Happiest Day in the Life of Olli Mäkim, The

****

recensie The Happiest Day in the Life of Olli Mäki 

Boksdrama zonder geijkte focus op actie

door Nanda Aris

In deze zwart-wit film van nieuwkomer Juho Kuosmanen volgen we het leven van Olli Mäki (Jarkko Lahti), een Finse amateurbokser die tijdens het wereldkampioenschap van 1962 de wedstrijd van zijn leven bokste tegen titelverdediger Davey Moore.

De film won op het afgelopen filmfestival van Cannes de Un Certain Regard-prijs, en sleepte daarnaast andere nominaties en prijzen in de wacht. Kuosmanen besloot de film in zwart-wit en in 16mm te filmen, om de authenticiteit van de periode te waarborgen.

The Happiest Day in the Life of Olli Mäki

Daardoor is het makkelijk de film te vergelijken met ook in zwart-wit gefilmde Raging Bull (1980) van Martin Scorsese. Ook hij filmde voor dezelfde reden in zwart-wit, maar wilde de film ook differentiëren van Rocky, die zo’n beetje in dezelfde periode verscheen. Met beide films kan The Happiest Day in the Life of Olli Mäki niet vergeleken worden. De film van Kuosmanen is een zachtaardige film, over een bescheiden jongeman die het hele circus waar hij in terecht komt omdat hij een belangrijke wedstrijd gaat boksen, maar niks vindt.

Vedergewicht
Olli Mäki is 26 als hij zich opeens gekwalificeerd ziet voor de wereldkampioenschappen. Zijn trainer Ellis (een mooie rol van Eero Milonoff, die een man speelt met goede en minder goede kanten), heeft hem opgegeven voor de klasse vedergewicht, omdat hij zelf een klasse hoger bokst, en in Mäki gevreesde competitie ziet. “Als dit allemaal voorbij is, kun je zeggen dat 17 augustus 1962 de gelukkigste dag van je leven is”, zo zegt hij tegen Mäki om diens zelfvertrouwen te vergroten.

Bescheiden
De wedstrijd moet Mäki’s doorbraak in de internationale boksscene worden en Finland op de kaart zetten. Er wordt dan ook groots ingezet op de wedstrijd. Een cameraploeg volgt Mäki (een zeer geestige scène, als de cameraploeg kennis komt maken met Mäki en trainingsgenoten, die net onder de douche staan); hij doet een reclamecampagne (wederom een grappige scène, als de kleine Mäki op een krukje moet gaan staan om boven het lange model naast ‘m uit te komen); er worden sponsoravonden georganiseerd.

The Happiest Day in the Life of Olli Mäki

Des te meer Mäki verzeild raakt in de bijzaken, des te meer hij afgeleid wordt van het boksen. Als dan ook nog eens zijn vriendin besluit om terug te keren naar Kokkola, voelt hij ook de noodzaak uit Helsinki weg te gaan, om zich in alle rust voor te bereiden. De mooie scène waarin hij een vlieger vindt, toont de speelse kant van zowel Mäki als de film.

Thema
De film gaat niet alleen om het boksen, maar vooral over de liefde die opbloeit tussen Olli en Raija (Oona Airola). Dat maakt de film iets lastiger te definiëren, we worden als kijker niet één kant opgestuurd en er is geen hoofdthema. The Happiest Day in the Life of Olli Mäki gaat over boksen, liefde, mediacircus, het platteland vs. de stad, heeft humor en voelt aan als een documentaire.

Dit komt onder andere doordat Kuosmanen Lahti vaak van achter filmt, alsof hij hem daadwerkelijk volgt. Dit zagen we eerder op een mooie manier in de film The Wrestler (2008), waarin regisseur Aronofsky worstelaar Mickey Rourke veelal vanachter filmt. Ook heeft Kuosmanen zijn uiterste best gedaan om kleding en setting zo geloofwaardig mogelijk te maken. En last but not least dragen ook de prachtige lange uncut scènes hieraan bij.
 

3 februari 2017

 
MEER RECENSIES

Ciel Flamand, Le

***

recensie Le Ciel Flamand

Schuld en boete op het Vlaamse platteland

door Cor Oliemeulen

Na zijn bejubelde drama Offline schetst de Belgische regisseur Peter Monsaert ook in zijn tweede speelfilm een portret van mensen die leven in de marge van de samenleving. In Le Ciel Flamand leidt een seksmisdrijf tot moord.

Donkere wolken pakken zich samen boven het bordeel van Monique en Sylvie dat is gelegen in West-Vlaanderen tegen de Franse grens. Terwijl haar oma Monique en moeder Sylvie binnen aan het werk zijn, vraagt Sylvie’s zesjarige dochtertje Eline zich buiten in de auto af wat het betekent als haar moeder zegt: “Als mensen een knuffel nodig hebben, komen ze naar mama.” Mensen helpen, dat wil Eline later ook.

Le Ciel Flamand

Tien keer poepen per dag
Het leven in het hoerenkot loopt niet altijd op rozen. Een jonge debutante moet erg wennen aan de (hardhandige) wensen van haar eerste klanten, terwijl haar oudere collega’s de nukken van een piepend bed relativeren: “Er is geen enkel bed bestand tegen tien keer poepen per dag.” Monique, die destijds het bordeel met haar man begon, vindt dat Sylvie onderhand de zaak zou moeten verkopen, zodat zij beter voor de kleine Eline kan zorgen, maar Sylvie zegt dat zij het geld nodig heeft. Ondertussen neemt oom Dirk, een bevriende buschauffeur, Eline onder zijn hoede.

En dan slaat het noodlot vreselijk toe. Sylvie (Sara Vertongen, vooral bekend van de Vlaamse tv-series Binnenstebuiten en Familie) neemt stiekem foto’s van haar klanten en probeert de dader van een seksmisdrijf op te sporen. Dirk (speelde ook een hoofdrol in Offline) begint zich wat geheimzinnig te gedragen, terwijl op school een vriendinnetje van Eline (Esra Vandenbussche) zegt dat haar moeder een stinkende hoer is. “Mama, wat is een hoer?”, vraagt Eline. “Hier, ruik maar. Vind je dat mama stinkt?”

Le Ciel Flamand

Onheilspellende atmosfeer
Veel van de film zien we door de ogen van de kleine Eline. Haar blik op de werkplek van haar moeder en oma is vervuld van mysterie en nieuwsgierigheid. De neonachtige kleuren rood, oranje en paars van het bordeel staan in sterk contrast met het serene blauwgroene schijnsel in Eline’s slaapkamer. Dit is de plek waar ze zich echt op haar gemak kan voelen in tegenstelling tot de auto op de parkeerplaats van het bordeel waar ze vaak met haar moeder tijdens lunchtijd boterhammen eet of nog even moet wachten totdat Sylvie is afgewerkt.

Net zoals in de meeste Belgische films van de laatste jaren wordt in Le Ciel Flamand sterk en geloofwaardig geacteerd. We zien een realistisch beeld van een van zon verstoken Vlaams platteland met het bezoek aan een markt, een danslokaal en de viering van Sinterklaas, die zowaar een rol in deze sombere geschiedenis zal vervullen. Maar tot die tijd is het drama – over de consequenties van schuld en boete – na een sterke eerste helft wat ingezakt. Het knappe is wel de voortdurende onderhuidse spanning, waarbij er op elk moment iets onverwachts kan gebeuren. Alleen al die onheilspellende atmosfeer maakt van Peter Monsaert de zoveelste veelbelovende Belgische cineast die we goed in de gaten moeten houden.
 

28 januari 2017

 
MEER RECENSIES

Handmaiden, The

*****

recensie The Handmaiden

Zinderende ménage à trois uit Korea

door Cor Oliemeulen

Een erotische misdaadthriller, historisch drama en zwarte komedie zijn op meesterlijke wijze in elkaar verweven. Veel beter en onderhoudender dan The Handmaiden worden films niet gemaakt.

Chan-wook Park maakt films zoals het leven is: vol goede en slechte dingen, geluk en pijn. Met meestal de nadruk op slechte dingen en pijn. Geïnspireerd door Hitchcock, Shakespeare en Kafka is de inmiddels 53-jarige Zuid-Koreaan vooral bekend van zijn zogenaamde Wraak-trilogie, bestaande uit Sympathy for Mr. Vengeance (2002), Oldboy (2003) en Lady Vengeance (2005). Bijna al zijn films blinken uit in een uitgesproken visuele stijl en een intelligent plot waarin de slechte eigenschappen van de mens de boventoon voeren. Park wil je niet alleen emotioneel maar ook fysiek raken en pakt dat aan met surrealistische, absurde en zwart-komische ingrediënten. Ook zonder het gestileerde geweld en de rauwe seks (zelden gratuit) herkent de kenner de eigenzinnige (Koreaanse) filmstijl.

The Handmaiden

Regelmatig op verkeerde been
Voor The Handmaiden nam de regisseur het boek Fingersmith van de Britse auteur Sarah Waters als bindend uitgangspunt. Een zakkenrolster wordt door een oplichter uitgekozen om een rijke dame geld afhandig te maken. De bedoeling is dat de zakkenrolster als dienstmeisje gaat werken bij de rijke dame en haar zodanig manipuleert dat zij met de oplichter zal trouwen. Vervolgens is het zaak om de rijke dame tot waanzin te drijven, zodat zij moet worden opgenomen in een inrichting en het criminele duo er met de buit vandoor kan gaan. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan, want er ontstaat al snel een innige band tussen beide vrouwen.

Chan-wook Park verplaatste het zeer gelaagde verhaal met de complexe driehoeksverhouding van het Victoriaanse Londen naar het door Japan bezette Korea van de jaren dertig zonder afbreuk te doen aan plot en emotionele lading. Hij benadrukt de patriarchale onderdrukking in de persoon van een perverse oom die verantwoordelijk is voor de huidige, labiele gemoedstoestand van de rijke dame in de film, Lady Hideko (Min-hee Kim). De zakkenrolster heet Sook-Hee (Tae-ri Kim) en de oplichter doet zich voor als ene graaf Fujiwara (Jung-woo Ha). Zet je schrap voor 140 minuten waarin de enerverende geschiedenis vanuit drie perspectieven wordt verteld en je – door Park’s curieuze narratieve technieken – langzaam ontdekt waartoe dubbelspel en onderdrukking kunnen leiden.

Het is niet vreemd dat The Handmaiden de atmosfeer van Chan-wook Park’s meest bejubelde Oldboy ademt, aangezien dezelfde personen verantwoordelijk zijn voor productie, montage, kostuums, muziek en cinematografie. Elk frame van Chung-hoon Chung is een overweldigend schilderij van het door Seong-hie Ruy ontworpen aristocratische speelveld van elegante kamers, fraaie tuinen met prominent een boom met een strop, en een verboden kelder waar Hideko’s oom Kouzuki een opmerkelijke verzameling literatuur en menselijke relikwieën herbergt.

Seks en geweld
Als er seks in een film wordt gebruikt, is dat over het algemeen van korte duur en suggestief. Een verplicht nummertje. Het tonen van het minnespel is functioneel wanneer de kijker beseft dat de relatie tussen mensen (ook) op lichamelijk vlak intiem is. En in het geval van daadwerkelijke copulatie is het natuurlijk handig te weten hoe het komt dat iemand later in de film zwanger blijkt, en vooral van wie.

Een meesterwerk met pittige seks. Kan dat? Na het verschijnen van het intense liefdesdrama La vie d’Adèle (2003) ontstond de nodige opschudding omdat de twee hoofdrolspeelsters elkaar minutenlang tot orgasmes beroeren, wat er verdraaid realistisch uitziet en in die mate nog nooit was vertoond in een mainstream film. De seks in The Handmaiden is niet minder oprecht en opwindend, maar minder expliciet in beeld gebracht. Eén liefdesscène is vooral schalks – een speels experiment, dat eerder ter sprake kwam toen Hideko van oom Kouzuki verhalen in de stijl van de Markies van Sade moest voordragen aan een klein gezelschap hijgerige mannen.

The Handmaiden

Vergelding gaat bij Chan-wook Park meestal samen met geweld. In zijn vorige (vooralsnog eerste Engelstalige) film Stoker (2013) leidt een driehoeksverhouding tot vooral heel veel suspense, maar in The Handmaiden keert Park voor even terug naar ouderwets gestileerd geweld. Meer dan ooit met een vette knipoog, want de afrekening tussen twee mannen heeft hij zelf bij het verhaal verzonnen. Zo kan er zomaar een handvol vingers in de prullenbak verdwijnen. Maar geen hamers ditmaal, wel Park’s traditionele schaar, waarvan het de vraag is of die ditmaal daadwerkelijk als martelwerktuig dienst zal doen. Ondertussen gloriëren en genieten de vrouwen met hun eigen schaar.

Waardering
Vorig jaar staken veel filmcritici de loftrompet over een andere visueel overdonderende Aziatische productie, The Assassin. Die verstilde wuxia-film is qua verhaal nauwelijks te volgen en bovendien bijna geheel verstoken van actie, maar desalniettemin werd de rolprent van de zeker niet onverdienstelijke Chinese filmmaker Hsiao-Hsien Hou bedolven onder de maximale score van vijf sterren. Hoewel het moeilijk is appels met peren te vergelijken, hoe moet je dan The Handmaiden in hemelsnaam waarderen? Net zo prachtig gefilmd en sfeervol, maar gesteund door een bijzonder sterk verhaal, fantastisch geacteerd, alsook perfect gemonteerd en geregisseerd. Chan-wook Park is met The Handmaiden definitief toegetreden tot een selecte groep van grote regisseurs uit de filmgeschiedenis.
 

27 januari 2017

 
MEER RECENSIES

Personal Shopper

****

recensie Personal Shopper

Modieus griezelen met Kristen Stewart in topvorm

door Wim Meijer

De nieuwste film van Olivier Assayas is zo’n film die je moet ondergaan. Laat je onderdompelen in de modieuze spookwereld die de Franse cineast creëert. En geniet van de uitstekende, verontrustende Kristen Stewart als down to earth medium.

Het duurt slechts enkele minuten voordat de paranormale Maureen (Stewart) zich ’s nachts in een verlaten huis bevindt, gekweld door haar overleden broer Lewis, ook een medium. De afspraak is dat hij haar vanuit het hiernamaals een teken zou geven, om zo leven na de dood aan te tonen. Het huis kraakt, piept en er wordt met deuren gesmeten. Op zachte toon, volledig beheerst, zegt Maureen: ‘Lewis? Lewis, is that you?’ De oplettende kijker ziet een vertroebeling in de lucht, zichtbaar door invallend licht. Een hard cut volgt. De gereserveerde Maureen vertelt de toekomstige huizenkopers dat ze een presence voelde. Maar ze wil zeker weten dat het Lewis was. Ze heeft meer tijd nodig. De kopers knikken.

Personal Shopper

Vliegtuigstand
De kille cinematografie van Yorick Le Saux en indringende strijksymfonieën dragen bij aan de naargeestige sfeer. Het contrast is enorm wanneer je Personal Shopper vergelijkt met A Bigger Splash, de hitsige zomerfilm waarvoor Le Saux afgelopen jaar de beelden schoot. Assayas knipt terwijl je midden in de spannende scène zit. Meer dan eens is de montage vlijmscherp en onverwachts, waardoor dit soort scènes de kijker overvallen. Verwarrend en effectief, al duurt de verwarring nooit lang wegens de overzichtelijke regie van de Franse cineast.

Personal Shopper houdt het midden tussen drama, thriller en horror, maar is eigenlijk niet te categoriseren met haar vreemd soort realisme en bijzonder beklemmende sfeer. YouTube blijkt de voornaamste bron van mediums. Dagenlang kijkt Maureen naar het internet, op zoek naar manieren om Lewis te vinden. De geesten – vaker niet dan wel in beeld, zoals het hoort – jagen je de stuipen op het lijf. Andere keren levert het vertederende momenten op. Dan verschijnen er ook nog vreemde berichtjes op Maureens telefoon. Afzender: Unknown. Spanning gegarandeerd. Met name wanneer de berichten in rap tempo elkaar opvolgen als Maureen haar telefoon van de vliegtuigstand haalt. Hitchcock had zijn vingers erbij afgelikt.

Personal Shopper

Lugubere modewereld
Kristen Stewart speelt een personal shopper, iemand die voor een beroemdheid shopt, omdat die daar zelf geen tijd voor heeft. Een verderfelijke wereld, zo blijkt al snel. Zo is de modewereld de laatste tijd wel vaker op lugubere manier neergezet, denk aan films met vorm over inhoud zoals The Neon Demon en Nocturnal Animals. Personal Shopper tapt uit hetzelfde fashionvaatje, maar deze tevens onconventionele film is minder pretentieus en geeft meer voldoening.

Dat komt vooral door Stewart. Maureen is gestrest, kwetsbaar, gereserveerd, introvert, gedreven, verbeten en geïrriteerd. Haar emoties zijn voelbaar en echt. Maureen is Stewart op het lijf geschreven en de actrice speelt de rol met ongekende klasse. Het Oscarseizoen gaat binnenkort beginnen en Stewart zou met deze veelzijdige vertolking hoge ogen moeten gooien. Als tenminste de Academie ook inziet dat ze ondertussen Bella al ver overstegen is.
 

23 januari 2017

 
MEER RECENSIES

Moonlight

****

recensie Moonlight

Kwetsbare outsider smacht naar vriendschap en liefde

door Cor Oliemeulen

Voor gevoelige, kwetsbare mannen is weinig plaats in Hollywood, behalve als ze uiteindelijk een flinke lading leed en tegenslag overwinnen. Moonlight is het aangrijpende opgroeidrama van een Afro-Amerikaanse homoseksueel die volwassen wordt in een achterstandswijk van Miami en zijn plekje in de wereld probeert te veroveren.

Wordt het de musical La La Land of het drama Moonlight bij de komende Oscaruitreikingen? Wordt het wit of wordt het zwart? Tot verbijstering van velen bedeelde de Academy vorig jaar geen enkele belangrijke Oscar toe aan een niet-blanke, zelfs niet aan het hiphopdrama Straight Outta Compton. Alleen al om die reden kan de hoofdzakelijk bejaarde en conservatieve jury niet heen om de enigszins gehypte coming of age over een jongen die opgroeit in een drugsomgeving in Miami en ontdekt dat hij homoseksueel is, maar niet in staat blijkt de daad bij het woord te voegen. In Moonlight zijn het de omstandigheden die bepalen wie we zijn en wie we worden.

Moonlight

Intense worsteling voor eigen plekje
In zijn debuut Medicine for Melancholy (2008) gebruikt regisseur Barry Jenkins de stad San Francisco als decor voor een etmaal waarin een zwarte man en een vrouw, na een one night stand, vooral discussiëren over hun etnische identiteit. In Moonlight is het ook een Afro-Amerikaan die op zoek is naar zijn persoonlijke identiteit, maar vooral naar vriendschap en liefde. Plaats van handeling is Miami: niet de dure stad van modieus geklede, coke snuivende en opsporende mensen van Miami Vice, maar het Miami van de armoedige wijken waarin je moeilijk kunt ontsnappen aan de misdaad en je als kwetsbare outsider moeilijk staande kunt houden.

Moonlight is oorspronkelijk een schooldrama, geschreven door Tarell Alvin McCraney, dat dient als basis voor de film. Voor Jenkins was het een gelegenheid om de herinneringen aan zijn eigen kinderjaren te vertalen naar het witte doek, gesteund door de poëtische taal van McCraney. Het duo kende elkaar niet als kinderen, hoewel hun jeugd erg op elkaar leek: dezelfde scholen en allebei opgegroeid in gezinnen met drugsverslaafde moeders. Het werkelijke thema van hun verhaal is niet zozeer (homo)seksualiteit, maar de intense worsteling van de kwetsbare zwarte jongen Chiron die zijn plekje in de wereld probeert te bemachtigen.

Moonlight

Drieluik met drie geloofwaardige acteurs
We volgen Chiron in een drieluik dat ruim twee decennia omspant. In het eerste deel van de film speelt nieuweling Alex Hibbert het tienjarige jochie, vanwege zijn kleine postuur en onzekere uitstraling Little genoemd. De thuissituatie is schrijnend omdat zijn moeder (sterke rol van Naomi Harris, Miss Moneypenny in de laatste twee James Bond-films) verslaafd is aan crack. Little zoekt regelmatig zijn toevlucht tot de sympathieke drugsdealer Juan (Mahershala Ali, House of Cards), die als een vader voor hem is, en diens vriendin.

De 16-jarige Chiron (hij wordt boos als mensen hem anders noemen) wordt gespeeld door Ashton Sanders (had een bescheiden rolletje in Straight Outta Compton). Hij is nog steeds erg kwetsbaar, wat hem tot pispaaltje maakt van een groepje jongens. Met zijn vriend Kevin beleeft hij zijn eerste seksuele ervaring, maar niet veel later flikt Kevin hem een kunstje, met verregaande consequenties.

In het laatste deel van Moonlight luistert Chiron (de eveneens relatief onbekende Trevante Rhodes) naar de naam Black. Door zijn verblijf in de bajes, zijn blitse wagen en gouden sieraden oogt hij stoer, maar hij torst tegelijkertijd de enorme last van zijn kindertijd en jeugd op zijn gespierde schouders mee. Dat leidt tot de zowel dramatische als ontroerende apotheose, wanneer hij Kevin na lange tijd weer ontmoet.
 

21 januari 2017

 
MEER RECENSIES

On the Other Side

***

recensie On the Other Side

Verledendaags heden

door Ralph Evers

Een burgeroorlog kent vele gruwelijkheden, waarvan we het merendeel niet meekrijgen indien we er niet bij waren. Dat toonde The Look of Silence in misselijkmakende beschrijvingen en re-enactments. Voormalig Joegoslavië worstelt met eenzelfde leed, hetgeen ongetwijfeld nog lang een inspiratiebron voor cineasten zal zijn, getuige On the Other Side.

Dit psychologische drama volgt verpleegster Vesna. Zij is de verschrikkingen in Bosnië twintig jaar geleden ontvlucht en heeft een nieuw bestaan opgebouwd in het Kroatische Zagreb. Haar zoon is inmiddels een succesvol zakenman, die met zijn vrouw en kindje riant woont. Haar dochter staat op het punt te trouwen en heeft haar rechtenstudie afgerond. Haar vredige bestaan wordt plots opgeschrikt door een telefoontje van haar ex-man Zarko, die een dubieuze rol speelde in de oorlog en betrokken was bij executies van mannen, vrouwen en kinderen in hun dorp. Buiten dat blijkt ook de aangenomen achternaam argwaan op te roepen.

On the Other Side

Afstandelijk
De film poogt een antwoord te vinden hoe in het reine te komen met oorlogsmisdaden en neemt daarbij zelf geen standpunt in. Regisseur Zrinko Ogresta kiest er consequent voor vanuit het oogpunt van Vesna het verhaal te ontrollen. Daarbij neemt de camera wel een voyeuristische positie in. We zien Vesna vooral achter luxaflex, ramen, autodeuren, gordijnen of door struikgewas. We zien de acteurs iedere keer ‘van de andere kant’. Alsof we niet te dichtbij mogen komen. Nu heb je ook enige afstand nodig om een dergelijk complex en delicaat verhaal genuanceerd te brengen. Daarin is Ogresta dan ook geslaagd.

Retro-realisme
De opzet van de film doet denken aan de neorealistische film van de Italiaanse cinema (1943 – 1952), met dat verschil dat On the Other Side wel gebruik maakt van professionele acteurs. De sobere opzet, de vale kleuren, de afwezigheid van muziek en shots waarin Vesna zwijgend voor zich uit staart, vergroten het realisme, doch creëert afstand met de gemiddelde bioscoopbezoeker. De film lijkt vooral voor de eigen markt gemaakt, gezien het thema waar hij mee dealt. Het overkoepelende thema daarbij is vergeving. Dit thema wordt op verschillende wijzen uitgewerkt. Zo leeft tussen Vesna en Zarko nog de liefde van vroeger. Tussen zoon en vader lijkt er een onoverbrugbare kloof te zijn ontstaan.

On the Other Side

De realistische opzet met haar trage, observerende oog is met name de eerste vijftien minuten een beproeving voor de kijker. Natuurlijk zit in die traagheid en ongemakkelijkheid van het begin de onderhuidse, aanwezige spanning van de hedendaagse ex-Joegoslavische landen: hoe om te gaan met die enorme last van het verleden, nu we weer als buren naast elkaar wonen en we veel minder die monsters zijn die we toentertijd van elkaar gemaakt hebben. Daarin stipt de film een universeel thema aan. Tegelijkertijd is deze dynamiek in zoveel meer films te vinden, waarmee het unieke karakter van On the Other Side weer teniet is gedaan. Ondanks de uitstekende karakterschetsen en het predicaat ‘prima psychologisch drama’, zal de film voor de neutrale bioscoopganger vermoedelijk snel uitdoven.
 

17 januari 2017

 
MEER RECENSIES

Into the Forest

***

recensie Into the Forest

Verstilde Apocalyps

door Suzan Groothuis

Het einde van de wereld blijft een inspiratiebron voor filmmakers. Nu is er Into the Forest, waarin twee zussen aan elkaar overgeleverd zijn wanneer het einde van de wereld zich aankondigt. Nou ja, min of meer, als er ineens geen elektriciteit meer is. Geleidelijk aan stapelen de problemen zich op en volgen we de twee in hun overlevingsstrijd.

In de openingsscène is er nog niets aan de hand. Een feestje in de buitenlucht, blije en verliefde mensen onder elkaar. We horen Cat Powers cover van Nina Simone’s Wild Is The Wind.

Overgeleverd aan mysterie
Feestganger Nell (Ellen Page, Inception) wordt vervolgens opgepikt door haar vader en oudere zus Eva (Evan Rachel Wood, The Wrestler) en teruggereden naar hun afgelegen woning te midden van de Canadese bossen. Eenmaal thuis knalt ineens de elektriciteit er uit. Dat het moderne tijden zijn is subtiel in beeld gebracht; via het raam zien we een hypermoderne tv die de huidige modellen overstijgt. Tevergeefs proberen de drie de boel aan de praat te krijgen.

Into the Forest

De uitval van elektriciteit is geen tijdelijke situatie; er lijkt iets ernstigs aan de hand. Wanneer ze er met elkaar op uit trekken om te tanken blijkt de benzine op. Woningen en winkels zijn verlaten. Mensen die ze tegenkomen stralen dreiging uit. Volgens de vader is er maar één oplossing en dat is thuis blijven en wachten tot het probleem is opgelost.

Een oorzaak is er niet. Slechts geruchten en theorieën. Terwijl de dagen vorderen ontbreekt het aan elektriciteit, gas en vervoer. En als de vader plotsklaps omkomt bij een ongeluk, zijn Eva en Nell op elkaar aangewezen.

Into the Forest, gebaseerd op het boek van Jean Hegland, is een donker drama dat zich focust op de relatie tussen de twee zussen tegen de achtergrond van een dreigende Apocalyps.

Omgaan met de nieuwe situatie en met elkaar
De film houdt midden tussen drama en thriller, hoewel het nergens echt spannend wordt. De camera focust op de zussen en hoe zij omgaan met deze nieuwe situatie én met elkaar. Nell is de stoerste en lijkt de realiteit meer onder ogen te zien dan haar oudere zus, die nog steeds een auditie als danseres voor ogen heeft. Omdat de elektriciteit is uitgeschakeld kan ze niet langer dansen op muziek en dient een metronoom om het tempo aan te geven.

Terwijl Nell zich verdiept in hoe je overleeft, trekt Eva zich terug om te dansen. Haar in actie zien is mooi maar onwerkelijk; een vlucht uit de donkere realiteit. Maar ontsnappen van wat er werkelijk speelt is geen optie: met het verstrijken van de dagen en maanden nemen het verval en de dreiging van buitenaf toe.

Into the Forest

Zusterliefde in overlevingsstrijd
Zonder teveel te verraden toont regisseur Patricia Rozema in verstild tempo hoe twee zussen, verschillend van karakter, nader tot elkaar komen in een wereld die overgeleverd is aan de ondergang.

Into the Forest is een film zonder verklaringen en dieperliggende achtergronden; hij moet het hebben van het spel van de twee zussen, sfeer en beeld. Met sfeer en beeld is weinig mis: idyllisch (mooie plaatjes van het landschap) en donker (tekenen van verval) gaan samen met een intieme soundtrack (het eerder genoemde Cat Power, alsmede Sylvan Esso en het onbekende Cream Pipe).

Ellen Page en met name Evan Rachel Wood (die momenteel schittert in HBO’s prachtserie Westworld) zetten hun rollen van de twee zussen in overlevingsmodus verdienstelijk neer. Veel wordt er niet gezegd, maar de uitdrukking in hun gezicht en ogen spreekt voor zich. Kracht bij Nell, leegte bij Eva.

Toch mist er een zekere verdieping, wat vooral te wijten is aan het kale scenario. Antwoorden of verklaringen zijn er niet. Wel, vooral naar het einde toe, wat onnodige wendingen. Wellicht bedoeld om de spanning op te voeren, maar met tegengesteld effect. Uiteindelijk word je als kijker niet écht geraakt of betrokken; verhaal en personages blijven teveel op afstand. Ergens schemert een boodschap door: wat de gevolgen zijn van het wegvallen van zo’n groot goed als elektriciteit, waarvan we zo afhankelijk zijn. En tot wie we teruggeworpen worden wanneer alle moderne en noodzakelijke gemakken ons ontberen: the survival of the fittest, met de natuur om te omarmen. En, in het geval van Into the Forest: wat zusterliefde.
 

16 januari 2017

 
MEER RECENSIES

Tour de France

***

recensie Tour de France

Een volkslied kun je rappen

door Cor Oliemeulen

Een rapper die na een moordaanslag Parijs moet ontvluchten komt terecht bij een sikkeneurige bouwvakker. Twee grotere tegenpolen zijn er nauwelijks, maar er ontstaat een band tijdens een tocht door Frankrijk. In het degelijke Tour de France komen twee werelden samen.

Van doodsbedreigingen op social media kijkt tegenwoordig nauwelijks nog iemand op, de daad bij het woord voegen is serious shit. Een battle tussen de rivaliserende rappers Spynx en Far’Hook leidt tot een mislukte aanslag met een geweer, waarna laatstgenoemde zijn toevlucht zoekt tot Bilal, zijn producer, op het platteland. Daar aangekomen blijkt die niet thuis, want zijn vriendin staat op het punt van bevallen. Na het nodige aandringen opent Bilals vader Serge de deur. Sinds zijn zoon Mathieu zich bekeerde tot de islam en zijn naam veranderde in Bilal heeft Serge het helemaal niet meer op mensen met een andere afkomst. Laat staan op rappers.

Tour de France

Etnisch profileren
Serge (Gérard Depardieu) kan wel een chauffeur voor zijn oude truck gebruiken en neemt Far’Hook (Sadek) mee op reis langs een aantal Franse havens. Sinds de dood van zijn vrouw treedt Serge in de voetsporen van de achttiende-eeuwse schilder Joseph Vernet en probeert hij diens havengezichten op het doek te reproduceren. De kost verdienen doet hij met wat timmerwerk en onderwijl leert hij Far’Hook hoe je met je handen werkt. Het duurt een halve film voordat er een greintje van wederzijds respect ontstaat.

Serge vindt zich geen racist, maar is wel anti-islam en voelt zich een minderheid in zijn eigen land. Hij vindt rappers dom, want hun teksten reiken volgens hem niet verder dan ‘Zuig mijn lul, beng beng’, ‘ik neuk jou want jij neukt mijn moeder’ en ‘ik ben de koning van de buurt.’ Maar als hij Far’Hook een heus opinieblad ziet lezen en deze een gedicht van Arthur Rimbaud citeert, gaan Serge’s vooroordelen langzaam overboord. Tegen de tijd dat Far’Hook door de politie wordt onderworpen aan een pittig potje etnisch profileren, neemt Serge het voor hem op, gaat met de agenten op de vuist en belandt het duo tijdelijk in de cel. En als Bilal later een dochtertje met de ‘Arabische’ naam Noura heeft gekregen, lijkt Serge’s aanvankelijke aversie als sneeuw voor de zon verdwenen.

Tour de France

Xenofoob versus moderne burger
In Tour de France komen de werelden van de oudere xenofobische autochtoon en de jonge rapper als exponent van de moderne tijd geloofwaardig samen. Dat komt door de goede interactie tussen de twee acteurs, waarvan we de sympathieke rapper Sadek ongetwijfeld vaker zullen terugzien. In pas zijn tweede speelfilm kreeg regisseur Rachid Djaïdani bovendien de beschikking over één van de grootste Franse acteurs van de laatste veertig jaar, Gérard Depardieu. Als geen ander weet hij een dergelijke onbehouwen knorrepot gestalte te geven en uiteindelijk te laten inzien dat de tijden zijn veranderd, of hij nu wil of niet. Serge’s gestage metamorfose leidt tot de grappigste scène van de film als hij ‘La Marseillaise’ begint te rappen. Maar ach, rappen in het Frans, je moet ervan houden…

Hoewel het subplot – rapper staat andere rapper naar het leven – ondergeschikt is aan de onwaarschijnlijke vriendschap tussen de twee tegenpolen, had dat veel beter uitgewerkt kunnen worden. Het is vooral Depardieu’s verdienste en uitstraling dat het werkelijke verhaal van Tour de France nergens sentimenteel en overtrokken wordt. Een solide film, maar bijzonder verrassend en opwindend is het allemaal ook weer niet.
 

14 januari 2017

 
MEER RECENSIES

Magnus

****

recensie Magnus

Gezin als hoeksteen van succes

door Cor Oliemeulen

Magnus is een documentaire over de gelijknamige Noorse wereldkampioen schaken die zich laat kijken als een spannend jongensboek.

“Ik heb nog nooit zoiets indrukwekkends gezien”, verzucht iemand als Magnus Carlsen uit zijn hoofd alle zetten van zijn partij tegen een zojuist verslagen opponent in Harvard University opschrijft. Normaal geef je zo iemand misschien je handtekening, maar de Noorse schaakgrootmeester overhandigt liever een notatieformulier als herinnering. Ook de negen andere advocaten hadden tijdens de blindsimultaan tegen de ‘Mozart of Chess’ geen schijn van kans gehad.

Magnus

De kunst van het componeren
Componeren op het schaakbord. Schaken als kunst. Weinigen zo creatief als Magnus Carlsen, op 30 november 1990 geboren in het stadje Tønsberg. Aan de hand van homevideo’s blikt vader Henrik terug op de kindertijd van zijn enigste zoon. Terwijl we zijn drie zusjes spontaan zien ravotten in de Noorse natuur, denkt de vierjarige Magnus eerst goed na voordat hij tot actie overgaat. Drie jaar later kent hij de hoofdsteden, vlaggen en inwonersaantallen van de meeste landen van buiten. Hij is gek van lego, én van schaken. We zien Magnus weliswaar de Donald Duck lezen, maar volgens zijn vader vertellen vooral cijfers en nummers hem het verhaal. Dat maakt hem op school een eenling, een outsider. Hij wordt veel gepest omdat hij altijd in gedachten is. “Schaken was goed voor zijn zelfvertrouwen”, vertelt Henrik. Magnus Carlsen werd al op zijn dertiende Noors schaakkampioen. Het begin van een glansrijke carrière.

Nadat zijn landgenoot Øyvind Asbjørnsen in de korte documentaire The Prince of Chess in 2005 het wonderkind portretteerde, neemt Benjamin Ree in Magnus als het ware het stokje over vanaf het moment dat Carlsen internationaal doorbreekt. Zijn camera draait tijdens alle belangwekkende gebeurtenissen met de lens vaak dicht op de huid en op het schaakbord. Het resultaat is een sympathieke coming of age van een ongekend talent dat we zien opgroeien van tiener tot volwassene, zowel in de arena als in zijn gezin. Een must voor de schaakliefhebber, maar zeker zo interessant voor de liefhebber van een geobsedeerd persoon die zijn hele leven in het teken stelt van het doel om de beste te worden. Tegelijkertijd blijkt Magnus een zeer gesloten persoon. “Ik houd mijn demonen voor mezelf. Soms is het zwaar dat je de enige bent die iets begrijpt.”

Magnus

Meer mens dan computer
Schaken en cool zijn, gaat niet goed samen. Dat imago veranderde enigszins toen een bekend jeansmerk Magnus Carlsen in 2010 als boegbeeld van zijn reclamecampagne naar voren schoof, in stoere poses door Anton Corbijn vereeuwigd. Dit hoefde kennelijk niet in de documentaire, want Magnus blijkt sowieso veel meer mens dan computer. Hij houdt niet van het gedisciplineerd uitpluizen van databases met alle openingen en partijen van zijn tegenstanders, maar speelt liever intuïtief. Een groot contrast met de Indiase grootmeester Viswanathan Anand, de wereldkampioen die in 2013 door Carlsen wordt uitgedaagd voor de titel. Tijdens de eerste vier partijen van de tweekamp is de uitdager bloednerveus – hij laat zowaar een paar keer een stuk uit zijn hand vallen – maar als hij op de eerste rustdag veel lol heeft gemaakt met zijn zusjes en ouders, zit vanaf de vijfde partij een volkomen ontspannen en zelfverzekerde toekomstige wereldkampioen achter het bord.

Magnus Carlsen heeft de hoogste schaakrating ooit. Of hij de beste schaker aller tijden is, zal blijken als hij net als Garry Kasparov het mondiale schaken twee decennia lang kan beheersen en dezelfde mate van vernieuwing en creatief aanvalsschaak op het bord kan toveren als de Rus (die enigszins nerveus op zijn stoel schuift als een 13-jarige Magnus tegenover hem aan het bord zit). Maar dat Carlsen een genie is, staat buiten kijf. Misschien wel even geniaal als Bobby Fisher, ongrijpbaar op en naast het bord. Die tijd dat iemand zijn tegenstander zo genadeloos van het bord kon vegen is (jammer genoeg) voorbij, want na de introductie van schaakcomputers weet je bijna exact welke openingen je tegenstander speelt en kun je je heel gericht voorbereiden.

Je vraagt je af wat er van Bobby Fisher terecht zou zijn gekomen als ook hij in een stabiel gezin was opgegroeid. Van Magnus Carlsen hoeven we niet snel te verwachten dat hij ten prooi valt aan paranoia en zal doordraaien. In dat geval zou dat vast een even mooie vervolgdocumentaire opleveren.
 

13 januari 2017

 
MEER RECENSIES

Vijf goede schaakfilms

Brimstone

****

recensie Brimstone

Gereformeerde spaghettiwestern

door Alfred Bos

In de eerste western van Nederlandse makelij spreekt een internationale cast Engels met een Nederlands accent. Dat is opzet: Brimstone gaat over Nederlandse kolonisten in de Nieuwe Wereld. En godsdienstwaanzin.

Aan het genre van de western hebben Nederlandse cineasten zich nauwelijks gewaagd. Het is meer dan een halve eeuw geleden dat Rudi Falkenhagen als Tim Tatoe op de zwart-witte tv-schermen van toen met zijn pistool zwaaide. Die kort lopende serie (één seizoen, acht afleveringen) was een western voor het hele gezin. Als familievermaak kun je Brimstone van Martin Koolhoven – volgens het filmaffiche Koolhoven’s Brimstone – onmogelijk typeren. Het geweld is extreem, de psychopathie eveneens.

Brimstone

Brimstone is een verhaal over Nederlandse kolonisten in de Nieuwe Wereld. Het is vooral een film over obsessie en weerbaarheid. Een stomme vrouw (sterke rol van Dakota Fanning) wordt belaagd door een sinistere predikant (dito Guy Pearce). Hoe de vrouw haar tong verloor en waarom de dominee zo van haar bezeten is, wordt niet-lineair verteld in de twee-en-een-half uur durende film die is opgedeeld in vier afzonderlijke, naar Bijbelboeken vernoemde segmenten.

Niet alleen toon, thema en vorm verraden ambitie, dat doet ook de internationale rolbezetting, met prominente bijrollen voor Carice van Houten, de Zwitserse actrice Carla Juri en Games of Thrones-ster Kit Harington. De 14-jarige Emilia Jones speelt de jeugdige versie van Fannings personage.

Inspiratiebronnen
Het filmtijdschrift Schokkend Nieuws vroeg Koolhoven welke films hem voor Brimstone, de eerste Nederlandse speelfilm die zich een western mag noemen, hebben geïnspireerd. De regisseur, cinefiel pur sang, verduidelijkte zijn keuze mondeling voorafgaand aan de voorpremière in EYE.

De troop van de stomme hoofdpersoon heeft Brimstone gemeen met Il Grande Silenzio (1968) van Sergio Corbucci, de man van Django en na Sergio Leone de meest prominente regisseur van spaghettiwesterns, een genre dat Koolhoven na aan het hart ligt. Il Grande Silenzio is overigens ook een western die zich voornamelijk afspeelt in de sneeuw, zoals het slothoofdstuk van Brimstone. De obsessieve western-fan noemt daar Das Finsterne Tal (wraakwestern in de Alpen van de Oostenrijker Andreas Prochaska) direct achteraan.

De verteltruc die in de voice-over zit verstopt, ontleende Koolhoven aan The Road Warrior, de tweede Mad Max-film (1981) van George Miller. De belaagde (anti)heldin heeft parallellen met Brian de Palma’s Carrie (1976) en de seksbeluste pathologische belager die zich aan het gezin opdringt kennen we reeds van Martin Scorsese’s Cape Fear (1991, met Robert de Niro), overigens een remake van het origineel uit 1962 met Robert Mitchum.

Existentiële terreur
Robert Mitchum speelt tevens de duistere dominee in The Night of the Hunter (1955), de belangrijkste inspiratiebron voor Brimstone, zo bevestigde Koolhoven tijdens de voorpremière. Het is een van zijn favoriete films. Dat is ook Once Upon a Time in the West, waarin de vrouwelijke hoofdpersoon eenzelfde ontwikkeling doormaakt als de heldin van Brimstone: hoer, weduwe, zakenvrouw.

Brimstone

Al deze filmtrivia worden uitgerold om iets over Brimstone te vertellen zonder al te veel te verklappen, want het is tevens een thriller die stukje bij beetje de intrige onthult. De verteltechniek is afwijkend, maar functioneel; de klap van de ontknoping komt des te harder aan, helemaal omdat hij aansluit om de ronduit verbluffende proloog. Die is van een serene schoonheid en tevens brute wreedheid die de kijker op scherp zet voor 150 minuten van inktzwarte existentiële terreur. Je kunt de film ook verkopen als horror.

Calvinistische western
Brimstone
toont de wereld van politiek filosoof Thomas Hobbes, waarin de mens de mens tot wolf is. Het tweede deel, Exodus, speelt zich af in het bordeel Frank’s Inferno. Mannen zijn alleen belust op geld en seks, vrouwen worden genadeloos geëxploiteerd en beestachtig behandeld; het geweld neemt groteske vormen aan. Deel drie, Genesis, verduidelijkt de onderlinge relatie van de belangrijkste personages. Het is het moment waarop Carice van Houten schittert en Kit Harington in een sterke scène excessief geweld een kolderieke kwaliteit meegeeft.

De weinig opbeurende kijk op de menselijke natuur heeft Brimstone gemeen met de films van Paul Verhoeven. Het stompzinnige geweld, zowel fysiek als geestelijk, is zo hardvochtig, zo dwangmatig dat het de schijn krijgt van Koolhovens persoonlijke afrekening met een gereformeerde jeugd. En zo past Brimstone naadloos in dat eenentwintigste-eeuwse, typisch Noord-Europese subgenre van de calvinistische western, zie het Deense The Salvation. Wie donder zaait, zal bliksem oogsten.
 

10 januari 2017

Het grote Martin Koolhoven interview, deel 1

 
MEER RECENSIES