Incroyable mais vrai

***
recensie Incroyable mais vrai
Angst voor ouderdom en gebreken

door Cor Oliemeulen

De Franse meester van de absurdistische cinema, Quentin Dupieux, gaat in zijn tiende film zowaar op de serieuze toer. In Incroyable mais vrai draait het om de ontdekking van een andere dimensie.

Toegang tot een mysterieuze ruimte met een andere werkelijkheid klinkt opwindend maar kent vaak een keerzijde. Zo worden in Andrei Tarkovsky’s meesterwerk Stalker (1979) de bezoekers geleid naar een kamer in een verboden zone waarin hun diepste verlangens worden vervuld en weet in La región salvaje (2016) van Amat Escalante een veelarmig buitenaards wezen in een hutje op de Mexicaanse hei wel raad met naar seks hunkerende vrouwen. Ook Incroyable mais vrai (Ongelooflijk maar waar) herbergt een boodschap.

Incroyable mais vrai

Kelder
Quentin Dupieux – bekend geworden als Mr. Oizo door zijn minimalistische elektronummer Flat Beat dat in 1999 in Europa een grote hit was – kennen we daarna vooral van zijn absurdistische komedies met op het eerste oog onzinnige situaties en gebeurtenissen. Het is aan de kijker om een nader gedachtenspel te ontdekken in de betekenis van de extreme facelifts in Steak (2007), de moordlustige autoband in Rubber (2010), de pratende jas van hertenleer in Deerskin (2019) en de moeilijk te dresseren, uit de kluiten gewassen vlieg in Mandibules (2021).

Incroyable mais vrai kent een meer ernstige ondertoon, hoewel de premisse al even onwaarschijnlijk lijkt als in de genoemde voorgangers. Alain (Alain Chabat: Réalité, 2015) en Marie (Léa Drucker: C’est la vie, 2017) willen gaan wonen in een leuk huis in een voorstad, maar de makelaar vertelt dat er een kelder is die hun levens voorgoed zal veranderen. Hun eerste bezoek aan de geheimzinnige ruimte is inderdaad een levensveranderende ervaring en de koop van het huis is een feit. De problemen ontstaan wanneer een van hen verslaafd raakt aan de kelder, omdat die ruimte werkt als een verjongingskuur en nog openstaande verlangens zou kunnen vervullen, terwijl de ander al snel de interesse in de ‘tijdmachine’ verliest.

Al even geobsedeerd in de strijd tegen het ouder worden, is Alains chef, Gérard (Benoît Magimel: La pianiste, 2001; Nous finirons ensemble, 2019), die om zijn vriendin Jeanne (Anaïs Demoustier: Bird People, 2014) te kunnen blijven behagen in Japan een iPenis heeft laten aanmeten. Maar nadat het gevaarte te kampen krijgt met een elektronisch defect is Jeanne verdwenen, op zoek naar een nieuw speeltje. Dupieux komt ermee weg.

Incroyable mais vrai

Buñuel
Incroyable mais vrai
is met zijn 74 minuten exact lang genoeg. We weten nu hoe verliefde koppels kunnen omgaan met nieuwe ervaringen in hun leven en de angst om oud en gebrekkig te worden. Dupieux lijkt te willen zeggen dat die angst van alle tijden is, getuige ook zijn gebruik van een cameralens uit de jaren 70 met fletse kleuren en soms bijna onscherpe beelden, alsook de gedateerde, infantiele deuntjes van Jon Santo, die de muziek van barokcomponist Johann Sebastian Bach door de elektronische molen haalde.

En dan is er natuurlijk die duidelijke verwijzing naar Luis Buñuel, de Spaanse meester van het filmsurrealisme. Als keerzijde van het veelvuldige bezoek aan de kelder ziet Marie beestjes uit een gat in haar hand kruipen, net als bij een personage in Un chien andalou (1929). Niemand anders dan Buñuel wist een hyperrealistische filmstijl zo vloeiend te combineren met totaal onverwachte, verrassende of schokkende beelden, situaties en gebeurtenissen. Ook hedendaagse filmmakers als Quentin Dupieux, Alex van Warmerdam (o.a. Nr.10, 2021) en Roy Andersson (o.a. About Endlessness, 2020) zijn niet wars van het spelen met de werkelijkheid en het hekelen van de burgerij.

 

27 juni 2022

 

ALLE RECENSIES

Buen patrón, El

****
recensie El buen patrón
Balans op de werkvloer

door Cor Oliemeulen

De eigenaar van een productiebedrijf van industriële weegschalen doet er alles aan om balans op de werkvloer te behouden. Net als Vrouwe Justitia en zonder aanzien des persoons weegt hij feiten en omstandigheden af, ook al moet hij zich daarvoor actief bemoeien met het privéleven van zijn personeelsleden. We volgen hem gedurende de week voor de uitreiking van een belangrijke businessprijs.

Het zijn hectische dagen voor Blanco (Javier Bardem). Allereerst gedraagt het hoofd van de productie Miralles (Manolo Solo) zich uitermate onevenwichtig omdat die zijn vrouw ervan verdenkt vreemd te gaan. Blanco zelf voelt zich aangetrokken tot de jonge stagiaire marketing Liliana (Aldumena Amor), die zichtbaar geniet van de aandacht van haar charmante baas. Verder moet Blanco borg betalen om de zoon van zijn trouwste productiemedewerker uit de gevangenis te krijgen. Maar het meest vervelend is de strijd tegen een van zijn boekhouders, José (Óscar de la Fuente), die in de jongste bezuinigingsronde is ontslagen en tegenover de toegangspoort met veel stampei demonstreert tegen het onrecht wat hem ten deel is gevallen. Als diens acties niet ophouden, kan Blanco zijn felbegeerde prijs wel vergeten.

El buen patrón

Lijden is relatief
El buen patrón
was afgelopen februari – ondanks concurrentie van Pedro Almodóvars Madres Paralelas – de grote winnaar van de Spaanse Goya’s, met beeldjes voor beste film, beste regisseur, beste acteur en beste origineel scenario. Er valt genoeg te genieten in deze wat ingehouden komedie, die grimmig begint met een gewelddadige aanval op immigranten en al even onguur eindigt, waarbij de kijker zich uiteindelijk de vraag mag stellen: is Blanco de nobele zakenman met een gouden hart voor zijn bedrijf óf een nietsontziende manipulator?

Fernando León de Aranoa (lees hier ons interview met de regisseur) is een van de meest interessante hedendaagse Spaanse filmmakers, die maatschappelijke thema’s invoelbaar maakt door het leed van zijn personages met een intelligente speelsheid te relativeren. Het meest bekend is A Perfect Day (2015) waarin hulpverleners tijdens de oorlog in voormalig Joegoslavië met veel inspanningen proberen om een lijk uit een put te hijsen. Ook zijn andere films gaan over interactie tussen mensen: collega’s, familie, vrienden.

El buen patrón

Arbeider versus directeur
Fernando León de Aranoa en Javier Bardem werkten al eerder succesvol samen in Los lunes al sol (2002). Bardem speelt hierin een medewerker van een scheepswerf die op straat komt te staan na massaontslag, net als zijn vrienden. Op zoek naar arbeid sluiten ze tevergeefs aan bij de rijen werkelozen en slijten hun avonden op de pof in een beduimelde kroeg van een ex-collega. Op maandagen mijmeren ze aan het water over een ander leven als er weer een schip richting Australië vertrekt.

Met zijn charme, grapjes en vlotte babbel weet Bardems personage de ingewikkelde leefomstandigheden in Los lunes al sol enigszins te relativeren. Zijn rol van werkeloze arbeider vormt een mooi contrast met zijn al even weergaloze rol van welgestelde fabrieksdirecteur in El buen patrón. De boodschap is in feite hetzelfde. Arbeiders lopen altijd de kans te worden gemarginaliseerd en uitgebuit. En als ze als gevolg hiervan in opstand komen, blijken hun middelen vaak te beperkt en uiteindelijk kansloos, met het gevaar te worden vertrapt door het neokapitalistische systeem. Het is knap hoe de filmmaker zonder satire of andere overdrijvingen een dergelijke boodschap aan zijn publiek meegeeft.

 

31 mei 2022

 

Lees ook: Boek over Spaanse cinema.

ALLE RECENSIES

Inexorable

***
recensie Inexorable
Onverbiddelijk conventioneel

door Cor Oliemeulen

De Belgische meester van suspense Fabrice du Welz smeedt vanaf zijn experimentele horrordebuut Calvaire (2004) niet-alledaagse verhalen rond verknipte personen. In zijn zevende speelfilm Inexorable is het plot ondergeschikt aan de spanning.

Marcel Bellmer (Benoît Poelvoorde), zijn vermogende vrouw Jeanne (Mélanie Doutey) en zijn dochtertje Lucie (Janaina Halloy) hebben zojuist hun intrek genomen in een gigantisch landhuis in Wallonië. Marcel is een gevierd schrijver die teert op het succes van zijn roman ‘Inexorable’, maar zijn inspiratie is opgedroogd. Het huis was van Jeanne’s overleden vader, een grote uitgever, wiens familie vroeger banden had met Belgische fascisten.

Inexorable

Indringer
Misschien dat de jonge, mysterieuze Gloria (Alba Gaïa Bellugi) voor wat inspiratie kan zorgen. We zien hoe ze heeft ingecheckt in een naburig hotelletje en al snel kennismaakt met de rijkaards. Om zich toegang tot het gezin te verschaffen, maakt ze eerst vriendschap met de hond, takelt ze later haar gezicht flink toe met een colablikje en doet alsof ze is beroofd. Jeanne heeft medelijden en nodigt haar uit. Gloria kan het vervolgens bijzonder goed vinden met Lucie en wordt in dienst genomen als hulp in de huishouding.

Er ontstaat een connectie tussen Marcel en Gloria. Hij heeft een schrijversblok, zij is fan en kent ‘Inexorable’ uit het hoofd, omdat dat boek naar eigen zeggen haar leven heeft gered. Jeanne moet vaak weg voor haar werk, Gloria begint zich langzaam aan Marcel op te dringen. Marcel is seksueel uitgeblust bij zijn eigen vrouw over wie hij geen ‘macht’ heeft, en wordt onhoudbaar wellustig bij een meisje dat hem bewondert en over wie hij wel macht heeft. Tenminste, dat denkt hij. Gloria vindt Marcels geheime brieven en weet de drie gezinsleden onverbiddelijk (‘inexorable’) tegen elkaar uit te spelen.

Misère
Fabrice du Welz heeft zich duidelijk laten inspireren door beroemde erotische Amerikaanse thrillers van eind jaren tachtig, begin jaren negentig, zoals Fatal Attraction (1987) en Basic Instinct (1992), en leunt bovendien wat op Stephen Kings boekverfilming Misery (1990). Poelvoorde en Bellugi zijn goed op dreef, maar het afgelegen kolossale huis, waar de verlichting regelmatig uitvalt, is het toonaangevende personage.

Inexorable

De cinematografie van Manuel Dacosse is vertrouwd sfeervol, het repeterende klassieke muziekdeuntje van Vivaldi’s ‘Nisi Dominus – Cum Dederit’ is functioneel maar wordt de laatste jaren te vaak in films gebruikt (ditmaal zonder countertenor Andreas Scholl). Met de spannende momenten zit het wel snor, maar het geheel voegt weinig toe aan het filmcanon. De personages wekken onvoldoende sympathie op om de kijker tot het eind toe te boeien. Gelukkig is het einde onvoorspelbaar, maar maakt het je uiteindelijk niets uit wie overleeft.

Een begenadigd filmmaker als Fabrice du Welz is geen man voor conventionele films. Hoewel je Gloria natuurlijk liever niet in het donker tegenkomt, zorgt de kleine Lucie voor de grootste verrassing, met de meest verontrustende performance. Tijdens haar verjaardagsfeestje, waarvoor de hele klas is uitgenodigd, klimt ze op het podium in de tuin. Vanaf het moment dat er een death metal-nummer uit de speakers knalt, danst en schreeuwt ze als door de duivel bezeten. Daarmee degradeert ze het stoere personage van Abigail Breslin in Little Miss Sunshine (2006) tot ideale kleindochter.

 

28 mei 2022

 

ALLE RECENSIES

CinemAsia 2022 – Deel 3

CinemAsia 2022 – Deel 3:
Losers willen overwinnen

door Cor Oliemeulen

Als het leven je niet toelacht, is het verleidelijk om bij de pakken neer te zitten. Dat geldt zowel voor Santoshi in Missing die na de dood van zijn vrouw in een depressie en schulden is geraakt als voor Chow in One Second Champion die is geboren met de gave om één seconde in de toekomst te kunnen kijken. Het is aan hun omgeving om deze twee protagonisten een trap onder hun achterste te geven. Met wisselend succes.

 

Missing

Missing – De seriemoordenaar, de weduwnaar en zijn dochter
Middelbare scholiere Kaede zorgt voor haar vader Santoshi, die na de dood van zijn vrouw aan lager wal is geraakt. Met het schaamrood op de kaken haalt zij hem op in het politiebureau nadat hij is gearresteerd na een winkeldiefstal. Gelukkig mag Santoshi naar huis, maar de volgende dag is hij spoorloos verdwenen. Samen met een jongen die dolgraag haar vriendje wil zijn, gaat Kaede op zoek naar haar vader, omdat de politie zegt niets te kunnen doen. Kaede ontvangt nog wel een berichtje dat pa oké is, maar wil niet dat ze hem zoeken. Later blijkt dat ook Santoshi op zoek is: als hij een beruchte seriemoordenaar vindt, kan hij met de beloning zijn schulden afbetalen. De situatie wordt pas echt nijpend wanneer de seriemoordenaar in het bezit is van Santoshi’s mobieltje.

De Japanse filmregisseur Shinzo Katayama viel al op met zijn filmdebuut Siblings of the Cape (2018) en was jarenlang de regieassistent van de gelauwerde Zuid-Koreaanse cineast Bong Joon-ho (Parasite, 2019), wat niet verrassend is als je de plottwists en de combinatie van spanning, geweld en zwarte humor in Missing ervaart. De film bouwt aanvankelijk langzaam op en krijgt onverwachte wendingen vanaf het moment dat de jeugdige seriemoordenaar in beeld komt. Door de niet-chronologische montage leren we bovendien dat Santoshi’s vrouw leed aan een ernstige spierziekte. Naast de toenemende suspense biedt Katayama veel psychologische context die zijn weerslag vindt bij de belangrijkste personages die voortdurend heen en weer worden geslingerd tussen emoties als verdriet, afschuw, onverschilligheid, medelijden, wraak, spijt of een snufje plezier. De even voorspelbare als vernuftige slotscène belooft een happy end maar in Missing blijkt dat een relatief begrip.

 

One Second Champion

One Second Champion – De gave, de bokser en zijn zoontje
Het heeft er aanvankelijk alle schijn van dat ook het jonge zoontje in One Second Champion zijn vader uit de problemen moet zien te houden. Chow werkt in een bar waar hij liever lui dan moe is. Geboren met de gave om een seconde in de toekomst te kunnen kijken, is hij gedesillusioneerd sinds zijn vader hem vroeger tevergeefs had ingezet bij gokspelletjes. Eén seconde is dan ook niet erg lang, maar bijvoorbeeld wel lang genoeg om zich te laten verleiden door aangeschoten barbezoekers die wel willen zien hoe goed Chow sommige dingen kan voorspellen. De schop onder zijn achterste is de confrontatie met enkele vechtersbazen die Chows gokschulden komen innen. Dan blijkt hoe goed hij vuistslagen van zijn tegenstanders kan ontwijken, tenminste als hij de moeite neemt zich te concentreren. Een jongeman van een slecht lopende boksschool motiveert Chow om bij hem bokslessen te gaan nemen. Diens grappige nichtje dat in hetzelfde pand een lachcursus voor dames geeft (maar zelf slechts troost vindt als ze bier drinkt) en het enthousiasme van Chows zoontje geven hem genoeg motivatie om zijn losersbestaan achter zich te laten.

De premisse van One Second Champion is natuurlijk intrigerend, echter de vele voorbeelden in de filmgeschiedenis zouden Sin-Hang Chiu al hebben kunnen waarschuwen dat het kijken in de toekomst weliswaar een interessant gegeven is, maar verdomd lastig om daaraan een bevredigend eind vast te knopen. De Hongkongse regisseur vangt ambitieus aan met origineel gepositioneerde credits en camerabeelden, echter het script biedt te weinig kansen om de gave van zijn hoofdrolspeler op een oorspronkelijk manier uit te diepen. Op die manier wordt Chiu’s tweede speelfilm het zoveelste verhaal van iemand die door motivatie en discipline tegenslagen en ingesleten gewoontes kan overwinnen. Ook One Second Champion kent plottwists, maar die bieden te weinig verrassingen of aanknopingspunten. Na de pakkende eerste helft van de film leidt dat voor de ene kijker tot een sentimentele draak, terwijl de andere kijker zich kan laten inspireren of meeslepen door feelgood in de geest van Rocky.

Hier info over de vertoning van Missing en hier info over de vertoning van One Second Champion.

 

10 mei 2022

 

Interview Jia Zhao, nieuwe artistiek directeur CinemAsia
CinemAsia 2022 – Deel 1
CinemAsia 2022 – Deel 2
CinemAsia 2022 – Deel 4
CinemAsia 2022 – Deel 5

 


MEER FILMFESTIVAL

Movies that Matter 2022 – Judas and the Black Messiah

Movies that Matter Festival 2022:
Judas and the Black Messiah

door Cor Oliemeulen

De laatste jaren verschijnen steeds meer films over de positie van Afro-Amerikanen die strijden tegen racisme en discriminatie. Het biografische drama Judas and the Black Messiah vertelt het verhaal van de infiltratie door een autodief in een afdeling van de Black Panthers die wordt geleid door een charismatische jongeman.

In de jaren zestig komen steeds meer zwarte mensen in opstand. Aan het begin van het op feiten gebaseerde filmdrama van Shaka King vertelt iemand waarom revolutie voor de Black Panthers de enige oplossing is. “De Black Panthers startten in Oakland een gewapende patrouille tegen intimidatie van zwarte mensen door de plaatselijke politie. Als de politie iemand arresteerde, volgden we hem naar het bureau en kochten hem vrij, Panther of niet. We willen geen kapitalisme, maar socialisme. Wereldwijd. We dienen het volk. Gratis zorg, gratis ontbijt voor kinderen, gratis rechtsbijstand, openbaar onderwijs.”

Als scherp contrast klinken de woorden van J. Edgar Hoover, hoofd van de FBI (gespeeld door een bijna onherkenbare Martin Sheen): “De Black Panthers zijn dé bedreiging voor de nationale veiligheid. Meer dan de Chinezen, zelfs meer dan de Russen. Contraspionage moet de opkomst van een Zwarte Messias uit hun midden voorkomen.”

Judas and the Black Messiah

Badge schrikt meer af dan pistool
Die contraspionage komt er namens de FBI in de persoon van de kruimelcrimineel Bill O’Neal, die na zijn arrestatie kan kiezen uit twee opties: minimaal zes jaar gevangenis of infiltratie in de Black Panthers. Om zijn eigen hachje te redden, kiest hij voor het laatste. Acteur Lakeith Stanfield speelde in Sorry to Bother You (2018) al een rol van oplichter: zijn personage Cash meldt zich daarin met een fake-diploma en verzonnen cv bij een telemarketingbedrijf. Ondanks dat hij wordt gesnapt, mag hij zich bewijzen en schopt hij het tot topverkoper, maar weigert hij mee te doen aan stakingen voor betere arbeidsomstandigheden. In Judas and the Black Messiah gebruikt O’Neal een fake-ID van de FBI om auto’s te stelen. Want, zo zegt hij na zijn arrestatie tegen FBI-agent Roy Mitchell (Jesse Plemons): “Een badge schrikt meer af dan een pistool.”

Mitchell is de contactpersoon van O’Neal als deze in 1968 infiltreert in de Chicago-afdeling van de Black Panthers. Bill O’Neal maakt kennis met de pas 20-jarige charismatische leider Fred Hampton, gespeeld door Daniel Kaluuya, bekend geworden door het horrormysterie Get Out (2017) waarin hij op een geheel andere wijze wordt geconfronteerd met de nukken van de witte medemens. Er ontstaat zowaar een vertrouwensband tussen Bill en Fred, hoewel Bills geweten gaandeweg steeds meer begint te knagen.

Judas and the Black Messiah

Onderbelicht
De onderbelichte relatie van O’Neal met Mitchell is logisch, want hun (belevings)werelden liggen onverminderd mijlen uit elkaar, terwijl je op je klompen kunt aanvoelen dat O’Neal zal worden gedumpt zodra hij zijn judaskus heeft gegeven. Minder logisch is dat Judas and the Black Messiah nauwelijks tijd neemt om de relatie tussen Judas en de Zwarte Messias uit te diepen. We leren weliswaar dat Bill O’Neal het al snel schopt tot ‘security captain’ van de Black Panthers-afdeling, maar regisseur Shaka King heeft meer aandacht voor Hamptons liefdesrelatie met de dichteres van de groep, de toekomstige moeder van zijn zoon.

Het biografische drama etaleert de vibe van beklemmende jaren zeventig-thrillers met een mooie cinematografie, lekkere muziek en geloofwaardig spel. Vergeleken met de zeer intense reconstructie van Kathryn Bigelows Detroit (2017) en de activistische gelaagdheid van Spike Lee’s BlacKkKlansman (2018) blijft Judas and the Black Messiah te veel aan de oppervlakte. Het is veelzeggend dat de authentieke beelden tijdens de aftiteling pas de werkelijke betekenis onthullen van de relatie judas-messias met zowel schokkende als inspirerende gevolgen.

Lees hier waar deze film nog is te zien.

 

10 april 2022

 


Movies that Matter Festival 2022 – Openingsfilm Navalny
Movies that Matter Festival 2022 – Activisten
Movies that Matter Festival 2022 – Les choses humaines is genuanceerde bijdrage #MeToo
Movies that Matter Festival 2022 – Sovjet- en post-Sovjetfilms
Movies that Matter Festival 2022 – Het Grote Verzwijgen

 

MEER FILMFESTIVAL

Movies that Matter 2022 – Activisten

Movies that Matter Festival 2022 – Activisten:
Onmachtig hopen op beter

door Cor Oliemeulen

Acht films dingen mee naar een award in de Activist-competitie van het Movies that Matter Festival. In dit verslag bespreken wij er twee. In Bigger Than Us maken we kennis met zeven jonge activisten die in hun eigen omgeving een verschil proberen te maken. In On These Grounds veroorzaakt de hardhandige verwijdering van een zwarte scholiere door een witte politieman een stortvloed van discussies.

 

Bigger Than Us

Bigger Than Us – De klok tikt door
De Nederlands-Indonesische Melati Wijsens (20) probeert al jaren plastic tassen op Bali uit te bannen. In Bigger Than Us volgt ze zes andere jonge activisten die in hun eigen omgeving werken aan een betere toekomst. Zo bouwt de Syrische vluchteling Mohamad een school in een Libanees vluchtelingenkamp, maakt Rene in Rio de Janeiro al vanaf zijn elfde de krant ‘Stem van de gemeenschap’ die toont dat het leven in de favela’s veel meer is dan drugs en geweld, strijdt rapper Xiuhtezcatl als ‘fractivist’ in de Amerikaanse staat Colorado tegen de vervuilende gevolgen van schaliegas (inmiddels op grote schepen onderweg naar Europa), ontfermt Mary op het Griekse eiland Lesbos en in het water eromheen zich over bootvluchtelingen (die hun hachelijke tocht niet altijd overleven) en vraagt Memory in Malawi met een eerste succes aandacht voor traditionele kindhuwelijken waarin meisjes soms al op hun elfde een baby krijgen. “Jongens leren al jong dat ze heersen over meisjes”, zegt Memory, die later president van Malawi wil worden en onderwijs onontbeerlijk vindt. “Door meisjes mondiger te maken, kan de traditie langzaam veranderen.” Al net zo bijzonder en wilskrachtig is de hoogzwangere Winnie in Oeganda die in haar dorp vluchtelingen samenbrengt met de bewoners en hen de waarde van permacultuur leert kennen in een land waar het gebruik van kunstmest en pesticiden schering en inslag is.

Bigger Than Us is een inspirerende documentaire van Flore Vasseur (Meeting Snowden, 2017) met korte innemende portretten van jonge activisten die een verschil maken, maar zich tegelijkertijd lijken te realiseren dat meer inspanning nodig is om de planeet enigszins leefbaar te houden. Succes begint met kleine initiatieven die moeten rondzingen. Dat de klok angstvallig door tikt, wordt pijnlijk duidelijk als Melati na haar ontmoetingen met collega-activisten terugkeert naar Jakarta waar het plastic zich steeds verder lijkt op te stapelen.

Lees hier waar deze film nog is te zien.

 

On These Grounds

On These Grounds – Smartphone als wapen
De laatste jaren dient de smartphone-camera voor mensen van kleur als een vorm van verdediging en bewijsmateriaal, denk bijvoorbeeld aan Oscar Grant en George Floyd. Wanneer scholiere Niya op 26 oktober 2015 niet het incident had gefilmd waarbij haar 16-jarige zwarte klasgenote Shakara hardhandig werd gearresteerd door een witte agent had er geen haan naar gekraaid. Uit de beelden blijkt dat politieman Ben Fields het klaslokaal betreedt, vraagt of Shakara wil opstaan en met hem mee wil gaan, waarna zij zegt dat ze niets verkeerds heeft gedaan. Even later smijt Fields haar met desk en al tegen de grond, sleept haar een paar meter over de vloer en slaat haar met de nodige inspanning in de boeien. Haar klasgenoten zijn er kennelijk aan gewend; elk jaar worden er tienduizenden kinderen op Amerikaanse scholen gearresteerd, bijna negentig procent is gekleurd.

In de documentaire On These Grounds van Garret Zevgetis is Fields zich van geen kwaad bewust, ondanks het feit dat hij eerder moest voorkomen vanwege buitensporig geweld, maar werd vrijgesproken. In dit geval werd hij gebeld door de (zwarte) assistent-directeur omdat de betreffende wiskundeleraar had gemeld dat Shakara haar mobieltje niet wilde inleveren en vervolgens weigerde de klas te verlaten. “Je probeert zo snel mogelijk het probleem op te lossen”, zegt Fields als hij de vage beelden terugziet. “Ik handelde naar de richtlijnen en de wet.”

Het filmpje van het voorval op Spring Valley High School in South-Carolina leidde tot verontwaardiging, ongeregeldheden en controverse. Agent Ben Fields was een te aardige man om iemand onredelijk te bejegenen en scholiere Shakara had gewoon moeten luisteren en mee moeten gaan omdat de autoriteiten hierom vroegen. Anderen zagen in het incident het zoveelste bewijs dat de witte politie het al snel op zwarte mensen heeft gemunt. Volgens Fields had de arrestatie niets met ras te maken, zijn actie was volstrekt proportioneel. De neutrale kijker zal een andere mening zijn toegedaan, zeker nadat die tal van andere, vaak schokkende beeldopnames van witte politieagenten tegen zwarte kinderen heeft gezien, zoals een brute bodyslam van een frêle meisje en een jochie van acht dat op het schoolplein geboeid wordt afgevoerd.

On These Grounds toont meedogenloos de onmacht van een samenleving waarin sommige (witte) politiemannen werkelijk geen idee hebben waarom ze fout zijn.

Lees hier waar deze film nog is te zien.

 

9 april 2022

 

Movies that Matter Festival 2022 – Navalny
Movies that Matter Festival 2022 – Judas and the Black Messiah
Movies that Matter Festival 2022 – Les choses humaines is genuanceerde bijdrage #MeToo
Movies that Matter Festival 2022 – Sovjet- en post-Sovjetfilms
Movies that Matter Festival 2022 – Het Grote Verzwijgen

 


MEER FILMFESTIVAL

C’mon C’mon

***
recensie C’mon C’mon
Kind en volwassene zijn volstrekt gelijkwaardig

door Cor Oliemeulen

Radiojournalist Johnny (Joaquin Phoenix) bezoekt kinderen in Amerikaanse steden en vraagt hen hoe zij over de toekomst en de wereld denken. “Ik had niet gedacht dat ik zo bang zou zijn voor de toekomst, maar nu ik erover begin na te denken, kan ik me niet voorstellen dat dieren uitsterven, vervuiling, dat de aarde in feite sterft.”

C’mon C’mon van Mike Mills is minder droefgeestig dan het soms lijkt, want de film is vooral een eerbetoon aan de relatie tussen volwassenen en kinderen. Voor zover er sprake is van een heus plot gaat die over een man van middelbare leeftijd die voor het eerst voor een kind moet zorgen tegen de achtergrond van de onbestemde uitdagingen van deze tijd.

C'mon C'mon

Inspiratie genoeg
Na zijn film Beginners (2010), waarin Mills zich liet inspireren door zijn terminale vader die uit de kast komt, en 20th Century Woman, waarin hij zich liet inspireren door zijn hippiemoeder die worstelt met de opvoeding van haar zoon, modelleerde de Amerikaanse filmmaker in C’mon C’mon de negenjarige jongen Jesse (Woody Norman) naar zijn eigen zoontje. Mills’ script maakt dankbaar gebruik van het filmdrama Alice in den Städten (1974) van Wim Wenders waarin een (Duitse) journalist zich voor een tijd ontfermt over een negenjarig meisje.

Net als die film is C’mon C’mon geschoten in stemming zwart-wit en gaat de reis van volwassene en kind door een aantal grote steden, in dit geval Detroit, Los Angeles, New York en New Orleans (om wat clichématig samen te belanden in een Mardi Gras-parade). Maar voor het zover is, dient Jesse’s moeder Viv (Gaby Hoffmann) wel in te stemmen met het feit dat de onervaren opvoeder, Johnny, zich over haar zoontje ontfermt en hem meeneemt op zijn reis door Amerika.

C'mon C'mon

Nieuwe werkelijkheid
Hun moeder is een jaar geleden overleden en uit flashbacks leren we dat de zorg en het contact de laatste tijd moeizaam waren. Momenteel kan Viv niet goed voor Jesse zorgen, omdat zijn vader kampt met ernstige psychische problemen en het de bedoeling is dat hij wordt opgenomen. Aanvankelijk zou Johnny slechts enkele dagen voor zijn neefje zorgen, maar vanwege de omstandigheden doet Viv voor langere tijd beroep op haar broer. Hun contacten gaan via telefoonsessies waarin Johnny opvoedkundige tips krijgt en broer en zus over hun gevoelens spreken.

Natuurlijk mist Jesse zijn moeder en moet hij, net als Johnny, erg wennen aan de nieuwe werkelijkheid, maar Jesse’s interesse voor Johnny’s opnameapparatuur brengt hun relatie in een stroomversnelling. Jesse is opstandig, verward, verveeld en soms brutaal. Hij maakt zich zorgen om zijn vader en moet wennen aan een nieuwe vaderfiguur. Johnny behandelt Jesse hetzelfde als de kinderen die hij interviewt: kind en volwassene zijn volstrekt gelijkwaardig. In het geval van Jesse is dat niet heel moeilijk, want het jochie is erg pienter en verbaal uitstekend onderlegd voor zijn leeftijd. Terwijl Johnny in een audiodagboek zijn avontuur met Jesse als een soort van zelfonderzoek bijhoudt, lijkt Jesse zijn hart steeds meer open te stellen voor zijn oom. Hun dialogen en omgangsvormen laveren tussen rauw en intiem.

C’mon C’mon is met veel liefde gemaakt en kent zijn sterkere en saaiere momenten. Het bijna documentaire-achtig drama gaat expliciet over relaties en impliciet over de verwachtingen over de toekomst. De keuze voor de filmtitel is een raadsel, of het moet de wens zijn om zo nu en dan het tempo wat op te schroeven.

 

30 maart 2022

 

ALLE RECENSIES

Madres Paralelas

***
recensie Madres Paralelas
Baby’s en grootouders

door Cor Oliemeulen

Pedro Almodóvar weet als geen ander een melodramatisch plot stijlvol neer te zetten. In Madres Paralelas volgen we de ingewikkelde relatie tussen twee alleenstaande vrouwen die op dezelfde dag bevallen tegen de achtergrond van het Spaanse oorlogsverleden.

De zeventienjarige Ana (Milena Smit) en bijna veertiger Janis (Penélope Cruz in haar achtste Almodóvar-film) ontwikkelen een band nadat ze allebei hun eerste dochtertje hebben gebaard. De vaders zijn niet of nauwelijks in beeld, net als hun eigen verwekkers. Ana heeft nog wel contact met haar moeder, maar die kan niet voor haar en de baby zorgen omdat ze het druk heeft met haar doorbraak als theateractrice. Janis’ moeder stierf op haar zevenentwintigste aan een overdosis drugs, net als zangeres Janis Joplin, naar wie ze vernoemd is.

Madres Paralelas

Transformaties
Met zijn vertrouwde team van productie-designer Antxón Gómez, cinematograaf José Luis Alcaine en componist Alberto Iglesias trekt Pedro Almodóvar (Todo sobre mi madre, Hable con ella, Volver) moeiteloos zijn fascinatie voor sterke vrouwen door. Maar voor het zover is, dienen de dames wel traditioneel de nodige tegenslagen te overwinnen en een transformatie te ondergaan. In eerdere films gebeurde dat bijvoorbeeld als gevolg van een ongeluk, chirurgie of genderfluïditeit, in Madres Paralelas zetten enkele schokkende ontdekkingen de levens van moeders Ana en Janis ondersteboven.

Pedro Almodóvar zelf heeft ook een transformatie ondergaan. Het begin van zijn loopbaan valt samen met de transitie van Spanje van dictatuur naar democratie door de nieuwe Spaanse grondwet in 1978. Vooral jongeren wisten niet hoe snel ze moesten breken met alle onderdrukte sociale normen en regels. Zo ook Almodóvar, boegbeeld van de culturele beweging La Movida in Madrid die zich ongeremd stortte op hedonisme, homoseksualiteit, drugsgebruik en ondertussen openlijke kritiek uitte op de katholieke kerk. Het platte maakte geleidelijk plaats voor nuance.

Je kunt pas succesvol zijn door tegenslagen te overwinnen, toonde Almodóvar in zijn laatste speelfilm Dolor y gloria (2019) met zijn alter ego van twijfelende en aan chronische kwalen lijdende filmregisseur, vertolkt door Antonio Banderas. Een reflectie op zijn verleden biedt verlossing. Tijdens het maken van die succesvolle film realiseerde Almodóvar zich dat hij een dagje ouder wordt (inmiddels 72) en dat hij nog nooit het traumatische verleden van zijn vaderland in zijn films aan de orde had gesteld.

Madres Paralelas

Massagraven
Wat gedwongen, maar zonder dat het stoort, weet hij in Madres Paralelas twee totaal verschillende thema’s – de gecompliceerde relatie tussen twee moeders met hun baby’s en de verwerking van een oorlogstrauma – aan elkaar te koppelen. Tijdens de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) werden tegenstanders van de fascisten van generaal Franco geëxecuteerd en in massagraven gegooid. Na de 36 jaar durende dictatuur besloot men het verleden te begraven, maar sinds 2007 is er een wet (Ley de Memoria Histórica) die het openen van massagraven mogelijk maakt. Een voorwaarde is erkenning van de slachtoffers van politiek, religieus en ideologisch geweld aan beide zijden van de burgeroorlog en de dictatuur.

Almodóvar waagt zich nauwelijks aan de immer gevoelige sentimenten in de Spaanse samenleving en politiek. Eén korte scène is genoeg om de ogenschijnlijke nonchalance van de jongere generatie te schetsen, als Janis tegen Ana zegt: “Er zijn honderdduizenden vermist, begraven in sloten en naast kerkhoven. Hun kleinkinderen en achterkleinkinderen willen die graag opgraven om ze fatsoenlijk te begraven. Dat hebben ze hun moeders en oma’s beloofd. Zolang dat dat niet gebeurd is, is de oorlog niet voorbij. Jij bent jong, maar je moet weten aan welke kant jouw familie in de oorlog stond. Zodat jij kunt beslissen aan welke kant jij staat.”

 

7 maart 2022

 

Lees ook: Boek over Spaanse cinema

 

ALLE RECENSIES

Card Counter, The

***
recensie The Card Counter
Boontje komt om zijn loontje

door Cor Oliemeulen

Een mysterieuze man slijt zijn dagen in het casino. Hij is bedreven in kaartspellen, maar wordt gekweld door nachtmerries waarin mensen worden gemarteld. Als hij kennismaakt met een jongeman wil hij deze behoeden voor fouten die hijzelf beging. Wie houdt van feelgood kan misschien beter geen films van Paul Schrader kijken.

Als vertegenwoordiger van de nieuwe generatie filmmakers die vanaf begin jaren zeventig symbool stonden voor New Hollywood (de zogenaamde movie brats) is de Amerikaanse regisseur en scenarist Paul Schrader veel minder bekend dan Steven Spielberg, Francis Ford Coppola en Martin Scorsese. Natuurlijk oogstte Paul Schrader veel lof en faam voor het schrijven van Scorsese’s Taxi Driver (1976), maar de gemiddelde filmliefhebber zal niet snel een aantal films kunnen noemen die hij regisseerde.

The Card Counter

Einzelgänger
Desalniettemin is vooral het begin van Schraders oeuvre – met films als Blue Collar (1978), Hardcore (1979), American Gigolo (1980) en Cat People (1982) – indrukwekkend. Maar de laatste decennia vallen er bar weinig hoogtepunten te ontdekken, uitgezonderd bijvoorbeeld First Reformed (2017), waarin een priester zijn geloof in God en de mensheid verliest (sterk geïnspireerd door Winter Light (1963) van Ingmar Bergman en Journal d’un curé de campagne (1951) van Robert Bresson) en zich in de finale uitrust met een bomgordel teneinde zichzelf en de hypocriete kerkgangers tijdens een dienst op te blazen.

Het zijn dus geen alledaagse verhalen die Paul Schrader zijn publiek vertelt. Je kunt het hem nauwelijks kwalijk nemen dat er bij zijn hoofdpersonages altijd wel een steekje loszit. Als jochie in Michigan opgevoed door streng-calvinistische ouders zag hij pas op zijn achttiende voor het eerst een film, The Nutty Professor (1963) met Jerry Lewis. Maar dat soort komedies vond hij flauw en hadden volgens Schrader niets te maken met de menselijke ziel. Liever ging hij zelf films schrijven met karakters die zich bewust of onbewust moederziel alleen bewegen in de schaduwzijde van de samenleving én een daad willen stellen, met als doel verlossing.

Martelpraktijken
The Card Counter
(2021) past naadloos in dat stramien. Ditmaal introduceert Paul Schrader een wat zwijgzame man die zich William Tell noemt. Oscar Isaac (Inside Llewyn Davis, 2013) is geloofwaardig als notoir casinobezoeker die zijn demonen op afstand probeert te houden. Na ruim acht jaar gevangenschap, waarin hij zich danig heeft bedreven in het tellen van speelkaarten en kansberekeningen, wordt hij nog steeds gekweld door nachtmerries. Niet vreemd als je getuige bent van misstanden in geheime kelders waarin van terreur verdachte islamieten worden vernederd en gefolterd (denk aan Abu Ghraib in Irak).

The Card Counter

Vanaf het moment dat duidelijk is dat ook onze William Tell meedeed aan deze mensonterende praktijken wordt het voor de kijker beduidend moeilijker zich met dit op het oog sympathieke hoofdpersonage te identificeren. Of moeten we Tell misschien ook beschouwen als slachtoffer? De man lijkt veel spijt en schaamte te hebben. Destijds was hij ‘slechts’ een jonge soldaat die zich had laten hersenspoelen door zijn omgeving, in het bijzonder majoor Gordo (Willem Dafoe), die de groentjes klaarblijkelijk geen andere keus liet.

Wraak
Op een dag wordt Tell in een casino benaderd door Cirk (Ready Player One, 2018) wiens vader ook moest deelnemen aan het vernederen en martelen van gevangenen, echter die pleegde zelfmoord. Cirk wil nu wraak nemen op Gordo, ook omdat die net als andere hooggeplaatste officieren niet werd veroordeeld. Hoewel Tell er alles aan doet om de zoon van zijn oud-collega te behoeden voor stommiteiten en hem een kansrijke toekomst zonder ellende wil aanbieden, ligt het voor schrijver/regisseur Paul Schrader ook ditmaal voor de hand om zijn verhaal te laten uitmonden in een bloedbad (weliswaar buiten beeld).

Het ongemak bij het kijken van The Card Counter heeft alles te maken met het mishandelen van mensen (wetende dat in de gemiddelde thriller mensen bij bosjes worden doodgemaakt), maar de flarden van vernedering en foltering zijn kennelijk nodig om je beter te kunnen inleven. Ook het eind vorig jaar verschenen The Mauritanian – over de ten onrechte langdurig opgesloten en gemartelde Mohamedou Ould Slahi (die zijn getuigenissen optekende in een bestseller) in Guantánamo Bay – is geen pretje om naar te kijken. We wachten op een film over de Oeigoeren…

 

5 februari 2022

 

ALLE RECENSIES

Worst Person in the World, The

****
recensie The Worst Person in the World
Liefde en de vergankelijkheid van het leven

door Cor Oliemeulen

De 30-jarige Julie is zoals veel van haar generatiegenoten: ze weet vooral wat ze niet wil, maar niet wat ze wel wil. Ze is cynisch, egoïstisch, onzeker en besluiteloos, maar ook intelligent, spontaan, empathisch en grappig. Ze begon aan studies medicijnen, psychologie en fotografie, maar ze werkt nu in een boekhandel.  

The Worst Person in the World is een komisch drama over liefde en de vergankelijkheid van het leven. Hoofdpersoon is Julie (Renate Reinsve), die zoveel mogelijk van het leven wil genieten, maar zich daardoor soms de slechtste persoon in de wereld voelt. Ze heeft een relatie met de 44-jarige Aksel (Anders Danielsen), die succesvol is als maker van controversiële stripboeken, terwijl ze zelf complimenten krijgt voor haar artikel ‘Orale seks in het MeToo-tijdperk’. Aksel introduceert haar in zijn familie en wil graag kinderen, maar Julie is daar nog lang niet aan toe. Als ze op een feest de jongere Eivind (Herbert Nordrum) ontmoet, weet ze dat haar relatie met Aksel eindig is.

The Worst Person in the World

Musical zonder zang
Het is bijzonder dat een film met een dergelijk thema is gemaakt door een mannelijke regisseur. Het lukt Joachim Trier, die al zijn films samen schreef met zijn Noorse landgenoot Eskil Vogt (zoals Louder Than Bombs en Oslo, August 31st), voortreffelijk om zijn hoofdrolspeelster in al haar vrouwelijke kracht en twijfel neer te zetten, zonder te vervallen in genderclichés. The Worst Person in the World is vooral een menselijke film over de valkuilen van romantiek. Geen romantische komedie in de gangbare betekenis, maar een over het algemeen opgewekt humaan drama dat soepel en geloofwaardig uitmondt in een existentiële twist. Al die tijd spat Renate Reinsve (tijdens het filmfestival van Cannes uitgeroepen tot beste actrice) in al haar emotionele gelaagdheid van het scherm.

Door de afgebakende structuur van twaalf gefragmenteerde hoofdstukken en de speelse vorm (let bijvoorbeeld op Julie’s ervaringen in een paddotrip) voelt de film als een musical zonder zang (maar wel met een vlotte, gevarieerde soundtrack). Het meest verbluffende voorbeeld hiervan is het moment dat Julie in de keuken achter Aksel staat en de lichtschakelaar aanklikt. Plotseling beweegt Aksel niet meer en staat de tijd stil. Julie holt met een gelukzalige grijns op haar gezicht de straat op, iedereen en alles staat stil (geen computerbeeld, maar briljant geconstrueerd). Ze rent naar de cafetaria waar Eivind werkt, ze kussen elkaar en bewegen zich als een verliefd koppel door Oslo. Als Julie terugkeert in het appartement, klikt ze de schakelaar uit en gaat het leven verder. Niet lang daarna zonder Aksel.

The Worst Person in the World

Werkelijke liefde
Gelukkig voor haar denkt Julie’s leeftijdsgenoot Eivind ook niet aan kinderen, zeker niet met het oog op de onzekere toekomst door klimaatverandering. Maar zoals de kijker al kon vermoeden, is een relatie met hem waarschijnlijk ook geen lang leven beschoren. Dat alles klinkt misschien als een jonge vrouw die wel de lusten maar niet de lasten wil, echter niets is minder waar. Julie kan volledig zichzelf zijn bij Eivind, maar mist de intellectuele uitdagingen van iemand als Aksel, met wie ze bovendien veel beter kon communiceren.

Daarom straalt Julie als ze op tv een interview met Aksel ziet. Hij discussieert vol overgave met een vrouw over zijn stripboeken, die zijn gesprekspartner als seksistisch ervaart. Aksel geeft de feministe lik op stuk. Een rendez-vous van Julie en Aksel is aanstaande. Wat volgt is het meest ontzagwekkende en zielroerende hoofdstuk, met werkelijk ruimte voor liefde.

 

3 februari 2022

 

ALLE RECENSIES