Daughters of the Dust

***

recensie Daughters of the Dust

Verleden en toekomst

door Nanda Aris

We volgen verschillende generaties van de familie Peazant op de Sea Islands, voor de kust van North Carolina. Ze zijn onderdeel van de Gullah-gemeenschap, voormalige West-Afrikaanse tot slaaf gemaakten die veel van de Yoruba-tradities van hun voorouders hebben overgenomen. Het verhaal kent geen klassiek narratief: alles dat we zien heeft te maken met hun migratie naar het vasteland. 

In 1991 was Julie Dash de eerste zwarte vrouwelijke filmmaker met een grote bioscooprelease. Ze deed veel onderzoek en de film is dan ook een rijk historisch verhaal, met een educatief karakter. Daughters of the Dust gaat na zesentwintig jaar in een gerestaureerde versie in première.

Daughters of the Dust

Generaties
Nana Peazant (een mooie rol van Cora Lee Day) is de grootmoeder van de familie Peazant, vertegenwoordigt de oude tradities en is de link tussen oud en nieuw, het verleden en de toekomst. Dan is er Eula Peazant (Alva Rogers): zij is zwanger, maar haar man Eli (Adisa Anderson) twijfelt eraan of het kind van hem is, of door de verkrachting van een blanke man.

Twee andere familieleden, die thuiskomen voor de migratie naar het vasteland, zijn Yellow Mary en Viola Peazant, twee uitersten. Yellow Mary wordt door velen van de familie minachtend ontvangen; ze is een prostitué, en neemt haar blanke vriendin Trula mee. Viola daarentegen is een toegewijd Baptist en missionaris.

Ze hebben allen hun eigen verhaal, symbolisme en eigenschappen. Wat hen verenigt is het verleden, en de grote migratie die op komst is.

Cinematografie
De film ontving op het Sundance Filmfestival in 1991 de prijs voor Best Cinematography. Daughters of the Dust kent inderdaad prachtige beelden, onder andere van het bereiden van voedsel en veel mooie natuurshots, zoals een zoom out van een persoon zittend in een immense boom.

Daughters of the Dust

Naast de prachtige cinematografie kent de film een mooie mis-en-scène. Er zijn veel symbolen en verwijzingen naar het verleden van de gemeenschap. Zoals het gebruik van decoratie op graven, om de doden te begeleiden naar de andere wereld. Ook het gebruik van de kleur indigo, wat tijdens het werken met de verfstof aan de handen van de leden van de gemeenschap komt, verwijst naar de slavernij.

Symbolisme en identiteit
Naast dat dit de kracht van de film is, is het tevens de mindere sterke kant van de film. Er zijn zoveel verwijzingen, symbolen en spiritualiteit, die je als kijker niet direct begrijpt of ziet. Door het ontbreken van een sterk narratief en het gebrek aan actie, kan de film daarom, vooral aan het begin, ietwat traag aanvoelen. En die traagheid, en het gebrek aan narratief maakt de film minder gangbaar, maar wel artistiek. 

In een jaar waarin ook Moonlight en Fences uitkomen, is de timing van Daughters of the Dust niet slecht. Zowel Moonlight alsook Fences concentreren zich op leden van de Afrikaans-Amerikaanse gemeenschap, en de strijd die zij voeren over identiteit, los kunnen komen van het verleden, stereotypering en tradities.
 

30 mei 2017

 
MEER RECENSIES

Alien: Covenant

****

recensie Alien: Covenant
Alien als Wagneriaanse opera

door Alfred Bos

Ridley Scott vervolgt zijn herstart van de Alien-saga met een actie-epos dat verwijst naar Wagner en Frankenstein. Is het buitenaardse monster een schepping van de natuur of het product van biotechnologie?

In de proloog van Alien: Covenant speelt David (Michael Fassbender), de synthetische mens, op de piano een stukje Wagner voor zijn schepper, Peter Weyland (Guy Pearce). We horen Intocht van de goden in Walhalla, uit Das Rheingold en dat is weer de proloog van Wagners monumentale operacyclus Der Ring des Nibelungen. Je krabt je achter de oren: regisseur Ridley Scott zou toch niet …? Jawel, hij doet het. Met Alien: Covenant vertelt Scott zijn klassiek geworden sciencefiction/horrorfilm Alien uit 1979 opnieuw, maar dan als Wagneriaanse opera.

Recensie Alien: Covenant

Alien: Covenant is het vervolg op Prometheus (2012), de film waarmee Scott aanknoopte op het universum dat hij in 1979 introduceerde. Vijf jaar terug speelde de regisseur leentjebuur bij de Griekse mythologie, ditmaal mengt hij, via Wagner, Germaanse en Noorse sagen in de steeds complexer worden verhaalmix. Was de in 3D gedraaide Prometheus een visuele extravaganza, het 2D-vervolg doet daar met zijn gul uitgeserveerde actiescènes en verbluffende beelden van buitenaardse ruimteschepen en een paradijselijke planeet niet voor onder. Voeg daarbij een doordacht verhaal vol verrassingen en de franchise is terug op niveau.

Walter is David is Siegfried
In de grond van de zaak is Alien: Covenant een remake van Alien voor een generatie filmkijkers die dankzij computeranimaties en superheldenfilms gewend is geraakt aan popcornvermaak. Die kijker zal zich niet vervelen, want de actie gaat crescendo en culmineert in een finale met een twist. De Alien-aficionado zal twee uur lang puzzelen om alle stukjes van het immer uitdijende verhaal naadloos in elkaar te passen. En de toeschouwer die heeft doorgeleerd vermaakt zich met de verwijzingen naar mythologie en literatuur. Die ziet in Weyland de oppergod Wotan en in David (bij Wagner het product van incest) herkent hij Siegfried.

Alien: Covenant opent op 5 december 2104, elf jaar na Prometheus. Walter is de robot van dienst op het ruimteschip waar de film naar vernoemd is, met 2000 mensen in kunstmatige slaap en 1120 ingevroren embryo’s op weg naar de verre planeet Origae-6. Walter is de geupdate versie van David, de robot die aan het slot van Prometheus vertrekt naar de planeet van de Engineers, de goddelijke scheppers die leven uitzaaien in het universum. Daar komt, na het oppikken van een intrigerende boodschap, ook een verkenningsteam van het Covenant-schip terecht. En dan begint het gedonder.

Recensie Alien: Covenant

Narcist
De Ripley van deze Alien-in-een-nieuw-jasje is Daniels (Katherine Waterstone). Zij voorziet onheil, wanneer Covenant-kapitein Oram (Billy Crudup) besluit de kolonisten naar die wel erg verleidelijke onbekende planeet te gidsen. Daar lijkt het paradijs gevonden, maar wacht de hel. Daar leert de kijker ook meer over de oorsprong van de alien, het buitenaardse en intelligente monster. Het zou flauw zijn om meer te verklappen, alleen dit nog: Michael Fassbender speelt letterlijk – en zijn personage ook figuurlijk – een dubbelrol. Robot Walter staat oog in oog met zijn vorige zelf, David. Naar zijn intenties blijft het lang gissen.

Had de oorspronkelijke Alien-film een intelligente buitenaardse levensvorm als plot-sturend personage, in Alien: Covenant is de synthetische mens Walter/David het centrale karakter. De robot is een narcist, hij kust zichzelf. Hij heeft, zoals zijn maker Weyland in Prometheus al verklapte, geen ziel. Het gevaar komt ditmaal niet van buitenaf, zoals in Alien, maar van binnenuit, van de technologie waarmee de mens de grenzen van het leven verlegt. Aldus lijkt de film te waarschuwen voor de risico’s van kunstmatige intelligentie.

Literaire referenties versterken die boodschap. Er is een geestige verwijzing naar Bladerunner, Scotts SF-meesterwerk, de douchescène uit Psycho komt langs en de climax spiegelt de labyrint-scène uit Alien³ (het filmdebuut van David Fincher). Maar de crux is een verwijzing naar Ozymandias, het gedicht van de Britse Romantische dichter Shelley dat, net als Wagners Nibelungenring, handelt over macht. Shelley’s echtgenote Mary is de auteur van Frankenstein, de SF-roman over kunstmatig leven dat zich tegen zijn schepper keert.

Covenant is het Engelse woord voor overeenkomst of verdrag. Met de duivel kun je beter geen verbond aan gaan.
 

16 mei 2017

 
MEER RECENSIES

Circle, The

***

recensie The Circle

De digitale doos van Pandora

door Alfred Bos

Actuele satire over een internet-goeroe en diens sociale medianetwerk maakt duidelijk dat er naast voordelen grote bedreigingen kleven aan digitale technologie. The Circle toont via fictie hoe de surveillance society kan ontaarden in een digitale dictatuur van internetreuzen.

Na het zien van The Circle heb je een gezond wantrouwen tegen sociale media en de bedrijven die daar geld mee verdienen. Dat was de inzet van de Amerikaanse schrijver Dave Eggers, auteur van de gelijknamige roman uit 2013. En dat was de bedoeling van Tom Hanks, die in de boekverfilming de rol speelt van hitech-moloch Eamon Bailey. Hanks’ productiebedrijf Playtone is tevens betrokken bij de totstandkoming van de film.

Bij het bedrijf The Circle werken alleen mensen die jong, cool, intelligent en enthousiast zijn. Het cirkelvormige hoofdkantoor aan de baai van San Francisco oogt als een speeltuin, er zijn bedrijfsfeestjes waar Beck exclusief optreedt voor de kring van gelukkigen die bedrijfsgoeroe Eamon Bailey helpen zijn droom te realiseren: een volkomen transparante wereld. Mae Holland (Emma Watson) mag er komen werken en wordt met wijde ogen rondgeleid door de van positieve energie bruisende vriendin Annie (Karen Gillan) die haar binnen heeft geloodst.

The Circle

In de wereld van The Circle is privacy onwenselijk, een bedreiging. Transparantie creëert een betere wereld in de visie van Eamon Bailey, want wie zich bekeken weet gedraagt zich. Dat is verkooppraatje van het sociale netwerk TruYou, dat het bedrijf exploiteert. Binnen het cirkelvormige kantoorgebouw heerst het groepsdenken van een sekte. Daar wordt alles vastgelegd en gemeten, door algoritmes geanalyseerd en als een rating teruggekaatst.

Terreur van transparantie
Bailey grossiert in het soort nieuwspraak dat we kennen uit George Orwells roman 1984. Geheimen zijn leugens, aldus zijn slogan. ‘Voel je je beter nu ik je geheimen ken’, vraagt hij retorisch wanneer Mae heeft besloten om mee te werken aan Bailey’s laatste concept, SeeChange, en haar privacy doelbewust opgeeft. Ze deelt iedere seconde van haar leven met haar volgers en wordt een ster in het virtuele universum van TruYou.

Openheid heeft zijn prijs en langzaam vallen Mae de schellen van de ogen. Volledige transparantie is haar keuze, maar niet van haar gehandicapte vader Vinnie (de onlangs overleden Bill Paxton, dit is zijn laatste filmrol), zorgzame moeder Bonnie (Glenne Headly) en heimelijk verliefde jeugdvriend Mercer (Ellar Coltrane). Ze worden ongewild meegetrokken in de terreur van openheid en groepsdenken. En daar komen brokken van, zoals pijnlijk duidelijk wordt bij de introductie van SoulSearch, een programma dat de gebruikers van TruYou prikkelt om personen op te sporen. Zoals mensen die een ander idee over privacy hebben.

Bailey heeft een dubbele agenda, doorzien door de uitgekochte TruYou-oprichter Ty (Star Wars-ster John Boyega). De transparantie die Bailey als heilzaam verkoopt dient om heimelijk zoveel mogelijk data te verzamelen. Dat opent ongekende mogelijkheden tot manipulatie en controle, zelfs de presidentsverkiezingen dreigen op slinkse wijze de TruYou-omgeving te worden binnengezogen. De visionair komt er weg mee, tot de transparantie op hem wordt gericht.

The Circle

Digitaal fascisme
Ondoordachte inzet van digitale technologie opent de doos van Pandora, maakt de film duidelijk. Het bedrijf The Circle staat symbool voor de tech-giganten van Silicon Valley die meer en meer greep op economie en samenleving krijgen, van apps die complete bedrijfstakken ontwrichten tot het onbeperkt verzamelen en verhandelen van persoonlijke gegevens. De internetreuzen vertegenwoordigen een economie waarin de consument het product is.

Als aandacht de nieuwe munteenheid is en data de nieuwe olie zijn, hoe geruststellend is het dan dat de privébedrijven uit Silicon Valley inmiddels over meer data beschikken dan gekozen overheden? Dat ze financiële instellingen zijn gepasseerd als de grootse geldmachines van het kapitalisme? Dat ze wetgeving frustreren en zelfs democratische verkiezingen manipuleren? Digitaal fascisme is niet langer een hersenschim van zwartkijkers.

The Circle verschijnt in de week dat de Britse staatsomroep naar buiten bracht hoe Facebook heeft geholpen om Donald Trump naar het Witte Huis te brengen en de Brexit-campagne te laten slagen. De film wordt geafficheerd als sciencefiction en dat was het boek wellicht toen het vier jaar terug verscheen. Dat fiction kunnen we inmiddels schrappen. Manipulatie is science geworden en internet het verslavende middel. Pittige boodschap voor een vermaaksfilm. En pijnlijk actueel.
 

9 mei 2017

 
MEER RECENSIES

I Am Not Your Negro

****

recensie I Am Not Your Negro

De kracht van het woord

door Cor Oliemeulen

Het verhaal van ‘de neger in Amerika’ is het verhaal van Amerika. Dat is in een notendop de inhoud van de veelvuldig bekroonde documentaire I Am Not Your Negro. Het is geen mooi verhaal, maar wel een pakkend hedendaags perspectief op de tijd dat de zwarte Amerikaan stelselmatig werd onderdrukt. Volgens sommigen is er bar weinig veranderd.

Het was notabene een blanke onderwijzeres die in de jaren dertig de tienjarige James Baldwin stimuleerde om veel boeken te gaan lezen. Tegenwoordig wordt deze Afro-Amerikaan beschouwd als een van de grootste Amerikaanse schrijvers van na de Tweede Wereldoorlog. Opgegroeid in Harlem, New York verliet Baldwin, gefrustreerd door het racisme, op zijn vierentwintigste zijn land om zich te vestigen in Parijs waar hij bijna zijn hele leven zou blijven wonen. Hij ontpopte zich als een geniale maatschappijcriticus met veel verstand van politiek en geschiedenis die zich uitsprak over de tegenstellingen op het gebied van ras, sekse en klassen in de westerse wereld. Zijn zinnige gedachten en opvattingen over de menselijke conditie zien we terug in de documentaire I Am Not Your Negro.

I Am Not Your Negro

Door de taal gegrepen
Regisseur Raoul Peck kreeg van Baldwins zus, Gloria, een brief die James had geschreven aan zijn literair agent Jay Acton. Hierin vertelt hij hoe hij tot zijn beslissing kwam om zijn volgende, en mogelijk laatste, boek ‘Remember This House’, te gaan schrijven. Peck verwierf de rechten om Baldwins gehele oeuvre te gebruiken voor het witte doek. In eerste instantie dacht hij aan een speelfilm, maar het lukte Peck vooralsnog niet om het project in Hollywood van de grond te krijgen, dus verlegde hij zijn focus naar een documentaire. Het idee van I Am Not Your Negro kreeg pas gestalte nadat Gloria kwam aanzetten met een stapeltje getypte papieren, het begin van ‘Remember This House’, het boek dat Baldwin niet meer kon voltooien.

Raoul Peck werd gegrepen door de taal van de auteur, omdat James Baldwin een wereld beschreef waarin hij niet zomaar een voetnoot is. Peck las de verhalen over menselijke relaties waarmee hij zich kon identificeren. Zelf geboren in Haïti, een land dat net als Amerika is getekend door de pijnlijke en bloedige geschiedenis van de slaaf op weg naar zijn bevrijding, vond de regisseur in Baldwin de stem, de woorden en de retoriek. “Alles wat ik kende door instinct en ervaring kreeg een naam en een vorm.”

Niet alle blanken zijn duivels
I Am Not Your Negro is de geschiedenis van Amerika door de ogen van drie beroemde publieke tegenstanders van segregatie en racisme: Malcolm X, Martin Luther King en Medgar Evers – allen voor hun veertigste levensjaar kort na elkaar vermoord. Desalniettemin is de documentaire opgehangen aan het persoonlijke verhaal van James Baldwin zelf. “Ik was geen Black Muslim of een Black Panther, want ik geloofde niet dat alle blanke mensen duivels waren. En ik wilde niet dat jonge zwarte mensen dat geloofden. Ik was geen lid van een christelijke gemeenschap omdat zij niet leefden volgens het gebod ‘heb de ander lief zoals je jezelf liefhebt’. Ook hield ik mij niet bezig met collectes of marsen.”

I Am Not Your Negro

Ondanks dat James Baldwin zich niet actief bezighield met het verzet en nog maar weinig in Amerika vertoefde, voelde hij zich wel degelijk als een getuige van de onderdrukking en onrechtvaardigheid. Hij koos niet voor geweld of stigma’s en vooroordelen, maar voor bewustwording en inzicht. Memorabel is zijn optreden in The Dick Cavett Show waarin hij een blanke universiteitsprofessor vol overgave verbaal op zijn plaats zet. Baldwin zag de meeste blanken vooral als mensen die apathisch en onwetend tegenover zwarten staan. “Ze weten niet wat er aan de andere kant van de muur gebeurt, want ze wíllen het niet weten.” Niet alleen door het gebruik van zijn krachtige teksten, maar ook door zijn homoseksualiteit werd de schrijver door de FBI extra in de gaten gehouden.

Sterke vorm
I Am Not Your Negro onderscheidt zich van andere documentaires over segregatie en racisme van de zwarte bevolking door de vorm. Raoul Peck hanteert een niet-alledaagse stijl van vertellen en het door elkaar monteren van archiefbeelden, proza, poëzie, drama, scènes uit speelfilms, nieuwsflitsen, sfeerbeelden en politiegeweld tegen de zwarte burger – alles voortdurend springend van verleden naar heden en gelardeerd met zwarte muziek, zonder dat dit ook maar één moment stoort.

Alle woorden in de documentaire zijn Baldwins woorden, met name strofes uit de brief aan zijn literair agent en zijn onvoltooide boek. Vertolkt door de betrokken, karakteristieke, soms gedragen, stem van acteur Samuel J. Jackson die (in tegenstelling tot in zijn speelfilms) opvallend ingetogen is. Alle monologen – uit Baldwins andere boeken, essays, interviews, tv-uitzendingen en toespraken – vormen woorden uit vervlogen tijden die nu, tientallen jaren later, nog als een echo weerklinken.
 

6 mei 2017

 
MEER RECENSIES

Song to Song

***

recensie Song to Song

Draaien rond het niets

door Alfred Bos

Met Song to Song voltooit Terrence Malick zijn ‘relatie-trilogie’. Het is dezelfde film als zijn voorgaande, Knight of Cups, maar dan over een driehoeksverhouding in het muziekmilieu van Austin. En met een mislukte geluidsband.

Voelt Terrence Malick de adem van Magere Hein langs zijn wangen strijken of laait in de herfst van zijn filmloopbaan de inspiratie op tot een uitslaande brand? Sinds het lang verloren gewaande wonderkind van de Amerikaanse cinema in 2011 zijn ‘kosmische manifest’ The Tree of Life (van de oerknal tot het hier en nu in 139 beeldschone minuten) op de wereld losliet is de man niet te stuiten.

Song to Song

Zijn nieuwe, Song to Song, is zijn vierde speelfilm in zes jaar tijd. Bovendien voltooide hij een documentaire die aansluit op het filosofische The Tree of Life – Voyage of Time: Life’s Journey, met commentaarstem van Malick-getrouwe, Cate Blanchett – en is zijn komende film, zijn negende, bijna gereed voor roulatie. Dat wordt het in Europa gedraaide Radegund, met Matthias Schoenaerts als Oostenrijkse herder die weigert zich met de nazi’s te encaillaneren.

Aldus produceerde Malick in luttele jaren meer films dan in de dik dertig jaar tussen zijn verbluffende debuut Badlands (1973) en het bejubelde The New World (2005), dat geldt als een van de beste films van de afgelopen decennium en zijn terugkeer naar de cinema verzekerde. Maar is meer ook beter?

Relatie-trilogie
Song to Song is de derde film op rij in de volkomen unieke filmtaal die Malick in rudimentaire vorm introduceerde met The Tree of Life: geen directe dialogen maar voice-overs met poëtische overpeinzingen en vragen over het leven; briljante cinematografie; geen duidelijke handeling of verhaal, maar een reeks impressionistisch gemonteerde scènes die improviserend tot stand zijn gekomen; stemmige orkestmuziek – doorgaans Duits romantisch dan wel Frans impressionistisch – op de geluidsband. Binnen dertig seconden weet je: ik zit naar een Terrence Malick te kijken.

Met To the Wonder (2012) en Knight of Cups (2015) vormt Song to Song ook qua thematiek een drieluik: je zou het de ‘relatie-trilogie’ kunnen noemen. In To the Wonder staat een jong getrouwd stel in Oklahoma centraal; in Knight of Cups de vader-zoonrelatie van een succesvolle maar spiritueel lege filmproducer in Los Angeles. En in Song to Song draait het om een driehoeksrelatie met het muziekmilieu van Austin als achtergrond.

Acteurs van reputatie staan in de rij om met Malick te kunnen werken en met de liefdesdriehoek van Song to Song komen ditmaal drie acteurs aan hun trekken. Rooney Mara vertolkt de beginnende muzikante Faye. Ze ontmoet op een riant maar loos artiestenfeest aan het zwembad van een postmodernistische villa BV (Ryan Gosling), een muzikant die op punt van doorbreken staat; ze beginnen een relatie. Maar dan is er ook de geslaagde platenproducer Cook (Michael Fassbender), toonbeeld van branie en bluf, die zich voor de carrière van Faye, onzeker over haar identiteit, wil inzetten in ruil voor seksuele gunsten.

Dezelfde film
Setting en personages wijken af, maar in de grond van de zaak is Song to Song dezelfde film als zijn voorganger Knight of Cups, alleen dan minder geslaagd. Hetzelfde om elkaar heen draaien van de personages, hetzelfde gefrunnik aan stoeipoezen, dezelfde bête feestjes, en dezelfde protserige interieurs, hetzelfde afwijkende camerawerk en dezelfde (quasi)diepzinnige overpeinzingen als voice-over. Omdat de film drie hoofdpersonen telt, heeft Song to Song meer dialoog. Maar ook die draaien rondjes rond—is het de hete brij of een gat, de leegte van het bestaan?

Mara is geknipt voor de rol van de muizige muzikante met faalangst. Fassbender daarentegen maakt van de charmante bruut Cook een karikatuur. De held van het trio hoofdrollen is Ryan Gosling, wiens intelligentie en charisma menige stuurloze scène van verveling redden. In de bijrollen zien we Val Kilmer (gemodelleerd op rockster Gregg Allman), Natalie Portman (die zo ongeregeld opduikt dat ze er eigenlijk niet is), de onvermijdelijke Cate Blanchett (als MILF die voor Goslings BV valt) en de Zweedse singer-songwriter Lykke Li als de muzikante Lykke, zichzelf dus.

Song to Song

Gekende rocksterren als Iggy Pop, Johnny Lydon en Red Hot Chili Peppers spelen eveneens zichzelf in cameo’s. Een glansrol vervult veterane Patti Smith, die zich als een moederkloek ontfermt over Faye en haar van advies voorziet door over haar leven te vertellen. Die scènes, eveneens geïmproviseerd, behoren tot de beste van de film. Daar komt hij even tot leven.

Verknipte geluidsband
Malicks afwijkende en idiosyncratische filmvorm is na To the Wonder en Knight of Cups bijna een formule geworden en het trekt Song to Song naar de geeuwzone. De mooifilmerij van Malicks vaste cameraman Emmanuel Lubezki begint, hoe is het mogelijk, te irriteren en met voice-overs als ‘Mercy was just a word. I never thought I needed it’ vul je poesiealbums, geen Malick-films.

Maar het grootste verschil met het geslaagde Knight of Cups – en hét manco van Song to Song – is de geluidsband. Daarop schuiven orkestmuziek (Debussy, Mahler, Ravel, Arvo Pärt) en pop (van de sixties-rock & roll van Del Shannon tot de rave-rap van Die Antwoord) volstrekt willekeurig in en uit het audiobeeld, alsof een baby aan de knop van een iPod draait. Van song to song inderdaad, zonder bedoeling. De filmposter zegt het allemaal in één beeld: in het midden van een vinylplaat zit—een gat.
 

2 mei 2017

 
MEER RECENSIES

Alone in Berlin

***

recensie Alone in Berlin
Burgermoed in nazi-Berlijn

door Alfred Bos

Engelstalige Europese coproductie verfilmt de Duitse succesroman over een echtpaar in het Berlijn van de jaren veertig dat ansichtkaarten inzet tegen de propaganda van Hitler. Gebaseerd op een waar gebeurd verhaal.

Rond de jaarlijkse dodenherdenking verschijnen er in de bioscoop meer films dan gewoonlijk die spelen in of qua thematiek verwijzen naar de Tweede Wereldoorlog. Alone in Berlin is de filmversie van de roman Jeder stirbt für sich allein (Alleen in Berlijn), die de Duitse schrijver Hans Fallada (pseudoniem van Rudolf Ditzen) kort voor zijn plotselinge dood in 1947 in vier weken tijd schreef. Hij handelt over een echtpaar van middelbare leeftijd wiens enige zoon als soldaat van het Duitse leger in de eerste oorlogsweken is gesneuveld. Ze komen op hun eigen naïeve manier in opstand tegen Hitler.

Alone in Berlin

Otto Quangel (de Ierse acteur Brendan Gleeson) is voorman op een houtzagerij, doodskisten zijn het voornaamste product. Laag opgeleid maar intelligent, begint hij uit verdriet om zijn verloren kind een eenmansactie tegen de nazi’s. Quangel schrijft anti-naziteksten op ansichtkaarten die hij achterlaat in openbare gebouwen en kantoren in Berlijn. Zo wil hij een stem geven aan zijn gemoed en de alom aanwezige nazipropaganda ondergraven. De kaarten worden door de burgers van Berlijn echter niet aan elkaar doorgegeven, maar ingeleverd bij de politie. Die gaat op jacht. Quangel schrijft door. Hij besteedt al zijn vrije tijd aan het project en betrekt zijn vrouw Anna (Emma Thompson) er in.

Niemand is te vertrouwen
De 600 pagina’s van de roman zijn ingedikt tot een film van zeven kwartier, waarbij onvermijdelijk hele stukken van het boek zijn verdwenen of vervangen door nieuwe scènes uit de pen van scenarist Achim von Borries (Good Bye Lenin!) en regisseur Vincent Perez. De film concentreert zich op de kern van het op feiten gebaseerde verhaal: de alom aanwezige sfeer van intimidatie en terreur, de lompheid van het nazi-apparaat, de onzekerheid van het dagelijkse bestaan in oorlogstijd. Het wemelt van de meelopers en de opportunisten, niemand is te vertrouwen. De Quangels zijn—alleen in miljoenenstad Berlijn.

Goed en fout lopen langs onzichtbare lijnen dwars door elkaar, ook in het appartementengebouw waar de Quangels wonen. Een Joodse weduwe wordt belaagd door een buurman met nazisympathieën en diens bloedfanatieke zoon, Baldur geheten. Een gepensioneerde rechter steunt waar mogelijk, terwijl een nietsnuttende zuipschuit de boel voor eigen gewin verraadt. Dan is er nog de postbode die helpt waar ze kan; haar bangige echtgenoot probeert een wit voetje te halen bij de nazi’s. De breuklijn loopt ook door huwelijken. En door het politieapparaat.

Alone in Berlin

Leven onder een bezettingsmacht
Het net sluit zich langzaam rond de Quangels, maar het thrilleraspect is niet het hart van Alone in Berlin. Dat is de psychologie van de terreur en het leven onder een bezettingsmacht. Integere burgers, maar ook inspecteur Escherich (Daniel Brühl) die met de zaak van de ansichtkaarten is belast, worden voor onmogelijke keuzes geplaatst. Wat boek en film glashelder maken is dat ook voor de neutrale Duitse bevolking het nazibewind een nachtmerrie is geweest. Van de 285 kaarten die Otto en Anna Quangel tussen 1940 en 1943 hebben verspreid, zijn er 267 aangegeven bij de politie. Hun opzet is niet gelukt: de kaarten zijn niet doorgegeven, de angst zat te diep.

Alone in Berlin is een keurige film over keurige mensen in een immorele wereld. Deze Duits-Frans-Engelse coproductie mikt op het Europese mainstream-publiek en heeft een internationale rolbezetting en een Franse regisseur, de steracteur Vincent Perez. Hij is braaf – trouw aan het boek, grove scènes worden elliptisch verbeeld – en keurig opgedeeld in drie aktes. De bedrukte stemming van het leven in oorlogstijd wordt gevisualiseerd door grauwe kleding en sombere interieurs; suggestie wint het van actie. Dat de Engelstalige dialogen met Duits accent worden uitgesproken is de voornaamste smet op deze geslaagde verfilming van een ijzersterk boek.
 

25 april 2017

 

Free Fire

****

recensie Free Fire

Pret met eeuwigdurende shoot-out

door Bob van der Sterre

Een deal op een afgelegen locatie. Mensen die elkaar niet kennen en die wantrouwig zijn van nature. Allemaal bewapend. En het is nog een wapendeal ook.

Boston 1978. Twee partijen komen bij elkaar in een oude fabriek. Aan de ene kant Ieren die wapens komen kopen (Stevo, Frank, Chris). Aan de andere kant Amerikanen en een Zuid-Afrikaan die de handel willen verkopen (Vernon, Ord, Martin). Justine kent beiden en brengt ze bij elkaar in een oude fabriek. Men draagt wapens en is wantrouwig.

Free Fire

Bij het weigeren van een uitgestoken hand: ‘You didn’t masturbate before you got here, did you?’ ‘What?’ ‘Told you I don’t work with anybody who’s carrying a loaded weapon.’ ‘Fuck the small talk. Let’s buy some guns, eh?’

De spanning loopt meteen op als blijkt dat de verkeerde wapens zijn geleverd. Maar Chris en Ord houden de twee partijen in het gareel. Totdat een van de Ieren een van de Amerikanen herkent en weet dat hij wraak op hem wil nemen.

Een lange shoot-out
Je verraadt niets van het plot door te vertellen dat de film één lange shoot-out is. De fabriek wordt compleet aan gort geschoten. Maar het is geen esthetische shoot-out à la John Woo. Explosies à la Michael Bay hoef je niet te verwachten. Over the top stoerheid à la Don Siegel ontbreekt. De kogels komen hier bij de kijker bijna net zo hard aan als bij de karakters die elkaar bestoken. Waar we wel naar kijken, is bijna een ouderwetse grappige shoot-out à la Tarantino in zijn oude tijd, toen hij nog onpretentieus amusement maakte.

Deze opzet was een risico. Niet veel films hebben echt maar een locatie waar de film zich afspeelt. En vaak blijft zo’n idee niet lang grappig.

Maar bij Free Fire staat er een groep acteurs die de hele film kan boeien – want humor en geweld heeft meer goed acteerwerk nodig dan je beseft. Ze lopen in de invulling van hun vak als acteur erg uiteen. Cilian Murphy (28 Days Later). Armie Hammer (The Man from UNCLE). Noah Taylor (ooit Hitler in Max). Babou Ceesay (Eye in the Sky). Brie Larson (Room). Sharlto Copley (District 9). Er is bijna geen grotere verscheidenheid te bedenken. Maar dat is juist een van de krachten van deze film. Ze passen bij hun rollen. Het is zoals je zo vaak voetbaltrainers hoort zeggen: ‘Ze speelden echt als een team…’

Free Fire

Teamgevoel
Is dat teamgevoel misschien de invloed van regisseur Ben Wheatley, die immers in Sightseers ook aanstekelijke chemie creëerde tussen de hoofdrolspelers? Hij revancheert zich hiermee voor het ambitieuze, maar ook het niet zo evenwichtige High-Rise uit 2015.

Je ziet hier ook het probleem bij beide films. Net als in Sightseers is Free Fire wel leuk kijkvoer, maar niet briljant. Dat ligt vooral aan hoe beide films worstelen met het verhaal zelf. De scripts worden in beide gevallen als het ware voortgedreven door de actie. Maar het zou in een echt goede film andersom moeten zijn – het verhaal bepaalt wanneer de actie opkomt.

Voor de meeste mensen is dat kommaneuken van het zuiverste soort. En een beetje gelijk hebben ze wel. Dit is gewoon een grappige film met veel vaart en energie (negeren die mensen die achteraf zeggen: ‘Deze film ging helemaal nergens over’). Het beste is vooraf om geen trailers te kijken, met weinig verwachtingen de film te gaan kijken en je vervolgens onder te dompelen in een energieke roes van humor en kogels.
 

22 april 2017

 
MEER RECENSIES

20th Century Women

****

recensie 20th Century Women

Opvoeden en opgroeien in 1979, Californië 

door Nanda Aris

Een zorgzame, feministische moeder probeert in het Californië van 1979 haar tienerzoon op te voeden. Een coming of age film van moeder en zoon waarin we beide perspectieven volgen.

20th Century Women werd dit jaar genomineerd voor een Oscar voor Best Original Screenplay. Het verhaal is geïnspireerd op het leven en de jeugd van regisseur Mike Mills zelf. Zijn eerste, tevens autobiografische, film Beginners (2010) vertelt het verhaal van zijn vader, die als zeventiger na het overlijden van zijn moeder, uit de kast komt als homoseksueel.

20th Century Women

We volgen we de bewoners van een oud huis in Santa Barbara, Californië: de feministische moeder Dorothea (Annette Bening) met haar zoon Jamie (Lucas Jade Zumann), punkliefhebster Abbie (Greta Gerwig), en hippie-klusjesman William (Billy Crudup). Buurmeisje Julie komt vaak langs.

Hulp nodig
Het verhaal draait voornamelijk om de opvoeding van de vijftienjarige Jamie, door bovenal zijn moeder – die haar zoon kreeg op veertigjarige leeftijd – maar ook door huisgenoot Abbie en zijn vriendin Julie. Dorothea heeft het idee dat ze Jamie niet volledig meer kan bereiken, en dat ze hulp nodig heeft bij de opvoeding. Ze vraagt daarom twintiger Abbie, die bij hen in huis een kamer huurt, en de tiener Julie haar te helpen, omdat zij beide een goede band hebben met Jamie.

Dat ze een goede band hebben, betekent niet dat zij Jamie dezelfde dingen bijbrengen als Dorothea hem bij zou brengen. Van Abbie leert hij over feminisme, de clitoris en de menstruatie. Jamie is ondertussen verliefd op Julie, maar zij houdt hun relatie graag platonisch, ook al slaapt ze (letterlijk) graag bij hem. Ze vertelt hem over haar seksuele avonturen – iets waar Jamie half op zit te wachten.

Vrouwelijke opvoeding
Dorothea wil graag dat het goed gaat met haar zoon, maar heeft niet geleerd (zelf opgevoed in de depressiejaren) om haar eigen gevoel te uiten. Door haar vraag aan Abbie en Julie om te helpen bij de opvoeding, wordt ze ook geconfronteerd met haar eigen rol als moeder Dorothea gelooft niet er een man nodig is om Jamie op te voeden. Het zorgt soms voor een zucht, de nuchterheid ontbreekt een beetje.

20th Century Women

De opvoeding is ook vrij. Wanneer Jamie spijbelt van school, schrijft Dorothea creatieve briefjes waarom hij niet aanwezig kon zijn, en lacht ze om zijn vindingrijkheid om haar handtekening te vervalsen. Bening weet de warmte van een zorg hebbende moeder neer te zetten, een moeder die je eigenlijk soms achter het behang zou willen plakken, maar waar je ook niet zonder zou kunnen.

Diepte
Door voice-overs, flashbacks en flashforwards komen we meer te weten over de personages, en dat is een fijne en kunstzinnige manier voor het scheppen van meer diepte. Het schept ook begrip voor de tijdsgeest waarin de film speelt, zoals wanneer we kijken naar de ‘crisis of confidence speech’ van Jimmy Carter in 1979. De muziek die de beelden begeleidt is aanstekelijk en optimistisch.

Ondanks de afwezigheid van grote gebeurtenissen, waardoor 20th Century Women doet denken aan Boyhood (2014), verveelt de film niet. Dit is te danken aan de personages, die de hippiewarmte van het samengestelde gezin goed over weten te brengen.
 

19 april 2017

 
MEER RECENSIES

Denial

***

recensie Denial

Holocaust: feit of mening?

door Cor Oliemeulen

Al lang voordat politici strooiden met kwalificaties als ‘nepnieuws’ en ‘alternatieve feiten’ profileerden personen een feit als mening. De ontkenning van de Holocaust is misschien wel het meest pijnlijke voorbeeld. Het biografische drama Denial registreert één van de meest geruchtmakende rechtszaken uit de Britse geschiedenis.

In 1994 is de Amerikaanse historica Deborah Lipstadt (Rachel Weisz) professor van de modern joodse geschiedenis aan de Emory University in Atlanta. Ze schrijft de vier belangrijkste argumenten van de Holocaust-ontkenning op het schoolbord. ‘De moorden op de Joden waren niet systematisch. Het aantal doden was overdreven. Auschwitz was niet gebouwd met gaskamers ten behoeve van uitroeiing. De Holocaust is een mythe, bedacht door Joden om financiële compensatie voor Israël te krijgen.’

Denial

Omgekeerde bewijslast
Een jaar eerder publiceerde zij ‘Denying the Holocaust’, waarin Lipstadt haar Engelse collega David Irving (Timothy Spall) bestempelde als ontkenner van de Holocaust en zijn geloofwaardigheid als historicus ernstig in twijfel trok. Irving verstoorde een lezing tijdens haar boekpresentatie en klaagde haar en haar uitgeverij Penguin Books in 1996 aan wegens smaad. Het proces dat vier jaar later volgde, werd een belangrijke juridische beproeving op het snijvlak van Holocaust-ontkenning en vrijheid van meningsuiting.

David Irving, die zich eerder associeerde met rechtsextremisten en neonazisme promootte, wil dat het proces wordt gehouden in Engeland. Hier geldt namelijk omgekeerde bewijslast: je moet kunnen aantonen dat wat je schrijft waar is, terwijl volgens het Amerikaanse recht iemand onschuldig is totdat het tegendeel bewezen is. Dat blijkt bij voorbaat een hele kluif, want er is nog nooit een zeer gedegen forensische studie naar de Holocaust gedaan. Wanneer Lipstadt met haar raadsman (Tom Wilkinson) Auschwitz bezoekt, wordt bevestigd hoe lastig het is om bewijs aan te dragen voor de systematische uitroeiing van miljoenen Joden.

Getuigen
Dus wat een fluitje van een cent lijkt, resulteert in een wekenlang proces. Deborah Lipstadt is ver van huis, in een onbekend land met een totaal ander rechtssysteem en moet zich grote moeite getroosten om haar juristen te leren vertrouwen. Het liefst zou ze Irving zelf van repliek dienen, echter haar legertje raadslieden raadt haar ten strengste af om zelf als getuige op te treden, want teveel emotionele betrokkenheid kan de zaak schaden. Het liefst geeft Lipstadt in het proces ook enkele Holocaust-overlevers een stem, maar ook dat zou onverstandig zijn. David Irving zou ze vernederen en belachelijk maken, omdat ze zich niet alle details zouden kunnen herinneren.

Denial

Terwijl buiten het gerechtshof en in de media het tumult toeneemt, is David Irving in zijn element, omdat hij ervan overtuigd is dat zijn opponenten nooit concreet bewijs voor het bestaan van de Holocaust kunnen aantonen. Bovendien weet hij zich aan het eind van het proces plotseling gesteund door de rechter die zich hardop afvraagt hoe je iemand van leugens kunt betichten als die persoon zelf ervan overtuigd is dat iets is zoals hij denkt dat het is, zelfs al is die persoon antisemiet.

Feit of mening
Denial
is deels een rechtbankdrama en deels een portret van een vrouw die onrecht wil uitbannen, maar te maken krijgt met een zeer lastige juridische kwestie. Na een aantal bijrollen (Youth, The Lobster, The Light Between Oceans) en recent een niet onverdienstelijke hoofdrol (Complete Unknown) is Rachel Weisz weer eens alom aanwezig en ouderwets op dreef. In Timothy Spall vindt zij een antagonist die goed is in het neerzetten van grommige botteriken (Mr. Turner).

Het scenario van Engelsman David Hare mag dan minder sterk en meer voorspelbaar zijn dan van zijn toppers The Hours (2002) en The Reader (2008), Denial is geen stugge film vol jargon. Het is eerder een onderhoudend drama voor het grote publiek, in een tijd en wereld waarin de waarheid regelmatig geweld wordt aangedaan. Mensen lezen weleens iets op het internet en nemen dan automatisch aan dat dat waar is. Een mening hebben is prima en vrijheid van meningsuiting een groot goed, maar over feiten kun je nu eenmaal geen mening hebben. Feiten staan vast.
 

1 april 2017

 
MEER RECENSIES

Ghost in the Shell

***

recensie Ghost in the Shell

De Wrekers als cyberpunk

door Alfred Bos

Live action in 3D naar de jaren negentig manga en anime culthit uit Japan, over een vrouwelijke cyborg die zich afvraagt wie ze eigenlijk is. De filosofische vragen zijn boeiender dan de actie.

Eerst was er de manga, daarna de anime, vervolgens de animatie tv-serie en een aantal videospellen, en nu is er de 3D film. Ghost in the Shell, het verhaal over de vrouwelijke cyborg die haar oorsprong ontdekt, is wellicht de bekendste representant van cyberpunk, de jaren tachtig-variant van sciencefiction. De manga van Masamune Shirow (pseudoniem van tekenaar Masanori Ota), oorspronkelijk gepubliceerd in 1989, groeide in de jaren negentig uit tot een cultfenomeen en inspireerde de Wachowski’s voor hun The Matrix.

In al zijn mediaverschijningen is Ghost in the Shell een optelsom van ideeën die eerder zijn bedacht door andere auteurs; daaraan merk je dat de schepper van de franchise geen schrijver maar tekenaar is. Mira (in de live action 3D film vertolkt door Scarlett Johansson) is een mens-machine. Alleen haar brein is van zichzelf, de rest van haar lichaam is een constructie van synthetisch materiaal. Dat roept direct filosofische vragen op over identiteit. Blijven we onszelf in een ander lichaam? Wat is onze ik? Zijn we onze herinneringen?

Ghost in the Shell

Philip K. Dick speelde met dat thema in zijn roman Do Androids Dream of Electric Sheep?, verfilmd als Blade Runner, en ook in Ghost in the Shell spelen geïmplanteerde herinneringen een belangrijke rol. Mira is een wapen, volgens Cutter (de Brit Peter Ferdinando), de baas van het robotbedrijf Hanka, waar ze als herboren uit het assemblagebad stapt. Ze is een agent van Public Security Section 9, geleid door de slimmerik op leeftijd Aramaki (gespeeld door de fameuze Japanse regisseur en acteur Takeshi Kitano); als cyborg begiftigd met bovenmenselijke talenten, de eerste van haar soort, de nieuwe mens. Naast Mira is Batman een sufferdje.

William Gibson
Mira is de cyberpunk-versie van Miss Emma Peel, de vrouwelijke held van de Britse jaren zestig tv-serie De Wrekers, met sidekick Batou (de Deense acteur Pilou Asbæk) als haar kompaan Steed. Via een plug in haar nek kan de geest van Mira ronddwalen in de virtuele wereld van enen en nullen—cyberspace. Dat is een concept van William Gibson, die de term muntte in zijn roman Neuromancer uit 1984. Wanneer Mira rondscharrelt in het brein van een andere cyborg – dat idee is ontleend aan Mindplayers (1987) van Pat Cadigan – raakt haar eigen geest besmet.

Welke gedachten zijn van haar en welke van Kuze (de Amerikaanse acteur Michael Pitt), het brein achter een reeks aanslagen op Hanka-wetenschappers? Wanneer Mira erachter komt dat haar ontstaansgeschiedenis een leugen is, komt ze in opstand tegen haar schepper en dat is het gegeven van de moeder alles sciencefictionromans, Frankenstein van Mary Wollstonecraft Shelley, gepubliceerd in 1818. Mira blijkt Motoko te zijn.

Dystopische film noir
In de opening van de film zien we Mira in 3D geboren worden, haar vroedvrouw is Dr. Quelet (de Franse actrice Juliette Binoche), die, zoals iedereen in deze cyberfantasiewereld, haar lichaam heeft aangevuld (verbeterd?) met machine-elementen. Dat het niet altijd even handig is om je lijf te verrijken met digitale componenten blijkt wanneer Kuze twee onschuldige vrachtwagenchauffeurs hackt en hun brein overneemt. Niet alleen worden ze een moordwapen, ze weten achteraf ook niet meer wie ze zijn.

Ghost in the Shell, geregisseerd door de Brit Rupert Sanders, weet ook zonder 3D bril visueel te imponeren. Qua look en feel is de visualisering van de cyberpunk-wereld met zijn alom aanwezige beeldschermen, hologramprojecties en datastromen als fysieke constructies gelikter dan alle dystopische film noir die er tot nu toe is gemaakt. Alleen zijn de straten verbazingwekkend leeg voor zo’n megastad. Was er in het productiebudget geen geld over voor figuranten?

De beeldesthetiek is geënt op die van Blade Runner, uit 1982, en het futurisme van Ghost in the Shell met zijn bio hacking doet nogal ouderwets jaren tachtig aan. Er ligt weliswaar een laag van augmented reality over de cityscape van de fictieve Japanse stad Niihama, maar hij wijkt niet wezenlijk af van de manier waarop Fritz Lang de stad van de toekomst verbeeldde in Metropolis. Dat was negentig jaar geleden.

Ghost in the Shell

Internationale rolbezetting
Als actiefilm volgt Ghost in the Shell de geijkte banen, met in de derde akte een confrontatie tussen goed en kwaad waarbij het decor aan flarden gaat. Sanders, die in 2012 het drollige Snow White and the Huntsman maakte, kan als competente Hollywood hack ook niet verhullen dat er in het verhaal een levensgroot gat zit dat we hier niet gaan verklappen.

Met een internationale rolbezetting en enkele Chinese coproducenten is Ghost in the Shell een ambitieuze productie, gericht op Azië, Amerika én Europa, het soort film waarvan er meer zullen komen. Hoewel een lappendeken van bekende ideeën is de film op subtiele wijze niet standaard-Hollywood. De Japanse origine van de franchise blijkt uit de keuze voor een synthetisch lichaam in plaats van een kunstmatig brein: dat heeft geen intuïtie. Mensen wel en dat maakt ons menselijk.

En in deze Japanse variant van cyberpunk zijn de corporaties geen almachtige zakenconglomeraten, maar krijgen tegenspel van een competente overheid. Dat is in de cyberwereld van William Gibson en Pat Cadigan wel anders. De meer beschouwende kijker beleeft de meeste lol aan de expositie van Ghost in the Shell, de actieliefhebber aan de finale. En die 3D bril is eigenlijk een overbodige gimmick.
 

29 maart 2017

 
MEER RECENSIES