetische pracht, waardoor het corrupte Italië van Garrones doorbraakfilm even ver weg lijkt.

De afgrond is menselijk
Of het nu de mens is die niet deugt of zijn omgeving, er blijft altijd ruimte voor humane inzichten, ook al wordt er zelden een definitieve oplossing voor de misère gevonden. In Dogman geldt telkens weer dat de overwegingen en karaktertrekken van de hondenman zijn lot bepalen. Gemotiveerd door de belofte van trouw en naïeve verwachtingspatronen belandt Marcello in een neerwaartse spiraal van desillusie en onmacht. Toch blijft de hondenman altijd een mens van vlees en bloed: een ambigue pion in de speeltuin van het leven.
 

2 september 2018

 
MEER RECENSIES

Reports on Sarah and Saleem, The

**

recensie The Reports on Sarah and Saleem

Gerommel op de grens

door Rob Comans

Seksuele avontuurtjes tussen Joden en Palestijnen hebben soms vervelende gevolgen – het Israëlische leger bestempelt deze mensen al snel als staatsgevaarlijk. Zo’n situatie is persoonlijk precair, maar nog geen politiek steekspel. Dit laatste is helaas wel de premisse van The Reports on Sarah and Saleem.  

Een paar keer per week, als café-eigenaar Sarah (Sivane Kretchner) haar zaak heeft gesloten en chauffeur Saleem (Adeeb Safadi) klaar is met zijn bestellingen, ontmoeten ze elkaar op een afgelegen parkeerplaats en hebben seks op de achterbank van Saleem’s bestelbusje. Verder dan dat gaat hun relatie niet. Misschien zouden ze deze stiekeme affaire er beter niet op na kunnen houden, want de in Oost-Jeruzalem wonende Saleem is getrouwd met de zwangere Bisan (Maisa Abd Elhadi), en Sarah leeft met haar echtgenoot, de militair David (Ishai Golan), in West-Jeruzalem. Niet alleen hun huiselijk geluk zetten ze er mee op het spel, het feit dat zij Joods is en hij Palestijns maakt hun avontuurtje nog gevaarlijker. Hun seksuele relatie is hier namelijk geen privézaak.

The Reports on Sarah and Saleem

Van overspel naar spionage
Nadat Sarah en Saleem samen in een club in Bethlehem zijn gesignaleerd, duurt het niet lang voordat Saleem van twee kanten de veiligheidsdiensten op zijn nek krijgt. Zijn arrestatie door de Israëli’s maakt tussenkomst van een hooggeplaatste Palestijnse functionaris noodzakelijk om Saleem weer vrij te krijgen. Deze Abu Ibrahim (Kamel El Basha) laat Saleem een aantal rapporten opstellen die suggereren dat Saleem Sarah rekruteerde als Israëlische spion voor de Palestijnen. Wanneer het Israëlische leger Ibrahim doodt en de rapporten tijdens een nachtelijke inval in beslag neemt, verandert een simpel geval van overspel in een spionagezaak. Deze krijgt een extra politieke dimensie door het feit dat Sarahs echtgenoot David een hoge functie in het Israëlische leger bekleedt.

Aldus de plot van The Reports on Sarah and Saleem (2018), de tweede speelfilm van Palestijns filmmaker en cameraman Muayad Alayan, gebaseerd op een scenario van zijn broer Rami Alayan en eerder dit jaar te zien tijdens het filmfestival van Rotterdam. De trefzekere cinematografie van Sebastian Bock, en het sterke spel van de cast pleiten voor de film. Vooral de wijze waarop de levens van Bisan en Sarah zich steeds meer gaan weerspiegelen in hun streven naar emancipatie en onafhankelijkheid is overtuigend. Helaas probeert regisseur Alayan van The Reports on Sarah and Saleem zowel een relatiedrama, spionagethriller als politiek pamflet te maken. Deze veelheid aan plotelementen maakt de film onevenwichtig, en soms zelfs ronduit rommelig.

Verbazing en ergernis
Naar eigen zeggen wilde Alayan een film maken ‘met als essentie hoe ontrouw kan escaleren in Israël en Palestina’. Als basis dienden de affaires tussen Joden en Palestijnen die hij in zijn omgeving zag ontstaan toen hij in 2002 in een café in West-Jeruzalem werkte. In zijn ogen speelden deze mensen met vuur, omdat het Israëlische leger regelmatig documenten van de Palestijnse Autoriteit confisqueert. Als gevolg, aldus de regisseur, heeft het Israëlische leger via zijn opsporingsdiensten toegang tot de levens van deze amoureuze risiconemers: arrestaties van mensen vanwege spionage of persoonsverwisselingen zijn aan de orde van de dag.

The Reports on Sarah and Saleem

Hetgeen de essentiële tekortkoming van The Reports on Sarah and Saleem aan het licht brengt. Zoals zoveel producties die handelen over het conflict in het Midden-Oosten, ontsnapt ook Alayan’s film niet aan de simplistische tendens om de Israëli’s slechts als kille, egocentrische bezetters, en de Palestijnen als lankmoedige slachtoffers af te schilderen. Zelfs een rudimentaire kennis van de situatie in Israël en Palestina leidt tot het inzicht dat zowel de geschiedenis van de regio als de huidige realiteit daar beduidend complexer zijn. Dat regisseur Alayan, ondanks het feit dat hij al jarenlang in Jeruzalem woont en werkt, een dermate eenzijdige en oppervlakkige versie van de situatie daar weergeeft, wekt verbazing en ergernis.

Hoewel het Alayan niet om objectiviteit te doen is: in interviews benadrukt de regisseur zijn intentie om ‘Palestijnse verhalen te vertellen, de verhalen van mijn volk. (…) Het is mijn taak om niet alleen films over Palestina te maken, maar tevens films uit Palestina.’ Alleen verdient een situatie die historisch zo gelaagd, en politiek, militair, sociaal en economisch zo precair is een completer en meer afgewogen benadering dan The Reports on Sarah and Saleem biedt.

Door hierin tekort te schieten blijkt de film, evenals de belastende rapporten die tegen Sarah en Saleem zijn opgesteld, een lege huls.
 

1 september 2018

 
MEER RECENSIES

3 Faces

****

recensie 3 Faces

Ludiek jongleren met maskers

door Sjoerd van Wijk

3 Faces biedt een meerduidige inkijk in de Iraanse samenleving en is geladen met speelse kritiek van de gerenommeerde Iraanse schrijver-regisseur Jafar Panahi. 

Bekende actrice Behnaz Jafari ontvangt een verontrustende video via social media waarin het meisje Marziyeh zelfmoord lijkt te plegen. Marziyeh’s wanhoop komt doordat ze op het Iraanse platteland niet haar acteerdromen kan najagen. Jafari gaat samen met regisseur Jafar Panahi op onderzoek uit, in de hoop het meisje te vinden. In een film die het midden houdt tussen fictie en werkelijkheid (iedereen speelt zichzelf) gaan ze op een roadtrip door de gastvrije dorpen, waar tradities hoog in het vaandel staan. Aan de ene kant is er een warm onthaal en zekere bewondering voor de stedelingen uit Teheran, aan de andere kant worden ‘kunstenmakers’ met argusogen bekeken.

3 Faces

Appeltjes schillen
3 Faces heeft een onmiskenbaar persoonlijk karakter, niet alleen doordat Panahi zichzelf speelt. De regisseur leverde in het verleden subtiel maatschappijkritische films af zoals Offside, wat hem in 2010 een gevangenisstraf en later huisarrest opleverde. Maar erger, hij mocht geen films meer maken, wat internationaal voor ophef zorgde. Toch is Panahi sinds 2011 (This Is Not a Film) in het geniep blijven filmen, met beschouwingen over tegenstellingen in de Iraanse samenleving. Ondanks dat Panahi een appeltje te schillen heeft met de censuur van de Iraanse overheid, voorkomt hij ook ditmaal dat 3 Faces een vendetta wordt.

Onderzoekend komen de gestes tussen stedeling en dorpeling in beeld, zonder dat iemand de boeman is. De scepsis jegens artiesten op het platteland staat in de bredere context van het reilen en zeilen in een dorp, in plaats van dat deze rancuneus als bekrompen overkomt. Met humor worden de verschillen duidelijk, als dorpelingen Jafari en Panahi initieel enthousiast begroeten en vervolgens teleurgesteld afdruipen als blijkt dat ze niets komen repareren, zoals gedacht. Toch komt door de ellipsen over Jafari’s zoektocht Panahi’s personage wat te vaak naar voren, terwijl Mariyeh’s verdriet de film juist draagt met indringende urgentie. 

Driedubbelrol
Spanningen zijn continu onderhuids onder een façade van beleefdheid. Personages lijken meerdere rollen te spelen, zowel in de film als in de samenleving. Film en werkelijkheid vloeien naadloos in elkaar over, van Marziyeh’s confronterende openingsscène tot de voormalig bekende actrice Shahrzad die als knipoog nooit in beeld komt.

Het Iran van Panahi is een ludiek jongleren met de verschillende maskers: voor de overheid, de buren en vrienden. In tegenstelling tot het al te luchtige Taxi Teheran (2015) slaagt 3 Faces er meer in uiteenlopende emoties op meditatieve wijze samen te smeden tot een indringende, menselijke inzage in het land. De continue verwijzingen naar de echte levens van de personages, het eenvoudige camerawerk, de dagelijkse beslommeringen—ze vormen een subtiel spel met de werkelijkheid, wat de Iraanse jongleer-act des te inzichtelijker maakt. 

3 Faces

Traditioneel subversief
Met dit indringende spel plaatst 3 Faces zich ferm in een Iraanse filmtraditie die de censuur eerder als uitdaging dan als beperking lijkt te zien. Dikwijls herinnert de film aan het werk van regisseur Abbas Kiarostami, die ook fictie en werkelijkheid op beschouwende wijze door elkaar haalde. In films zoals A Taste of Cherry (1997), die ook zelfmoord als thema aanhaalt, wist hij losjes maatschappijkritiek in de verhalen te verwerken.

Door subversieve thema’s te verweven met de keuze in verhalen en het tonen van de dagelijkse omgang lukt het Iraanse regisseurs, zoals ook de gevierde regisseur Asghar Farhadi (A Separation), meestal om geruisloos door de censuur te komen. In plaats van te prediken, levert die combinatie juist sluw opgebouwde dramatische spanning op, wat de Iraanse cinema zo uniek maakt. 3 Faces voelt traditioneel subversief aan en de speelse zoektocht naar wederzijds begrip werkt lang door, omdat de personages de film een eigen karakter geven.
 

28 maart 2018

 
MEER RECENSIES

A casa tutti bene

***

recensie A casa tutti bene

Een dun laagje vernis op rottend hout

door Ries Jacobs

Geen taal waarin ruzie zo mooi klinkt als de Italiaanse. Die golvende dynamiek geeft onze emoties meer impact. En ruzie maken ze veel in A casa tutti bene. Zelfs een dementerende zwager komt er niet zonder genade vanaf.

Letterlijk vertaald zegt de titel dat thuis alles goed is, wat in het begin van de film ook zo lijkt. A casa tutti bene begint met een Italië dat we graag zien. Mooie mensen die goed gekleed aan een lange tafel dineren en het samen gezellig hebben. Aan tafel zitten ooms, tantes, kinderen en kleinkinderen, samen met hun al dan niet getrouwde aanhang. Ze zien elkaar voor het eerst in jaren. In een buitenhuis op het prachtige eiland Ischia vieren ze de vijftigjarige bruiloft van Alba en Pietro.

A casa tutti bene

Vanwege slecht weer varen de boten naar het vasteland niet en moeten de familieleden noodgedwongen twee dagen langer op het eiland blijven. Langzaam wordt het paradijs een hel. Weggestopte ontrouw, jaloezie en afgunst komen naar boven. De vriendelijke en geïnteresseerde glimlach van de vorige dag blijkt flinterdun, als een laagje vernis op rottend hout.

Holden Caulfield 
Het script, door regisseur Gabriele Muccino zelf geschreven, heeft realistische en tegelijk intense dialogen. De acteurs kunnen hiermee prima overweg en ontwikkelen een levendige familie, die bestaat uit bijna twintig geloofwaardige karakters. De grootste verdienste van Muccino is dat hij van het begin af aan orde in deze wirwar van persoonlijkheden weet te scheppen. De karakters zijn zo goed neergezet dat ze meteen goed herkenbaar zijn. Ze willen elkaar nogal eens (verbaal) te lijf gaan, maar zijn geen van allen ‘flat characters’.

Door de intriges heen bloeit de liefde tussen de oudste kleindochter en haar vriendje op. De jongen zweert nooit te worden als zijn vader die het gezin verliet. Als een mediterrane Holden Caulfield (de jeugdige verteller in J.D. Salingers roman The Catcher in the Rye) bekijkt hij de familie van een afstand. Hier wringt ook de schoen. De film is goed gemaakt, maar hangt van clichés aan elkaar. De onbedorven jeugd versus verrotte volwassenen, we hebben het al eerder gezien. Een familiefeest dat uit de hand loopt, we hebben het ook al eerder gezien (met als bekendste voorbeeld Festen). Oerdriften die tevoorschijn komen onder een dun laagje beschaving, zelfs dit hebben we eerder al gezien. Lord of the Flies is geheel gestoeld op dat idee.

A casa tutti bene

Rommelige families
Na twee keer een uitstap naar Hollywood te hebben gemaakt, is Muccino weer terug in zijn vaderland. Na zijn eerste succesvolle periode in Amerika, waarin hij onder anderen The Pursuit of Happyness en Seven Pounds (allebei met Will Smith) regisseerde, volgde een tweede periode waarin niet alles dat hij maakte in goud veranderde.

Ook A casa tutti bene zal niet in goud veranderen. Het is een goede film, maar hij brengt niets nieuws. Dat ieder huisje zijn eigen kruisje heeft wisten we al, en dat het binnen families nogal eens rommelt ook. Maar door de goed uitgewerkte dialogen en puik acteerwerk boeit de film wel van begin tot eind.
 

26 augustus 2018

 
MEER RECENSIES

Chavela

***

recensie Chavela

De bittere stem van de tederheid

door Alfred Bos

In deze tijden van identiteitspolitiek en emancipatie van de LHBT-gemeenschap is het levensverhaal van Chavela Vargas (1919-2012) niet langer exotisch, maar exemplarisch. De lesbische zangeres uit Mexico werd via Spanje uiteindelijk ook in haar thuisland een icoon.

De zangeres is 88 jaren oud en schuifelt het toneel op. Halverwege coulissen en microfoon staat ze stil en spreidt haar armen. De zaal explodeert in een orkaan van aanbidding, fans zijn in extase. Ze is de zegenende engel. Haar omgeving weet wel beter: als ze niet even was blijven staan, had ze die microfoon nooit gehaald. Haar lijf wil niet meer, maar niemand zal haar in een rolstoel zien.

Chavela

De Mexicaanse zangeres Chavela Vargas (in 1919 op Costa Rica geboren als Isabel Vargas Lizano) overleed in 2012 in haar tweede thuisland Mexico, kort nadat ze in Madrid afscheid had genomen van haar Spaanse fans. In Spanje begon begin jaren negentig haar zegetocht, die haar op bejaarde leeftijd alsnog de erkenning bracht die haar als lesbische entertainer in de machocultuur van Mexico lange tijd was onthouden.

De documentaire Chavela vertelt het levensverhaal van een hartstochtelijke, zuipschuitende, homoseksuele, intens levende en in sommige opzichten onmogelijke vrouw. Een geboren buitenstaander, en dat letterlijk. Haar ouders schaamden zich voor hun dochter en hielden haar weg van de visite. Isabel Vargas Lizano had ongewoon mannelijke trekken voor een meisje. Ze groeide eenzaam op en eenzaamheid was haar leven lang haar trouwste gezel, zei ze later.

Vrouw zoekt vrouw
Chavela vertrok als 14-jarige naar Mexico en maakte naam als zangeres in het genre dat bekend staat als ranchera, het Mexicaanse levenslied dat de zielenpijn verklankt; denk de Mexicaanse variant van fado, blues of Jordaanse smartlap. Aanvankelijk kleedde ze zich elegant, met lang haar en sieraden, maar ‘ik zag er uit als een travestiet’. Na een gedaantewisseling – rode poncho, broek, kort haar, sigaar tussen de vingers – groeide ze uit tot een lokale ster. Haar drinkgelagen met ranchero-componist en zanger José Alfredo Jiménez zijn legendarisch. Ze dronken letterlijk de kroeg droog.

Als twintiger had Chavela een relatie met de tien jaar oudere kunstenares Frida Kahlo, maar haar onrustige hart dreef haar voort. Iedereen in haar omgeving besefte dat ze lesbisch was, maar daar werd in Mexico nooit openlijk over gesproken en wat je in het geniep doet is ieders eigen zaak. Geen vrouw was veilig voor haar, ze bracht de titel van Stephen Stills’ hit uit 1970, Love The One You’re With, in de jaren vijftig al in praktijk. Na het huwelijksfeest van Hollywood-ster Elizabeth Taylor werd ze wakker met Ava Gardner.

Chavela

Historisch beeldmateriaal
Chavela heeft veel betekend voor de emancipatie van lesbiennes in Mexico. Voor dat deel van haar publiek fungeerde ze als een sjamaan. Helemaal nadat de zangeres, na een periode van armoede en eenzaamheid, weer de weg omhoog vond en via een uitnodiging voor optredens in Madrid werd gewaardeerd om wie ze was, niet om wat ze projecteerde te zijn. De Spaanse cineast Pedro Almodóvar herkende in Chavela een muze en gebruikte haar muziek voor een aantal van zijn films. Haar ‘bittere stem van de tederheid’ is ook te horen in Frida en A Bigger Splash.

De documentaire vertelt Chavela’s verhaal aan de hand van haar muziek – met Engelse vertaling van de Spaanstalige teksten, verbeeld à la Amy – en getuigenissen van intimi; op de geluidsband horen we de zangeres praten over haar leven en liefdes. Het historische beeldmateriaal van Mexico in de jaren veertig en vijftig geeft context, zonder veel te verhelderen. De film oogt als een degelijke tv-documentaire, maar verschijnt, ook al is het onderwerp minder bekend bij het grote publiek, niettemin in de bioscoop. Dat alleen al voelt als een overwinning.
 

20 augustus 2018

 
MEER RECENSIES

Dog Days

***

recensie Dog Days

Lieflijk aan de lijn

door Sjoerd van Wijk

Dog Days blijft aan het lijntje van de Amerikaanse feelgoodfilm, maar weet te sympathiseren met warm humanisme. 

Het is een bekend fenomeen in het park. Mensen laten de hond uit en komen met andere baasjes in contact als de viervoeters elkaar besnuffelen. Dog Days is het cinematische equivalent. Tijdens de warme zomerdagen in Los Angeles volgen we meerdere verhalen met de hond als leidraad. Zo is er de eenzame oude man die samen met zijn jonge pizzabezorger op zoek naar zijn vermiste hond gaat, en de lanterfantende gitarist die op de hond van zijn zwangere zus moet passen.

Volgens beproefd Hollywood-recept is het bij de opzet van elk verhaal al duidelijk waar het eindigen zal. Zo is er geen twijfel over mogelijk wat er gebeurt met de gespannen presentatrice en de ontwapenende co-presentator als hun honden het met elkaar kunnen vinden terwijl ze zelf elkaars tegenpolen zijn. Het ensemble van karakters wordt via de honden op verscheidene manieren met elkaar verbonden, onder andere in een voor de hand liggende finale waar iedereen toevalligerwijze rondloopt. 

Dog Days

Fluwelen handschoenen
De verhalen gaan over verbondenheid, iets waar elk karakter naar op zoek lijkt te zijn. Zoals een echte feelgoodfilm krijgt iedereen wat hij of zij wil en blijkt de kleine buurt in downtown Hollywood een grote gezellige familie. De weg ernaartoe is geplaveid met amusante, licht komische situaties die zorgen voor een aangename verpozing. Toch wringt er iets in deze zegetocht naar ontroering. Schrijvers Elissa Matsueda en Erica Oyama beroeren de karakters met fluwelen handschoenen, alsof ze bang zijn dat hen iets vervelends zal overkomen. De ontknopingen voelen daarom niet verdiend aan, want er is nauwelijks conflict geweest voor de karakters om de verbondenheid met anderen te vinden.

Zo kunnen de oudere man en de jonge snotneus van de pizza’s het wel erg snel met elkaar vinden. Tara (Vanessa Hudgens, Spring Breakers), een jongedame met een uitzichtloos baantje in een koffiezaak, kan vrij soepel haar carrière opstarten zonder dat er obstakels op de weg komen en krijgt een gratis soulmate op de koop toe. Het comfort van de karakters brengt problemen in het tempo van de film, want er gebeurt weinig significants wat de voorspelbare eindes nog in de weg kan liggen. Qua emotionele impact staat Dog Days daardoor in schril contrast tot een klassieke Amerikaanse feelgoodfilm als Mr. Deeds Goes to Town (1936), waar de ontroering ligt in bombastische pech voor de hoofdpersoon, zoals alleen regisseur Frank Capra die kon uitbeelden. 

Slapende honden
Deze voorzichtigheid met de karakters werkt ook op andere manieren door. Het missende venijn in de verhaallijnen laat Dog Days komische buitenkansen missen. De levens en de omgeving van de karakters zijn van een dermate Amerikaanse overdrevenheid, dat het nep begint aan te voelen. Met name het gelukkig getrouwde koppel dat een kind adopteert en moeite heeft om een band met het nieuwe dochtertje op te bouwen lijkt een valse idylle. Maar helaas worden slapende honden niet wakker gemaakt in Dog Days. Op meerdere momenten is er kans om de draak te steken met sociale situaties, maar wordt er vluchtig van weg gedanst.

De twee tegenpolen delen het gros van hun romance live op televisie, zonder dat hier grappen mee worden gemaakt. Hun honden komen elkaar tegen op een honden verjaardagsfeestje (inclusief cupcake met kaarsje), maar de aanzet voor een grap blijft slechts dat. De geestige scène waarin Tara in paranoïde paniek pepperspray spuit op haarzelf en de flierefluitende broer die een hond naar binnen smokkelt, laat zien hoeveel meer humor er uit de omgeving gehaald had kunnen worden. 

Dog Days

Sympathiek optimisme
Toch lijkt het unfair om Dog Days af te doen als een verkeerd gemixte formule. Er zit namelijk een groot hart verstopt in dit Amerikaanse massaproduct. Regisseur Ken Marino, normaliter acteur, zorgt voor een warme menselijke benadering van de karakters. Zijn humanisme bleek al eerder uit zijn bijdrage aan het scenario van Role Models, een ietwat grove komedie met verbazingwekkend veel hart. Elegant wisselen de beelden van de ene optimistische persoon zich af met de volgende. De acteurs, die voorrang krijgen van de camera, lijken net zoveel van de karakters te houden als de scenarioschrijvers. Er zit bezieling in hun inlevingsvermogen, waardoor het plezier afspat van de film. De lieflijke inborst werkt aanstekelijk met de talloze schattige honden, die door dit optimisme tot vrolijkheid stemmen.

Marino maakt hierdoor het gloedvolle temperament van een zomers Los Angeles welhaast een warm bad van goede intenties. Doordat de film excelleert in het brengen van vriendelijke figuren die niets anders dan sympathie verdienen, wordt het zelf ook een sympathieke vriend. Ondanks (of wellicht dankzij) de te lieve aanpak van de karakters en de onwil om zich te branden aan netelige kwesties, blijft het menselijke overeind in Dog Days, waardoor het moeilijk wordt de film te veroordelen voor de missers.
 

19 augustus 2018

 
MEER RECENSIES

Nina

***

recensie Nina

Broodnodige thematiek in conservatief Polen

door Ralph Evers

In Nina is hoofdrolspeler Nina op zoek naar een draagmoeder voor haar kinderwens. Haar zoektocht brengt haar bij toeval bij Magda. Regisseuse Olga Chajdas is nog zoekende naar haar balans. Dat ze smoel heeft, bewijst ze alvast wel. 

Op zich is dit een goede film… Het tempo van de film en de lengte van de shots zijn goed. De film is effectief en functioneel geschoten. De erotiek is teder, met een tikje soft focus, gedempt licht en altijd nog een tot de verbeelding sprekende verhulling. De scènes in de baarmoeder (een kunstwerk van Natalia Bażowska) zijn juist door de rode kleur zwoel en contrasteren sterk met de regenachtige herfst buiten. Wel jammer dat de belichting, zeker in het begin van de film, te donker en daarmee misleidend somber is. Ze passen niet bij de toon van de film. Het is dan wel een drama, maar niet zo heel zwaar. De thematiek kon wel eens nodig zijn in het preutse en conservatieve Polen.

Nina

Achtergrond
Om over die thematiek en het conservatieve Polen door te gaan. Nina, de hoofdpersoon, is op zoek naar een draagmoeder om haar (en manliefs) kinderwens te vervullen. Ze ontmoeten via een daartoe opgezette website een potentiële kandidate, maar dat loopt op allerlei vlakken mis. Wanneer Nina op een gegeven dag, opgeslokt in allerlei kleine beslommeringen, verstrooid en al tegen de auto van Magda rijdt, komt daarmee ook een mogelijke draagmoeder in beeld.

Nina raakt echter geïntrigeerd door Magda, die in vele opzichten haar tegenpool is. Waar Nina zich strak beweegt onder het juk van haar moeder, een lerares Frans uit een bovenmodale familie, is Magda de jonge rebel. Daarnaast is Magda lesbisch en dit wakkert in Nina een niet eerder gekende begeerte aan. Wojtek, Nina’s man, geeft aan positief te staan tegenover dat ‘regenbooggedoe’, maar heeft er moeite mee dat zijn vrouw haar lust bevredigt met een andere vrouw.

Nog wat meer achtergrond
Om even een beeld te schetsen van de situatie van de homoseksueel in Polen. Polen behoort tot de minst homovriendelijke landen van Europa. Dat weerhoudt een stad als Warschau er niet van om ruimte te bieden aan Gay Prides. Er is in 2012 zelfs een regenboog gebouwd op ‘plac Zbawiciela’. De oorspronkelijke bedoeling van deze regenboog was om positieve gevoelens van liefde, vrede en hoop uit te dragen, maar werd al gauw door rechtse en katholieke groeperingen gezien als hét symbool voor tolerantie voor homoseksualiteit, en dat kan natuurlijk niet in een zo door het katholicisme gedomineerd land als Polen. De regenboog is meerdere malen gesloopt en zelfs in de hens gestoken, waarop in 2015 besloten is om wat er nog van over was te verwijderen. Inmiddels is er met gewapend glas een hologram op de plek verrezen. Knappe jongen die dat gesloopt krijgt.

Met bovenstaande in het achterhoofd, plus het feit dat de regisseuse lesbisch is, doet vermoeden dat het feit om Nina te kiezen als winnaar van de VPRO Big Screen-competitie op het laatste IFFR in Rotterdam (mede) politiek gemotiveerd is.

Nina

Exploratie
Het boek Die Morgenlandfahrt van Hermann Hesse gaat niet over een of andere werkelijke reis naar ergens, maar over de innerlijke reis naar de vraag ‘wie ik ben’, onze menselijke existentie. In zowel het boek van Hesse als in deze film doet het plot er niet zo toe. Nina gaat vooral over Nina, die haar identiteit verruimt ziet en nader gaat exploreren door de ontmoeting met Magda. Door die ontmoeting wordt Nina ingewijd in een scène (de lesbische) die ze vanuit haar eigen leven nauwelijks kent. Zo wordt niet alleen Nina’s wereldbeeld groter, maar ook dat van de kijker, aangezien de film vooral vanuit Nina verteld en beleefd wordt.

Dat snijdt ook meer hout dan wanneer je de logica van het verhaal zou volgen. Dan vallen namelijk tal van toevalligheden op, zoals bij de aanrijding waar Wojtek toevallig Magda uit de brand helpt. Of vragen rondom de relatie tussen Wojtek en Nina. Hoe goed is die eigenlijk? Ook de achtergrond van Magda en haar vriendin wordt weliswaar getoond, maar niet nader ingevuld. Zo mist Nina om te overtuigen, maar heeft het debuut van Olga Chajdas voldoende kwaliteit om uit te zien naar verder werk.
 

14 augustus 2018

 
MEER RECENSIES

Tampopo

****

recensie Tampopo

Hoe opwindend is een rauwe eierdooier?

door Cor Oliemeulen

De eetfilm der eetfilms is eindelijk gerestaureerd. Ruim dertig jaar na dato kun je alle ingrediënten van de befaamde Japanse noedelsoep haarscherp zien. Nee, dit is geen documentaire, maar een komedie uit 1985 die haar tijd ver vooruit was en de kijker nog steeds verrast én verleidt.

Eten in films is zo oud als de film zelf. De Franse broers Lumière lieten al in 1895 een kort filmpje over het voeden van een baby zien. Hun landgenoot Georges Méliès trok in 1904 met Sorcellerie Culinaire de trukendoos open wanneer een bedelaar wraak neemt op een kok en duiveltjes inzet om diens soep te laten mislukken.

Tampopo

Van taartgooien tot je eigen schoen opeten
In de beginjaren van de film was de rol van eten vooral luchtig, denk aan taartgooien in slapstickfilmpjes. Met de toenemende industrialisatie kreeg voedsel een serieuzere betekenis en verschenen sociale misstanden op het witte doek. Van schrijnend drama over armoede en honger in A Corner in Wheat (1909) van D.W. Griffith tot en met de mistroostige humor in The Gold Rush (1925) waarin Charlie Chaplin als onfortuinlijke goudzoeker van pure ellende zijn schoenen opeet.

Als mensen eten in films is dat nooit toevallig. Vaak dient eten als katalysator van verzoening (Eat Drink Man Woman, 1994) of problemen (Festen, 1998). Sommige mensen bunkeren zoveel dat ze exploderen (The Meaning of Life, 1983), anderen vervelen zich te pletter en besluiten om zich dood te eten (La grande bouffe, 1973). Hoe dan ook heeft de rol van eten en voeding in elke tijd en elke cultuur een andere betekenis.

Rake observaties
Van alle eetfilms is Tampopo na al die jaren nog steeds de meest bijzondere en grappige. Met het thema voedsel als verleiding, het jongleren met stijlvormen en het laveren tussen komedie en melodrama was de Japanse regisseur Jûzô Itami met zijn tweede film zijn tijd lichtjaren vooruit. Begonnen als acteur werd hij pas op zijn vijftigste actief als scenarioschrijver en regisseur. Itami heeft zich duidelijk laten inspireren door zijn Franse collega Jacques Tati, een meester in eenvoudige, rake observaties van het dagelijkse, vaak absurdistische, menselijke gedrag. De satire van Itami is beduidend scherper en gewaagder, zeker als het gaat om de relatie tussen eten, seks en de dood – soms zelfs in dezelfde scène.

Tampopo

Tampopo (paardenbloem) is de naam van de alleenstaande eigenaresse van een beduimelde eetgelegenheid (gespeeld door Itami’s vrouw Nobuko Miyamoto). Met de hulp van een vrachtwagenchauffeur streeft zij naar een goedlopend restaurant waar de allerbeste noedelsoep zal worden geserveerd. Maar voor het zover is, zien we in een reeks uiterst smaakvol gefilmde scènes hoe je het ingenieuze gerecht maakt, presenteert en eet. De compositie en hartstochtelijke benadering van de ingrediënten is tot ware kunst verheven.

Jûzô Itami noemde Tampopo een noedel-western (die hadden we nog niet!) en leent qua sfeer, low budget en close-ups veel van de spaghettiwestern. In losstaande fragmenten zien we een etiquetteklasje met meisjes die leren hoe je spaghetti moet nuttigen, dat je soms beter geen chips in de bioscoop moet eten en ontdekken we de verleidingen van voedsel. Hilarisch zijn de scènes van de dandy-gangster die slagroom van de linkerborst van zijn vriendin opzuigt en hun techniek om tijdens het voorspel razendknap een rauwe eierdooier heel te houden. Opwindende, geestige en wellicht inspirerende situaties, die een jaar later zouden leiden tot de schaamteloze anticlimax van Kim Basinger en Mickey Rourke in Nine 1/2 Weeks van Adrian Lyne.
 

12 augustus 2018

 
MEER RECENSIES