Grace Jones: Bloodlight and Bami

**

recensie Grace Jones: Bloodlight and Bami

De waarheid achter Grace Jones blijft uit beeld

door Alfred Bos

Documentairemaker Sophie Fiennes volgde popicoon Grace Jones een aantal jaren tijdens en buiten haar werk. Het resultaat is een lukrake registratie zonder context. Met fraaie concertbeelden, dat wel.

De donkere diva is inmiddels zeventig, maar staat nog immer springlevend op het toneel. Oma of niet, ze slingert al zingend de hoepel rond haar heupen alsof ze een stoute tiener is. Grace Jones is een geboren rebel, dochter van een strenge Jamaicaanse dominee, icoon van ongetemde expressie, voormalig fotomodel en discodiva, de eerste zwarte androgyne popster. Wie is geen fan van Grace Jones?

Grace Jones: Bloodlight and Bami

Onafhankelijke vrouwen waren in de popmuziek van eind jaren zeventig met een lantaarntje te zoeken. En onafhankelijke popsterren van niet-westerse afkomst, bovendien androgyn en extravagant, stoer en openlijk spelend met hun seksualiteit, kwamen van een andere planeet. Toen Grace Jones na drie weinig opmerkelijke discoplaten in 1980 met het new wave-album Warm Leatherette op aarde landde, doorbrak ze muren tussen sekses, genres en disciplines. Muziek, mode, theater, nachtclub, rockpodium, mainstream, avant-garde—voor Grace Jones bestonden die categorieën simpelweg niet. Het was allemáál haar terrein. Leve de zelfexpressie.

Lukraak opgeknipt
Grace Jones kwam als eerste met het popconcert als modeshow en dansrevue, een spektakelstuk waarin de choreografie en verkleedpartijen net zo belangrijk waren en net zoveel indruk maakten als de muziek. Alle vrouwelijke popsterren die na haar uitgroeiden tot stadionact, van Madonna en Britney Spears en Christina Aguilera tot Beyoncé, Lady Gaga en Taylor Swift, zijn schatplichtig aan Grace Jones.

Over haar persoonlijke geschiedenis en impact op de populaire cultuur leren we in de documentaire Grace Jones: Bloodlight and Bami hoegenaamd niets. Het zijn in feite twee op zichzelf staande films: Grace Jones de performer in een reeks concertopnames en Grace Jones achter de schermen – ogenschijnlijk lukraak opgeknipt en zonder context of uitleg door elkaar geplakt.

Grace Jones: Bloodlight and Bami

Boos, maar waarom?
Daarmee lijkt regisseur Sophie Fiennes (zus van acteurs Ralph en Joseph), die eerder eigenzinnige documentaires maakte rond de Sloveense anti-filosoof Slavoj Zizek, te focussen op de mens achter de mythe en een meer naturel portret te schetsen van de vrouw die de provocatie tot kunstvorm heeft verheven. Maar wat zien we eigenlijk? Jones is ook maar een mens – zoals ze zelf in een telefonisch twistgesprek onomwonden toegeeft – die steunt op creatieve partners als muzikanten, kledingontwerpers en producers. Een uur en 55 minuten is wel heel veel tijd om die open deur uit zijn hengels te trappen.

Fiennes volgt haar onderwerp en stelt nergens vragen, ze registreert en de kijker is de omstander die meekijkt. De beelden van Grace in kleed- of hotelkamer – of onder douche – worden afgewisseld met een bezoek aan haar familie in Jamaica. En daar slaat het gebrek aan context geeuwverwekkend toe, want dat de familieverhoudingen nog immer niet vrij zijn van wrijvingen is duidelijk, maar naar het hoe en waarom is het gissen. Waarom is Grace Jones na al die jaren nog steeds zo boos? Daar blijft Bloodlight and Bami (Jamaicaans patois voor ‘rood studiolicht’ en ‘brood’) net zo raadselachtig over als de titel van de documentaire. Werk en familie? De definitieve film over Grace Jones moet nog gemaakt worden.
 

7 augustus 2018

 
MEER RECENSIES

Whitney

****

recensie Whitney

Misbruikte schoonheid

door Alfred Bos

Was sterzangeres Whitney Houston heimelijk biseksueel? Sloeg echtgenoot Bobby Brown haar? Werd ze als kind misbruikt? En waarom haatte dochter Krissi haar? Dat alles en nog veel meer in de documentaire Whitney. Niks sensatiezucht, maar eerherstel.

Hoe zou de popmuziek van het sociale media-tijdperk hebben geklonken zonder Whitney Houston? Anders, minder gemaniëreerd, meer naturel. Elke zangeres die de afgelopen vijftien jaar heeft meegedaan aan een tv-talentenjacht probeert Whitney’s vocale strapatsen te imiteren, inclusief trillers, uithalen en melisma. Maar niemand komt ook maar in de buurt van haar aangeboren en – door haar moeder, zangeres Cissy Houston – behoedzaam getrainde talent. Haar mezzosopraan buigt staal.

Op 11 februari 2012 werd Whitney Houston dood aangetroffen in haar kamer in het Beverly Hills Hotel in Los Angeles. Verdronken in bad. Ze had haar tante Mary eropuit gestuurd om cupcakes te scoren, daar had ze opeens zin in. De autopsie trof in haar bloed cocaïne en een reeks (legale) medicijnen aan. Ze was in het water weggedommeld. Een banaal einde voor de zangeres die de link vormt tussen Aretha Franklin en Rihanna, tussen gospel en ‘arrenbie’, tussen de kerk en de straat. De straat won, uiteindelijk.

Meest onderscheiden vrouwelijke artiest ooit
Het ging al een aantal jaren niet goed met het natuurtalent dat op 21-jarige leeftijd de muziekwereld en het publiek verblufte. Whitney Houston uit 1985 werd het meest succesvolle debuutalbum van een zangeres ooit (wereldwijd meer dan dertig miljoen exemplaren verkocht). Ze had zeven Amerikaanse nummer 1-hits op rij, meer dan The Beatles, Elvis Presley, Bee Gees of Michael Jackson. Ze wist The Star Sprangled Banner, het Amerikaanse volkslied, tot tweemaal toe de Amerikaanse hitparade in te zingen en haar vertolking van Dolly Partons I Will Always Love You (uit de hitfilm The Bodyguard, 1991) is de best verkochte single van een vrouw uit de historie van de hitparade. Het werd na haar dood opnieuw een hit.

Whitney Houston is volgens Guinness World Records de meest onderscheiden vrouwelijke artiest ooit, maar stierf diep ongelukkig. Hoe heeft het zover kunnen komen? Het korte antwoord, bondig genoeg voor een t-shirt: beauty meets abuse. Moeder Cissy voedde haar beschermd op en stuurde Whitney naar een katholieke privéschool voor meisjes; daar ontmoette ze haar hartsvriendin (en liefdespartner, wordt gesuggereerd) Robyn Crawford. Platenbaas Clive Davis adoreerde Nippy, zoals familie en intimi haar noemden, en waakte over haar als een kostbare schat. Wat ze was, in muzikaal én zakelijk opzicht.

In 1989 kwam de straat in haar leven, in de persoon van Bobby Brown, op dat moment een grote (en vernieuwende) ster aan het soulfirmament. Na haar huwelijk met de hitmaker werd Houstons muziek minder mainstream en meer avontuurlijk, met het album My Love Is Your Love uit 1998 als beste bewijs: het is de blauwdruk van Beyoncé’s solorepertoire. Maar met Brown kwamen ook de drugs. En de handtastelijkheden. En de sabotage. Whitney was een grotere ster dan Bobby en daar kon Mr. Houston niet mee omgaan. Ze gaf haar productiemaatschappij zijn naam. De na-ijver bleef, de coke vrat haar stem aan. Whitney werd langzaam een zombie.

Whitney

Parallellen met Amy
Toen ze in 2001 een rampzalig tv-interview gaf gonsden de geruchten al volop: het gaat niet goed met Whitney. In een aantal fragmenten uit de documentaire is ze nauwelijks herkenbaar. Die harde cokekop is niet de levenslustige hartendief van I Wanna Dance With Somebody of de smachtende sirene van I Will Always Love You. ‘Ze probeerde zichzelf te vinden’, aldus tante Mary, de laatste die haar levend zag. ‘Ik was altijd op de vlucht’, volgens Whitney zelf. Heeft ze zich ooit veilig gevoeld?

Ze zou op 9 augustus 55 jaar oud zijn geworden. Het is de dag waarop Whitney verschijnt, de film die is geregisseerd door Kevin Macdonald, de man van de Bob Marley-docu Marley uit 2012, en geproduceerd door de mensen achter de documentaire over Amy Winehouse, Amy. Er zijn opvallende parallellen met het tragische verhaal van de Britse soul- en jazzzangeres: een opportunistische vader en een dubieus vriendje c.q. echtgenoot. En dan is er de sensationele beschuldiging van halfbroer Gary: Whitney en hij zouden als kind zijn misbruikt door tante Dee Dee Warwick, zus van Dionne en een van de eersten in de muziekindustrie die openlijk lesbisch was.

Whitney is geen hagiografie en smeert de sensatie er niet dik op. Interviews met naaste familieleden en intimi worden afgewisseld met archiefbeelden en homevideo’s, op de wijze waarop Amy is samengesteld. Dat betekent dat er ook vlekkerige en schokkerige beelden langskomen die sommige kijkers schele hoofdpijn kunnen bezorgen. Whitney zet iets recht: de karikatuur uit de laatste fase van haar loopbaan maakt plaats voor een tragédienne. Eerherstel voor een uitzonderlijk talent.
 

6 augustus 2018

 
MEER RECENSIES

Irma la Douce

Irma la Douce

Listige liefde

door Suzan Groothuis

In deze romantische komedie zien we hoe een prostituee en een agent de liefde vinden. Hoewel dat niet zonder slag of stoot gaat: hij strijdt tegen corruptie en wil dat ze stopt met haar werk. Maar de eigenzinnige Irma laat zich niet zomaar iets vertellen. Met Shirley MacLaine en Jack Lemmon, die opnieuw het witte doek delen na Billy Wilders The Apartment (1960).

Billy Wilder was verantwoordelijk voor zowel de regie als het script van Irma la Douce (1963), een romantische komedie waarin Jack Lemmon en Shirley MacLaine de hoofdrollen sieren. Zij speelt Irma, een eigenzinnige prostituee herkenbaar aan haar zwart-groene outfit, al rokend met haar hondje op de arm. Ze werkt in Rue Casanova, dat ook wel bekend staat als Parijs’ vulgaire hart. Zij is een poule, een prostituee die haar centjes afdraagt aan haar mec, zeg, in nette bewoordingen, haar manager.

Irma la Douce

In Irma’s woon- en werkgebied maakt corruptie de dienst uit. Genoeg werk dus voor een agent, zeker als dat de jonge Nestor Patou (Lemmon) betreft. Patou, strijdend voor de goede moraal, besluit het rigoureus aan te pakken. Alle prostituees worden uit hun werkplek gejaagd en in een politiebusje afgevoerd. Dat hij vlak daarvoor zijn oog heeft laten vallen op de kokette Irma, verraadt het verloop van de film: de twee worden verliefd, maar haar werk komt tussen hen in te staan.

Patou eist van Irma dat zij stopt met haar dubieuze day job. Maar Irma wil haar eigen boontjes doppen en laat zich niet overtuigen. Hardop vraagt ze zichzelf af waarom mannen haar steeds willen veranderen. Dat ze zich omgeeft met minder zuiver volk, neemt ze op de koop toe: “Who wants to be a stray dog? You got to belong to someone, even if he kicks you once in a while”.

Billy WilderBitterzoet en omstreden
Irma la Douce is Wilders bewerking van een Franse musical. Hij schrapte de songs en bewerkte het verhaal tot een bitterzoete mengeling van humor en romance. In Technicolor geschoten toont hij Parijs als een bont, ordinair spektakel. Hulde voor de art direction: er is veel aandacht voor de decors en kostuums. Sommige outfits van de prostituees matchen precies met de gevel waar ze voor staan. En dan is er Irma, immer in verleidelijk zwart-groen gehuld; zelfs haar hondje heeft een eigenwijs groen strikje op de kop. En de groene kousen die haar benen sieren, krijgen nog een functie later in het verhaal.

Voor zijn tijd kan je Irma la Douce een omstreden film noemen. Een over de verlokkingen des levens en het vraagstuk wat moreel wel en niet door de beugel kan. In de woorden van de voice over aan het begin: “A story of passion, bloodshed, desire, and death. Everything, in fact, that makes life worth living.” Het personage van Irma staat voor verleiding; niet voor niets is zij met haar nonchalante aantrekkingskracht de meest gewilde poule van haar straat. En wat zich allemaal in haar wijk afspeelt, wordt oogluikend toegestaan door de autoriteiten, die er zelf maar al te graag aan mee doen. Wanneer Patou alle prostituees en hun klanten oppakt, zit daar ook zijn eigen korpschef bij.

Ondanks dat Irma en Patou verschillend denken over haar beroep, en het ‘live and let live’-principe in Irma’s wijk, worden de twee verliefd. En bedenkt de twijfelende Patou een list om haar voor zich te winnen, zonder dat zij seks heeft met andere mannen.

Irma la Douce

Grote filmhit, maar niet Wilders beste
Irma la Douce was een grote hit toen hij uitkwam, films als The Great Escape en The Birds overtreffend. Inmiddels is het een van de minder bekende Wilder-films, overschaduwd door meesterwerken als Sunset Boulevard, Some Like It Hot en The Apartment. Toch is het een duidelijke Wilder, voorzien van cynisme en provocatie (neem de gedurfde onderwerpkeuze van betaalde seks!).

Hoewel vermakelijk, is het niet Wilders beste: de film kent behoorlijk wat slapstickmomenten. Neem de flauwe lampenscène in de bar waar Patou in gevecht raakt met een van de mecs. Of zijn ludieke, over the top personificatie van een Britse aristocraat.

Het verhaal is het sterkst in het begin, waar we kennismaken met de gewiekste Irma en hoe zij in het leven staat. Omstreden, eigenwijs, cynisch en tegelijkertijd teder en charmant. Het verhaal ontvouwt zich tot een lange (met een speelduur van bijna 2,5 uur) rollercoaster vol dwaze avonturen. Patou, de grenzen van zijn eigen moraal opzoekend, trekt onstuimig en onhandig alles uit de kast om Irma voor zich te winnen – en voor zichzelf te houden. En ook al gaat het credo ‘de aanhouder wint’ op, aan het einde word je als kijker eventjes verrast door een surreëel spelletje van Wilder. Maar dat is voor een ander verhaal, zoals een van de personages stijlvol afsluit.

 

3 augustus 2018

 

Deze film draait binnenkort o.a. in EYE Amsterdam. 

 

MEER BILLY WILDER

One, Two, Three

One, Two, Three

Kluchtige hectiek in verdeelde stad

door George Vermij

Spanningen tussen Oost- en West-Berlijn lopen hoog op in Billy Wilders mallotige One, Two, Three. En dat alles wegens een jonge Amerikaanse dame die gevallen is op een fanatieke communist. Hooggeplaatste Coca-Colaverkoper C.R. “Mac” MacNamara mag het allemaal oplossen. 

De invloedrijke filmcritica Pauline Kael was geen fan van One, Two, Three. In haar boek ‘I Lost it at the Movies’ is ze buitengewoon vilein en laat ze niets heel van de film:

As a member of the audience, I felt degraded and disgusted, as if the dirt were being hurled right at my face.  One Two Three is overwrought, tasteless, and offensive – a comedy that pulls out laughs the way a catheter draws urine.

Je merkt dat ze gekwetst is. Een emotie die vandaag de dag ook niet ontbreekt in veel filmkritiek. Maar heeft Kael gelijk?

One, Two, Three

Houdbaarheid
Toen ik de film zag tijdens een Billy Wilder-retrospectief op tv moest ik lachen. Als vijftienjarige werd ik meegevoerd in het dolle tempo van de film. One, Two, Three moest ook snel zijn volgens Wilder en dat allemaal op het acteerritme van veteraan James Cagney die de film volledig draagt als Mac. In die stroom van woord- en beeldgrappen zitten af en toe wat losse flodders of schoten die het doel niet raken. Door de tijd zijn bepaalde moppen ook verouderd. Komedie is nu eenmaal een lastig genre qua houdbaarheid. Maar als een spiegel van de mores van een specifiek tijdsgewricht is het een veelzeggend document.

Mac is een hoge piet bij Coca Cola in West-Berlijn. De Muur is er nog niet, maar de ruïnes die te zien waren in Wilders A Foreign Affair zijn inmiddels verdwenen. Althans in het kapitalistische Westen waar het Wirtschaftswunder de stad een nieuw elan heeft gegeven. Het besmette verleden is voor het gemak onder het tapijt geveegd, maar af en toe borrelt er nog iets omhoog. Zo is Macs assistent een ijverige en onderdanige Duitser die het maar niet kan laten om met zijn hielen te klikken als hij zijn baas aanspreekt. Het was er in de SS goed ingestampt.

Billy WilderRomance
De spanningen van de Koude Oorlog worden geleidelijk ook voelbaar voor Mac. De aanleiding is echter onschuldig. De verwende dochter van zijn baas is in Berlijn neergestreken. Tot Macs grote schrik blijkt zij haar hart te hebben verloren aan een felle anti-kapitalist die overtuigd is van de communistische heilstaat. Alleen jammer dat deze romance niet kan bestaan in een periode waarin een atoomoorlog op elk moment kan uitbreken.

Toch zijn die obstakels voor Mac een uitdaging waar hij zijn onderhandeltalenten en zakeninstinct op los kan laten. En zo reist hij door de verdeelde stad om de jonge communist zwart te maken. Dat doet hij sluw door dealtjes te bekokstoven met de Russen waarbij de politieke verschillen ondergeschikt lijken te zijn aan de kracht van Amerikaanse overredingskracht en natuurlijk dollars. Het is curieus dat Macs ondernemende insteek raakvlakken heeft met de hoofdpersoon uit Steven Spielbergs Bridge of Spies. Een advocaat die opeens een tussenpersoon is in een groot conflict tussen de Russen en de Amerikanen. Als hommage aan Wilder laat Spielberg in een scène een bioscoop zien waar de film draait. Maar anders dan de grimmige realiteit van die film is dit natuurlijk een dwaze klucht.

Zoetsappigheid
Door Macs opportunistische inspanningen worden Oost en West op de hak genomen. Het is voor Wilder een soort jachtseizoen op alle heilige huisjes die de tegengestelde ideologieën hebben voorgebracht. Ondanks alles blijft het wel luchtig en dat is waarvoor hij zo vaak werd afgestraft in de filmpers. Zo vond de Britse filmcriticus David Thomson dat Wilder ondanks zijn cynisme vaak zwichtte voor de conventies van Hollywood. Een bittere film kreeg vaak een zoete kers op de taart in de vorm van een happy end.

One, Two, Three

Die kritiek proef je ook in Kael terug. Voor beide critici gaat Wilder niet ver genoeg of zwakt hij op het laatste moment dingen af met zoetsappigheid. One, Two, Three ontsnapt ook niet aan die neiging om het naar het einde toe op safe te spelen. Het is wel een dolle rit die grappig is als tijdscapsule. Zie daar de Mad Men-achtige kantoorwereld waar oude bazen het doen met hun jongere voluptueuze secretaresses. Vrouwen zijn ook een dealbreaker. Als Mac wat Russen moet overtuigen haalt hij zijn sexy assistente uit de kast. Het is plat, maar ook grappig. Vooral als zij in haar wilde dans ervoor zorgt dat een portret van Nikita Chroesjtsjov uit de lijst schiet en opeens een portret van Josef Stalin tevoorschijn komt.

Als film schippert One, Two, Three tussen de slechtste tendensen van Wilder en zijn beste: die cynische eerlijke en vooral ook komische visie op de zwaktes van de mens. Sommige grappen zijn verouderd maar ook het politieke landschap. Desondanks blijft het een vermakelijke en interessante film.

 

1 augustus 2018

 

Deze film draait binnenkort o.a. in EYE Amsterdam. 

 

MEER BILLY WILDER

Stalag 17

Stalag 17 mist volwassen en doordachte humor

Echo van de ‘grote’ Billy Wilder

door Ralph Evers

Hoe iets zinnigs te vertellen over deze film, terwijl het pas de tweede film is die ik van Wilder zie? De eerste die ik zag was Sunset Blvd. Hoewel voldoende vermakelijk, laat Stalag 17 een fletse indruk achter, een echo van de vermeende ‘grote’ Billy Wilder.

Jaren geleden zag ik La vita è bella van filmclown Roberto Benigni en dat is één van de vreselijkste filmervaringen die ik ooit had. Ik moest kort aan die film terugdenken toen ik Stalag 17 zag, vanwege het irritante personage Animal en de kekke stemmetjes van sommige acteurs. De irritatie sloeg toe en ergens ook een oordeel dat films over dit thema wel iets volwassenere, iets doordachtere humor kunnen gebruiken.

Stalag 17

In Stalag 17 lukt de komedie overigens wel een aantal keer. Men heeft tijdens het schrijven van het plot aan meerdere lagen gedacht, wat de film voldoende cachet geeft om te blijven kijken. Zo is met name het verraadplot leuk gedaan, al heeft de oplettende kijker al snel door hoe een en ander zit.

Personages inkleuren
Ik moest bij het kijken van Stalag 17 nog aan een andere film denken, zich afspelend in een gevangenenkamp met een ontsnapping. Eén van de spannendste films die ik ooit zag, omdat het zo realistisch lijkt te gebeuren: Un condamné à mort s’est échappé ou Le vent souffle où il veut van Robert Bresson. Het grote verschil tussen deze twee films is dat in de film van Bresson jij het personage kan zijn, terwijl Wilder zijn personages al inkleurt. Stalag 17 doet dan ook af en toe aan als een toneelvoorstelling, met z’n beperkte decor. Hetgeen overigens niet zo gek is, want de film is gebaseerd op het gelijknamige toneelstuk van Doald Bevan en Edmund Trzcinski.

Billy WilderStalag 17 was in zijn tijd erg succesvol. Wilder werd genomineerd voor een Oscar met deze film en William Holden won de Oscar voor beste mannelijke hoofdrol. De film draait om twee vrienden die proberen te ontsnappen, betrapt worden en doodgeschoten. De overgeblevenen vermoeden dat er een spion in hun midden is en met de cynische opstelling van sergeant Sefton is er snel een verdachte aangewezen.

Sefton stelde voor te gaan gokken of de vrienden hun ontsnapping zouden overleven en maakt veel winst met de uitkomst. Later is er een nieuwe gevangene, James Dunbar, die verdacht wordt van sabotage en daarvoor geëxecuteerd zal gaan worden. Men beraamt een nieuwe ontsnappingspoging voor om Dunbar uit handen van de SS te houden. Sefton is inmiddels bezig te onderzoeken wie wél de spion is.

Onbevredigend
Stalag 17, een afkorting van Stammlager, is een gevangenenkamp voor geallieerde piloten die boven Duits (bezet) grondgebied zijn neergeschoten. De condities waarin de gevangenen werden gehouden zijn vergeleken met veel andere kampen tijdens nazi-Duitsland, best wel oké. Al wordt over die situatie in deze film weinig bekend. Het kan overal zijn, zo gelijkmatig zijn de dagen en het gemoed van de personages. Dichtbij de barakken van de veelal Amerikaanse piloten is een barak vol Russische vrouwen, wat ruimte geeft voor wat vooroordelen over ‘die knappe Russinnen’ en de ‘foute communisten’ toch nog als lustobject enigszins positief in een Amerikaanse film kan passen.

Stalag 17

Dat de film uiteindelijk toch wel lekker wegkijkt, heeft ongetwijfeld te maken met enerzijds het vakmanschap van Wilder en anderzijds de goede plotuiteenzetting. Het zat blijkbaar al vroeg in het DNA van Hollywood dat films Amerikaanse helden en slimheid kennen en dat ze nauwelijks zwaar op de hand zijn. Zeker niet wanneer er prijzen gewonnen moeten worden of het commerciële succes de boventoon voert.

Het zwakt deze film voor mij af, doch past het in de lijn van ‘kampfilms’, van Amerikaanse makelij, die ik zag. Films vol historische onjuistheden en sprankjes hoop, hetgeen gedrochten als The Grey Zone en The Boy in the Striped Pyamas oplevert. Als Benigni zijn gedrocht niet gemaakt had, had ik kunnen zeggen dat Europeanen toch beter in dit genre zijn. Benigni is de uitzondering op die regel.
 

30 juli 2018

 

Deze film draait binnenkort o.a. in EYE Amsterdam. 

 

MEER BILLY WILDER

Atelier, L’

****

recensie L’Atelier

Een confronterend document

door Sjoerd van Wijk

L’Atelier is een beklemmende documentatie van modern onbehagen. Ze fascineert door met een begripvolle onbevangenheid diep in de karakters te graven. 

In de aan lager wal geraakte Zuid-Franse havenstad La Ciotat houdt schrijfster Olivia een workshop met zeven jongeren. Ze schrijven gezamenlijk een roman die zich afspeelt in La Ciotat zelf. Terwijl de groep gaandeweg overeenstemming bereikt over het onderwerp, een criminele thriller, valt Antoine op. Hij zet zich tegen alles en iedereen af, wat regelmatig tot ruzie leidt. En zijn proeftekst voor de roman lijkt iets te veel te sympathiseren met een koelbloedige massamoordenaar. In zijn vrije tijd dweept hij dan ook met fascistische ideeën en geweld. Olivia raakt geïntrigeerd en wilt zijn drijfveren weten. Op zijn beurt koestert Antoine een fascinatie voor zijn lerares. Er ontstaat een spanningsveld dat bol staat van de onverwachte wendingen. 

L’Atelier

Zware brainstorm
De workshopsessies worden zorgvuldig opgeladen. Deze intieme scènes blijven dicht op de huid de  discussies volgen, waardoor de omslag in spanning als Antoine provoceert heftig overkomt. Regisseur Laurent Cantet geeft de acteurs volledig de ruimte om hun karakters uit te bouwen. Een groot aantal momenten komt dan ook voort uit improvisatie met de acteurs.

Dit vertrouwen betaalt zich uit, aangezien de gehele groep vol overgave de brainstorm naar windkracht tien weet op te voeren. Gecombineerd met de naturalistische dialogen voelt de workshop als echt, met de kijker als getuige. Dikwijls snijdt de film abrupt af in overgangen. Deze kiene montage zorgt ervoor dat de impact van de verbale (en soms fysieke) intensiteit lang na blijft zinderen. 

Politieke urgentie
Het plotsklaps veranderen van onderwerp voorziet de interacties bij de workshop van een sociale context. Zo zijn er amateurbeelden van de oude haven en fragmenten van Antoine’s favoriete videogames, waaronder het desolate The Witcher 3: Wild Hunt. Regisseur Cantet weet zo met zijn coscenarist Robin Campillo (120 BPM) de confronterende interacties breder te trekken zonder expliciet stelling te nemen. Dit sociale engagement komt ook terug in hun eerdere werk, zoals het heftige schoolklasdrama Entre les murs (2008). Ze tonen Antoine’s leven in alle facetten zonder opgeheven vinger. Het uitgangspunt is te begrijpen wat hem drijft. Dit geeft L’Atelier een uitermate belangrijke politieke urgentie. 

Antoine’s gevoelswereld doet namelijk sterk denken aan de Alt-right, een fascistische internetsubcultuur ontstaan op het forum 4chan. Deze stroming propageert een masculien recht van de sterkste. Net als Antoine zijn het jonge mannen die geen plaats in de wereld kunnen vinden en dit op het internet omzetten in een nihilistisch dedain.

De onderliggende destructieve houding heeft figuren als Donald Trump aan de macht geholpen. Trump is niet door hen gekozen ondanks zijn incompetentie, maar dankzij. Om de wereld te zien branden. De oplossing, zoals L’Atelier wil zeggen met een hoopvolle epiloog, is begrip te tonen zonder belerend te zijn. Een relevante boodschap nu er grote stappen naar een rechtvaardigere en milieuvriendelijkere wereld moeten worden genomen. 

L’Atelier

Vergeven gebreken
Het begrip tussen de uitzichtloze jongere Antoine en de verheven schrijfster Olivia komt niet zonder slag of stoot. Matthieu Lucci (Antoine) en Marina Foïs (Olivia) zetten met overtuiging een complexe wisselwerking tussen de twee tegenpolen neer. Elke scène tussen de twee broeit met tal van subtiele onderlagen.

Waar Cantet en Campillo meerdere keren met het scenario voor de bekende weg kunnen gaan om beiden nader tot elkaar te laten komen, kiezen zij steevast voor een onverwachte, maar achteraf begrijpelijke wending. Dit maakt L’Atelier tot een diep humane film met een beklemmende confrontatie die lang rond blijft spoken. De drijfveren van zowel Antoine als Olivia liggen verscholen en zullen zich alleen prijsgeven door kritische introspectie van de kijker. Hierbij fascineert met name Lucci als Antoine. Het is lovenswaardig om een karakter met meerdere weerzinwekkende trekjes zo sympathiek over te laten komen. Zijn gebreken zijn te vergeven doordat bij Antoine altijd de menselijkheid op de loer ligt. L’Atelier start daarom een belangrijke dialoog met frisse onbevangen blik.
 

29 juli 2018

 
MEER RECENSIES

Private life of Sherlock Holmes, The

The Private Life of Sherlock Holmes

Speurneus onder de loep

door George Vermij

The Private Life of Sherlock Holmes lijkt op het eerste gezicht een buitenbeentje in Billy Wilders oeuvre. De film deed het ook niet goed in de bioscoop en werd lauwtjes onthaald door critici.

Die ontvangst kan misschien verklaard worden door veranderingen in de smaak van het filmpubliek. De film ging eind jaren 60 in productie als een episch portret van ‘s werelds beroemdste detective. In eerste instantie zou het een musical worden met Peter O’Toole in de hoofdrol, maar dat idee ontwikkelde zich geleidelijk tot iets heel anders. Zo nam theateracteur Robert Stevens het stokje over van O’Toole. De film zou zich richten op Holmes’ studententijd en daarna gaan over een zaak die hij als professionele speurneus op zich neemt.

The Private life of Sherlock Holmes

Wegvallen van illusies en oude waarden
Het eindresultaat is met zijn twee uur, maar een deel van een film die eigenlijk langer had moeten zijn. In 1970 was de aandacht van de bioscoopbezoeker al verschoven naar meer eigentijdse films. The Private Life of Sherlock Holmes was toen al verouderd in vergelijking met al die nieuwe hippe titels die inspeelden op een jonger publiek. Een lot dat David Leane’s epische Ryan’s Daughter ook was beschoren. Maar verouderd is maar een relatief begrip en het is nou net dat element dat de film vandaag de dag juist zijn charme en uiteindelijk zijn bittere kracht geeft. The Private Life of Sherlock Holmes gaat over het wegvallen van illusies en oude waarden en dat in een Engeland dat een nieuwe eeuw tegemoet gaat.

De openingsscène vindt plaats als Holmes en Watson al lang tot stof zijn wedergekeerd. In een statige bank wordt een kluis geopend. Vervolgens worden wat objecten afgestoft: een deerstalker hoed, een viool en een grote loep. Het zijn herkenbare rekwisieten die iedereen associeert met Arthur Conan Doyle’s held. Maar wat doet die mysterieuze injectiespuit bij al die spullen? En hoe zit het nou met dat grote manuscript? Het blijkt een tekst die Holmes’ trouwe metgezel John H. Watson met veel zorg heeft geschreven. Het is een verslag van een pijnlijke zaak die de smetteloze reputatie van de privédetective in een heel ander daglicht zet.

Billy WilderOntleding van de mythe
En zo gaan we naar een mistig Londen in het fin de siècle. Holmes en Watson komen net thuis na een van hun avonturen. De meesterdetective is echter niet blij met Watsons stukken over hem die geregeld verschijnen in The Strand Magazine. Moet hij nu steeds met die belachelijke hoed rondlopen omdat lezers dat verwachten? En hij kan wel vioolspelen, maar hij zit niet te wachten op uitnodigingen van orkesten. Zo goed is hij ook weer niet. Het is een mooie ontleding van de mythe die de man overschaduwt.

De scène speelt ook met de ontwikkelingen die de fictieve figuur in het echt heeft meegemaakt. Zo is er nog steeds discussie over de deerstalker hoed die wordt gezien als een handelsmerk, maar in de boeken alleen vluchtig voorbijkomt. En zo is het vaak aangehaalde citaat ‘Elementary, my dear Watson.’ niet in Doyle’s teksten terug te vinden. Iedereen die zich waagt aan een nieuwe bewerking van deze fictieve figuur lijkt er elementen aan toe te voegen. Die worden stapsgewijs een onmiskenbaar deel van de fictieve persoon.

Wrang staartje
Billy Wilders’ film gaat over deze discrepantie tussen verwachting en werkelijkheid aan de hand van een zaak die onschuldig begint, maar een wrang staartje krijgt. De eerste akte start nog komisch in de beste dubbelzinnige Wilder-traditie. Holmes wordt door een gerenommeerde Russische ballerina gevraagd om als zaaddonor te dienen. Hij is nu eenmaal een begeerde vrijgezel wegens zijn uitmuntende reputatie. Daar kunnen toch alleen maar briljante kinderen uit voortkomen? Toch moet hij de ietwat verlopen Russische dame teleurstellen.

The Private life of Sherlock Holmes

Robert Stevens is perfect als de gevatte Holmes die vliegensvlug op het idee komt om maar subtiel te hinten dat hij homoseksueel is. ‘Ach net als Tsjaikovski!’, zegt een teleurgestelde koppelaar. Helaas wordt Watson (een uitstekende Colin Blakely) ook betrokken bij deze leugen. En dat terwijl hij enthousiast aan het flirten is met kokette danseressen.

Van deze grappige misverstanden en decepties komen wij plotseling bij een mysterieuze vrouw die uit de Thames is gevist. Ze wordt voor Holmes’ huis gedropt omdat zij zijn adres bij zich heeft. Deze buitenlandse dame is door het ongeluk haar geheugen tijdelijk kwijt geraakt. Holmes is duidelijk gefascineerd door deze elegante verschijning die uit België blijkt te komen. Haar man is vermist en ze heeft Holmes’ hulp nodig om hem terug te vinden. Het begin van een grote speurtocht waar dwergen, Schotse kastelen, het monster van Loch Ness en geheimzinnige voertuigen de revue passeren.

Complexe relatie met vrouwen
Het knappe van de film is dat dit wilde avontuur gecombineerd wordt met een intiem portret van Holmes. Zo wordt zijn complexe relatie met vrouwen gaandeweg blootgelegd door subtiele openbaringen. Holmes klaagt over hoe Watson hem in zijn verhalen portretteert als een misogyne man. Hij is geen vrouwenhater, hij vertrouwt ze gewoon niet.

In een ongebruikelijke ontboezeming aan de Belgische Gabrielle vertelt Holmes waar zijn wantrouwen vandaan komt. Een verloofde stelde hem teleur op het moment dat ze in het huwelijksbootje zouden stappen. Typisch onderkoeld en met een vleugje ironie zegt Holmes dat ze stierf door een ziekte. Kortom, je kunt niet op ze rekenen die vrouwen.

Stevens heeft de juiste toon te pakken om deze schijnbaar emotieloze gentleman gevoelens mee te geven. Het zijn ook die onderdrukte emoties die zorgen voor de verrassende ontknoping van het verhaal. Ondanks zijn perfectionisme heeft de speurder ook zijn kwetsbare kanten. Zijn talenten om alles tot in de puntjes uit te zoeken kunnen ook gemanipuleerd worden. Gabrielle is daarbij de spil. Misschien niet zo gek dat Wilder die in zijn films noirs de femme fatale ruimte gaf, hier ook gebruik maakt van die figuur.

The Private life of Sherlock Holmes

Melancholiek
Anders dan die fatalistische films noirs is The Private Life of Sherlock Holmes  meer een melancholieke film. Het draait om een man die zijn talenten gebruikt zodat hij kan vluchten van de realisatie dat hij te bang is om iemand echt lief te hebben. Zijn bescheiden verslaving aan verdovende middelen vloeit daar ook uit voort. Stevens heeft aan wat kleine gebaren genoeg om dit geloofwaardig over te brengen. Zijn teksten zijn ook heerlijk vooral als hij iemand scherp van repliek voorziet zoals zijn sluwe broer Mycroft, een prima gecaste Christopher Lee.

Het is jammer dat de film in zijn tijd geen groot publiek kon vinden. Toch is de waardering voor de film door de jaren gegroeid. Criticus Kim Newman vindt het nog steeds de beste Sherlock Holmes-verfilming. Steven Moffat en Mark Gattis gaven ook toe dat zij zich door de film lieten inspireren toen ze het scenario van een eigentijdse versie van de detective schreven. Die BBC-serie met Benedict Cumberbatch als Holmes werd een groot succes. Naar mijn mening is deze film toch beter en verplichte kost voor iedereen die zijn hart heeft verloren aan deze knappe kop wonende op 221b Baker Street.
 

28 juli 2018

 

MEER BILLY WILDER
 
 
MEER ESSAYS

Love in the Afternoon

Love in the Afternoon heeft de ‘Lubitsch touch’

Het mysterieuze meisje en de rokkenjager

door Nanda Aris

Billy Wilder maakte met Love in the Afternoon in 1957 zijn tweede romantische comedy met Audrey Hepburn. Ze speelt de dochter van een detective. Ze besluit de rokkenjager die neergeschoten zal worden door een jaloerse echtgenoot, te helpen. 

Love in the Afternoon is niet verworden tot een van Wilders bekendste films, maar het is interessant werk om te bekijken, vanwege de invloed van regisseur Ernst Lubitsch.

Love in the Afternoon

Lubitsch
Dat Billy Wilder een fan was van Ernst Lubitsch, was duidelijk. In het kantoor van Wilder hing een bordje met: ‘How would Lubitsch do it?’ Wanneer Wilder – zowel schrijver als regisseur – er niet uitkwam, probeerde hij zich altijd voor te stellen hoe Lubitsch het gedaan zou hebben. De ‘Lubitsch touch’ inspireerde Wilder, waarover later meer.

In 1939 werkten Lubitsch en Wilder samen aan de film Ninotchka; Wilder schreef het scenario, en Lubitsch regisseerde. Een jaar daarvoor maakte Lubitsch de film Bluebeard’s Eighth Wife, die de inspiratie voor Wilder’s Love in the Afternoon vormde. Beide regisseurs waren joods en kwamen oorspronkelijk niet uit Hollywood. Lubitsch was van Duitse komaf, en Wilder van Oostenrijkse, maar woonde een tijd in Berlijn en Parijs, totdat Hitler in 1933 aan de macht kwam, waarna hij vluchtte naar Amerika. In de films van Lubitsch en Wilder zijn vaak Europese invloeden aanwezig.

Parisienne
Zo is Love in the Afternoon gesitueerd in Parijs, en geen betere actrice dan Audrey Hepburn toentertijd om een Parisienne te spelen. Een aantal jaren ervoor speelde Hepburn in de film Sabrina (1954) van Wilder een jonge vrouw die naar Parijs vertrekt, en bij terugkomst een ontwikkelde vrouw is geworden.

Billy WilderHepburn werd geboren in België, haar vader was een Brit en haar moeder Nederlandse. Haar gracieuze verschijning en de kleding die ze droeg, zorgden ervoor dat ze niet alleen een bekend actrice zou worden, maar ook een stijlicoon. Amerika genoot van de stijlvolle, moderne en kosmopolitische Europese sfeer die zowel Lubitsch als later Wilder neer wisten te zetten. Het zijn ook kenmerken die de ‘Lubitsch touch’ typeren: elegantie en stijl. “I’ve been to Paris, France, and I’ve been to Paris, Paramount”, zo zei Lubitsch ooit. “Paris, Paramount, is better.” Paris, Paramount had hij zelf zo’n beetje uitgevonden; het bevestigt de erkenning van zijn rol als culturele vertaler.

Deuren
Love in the Afternoon vertelt het verhaal van detective Claude Chavasse (Maurice Chevalier, ook een bekende in films van Lubitsch), die zijn cliënt vertelt dat hij diens vrouw inderdaad gezien heeft met rokkenjager Frank Flannagan (Gary Cooper, o.a. Bluebeard’s Eighth Wife). Eigenlijk zou Cooper te oud zijn om Hepburns tegenspeler te zijn – hij was 56 – maar Wilder loste dat op door een film noir-schaduw op zijn gezicht te laten vallen.

De bedrogen echtgenoot kookt van woede, besluit zijn vrouw op heterdaad te betrappen en Flannagan neer te schieten. Dat zou moeten gebeuren in de Ritz. Een prachtige locatie, omdat er zowel ín de hotelkamer als op de gang gefilmd kon worden. Die suspense – iets suggereren, iets niet direct vertellen of laten zien; door het tonen of niet tonen van het één het andere suggereren – is nog zo’n kenmerk van de ‘Lubitsch touch’. De hoteldeur is gesloten, de musici die speelden in de kamer, verlaten de kamer, en we zien het beeld van een gesloten deur. We weten dat er achter die deur een stel samen is.

De deur functioneert op meerdere momenten de scheiding van wat zich binnen en buiten afspeelt. Zo ook bij de detective thuis, als scheiding tussen de woonkamer en de slaapkamer. Op die manier hoort Ariane Chavasse (Audrey Hepburn), de dochter van de detective, van de plannen van de bedrogen echtgenoot, en besluit ze mr. Flannagan te helpen. Flannagan is gecharmeerd van de mysterieuze Ariane, en valt voor haar.

Love in the Afternoon

Muziek
De ‘Lubitsch touch’ spitst zich ook toe op het gebruik van muziek. In dit geval spelen de musici die Flannagan laat optreden in zijn kamer oneindig vaak Fascination van Fermo Dante Marchetti (1905) – en als zij het niet spelen, neuriet Ariane het deuntje wel.

In de volgende scène combineert Wilder het element muziek met de laatste te benoemen ‘Lubitsch touch’: humor. We zien Flannagan in zijn hotelkamer waar hij luistert naar de opname die Ariane voor hem heeft gemaakt. Ze bespreekt welke ‘items’ ze allemaal heeft gehad: de bankier uit Brussel, de chauffeur van de bankier, enz. Flannagan drinkt flink door, hij geeft niet graag toe dat de opname hem iets doet. De orkestleden spelen in hetzelfde tempo door en krijgen van Flannagan een tafel met drankglazen toegeschoven. En na het drankgelag sommeert hij de gipsy’s zelfs om mee gaan naar de sauna waar ze vrolijk, maar zwetend, verder musiceren.

Ondanks dat Love in the Afternoon niet Wilders belangrijkste werk is, is het een interessante film. Om de vergelijking met Ernst Lubitsch te kunnen maken, maar zeker ook omdat Audrey Hepburn de show steelt als de jonge charmante, elegante en soms aandoenlijke Ariane.
 

24 juli 2018

 

Kijk hier wanneer deze film nog draait in EYE Amsterdam.

 

MEER BILLY WILDER

Man Who Killed Don Quixote, The

***

recensie The Man Who Killed Don Quixote

Dol en dwaas in La Mancha

door Sjoerd van Wijk

In deze kille tijden is de doldwaze koortsdroom van The Man Who Killed Don Quixote een welkome remedie. Het passieproject van 25 jaar in de maak doet echter te veel aan navelstaarderij en mist de warmte van Cervantes’ opus Don Quixote, waarop het is gebaseerd.

Toen Don Quixote leefde was het ridderschap al uitgestorven, laat staan in onze tijd. Hoffelijkheid is ver te zoeken in het publieke discours. Zo ook op de filmset van Toby (Adam Driver), een regisseur van advertenties. Gepokt en gemazeld door de marketingwereld lijkt elke vorm van fantasierijke geestdrift uit hem gewrongen. Hij snauwt bevelen in het rond en is alleen nog maar met zichzelf bezig.

Tijdens de moeizame productie van een reclamespot in Spanje ontdekt hij dat hij in de buurt is waar hij ooit zijn afstudeerfilm over Don Quixote opnam. Bij terugkeer naar dit dorp waar hij als nog jonge maker durfde te dromen, ontmoet hij zijn oude hoofdrolspeler (Jonathan Pryce), die is doorgedraaid en denkt dat hij Don Quixote is. Toby wordt door hem aangezien voor zijn schildknaap Sancho Panza. De twee beleven burleske avonturen zoals het boek van Cervantes, waarbij Toby steeds meer het verschil tussen droom en realiteit uit het oog verliest.

The Man Who Killed Don Quixote

Avontuurlijk absurdisme
The Man Who Killed Don Quixote volgt de persoonlijke ontwikkeling van Toby nauwgezet in zijn stijl. Hoe langer de film doorgaat, hoe grootser en fantastischer de avonturen worden. Waar in het begin de gekte vooral van ‘Don Quixote’ afstamt, wordt de film zelf een waanvoorstelling naarmate Toby meer gaat fantaseren. Dit surrealistische karakter, waar droom en werkelijkheid samensmelten, komt voort uit het verheven absurdisme van regisseur Terry Gilliam. De vliegende, ronddolende camera vangt beelden van dermate overdaad dat de realiteit vanzelf een hallucinatie wordt.

Het doet sterk denken aan Gilliam’s eerdere werk Fear and Loathing in Las Vegas, waar de vreemde taferelen ook door elkaar zweven in een waas. Niet geheel verrassend schreef Gilliam met frequente coscenarist Tony Grisoni dan ook het scenario voor beide films. En de ijlende beeldtaal, gecreëerd door cinematograaf Nicola Pecorini en editor Lesley Walker, is ook in die film te bewonderen.

Hedendaagse herinterpretatie
Het verhaal rond de productie van de film is berucht (en deels naverteld in de documentaire Lost in La Mancha). Terry Gilliam kon het financieel niet bolwerken begin jaren ‘90. Een tweede poging ging in 2000 in productie, maar werd geplaagd door tegenslagen, van een stortvloed die apparatuur verwoestte tot hoofdrolspeler Jean Rochefort die met een hernia afgevoerd moest worden. Een aantal jaar later overleed acteur John Hurt, die was gecast bij weer een poging. Zelfs tot aan de uiteindelijke release dit jaar waren er nog gerechtelijke problemen met een rancuneuze producent. Dat Gilliam het al die tijd heeft weten vol te houden, verdient dan ook bewondering. Zelf vergelijkt hij zijn trouw aan de film met Sancho Panza’s trouw aan Don Quixote. De passie voor dit project is dan ook voelbaar.

De liefde van Gilliam voor Don Quixote’s avonturen spreekt daarbij juist door het boek te laten voor wat het is. Toby’s hallucinaties zijn tactvolle citaten uit Cervantes’ meesterwerk, die door deze te plaatsen in onze huidige tijd een nieuwe dimensie krijgen. De windmolens kunnen hierbij niet ontbreken, maar orden wonderlijk subtiel afgezet tegen Toby’s filmset, waar windturbines op de achtergrond de heuveltop bevolken. Romantische hoffelijkheid versus cynische moderniteit.

The Man Who Killed Don Quixote

Toch had The Man Who Killed Don Quixote enige mate van terughoudendheid kunnen gebruiken. Gilliam weet wellicht zijn stokpaardjes in het gareel te houden wat betreft het boek, maar dit geldt niet voor alle andere zaken. De absurde taferelen zijn dermate hoogdravend dat de film erg in zichzelf gekeerd wordt. En de focus ligt sterk op Toby’s artistieke ontwikkeling, wat een te grote breuk met het bronmateriaal vormt. Met het accent op de veelal nare Toby treedt de excellerende Jonathan Pryce als de tragikomische, romantische Don Quixote op de achtergrond, wat voelt als een gemis.

Koude karakters
De breuk blijkt ook uit de verschillende karakters die deze hedendaagse herinterpretatie van het oude maar springlevende epos bevolken. Een aantal van hen weet niet te overtuigen. Zo is er het jonge meisje Angelica (Joana Ribeiro) die geïnspireerd door de jonge Toby een mislukte acteercarrière achterna joeg. Haar motivaties rondom Toby en haar escort werkzaamheden zijn dubieus. Maar belangrijker is dat de extravagante branie van de avonturen vermindert door de cynische kilheid die uit de meeste figuren spreekt. Ondanks dat Adam Driver voor deze rol zijn volledige reikwijdte als acteur kan gebruiken, van vreemde hufter (zoals in de serie Girls) tot aandoenlijke dromer (zoals in Paterson), blijven de andere acteurs achter.

Waar in Cervantes’ boek de emotionele diepgang komt door de warmte waarmee de karakters met elkaar omgaan, heeft iedereen in The Man Who Killed Don Quixote een koude uitstraling en berekenende houding. Met name de kwaadaardige Russische maffiabaas valt uit de toon. Het had de film gesierd om de gloedvolle menselijkheid van Cervantes te behouden en te vertalen naar onze tijd. Nu valt niet aan een gevoel van teleurstelling te ontsnappen, als je bedenkt dat Gilliam er 25 jaar over heeft gedaan.
 

23 juli 2018

 
MEER RECENSIES

Road to Mandalay, The

***

recensie The Road to Mandalay

Leven tussen hoop en vrees

door Rob Comans

Het lot van illegale immigranten is de afgelopen jaren nauwelijks uit de media verdwenen, met de exodus als gevolg van de burgeroorlog in Syrië als voorlopig ‘hoogtepunt’. Verhalen over mensen uit Noord-Afrika, Azië, Oost-Europa en Midden-Amerika die oorlog of economische malaise in hun thuisland ontvluchten om elders een beter bestaan op te bouwen.

Zij trotseren grote gevaren en gaan een onzekere toekomst tegemoet. De dood is altijd dichtbij en de droom van een beter leven loopt steeds vaker stuk op repressief anti-immigratiebeleid. The Road to Mandalay (2016) van regisseur Midi Z sluit aan bij deze actualiteit door het tonen van de lotgevallen van twee illegale immigranten uit Myanmar (voormalig Birma) die in Thailand hun dromen willen realiseren.

The Road to Mandalay

Illegaal
Lianqing (Ke-Xi Wu) en Guo (Kai Ko) leren elkaar kennen als zij illegaal Bangkok worden binnengesmokkeld. Vanaf het begin probeert Guo Lianqing te behagen: hij biedt haar zijn dure zitplaats aan in de auto van de mensensmokkelaars, en neemt zelf genoegen met een oncomfortabele ligplaats in de achterbak. Vervolgens helpt Guo Lianqing voortdurend aan voedsel, onderdak, geld en werkcontacten. Lianqing accepteert zijn vriendelijkheid, maar blijft afstandelijk. Zonder identiteitspapieren en werkvergunning zijn beide twintigers veroordeeld tot afmattend, geestdodend en gevaarlijk werk, een lot dat de pragmatische, minder ambitieuze Guo gelaten accepteert. Lianqing daarentegen blijft werken aan het verkrijgen van de juiste documenten om kans te maken op een betere baan in Thailand, en op de lange termijn in Taiwan.

Maar corruptie, bedrog en bureaucratie blijken een frustrerende, onontkoombare realiteit, evenals het gevaar van arrestatie en deportatie. Hoezeer Jianqing ook haar best doet, ze kan maar niet ontsnappen aan de armoede en uitzichtloosheid die ze in Myanmar wilde achterlaten. Vandaar de titel van de film: Mandalay is een stad in Myanmar, waarnaar de symbolische weg voortdurend terugvoert. Desondanks volhardt de jonge vrouw in het verbeteren van haar situatie, terwijl Guo de alledaagse teleurstellingen ontvlucht met drugs. Wanneer Lianqing uiteindelijk haar ID-papieren krijgt is de broze verstandhouding tussen haar en Guo, die droomt van een leven samen met Lianqing, gedoemd te eindigen.

Kalme verteltrant
De in Birma geboren regisseur en scenarist Midi Z volgde zijn filmopleiding in Taiwan en maakt sindsdien films (o.a. Poor Folk (2012), Ice Poison (2014), City of Jade (2016)) die de situatie in zijn thuisland kritisch volgen. In The Road to Mandalay hanteert Midi Z een kalme, bedaarde verteltrant. Samen met cinematograaf Tom Fan vangt hij de belevenissen van Guo en Jianqing in lange scènes en statische shots, met slechts sporadisch gebruik van close ups. Ondanks de afstandelijkheid van de beelden (of juist daardoor?) beklijft The Road to Mandalay op emotioneel niveau, en blijft zodoende lang in het geheugen en op het netvlies hangen.

Sommige momenten springen eruit: wanneer Guo en Jianqing een slaapplaats delen en Guo’s vingers aarzelend zoeken naar een aanraking; Guo die teder een geschonken kettinkje om Jianqing’s hals drapeert; Jianqing die huilend achterop Guo’s scooter een nieuwe teleurstelling verbijt. En dan is er ook nog een vervreemdende scène waarin Jianqing, gezwicht voor de financiële verleiding van prostitutie, belaagd wordt door een varaan, een symbool van mannelijke seksuele agressie waaraan de jonge vrouw zich walgend overgeeft.

The Road to Mandalay

Inhoudelijk is The Road to Mandalay verwant aan In This World (2002), Dirty Pretty Things (2002), La promesse (1996), Le silence de Lorna (2008) en L’envahisseur (2011), films waarin de makers eveneens de marginale status en onzekere toekomst van illegale immigranten op indringende wijze onder de aandacht brengen. Niet toevallig zijn La promesse en Le silence de Lorna geregisseerd door de gebroeders Dardenne, filmmakers bij wiens oeuvre Midi Z’s tiende speelfilm zowel thematisch als stilistisch aansluit.

In de traditie van Robert Bresson, humanist en minimalist van de Nouvelle Vague, maken de Dardennes en Midi Z bedrieglijk ‘kale’ films met een grote emotionele impact, vaak handelend over maatschappelijk uitgerangeerde individuen. Zo ook The Road to Mandalay, waarin Midi Z zijn camera richt op Jianqing en Guo, jonge mensen in een harde, hebzuchtige, moreel complexe wereld. En registreert hoe zij in het bestaan van alledag overeind proberen te blijven, levend tussen hoop en vrees.   
 

22 juli 2018

 
MEER RECENSIES

 

Lees ook ‘de 10 beste immigrantendrama’s van deze eeuw’