Red Sparrow

**

recensie Red Sparrow

Mus zoekt mol

door Alfred Bos

Jennifer Lawrence paradeert in avondkleding en ondergoed – en soms zelfs dat niet – door een Koude Oorlog-labyrint van spionnen, criminelen en corrupte ambtenaren. Red Sparrow bulkt van de topacteurs die enig bruis geven aan platte champagne.

Onlangs was actrice Jennifer Lawrence het onderwerp van een twitterstormpje. Ze had geposeerd in een blote jurk en dat is – meenden sommigen – toegeven aan de mannelijke wens om ‘het zwakke geslacht’ te verlustigen tot object. De bewuste foto was geschoten in Londen, waar Lawrence met enkele op de winter geklede mannelijke collega’s in de vrieskou poseerde ter promotie van Red Sparrow.

Red Sparrow

Het was niet zo bedoeld maar wel treffend, dat mediamomentje, want in Red Sparrow speelt de actrice een verleidster, opgeleid en ingezet door de geheime dienst om vijanden te manipuleren. We zien haar door de film dartelen in diverse stadia van naaktheid, tot vol frontaal. Geschoren schaamstreek subtiel verscholen achter een brede mannerug, dat wel. De vrouw als verleidster is nu net punt van Red Sparrow. Voorspelbaar? Dat is de film ook.

Koude Oorlog-thriller
Lawrence lachte breed op de foto in Londen. In haar jurk met decolleté en dijhoog split voelde ze zich machtig tussen die blauwbekkende mannen en in Red Sparrow speelt ze een voormalige ballerina, Dominika Egorova, die door haar oom, de reptielachtige Vanya Egorov (Matthias Schoenaerts), de wereld van spionage en contraspionage in wordt gerommeld. Macht is wat haar uit de kleren doet stappen. Dan ervaart ze haar dominantie als vrouw, dan zijn mannen als was – maar van graniet daar waar het telt – in haar armen.

Red Sparrow is een Koude Oorlog-thriller nieuwe stijl, dus à la de Bourne en Mission Impossible-franchises hoppend van stad naar stad, maar met Russen en Amerikanen tegenover elkaar alsof de wedloop naar de maan nog moet worden gewonnen: de Amerikaanse geheimen staan – wie verzint het? – op floppy discs. Tijdens haar eerste opdracht stapt Dominika pas uit haar avondjurk nadat ze daartoe door een crimineel is gecommandeerd. Maar op de ultrageheime spionnenschool, straf geleid door een seksloze matrone (Charlotte Rampling), gaat ze voor de klas uit de kleren en leert haar kracht kennen.

Trilogie
Waarom de spionnen ‘sparrows’ (mussen) worden genoemd, blijft onduidelijk. Wellicht omdat ze vervangbare pionnen zijn in het spel dat de haviken, de bazen van de Russische spionagedienst (vertolkt door Ciará Hinds en Jeremy Irons), spelen met de Amerikanen. Dominika benadert haar prooi, de spion Nate Nash (Joel Edgerton), in het zwembad, waar ze in uitdagend badpak, borsten pront vooruit, in glorie paradeert. Bingo, raak.

Red Sparrow

Omdat Red Sparrow, gebaseerd op het gelijknamige boek van Jason Matthews, goochelt met clichés, broeit er romantiek tussen de ideologische vijanden en wordt het zaak de mus uit de klauwen van de haviken te redden. Inzet is een Amerikaanse mol in de top van de Russische geheime dienst. Wanneer de nevel is opgetrokken, diverse scènes met obligate seks en martelporno later, zijn mus en mol gered en krijgt de ware schurk zijn (want dat is een man, uiteraard) bekomst. Het boek is het eerste van een trilogie, dus een nieuwe franchise is geboren. (De slimme producent komt nu met een Chinese variant: Yellow Sparrow. En de avontuurlijke producent met een Afrikaanse: Black Sparrow. Waarop Oxfam zijn imago redt met Rainbow Sparrow.)

Red Sparrow herenigt de duurst betaalde actrice van dit moment met The Hunger Games-regisseur Francis Lawrence en kan bogen op een internationale rolbezetting, waarin we naast de genoemde acteurs de Nederlandse Thekla Reuten en de Duitser Sebastian Hülk (Karsten in Auf Einmal) terugzien als respectievelijk spion en beul. Waar de film niet op kan bogen is een krachtige spanningsboog of originele inzichten. Met dik twee uur speeltijd is het een lange zit, maar dat zal niet opvallen wanneer Red Sparrow over een paar jaar, onderbroken door reclames, door een commerciële omroep op televisie wordt vertoond. Zo’n film is het. Met de linkertepel van Jennifer Lawrence.
 

27 februari 2018

 
MEER RECENSIES

Redoutable, Le

****

recensie Le Redoutable

Held stapt van zijn sokkel

door Cor Oliemeulen

Jean-Luc Godard is met zijn vernieuwende stijl en het loslaten van traditionele opvattingen één van de belangrijkste filmmakers ooit. In Le Redoutable blijkt maar weer eens dat kunstenaars moeten lijden om tot grote creatieve hoogte te kunnen stijgen.

Aan het eind van haar charmante documentaire Visages Villages (2017) pinkt filmmaakster Agnès Varda (89) aangeslagen een traantje weg, omdat haar collega Jean-Luc Godard (87) kennelijk geen zin heeft in bezoek en haar voor een gesloten deur laat staan. Zowel Varda als Godard zijn boegbeelden van de Nouvelle Vague, de Franse filmstroming die begin jaren zestig de traditionele cinema op zijn grondvesten deed schudden. Beide cineasten zijn nog steeds actief, echter Godard schijnt te leven als een kluizenaar. Als je Le Redoutable hebt gezien, komt dat niet als een verrassing.

Le Redoutable

Twijfelend genie
Dit biografische drama is een portret van Jean-Luc Godard dat zijn bewonderaars met een lichte kater zal achterlaten. Van de held die de geboren Zwitser werd na zijn doorbraakfilm À bout de souffle (1960) blijft – door eigen toedoen – bar weinig over. We maken kennis met Godard als een man vol twijfel, eenzaam en onbegrepen in zijn verwachtingen en aspiraties. Een artiest die bijna alles en iedereen afwijst, uiteindelijk zijn geliefde en zichzelf. Een zuurpruim, soms uitgesproken lomp, beledigend en masochistisch. Maar gelukkig nooit ontdaan van die typisch ironische en schertsende toon, die we regelmatig in Godards films terugzien.

Het was dan ook niet de bedoeling van de Franse regisseur Michel Hazanavicius (The Artist, 2011) om zijn illustere vakgenoot als een held neer te zetten, een keuze die bij menig filmliefhebber vooral in eigen land in slechte aarde viel. Jean-Luc Godard (fantastische rol van Louis Garrel) is in Le Redoutable een mens van vlees en bloed. Diens geniale kwaliteiten als vernieuwende filmmaker neemt de kijker voor kennisgeving aan, de focus ligt geheel op het moment dat de politieke activist in hem ontwaakt en Godards cynische kijk op de wereld tot volle wasdom komt.

Le Redoutable

Maoïstische revolutie
Zoals het een echte filmauteur betaamt, loopt zijn ontwikkeling als mens gelijk met zijn oeuvre, in Godards geval al in zijn beginjaren. Van de lichte romantiek (À bout de souffle, 1960), via de onmogelijkheid van liefde in psychologisch drama (Le mépris, 1963) naar politieke manifestatie (La chinoise, 1967). Godard wordt geïntroduceerd op het moment dat hij zijn komische drama over een studentengroepje van Franse maoïsten dat een gewelddadige revolutie predikt, heeft afgerond. De film flopt. Media betichten hem van politieke puberteit met eindeloze preken, en zelfs de Chinezen begrijpen volgens Godard hun eigen revolutie niet. Slechts een enkeling vindt dat Godards cinema pure poëzie is en zijn tijd ver vooruit, maar de meeste fans hopen vurig dat hij weer die luchtige films van weleer gaat maken.

Jean-Luc Godard, die eerder was getrouwd met zijn muze Anna Karina, is ondertussen verliefd geworden op de hoofdrolspeelster van La chinoise, Anne Wiazemsky (Stacy Martin), en zij op hem. Ze trouwen. Anne is 20, Jean-Luc is 36. Lol en liefde maken langzaam plaats voor zijn obsessie voor de revolutie: ‘weg met De Gaulle, de macht aan het proletariaat’. Ze lopen mee in de Parijse studentendemonstraties van 1968, Jean-Luc gooit stenen naar de ‘fascistische’ politie, verliest voor de zoveelste keer zijn bril (leuke running gag), spreekt tijdens manifestaties waar hij steeds vaker – tot zijn eigen begrip – wordt weggehoond en noemt alle films die hij ooit heeft gemaakt (maar ook die van bevriende collega’s als Bernardo Bertolucci) complete bagger en mensen die die films goed vinden zombies. Anne houdt het twaalf jaar met hem uit. “Ik trouwde met Jean-Luc Godard, de cineast, niet Jean-Luc Godard, de politicus”, zegt zij. Le Redoutable is gebaseerd op het boek van Anne Wiazemsky.

Le Redoutable

Tragische kunstenaar
Hoewel Godard zich enerzijds ontpopt als een tragische figuur zien we anderzijds voortdurend de intellectuele kunstenaar met diens eeuwige zelfspot en drang tot vernieuwing en ommekeer. “Artiesten moeten sterven voor hun 35ste”, zo citeert hij Mozart. Weinig positieve woorden heeft hij over voor acteurs: “Die doen alles wat je hen vraagt. Ze huilen en lachen op commando en kruipen over de grond.” Zelfs het ‘functionele’ bloot in (zijn) films wordt op geestige wijze op de korrel genomen in een scène waarin Anne en Jean-Luc hierover discussiëren terwijl ze zelf poedelnaakt door hun woning paraderen.

Natuurlijk is regisseur Michel Hazanavicius zo slim geweest om in Le Redoutable speelse stijlkenmerken en visuele grapjes van de Nouvelle Vague (zoals snelle montage en opvallende camerabewegingen) te gebruiken. Zo lijkt het interieur met de dominante kleuren te zijn weggeplukt van Godards jaren zestig-sets, hoor je het geluid van een typemachine nog even doorratelen nadat Jean-Luc zich heeft omgedraaid en springt het beeld telkens weer van normaal naar diapositief op de tik waar de langspeelplaat blijft hangen. En zoals dat hoort, praten de personages regelmatig in de camera.

Naast het eenzijdige, maar verhelderende en intieme portret van één van de grootste filmvernieuwers ooit, is Le Redoutable (letterlijk: ‘te duchten’) een pleidooi om directe films over het ‘echte’ leven te maken. Hoe hoog je die lat het beste kunt leggen, zal Jean-Luc Godard zich waarschijnlijk tot zijn dood blijven afvragen.
 

11 januari 2018

 
MEER RECENSIES

Rode ziel, De

****

recensie De rode ziel

De keerzijde van de vrijheid

door Ries Jacobs

Is Joseph Stalin een held of een moordenaar? En hoe is het mogelijk dat hierover in Rusland nog steeds zoveel discussie is? Jessica Gorter portretteert in De rode ziel het huidige Rusland, dat meer dan ooit worstelt met de erfenis van Stalin.

Al vroeg in de documentaire zijn we getuige van een debat op de Russische televisie. ‘Eind jaren ’80 was Stalin volgens acht procent van de bevolking een groot man’, zegt de presentator. ‘Nu is dat tweeënvijftig procent.’ Anatoli Razoemov is onderzoeker van de Russische bibliotheek en zit als deskundige in de studio. Hij zegt dat tijdens het bewind van Stalin miljoenen mensen zijn verdwenen. ‘Apekool, u praat onzin’, reageert zijn communistische opponent vanaf de andere kant van de tafel.

De rode ziel

Deze scène laat zien hoe het de Russen nog altijd niet lukt om als land een gemeenschappelijk standpunt te vormen over de daden van Ioseb Jughashvili, beter bekend als Stalin. Nadat hij op 14 november 1927 zijn voormalige politieke rivaal Trotski royeert als lid van de communistische partij, kan hij beginnen aan de realisatie van zijn plannen. Hij collectiviseert de landbouw en stampt in een razend tempo de industrie uit de grond. Dit alles gaat gepaard met de onderdrukking van iedereen die hem in de weg staat. Vooral de jaren tussen 1934 en 1938 zijn bloederig. Deze episode in de Russische geschiedenis staat nu bekend als De Grote Terreur.

Geen oordeel
In De rode ziel komen zowel bewonderaars als critici van Stalin aan het woord. Igor legt bloemen bij een Stalinmonument. Volgens hem was het leven in de Sovjetdagen beter. ‘Het was toen volkomen veilig. Criminaliteit was vrijwel afwezig.’ Samen met andere Stalinaanhangers loopt hij in een stoet door de regenachtige straten van Moskou. Verderop in de film zegt hij: ‘Iedereen was eerlijk, open en fatsoenlijk. De mensen deelden graag met je.’

Elizaveta zit in haar appartement in Sint-Petersburg. Het uitzicht bestaat uit grijze flatbouwen. Ze vertelt over de avond dat militairen haar ouderlijke huis binnenvielen en haar vader en moeder meenamen. Ze heeft haar ouders nooit meer gezien.

Jessica Gorter legt de mensen en hun verhalen vast zonder gebruik te maken van een voice-over. Ze geeft geen mening, maar laat ons slechts zien hoe de Russen worstelen met de nalatenschap van Stalin. De rode ziel geeft daardoor een goed beeld van één van de moeilijkste vraagstukken van de hedendaagse Russische samenleving. In een tijd waarin veel berichtgeving uit Rusland gekleurd is, velt Gorter geen oordeel.

De rode ziel

Perestrojka
In 1990 kwam Gorter voor het eerst in Leningrad. Ze werd gegrepen door wat ze zag in het land dat zich na de val van Het IJzeren Gordijn opnieuw moest uitvinden. Ze regisseerde twee documentaires over de stad die inmiddels weer Sint-Petersburg heette, waaronder in 2011 het prijswinnende 900 Dagen over de belegering van de stad in de Tweede Wereldoorlog.

De rode ziel is een mooie nieuwe ontwikkeling van haar oeuvre. Gorter portretteert een samenleving die niet goed om weet te gaan met de na de perestrojka verworven vrijheid en daardoor ook haar geschiedenis geen plaats kan geven. De vraag waarom Stalin tegenwoordig zo populair is in Rusland stelt ze niet, maar ze beantwoordt hem wel.
 

20 november 2017

 
MEER RECENSIES

Rock’n Roll

***

recensie Rock’n Roll

De waan van de acteur

door Alfred Bos

Komedie over een Franse acteur die in een midlife crisis belandt. Niks zeurderige Franse praatfilm, maar een milde satire over de spanning tussen waan en werkelijkheid. Guillaume Canet doet een Woody Allen: de acteur en diens vriendenkring spelen zichzelf.

Wat denk je wanneer een film opent met een camera die minuten lang een personage op een filmset volgt terwijl op de geluidsband een drummer lustig improviseert? Dan denk je: Birdman. Die film speelt zich af in het hoofd van de protagonist en toont diens waanideeën over zichzelf en zijn plek in zijn professionele wereld.

Rock’n Roll

Zo opent Rock’n Roll, de vijfde speelfilm van acteur, scenarist en regisseur Guillaume Canet, die na zijn Amerikaanse avontuur met Blood Ties (2013) terug is in zijn vertrouwde omgeving, de Franse filmwereld. En dat letterlijk, want in Rock n Roll speelt Guillaume Canet de rol van Guillaume Canet, een gevestigde acteur wiens slapen beginnen te grijzen en verbijsterd moet constateren dat jonge actrices niet langer naar hem lusten. Van die tik gaat zijn ego op tilt.

We leren Canet kennen voor de spiegel van de kleedkamer, aan de telefoon met zijn arts. Op dat moment is zijn grootste probleem een pijnlijke teelbal (‘Nee, alleen de linker, niet de rechter’). Dat ongemak is goed voor enkele geestige momenten over de fysieke malheur van middelbare mannen. Maar de midlife crisis gaat van kwaad tot erger en leidt, via nachtelijke uitspattingen en de rocker-op-middelbare-leeftijd-fase, naar een plastisch chirurg (waarom zijn dat altijd zulke griezels, zie Behind the Candelabra). Er is ook, à la Birdman, een pijnlijk publiek moment dat met smartphones wordt gefilmd.

Botox en spierversterkers
Canet, de voormalige Adonis van middelbare leeftijd, wordt dankzij botox en spierversterkers Canet, de monsterlijke Hulk. Als paria van het zelfingenomen Franse filmwereldje verkast hij naar Amerika, waar zijn karikaturale fysiek geknipt is voor de titelrol van een tv-serie van bedenkelijk allooi, Crocodile Rangers. In Miami speelt zich ook de ontknoping af, op een filmset, zoals de film begon.Canet is niet de enige die te horen krijgt dat hij te oud is.

Rock’n Roll is milde satire op de spanning tussen waan en werkelijkheid, op meerdere niveau’s. Alle rollen in deze door Canet geschreven en geregisseerde film worden vertolkt door familie en filmprofessionals uit Carnets vriendenkring. Ze spelen zichzelf, zoals Marion Cotillard (vriendin), zijn ouders, de Frans-Amerikaanse actrice Camille Rowe, Ben Foster (producer), Gilles Lellouche (acteur), Pierre Niney (acteur, Yves Saint Laurent, Frantz), de gebroeders Attal (producers) en rocklegende Johnny Hallyday en diens echtgenote Laeticia.

Rock ’n Roll drijft de spot met ijdelheid en de lichaamscultuur die de afgelopen decennia is uitgegroeid tot een miljardenindustrie. Mensen verminken zich, of laten zich verminken, tot plastic poppen in een poging hun jeugd en (vermeende) schoonheid te bewaren. De filmwereld is bij uitstek het milieu om die fixatie op illusie te persifleren.

Rock’n Roll

Zelfspot
Maar Rock’n Roll laat zich ook bekijken als een commentaar op Canets Amerikaanse filmavontuur. De gerespecteerde acteur (we zagen hem onlangs nog als Zola in Cézanne et moi) regisseerde in Hollywood het zelfgeschreven misdaaddrama Blood Ties, over twee broers aan tegengestelde kant van de wet, die jammerlijk flopte. De artistiek-burgerlijke mores van de Franse filmwereld contrasteert in Rock ’n Roll sterk met het artificiële van de Amerikaanse (film)cultuur. Het toont zich ook op de filmsets: in Parijs heeft iedereen respect voor elkaar, in Miami behandelt de regisseur een assistente als voetveeg.

Deze komedie is losjes van toon en heeft een losse vorm, soms te los. Het onderscheid tussen de droomscènes in het hoofd van Canet en de nuchtere werkelijkheid is niet altijd even helder (dat doet Birdman beter) en de als Bollywood-intermezzo’s gepresenteerde videoclips staan los van de vertelling (daar is Paolo Sorrentino handiger mee). Bij zo’n film past een kazige soundtrack waarop Demis Roussos niet mag ontbreken en een beter canvas voor Alphaville’s camp-hit ‘Forever Young’ kun je nauwelijks verzinnen.

Als Rock’n Roll Guillaume Canets therapie voor een carrièrecrisis is, dan heeft hij een tegenslag op intelligente en creatieve wijze weten om te vormen tot een zelf spottende overwinning. Zo’n man gun je een fanta.
 

4 juli 2017

 
MEER RECENSIES

Raging Bull

Raging Bull: Worsteling met een gekooid bestaan

door Tim Bouwhuis

De grootste ontlading uit zich pas als Jake La Motta’s leefwereld zich richting het einde van Raging Bull beperkt tot de muren van zijn gevangeniscel. ‘I am not an animal’, weerklinkt het, net als in David Lynch’ filmische schreeuw om humaniteit uit hetzelfde maakjaar. 

Zowel in The Elephant Man als in Raging Bull dient de noodkreet van beide hoofdpersonen als een laatste redmiddel: om hun menselijkheid niet te verliezen dienen zij iedereen ervan te overtuigen dat zij in wezen even menselijk zijn als de mensen om hen heen. La Motta, eenzaam als hij is in zijn cel, overtuigt vooral zichzelf; Joseph Merrick poogt de mensen te overtuigen die hem als een dier behandelen. Beide slachtoffers richten zich echter ook tot ons: oordelen wij ook? Of voelen we oprechte sympathie waar we normaliter afstand zouden bewaren?

Raging Bull

De boksring als droomwereld
Raging Bull (1980) is daarmee een karakterstudie, een intense inkijk in een getroebleerd mensenleven. Je zou zelfs kunnen zeggen dat de film een anti-biografie is. De bokssport lijkt slechts een middel tot een doel, daar de zo typische rise and fall-structuur (een trainingsfase ontbreekt, de film start in media res) die we onder andere kennen van Rocky (1976) ontbreekt. Ook de negentien boksminuten behelzen veel meer dan de sport zelf, dan winst of verlies; ze tonen de enige (droom)wereld waarin de Niro’s getergde antiheld zichzelf kan zijn. De boksring is een cinematisch podium, een plaats waar rook en slow-motionbeelden van een bokser een dansende artiest maken. De conflictueuze montage van Thelma Schoonmaker (leg Raging Bull op dit vlak eens naast het oeuvre van Sergei Eisenstein) maakt de kijker deel van La Motta’s gevecht. Schouwen van een afstandje is uitgesloten.

Martin Scorsese-maand: Goodfellas - Goeie gastenHet verlaten van de ring brengt een onafwendbare crisis met zich mee. Scorsese begeeft zich van surrealisme naar neorealisme, van subjectivisme naar moraalvrije verslaglegging. Logisch is de keuze voor dat laatste geenszins. De Niro’s La Motta is een afstotelijk personage, een vrouwonvriendelijke driftkop die niet om kan gaan met de sociale condities van zijn privéleven. Toch vindt Scorsese in die buitenbeentjes zijn sterren. Mean Streets, Taxi Driver en tenslotte Raging Bull: je zou deze anti-biografie kunnen beschouwen als het afsluitende portret in een reeks sociaal-culturele impressies van het Italiaans-Amerikaans gekleurde New York.

Ultieme toewijding
Tijdens het productieproces van Raging Bull waren er momenten dat Scorsese dacht dat dit zijn laatste film zou worden. Het leidde ertoe dat de veelgeprezen regisseur niets aan het toeval overliet en alles wat hij had toewijdde aan zijn werk. De detailgerichte regie is een lust voor het oog: Scorsese tekende de gevechten frame voor frame uit op storyboards, aan de montagetafel restten enkel verfijning en perfectie. De toewijding van De Niro complementeert dit zwaarbevochten succesverhaal; zonder de intensiteit van Scorseses front man geen Raging Bull.

Raging Bull

De Niro’s prestatie is zo indrukwekkend dat van een biografische La Motta haast geen sprake meer lijkt. In Raging Bull figureert een reïncarnatie, een bevlogen vertolker van een menselijk hoofdpijndossier. Minstens even sterk is overigens Joe Pesci, onmisbaar als de meer redelijke broer binnen La Motta’s gezinsleven. Hoe ironisch is het dat Pesci’s temperament in Goodfellas en Casino de man ook in De Niro’s vertolking van La Motta nauwelijks een gelijke vindt…

Raging Bull laat de invloed zien van de neurotische angst alles te verliezen. Zijn titel, zijn sociale status, maar met name ook zijn vrouw (krachtig gespeeld door een jonge Cathy Moriarty). Jaloezie verteert de bezitterige La Motta bij iedere toenaderingspoging, of die nu van een man komt of van Vickie zelf.
 

3 juli 2017

 
MEER MARTIN SCORSESE

Región salvaje, La

**

recensie La región salvaje

Seks tussen mensen is verleden tijd

door Cor Oliemeulen

Een paar keer per jaar wordt het reguliere bioscoopcircuit opgeschrikt. La región salvaje uit Mexico is een genremix van bodyhorror, sociaalrealisme en sciencefiction. Ja, er is volop seks, want dat is wezenlijk voor het verhaal. Zo maken we kennis met een fallische alien die er wel pap van lust. Origineel, of bij elkaar geraapt?

Als het de bedoeling van de Mexicaanse regisseur Amat Escalante is om in zijn vierde speelfilm, La región salvaje, een nihilistisch toekomstbeeld voor de mensheid te schetsen, is hij daar opnieuw glansrijk in geslaagd. Zijn wereld wordt niet zozeer bevolkt door mensen die lak aan waarden en normen hebben en zich juist daardoor blind overgeven aan genot, maar door mensen die een doel buiten hun eigen werkelijkheid zoeken en alleen maar kunnen concluderen dat het leven zoals zij nu kennen louter ellende heeft te bieden.

La región salvaje

Laat je gevoelens niet onderdrukken
Escalante wil vooral laten zien wat onderdrukking van gevoelens bij individuen teweeg kan brengen. Net als in zijn vorige film, Heli, een meedogenloos en deprimerend drugsdrama, staan de beslommeringen van een jong gezin met kinderen centraal. Alejandra staat niet meer in de belangstelling van haar man Ángel. Die heeft namelijk een homoseksuele verhouding met haar broer (!) Fabián, een dokter. Nadat Fabián de relatie heeft beëindigd, ontstaat er een nog complexere situatie. Alejandra vindt bezieling bij de wereldvreemde Verónica, wat leidt tot enkele bezoekjes aan een huisje op de hei. Daar bevindt zich het veelarmige buitenaardse wezen dat wel raad weet met hunkerende vrouwen. Maar er is ook een duidelijke keerzijde van het avontuur.

Hoe aangenaam een en ander soms ook mag lijken, een comfortabele zit is La región salvaje geenszins. De regisseur nam een krantenartikel als uitgangspunt: mannelijke verpleger wordt verdronken aangetroffen. Hij voelde zich aangedaan toen hij las dat het een homofiel betrof. Net als vrouwen zijn homo’s in sommige delen van Mexico hun leven niet zeker. Vanuit die sociaal-realistische bewogenheid zocht Escalante naar antwoorden, die hij niet vond. Er was een nieuwe werkelijkheid nodig om drijfveren van mensen beter te kunnen begrijpen.

La región salvaje

Weinig houvast
Nu er al de nodige loftrompetten over La región salvaje zijn gestoken, rijst de vraag hoe origineel Escalante’s goedbedoelde poging – om het publiek te laten nadenken over miskende gevoelens – nu werkelijk is. Hij maakt er geen geheim van dat hij zich liet inspireren door de horrorfilm Possession (1981) waarin het personage van Isabelle Adjani zich wil laten scheiden van haar man en zich overlevert aan een mysterieuze kracht. Een andere inspiratiebron is ongetwijfeld Kubricks sciencefictionklassieker 2001: A Space Odessey (1968): de grote zwarte zuil in de kosmos is vervangen door een donkere rots die kennelijk de alien bij het huisje op de hei heeft gedropt. En laat dat huisje op de hei en de onbestemde plot weer sterk doen denken aan Tarkovsky’s Stalker (1979).

Los van de referenties aan genreklassiekers en ondanks het beperkte budget biedt La región salvaje met enkele opvallende scènes (zoals een groot aantal copulerende diersoorten in een krater) weliswaar enig stof tot nadenken en verwondering, maar het wereldbeeld blijft ronduit pessimistisch. Metaforen genoeg, maar één enkel houvast had best gemogen. De film is even unheimisch als Under the Skin (2013) waarin een buitenaards wezen in Schotland op mannenjacht gaat. Maar eerlijk gezegd zien we liever Scarlett Johansson die haar doelwitten bewerkt dan die mislukte geile inktvis.
 

9 juni 2017

 
ONDERTUSSEN, OP DE REDACTIE:
Afstandelijk en neurotisch of één van de beste films van het jaar?

 
MEER RECENSIES

Raw

****

recensie Raw

De weg van het vlees

door Suzan Groothuis

Voor de jonge Justine verandert alles als zij start met haar opleiding diergeneeskunde. Na het eten van konijnenniertjes krijgt ze immense trek in vlees. Wel een beetje vreemd als je al jaren overtuigd vegetariër bent. Een film over identiteit, lichamelijke transformaties en jawel… kannibalisme.

Julia Ducournau’s Raw (ze regisseerde de film en schreef het script) opent unheimisch met een ogenschijnlijk jonge vrouw die langs de weg loopt, gefilmd vanuit de verte. Een auto nadert. De vrouw werpt zich ervoor, om vervolgens weer op te staan en met vastberaden tred naar de gecrashte auto te lopen. Het hoe, wat en waarom zien we later. Want na deze mysterieuze opening verschijnt de filmtitel Raw (Grave) in grote letters in beeld en maken we kennis met de jonge Justine, die door haar ouders naar de studentencampus wordt gebracht.

Raw

In de cafetaria, waar ze nog even een maaltijd nuttigen met elkaar, constateert Justine dat er een stuk vlees in haar maaltijd zit. Drama alom. “Je hebt er toch niet van gegeten?”, vraagt haar moeder dwingend, waarop het meisje heftig nee schudt. Justine is namelijk al jaren overtuigd vegetariër. Weet zij veel, dat er op de campus nog grotere uitdagingen te wachten staan.

Ontgroening met konijnenniertjes
Justine, in alle opzichten de belichaming van puurheid en onschuld, is op de faculteit diergeneeskunde namelijk overgeleverd aan de grillen van de ouderejaarsstudenten. Haar staat een ontgroening te wachten, waaronder het eten van konijnenniertjes. Haar zus Alexia, een jaar ouder, dwingt haar het niertje te eten. Vegetariër of niet, het hoort erbij. Vol weerzin kauwt Justine het niertje weg, waarna de ware helletocht begint.

Vanaf dan verandert Raw in een uiterst vleselijke film, met referenties naar films van David Cronenberg en Marina de Vans intense In My Skin (2002). De camera registreert op beheerste, kille wijze hoe Justine geleidelijk aan transformeert in een kannibaal. Tegelijkertijd is er ook aandacht voor haar ontluikende seksualiteit. De zware ontgroening, waarbij de feuten in de nacht van hun bed worden gelicht en als laatste mogen gaan slapen, draagt ook bij aan de uitputting en desoriëntatie.

Frontale kijk op het vleselijke
Raw verlangt een sterke maag van de kijker. De focus op vleselijkheid is realistisch en frontaal in beeld gebracht. Cronenberg vormt hiertoe een duidelijke inspiratie, alsmede het feit dat Ducournau’s ouders beiden arts zijn met een afstandelijke, klinische kijk op het leven en de dood. Zonder de camera af te wenden zien we hoe Justine’s onbedwingbare behoefte aan vlees haar lichaam overneemt: immense jeuk laat branderige, opengekrabde plekken achter en een afgeknipte vinger wordt tot het botje afgekloven.

Raw

Raw is een grensverleggende film, waarin thema’s als kannibalisme en de grenzen tussen menselijk en dierlijk gedrag worden geëtaleerd. Zo is er een discussie tussen Justine en medestudenten over apen die verkracht worden. Een aap die verkracht is lijdt net zoveel als een vrouw die verkracht is, luidt Justine’s stelling. Een uitspraak die verbazing en afschuw oproept.

Band van het gezamenlijk bloed
Ducournau durft de grenzen op te zoeken, maar doet dat middels een kalme, ijzige registratie. Seksualiteit, identiteit en beestachtigheid vloeien in elkaar over, met de grauwe, onheilspellende studentencampus als middelpunt. De beestachtigheid van de ontgroening gaat hand in hand met de dierlijke impulsen van Justine en haar zus.

Uiteindelijk staat ook de band van gezamenlijk bloed centraal, net als in het beklemmende We Are What We Are (2013). In die film dwingt een vader zijn twee dochters mee te doen aan een traditie van familierituelen. Ook in Raw moeten de twee zussen, met overtuigende rollen van Garance Marillier als Justine (vernoemd naar de deugdzame Justine in Marquis de Sade) en Ella Rumpf als Alexia, hun weg zien te vinden in die onoverkomelijke, volwassen wereld.
 

23 april 2017

 
MEER RECENSIES

Réparer les vivants

***

recensie Réparer les vivants

De cyclus van het leven

door Cor Oliemeulen

Films over orgaandonaties zijn dun bezaaid, maar wel nodig om het belang van het verlengen van de levens van zieke mensen te onderstrepen. Het Franse drama Réparez les vivants is een directe ode aan het leven, maar verkiest technische verhandelingen boven secundaire emoties.

Volgens cijfers van de Nederlandse Transplantatie Stichting stonden vorig jaar bijna duizend landgenoten op de wachtlijst. Meer dan de helft van de patiënten wacht op een donornier, maar vooral ook longen, levers en harten blijven dringend gewenst. In Réparez les vivants (De levenden herstellen) krijgen alle direct betrokkenen van orgaandonatie een gezicht: donor, ouders, artsen en ontvanger.

Réparer les vivants

Hersendood
De tiener Simon houdt ervan zich lichamelijk in te spannen. Hij racet met zijn fiets om indruk te maken op een meisje en wint snel haar hart met zijn uitstraling en spontaniteit. Op een dag gaat hij met twee vrienden surfen op zee. De capriolen op, tussen en onder de golven zijn in mooie beelden gevangen. In hun busje op de weg terug naar huis zijn ze zo uitgeput dat Simon en de ene vriend een dutje doen. De andere vriend achter het stuur is ook niet meer okselfris en veroorzaakt een zware botsing. Simon heeft als enige zijn autogordel niet om en loopt zwaar hersenletsel op, terwijl de andere twee er met botbreuken vanaf komen.

Simon’s moeder Marianne (Emmanuelle Seigner: Frantic, Venus in Fur) arriveert als eerste in het ziekenhuis en samen met haar ex-man ontvangen ze de schokkende boodschap dat hun zoon niet meer gered kan worden en kunstmatig in leven wordt gehouden. De door verdriet overmande ouders moeten binnen enkele dagen beslissen of de organen van hun zoon voor transplantatie mogen worden verwijderd. Een zwaar dilemma, want van de buitenkant is er, op het verband rond zijn hoofd na, weinig te zien, en zijn getatoeëerde lichaam ademt regelmatig, doordat een machine zijn hart functionerend houdt. Simon lijkt zo op te kunnen staan, maar hij is hersendood.

Transplantatie of niet?
Het hoofd donatie, Thomas (Tahir Ramin, Un Prophète, Le Passé), heeft als taak om organen voor transplantaties veilig te stellen. Zoals Simons ouders moeten wikken en wegen (“de ogen zeker niet”) staat Thomas voor de zware opdracht te laveren tussen de hevige emoties van de ouders en het belang van een patiënt die met een orgaan van een jong mens kan worden gered. Zowel het gevoelige dilemma van de ouders als de functie van de arts worden realistisch en respectvol neergezet. Thomas probeert zijn gedachten af te leiden met het beeld en geluid van een zeldzame vogel en heeft ondertussen niet in de gaten dat een verpleegster hem wel leuk vindt.

En dan is er nog het verhaal van Claire (Anne Dorval, J’ai tué ma mère, Mommy), een hartpatiënt, die zojuist met haar twee zoons is ingetrokken in een woning tegenover een Parijs’ ziekenhuis waarmee ze gezien haar broze gesteldheid continu in verbinding moet staan. Ze probeert nog zoveel mogelijk van het leven te genieten, maar een paraplu vasthouden is al te inspannend en bij een bezoek aan het theater is zij genoodzaakt een portier te vragen om haar de trappen op te dragen. De kijker begrijpt snel dat Claire in aanmerking komt voor het hart van Simon. Net als de ouders en de arts moet Claire een afweging maken: wel of niet vertellen aan haar zoon, die pal voor zijn schoolexamens staat?

Réparer les vivants

Van a tot z
Réparer les vivants is een verfilming van de gelijknamige bestseller van de Franse schrijfster Maylis de Kerangal. De roman wordt geroemd vanwege de indringende weergave van de emoties van alle betrokkenen rondom orgaantransplantatie en de gedetailleerde en poëtische vertelling vanaf het vrijmaken, intuberen en loskoppelen van alle organen tot en met de incisie in Claire’s lichaam. Tegenwoordig blijkt het perfect uitvoeren van een transplantatie minder gecompliceerd dan de emotionele en psychische perspectieven van de direct betrokkenen.

Quillévéré gaat in haar filmdrama minder expliciet te werk, maar brengt de kijker beeldend genoeg op de hoogte van het hele proces. Alles begeleid door de rustieke, repeterende pianodeuntjes van filmcomponist Alexandre Desplat. Jammer genoeg worden de overwegingen van de ouders – het wel of niet beschikbaar stellen van het lichaam van hun zoon van de wetenschap – ondergesneeuwd door procedure en techniek, net als het persoonlijke leven van Claire, dat beter had mogen worden uitgediept. Neemt niet weg dat Réparer les vivants een belangwekkende film is met een eindshot van ongekend geluk.
 

12 februari 2017

 
MEER RECENSIES

Race

**

recensie Race

Marathon zonder kleur

door Cor Oliemeulen

Jesse Owens is een van de meest aansprekende atleten uit de geschiedenis. Met zijn vier gouden medailles op de Olympische Spelen van 1936 in Berlijn zette hij Adolf Hitler met zijn idee over het superieure Arische ras finaal te kakken. Hoog tijd voor een biografisch drama.

Race neemt ruim de tijd om zowel het unieke sporttalent in het zonnetje te zetten als het gekonkel over een eventuele Amerikaanse boycot uit solidariteit met de door de nazi’s onderdrukte joden op te tekenen. Maar zelfs 134 minuten blijken te weinig om enige nuance in deze zwart-wit registratie aan te brengen, waarmee de hapklare brok zich veilig op het grote publiek richt. Met soms wat digitale beeldeffecten zodat we ons terug in de tijd wanen, midden in de sportarena.

Race

Het grote manco van Race is karakterontwikkeling. Een filmdrama dat men biografie durft te noemen, zou op zijn minst een paar keer diep op de persoonlijke beleving en omstandigheden van de hoofdrolspeler moeten ingaan. Het feit dat de stevige roker Jesse Owens in de film nooit met een sigaret is te zien en dat het sporticoon op zijn zesenzestigste zou overlijden aan een agressieve vorm van longkanker, hoeft weliswaar weinig betoog, want dat is minder van belang dan de verhouding met zijn vader, zijn vrouw, de blanke atleet en zijn trainer (Jason Sudeikis in een serieuze rol). Voor elke relatie heeft het scenario een paar gemeenplaatsen en volzinnen paraat en de kijker hoeft zich geen moeite te getroosten deze verhoudingen verder in te kleuren.

Sprint
Ook wanneer de stugge Avery Brundage (Jeremy Irons) namens het Amerikaanse Olympische Comité wordt afgevaardigd om met nazipropagandaminister Joseph Goebbels te onderhandelen over deelname is het beeld stereotiep. Terwijl de Amerikaan naar de plaats van afspraak wordt gereden, ziet hij in één minuut het actuele Jodenleed aan zijn oog voorbijtrekken: leuzen, marcherende soldaten en natuurlijk wordt er precies op dat moment een joodse familie vanuit het huis in een legertruck gemanoeuvreerd en afgevoerd.

Carice van Houten had ook een beter lot verdiend. Zij kwijt zich prima van haar taak om de eigenzinnige en feministische kant van documentairemaakster Leni Riefenstahl uit te beelden, maar wordt regelmatig dwars gezeten door de haastige spoed van regisseur Stephen Hopkins die deze neiging mogelijk heeft overgehouden aan zijn jarenlange productie van tv-series (24, House of Lies, 24: Legacy). Riefenstahl heeft de opdracht een propagandafilm over de Olympische Spelen van 1936 te maken en conflicteert enkele malen met Goebbels. De regisseuse wil 45 camera’s in het Olympisch stadion en geen enkele restrictie. Goebbels: “Het zijn míjn Spelen!” Riefenstahl: “Het is míjn film! Zonder mijn film zullen uw Spelen volgend jaar vergeten zijn.” (Ze zou gelijk krijgen: haar tweedelige documentaire Olympia uit 1938 geldt ook nog in 2016 als artistiek sterk en historisch waardevol.)

Race

Kapstok
Verder dan terechte bewondering voor de atleet Jesse Owens komt Race nauwelijks. Zijn optreden op een atletiekwedstrijd op 25 mei 1935 in Michigan leverde een ongeëvenaarde sportprestatie op: drie wereldrecords in drie kwartier tijd (200 yards, 200 yards hordelopen en verspringen). Maar zijn prestaties op de baan overvleugelen spijtig genoeg zijn karakterontwikkeling. Dus kan het zomaar gebeuren dat het belangrijkste personage, zeker niet onsympathiek vertolkt door de Canadese acteur Stephan James in zijn eerste hoofdrol, in feite wordt gemarginaliseerd als bijrol – een kapstok om de politieke en maatschappelijke discussie over wel of geen boycot van de Olympische Spelen aan op te hangen. Gelukkig verschijnt er op de valreep nog wel een dik uitroepteken achter de Amerikaanse hypocrisie: wel begaan met de overzeese Jood, maar ondertussen ongegeneerd doorgaan met stelselmatige discriminatie van de eigen zwarte burger – zelfs van Olympisch kampioen Jesse Owens.

Het verschrikkelijk afgezaagde liedje onder de aftiteling onderstreept de oppervlakkigheid van Race, dat met de erg voor de hand liggende titel (‘race’ betekent zowel ‘wedstrijd’ als ‘ras’) sowieso niet in aanmerking komt voor de originaliteitsprijs. Met het jankerige deuntje en strofes als ‘Let the games begin, let the best one win’ zou zelfs een finaleplaats op het Songfestival nog hoog gegrepen zijn. Op de redactie van Indebioscoop zouden we Race bestempelen als ‘pizza-film’: een cinematografisch tussendoortje zonder kraak of smaak. Hap, slik, weg.

 

16 juni 2016

 
MEER RECENSIES

Remember

***

recensie  Remember

Nooit te oud om te leren

door Cor Oliemeulen

Sommige acteurs lijken nog beter te acteren naarmate ze ouder worden. Christopher Plummer kruipt in de huid van een dementerende man die na de dood van zijn vrouw wil afrekenen met een kampbeul van Auschwitz.

Wraakfilms trekken meestal een trouwe horde liefhebbers, want het is gemakkelijk je te identificeren met iemand die de verantwoordelijke(n) wil straffen nadat hem of haar groot onrecht of verdriet is aangedaan. Een dergelijke actie-reactie krijgt een extra dimensie als het een ouder personage betreft, zoals Michael Caine die in Harry Brown (2009) de dood van zijn beste vriend vergeldt met onvermijdelijk grof geweld en (gelukkig) niet in de kraag wordt gevat. Als dan ook nog de Holocaust een rol gaat spelen en de wreker een aandoenlijke, beverige en vergeetachtige hoogbejaarde is, lijkt bij voorbaat elke represaille gerechtvaardigd.

Remember

Geheugen opfrissen
Atom Egoyan (The Sweet Hereafter, 1997) werd aangewezen als regisseur van Remember, het navrante wraakverhaal van de negentigjarige Auschwitz-overlevende Zev (Christopher Plummer). Er is één aanzienlijk probleem: Zev lijdt aan dementie en heeft een abominabel geheugen. Telkens als hij wakker wordt, roept hij zijn vrouw Ruth en moet iemand hem uitleggen dat zij onlangs is overleden.

Zijn vriend Max (Martin Landau, Oscar beste mannelijke bijrol Ed Wood, 1994) herinnert hem er aan dat Zev op Ruths sterfdag heeft gezworen wraak te nemen op de nazikampbeul die zeventig jaar geleden zijn familie heeft vermoord en nu onder een andere naam in Amerika leeft. Met een gedetailleerde instructiebrief van Max en een som geld verlaat Dev stiekem het verzorgingshuis en neemt hij de trein naar Cleveland. Op de ene arm het getatoeëerde nummer van Auschwitz, op de andere arm een tekst zodat hij niet vergeet om steeds weer het doel van zijn missie te lezen.

Oudjes
Debuterend scenarist Benjamin August schreef zijn originele script met Christopher Plummer in het achterhoofd. Deze gevierde acteur van het toneel en televisiescherm (veel bekroonde Shakespeare-rollen) speelde in meer dan honderd speelfilms (o.a. The Sound of Music, The Man Who Would Be King) en wist uiteindelijk in 2010 zijn eerste Oscar te verzilveren voor zijn bijrol in Beginners als een man die uit de kast komt nadat zijn vrouw is overleden. Ook Atom Egoyan was in zijn nopjes toen hij hoorde dat de producers van Remember Plummer hadden weten te strikken. Ze kenden elkaar nog van Ararat (2002), een drama over de Turkse genocide in Armenië.

Remember

Het zijn de oudjes in Remember die de schrale regie van Egoyan verbloemen. Zev’s confrontaties met twee potentiële kampbeulen (Bruno Ganz: Der Untergang en Jürgen Prochnow: Das Boot) zorgen voor enige verdieping en emotionele betrokkenheid die de regisseur ook in zijn recente Devil’s Knot verzuimde te bewerkstelligen. Het scenario is weliswaar intelligent met een logische en voorspelbare opbouw, fraaie spanningsboog halfweg en een briljante finale. Maar door het gebrek aan karakteriële diepgang en psychologisch drama lijkt de film teveel op een gemiddelde tv-thriller.

Christopher Plummer zet zijn personage van hoogbejaarde wreker zeer geloofwaardig neer: enigszins gammel, maar zeer vastbesloten. Het is opmerkelijk en ontzagwekkend tegelijk dat hij pas in de late herfst van zijn onuitputtelijke filmcarrière met Remember zijn eerste echte hoofdrol wist te bemachtigen.

 

17 mei 2016

 

MEER RECENSIES