Sign ‘o’ the Times

*****

recensie Sign ‘o’ the Times

Reus van vijf turven piekt

door Alfred Bos

Op 20 november is het op de dag af dertig jaar geleden dat Sign ‘o’ the Times, de concertfilm van Prince, in Nederland in première ging. De beelden waren een jaar daarvoor geschoten in de Ahoy’ te Rotterdam. Alfred Bos was er bij.

Wat kon Prince níet? We herinneren hem vooral als muzikant van de buitencategorie, een talent waarop geen maat stond. We gedenken hem niet als regisseur. Natuurlijk, hij regisseerde een aantal van zijn videoclips en dat hij in 1984 doorbrak als superster was te danken aan Purple Rain (regie: Albert Magnoli), een speelfilm met spectaculaire concertbeelden. Maar de films onder zijn eigen regie waren na verschijning snel vergeten, als ze al werden opgemerkt.

Sign ‘o’ the Times

Under The Cherry Moon, nostalgische art deco-romantiek uit 1986? Afgefakkeld. Graffiti Bridge (1990), gepresenteerd als vervolg op Purple Rain? Huh??? Sign ‘o’ the Times, ’s mans concertfilm uit 1987? Lag als dvd te grabbel in de uitverkoopbakken. Tot vorig jaar de Boston Society of Film Critics de film herontdekte. Nu geldt Sign ‘o’ the Times als een van de beste concertfilms ooit gemaakt. In alle eerlijkheid, dat was het al toen de film in het najaar van 1988 in de Nederlandse bioscopen draaide.

Zwarte new wave
Toen het dubbelalbum Sign ‘o’ the Times in 1987 uitkwam was Prince, de gigant van vijf turven hoog, op zijn creatieve piek. De plaat was een monster, vier plaatkanten lang uitsluitend topnummers, geen vlekje te ontdekken. En die zestien tracks waren nog maar het topje van de ijsberg. De platenmaatschappij weigerde om ieder kwartaal een nieuw Prince-album uit te brengen en had de artiest uit het hoofd gepraat om zijn fans te belasten met een drie(!)dubbelalbum. De twee schijven waren een compromis. De rest verdween in de legendarisch geworden PrinceVault, een schatkamer met onuitgebracht materiaal.

Niet alleen de inspiratie stroomde uitbundig, Prince was vloeiend in zo ongeveer elk denkbare stijl. Op zijn platen uit de vroege jaren tachtig, die van vóór Purple Rain, was hij een erfgenaam van funkmeisters als James Brown, George Clinton en Sly Stone die het new wave-geluid uit Engeland had opgezogen. Een krankzinnige mix van invloeden, een rariteit in feite en de reden dat het grote publiek geen directe klik had met Prince. Zwarte new wave? Te buitenissig, te apart. Bij zijn eerste optreden in Nederland, op 21 mei 1981 in Paradiso, waren amper tweehonderd bezoekers.

Sign ‘o’ the Times

Zijn grote doorbraakhit, When Doves Cry, schalde in de zomer van 1984 uit talloze luidsprekers. Maar als hit lapt het een oerwet aan de laars: een dansnummer zonder baspartij! Typisch Prince. En scherp gehoord van de man. Niemand zou in de eindmix de fader van de baspartij naar beneden hebben getrokken. Maar de afwezigheid van de bas – de link tussen beat en melodie, en de bron van harmonie – geeft When Doves Cry niet alleen een uniek geluid, het creëert ook ruimte. En muziek draait om ruimte. Daar offerde Prince de harmonie graag aan op en hij had gelijk.

Zwart en perzik
Toen hij na het enorme succes van Purple Rain (twee nummer 1-hits, When Doves Cry en het titelnummer, in zijn thuisland Amerika; zeven weken op de bovenste plaats van de Nederlandse albumlijst) brede erkenning had gekregen, ging Prince in creatief opzicht helemaal los. Hij produceerde meer dan zijn platenmaatschappij kon uitbrengen en goochelde met stijlen. Pop, funk, psychedelica, wave—Prince kon het allemaal, moeiteloos en speels.

Bij zijn optreden van mei 1987 in het stadion van FC Utrecht waren zo’n dertigduizend man aanwezig. Prince had zijn fans opgeroepen zich te kleden in de kleuren zwart en perzik – de kleuren van het Sign ‘o’ the Times-album – en ze zwaaiden massaal met aanstekers toen hij The Cross vertolkte. Vijf weken later speelde Prince opnieuw in Nederland; op 28 juni stond hij in de Rotterdamse Ahoy’ hal, een betonnen tombe die in vergelijking met het voetbalstadion voelde als een intieme club. Ik heb in mijn leven enkele duizenden optredens gezien en gehoord, maar die middag (het was een middagconcert) met Prince in Ahoy’ was het beste.

Creatieve piek
Dat optreden vormde de basis van de concertfilm Sign ‘o’ the Times die nu door de filmcritici van Boston is herontdekt als meesterwerk. Prince was achteraf niet helemaal senang met het materiaal dat in Rotterdam door een Nederlandse ploeg was gedraaid en deed het onder optimaal gecontroleerde omstandigheden allemaal nog eens over in zijn Paisley Park-studio in Minneapolis. Die twee shoots zijn door elkaar gesneden tot de concertfilm. Ruwweg: we zien Ahoy’ en horen Paisley Park.

Sign ‘o’ the Times

In de film speelt Prince in een decor dat herinnert aan het hoesontwerp van Sign ‘o’ the Times elf nummers van het gelijknamige dubbelalbum, aangevuld met Now’s The Time van jazzlegende Charlie ‘Bird’ Parker. De videoclip van U Got The Look, met Sheena Easton als gastzangeres, is tussen de concertbeelden gemonteerd. De nummers worden aan elkaar gelast door West Side Story-achtige sketches met danseres Cat als wulpse tegenhanger van Prince. Het energieniveau is hoog, de muzikaliteit verbluffend.

Prince is altijd een talent van de buitencategorie gebleven, maar in 1987 viel alles samen: zijn creatieve top en zijn populariteitspiek. Hij was 29 jaar, in de kracht van zijn leven en in het zenith van zijn carrière, en kon alles wat zijn fantasierijke brein hem ingaf. Dat moet hij zelf ook hebben beseft. Waarom zou hij anders de Sign ‘o’ the Times-concerten hebben vastgelegd op film?


De digitaal gerestaureerde versie van Sign ‘o’ the Times is van zondag 20 tot en met zaterdag 26 november te zien in ruim
tachtig bioscopen.

Alfred Bos publiceerde in 1988 het boek Prince – De ‘muzikale’ biografie.
 

14 november 2017

 
MEER RECENSIES

Happy End

***

recensie Happy End

Pessimisme over de huidige tijd

door Yordan Coban

In Happy End brengt Michael Haneke eerder gebruikte elementen terug op het witte doek. Euthanasie, verborgen seksuele verlangens, ontmenselijking van media in een digitale wereld, onverschilligheid van de bourgeoisie tegenover vluchtelingen en ongelijkheid zijn allemaal thema’s die centraal staan in dit duistere familiedrama.

Het werk van de Oostenrijkse filmregisseur bevat altijd een diepgewortelde donkere Freudiaanse kant van het leven, loerend onder een kalm oppervlakte, wachtend om tot eruptie te komen. Happy End kent relatief weinig schokkende momenten zoals die wel terug te vinden zijn in Benny’s Video (1992), La Pianiste (2001), Caché (2005) en Amour (2012). De film draait wel om dezelfde tragiek maar alle gruwelijkheden gebeuren buiten beeld of op een niet schokkende manier. 

Happy End

Dehumanisatie van media
Happy End is een familiedrama over de familie Laurent waarin elk familielid serieuze persoonlijke problemen heeft. De film begint door de lens van de telefoon van dochter Eve (Fantine Harduin), die registreert hoe zij haar hamster tot sterven brengt met een dodelijke dosis antidepressiva. Hetgeen slechts een test was voordat ze ook haar moeder op dezelfde manier vermoordt. Eve is van nature een stil meisje met een groot kwaad in zich dat zich slechts door de lens van haar camera toont.

Het idee dat media ons ongevoelig maken en ons vermogen van empathie wegnemen is een idee waarmee Haneke meer speelt in zijn films. In Benny’s Video is duidelijk te zien hoe alle menselijkheid kan verdwijnen door de afstandelijke weergave op een scherm.

Ook heeft de overvloed aan stimulerende beelden in de media ons vermogen om geschokt te zijn verdoofd. Elke dag nieuwe beelden over Syrië en de vluchtelingencrisis doen ons vergeten van de werkelijke misères die daar achter schuilen. Een idee wat ook sterk uitgewerkt is in David Cronenberg’s Videodrome (1983).

Gedeeld universum
De rest van de familie bestaat uit Eve’s overspelige vader Thomas (Mathieu Kassovitz), zijn zakelijke prestige gedreven zus Anna (Isabelle Huppert), haar vriend Lawrence (Toby Jones) en haar verwende rebelse zoon Pierre (Franz Rogowski). Net zoals Zvyagintsev dit jaar in Loveless is Haneke pessimistisch over het huidige moderne leven. In zijn wereld zijn alle familieleden harteloos en onverdraagzaam. Internet heeft ons een kouder bestaan gegeven en social media dienen als een uitlaatklep van onze bijna dierlijke impulsen, zo stellen beide regisseurs.

Happy End

Over de films van Quentin Tarantino bestaan theorieën die een gedeeld universum voor zijn films suggereren. Dit zou ook waar kunnen zijn voor de films van Haneke. Hij koppelt de grootvader van het gezin George Laurent aan het personage George uit Amour door ze dezelfde geschiedenis te geven. Beide worden gespeeld door de eigenlijk gepensioneerde Jean-Louis Trintignant, hebben Isabelle Huppert als dochter en hebben hun vrouwen doen sterven nadat zij dement werden. Happy End zou als een tragisch vervolg op Amour beschouwd kunnen worden.

Haneke heeft in Happy End veel te zeggen maar zegt het niet half zo krachtig als hij in Caché, Amour en La Pianiste deed. Alle thema’s van zijn vorige films komen in Happy End bij elkaar, maar hij mist daardoor enige focus. Haneke lijkt net iets te veel op zijn bord te scheppen en laat de kijker zoals gebruikelijk met veel vragen en ruimte voor interpretatie achter.
 

14 november 2017

 
MEER RECENSIES

C’est la vie

***

recensie C’est la vie

Het leven is een feest

door Cor Oliemeulen

Kun je een grandioos succes als Intouchables evenaren? Het antwoord is nee. Toch is C’est la vie een zeer onderhoudende ensemblekomedie die opnieuw een groot publiek zal behagen.

De Franse komedie Intouchables (2012) trok in eigen land twintig miljoen bezoekers. De film –  gebaseerd op de autobiografie van een aristocraat, die grotendeels verlamd raakte bij een ongeluk en wordt verzorgd door een kansloze zwarte jongen uit de banlieu – werd ook in ons land een groot succes. Charme van het verhaal zijn de grote cultuurverschillen tussen de twee, maar juist door hun onorthodoxe omgang met elkaar ontstaat een heuse vriendschap, die op het witte doek aanstekelijk werkt. Het kleine beetje maatschappijkritiek tussen alle lol is in C’est la vie, de jongste film van het regisseurs- en schrijversduo Olivier Nakache en Éric Tolédano, nergens te bespeuren. Dat is ook niet de bedoeling, want een heerlijk avondje lachen staat voorop.

C'est la vie

Tempo
Nakache en Tolédano konden met hun vorige film Samba (opnieuw met de goedlachse Frans-Senegalese Omar Sy in de hoofdrol) hun grote triomf lang niet evenaren. Dus kozen de heren ditmaal voor een onvervalste ensemblekomedie, die qua tempo en elementen soms doet denken aan de screwball comedy uit de jaren 30 en 40 van de vorige eeuw. Je zet een aantal grappige typetjes (gespeeld door in eigen land bekende komische acteurs) in een ruimte, verzint een aardige premisse met een conflict, en de applausmachine begint vanzelf te lopen. Het decor van alle verwikkelingen is een zeventiende-eeuws kasteel waar het cateringbedrijf van de ervaren rot in het vak, Max (Jean-Pierre Bacri), een grote bruiloft organiseert. We volgen hem en zijn medewerkers tijdens alle voorbereidingen en de festiviteiten.

De casting en interactie zijn prima, de Franse humor is universeel, maar aan de nodige voorspelbaarheid valt in een dergelijke formule niet te ontkomen. In het eerste deel van de film maken we kennis met de bedienden, de koks en de afwassers, met de fotograaf en zijn hulpje, de zanger van de band die het liefst zijn zelfgekozen repertoire zingt en een regelnicht die aanvankelijk met de helft van het personeel in de clinch ligt, terwijl Max zelf zowel de regie als zijn vriendin probeert te behouden.

In het tweede deel, nadat Pierre en Helena elkaar hun jawoord hebben gegeven en met hun gasten het bruiloftsfeest gaan vieren, gaan alle registers open. De misverstanden, persoonsverwisselingen, woordspelingen, technische problemen en amoureuze situaties zijn niet van de lucht. En dan is er nog de dreiging van een boete voor de illegale werknemers die Max in dienst heeft.

C'est la vie

Inspiratie
Het idee voor C’est la vie ontstond volgens de makers tijdens de opnames van Samba, waarin de openingsscène zich afspeelt tussen keuken en dinerzaal. Met hun eigen vroegere ervaringen en anekdotes in de horeca wisten Nakache en Tolédano al direct dat je van dit gegeven alleen een hele film zou kunnen maken. Al schrijvende lieten zij zich graag inspireren door Garçon! (1983) van landgenoot Claude Sautet en de waanzinnige taferelen in de Argentijnse zwarte komedie Wild Tales (2014), waaraan C’est la vie niet kan tippen.

Dat neemt niet weg dat deze Franse komedie opnieuw de potentie heeft om een groot succes te worden. Al is het alleen maar door de rol van bruidegom Pierre, die zijn kersverse echtgenote wel eventjes op een moderne dans zal trakteren. Blijft van Intouchables vooral de als boom verklede operazanger in het theater op je netvlies gebrand, in C’est la vie wordt de kijker verrast met een origineel staaltje luchtacrobatiek dat onherroepelijk en meedogenloos op de lachspieren werkt. De filmmakers beheersen de timing van hun grappen.
 

10 november 2017

 
MEER RECENSIES

Square, The

****

recensie The Square

Vertrouwen is een kunstwerk

door Alfred Bos

Met twee en een half uur is de nieuwe film van de Zweedse regisseur Ruben Östlund tjokvol. Wellicht te vol, want zijn verhaal over de museumdirecteur die zijn telefoon kwijtraakt biedt voldoende gelegenheid om zijn punt te scoren.

Ruben Östlund is een provocateur, een beetje als Paul Verhoeven. De Zweedse regisseur doet niet aan politiek correct en laat zijn publiek ongemakkelijk in hun stoelen schuiven. In zijn vorige film, Turist, was een huisvader het middelpunt van morele vragen over zorgzaamheid en persoonlijke moed. Ook in zijn nieuwe, het met de Gouden Palm van het filmfestival in Cannes onderscheiden The Square, wordt het egoïsme van een vader getest. Het is een zwarte komedie met surrealistische trekjes.

The Square

Christian (Claes Bang) is directeur van het museum X-Royali dat het kunstwerk Mirrors & Piles of Gravel van de kunstenaar Gijoni exposeert. Hij en zijn team zijn druk met de voorbereiding van de komende tentoonstelling, The Square, van de kunstenares Lole Ariane. Dat betreft een vierkant, gemarkeerd in kasseien, waar iedereen dezelfde rechten en plichten heeft. We begrijpen: dat geldt in de moderne samenleving niet meer.

Dat gegeven grijpt Östlund aan om een reeks spottende grappen over het snobisme en de luchtfietserij van de kunstwereld te maken – zie de prietpraat over de tentoonstelling die wordt gepresenteerd als non-tentoonstelling – maar het werkelijke object van zijn venijn is de moraal van het individu in het welvarende westen. Christian denkt hoog over zichzelf, maar een mondig immigrantenjongetje zet hem op zijn plek.

Telefoon is identiteit
Voor het zover is moet de kijker door 150 minuten sociale satire laveren en tussen de geslaagde scènes – waarvan er één ronduit briljant is – zitten genoeg té lang gerekte conversaties en minder relevante zijpaden om de film met een half uur te trimmen zonder aan zeggingskracht in te boeten. Die zou in meer compacte vorm wellicht nog groter zijn.

The Square toont ons het leven van Christian. De museumdirecteur is gescheiden en deeltijdpapa voor zijn twee jonge dochters. Hij is zelfingenomen en ijdel, maar ook maatschappelijk bewogen. De belangrijkste verhaallijn draait rond zijn pogingen om zijn smartphone en portefeuille terug te krijgen, nadat die hem op ingenieuze wijze, door teamwork (!), zijn ontfutseld. Die telefoon, meer nog dan zijn portemonnee, is zijn identiteit, zijn zekerheid.

Daar doorheen weeft Östlund, die tevens tekende voor het script, de voorbereidingen van de expositie over het vierkant dat vertrouwen symboliseert. De regisseur neemt alle ruimte – en op sommige momenten helaas ook iets teveel tijd – om de blaaskakerij van de eigentijdse kunstwereld te persifleren. Als een journaliste, Anne (Elisabeth Moss), Christian vraagt zijn abstracte woorddiarree om te zetten in normale taal, valt hij stil.

Anne jaagt op Christian als seksobject en de verhaallijn over hun relatie is, hoewel goed voor een stuntelige bedscène en een geestige dialoog in het museum, in feite overbodig. Dat het Christian ontbreekt aan ruggengraat hadden we al begrepen uit de scènes waarin hij zich druk maakt om zijn verdwenen telefoon. Dat hij ook in de liefde passief-agressief is, voegt niets toe. Of heeft Östland die zijlijn nodig vanwege Anne’s huisdier, een chimpansee?

The Square

Universele moraal
Östlund neemt veel op de korrel. Mediahysterie, aangejaagd door zielloze (en feitelijk a-creatieve) marketing, veroorzaakt een schandaal dat de museumdirecteur in grotere problemen brengt dan zijn verloren telefoon. Slim weeft de regisseur de thematiek rond immigranten en zwervers als running gag door het verhaal; een zwerfvrouw bedelt met de tekst “Ik heb drie kinderen en diabetes.” Tolerantie strekt tot Tourette-patiënten die met schunnige praat openbare interviews verstoren, dat heet vrijheid van meningsuiting. Bejaarden staan te dansen op de beukende techno van Justice. Ook de muziekselectie zal geen toeval zijn.

Net als in Turist blijken Zweedse kinderen tirannieke monsters. Ook Christians tegenstrever, een jongetje met een niet-Scandinavische achtergrond, lijkt zich onuitstaanbaar te gedragen en staat haaks op de beschaving die Christian personifieert, maar hij heeft geen vierkant nodig om temidden van alle surrealistische gekte een universele moraal uit te dragen.

Dat alles is zeer vermakelijk en raakt enkele open zenuwen van het westerse consumptieparadijs. Östlunds bijtende humor staat haaks op de bloedige ernst waarmee de Fransman Bertrand Bonello in Nocturama de ontzielende werking van het kapitalisme schetst. Maar het absolute hoogtepunt van de film – en wellicht het filmjaar – is het galadiner waarop de zelfgenoegzame winnaars van de maatschappelijke rat race op onnavolgbare wijze een spiegel krijgen voorgehouden. De mens is een aap met smartphone, maar nog steeds een aap.
 

7 november 2017

 
MEER RECENSIES

Jupiter’s Moon

***

recensie Jupiter’s Moon

Ontaarde kunstmaan

door Ralph Evers

Met Jupiter’s Moon heeft de Hongaarse regisseur Kornél Mundruczó een eigenzinnig portret van de vluchtelingencrisis in Hongarije willen geven, waarbij hij het magische niet schuwt.

Hongarije is waarschijnlijk het meest vluchteling onvriendelijke land van Europa. Met een groot hek van prikkeldraad probeert de rechtse populistische regering de vluchtelingen buiten de landsgrenzen te houden. Niet alleen fysiek wordt een barrière opgeworpen, het draadstaal communiceert ook een ijzig koud ‘opsodemieteren’. De illusie dat muren de wanhopige mens buiten de deur houden.

Jupiter's Moon

Europa
Jupiter’s Moon opent met een groep Syrische vluchtelingen die hun heil in Europa zoeken. Vlak daarvoor is de verwijzing gemaakt naar één van de vier manen van Jupiter die reeds door Galilei zijn ontdekt. Er zou vermoedelijk leven op die ene maan van Jupiter kunnen voorkomen. De naam van die maan? Europa. Vanuit de Semitische etymologie zij opgemerkt dat Europa, afgeleid van erebu, zonsondergang betekent. Zo laat Jupiter’s Moon zich ook wel duiden, als een zonsondergang van de hoop voor hen die vanuit een oorlogssituatie op zoek gaan naar een beter bestaan en eindigen in de hel die Europa meer en meer voor hen wordt.

Aan activisme is in de Hongaarse filmwereld sowieso geen gebrek. Landgenoot Béla Tarr heeft eerder dit jaar in het Eye-filmmuseum op tastbare wijze vorm gegeven aan de onmenselijke houding jegens vluchtelingen in Hongarije. Mundruczó is zichtbaar beïnvloed door de films van zijn landgenoot, maar geeft er een geheel eigen draai aan. Hij behoort tot het groepje regisseurs in Hongarije (met o.a. Tarr, Fliegauf en Pálfi) dat voortdurend in staat blijkt de cinema te vernieuwen en de Hongaarse cinema tot een hoger plan te tillen. Zie bijvoorbeeld zijn eerdere film Fehér Isten (White God), waarin 250 wilde honden de show stelen of Johanna, waar de dialogen als een opera gezongen worden en een verpleegkundige een onalledaagse methode heeft om de zieken te genezen. Het heilige speelt vaker een rol in Mundruczó’s werk.

Beeldtaal
De kracht van Jupiter’s Moon zit hem niet eens zozeer in het verhaal zelf. Dit is vooral een drama met een vluchteling in de hoofdrol en de belangen van degene die hem in bescherming neemt, Gabor Stern en de overtuigend spelende immigratie-politieagent Lászlo als antagonist. Wat storend kan zijn is het feit dat Gabor gespeeld wordt door een Georgiër en hij nagesynchroniseerd is in het Hongaars. Daarnaast is de Syriër Aryan, om wie het allemaal draait, gespeeld door een Hongaar, wiens geworstel met het Engels niet altijd overtuigend overkomt. De kracht van de film zit hem in de cinematografie: hoe het vliegen van Aryan tot onze verbeelding spreekt (en mogelijk tot een leuk nagesprek leidt).

Jupiter's Moon

Wanneer Gabor, die werkt als arts in een opvangcentrum, ontdekt dat Aryan kan vliegen, stelt hij alles in het werk hem zo snel mogelijk uit dit opvangcentrum te krijgen. De gave van Aryan wil hij inzetten om rijke, terminale mensen te doen geloven dat engelen bestaan, wat geld in het laatje brengt. Het is in deze shots, wanneer Aryan vliegt, dat de film boven zichzelf uitstijgt. De cameraman weet in de verschillende omgevingen duizelingwekkende plaatjes te schieten en de muziek sluit er mooi bij aan. Aryan is op zijn beurt op zoek naar zijn vader, die hij tijdens zijn reis vanuit Homs naar Hongarije is kwijtgeraakt.

Overdaad schaadt
De film volgt de drie personen koortsachtig, waarbij de film vergeet te aarden. Er zijn teveel dingen gaande in de plot: achtervolgingen, een terroristische bomaanslag en een heuse shoot-out in een hotel. Terwijl de beeldtaal zo sterk begint. Met gekooide kippen en een dood koolmeesje wordt de fantasie onttoverd. Want in de barre, niet-uitnodigende harde realiteit van de opvangkampen, zou iedere vluchteling wel willen ontsnappen. Boven de prikkeldraadhekken uit willen stijgen, om dan ergens ooit te kunnen landen. Het lijkt wel alsof dat niet meer in Europa kan. Landen lukt ook deze film niet, al worden we wel getrakteerd op een gedurfd en cinematografisch overtuigend kunstwerk.
 

1 november 2017

 
MEER RECENSIES

Snowman, The

*

recensie The Snowman

Nordic noir op zijn bleekst

door Alfred Bos

Een spannend boek laat zich niet zo maar vertalen naar een spannende film. The Snowman bulkt van de sterren, heeft een capabele regisseur en is even ergerlijk als natte sneeuw.

Jo Nesbø is een manusje van alles: econoom, muzikant, verslaggever en bedenker van tv-series, aldus Wikipedia. Maar we kennen hem vooral als auteur van een reeks luchthaven-thrillers rond de gewelddadige alcoholist Harry Hole, die vanwege zijn uitmuntende oplossingspercentage (Harry gaat door roeien en ruiten) door de politie van Oslo wordt getolereerd als moordrechercheur van dienst. Ook in Nederland worden de boeken stuk gelezen.

The Snowman

Harry Hole heeft een donkere ziel. Harteloos opgevoed, weerbarstig in de liefde, behept met een drang naar zelfdestructie. Harry heeft iets te bewijzen, Harry is complex. Vergeleken bij hem is de fictieve Zweedse politiecommissaris Kurt Wallander van Henning Mankell een zachtgekookt ei met een bloeddooier. Daar zien we allemaal weinig van terug in The Snowman, de verfilming van de zevende roman uit de Harry Hole-reeks.

De film is behangen met A-acteurs uit velerlei windstreken en in de regisseursstoel zit Tomas Alfredson, de Zweed die in 2008 de originele vampierfilm Låt den rätte komma in (internationaal bekend geworden als Let The Right One In) afleverde en drie jaar later John le Carré’s ingetogen spionagethriller Tinker Tailor Soldier Spy verdienstelijk verfilmde. Ziet er op papier goed uit. Op het filmdoek helaas niet.

Onduidelijke flashbacks
Probleem is het script. Nesbø is niet vies van knaleffecten en zijn plots zijn, hoe ongeloofwaardig ook, tot vier decimalen achter de komma kloppend in elkaar gestoken. Daar kan de auteur doorgaans zo’n vijfhonderd boekpagina’s de tijd voor nemen en die heeft de regisseur simpelweg niet, want na twee uur moet de film bekeken zijn. Daar gaat de complexe plot, foetsie al het vernuft en de zorgvuldig geplante hints en rode haringen, weg de psychopathologie van de gestoorde moordenaar.

In het boek staat de sneeuwman op de besneeuwde aarde, in de film zweeft hij in de lucht. Dat wil zeggen, de beweegredenen van de seriemoordenaar om echtgenotes met een losse moraal letterlijk een kopje kleiner te maken – iets met een zeldzame erfelijke ziekte, te danken aan een overspelige moeder – zijn platgeslagen tot het jeugdtrauma waarover de proloog bericht. Waarom hij sneeuwpoppen inzet als signatuur blijft volstrekt onduidelijk.

Zoals alles in deze film onduidelijk is en uit de lucht komt vallen. De verhaallijn wordt enkele malen onderbroken door flashbacks die niet direct als flashback zijn te herkennen en de intrige nog onoverzichtelijker maken dan hij al is. The Snowman is een puzzelfilm: het blijft voor de kijker gissen wie wat doet en waarom.

The Snowman

Schroeikoord
Voor de batterij gekende acteurs valt er weinig eer te behalen, ze moeten personages van karton spelen. De Harry Hole van Michael Fassbender is een karikatuur van een binnenvetter. Wat zijn tijdelijke assistente Katrine Bratt (Rebecca Ferguson) en haar afwezige vader, de speurneus Rafto (Val Kilmer) die dertig jaar eerder vergelijkbare moorden onderzocht, in de film doen is volstrekt onduidelijk. Charlotte Gainsbourg heeft als Harry’s ex Rakel de ondankbare taak als emotioneel contrapunt én prooi te fungeren. De geslaagde zakenman  Arve Stop (J.K. Simmons), in het boek een spilfiguur, is gereduceerd tot decor. In een bijrol zien we een onderbenutte Toby Jones. Dito Chloë Sevigny.

Deze Scandinavische thriller is een staaltje kleuren-met-vakjes waarin alleen het moordwapen – een schroeikoord waarmee professionele slachters dieren onthoofden – getuigt van een originele geest. De panoramabeelden van een winters Noorwegen zijn kil bleekblauw en wanneer het spannend moet worden roffelen de trommels. The Snowman is geen noir, eerder asgrauw. Geen idee wat Martin Scorsese heeft gewogen om zich als producer aan deze zeperd te verbinden. Wie een film over verweesde kinderen wil zien, vervoege zich bij Loveless.
 

31 oktober 2017

 
MEER RECENSIES

Leatherface

**

recensie Leatherface

Jong en verdorven

door Suzan Groothuis

In 1974 was daar Tobe Hoopers The Texas Chain Saw Massacre. Rauw, intens, hysterisch en vooral ziek. In de laatste scène, waarin de vrouwelijke held heeft weten te ontsnappen, zien we een uitzinnige Leatherface met zijn ronkende kettingzaag slingeren. En nu is er dan de film Leatherface, waarin we terugblikken op zijn tienerjaren. Een aanvulling is het niet.

The Texas Chain Saw Massacre dateert van 1974 en was toen, maar ook nu nog een schokkende kijkervaring. Zelden werd hysterische gekte zo treffend verbeeld. Moordende en kannibalistische hillbilly trash, hun huis een ware val voor mensen die zich er in wanen. Vleeshaken aan de muur en de eeuwig snorrende kettingzaag van reus Leatherface, zijn gezicht bedekt achter een masker van mensenhuid.

Leatherface

Sadistische familie
De horrorklassieker is nooit geëvenaard. En kent inmiddels een flinke rij sequels, een remake en een prequel. En nu is er Leatherface, een prequel van The Texas Chainsaw Massacre: The Beginning, waarin we teruggaan naar de jonge jaren van de man met de kettingzaag. De film opent met Jed’s verjaardag. Hij is de jongste van het gezin Sawyer, aangevoerd door matriarch Verna (Lili Taylor, The Conjuring). Als cadeau mag hij met een kettingzaag een man martelen, die een van hun varkens gestolen heeft. Maar Jed weigert. Is er toch nog sprake van goedheid binnen dit sadistische familieverbond?

In een volgende scène is Jed letterlijk lokaas. Een jong stel in een passerende auto meent in hem een verwond dier te zien, maar de jongen – een runderkop over zijn gezicht getrokken – leidt de vrouw naar zijn huis waar haar een gruwelijke dood wacht. Het blijkt de dochter van sheriff Hartman (Stephen Dorff, Blade), die niets kan bewijzen maar weet dat de Sawyers er achter zitten. Uit wraak zorgt hij dat Jed opgenomen wordt in een gesticht voor jongeren met een moeilijke jeugd.

En dan springt de film tien jaar vooruit. Het is 1965 en Jed zit nog steeds in het gesticht. Alleen heeft hij een andere naam gekregen, zoals alle jongeren die er zitten. We volgen Bud en Jackson, twee jongens die in niets op elkaar lijken. De lompe, stille Bud tegenover de charmante, respectvolle Jackson. Wanneer Verna het gesticht bezoekt en haar zoon terug eist, loopt het uit de klauwen.  Een ware opstand volgt, waarbij Bud en Jackson samen met twee andere jongeren en een zuster op de vlucht slaan.

De kloof tussen goed en kwaad
Tot zover het verhaal. Wat volgt is een zieke opsomming van gebeurtenissen, waarbij lustig gerefereerd wordt aan andere films. Het schuilen in een dierenkarkas bijvoorbeeld (Leonardo deed hetzelfde in The Revenant), lusten botvieren op een lijk (de aanstootgevende necrofiliescène uit The Neon Demon) en iemands kaak kapot trappen (a la American History X). Ondertussen pogen de filmmakers de vraag te stellen of er nog “goed” zit in iemand, die in een door en door verrotte omgeving is opgegroeid. Wie de Texas Chain Saw-films kent, weet het antwoord al.

Leatherface

Die vraag, van goed of kwaad, wordt overigens zijdelings gesteld. De makers lijken vooral te willen choqueren met beelden van hongerige varkens, een maaiende kettingzaag en ga zo maar door. En dan is er nog de slappe verhaallijn van de wraaklustige sheriff die een moordzuchtige familie op de hielen zit. Weinig acteeruitdaging voor Stephen Dorff en Lili Taylor, die vooral karikaturen neerzetten. Hoe anders was het duo als Candy Darling en Valerie Solanas in I Shot Andy Warhol.

Voorspelbaar pad van verdorvenheid
Leatherface biedt geen verrassende inzichten, maar volgt een voorspelbaar pad van verdorvenheid zonder de oprechte rauwheid en hysterie van het origineel. Zonde, want van regisseurs Alexandre Bustillo en Julien Maury zou je meer verwachten. Het duo maakte eerder het extreme Inside (2007), een film die verraste met zijn mix van psychologie en bodyhorror.

Wie echt wil weten wat moordenaars drijft tot hun bizarre daden, doet er beter aan de serie Mindhunter te kijken. Toeval of niet, hoofdpersoon Sam Strike speelt in een aflevering een jonge seriemoordenaar. De duisternis en machteloosheid die hem omgeven, voel je in die serie wel, terwijl Leatherface niet meer is dan lege horrorprovocatie..
 

31 oktober 2017

 
MEER RECENSIES

Draken en deuntjes

***

recensie Draken en deuntjes

Draken, ridders, koningen en een eenhoorn

door Nanda Aris

Vijf verschillende verhalen voor kinderen vanaf vijf jaar waarin fantasie – naast draken, ridders en koningen – het overkoepelde thema is. 

De Belgische Arnaud Demuynck heeft vooral als producent, maar ook als regisseur en schrijver meerdere korte films op zijn naam staan. Zo maakte hij Signes de Vie (2004) en Le parfum de la carotte (2014), beide korte animatiefilms, de eerste niet voor kinderen, de tweede wel.

Draken en Deuntjes bestaat uit vijf verschillende muzikale kinderfilmpjes, van verschillende regisseurs. Dit zorgt voor afwisseling, maar ook voor minder uniformiteit.

Draken en deuntjes

Vlaams
De filmpjes in Draken en Deuntjes zijn Vlaams ingesproken, wat zorgt voor een lieve en zachte toon, maar wat wellicht ook voor onbegrip kan zorgen. Woorden als ‘pralinekes’, ‘geluimd’ en ‘troubadour’ kunnen lastige woorden zijn voor Nederlandse kinderen. Gelukkig draait het in deze filmpjes niet zozeer om de tekst, maar meer om het beeld.

De eerste korte film is van Anaïs Sorrentino, Draken en Kant (2015). Over een meisje dat thee drinkt met haar vriendinnetjes, maar liever zou vechten met haar zwaard.

De tweede korte film Drakenjacht (2015) is van Arnaud Demuynck zelf, en vertelt over een zusje dat niet met haar broertjes mee mag op drakenjacht. Het lijkt alsof het verhaal het gender neutrale debat aan wil snijden door de broertjes te laten zeggen dat hun zusje niet mee mag op drakenjacht, want ‘draken jagen is niet voor kleine meisjes’. Het wordt niet geheel opgelost, want het zusje mag nog steeds niet mee op drakenjacht, ook al vindt ze al snel haar eigen draak.

Koningen
Het derde filmpje is van Madina Iskhakova, De nachtvrouw (2015), en gaat over drie buffels en een vrouw die samenwonen in een huis. Zodra het donker wordt, zijn ze alle drie binnen en sluiten ze ramen en deuren. Maar op een avond vergeten ze een raam te sluiten.

Dit filmpje zou wel eens te spannend kunnen zijn voor kleine kinderen, de nachtvrouw is angstaanjagend, en de angst wordt aangewakkerd door de voice over die zegt: ‘Zoals alle mannen en vrouwen ter wereld waren ze bang voor de diepdonkere, sombere nacht’. Het eindigt goed gelukkig, voor de kinderen die niet halverwege afgehaakt zijn.

Draken en deuntjes

In De eenhoorn (2017) van Rémi Durin wil een koning het witte wezen, een eenhoorn, dat hij tegenkwam in het bos tijdens een wandeling, als huisdier. De muziek van dit filmpje is prachtig.
Het laatste filmpje, De wind in het riet (2016) is het langst, 26 minuten, en is wederom van Arnaud Demuynck, in samenwerking met Nicolas Liguori. Het gaat over een koning die muziek heeft verboden, de vriendschap tussen een troubadour en een meisje, en hoe zij er samen voor zorgen dat er weer muziek gespeeld mag worden in het land.

Uil
Tussen de filmpjes door spreekt er een (Fabeltjeskrant-achtige) uil, die het geheel aan elkaar praat. De uil is soms een beetje te wijs, zoals wanneer hij zegt na De eenhoorn: ‘Het is niet omdat hij de koning is dat alles van hem is, of iemands leven van hem is. Begrijp je? Niets is belangrijker dan de vrijheid’.

Een vermakelijke film voor jonge kinderen, soms een beetje (te) spannend, soms qua tekst niet geheel te begrijpen, maar de fantasie en muziek van de filmpjes zal de kleintjes meenemen in de verhalen.
 

30 oktober 2017

 
MEER RECENSIES

Your Name

****

recensie Your Name

Kosmisch verlangen gevangen in dorpse idylle

door Ralph Evers

Het leven kent soms onverwachte wendingen, die we als kleine wondertjes beleven. Sprookjes en fantasy lenen zich bij uitstek om hiervan prachtige verhalen te weven. De Japanners hebben hierin een vaandel hoog te houden en Makoto Shinkai bewijst dat dit vaandel nog hoog wappert! 

De Zwitserse psychiater Carl Gustav Jung is een van de weinigen die oog had voor die kleine wondertjes die zich in ons leven voordoen. Hij ving die ervaringen in de term synchroniciteit. Daarnaast gebruikte hij vaak mythes om allerlei psychische moeilijkheden te kaderen en de mens te plaatsen in een meer verbonden geheel. Een theorie die haaks lijkt te staan op ons individuele kapitalisme, maar die in het Oosten altijd beter wortel geschoten heeft. In Your Name (Kimi no na wa) is een bijzonder spel van mysterie, mythe, droom, body swap en verbinding de rode draad tussen de protagonisten.

Your Name

Dromen
Het kleine, idyllische bergdorpje Itomori is de achtergrond waar Mitsuha opgroeit met haar jongere zusje bij grootmoeder. Moeder overleed toen de zusjes nog jong waren en vader is vooral bezig met de verkiezingen als nieuwe burgemeester. Mitsuha droomt van een leven in Tokio en heeft weinig op met de Shinto-rituelen van oma. Plots wordt haar leven verstoord door een reeks dromen, waarin het lijkt of ze een andere identiteit heeft: een jongen uit Tokio.

Taki is een jongen die in Tokio woont. Zijn dagen slijt hij in de collegebanken en in het Italiaanse restaurant waar hij werkt heeft hij een oogje op een van zijn collega’s. Hij heeft dromen waarin hij het leven van Mitsuha beleeft.

Ondertussen is er een komeet op weg naar aarde. Eens in de 1200 jaar komt deze in het zicht en dit beheerst het nieuws in Japan. De komeet heet Tiamat, de verwijzing naar de godin uit de Sumerische en Babylonische overlevering is snel gemaakt. Zij zou aan de basis staan in het scheppen van de wereld. In haar strijd met Marduk, komt de laatste er als overwinnaar uit en splijt haar dan in twee helften: het firmament en de wereld. Zie daar het noodlot.

Wat volgt is een intelligente film waarin heden en verleden vloeiend door elkaar lopen, waarbij de kijker soms best verward kan raken. Die verwarring past in de ontluikende romantiek tussen Taki en Mitsuha. Het smachten naar elkaar wordt prachtig verbeeld en van een serene soundtrack voorzien.

Your Name

The devil in the details
Wie de films van Shinkai gevolgd heeft ziet een duidelijke ontwikkeling in kleurenpracht en detaillering. Gelijk blijft weliswaar de vertelkracht (hij is niet alleen filmmaker, hij is ook schrijver). Vanaf 5 Centimeters per Second via Garden of Words neemt zijn visuele kunde en finesse toe. In Your Name leidt dit tot werkelijk verbluffend mooie animatie. Geïnspireerd door onder andere Hayao Miyazaki weet hij tevens op een elegante manier magie aan zijn verhalen toe te voegen.

Hoewel Your Name tienerromantiek bij uitstek is en de soundtrack bij tijden zoet, wordt het nergens te zoet, te lief. Wel een belangrijke misser is de J-pop die Shinkai in zijn films verwerkt. Dit zal vermoedelijk vooral een cultureel ding zijn. Los van deze kleine dissonantie blijft een eigenzinnige romantische fantasy met oogstrelende animatie.
 

28 oktober 2017

 
MEER RECENSIES

Beau Soleil Intérieur, Un

****

recensie Un Beau Soleil Intérieur
Vang het zonlicht vanbinnen op

door Yordan Coban

Isabelle is het zonlicht van binnen kwijt. Ze mist de liefde in haar leven terwijl ze er zo naar verlangt: het wederom waarlijk verliefd zijn. Vrijwel iedereen in Un Beau Soleil Intérieur zit vast in tergende relaties of in de knoop met onbeantwoorde verlangens. 

Isabelle (gespeeld door Juliette Binoche) strompelt hopeloos van affaire naar affaire op zoek naar een lang vergaan geluk. Ze is een gescheiden kunstenares van middelbare leeftijd uit Parijs met vele mannen in haar leven. Ze is echter op geen van allen echt verliefd en dat gebrek aan verliefdheid is geheel wederzijds. Haar contact met mannen lijkt overhaast en onnatuurlijk. Affaires beginnen halsoverkop en worden met een enkel gesprek afgedaan. Ze verlangt zo erg naar iets waar ze nog niet klaar voor lijkt. De meeste mannen hebben bovendien al een vrouw en zien haar slechts als lustobject.

Un Beau Soleil Intérieur

Zoektocht
De zoektocht naar liefde van Isabelle doet denken aan de zoektocht van Bill Murray in Broken Flowers (2005). Verdwaald tussen liefde, lust, het verleden, het heden en de toekomst dwaalt Isabelle rond in verwarring op zoek naar een man, maar eigenlijk op zoek naar zichzelf. Ze is bang dat haar jaren van liefde achter haar liggen, nu zij op leeftijd begint te raken. Ze zit met zoveel verschillende mannen in haar hoofd, continu afvragend of hij dan toch de ware zal zijn.

Claire Denis is samen met Sophia Coppola, Kathryn Bigelow en Lynne Ramsay een van de grotere vrouwelijke regisseurs van deze tijd. Haar films zijn vaak scherpe karakterstudies. Zo ook Un Beau Soleil Intérieur. Het verhaal is kalm maar dynamisch van aard. Elke scène vertelt de kijker iets nieuws over Isabelle maar echte significante gebeurtenissen zijn er niet. Toch zorgt Claire Denis ervoor dat het voelt alsof de film altijd in beweging is en nooit verveelt.

Zonlicht
Juliette Binoche speelt haar rol met een enigmatische elegantie. Een sterke gepassioneerde vrouw waarmee je met een fles rode wijn tot diep in de nacht goede gesprekken kan voeren maar nooit het achterste van haar tong zal laten zien. Binoche’s rol lijkt op die van Blue (1993) uit de Trois Couleurs-trilogie van Krysztof Kieslowski. Ze is kwetsbaar maar tevens onbereikbaar en introvert. Al wordt deze introverte indruk in Un Beau Soleil Intérieur vooral gevoed door het feit dat alle mannen voornamelijk over zichzelf willen praten. Niemand lijkt echt in Isabelle geïnteresseerd.

Un Beau Soleil Intérieur

Alleen de waarzegger Denis (gespeeld door Gérard Depardieu) wil over haar leven praten. Denis geeft haar wijze raad over hoe zij haar leven weer kleur kan geven. Zoek het geluk eerst bij jezelf voordat je dat kan delen met een ander, drukt hij haar op het hart.

In een tijd waarin religie, sociale controle en culturele verontwaardiging steeds minder een belemmering vormen voor koppels om te scheiden zullen vele mannen en vrouwen van middelbare leeftijd zich in een vergelijkbare situatie als Isabelle bevinden. Na jaren van samenzijn zijn ze nu op zichzelf aangewezen, hopend op iets nieuws om hun geluk weer terug te vinden. Juliette hangt haar geluk te veel af van het vinden van de juiste man. Het advies van Un Beau Soleil Intérieur: ga uit van jezelf en probeer het zonlicht van binnen op te vangen.
 

27 oktober 2017

 

MEER RECENSIES