Farewell Party, The

****

recensie  The Farewell Party

Eigen baas over de dood

door Suzan Groothuis

Ouder worden gaat niet zonder gebreken. In The Farewell Party nemen bejaarden het heft in eigen handen en rekenen af met pijn en lijden. Een zwartkomisch drama over vriendschap en afscheid. 

Het bejaarde stel Yehezkel en Levana woont in een verzorgingstehuis in Jeruzalem. Beiden ogen nog gezond en levendig, maar voor hoe lang nog? Gaandeweg zien ze vrienden en bekenden aftakelen, de dood tegemoet. Dan krijgen ze met wat vrienden het idee om het heft in eigen handen te nemen. Waarom lijden, als het anders kan?

Recensie The Farewell Party

De groep bouwt in het geheim een kleine machine voor zelfeuthanasie. Handig, als de een uitvinder is en de ander dierenarts. Al improviserend komen ze tot een werkend apparaat, dat voor het eerst – in het geniep natuurlijk – toegepast wordt op een terminale vriend. Al snel verspreidt het gerucht van hulp bij zelfdoding zich onder het bejaardentehuis en krijgt de groep diverse verzoeken ingediend.

Voor God spelen
Daarmee komt The Farewell Party (Mita Tova) tot het vraagstuk of je wel voor God kan spelen. De film speelt daar al vanaf de openingsscène op in door op ludieke wijze een telefoongesprek te tonen tussen twee oudjes. De een doet alsof hij God is en fluistert de ander toe dat er momenteel een lange wachtlijst is in de hemel. Toch nog maar even blijven leven dan.

Gedurende zijn – overigens korte – speelduur behoudt de film zijn droogkomische, luchtige karakter, maar snijdt intussen diepere levensvragen aan. Wanneer beslis je om een einde te maken aan het leven van een ander? En wat als het om een dierbare gaat die dichtbij je staat? Komt de persoonlijke behoefte – de ander niet willen missen – dan niet in de weg te staan?

Euthanasie als thematiek is een risico, want het zou een zwaar beladen film kunnen leveren. Zo niet in The Farewell Party, die op knappe wijze laveert tussen komisch, dramatisch en surrealistisch. Een scène die het karakter van de film goed illustreert is die waarin Levana – gerakend in een steeds dieper proces van dementie – naakt tussen haar medebewoners verschijnt. In een helder moment is er diepe schaamte. Maar haar vrienden vangen haar op ludieke en liefdevolle wijze op.

Recensie The Farewell Party

Een waardig einde
En zo is er meer moois te halen, zonder het drama de boventoon te laten voeren. De acteurs – iconen uit het Israëlische komediegenre – zetten hun rollen met een mix van bezieling en humor neer. Regisseurs Sharon Maymon en Tal Granit tonen hun eindige levens met een lach en een traan en verrassen regelmatig met hilarische, verfrissende momenten. Een (jawel!) zangscène waarin verschillende personages verlangen naar een betere plek doet zelfs denken aan Magnolia, waarin de acteurs op een andere plek maar hetzelfde moment ‘Wise Up’ van Aimee Mann ten gehore brengen.

In The Farewell Party laten de filmmakers op tegendraadse, zwartkomische en ontroerende wijze zien dat de dood niet ver weg is als je oud bent. Wat is er dan mooier dan waardig afscheid kunnen nemen, voordat het lijden zijn verwoestende intrede doet?

 

20 juli 2015

 

 

ALLE RECENSIES

 

She´s Funny That Way

***

recensie  She´s Funny That Way

Pretentieloos vermaak in nostalgische komedie

door Cor Oliemeulen

She´s Funny That Way biedt uitkomst in een tijd waarin de ene romantische komedie de andere overtreft in stompzinnige luiheid. Zie hier een originele klucht die de sfeer van weleer oproept. Lang niet zo ingenieus als Midnight in Paris, maar onderhoudend genoeg voor een regenachtige zondagmiddag of een zwoele zomeravond.

“I’ve got a man crazy for me. He’s funny that way”, zong Billy Holliday in een tijd waar puurheid het nog won van commercie. De hang naar nostalgie vinden we volop terug in de jongste film van Peter Bogdanovich, een Amerikaanse filmmaker die in de jaren ’70 klassiekers als The Last Picture Show en Paper Moon maakte en zo’n status verwierf dat hij de regie van The Godfather en Chinatown aan zich voorbij kon laten gaan. Na een handvol televisiefilms, een aflevering van The Sopranos en een documentaire over Tom Petty and the Heartbreakers keert de inmiddels 75-jarige Bogdanovich terug naar het witte doek met een kolderieke klucht die teruggrijpt naar het hoge tempo van de klassieke romantische komedies uit de jaren ’30, begeleid door een dito soundtrack, en slim genoeg vol zit met verwijzingen naar films van weleer.

Recensie She´s Funny That Way

Callgirl wordt actrice
She’s Funny That Way is een hilarisch praatfeestje waar het spelplezier regelmatig van het scherm spat. Owen Wilson speelt de bekende theaterregisseur Arnold Albertson, voor wie je sympathie blijft houden, zelfs als hij door de ene telefoon praat met zijn vrouw en kinderen en tegelijkertijd belt met een escortservice om een callgirl te bestellen. Even later ligt de bevallige Isabelle (Imogen Poots) in zijn hotelkamerbed en biedt Arnold haar 30.000 dollar zodat zij kan stoppen met de exploitatie van haar lichaam en kan gaan werken aan haar ambitie om actrice te worden. Alle gekkigheid begint als Isabelle zonder dat zij het weet een auditie doet voor het nieuwe stuk van Arnold en iedereen imponeert zodat zij wordt gekozen voor de hoofdrol, jawel: een callgirl.

Bogdanovich charterde zijn bevriende collega’s Wes Anderson (The Grand Budapest Hotel) en Noah Baumbach (Frances Ha) als executive producers zodat zijn film, die al vijftien jaar in zijn hoofd spookte, eindelijk van de grond kon komen en sterren als Owen Wilson (vaste acteur van Wes Anderson) en Jennifer Aniston (als bitchy psychiater) binnen boord konden worden gehaald. Opvallend genoeg bespeur je in She’s Funny That Way enkele handelsmerken van genoemde regisseurs: de droogabsurde situaties van Anderson en de relatieperikelen van Baumbach. Ook doet de film soms denken aan nostalgische vertellingen van Woody Allen, vooral omdat Bogdanovich’ komedie zich afspeelt in New York, wat wordt benadrukt door het vette Brooklyn-accent van de Engelse Imogen Poots.

Recensie She´s Funny That Way

Boordevol leuke rollen
Het verhaal stelt niet veel voor, maar de situaties en onderlinge confrontaties zijn kostelijk. Tegenwoordig zie je nog maar zelden romantische komedies die het niet hoeven te hebben van seksbanaliteiten, onderbroekenlol en clichés. Alleen al om die reden is She’s Funny That Way dik de moeite waard. Het is een onderhoudend, pretentieloos blijspel boordevol leuke rollen.

Naast Wilson, Poots en Aniston, maken we kennis met Rhys Ifans als de populaire sterspeler van het theaterstuk, Will Forte als scenarioschrijver die keihard valt voor de callgirl en Cybill Shepherd (sinds haar doorbraak in The Last Picture Show jarenlang de geliefde van Peter Bogdanovich) als haar bezorgde moeder. De cameo van Quentin Tarantino aan het eind valt jammerlijk uit de toon en bewijst hoe moeilijk het is om een geslaagde komedie in stijl af te ronden.

 

18 juli 2015

 
ALLE RECENSIES

Every Thing Will Be Fine

**

recensie  Every Thing Will Be Fine

Gevoelstemperatuur onder nul

door Alfred Bos

De nieuwe film van Wim Wenders is een studie in afwezigheid. James Franco speelt een romanschrijver die buiten zijn schuld een kind doodrijdt. Al duurt het jaren, er komt verlossing.

Wim Wenders, de man van Paris, Texas en de Buena Vista Social Club-documentaire, is het slag regisseur dat vooral aandacht besteedt aan personages en sfeer, minder aan verhaal en intrige. Zijn laatste werkstuk is een goed voorbeeld van die aanpak. In Every Thing Will Be Fine moet een opkomende schrijver, gespeeld door James Franco, zijn intellect in balans brengen met zijn gevoel. Hoewel uiterlijk succesvol, schrijnt zijn ziel. Hij heeft buiten zijn schuld een kind doodgereden. Hij is een instrument van het lot en dat knaagt.

Recensie Every Thing Will Be Fine

James Franco als karakteracteur, wie had dat durven dromen. Hij komt er heel aardig mee weg, mede omdat zijn personage, auteur Tomas Eldan, vooral in diens hoofd leeft en nauwelijks emotioneel contact lijkt te maken met zijn omgeving. Zijn vriendin, Sara (Rachel McAdams), kan met zo’n afwezige man niet leven en verlaat hem. Wanneer ze elkaar jaren later tegenkomen – zij getrouwd en moeder, hij successchrijver en stiefpa – beseft Tomas nauwelijks wat hij bij Sara verkeerd heeft gedaan. Hij is meer geest dan mens.

Confrontatie
Zijn tegendeel is Kate (Charlotte Gainsbourg), de moeder van het verongelukte jongetje. Ze is een alleenstaande ouder, eveneens een geabsorbeerde creatieveling, een illustrator, die op het platteland van Quebec, Canada in haar eigen wereld opgaat. Anders dan Tomas accepteert ze haar rol in het drama. Kate koestert geen wrok tegen de man die haar jongste kind doodreed en helpt hem het trauma te verwerken. Ze is nuchter en aards, ziet schoonheid in de dagelijkse dingen, de natuur en de seizoenen.

Kate’s oudste zoon, Christopher (Robert Maylor), was getuige van het noodlottige ongeval en is in zekere zin het spiegelbeeld van Tomas, broeierig en bezeten. Hij groeit zonder broer op tot een getroebleerde tiener die geobsedeerd is door de man die zijn leven overhoop trok. Wanneer Tomas twaalf jaar later een roman publiceert waarin het incident een rol speelt, zoekt Christopher hem op. Door de confrontatie worden de wonden eindelijk geheeld, het gat gevuld.

Every Thing Will Be Fine

Mannelijke identiteitscrisis
Every Thing Will Be Fine is een film over absentie: Kate was er niet voor haar zoontjes, ze was verdwenen in het boek dat ze zat te lezen. De mannelijke hoofdpersonen, Tomas en Christopher, missen een emotionele basis, een fundament onder hun bestaan. De vrouwelijke personages daarentegen, Kate en Sara, zijn zeker van hun zaak. Zo is de film te ‘lezen’ als een eigentijdse zedenschets met een emancipatoire ondertoon, een politiek correct commentaar op de mannelijke identiteitscrisis. Feit is dat het draaiboek werd geschreven door de Noor Bjørn Olaf Johannessen; in zijn script van Nowhere Man (2008) staat eveneens een twijfelende man centraal.

Het tempo van Every Thing Will Be Fine is traag, onthecht bijna. Het suggereert een diepgang die nimmer manifest wordt en zo is de film zelf de uitdrukking van zijn hoofdthema, afwezigheid. Er valt op Wenders’ werk nauwelijks iets aan te merken: de fotografie is fraai, de acteurs competent, het thema verantwoord. En toch is het lastig om gevoelsmatig contact te maken met het verhaal, alsof het allemaal te afstandelijk, te netjes, te verantwoord is. Wenders’ laatste fictiefilm, Palermo Shooting (2008), had een mediterraanse esprit. Deze film staat daar haaks op. De Scandinavische kilheid slaat naar binnen en laat, helaas, de kijker koud achter.

14 juli 2015

 

ALLE RECENSIES
 

Duke of Burgundy, The

***

recensie  The Duke of Burgundy 

Verdronken vlinder

door Ralph Evers

De sensuele wereld van The Duke of Burgundy streelt sereen de huid, pleziert de ogen en kent, door de volledige absentie van mannen, geen verrassingen, geen tegenpool. Een kabbelend beekje, een storm in een glas water. 

The Duke of Burgundy wordt in de trailer overladen met superlatieven, zoals: ‘voor dit soort films ga je naar de bioscoop’, en ‘de beste film van het afgelopen decennium’. Gezien de prachtige beelden is dit zeker een filmervaring die je op groot scherm dient te ondergaan, maar helaas maken mooie beelden op zichzelf nog geen goede film.

Recensie The Duke of Burgundy

Mooifilmerij
Peter Strickland bracht in zijn debuutfilm Katalin Varga door middel van indrukwekkende natuurbeelden sfeer, maar ook dreiging in zijn verhaal, dat bovendien wordt ondersteund door natuurelementen. Hij is zeker niet de eerste die met mooie beelden zijn publiek een plezier doet. Filmmakers als Stanley Kubrick, Terrence Malick en Jean-Pierre Jeunet weten ook op verbluffende wijze door middel van prachtige beelden en consequent kleurgebruik een sfeer neer te zetten. Al deze regisseurs ondersteunen hun sfeer door goed gebruik van muziek.

Het lijkt een trend van de afgelopen jaren om de verhalen rondom de mooie beelden steeds verder uit te kleden. Bij sommige filmmakers, zoals Tarsem Singh (deze week gaat zijn jongste film Self/less in première), zou dat ongetwijfeld een meerwaarde zijn. Zijn verhaallijnen doen vaak afbreuk aan de wonderschoon gecomponeerde beelden, maar The Duke of Burgundy vraagt een meer ondersteunend verhaal bij de trage beelden. In de opbouw van deze film en de repetitie van bepaalde shots en sequenties zie je hints naar het vervreemdende l’Année dernière à Marienbad van Alain Resnais.

Het camerawerk is in handen van een vertrouwde mooifilmer. Nic Knowland deed eerder de excellente cinematografie van de kitscherige stopmotion van de gebroeders Quay, waar zijn aanpak perfect aansloot bij de stemmige kleurstellingen. Daarnaast is de passende soundtrack mooi te genieten bij de beeldenpracht.

Nachtvlinders
Terugkerend thema in The Duke of Burgundy zijn de veelvuldig aanwezige opgezette vlinders, met name nachtvlinders. Gevangen achter glas aan een speldje geprikt, zoals de beide vrouwen in het verhaal in elkaars macht en verlangen gevangen zijn. De vlinder symboliseert in vele culturen ofwel de gedaanteverandering en schoonheid – in deze film de veranderende machtsverhouding tussen meesteres Cynthia en werkster/slavin Evelyn – ofwel de vergankelijkheid van de vreugde, die in de film behouden blijft, getuige de opgezette vlinders, die we in oogstrelende close ups te zien krijgen.

Recensie The Duke of Burgundy

Alsof de regisseur de vergankelijkheid wilde bestrijden, een film, gekaderd in 105 minuten, een eigen universum, waarin hij eventjes voor God kan spelen. Het lukt Strickland wonderwel, want elk beeld is even zorgvuldig geschoten en gecomponeerd. Dat we naar een film kijken, wordt benadrukt door een scène waarin Evelyn Cynthia door een sleutelgat bespiedt.

Eroten (liefdesgodjes) worden in de mythologie niet zelden afgebeeld als vlinders. Dat het voornamelijk opgezette nachtvlinders zijn verwijst ongetwijfeld naar de verboden en vooral verhullende sfeer van de erotiek, die juist daarom veel prikkelender is dan een directe visualisatie van seks. Gelijk dat we de seksuele lust van de twee vrouwen in het verhaal buiten ons gezichtsveld beleven.

Geïnspireerd op de soft-erotica van Jess Franco, die furore maakte in de jaren 70, maar ook veel kritiek te verduren kreeg, ontvouwt Strickland op kalme wijze de lesbische sm-relatie van twee vrouwen, doordrenkt in symboliek en sensuele beelden. Zoals hij zelf zegt: om het beruchte genre te reanimeren. Dit is hem visueel gelukt, qua spanningsopbouw en verhaallijn blijft zijn reanimatiepoging helaas achter, waardoor de The Duke of Burgundy vooral voor de mooifilmerij-fanaten een lust voor het oog is.

 

Lees hier ons INTERVIEW met regisseur Peter Strickland

 

12 juli 2015

 

 
ALLE RECENSIES
 

What We Did on Our Holiday

****

recensie  What We Did on Our Holiday

Niet denken maar leven

door Cor Oliemeulen

Wat een dreigende echtscheiding, een zieke opa en Vikingen met elkaar hebben te maken, kun je zien in deze wonderbaarlijke familiefilm waarin drie jonge kinderen de volwassen acteurs van het doek spelen tegen het adembenemende decor van de Schotse Hooglanden.

Andy Hamilton en Guy Jenkin vormen een succesvol duo. Na het schrijven en regisseren van enkele comedyreeksen, oogstten zij veel lof voor de Britse sitcom Outnumbered, die vijf jaar lang op de BBC werd uitgezonden en vele prijzen won. Het bijzondere van deze serie is de rol van de kinderen. Terwijl de volwassen acteurs vaste dialogen kregen, mochten de kinderen er lustig op los improviseren. Een gouden idee, dat bijna schreeuwde om een speelfilm over het grappige Engelse gezin van Outnumbered, echter Hamilton en Jenkin peinsden hier niet over. Uiteindelijk lieten zij zich wel verleiden tot een film over een ander echtpaar met drie kinderen, in een totaal andere setting, maar gelukkig met dezelfde techniek van storytelling.

Recensie What We Did on Our Holiday

Bijdehand
Het creatieve duo bedacht een prachtig, origineel verhaal en nam de cinematograaf van Outnumbered mee naar de Schotse Hooglanden waar een Londens gezin is uitgenodigd door opa die zijn 75ste verjaardag viert. Saillant detail is dat vader Doug (bekende tv-acteur David Tennant) en moeder Abi (Rosemund Pike, Gone Girl) op het punt van scheiden staan en dat zij hun uiterste best doen dit voor hun kinderen en de rest van de familie te verbergen. De kids zijn geweldig gecast, lekker bijdehand en besluiten tot een uiterst memorabele daad, die elk voorstellingsvermogen van de volwassenen zal ontstijgen.

Het filosofische handelen van de drie jonge kinderen (“Volwassen ruziën alleen maar”) maakt van What We Did on Our Holiday een unieke film, die niet alleen regelmatig erg jolig is, maar ook tot nadenken stemt. Eén van opa’s wijze lessen is: “Niet denken maar leven”, een boodschap die de kinderen graag ter harte nemen. De oudste is de negenjarige Lottie, die met haar bril en serieuze kijk op het leven wat doet denken aan Abigail Breslin in Little Miss Sunshine (2006). Haar kleine zusje Jess van vier is voor haar leeftijd uitermate grappig, ad rem en nieuwsgierig: “Kun je een struisvogelei terug in de struisvogel stoppen?” De middelste van de drie is de zesjarige Mickey die zich 84% Viking voelt en geobsedeerd is door zijn oppergod Odin.

Recensie What We Did on Our Holiday

Verwondering
Mickey’s Viking-fantasie komt goed tot zijn recht in de wonderschone Schotse natuur waarin het uitstapje met hun terminaal zieke opa Gordie (Billy Connoly, Quartet) naar het afgelegen strand het buitengewone moment van de film vormt. Als het gezelschap later terugkeert naar het familiehuis waar het verjaardagsfeest op het punt staat te beginnen, weten de kinderen zich weer geconfronteerd met de realistische wereld van de volwassenen. Nadat de crisis, door wat er tijdens het uitstapje is gebeurd, het hoogtepunt bereikt, dreigt What We Did on Our Holiday even een Disney-twist te krijgen, maar dat zal de sympathie en verwondering van de kijker niet drukken.

 

11 juli 2015

 
ALLE RECENSIES

Alléluia

***

recensie Alléluia
De gladjanus en het jaloerse secreet

door Cor Oliemeulen

Fabrice du Welz staat te boek als Belgische suspense-meester. Zijn dramatische thriller Alléluia heeft weinig te maken met een lofzang aan een hogere macht – of het moet de duivel zijn.

In zijn speelfilmdebuut Calvaire (2004) vertelt de talentvolle, driftig experimenterende regisseur het horrorverhaal van een orkestbandzanger die vooral populair is bij oudere dames, na een optreden in een dorpshuis panne krijgt en belandt in een voormalig hotelletje nabij een dorpje waar sodomie en achterlijke dansjes de normaalste zaak van de wereld zijn.

Recensie Alléluia

De hoteleigenaar loopt aanvankelijk over van goede bedoelingen, maar ontwikkelt zich tot een volstrekt gestoorde malloot die de zanger aanziet voor zijn overleden vrouw en niet nalaat hem te martelen om wat respect en discipline bij te brengen. Aan iedereen in Calvaire zit minimaal een steekje los, zelfs de zanger laat zich wel heel gemakkelijk naar de slachtbank leiden. Deze lowbudgetfilm wijkt door zijn vormgeving en incidentele knipoog wel af van de gebaande suspense-paden, maar van de gepresenteerde zieke geesten en absurde voorvallen moet je wel houden.

Lonely Hearts Killers
De zanger van Calvaire (Laurent Lucas) zien we terug in Alléluia, ook geen alledaagse rolprent, maar wel gesteund door het klassieke gegeven van de lonely hearts killer: man plaatst advertentie – vrouw reageert – man pikt haar geld in en vermoordt haar. Fabrice du Welz neemt als uitgangspunt de legendarische Lonely Hearts Killers: Raymond Fernandez en Martha Beck, die in de jaren ’40 van de vorige eeuw zeventien bewezen moorden pleegden en op de elektrische stoel eindigden. In Alléluia speelt Laurent Lucas de rokkenjagende gladjanus Michel die in Gloria (Lola Dueñas: Mar adentro, Volver) zijn kompaan vindt. Het feit dat Gloria obsessief verliefd op Michel is, blijkt al snel voor- en nadelen te hebben.

Recensie Alléluia

De procedure lijkt eenvoudig. Michel verleidt een welgestelde, naar liefde en seks hunkerende, meestal oudere vrouw. Gloria is zogenaamd zijn zus, ze troggelen hun slachtoffer geld af en doden haar zo nodig. Er is echter een wezenlijk probleem: Gloria is zo intens jaloers als zij ziet hoe Michel haar concurrente verwent dat zij in acute woede ontsteekt en de betreffende vrouw in mum van tijd naar de andere wereld helpt, terwijl Michel verlamd in een hoekje het bloedbad aanschouwt. De dodelijke kilheid van Gloria wordt treffend verbeeld in een scène waarin zij onbewogen in de camera spreekt en vervolgens een voet van de vermoorde vrouw afzaagt.

Geen greintje sympathie
Alléluia gaat dus over extreme toewijding met alle afschuwelijke gevolgen van dien. Fabrice du Welz speelt goed met licht en donker, en de dans rond het vreugdevuur is artistiek in beeld gebracht, maar hij gunt je geen greintje sympathie voor het bedriegende en moordende koppel, hoe voortreffelijk vooral Lola Dueñas ook acteert. Narratief ondergeschikt aan cinematografie en soundtrack – op de grappige missionarisscène na – mag je als kijker wel iets meer diepgang en betekenis verlangen, zodat je niet zomaar als een geslagen hond het theater verlaat.

 

10 juli 2015

 

 
ALLE RECENSIES
 

Isla Minima, La

*****

recensie  La Isla Minima

True Detective in Andalusië

door Alfred Bos

Spaanse thriller over verdwenen meisjes in een godverlaten moerasdelta die dankzij zijn rake psychologie naast een eigentijdse noir western een film is over Spanje op de overgang van dictatuur naar democratie.

Het Guadalquivir-moeras in de Zuid-Spaanse regio Andalusië is de locatie voor deze onderkoelde, met veel overmacht geregisseerde thriller. Het landschap is van een onbarmhartige schoonheid, bevolkt door sjofele dagloners, arglistige stropers en vissers die klussen als smokkelaar. Armoe en bijgeloof bepalen het dagelijkse leven. Hier zijn de feodale Middeleeuwen nooit helemaal verdwenen.

Recensie La Isla Minima

Seriemoordenaar
Wanneer na de jaarlijkse kermis in september de twee puberdochters van een lokale veerman zijn vermist, worden uit het verre Madrid twee rechercheurs naar La Isla Mínima, een vlek in de delta, gestuurd om het incident te onderzoeken. De speurders zijn tegenpolen, de een heeft een verleden bij de geheime dienst van dictator Franco, de ander is vanwege zijn anti-autoritaire denkbeelden uit zijn post gezet.

Als de vermiste meisjes gruwelijk toegetakeld worden gevonden, moeten Juan en Pedro, de rechercheurs, op zoek naar een seriemoordenaar die in de voorgaande jaren, ook tijdens de kermis, al heeft toegeslagen, alleen waren er toen geen lijken aangetroffen. Zonder forensische ondersteuning, het is 1980, maar met klassiek rechercheren – getuigen ondervragen, verdachten observeren, aanwijzingen natrekken – gaan ze op zoek. Ze raken verstrikt in het wantrouwen van de lokale gemeenschap, inclusief gespannen samenwerking met de militaire politie, maar vinden in een dramatisch climax de seksuele sadist.

La Isla Mínima

Rijk psychologisch canvas
Regisseur Alberto Rodríguez liet zich inspireren door het landschap van het Parque Nacional de Donona, een geïsoleerd moerasgebied tussen Sevilla en de Golf van Cadiz. De lege rietvlaktes, doorsneden door kreken en dijken, zijn in feite de hoofdpersoon van deze thriller. Pedro en Juan zoeken niet alleen naar een vrouwenhater die als een geest opgaat in het landschap, ze zijn op zoek naar hun ziel. Pedro (Raúl Aréalo) veracht zijn collega Juan (Javier Gutiérrez) en diens hardhandige ondervragingsmethodes. Juan heeft niet alleen een donker verleden, achter zijn branie worstelt hij met zijn gezondheid – en zijn sterfelijkheid. De levensgenieter Juan symboliseert het verleden, Franco; de idealist Pedro de toekomst, democratie.

Het is een rijk psychologisch canvas waarop Rodríguez zonder poespas en met veel beheersing het verhaalt schildert. Het wordt nog beter wanneer ook de psychologie van de lokale bewoners en hun motivatie messcherp blijkt getroffen. De pubermeisjes willen weg uit het godverlaten gat, de lokale bink denkt met zijn piemel, de guardia civil wil alleen maar de schijn van routine ophouden, de journalist zoekt gore details, de landeigenaar staat boven de wet en de vissers schromen politieaandacht. Alleen de stroper weet dat wegkijken nu niet helpt.

La Isla Mínima is een film over overgang en transformatie, over de schemerzone (gradiënt) waar het leven het heftigst is. De moerasdelta is het verraderlijke overgangsgebied tussen land en water. Daar moeten de speurders, de een op de overgang van leven naar dood, de ander tussen gefnuikte loopbaan en gerechtigheid, op zoek naar een schim die beweegt tussen schaduwen. En dat alles in een Spanje dat officieel een democratie is geworden, maar nog steeds de geest van Franco ademt. Zo’n film kan alleen maar noir zijn.

Recensie La Isla Minima

Hallucinante schoonheid
Dat Rodríguez een bovengemiddeld onderhoudende thriller met actie, menselijk drama en gelaagde personages kan maken, wisten we al van zijn vorige film, Grupo 7 (2012), over een team van vier undercover-agenten die infiltreren in het drugsmilieu van Sevilla, vlak voor de Wereldtentoonstelling van 1992. La Isla Mínima stijgt ver boven de genreconventies uit, mede door de setting en de schitterende fotografie. De met een drone gedraaide openingsbeelden van de moerasdelta, met getijdeneilandjes als menselijke hersenen, zijn van een hallucinante schoonheid. Die droneshots komen op goed gekozen momenten terug en scheppen, letterlijk, lucht. Ook is er oog voor detail, de climax wordt subtiel aangekondigd wanneer de eerste regendruppels op de voorruit van Pedro en Juans huurauto vallen.

La Isla Mínima kreeg in eigen land maar liefst tien Goya’s, het Spaanse equivalent van de Oscar, en werd internationaal, onder de titel Marshland, met applaus ontvangen. Hij fungeerde als openingsfilm van het eerste Amsterdam Spanish Film Festival, afgelopen mei, en draait nu, midden in de vakantieperiode, in de Nederlandse bioscoop. Daardoor is de kans groot dat de liefhebber een van de beste films die er dit jaar zal verschijnen, door omstandigheden misloopt. Dat zou spijtig zijn, want veel beter dan La Isla Mínima worden ze niet gemaakt: het is in feite de perfecte film.

 

6 juli 2015

 

Lees ook: Boek over Spaanse cinema

ALLE RECENSIES

Marketa Lazarová

recensie  Marketa Lazarová

Hallucinant visueel gedicht

door Ralph Evers

Marketa Lazarová verhaalt over de donkere Middeleeuwen waarin de zoon van een bisschop en de dochter van een feodale heerser, Marketa, worden ontvoerd en mishandeld door rivaliserende ridders. Een eeuwenoud verhaal tussen nobiliteit en verdorvenheid gegoten in een prachtig visueel gedicht.

Marketa Lazarová is een van die films waarbij de verhaallijn ondergeschikt is aan de cinematografische ervaring. Een ervaring die de hallucinante trips op paddenstoel en LSD uit die zelfde tijd benadert, zij het in een veel donkerder universum.

Recensie Marketa Lazarová

Onnavolgbaar
Het magnum opus van Frantisek Vlácil is al eens uitgeroepen tot de beste Tsjechische film ooit. Een op z’n minst fascinerende uitspraak, aangezien Marketa Lazarová alles behalve een goed te volgen film is. Zo is de hoofdpersoon, Marketa Lazarová dus, lang niet zo prominent in beeld zoals doorgaans in films. Iets als een Spiderman-film, waarbij Spiderman zelf een bijrolletje heeft.

Naast de acteurs is zeker de natuur en de wilde dieren belangrijke spelers en weet Vlácil hen op fenomenale wijze in zijn film te vervlechten, een rol van betekenis te geven. Vanuit de spannende perspectieven die hij inneemt krijgt menig landschap en totaalshot een eigen narratief, waarnaast hij experimenteert met zooms, pans en focus. Dit alles om een maximaal vervreemdende ervaring te creëren, waarbij de vraag rijst of dit überhaupt het idee was.

Ancient Vague
Toen met À bout de souffle en Les quatre cents coups in Frankrijk de nouvelle vague opkwam, inspireerde dit een groep jonge filmmakers in Tsjecho-Slowakije, resulterend in de Tsjechische New Wave. Hun filmstijl was een manier om te ontkomen aan de beperkingen vanuit de communistische commissie ter goedkeuring van de films. De Tsjechische New Wave kan grofweg verdeeld worden in de meer sociaal-realistische films, waarin existentiële thematiek de boventoon voert en surrealistische films, waarin escapisme eveneens een belangrijk thema is. Marketa Lazarová balanceert tussen deze tweedeling in.

Onmiskenbaar zijn verwijzingen naar iconische nouvelle vague-films te leggen, zoals L’Année dernière à Marienbad van Alain Resnais en hints van Robert Bresson. Daarnaast lijkt Andrei Rublev van Andrei Tarkovsky een belangrijke invloed voor deze film te zijn. Qua geschiedenis en thematiek (Middeleeuwen: heidendom, christendom, twijfel aan God, symboliek) en vormgeving vind je ook een verwijzing naar The Seventh Seal van Ingmar Bergman.

Moreel verval
De verhaallijn in een notendop: de broers Mikolás en Adam overvallen reizigers voor hun tirannieke vader Kozlik. Wanneer een overval mislukt en ze met een Duitse gijzelaar zitten en een gevluchte andere, die de koning gaat waarschuwen, maken de broers zich op voor een oorlog met de koning. Deze besluit echter dit voorval te verheffen tot een oorlog tussen christenen en heidenen. De sfeer echter, met haar gotische esthetiek lijkt veel belangrijker dan het verhaal.

Marketa Lazarová

De heidense en christelijke symboliek die naast elkaar voorkomen, tonen de overgang van het heidendom naar het christendom met tegelijkertijd het Dostojevskiaanse thema uit ‘De gebroeders Karamazov’ over het verval van de moraal. Dit alles geplaatst in historisch perspectief, gebaseerd op het boek uit 1931 van de avant-gardistische schrijver Vladislav Vančura. Vlácil spaarde zijn acteurs niet. Om de authenticiteit van het boek te benaderen, werden ze onderworpen aan een Spartaans regime midden in de filmlocatie, het Šumava-woud, waar de elementen van de natuur vrij spel hebben.

Meerdere niveaus
De film is op meerdere niveaus te genieten, enerzijds voor de doorzetter op de verhaallijn; voor de estheet op de prachtige cinematografie, dito soundtrack en verrassende beeldvondsten. Een ruim tweeënhalf uur durende film die inderdaad die geestverruimende middelen evenaart, want je wordt ondergedompeld in een ander universum, een andere tijd en mits je de moed hebt te blijven zitten, zou je wel eens weg kunnen gaan met wat de Cineville-reclame zegt: “Hier zie ik een miljoen verschillende dingen en loop ik duizend keer veranderd weg.”

Uitgeroepen tot de beste Tsjechische film ooit. Gelauwerd bij cultfans. Onnavolgbaar volgens anderen. Marketa Lazarová krijgt met deze allereerste release in Nederland hopelijk eindelijk het podium die ze verdient. Gerestaureerd in 4K voor een optimale beeldervaring. Een film waarover je nog lang kan napraten. Kom en zie!

 

6 juli 2015

 
ALLE RECENSIES

One I Love, The

****

recensie  The One I Love

Je betere en slechtere wederhelft

door Suzan Groothuis

Debuut van de zoon van Malcolm McDowell waarin een relatiecrisis de spil vormt en leidt tot een surrealistische sci-fi comedy met een donker randje.

Het stel Ethan en Sophie verkeert in crisis. Hoe ze verliefd werden weten ze nog heel goed, maar de glans is van hun relatie af. Ofwel in Sophies woorden: “Happiness is something we have to re-create.” Maar zelfs het recreëren van mooie momenten geeft hun relatie niet de boost die zij nodig heeft.

Hun therapeut (een korte rol van Ted Danson) ziet maar één uitweg en dat is een weekend weg naar een idyllisch gelegen vakantiehuis. Een uitstapje dat hij eerder aangeraden heeft en vele stelletjes gered heeft van hun relatieproblemen.

Recensie The One I Love

Creatieve relatietherapie
Wanneer Ethan en Sophie er aankomen,  lijkt het verblijf te mooi om waar te zijn. Check die prachtige tuin en hip ingerichte woning met platenspeler! Tot hun verbazing is er ook nog een gastenverblijf, waar hun uitgedoofde romances weer opbloeien. Maar dan doen Ethan en Sophie een schokkende ontdekking, die hun romantisch bedoelde uitje op zijn kop zet.

The One I Love houdt midden tussen komedie, sciencefiction en thriller. De film bevat wat twists die je niet ziet aankomen. Debuterend regisseur Charlie McDowell (jawel, de zoon van!) en scenarioschrijver Justin Lader springen creatief om met de thematiek van een uitgebluste relatie. Wat als je partner twintig procent perfecter was? Zou dat dan tot een betere relatie leiden? Of zijn imperfecties nodig om een relatie spannend en gezond te houden?

Tijdens hun weekend weg worstelen Ethan en Sophie met het vraagstuk hoe ze hun relatie nieuw leven kunnen inblazen. Een fles wijn en wiet bieden tijdelijk uitkomst, maar wat echt pijn doet houden ze voor elkaar verborgen. Hoofdrolspelers Mark Duplass (tevens producent van de film en eerder te zien in de sci-fi comedy Safety Not Guaranteed) en Elisabeth Moss (Peggy uit de serie Mad Men), buiten de therapeut de enige twee karakters in de film, zijn goed op elkaar ingespeeld en geven hun moeizame relatie op natuurlijke wijze vorm: enerzijds zijn er de mooie herinneringen, liefde en humor, anderzijds de pijnpunten zoals vreemdgaan en niet voldoen aan elkaars verwachtingen.

Recensie The One I Love

Sci-Fi Virginia
Een “weird version of Who’s Afraid of Virginia Woolf?” noemt Ethan de vreemde situatie die zijn intrede doet tijdens hun weekendje weg. Een rake omschrijving van The One I Love, waarin herinneringen, fantasie en realiteit het beeld bepalen dat de een van de ander heeft. Gooi daar een sci-fi sausje overheen met een donker randje en je hebt een origineel, verfrissend debuut dat doet denken aan het werk van Charlie Kaufman (Adaptation., Being John Malkovich) en Michel Gondry (Eternal Sunshine of the Spotless Mind). Met de finale zal je wellicht met een andere blik naar je partner kijken. Want, zeg eens eerlijk, hoe goed ken je elkaar nou eigenlijk?

 

5 juli 2015

 
ALLE RECENSIES

Meglio gioventù, La

***

recensie  La meglio gioventù

Humanistische nostalgie

door George Vermij

La meglio gioventù was in 2003 een geliefde miniserie die babyboomnostalgie, toeristenplaatjes van La Bella Italia en de turbulente geschiedenis van dat land samenbracht in een verhaal over twee broers en hun uiteenlopende levenspaden. Nu de twee delen weer in een digitaal gerestaureerde versie te zien zijn, rijst de vraag of het televisiedrama nog steeds imponeert.

Het idee achter La meglio gioventù heeft al een lange traditie in de film- en televisiegeschiedenis. Neem een beladen en roerig tijdsgewricht en richt je op één of meer personages om een beeld te schetsen van hoe individu en maatschappij veranderen en op elkaar inwerken. Dit concept zie je terug in de Britse boekadaptaties Brideshead Revisited en A Dance to the Music of Time en de Duitse series Heimat en het recente Unsere Mütter, Unsere Väter.

Recensie La meglio gioventù

In de geest van Scola en Bertolucci
In Italië had je voor La meglio gioventù Ettore Scola’s film C’eravamo tanto amati uit 1974 waarin hij dertig jaar naoorlogse geschiedenis propte in een verhaal over vier vrienden. En dan is er natuurlijk nog Bernardo Bertolucci’s Novecento waar twee bevriende mannen, ondanks hun klassenverschillen, worden gevolgd tijdens de opkomst van het fascisme. Marco Tullio Giordana schaart zich met La meglio gioventù tussen die filmmakers, maar is in vergelijking tammer en braver ook al deelt hij de humanistische visie van Scola en Bertolucci.

De serie begint gemoedelijk in een schoon Rome waar de broers Nicola en Matteo zich voorbereiden op hun afstuderen. Nicola (innemend gespeeld door Luigi Lo Cascio) is een opgewekte goedzak die arts wil worden. Daartegenover staat de melancholische Matteo die het liefst gedichten leest en op zichzelf is. De toekomst ziet er rooskleurig uit in het Italië van de jaren ‘60 waar het miracolo economico heeft geleid tot meer welvaart, wat ook nog eens wordt bevestigd door een bevriende student economie die door het verhaal heen opduikt.

Toch weet Giordana dit te contrasteren met afwijkende geluiden. In een mooie scène krijgt Nicola zijn afstudeeruitslag van een oude corpulente professor. Hij geeft hem het advies om Italië te verlaten als hij echt ambities heeft. Ondanks de vooruitgang van die jaren vindt de professor Italië een mooi maar nutteloos land dat is gedoemd om te sterven. Treffende woorden die nu weer actueel zijn.

Recensie La meglio gioventù

Nieuwe samenleving
De andere stoorzenders tegenover de geruststellende nostalgie zijn personages die ondanks de welvaart en nieuwe vrijheden van die tijd toch gedoemd zijn om zich buiten de maatschappij te begeven. Het personage van Giorgia, die ook wordt gebruikt om de veranderende denkbeelden omtrent geestesziekte te illustreren, is daar het beste voorbeeld van. Zij is een buitenstaander die ondanks de hulp en inspanningen van de broers nooit helemaal een deel zal vormen van die nieuwe samenleving.

En dan is er nog Matteo die verreweg het interessantste personage is en door Alessio Boni goed wordt neergezet als kwetsbaar persoon ondanks zijn sterke fysieke voorkomen. Na het mislukken van zijn afstuderen, gaat hij het leger in. Op het eerste gezicht een vreemde keuze gezien zijn gevoelige aard, maar veelzeggend als een manier om orde en regelmaat te vinden in een leven dat diepere zingeving lijkt te missen.

Overheersend optimistisch
Uiteindelijk domineert wel het minder spannende optimisme van Nicola de serie en daarmee ook de cinema van de grote gebaren. Het is een mix van Italiaanse levensvreugde, familiale gulheid en verantwoord idealisme. Nicola staat symbool voor die humane waarden en blijft een rots in de branding van de tijdgeest die anderen meevoert zoals zijn geliefde Giullia die uiteindelijk zwicht voor politiek extremisme en zich aansluit bij de Rode Brigades.

Zo gaat de serie met zevenmijlslaarzen door de Italiaanse geschiedenis en behandelt zijdelings politieke tegenstellingen, de culturele verschillen tussen het noorden en het zuiden en de corruptie die het land verlamt. De epische proporties van dit soort ondernemingen zorgt natuurlijk voor kort-door-de bocht plotwendingen en onwaarschijnlijke toevallige ontmoetingen. Zie daar ook wat dramatische rechtbankscènes waarin Nicola het opneemt tegen ouderwetse psychiaters en de mishandeling van geesteszieke patiënten. En dan is er natuurlijk nog de kracht van kunst en cultuur als verheffend element: de solidariteit van mensen die helpen in Florence bij de overstroming van 1966 aangedikt met een pianostuk te midden van een door rivierwater vervuilde kunstmuseum Uffizi.

La meglio gioventù

Nostalgie
Waar de serie door Matteo nog een mate van tragiek behoudt wordt het naar het einde toe sentimenteel. De hoopvolle afsluitende noot is in onze tijd niet meer geloofwaardig en geeft de serie vooral een troostende feelgoodnostalgie. De echte cynici zullen zich afvragen waarom alle mogelijkheden en idealen van toen hebben geleid tot de politieke, economische en ecologische puinhopen van nu.

In dat opzicht biedt de Zuid-Koreaanse film Peppermint Candy van Lee Chang-dong een veel realistischer beeld van de turbulente geschiedenis van een land aan de hand van een tragisch en gevoelig persoon à la Matteo. En dat in een film waar nostalgie tot een minimum is beperkt en waar je geconfronteerd wordt met de nietigheid van het individu tegenover de geschiedenis. Alhoewel Peppermint Candy in vergelijking met La meglio gioventù weinig troost biedt, lijkt eerstgenoemde film eerder te passen in deze onzekere en pessimistische tijden.

 

5 juli 2015

 
ALLE RECENSIES