CinemAsia 2020 – Deel 2

CinemAsia 2020 – Deel 2:
Iedereen is op de vlucht

door Cor Oliemeulen

Zuid-Korea vervult een voortrekkersrol in de Aziatische cinema. In ons tweede en laatste verslag van CinemAsia 2020 aandacht voor een broeierige misdaadfilm, een romantisch drama, een documentaire over een scheepsramp en een uiterst onderhoudende rampenfilm, vermomd als actiekomedie. Gemeenschappelijk thema van deze vier Koreaanse films: iedereen is op de vlucht. Maar niet iedereen zal het overleven.

 

The Wild Goose Lake

The Wild Goose Lake – Klopjacht in neon
Na zijn bejubelde Black Coal, Thin Ice (2015) keert de Chinese filmmaker Yi-nan Diao terug met een broeierige neo-noir, waarmee hij opnieuw mikt op een groot publiek in binnen- en buitenland. Plaats van handeling is Wuhan (dat inmiddels het epicentrum van het Coronavirus is). In deze stad woedt een gewelddadig conflict tussen twee bendes. Na de dood van enkele criminelen en een politieagent ontstaat een klopjacht op antiheld Zhou, die zich samen met een mysterieuze dame verbergt in de wetteloze contreien rond het Wilde Ganzenmeer.

Liet hij zich in zijn vorige misdaadfilm al inspireren door de donkere atmosfeer van The Third Man (1949) van Carol Reed en het werk van Orson Welles, met The Wild Goose Lake steekt Diao ook zijn voorliefde voor het Duitse Expressionisme (jaren twintig vorige eeuw) niet onder stoelen of banken. Het gebruik van schaduwen en uitvergrote stijlmiddelen wordt aangevuld met het originele kleurgebruik van Diao’s vaste cinematograaf Jingsong Dong (ook Long Day’s Journey Into Night, 2018).

De klopjacht op een moordenaar door zowel onderwereld als politie mag dan wel een modern eerbetoon aan M (1931) van Fritz Lang zijn, desondanks wordt het plot overvleugeld door de atmosfeer van kunstzinnige arthouse. De korte scènes in de dierentuin en de circustent lijken wat gekunsteld, de fellatioscène in de roeiboot is gewaagder. Echt enerverend wordt The Wild Goose Lake pas als de meute jagers de locatie van Zhou heeft ontdekt. De film draait vanaf 12 maart in een aantal landelijke bioscopen.

Nog te zien vrijdag 6 maart 21.45 uur in Studio/K.

 

Moonlit Winter

Moonlit Winter – Verboden liefde
De Koreaanse middelbare scholiere Sae-bom opent een mysterieuze brief die is bestemd voor haar zojuist gescheiden moeder Yoon-hee. De brief is gepost door een oudere vrouw in het Noord-Japanse stadje Otaru die haar inwonende nicht een plezier denkt te doen. Sae-bom verzwijgt de inhoud van de brief aan haar moeder (en aan de kijker) en lokt die mee op een trip naar Japan. In het geheim gaat ook Sae-boms vriendje mee. Moonlit Winter (Yunhui-ege) is een verhaal over een verboden liefde dat sfeervol is gefilmd, maar dat laat op gang komt.

In de tweede speelfilm van Lim Dae-hyung is de eeuwige sneeuw van Otaru een metafoor voor gevoelens die zich moeilijk laten ontdooien. Zowel fysieke als emotionele afstand tussen mensen houden de personages in hun greep. Het verlangen naar liefde en aanraking neemt de toeschouwer mee naar een moeizame ontknoping, die begrijpelijkerwijs afstandelijk aanvoelt, maar warmte ontbeert. Vooral voor niet-Aziaten staan de culturele achtergronden een goed begrip over de menselijke verhoudingen in de weg: Japan-Korea, moeder-dochter en in dit geval de verboden liefde. Aanvankelijk is het moeilijk te begrijpen wie wie is en welke rol zij in het geheel hebben. Op die manier ontwikkelt het drama zich teveel als een puzzel die de kijker moet zien op te lossen en mis je enige uitleg of achtergrond, waardoor de emotionele betrokkenheid met de karakters laat op gang komt. Ondertussen zorgen de perikelen tussen Sae-bom en haar vriendje voor een vrolijke noot.

Nog te zien vrijdag 6 maart 21.20 uur in Studio/K en zondag 8 maart 19.30 uur in Studio/K.

 

Yellow Ribbon

Yellow Ribbon – De waarheid zinkt niet
De yellow ribbon geldt als een symbool van bewustzijn. Canadese moeders en vrouwen droegen het toen hun zonen en mannen in de oorlog moesten vechten en inwoners van Brazilië en Nieuw-Zeeland dragen het om de aandacht te vestigen op de vele suïcides. In de meeste landen staat het gele lintje symbool voor hoop en solidariteit. In Zuid-Korea zie je ruim vijf jaar na het zinken van de veerboot Sewol de afbeelding nog op vele plaatsen prijken ter nagedachtenis aan de slachtoffers en hun families van de ramp waarbij 304 van de 476 passagiers en bemanningsleden pal voor de kust de dood vonden.

De documentaire Yellow Ribbon van Yu Hyun-sook volgt vijf personen die op de een of andere manier waren betrokken bij de ramp op 16 april 2014 en de nasleep daarvan. Met name het feit dat de kapitein en een aantal bemanningsleden de passagiers aan hun lot overlieten, de te late reddingspogingen en de verdrinkingsdood van 250 middelbare scholieren hebben diepe indruk achtergelaten. De documentairemaakster kiest niet voor sensationele beelden, zoals de vele mensen aan de oever die de Sewol hebben zien zinken – het latere shot van de gehavende veerboot op een werf is al indrukwekkend genoeg.

Yellow Ribbon laat vooral zien hoe in Zuid-Korea na het falen van de autoriteiten een protestbeweging uitgroeit tot ongekende proporties. Dat niet iedereen de vele uitingen van burgerlijk ongenoegen steunt, blijkt uit het fragment dat tijdens een hongerstaking demonstratief gratis pizza’s worden uitgedeeld. Veel mensen kunnen zich niet identificeren met de nabestaanden en vergeten de ramp het liefst. Echter het merendeel van de bevolking kan niet wachten totdat de ware oorzaak eindelijk boven tafel komt en alle schuldigen ter verantwoording worden geroepen.

Nog te zien vrijdag 6 maart 17.00 uur in Rialto en zondag 8 maart 17.20 uur in Studio/K.

 

Exit

Exit – Game of drones
Exit (Ekisiteu) is zonder twijfel de grappigste film van CinemAsia 2020. Het debuut van Lee Sang-geun was met negen miljoen bezoekers een grote kaskraker in Zuid-Korea en is ook voor de westerse kijker uiterst onderhoudend. Yong-Nam (Jo Jung-suk) heeft na zijn studie geen zin om te gaan werken en houdt zich het liefst bezig met rotsklimmen. Hij dringt erop aan dat het zeventigste verjaardagsfeest van zijn moeder wordt gevierd in Dream Garden, omdat daar zijn oude vlam Eui-ju (Im Yoon-ah) werkt. Nadat de stad wordt overspoeld met wit gifgas dat ook de etage van Dream Garden dreigt te bereiken, moet Yong-Nam alles op alles zetten om zijn familie en zijn liefje te redden.

In deze als actiekomedie vermomde rampenfilm worden halsbrekende toeren afgewisseld met heerlijk hysterisch sentiment waarbij Yong-Nams vader (Park In-hwan) de kroon spant door in alle opzichten en op alle momenten fanatiek mee te leven met het lot van zijn zoon. Net als in de meeste andere (Amerikaanse) rampenfilms stapelen de genreclichés zich langzaam op, echter Exit blinkt uit door originele vondsten, subtiele humor en het gemis van (bloederig) geweld, terwijl de bovengemiddelde realiteitszin ook de kijker klamme handen garandeert. De capriolen in Safety Last! (1923) waarin filmkomiek Harold Lloyd aan de wijzers van een torenklok bungelt, zijn kinderspel met het soms bloedstollende klimwerk van onze Koreaanse held in wording. Steeds verder en steeds hoger leidt de weg naar redding, totdat er uiteindelijk hulp uit onverwachte hoek komt. Het inlevingsvermogen en het sentiment, soms compleet over de top, van Exit zijn zo meeslepend dat menig kijker het niet droog zal houden.

Nog te zien vrijdag 6 maart 19.15 uur in Studio/K en zaterdag 7 maart 21.45 uur in Studio/K.

 

6 maart 2020

 

Deel 1

 

MEER FILMFESTIVAL

CinemAsia 2020 – Deel 1

CinemAsia 2020 – Deel 1:
Anderen helpen, maar ook jezelf

door Cor Oliemeulen

De Aziatische cinema is bezig aan een onstuitbare opmars. Daar kan geen virus wat aan veranderen. In ons eerste verslag van CinemAsia 2020 twee opvallende drama’s uit India, het Indonesische antwoord op de Amerikaanse superheldenfilm en een nachtmerrieachtige thriller over de Chinese onderdrukking in Taiwan. Gemeenschappelijk thema: soms moet je anderen helpen om jezelf te kunnen helpen.

 

The Wayfarers

The Wayfarers – Humaan geploeter in de modder
Dat de Indiase cinema veel meer is dan Bollywood bewijst Goutam Ghose, die in de jaren zeventig begon als documentairemaker en fotojournalist. Zijn sociaal-realistische stijl komt tot uitdrukking in zijn jongste speelfilm The Wayfarers (Raahgir), waarin hij zich andermaal focust op het leven van de onderklasse in de Indiase samenleving.

De moedige Nathuni (Tillotama Shome: Moonsoon Wedding, 2001) woont met haar verlamde man en hun zoontje en dochter in een geïsoleerde omgeving. Ze hebben weinig te eten, maar proberen het beste van het leven te maken. We volgen Nathuni de dag nadat ze door twee mannen dreigt te worden verkracht. Ze moet vele kilometers lopen over ongeplaveide wegen en paadjes om werk in de stad te zoeken. Onderweg ontmoet ze de opgewekte Lakpathi (Adil Hussain: Life of Pi, 2012). In korte flashbacks vertellen ze over hun levens. Zo leren we dat Nathuni’s man tijdens een betoging een politiekogel in zijn rug kreeg en dat Lakpathi vroeger een begenadigde danser was die door zijn grootste concurrent uit de gemeenschap werd verjaagd. Op weg naar de stad ziet het koppel hoe een marskramer met zijn motor en karretje met twee doodzieke bejaarde zwervers vastzit in de modder. Niemand wil hem helpen, maar Nathuni en Lakpathi steken de handen uit de mouwen om hun voetreis vol ontberingen te voltooien.

The Wayfarers is een klein drama met een heel groot hart. We zien hier mensen, niet gehinderd door enige luxe, die niet zeuren wanneer ze iemand in nood moeten helpen. De dankbaarheid die volgt is al even ontroerend.

Nog te zien zaterdag 7 maart 21.30 uur in Rialto.

 

Dolly Kitty and Those Twinkling Stars

Dolly Kitty and Those Twinkling Stars – Liever leven dan overleven
Ook verstoken van de obligate Bollywood-liedjes en -dansjes is Dolly Kitty and Those Twinkling Stars van de Indiase scenarist en regisseur Alankrita Shrivastava. Op CinemAsia 2016 won zij de publieksprijs met Lipstick Under My Burkha, dat vanwege de opzwepende verbeelding van rebelse vrouwen in eigen land verboden was. Ook in haar derde speelfilm worden taboes doorbroken en staat het verzet van vrouwen in een door mannen gedomineerde samenleving centraal.

De jonge Kajaal vertrekt naar een voorstad van New Delhi om werk te zoeken. Zij gaat logeren bij haar nicht Dolly, die naar buiten toe pretendeert een voorbeeldig en onbezorgd leven te leiden met haar man en twee zoontjes. Tijdens haar eerste baantje in een schoenenfabriek wenst Kajaal zich niet als een slaaf te laten behandelen. Nadat Dolly’s man zich aan haar probeert op te dringen, verkast Kajaal naar een hostel en vindt een baan in een callcenter waar ze, als Kitty, romantische gesprekken met telefonerende mannen moet voeren. Hoewel Dolly er aanvankelijk schande van spreekt, zeker nadat Kajaal verliefd wordt op een beller, laat ook zij zich niet langer ringeloren door haar directe (mannelijke) omgeving. Ook zij vindt een nieuwe liefde.

Dolly Kitty and Those Twinkling Stars past goed in de huidige trend van vrouwen in India die voor hun eigen belangen en (seksuele) gevoelens opkomen. Een oprechte, sympathieke film met een lach en een traan die nergens vergeet onderhoudend te zijn.

Nog te zien vrijdag 6 maart 21.30 uur in Rialto en zaterdag 7 maart 14.00 uur in Rialto.

 

Gundala

Gundala – De eerste Indonesische superheld
Het grootste entertainmentbedrijf van Indonesië, Bumi Langit, publiceerde de afgelopen 60 jaar meer dan 500 karakters in stripverhalen. Als antwoord op de superheldenfilms van Marvel en DC Comics is Gundala het eerste populaire personage dat in een nieuwe reeks op het witte doek verschijnt. De ambities zijn er, maar om echt te concurreren is er qua originaliteit en uitvoering nog wel wat werk aan de winkel.

Het jochie Sancaka verliest zijn vader tijdens een gewelddadige arbeidersopstand en een jaar later verdwijnt zijn moeder spoorloos. Hij leert van zich af te bijten en gaat als hij volwassen is werken als beveiliger en monteur van een drukkerij. Net zoals Batman verliest Sancaka zijn ouders op jonge leeftijd en heeft hij één angst: geen vleermuizen, maar bliksem. Maar op het moment dat Sancaka wordt getroffen door de bliksem krijgt hij superkrachten en verandert hij in de superheld Gundala. Hij zal het opnemen tegen allerlei gespuis van de straat en de corrupte overheid die moordlustige wezen traint en hypnotiseert om de duistere samenleving verder te ontwrichten.

Gundala van Joko Anwar begint veelbelovend met een aardige premisse, mooie beelden en een jongetje dat wat doet denken aan zijn collegaatje in Lion (2016) dat aan zijn lot is overgelaten. Maar later wordt de film steeds rommeliger en stapelen de clichés en ongeloofwaardigheden zich op. Zo is de schurk een deels verbrande Two-Face, lijkt het muziekthema verdacht veel op dat van Marvel en begint het ook buiten het regenseizoen spontaan te bliksemen zodra Gundala superkrachten nodig heeft. Verder zien veel vechtscènes er even onbeholpen uit als de outfit van onze sympathieke superheld.

Gundala verdient een betere sequel. Ondertussen staat de volgende superheld van Bumi Langit aan de zijlijn te trappelen: de blinde zwaardvechter Mata Malaikat. Deze titelheld zal worden vertolkt door Iko Uwais (bekend van de The Raid-films), dus dan zijn spectaculaire martial arts in ieder geval gewaarborgd.

Nog te zien zaterdag 7 maart 19.15 uur in Studio/K.

 

Detention

Detention – Doden tot leven brengen
Een zenuwslopende, deprimerende film met een hoopvolle boodschap. Dat is Detention (Fanxiao) van John Hsu, die zijn debuut baseerde op een populair videospel. Plaats van handeling is een bijna uitgestorven school in Taiwan tijdens de Chinese staat van beleg in de jaren zestig. Hsu mengt intelligent een politiek drama met romantiek en horror. Stijlvol gefilmd, ingenieus gemonteerd en bij vlagen ontroerend.

Tijdens het totalitaire regime zijn de meeste boeken verboden. In de kelder van een school komen de leden van een geheim boekenclubje samen. Maar dan blijkt dat iemand het clubje heeft verraden, waardoor de andere leden worden gemarteld en vermoord. In een nachtmerrieachtige sfeer gaat een meisje op zoek naar antwoorden. En zoals dat gaat in nachtmerries weet je niet altijd wat en waarom iets gebeurt en bevind je je plots weer in een andere dimensie en situatie. De geluidsband is sinister, de beelden zijn afwisselend onheilspellend, luguber, angstaanjagend, maar op andere momenten poëtisch. De horrorelementen illustreren de verschrikkingen die de Taiwanese bevolking tijdens de Chinese onderdrukking moest ondergaan.

Het hoopvolle van Detention is dat het verbod van boeken ‘het woord’ nooit zal kunnen uitbannen. Dat blijkt onder meer wanneer een jongen en een meisje, die weten dat ze binnen worden afgeluisterd, liefdevolle zinnen voor elkaar op een papiertje schrijven. Buiten praten ze over de schoonheid van bloemen en tekenen ze de toetsen van een piano, zodat ze samen in hun gedachten muziek kunnen maken. Er is dus hoop na alle onderdrukking en verderf. Alles wat dood is, kun je weer tot leven brengen.

Nog te zien donderdag 5 maart 21.45 uur in Studio/K en zaterdag 7 maart 21.40 uur in Studio/K.

 

5 maart 2020

 

Deel 2

 

MEER FILMFESTIVAL

Sibel

****
recensie Sibel

Ode aan de underdog

door Cor Oliemeulen

Sibel kan sinds een ziekte in haar kindertijd niet meer spreken en bedient zich van een fluittaal. Wegens haar handicap wordt ze niet geaccepteerd door de kleine gemeenschap in de bergachtige Zwarte Zee-regio van Noordoost-Turkije. Sibel mag dan wel refereren naar klassieke sprookjes, maar is vooral een parabel over vrijheid.

Met haar grote vurige ogen en haar onafhankelijke geest is de 25-jarige Sibel (Damla Sönmez) een opvallende verschijning. Als ze met de andere vrouwen op het land werkt, moet ze bij hen uit de buurt blijven, want misschien is haar stomheid wel besmettelijk. Ook haar zusje Fatma (Elit Iscan) moet niets van haar hebben; ze stuurt Sibel onverbiddelijk weg als zij onaangekondigd op een traditionele bruiloft verschijnt.

Sibel

Jacht
Sinds de dood van zijn vrouw is Sibel het oogappeltje van hun vader (Emin Gürsoy), het hoofd van het dorp. Hij leert Sibel jagen en geeft haar een geweer, waarmee zij op jacht gaat naar een boze wolf in de bossen die de dorpelingen zou bedreigen. Sibel hoopt dat ze eindelijk zal worden geaccepteerd wanneer ze de wolf heeft gedood. De enige buiten haar vader met wie ze menselijk contact heeft, is de oudere vrouw Narin (Meral Çetinkaya) die in een huisje in de bossen woont en haar verstand lijkt te hebben verloren nadat haar man verdween.

In plaats van een wolf treft Sibel op een dag ene Ali (Erkan Kolçak Köstendil) aan in een kuil met puntige stokken. Hij is op de vlucht, maar dat weerhoudt Sibel er niet van om zijn wonden met plantenextracten te verzorgen en langzaam een band met hem op te bouwen. Zij geeft hem te eten en wat praktische zaken en leert hem zelfs wat kneepjes van de lokale fluittaal. Maar als Sibel in de bossen wordt gesignaleerd met deze gevaarlijk geachte man, neemt de weerstand tegen haar, maar ook haar vader en zusje toe. Met dramatische gevolgen.

Sibel

Fluittaal
Waar de recente Roemeense neo-noir The Whistlers een fluittaal in al zijn meligheid laat dienen als codetaal, is de ‘vogeltaal’ (Kuş dili) in Sibel zeer realistisch. Onderzoekers ontdekten weliswaar soortelijke fluittalen in Frankrijk, Spanje, China en Mexico, echter de Turkse variant draagt het verst. Door een zeer hoge frequentie van 4.000 Herz kan door de diepe valleien een afstand van vijf kilometer worden overbrugd. Niet zomaar simpele mededelingen, maar ook ingewikkelde zinnen. Tussen de geluiden van de natuur en het oproepgebed hoor je in deze contreien dus regelmatig schel fluitende autochtonen.

Guillaume Giovanetti en Çagla Zencirci maakten kennis met de fluittaal in Kusköy, dat bekendstaat als ‘Dorp van de vogels’, en besloten er de film Sibel te maken. Het titelpersonage leerde ter plekke de vertalingen uit het Turks, alsook de speciale fluittechnieken met en zonder het gebruik van vingers. Nog zo’n tienduizend mensen in deze regio communiceren als zodanig en de fluittaal wordt zowaar sinds kort aangeboden op de universiteit van Giresun in Noordoost-Turkije. Hoewel de verspreiding van mobieltjes toeneemt, probeert ook een jaarlijks festival de 500 jaar oude traditie levend te houden.

Sibel

Universeel
Traditie is ook de rode draad in Sibel, dat qua thema en locatie sterk verwant is aan Mustang (2015) waarin Turkse zusjes zich trachten te ontdoen van hun beklemmende bestemming in een patriarchale, star religieuze omgeving. Sibel kent in dat opzicht minder nuance en diepgang dan Mustang en beperkt zich tot vrij stereotiepe beelden van wel of geen hoofddoekje, het voorkomen van schande, en het redden van eer en aanzien.

Ook de verhouding tussen man en vrouw ligt er wat dik bovenop, hoewel zowel Ali als Sibels vader zich door de omstandigheden enigszins weten aan te passen. Wat we niet in de film zien is dat in deze traditionele regio een fanatieke vrouwenactiegroep strijdt om de natuur te beschermen tegen de oprukkende mijnbouwbedrijven. Volgens sommigen zijn hier de mannen sowieso minder strijdbaar dan vrouwen.

In Sibel is het enige strijdbare personage de titelheldin, die teleurstellingen en vernederingen moet trotseren. Ze is veel strijdbaarder dan de enige mannen in het verhaal – Ali en haar vader – die op hun manier dapper proberen te zijn. Maar in feite is de gemeenschap met haar traditionele waarden en normen waarin Sibel leeft helemaal niet zo relevant. De makers vertellen een universele boodschap, die wat doet denken aan Roodkapje en De Wolf of Assepoester. Eenvoudig, begrijpelijk voor kinderen, is Sibel hoofdzakelijk een ode aan de onafhankelijke geest en het streven naar acceptatie.

 

28 februari 2020

 

ALLE RECENSIES

Lighthouse, The

****
recensie The Lighthouse

Misère op de vierkante meter

door Cor Oliemeulen

Een oudere en een jonge man onderhouden een vuurtoren in New England laat negentiende eeuw en worden langzaam krankzinnig. The Lighthouse is een bijzondere combinatie van drama, zwarte humor, fantasie en thriller.

We maken kennis met betweter Thomas Wake (Willem Dafoe) die al jaren een vuurtoren en bijbehorende woning op een bijna onbereikbare rots onderhoudt en aanvankelijk wel raad weet met groentje Thomas Howard (Robert Pattinson) die hij graag als een hond behandelt. Alle noeste werkzaamheden die de nieuweling op het mini-eilandje verricht, worden met een kritisch oog bekeken. Zelfs de zeemeeuwen zijn Howard niet welgezind.

The Lighthouse

Isolement
Door het voortdurende isolement en het gebrek aan fijne menselijke verhoudingen zoekt Howard ’s avonds zijn toevlucht tot een klein stenen beeldje van een mooie zeemeermin, die hij later in het verhaal ook buiten tijdens hallucinaties zal ontmoeten. Hij merkt dat ook Wake zich soms overgeeft aan lust, nadat die zich heeft opgesloten bij het licht van de vuurtoren, een ruimte waar Howard beslist niet mag komen. Terwijl Wake overdag pseudo-Shakespeareaanse teksten oplepelt en verhaalt over oude zeemansmythen, kruipt Howard langzaam onder het juk van zijn meerdere uit. Hij zal immers binnenkort vertrekken van deze godvergeten plek.

Maar als op de bewuste dag de boot door slecht weer de rots niet kan bereiken, blijft Howard geconfronteerd met de dominantie en onhygiënische gewoonten van Wake, die op zijn beurt het gezelschap van Howard niet wil missen. Verhoudingen beginnen te veranderen, grenzen en normen vervagen. Als hun woning na een heftige storm zwaar is geteisterd en de voorraden opraken, dreigen beide mannen af te stevenen op een onstuitbare teloorgang en zijn ze – versterkt door overmatig drankgebruik – aan elkaars gezelschap, menselijke warmte en machismo overgeleverd.

Claustrofobisch
De claustrofobische atmosfeer van The Lighthouse wordt bepaald door de technische keuzes van regisseur Robert Eggers (The VVitch: A New-England Folktake, 2015) en cinematograaf Jarin Blaschke. Het duo koos voor de beeldverhouding van 1,19:1, zoals je die veel ziet in de gotische stijl van de zwijgende cinema en die Fritz Lang bijvoorbeeld in 1939 had ingezet om de opgejaagde stemming in zijn misdaadfilm M te versterken. Dit oude formaat blijkt zeer geschikt voor verticale structuren, zoals de vuurtoren, en maakt bovendien de ruimten waarin de personages verkeren nog enger. Tijdens de talrijke veelzeggende close-ups van Dafoe en Pattinson is de ruimte om hen heen niet relevant.

The Lighthouse

De contrastrijke, soms korrelige, look-and-feel van de vroege cinema (denk ook aan de latere film noir) kwam tot stand door lenzen met een op maat ontwikkeld orthochromatische filter. De belichting is schamel en het materiaal waarop The Lighthouse is geschoten, is Kodak Double-X, een weinig gebruikte zwart-witfilm die bijvoorbeeld ook Martin Scorsese aanwendde voor zijn boksfilm Raging Bull (1980). Dat alles, aangevuld met de minimalistische soundtrack, maakt de weergave grimmig en sinister.

Symboliek
The Lighthouse heeft geen noemenswaardig plot, maar kent wel interessante metaforen en symboliek (zien we daar plots een bovennatuurlijk wezen?), waarmee de kijker zelf naar hartenlust mag interpreteren. De focus op de verhouding tussen twee zeer verschillende mannen die zowel de omstandigheden als de ander dienen te trotseren en uiteindelijk moeten zien te overleven, wordt steeds spannender en blijft tot het eind toe overeind door de goede chemie en het ijzersterke spel van Dafoe en Pattinson. Door de opeenstapeling van huiveringwekkende gebeurtenissen, valt ook een lach in deze macabere wereld nauwelijks te onderdrukken.

 

22 februari 2020

 

ALLE RECENSIES

Hidden Life, A

**
recensie A Hidden Life

Verrader of held?

door Cor Oliemeulen

Ook in zijn jongste film dompelt Terrence Malick de kijker onder in een uitvoerige visuele contemplatie. Wie The Tree of Life (2011) al niet trok, kan bij A Hidden Life maar beter onderduiken.

Al in de eerste minuten verraadt A Hidden Life de geliefde cameravoering van de Amerikaanse filmmaker Terrence Malick. Mooie plaatjes van de natuur, geschoten met een grote beeldhoek. De nerveuze camera die vaak naar de personages toe beweegt (en vice versa), een laag perspectief inneemt en de personages onbedoeld juist extra bewust van die camera maakt – alsof acteren een kunstje is. Het lijkt wel alsof iemand met een veel te dure camera een homevideo maakt.

A Hidden Life

Gevoelsimpressies
Een ander handelsmerk zijn de vele korte shots met non-verbale communicatie en lichaamstaal, want Malick maakt het plot (te veel) ondergeschikt aan cinematografie en montage. Iemand praat en ondertussen zien we beelden van andere, of eerdere scènes. Het is de overtreffende trap van de jump cut-techniek, waarbij het doel heilig is: een reeks van snel achter elkaar geplakte beelden geeft een gevoelsimpressie van de situatie weer, maar nog meer de emotionele staat van het personage: angst, vertwijfeling, trots. Met zo’n filmvisie is op zich weinig mis.

De stemmingsgevoelige montage, de keuze voor klassieke en religieuze muziek, de vaak fluisterende voice-overs met gedachten, existentialistische overpeinzingen en onnodig filosofisch gewauwel – alsook het gebruik van korte archiefbeelden voor de historische context – maken dat Malicks films kunnen worden gezien als een filmische vorm van humanitair expressionisme, met als doel om een betere, menslievende wereld te verwezenlijken. Ook dat is op zichzelf een nobel streven.

Het grote nadeel van deze cinematografische werkwijze is echter de extreem lange aanlooptijd naar een heel interessant thema, in het geval van A Hidden Life een duivels dilemma van de hoofdpersoon. Wie niet daarop wil wachten, kan beter pas na twee uur inhaken.

Conflict
Het conflict begint een klein beetje te broeien als de expansiedrift van Adolf Hitler langzaam het idyllische Oostenrijkse bergdorp binnendruppelt. Soms horen we wat vliegtuiggebrom in de lucht en op een dag lopen er soldaten met nazi-emblemen die collecteren voor oorlogsveteranen en hun gezinnen. De religieuze boer Franz Jägerstätter (August Diehl) is niet van plan om geld te geven aan het kwaad: mensen die andere mensen onderdrukken. Nu Oostenrijk zich heeft aangesloten bij Duitsland wordt iedere ingezetene geacht zich in te zetten voor de ‘goede zaak’.

Franz’ afschuw over de oorlog stuit echter op weerstand van de andere dorpsbewoners. Hij en zijn vrouw Fani (Valerie Pachner) worden met de nek aangekeken en zelfs de burgemeester en de priester kunnen de boer niet overtuigen. Wat wil je nou als koppige eenling bereiken? Bovendien is het je plicht aan het vaderland om te sympathiseren met het Derde Rijk. Maar in plaats daarvan ontstaat er bijvoorbeeld een vechtpartij op het land en worden de kinderen van de Jägerstätters door andere kinderen met stenen bekogeld.

A Hidden Life

Overpeinzingen
Dan ontvangt Franz een brief waarin hij wordt opgeroepen zich bij het leger te melden. Het gezin vlucht niet de bossen in, zoals Fani aanvankelijk voorstelt. Franz vervoegt zich bij het leger, waar hij vervolgens weigert zijn loyaliteit aan Hitler te betonen. Hij verdwijnt in de gevangenis, wordt regelmatig mishandeld en zal uiteindelijk voor de militaire rechtbank moeten verschijnen (let op de allerlaatste filmrol van Bruno Ganz). Met de detentie en de dreigende gewetensnood van Franz is het werkelijke verhaal van A Hidden Life begonnen. De cameravoering wordt minder nerveus, maar de filosofische en spirituele overpeinzingen nemen schrikbarend toe.

Franz vraagt God om hulp, licht en kracht. Hij kijkt in de hemel, maar er verschijnt niets of niemand vanachter de wolken. Hij schrijft heel veel brieven aan Fani en zij schrijft heel veel brieven terug, terwijl zij zelf thuis het land probeert om te ploegen. We horen hoe ze elkaar fragmenten vol levensvragen en tegeltjeswijsheden voorlezen. Zoals: het is beter onrechtvaardigheid te ondergaan dan je eraan schuldig te maken; we moeten geloven in de triomf van het goede, er kan immers niets slechts gebeuren met goede mensen; de natuur houdt geen rekening met de gevoelens van mensen; de vogels buiten hoeven niet te piekeren; de zon schijnt op zowel het goede als het slechte. En ten slotte de hamvraag: waarom hebt U ons geschapen?

A Hidden Life

Overkill
De overkill van het uitgesproken manoeuvreren tussen hoop en wanhoop begint uiteindelijk te irriteren. Je vraagt je af hoe een begenadigd cineast als Ingmar Bergman dat varkentje, in de helft van de tijd, zou hebben gewassen. “Doe wat goed is”, zegt Fani uiteindelijk, in de wetenschap dat ze Franz waarschijnlijk nooit meer zal zien.

Het opgelegde sentiment en de overbodige breedsprakigheid in deze kunstzinnige relikitsch van Terrence Malick verpesten de aandoenlijke principiële opofferingsgezindheid van het hoofdpersonage en belemmeren hiermee de weg naar een beklijvend existentieel drama. Dat is jammer, want Franz Jägerstätter is een (weliswaar naïeve) held die staat voor een wezenlijk principe. Ofschoon sommige inwoners van het Oostenrijkse bergdorp hem anno 2020 nog steeds als een verrader beschouwen.

 

3 februari 2020

 

ALLE RECENSIES

Au nom de la terre

***
recensie Au nom de la terre

Frans boerendrama biedt weinig hoop

door Cor Oliemeulen

Het Franse drama Au nom de la terre toont dat het runnen van een boerenbedrijf tegenwoordig meer vereist dan enkel liefde voor de grond waarop gewassen worden verbouwd en dieren worden klaargestoomd voor consumptie. Gedwongen tot grootschaligheid en geconfronteerd met tegenslagen slaat het noodlot langzaam toe in het warme gezin van Pierre en Claire Jarjeau.

Dat het water bij veel boeren aan de lippen staat en dat zij zich bedreigd voelen in het voortbestaan van hun bedrijf, is de afgelopen maanden duidelijk geworden door het boerenprotest. Terwijl in Nederland vooral de stikstofcrisis de aanleiding is, blokkeerden boeren in Frankrijk toegangswegen tot Parijs om vooral aandacht te vestigen op hun lage inkomens.

Au nom de la terre

Onvermijdelijke keuze
Au nom de la terre speelt zich af in de laatste twee decennia voor de eeuwwisseling waarin de (internationale) landbouw drastisch veranderde. Als Pierre Jarjeau (Guillame Canet: Le Grand Bain, La Belle Époque) enig onheil had vermoed, had hij waarschijnlijk nooit in 1979 het bedrijf van zijn vader gekocht en was hij als cowboy in het Amerikaanse Wyoming gebleven. Destijds was het boerenbedrijf nog overzichtelijk: boeren fokten hun dieren, verkochten die op de lokale markt en streken het geld op. Voor de administratie had je geen computer of hogere wiskunde nodig.

Regisseur Edouard Bergeon, die zijn speelfilmdebuut baseerde op zijn eigen smartelijke familiegeschiedenis, laat zien hoe begin jaren negentig de globalisering toeslaat en internationale afspraken met richtlijnen over productie de boeren tot onvermijdelijke keuzes dwingen: investeren om uit te breiden en het aanschaffen van geavanceerde uitrustingen om op die manier schaalvoordelen te boeken. In het geval van Pierre Jarjeau betekent dat onder meer het bouwen van een grote hypermoderne stal met kuikens.

Vader en zoon
De vader van Pierre ziet met lede ogen aan dat de dieren smerig voedsel krijgen voorgeschoteld en zet vraagtekens bij de keuze voor grootschaligheid en de afhankelijkheid van coöperaties en banken, waardoor zijn zoon bijna niets meer over zijn eigen bedrijf heeft te zeggen. Volgens pa was vroeger natuurlijk alles beter, hoewel Pierre zijn vader er fijntjes op wijst dat hij zijn dieren toen volstopte met antibiotica en groeihormonen. Zijn zoon moet niet zo klagen, maar nog harder werken, net als zijn eigen generatie die de oorlog heeft meegemaakt.

Au nom de la terre

Saillant detail is dat Pierre na de overname van het bedrijf zijn vader pacht voor de grond moet betalen. Als het boerenbedrijf steeds verder in het slop dreigt te geraken en de schulden toenemen, dringt Claire (Veerle Baetens: The Broken Circle Breakdown) bij haar man Pierre aan om zijn vader hulp te vragen. Aan de keukentafel ontspint zich weliswaar een intiem onderonsje, maar van compassie en uitgesproken liefde is geen sprake. Pa leest zoon andermaal de les en zoon is te trots om uitstel van betaling te vragen. Ondertussen hebben de erbarmelijke uitzichten van het boerenbedrijf hun vernietigende weerslag op het eens zo harmonische gezin van Pierre en Claire.

Boodschap
Tussen alle ellende door weet Bergeon in Au nom de terre kleine sprankjes hoop en kleine momenten van geluk te weven. Zoon Thomas, die studeert voor landbouwingenieur en keihard meewerkt op het boerenbedrijf, krijgt van zijn ouders een racefiets om daarmee met een vriend tochtjes door het prachtig in beeld gebrachte Franse landschap te kunnen maken. En op warme dagen ravotten die twee samen met Thomas’ zusje en haar vriendin in een zwembad dat is gemaakt van hooibalen en landbouwplastic.

Wat overblijft is een realistische, dus ook deprimerende, film met een impliciete politieke boodschap. Dwing boeren niet in een door internationale regels en beurs gedicteerd keurslijf en laat de landbouw terugkeren naar kleine bedrijven waarin boeren zelf de baas zijn en voldoende verdienen om een voor mens en dier verantwoord product op tafel te kunnen zetten. Voor het gezin Jarjeau en veel andere Franse boerengezinnen komt die boodschap te laat.

 

20 januari 2020

 

ALLE RECENSIES

Traditore, Il

****
recensie Il Traditore

De maffiabaas en de rechter

door Cor Oliemeulen

Het zijn vooral de charismatische antihelden die maffiafilms onverminderd populair maken. Zelfs hun rol als verklikker kan op veel bijval rekenen. Il Traditore schetst de bewogen geschiedenis van Tommaso Buscetta, de eerste Italiaanse maffiabaas die vrede sluit met de rechterlijke macht.

Het grote feest aan het begin van Il Traditore doet heel even denken aan dat van de maffiaklassieker The Godfather (1972). Maar waar Don Corleone in het New York van de jaren veertig van de vorige eeuw vreugdevol de bruiloft van zijn dochter viert, terwijl de ene na de andere gast onderdanig diens hand kust, broeit het tijdens het samenzijn van maffiafamilies enkele decennia later op Sicilië. De Cosa Nostra, die zich aanvankelijk had beziggehouden met vooral sigarettensmokkel, is overgestapt naar de veel winstgevendere drugshandel. Met alle gevolgen van dien.

Il Traditore

Maffiaoorlog
De meedogenloze Corleonesi, onder leiding van Toto Riina, verklaren de oorlog aan zowel overheidsdienaars als aan de concurrerende maffiabaas Tommaso Buscetta, die uitwijkt naar Brazilië. Al eerder was hij naar dat land gevlucht nadat hij in Italië bij verstek was veroordeeld voor twee moorden. Hij ondergaat er plastische chirurgie, ontmoet zijn derde vrouw, krijgt vier kinderen van haar en leidt vanuit Rio de Janeiro een internationale drugshandel.

Ondertussen heeft hij lijdzaam moeten vernemen hoe de Corleonesi twee van zijn andere zoons hebben vermoord, alsook een broer, zwager en vier van zijn kleinkinderen. Nadat hij uiteindelijk na een arrestatie wordt uitgeleverd aan Italië en hij zichzelf heeft proberen te vergiftigen, zoekt Buscetta contact met onderzoeksrechter Giovanni Falcone om als eerste maffiakopstuk de omerta (zwijgplicht) te verbreken, de structuur van de maffia te onthullen en te gaan getuigen tegen zijn oude maatjes. Dat leidde tot het historische anti-maffiaproces (vol hilarische toestanden met als beesten gekooide verdachten achterin de rechtszaal) in Palermo van 1986 tot 1992, waarin meer dan 475 maffiosi werden aangeklaagd en veel kopstukken van de Cosa Nostra levenslang achter de tralies zouden verdwijnen.

Onderbroek
De geschiedenis van Il Traditore (de verrader) is in uitstekende handen van Marco Bellocchio, wiens rol in de Italiaanse cinema altijd wat onderbelicht is gebleven. De inmiddels 80-jarige filmmaker maakte met Vincere (2009) niet alleen een schitterend melodrama over de opkomst en glorietijd van dictator en ‘mens’ Mussolini, ook portretteerde hij bijvoorbeeld even intens enkele leden van de Rode Brigade en hun geruchtmakende ontvoering van oud-premier Aldo Moro en diens moord in 1978.

Il Traditore

Ook in Il Traditore weet Bellocchio de Italiaanse bevolking een spiegel van die tijd voor te houden met dikke uitroeptekens achter de rol van burgers, kerk en politiek. Zo zet hij Moro’s opvolger, Guilio Andreotti, als een uiterst eng mannetje neer. Veelzeggend is de scène waarin de christendemocratische minister-president in zijn onderbroek rondloopt bij de Corleonesi om daar een nieuw pak aangemeten te krijgen.

Fragmentarisch
Il Traditore is een, soms te fragmentarische, geschiedenis van de charismatische verklikker Buscetta die ondanks de lengte van tweeënhalf uur door de abrupte montage niet altijd goed te volgen is. Bellocchio wisselt zoals zo vaak drama af met korte archiefbeelden en droomsequenties, waarvan Buscetta’s nachtmerrie dat hij sterft en door zijn dierbaren in een doodskist wordt gelegd het meest poëtisch en beklemmend is.

Het biografische misdaad- en rechtbankdrama wordt vooral gedragen door titelvertolker Pierfrancesco Favino (Le confessioni), die na lang zoeken volgens Bellocchio qua acteren als enige de vergelijkingstoets met Marlon Brando in The Godfather wist te doorstaan. Door zijn innemende optreden zou je bijna vergeten dat de narcistische Buscetta beslist geen lieverdje was. Dat hij seksueel ontembaar was, nemen we graag voor lief, maar met zijn heroïnehandel stortte hij vooral veel jongeren, onder meer een van zijn zoons, in diepe ellende. In dat opzicht had de uiterst moedige rechter Falcone (Fausto Russo Alesi: Sweet Dreams) veel meer lof en aandacht verdiend. Maar zo’n rechtschapen personage is natuurlijk veel minder interessant dan een wetteloze maffioso.

 

10 januari 2020

 

ALLE RECENSIES

La Grande Bellezza beste film van het millennium

La Grande Bellezza beste film van het millennium

La grande bellezza is door de redactie van InDeBioscoop gekozen tot beste film van de 21ste eeuw. De eeuwige stad Rome als het “decor voor de ontmaskering van loze ambities en lege pretenties”. De Italiaanse regisseur Paolo Sorrentino toont “een authentiek universum vol expressieve beelden, hemelse muziek en satire met de nodige extravagantie”.

La grande bellezza

Op de tweede plaats prijkt het romantische drama In the Mood for Love. “De camera is verborgen, alsof de kijker de affaire geheimzinnig bespiedt”, aldus een van de collega’s. “Is het ware verliefdheid die de twee tot elkaar brengt of slechts de fantasieën geboren uit de omstandigheden? Maakt het eigenlijk uit?” En: “Elk fraai beeld van de Chinese regisseur Wong Kar-Wai spreekt boekdelen over de tragische liefde.”

Werckmeister harmóniák is “een zwart-witte harmonie in mineur die als een meditatie voort glijdt”. Iemand anders zegt over deze Hongaarse film: “Arthouse zoals het echt bedoeld is. Deze film van Béla Tarr zit vol mysterie en eigenzinnigheid en is zo anders dan anders. 39 shots in twee uur. Twee minuten lang alleen maar lopende mannen – dat iemand dat durft!”

Opvallend op de vierde plaats is een documentaire: The Act of Killing. Met gevaar voor eigen leven portretteert Joshua Oppenheimer de toenmalige beulen van het schrikbewind van de Indonesische generaal Soeharto die tot in detail vertellen en naspelen hoe zij hun politieke tegenstanders medio jaren 60 doodden. “Eenmaal begraven bouwen herinneringen een muur voor de geest, die alleen door de daad van het doden weer opgebroken kan worden.”

“Wat animatiefilms vooral moeten doen, is betoveren. Het tot leven roepen van de fantasie”, aldus een van de collega’s over Spirited Away van de Japanse animatiekeizer Hayao Miyazaki dat op de vijfde plaats eindigt. “Een troostend sprookje voor klein en groot.”

Lazzaro Felice staat verrassend op de zesde plaats. “In een wereld die zo schuldig is dat ze onschuld niet meer herkent, verzacht Alice Rohrwacher de onmiskenbare politieke dimensie van haar derde film met mythologie en beeldpoëzie”, zegt iemand over het drama dat in 2019 in de bioscoop verscheen.

Eternal Sunshine of the Spotless Mind belandt op nummer zeven. “Geen scenarioschrijver vandaag de dag is zo origineel als Charlie Kaufman”, aldus een collega die het romantische drama met Jim Carrey en Kate Winslet in zijn lijstje zette. Iemand anders schrijft: “Hoeveel ontroering kan een mens verdragen in dit (bijna) onvergetelijke sciencefictionsprookje?”

Er werden veel Koreaanse films genoemd in de diverse lijstjes. Het is geen verrassing dat het ijzersterke Memories of Murder in de IDB-top 10 van het millennium opduikt. “Met deze film wees Bong Joon-ho de wereld er op dat de cinema van Zuid-Korea tot de eredivisie is toegetreden. Zwarte komedie, suspensethriller en maatschappijkritiek mengen zich tot een genadeloos portret van de menselijke natuur.”

Op de negende plek vinden we Turist. “Ruben Östlund kijkt naar onze micro-gedragingen en ontleedt ze dusdanig confronterend dat het ons tot psychoanalyse in ons alledaagse handelen dwingt.” Iemand anders vindt: “Het vervreemdende skioord en een briljant gebruik van Vivaldi’s De vier jaargetijden maken Turist tot één van de meest hilarische én pijnlijke films van deze eeuw.”

Het was knokken om de film die onze top 10 zou afsluiten, omdat meerdere films op dezelfde plek eindigden. Het volgende pleidooi voor Paterson gaf de doorslag: “Meditatief eert deze film de kleine momenten en is daarmee het grootse waard. Eenvoudige werkdagen en gedichten komen samen voor een fraai visioen van tevredenheid die uitdaagt. Men kan niet spreken over de Tao, maar wellicht kan men deze wel filmen.”

Wat verder opvalt is dat in de individuele lijstjes films van dezelfde regisseurs staan, zoals van David Lynch en Nuri Bilge Ceylan.

 

IDB Top 10 van het Millennium

1. La grande bellezza (2013)
2. In the Mood for Love (2000)
3. Werckmeister harmóniák (2000)
4. The Act of Killing (2012)
5. Spirited Away (2001)
6. Lazzaro Felice (2018)
7. Eternal Sunshine of the Spotless Mind (2004)
8. Memories of Murder (2003)
9. Turist (2014)
10. Paterson (2016)

 

Individuele lijstjes

Deel 1: Cor Oliemeulen
Deel 2: Tim Bouwhuis
Deel 3: Michel Rensen
Deel 4: Bob van der Sterre
Deel 5: Ries Jacobs
Deel 6: Sjoerd van Wijk
Deel 7: Yordan Coban
Deel 8: Ralph Evers
Deel 9: Alfred Bos

Belle Époque, La

****
recensie La Belle Époque

Ultieme nostalgietrip

door Cor Oliemeulen

Hedendaagse goeroes prediken om te leven in het hier en nu. Maar wat als het hier en nu een hel is? Of in het geval van de hoofdpersoon in La Belle Époque je huidige leven gewoon saai is? Dan koester je iedere mooie droom of meld je je aan bij een hip bedrijf dat je de mooiste periode van je leven kan laten herbeleven.

De uitgebluste zestiger in kwestie heet Victor (Daniel Auteuil), die succesvol was als politiek cartoonist van een inmiddels verdwenen dagblad en nu zonder werk zit. Hij heeft veel moeite zich aan te passen aan de moderne tijd. Zo heeft hij geen mobieltje, verafschuwt hij pratende computers en haalt hij zijn wenkbrauwen op als iemand alcoholvrije wijn wil drinken. Zijn vrouw Marianne (Fanny Ardant) probeert met volle teugen van het moderne leven te genieten. Zij rijdt een Tesla, heeft een VR-bril en verdient als psychoanalist uitstekend met haar online platform dat is gebaseerd op algoritmen, zodat niet zijzelf maar haar digitale ik de cliënt therapeutisch advies geeft. Op een dag zet Marianne Victor het huis uit. Die actie is mede ingegeven door het feit dat Marianne inmiddels stiekem het bed deelt met de beste vriend van Victor.

La Belle Époque

Verliefd
Victor neemt contact op met een bedrijf dat is gespecialiseerd om iemand enkele dagen een bepaalde historische tijd te laten beleven, bijvoorbeeld aan het hof van Marie-Antoinette of om zelfs toe te treden tot de intieme kring van Adolf Hitler. Victor wil graag terug naar 1974 toen hij in een café in Lyon zijn grote liefde ontmoette. Om dat te realiseren onderwerpt hij zich aan uitgebreide intakegesprekken, waarin hij in woorden en tekeningen de exacte setting van die dagen beschrijft.

De regisseur van de tijdreizen, Antoine (Guillaume Canet), is een meester in het neerzetten van die perfecte setting en eist van zijn figuranten uiterste discipline als het gaat om het naleven van het script. Zeker van zijn vriendin, met wie hij een haat-liefdeverhouding heeft, dat het meisje speelt op wie Victor destijds verliefd werd. Hoewel Victor, die zijn baard heeft afgeschoren en zich in een jaren zeventig-outfit heeft gehuld, zich realiseert dat hij in een gecreëerde illusie is beland, wordt hij inderdaad opnieuw verliefd. Maar is hij nu verliefd op het meisje uit zijn herinnering of het meisje dat zijn grote liefde speelt?

La Belle Époque

Nuttig?
Het eind van de film bepaalt of La Belle Époque uiteindelijk een feelgoodfilm of een drama is. Als Victor ontwaakt uit zijn verlangen van weleer en de realiteit van de huidige tijd weer volledig tot hem doordringt, rest slechts de vraag of het herbeleven van het verleden iets waardevols heeft opgeleverd. Was het nuttig om te graven in je herinneringen en de verliefdheid van destijds opnieuw te voelen? Ben je door die ervaring in staat nu ook op latere leeftijd weer voor iemand te vallen? Of blijft het bij die intens beleefde begoocheling die je voor even kon koesteren om je daarna te realiseren dat levensgeluk eindig is?

Het antwoord laat zich raden: de kijker mag natuurlijk niet gefrustreerd de bioscoop verlaten. Hoewel dat gegeven op zich misschien best jammer is, biedt het intelligente script van La Belle Époque genoeg interessante invalshoeken, subtiele humor en geloofwaardig acteerwerk dat je zelf ook wel eens zo’n ultieme nostalgietrip zou willen beleven.

 

27 december 2019

 

ALLE RECENSIES

10 grensverleggende films

Tien grensverleggende films

10 grensverleggende films

Feitjes over films zijn altijd leuk. Nog leuker is om je te realiseren wat ze allemaal in gang hebben gezet. Tien mijlpalen in de filmgeschiedenis die de grenzen verlegden: van de allereerste speelfilm tot en met de eerste bewustwordingsfilm over voeding.

door Cor Oliemeulen

1. – The Story of the Kelly Gang (1906) – allereerste speelfilm

Niet Amerikanen of Europeanen maakten de allereerste speelfilm. Ene Charles Tait uit het Australische goudzoekersparadijs Castlemaine en twee van zijn broers vertoonden op 26 december 1906 het bijna zeventig minuten lange The Story of the Kelly Gang. Dit westerndrama gaat over de beruchte Ierse balling Ned Kelly, die na de moord op drie politiemannen vogelvrij werd verklaard. Veel fragmenten op de filmrol hebben de tand des tijds niet goed doorstaan of zijn simpelweg verdwenen. In de gerestaureerde versie zijn foto’s en teksten geplakt om de leemtes in het verhaal op te vullen. Wat opvalt is het gebruik van echte pistolen! Tijdens schermutselingen wordt er vaak bewust in de grond of in de lucht geschoten, waarna tegenstanders toch dood neervallen. Charles Tait kreeg negen kinderen en maakte geen tweede speelfilm.

 

2. – Nanook of the North (1922) – eerste documentaire

Robert J. Flaherty was goudzoeker aan de andere kant van de wereld, in het hoge noorden van Canada, en maakte daar prachtige natuuropnames met mens en dier. Op een dag knoeide hij sigarettenas op zijn kilometerslange, uiterst brandbare rollen celluloid en werden alle opnamen vernietigd. Flaherty, die een relatie met een Eskimofamilie had opgebouwd, begon weer vol goede moed aan zijn film over het leven van de Inuit. Maar wat bleek later? Sommige fragmenten waren in scène gezet, zoals de vangst van een zeehond – die al dood was toen die zogenaamd door Nanook en zijn gezin onder het ijs vandaan werd getrokken. De vraag is of Nanook of the North door het manipuleren van de werkelijkheid een echte documentaire is. In ieder geval schetst de film een authentiek beeld van de ongerepte natuur in het noordelijk poolgebied.

 

3. – La coquille et le clergyman (1928) – eerste surrealistische speelfilm

Het door de Franse schrijver André Breton in 1924 gepubliceerde Manifest van het Surrealisme predikte een levenshouding. Fantasierijk, volledige vrijheid, loslaten van het verleden en zich niets aantrekken van bestaande regels. De visuele verbeeldingskracht staat los van verstand en logica, en is toepasbaar op alle kunstvormen. De beroemdste vroege surrealistische film is Un chien andalou (1928), waarmee Luis Buñuel en Salvador Dalí de gevestigde orde schokten. Maar de allereerste surrealistische speelfilm verscheen eerder dat jaar. In La coquille et le clergyman (De zeeschelp en de priester) van regisseuse Germaine Durlac maken we kennis met de dromen en erotische fantasieën van een priester. Het zowel originele als maffe script is van Antoine Artaud, die later met de introductie van zijn Wrede Theater ‘te surrealistisch’ werd bevonden door Breton en consorten.

 

4. – The Ox-Bow Incident (1943) – eerste humane western

In westerns werden indianen als bloeddorstige barbaren afgeschilderd. Dat negatieve beeld veranderde met de revisionistische western, waarin indianen en Mexicanen juist als sympathieke mensen worden neergezet. Mooie voorbeelden zijn High Noon (1952), Little Big Man (1970) en Dances with Wolves (1990). Al in 1943 verscheen The Ox-Bow Incident van William A. Wellman dat een sleutelrol speelt in de geschiedenis van de western. Deze eerste humane western houdt een pleidooi voor de rechtstaat als fundament van de samenleving. Drie mannen worden verdacht van moord en zonder proces opgehangen door een hysterische menigte. Later blijken ze onschuldig. Eén van de terechtgestelden had nog een afscheidsbrief mogen schrijven. In de ontroerende finale leest het personage van Henry Fonda, één van de weinigen die de executies probeerde te verhinderen, de brief voor aan een saloon vol daders.

 

5. – Sommaren med Monika (1953) – eerste vrijgevochten film

De Zweedse filmmaker Ingmar Bergman genoot een strenge opvoeding (vader was luthers predikant), was bang voor de dood en twijfelde aan God en het geloof. Dat resulteerde in 1957 in het meesterwerk Det sjunde inseglet (Het Zevende Zegel). Vier jaar eerder zorgde Bergmans doorbraakfilm Sommaren med Monika (Zomer met Monika) al voor de nodige ophef. Een vrijgevochten meisje (Harriet Andersson), dat met haar vriendje vlucht voor haar burgerlijke ouders, gaat uit de kleren. In Amerika ging de schaar in Bergmans vernieuwende, realistische filmstijl, en bleven hoofdzakelijk beelden van het stoute meisje over. “In de buurt werd er gesproken over een naaktscène. Zoiets was destijds ongehoord in Amerikaanse films”, zei regisseur Woody Allen, die net als veel anderen pas later Bergmans werkelijke kwaliteiten zou ontdekken.

 

6. – L’avventura (1960) – eerste moderne filmvertelling

Naast Bergman plaveide Michelangelo Antonioni de weg voor Europese films in Amerika. Tijdens zijn hele oeuvre bestudeerde de Italiaanse maestro van de moderne cinema de zoektocht naar betekenis en toonde hij zijn personages niet conform de toen geldende filmwetten. Zo worden hartstochtelijke vrouwen en communicatief impotente mannen in een dialoog met de rug naar elkaar geplaatst om hun psychologische afstand te symboliseren. Vanaf L’avventura (1960) wordt het verhaal ondergeschikt aan de gevoelens en worden de personages geplaatst in een omgeving die hun gemoedstoestand benadrukt, soms heel nietig in een overweldigend landschap of als een stipje voor een gigantische muur. Tijdens de wereldpremière op het filmfestival van Cannes klonk veel gejoel. Het publiek vond de shots veel te lang en kon het niet verteren dat hoofdrolspeelster Anna zomaar verdwijnt om vervolgens niet meer terug te keren in het verhaal.

 

7. – Straw Dogs (1971) – eerste verkrachtingsscène

Nog voordat de Hays Code in de Verenigde Staten werd afgeschaft, trok een schietgraag overvalkoppel in Bonnie and Clyde alle ongecensureerde registers open. Seks, drugs en vooral geweld vulden vanaf 1967 het witte doek. Gevlucht voor de verruwing in zijn geboorteland betrekt een Amerikaanse astrofysicus met zijn Britse vrouw in Straw Dogs een groot huis op het Engelse platteland. Helaas loopt hun relatie met enkele ingehuurde werklieden niet van een leien dakje en duurt het niet lang voordat iemand zich aan de vrouw des huizes (Susan George) vergrijpt. Natuurlijk kende de filmgeschiedenis al suggestieve aanrandingen, maar zeker een regisseur als Sam Peckinpah wist wel raad met het schokkend in beeld brengen van de dubbele verkrachtingsscène (waarbij het lijkt alsof de vrouw aanvankelijk nog geniet). Het is aan manlief (Dustin Hoffman) om zich uiteindelijk over te geven aan een bloederige wraakorgie.

 

8. – Westworld (1973) – eerste film met CGI

Beste millennial. Er was een tijd dat een grote ruimte vol computerkasten minder capaciteit had dan een enkele chip in je telefoon. Tegenwoordig kan film elke illusie creëren en digitale animatie zie je in bijna elke game en Hollywoodproductie. Wat nu normaal is, was vroeger bijna lachwekkend. De eerste speelfilm waarin CGI (Computer Generated Imagery) werd toegepast, is Westworld (1973). In het sciencefictionverhaal van debuterend regisseur Michael Crichton slaan bij een ‘gunslingerrobot’ (Yul Brynner) in een futuristisch amusementspark de stoppen door. Gelukkig is zijn zicht – dat bestaat uit grove pixels (gemaakt door de computer) – wat beperkt. Hoe knullig de scène er nu ook uitziet, hij zette wel de deur open voor bijvoorbeeld de eerste volledig met de computer gemaakte film: Toy Story (1995).

 

9. – Festen (1998) – eerste Dogme 95-film

In het ontwaakte digitale tijdperk kregen filmmakers in Denemarken de behoefte terug te keren naar de basis. Lars von Trier en Thomas Vinterberg stelden een manifest met tien regels op. Je moest voortaan op 35mm filmen, op locatie met de camera in je hand, zonder extra belichting. De film mocht geen oppervlakkige actie bevatten en het manipuleren van beelden (effecten en filters) was natuurlijk uit den boze. Deze ‘eed van zuiverheid’ leidde tot de eerste zogenoemde Dogme 95-film: Festen (1998). Het beeld van de reünie waar de zestigste verjaardag van pa wordt gevierd, is korrelig, soms schokkerig, en oogt authentiek. Het drama is zo werkelijk dat Thomas Vinterberg tijdens de beroemde incesttoespraak een deel van de acteurs in het ongewisse hield over de afloop. Ondanks het nobele streven, was na een paar jaar weinig meer van Dogme 95 over.

 

10. – Food, Inc. (2008) – eerste bewustwordingsfilm over voeding

Terwijl in Nederland de meeste boeren hun best doen om een verantwoord product op tafel te zetten, nemen ze het in Amerika niet zo nauw. Food Inc. gaf als eerste film een interessant kijkje achter de façade van vrolijk huppelende koeien in groene weiden die op pakken zuivel staan afgebeeld. Overzee blijkt voedselproductie in handen van megagrote bedrijven die nauwelijks oog hebben voor dierenwelzijn en verantwoord bodemgebruik. Ze worden bovendien gesubsidieerd door de overheid, want op groente en fruit valt weinig winst te behalen. In hamburgers zit soms ‘vlees’ van tientallen runderen, waardoor de oorsprong van eventuele ziektekiemen moeilijk is te achterhalen. Ook documentaires als Super Size Me (2004), waarin je lekker onverantwoord kunt eten bij McDonalds, maakten de weg vrij voor een reeks bewustwordingsfilms over dierenonwelzijn, vet, suiker en tal van andere producten waarvan we het naadje van de kous niet wisten.

 

21 december 2019

 
Alle leuke filmlijstjes