Marguerite

****

recensie  Marguerite

De illusie van een valse sopraan

door Suzan Groothuis

Niets is mooier dan je grote passie delen met publiek. Voor Marguerite, een dame op stand in het Parijs van begin jaren 20, is dat zingen. Overtuigd van haar talent besluit ze een carrière als operazangeres aan te gaan. Alleen zingt ze zo vals als een kraai.

Parijs, begin jaren 20. De film opent met een huiskamerconcert, georganiseerd voor een goed doel. Marguerite (Catherine Frot, The Page Turner), behorend tot de aristocratische klasse, is gastvrouw maar ook eregast van dit evenement. Op haar “society”-feestje gaat alle aandacht uit naar de muziek: klassiek geschoolde muzikanten begeleiden operatalenten op bekende composities van klassieke meesters. Marguerite, gehuld in extravagante outfit en getooid met pauwenveer, sluit het evenement af. Mozart zet in, Marguerite zingt. Waar eerder sprake was van betovering, is er nu gêne alom: de sympathieke dame zingt namelijk vals.

Recensie Marguerite

Aanslag op de oren
Voor Hazel, een jonge Parijse die alle kansen benut om als operazangeres bekendheid te krijgen, is het een bizarre vertoning. Voor journalist en schrijver Lucien Beaumont en kunstenaar Kyrill een manier om aan geld te komen. Van Beaumonts hand verschijnt een lovende recensie, waarin hij de unieke stem van de barones prijkt. In alle kranten afgedaan als schande (“pauvre Mozart!”) roemt hij Marguerite vanwege haar eigenheid. En Marguerites toegewijde butler Madelbos houdt haar grote droom in stand door haar juist alleen Beaumonts artikel te laten lezen.

Geïnspireerd en verlangend naar meer neemt Marguerite contact op met Beaumont. Wanneer hij regelt dat ze kan optreden voor publiek (een ludieke scène met een grote knipoog naar Dada) is het hek van de dam. Marguerite wil alleen nog maar optreden, tot weerzin van haar man Georges Dumont (André Marcon). Buiten het feit dat hun relatie al jaren in het slop zit en hij er een maîtresse op nahoudt, staat Georges het schaamrood op de wangen als hij Marguerites zangkunsten aanhoort. En hij is niet de enige: de gehele “high society” waaronder zij zich bevinden moet niets van haar valse kreten hebben. Maar niemand durft Marguerite te zeggen waar het op staat.

Recensie Marguerite

Op naar de top
Marguerite, sfeervol geschoten, ademt in alles het Parijs van de jaren ‘20 – denk aan kostuums, interieur en details als een Comoedia (in die tijd een bekend Frans tijdschrift voor kunst en cultuur). Gehuld in extravagante kostuums die zij verzamelt van beroemde toneelstukken laat Marguerite zich fotograferen door haar butler. Ze waant zich een ster, maar is het niet – en laat dit nou net de kracht van Giannoli’s film zijn. Het komische aspect zit hem in Marguerites performances – haar gekrijs zorgt letterlijk voor de hilarische noot. Je ziet het publiek onrustig schuifelen, gniffelen en weglopen, zonder dat Marguerite het doorheeft. Als kijker betrap je jezelf er op dat je ongemakkelijk op je lip bijt. Zelfs wanneer operaster Atos Pezzini (Michel Fau in een dik aangezette rol) aangetrokken wordt als zangdocent, is er geen verbetering zichtbaar.

Pijnlijke passie
Van een transformatie als in George Bernard Shaws’ Pygmalion is geen sprake. Een happy end, waarin het lelijke eendje transformeert tot een mooie zwaan, krijgen we dan ook niet voorgeschoteld. Want als Marguerite dan eindelijk de juiste noot gevonden heeft, volgt haar tragische lot.

Het is aan Catherine Frot te danken dat zij haar personage niet tot een karikatuur maakt. Haar Marguerite is een vrouw die leeft in eenzame passie en het liefst gezien wil worden. Als kijker weet je niet of je moet lachen of huilen als je haar ziet optreden, maar de blik in haar ogen verraadt genoeg als je Marguerite ziet kijken naar de lege, gereserveerde stoel van haar man voor haar.

Losjes gebaseerd op het leven van Florence Foster Jenkins, die onder de gelijknamige titel onder regie van Stephen Frears (met Meryl Streep in de hoofdrol) nog een release moet krijgen.

 

12 oktober 2015

 
ALLE RECENSIES

Sworn Virgin

****

recensie  Sworn Virgin

Zoektocht naar vrouwelijkheid door onhoudbare traditie

door Nanda Aris

Sworn Virgin van debuterend regisseuse Laura Bispuri vertelt het bijzondere verhaal van een jonge vrouw die haar maagdelijkheid bezweert, en daarmee als man door het leven mag gaan in de Albanese Kanun-gemeenschap. Bispuri baseerde het verhaal op het gelijknamige boek van Elvira Dones. 

De eerste tien minuten van de film volgen we de jonge vrouw Hana Doda (Alba Rohrwacher), omlijst door de prachtige besneeuwde bergen van Albanië. We begrijpen het doel van deze fascinerende beelden nog niet, maar mooi zijn ze wel. Zoals de long take van de bergbewoners die van de boot afstappen en tezamen met ezels en grote jute zakken op de rug langzaam de bergen inlopen.

Recensie Sworn Virgin

Man
Hana omringt zich door mannen, en de kijker komt er snel achter dat dit komt doordat Hana als man, genaamd Mark, door het leven gaat. Een keuze die ze op jonge leeftijd heeft gemaakt; ze wilde niet uitgehuwelijkt worden. Een andere optie binnen de Kanun-gemeenschap is om als man door het leven te gaan en eeuwige maagdelijkheid te zweren.

Het betekent dat ze mag jagen, mag drinken, kortom dat ze alle voorrechten krijgt die de mannen binnen de gemeenschap ook krijgen. Behalve dat ze een relatie, met welke sekse dan ook, mag hebben. In de Kanun-gemeenschap bestaan nog steeds gevallen van sworn virgins, en in de film zien we een aantal van hen voorbij komen.

Milaan
Haar zus Lila (Flonja Kodheli), met wie Hanna een goede band heeft, vlucht samen met haar geliefde op jonge leeftijd naar Milaan. Hana blijft, maar wanneer haar ouders wegvallen, en ze weinig meer heeft in het dorp te, besluit ze haar zus achterna te reizen. Het bruisende leven in Milaan bevalt haar, en met de hulp van Lila en haar vriend Stjefen (Luan Jaha) krijgt ze een baantje en haar eigen appartement. Langzaamaan breekt ze met de belofte om als man en maagd door het leven te gaan.

Vrouwelijkheid
De dochter van Lila, Jonida (Emily Ferratello) is schoonzwemster, en Hana gaat mee naar het zwembad om te kijken. De zware make-up van de zwemsters intrigeert Hana. Evenals de badmeester in het zwembad. Hana geeft zich over aan haar vrouwelijkheid, ook al betekent dit geen radicale make-over. Ze kleedt zich niet vrouwelijker dan voorheen, alhoewel ze naar verloop van tijd de bandage waarmee ze haar borsten strak inbond, verruilt voor een bh. Bispuri snijdt hiermee het transgenderthema aan, alhoewel op een ingetogen manier.

Aan het einde van de film is Mark niet verdwenen, maar verenigd met Hana. Na jarenlang, en in een belangrijke fase van haar leven, man te zijn geweest, is het onmogelijk om deze mannelijke kant totaal opzij te zetten.

Recensie Sworn Virgin

Niet-lineair
De film wisselt tussen heden en verleden. De jonge zusjes Hana en Lila worden gespeeld door twee zusjes die werkelijk in het berggebied wonen, wat de authenticiteit ten goede komt. De flashbacks naar hun verleden werken goed, maar om de beelden in het begin van de film goed te kunnen begrijpen, moeten we in het verdere verloop diep graven naar hun betekenis.

Het is de enige aanmerking op Sworn Virgin, de prachtige debuutfilm van Laura Bispuri, die hiermee zeer terecht meermaals in de prijzen viel. De zoektocht van de ambigue persoon Hana/Mark zet niet alleen aan het denken over transgender zijn, maar ook over vrouwelijkheid, en vrijheid hierin. Bispuri vraagt zich terecht af: “Zijn vrouwen tegenwoordig echt zo vrij?” Een zeer actuele vraag in onze westerse maatschappij waarin van vrouwen verwacht wordt dat zij voldoen aan een bepaald schoonheidsideaal.

 

11 oktober 2015

 
ALLE RECENSIES

Enfance, Une

**

recensie  Une enfance

Het recht op zorgeloos opgroeien

door Cor Oliemeulen

Gebroken gezinnen zijn voer voor schrijvers en filmmakers. Hoe integer hun bedoelingen ook mogen zijn, verhalen over kinderen die zijn genoodzaakt op te groeien als beide ouders hun verantwoordelijkheid ontlopen, bieden lang niet altijd nieuwe inzichten.

De Franse schrijver Philippe Claudel lijkt zich sinds zijn sterke filmdebuut Il y a longtemps que je t’aime (2008) meer toe te leggen op sociaalrealisme, naast komedie een van de huidige trends in de Franse cinema. Na het winterse drama in Avant l’hiver  (2013) keert hij terug naar de zomer, waar het verhaal en de toon het tegenovergestelde zijn van zijn romantische komedie Tous les soleils (2011). In zijn vierde speelfilm Une enfance portretteert Claudel de 13-jarige Jimmy (prima debuut van Alexi Mathieu) die zijn weg in een disfunctioneel gezin probeert te vinden.

Recensie Une enfance

Vluchten in een roes
Jimmy’s jeugd speelt zich af in een Noord-Frans industriestadje, waar de regisseur zelf werd geboren en nog steeds woont. Dit Dombasle-sur-Meu groeide gestaag nadat een grote Belgische sodafabriek er zich eind negentiende eeuw vestigde en zoals dat in die tijd vaak ging arbeiderswoningen, scholen en een ziekenhuis bouwde. In een van de typische straatjes met de in rood baksteen opgetrokken huisjes woont Jimmy met zijn kleine broertje Kevin, hun moeder Pris en haar vriend Duke. De enige bewoner die daadwerkelijk de handen uit de mouwen steekt is Jimmy. Hij zorgt niet alleen voor Kevin en zichzelf, maar ontfermt zich soms ook over hun moeder die door drugsgebruik regelmatig in laveloze toestand verkeert.

Hoewel Pris haar best doet haar zoontjes wat liefde te geven, is haar verantwoordelijkheidsgevoel ver te zoeken. Ze vindt het leven lastig genoeg om regelmatig te vluchten in een roes van alcohol en drugs. Haar relatie met de uitgesproken en agressieve Duke (Pierre Deladonchamps, in 2013 doorgebroken in L’inconnu du lac) maakt de situatie er niet beter en gezelliger op in huis. We zien Duke pas vrolijk als hij kan wapperen met bankbiljetten, verkregen door louche activiteiten. Hij dwingt ook Pris haar steentje bij te dragen.

Recensie Une enfance

Zonder dromen
Jimmy lacht nooit. Hij laat het allemaal maar over zich heen komen zonder dat hij in opstand komt of hij zich uit over zijn gevoelens. Als de leraar op school aan de kinderen vraagt wat hun dromen zijn, antwoordt Jimmy: “Ik heb geen dromen.” Hij maakt nauwelijks contact met anderen en heeft geen vrienden. En in de zomervakantie, als Kevin een tijdje naar oma mag en het meisje dat hij leuk vindt met haar familie vertrekt, worden Jimmy’s dagen langer en leger en is het de vraag wanneer de bom barst. Echter Philippe Claudel laat zijn jeugdige protagonist niet ontploffen en kiest daarmee voor een drama dat blijft verstoken van verrassingen. We missen een serieus conflict en blijven tevergeefs hopen op een krachtige plottwist.

Daarentegen is Claudels Une enfance sfeervol gefilmd en een integer onderzoek naar volwassen worden. Er is een mooie balans tussen het grauwe arbeidersleven in het industriestadje en de omringende natuur waarin een opgroeiende jongen, die recht heeft op onschuld, plezier en zorgeloosheid, keuzes moet maken omdat hij botst met zware omstandigheden, terwijl hij zijn enige vrijheid proeft op zijn fietsje. Maar hopeloos is de situatie gelukkig niet, wat blijkt uit het slotfragment als we eindelijk iets van een gelukzalige grijns op Jimmy’s gezicht zien.

 

11 oktober 2015

 
ALLE RECENSIES
 

Sicario

****

recensie  Sicario

Hoe vals wordt het spel gespeeld?

door Alfred Bos

In Stephen Soderberghs Traffic (2000) is de Mexicaanse cokemaffia machtig, maar feilbaar. In Oliver Stones Savages (2012) wordt het drugsgeweld opgediend als gepimpt entertainment. In Sicario tapt regisseur Denis Villeneuve uit een ander vaatje: hij toont een existentiële oorlog.

Terwijl de ene film rond cokebaron Escobar net in Engeland draait, een tv-serie rond de man als thuisvermaak wordt aangeprezen in de Nederlandse bioscopen en de volgende rolprent over de Colombiaanse opperschurk (met Penélope Cruz en Javier Bardem) in productie is, toont de Canadese regisseur Denis Villeneuve een geheel andere kijk op de illegale drugshandel van Midden-Amerika. Er is niets glamoureus aan de boeven die Sicario bevolken. Er is niets glamoureus aan de Amerikaanse overheidsmedewerkers die hen bekampen. Er is niets glamoureus aan het geweld en de slachtingen, de list en het bedrog. Het is dodelijke ernst.

Recensie Sicario

Sicario is rauw-realistisch en compromisloos, een deprimerende schets van de mate waarin Mexicaanse drugskartels de (Amerikaanse) economie en samenleving zijn binnengedrongen en de onconventionele methodes die de overheid gebruikt om het probleem in te dammen. Dat Villeneuve niet schroomt om nare waarheden voor het voetlicht te brengen, weten we sinds Polytechnique (2009), waarin hij in het brein kruipt van een vrouwenhater die in 1989 een bloedbad aanrichtte op Montréals École Polytechnique. In Incendies (2010) kijkt hij niet weg van moord, verkrachting en genocide in het Midden Oosten. Zijn recente Engelstalige films met Jake Gyllenhaal in de hoofdrol (Prisoners en Enemy, beide uit 2013) benadrukken psychologie en, vooral, pathologie.

Huurmoordenaar
Aldus is Sicoria geen uitstapje naar de actiethriller-blockbuster in de popcorn-vriendelijke multiplex, maar een voortzetting van zijn thema – de mens als wolf – in een ander genre. Het is een eigentijdse western, met de Mexicaanse drugsmaffia als indianen. Of eigenlijk, als terroristen die worden bestreden door veteranen uit Afghanistan, want zo ontwrichtend is het drugsgerelateerde geweld inmiddels geworden. In de vuile oorlog tegen de kartels heeft de protagonist, de idealistische vrijwilligster Kate Macer (Emily Blunt), in feite niets te zoeken. Deze vijand bestrijd je niet met open vizier en schoon blazoen, die ontregel je met misinformatie en keihard contrageweld.

Tegenover het humanisme van Macer staat het macho-nihilisme van Matt Graver (Josh Brolin), die met een speciaal team van allerhande agenten op de schurken jaagt. De zwijgzame Alejandro (wederom een sterrol voor Benicio Del Toro) heeft intieme kennis van het milieu en jaagt om zijn eigen redenen met Graver mee. Sicario, het Spaanse woord voor huurmoordenaar, werd gemunt door de Romeinen die er sluipmoordenaars van Romeinse burgers in Judea mee aanduidden. In de film is de Mexicaanse drugsbaas Alarcon, de onvindbare schim die verantwoordelijk is voor een eindeloze reeks ontvoeringen, verdwijningen en moorden op Amerikaanse bodem, het doelwit van Graver.

Sicario

Inktzwart
De regisseur noemt Sicario een donker gedicht en over het poëtische gehalte kun je discussiëren, maar donker is de film zeker; zeg maar gerust, inktzwart. Hij toont een wereld waarover je niets leest in de kranten of ziet op het tv-scherm, een clandestiene oorlog buiten de maatschappelijke orde met als inzet diezelfde maatschappelijke orde. Zoals Matt Graver aan Kate Mecer duidelijk maakt: vroeger had je de Colombiaanse kartels en was er nog een schim van controle. Nu vecht hij tegen de Mexicanen om die glimp van orde terug te brengen. Hij werkt met kwaad om erger kwaad een halt toe te roepen. Stephen Soderberghs Traffic uit 2000 is een romantisch verleden, Oliver Stones Savages van drie jaar terug onnozele rimram.

Aan actie is er geen gebrek, aan situaties waarin alle zintuigen op scherp staan evenmin. Tussen de adrenaline-scènes zijn er de suspense momenten, en de met nachtkijker gedraaide beelden benadrukken de claustrofobische sfeer van de film. En elke oorlog wordt gewonnen met informatie, ook deze. Sicario ontleent zijn zinderende spanning voor een belangrijk deel aan de mist waarin de opzet van Graver is gehuld – en de bijna subliminale soundtrack van Johann Johannson. Het doelwit is duidelijk, maar hoe, wie en wat, inclusief haar rol, daar komt Macer pas achter als de rook is opgetrokken. De zege heeft niets triomfantelijks, wat rest is een reeks confronterende vragen.

 

6 oktober 2015

 
ALLE RECENSIES

Walk, The

***

recensie  The Walk

Up In The Air

door Suzan Groothuis

Natuurlijk moest het verhaal van Philippe Petit, een charismatische Franse koorddanser, verfilmd worden. Op zijn koord bewandelde hij de immense leegte tussen de Twin Towers. Door Robert Zemeckis vastgelegd in overweldigend 3D. Geschikt voor alle leeftijden, maar niet voor mensen met hoogtevrees.

Wie Man On Wire (James Marsh) gezien heeft, weet wat ‘m te wachten staat in The Walk. In Marsh’ bejubelde documentaire uit 2008 zien we het verhaal van Philippe Petit, een bevlogen, energieke man met een grote passie: koorddansen. Koorddansen met een missie, want hij heeft het gewaagd om in 1974, ten tijde van het aftreden van Nixon, de immense leegte tussen de Twin Towers van The World Trade Center te bewandelen.

Niet zonder poespas
Dat ging natuurlijk niet zonder poespas: Petit stelde een team samen om clandestien de nog in constructie zijnde torens binnen te dringen en vanaf 450 meter hoogte zijn koord te spannen. In Man on Wire zien we het uiteindelijke resultaat vanaf ground zero: een sereen beeld van een man die één is met zijn koord en de lucht rondom hem. Daarmee werd Petit de artiest die The World Trade Center een ziel gaf.

Recensie The Walk

Een prachtig uitgangspunt voor een speelfilm, zeker in een tijd dat CGI en 3D hoogtij vieren. Robert Zemeckis, de man van Back To The Future, Who Framed Roger Rabbit en Forrest Gump, op IMDb ook wel omschreven als ‘whiz-kid met special effects’, waagde het om Petits ongelofelijke verhaal te verfilmen. Hij doet dat met een groots gebaar: in het openingsshot zien we Joseph Gordon-Levitt (Inception, The Dark Knight Rises) als Philippe Petit op de top van het Vrijheidsbeeld staan, terwijl hij zijn avontuur introduceert en de twee torens achter hem schitteren.

Hoger doel
Waar “le coup”, zoals Petit de dag van zijn gewaagde stunt omschrijft, in Man on Wire direct aanvangt, is er in The Walk eerst aandacht voor Petits tijd in Frankrijk. Als straatartiest zien we hem, in karikaturaal Parijs, zijn brood verdienen. Wanneer hij leest over de bouw van de Twin Towers is het voor Petit zo klaar als een klontje. Die twee torens gaat hij op zijn koord bewandelen. Ofwel in zijn eigen woorden: “I’ve got to put a wire between those towers; I’ve got to walk”. En vanaf dat moment zien we hoe zijn passie voor het koorddansen ontstaan is en gevoed wordt door zijn leermeester Papa Rudy (Ben Kingsley).

De sprookjesachtige avontuurlijke sfeer van de film krijgt een andere wending als Petit met zijn team en zijn grote liefde Annie (Charlotte Le Bon) de dag van “le coup” voorbereidt. Alles is tot in de puntjes gepland en doet denken aan een strak beraamde bankoverval. Die overigens niet zonder problemen verloopt, wat een paar spanningsvolle momenten oplevert.

The Walk

Al het voorgaande verbleekt bij de langverwachte scène waarin een trefzekere Petit de eerste stappen op zijn koord zet. In overweldigend IMAX 3D toont Zemeckis de duizelingwekkende hoogte, maar bovenal hoe de kijker één wordt met de Fransman en zijn koord. Uiterst geconcentreerd, stapje voor stapje, kijken we door Petits ogen naar de overkant en uiteindelijk ook naar wat geen koorddanser ooit doet – naar beneden. Een prachtige, emotionele (door Philippe Petit zelf voorzien van voice-over!) maar ook huiveringwekkende ervaring: klamme handjes waardig.

Magisch avontuur
Daarmee is niet gezegd dat The Walk een geweldige film is. Zeker de eerste helft heeft een zoet en geromantiseerd karakter met dunne dialogen. En het is even wennen om Gordon-Levitt met een knullige pruik op en een dik Frans accent te horen praten. Anderzijds overtuigt hij wel als gedreven en charmante showman en toont hij de kijker dat alles mogelijk is – ook het onmogelijke. De acteur leerde zelfs koorddansen – hij kreeg persoonlijk les van Petit. De andere acteurs – Kingsley in een veilige rol als leermeester en Charlotte Le Bon als liefje wat eendimensionaal – steken af tegen die tomeloos energieke, gedreven Petit. Maar het is dan ook zijn film, zijn queeste.

Hoe je het wendt of keert, op filmisch gebied laat Zemeckis een knap staaltje CGI (de twee torens zijn levensecht in beeld gebracht) en 3D zien. Zijn The Walk is een duizelingwekkende ode aan het magische avontuur van een gedreven avonturier en een ode aan de torens die ooit waren.

 

5 oktober 2015

 
ALLE RECENSIES

Life

***

recensie  Life

Orchidee tussen de brandnetels

door Alfred Bos

Net als in zijn debuutfilm Control verfilmt Anton Corbijn een waar gebeurd verhaal – opnieuw over een te vroeg overleden kunstenaar – dat dicht bij hemzelf staat. In het prachtig gefotografeerde Life duurt het echter lang eer de getroebleerde hoofdpersonen zichzelf tonen.

Life opent met de close-up van een rode lamp in een doka. In zijn eerste ‘Amerikaanse’ film belicht fotograaf en regisseur Anton Corbijn een onderwerp dat hij uit ervaring kent: fotograaf op stap met aanstormend talent. In maart 1955 publiceerde het tijdschrift Life een fotoreportage over een jonge spraakmakende acteur; Dennis Stocks portret van James Dean in de regen van het New Yorkse Times Square is iconisch geworden. De film Life toont het verhaal achter de fotoserie en de relatie tussen twee artistieke en gemankeerde zielen.

Recensie Life

De jonge acteur James Dean (Dane DeHaan, vorig jaar nog te zien als beatnik Lucien Carr in Kill Your Darlings) maakt golven in Hollywood, maar is te nukkig om zich te conformeren aan de mores van het studiosysteem. Opgevoed door zijn grootouders op het platteland van Indiana, zijn moeder overleed toen hij negen jour oud was, is hij een orchidee in een brandnetelperk. Ook freelance fotograaf Dennis Stock (Robert Pattinson) is emotioneel beschadigd: de ex-marinier trouwde jong en is inmiddels vervreemd van zijn ex en hun zoontje. Hij is ambitieus maar wordt verteerd door twijfel.

Historisch correct
De twee lijken tegenpolen, maar herkennen iets in elkaar: de kunstenaar. De stadsmens Stock ziet een fijnbesnaard natuurtalent aan de vooravond van zijn doorbraak, de boerenzoon Dean een gelijkgestemde ziel tegen wie hij zich kwetsbaar durft op te stellen. De acteur laat zijn divagedrag echter pas varen nadat hij door zijn vriendin, de actrice Pier Angeli (Alessandra Mastronardi), in de steek is gelaten. Buiten de wereld van film en media toont Dean zijn ware ik. In Fairmont, Indiana portretteert Stock hem zonder klatergoud in zijn natuurlijke omgeving en introduceert daarmee een nieuwe manier om filmsterren af te beelden.

Corbijn geeft het verhaal – en de iconische foto’s – tot in detail historisch correct weer en de film oogt schitterend. De schets van de Hollywoodfabriek (met Ben Kingsley als memorabele bullebak Jack Warner) is raak, zo ook het artistieke milieu van het winterse New York. En er is een hilarisch moment als de regisseur zelf voor de camera verschijnt – als fotograaf. Toch is het lastig voor de kijker om emotioneel contact te maken met de hoofdpersonen. Zeker in het eerste helft van de twee uur durende film blijven de karakters van Stock en Dean afstandelijk. Dat slaat om tijdens de treinreis naar Indiana: in de beste scène van Life laat Dean het masker zakken en zijn monoloog maakt duidelijk waarom Dane DeHaan een van de meest gevraagde acteurs van zijn generatie is.

Life

Hopeloze congaspeler
Life moet voor Corbijn een labour of love zijn, een verhaal waarin hij veel van zichzelf herkent. Als fotograaf van muzikanten en filmsterren kent hij het verschil tussen geprojecteerd imago en gebutste werkelijkheid; hij weet wat een sterke publiciteitsfoto kan doen; hij heeft een neus voor talent; en is altijd op zoek naar een andere, originele manier om zijn onderwerp af te beelden. Misschien dat die betrokkenheid en het respect voor zijn onderwerp hem (te) voorzichtig hebben gemaakt. Hoe dan ook, Life heeft moeite om, no pun intended, tot leven te komen.

Na Supersister, Cuby + Blizzards en Brainbox geen klassieke hit van Hollandse makelij op de geluidsband, ditmaal. Wel de verzengende boogie van Lightnin’ Hopkins, plus een bijrol voor Eartha Kitt (Kelly McCreary). En James Dean mag dan een film lang een conga met zich meezeulen, als percussionist is hij een hopeloos geval.

 

5 oktober 2015

 

ALLE RECENSIES

Chaim! – To Life!

***

recensie  L’Chaim! – To Life!

Opgewekte zelfdestructie

door Cor Oliemeulen

In tegenstelling tot hun eigen ouders overleefden zijn vader en moeder de nazivernietigingskampen. Bij zijn geboorte kreeg hij toepasselijk de naam Chaim: ‘op het leven’. De documentaire L’Chaim – To Life! portretteert een man die al 63 jaar wordt geconfronteerd met de gevolgen van de Holocaust.

De hoogbejaarde Nechuma Lubelski heeft als overlevende van de Holocaust haar schaterlach nog niet verloren. Sinds het overlijden van haar man ontfermt zoon Chaim zich over haar in een Antwerps ouderentehuis. Met zijn petje, baard, sjofele kleren en sympathieke, intelligente babbel is hij een excentrieke verschijning. Ooit was Chaim achtereenvolgens student, zwerver, hippie, schaakprof en miljonair, die bijna al zijn vermogen op de beurs verloor. Tegenwoordig staat zijn leven in het teken van de onvoorwaardelijke zorg voor zijn moeder.

Recensie L’Chaim! - To Life!

Blowen als redmiddel
Samen lachen en zingen ze heel wat af. Zodra oorlogsherinneringen bovenkomen, valt er een pijnlijke stilte, maar weet Chaim zijn moeder snel naar het heden te charmeren. Nechuma roept ’s nachts om haar vermoorde ouders en overdag kijkt ze oude foto’s en leest ze als verstrooiing de Duitse Bild. Zestiger Chaim heeft zich volkomen weggecijferd. Hij denkt dat hij het leven slechts aankan door de hele dag jointjes te roken. De huidige maatschappij ervaart hij als onnatuurlijk en oppervlakkig.

Alleen tijdens zijn bezoekjes aan Jeruzalem ziet hij soms nog ‘echte’ mensen: personen die ook in zeer barre weersomstandigheden bij de Klaagmuur bidden en niet om zich heen kijken of anderen wel zien hoe vroom ze zijn. Ook Chaim is religieus, ook al zien we hem niet bidden, noch klagen. Zijn appartement in Jeruzalem heeft hij aangehouden voor zijn boekenverzameling, want “religieuze boeken horen niet in dozen”. Wegens financiële redenen moet het er nu toch van komen.

Wanhoop door de lol heen
Regisseur Elkan Spiller, ook kind van Holocaust-overlevenden, draaide enkele jaren geleden al een heel kort filmpje over moeder en zoon Lubelski. Zijn documentaire L’Chaim! – To Life!, die tot stand kwam door crowdfunding, verdiept hun liefdevolle relatie. Door alle lol en relativeringspogingen heen zien we de wanhoop van een man die naar eigen zeggen verkeert in een toestand tussen vegeteren en zelfdestructie. Je vraagt je af wat hij verder met zijn leven aan moet nadat zijn moeder is overleden.

Recensie L’Chaim! - To Life!

De documentaire maakt soms een rommelige indruk, want Spiller plakt simpelweg een aantal scènes achter elkaar om een atmosfeer te creëren. Ondertussen vergeet hij een mooie dramatische opbouw. Het sterkste punt van L’Chaim! – To Life! is het zinderende fragment als blijkt dat Chaim al zes jaar lang de dood van zijn zus verzwijgt omdat hij meent dat dit nieuws fataal voor zijn moeder is. De kijker vraagt zich af of Chaim dit recht wel heeft. Grappig daarentegen is het fragment waarin hij in een park kleine jongetjes met keppeltjes amuseert door hun kennis van joodse feestdagen te testen.

De première van L’Chaim – To Life! is donderdag 8 oktober in Het Ketelhuis (Amsterdam) in aanwezigheid van regisseur Elkan Spiller en hoofdpersoon Chaim Lubelski. Hierna maakt de documentaire een tour door het land en zal de regisseur bij een aantal vertoningen beschikbaar zijn voor een nagesprek.

 

3 oktober 2015

 
ALLE RECENSIES
 

Martian, The

****

recensie  The Martian

Robinson Crusoe op Mars

door Alfred Bos

Alleen op de wereld, pardon, Mars, het zal je gebeuren. Maar de hele wereld leeft mee als NASA je komt redden. Matt Damon is als gestrande astronaut de ultieme overlever. Wat helpt zijn creativiteit, humor en disco.

Voor een gelikte publieksfilm ben je bij Ridley Scott aan het goede adres, al hangt er ook om zijn meer geslaagde werkstukken de odeur van de gelouterde expert die een opdracht plichtmatig uitvoert. Dat geldt evenzeer voor The Martian die, na het slechts half gelukte The Counselor en het ronduit saaie Exodus: Gods and Kings, weer eens de roos raakt. Met een solide rolbezetting, een intrigerend gegeven en een geslaagde mix van drama en humor biedt The Martian degelijk vakwerk dat de kijker dik twee uur in een draaikolk mee zuigt.

Recensie The Martian

Het zal je maar gebeuren, je collega’s laten je voor dood achter op een vreemde planeet. Astronaut Mark Watney (Matt Damon) is de eenzaamste mens in het zonnestelsel wanneer een missie naar Mars door een storm wordt afgebroken. Watney verongelukt in de chaos en het team moet noodgedwongen voor de missie kiezen. Wat volgt is een race tegen de kalender, de onmogelijke opdracht om Watney behouden naar aarde terug te halen.

Boer op Mars
Apollo 13 (Ron Howard, 1995) ontleende zijn spanning aan de moeite van mission control in Houston om via wetenschap de bemanning van de gemankeerde maanreis heelhuids thuis te brengen, terwijl de kijker zich voor de duur van de film moet vermaken met drie astronauten die zitten gevangen in een geëxplodeerd soepblik. Scott staat in The Martian, fictie dit keer, voor een vergelijkbaar probleem: hoe hou je de eenzame overlevingsstrijd spannend? Door Watney tegen het beeldscherm te laten praten terwijl hij zijn avonturen vastlegt in het logboek.

Wat ook helpt is dat Matt Damon de nodige humor aan zijn personage meegeeft. Watney zit niet bij de pakken neer en gebruikt zijn verstand – en zijn wetenschappelijke kennis – om met de op Mars achtergebleven hulpmiddelen het maximale uit de mogelijkheden te halen. Hij wordt de eerste boer op Mars, lost het communicatieprobleem ingenieus op, laat zich niet ontmoedigen door onvermijdelijke tegenslag, en doet in een ultieme poging om thuis te komen zelfs een ‘Iron Man’: hij gebruikt de uit zijn ruimtepak ontsnappende lucht als aandrijving om door het vacuüm te vliegen.

Recensie The Martian

Wetenschappelijk sausje
Scott doorsnijdt het wedervaren van Watney met scènes uit het moederschip, de Ares 3 onder gezagvoerder Melissa Lewis (Jessica Chastain) die een rol krijgt in de reddingsmissie. Als contrast met de schitterende beelden van Mars en de meer claustrofobische sfeer in het moederschip is er de hectiek van mission control en het mediacircus op aarde. Jeff Daniels zet fraai NASA-directeur Sanders neer, een karakter dat qua aplomb herinnert aan zijn rol van anchorman in de tv-serie The Newsroom. Er is echter meer dan alleen wetenschap nodig om het fiasco af te wenden: de nodige lef en vooral ook: originele oplossingen – creativiteit dus.

The Martian is in feite een compendium van sterke scènes uit eerdere ruimtefilms (Gravity, Sunshine, Apollo 13), en Scott brengt het met veel vaart en visuele flair. Dat er feitelijke gaten in het verhaal zitten – zo is de communicatie tussen aarde, Ares 3 ergens tussen beide planeten, en Mars zeker niet instant, zoals de film suggereert; en hoe kan het moederschip haar reis verlengen zonder extra voorraden in te slaan? – mag de pret niet drukken. Het is immers fictie, overgoten met een wetenschappelijk sausje, en opgeleukt met jaren ‘70 discohits op de geluidsband. En dat het slot wel heel sentimenteel en makkelijk is, ach, dat hoort bij publieksfilms.

 

29 september 2015

 
ALLE RECENSIES

J. Kessels

****

recensie  J. Kessels

Une affaire de flamousse

door Ralph Evers

Soms heeft de filmrecensent van die momenten, dat er totaal niets uit z’n vingers komt. Wat nu weer in godsnaam te schrijven. In tegenstelling tot de film J. Kessels, waar de protagonist wordt gered door een allereigenaardigst telefoontje, moet de recensent zich beperken tot een overdosis billen, bier, peuken en frikandellen. Proost!

Kort samengevat is J. Kessels  een absurde roadtrip van pulpschrijver Frans en diens illustere personage J. Kessels. Wanneer een opdracht van een onbekende Vlaming hen van Tilburg naar de Hamburgse Reeperbahn doet rijden in een oude gammele roestbak, genaamd de Kamikaze, volgen we een allesbehalve alledaags reisje. Op zoek naar een vreemdgaande frikandellenhandelaar ligt er plots een lijk in de kofferbak.

Recensie J. Kessels

Peuken
Maar dit is een film die zich niet kort laat samenvatten. Al was het maar omwille van de gezochte diepgang, die Frans (een uitmuntende Fedja van Huêt) in allerlei poëtische omzwervingen aan het stiekem met diepgang begiftigde personage J. Kessels (gespeeld door de Messi van het Nederlandse acteursgilde, Frank Lammers) toedicht. Kessels die zijn wijsheden heeft geleerd van voetbal. Sterker nog, de hele vreemdgaande frikandellenhandelaar wordt door een speling uit de voetbalgeschiedenis in kaart gebracht. Tot verrassende, doch grappige, ontsteltenis van de inmiddels niet meer zo onbekende Vlaming. Het is een genot te zien hoe ze op elkaar ingespeeld zijn. De spelvreugde spat van het scherm. Gelijkend aan Raoul Duke en Dr. Gonzo uit Fear and Loathing in Las Vegas.

Bier en Frikandellen
Hier volgt het recept om een film als J.Kessels  te maken. Men neme een goede blender. Daarin stopt men de droogkloterige humor van Aki Kaurismäki met dito soundtrack. Schil wel even de Finse melancholie ervan af. Terwijl de blender dit tot een gladde massa maakt, vet men alvast een ovenschaal in met een stemmig kleurfilter en verkruimelt men een bodem van Brabants binnensmonds gemompel. De blender wordt verder gevuld met een vleugje Coen Brothers en een snufje Fear and Loathing in Las Vegas. Zorg er wel voor dat er geen andere drugs in je papje terechtkomt. Terwijl je de oven voorverwarmt, zet je uitsluitend op vinyl country & western op en schuif je de gevulde ovenschaal 107 minuten in de voorverwarmde oven. Eet smakelijk!

Recensie J. Kessels

Billen
Misschien wel een van de lekkerste maaltijden die de Nederlandse cinema in 2015 voorschotelt is J. Kessels. Naar een roman van P.F. Thomése, een veelzijdig schrijver. In het verlengde hiervan kent de vertelling, geïnspireerd op een stel goedgevormde vrouwenbillen, hieraan gelijkende sfeerwisselingen en plotwendingen. Daarnaast is het zo dat billen dienen te dansen; ook daarvoor is ruimschoots aandacht in de eigenwijze soundtrack van de film. Hoewel er aan de intelligentie van Kessels getwijfeld mag worden, weet hij dit echter te compenseren door steevast een treffende tekstlijn uit zijn geliefde muziek te citeren.

Die billen vormen nog op een andere manier een leitmotiv in de film. Het zijn de billen van Brigit, liefkozend B-Beetje genoemd, die de onschuldige, verwarde schrijver Thomése in dit hele avontuur laat storten. Met de Vlaming en de billen, de opdracht en de thuiskomst, wordt heden en verleden mooi rond gemaakt, gelijk die pronte, dansende damesbillen, waar het allemaal eens mee begon.

 

27 september 2015

 

ALLE RECENSIES

Mustang

****

recensie  Mustang

Ontembare heldinnen

door Cor Oliemeulen

‘Waar zijn de meisjes die blozen als je ze aankijkt?’, vraagt een van de mannen in het dorp zich hardop af. Het Turkse drama Mustang portretteert het leven van vijf tienerzusjes die proberen af te rekenen met traditie en onderdrukking.

Wie de laatste jaren het nieuws heeft gevolgd, is het niet ontgaan dat Turkije moderner wil zijn, maar juist conservatiever wordt. Opgepakte journalisten, Twitter-verboden, hoofddoekjes op school, preutse kledingvoorschriften en restrictief alcoholgebruik brengen toetreding tot de Europese Unie verder weg dan ooit.

Recensie Mustang

Tradities bepalen de toekomst
In een dorpje aan de Zwarte Zee lijkt weinig veranderd: tradities bepalen het leven en de toekomst. Nu het internet vensters op een vrijere wereld biedt, lijken vooral meisjes zich vaker te willen ontworstelen aan hun voorbestemming van babyfabriek en huissloof. Het gevolg is dat al die ‘verderfelijke’ invloeden van buiten soms nog meer repressie naar kinderen oplevert.

Dat geldt zeker voor Lale en haar vier oudere zusjes die na het overlijden van hun ouders worden opgevoed door grootmoeder. De heibel ontstaat nadat een oudere dorpsbewoonster heeft geklikt dat de meiden na school op het strand genoten van het mooie weer en met een paar jongens een duik in zee namen. Dat een meisje op de schouders van een jongen zat, was volstrekt onschuldig, maar wordt uitgelegd als immoreel en onacceptabel gedrag.

Het bewijs van een bebloed laken
Een dominante oom acht de tijd rijp voor een man in huis, hij dus, en neemt zijn nichtjes direct mee naar de dokter voor een maagdelijkheidstest – vooral om later voor een gearrangeerd huwelijk te kunnen bewijzen dat een meisje nog geen geslachtsgemeenschap heeft gehad. Terwijl het huis steeds meer op een gevangenis gaat lijken (tralies voor de ramen, hoge hekken met scherpe punten) en de zussen voortaan ‘vormeloze jurken met een strontkleur’ moeten dragen en niet meer naar school mogen maar thuis verplicht leren koken en het huishouden te doen, groeit het verzet en de ongehoorzaamheid.

Hun ontsnapping om stiekem een voetbalwedstrijd te kunnen kijken, levert nog wat komische momenten op – oma ziet haar kleindochters op tv, slaat met een hamer de stoppen in huis kapot zodat de mannen de schandaleuze vertoning niet kunnen zien en zet met enkele welgemikte worpen buiten het hele dorp zonder stroom – maar opeenvolgende gebeurtenissen zorgen vooral voor veel drama en triestheid. Zo weet het oudste zusje na de eerste huwelijksnacht niet het bewijs van een bebloed laken te leveren en eindigt het volgende geplande huwelijk in een tragedie. Zowel de restricties van de oom als de wanhoop van de zusjes nemen alleen maar toe.

Mustang

Ontluikende seksualiteit en vrouwelijkheid
De in Ankara geboren en in Frankrijk woonachtige Deniz Gamze Ergüven legt met Mustang een krachtige vinger op de zere plek. Je kunt bijna niet geloven dat zij haar debuutfilm kon maken met ondersteuning van het Turkse ministerie van Cultuur, maar het staat toch echt op de titelrol vermeld. Waar Ergüven aanvankelijk de opgroeiende meiden in hun ontluikende seksualiteit en vrouwelijkheid veelvuldig vangt in zachte en poëtische focussen, resten hoofdzakelijk scherpe en donkere beelden wanneer de jeugdige onschuld en de innige zusterliefde moeten plaatsmaken voor de harde realiteit.

Mustang kreeg eerder dit jaar eervolle vermeldingen op het filmfestival van Cannes en het World Cinema Festival Amsterdam, want dit nuchtere en ontroerende drama tegelijk is veel meer dan een pamflet voor meer vrijheid voor de vrouw. Over de filmtitel is goed nagedacht: de mustang symboliseert de levendige en ontembare karakters van de vijf zussen en zelfs hun haren lijken op de manen van wilde paarden. Na het prachtige Winter Sleep dat vorig jaar in onze bioscopen draaide, staat Mustang op de nominatie om als de beste Turkse film van 2015 uit te groeien.

 

25 september 2015

 
ALLE RECENSIES