Face of an Angel, The

**

recensie  The Face of an Angel

Het slachtoffer compleet vergeten

door Cor Oliemeulen

Het lijkt er op dat de makers van The Face of an Angel lange tijd niet wisten welke richting zij hun drama moesten geven. Een regisseur zoekt de juiste vorm voor zijn film over een geruchtmakende, nog steeds onopgeloste, moordzaak.

Bij de Britse filmkameleon Michael Winterbottom is het altijd afwachten wat je krijgt voorgeschoteld: romantiek (Jude, 1996), muziek (24 Hour Party People, 2002), drama (In This World, 2002), documentaire (The Road to Guantanamo, 2006) of comedy (The Trip to Italy, 2014). Door zijn losse hand van regisseren en zijn eigenzinnige visie ontstaan regelmatig boeiende filmproducties. Ook Winterbottoms jongste werkstuk, The Face of an Angel, heeft voldoende ambitie om te ontkiemen, maar zal niet bij iedereen in goede aarde vallen.

Recensie The Face of an Angel

Seksmoord
Zelden kreeg een moordproces meer aandacht dan de seksmoord op de Britse studente Meredith Kercher in het Italiaanse Perugia in november 2007. Het slachtoffer werd halfnaakt en verminkt aangetroffen in haar huis waarin ze een kamer deelde met de Amerikaanse studente Amanda Knox. Meredith Kercher bleek verkracht, gewurgd en toegetakeld met 47 messteken. Volgens experts moest ze sterven omdat ze niet had willen deelnemen aan een seksorgie. Amanda Knox zou de fatale messteken hebben toegediend, terwijl twee vrienden het slachtoffer vasthielden.

De gruwelijke ontdekking bracht in het rustieke universiteitsstadje een bijna drie jaar durend mediacircus op gang. Onder hen een journalist van het Amerikaanse nieuwsmedium The Daily Beast die een boek over de moordzaak schreef. In het echte leven heet zij Barbie Latza Nadeau, maar in de film is haar naam Simone, gespeeld door de Engelse actrice Kate Beckinsale. Filmmaker Thomas (Daniel Brühl) heeft de rechten van het boek gekocht. Hij is gescheiden, voelt zich extra betrokken bij de zaak omdat hijzelf een dochter heeft en piekert zich suf over hoe zijn film gestalte te geven.

Tabloids
Thomas zit in een crisis, hij heeft nog maar één succesvolle film gemaakt en dat is al jaren geleden. Hij ontmoet zijn toenmalige producers om over zijn boekverfilming te brainstormen. Zij beogen een sensationele film over de moord en buitelen over elkaar welk filmsterretje de rol van hoofdverdachte Amanda Knox moet spelen. Thomas wil in eerste instantie de tragedie belichten vanuit journalistiek oogpunt, maar windt zich al snel op over de tabloids die de publieke opinie en mogelijk ook de rechters beïnvloeden. Bovendien heeft iedereen alleen maar aandacht voor de vermoedelijke daders, terwijl het slachtoffer compleet wordt vergeten.

Recensie The Face of an Angel

Het verhaal van The Face of an Angel is verplaatst van Perugia naar het middeleeuwse stadje Siena dat met zijn smalle, donkere steegjes, stadspoorten, fresco’s, beeldhouwwerken van Michelangelo en de gotiek van paleizen, kerken en andere oude gebouwen als grandioos decor voor Thomas’ gemoedstoestand dient. Bovendien is dit de omgeving waar Dante Alighieri in de veertiende eeuw De Goddelijke Komedie schreef. Deze klassieke dichter inspireert Thomas voor een film over liefde en onschuld, met op de achtergrond de rechtszaak.

Engelengezicht
Dante’s drie stadia van de dood moeten gelden als uitgangspunt van Thomas’ film: de Hel, het Vagevuur en het Paradijs. Op die manier krijgt The Face of an Angel  langzaam dezelfde structuur als de film ín de film en lijkt Thomas warempel te fungeren als alter ego van Michael Winterbottom. In de drang om iets oorspronkelijks te maken worstelt hij en ontwikkelt hij dromen, waanvoorstellingen en paranoia, al dan niet gehinderd door drank- en drugsgebruik en de invloed van de mysterieuze blogger Edoardo (Valerio Mastandrea) die met zijn sarcasme en zelfingenomenheid veel meer over de moordzaak beweert te weten.

De redding, de inspiratie, het paradijs verschijnt in de gedaante van de muze met wie Thomas de onheilspellende duisternis van Siena verruilt voor het kleurrijke, overzichtelijke Toscaanse land. Met haar positieve energie en engelengezicht belichaamt zij Thomas’ gevoel van optimisme en hoop. Dat werd hoog tijd, want de kijker worstelt in dit interessante, maar overijverige drama regelmatig mee met beide filmmakers: Thomas én Michael.

 

3 juli 2015

 
ALLE RECENSIES
 

Tête haute, La

***

recensie  La tête haute

De eeuwige hoop van de jeugdhulpverlener

door Cor Oliemeulen

Malony is een draaideurcrimineel omdat hij constant met zichzelf overhoop ligt. Vanwege het goede scenario en het levensechte acteerwerk mocht La tête haute dit jaar het prestigieuze filmfestival van Cannes openen.

De openingsfilm is geregisseerd door een vrouw, wat al 28 jaar niet meer in deze Franse badplaats was voorgekomen. Een grote eer voor Emmanuelle Bercot die met haar indringende drama over een jeugddelinquent pers en publiek niet zozeer op de banken kreeg, maar wel lof oogstte voor een knap staaltje Frans sociaalrealisme. La tête haute centreert zich rond Malony (verrassende nieuwkomer Rod Paradot), diens persoonlijke begeleider Yann (Benoît Magimel, La Pianiste, 2011) en jeugdrechter Florence (acteerkanon Catherine Deneuve, die ook een hoofdrol speelde in Bercots vorige film, Elle s’en va).

Recensie La tête haute

Jeugdinrichtingen
De eerste keer dat Malony op de kamer van jeugdrechter Florence komt, is hij zes jaar jong en speelt hij op de grond met blokken. Hij hoort en ziet zijn moeder Séverine (Sara Forestier) klagen dat haar zoontje al een echte crimineel is en niet weet hoe zij hem moet helpen. Ruim tien jaar en veel bezoeken later nemen Malony en Florence, die zich al die tijd als een soort corrigerende vaderfiguur heeft geprofileerd, definitief afscheid. De jeugdrechter gaat met pensioen en Malony denkt dat hij zijn leven nu eindelijk op de rails heeft.

Dat laatste is nog maar de vraag. Malony is een verschrikkelijke zenuwpees, kan geen autoriteit accepteren, steelt auto’s om te joyriden en is vooral een ongeleid projectiel, behept met frequente woedeaanvallen. Met een labiele moeder en zonder aanwezige vader moet een kind sterk in zijn schoenen staan om tijdens de kinderjaren en puberteit een balans te vinden. De enige regelmaat die Malony kent, zijn de bezoeken aan de jeugdrechter, de vaak moeizame contacten met zijn persoonlijke begeleiders en plaatsingen in jeugdinrichtingen.

Verknipt
Alle betrokkenen proberen de moed te behouden in La tête haute. Naast de voortdurende strijd van Malony tegen alles en iedereen, maar vooral tegen zichzelf, belicht regisseur Emmanuelle Bercot de onverzettelijkheid van de jeugdhulpverleners, die keer op keer hun frustraties over Malony’s onwil en falen proberen om te buigen in iets positiefs. In die zin is dit drama een eerbetoon aan alle beroepskrachten die vanuit hun hart, empathie en ervaring jeugddelinquenten de juiste weg proberen te wijzen. Gelukkig blijven melodramatische momenten achterwege en komt er geen godsdienst of geloof als redmiddel aan te pas, zodat dit geloofwaardige drama op het rechte pad blijft.

Recensie La tête haute

Ondanks het doortimmerde scenario en het sterke spel van de drie hoofdrolspelers biedt La tête haute weinig verrassingen en stopt het drama jammer genoeg bij de wezenlijke vraag hoe wenselijk, zinvol en verstandig het is als verknipte lieden van verknipte ouders zelf kinderen krijgen. Hoe groot is de kans dat zo’n kind zich staande houdt in een wereld die op haar beurt steeds verknipter wordt? Die vraag is relevant, omdat Malony tijdens zijn verblijf in een jeugdinrichting een meisje bezwangert. Abortus of geen abortus? Of zal het geboren kind fungeren als drijfveer om zijn leven te beteren – voor zover hij zelf al bij machte is een balans te vinden, laat staan een kind kan opvoeden?

Dat laat onverlet dat we Malony zo’n pril geluk gunnen, want uiteindelijk krijg je toch sympathie voor het ettertje. De kijker heeft geen andere keus dan zich aan te sluiten bij de eeuwige hoop van de jeugdhulpverlener.

 

29 juni 2015

 
ALLE RECENSIES

Last Wolf, The

**

recensie  The Last Wolf

Steppe-soap

door Ralph Evers

Regisseur Jean-Jacques Annaud (vooral bekend van The Name of the Rose en Enemy at the Gates) werkt graag met natuurelementen. Zijn vroege films La guerre du feu en L’ours zijn daar getuigen van. Ook in The Last Wolf (Wolf Totem) kiest hij voor een verhaal tegen het decor van wilde natuur.

De film speelt zich af ten tijde van de Culturele Revolutie onder Mao Zedong in 1967. Universitaire studenten worden de binnenlanden ingestuurd om te gaan werken op het land. Zhen Chen arriveert met zijn vriend Yang Ke in Mongolië, waar ze onderworpen worden aan het harde regime van de aldaar wonende nomaden. Aanvankelijk idyllisch, blijkt de natuur in deze afgelegen plek behoorlijk meedogenloos. Straffe winden, felle buien en extreme kou, of droogte teisteren dit land. De uitgestrektheid van de prairies maakt elke menselijke maat nietig, evenals de gigantische wolkenpartijen. Toch is Zhen Chen vastbesloten de tradities van het nomadische volk over te nemen en te bestuderen. Hiermee wordt al vroeg een documentaire-element aan de film toegevoegd, maar Annaud werkt dit niet verder uit.

Recensie The Last Wolf

Pups massaal afgemaakt
Te midden van deze alledaagse strijd tussen mens en natuur, komt Zhen Chen al snel in contact met de directe concurrent van de mens, de wolf. De nomaden proberen een goede balans te houden met de wolven, want te weinig wolven betekent plaagdierenoverlast, teveel wolven betekent het einde van de schapenkudde. Op orde van Mao moeten er echter meer wolven worden afgemaakt, te beginnen bij de pups. De stamoudste van de groep, A’ba, schudt zijn hoofd: “De wolven zullen wraak nemen.” De pups worden en masse afgemaakt, maar Zhen Chen besluit een pup mee te nemen en zelf op te voeden. “Om meer te weten te komen van de wolf”, zo zegt hij later, wanneer zijn pup ontdekt wordt.

En hiermee is in grote lijnen het verhaal verteld. The Last Wolf (een adaptatie van het gelijknamige boek van Zhang Rong) heeft prachtige beelden van het immer fascinerende landschap van Mongolië. Een poëtisch vergezicht dat door zijn leegte en uitgestrektheid al menigmaal tot prachtige films uit dit Aziatische land leidde (zoals Cave of the Yellow Dog en Khadak), maar hier voornamelijk als decor dienst doet. Hooguit versterken de omgevingsbeelden de wilde natuur van de wolf en hoe de mens zich daartoe verhoudt. Daar doorheen is een zweem van sjamanisme verweven in de ‘gedaante’ van Tengger, de god van de hemelse sferen. Tijdens de barbaarse moord op de wolvenwelpen, wordt hen een eeuwig leven bij Tengger toevertrouwd.

The Last Wolf

Dubieuze verheerlijking
Overigens is de wolf nooit een totemdier geweest in Mongolië. De wolf lijkt eerder symbool te staan voor de Chinese cultuur die het collectief boven het individu stelt. Wolven werken met elkaar samen tijdens de jacht, zo leren we. Deze scènes zijn prachtig in beeld gebracht, mede door gebruik te maken van een heuse wolventemmer. De verdeling van de buit verloopt echter een heel stuk minder communistisch.

De prominente hoofdrol van de wolf voorkomt helaas niet dat deze film als een nachtkaars uitwaait. Daarvoor is het verhaal te mager en zijn de karakters te weinig uitgewerkt. De dubieuze verheerlijking van de Chinese overheersing over de Mongoolse cultuur werkt vervolgens ook niet mee om deze film iets sympathieker te krijgen.

 

28 juni 2015

 

ALLE RECENSIES

In Grazia di Dio

****

recensie  In Grazia di Dio

Crisis dwingt tot simpel plattelandsleven

door Nanda Aris

Zuid-Italiaanse film over het leven van een familie die, gedwongen door de crisis, van de stad naar het platteland verhuist en erachter komt dat het leven daar zo slecht nog niet is. 

In Grazia di Dio van filmmaker Edoardo Winspeare gaat niet alleen over de crisis, en simpeler leven, maar werd ook gemaakt ten tijde van de crisis, en met beperkte middelen. Niet alleen werd er een particuliere investeerder aangetrokken – iemand die geloofde in het initiatief – ook werden er andere vormen van sponsoring gevonden. Zoals de Zuid-Italiaanse inwoners die producten gaven aan andere bijdragers ter compensatie voor hun hulp.

Recensie In Grazia di Dio

Daarnaast werd er gebruik gemaakt van niet professionele acteurs, veelal inwoners uit het gebied (Salento). En tot slot werd de film zoveel mogelijk verantwoord geproduceerd; waar mogelijk pakte men de fiets en voedde men de dieren van omliggende boeren met de restjes van het eten.

Crisis
De door familie gerunde textielfabriek komt in zwaar weer, omdat grote opdrachten uitblijven en ze grote concurrentie vanuit China ondervindt. De familie kan het hoofd niet langer boven water houden, en moet noodgedwongen de fabriek én haar huis verkopen. Broer Vito (Amerigo Russo) verhuist met zijn gezin naar Zwitserland en oma Salvatrice (Anna Boccadamo) naar het platteland met haar dochters Maria Concetta (Barbera de Matteis), die het liefst een acteercarrière zou hebben, de felle en geharde Adele (Celeste Casciaro) en haar fladderende kleindochter Ina (Laura Licchetta).

Plattelandsleven
De schitterende olijfboomgaard aan zee biedt een klein inkomen voor de familie, de oogst van het land kunnen ze ruilen tegen andere goederen. Salvatrice vindt al snel haar draai, ook omdat ze verliefd wordt op Cosimo (Angelico Ferrarese). Een prachtig oud stel, waarbij het makkelijk voor te stellen is hoe ze hun leven leiden in Zuid-Italië. Langzaamaan went iedereen, en ontspant de familie.

De film doet denken aan Le Meraviglie (2014), dat gaat over een imkergezin op het Italiaanse platteland. Ondanks de moderne buitenwereld die aan de deur klopt, probeert de vader van het gezin het simpele familieleven op het platteland in stand te houden.

In Grazia di Dio

Moderniteit
Hardwerkende vrouwen zijn een niet onbekend thema in Italiaanse films. In de jaren ’40 van de vorige eeuw, tijdens Mussolini’s regeerperiode, kenden vrouwen een tweestrijd: ze voelden de verleiding van de moderniteit, maar aan de andere kant de sleur van traditie.  

Waar fascistische cinema de vrouw vooral verbeeldde als moeder en hoeksteen van de samenleving, zagen we in het neorealistische tijdperk de vrouw als hardwerkende, geëmancipeerde vrouw, die het net zo zwaar had als de man.

Ook in In Grazia di Dio zien we hardwerkende vrouwen, die het vaak moeten stellen zonder man. Hard en geëmancipeerd, maar tegelijkertijd blijkt het moderne stadse leven niet altijd vooruitgang en verbetering te betekenen. De sleur van traditie is zo slecht nog niet. Waar de film ons op wil wijzen, is dat onze samenleving door technische ontwikkelingen niet alleen maar vooruit gaat, en dat de rek naar groter, beter, en meer er een beetje uit is.

 

27 juni 2015

 

ALLE RECENSIES

Ruth & Alex

**

recensie  Ruth & Alex

Hoop drukte om niks

door Cor Oliemeulen

Diane Keaton en Morgan Freeman zijn fantastisch als ouder stel dat op het punt staat te verhuizen naar een luxer appartement.

De producers mochten hun handen stuk klappen toen ze een heus droomkoppel strikten voor hun film over een ouder echtpaar in New York dat na veertig jaar zijn appartement wil verkopen. Het real life weekend van Ruth en Alex is enerverend en weet door het goede spel van Diane Keaton en Morgan Freeman te onderhouden, maar vergeet ondertussen te vlammen.

Recensie Ruth & Alex

Gemengd huwelijk
Het komische drama Ruth & Alex (in de VS verschenen onder de titel 5 Flights Up) is gebaseerd op het succesvolle boek Heroic Measures van Jill Ciment. De schrijfster plaatste een Joods koppel in de Lower East Side, echter de filmmakers kozen voor een interraciaal koppel in Brooklyn. Toen Ruth en Alex daar veertig jaar geleden trouwden, was een gemengd huwelijk nog in dertig staten verboden. Het is bijzonder dat we in een speelfilm getuige zijn van een gemengd koppel dat zo’n lange tijd bij elkaar is. Voor het verhaal vormt de combinatie blanke vrouw / zwarte man overigens geen issue. Of het moet zijn dat Ruth en Alex door onbegrip en vooroordelen waarschijnlijk een nog sterkere band hebben gekregen.

Ruth is gepensioneerd lerares en Alex kunstschilder, die weinig werk wist te verkopen omdat hij altijd weigerde op de commerciële toer te gaan. Ze wonen sinds hun huwelijk oprecht gelukkig in een tweekamerappartement in een buurt die verjongt, terwijl zowel Ruth en Alex als hun woning een dagje ouder worden en een lift geen overbodige luxe is. Ruths ietwat hysterische nichtje Lily (Cynthia Nixon) heeft haar tante enthousiast gemaakt om hun appartement mogelijk voor een miljoen dollar te verkopen, zodat ze naar een geschikter onderkomen kunnen verhuizen. Alex is wat behoudender en begrijpt beter dat Lily makelaar is en er dus financieel wijzer van wil worden.

Recensie Ruth & Alex

Commotie
Echter de huizenprijzen dreigen acuut te gaan dalen, omdat de tv-stations terroristisch gevaar aankondigen. Bovendien wordt Dorothy, het hondje van Ruth en Alex, plotseling ziek. De drie door elkaar lopende plotlijnen leiden tot verwikkelingen en dialogen die soms doen denken aan Woody Allen’s jaren zeventig klassiekers Annie Hall en Manhattan, niet zonder toeval ook komische drama’s waarin Diane Keaton het best tot haar recht komt. Door alle commotie probeert Alex zijn gejaagde vrouw tevergeefs wat te kalmeren. Ruth: “I like to worry, it keeps me calm!”

De chemie tussen de twee hoofdrolspelers is perfect. Diane Keaton doet waar ze goed in is en Morgan Freeman geeft de meest fletse film nog kleur. Alle crisissituaties, opwinding en New Yorkse typetjes ten spijt, is het duo verstoken van een sprankelend scenario – ook de flashbacks met de jonge versies van Ruth en Alex voegen weinig wezenlijks toe – en de vereiste creativiteit van regisseur Richard Loncraine om Ruth & Alex aan de grijze middelmaat te kunnen onttrekken.

 

26 juni 2015

 
ALLE RECENSIES

Danny Collins

***

recensie  Danny Collins

Al Pacino als popster op leeftijd

door Alfred Bos

Maar goed dat er in 1971 nog geen e-mail was, anders was het bericht van John Lennon wél aangekomen. Nu heeft scenarist en debuterend regisseur Dan Fogelman een mooie aanleiding om Al Pacino te laten schitteren.

Popsterren op leeftijd, ze zijn al snel een karikatuur en derhalve een dankbaar onderwerp voor komische verwikkelingen. Altijd het middelpunt van de belangstelling, nooit gebrek aan bewondering of materieel gemak – het ego kan tot surrealistische omvang uitgroeien. Al Pacino speelt Danny Collins, in de jaren zeventig een gevierde zanger die veertig jaar later nog steeds met veel succes zijn danspasjes vertoont voor zalen vol nostalgisch zwelgende huisvrouwen. Hij is AOW-gerechtigd, maar gedraagt zich als een feestbeest.

Recensie Danny Collins

Wanneer Collins van zijn manager een bijzonder geschenk ontvangt, besluit hij zijn wilde haren te kammen. Veertig jaar eerder heeft hij, als veelbelovend groentje, zich in een interview laten ontvallen doodsbang te zijn voor het succes dat hem werd voorgeschoteld. Daarop heeft John Lennon hem een bemoedigende brief geschreven die nimmer bij Collins is besteld. Wanneer hij als stuk gefeeste zestiger de brief alsnog ontvangt, verschuift er iets in zijn ziel. Hij gaat zichzelf serieus nemen.

Lennon-soundtrack
Het uitgangspunt van de film is gebaseerd op een waar gebeurd voorval – de in Britse folk-kringen gevierde songschrijver Steve Stilton stond model – maar de verwikkelingen komen uit de pen van scenarist Dan Fogelman (onder meer Cars, Last Vegas  de tv-serie The Neighbors), die met Danny Collins  als regisseur debuteert. De Lennon-link wordt letterlijk uitgespeeld op de geluidsband, die bijna exclusief uit bekende nummers van de voormalige Beatle bestaat. De Lennon-liefhebber kan er zelfs een quizje mee spelen: welke track zou bij deze scène passen? Afkicken? Ah, Cold Turkey. Woedetoeval? Instant Karma.

Pacino speelt het popidool met de van hem bekende zwier en al zijn z’n danspasjes een tikje stram, het is bepaald geen straf om hem zien los te gaan als de gelooide branieponem met een menselijk hart. Het tegenwerk komt van Annette Bening, wier pantser als stugge manager van een provinciehotel langzaam wordt ontmanteld door het niet aflatende charmeoffensief van Collins. Het levert een aantal gevatte dialogen op.

Recensie Danny Collins

Meesteracteur
Collins verkeert quasi-anoniem in de provincie om de scherven van zijn leven te lijmen en de belangrijkste scherf is de ooit in een dronken moment verwekte zoon die hij nimmer heeft gezien, gespeeld door Bobby Cannavale. Buiten de voor de hand liggende verlatingsissues speelt er een gezondheidsprobleem. Dat resulteert in een magnifieke slotscène waarin de afwezige vader en de afgewezen zoon tot elkaar komen. Het is zo’n moment waarop de klasse van de meesteracteur Pacino bijna achteloos over het scherm dwarrelt.

Danny Collins is een feelgoodfilm à la The Best Exotic Marigold Hotel, gericht op vijftigplussers maar charmant genoeg om ook jongere generaties te behagen. De bonus is natuurlijk Pacino, die zijn personage qua muziekstijl en podiumverschijning op Neil Diamond (op de grens van pop en ‘middle of the road’) lijkt te hebben gemodelleerd. Zie hem glimlachen in het portret op de toerbus, groter dan het leven zelf. Wie kan daar koud onder blijven?

 

22 juni 2015

 

 

ALLE RECENSIES

 

Journal d’une femme de chambre

**

recensie  Journal d’une femme de chambre

Genoeg reden om Buñuels versie nog eens te kijken

door Cor Oliemeulen

Hoe breng je de belevenissen en vernederingen van een dienstmeid ruim honderd jaar later op het witte doek?

Benoît Jacquot is de derde regisseur die de satirische roman ‘Le Journal d’une femme de chambre’ voor de bioscoop verfilmde. Dit in 1900 gepubliceerde ‘Dagboek van een kamermeisje’ van Octave Mirbeau gaat over de Parijse Célestine die komt te werken bij de familie Lanlaire in Normandië. Door overpeinzingen en flashbacks leren wij hoe zij in eerdere betrekkingen talloze vernederingen moest ondergaan. Zo herinnert zij zich hoe haar eerste werkgever gruwelijk stonk toen hij op haar kwam liggen en Célestine als dank een sinaasappel kreeg. Ook bij de Lanlaires is haar afhankelijkheidspositie flagrant. De vrouw des huizes blaft haar af en de mannelijke aandacht neemt ziekelijke vormen aan.

Recensie Journal d'une femme de chambre

Moderne slaaf
De trotse en pragmatische Célestine is zich bewust van zowel haar verschijning als haar lot. Ze blijkt bedreven in het psychologische machtsspel van aantrekken en afstoten, vooral ten opzichte van mannen. Tegelijkertijd beseft ze dat ze als dienstmeisje altijd een moderne slaaf van de maatschappelijke bovenklasse zal blijven, niet in staat de nukken en uitbuitingen te vermijden. Daarom heeft Célestine zich voorgenomen een rijke man te zoeken. De vraag is of zij die uiteindelijk zal vinden in de persoon van de antisemitische knecht Joseph, die Célestine wil meenemen naar zijn gedroomde café in de havenstad Cherbourg. Het boek van Mirbeau eindigt met een trieste boodschap: terwijl je zou mogen verwachten dat Célestine in haar hoedanigheid van bazin aardig en correct met haar werknemers zou omgaan, vertoont ze dezelfde deemoedige aanpak waarmee ze als dienstmeid werd geconfronteerd.

In zijn filmadaptatie blijft Benoît Jacquot de destijds omstreden roman redelijk trouw, hoewel hij enkele wezenlijke gebeurtenissen, zoals het oorspronkelijke verhaaleinde, weglaat. Zijn Journal d’une femme de chambre richt zich vooral op de sociale en persoonlijke misstanden waarmee Célestine te maken krijgt. De focus ligt geheel op haar innerlijke wereld en de manier waarop zij probeert om te gaan met het abjecte gedrag van de bourgeoisie.

Journal d'une femme de chambre

Sleutelgatscènes
De machtswellust en minachting is prachtig verbeeld in de scène waarin mevrouw Lanlaire aan Célestine vraagt of zij boven een schaar wil halen, vervolgens een naald en direct hierna ook garen. Nadat het kamermeisje voor de derde keer amechtig de lange trap is afgedaald, zou je ook als toeschouwer het irritante belletje van mevrouw Lanlaire willen stoppen op de plaats waar geen zonlicht komt.

Waar Jacquot niet in slaagt, is het vertellen van een consistent verhaal: zijn drama is een allegaartje van fragmenten, waarbij de chronologie niet goed te volgen is en sommige plotelementen lukraak zijn ingevoegd en karig uitgewerkt. Zo wordt Joseph plotseling in verband gebracht met een misdrijf, waar bijvoorbeeld de filmversie van Luis Buñuel uit 1964 uitgebreid suggereert hoe de trouwe knecht tot die perverse daad zou zijn gekomen. Ook van de vijandige buurman van de Lanlaines, een ex-legerkapitein, is niet veel te merken. En terwijl Jacquot het taalgebruik van de personages in de moderne tijd heeft geplaatst, zou je – in navolging van de vele sensuele pikanterieën van het dagboek – ook wat meer sleutelgatscènes mogen verwachten, zeker als je de beschikking hebt over Léa Seydoux (La vie d’Adèle, 2013). Meer frivoliteit had het drama goed gedaan.

Recensie Journal d'une femme de chambre

Boeiende filosofie
Journal d’une femme de chambre is even vlak en invalide als Jacquots vorige film 3 Coeurs: hij weet zijn boeiende filosofie niet goed naar het witte doek te vertalen. Hoe anders deden zijn voorgangers het. The Diary of a Chambermaid (1946) van Jean Renoir is amusant en meer een kluchtige romance dan een drama. Hierin vertolkt Chaplin-muze Paulette Goddard lekker zwierig de rol van Célestine, die de avances van de oude buurman in de wind slaat, verliefd wordt op de gebrekkige zoon van de familie Lanlaire en niets moet weten van de knecht Joseph, die aan het eind zelfs door een boze menigte wordt gelyncht.

Luis Buñuel maakt het in zijn superieure Le Journal d’une femme de chambre minder bont, maar zijn draaiboek getuigt van veel meer lef en originaliteit dan dat van de recente verfilming van Benoît Jacquot. In Buñuels versie die zich ontpopt als een heuse whodunit, blijkt meneer Lanlaire een schoenenfetisjist die dood op zijn bed wordt aangetroffen met een laars van Célestine in zijn mond, is ook de zoon des huizes een eersteklas geilneef (wie anders dan Michel Piccoli?) die zijn handen niet kan thuishouden, beweegt Célestine (Jeanne Moreau) zich perfect tussen haar mannelijke aanbidders en krijgen bourgeoisie en katholieke kerk (let op de vloekende en zuipende pastoor), zoals gebruikelijk bij Buñuel, flink op hun falie. Jeanne Moreau speelt bovendien een veel geloofwaardigere Célestine dan Paulette Goddard en Léa Seydoux bij elkaar.

 

20 juni 2015

 
ALLE RECENSIES

Prins

***

recensie  Prins

Liefde of criminaliteit in Amsterdam-Noord

door Nanda Aris

Een tiener moet kiezen tussen de liefde van familie en vrienden of het geld en de criminaliteit. 

Amsterdam Noord is een geliefde setting van regisseur Sam de Jong. Niet verwonderlijk ook dat zijn eerste speelfilm Prins tot stand kon komen met geld van de gemeente Amsterdam stadsdeel Noord, alhoewel de wijk niet heel best in beeld in komt. De film is geproduceerd door het Amsterdamse productiebedrijf 100% Halal in coproductie met VICE Media.

Recensie Prins

In 2012 studeerde De Jong af aan de Film­academie met Magnesium, welke werd be­­kroond met de Tuschinski Award en de Prijs van de KNF (Kring van Nederlandse Filmjournalisten). Internationale belangstelling was er ook, met vertoningen in onder andere Los Angeles, Beijing en Rome. Na Magnesium maakte hij de korte film Marc Jacobs, over een Marokkaanse jongen uit Amsterdam-Noord. Ook de korte film Malaguti Phantom uit 2014 werd opgenomen in Noord. Beide films gaan over een jongen die bij de rest van de groep wil horen.

Erbij horen
Veel van de (niet professionele) acteurs zien we terug in Prins. Sommigen kent De Jong nog uit de buurt waarin hij zelf ook opgroeide, zoals Peter Douma (Ronnie in de film), vroeger de pestkop van school, nu de louche gewelddadige broer van Franky (Jorik Scholten, alias rapper Lil’ kleine). Naast de herkenning van de cast, is er herkenning in thematiek. Het zijn allen opgroeidrama’s waarin de hoofdpersoon erbij wil horen, onzeker zoekt naar zijn identiteit, zich geaccepteerd wil voelen en waarin materialisme niet onbelangrijk is.

In Prins wil Ayoub (Ayoub Elasri) graag wat extra geld verdienen. De reden; hij wil nieuwe schoenen kopen, zodat hij met meer zelfvertrouwen het hart van de onbereikbare Laura (Sigrid ten Napel) kan veroveren. Zij heeft echter al een vriendje.

Duister
De helpende hand hierin komt van Kalpa (Freddy Tratlehner, ook wel Vjèze Fur van De Jeugd van Tegenwoordig), een onberekenbaar, schokkend en zwetend persoon die in de buurt rondrijdt in een paarse Lamborghini Diablo en hem criminele klusjes aanbiedt. Ayoub raakt meer en meer in de problemen, en zijn lieve, maar licht labiele moeder en zwaar verslaafde vader kunnen hem niet helpen. Hij raakt verwijderd van zijn vrienden en familie. Als het knaapje van Kalpa aan hem vraagt of hij gelukkig is, en zelf antwoord dat hij het niet is, lijkt het erop dat Ayoub beseft dat het gras niet altijd groener is aan de andere kant.

Recensie Prins

Neo noir-stijlen
Dat De Jong potentie heeft laat hij absoluut zien met Prins. Hij experimenteert met stijlen. De film begint in neo noir western: individueel komen de jongens in beeld, als voor een shoot out. Maar tegelijkertijd is de film ook psycho noir, wat doet denken aan Drive (2011). De soundtrack van Drive heeft overeenkomsten met het sciencefiction-achtige nummer van de Nederlandse artiest Palmbomen, waarmee Prins begint. Ook hint De Jong naar nouvelle violence Tarantino-stijl met de varkensslacht-scène; alhoewel niet zo gruwelijk en expliciet in beeld als bij Tarantino, geeft de scène toch een onbehaaglijk gevoel.

Tot slot is de link naar New Kids (ook van productiebedrijf 100% Halal) met de hangjongeren, het geweld, en het platte taalgebruik ook snel gelegd. De film maakt vooral nieuwsgierig naar volgende films van De Jong. Prins is een kleine film, een sluitstuk van zijn eerdere films. Hopelijk blijft hij experimenteren, niet alleen in stijlen, maar ook in andere aspecten, zoals thematiek.

 

19 juni 2015

 
ALLE RECENSIES

Kidnapping Freddy Heineken

**

recensie  Kidnapping Freddy Heineken 

Weinig leven in de brouwerij

door Cor Oliemeulen

Ruim dertig jaar na dato spreekt de ontvoering van biermagnaat Alfred Heineken nog genoeg tot de verbeelding om er een internationale coproductie van te maken. Helaas is de recente boekverfilming geen schim van De Heineken Ontvoering.

“Het is niet de film die we voor ogen hadden toen we ermee begonnen”, schreef Peter R. de Vries op Twitter. Volgens de misdaadjournalist en schrijver van het boek waarop Kidnapping Freddy Heineken is gebaseerd, is de verfilming te kort, afgeweken van het script en zijn er wezenlijke passages op de montagetafel gesneuveld. Dat is spijtig voor Peter R., die na De Heineken Ontvoering (2011) nog zo de vloer had aangeveegd met deze ambitieuze en veel spannendere misdaadthriller van Maarten Treurniet. “Voor iedereen die iets van de Heinekenontvoering én van recherchewerk af weet is de film op veel momenten lachwekkend, ridicuul en stuitend ongeloofwaardig”, schreef De Vries destijds op zijn website.

Recensie Kidnapping Freddy Heineken

Ultieme verfilming
Alle reden dus om van Kidnapping Freddy Heineken de ultieme verfilming van zijn crime classic te maken. In ieder geval beter dan de “fictie en verzinsels, met een vleugje misdaadhistorie” die we volgens De Vries in De Heineken Ontvoering krijgen voorgeschoteld. Glunderend, opgewonden en trots vertelde de auteur bij Humberto Tan over de belangstelling uit Hollywood, zijn contacten met de producer en hoe hij op de prachtige sets met authentieke uitstraling persoonlijk een oogje in het zeil kon houden. Aan het eind van zijn boekverfilming komt Peter R. als story consultant zelfs ook nog even in beeld als hij de hand mag schudden van Anthony Hopkins, die is gestrikt voor de rol van Alfred Heineken.

De Zweed Daniel Alfredson, die het tweede en derde deel van de Millennium-trilogie regisseerde, overtuigt echter geen moment met zijn doorsnee actiefilm die alleen maar interessant is omdat hij gaat over de geruchtmakende ontvoering van de wereldberoemde Nederlandse biermagnaat. Niet alleen maar omdat er in de film groene in plaats van de toenmalige bruine Heinekenflesjes worden geledigd of omdat er op de aftiteling staat dat de brouwer in 2003 overleed in plaats van 3 januari 2002 – nee, Kidnapping Freddy Heineken is gewoon saai. Veel scènes zijn te kort, de montage is onsamenhangend, terwijl de onderlinge relaties tussen de kidnappers en hun contact met de opgesloten Heineken niet uit de verf komen.

Recensie Kidnapping Freddy Heineken

Royalties
Peter R. de Vries schreef ‘De ontvoering van Alfred Heineken’ vanuit het perspectief van het brein achter de ontvoering, Cor van Hout, op basis van een aantal interviews met hem nadat Van Hout met zijn zwager Willem Holleeder was gearresteerd in Frankrijk. De misdaadjournalist had toegezegd dat het boek pas na de rechtszaak in 1987 mocht worden gepubliceerd en regelde de rechten van Van Houts levenswandel, volgens De Vries om te voorkomen dat Heineken beslag kon laten leggen op de opbrengst.

Hoewel er door de jaren heen verschillende verhaalversies in omloop zijn, zou Cor van Hout tot aan zijn liquidatie in 2003 tonnen hebben verdiend aan de royalties van het boek, waarvan ruim een half miljoen exemplaren zijn verkocht. Een schijntje weliswaar vergeleken met een deel van het vermiste losgeld dat de Heineken-ontvoerders na hun gevangenisstraf zouden hebben geïnvesteerd in de prostitutie. Dat avontuurlijke misdaadleven van ‘The Godfathers van Nederland’, zoals ze in Kidnapping Freddy Heineken bijna liefkozend worden genoemd, zou bij voorbaat een veel interessantere bewerking opleveren dan deze futloze registratie, die je direct na de aftiteling bent vergeten.

 

18 juni 2015

 
ALLE RECENSIES
 

Vijf motieven om iemand te kidnappen

Blade Runner: The Final Cut

*****
recensie Blade Runner: The Final Cut
Ridley Scotts (en Rutger Hauers) meesterwerk opnieuw uit

door Alfred Bos

Vergeet Ex Machina, dit is de beste robotfilm ooit gemaakt. Regisseur Ridley Scott, ontevreden met de oorspronkelijke release, is blijven sleutelen aan Blade Runner. De definitieve versie, in 2007 op dvd verschenen, is nu op het grote scherm te zien.

Toen Blade Runner in het najaar van 1982 in de bioscoop verscheen, waren de reacties aanvankelijk lauw. Het publiek kreeg geen zenuw vretend vervolg op Alien, Ridley Scotts onverwachte succesfilm en horrorklassieker van drie jaar daarvoor, maar een claustrofobische film noir-thriller met filosofische trekjes. De dames en heren der filmkritiek hadden nauwelijks benul van de toekomstfantasieën van sciencefiction-auteur Philip K. Dick (Philip wie?) en reageerden veelal neerbuigend.

Recensie Blade Runner: The Final Cut

Maar Blade Runner bleek een visionaire film, gemaakt naar niet eens het beste boek van een visionair auteur. Drie decennia na zijn overlijden in 1982, nog voor de eerste film naar één van zijn boeken uitkwam, is Philip K. Dick uitgegeven in de prestigieuze Library of America-reeks en wordt de verfilming van Ridley Scott alom gewaardeerd als een van de beste sciencefictionfilms ooit gemaakt. Dick en Scott liepen voor de troepen uit, laten we het daar op houden. Blade Runner blijft verbazen, het is een ongekend rijke film, gelaagd en vol subtiele details. Het is de gedetailleerde textuur waardoor de film na dik drie decennia nog steeds visueel imponeert.

Verloederde neonnachtmerrie
Wat maakt Blade Runner tot zo’n fascinerende film? Allereerst de setting: Los Angeles in 2019, een verloederde neonnachtmerrie waarin de zon nimmer schijnt en het altijd regent. Het grootkapitaal regeert en de biowetenschap produceert synthetische mensen en dieren; het straatleven is een multiculti-mierenhoop, met Aziatisch accent. Het was in 1982 de eerste maal dat wat we sindsdien zijn gaan kennen als cyberpunk op het witte doek werd verbeeld en veel daarvan komt inmiddels vertrouwd voor. Dat is mede te danken aan de vormgeving, geïnspireerd door het Franse stripmagazine Métal Hurlant en stertekenaar Moebius, want de paranoïde dystopie van Blade Runner is sindsdien de standaard-setting van elke ‘serieuze’ SF-film, van Brazil tot The Matrix.

Blade Runner oogt verpletterend realistisch en dat is des te opmerkelijker voor een film uit het pre-computertijdperk. Regisseur Scott huurde voor de bijzondere effecten onder meer Douglas Trumbull in, verantwoordelijk voor het spectaculaire aanzien van Stanley Kubricks 2001: A Space Odyssey. Dan is er het thema: synthetische mensen oftewel robotten, anno 2015 hipper en hotter dan ooit. Auteur Dick en filmer Scott weven hun verhaal over de politieman Rick Deckard, die jaagt op replicanten (kunstmensen), rond de vraag: wat betekent het om mens te zijn? Het tilt de film ver boven een geslaagde genre-oefening uit.

Blade Runner: The Final Cut

Loopbaanpiek
En dan zijn er de acteurs. Voor Harrison Ford is zijn rol van de cynische, maar feilbare robotjager Deckard wellicht een carrièrehoogtepunt en Rutger Hauer werd een cultheld dankzij zijn intense vertolking van de poëtische psychopaat Roy Batty, zonder twijfel de beste rol uit zijn loopbaan. Zijn sterfscène – het idee met de duif komt van hem – verdient het epitheton briljant en doet ook na tien keer kijken de rillingen langs de ruggengraat lopen. Actrice Sean Young, die de ‘stille’ replicant Rachael speelt, heeft een respectabele portfolio maar speelde nimmer meer in films van deze statuur. Voor Darryl Hannah was haar rol van replicant Priss de doorbraak; twee jaar later vertolkte ze een zeemeermin en dat was dat. Blade Runner was voor alle betrokkenen een loopbaanpiek.

Ridley Scott was niet tevreden met de versie die in 1982 in roulatie ging, want: verminkt door de producenten, onder meer door een onbenullige voice-over, en heeft herhaaldelijk aan de rolprent zitten sleutelen. In 2007 verscheen de 5dvd-box Blade Runner: The Final Cut, met maar liefst vijf onderling verschillende versies van de film, waaronder de door Scott zelf als definitief gewaardeerde Final Cut. Die versie is nu, zij het in een beperkt aantal theaters, ook op het grote doek te zien – en de film blijkt niets van zijn impact te hebben verloren. Sterker, de wereld blijkt stilaan meer en meer op de toekomstvisioenen van Philip K. Dick te zijn gaan lijken. Het maakt Blade Runner des te krachtiger.

 

15 juni 2015