Tom of Finland

***

recensie Tom of Finland

‘It seems Finland has bigger cocks’

door Ralph Evers

De biopic Tom of Finland verhaalt over de levenswandel van de introverte homo-kunstenaar Touko Laaksonen, die internationaal bekend werd door zowel zijn hypermasculiene homo-verheerlijking als zijn handtekening ‘Tom of Finland’.

Finland is een beetje een vreemde eend in de Europese bijt. Dat andere taaltje dat godsonmogelijk is om onder de knie te krijgen. Dat woeste land, dat enerzijds kalmeert door haar duizenden meren en verlaten, stille landschappen. Anderzijds de moordende kou in de winter en de even zo moordende hoeveelheid muggen in de zomer.

Kennismaking met Finland
De schrijver van deze recensie kwam in zijn studententijd graag in Finland. Hij had daar – mede door zijn metal-liefhebberij – aardig wat vrienden zitten en met zijn studie psychologie zeeën van tijd. Zo leerde hij al gauw de modernistische architectuur van Alvar Aalto kennen, de symfonieën van Sibelius en, wat natuurlijk veel interessanter was, de films van Kaurismäki, maar ook de karaoke-cafés, om te eindigen met de heerlijk sappige soap van een andere wereldberoemde Fin: Matti Nykänen (verfilmd in 2006 onder de titel Matti). Beschouwd als ‘s werelds grootste skischansspringer die viermaal olympisch goud won. Daarnaast was het een notoire drinker, sloeg hij menig vrouw het ziekenhuis in en wist hij vriend en vijand te verbazen met niet al te snuggere oneliners. Tot slot was daar Tom of Finland.

Tom of Finland

De film begint ten tijde van de winteroorlog tegen de Russen in begin 1940 (het verslag van deze oorlog is indrukwekkend verfilmd in Talvisota). Tussen het oorlogsgeweld door zien we hoe in het geheim homomannen elkaar wisten te vinden in de donkere parken. We leren Touko kennen als de introverte man, die z’n werk bij de luchtafweer halfbakken doet en een leven lang worstelt met het feit dat hij een Russische paratrooper doodde. Na de oorlog gaan de ontmoetingen door, altijd in het geheim. Soms bij hooggeplaatste mensen waar andere homo’s zich tijdelijk veilig wanen en hun fantasieën kunnen uitleven, soms leidend tot excessief geweld van de autoriteiten. Homoseksualiteit was ook in Finland, evenals zoveel andere landen, niet toegestaan in de bekrompen jaren 50.

Hypermasculiene fantasieën
Om toch uiting te geven aan zijn erotische fantasieën tekent Touko ze op papier. Al snel slaan zijn geïdealiseerde, gestyleerde en hypermasculiene fantasieën aan. Eerst in kleine kring, later wereldwijd. Uiteraard mag zijn zus onder geen voorwaarde te weten komen van zijn geaardheid. Via een misgelopen avontuur in Berlijn, in de jaren na de oorlog één van de weinige plekken waar je je als homoseksueel kon overgeven aan een nachtleven, belanden zijn tekeningen in Californië. In de tussentijd werkt Touko, samen met zijn zus, als grafisch vormgever. Tevens leert hij een vroege kameraad uit het leger kennen, nu een danser, die verwoede pogingen doet diens homoseksuele geaardheid te verbloemen (hij was één van de slachtoffers van het eerder genoemde geweld).

Tom of Finland zal uiteindelijk de geschiedenisboeken ingaan als één van de meest bepalende homo-erotische kunstenaars. Een kunstenaar die oog had voor maatschappelijke posities en deze in zijn fantasierijke wereld ten positieve voor de underdog weet om te draaien. Hierin is zijn werk dubbel ondermijnend voor het gezag. In de eerste plaats omdat het tot voor kort in veel landen verboden was om homoseksueel gedrag te uiten, of überhaupt homoseksueel te zijn. In de tweede plaats omdat in zijn afbeeldingen gezagsdragers zich overgeven aan hun verborgen homo-erotische lusten (iets wat altijd al in die uniformen zat).

Tom of Finland

Zelfcensuur
Tom of Finland lijdt aan een vorm van zelfcensuur die haaks staat op de provocaties die Touko’s tekeningen voor de buitenwereld hebben. De film is suggestief in het tonen van homoseksualiteit en te tam voor deze tijd. (Wie wat dat betreft the real deal wil, wende zich tot de documentaire uit 1991 Daddy and the Muscle Academy). Daarnaast wordt eveneens controversiële interesse van nazi’s uit de film gelaten. Niet omdat Touko ze hoog had zitten, maar omdat ze nu eenmaal de meest sexy uniformen hadden.

Mogelijk leidt deze selectieve biografische vertelling en preutse vertoning tot een bredere vertoning van de film. Toch blijft het gevoel van iets missen aanwezig. Daarbij helpt het trage tempo en de nauwelijks aanwezige spanningsboog niet mee. Desondanks weet regisseur Dome Karukoski een mooi eerbetoon af te leveren en doet hij voldoende recht aan die beeldbepalende illustrator Tom of Finland, die sympathiek neergezet wordt door acteur Pekka Strang.
 

10 maart 2018

 
MEER RECENSIES

Three Billboards Outside Ebbing, Missouri

*****

recensie Three Billboards Outside Ebbing, Missouri

De wijsheid van een boekenlegger

door Cor Oliemeulen

Three Billboards Outside Ebbing, Missouri zou zomaar de grote winnaar van de Oscars 2018 kunnen worden. Het originele scenario van Martin McDonagh is ijzersterk en onvoorspelbaar. Frances McDormand speelt als rouwende, maar strijdbare moeder de hoofdrol van haar leven.

Eindelijk weer eens een monumentale film die het niet louter moet hebben van mooie plaatjes om de inhoud op te leuken of een soundtrack die de vaart er in moet houden. Je zou kunnen zeggen: Oscars voor beste scenario, beste actrice en beste mannelijke bijrol, en we lullen nergens meer over!

Three Billboards Outside Ebbing, Missouri

Simpel gegeven
Hoe je met een ogenschijnlijk simpel gegeven een realistisch drama met een zwart-komische ondertoon kunt maken, bewijst de Britse scenarist/regisseur Martin McDonagh – na de hilarische misdaadverhalen In Bruges (2008) en Seven Psychopaths (2012) – in zijn pas derde speelfilm Three Billboards Outside Ebbing, Missouri (2017). Je huurt drie billboards naast een verlaten weg en plakt daarop in koeienletters opeenvolgende teksten die weinig aan de verbeelding overlaten: ‘Raped while dying’, ‘And still no arrests?’ en ‘How come Chief Willoughby?’.

Deze provocerende boodschap van Mildred Hayes (Frances McDormand), wier dochter zeven maanden eerder op een verschrikkelijke wijze om het leven werd gebracht, is persoonlijk gericht aan de plaatselijke politiechef die volgens eigen zeggen naar vermogen heeft geprobeerd het misdrijf op te lossen en nu plotseling de aanval ziet geopend door de gefrustreerde moeder. Het feit dat Willoughby terminale kanker heeft, geeft het oplaaiende conflict een extra dimensie, want wat doet dat gekke mens die arme man aan? Woody Harrelson, als de oprechte en aandoenlijke gezagsdrager van het gedateerde fictieve stadje Ebbing en consequent vloekende vader van twee schattige jonge dochtertjes, laat zich weer eens tot grote hoogte stuwen na uitgekauwde slechterikenrollen in dure producties als War for the Planets of the Apes.

Sterke bijrollen
Vooral de mannelijke bijrollen in Three Billboards Outside Ebbing, Missouri kennen een opmerkelijke gelaagdheid. Ronduit fantastisch acteert Sam Rockwell (net als Harrelson al van de partij in Seven Psychopaths) als Willoughby’s rechterhand Dixon. Hij is het archetype ‘bad cop’ maar evolueert door de snel wisselende omstandigheden tot iemand die het niet zo slecht bedoelt, maar zich vooral laat hinderen door een racistische inborst, alcoholmisbruik en een dominante moeder. Zijn confrontaties met Mildred, en in feite alle andere personen die hij op zijn wankele pad treft, monden regelmatig uit in geweldsexplosies, terwijl de vork soms net even iets anders in de steel blijkt te zitten.

Three Billboards Outside Ebbing, Missouri

Eervolle vermeldingen zijn er voor Caleb Landry Jones (de sadistische broer in het recente horrormysterie Get Out) als Red Welby, die de billboards verhuurt en zijn sympathie voor de wanhopige moeder moet bekopen, alsook John Hawkes (de verlamde man die seks wil in The Sessions) als Mildred’s opgewonden ex-man Charlie, die haar heeft verlaten voor een 19-jarig meisje dat volgens Mildred naar stront stinkt en zich graag bedient van een wijze uitspraak op een boekenlegger: ‘Woede leidt tot grotere woede.’

Moderne western
Want dat de escalaties zich steeds verder opstapelen, mag duidelijk zijn. Het met veel zwarte humor opgediende drama laat zich kijken als een moderne western, waarin de stoere vrouwelijke protagonist zich weliswaar zonder getrokken pistolen, maar met onverdroten moed en ironische gevatheid, een weg baant naar genoegdoening en een beetje troost. Frances McDormand mag dan vaak worden geassocieerd met de Coen Brothers – zij maakte haar debuut in Blood Simple (1984), won een Oscar met Fargo (1996) en is getrouwd met Joel Coen – haar optreden in het uiterst onderhoudende Three Billboards Outside Ebbing, Missouri is memorabeler en gelaagder dan ooit.
 

5 januari 2018

 
MEER RECENSIES

Thelma

***

recensie Thelma

Duistere verleiding

door Suzan Groothuis

Het leven verandert voor de jonge studente Thelma. Los van haar religieuze ouders, rijp voor de verlokkingen des levens. Een coming of age-drama met horrorrandjes, waar kinetische krachten samengaan met verliefd worden.

In Thelma volgen we de gelijknamige hoofdpersoon. De openingsscène verraadt al dat zij geen gewoon meisje is. We zien beelden van een jonge Thelma die met haar vader gaat jagen. Er gaat een bepaalde kracht uit van het meisje. Wat precies, weet de kijker dan nog niet, maar het feit dat haar vader plots zijn geweer op haar richt doet het ergste vermoeden.

Vervolgens een sprong in de tijd: Thelma (Eili Harboe) als jonge studente. Weg uit het ouderlijk huis, teruggeworpen op zichzelf. In rustig tempo, met een onderhuids broeierige spanning, volgt de camera haar. Thelma lijkt een net, rustig meisje. Eenzaam ook. Totdat ze medestudente Anja ontmoet en er innerlijk vuur brandt.

Thelma

Het spel van verleiding
De verlokkingen des levens nodigen Thelma uit. De mooie Anja, uitgaan, drank, roken. Verlokkingen waarvoor ze altijd gewaarschuwd is. Thelma komt namelijk uit een streng religieus gezin, waar genoemde zaken uit den boze zijn. En zo ontstaat er tweestrijd: toegeven aan de verleidingen of luisteren naar de stem van haar vader.

Met de verleidingen komen ook Thelma’s aanvallen. Epilepsie lijkt het. Trillen, zweten, vallen. Niet eenmaal, maar meerdere keren, pijnlijk realistisch in beeld gebracht. Het komt tot een onderzoek, maar Thelma wil niet dat de arts haar ouders inlicht.

En zo werkt de Noorse regisseur Joachim Trier geleidelijk naar een coming of age-drama met duistere randjes. Want Thelma lijdt niet aan epilepsie, maar vecht tegen kinetische krachten. Een beetje zoals in het Duitse Requiem. Hierin heeft een jonge vrouw aanvallen die overeenkomsten met epilepsie en duivelse bezetenheid hebben.

Wanneer duidelijk is wat er speelt, verandert de sfeer en verkent Thelma haar krachten op gevaarlijk niveau. Met als hoogtepunt een scène waar zij en Anja een balletvoorstelling bijwonen. Terwijl de seksuele spanning tussen hen stijgt, moet Thelma haar best doen haar krachten te bedwingen. Een gigantisch decorstuk begint te trillen en te schuiven. Toegeven aan verleiding staat gelijk aan destructie; het gevecht van Thelma om zichzelf onder controle te houden is sensueel, krachtig en spanningsvol in beeld gebracht.

Superieure worsteling
Je verlangt naar meer van deze momenten, maar Thelma houdt die intense mix tussen spanning en erotiek en afstand en nabijheid niet vast. Terwijl Thelma de uitdaging van de verleiding aangaat, zoomt Trier in op haar verleden en vallen de puzzelstukjes op hun plaats. Een familietragedie waarin Thelma een bepalende rol had. En religie een middel is tot vergeving en bezinning. Maar hoe bepalend Gods wetten ook zijn,  innerlijke krachten zijn sterker. Thelma voelt het en weet het. Ik ben beter dan anderen, fluistert ze haar vader toe.

In vergelijking tot Triers eerdere films (Oslo, August 31st, Reprise en Louder Than Bombs) duikt Thelma minder de diepte in. Triers films kenmerken zich door worstelende hoofdpersonen. Adolescenten die kampen met twijfel, met verlies. En zingeving zoeken in literatuur, kunst en muziek. Ook in Thelma is er sprake van worsteling (religie versus vrijheid, kuisheid versus verleiding), maar er worden minder levensvragen gesteld. Misschien wel, omdat Thelma zich diep van binnen superieur voelt ten opzichte van de mensen om zich heen.

Thelma

Opzichtige en overbodige symboliek
Symboliek speelt een opzichtige rol in de film – zoals de slang die we meerdere malen in beeld zien, verwijzend naar de rol van verleiding in de bijbel. Want verleiding is voelbaar als we kijken naar de twee jonge vrouwen die zich aangetrokken voelen tot elkaar. Evenals de dreiging die ontstaat als Thelma toegeeft aan haar verlangens. De slang is een overbodige illustratie van onheil dat komen gaat.

En zo is er wel meer overbodig in deze kruisbestuiving van Brian de Palma’s Carrie, vampierfilm Let The Right One In en de ontluikende liefde tussen twee tienermeisjes in Show Me Love. Het spelen met het begrip tijd aan de hand van verwarrende flashforwards en flashbacks, het toewerken naar een dramatische climax en bovenal, het grote gebaar.

Thelma overtuigt in zijn kille, ontluisterende eerste helft, maar wil daarna te graag imponeren. De filosofische levensvragen, die in Triers eerdere films zo prominent aanwezig waren en dwongen tot nadenken, blijven in Thelma achterwege. De film heeft pretenties, maar is uiteindelijk vlak en voorspelbaar. En doet niet wat de beelden te opzichtig willen: onder de huid kruipen.
 

5 december 2017

 
MEER RECENSIES

Tschick

***

recensie Tschick

Brave roadmovie voor de jeugd

door Cor Oliemeulen

De veertienjarige Tschick is een opvallende verschijning die in no-time het leven van de onopvallende Maik ondersteboven zet. In een gestolen auto gaat het duo op weg naar het onbekende. Prima jeugdfilm van Fatih Akin die ditmaal te weinig buiten de lijntjes kleurt.

De Duits-Turkse regisseur Fatih Akin liet in 2004 een verpletterende indruk achter met Gegen die Wand: het verhaal van twee misfits die een schijnhuwelijk aangaan en later verliefd op elkaar worden. Drie jaar later verscheen het eveneens prachtige drama Auf der anderen Seite waarin een Turkse man in Istanboel op zoek gaat naar de voormalige vriendin van zijn vader. Bijna alle films van Akin kennen multiculturele verhalen met thema’s als identiteit en vriendschap. Zo ook zijn achtste rolprent Tschick.

Tschick

Bestseller
Voor het eerst schreef de regisseur de plot niet zelf, want de film is een adaptatie van de gelijknamige bestseller van Wolfgang Herrndorf die in Duitsland twee miljoen keer over de toonbank ging. Ook nieuw is de doelgroep: Tschick richt zich net als het boek vooral op de jeugd. Liefdevol en vakkundig gemaakt, zal Tschick in Duitsland ongetwijfeld een grote kaskraker worden vanwege de typisch Duitse ‘humor’ en de lokale culturele gebruiken. Daarbuiten zullen weinigen wakker liggen van deze onvervalste roadmovie, maar zich eenvoudig herkennen in de universele thema’s.

We beleven de gebeurtenissen door de ogen van de veertienjarige Maik (Tristan Göbel). Hij is een buitenbeentje op school en zijn klasgenoten noemen hem Psycho. Maik maakt moeilijk contact, houdt van alternatieve rock, kleedt zich niet populair en is heimelijk verliefd op Tatjana (Aniya Wendel). Hij heeft een goede band met zijn grappige, sexy moeder (Anja Schneider), die verslaafd aan wodka is. Zijn vader (Uwe Bohm) zit goed in het onroerend goed en blijkt een klootzak. Maiks saaie leventje verandert als een nieuwe klasgenoot zich aandient: Tschick (Anand Batbileg), zoon van een Russische immigrant, die onaangepastheid tot kunst heeft verheven.

Tschick

Wezenlijke thema’s
Bij het aanbreken van de zomervakantie gaat moeder naar een ‘beauty farm’ (afkickkliniek) en vader op ‘zakenreis’ (op vakantie met een jonge vrouw). Maik alleen achterlaten met een paar honderd euro is vragen om moeilijkheden. Tschick heeft een oude Lada gejat en sleept Maik mee naar het feestje van Tatjana waarvoor zij allebei niet zijn uitgenodigd. Hun opzienbarende entree vormt het begin van een reeks avonturen. Met de melige ‘Ballade pour Adeline’ van Richard Clayderman op een cassettebandje verlaat het duo Berlijn, op weg naar het oosten. Een dollemansrit door een maisveld, een achtervolging van een boze boer op een tractor en een confrontatie met een politieman op een fiets in een gehucht waar het duo eerder was aangeschoven aan de eettafel van een plattelandsgezin, mondt uit in een ontmoeting met het al even onaangepaste, mysterieuze meisje Isa (Mercedes Müller).

Sommige locaties zijn adembenemend en het acteren is geloofwaardig, maar Tschick blijft over het algemeen op de vlakte en een tikkeltje te braaf. Alleen het liedje op de soundtrack ‘Hurra, dieses Welt geht unter’ contrasteert slechts heel even alle stoute vrolijkheid in deze ‘mooiste zomer ooit’, maar het ontbreekt de film aan een conflict of een echte verrassing. Blijft over een goed verteld jeugdverhaal – met thema’s als identiteit, vriendschap en homoseksualiteit – dat zeker onderhoudend is. Ook voor volwassenen.
 

8 oktober 2017

 
MEER RECENSIES

Tulip Fever

***

recensie Tulip Fever

Manie rond tulpen en bedrogen echtgenoot

door Alfred Bos

Er waren twee eerdere pogingen om de roman Tulip Fever te verfilmen. De romantische komedie tegen de achtergrond van de gekte rond tulpenbollen in het Amsterdam van de Gouden Eeuw pleziert, maar beklijft niet.

Amsterdam was in de zeventiende eeuw de rijkste en meest vooruitstrevende stad ter wereld, de wieg van veel moderns, zoals de coöperatie, de handel in aandelen en de liberale burger. En van de beursbubbel, de uit de hand gelopen speculatie die steevast eindigt in financiële rampspoed. De kredietcrisis van 2008 is een eigentijdse echo van de windhandel rond tulpenbollen die in de jaren dertig van de zeventiende eeuw veel kleine middenstanders in Noord-Holland het hoofd op hol – en aan de bedelstaf – bracht.

Tulip Fever

De tulpenmanie is de achtergrond van Tulip Fever, de verfilming van de gelijknamige roman van Deborah Moggach uit 2000. Het verhaal draait om twee heimelijke liefdesrelaties en een bedrogen echtgenoot. De steenrijke handelaar in specerijen, Cornelis Sandvoort (Christoph Waltz), trouwt de veel jongere wees Sophia (Alicia Vikander) die hem een erfgenaam moet baren. Ze wordt verliefd op de jonge schilder Jan van Loos (Dane DeHaan), door Cornelis ingehuurd voor het statusportret. Sandvoorts huismeid Maria (Holliday Grainger) vrijt met visboer Willem (Jack O’Connell) en raakt zwanger.

Schelmenroman
Burgermoraal spiegelt in arbeidersmores: drie mannen, twee vrouwen en drie relaties, elk met zijn problemen—Tulip Fever is romantische klucht in kostuum. De mannen zijn afwezig of niet-functioneel: Cornelis’ soldaatje, wanneer het in gelid staat, wil wel schieten, maar de schoot van Sophia blijft braak. Hij wordt bedrogen met schilder Jan, die als bohemien zijn romantische fantasieën uitleeft. Willem wil via de tulpenspeculatie snel rijk worden om Maria te kunnen huwen, maar wordt gerold door het hoertje Annetje (Cara Delevingne) en vervolgens geronseld als scheepsmaat. Terwijl Maria’s buik begint te bollen is hij opeens verdwenen.

De historische details rond de tulpenmanie zijn correct (pijp rokende vrouwen, windhandel in kroegen en herbergen, kooplui uit exotische streken), de verwikkelingen kluchtig als een toneelstuk van Goldoni (de verkeerde uitleg van een clandestiene vrijpartij) of een schelmenroman van Thackery (list en bedrog om te overleven) en toch blijft Tulip Fever, hoewel onderhoudend, niet beklijven. Het script is niet van het niveau waar de vermaarde scenarist Tom Stoppard (Shakespeare in Love, Empire of the Sun) om bekend staat.

De film, geproduceerd in Engeland zonder Nederlandse acteurs, kende een problematische voorgeschiedenis. De eerste boekverfilming, uit 2004, liep stuk op een nieuwe belastingwet. Zeven jaar later werd een tweede poging opnieuw afgebroken. In 2014 lukte het uiteindelijk wél, maar de verschijning is tot drie keer toe uitgesteld. Tulip Fever heeft de makke van Kenau, de Nederlandse productie over de Tachtigjarige Oorlog: matige computer graphics en dezelfde set met zeventiende-eeuws straattafereel die in beeld blijft terugkeren.

Tulip Fever

Verheffende moraal
Wat voor de Nederlandse kijker ook niet helpt is dat er in het Amsterdam van 1634 geen gebouw van zandsteen was te vinden, zoals het gotische klooster waar de abdes (Judi Dench) haar weesmeisjes en haar tulpenbollen koestert. In het veenmoeras rond de Amstel werd geen mergel gedolven, net zomin als er bossen aan de Zuiderzeekust van Waterland zijn te vinden. Het zal de bioscoopganger van elders worst wezen.

Het is verwarrend dat huismeid Maria – ze is als voice-over de verstelster – het centrale personage blijkt te zijn, niet de uitgehuwelijkte Sophia waar de film zich aanvankelijk op concentreert. De vrouwen, verbonden door hun eenvoudige komaf maar gescheiden door status, spannen samen tegen de niets vermoedende Cornelis, daarbij geholpen door dokter Sorgh, een komische rol van Tom Hollander.

Uiteindelijk komt het allemaal goed, ieder vindt zijn plek in het leven. Tulip Fever biedt een verheffende moraal: wie als dubbeltje is geboren, kan in Mokum uitgroeien tot florijn. Dat voor de zeventiende eeuw revolutionaire idee is geboren in Amsterdam. Ook dat is historisch correct, dus die mergel en niet-bestaande bossen vergeven we regisseur Justin Chadwick (bekend van befaamde BBC-series als Bleak House en Spooks) graag. Hij had een geraffineerder script verdiend.
 

29 augustus 2017

 
MEER RECENSIES

Taxi Driver

Taxi Driver: Een zelf opgelegde eenzaamheid

door Nanda Aris

De woensdagochtend tijdens mijn studie betekende film kijken in de bioscoop. Zo ook bekeken we Taxi Driver uit 1976 van Martin Scorsese. Meestal ging ik onvoorbereid de zaal in, een docent sprak voor de film altijd over het belang van de film. Ik had geen idee dat ik na het zien van deze film de zaal vrij verontrust zou verlaten.

Het idee voor het script kreeg Paul Schrader doordat hij net zelf gescheiden was, en zich eenzaam en depressief voelde. Het was nooit het idee om er een commercieel succes van te maken, Schrader schreef de film als therapie voor zichzelf. Daarnaast liet hij zich inspireren door de dagboeken van de 21-jarige Arthur Bremer, die in 1972 gouverneur George Wallace neerschoot.

Taxi Driver

Schrader dacht een film te maken over eenzaamheid, maar kwam er gaandeweg achter dat het niet zozeer alleen eenzaamheid was, als wel een zelf opgelegde eenzaamheid, met tegenstrijdige impulsen. En dat is juist wat ik uit de film haalde, en wat mij nogal beangstigde en verontrustte. 

Taxi
Travis Bickle, gespeeld door een voortreffelijke Robert de Niro, speelt een jonge oorlogsveteraan. Door slapeloosheid geteisterd besluit hij taxichauffeur te worden. “All the animals come out at night – whores, skunk pussies, buggers, queens, fairies, dopers, junkies, sick, venal. Someday a real rain will come and wash all this scum off the streets. I go all over. I take people to the Bronx, Brooklyn, I take ‘em to Harlem. I don’t care. Don’t make no difference to me. It does to some. Some won’t even take spooks. Don’t make no difference to me.”

Dit is tegenstrijdig: aan de ene kant vindt hij het gespuis, de junks en hoeren, aan de andere kant heeft hij geen moeite met het rijden door deze buurten en het bezoeken van pornografische films in de bioscoop.

Dates
Martin Scorsese-maand: Goodfellas - Goeie gasten
Wanneer hij de mooie blonde Betsy (Cybill Shepherd), die werkt voor senator Palentine, rondrijdt, besluit hij haar uit te vragen. De dates verlopen niet geheel soepel, vooral niet wanneer Bickle besluit haar mee te nemen naar een pornografische film.

Omdat Bickle boos is over de mislukte dates, besluit hij op een dag pistolen aan te schaffen, om de senator neer te kunnen schieten. Het boos zijn is niet de enige reden voor hem, het gaat hem er vooral om een ‘grote daad’ te verrichten. Hij voelt de behoefte om gezien en erkend te worden.

De beroemdste scène uit de film volgt: “Are you talking to me..?”, oefent Bickle in de spiegel het moment waarop hij zijn pistool tevoorschijn zal trekken om de senator te vermoorden. De grijns op zijn gezicht, over het feit dat hij iets zal doen wat indruk maakt, is verontrustend.

Verknipt
Uiteindelijk zal hij voor de piepjonge prostituee Iris (Jodie Foster) opkomen. Travis heeft haar ook eens rondgereden, en begrepen dat ze voor een pooier werkt. Hij besluit verhaal te gaan halen bij deze pooier, Sport (Harvey Keitel) genaamd.

Voor vele mensen eindigt de film gek, er wordt veel gespeculeerd over de bedoelingen van het einde van de film. Voor mij is het zo duidelijk als maar kan. Het is geen droom, het is realiteit. Mensen kunnen zo verknipt zijn…

De film was af, en het licht in de bioscoop ging aan. Ik stapte naar buiten met andere ogen. Zulke mensen bestáán, en opeens keek ik anders naar de man die me tegemoet kwam lopen, de man die me voorbij fietste, de man die in de supermarkt zijn boodschappen deed.

Taxi Driver

Goed en kwaad
De scheidslijn tussen goed en kwaad is zo dun voor Bickle, het gaat hem niet om goed of kwaad doen. Aandacht, daar draait het hem om. Bickle is een verknipte persoonlijkheid, heeft een kort lontje, en is sociaal gezien heel onhandig – hij krijgt het niet voor elkaar om een normale relatie met iemand op te bouwen. Een ongeleid projectiel, dat op elk moment uit kan barsten.

Zo is er het moment dat hij naast een man van de secret service gaat staan, en hem zegt dat hij interesse heeft om ook bij de secret service te komen. Dit doet hij echter zo onhandig (lang stilstaan naast de man zonder iets te zeggen, vragen welke wapens ze allemaal dragen, zijn grijns op het gezicht), dat de man van de secret service hem direct verdacht vindt. Bickle denkt zijn gegevens te geven zodat hij ook bij de secret service kan komen, maar in werkelijkheid schrijft de man Bickles gegevens neer omdat hij hem verdacht vindt.

Naast dat Bickle vreemd en raar is, is hij zielig. Hij wil dolgraag echt contact met mensen, maar krijgt dit niet voor elkaar. Hij zegt: “Loneliness has followed me my whole life. Everywhere. In bars, in cars, sidewalks, stores, everywhere. There’s no escape. I’m God’s lonely man…”
 

4 juli 2017

 
MEER MARTIN SCORSESE

Teacher, The

****

recensie The Teacher

Straf als ouders niet meewerken

door Cor Oliemeulen

Betrokkenheid van ouders bij hun kinderen op school is belangrijk. Het wordt anders als de lerares kinderen straft omdat hun ouders geen hand- en spandiensten verlenen. In het komische Slowaakse drama The Teacher leidt dat tot een bewogen ouderavond.

Bratislava, 1983. Op het eerste oog is Mária Drazdechová (formidabele rol van Zuzana Mauréry) een heel aardige en sympathieke vrouw. Als nieuwe lerares weet ze de kinderen direct te enthousiasmeren, echter haar nadere kennismaking met de scholieren is minder pedagogisch verantwoord. Iedereen mag zich voorstellen, maar vooral vertellen wat de ouders doen voor de kost. Met die wetenschap en door op impliciete wijze te schermen met beloning en straf lukt het Mária om ouders voor haar karretje te spannen. Zo wordt een vader die werkt als boekhouder op de luchthaven verzocht om taartjes te laten smokkelen naar Mária’s zus in Moskou. Een gratis bezoekje aan de kapper is de gewoonste zaak van de wereld.

The Teacher

Rake observatie van menselijk gedrag
De film van de Slovaakse regisseur Jan Hřebejk (vooral bekend van het komische oorlogsdrama Divided We Fall uit 2000) speelt zich af in de communistische nadagen van het toenmalige Tsjecho-Slowakije. Het kordate optreden van de lerares riekt naar onverbloemde machtsverstrengeling. Toch gaat het verhaal niet zozeer over de periode waarin het zich afspeelt, maar is het vooral een rake observatie van menselijk gedrag. Veel ouders voelen de druk van corruptie en de angst voor mogelijke represailles. Slechts een enkeling durft op te staan tegen manipulatie en onrechtvaardigheid.

De lichtvoetigheid van de premisse slaat om in grilligheid vanaf het moment dat een leerling met haar hoofd in de oven wordt aangetroffen. Dat noopt de directrice van de school om alle ouders van Mária’s klas op te trommelen en te stemmen of de lerares moet worden ontslagen. In de geest van het klassieke jurydrama 12 Angry Men (1957) ontstaat er tweedracht tussen twee groepen ouders, waarbij een meerderheid moet worden bereikt. Een rauwe gymleraar met losse handjes lijkt hierin de opstandige klasse te symboliseren, terwijl een onvermurwbare rechter namens de gevestigde orde van vriendjespolitiek de verhitte gemoederen probeert te sussen.

The Teacher

Intelligente montage
De claustrofobische setting van het klaslokaal met discussiërende en ruziënde ouders wordt vakkundig en intelligent afgewisseld door flashbacks van het klaslokaal met hun kinderen. Zo volg je uitstekend de geschiedenis en verbanden tussen een bepaald kind en zijn ouder(s) en zie je meer dan eens overeenkomsten in karaktereigenschappen tussen de generaties. Ook zijn er leuke schakelingen naar Mária’s bezoekjes aan ouders en wordt langzaam duidelijk wat de lerares allemaal op haar kerfstok heeft.

Het script van Petr Jarchovsky, vaste scenarist van regisseur Jan Hřebejk, is gebaseerd op zijn eigen jeugd en voelt levensecht. Net als het oproepen van de toenmalige atmosfeer middels vervlogen decors, warme belichting en kleurrijke kleding. Samen met het sterke spel van de goede cast maakt dit van The Teacher een graag geziene inzending op tal van internationale filmfestivals, zoals het Movies That Matter Festival in Den Haag. Een film met een finale, die sterker had gemogen maar op zijn minst een brede glimlach oplevert.
 

13 mei 2017

 
MEER RECENSIES

Train to Busan

***

recensie Train to Busan

Denderende zombierit

door Suzan Groothuis

In deze Zuid-Koreaanse zombie actie-horror volgen we een vader en dochter op weg naar Busan. Terwijl de hogesnelheidstrein voortraast, voltrekt zich een drama in en buiten het voertuig: een zombie-virus breekt uit en verspreidt zich razendsnel. Busan bereiken blijkt nog een hele opgave – overleven idem. En wie kan je nog vertrouwen, als het erop aankomt?

Een hardwerkende vader (Yoo Gong) heeft meer oog voor zijn werk dan voor zijn dochter. Wanneer ze jarig is vraagt hij zijn collega wat een populair cadeau is. Als hij met de nieuwe Wii op de proppen komt, kijkt dochterlief met grote ogen naar het exemplaar dat er al staat- een cadeau dat haar vader haar een jaar eerder gaf.

Een voorbeeld dat tekenend is voor de vader-dochterrelatie. En om het drama compleet te maken zijn de ouders ook nog eens uit elkaar. Hoe maak je een inspiratieloos cadeau goed, laat staan een breuk? De jonge Soo-an heeft maar een wens en dat is haar moeder opzoeken in Busan.

Train to Busan

Aftrap met zombiehert
En zo gaan vader en dochter de volgende dag naar Seoul, om met de hogesnelheidstrein een bezoek aan Busan te brengen. Het begin van de film leert ons echter dat er groot drama op komst is. In de openingsscène rijdt een man een hert aan, dat op miraculeuze wijze weer tot leven komt. De ogen wit, het bloed nog over de kop stromend. Eindelijk, zombie-dieren, en een stuk overtuigender gebracht dan de dodelijke bevers in horrorcomedy Zombeavers!

Het is het enige zombiedier dat we in Train to Busan te zien krijgen, maar biedt een voorproefje op wat komen gaat: terwijl vader en dochter zich een plekje toe-eigenen in de trein, is er een heuse zombie-outbreak gaande. In de trein begint het bij één passagier, die het virus van buiten heeft opgepikt en in rap tempo transformeert. De overgang naar zombie lijkt in Train to Busan nog het meest op een acute vorm van hondsdolheid.  En de zombies zijn hier, met hun bloederige handen en bijtgrage kaken, razendsnel (te vergelijken met de geïnfecteerde Britten uit 28 Days Later).

Verwoed virus
En zo verandert de treinrit in een ‘ride to hell’, waarin het virus zich rap verspreidt en het groepje overlevenden steeds kleiner wordt. Terwijl de vraag rijst of Busan wel bereikt gaat worden, moeten de reizigers – waaronder vader en dochter – opboksen tegen de gewelddadige zombies alsmede egoïstische medereizigers die voor hun eigen hachje kiezen.

Train to Busan (Busanhaeng)

Train to Busan speelt zich grotendeels af in de hogesnelheidstrein, evenals die andere treinthriller, Snowpiercer. Het vergt de nodige moed, creativiteit en geweld om coupés vol zombies te trotseren op zoek naar dierbaren en veiligheid.

Drijvend op melodrama
Regisseur Sang-ho Yeon laat in zijn eerste live-action film een mengeling zien van horror, actie en jawel, melodrama. Naast het onverklaarbare zombiegeweld staat de moeizame vader-dochterverhouding centraal, alsmede het sociale vraagstuk op wie je in tijden van crisis kan vertrouwen. Het zal, net als in hitserie The Walking Dead, niet verbazen dat de mens nog altijd zijn grootste vijand is.

In dat opzicht leert Train to Busan ons niets nieuws: als er crisis is, staat de wereld op zijn kop. Die chaos is overtuigend maar voorspelbaar verbeeld. Van de onwetende paniek in het begin tot hordes zombies die  Zuid-Korea letterlijk overspoelen. Naar het einde toe speelt Sang-ho Yeon in op het sentiment, waar dochter en vader elkaar opnieuw vinden. Zombiegeweld met een traan, waarbij de moraal van goed doen hoog in het vaandel staat.
 

28 maart 2017

 
MEER RECENSIES

T2 Trainspotting

***

recensie T2 Trainspotting

Ouder, niets wijzer, wel treuriger

door Alfred Bos

Met T2 Trainspotting keert regisseur Danny Boyle terug naar de cult-film die het escapisme en het nihilisme van de jaren negentig op celluloid wist te vangen. Sindsdien is de wereld ingrijpend veranderd, maar Renton, Spud, Sick Boy en Begbie niet.

Is het snugger om een cult-klassieker uit de jaren negentig te belasten met een vervolg? Zou P2 Pulp Fiction werken? Snugger is het laatste wat je de personages van Trainspotting, Danny Boyles verfilming uit 1996 van Irvine Welshs gelijknamige roman, kunt verwijten. Dat werkt in het voordeel wanneer Boyle een Linklater doet en het kwartet marginalen uit Schotland twintig jaar ouder, maar geen dag wijzer opnieuw naar het filmdoek brengt. Het belangrijkste verschil? Ze hebben nu een mobiele telefoon. Die is smart, zijzelf niet.

T2 Trainspotting

Na zijn maten een loer te hebben gedraaid is Renton (Ewan McGregor) ondergedoken in Amsterdam, leren de openingsbeelden. Nu is hij terug in Leith, het destijds verloederde havenkwartier van Edinburgh. Dat is inmiddels flink opgeknapt, maar Spud (Ewen Bremner) is nog steeds aan de heroïne, de psychopaat Begbie (Robert Carlyle) pakt vers uit het gevang zijn criminele carrière weer op en Sick Boy (Jonny Lee Miller) baat een kroeg uit op een vervallen industrieterrein. Hij scharrelt bij als afperser en zet zijn Bulgaarse vriendin Veronika (Anjela Nedyalkova) in als lokaas. Voor de achterblijvers is het nog steeds 1996. Ze zijn toeristen in hun eigen jeugd, zoals Sick Boy opmerkt.

Beeldcitaten
Met Fenton is tevens de buit van toen teruggekeerd en hij wil het geld eerlijk verdelen, maar ook nu gaat er iemand op gehaaide wijze met de poet vandoor. Eerst een kans, daarna het verraad—ook dat is niet veranderd. Wat wel is veranderd, is het tijdsbesef van de personages. Trainspotting speelde op het snijvlak van de jaren tachtig en negentig, maar voor de junks stond de tijd stil. Middels flashbacks op super 8-film toont Doyle herinneringen aan een jeugd zonder zorgen. Bovendien spelen in flashbacks nieuwe acteurs de twintigers van toen. Het geeft de personages een diepte die de eerste film ontbeert. Renton wil verzoening, Sick Boy wil geld, Spud wil liefde en Begbie wil wraak. Wat hen bindt: ze willen allemaal hun jeugd terug.

Wie de kennismaking met het viertal eertijds heeft gemist zal aan T2 Trainspotting hooguit een stoet van citaten uit de film van toen ontgaan, waaronder het bierglas dat door de kroeg vliegt en de verwijzing naar het Nederlandse voetbal. Rentons vriendinnetje Diane (Kelly Macdonald in haar debuutfilm) is nu jurist en speelt, helaas, een minimale bijrol. Auteur Irving Welsh is opnieuw aanwezig als Mickey Forrester, de gangster van dienst. Doyles verwijzing naar Once Upon A Time in The West – het drietal op een verlaten perron in de hooglanden – komt opnieuw langs. En ook ditmaal is er een Kubrick-citaat, nu uit The Shining (toen A Clockwork Orange).

T2 Trainspotting

Grafische grappen
Renton, Spud, Sick Boy en Begbie zijn weliswaar ouder maar geen steek wijzer geworden, in het nihilisme van hun wilde jaren is niettemin een vleugje melancholie geslopen, het zeurende besef van vergankelijkheid, van gemiste kansen. Wie wel wijzer is, is de regisseur. Danny Boyle was midden jaren negentig een tv-regisseur die de overstap maakte naar film, Trainspotting was zijn tweede. Inmiddels is hij een gelauwerde cineast, met een Oscar in de vensterbank, en dat is aan T2 af te zien. Over de dynamiek van de eerste film legt hij de visuele flair – inclusief grafische grappen – die zijn hyperkinetische beeldtaal is gaan kenmerken.

Trainspotting was midden jaren negentig de Engelse pendant van Tarantino’s groter dan het leven getekende scharrelaars aan de zelfkant en kreeg navolging met een stoet van Britse films over karikaturale kruimelcriminelen, Lock, Stock and Two Smoking Barrels voorop. Nu Boyle zichzelf kopieert doet hij dat met de lessen die hij heeft geleerd van de tien speelfilms die hij nadien maakte en zo blijkt T2 Trainspotting eigenlijk een betere film dan het indertijd bejubelde, maar met de blik achteraf toch een beetje eendimensionaal ogende origineel.

O ja, de soundtrack. Die is van Rick Smith, de toetsenman van Underwold, wier Born Slippy klonk onder de slotscène van Trainspotting; het bracht de groep naar het grote publiek. Ditmaal geen rave en Britpop, maar scheurende techno. En Iggy Pops Lust For Life, want sommige dingen kunnen maar beter niet veranderen. In 2038 verwachten we T3.
 

14 februari 2017

 
MEER RECENSIES

Tour de France

***

recensie Tour de France

Een volkslied kun je rappen

door Cor Oliemeulen

Een rapper die na een moordaanslag Parijs moet ontvluchten komt terecht bij een sikkeneurige bouwvakker. Twee grotere tegenpolen zijn er nauwelijks, maar er ontstaat een band tijdens een tocht door Frankrijk. In het degelijke Tour de France komen twee werelden samen.

Van doodsbedreigingen op social media kijkt tegenwoordig nauwelijks nog iemand op, de daad bij het woord voegen is serious shit. Een battle tussen de rivaliserende rappers Spynx en Far’Hook leidt tot een mislukte aanslag met een geweer, waarna laatstgenoemde zijn toevlucht zoekt tot Bilal, zijn producer, op het platteland. Daar aangekomen blijkt die niet thuis, want zijn vriendin staat op het punt van bevallen. Na het nodige aandringen opent Bilals vader Serge de deur. Sinds zijn zoon Mathieu zich bekeerde tot de islam en zijn naam veranderde in Bilal heeft Serge het helemaal niet meer op mensen met een andere afkomst. Laat staan op rappers.

Tour de France

Etnisch profileren
Serge (Gérard Depardieu) kan wel een chauffeur voor zijn oude truck gebruiken en neemt Far’Hook (Sadek) mee op reis langs een aantal Franse havens. Sinds de dood van zijn vrouw treedt Serge in de voetsporen van de achttiende-eeuwse schilder Joseph Vernet en probeert hij diens havengezichten op het doek te reproduceren. De kost verdienen doet hij met wat timmerwerk en onderwijl leert hij Far’Hook hoe je met je handen werkt. Het duurt een halve film voordat er een greintje van wederzijds respect ontstaat.

Serge vindt zich geen racist, maar is wel anti-islam en voelt zich een minderheid in zijn eigen land. Hij vindt rappers dom, want hun teksten reiken volgens hem niet verder dan ‘Zuig mijn lul, beng beng’, ‘ik neuk jou want jij neukt mijn moeder’ en ‘ik ben de koning van de buurt.’ Maar als hij Far’Hook een heus opinieblad ziet lezen en deze een gedicht van Arthur Rimbaud citeert, gaan Serge’s vooroordelen langzaam overboord. Tegen de tijd dat Far’Hook door de politie wordt onderworpen aan een pittig potje etnisch profileren, neemt Serge het voor hem op, gaat met de agenten op de vuist en belandt het duo tijdelijk in de cel. En als Bilal later een dochtertje met de ‘Arabische’ naam Noura heeft gekregen, lijkt Serge’s aanvankelijke aversie als sneeuw voor de zon verdwenen.

Tour de France

Xenofoob versus moderne burger
In Tour de France komen de werelden van de oudere xenofobische autochtoon en de jonge rapper als exponent van de moderne tijd geloofwaardig samen. Dat komt door de goede interactie tussen de twee acteurs, waarvan we de sympathieke rapper Sadek ongetwijfeld vaker zullen terugzien. In pas zijn tweede speelfilm kreeg regisseur Rachid Djaïdani bovendien de beschikking over één van de grootste Franse acteurs van de laatste veertig jaar, Gérard Depardieu. Als geen ander weet hij een dergelijke onbehouwen knorrepot gestalte te geven en uiteindelijk te laten inzien dat de tijden zijn veranderd, of hij nu wil of niet. Serge’s gestage metamorfose leidt tot de grappigste scène van de film als hij ‘La Marseillaise’ begint te rappen. Maar ach, rappen in het Frans, je moet ervan houden…

Hoewel het subplot – rapper staat andere rapper naar het leven – ondergeschikt is aan de onwaarschijnlijke vriendschap tussen de twee tegenpolen, had dat veel beter uitgewerkt kunnen worden. Het is vooral Depardieu’s verdienste en uitstraling dat het werkelijke verhaal van Tour de France nergens sentimenteel en overtrokken wordt. Een solide film, maar bijzonder verrassend en opwindend is het allemaal ook weer niet.
 

14 januari 2017

 
MEER RECENSIES