Founder, The

***

recensie The Founder

Succes komt nooit medium rare

door Alfred Bos

Het verhaal van de man die van McDonald’s een van de meest succesvolle Amerikaanse bedrijven uit de geschiedenis wist te maken. De ideeën van een ander jatten, daar word je groot mee.

The Founder zit vol met wijze lessen voor de vrije ondernemer. Zoals: verhoog het aanbod en de vraag zal stijgen. Of: zaken doen is oorlog. Op het moment dat een vrije jongen, omhoog geklommen via vastgoedtransacties, zich klaar maakt om het Witte Huis te betrekken, verschijnt in de bioscoop een film over het archetypische Amerikaanse succesverhaal. Ray Croc is de man die de hamburgerketen McDonald’s uitbouwde tot wereldimperium.

The Founder

Croc, neergezet door Michael Keaton, was in 1954 een gesjeesde uitvinder en handelsreiziger, op leeftijd bovendien. Hij is doorlopend onderweg en eet in goedkope snackbars. In het Midwesten raakt hij zijn laatste snufje, een superefficiënte milkshaker, nauwelijks kwijt als er een grote order binnenkomt uit San Bernardino, Californië. Daar moet hij meer van weten.

Croc spreidt de kaart uit op de kap van zijn Chevy en ziet het direct: Route 66 leidt van St. Louis naar de westkust. Honderden kilometers plek voor wegrestaurants. In San Bernardino maakt hij kennis met Richard (Dick) en Maurice (Mac) McDomald (gespeeld door Nick Offerman en John Carroll Lynch), broers die er vijfentwintig jaar over hebben gedaan om de meest efficiënt georganiseerde werkplek voor gefrituurde snacks in te richten. De mensen staan in de rij voor hun hamburgers. Croc zet er zijn tanden in en glundert.

Symfonie van efficiëntie
In het eerste half uur lijkt The Founder van regisseur John Lee Hancock één lange bedrijfscommercial, compleet met romantische voorgeschiedenis van twee hardwerkende broers die zich niet uit het veld laten slaan door de economische crisis van de jaren dertig. Gevleid door zijn belangstelling vertellen Dick en Mac hun verhaal aan Croc en verklappen hun geheim. Alleen goedlopende items, een omgeving voor het hele gezin en minimale wachttijd. Hun snackrestaurant is een symfonie van efficiëntie.

Regisseur Hancock maakte enkele jaren terug een film over een andere Amerikaanse zakenheld met een dubieuze reputatie. In Saving Mr. Banks portretteert hij Walt Disney als de volhardende familieman die een nukkige Engelse kinderboekenschrijfster weet te ontdooien. Ook Ray Croc belijdt met de mond zijn waardering voor familie, maar blijkt een gewetenloze opportunist. Die bovendien zijn vrouw (Laura Dern) verwaarloost en flirt – en uiteindelijk trouwt – met de vrouw van een zakelijk contact.

The Founder

Foute held
Zo ontvouwt The Founder zich gaandeweg van een blinkend succesverhaal tot iets donkerders, een portret van het Amerikaanse zakelijke ethos: eten of gegeten worden. Croc bouwt het McDonald’s-concept met instemming van de broers uit tot succesvolle franchise, het is de nieuwe Amerikaanse kerk. Zo ziet Croc het en tegen zijn omgeving presenteert hij de ideeën van de broers in het verre Californië als de zijne. Uiteindelijk ontfutselt hij hen het bedrijf en de naam. Volkomen verdiend, in Crocs visie, want hij denkt groot en zij niet.

Tijdens de aftiteling zien we de echte Ray Croc in 1970 als gevierd zakenman met de latere president, de Californische gouverneur Ronald Reagan, de architect van het neoliberale kapitalisme dat de afgelopen vijfendertig jaar de wereldhandel domineerde. Crocs succes is niet gebouwd op hamburgers, maar op vastgoed. McDonald’s is een van de grootste landeigenaren van de planeet, in dat opzicht vergelijkbaar met de Scientology ‘kerk’. Toen hij de broers voor een ruime som uitkocht beloofde hij hen één procent royalty’s over alle in de toekomst te verkopen hamburgers, maar heeft Dick en Mac nooit een cent uitbetaald.

De ‘familieman’ trouwde drie keer en stierf kinderloos. Je kunt regisseur Hancock een zekere hypocrisie aanwrijven. Zijn portret van Croc toont openlijk de weeffouten in diens karakter, maar hij wordt neergezet als held, als archetypische Amerikaanse aanpakker, als prototypisch neoliberaal rolmodel. De boel bedonderen, daar wordt je groot mee. En dat is de leugen die The Founder verkoopt: het neoliberale kapitalisme is er niet voor het gezin, dat is er voor de Crocs van deze wereld.
 

4 januari 2017

 
MEER RECENSIES

Assassin’s Creed

***

recensie Assassin’s Creed
The Da Vinci Code op LSD

door Alfred Bos

In deze gamesverfilming staan de Tempeliers tegenover de Assassins in het Spanje van 1492. Interessante regisseur, interessante rolbezetting (Michael Fassbender, Marion Cotillard, Jeremy Irons, Charlotte Rampling), interessante marketing. Interessante film?

De eeuwige strijd tussen goed en kwaad is het drijfgas achter menig mythisch verhaal, van Homerus’ Ilias tot Lord of the Rings. De eigentijdse variant van dat oerthema gaat vermomd als clash tussen ratio en emotie. In Assassin’s Creed, de verfilming van een populaire action adventure game, staan verstand en gevoel tegenover elkaar in de vorm van strikte regels en vrije wil. De Tempeliers streven met harde hand orde na, de Assassins zijn verdedigers van de vrije geest en anarchistische moordenaars. Ze staan elkaar naar het leven. Klinkt bekend?

Assassin’s Creed

Assassin’s Creed is een Europese productie met een blockbuster-budget die de competitie aangaat met de superhelden- en actiethriller-franchises waarmee Hollywood wereldwijd de schermen – maar niet altijd de zalen – van megaplexes vult. Het is tevens de eerste Nederlandse release voor de Australische regisseur Justin Kurzel, wiens adembenemende debuut Snowtown (naar het waar gebeurde verhaal van een groep zwakbegaafde seriemoordenaars) en zijn overtuigende Shakespeare-verfilming Macbeth hier niet te zien waren.

Genetische herinneringen
In die laatste film speelt Michael Fassbender de hoofdrol en als co-producent van Assassin’s Creed is het aan hem te danken dat Kurzel kon werken met een budget dat zo’n tien keer groter is dan dat van zijn eerste twee films bij elkaar. Daarvoor hoefde de regisseur ook aanzienlijk minder te doen, want deze gameverfilming bestaat voornamelijk uit computereffecten. Niet iets om je voor te schamen, want Duncan Jones (Moon, Source Code) ging hem het afgelopen jaar voor met de (geflopte) gamesverfilming Warcraft: The Beginning.

Verwacht geen zinnig verhaal. Of liever: verwacht helemaal geen verhaal. Assassin’s Creed is voornamelijk vormgeving en actie, plus een batterij computereffecten, waarin ook wat personages rondlopen. De effecten zijn van het schimmige soort en dat letterlijk, want Cal Lynch (Michael Fassbender) is een nazaat van de laat-Middeleeuwse Assassin Aguilar de Nerha en wordt via een monsterlijk cyberapparaat – de Animus is een virtuele tijdmachine met machine-brein interface, yuk – door wetenschapper Sofia Rikkin (Marillon Cotillard) naar het Andalusië van 1492 terug getoverd. Dat wil zeggen, in zijn hoofd. De Animus activeert zijn ‘genetische herinneringen’.

Machtswellustig superintellect
Op het filmdoek dringt de bloederige wereld van toen zich als een geest in de hightech wereld van nu. Het oogt nog meer ‘computer’ dan de in dat opzicht bepaald niet ingetogen Doctor Strange. Maar het is in dienst van het verhaal – voor zover aanwezig – want in de hightech wereld van nu staan de tegenstrevers van 1492 elkaar opnieuw, of nog steeds, naar het leven. Iets met een fascistoïde kabal en gezworen vijanden. Jeremy Irons haalt als Alan Rikkin, vader van Sofia, zijn stockpersonage van machtswellustig superintellect (zie High-Rise) van stal.

Assassin’s Creed

Dat ‘verhaal’ is een postmoderne cocktail van historische gegevens en popcultuur. De Tempeliers waren een kerkorde die als kruisridders vochten tegen de muzelmannen; de Hashashin (assassins) een geheim middeleeuws genootschap uit de bergen van Afghanistan dat sluipmoord als politiek wapen inzette en wel eens een stickie rookte. In werkelijkheid hebben ze elkaar nooit ontmoet: de Tempeliers eindigden begin veertiende eeuw op de brandstapel en niet, zoals in de film, de Assassins, vervolgd door de Tempeliers. In het echt verbrandde de Spaanse Inquisitie, in 1478 in het leven geroepen, geloofstwijfelaars en heidenen.

Appel van Eden
Het jaar van de virtuele handeling, 1492, is tevens het jaar waarin Christoph Columbus de nieuwe wereld ‘ontdekte’ en verroest, dat speelt ook een rol in deze doorgerookte cocktail van feit en kolder. En ergens in deze koortsdroom worden de befaamde woorden van Oppenheimer, de vader van de atoombom, geciteerd: ‘Ik ben de brenger van de dood, de vernietiger van werelden’. O ja, er is ook nog een ‘appel van Eden’, de macguffin van deze narcotische hutspot. Die heeft niets met de kennis van goed en kwaad te maken, maar wat dan wel? Iets met vrije wil wellicht.

Kruis Ridley Scotts Kingdom of Heaven met George Millers Mad Max, voeg er een moot The Matrix aan toe, goed schudden met drie delen CGI en besprenkelen met snippers Wikipedia en presto, The Da Vinci Code on acid, alias Assassin’s Creed. Van Shakespeare naar games, voor Justin Kurzel moet het een surrealistische ervaring zijn geweest. Dat is het ook voor de kijker. Game over.
 

3 januari 2017

 

MEER RECENSIES

Poesía sin fin

****

recensie Poesía sin fin

Autobiografie zonder einde

door Bob van der Sterre

Alejandro Jodorowsky, de meester van het surrealisme in de strip, maker van een paar filmklassiekers, is begonnen met het verfilmen van zijn eigen levensverhaal. Natuurlijk wel op zijn Jodorowsky’s: bizar en compromisloos.

Fando and Lis, El Topo en The Holy Mountain. Deze drie klassieke Jodorowsky’s uit de jaren zeventig leveren doorgaans maar twee soorten reacties op: dat het briljant is of het is het allerergste wat je ooit in cinema hebt moeten doorstaan. Welke andere regisseur moest tijdens een première (Fando and Lis 1968 in Mexico) na een rel uit de zaal sluipen om vervolgens bekogeld te worden met stenen?

Poesía sin fin

Hoe bizar ook, Jodorowsky’s invloed in cinema kan niet worden onderschat. Hij vormt een uniek hoekje. Zoals in het eerder op IDB gepubliceerde essay van Alfred Bos staat te lezen: ‘De Chileense filmmaker, die wordt gezien als belangrijke inspirator van Dennis Hopper, David Lynch en Nicolas Winding Refn, leverde het scenario voor de fameuze Incal-strip van Moebius/Jean Giraud, die werd gepubliceerd in de jaren tachtig.’

Dat maakt het interessant om te zien waar het allemaal vandaan kwam, in een door hemzelf gekleurde autobiografische geschiedenis. Zijn leven is een reclamespot voor een brede creatieve ontwikkeling. Het tegenovergestelde van wat de maatschappij nu van mensen eist. Alle kunstvormen kwamen juist bij hem uit. Inspiratie uitte hij in poëzie, circusoptredens, stripverhalen, theater en dus film.

Opera zingende moeder
Aangezien dit deel 2 is van een vijfdelige (!) autobiografie gaan we verder waar La danza de la realidad drie jaar geleden eindigde. Kleine Alejandro wordt grote Alejandro. We zien de metamorfose (geestig stukje) hoe de stad met grote prenten verandert in hoe het er vroeger uitzag. Het strikte regime thuis zint Alejandro niet en hij ontsnapt uit het benauwende wereldje.

In een kunstenaarscollectief voelt hij zich eindelijk thuis. Ontmoet symbiotische dansers, ‘polypainters’ en een ‘ultrapianist’ (bespeelt piano met een hamer). Hij is zelf een dichter en moet een muze zoeken. In café Iris vindt hij er een.

En dan begint zijn dichtersbestaan. Hij behoort tot de dichters die woorden vooral thuis laten en hun handelingen als poëzie zien. Een periode toen het werpen van rotte eieren ook iets poëtisch betekende. Of het lopen van een rechte lijn vanuit je eigen huiskamer.

Poesía sin fin

Het begin heeft een hoog tempo, loopt lekker, ook al zie je meteen dat het acteerwerk slordig is. Maar dat hoort ook bij Jodorowsky’s stijl, die is losjes en lichtvoetig. Zo komt de zoon na een nacht slapen als man uit de slaapkamer, hoewel de anderen niet ouder zijn geworden. Stripachtige overdrijving combineert vrolijk met de mogelijkheden van filmsets.

Bundeling van losse scènes
Het tweede gedeelte van de film is minder sterk. De dichters met hun ondichtende dichtwerk zijn een bundeling van wat losse scènes waarvan de ene wel werkt en de andere niet. Met de typische Jodorowsky-compromisloosheid om een scène te maken waarin een vrouwelijke dwerg (die flink menstrueert) seks heeft met de hoofdpersoon.

Het is sowieso opvallend hoe dik de vrouwenpersonages zijn aangezet. De muze is opzettelijk opgeblazen tot een mollige dame die alle clichés van eigenzinnige vrouw vertegenwoordigt. De moeder is immer bezorgd en communiceert in aria’s. Er moet een verklaring zijn in hoe Jodorowsky zijn beleving van toen schetst. Die overdrijving is dan juist een compliment.

Hier en daar vind je wat geniale momenten, zoals de dichter die een deur opent, daar wit gepoederde mensen laat zien, op de achtergrond een schilderij waar een tank op staat, een radio die babbelt over bommenwerpers, waarna de dichter kalm zegt: ‘Mijn ouders, ze raken niet uitgepraat over de oorlog.’

En de film heeft prima, passend camerawerk van Christopher Doyle, die met films als 2046 en Underwater Love wel het juiste op zijn cv heeft staan om de film Jodorowsky-proof te maken. Helemaal bij de tijd is hoe Kickstarter en Indiegogo hebben geholpen om de film te financieren.

Poesía sin fin

Wat de film helaas erg mist is een spanningsboog. Je zit vooral naar uitzinnige mensen te kijken zonder dat het ergens heen gaat. Wat je ook echt mist zijn een paar kalme, verbindende scènes. Mensen die gewoon een beetje eten en kletsen. Zulke breaks hadden de film toegankelijker en meer volwassen kunnen maken, hadden de karakters meer mens kunnen laten zijn.

Vol Jodorowsky’s
Poesía sin fin (Endless Poetry) is een beetje Being Alejandro Jodorowsky. De film zit bijvoorbeeld vol Jodorowsky’s. Alejandro zelf, Adan (ene zoon) en Brontis (andere zoon). Adan speelt de rol van Alejandro (en deed de muziek). Brontis speelt Alejandro’s vader, met wie Alejandro in onmin leeft.

Het wordt wel een beetje Jodorowsky-inception als Alejandro zijn eigen zoon poedelnaakt zichzelf laat spelen met z’n minnares van toen. Het zou niemand moeten verbazen als hij zijn zoon zelfs in een latere episode zichzelf laat verwekken. Als je principieel niets vreemd vindt, wat is er dan nog raar?
 

30 december 2016

 
MEER RECENSIES

Sweet Dreams

***

recensie Sweet Dreams

Worstelen en langzaam bovenkomen

door Cor Oliemeulen

Tussen het filmgeweld van tijdgenoten als Antonioni, Fellini, Pasolini en Bertolucci is de rol van Marco Bellocchio onderbelicht gebleven. Een halve eeuw na zijn debuut verschijnt Sweet Dreams, een wat ingetogen portret van een man die op jonge leeftijd onder mysterieuze omstandigheden zijn moeder heeft verloren.

Turijn, kerstmis 1969. De negenjarige Massimo heeft het gezellig met zijn moeder: samen zingen, dansen en een spannende film kijken. “Fai bei sogni (droom lekker)”, zegt moeder als ze haar zoontje heeft ingestopt. Een dag later is er grote consternatie in huis, want er is iets met moeder gebeurd. “Een acute hartaanval”, hoort het jochie. Een priester vertelt hem dat zijn moeder nu zijn beschermengel is. Massimo kan niet accepteren dat zijn moeder er niet meer is en wordt opstandig. Zijn vader neemt hem mee naar een voetbalwedstrijd van Napoli en op moeilijke momenten vraagt Massimo raad aan zijn denkbeeldige vriend Belfagor, het duivelse karakter in de film die hij met zijn moeder keek. Het plotselinge overlijden van zijn moeder zorgt ook nog bij een volwassen Massimo tot psychische problemen.

Sweet Dreams

Onderbelicht
Marco Bellocchio is een Italiaanse regisseur die al begin jaren 60 begon met films maken maar altijd onderbelicht is gebleven door de cinematografische impact van vakbroeders als Antonioni, Fellini, Pasolini en Bertolucci. Veel meer dan genoemde grootheden, volgde de inmiddels 77-jarige Bellocchio in zijn films en documentaires de roerige Italiaanse geschiedenis van de twintigste eeuw. Van de opstand van antifascisten in Sbatti il mostro in prima pagina (1972), de geruchtmakende ontvoering van Aldo Moro in Biongiorno, Notte (2003) tot en met de opkomst en het huiselijke geweld van Mussolini in Vincere (2009) – politieke schermutselingen lopen als een rode draad door zijn oeuvre.

Hoe anders is dat in Sweet Dreams, een bewerking van de gelijknamige Italiaanse bestseller van Massimo Gramellini. Het pakkende verhaal over Massimo die pas tientallen jaren later de ware oorzaak van zijn moeders dood ontdekt, staat bijna loodrecht tegenover de grillige atmosfeer van een disfunctionele familie in Bellocchio’s ijzersterke debuut I pugni in tasca (1965). Terwijl in die film de hoofdpersoon iedereen in zijn misère meesleurt en kansloos ten onder gaat, is er in Sweet Dreams hoop voor de protagonist om in het reine te komen met het verleden. Impulsiviteit versus teruggetrokkenheid; terreur versus rouw.

Sweet Dreams

Twijfel
Met zijn natuurlijke ingetogenheid is Valerio Mastandrea (La prima cosa bella, Perfetti Sconosciuti) een ideale acteur om de volwassen Massimo te verbeelden. Hij is werkzaam als journalist bij het dagblad La Stampa en begint last van paniekaanvallen te krijgen nadat hij in de jaren negentig de burgeroorlog in Sarajevo heeft verslagen. Hij vraagt de arts Elisa (Bérénice Bejo: The Artist, Le Passé) of hij misschien een hartaanval heeft gehad. Door haar steun, vriendschap en liefde begint Massimo steeds meer te twijfelen aan de werkelijke oorzaak van het overlijden van zijn moeder in zijn kindertijd.

Nadat hij op initiatief van zijn chef bij de krant een lezersbrief heeft beantwoord aan iemand die zijn moeder haat en de redactie wordt overstelpt met post van lezers die diep zijn ontroerd door Massimo’s spontane reactie, vindt hij zelf de kracht om het verleden te kunnen accepteren. Marco Bellocchio maakt met Sweet Dreams een voor zijn begrippen erg toegankelijke film. Mild, weinig verrassend en een tikkeltje zoet. Maar boeiend genoeg om je te kunnen identificeren met een man die worstelt met het verleden en langzaam bovenkomt.
 

27 december 2016

 
MEER RECENSIES

Cézanne et moi

**

recensie Cézanne et moi

Provençaalse Bro’s doen alles voor de kunst!

door George Vermij

Bro onmoet bro in Aix-en-Brovence. Vrienden voor het leven dat worden ze! Maar dan komen de vrouwen, het succes en de jaloezie. Kan deze bromance de druk van dat alles aan?

Dat is in een notendop Cézanne et moi. Een verhaal over de hechte vriendschap tussen twee gasten en de krachten die dat ontwrichten. Het is alleen geen Bromance-komedie, maar een serieuze film over de hoge kunsten met de stormachtige relatie tussen kunstschilder Paul Cézanne (1839-1906) en schrijver Émile Zola (1840 – 1902) als uitgangspunt.

Toch is het voorspelbare sjabloon van de bromance makkelijk te herkennen als je door al die mooi geschoten plaatjes van een denkbeeldig negentiende-eeuws Frankrijk kijkt. Misschien is dat ook niet zo gek voor een regisseuse die in feite bekend werd met een soort bromance-film avant la lettre. Danièle Thompson werkte mee aan het scenario van haar vaders La Grande Vandrouille met proto-bro’s Louis de Funès en Bourvil die de moffen te slim af zijn. Een film met het aanstekelijke ‘Tea for two, and two for tea…’

Cézanne et moi

Onafscheidelijke maten
Maar terug naar Cézanne et moi die met zevenmijlslaarzen door de levens van de Franse culturele zwaargewichten walst. Het begint allemaal met een ongemakkelijk bezoek van de oude Cézanne aan de succesvolle Zola naar aanleiding van zijn roman L’Œuvre. Vervolgens springt de film tussen flashbacks en dat pijnlijke gesprek tussen de miskende kunstenaar en de gevestigde romancier.

Wij zien ze als jongens in Aix-en-Provence waar de arme Émile bevriend raakt met de rijkere Paul wiens vader een bankier is. Onafscheidelijke maten worden het en als Zola besluit om naar Parijs te gaan, volgt Cézanne al snel. Daar belanden de mannen in een turbulent milieu met drank en vrouwen in overvloed. Zola maakt geleidelijk naam met zijn maatschappijkritische en naturalistische romans. Cézanne heeft minder succes. Samen met andere miskende kunstenaars exposeert hij op de Salon de Refusés, waar zijn werken nog het minst serieus worden genomen.

Deze miskenning vormt gaandeweg een kloof tussen beide mannen terwijl verschillende vrouwen hun pad kruisen. Zo is er Alexandrine (Alice Pol) die modelleert voor de veeleisende Cézanne, maar trouwt met Zola. Het schijnt dat zij ook het model was van de naakte baadster in Éduard Manets Le Déjeuner sur l’herbe. Een werk dat in de film ook niet kan ontbreken omdat het de geschokte reacties van het nette Parijse bourgeois publiek toont op het werk van de impressionisten.

Cézanne is binnen die groep van artistieke buitenstaanders een geval apart wegens zijn obsessieve perfectionisme en zijn wens om zich steeds verder te distantiëren van traditionele figuratieve kunst. Acteur Guillaume Gallienne portretteert hem op een wijze die wij inmiddels gewend zijn van kunstenaars: egoïstisch, koppig en gedreven. Het stereotype van het romantische en miskende genie. Een running gag in de film is dat Cézanne steeds maar tegen zijn ongeduldige schildersmodellen zegt ‘Appels blijven toch ook stilzitten!’. Zijn relatie met mensen wordt daarmee ook gelijk duidelijk. Ze zijn een last omdat ze niet te bedwingen zijn.

Vrouwen zijn zeikerds
Tegenover de temperamentvolle Cézanne is Zola een beetje een saaie kneus in de droge vertolking van Guillaume Canet. Hij heeft het op een gegeven moment gemaakt en wordt gelauwerd door het publiek ondanks zijn kritische visie op het conservatieve Franse regime. De relatie tussen hem en de schilder is wel intens en eerlijk. Als het Cézanne opvalt dat Zola een oogje heeft op zijn dienstmeid vraagt hij of hij haar al geneukt heeft.

Cézanne et moi

De bro’s before ho’s filosofie heeft het echter zwaar te verduren in Cézanne et moi. Vrouwen drijven constant een wig tussen de vriendschap, maar zijn in de film vrij eenzijdige personages. Het zijn inspiratiebronnen die even kort in wat poëtische shots worden gevangen. Daarna worden het al snel zeikerds die een ballast vormen voor de creativiteit van de mannen.

Netjes binnen de lijntjes
Wat je vooral beklijft na Thompsons film is dat je het allemaal al eerder gezien hebt. Cézanne et moi presenteert de kijker een gepolijste kostuumversie van het kunstenaarsleven in de 19e eeuw zonder de rauwe randjes. Het idyllische en pittoreske hebben visueel de overhand, maar resulteren in een soort degelijke oppervlakkigheid die alleen wil bekoren. De spanning tussen de mannen die nog als contrast dient op de mooie historische beelden heeft ook zijn problemen. Het stelt ons beeld van kunstenaars niet ter discussie omdat het strandt in clichés die worden gezien als waarheid.

Dat het thema van creativiteit pakkender verbeeld kan worden zie je terug in Jacques Rivette’s La Belle Noiseuse. Een film die is geïnspireerd op Honoré de Balzacs Le Chef-d’œuvre inconnu. Een boek dat Cézanne en zijn kunstenaarschap ook intens heeft beïnvloed en gaat over het mysterie van het creatieve proces. Het is die pijnlijke en obsessieve passie om iets nieuws te maken die je mist in het brave Cézanne et moi waar alles netjes binnen de lijntjes blijft.
 

27 december 2016

 
MEER RECENSIES

La La Land

*****

recensie La La Land

Kerstfilm zonder kerstboom

door Alfred Bos

In zijn tweede grote speelfilm spot de pas 31-jarige regisseur Damian Chazelle (bekend van Whiplash) met de marketingwetten van Hollywood en triomfeert middels een schaamteloos romantische ode aan de wensdroom. Na de western is ook de musical terug.

La La Land is het soort film waar Hollywood ooit sterk in was maar al lang niet meer maakt, het bitterzoete feelgood-sprookje met musicalelementen. Denk aan klassiekers als Singin’ in the Rain en The Wizard of Oz, maar dan in een eigentijdse variant.

Sebastian (Ryan Gosling) en Mia (Emma Stone) zijn het perfecte koppel, alleen weten ze dat zelf nog niet wanneer de film opent. Ze staan in een immense file op de LA Freeway. Hij is jazzpianist en financieel aan de grond, nadat zijn zakenpartner hem een loer heeft gedraaid. Zij is aspirant-actrice en verdient de kost in een koffiehuis op het terrein van een filmstudio.

La La Land

Die openingsscène toont zonder aplomb en met achteloze overmacht de ambities die regisseur en scenarist Damian Chazelle met zijn tweede grote speelfilm uitspeelt. Het is een grandioos musicalspektakel op de brug van een snelweg, een originele setting voor originele choreografie en spitse vondsten, vol dans en dynamiek, in één lang tracking-shot van zo’n vier minuten. Halleluja, dat is nog eens een binnenkomer.

Menselijke maat
Uiteraard zien we uitsluitend jonge, mooie en blije mensen in die spetterende proloog, want dit is Hollywood, de droomfabriek die de verbeelding van de consument faciliteert—en vormt. Ook de twee uur die daar op volgen spelen zich af in de Hollywoodse filterbubbel van materieel succes en emotionele armoede, maar de film verliest nimmer de menselijke maat uit het oog. Mia en Seb vinden elkaar, verliezen elkaar en vinden elkaar weer terug. Maar niet heus. Of toch wel?

Keurig opgedeeld in vijf bedrijven als was het een klassiek drama, toont La La Land de Werdegang van de liefde, en het leven. Het is winter in LA wanneer Sebastian en Mia na die eerste ontmoeting in de file elkaar opnieuw tegen het lijf lopen, en het is lente wanneer na de derde toevallige ontmoeting de eerste vonk overspringt. Dat wordt gevierd met een zwierig dansstukje in de heuvels van Hollywood.

Bedrijf drie (zomer) toont de gloriedagen van de affaire. Mia slaagt erin haar acteeraspiraties te realiseren en wordt een vedette. Sebastiaan slaagt niet in zijn droom, een eigen jazzclub, SEB’s, doch vindt emplooi in de succesvolle popband van een voormalige studiegenoot (John Legend). Maar in bedrijf vier (herfst) gaat het toch mis. Wat is belangrijker, materieel succes of emotionele voldoening? Het leven draait om keuzes en in dat opzicht is La La Land het volkomen tegendeel van Tom Fords Nocturnal Animals.

Prominente rol muziek
Regisseur Chazelle, nog maar 31 jaren jong, strooit met verwijzingen naar het klassieke Hollywood en de jazzlegendes van toen (we zien onder meer John Coltrane en Bill Evans). De musicalscènes zijn voortreffelijk getimed en passen naadloos in het verhaal, zelfs – of juist – als Mia en Seb letterlijk dansen tussen de sterren. De muziek speelt, net als in zijn eerste grote film Whiplash en zijn bescheiden debuut Guy and Madeline on a Park Bench (een musical gedraaid toen hij 23 was), een prominente, zelfs sturende rol.

Die menselijke maat, de rol van schoonheid in de levens van de hoofdpersonen, hun creatieve aspiraties en vooral ook de speelse, gevatte humor en spitse dialogen maken dat La La Land bij tijd en wijle voor een Woody Allen-film kan doorgaan. Helemaal wanneer in het slotbedrijf, dat vijf jaar na de affaire speelt, wensdroom en werkelijkheid schitterend door elkaar gaan lopen, culminerend in een epiloog die een musicalscène biedt zoals Hollywood die deze eeuw nog niet heeft geproduceerd.

In La La Land is het leven ironisch, niet cynisch. Heerlijke film, deze onbeschaamd romantische ode aan de droom en de verbeelding. Het is een kerstfilm zonder kerstboom, een amandelkransje voor de feestdagen. Of eigenlijk alle dagen.
 

20 december 2016

 
MEER RECENSIES

Juste la fin du monde

***

recensie Juste la fin du monde

Afscheid nemen is een opgave

door Suzan Groothuis

Afscheid nemen is een opgave. Vooral als je jaren uit contact bent geweest. En in het geval van schrijver Louis-Jean is er niet eens sprake van een band met zijn familie. Toch keert hij terug naar zijn roots om moeilijk nieuws te brengen, maar krijgt hij daartoe wel de kans?

De film opent met een scène in een vliegtuig. De camera rust op het gezicht van Louis-Jean (Gaspard Ulliel, Hannibal Rising). Mooi om naar te kijken, maar hij heeft iets vermoeids over zich. Zijn voice-over verraadt al snel waarom: Louis-Jean is stervende. En zijn vlucht leidt hem naar zijn familie om het nieuws met hen te delen. O ja, hij is jaren niet in contact geweest.

Vermoeiend weerzien
Bij aankomst wacht hem waar hij al voor vreesde. Een hysterische moeder. Een boze, cynische broer en diens vrouw die hij niet eerder ontmoet heeft. Zijn jonge zusje dat volwassen is geworden en zichtbaar heeft geleden onder zijn afwezigheid. Allen zitten met vragen. Geen vragen over het nu, maar over vroeger. Wat bewoog Louis-Jean ertoe zijn eigen pad te kiezen en uit contact te gaan? Buiten de verjaardagskaartjes dan, die hij trouw jaarlijks stuurde.

Juste la fin du monde is gebaseerd op een toneelstuk en oogt ook zo. De film speelt zich voornamelijk af binnen één decor: het huis waar Louis-Jeans familie woont, maar waar hij zelf niet opgroeide. Ontworteling lijkt hier op zijn plaats: niet alleen het huis, ook zijn familie is hem vreemd. En andersom: als zoon en broer is ook hij een vreemde. Er komt met name oud zeer naar boven. Pijn. Verdriet. Onbegrip. En boosheid, veel boosheid.

Worstelen in het leven
Films van de Canadese regisseur Xavier Dolan kenmerken zich door een sterke visuele stijl (expressieve kleuren en decors) en mensen die worstelen in het leven. In zijn vorige film, het intense Mommy, vecht een puber om uit zijn beklemmende wereld te komen. Wanneer hij op zijn skateboard een moment van vrijheid beleeft, trekt hij de beeldkaders letterlijk open. Het beeld, vergroot. Zijn leven, even bevrijd.

Juste la fin du monde

Die bevrijding kent Juste la fin du monde niet. Het spelen met beeldkaders evenmin, hoewel er aandacht is voor de aankleding: de lichtjes opbollende bloemetjesgordijnen, de opzichtig gelakte nagels van de moeder, de getatoeëerde armen van het zusje. En die immens lege, gekwelde blik van Louis-Jean, die zoekt naar het juiste moment om het einde van zijn leven aan te kondigen.

Emotie op afstand
Waar Dolans vorige films overtuigden met hun expressieve karakters, heeft Juste la fin du monde iets leegs. Je mist de diepgang van zijn eerdere films. Emoties die inslaan als een bom en verpletteren. Niet dat Dolans nieuwste ontdaan is van overdaad en emotie: er is de vurige broer Antoine (Vincent Cassel), de overdrevenheid van de moeder (Nathalie Baye) en de worstelende zus (Léa Seydoux). De stille en wat naïeve Catherine (Marion Cotillard) voegt weinig toe, behalve dat ze op de irritatiespieren van Antoine werkt. Maar de personages zijn vooral karikaturen, waarop het karakter van de introverte en ondoorgrondelijke Louis-Jean haaks staat.

Echt meevoelen doe je niet. Je bent meer observator van een afstandelijk, schreeuwerig schouwspel. Er zijn enkele momenten die beroeren, zoals de ongemakkelijke omhelzing van moeder en zoon. Of het wat surreële einde. Maar na afloop vraag je je als kijker af wat nou die pijn maakt, in eerdere films van Dolan zo voelbaar. In Juste la fin du monde is het verleden te pijnlijk en is er geen plek voor het heden. Ergens daartussen blijf je dan zweven.
 

12 december 2016

 
MEER RECENSIES

Salesman, The

****

recensie The Salesman

Bloed op de trap

door Alfred Bos

Familie en emotionele dilemma’s zijn wederom de thematiek van Asghar Farhadi, de met een Oscar gelauwerde regisseur uit Iran. The Salesman combineert de spanning van een Hitchcock met de psychologische ontwikkeling van een Bergman.

Het is een klassieke truc: een toneelstuk in een toneelstuk. Shakespeare deed het al en de Iraanse regisseur Asghar Farhadi past de ingreep toe in The Salesman, zijn tweede internationaal uitgebrachte film na zijn doorbraak met het nagelscherpe familiedrama A Separation. Die won een Oscar voor de beste niet-Engelstalige film van 2011.

The Salesman

Familie en de onmogelijke dilemma’s waar mensen zich voor geplaatst zien door de grillen van het leven zijn het thema van Farhadi. Toevallige omstandigheden en de reactie daarop, de bewuste of onbewuste keuzes, bepalen een mensenleven en in The Salesman komt het huwelijk van Emad (Shahab Hosseini, hij speelde een bijrol in A Separation) en Rana (Taraneh Alidoosti) onder druk te staan.

De omstandigheden zijn tamelijk bizar, maar realistisch. Ze moeten midden in de nacht op stel en sprong hun woning verlaten. De flat staat op instorten door graafwerkzaamheden op het belendende perceel en Farhadi voert de druk in de nerveus gedraaide openingsscène flink op door barsten in de ruiten van het gebouw te laten springen. Het blijkt symbolisch voor wat de relatie tussen Rana en Emad te wachten staat.

Vrouw met veel vrienden
Het echtpaar representeert de middenklasse van Teheran. Hij is leraar literatuur op een middelbare school, zij kinderloze huisvrouw. Ze spelen de hoofdrollen in de productie van Arthur Millers ‘Dood van een handelsreiziger’ die een lokaal toneelgezelschap op de planken brengt. Via een toneelcollega vinden ze na de nachtelijke ontruiming tijdelijke woonruimte. Daar staan nog de spullen van de vorige bewoonster, een vrouw met veel vrienden, zoals het eufemistisch heet.

En dan beginnen de problemen. Wanneer Emad bepakt met boodschappen ’s avonds thuiskomt, ziet hij bloed op de treden van het trappenhuis. Rana is in hun tijdelijke onderkomen aangevallen door een onbekende bezoeker. Man en vrouw gaan totaal verschillend om met het intimiderende voorval.

Zij irrationeel en tegenstrijdig, hij meer praktisch en oplossingsgericht. Zij wil geen aangifte doen, dus gaat hij op onderzoek uit. En komt uiteindelijk de dader op het spoor. Maar in de wurgend spannende slotakte, die zich afspeelt in hun voormalige woning, blijkt dat de scheuren in het gebouw zich ook in hun relatie hebben gedrongen. Wraak is een emotie die rauw noch gekookt is te verteren.

The Salesman

Realisme en suspense
Farhadi gebruikt de scènes rond Millers toneelstuk als spiegel en contrapunt van de filmhandeling. De realiteit van het incident dringt de fictie over de geplaagde handelsreiziger binnen en bij een mindere regisseur zou dat al snel gekunsteld uitpakken. Ook zijn beeldsymboliek is ‘literair’, maar nimmer te nadrukkelijk. Emad speelt de rol van wreker die zijn geweten en temperament hem ingeven, terwijl zijn vrouw – net als in Farhadi’s beide vorige films – gidst op de realiteit en meer geestkracht toont. Ze belichaamt het morele gezag dat hun relatie stut.

The Salesman gaat over gewone mensen in ongewone omstandigheden en is met zijn aandacht voor karakter, zijn ongekunstelde mise-en-scène en zijn strak doorgecomponeerde script vol detail het soort film dat in het westen nog maar zelden wordt gemaakt. Hij heeft het realisme van een Rossellini en de suspense van een Hitchcock. Plus de psychologische finesse van een Bergman. Hij is klassiek in de traditionele betekenis: geen fratsen, maar vakwerk.

De film ging eerder dit jaar in Nederland in première tijdens het Amsterdam World Cinema festival in Rialto voor een zaal met Iraanse Nederlanders. Die waren na afloop begrijpelijkerwijs opgetogen, want Farhadi laat na Le Passé (2013) opnieuw zien dat het hooggewaardeerde A Separation geen toevalstreffer was. Intelligente regisseur, goede acteurs, doortimmerd script met aandacht voor het innerlijk van de personages—meer is er niet nodig om twee uur te boeien.
 

6 december 2016

 

MEER RECENSIES

Neruda

****

recensie Neruda

Buiten de hokjes dichten

door Wim Meijer

De Chileense dichter en politicus Pablo Neruda – zijn eigenlijke naam: Ricardo Eliécer Neftalí Reyes Basoalto – was een opmerkelijke man. Een net zo opmerkelijke film is Neruda, zorgvuldig neergepend door de zeer capabele regisseur Pablo Larraín.

De Chileense meester Pablo Larraín is terug met wederom een politieke film, na NO – ook met Gael García Bernal in de hoofdrol. NO is een originele film met een komische draai aan het woelige Chileense verleden onder de dictatuur. De toenmalige gruwelen vertoonde hij nauwelijks. In plaats daarvan richtte hij zich op de persoonlijke strijd van actievoerders die tegen de regering streden.

Neruda

Kat-en-muisspel
In Neruda kiest Larraín een gelijksoortige aanpak. De film is geen biopic, maar een met dichterlijke vrijheid gemaakte karakterstudie van een immens populair dichter en politicus. Althans, bij het volk, zoals de film op vaak grappige wijze toont. Minder populair is de lijvige dichter bij de regering, die hem opjaagt. García Bernal vertolkt rechercheur Oscar Peluchonneau, een patriot aangesteld door president Videla (huisacteur Alfredo Castro) zelf. Hij achtervolgt Pablo Neruda (Luis Gnecco, ook te zien in NO), omdat hij zich bij de communisten heeft gevoegd en kritiek heeft op de president.

Een kat-en-muisspel volgt, waarbij de dichter het tempo bepaalt. Rechercheur Peluchonneau zet driehonderd agenten op de zaak, maar is steeds een stap te laat. Een van de redenen is de immense populariteit van Neruda, die zich constant geholpen weet door het volk. Het maakt hem arrogant, hij waant zich onsterfelijk. Hij laat een spoor van kruimels na: een politieroman op elke plek waar hij is geweest. Spanning gegarandeerd, natuurlijk.

Neruda

Mystieke waas
Neruda valt op door haar originele plot en fantastisch acteerwerk. Er hangt een mystieke waas rondom de dichter, gevoed door zijn antagonist en diens voice-over. Pablo is een icoon, zelfverzekerd, pragmatisch, maar ook roekeloos en onhandelbaar. Gnecco levert een geweldige rol af en grijpt de aandacht met zijn omvang en acteerkunsten. Peluchonneau is alles wat Neruda niet is, onzeker, ongeliefd, angstig, maar ook doortastend tot het bittere eind. García Bernal toont wederom zijn waarde en bewijst nogmaals dat hij elke rol aan kan.

De regering begint een lastercampagne, die regelrecht faalt. Communist of niet, de gedichten van Neruda leven onder de bevolking en geeft haar hoop in bange tijden. Terwijl Videla en Pinochet een schrikbewind voeren, leest de bevolking Neruda’s poëzie. Net als in NO focust Larraín nauwelijks op de gruweldaden die het land teisterden, maar juist op de personages. Voeg daar de fantastische voice-over van Peluchonneau aan toe, meer lens flares dan in de gemiddelde Michael Bay-film, een hoop komedie en intieme, persoonlijke portretten en het resultaat is een hele fijne film die het goed zal doen in de race voor de Oscar voor beste buitenlandse film.
 

3 december 2016

 
MEER RECENSIES

Nocturnal Animals

***

recensie Nocturnal Animals

Tussen wens en waan

door Alfred Bos

Na het melodrama van zijn debuut A Single Man (2009), komt voormalig modeontwerper Tom Ford met een gelaagde vertelling over wraak via fictie. Die komt nauwelijks tot leven.

Het is beklemmend leeg in Nocturnal Animals, de tweede film van Tom Ford. De vernissage waarmee de film aftrapt is uitzinnig gestileerd, maar wordt bevolkt door lege zielen. Ook het huis van de vrouwelijke hoofdpersoon, Susan Morrow (Amy Adams), galeriehouder te Los Angeles, is leeg, want haar jongere echtgenoot, nummer twee, gaat vreemd in New York. De schijn van luxe en materiële welstand contrasteert met de emotionele kaalslag. Ze leeft in een leugen.

Nocturnal Animals

Dan ontvangt Susan in de post de proefdruk van een boek getiteld Nocturnal Animals. Het is de debuutroman van haar voormalige echtgenoot, Edward Sheffield (Jake Gyllenhaal), die hij aan haar heeft opgedragen. Susan begint het in haar lege bed te lezen en zo belanden we in de tweede vertellaag van de film: die van de roman.

Die verhaalt over de onfortuinlijke belevenissen van een gezin op doorreis in de woeste leegte van West-Texas. (Wat is dat toch met West-Texas? Staat het desolate niets van het landschap in de verbeelding van eigentijdse Amerikaanse cineasten voor de morele woestenij waarin hun natie verzeild is geraakt?) De vader ziet verbijsterd hoe zijn vrouw en dochter uit zijn leven verdwijnen. Hoe heeft het zo kunnen lopen?

Hersenspinsels
Dan is er nog een derde vertellaag: flashbacks verbeelden een gelukkiger verleden van Susan en Edward, hoe ze samen kwamen en dromen deelden. Dromen doet Susan nog steeds, maar nu alleen in haar bed, bij de roman van haar ex die ze verliet omdat zijn schrijfaspiraties stuk liepen. In haar fantasie projecteert ze het beeld van Edward op de vader uit het boek, Tony Hastings. In Tony heeft haar echtgenoot van twintig jaar daarvoor haar visie op hem geportretteerd, zo meent ze. Beide rollen worden vertolkt door Gyllenhaal.

En dan is er eigenlijk nog een vierde vertellaag, want in het boek heeft de vader nachtmerries en ook die hersenspinsels zien we op het filmdoek. Ford heeft het zichzelf niet gemakkelijk gemaakt voor zijn tweede film, gebaseerd op een eigen script naar de roman ‘Tony and Susan’ van Austin Wright. Al doet de compositie gekunsteld aan, de uitwerking is strak en helder. Anders dan bij een complexe film als Inception (vijf vertellagen) is er voor de kijker nauwelijks verwarring over de vraag naar welke werkelijkheid we kijken.

Briljant vormgegeven
Dat is niet aan de orde voor Susan. Haar fantasie slaat op hol en ze meent, via de roman, haar voormalige wederhelft opnieuw te hebben gevonden. Aan het slot van de film zien we hoe werkelijkheid en fictie zich aan haar openbaren, in een scène die zowel hartverscheurend als afstandelijk kil is. Het is film noir in oogverblindend kleur, formalistisch gestileerd.

Nocturnal Animals

En dat is tevens het probleem van Nocturnal Animals. De film ademt vakmanschap uit ieder shot, elke belichting, iedere enscenering. De openingsscène, die naadloos overloopt uit de openingstitels, is briljant vormgegeven en van verbluffende schoonheid. Maar het lukt nimmer om je als kijker emotioneel te engageren met Susan. “Hij is te cynisch om kunstenaar te worden,” zegt Susans moeder over Edward tegen haar in een flashback. Het is onbedoeld ook commentaar op de film die een wereld toont waaruit alle romantiek is verbannen.

Innerlijke leegte
Dat lukt beter met Tony Hastings, de vader uit de roman. Gyllenhaal speelt hem met zijn vertrouwde passieve agressie, maar je voelt eerder medelijden voor zijn lot dan medeleven. Daarvoor is zijn wedervaren te bruut, te cynisch; de vertelling te afstandelijk. Michael Shannon overtuigt minder in zijn rol van Bobby Andes, de wrekende rechercheur die zijn terminale ziekte aangrijpt om de laksheid van een falend rechtssysteem te corrigeren. Ook dat systeem blijkt hol.

Net als Susans ideeën over zichzelf. En zo is Nocturnal Animals een fraai gestileerde film over de wisselwerking tussen wens en waan, die verbeeldt hoe de keuze voor geld en zekerheid de ziel smoort, maar dat helaas doet op een wijze die het thema van de film spiegelt. Prachtig, maar leeg. Junkfood, gepresenteerd als haute cuisine. Ford is een man van zijn tijd.

 

29 november 2016

 
MEER RECENSIES