Vérité, La

****
recensie La Vérité

Fijnzinnige confrontatie tussen moeder en dochter

door Cor Oliemeulen

Wat maakt een familie een familie? Waarheid of leugens? En hoe zou jij kiezen tussen een wrede waarheid en een aardige leugen? Dat is het uitgangspunt van La Vérité, een lichtvoetig Frans drama van de Japanse meesterregisseur Hirokazu Koreeda, met in de hoofdrol een schitterende Catherine Deneuve als filmactrice op leeftijd die zojuist haar omstreden memoires heeft gepubliceerd.

Films over de stroeve relatie tussen moeder en dochter zijn talrijk. De snoeiharde confrontatie tussen een concertpianiste (Ingrid Bergman) en de door haar verwaarloosde dochter (Liv Ullmann) in Autumn Sonate (1978) spant de kroon. Waar Ingmar Bergman in zijn klassieker meedogenloos is, behandelt Hirokazu Koreeda (After the Storm, Shoplifters), het langverwachte wederzien tussen moeder en dochter op zijn vertrouwde zachtaardige, humanistische wijze. Ook in La Vérité mengt hij drama met lichtvoetigheid. Hoe confronterend het verleden en het heden ook mogen zijn, Koreeda weet altijd begrip en sympathie voor al zijn personages op te brengen en schikt iedereen uiteindelijk in het eigen lot.

La Verité

Rendez-vous
La Vérité
is Koreeda’s eerste film buiten Japan, met een taal die hij niet machtig is en met een geheel Franse crew. De Japanse regisseur had in 2011 in eigen land kennisgemaakt met Juliette Binoche (zij vertolkt in de film de rol van dochter Lumir) die suggereerde om eens samen iets te maken. Natuurlijk wilde hij ook graag een film met Catherine Deneuve (moeder Fabienne) op zijn cv. Het Franse filmicoon is op haar 76ste, en zeker in La Vérité, nog steeds aantrekkelijk en draagt de film moeiteloos met haar verschijning. Haar subtiele spel doet het acteerwerk van Binoche en Hawke (Lumirs Amerikaanse echtgenoot Hank) bijna verbleken.

Al in 2003 werkte Koreeda aan een script dat begint met een avond in de kleedkamer van een actrice aan het einde van haar carrière. Het gegeven zou uitgroeien tot een film over de relatie tussen een gevierde actrice en haar dochter die haar droom opgaf om ook een filmactrice te worden. Fabienne heeft zojuist haar memories geschreven en de in New York woonachtige scriptschrijver Lumir, Hank en kleindochter Charlotte (Clémentine Grenier) bezoeken de actrice in haar kapitale huis in Parijs om het heuglijke feit te vieren. De schermutselingen beginnen als blijkt dat Fabienne het in haar biografie niet zo nauw met de werkelijkheid heeft genomen.

La Verité

Verleden
Het verhaal speelt zich symbolisch af in de overgang van zomer naar herfst als zowel de groene blaadjes als de verhoudingen tussen moeder en dochter langzaam verkleuren. Natuurlijk zit er bij Lumir wat onverwerkt leed, maar net als in Autumn Sonate legt de moeder de dochter uit hoe het streven naar de hoogste kunst bijna vanzelfsprekend opvoeding in de weg staat. Het intelligente scenario van Koreeda biedt ruimte aan de emoties van alle betrokken, zoals bijvoorbeeld zijn Turkse collega Nuri Bilge Ceylan (Winter Sleep, The Wild Pear Tree) dat zo fantastisch kan. Voor nog meer relativering geeft Koreeda via kleindochter Clémentine een onbevooroordeelde kijk op de confrontaties tussen volwassenen die vastzitten in het verleden. Niet als een wijsneus, maar spontaan en met een lach.

De lichtvoetige, luchtige stijl van weemoed, verlangen en verzoening wordt al even zo fijnzinnig versterkt door de charmante cinematografie van Éric Gautier en de ingehouden gevoelige pianoscore van Alexi Aigui. Ook als Fabienne met lichte tegenzin opnamen maakt voor een sciencefictionfilm, waarin zij opnieuw als moeder wordt geconfronteerd met een dochter. Die symbolische weerspiegeling loopt als rode draad door La Vérité en leidt tot een van de meest veelzeggende scènes als Lumir uiteindelijk in de armen van Fabienne ligt. Dit hoopvolle, warme en emotionele contact tussen moeder en dochter is van korte duur. Uit een gevoel van ongemakkelijkheid en ongepaste trots zegt Fabienne tegen Lumir dat ze ervan baalt dat ze deze gevoelens en emoties juist nu pas heeft, in plaats van eerder die dag toen ze een scène in de film speelde.

 

30 mei 2020

 

ALLE RECENSIES

J’accuse

***
recensie J’accuse

Klokkenluider hoeft geen held te zijn

door Cor Oliemeulen

Nadat een Franse krant in 1898 J’accuse…! van Émile Zola publiceerde, brak in het land de pleuris uit. De schrijver veegde uitvoerig de vloer aan met de legertop en alle andere instanties die de onterechte beschuldiging van de joodse officier Alfred Dreyfus in de doofpot hadden gestopt. De Britse journalist en schrijver Richard Harris schreef een boek over de affaire en regisseur Roman Polanski verfilmde dat.

Alfred Dreyfus werd veroordeeld tot een langdurig verblijf op Duivelseiland omdat hij een spion voor Duitsland zou zijn. De affaire hield Frankrijk maar liefst twaalf jaar in zijn greep door gerechtelijke blunders, politieke belangen en antisemitisme. Regisseur Roman Polanski – vooral bekend van Het mes in het water (1962), Rosemary’s Baby (1968), Chinatown (1974) en The Pianist (2002) – kruipt in zijn historische drama J’accuse in het hoofd van de nieuwe baas van de Franse inlichtingendienst, kolonel Georges Picquart (Jean Dujardin: The Artist, Deerskin). Die ontdekt dat de bewijzen tegen Alfred Dreyfus (Louis Garrell: Le Redoutable, Little Women) zijn vervalst en moet vervolgens tal van intimidaties zien te trotseren om de waarheid boven tafel te krijgen.

J'accuse

Jood
De film opent met een ceremonie op een groot plein waar het uniform van kapitein Dreyfus op vernederende wijze van alle militaire versierselen wordt ontdaan. Een officier naast Picquart, die door een verrekijker het tafereel gadeslaat, vraagt wat hij ziet. “Dreyfus ziet eruit als een joodse kleermaker die huilt omdat zijn geld in de vuilnisbak wordt gegooid”, zegt Picquart, waarna iedereen de grootste lol heeft. Op dat moment moet Picquart niet veel van joden hebben, en aan het eind van het verhaal nog steeds niet. Maar ondertussen gelooft hij wel vurig in zijn plicht om te doen wat juist is, hoeveel weerstand dat dat ook oplevert. Het hoofdpersonage wordt in de film zeker niet als held neergezet, maar wel als moedige klokkenluider.

Roman Polanski (als kind met zijn joodse gezin opgesloten in het getto van Krakau) had een jarenlange fascinatie met de Dreyfus-affaire toen hij contact zocht met zijn Britse vriend Richard Harris, wiens thriller The Ghost hij in 2010 al had verfilmd. Ook dat verhaal gaat over een klokkenluider, een ghostwriter van een op Tony Blair lijkende regeringsleider die een boekje over diens politieke misstappen wil opendoen. Maar met de klokkenluider in J’accuse loopt het beter af. Die ontbloot in deze deskundig gefilmde, maar niet al te spannende psychologische thriller het universele thema van organisaties die hun fouten toedekken en de onthullers willen straffen.

J'accuse

Kerfstok
Iemand die zelf het een en ander op zijn kerfstok heeft wantoestanden laten openbaren, vraagt om controverse. Sinds zijn arrestatie en veroordeling in 1977 vanwege het drogeren en seksueel misbruiken van de dertienjarige Samantha Gailey heeft een dozijn vrouwen Roman Polanski (inmiddels 86) beschuldigd van seksueel overschrijdend gedrag. Boze tongen beweren dat de regisseur in J’accuse zijn frustraties over de volgens hem valselijke beschuldigingen aan zijn adres vertolkt, maar in de film is daar niets van terug te zien.

Twee dagen voor de Nederlandse online première van J’accuse werd in De Balie te Amsterdam gedebatteerd over de vraag of we Polanski en zijn filmkunst moeten (kunnen) scheiden van zijn wandaden. Dat lijkt op de discussie of je muziek van Michael Jackson nog leuk mag vinden met de wetenschap van diens seksuele escapades met minderjarigen. In Frankrijk won J’accuse drie Césars, waaronder die van beste regisseur, waarna enkele actrices demonstratief de zaal verlieten. Ondanks die filmprijzen blijkt Polanski’s drama weliswaar solide, maar geen meesterwerk, dus dat is voor menigeen wellicht een doekje voor het bloeden. Dat laat onverlet dat er nooit genoeg verhalen over klokkenluiders kunnen worden verteld.

J’accuse is vanaf 16 april te zien op Picl en vanaf 30 april op een aantal andere VOD-kanalen.

 

16 april 2020

 

ALLE RECENSIES

Seules les bêtes

****
recensie Seules les bêtes

Een kleine wereld

door Cor Oliemeulen

Een vrouw verdwijnt op mysterieuze wijze in een sneeuwstorm. In vijf hoofdstukken ontdekken we de dader en het motief, als blijkt dat de levens van alle personages op ingenieuze wijze met elkaar zijn verweven.

In deze whodunit van de Franse regisseur Dominik Moll wil iedereen ontsnappen aan de dagelijkse realiteit. Vijf personen met vijf liefdesverhalen, vol geheimen, onbegrip, fantasieën en teleurstellingen. Vijf perspectieven op een tragische geschiedenis waarin vaak niets is wat het lijkt.

Seules les bêtes

Perspectiefwisselingen
In Seules les bêtes, gebaseerd op de gelijknamige roman van de Franse noir-schrijver Colin Niel, maken we allereerst kennis met Alice Farange (Laure Calamy), een sociaal werkster die wordt verwaarloosd door haar man Michel (Denis Ménochet: Inglourious Basterds), een veeboer. Hij vermoedt dat Alice vreemdgaat met een andere veeboer, Joseph Bonnefille (Damien Bonnard), wat inderdaad het geval is. Joseph leeft teruggetrokken na het overlijden van zijn moeder en ziet op een dag dat zijn hond is doodgeschoten. Alice verdenkt Michel daarvan, zeker nadat hij met een bebloed gezicht thuiskomt. Langzaam bespeuren we dat er meer aan de hand is. Veel meer.

In het tweede hoofdstuk verschuift het perspectief naar Joseph, die op zijn erf een verrassende ontdekking doet. We leren dat hij niet langer wil doorgaan met zijn affaire met Alice zodat hij zijn geheim en zijn onverwerkte verdriet een plaats kan geven. In het derde hoofdstuk verschijnt Marion (Nadia Tereszkiewicz) ten tonele. Zij werkt als serveerster en heeft een stormachtige liefdesaffaire met de twintig jaar oudere Evelyne Ducat (Valeria Bruni Tedeschi: Il capitale umano, Ma Loute, La pazza gioia), de vrouw die later op mysterieuze wijze in een sneeuwstorm zal verdwijnen.

Grenzeloos
Die eerste drie hoofdstukken van deze mozaïekfilm spelen zich af in de Causse Méjean, een uitgestrekt, geïsoleerd kalksteenplateau in Zuid-Frankrijk. Omsloten door nauwe valleien tussen rotsachtige heuvels en slechts toegankelijk via smalle wegen weerspiegelt deze omgeving de eenzaamheid en geheimzinnigheid van de personages. Het onherbergzame besneeuwde panorama roept herinneringen op aan films van Nuri Bilge Ceylan (Winter Sleep) waarin het rauwe en pure landschap de karakters versterkt.

Seules les bêtes

Dan plots verschuift het verhaal van het Franse platteland naar een arme wijk in de miljoenenstad Abidjan in Ivoorkust waar Armand (Guy Roger N’Drin) ervan droomt rijk te worden. Geld voor eten is er nauwelijks, maar net als veel van zijn vrienden zien we hem wel achter een laptop, de toegangspoort tot de moderne wereld zonder grenzen. Het toverwoord is internet en de weg naar het fortuin heet oplichting. Het zal niet lang duren voordat we weten wie de dupe is van deze praktijken en hoe de levens van alle personages uiteindelijk elkaar beïnvloeden.

Gelaagd
De kracht van deze whodunit is de knap opgebouwde spanningsboog. Ieder nieuw hoofdstuk voegt extra lagen toe en verduidelijkt hoe situaties en personen nauw met elkaar zijn verweven, zonder dat (meestal) van elkaar te weten. En zo kan het gebeuren dat een vrouw van de aardbodem verdwijnt door toedoen van een tragisch misverstand, nadat zij elders is opgedoken om troost te brengen.

Seules les bêtes wordt soms wel heel achteloos vergeleken met de perspectiefwisselingen op een misdaad in Rashomon (1950) en de vervlochten verhalen in Babel (2006), maar dit uiterst onderhoudende misdaaddrama biedt meer dan voldoende kwaliteiten om op zichzelf te staan.

Seules les bêtes is vanaf 1 april te zien op VOD-kanalen Pathé Thuis, Ziggo, KPN, Cinetree en Cinemember.

 

28 maart 2020

 

ALLE RECENSIES

Papicha

****
recensie Papicha

Afglijden naar autoritair extremisme

door Sjoerd van Wijk

Papicha toont met temperament de wereld van rebelse modestudentes in een naar autoritair extremisme afglijdend Algerije. De bruuske invallen van Sunni-fundamentalisten vallen rauw op het dak, de demonstratieve agenda van de film ten spijt.

Tijdens de Algerijnse burgeroorlog in de jaren 1990 lopen de spanningen in het dagelijks leven op. Terroristische aanslagen zijn aan de orde van de dag. De fundamentalisten lijken aan terrein te winnen, een grote dreiging voor vrouwen. De geestdriftige Nedjma (Lyna Khoudri van Les bienheureux, dat zich ook afspeelde in deze tijd) is een vrijgevochten modestudente die niet van plan is zich te laten koeioneren door die intimidatie. Ze gaat nog steeds uit met vriendinnen, rommelt wat aan met een vriendje en scheurt propagandaposters van de muur. Als de terroristen haar zus Linda neerschieten, komt het dichterbij. Een innerlijk vuur wakkert aan om een modeshow met traditionele gewaden te houden, want Nedjma houdt zielsveel van haar land.

Papicha

Vluchtig studentenleven
Papicha herbergt een tomeloze energie, vol opgewekte momenten van Nedjma en haar vriendinnen die lol trappen na het uitgaan of een duik in de zee nemen. Die montere houding ontdooit ook de ingetogen Samira, die van een familie strenger in de leer komt en wel een hoofddoek moet dragen. Zo raast het vluchtige studentenleven door. Een beeldvullend gezicht hier, gelach daar, rap van ogenblik naar ogenblik. Een voortstuwende drift die steeds meer beklemt naarmate het Sunni-extremisme de tolerantie dan wel acceptatie van gematigden weet te winnen.

Regisseuse Moundia Meddour gunt in haar debuut geen tijd voor reflectie. Het tempo is meedogenloos als een steroïde Amerikaanse handcamerafilm à la mumblecore (Hannah Takes the Stairs) op anderhalve snelheid gespeeld.

Dreiging van terreur
Als Papicha al stilstaat voor een ogenblik van rust, is dat des te meer verontrustend. De dreiging van terreur is vanaf het begin aanwezig, maar komt toch uit het niets. Dat terwijl Nedjma wel degelijk de tekenen om haar heen ziet. Van een pragmatische stoffenhandelaar die langzaamaan meedoet met de extremisten tot posters in de universiteit zelf. Toch is de vrijgevochten enclave van de stad ook niet je van het, want de toxische masculiniteit regeert. Ook zonder terreur zou het leven niet over rozen gaan, met vervelende versierpogingen overtuigend afgepoeierd door Nedjma dankzij Khoudri’s vitaliteit.

Zo blijkt het vrouwen bedreigende extremisme niet een externe vijand, maar zit het diep in de samenleving vervlochten. Het extremisme komt in alle aan nervositeit grenzende drift indringender binnen dan bij het meditatieve Nasir (ook binnenkort in Nederland), die eenzelfde dreiging van gewelddadige ideologie op de dagelijkse rituelen plakt.

Papicha

Agenda van angst
Het verstikkende zit ook in een mysterieuze groep hidjab dragende vrouwen die opeens in Nedjmas kamer staan, een vrij ostentatief teken dat haar levensstijl niet wordt gewaardeerd. Het laat zien hoe Papicha hamert op de autoritaire dreiging. Het enige stille ogenblik is Nedjma vol huilend in beeld, het geluid weggevallen na het schot op Linda. Een vette streep onder de narigheid. Ze is een hoofdpersonage dat weinig blaam treft, wat de subtiliteit van haar richting fundamentalisme afglijdende omgeving soms teniet doet. Dat de preutse Samira degene is die zeker seks voor het huwelijk heeft gehad, voelt als een kunstgreep aan. Die strakke agenda van Papicha voert wel de angst op.

Papicha is tevens krachtig omdat het met levenslust de desoriënterende ervaring meegeeft van een samenleving die richting autoritaire ideeën beweegt. Nederland is gewaarschuwd. Denk bijvoorbeeld aan de intimidatie van Farmers Defence Force en het fascisme van Thierry Baudet.

 

9 februari 2020

 

ALLE RECENSIES

Au nom de la terre

***
recensie Au nom de la terre

Frans boerendrama biedt weinig hoop

door Cor Oliemeulen

Het Franse drama Au nom de la terre toont dat het runnen van een boerenbedrijf tegenwoordig meer vereist dan enkel liefde voor de grond waarop gewassen worden verbouwd en dieren worden klaargestoomd voor consumptie. Gedwongen tot grootschaligheid en geconfronteerd met tegenslagen slaat het noodlot langzaam toe in het warme gezin van Pierre en Claire Jarjeau.

Dat het water bij veel boeren aan de lippen staat en dat zij zich bedreigd voelen in het voortbestaan van hun bedrijf, is de afgelopen maanden duidelijk geworden door het boerenprotest. Terwijl in Nederland vooral de stikstofcrisis de aanleiding is, blokkeerden boeren in Frankrijk toegangswegen tot Parijs om vooral aandacht te vestigen op hun lage inkomens.

Au nom de la terre

Onvermijdelijke keuze
Au nom de la terre speelt zich af in de laatste twee decennia voor de eeuwwisseling waarin de (internationale) landbouw drastisch veranderde. Als Pierre Jarjeau (Guillame Canet: Le Grand Bain, La Belle Époque) enig onheil had vermoed, had hij waarschijnlijk nooit in 1979 het bedrijf van zijn vader gekocht en was hij als cowboy in het Amerikaanse Wyoming gebleven. Destijds was het boerenbedrijf nog overzichtelijk: boeren fokten hun dieren, verkochten die op de lokale markt en streken het geld op. Voor de administratie had je geen computer of hogere wiskunde nodig.

Regisseur Edouard Bergeon, die zijn speelfilmdebuut baseerde op zijn eigen smartelijke familiegeschiedenis, laat zien hoe begin jaren negentig de globalisering toeslaat en internationale afspraken met richtlijnen over productie de boeren tot onvermijdelijke keuzes dwingen: investeren om uit te breiden en het aanschaffen van geavanceerde uitrustingen om op die manier schaalvoordelen te boeken. In het geval van Pierre Jarjeau betekent dat onder meer het bouwen van een grote hypermoderne stal met kuikens.

Vader en zoon
De vader van Pierre ziet met lede ogen aan dat de dieren smerig voedsel krijgen voorgeschoteld en zet vraagtekens bij de keuze voor grootschaligheid en de afhankelijkheid van coöperaties en banken, waardoor zijn zoon bijna niets meer over zijn eigen bedrijf heeft te zeggen. Volgens pa was vroeger natuurlijk alles beter, hoewel Pierre zijn vader er fijntjes op wijst dat hij zijn dieren toen volstopte met antibiotica en groeihormonen. Zijn zoon moet niet zo klagen, maar nog harder werken, net als zijn eigen generatie die de oorlog heeft meegemaakt.

Au nom de la terre

Saillant detail is dat Pierre na de overname van het bedrijf zijn vader pacht voor de grond moet betalen. Als het boerenbedrijf steeds verder in het slop dreigt te geraken en de schulden toenemen, dringt Claire (Veerle Baetens: The Broken Circle Breakdown) bij haar man Pierre aan om zijn vader hulp te vragen. Aan de keukentafel ontspint zich weliswaar een intiem onderonsje, maar van compassie en uitgesproken liefde is geen sprake. Pa leest zoon andermaal de les en zoon is te trots om uitstel van betaling te vragen. Ondertussen hebben de erbarmelijke uitzichten van het boerenbedrijf hun vernietigende weerslag op het eens zo harmonische gezin van Pierre en Claire.

Boodschap
Tussen alle ellende door weet Bergeon in Au nom de terre kleine sprankjes hoop en kleine momenten van geluk te weven. Zoon Thomas, die studeert voor landbouwingenieur en keihard meewerkt op het boerenbedrijf, krijgt van zijn ouders een racefiets om daarmee met een vriend tochtjes door het prachtig in beeld gebrachte Franse landschap te kunnen maken. En op warme dagen ravotten die twee samen met Thomas’ zusje en haar vriendin in een zwembad dat is gemaakt van hooibalen en landbouwplastic.

Wat overblijft is een realistische, dus ook deprimerende, film met een impliciete politieke boodschap. Dwing boeren niet in een door internationale regels en beurs gedicteerd keurslijf en laat de landbouw terugkeren naar kleine bedrijven waarin boeren zelf de baas zijn en voldoende verdienen om een voor mens en dier verantwoord product op tafel te kunnen zetten. Voor het gezin Jarjeau en veel andere Franse boerengezinnen komt die boodschap te laat.

 

20 januari 2020

 

ALLE RECENSIES

Belle Époque, La

****
recensie La Belle Époque

Ultieme nostalgietrip

door Cor Oliemeulen

Hedendaagse goeroes prediken om te leven in het hier en nu. Maar wat als het hier en nu een hel is? Of in het geval van de hoofdpersoon in La Belle Époque je huidige leven gewoon saai is? Dan koester je iedere mooie droom of meld je je aan bij een hip bedrijf dat je de mooiste periode van je leven kan laten herbeleven.

De uitgebluste zestiger in kwestie heet Victor (Daniel Auteuil), die succesvol was als politiek cartoonist van een inmiddels verdwenen dagblad en nu zonder werk zit. Hij heeft veel moeite zich aan te passen aan de moderne tijd. Zo heeft hij geen mobieltje, verafschuwt hij pratende computers en haalt hij zijn wenkbrauwen op als iemand alcoholvrije wijn wil drinken. Zijn vrouw Marianne (Fanny Ardant) probeert met volle teugen van het moderne leven te genieten. Zij rijdt een Tesla, heeft een VR-bril en verdient als psychoanalist uitstekend met haar online platform dat is gebaseerd op algoritmen, zodat niet zijzelf maar haar digitale ik de cliënt therapeutisch advies geeft. Op een dag zet Marianne Victor het huis uit. Die actie is mede ingegeven door het feit dat Marianne inmiddels stiekem het bed deelt met de beste vriend van Victor.

La Belle Époque

Verliefd
Victor neemt contact op met een bedrijf dat is gespecialiseerd om iemand enkele dagen een bepaalde historische tijd te laten beleven, bijvoorbeeld aan het hof van Marie-Antoinette of om zelfs toe te treden tot de intieme kring van Adolf Hitler. Victor wil graag terug naar 1974 toen hij in een café in Lyon zijn grote liefde ontmoette. Om dat te realiseren onderwerpt hij zich aan uitgebreide intakegesprekken, waarin hij in woorden en tekeningen de exacte setting van die dagen beschrijft.

De regisseur van de tijdreizen, Antoine (Guillaume Canet), is een meester in het neerzetten van die perfecte setting en eist van zijn figuranten uiterste discipline als het gaat om het naleven van het script. Zeker van zijn vriendin, met wie hij een haat-liefdeverhouding heeft, dat het meisje speelt op wie Victor destijds verliefd werd. Hoewel Victor, die zijn baard heeft afgeschoren en zich in een jaren zeventig-outfit heeft gehuld, zich realiseert dat hij in een gecreëerde illusie is beland, wordt hij inderdaad opnieuw verliefd. Maar is hij nu verliefd op het meisje uit zijn herinnering of het meisje dat zijn grote liefde speelt?

La Belle Époque

Nuttig?
Het eind van de film bepaalt of La Belle Époque uiteindelijk een feelgoodfilm of een drama is. Als Victor ontwaakt uit zijn verlangen van weleer en de realiteit van de huidige tijd weer volledig tot hem doordringt, rest slechts de vraag of het herbeleven van het verleden iets waardevols heeft opgeleverd. Was het nuttig om te graven in je herinneringen en de verliefdheid van destijds opnieuw te voelen? Ben je door die ervaring in staat nu ook op latere leeftijd weer voor iemand te vallen? Of blijft het bij die intens beleefde begoocheling die je voor even kon koesteren om je daarna te realiseren dat levensgeluk eindig is?

Het antwoord laat zich raden: de kijker mag natuurlijk niet gefrustreerd de bioscoop verlaten. Hoewel dat gegeven op zich misschien best jammer is, biedt het intelligente script van La Belle Époque genoeg interessante invalshoeken, subtiele humor en geloofwaardig acteerwerk dat je zelf ook wel eens zo’n ultieme nostalgietrip zou willen beleven.

 

27 december 2019

 

ALLE RECENSIES

It Must Be Heaven

***
recensie It Must Be Heaven 

Een kosmopolitische buitenstaander

door Paul Rübsaam

De Palestijnse regisseur Elia Suleiman verlaat in It Must Be Heaven zijn woonplaats Nazareth om een reis te maken naar Parijs, New York en Montreal. Dat lijkt een hele onderneming. Maar eigenlijk verandert er niet zoveel. Waar Suleiman ook komt en welke vreemde taferelen hij ook aantreft, hij staat er zwijgend bij en kijkt ernaar.

Nazareth is niet alleen de plaats waar Jezus Christus zijn jeugd zou hebben doorgebracht. Het is tevens de geboorteplaats van de Palestijnse regisseur Elia Suleiman (1960), die er tegenwoordig weer woont. De eerste scènes van It Must Be Heaven spelen zich af in dit hoofdzakelijk door Arabieren bewoonde stadje in Noord-Israël, dat voor zover het niet overspoeld wordt door christenpelgrims een verstilde mediterrane atmosfeer ademt.

It Must Be Heaven

Als het belangrijkste personage in zijn eigen film vervult Suleiman ook als hij thuis is hoofdzakelijk de rol van observator. Met zijn gedrongen gestalte, zomerhoed en klassieke bril zien we hem veelal zittend, of staand met de handen op de rug gevouwen. Hij kijkt of luistert, spreekt nooit, maar kan veelzeggend zijn wenkbrauwen optrekken. Op deze wijze luistert hij in Nazareth bijvoorbeeld naar het  verhaal van een oude buurman over een dankbare slang die de lekke band van diens auto opblies, nadat hij het dier uit de klauwen van een adelaar had gered.

Suleiman laat zich met zijn veelvuldig gebruik van een statische camera en vaste kaders inspireren door de cinematografische wetten zoals die tot ongeveer 1920 golden. Binnen het frame kan hij, met zijn van afstand herkenbare verschijning, bijna als decorstuk functioneren. Zoals ook Jacques Tati dat kon met zijn kenmerkende slungelige, ietwat gebogen gestalte, slappe hoed en eeuwige pijp. 

Angst voor geweld
Expliciet geweld ontbreekt in It Must Be Heaven geheel. Des te nadrukkelijker zijn in het door Suleiman bezochte Parijs van Bataclan en New York van 9/11 de vaak potsierlijke sporen van de angst voor geweld zichtbaar. Overal heerst dreiging en achterdocht, veroorzaakt door aanslagen die in de verte een connectie hebben met het Palestijnse conflict. In zijn director’s note schreef Suleiman dat in zijn eerdere films als Chronicle of a Disappearence (1996) en The Time That Remains (2009)  Palestina werd vergeleken met een microkosmos van de wereld, terwijl It Must Be Heaven de wereld presenteert als een microkosmos van Palestina.

It Must Be Heaven

Zeer bedreigend, schijnbaar in ieder geval, is de man die Suleiman ’s ochtends vroeg als enige medepassagier aantreft in de Parijse metro. Welhaast tot op de tanden getatoeëerd, bier drinkend en boeren latend blijft hij recht tegenover Suleiman staand deze uitermate vuil aankijken. Maar er gebeurt uiteindelijk niets. Waardoor we getuige zijn van een merkwaardig contextloos stukje pantomime voor twee zwijgende heren.

Ook de politie gedraagt zich in Parijs nogal vreemd. Agenten nemen sierlijk manoeuvrerend op gemotoriseerde stepjes notitie van een fout geparkeerde auto, maar niet van een mogelijk gevaarlijk object dat daaronder is geworpen door een wegrennende jongen. Als Suleiman later op een terras in zijn eentje wat zit te drinken, wordt dat terras om redenen waar slechts naar te gissen valt door vier agenten nauwkeurig opgemeten.

In New York is het hoge gegil van de sirenes van de NYPD overal te horen. We zien de politie echter slechts uitrukken om een jonge vrouw met engelenvleugels op haar rug als een kat in de zak te vangen, wat nog niet eens lukt ook. Veel New Yorkse burgers zijn gewapend. En niet zo’n beetje. Men doet boodschappen of brengt kinderen naar school met Kalasjnikovs of zelfs raketwerpers over de schouder geslagen.

It Must Be Heaven

Collage
De film kent nog meer thema’s. Zo wordt Parijs niet alleen getypeerd als een stad in de greep van paranoia, maar ook als een plek waar de medemenselijkheid goed georganiseerd is, maar niet bepaald spontaan opwelt. Een dakloze die op een tweepersoons matras op straat bier ligt te drinken, krijgt door bezorgde medische dienstverleners een viergangenmenu aangeboden. Als de Parijzenaren evenwel in een park van het zonnetje willen genieten, mondt dat uit in een weliswaar kolderieke, maar ook bittere strijd om de schaars beschikbare stoeltjes.

Welbeschouwd is It Must Be Heaven eerder een collage van beeldcolumns, dan een film met een rode draad en één overkoepelende visie. Of dat een bezwaar is, hangt af van de stemming van de kijker. Bovengetekende zag de film twee keer en had de eerste keer last van dat gebrek aan eenheid, maar de tweede keer minder. Hoe dan ook valt de herinnering aan iedere film tenslotte uiteen in los van elkaar staande herinneringen aan sterke scènes. Sterke, in casu absurde en komische scènes heeft deze film van Elia Suleiman genoeg te bieden.

 

17 december 2019

 

ALLE RECENSIES

Deerskin

****
recensie Deerskin

Praten met je jas

door Bob van der Sterre

Na Realité (film van het jaar 2014 bij Indebioscoop.com) waren de verwachtingen rondom muzikant/regisseur Quentin Dupieux hooggespannen. De misdaadkomedie Au Poste (met Benoit van Poelvoorde) is redelijk geruisloos langs iedereen geslopen maar met Deerskin (originele titel Le Daim) keert hij weer terug op zijn inmiddels vertrouwelijke absurdistische plek in het filmhuis.

Georges koopt een jas van origineel hertenleer à € 7.500. ‘Wow! Geweldig! Godverdomme!’ Hij krijgt er een camera bij. Georges is net gescheiden en neemt in een dorp in de Alpen een kamer in het lokale hotel. ‘Wat ben je van beroep?’ ‘Filmmaker.’

Deerskin

In de kamer begint de jas tegen hem te praten – met de stem van Georges zelf. Hij wil het enige jack van de planeet zijn. ‘Ik wil met jou over straat lopen zonder andere jacks tegen te komen.’ ‘Dat is grappig: ik wil de enige persoon ter wereld zijn die een jack draagt.’

Wel een lastige missie voor Georges, maar hij houdt zo van zijn jas dat hij voor een film mensen hun jassen laat uitdoen (en ermee wegrijdt). Alle jassen ter wereld verzamelen, gaat wel tijd kosten, legt hij aan zijn eigen ongeduldige jas uit.

Hij laat zijn resultaten van zijn filmpjes zien aan afgestudeerd filmstudent Denise. Ze ‘snapt waar hij heen wil’ en doet hem een broek van hertenleer cadeau. ‘Wow! Geweldig! Godverdomme!’

Absurdisme en symboliek
De film zal vooral in de smaak vallen bij mensen die dol zijn op absurdisme en symboliek. De film gaat over jagen – zoveel is duidelijk. Neem het incident met de hotelreceptionist, of het uitschakelen van het toekijkende joch, het volgen van mensen, of wat er later in de film allemaal gebeurt.

Daar past ook bij hoe wereldvreemd Georges is. Hij begrijpt niets van dingen als seks, kunst, geld. Je ‘normaal’ gedragen als mens; hij weet niet hoe hij dat moet doen. Het lijkt of hij voor het eerst hoort over computers. Eten? Hij voedt zichzelf met wat hij hier en daar bij elkaar schooiert. Georges lijkt langzaam van een angstig hert te veranderen in een predator – juist nu hij zijn hertenleer aan heeft.

Hoe je alles moet interpreteren – en hoe fatalistisch dit einde wel weer is – dat is aan de kijker zelf. Een bekwaam essayist kan hier denk ik wel wat met thema’s als man/vrouw, kapitalisme, filmkunst (ook hier weer een film in film), lichaam/vacht. Met de jas als mensenvacht en ‘eten of gegeten worden’ (dog-eat-dog-world) kun je ook leuk spelen in je essay.

Details zijn goed verzorgd, zoals acteurs en muziek. Jean Dujardin speelt een gedenkwaardige hoofdrol als jassenprater Georges. De rol laat zien dat hij veel soorten komedie aan kan, na rollen als simpele surfer in Brice de Nice, uitgerangeerd filmster in The Artist, dwaze spion in de OSS-films en dronken schrijver in Le Bruit Des Glacons. Adèle Haenel past ook goed in de film als zijn vlijtige student. En Dupieux, als muzikant, kiest ook geweldige muziek uit. Dit keer een hoofdrol voor de fraaie track The Long Wait van Morton Stevens (1969).

Deerskin

Loop
De verbazingwekkende scripts trekken toch de meeste aandacht. Het is frappant hoe in films van Quentin Dupieux het einde sterk met het begin te maken heeft – alsof het alsmaar blijft doorgaan in een loop. Dat zag je ook in Realité en in Wrong. Een film verloopt chronologisch maar je hoeft het niet chronologisch te vertellen. De verwijzing naar Pulp Fiction in deze film is ook allerminst toevallig.

Is Deerskin dan de film van 2019 zoals Realité dat was in 2014? Nee. Misschien is het jammer dat er maar een dominante scriptlijn is (het verhaal van de jas) waar er in Realité veel meer scriptlijnen waren, wat meer tempo en variatie bood. Deerskin is in dat opzicht wat trager. Toch werkt Dupieux zo gestaag verder aan een fascinerend oeuvre van absurde, mysterieuze verhalen als ‘De David Lynch van de comedy’, zoals zijn bijnaam luidt. Je kunt toch niet snel een andere film verzinnen over een hertenleerverslaafde gek die met jassen praat.

 

16 december 2019

 

ALLE RECENSIES

Hors Normes

****
recensie Hors Normes
Voor sommige autisten is er geen alternatief

door Nanda Aris

Ontroerende film over twee vrienden en hun organisaties die ernstige gevallen van autistische jongeren opvangen en ze koppelen aan kansarme jongeren uit de achterstandswijken van Parijs.

Wanneer de reguliere gezondheidszorg zich geen raad weet met zwaar autistische patiënten, kloppen ze aan bij Bruno (Vincent Cassel), die zich al twintig jaar inzet voor deze patiënten. Samen met zijn vriend Malik (Reda Kateb) bieden ze jongeren uit achterstandswijken een baan als verzorger. Zijn organisatie houdt zich niet aan alle regels en dus blijft inspectie niet uit.

Het regisseursduo Olivier Nakache en Éric Toledano kennen we van het zeer succesvolle Intouchables (2011), Samba (2014) en C’est la vie (2017). Voor Intouchables lieten ze zich inspireren door het waargebeurde verhaal van Philippe Pozzo di Borgo en Abdel Sellou, een rijke verlamde man op zoek naar een verzorger, die hij vindt in de criminele Sellou, welke eigenlijk niet wil werken. Hij neemt hem aan, en een hechte vriendschap is geboren.

Hors Normes

Ditmaal laten de regisseurs zich inspireren door het verhaal van Stéphane Benhamou en Daoud Tatou, over wie ze in 2015 een tv-documentaire maakten. Benhamou en Tatou zijn twee bevriende mannen, de een joods, de ander moslim. Ook al is het geen thema in de film, het is wel iets dat de film stilletjes aanstipt. De twee mannen met verschillende geloven gaan goed samen door een deur. Ze hebben allebei hun eigen organisatie in Saint-Denis, een voorstad van Parijs, maar vullen elkaar aan en helpen elkaar waar nodig. Nakache en Toledano (hij heeft een familielid met autisme) besloten dat het verhaal ook het witte doek verdiende. 

Daten
Bruno probeert alle ballen hoog te houden. Hij begeleidt autisten die niet in de reguliere zorg behandeld kunnen worden, zoekt personeel voor nieuwe gevallen, moet zijn team betalen, inspecteurs te woord staan, en tussendoor probeert hij eens te daten (onder zijn cap draagt hij een keppel), maar veel tijd heeft hij daar niet voor.

Door deze drukte mist de film soms een kleine focus en hebben niet alle scènes een duidelijke functie. Zo voegt de scène waarin Bruno flirt met de zus van een patiënt niet heel veel toe (hij is grappig, maar duurt wat aan de lange kant, en krijgt geen vervolg).

Dagbesteding
Samen met zijn vriend Malik zorgt Bruno voor zowel autisten die vierentwintig uur opvang nodig hebben, als voor autisten die wel in een zorginstelling verblijven, maar geen dagbesteding hebben. In een busje rijden ze rond om iedereen op te pikken, om samen naar de paarden te gaan, of te gaan schaatsen. Per patiënt is er een begeleider. Ze zijn vaak (nog) niet opgeleid, en weten niet direct hoe ze het beste om kunnen gaan met deze patiënten. Maar dat is ook de kracht: omdat ze niet pedagogisch verantwoord handelen, maar menselijk reageren, werkt het.

In de film spelen zowel acteurs als echte autisten. Zo speelt de autistische Benjamin Lesieur de rol van Joseph, wiens personage gebaseerd is op Johann Bouganim, aan wie de film opgedragen is. Bij Johann thuis hing ook de tekst: ‘Als je je moeder slaat, zie je Stéphane niet meer’, net als in film (dan onder de naam Bruno). Het is de mooiste rol van Hors Normes.

Hors Normes

Joseph kent Bruno al heel lang, hij is zijn eerste patiënt. Niemand zal het droog houden wanneer we Joseph en zijn dansgroep (ook in werkelijkheid) zien optreden, op de prachtige muziek van de Grandbrothers. En iedereen voelt de euforie wanneer Joseph uiteindelijk zonder aan de noodrem te trekken uit de metro stapt.

Perspectief
Hors Normes verschilt met andere films over autisme, zoals Rain Man (1988), door ook de meest zware gevallen van autisme te laten zien. Zij die met een rugbyhoofdbeschermer op lopen, zodat ze zichzelf niet kunnen verwonden bijvoorbeeld. In Rain Man heeft de autistische Raymond het savantsyndroom: zijn sociale vaardigheden zijn laag, maar hij heeft een fotografisch geheugen. Ook al zorgde die film destijds voor een groter begrip van autisme, hij vormde ook het idee dat autisten altijd ergens in uitblinken (zoals in het maken van wiskundige sommen of een fotografisch geheugen hebben). In Hors Normes zoomen we niet veel in op de autisten, want het verhaal wordt verteld vanuit Bruno’s perspectief.

Het grote thema van de film is het feit dat er voor sommige autisten geen plek is in deze maatschappij. Ze kunnen niet thuis blijven wonen, maar wanneer ze een gevaar vormen voor verzorgend personeel of zichzelf, kunnen ze ook niet in de gangbare zorginstellingen opgenomen worden. Ze vallen tussen wal en schip, en bij gebrek aan tijd en kunde worden ze vaak opgesloten, vastgebonden of platgespoten.

Organisaties als die van Benhamou en Tatou zijn dus broodnodig. Uit angst dat ze niet kunnen blijven bestaan omdat ze niet voldoen aan alle regeltjes, zwijgen instanties die aankloppen bij de mannen over het bestaan van de organisaties. Bruno maakt er geen geheim van dat niet alles voldoet aan de regels, maar wat is het alternatief?

 

7 december 2019

 

ALLE RECENSIES

J’ai perdu mon corps

***
recensie J’ai perdu mon corps

Onhandig handig

door Ralph Evers

J’ai perdu mon corps vertelt twee verhalen: de geschiedenis van Naoufel en van een hand op zoek naar diens lichaam. De verbindende factor tussen deze verhalen is een vlieg.

Bij Naoufel staat zijn zoektocht naar de liefde centraal, nadat hij een toevallige blind date heeft met Gabrielle haar intercom. Naoufel werkt als pizzabezorger, maar blinkt niet bepaald uit in bezorgtijd, zeker niet voor firma Fast Pizza. Op een regenachtige avond na de nodige tegenslag raakt hij geïntrigeerd door de stem en ad remheid van Gabrielle.

J’ai perdu mon corps

Naoufel is van het type introvert en wordt onvoldoende uitgewerkt om een verrassende, meer menselijke kant van hem te ontdekken. Gabrielle is het type millennial die haar best doet op te vallen en uniek te zijn, gemakkelijk in de omgang is, maar – zo blijkt later – vooral gezien wil worden. Ze zorgt ondertussen voor haar zieke oom en via die oom weet Naoufel met een onhandige smoes nader tot Gabrielle te komen. Ondertussen is de oudere broer van Naoufel, meer van het type player, hem en vooral zijn meisje gaandeweg op het spoor.

Door enkele ontwikkelingen en vooral een dramatische wending komen we bij het tweede verhaal van de hand. Dit is een meer avontuurlijk stuk en kent een speelsheid die dit filmpje net van de middelmaat redt. Je houdt er en passant een vergroot gewaar zijn van je eigen handen aan over ook.

Handwerker
J’ai perdu mon corps is gebaseerd op het boek Happy Hand van Guillaume Laurant en kent de medewerking van niemand minder dan Jean-Pierre Jeunet. Animatie bevrijdt de film uit zijn realistische beperkingen. Dat gold in vroegere jaren meer dan tegenwoordig, nu met digitale speciale effecten ongeveer alles mogelijk is.

In deze Franse animatiefilm zijn die effecten toegepast op de hand, die aan zijn lot tracht te ontsnappen en tal van gevaren dient te trotseren. Eerst de arts en later de vele gevaren die zo’n kleine, weerloze hand temidden van ratten, honden, wind, auto’s, een baby en duiven kent. Het zijn de spannende avonturen en het verzorgde sfeergevoel – treffend ondersteund door een mooie muzikale omlijsting – die de film de moeite van je tijd waard maken.

J’ai perdu mon corps

Handvest
Maar zoals de laatste tijd vaker het geval (zoals vorig jaar de Chinese misdaadkomedie Have a nice day) blijft het de vraag waarom er zo zuinig met de magische mogelijkheden van animatie wordt omgegaan. Nu hoeft dat niet een probleem te zijn, getuige bijvoorbeeld Jean-François Laguionie’s Louise en Hiver.

Het verschil zit hem in de veel meer nadrukkelijke eigen stijl die Laguionie toont met daarbij existentieel thema’s: ouder worden, verlies, acceptatie. Dit staat in contrast tot de misschien eerste liefde van Naoufel, wat ook een belangrijke gebeurtenis is in een mensenleven, maar minder definitief dan het zoeken naar een eigen antwoord op je naderende einde. Ondanks de spaarzame mooie momenten laat J’ai perdu mon corps je een beetje met een leeg gevoel achter.

 

1 december 2019

 

ALLE RECENSIES