I See You

***
recensie I See You

Zaken die niet te verklaren zijn (of toch wel?)

door Ries Jacobs

Een huis vol vreemde geluiden, waar de televisie plotseling aanspringt en spullen even mysterieus verdwijnen als ze weer tevoorschijn komen. Is I See You de zoveelste bovennatuurlijke Hollywoodproductie in de stijl van Gothika (2003) en What Lies Beneath (2000)?

Los van een mooie sfeerimpressie van het ietwat vervallen stadje begint de film met weinig meer dan Hollywoodclichés. Rechercheur Greg Harper woont met zijn vrouw Jackie en hun tienerzoon Connor in een slaperig Amerikaans stadje. De sfeer in huis is niet al te best nadat Greg ontdekte dat zijn echtgenote een buitenechtelijke relatie heeft.

I See You

Terwijl op zijn werk het onderzoek naar twee op mysterieuze wijze verdwenen kinderen vastloopt en de relatie met zijn vrouw ijskoude diepten bereikt, verandert zijn huis langzaamaan in een broeinest van onverklaarbare zaken. Het zilveren bestek verdwijnt uit de besteklade om later op te duiken in de wasmachine en de pick-up speelt uit het niets langspeelplaten af. Als klap op de vuurpijl staat Jackie’s minnaar plots op de stoep.

Kleine producties en televisieseries
Naast regisseur Adam Randall drukt scriptschrijver Devon Graye zijn stempel op de film. Graye, van oorsprong een acteur die nooit verder kwam dan rollen in kleine producties en televisieseries, koos ervoor om het verhaal van zijn eerste script in tweeën te knippen. Het tweede deel verklaart de vreemde gebeurtenissen die in het voorgaande deel plaatsvonden.

Randall laat zien prima met dit script overweg te kunnen. Hij laat scènes uit het eerste deel van de film een aantal keer vanuit een andere camerahoek zien om te verklaren wat er gebeurt. De kijker ontdekt op deze wijze zelf wat er werkelijk aan de hand is in huize Harper. Steeds licht Randall een extra tipje van de sluier op en naarmate de film zijn einde nadert, komt alles op knappe wijze bij elkaar. De regisseur jast het verhaal er in minder dan anderhalf uur doorheen, maar dit gaat niet ten koste van het verhaal of de karakters. Deze zijn goed genoeg uitgewerkt, hoewel de verhouding tussen de echtelieden Jackie en Greg meer aandacht zou mogen krijgen.

I See You

Puisterige onruststokers
Na een handvol korte films en de matig ontvangen lowbudgetfilms Level Up (2016) en iBoy (2017) blijkt Randall meer in zijn mars te hebben dan alleen eendimensionale actie. Hij laat zien sfeer te kunnen creëren en het beste uit onbekend filmtalent te kunnen halen. Acteurs Libe Barer en Owen Teague transformeren schijnbaar moeiteloos in de puisterige onruststokers Mindy en Alec.

De regisseur toont dat hij met een budget van slechts drie miljoen dollar en zonder sterrencast (Oscarwinnares Helen Hunt is de bekendste naam op het affiche) een puike film in de bioscoopzalen krijgt. I See You heeft zijn spannende momenten en goed gevonden plotwisselingen, maar ook de mistroostige sfeer van Amerikaans provincialisme. De film laat velen van zijn in Hollywood gemaakte evenknieën achter zich. Deze regisseur beheerst zijn vak en is na drie independents klaar voor het grote werk. Dit viel de grote jongens van Netflix ook op. De streamingdienst contracteerde Randall om de thriller Night Teeth te regisseren.

 

27 mei 2020

 

ALLE RECENSIES

Barefoot Emperor, The

*
recensie The Barefoot Emperor

Negatief kijkadvies in 5 stappen

door Cor Oliemeulen

Na het vermakelijke King of the Belgians vervolgen regisseurs Peter Brosens en Jessica Woodworth de avonturen van de Belgische koning, die door niet-alledaagse omstandigheden leert voelen wat het betekent om een alledaagse burger te zijn. Helaas zit er aan The Barefoot Emperor een onaangenaam luchtje.

Nieuwkomers leren snel wat er in King of the Belgians is gebeurd en hoe koning Nicolaas III met zijn driekoppige gevolg uiteindelijk is beland in Sarajevo waar op dat moment de moordaanslag op Franz Ferdinand, de beoogde opvolger van het Oostenrijks-Hongaarse rijk, wordt nagespeeld. Hoewel deze scène in de vuilnisbak was beland, zou die volgens Peter Brosens bij nader inzien kunnen dienen als de opening van The Barefoot Emperor. Jammer genoeg blijkt dit vervolg een infantiele miskleun en zijn er genoeg redenen om de film te mijden. We beperken ons tot vijf.

The Barefoot Emperor

1) Verhaal
Waar King of the Belgians kan worden beschouwd als een mockumentary – die losjes omgaat met de feitelijke realiteit, maar wel een licht-satirisch beeld schetst van Europa dat worstelt met haar identiteit en nationalistische gevoelens – is The Barefoot Emperor volkomen visieloos. Het vervolg begint weliswaar met een scène waarin de Belgische koning aan zijn medewerkers vraagt wat vrijheid nu eigenlijk is, maar daarmee houdt het op. Nadat de koning wel heel toevallig in de buurt van Franz Ferdinand wordt geraakt door een kogel, belandt hij in een kuuroord op het Kroatische eiland Brijuni. Net als in het eerste deel kan Nicolaas III natuurlijk geen contact met het Belgische thuisfront maken, omdat er geen communicatiemiddelen zijn. En net als toen vinden zijn drie medewerkers dat de koning maar eerst eens goed moet rusten. Er zit dus niets anders op dan het eiland te gaan verkennen en langzaam de snode plannen van de eigenaar van het kuuroord te ontdekken. Ze horen dat de Europese Unie uit elkaar is gevallen en direct ophoudt te bestaan. Ineens zijn alle landen kennelijk nationalistisch geworden en moeten migranten buiten de grenzen van Nova Europa worden gehouden. In deze uiterst kinderlijke voorstelling van zaken ontbreekt enige uitleg en visie over de politieke crisis en blijft te veel op de vlakte waarom juist de Belgische koning de nieuwe heerser moet worden.

2) Acteerprestaties
Na één film is de houten klazen-charme van Nicolaas III en zijn gevolg er wel van af. Als je al kunt spreken van Vlaamse humor is deze variant mogelijk nog droger dan Scandinavische humor. Wellicht dat sommige Belgen in eigen land (zolang dat nog bestaat) in de bioscoopzaal niet meer bijkomen van het lachen, maar de kans dat je buiten België het Coronavirus oploopt door proestende medebezoekers lijkt uitgesloten.

The Barefoot Emperor

Ook het aantrekken van actrice Geraldine Chaplin en acteur Udo Kier, om internationale belangstelling op te wekken en de financiering van de film rond te krijgen, mag niet baten. Chaplin speelt een gedegen dubbelrol – zachtaardig en aandoenlijk als criticaster van Nova Europa, gemeen en berekenend als een van de architecten van de toekomstige natie – maar dat enge hoofd van Udo Kier hebben we al veel te vaak gezien als het gaat om het spelen van megalomane griezels.

3) Humor
Een steeds terugkerende grap betreft de namen van de bezoekers van het kuuroord. De president van het toenmalige Joegoslavië, Josip Tito, ontving tijdens zijn 36-jarige regime tal van wereldleiders en filmsterren op het Kroatische eiland. In de film wordt elke gast vernoemd naar degene in wiens kamer hij logeert. Dat begint leuk met de mededeling op de speaker dat Che Guevara zich moet melden voor zijn aromatherapie, maar de running gag begint al snel op de zenuwen te werken. Bovendien gaat Nicolaas III voorlopig door het leven als Leonid Brezjnev (op zijn kamer hangt een foto van de Russische leider) terwijl bijvoorbeeld een van zijn begeleiders zich laat welgevallen dat hij Yasser Arafat is. De hele film door komen deze toespelingen terug, zonder iets wezenlijks of oorspronkelijks toe te voegen. De absurdistisch bedoelde situaties waarin de cast belandt, doet soms even denken aan Yorgos Lanthimos (The Lobster) of aan Bruno Dumont (Ma Loute), maar die creëerden daarmee wel hun eigen unieke universum. Verder is zelfs de lachtherapie van gasten in het kuuroord op het eiland niet grappig.

The Barefoot Emperor

4) Muziek
Zoals een regisseur als Martin Scorsese het innerlijke van zijn personages verklankte middels een uitgebalanceerde soundtrack, hanteren veel van diens collega’s muziek om een scène meer glans te geven. Zo kun je Wagners Walkürenritt, bij het filmpubliek bekend geworden door Apocalypse Now, met enige goede wil nog wel een parodie noemen wanneer een boot met leiders van Nova Europa opstoomt richting het eiland. Echter om Flight of the Bumblebee van Nikolaj Rimski-Korsakov te gebruiken tijdens een slapstickscène, met een frivool arrangementje van Bizets Habanera de komische misère van een situatie te accentueren en Ravels Bolero onder een groep grappig bewegende mensen te plakken, is wel heel afgezaagd en gemakzuchtig.

5) Conclusie
In een interview noemt Peter Brosens King of the Belgians ‘een roadtrip’ en The Barefoot Emperor een ‘trip without a trip’. De regisseur heeft volstrekt gelijk: de makers van het vervolg zijn volledig de weg kwijt. Tegelijkertijd wordt er gerept van een ‘urgente film’. Maar als de makers echt een statement over de ontwikkelingen in de Europese politiek hadden willen maken en zaken als het opkomende nationalisme en het falende klimaatbeleid op de hak hadden willen nemen, hadden ze zich beter eerst aan een vrijwillige intelligente lockdown kunnen wagen om vervolgens iets zinnigs te presenteren. Ledigheid is des duivels oorkussen. Met lollig bedoelde acties win je de oorlog niet, en door die slechts met wat mooi gestileerde beeldcomposities op te kloppen tot een speelfilm van ruim anderhalf uur, is een belediging van de volwassen kijker.

 

26 mei 2020

 

ALLE RECENSIES

Filles de joie

**
recensie Filles de joie

Geen druk op de ketel

door Sjoerd van Wijk

Filles de joie loopt met een sisser af. Het is niet gelukt om de noodgedwongen vriendschap tussen drie prostituees te duiden, want hun levens blijven hangen in stereotypering.

De dames hebben elk hun eigen problemen. Axelle (Sara Forestier) moet heftig schreeuwen tegen haar kinderen om op tijd te komen en moeder krijgt een lezing over budgetteren. Bij de guitige Conso (Annabelle Lengronne) speelt werkloosheid in plaats van gezinszorgen een rol. Ze hoopt haar droomman te hebben gevonden, een sujet dat haar zijn zwarte panter noemt. Gezinsproblematiek speelt weer wel bij de wat oudere Dominique (Noémie Lvovsky) met een heftig puberende dochter met wie het niet botert. De drie dames reizen dagelijks de Frans-Belgische grens over naar hun gezamenlijke werkplek. Het geheime beroepsleven schept een band ondanks hun verschillen.

Filles de joie

Geen alternatief
Die premisse lijkt aanleiding voor een intrigerend drama met een botsing van persoonlijkheden, maar het scenario van regieduo Anne Paulicevich en Frédéric Fonteyne (die eerder samen Tango Libre maakten) zet geen druk op de ketel. De meer heftige confrontaties vinden vooral plaats buiten de werkplek met onder andere Axelle’s dreigende ex-man Yann (Nicholas Cazalé). Onderweg of in de wachtkamer van het etablissement is het veel keuvelen, lachen om theatrale nabootsingen van de daad en soms de kleine irritatie, alles met verve op de voet gevolgd door cameravrouw Juliette van Dormael. Er lijkt geen alternatief leven voor de dames, maar echt knap lastig lijkt het gedwongen rondhangen met elkaar niet.

Er valt weinig af te dingen op Axelle’s geldzorgen en gewelddadige ex. Al het geschreeuw demonstreert die misère. Conso droomt van een beter leven en een droomman, zoals Cabiria in Le notte di Cabiria (van Federico Fellini), maar Lengronne bezit niet Giulietta Masina’s flair. Het verrast niet dat die droomman haar voor de gek houdt, wel dat dit op potsierlijke wijze aan het licht komt tijdens een decadent feestje. Als reactie grijpen naar drugs als troost voelt weer als een cliché. Het lijkt een ingepland incident om de toch al vriendschappelijke dames meer naar elkaar toe te laten trekken. Zo zijn de beslommeringen van Axelle en Conso de te verwachten problemen als je denkt aan de combinatie van prostitutie en financiële zorgen.

De uitzondering die de regel bevestigt is echter Dominique, wiens stroeve omgang met haar dochter, maar amicale verhouding met haar man, zorgt voor een ronder personage dan alleen maar het gelijkstellen van prostitutie met aanhoudende misère.

Filles de joie

Illusie van realiteit
Fellini romantiseerde in Le notte di Cabiria het straatleven zo sterk dat Cabiria’s dromen van het doek spatten met een indringende sentimentaliteit. Filles de joie geeft daarentegen een illusie van realiteit met gebeurtenissen die het echte harde leven als prostituee moeten voorstellen. Het zware leven van de drie dames lijkt eerder conceptueel dan concreet. De stereotypering van de personages symboliseert het harde leven te gemakzuchtig. Daarin staan Axelle’s ex en Conso’s charlatan voor puur kwaad, dus in het verhaal gewillig kanonnenvoer om de harde wereld vet te onderstrepen.

Naast deze cartooneske externe bedreigingen is er nog het harde schreeuwen over van alles. De botsingen hangen in het luchtledige, omdat de perspectieven slechts aarden in voor de hand liggende gemeenplaatsen over prostitutie. Dat maakt Filles de joie een povere poging om de beproevingen van de sekswereld en de onderlinge vriendschap daarin invoelbaar te krijgen.

 

25 mei 2020

 

ALLE RECENSIES

Vliegende Hond, De

****
recensie De vliegende Hond

De grens tussen passie en obsessie

door Paul Rübsaam

Filmmaker Johannes Hogebrink heeft een droom: een hond te laten vliegen. Al meer dan zes jaar probeert hij die droom te verwezenlijken. Maar vindt zijn hond Chayka dat wel zo leuk?

‘Van mij hoefde het niet. Maar ja, ik wilde ook niet lullig doen’, horen we het uit Bosnië afkomstige terriërachtige bastaardhondje Chayka zeggen in een voice-over waarvoor hij het vermaarde stemgeluid van cineast Frans Bromet heeft geleend. Met hondentrouw, scepsis en toenemende nervositeit slaat hij de pogingen van zijn baas Johannes gade om een deltavleugel op maat voor hem te vervaardigen.

De vliegende Hond

‘De eerste die aan de zwaartekracht ontsnapte, was een hond. Net als ik. En daarom is Laika de allergrootste held ooit’, overpeinsde de schijnbaar filosofisch gestemde Chayka (Russisch voor meeuw) al eerder. ‘Tenminste, als ik het goed heb begrepen’, voegde hij daar nog aan toe. Hij lepelde immers maar op wat Johannes hem wilde laten geloven. Dat de Russische hond Laika, die in 1957 als eerste levende wezen in een raket rond de aarde cirkelde al naar korte tijd stierf door stress en oververhitting, heeft zijn baas hem niet verteld.

Droom
Chayka is niet degene die een droom koestert, maar zijn baas: filmmaker, kunstschilder en beeldhouwer Johannes Hogebrink (1976). Hogebrink moet en zal zijn hond leren deltavliegen en wil daar per se een film over maken. De documentaire De vliegende Hond vormt zowel voor wat het eerste als het tweede betreft het verslag van zijn pogingen.

Hogebrink liep al met zijn plannen rond toen zijn vorige hond Sopje nog leefde. Maar Sopje, die zelfs Hogebrinks fiets durfde te besturen, overleed in 2013. Nu moet de arme Chayka, getraumatiseerd als hij is door het harde straathondenbestaan in Bosnië zich ontworstelen aan de slagschaduw van zijn aanbeden voorganger.

De bergen in
In Nederland maakt Hogebrink de nodige vorderingen met het ontwerp van de deltavleugel op schaal. Maar voor de eerste echte testvluchten moet hij uitwijken naar minder vlak terrein. Bovendien heeft hij deskundig advies nodig. Dus vertrekt hij met Chayka naar Stiermarken in Oostenrijk, waar de bevriende vlieginstructeur Maurice van den Hurk les geeft in deltavliegen.

Met behulp van radiografische besturing en een steen die even zwaar is als Chayka laten Hogebrink en Van den Hurk de hondendeltavleugel proefvluchten uitvoeren. Met wisselend succes. Ook proberen ze Chayka alvast te laten wennen aan het gevleugelde vehikel. Maar dat lukt niet erg. Als hij de alpenwei afraast, klemt de op het karretje vastgezette hond van angst zijn staart tussen zijn achterpoten.

Langzaam maar zeker dringt het tot Johannes door dat Chayka nog niet klaar is voor zijn grote pionierswerk. Hij besluit de hulp van een Oostenrijkse hondenfluisteraarster in te roepen, om inzicht te krijgen in de psyche van zijn hond. Ondertussen dringt de tijd. Er is al een door Hogebrink zelf uitgenodigde filmploeg in aantocht die maar één doel heeft: het filmen van een vliegende hond.

De vliegende Hond

Obsessie
Man on Wire (2008) van James Marsh over de Fransman Philippe Petit die in 1974 over een koord danste dat gespannen was tussen de Twin Towers in New York en Episode 3: Enjoy Poverty (2009) van Enzo Martens, die toont hoe westerse filmmakers financieel profiteren van beelden van schrijnende armoede in ontwikkelingslanden, zijn naar eigen zeggen Hogebrinks favoriete documentaires. Een voorliefde voor spraakmakende, maar schijnbaar zinloze exercities en een neiging om de motieven van de filmmaker ter discussie te stellen, zie je tevens terug in De vliegende Hond.

Je zou met de man Johannes Hogebrink best een stevig gesprek kunnen voeren over wat je je hond wél en niet moet aandoen. Hoe dan ook slaagt hij er als filmmaker in een tegendraadse film voor het hele gezin af te leveren die grappig, spannend en ontroerend is en juist de vraag opwerpt hoe ver je moet gaan om je droom te verwezenlijken en daar een film over te maken. Zoals de regisseur dat zelf omschrijft in een gesprek met filmproducent René Huybrechtse verkent De vliegende Hond de grens tussen passie en obsessie. Dat mag je een belangwekkende onderneming noemen.

 

24 mei 2020

 

ALLE RECENSIES

Goud

***
recensie Goud

Keerzijde van streven naar succes

door Cor Oliemeulen

Goud is het verdienstelijke speelfilmdebuut van commercialregisseur Rogier Hesp over de opgroeiperikelen van turner Timo die zich door keihard trainen wil kwalificeren voor de Olympische Spelen. Hij wordt vooral gedreven om de vurige wens van zijn vader te vervullen.

Scenarist Anne Hofhuis liet zich voor Goud inspireren door een oud krantenbericht met de kop: ‘Vader schiet kogelstotende zoon dood’. Zij onderzoekt waartoe een niet ingeloste belofte kan leiden en toont aan dat de lijn tussen succes en falen erg breekbaar is. Ouders die hun kind willen opstuwen naar (te) grote hoogte, vaak omdat zij hun eigen ambities niet konden waarmaken, is een universeel gegeven dat je vaak terugziet in sport. Denk bijvoorbeeld aan de nietsontziende moeder van de Amerikaanse kunstschaatsster Tonya Harding die haar dochter in I, Tonya al op driejarige leeftijd het ijs op joeg of aan de jonge Vlaamse wielerbelofte Felix in Coureur die bloed kotsend op het asfalt van zijn vader steeds weer moet doorgaan om juist diens droom te verwezenlijken.

Goud

Vader-zoonrelatie
Zulke uitwassen blijft Timo (debutant David Wristers, Nederlands kampioen op het onderdeel Sprong in 2016) in Goud bespaard, alhoewel hij onder toeziend oog van zijn vader ook na de intensieve turntrainingen oeverloos aan zijn zwakke plekken moet blijven werken. Zijn na een auto-ongeluk invalide geworden vader Ward (Marcel Hensema, hoofdrolspeler van de BNNVARA-serie Hollands Hoop) rijdt Timo naar het trainingscentrum en corrigeert ter plekke de coach omdat die volgens hem zijn zoon verkeerd aanpakt. Ward is oud-turner die in zijn jeugd het hoogste niveau niet aankon en richt zich nu helemaal op zijn zoon om diens deelname aan de Olympische Spelen af te dwingen.

Timo en Ward zijn nog meer op elkaar aangewezen doordat Timo’s moeder het gezin verliet toen hij nog jong was. De invaliditeit van zijn vader maakt het voor Timo nog moeilijker om de verstikkende relatie te verbreken. Hij geeft Ward ontbijt op bed, doet hem in bad, checkt zijn doorligplekjes en verschoont zo nodig zijn vervuilde bed. Vader bedoelt het allemaal niet slecht, maar veel warmte en liefde hoeft Timo niet van hem te verwachten. Ward is veeleisend, maar ook trots op zijn zoon. Volgens Timo is Ward uiteindelijk vooral trots op zichzelf.

Goud

Gevoelens
Na een lichte enkelblessure raakt Timo de focus op turnen kwijt door toedoen van de tedere handen van de knappe fysiotherapeut Irene (Loes Haverkort: Schneider vs. Bax, Redbad). Zij probeert de spanning uit Timo’s lijf te masseren. Het is duidelijk dat de 17-jarige uit de kluiten gewassen turner de warmte en liefkozingen van zijn moeder al een lange tijd mist, maar het zijn Irene’s aanrakingen die bij Timo ontluikende sensuele gevoelens doen opborrelen. Het is maar zeer de vraag of de alleenstaande moeder Irene aan die behoeften tegemoet kan komen.

Hoewel de camera vaak dicht op de huid van Timo zit (ook de dynamiek van zijn sprongseries is van dichtbij vastgelegd), is er bijna voortdurend een afstand tot de hoofdpersoon. Hij praat niet veel en moet het eerder hebben van zijn moeilijk te doorgronden blik dan van dramatische gezichtsuitdrukkingen. Maar juist dat maakt Timo geloofwaardig in zijn eenzaamheid, die wordt versterkt door de geluidsband waarop regelmatig omgevingsgeluiden zijn weg gefilterd en slechts Timo’s ademhaling en fysieke inspanningen zijn kleine wereldje vormgeven.

Goud is vanaf 20 mei online te zien op Picl.

 

16 mei 2020

 

ALLE RECENSIES

Planet of the Humans

****
recensie Planet of the Humans

Met de neus op de feiten

door Sjoerd van Wijk

Planet of the Humans drukt met de neus op de feiten. Dit vlammende exposé toont hoe zonne-, wind- en biomassa-energie valse hoop bieden om een duurzame wereld te creëren. De documentaire agiteert met een oncomfortabele waarheid dat het klimaat geen probleem met oplossingen is, maar een regelrechte catastrofe. 

Een van de grote mysteries van deze tijd is dat groene bewegingen het gebruik van zonnepanelen en windmolens propageren. Daar moet een hele hoop marketing van fabrikanten achter hebben gezeten, zo doet ook Planet of the Humans vermoeden. Regisseur Jeffrey Gibbs gaat op onderzoek uit en ziet hoe zogenaamd hernieuwbare energie afhankelijk is van fossiele brandstoffen en net zo goed voor milieuvervuiling zorgt. Achter alle investeringen staan vooral megacorporaties en rijke durfkapitalisten die en passant ook aan elke relevante milieubeweging hebben gedoneerd. Zo spannen zij het potentieel revolutionaire gedachtegoed van die bewegingen voor hun eigen karretje, iets om in het achterhoofd te houden bij de hype rondom de Green New Deal.

Planet of the Humans

Klimaat concreet
Normaliter is Gibbs de producent van documentairemaker Michael Moore, dit keer zijn de rollen omgedraaid. Hij prikt recht door zijn raap door de illusie van zonne-, wind- en biomassa-energie heen met monotone voice-over. Schaapachtig lachen directeurs voordat ze weglopen nadat Gibbs vraagt waar de stroom van een elektrische auto vandaan komt. Ritjes naar een woestijn vol zonnepanelen over de houdbaarheidsdatum of een biomassacentrale waar bomen aan de lopende band in de fik gaan, zeggen waar het op staat, ‘hernieuwbaar’ is ook gewoon ecologische destructie. Boze bewakers jagen de filmploeg weg, alsof dit een geheim is.

Het debat over het klimaat verzandt vaak in een abstract verhaal over emissiereductie, maar Gibbs slaagt er in om de onoplosbaarheid van de catastrofe concreet te maken. Met het directe tonen van de schadelijke gevolgen van bijvoorbeeld zonnepaneelproductie komt dit over als een poging groenen hardhandig uit de hernieuwbare droom wakker te schudden.

Oppepper
Dat gebeurt met een dosis ironie. Gibbs hakt als een recalcitrante punker in op de illusies. Rap gaat het heen en weer tussen hoogdravende speeches van een durfkapitalist of milieugoeroe en het resultaat van hun initiatief, omvallende bomen of meren vol blubber. Nonchalante deuntjes begeleiden montages van ecocide wat extra het bloed onder de nagels vandaan haalt. Enigszins smalend predikt Gibbs tegen het einde een cliché-boodschap over minder spullen willen, om vervolgens het laatste optimisme de kop in te drukken met hartverscheurende beelden van een in chemicaliën gedrenkte orang-oetan.

Planet of the Humans

Dat agiteert. In het opruien zit een diepe teleurstelling in de groene beweging, die niet gevrijwaard blijft van Gibbs’ spot. Tegelijkertijd pept de onderliggende woede, een veelvoorkomende emotie bij klimaatangst, op. Zoveel vernietiging zien terwijl hypocriete groenen joelen op een festival gerund op zonne-energie (Gibbs vindt echter de dieselgenerator) laat kriebelen om een effectievere vuist te maken.

Open agenda
Hoe precies laat Gibbs in het midden. Over de oorzaak is het opgeroepen contingent experts in Planet of the Humans eensgezind: overconsumptie en overbevolking. Zolang men deze olifant in de kamer niet erkent, gaat het van kwaad tot erger met een Vierde Industriële Revolutie van ‘hernieuwbare’ energie in plaats van de nodige de-industrialisering. Maar zoals Ted Kaczynski al dertig jaar geleden opmerkte, zijn de consequenties van de Industriële Revolutie een ramp voor het menselijk ras gebleken.

Gibbs hamert door over de olifant en de schijnoplossing van zogenaamd hernieuwbare energie. Zijn agenda schreeuwt luid en duidelijk, waar hij af en toe drogredeneringen niet schuwt zoals schuld door associatie. Hij speelt ongelijk op de man gegeven de buitenproportionele aandacht voor activist Bill McKibben. En zijn recalcitrantie zal de factcheckers in het verkeerde keelgat schieten. De kernboodschap blijft echter overeind. Deze samenleving kan niet zonder fossiele brandstoffen en voor de klimaatcatastrofe is geen magische oplossing.

Sociale horzel
Deze agitprop voelt met haar ironische montages in de verte als een Russische film uit de jaren 1920. Maar waar een Battleship Potemkin vooral bekrompen goed en slecht scheidt door middel van vlees met maden, werkt Planet of the Humans eerder bevrijdend. Het idee aan de basis drukt met de neus op oncomfortabele feiten. Gibbs is zo bezien een sociale horzel die bubbels doorprikt. De onvermijdelijke catastrofe onder ogen komen, vergt initieel moed, maar daagt uit nieuwe betekenis aan het leven te geven. Dat dit euforisch kan werken, bewijst bijvoorbeeld Enter Shikari met hun onlangs verschenen album Nothing Is True & Everything Is Possible.

Veiligheid zoeken in randzaken die Gibbs fout zou hebben, houdt de illusie in stand. Het is ook voor groenen moeilijk toe te geven dat het huidige materieel comfortabele leven niet door kan gaan. Belangrijker nog is dat de agitatie die de film oproept, uitnodigt om het begrip duurzaamheid opnieuw vorm te geven. Planet of the Humans is een tijdige waarschuwing niet in het sprookje van een energietransitie te geloven maar een nieuw sprookje te maken.

Planet of the Human is gratis te zien op YouTube.

 

27 april 2020

 

ALLE RECENSIES

Noura’s Dream

***
recensie Noura’s Dream

Noura’s nachtmerrie

door Cor Oliemeulen

In een Tunesische stadswijk zit Noura klem tussen haar criminele echtgenoot en haar heimelijke geliefde, want op overspel staat in het Noord-Afrikaanse land een gevangenisstraf van vijf jaar.

Trouwen. Waarom zou je eraan beginnen? In Nederland monden vier van de tien huwelijken uit in een (meestal onprettige) echtscheiding, en dan hebben we het nog niet eens over traumatische ervaringen van de kinderen.

Noura's Dream

Drie voorbeelden
De weg naar een scheiding is vaak een lijdensweg en onderhevig aan culturele omstandigheden. Een extreem voorbeeld is The Stoning of Soraya M. (2009) waarin het hoofdpersonage door het eigen gezin wordt dood gestenigd nadat zij ten onrechte is veroordeeld voor overspel. Van meer beschaafdheid getuigt het veelvuldig bekroonde Iraanse huwelijksdrama A Separation (2011) waarin een moeder met haar elfjarige dochter voor haar kansen naar het westen wil emigreren, terwijl haar echtgenoot beslist wil blijven om voor zijn demente vader te zorgen. De onvermijdelijke, universele thema’s van persoonlijke belangen, trots en leugens komen, ditmaal gevoed door een geslepen echtscheidingsadvocaat, ook terug in Marriage Story (2019) van Noah Baumbach. Noura’s Dream is minder gelaagd en intens dan de drie genoemde voorbeelden, maar blijft overeind door de sterke, emotierijke rol van het titelpersonage, vertolkt door Hind Sabri.

In het speelfilmdebuut van de Tunesische Hinde Boujemaa, die eerder van zich liet horen met een documentaire over de Jasmijnrevolutie (2010) in haar land, beweegt wasserettemedewerkster Noura zich tussen hoop en vrees. Hoop, omdat zij misschien ooit een nieuw bestaan met haar geliefde Lassaad kan opbouwen, en vrees, omdat haar criminele echtgenoot Jamel zojuist gratie heeft gekregen en weer thuis de lakens komt uitdelen. De dreiging van een gevangenisstraf wegens overspel brengt Noura in een lastig parket. Zodra Jamel de gevangenis heeft verlaten, wist ze alle sporen van haar contact met Lassaad. Maar zelfs dan ontkomt ze niet aan de agressie en voorstelbare paranoia van haar man. Ondertussen oefent Lassaad druk uit op Noura en zet hij haar voor het blok.

Noura's Dream

Escalatie
Terwijl Noura zich zowel geestelijk als lichamelijk zoveel mogelijk op afstand van Jamel beweegt, doet hij zijn best haar te paaien met een romantisch dinertje en cadeautjes die hij kan kopen door zijn onverminderde criminele activiteiten. Ook ditmaal probeert hij Noura wijs te maken dat hij zijn leven heeft gebeterd, maar zij wil nu echt af van Jamel en gaat tegen hem tekeer. Hoe vaak heeft zij zijn leugens al moeten aanhoren? Zoals verwacht is Jamel daar niet van gediend en confronteert Noura haar even later graag met haar ontrouw. Dit leidt tot enkele onaangename gebeurtenissen voor alle betrokkenen.

De ontstane escalaties maken van Noura’s Dream een nachtmerrie. Gevangen in haar relatie met Jamel en snakkend naar een nieuwe liefde is ze veroordeeld tot liegen als ze door de politie wordt verhoord. En als ze dan helemaal op het eind van het liedje iets krijgt wat op een verlossend telefoontje lijkt, weten we niet eens zeker wie haar belde. Noura glimlacht. Misschien is het Lassaad, misschien iemand anders. Het belangrijkste is dat Noura zich heeft weten te ontworstelen aan de omklemming van haar huwelijk, maar meer nog van het systeem, en dat ze nu eindelijk haar droom kan verwezenlijken. Of niet?

Noura’s Dream is vanaf 30 april te zien op Picl en Cineville.

 

26 april 2020

 

ALLE RECENSIES

J’accuse

***
recensie J’accuse

Klokkenluider hoeft geen held te zijn

door Cor Oliemeulen

Nadat een Franse krant in 1898 J’accuse…! van Émile Zola publiceerde, brak in het land de pleuris uit. De schrijver veegde uitvoerig de vloer aan met de legertop en alle andere instanties die de onterechte beschuldiging van de joodse officier Alfred Dreyfus in de doofpot hadden gestopt. De Britse journalist en schrijver Richard Harris schreef een boek over de affaire en regisseur Roman Polanski verfilmde dat.

Alfred Dreyfus werd veroordeeld tot een langdurig verblijf op Duivelseiland omdat hij een spion voor Duitsland zou zijn. De affaire hield Frankrijk maar liefst twaalf jaar in zijn greep door gerechtelijke blunders, politieke belangen en antisemitisme. Regisseur Roman Polanski – vooral bekend van Het mes in het water (1962), Rosemary’s Baby (1968), Chinatown (1974) en The Pianist (2002) – kruipt in zijn historische drama J’accuse in het hoofd van de nieuwe baas van de Franse inlichtingendienst, kolonel Georges Picquart (Jean Dujardin: The Artist, Deerskin). Die ontdekt dat de bewijzen tegen Alfred Dreyfus (Louis Garrell: Le Redoutable, Little Women) zijn vervalst en moet vervolgens tal van intimidaties zien te trotseren om de waarheid boven tafel te krijgen.

J'accuse

Jood
De film opent met een ceremonie op een groot plein waar het uniform van kapitein Dreyfus op vernederende wijze van alle militaire versierselen wordt ontdaan. Een officier naast Picquart, die door een verrekijker het tafereel gadeslaat, vraagt wat hij ziet. “Dreyfus ziet eruit als een joodse kleermaker die huilt omdat zijn geld in de vuilnisbak wordt gegooid”, zegt Picquart, waarna iedereen de grootste lol heeft. Op dat moment moet Picquart niet veel van joden hebben, en aan het eind van het verhaal nog steeds niet. Maar ondertussen gelooft hij wel vurig in zijn plicht om te doen wat juist is, hoeveel weerstand dat dat ook oplevert. Het hoofdpersonage wordt in de film zeker niet als held neergezet, maar wel als moedige klokkenluider.

Roman Polanski (als kind met zijn joodse gezin opgesloten in het getto van Krakau) had een jarenlange fascinatie met de Dreyfus-affaire toen hij contact zocht met zijn Britse vriend Richard Harris, wiens thriller The Ghost hij in 2010 al had verfilmd. Ook dat verhaal gaat over een klokkenluider, een ghostwriter van een op Tony Blair lijkende regeringsleider die een boekje over diens politieke misstappen wil opendoen. Maar met de klokkenluider in J’accuse loopt het beter af. Die ontbloot in deze deskundig gefilmde, maar niet al te spannende psychologische thriller het universele thema van organisaties die hun fouten toedekken en de onthullers willen straffen.

J'accuse

Kerfstok
Iemand die zelf het een en ander op zijn kerfstok heeft wantoestanden laten openbaren, vraagt om controverse. Sinds zijn arrestatie en veroordeling in 1977 vanwege het drogeren en seksueel misbruiken van de dertienjarige Samantha Gailey heeft een dozijn vrouwen Roman Polanski (inmiddels 86) beschuldigd van seksueel overschrijdend gedrag. Boze tongen beweren dat de regisseur in J’accuse zijn frustraties over de volgens hem valselijke beschuldigingen aan zijn adres vertolkt, maar in de film is daar niets van terug te zien.

Twee dagen voor de Nederlandse online première van J’accuse werd in De Balie te Amsterdam gedebatteerd over de vraag of we Polanski en zijn filmkunst moeten (kunnen) scheiden van zijn wandaden. Dat lijkt op de discussie of je muziek van Michael Jackson nog leuk mag vinden met de wetenschap van diens seksuele escapades met minderjarigen. In Frankrijk won J’accuse drie Césars, waaronder die van beste regisseur, waarna enkele actrices demonstratief de zaal verlieten. Ondanks die filmprijzen blijkt Polanski’s drama weliswaar solide, maar geen meesterwerk, dus dat is voor menigeen wellicht een doekje voor het bloeden. Dat laat onverlet dat er nooit genoeg verhalen over klokkenluiders kunnen worden verteld.

J’accuse is vanaf 16 april te zien op Picl en vanaf 30 april op een aantal andere VOD-kanalen.

 

16 april 2020

 

ALLE RECENSIES

Seules les bêtes

****
recensie Seules les bêtes

Een kleine wereld

door Cor Oliemeulen

Een vrouw verdwijnt op mysterieuze wijze in een sneeuwstorm. In vijf hoofdstukken ontdekken we de dader en het motief, als blijkt dat de levens van alle personages op ingenieuze wijze met elkaar zijn verweven.

In deze whodunit van de Franse regisseur Dominik Moll wil iedereen ontsnappen aan de dagelijkse realiteit. Vijf personen met vijf liefdesverhalen, vol geheimen, onbegrip, fantasieën en teleurstellingen. Vijf perspectieven op een tragische geschiedenis waarin vaak niets is wat het lijkt.

Seules les bêtes

Perspectiefwisselingen
In Seules les bêtes, gebaseerd op de gelijknamige roman van de Franse noir-schrijver Colin Niel, maken we allereerst kennis met Alice Farange (Laure Calamy), een sociaal werkster die wordt verwaarloosd door haar man Michel (Denis Ménochet: Inglourious Basterds), een veeboer. Hij vermoedt dat Alice vreemdgaat met een andere veeboer, Joseph Bonnefille (Damien Bonnard), wat inderdaad het geval is. Joseph leeft teruggetrokken na het overlijden van zijn moeder en ziet op een dag dat zijn hond is doodgeschoten. Alice verdenkt Michel daarvan, zeker nadat hij met een bebloed gezicht thuiskomt. Langzaam bespeuren we dat er meer aan de hand is. Veel meer.

In het tweede hoofdstuk verschuift het perspectief naar Joseph, die op zijn erf een verrassende ontdekking doet. We leren dat hij niet langer wil doorgaan met zijn affaire met Alice zodat hij zijn geheim en zijn onverwerkte verdriet een plaats kan geven. In het derde hoofdstuk verschijnt Marion (Nadia Tereszkiewicz) ten tonele. Zij werkt als serveerster en heeft een stormachtige liefdesaffaire met de twintig jaar oudere Evelyne Ducat (Valeria Bruni Tedeschi: Il capitale umano, Ma Loute, La pazza gioia), de vrouw die later op mysterieuze wijze in een sneeuwstorm zal verdwijnen.

Grenzeloos
Die eerste drie hoofdstukken van deze mozaïekfilm spelen zich af in de Causse Méjean, een uitgestrekt, geïsoleerd kalksteenplateau in Zuid-Frankrijk. Omsloten door nauwe valleien tussen rotsachtige heuvels en slechts toegankelijk via smalle wegen weerspiegelt deze omgeving de eenzaamheid en geheimzinnigheid van de personages. Het onherbergzame besneeuwde panorama roept herinneringen op aan films van Nuri Bilge Ceylan (Winter Sleep) waarin het rauwe en pure landschap de karakters versterkt.

Seules les bêtes

Dan plots verschuift het verhaal van het Franse platteland naar een arme wijk in de miljoenenstad Abidjan in Ivoorkust waar Armand (Guy Roger N’Drin) ervan droomt rijk te worden. Geld voor eten is er nauwelijks, maar net als veel van zijn vrienden zien we hem wel achter een laptop, de toegangspoort tot de moderne wereld zonder grenzen. Het toverwoord is internet en de weg naar het fortuin heet oplichting. Het zal niet lang duren voordat we weten wie de dupe is van deze praktijken en hoe de levens van alle personages uiteindelijk elkaar beïnvloeden.

Gelaagd
De kracht van deze whodunit is de knap opgebouwde spanningsboog. Ieder nieuw hoofdstuk voegt extra lagen toe en verduidelijkt hoe situaties en personen nauw met elkaar zijn verweven, zonder dat (meestal) van elkaar te weten. En zo kan het gebeuren dat een vrouw van de aardbodem verdwijnt door toedoen van een tragisch misverstand, nadat zij elders is opgedoken om troost te brengen.

Seules les bêtes wordt soms wel heel achteloos vergeleken met de perspectiefwisselingen op een misdaad in Rashomon (1950) en de vervlochten verhalen in Babel (2006), maar dit uiterst onderhoudende misdaaddrama biedt meer dan voldoende kwaliteiten om op zichzelf te staan.

Seules les bêtes is vanaf 1 april te zien op VOD-kanalen Pathé Thuis, Ziggo, KPN, Cinetree en Cinemember.

 

28 maart 2020

 

ALLE RECENSIES

Lillian

****
recensie Lillian

De Amerikaanse Droom voorbij

door Tim Bouwhuis

In de schaalverruimende odyssee Lillian zoekt een Russische immigrante de lange weg terug van New York naar Siberië. Haar blikveld vangt een door schande ontgonnen land, dat zijn onschuld al lang is verloren.

De echte Lillian Alling doorkruiste de Verenigde Staten en Canada halverwege de roaring twenties. De meest basale, praktische omstandigheden zullen ongeveer gespiegeld zijn geweest aan de reis die de Oostenrijkse filmmaker Andreas Horvath (Helmut Berger, Actor, 2015) zonder scenario met zijn Lillian (Patrycja Planik) aaneen improviseerde: de taal spreekt ze niet, bagage heeft ze nauwelijks en het verloop van haar trektocht is ieder moment onzeker. Het belangrijkste verschil? Horvath situeert zijn hypothetische versie van Lillians reis in het verscheurde Amerikaanse heden. En anders dan de bronnen weggeven, komen we er nu wel achter hoe die reis uiteindelijk is geëindigd.

Lillian

Autoweg van de tranen
“Jij bent hier – waar is je familie?”, leest een bord dat Lillian aan het begin van haar tocht opwacht. Het beeld snijdt toepasselijk naar het ‘welkom’-plakkaat van een lokale kerkgenootschap, maar Horvath gunt zijn kader geen kerkgangers. De omgeving is even eenzaam als Lillian zelf. In een open landschap betekent eenzaamheid voor een vrouw bijna altijd gevaar, en dus blijft een schrijnende ‘ontmoeting’ met een hitsig truckerstype niet uit. De scène in kwestie is begrijpelijk en op zichzelf verre van onrealistisch. Helaas blijft het gevoel van urgentie grotendeels uit door de schetsmatige wijze waarop Horvath dreiging representeert: een driftige, verlekkerde blik op het gezicht van de man, een close-up op een button van een doodshoofd nabij de versnellingspook, een bak vol met smerige snoepjes, een opjuttende geluidsband.

Veel interessanter is dan de tweede (uitgekiend geregisseerde) close-up van een doodshoofd die de film later bevat. Het attribuut dient ter introductie van een trooper, die via de radio doorkrijgt dat er een ‘loper’ is gezien op de lokale autoweg. De close-up verschijnt ambigu: door de eerdere, identieke verwijzing naar dreiging en doodsdrift roept Horvath het open vermoeden op dat het uitrukken van de trooper Lillian wel eens fataal zou kunnen worden. Replica’s van de weinig subtiele, hiervoor beschreven scène blijven gelukkig uit. De onderhuidse spanning die het Amerikaanse binnenland brengt voor eenlingen (én voor de kijkers die hun tocht gadeslaan), weet zich veel beter gestimuleerd door ongemakkelijke verwijzingen naar het reële lot van veel vrouwelijke avonturiers. “Meiden wandelen niet op de autoweg van de tranen”, zegt een afgebladderd billboard op Lillians route.

Lillian

Staat van de Staten
De talrijke allusies op (en directe verwijzingen naar) de staat van de Verenigde Staten roepen steeds sterker de gedachte op dat Lillian niet in de eerste plaats over Lillian gaat. De reis van Lillian geeft het publiek een blikveld, een kans om te zien wat de avonturier ziet. En dat stemt vooral somber, als een omgekeerd tegengif voor het romantische escapisme waarop The Peanut Butter Falcon (2019) vorig jaar nog trakteerde. Horvaths weergave van het Amerikaanse binnenland (een materieel vervallen schoolbus is de logische knipoog naar Sean Penns Into The Wild) maakt Lillian in allerijl tot een anti-roadtrip, een deconstructie van het begrip ‘droomreis’.

Die aanpak is (politiek) passend, aandachtig en op momenten pijnlijk scherp. Er zijn nauwelijks onderwerpen die gespaard blijven: oprukkend nationalisme, de koloniale verhoudingen tussen indianen en hun witte onderdrukkers, de menselijke dominantie van het dierenrijk, de positie van veteranen, de (reeds benoemde) verhoudingen tussen mannen en vrouwen, mensonterend kapitalisme, de politieke rol van religie. Fascinerend genoeg geeft Horvath in een recent interview juist aan dat hij er niet per se op uit is om commentaar te leveren op de hedendaagse Amerikaanse politieke situatie.

Vertrokken gelaat
Het is jammer dat de vele meta-lagen van de film over het geheel genomen wel enigszins ten koste gaan van de dame die Lillian haar bestaansrecht ontleent. Op het acteerwerk van Patrycja Planik (praktisch zonder acteerervaring vóór de casting) valt nauwelijks iets af te dingen, vooral als je in ogenschouw neemt dat Horvath beeldtaal en expressie boven goedkope dialogen verkiest. Dit laatste vraagt bij uitstek – en in dit geval met succes – om de beeldende overtuigingskracht van de hoofdrolspeelster.

Lillian

De bedenking is eerder dat het allusierijke karakter van de roadtrip de aandacht regelmatig afleidt van Lillians persoon en haar persoonlijke verwerking van zowel de tocht zelf als de periode die daaraan voorafging. Hoe kunnen we het blikveld van de camera niet alleen begrijpen als de kritische lens van de regisseur, maar ook als de leefwereld van een Russische immigrante? Zijn die twee automatisch één? En in welke mate heeft Lillians korte periode in de seksindustrie van New York (onnodig expliciet verbeeld in de eerste vijf minuten van de film) haar persoonlijkheid en haar kijk op de wereld gevormd of juist gebroken? Het zijn vragen die ogenschijnlijk wegvallen tegen het weidse decor dat Horvath met zijn schaalverruimende odyssee opzet. Een verademing is dan weer dat de regisseur inhoudelijk goed zijn tijd neemt om de vertelling op te bouwen, en Planik daarbij keer op keer toont in verhouding tot de landschappen waarin ze zich begeeft.

Als er één dame is die de pijnlijke trekken van een humaan en politiek failliet op haar gezicht kan meedragen, is het Lillian wel. Horvaths film laat ons kijken naar en kijken met, opdat ons mensbeeld en onze maatschappijkritiek elkaar ergens in het open midden kunnen treffen.

 

7 maart 2020

 

BINNENKORT OP INDEBIOSCOOP EEN INTERVIEW MET REGISSEUR ANDREAS HORVATH.

 

ALLE RECENSIES