Sorry We Missed You

***
recensie Sorry We Missed You
Cinema op de zeepkist

door Sjoerd van Wijk

De subtiliteit ontbreekt in Sorry We Missed You. Dat levert bijtende systeemkritiek op, waarbij de film weinig aan de verbeelding overlaat. Desalniettemin zit er een persoonlijk gezicht aan dit pamflet.

Dat de hedendaagse gig economy vooral een intensere vorm van uitbuiting is, maakt Sorry We Missed You maar al te duidelijk. Ricky Turner (Kris Hitchen) is exemplarisch voor het precariaat als voormalig klusjesman kampend met financiële problemen. Hij wil graag voor zichzelf beginnen en meldt zich aan als pakketbezorger. Officieel als zzp’er, maar dat komt in de praktijk neer op lange uren waarin hij zich aan strak uitgedokterde schema’s moet houden. En fikse boetes als hij zich er niet aan houdt, overmacht of niet. Ondertussen ruziet hij vaak met zijn zoon Seb, die de dagen slijt met spijbelen en graffiti. En vrouwlief Abbie gaat ook gebukt onder draconische schema’s als thuiszorgster.

Sorry We Missed You

Verstikkend realisme
Niet de bikkelharde baas maar Ricky’s scanner is de werkelijke machthebber. Vaak noemt men Orwell of Huxley als degenen die onze saaie dystopie het best omschrijft, Kafka komt wellicht dichter in de buurt. Dat vermoeden roept regisseur Ken Loach op door het schetsen van een verstikkende wereld waar het algoritme regeert. De scanner meet Ricky’s gedrag nauwkeurig en gaat volgens eigen wereldvreemde logica te werk. Die strakke controle brengt de precaire financiële situatie tot een kookpunt. Beheerst toont Loach hoe de drukkende onzekerheid leidt tot een cynisch afreageren op elkaar. Niet alleen vader op zoon of vice versa, maar ook Ricky en de vervelende klanten. Sorry We Missed You is een kille variant op het sociaal realisme van regisseurs als Vittorio de Sica (De Fietsendieven).

Persoonlijk, niet gepersonifieerd
Het is prijzenswaardig hoe Loach zijn systeemkritiek persoonlijk maakt. Ricky is een mens van vlees en bloed, met geloofwaardige gezinsproblematiek. De weinige warme momenten met bijvoorbeeld zijn dochtertje Lisa Jane geven de voorheen anonieme bezorger een gezicht. In het gezin houdt een ieder zich zo goed en kwaad als het kan staande. De heftige aanvaring tussen Ricky en Seb zorgt vervolgens voor een tragische climax.

Veel uitgesproken politieke films personifiëren de kritiek en behandelen hun personages als archetypes van goed en kwaad, zoals het eveneens recent uitgekomen Mjólk. Het hangt systemische misstanden op aan individuele tekortkomingen en verhult deze daarmee. Sorry We Missed You maakt daarentegen de benauwende repressie van doorgedraaide berekening invoelbaar zonder te wijzen naar een individu.

Sorry We Missed You

Geagiteerd pamflet
Toch blijft het scenario van vaste scenarist Paul Laverty te veel een pamflet. De film levert voornamelijk kritiek, in plaats van kritisch te zijn. Veel zaken lijken opgezet om de misère te optimaliseren en de geagiteerde frustratie over te brengen op de toeschouwer. Dat de scanner de film niet zal overleven, is al duidelijk als de baas zegt hoe duur dat ding is. Ricky’s overval is al erg genoeg zonder de laatste overbodige vernedering. Net als in I, Daniel Blake is er een grandioze speech die alle frustraties nog even vet onderstreept terwijl de dialogen frequent de realiteit van de nep-zzp-constructies omschrijven.

Juist door onbenoemd op de achtergrond van een film rond te zingen, wordt systeemkritiek subversief. Radicaal anders naar de wereld kijken gaat dan gepaard met reflectie. Sorry We Missed You steekt de kritiek niet onder stoelen of banken. Op een zeepkist staan agiteert, maar daarmee gaat de reflectie op het leven verloren.

 

11 november 2019

 

ALLE RECENSIES

Beats

****
recensie Beats

Rave en Revolutie

door Suzan Groothuis

Met Beats grijpt regisseur Brian Welsh terug op de jaren 90, waarin rave hoogtij vierde. Hij weet het tijdsbeeld goed te vangen en levert een energieke, rauwe maar ook hartverwarmende film, waarin we twee vrienden volgen in hun laatste nacht samen.

Beats speelt in het Schotland van 1994. In zwart-wit geschoten beelden volgen we beste vrienden Spanner en Johnno. Ze hebben een verschillende achtergrond, maar delen hun passie voor muziek. Het is de tijd van de rave, een stijl die zich kenmerkt door zijn anarchistische karakter. Rave was verbonden aan illegale feesten, waar de jeugd massaal op afkwam. Met de intrede van de Criminal Justice Bill in 1994 werd het “samenscholen rond repetitieve beats” strafbaar.

Beats

Aan wat hun laatste nacht samen moet worden, gaan wat strubbelingen vooraf. Zo hebben de moeder en stiefvader van Johnno het niet op Spanner. Aan zijn kop alleen al zie je dat het uitschot is, aldus Johnno’s stiefvader, die bij de politie werkt. Helemaal onterecht zijn zijn zorgen niet: Spanner woont in bij zijn criminele broer en brengt zijn dagen lanterfantend door. Hij zoekt Johnno op voor ritjes op zijn gammele brommer en om samen naar muziek te luisteren. En dan niet zomaar muziek: nee, knallende, suizende en stuiterende beats, illegaal te beluisteren via de radio, waar DJ D-Man aanzet tot revolutie en oppositie. Een grote middelvinger naar de maatschappij, waarop de ravebeats perfect aansluiten. Maar Groot-Brittannië zou Groot-Brittannië niet zijn om daar korte metten mee te maken. Om de boel weer in het gareel te krijgen, is er de Criminal Justice Bill en zijn raveliefhebbers genoodzaakt te zoeken naar nieuwe, creatieve manieren om samen te komen en onder het genot van drugs en drank uit hun dak te gaan.

Rave als ontsnapping
Terwijl er een illegale rave op komst is, wordt het Spanner en Johnno moeilijk gemaakt om met elkaar om te gaan. Johnno heeft huisarrest, omdat Spanner stiekem bij hem was. En tussen Spanner en zijn  broer lopen de spanningen ook op. De twee jongens besluiten te ontsnappen aan hun problemen thuis en te doen wat ze al zo lang wilden: een rave bezoeken!

Beats is gebaseerd op Kieran Hurley’s toneelstuk uit 2012. Regisseur Brian Welsh, die al langer iets met film en 90’s-rave wilde doen, werd getipt door een vriend om erheen te gaan. Het toneelstuk leverde hem wat hij zocht: het maken van een “party”-film waarin de sociale en culturele context niet ontbreekt. Maar Beats is ook een persoonlijke film: Welsh groeide op in de jaren van de raves. Hij weet de tijdgeest dan ook goed te vangen. Beats is in zwart-wit geschoten, wat de rauwe, morsige sfeer van toen ten goede komt. Zoals het krakerspand besmeurd met graffiti, waar DJ D-Man zijn plaatjes draait en raves aankondigt. Of de rave zelf, waar de pillen slikkende menigte uit zijn dak gaat op imponerende visuals en duistere breakbeats.

Beats

Energiek en hartverwarmend
Beats zou je kunnen zien als Trainspotting-light. Niet zo trendsettend en adrenaline-verhogend als Danny Boyles film, maar er zit vaart, humor, een opgestoken middelvinger en vooral, veel dancemuziek uit de jaren 90 in. Welsh’ film heeft het hart op de goede plek en roept een nostalgisch gevoel op naar wat dance in de jaren 90 teweeg bracht. Orbital, Human Resource en Liquid Liquid komen voorbij en doen je mee trippen in je stoel. Welsh neemt dat laatste letterlijk door je tijdens een rave psychedelische beelden voor te schotelen, die je als kijker in een soort drugstrip doen belanden. Het doet herinneren aan MTV’s Chillout Zone, waar baanbrekende acts als Aphex Twin of The Future Sound Of London hypnotiseerden met hun clips.

Maar Beats draait, ondanks het thema van rave, vooral om de gedoemde vriendschap tussen twee jongens uit een verschillend milieu. Dan weer humoristisch, dan weer gevat en dan weer teder zien we hoe de twee (mooie rollen van Lorn Macdonald als Spanner en Cristian Ortega als Johnno) dichtbij elkaar staan en er toch afstand is. De film werkt toe naar een bitterzoete afloop, waarna we nog even zien hoe het de fictieve personages verder vergaan is. Dat laatste voelt wat gekunsteld aan, maar doet niet onder aan het feit dat Beats een aangename kijkervaring is die eventjes terugverlangt naar vervlogen tijden, en ondertussen iets zegt over hoe bepalend klassenverschillen zijn in een vriendschap die door dik en dun gaat.

 

5 november 2019

 

ALLE RECENSIES

Tale of Three Sisters, A

**
recensie A Tale of Three Sisters

Armoede in Anatolië

door Michel Rensen

Na Nuri Bilge Ceylan begeeft ook A Tale of Three Sisters zich in een prachtig, besneeuwd Anatolisch berglandschap. Het drama laat het leed van drie zussen zien, maar biedt hen geen mogelijkheid hieraan te ontkomen. 

Drie zussen worden herenigd als de jongste twee terugkeren naar hun afgelegen bergdorp in Anatolië. Beide woonden als besleme – hulp in de huishouding en oppas voor rijkere gezinnen – in een nabije stad, maar om verschillende redenen zijn ze teruggestuurd. Hun oudste zus Reyhan was jaren eerder ook als besleme werkzaam, maar keerde terug vanwege een ongewenste zwangerschap en trouwde met de onnozele Veysel om roddels te voorkomen. De drie zussen wonen bij hun arme vader in een hut die uit één kamer bestaat. Middelen om voor hen te zorgen heeft hij niet; daarom heeft hij ze alle drie als besleme weggestuurd in de hoop dat ze in een hogere sociale cirkel een beter leven konden opbouwen. Nu zijn poging mislukt lijkt, dringt hij wanhopig aan bij Necati om één van zijn dochters toch weer op te nemen in zijn huishouden.

A Tale of Three Sisters

Onderling delen de zussen hun verlangens om het dorp te verlaten en een beter leven op te bouwen, maar een uitweg is er niet. De gesprekken waarin de mannen discussiëren over het lot van de jonge vrouwen domineren de film. De camera lijkt meer geïnteresseerd in de keuzes van de mannen – de vrouwen hebben immers niets over het verloop van hun eigen leven te vertellen. De film van Emin Alper mist echter een reflectie op deze disbalans. De intieme gesprekken tussen de zussen worden niet alleen herhaaldelijk door de mannen in het dorp onderbroken, maar ook de film zelf geeft hen niet de waardige aandacht die zij zouden moeten krijgen. Wanneer Nurhan haar oudste zus vraagt over haar ervaring met seks, overschaduwt een flauwe visuele innuendo het intieme gesprek als het tweetal een grote ton met melk heen-en-weer klotst. 

Anatolisch berglandschap
We kennen Anatolië natuurlijk uit de films van Alpers landgenoot Nuri Bilge Ceylan (Once Upon a Time in Anatolia, The Wild Pear Tree). Hoewel dit soort vergelijkingen vaak te simplistisch zijn, toont A Tale of Three Sisters Anatolië op een visueel vergelijkbare manier waardoor de film probeert mee te liften op het succes van Ceylan. Wanneer de film halverwege een tijdsprong maakt naar de winter – en het bergdorp en haar omgeving bedekt is met een flinke laag sneeuw – lijkt de film wel heel erg op Ceylans Gouden Palm-winnende meesterwerk Winter Sleep. Hoewel het landschap prachtig in beeld gebracht is, reikt de film helaas niet verder dan een visuele vergelijking met Winter Sleep. A Tale of Three Sisters mist diepgang en doet nauwelijks eens een poging de vinger op de zere plek te leggen.

A Tale of Three Sisters

Armoedeporno
Het leed van de drie zussen in A Tale of Three Sisters lijkt onvermijdelijk. Hun positie binnen het armoedige dorp wordt door hun vrouw-zijn nog eens verslechterd, ze kunnen daardoor geen keuzes over hun eigen leven maken. Een hopeloze situatie zonder enig lichtpuntje. Hiermee past A Tale of Three Sisters in de lijn van ‘armoedeporno’, een vorm van sociaal realisme dat zich specifiek richt op een hogere klasse en het leed van minderbedeelden exploiteert, waardoor stereotypen en klassenverschillen in stand gehouden worden. Met de directe verwijzingen naar Winter Sleep adresseert deze film expliciet het filmfestivalpubliek. De kadrering van het openingssequentie geeft onze positie als kijker precies weer. De camera bevindt zich in een auto. We rijden van buitenaf het dorp in om het dorp aan het eind van de film weer precies zoals het was achter te laten.

 

4 november 2019

 

ALLE RECENSIES

Gangster, the Cop, the Devil, The

***
recensie The Gangster, the Cop, the Devil

Hectische hindernisbaan

door Sjoerd van Wijk

In The Gangster, the Cop, the Devil is de wereld als een hindernisbaan waar hard optreden loont. Dat gaat gepaard met een hectiek, die soms geestig is en dan weer desoriënterend. 

Boeventronies en gefrustreerde politierechercheurs lijken een anonieme Koreaanse stad exclusief te bevolken. Een psychopathische seriemoordenaar teistert deze plaats met uitgekiende slachtpartijen. Er valt dermate geen land met hem te bezeilen dat het de brute gangsterbaas Jang Dong-soo (Ma Dong-seok) enigszins sympathiek maakt. Deze overleeft namelijk als enige een aanval van de moordenaar en is vastberaden wraak te nemen. Aan de andere kant wil verbitterde rechercheur Jung Tae-suk (Kim Mu-yeol) dolgraag deze moordenaar vangen omwille van de gerechtigheid. De boef en de smeris voelen zich genoodzaakt samen te werken ondanks hun verschillen. Met de deal dat wie het eerst de moordenaar pakt, die het eerst maalt.

The Gangster, the Cop, the Devil

Geestige klopjacht
Naarmate het net zich sluit stijgt de hectiek, onder andere doordat Dong-soo middenin een bendeoorlog zit. De steeds verder opvoerende klopjacht bezit daarbij af en toe iets geestigs. Met name in de opmars naar de samenwerking toe werken de frustraties komisch, als Tae-suk onderweg naar plaats van delict uit frustratie een andere arrestant meezeult op diens motorfiets. En de rivaliteit tussen boef en smeris zorgt voor de nodige kwinkslagen om elkaar te slim af te zijn.

Ondanks de sadistische trekjes bij het geweld bagatelliseert de humor de grofheden niet. En Dong-seok maakt Dong-soo zowel innemend als imposant, waardoor zijn rechtdoorzee missie net zo begrijpelijk is als die van Tae-suk. Bij tijd en wijle ontsnapt de film daarom uit het zwarte gat van Tarantino-cynisme.

Vechten tegen de bierkaai
Er zit in beide personages een vermoeidheid over de gang van zaken in hun desbetreffende instituut. Dong-soo zit duidelijk niet te wachten op gezeur met een andere maffiabaas. En Tae-suk is helemaal klaar met de interne corruptie. De licht komische klopjacht en het heftige gedonderjaag op zoek naar de moordenaar is daarom vooral vechten tegen de bierkaai. Dat opboksen transformeert de wereld in een hindernisbaan.

Dat geldt niet alleen voor de situaties waarin de personages zich bevinden. De gehele entourage geeft de boodschap mee dat een steekje zo gevallen is en dat anderen de hordes zijn. Het is een groot kat-en-muisspel, waarbij doodgewone mensen nauwelijks figureren of meteen een mes tussen de ribben krijgen. Deze hectiek past bij een tijd waar rust een verboden woord lijkt. De film maakt dit inzichtelijk.

The Gangster, the Cop, the Devil

Desoriënterende actie
Uiteraard gebeurt het opboksen met regelmaat letterlijk. Elke stap verder brengt spannende achtervolgingen of een overdaad aan naamloze handlangers met zich mee. Ondanks dat de film meer te vertellen heeft dan Guy Ritchie met een Lock, Stock and Two Smoking Barrels, laat het diens vlotheid vallen in de actiemomenten. Driftig schuddende beelden en snelle montage verhinderen een goed begrip van de situatie en verhullen daarmee wat er op het spel staat. De hectiek slaat daarbij om in desoriëntatie. Het verkwanselt Dong-seoks imponerende fysiek. En de spanning.

Het voelt tevens overbodig de psychopaat geestdriftig te werk zien gaan. Kim Sung-kyu is cartoonesk kwaadaardig, wat de ongemakkelijke alliantie van zijn twee jagers onnodig verzacht. Desalniettemin maakt The Gangster, the Cop, the Devil alledaagse drukte invoelbaar en blijkt de hindernisbaan van de stad een amusant obstakel.

 

4 november 2019

 

ALLE RECENSIES

Report, The

*
recensie The Report

De held die de deur sluit

door Tim Bouwhuis

In The Report resulteren de inspanningen van onderzoeksjournalist Daniel J. Jones in een monumentaal verslag van de martelpraktijken die de CIA na 9/11 dichterbij vermeende Al Qaida-terroristen bracht. De wanstaltig eenzijdige film roept in een veel breder kader vragen op over propaganda en politieke invloed.

The Report is een perfect voorbeeld van een film die door zijn complexe politieke context tot veel meer discussie en reflectie oproept dan de uiterst simpele plot doet vermoeden. Regisseur Scott Z. Burns debuteerde in 2006 met het fascinerende door HBO voor televisie geproduceerde PU-239 (ook wel The Half Life of Timofey Berezin). Hierna werkte hij met name als scenarist, onder meer voor The Bourne Ultimatum (2007), meerdere films van Steven Soderbergh en volgend jaar ook voor de nieuwe titel in de James Bond-franchise, No Time To Die. Voor zijn tweede regieklus in twaalf jaar strikte hij als hoofdrolspeler Hollywoodacteur in de lift Adam Driver (Star Wars: The Last Jedi, BlacKkKlansman).

The Report

Film en overheid
Het is nagenoeg onmogelijk in het wegen en beoordelen van The Report te ontsnappen aan politieke en morele vragen over het Amerikaanse beleid in contra-terrorisme en de publieke communicatie daarvan. Hierbij gaat het niet alleen om je blik op het politieke handelen van de Verenigde Staten in de nasleep van 9/11, maar ook om de manier waarop films die blik kunnen beïnvloeden. De oeuvres van regisseurs als Michael Bay en Peter Berg laten zich niet loskoppelen van de vraag wanneer film niet langer propaganda lijkt maar propaganda is, om op dat punt nog maar te zwijgen over de daadwerkelijke invloed van instanties als de CIA en het Pentagon in dit soort projecten. In dat laatste verband is het al geen publiek geheim dat Michael Bay in zijn films maar wat graag de nieuwste snufjes van het vaderlandse militaire bastion uitprobeert. Sinds er voor het eerst een Amerikaanse oorlogsfilm logistiek ondersteund werd door, in dit geval, de Amerikaanse luchtmacht (Wings, 1927), kent de Hollywoodgeschiedenis voorbeelden te over van dit soort zichtbare verbintenissen, waarvan wervingscampagne Top Gun (1986) in afwachting van de sequel (juni 2020) waarschijnlijk het meest tot de verbeelding spreekt.

De traditioneel clandestiene operaties van de CIA en aanverwante instanties laten zich zonder passend onderzoek moeilijker met concrete films in verband brengen. Het is één ding om te analyseren hoe de CIA in Hollywoodcinema gerepresenteerd wordt, maar wanneer gaat die representatie over in (bewijzen van) concrete betrokkenheid? Zeker sinds het advent van de Koude Oorlog en het bijbehorende hoogtij van films vol politieke paranoia vinden we genoeg prikkelende titels die de vraag naar de grenzen tussen fictie en werkelijkheid tot het uiterste oprekken, van The Manchurian Candidate (1962) tot The Parallax View (1974) en Three Days of the Condor (1975). Van die laatste twee films geeft Burns al gretig toe dat ze door hun visuele stijl inspiratiebronnen voor The Report waren (en van Sydney Pollacks Three Days of the Condor weten we ook dat toenmalige CIA-directeur Richard Helms destijds de set heeft bezocht en hoofdrolspeler Robert Redford van advies heeft voorzien). Dat The Report de vergelijking door de fletse, inspiratieloze cinematografie nauwelijks doorstaat, onderschrijft vast hoeveel sterker laatstgenoemde film uiteindelijk inzet op de communicatie van zijn (politieke) inhoud.

The Report

De olifant in de industrie
Of en in welke mate die politieke inhoud ingegeven en/of gecontroleerd is door hogere overheidsinstanties kan ondergetekende in het specifieke geval van The Report (een productie van Amazon Studios) niet bewijzen, hooguit vermoeden. Vast staat wel dat Hollywood en de CIA vanaf de vroege jaren negentig nauwer en intenser zijn gaan samenwerken. Tony Shaw en Tricia Jenkins (tevens de auteur van het boek The CIA in Hollywood, uit 2012), twee Amerikaanse academici, schreven in 2017 dat Chase Brandon (een neef van acteur Tommy Lee Jones) vanaf deze periode Hollywoodfilmmakers en producers onderwees over de rol van de CIA en hen actief stimuleerde CIA-successen in hun films op te nemen. Dit proces loopt tot de dag van vandaag en anderen hebben Brandons rol overgenomen; in veel gevallen worden scriptschrijvers, producenten en regisseurs concreet in contact gebracht met CIA-functionarissen, die vervolgens een grote invloed uitoefenen op het definitieve film- of serieproduct en daarbij een (overwegend) positief beeld van de instantie propageren. Alhoewel hier verbluffend weinig (en kritisch) over geschreven is, zijn deze samenwerkingen wel degelijk een stuk beter gedocumenteerd dan verstrengelingen van vóór de jaren negentig, die explicieter in een zweem van geheimhouding gehuld bleven en zich daardoor een stuk lastiger laten traceren. Bekende voorbeelden van relatief recente samenwerkingen zijn Showtime-serie Homeland (2011-), Ben Afflecks Oscarwinnaar Argo (2012) en Kathryn Bigelows veelbesproken politieke thriller Zero Dark Thirty (2012).

Fascinerend genoeg speelt er in de verhaalwereld van The Report op een gegeven moment een kort trailerfragment uit de film van Bigelow. Beide titels tonen de gewelddadige martelpraktijken van de CIA in de jacht op kopstukken van Al Qaida, en laten het niet na te tonen welke fouten in dat proces begaan zijn. Zero Dark Thirty verdeelde critici tot op het bot. Hier zijn vooral de negatieve kanttekeningen interessant: werden de martelpraktijken van de CIA hier impliciet gerechtvaardigd of zelfs verheerlijkt, omdat ze uiteindelijk leidden tot de eliminatie van Osama Bin Laden? En kan een film als deze eigenlijk wel een ‘onthullend’ boekje opendoen over de martelpraktijken van de CIA als deze in die periode gewoon al publiek belicht waren? Het uiten van zelfkritiek is zo in verhouding al een stuk ‘veiliger’. De eerder aangehaalde Shaw en Jenkins bevestigen dit als ze schrijven dat de CIA op een pragmatische manier met Zero Dark Thirty omgingen, en er vooral op inzetten een ‘zo positief mogelijk beeld’ van de CIA te schetsen. Dat een film op een aantal vlakken ambigu en kritisch is, wil dus nog lang niet zeggen dat de overkoepelende intentie van de makers niet propagandistisch kan zijn. Sterker nog: propaganda werkt het best als ze niet direct als zodanig door haar publiek herkend wordt.

Waar komt de nood van de industrie vandaan om films te maken met een politiek onthullend en kritisch karakter, als we weten dat diezelfde industrie onmogelijk politieke onafhankelijkheid kan claimen? Kunnen deze films de beloftes van heroïsche klokkenluiders (Snowden, 2016) eigenlijk wel nakomen, of zitten ze in feite vast in een verreikend web van invloed dat de grenzen van kritische representatie bepaalt en échte artistieke en politieke vrijheid zo onmogelijk maakt?

The Report

Het probleem van de held
The Report
presenteert in de persoon van Daniel Jones een held die de feitelijke waarheid, inclusief morele rechtvaardiging, koste wat het kost op tafel wil brengen en daar – spoilers onvermijdelijk inbegrepen – glorieus in slaagt. Hierdoor is er nauwelijks ruimte voor nuance en sleept de film zich nogal plichtmatig voort – het “hoe” is al vanaf het begin ondergeschikt aan het “wat”. Burns doet zo sterk zijn best om de CIA tegen de inspanningen van Jones af te zetten dat iedere vorm van ambiguïteit ontbreekt. Dit roept ook de vraag op waarom deze film gemaakt moest worden en, dat vooral, waarom nu.

“Democratie is rommelig”, zegt de stafchef van Barack Obama (een rol van Jon Hamm) in de loop van de rechtszaak rond het martelrapport. Welke rommel moet er in The Report opgeruimd worden? In de meest extreme interpretatie van deze film wekt Burns de indruk dat hij de ernstige en systematische insteek van de martelpraktijken in de periode post-9/11 van tafel wil vegen; (wederom) niet omdat daar enig bewijs voor is, maar omdat de film het juist doet voorkomen alsof een deel van de kopstukken geen idee hadden waar ze nu echt mee bezig waren en de ernst van hun praktijken bagatelliseerden – alles voor de veiligheid van het vaderland.

Dat The Report een kritische toon handhaaft, mag duidelijk zijn, maar de filmische schets van de CIA in verhouding tot Jones, een sympathieke goedzak die zichzelf verliest in zijn werk, is schematisch, opzichtig en dramatisch ongeloofwaardig. Door in de slotakte in te zoomen op het zegevierende recht, mogelijk gemaakt door het morele plichtsbesef van een enkeling, stuurt Burns maar wat eenvoudig aan op een patriottistische conclusie. De wandaden van de CIA zijn in dat kader relatief gemakkelijk vergeten, ook omdat de falende instantie door de weergave van haar wanbeleid nauwelijks serieus genomen is: de film sluit nadrukkelijk een hoofdstuk af. Net als Zero Dark Thirty buigt hij negatieve representatie om naar een overwinning; in de film van Bigelow is dat een overwinning voor de CIA, in The Report ligt de nadruk op mentaliteit en op het schild geheven waarheidsdrang. Dat is niet alleen curieus in het licht van de manier waarop Hollywood in dit stuk eerder gelinkt werd aan propaganda en (concrete) politieke invloed. Het onderstreept ook dat een integere hoofdpersoon nog niet automatisch een integere film oplevert.

 

2 november 2019

 

ALLE RECENSIES

Galápagos: Hope for the Future

**
recensie Galápagos: Hope for the Future

Symptoombestrijding op eilanden

door Sjoerd van Wijk

De titel geeft het al weg. Galápagos: Hope for the Future steekt de kop in het zand voor de ecologische catastrofe. In plaats daarvan speelt deze documentaire mooi weer met een tachtig minuten durende reclame voor producent de Charles Darwin Foundation.

Nu desastreuze klimaatverandering en biodiversiteitsverlies onafwendbaar zijn, heeft de mensheid geen hoop nodig maar moed. Om dapper te aanvaarden dat velen zullen sterven en talloos niet-menselijk leven wordt meegenomen in hun kielzog. Deze realiteit zouden natuurdocumentaires niet uit de weg moeten gaan, maar zien als een kans de resulterende rouw een plaats te geven. Hoe goed de bedoelingen ook mogen zijn, door te doen alsof er oplossingen mogelijk zijn terwijl het in werkelijkheid draait om schadebeperking bewijst Galápagos: Hope for the Future de bijzondere flora en fauna aldaar geen goede dienst.

Galápagos: Hope for the Future

Kermisattractie
Allereerst is er het gebruikelijke tonen van de pracht en praal, in dit geval van de Galápagos-eilanden. Onder begeleiding van onnozele deuntjes passeren alle bijzondere diersoorten van dit gebied de revue, alsof zij een soort kermisattractie zijn. En er dus geen vuiltje aan de lucht is. De secce close-ups hebben in ieder geval niet de Instagram-kwaliteit van cameraman Emmanuel Lubezki’s werk met Terrence Malick of het sturende gehalte van Baraka. Opeens zijn daar dan de anonieme helden van de Charles Darwin Foundation die hun best doen de al sterk teruggelopen populaties weer groot te maken.

Daarbij neemt de vertelster geen adempauze om elk beeld te duiden. Waar een documentaire als Sengiré sereen handelingen toont zonder er doorheen te praten, is dat bij Galápagos: Hope for the Future tegenovergesteld. Daarbij negeert het de olifant in de kamer waarom het slecht is gesteld met de eilanden. Of wat het eiland te wachten kan staan met rijzende zeespiegels en dergelijke. Door het zo optimistisch te hebben over het goede werk van de onderzoekers praat de documentaire eigenlijk de systemische oorzaken goed. In dat opzicht is het tekenend hoe de zeehonden die vis op de markt stelen vooral koddig zijn. Als de documentaire al een probleem benoemt, is het slechts aanstippen. Het opruimen van plastic in de omgeving is zo een clandestiene operatie, om blind optimisme aan te wakkeren.

Galápagos: Hope for the Future

Antropocentrisme
Deze onkritische viering van natuurbehoud etaleert dan ook de onderliggende denkwijze van het antropocentrisme. Het begrip natuur impliceert dat de mens hier buiten zou staan, wat ook naar voren komt in het dweilen met de kraan open van de conservatiepogingen. Galápagos: Hope for the Future bejubelt de technische oplossingen die qua denkwijze tevens de oorzaak zijn van de rampspoed. Galágapos ziet reden voor vreugde dat Ecuador als eerste land natuurrechten in de grondwet vastlegde. Daarmee kiest deze documentaire ongegeneerd partij voor de separatie tussen mens en ecosysteem.

Sociaal filosoof en natuuronderzoeker Thoreau beschreef hoe ronddwalen in het wilde de geest verruimt. Bij deze documentaire mist eenzelfde soort ontzag om de Galápagos oprecht te tonen. De vertelster is er à la de homevideoprogramma’s als de kippen bij om dieren als mensen te beschouwen als dat ook maar even kan. Dat komt kleinerend over. Als een toerist ziet Galápagos: Hope for the Future de eilandenpracht vooral als iets leuks voor de mens. Daarmee vertelt de film een oneerlijk verhaal.

 

29 oktober 2019

 

ALLE RECENSIES

Amazing Grace

*****
recensie Amazing Grace

Ziel, zaligheid en Aretha

door Alfred Bos

Amazing Grace documenteert de opnamen voor het gelijknamige gospelalbum uit 1972 van Aretha Franklin. Helaas moest de bejubelde soulzangeres overlijden om deze schitterende concertfilm voor openbare vertoning vrij te kunnen geven.

Aretha Franklin, volgens velen de grootste soulzangeres die de wereld heeft gekend, was een kind van de kerk. Vader C.L. Franklin, dominee van de New Bethel Baptist Church in Detroit, reisde in de jaren vijftig als prediker door Amerika en zijn dochter werd onderdeel van de muzikale eredienst. Thuis kwam Mahalia Jackson, de Queen of Gospel, geregeld over de vloer en fungeerde gospelzangeres Clara Ward als stiefmoeder. Aretha Franklin is gospel tot in haar merg.

Amazing Grace

Nadat ze in de late jaren zestig een reeks pophits had gescoord en was uitgegroeid tot de Queen of Soul, wilde Franklin met het dubbelalbum Amazing Grace, verschenen in 1972, laten horen waar ze vandaan kwam. Zo’n plaat kon volgens haar alleen worden opgenomen met publiek in een kerk. De sessies werden gefilmd door Sidney Pollack, maar door technische problemen – beeld en geluid bleken niet te synchroniseren – bleef het materiaal opgeborgen in de archieven.

Nadat de film vele jaren later door middel van nieuwe technologie alsnog kon worden voltooid, hield Franklin openbare vertoning tot tweemaal toe via de rechter tegen. Na haar overlijden in 2018 gaven de erven toestemming en is Amazing Grace, de weergave van twee bevlogen avonden in de New Temple Missionary Baptist Church te Los Angeles, met 47 jaar vertraging in de bioscoop te zien.

Verlossing
In zijn introductie noemt dominee James Cleveland gospel ‘the greatest sound in the world’ en daar kunnen niet de minste muzikanten zich in vinden. Het was het favoriete genre van Elvis Presley. Ambient-producer Brian Eno is een verklaard liefhebber. Voor Johnny Cash was zijn wekelijkse tv-show ondenkbaar zonder gospel. En Mick Jagger en Rolling Stones-drummer Charlie Watts stonden tijdens de tweede avond in de doopsgezinde kerk gebiologeerd toe te kijken en te luisteren.

Veel is er niet voor nodig om het vuur te ontsteken, zo blijkt. Zangeres, koor, muzikanten en het publiek, zo’n tweehonderd voornamelijk Afro-Amerikaanse vrouwen en een enkele blanke man (plus twee Rolling Stones), waren er op 13 en 14 januari 1972 klaar voor. Eerst achter de piano, daarna vanaf de kansel, zingt Aretha Franklin een selectie van traditionals en meer recent gospelrepertoire. Aan bezieling geen gebrek, haar vader zit pal voor haar neus. Naast hem zien we stiefmoeder en inspiratie Clara Ward, wier How I Got Over de kwintessens van gospel vangt: verlossing van aardse ellende door de liefde van de hemelse vader.

Typerend voor de invloed van gospel op de populaire muziek van na de oorlog is de medley van Precious Lord, Take My Hand en You’ve Got A Friend, twee ogenschijnlijk breed verschillende nummers die naadloos in elkaar overgaan. Het eerste is een compositie van Thomas A. Dorsey, de vader van de gospel, en vaak vertolkt door Mahalia Jackson. De tweede is een nummer van singer-songwriter Carol King, zelf diepgaand beïnvloed door zwarte kerkmuziek. De beste popmuziek heeft de bezieling van gospel, Motown is er een instituut mee geworden. Tijdens Amazing Grace, een krachttoer van elf minuten, gebeurt er iets. Het publiek roert zich en dominee Cleveland krijgt het te kwaad.

Amazing Grace

Huldebetoon
Amazing Grace documenteert niet alleen een eredienst, het is evenzeer een huldebetoon aan Aretha Franklin zelf. De zangkwaliteit is boven elke twijfel verheven, de intensiteit ongekend, de repertoirekeuze raak—niet voor niets groeide de dubbelelpee uit tot het best verkochte gospelalbum ooit. Maar het is ook een geconstrueerde setting, met geregisseerde beleving. De voor gospel zo kenmerkende vraag-en-antwoorddynamiek tussen voorzanger en koor is grotendeels afwezig. De interactie tussen voorganger en publiek – die tijdens verhitte diensten kan leiden tot extase – is voor deze gelegenheid eerder routineus dan begeesterd. Al inviteert dominee Cleveland het publiek vooraf om zich te roeren, de omstandigheden zijn wellicht te intimiderend om alle gêne te laten varen.

Ondanks die kanttekening is Amazing Grace een spektakel. Het toont in volle glorie een bezieling die uit de eenentwintigste-eeuwse muziek nagenoeg is vervlogen. Zoals Marvin Gaye’s Wholy Holy met zijn oproep ‘people we’ve got to come together’ actueler is dan ooit, zo kunnen eigentijdse zangeressen als Beyoncé en Rihanna – die soul hebben verruild voor marketing – een dosis bevlogenheid node gebruiken. En zij niet alleen.

Sidney Pollack heeft in januari 1972 tijdens repetities en uitvoeringen twintig uur aan materiaal geschoten. Daaruit is deze concertfilm van 87 minuten samengesteld, hij dekt slechts een deel van de plaatopnamen. Naar verluidt wordt er gewerkt aan een langere versie, die volgend jaar moet uitkomen. Wie verstandig is, wacht daar niet op.

 

28 oktober 2019

 

ALLE RECENSIES

Sonja: The White Swan

**
recensie Sonja: The White Swan
Sportheldin rijdt scheve schaats

door Cor Oliemeulen

Een zwaan staat symbool voor liefde, harmonie, kracht, wijsheid en elegantie. In Sonja: The White Swan ontdekken we vooral haar sierlijkheid en het flirten met zelfdestructie.

Sonja Henie werd al op haar tiende Noors kampioen kunstschaatsen en won de Olympische titels in 1928, 1932 en 1936. Nadat zij in Garmisch-Partenkirchen is gehuldigd en de hand van Adolf Hitler mag schudden, vertrekt ze met haar ouders en broer naar Amerika om professioneel ijsdanser te worden. Toeschouwers zijn verrukt, want zo’n show heeft men nog nooit gezien. Sonja gaat bakken met geld verdienen en wil ook filmster worden. Ze klopt aan bij de grote baas van Twentieth-Century Fox, Darryl F. Zanuck, die haar een solo-optreden van twaalf minuten in een film aanbiedt voor 75.000 dollar. Echter Sonja wil meer: een contract voor vier films, want ze gelooft heilig in zichzelf en haar succes. “Greta Garbo lijkt wel een vent en Shirley Temple is net uit de luiers.”

Sonja: The White Swan

Turbulent leven
Sonja: The White Swan is een biopic van een vergeten sportheldin, die een tijd lang de best betaalde actrice van Hollywood was en die in haar leven naast de ijsbaan en de filmset meer downs dan ups beleefde. Als tienvoudig wereldkampioen was ze vooral in eigen land een grootheid. In ons land stond zij indirect aan de wieg van het kunstschaatsen nadat ze in 1934 in Amsterdam onze eerste kunstijsbaan had geopend waar twintig jaar later onze eigen schaatsheldinnen Sjoukje Dijkstra en Joan Haanappel hun pirouettes zouden draaien en hun dubbele axels zouden springen.

Het is voor regisseur Anne Sewitsky (Happy, Happy) een onmogelijke taak om het turbulente leven van Sonja Henie in krap twee uur samen te vatten. Terwijl de hele familie profiteert van haar snel vergaarde rijkdom (vooral haar geliefde broer Leif maakt er een potje van) waant de ster zich aanvankelijk onaantastbaar, maar zie je haar langzaam aftakelen door de uitzinnige feesten waarop Sonja niet vies blijkt van drank, drugs en seks. Nadat ze breekt met de organisator die haar naar Amerika heeft gehaald (hij heeft een nieuwe, jongere ijsdanseres ontdekt), dreigt Sonja alles te verliezen wat ze met zoveel inzet en toewijding heeft opgebouwd.

Sonja: The White Swan

Gemiste kansen
Titelvertolkster Ine Marie Wilmann, die bijna alle dansscènes op het ijs zelf voor haar rekening neemt, speelt een krachtige persoonlijkheid, maar ontpopt zich zo nu en dan als een ijskonijn. Ze ziet er mooi uit en oogt in haar korte rokjes sexyer dan de echte Sonja Henie, maar een binding met het personage krijgen we pas helemaal aan het eind als ze op haar aandoenlijkst is. Hoe prachtig het productiedesign van de film ook is, het blijft moeilijk om ook met alle andere personages mee te leven.

De lukrake soundtrack met zo nu en dan elektronische klanken om de productie wat eigentijdser te laten aanvoelen, is ook niet zo gelukkig. De makers hadden een voorbeeld kunnen nemen aan Sofia Coppola die haar historische biografie Marie Antoinette (2006) consequent met eigentijdse muziek lardeerde, waarmee ze het ambivalente karakter van het hoofdpersonage benadrukte. Het wisselvallige niveau van Sonja: The White Swan komt vooral door de matige regie, waardoor de film uiteindelijk niet meer is dan de treurige teloorgang van een niet al te sympathieke vrouw die het moderne ijsdansen heeft uitgevonden.

 

26 oktober 2019

 

ALLE RECENSIES

Liefhebbers, De

****
recensie De Liefhebbers

Wat doet ziekte met familie?

door Nanda Aris

Wanneer bekend wordt dat de autoritaire vader Jan beginnende alzheimer heeft, komen de familiebanden op scherp te staan. De vier volwassen kinderen komen, allen met hun eigen problemen, in het ouderlijk huis bijeen. Ze stoten elkaar af en hebben elkaar nodig; ze moeten zich verzoenen, met elkaar en met zichzelf.

Regisseuse Anna van der Heide won met haar eerste korte film MissiePoo16 in 2007 een Gouden Kalf. Ze maakte daarna onder andere de films Brammetje Baas (2012) en Meester Kikker (2016). In een interview met het Parool vertelt ze dat de thematiek van de film De Liefhebbers dichtbij komt door de ziekte – een aangeboren hersenafwijking – van haar broer. De achteruitgang en acceptatie is iets dat ze terugziet in de rol van Jan. 

De Liefhebbers

Vader
Jan Liefhebber, een mooie rol van de inmiddels 74-jarige Jeroen Krabbé (The Fugitive, Soldaat van Oranje), weet sinds een jaar dat hij beginnende alzheimer heeft. Hij weet een waardige, statige man neer te zetten die moet leren omgaan met het verlies van controle. De stempel die hij drukt op het gezin, drukt hij ook op het architectenkantoor dat hij runt.

Zijn druk-druk-druk zoon Kasper (Guy Clemens, bekend van tv-series Toren C en ’t Schaep met de vijf poten) vindt met hem samenwerken dan ook niet altijd makkelijk. Iets dat zoon Jonathan (Theo Maassen: Minoes, TBS) zichzelf dan ook niet zo snel zou zien doen. Als gevierd, maar eenzame chirurg hoeft hij dat ook niet. De dominantie van zijn vader – en het feit dat hij op hem lijkt, hebben de band tussen vader en zoon niet bepaald versterkt.

Foto
De familie spreekt af in Amsterdam om gezamenlijk een gezinsfoto te maken, maar Jan raakt de weg kwijt (hij verstuikt zijn enkel, zoals hij zijn kinderen vertelt) en de kinderen en kleinkinderen zijn druk, dus het wordt uitgesteld. Jan’s vrouw Lea (Beppie Melissen: Het Zakmes, Gooische Vrouwen haalt hem op, en zoon Jonathan komt erachter dat zijn vader niet zijn enkel verstuikt heeft, maar ziek is. Het brengt de familie noodgedwongen weer samen en het rakelt de familieperikelen op.

De Liefhebbers

De verhoudingen zijn niet al te best, zo blijkt aan de keukentafel van fladderige en zachtaardige dochter Maria (Sanne-Samina Hansse: tv-series Random Shit, Baptiste). Andere dochter Sam (Hadewych Minis: Borgman, Bloed, Zweet en Tranen) is over uit Londen, na een lange tijd afwezigheid in Nederland. Zoals broers en zussen kritisch op elkaar kunnen zijn, vliegen de verwijten over tafel. Kasper is te druk voor zijn vrouw Laura (Jelka van Houten: Huisvrouwen bestaan niet) en gezin, Jonathan is depressief, Sam eenzaam en Maria met dochtertje wordt nog altijd onderhouden door vader en moeder. Het is ondenkbaar dat ze met elkaar een weekend weggaan – iets dat Lea graag zou willen.

Alzheimer
Het is geen film over alzheimer, zoals Still Alice, waarin we het ziektebeeld vanuit de hoofdpersonage volgen. Het doet eerder denken aan Alles is familie, ook al is De Liefhebbers niet zo hysterisch en meer serieus. Maar ook grappig. Zoals wanneer Jan, nadat hij de familie vertelt dat hij alzheimer heeft, opstaat en de kamer uitloopt, zich omdraait en vraagt: ‘Waar is de wc eigenlijk?’ Het blijft pijnlijk stil, totdat duidelijk wordt dat Jan een grapje maakt.

De Liefhebbers gaat over wat een ziekte doet met een familie. Naast het verdriet dat voor iedereen anders is, verbindt ziekte ook. We hebben elkaar als mensen – en als familie – nodig.

 

21 oktober 2019

 

ALLE RECENSIES

Light of my Life

***
recensie Light of my Life

Op de vlucht voor het onbekende

door Ries Jacobs

In 1947 publiceerde Albert Camus zijn boek De Pest over een stad waar een dodelijke en hoogst besmettelijke ziekte uitbreekt. Als de autoriteiten de stad hermetisch afsluiten, gaat iedere inwoner hier anders mee om. De een wil ontsnappen, de ander leeft zijn leven alsof het de laatste dag is. Light of my Life heeft hetzelfde thema. Wat doe je als er een pandemie uitbreekt?

Een vader en een zoon zitten in een kleine tent in een bos. Het lijkt op een typisch Amerikaanse campingtrip, father and son quality time in de wildernis, maar schijn bedriegt. Dit is geen weekendje weg, dit is keiharde survival. Het is bovendien geen zoon met wie de naamloze vader (Casey Affleck) zijn tijd doorbrengt, maar een dochter van elf die met haar kortgeknipte haar voor een jongen moet doorgaan.

Light of my Life

Langzaam kleurt Affleck, die ook het scenario schreef en de regie voor zijn rekening neemt, het verhaal verder in. Nadat een besmettelijke ziekte wereldwijd het grootste deel van de vrouwelijke bevolking uitroeit, slaat de vader met zijn dochter Rag (Anna Pniowsky) op de vlucht. Om zijn oogappel (de vertaling van Light of my Life) te beschermen tegen de ziekte en de achtergebleven mannen, overleven de twee in de Noord-Amerikaanse bossen.

Morele keuze
In navolging van broer Ben en Matt Damon (die in 1996 doorbraken met rollen in het door henzelf geschreven Good Will Hunting), schreef Casey Affleck het script van Light of my Life. Eerder schreef hij de scripts voor Gerry (2002) en I’m still here (2010), die hij net als Light of my Life ook regisseerde.

Affleck maakt het zichzelf niet makkelijk. De film speelt in een post-apocalyptische wereld, waarin – anders dan vaak in dit genre – nauwelijks actiescènes te zien zijn. De filmmaker heeft niet altijd het vermogen om met de lange scènes vol conversatie de aandacht van de kijker vast te houden, wat de film bij momenten eentonig maakt.

Wellicht had hij meer gebruik moeten maken van flashbacks., wat een gevarieerdere film en bovendien een diepgaander verhaal had opgeleverd. Nu weet de kijker nauwelijks wat er na de uitbraak gebeurde en waarvoor precies vader en dochter op de vlucht zijn. Het publiek kan daarom, in tegenstelling tot het lezerspubliek van Camus, niet beoordelen of de keuze van Rags vader om zich terug te trekken in de bossen moreel juist is.

Light of my Life

Karakterboog
Ongetwijfeld is het Afflecks bedoeling om weinig informatie te geven teneinde de kijker in het ongewisse te laten, maar het levert een wat eendimensionale film op. Vader en dochter zijn de hele film lang op de vlucht en het wordt nooit helemaal duidelijk waarvoor. Bovendien zou het interessanter zijn geweest om Light of my Life op een net wat later tijdstip in de toekomst af te laten spelen, namelijk op het moment dat dochter Rag volwassen wordt en haar vrouwelijkheid niet meer kan verbergen achter een jongensachtig uiterlijk.

Nu missen de personages, hoewel uitstekend vertolkt, een karakterboog. Dat Affleck kan acteren weten we en het verbaast niet dat hij als regisseur een neus voor jeugdig acteertalent heeft. Hij en Pniowsky vertolken hun personages uitstekend en maken Light of my Life tot een film die echt het kijken waard is, maar wel kijken we twee uur lang naar dezelfde personages die weinig ontwikkeling doormaken. Vader en dochter zijn voortdurend op de vlucht, op weg naar niets.

 

20 oktober 2019

 

ALLE RECENSIES