Layla Fourie

**

recensie  Layla Fourie

Over leugens en waarheid

door Nanda Aris

Mistroostige film over een emotieloze alleenstaande moeder in Zuid-Afrika die verstrikt raakt in leugens.

Layla Fourie is de derde film van de Zweeds/Zuid-Afrikaanse Pia Marais (Die Unerzogenen, 2007 en Im Alter Von Ellen, 2010) en haar eerste Engelstalige film. Haar idee om de groeiende paranoia in het postapartheid Zuid-Afrika te verfilmen zou een goed uitgangspunt voor een spannende thriller kunnen zijn, ware het niet dat de uitvoering ervan niet zo best is.

Recensie Layla Fourie

Leugendetector
Layla Fourie (Rayna Campbell) is een alleenstaande moeder, die solliciteert naar een baan als polygrafiste, om haar hoofd boven water te kunnen houden. Ze wordt aangenomen en kan direct aan de slag in een casino, waar sollicitanten aan haar leugendetector onderworpen worden om een baan te kunnen krijgen. Maar wat meet zo’n leugendetector precies? Halve waarheden kunnen opeens waar, of niet waar blijken. De situaties en omstandigheden worden niet uitgelegd. Bij haar sollicitatie geeft Layla aan dat ze de baan graag wil, omdat ‘wanneer iedereen eerlijker zou zijn, de mensen automatisch ook gelukkiger’ zouden zijn. De film roept terecht de vraag op of dit ook zo is, gemeten door een leugendetector.

De autorit met haar zoon Kane (Rapule Hendricks, de meest geloofwaardige acteur in het verhaal) is lang en donker, en een van de spannendste momenten in de film. Wanneer Layla even wegkijkt, raakt ze een blanke man. De man bezwijkt aan zijn verwondingen, en ze besluit het lijk te dumpen op de vuilstort. Een incorrecte beslissing, van een anders zo correcte vrouw. Het idee dat ze gearresteerd zou kunnen worden en haar zoon er alleen voor zou komen te staan, zorgt ervoor dat ze deze begrijpelijke beslissing neemt. We voelen met Layla mee.

Oppervlakkig
De eerste sollicitant die Layla ondervraagt is Eugene Pienaar (August Diehl, Inglourious Basterds). Later blijkt dat hij de zoon is van de man die ze dood gereden heeft. Door een aantal onwaarschijnlijke toevalligheden blijven ze elkaar ontmoeten. Op Layla’s pad komen steeds meer mensen en situaties, die ze eigenlijk zou moeten vermijden. Ze wordt steeds verdachter, het verhaal schreeuwt om een vlucht van Layla en haar zoon. Plotwendingen zijn bijna absurd, en de sympathie voor Layla verdwijnt.

Recensie Layla Fourie

Haar karakter wordt niet verder uitgediept, ze blijft een emotieloze en onbegrijpelijke vrouw. Waar het gebrek aan emotie in het begin van de film van toegevoegde waarde is, omdat we begrijpen dat Layla een gereserveerde vrouw is die het niet makkelijk heeft in het leven, wordt dat gemis aan emoties bij de hoofdpersonages later in de film ronduit storend. Dit blijkt vooral in de scène aan tafel in een restaurant waar we het gesprek tussen Layla en Eugene volgen.

Zonde; waar deze film potentie had een interessante film over de angst en achterdocht die heerst tussen rijk en arm, blank en zwart in Zuid-Afrika had kunnen worden, ontwikkelt hij zich tot een clichématige thriller. En helaas kunnen ook de prachtige shots van uitgestrekte Zuid-Afrikaanse landschappen de film niet redden.

 

13 juli 2014

 
ALLE RECENSIES

Raid 2, The

**

recensie  The Raid 2

De vrouw met de hamers

door Cor Oliemeulen

Vervolg van het sensationele en vernieuwende The Raid loopt over van ambities, maar lost de hoge verwachtingen niet in. 

In The Raid kust politieman Rama de zwangere buik van zijn echtgenote, gaat naar zijn werk en beleeft vervolgens de meest enerverende dag van zijn leven. Met een stuk of twintig zwaar bewapende collega’s bestormt hij een flat waar een drugsbende de scepter zwaait. Verdieping voor verdieping vecht het gezelschap zich in één lange nachtmerrie naar boven waarbij de meeste agenten sneuvelen en Rama met onvervalste staaltjes Pencak Silat, weliswaar zwaar gehavend, de top weet te bereiken.

Nagelbijtende spanning, voortdurende dreiging, originele vondsten en spectaculaire vechtscènes brengen je op het puntje van je stoel. Na Seven Samurai (1954) en Die Hard (1988) voegde regisseur Gareth Evans met The Raid (2011) een nieuwe dimensie aan het genre actiefilm toe. Moordend tempo, bloedstollend en prachtig gechoreografeerde martial arts. Maar ook intens gewelddadig.

Recensie The Raid 2

Blubber
In The Raid 2 kust politieman Rama zijn vrouw en zoontje, gaat naar zijn werk en hoort dat hij moet infiltreren in de maffia van Jakarta. De panoramische openingsscène is veelbelovend: aan de rand van een groot veld staan een paar auto’s en daarnaast heeft iemand kennelijk zojuist zijn eigen graf gegraven. Dan schakelen we over naar de bajes waar Rama als gedetineerde verblijft om contact te kunnen leggen met Uco, de enige en machtswellustige zoon van maffiabaas Bangun.

Om zijn geloofwaardigheid te bewijzen moet Rama natuurlijk wel een paar potjes stevig knokken. Het hoogtepunt is het oproer waarin honderden gevangenen en bewaarders elkaar naar het leven staan in de gigantische blubber van het gevangenisterrein. Deze memorabele scène is overigens opgenomen in een achttiende-eeuws onderkomen van Nederlandse kolonistenofficieren op Java.

Sneeuw
Enig gevoel voor stijl, vormgeving en overdaad kun je Gareth Evans niet onthouden. Ook een kantoorgebouw, station, restaurant, nachtclub, warenhuis en de openbare weg vormen de decors voor uitgebreide actiescènes. Het gevecht in een keuken is geniaal en doet soms heel even denken aan Jackie Chan als Rama weer eens in het voorbijgaan een crimineel hoofd op een gloeiende bakplaat drukt.

Maar van echte humor is nergens sprake, wel van felle strijd op leven en dood. Bijvoorbeeld in een steeg waar de uitputtingsslag direct wordt gevolgd door de stemmige Sarabande van Händel om het barokke karakter te onderstrepen. En dat het sneeuwt in Jakarta kan natuurlijk alleen maar in een film met als esthetisch doel het donkerrode bloed met de maagdelijk witte sneeuw te contrasteren.

Incasseringsvermogen
The Raid 2 is geschoten in Cinemascope: het brede beeld moet bijdragen aan het epische gevoel. Evans goochelt met kleuren, belichting en cameraperspectieven, regelmatig van boven. Mooi is het fragment waarin onze held door een ruit springt waarbij hij wordt gevolgd door de camera. Alle vechtchoreografieën zijn met groot vakmanschap in beeld gebracht. Sommige knokpartijen duren wel erg lang, meer dan eens bewonder je het bovenmenselijke incasseringsvermogen van de protagonist en sommige opponenten.

Recensie The Raid 2

Handen, voeten, messen, stokken, honkbalknuppels, vuurwapens, vleeshaken en hamers zijn de attributen die de talloze lichamen, ledematen en hoofden teisteren. Maar dat alles is kennelijk niet genoeg. Executies komen geheel nutteloos in beeld en roepen een gevoel van walging op, zeker als iemand zijn slachtoffer met een geweer nog even de hersens uit diens schedel schiet. En over het functionele karakter van het fragment waarin iemand tijdens een dialoog over macht nonchalant vier mensen de keel doorsnijdt, zullen de meningen verdeeld zijn. (Dat The Raid 2 werd geselecteerd voor de officiële selectie van het Sundance Festival, dat zich bij monde van directeur Robert Redford meerdere malen uitsprak tegen het toenemende geweld in films, nemen we maar even voor kennisgeving aan.)

Overambitieus
Regisseur Gareth Evans is botweg doorgeslagen. The Raid is simpel, doeltreffend en overzichtelijk. Meer moet de geboren Welshman niet willen. In The Raid 2 probeert hij desondanks de combinatie van martial arts en buitensporig geweld tevergeefs te verpakken in een solide maffiaverhaal. De plot en vele subplots zijn onlogisch en rammelen van alle kanten. Alleen de relatie tussen vader en zoon is qua drama een beetje uitgewerkt, maar voor de rest is deze overambitieuze actiefilm een etalage van bordkartonnen personages. Ook Iko Uwais, die Rama speelt, blijft eendimensionaal. Hij is geweldig als vechtsportbeoefenaar, heeft geen onsympathiek hoofd, maar mist elke emotionele diepgang. Hij kan in dat opzicht nog wat leren van Jean-Claude van Damme. En dat zegt genoeg.

 

29 juni 2014

 
ALLE RECENSIES

Videodrome

***

recensie  Videodrome

Lang leve het nieuwe vlees

door Wouter Spillebeen

EYE in Amsterdam houdt een expositie over David Cronenberg, de ideale gelegenheid om zijn cultklassieker Videodrome weer te vertonen. De dertig jaar oude film toont zijn leeftijd, maar is nog steeds een relevante parel uit de filmgeschiedenis.  

In 2012 kondigde Universal aan dat de tot nog toe onbekende regisseur Adam Berg een remake van Videodrome zal verzorgen. Kankerverwekkende golven worden vervangen door nanotechnologie en de visuele effecten zullen een update krijgen, veel meer weten we nog niet. Maar is een remake wel aan de orde, of doorstaat het origineel de tand des tijds?

Recensie Videodrome

De regisseur zelf heeft in ieder geval nog geen vaart verloren, zijn Maps to the Stars was in Cannes goed voor een Gouden Palmnominatie, Julianne Moore won Beste Actrice voor haar portrettering van een actrice die wanhopig is om door te breken. Het ontegensprekelijke talent van de visionair Cronenberg is misschien wel op een hoogtepunt in Videodrome, dat naar hedendaagse standaarden nog altijd een zeer sterk staaltje filmen tentoonspreidt.

Statement
Videodrome gaat over seks en geweld in de media, over manipulatie en brainwashing, over hallucinatie, over sadomasochisme en over de moraalridders die de hele wereld naar hun idealen willen zuiveren. De film was een statement en lokte zeer gemengde reacties uit. Velen prezen Cronenberg voor zijn gedurfde standpunten en expliciete beelden, anderen vonden de film gratuit en walgelijk. De filmindustrie heeft het voorbeeld gevolgd, de zogenaamde body horror, waaraan Cronenberg onder meer met The Fly en Videodrome enkele toevoegingen deed, is intussen bijna mainstream geworden (denk maar aan films als The Human Centipede).

De discussie over gewelddadige en seksueel getinte films en televisieprogramma’s woedt dertig jaar later vrolijk voort. Zijn de meesten het er intussen over eens dat kijken naar Natural Born Killers je niet in een seriemoordenaar verandert, dan bedenken conservatieven theorieën over kinderen die Grand Theft Auto spelen. Cronenberg was niet de eerste die zijn mening over geweld liet blijken – met de opkomst van de New Violence (cfr. Scorseses Taxi Driver) stak de discussie de kop op – maar Cronenberg is misschien de meest specifieke stem van zijn tijd. In het huidige klimaat is die stem nog steeds relevant en actueel, maar helemaal niet meer nieuw.

Recensie Videodrome

Revolutionair
Over het gebruik van special effects zegt Cronenberg: “Ik presenteer dingen die buitensporig en onmogelijk zijn, maar ik probeer die zo realistisch mogelijk over te brengen.” Hoe revolutionair zijn openbarstende lichamen en explosies van bebloede organen destijds ook mogen zijn geweest, vandaag de dag zijn ze meer lachwekkend en cheesy dan gruwelijk. Hoewel meer realistische CGI-effecten nu makkelijk voorhanden zijn, keert een kleine schare regisseurs toch terug naar de klassieke practical effects, zoals Wes Anderson in zijn The Grand Budapest Hotel. De duidelijk verouderde technieken hebben nog steeds een enorme charme die meer is dan alleen nostalgie, maar dan als stijlfiguur, niet als realistische weergave van horrortaferelen.

Videodrome is een monument, ooit een controversiële nichefilm, nu een tot cultstatus verheven relikwie van klassieke special effects, met een boodschap die doorheen de jaren geen kracht verloor. De hallucinante nostalgietrip is niet te missen voor wie geïnteresseerd is in de geschiedenis van de cinema.

 

25 juni 2014

 
ALLE RECENSIES

Two Faces of January, The

****

recensie  The Two Faces of January

Kat-en-muisspel in Griekenland

door Wouter Spillebeen

Als scenarist heeft Hossein Amini zijn strepen meer dan verdiend. Hij adapteerde boeken voor het uitstekende Drive en The Wings of the Dove, waarvoor hij een Oscarnominatie kreeg. Voor zijn regiedebuut herschrijft hij uitstekend een psychologische thriller van Patricia Highsmith.  

Oscar Isaac (hoofdrolspeler in de intieme Coenfilm Inside Llewyn Davis) is Rydal, een jonge Amerikaan die in Griekenland aan de bak komt met het rondleiden en oplichten van toeristen. Hij laat zijn oog vallen op Colette MacFarland (Kirsten Dunst), de veel jongere echtgenote van dandy Chester (Viggo Mortensen). Het rijke koppel heeft een gids nodig en laat zich meteen inpakken door de charmes van Rydal, die denkt een grote slag te kunnen slaan.

Recensie The Two Faces of January

Wanneer de jongeman echter ziet hoe Chester een lijk door de gang van zijn hotel sleept, slaat het drietal samen op de vlucht. Dankzij de belofte een grote beloning te krijgen, helpt Rydal de Amerikaanse toeristen aan het gerecht ontsnappen. Het vertrouwen is helemaal zoek: de jaloerse Chester werkt zichzelf steeds dieper in de problemen, hij doorziet Rydal voor de achterbakse oplichter die hij is.

Januskoppen
Net zoals Janus verschillende gezichten heeft, heeft iedereen in The Two Faces of January iets te verbergen. Er is geen vertrouwen, zelfs niet tussen de aandoenlijke MacFarlands. Rydal en Chester doorzien de komedie die de ander speelt, maar beiden hebben meer nut bij een samenwerking dan vijandschap. De intriges en het wantrouwen zorgen voor een constante gespannen en ongemakkelijke sfeer. De vijandelijkheid tussen de jonge en de oude kemphanen is zeer voelbaar. Terwijl Highsmiths The Talented Mr.Ripley (verdienstelijk verfilmd in 1999 door Anthony Minghella) subtiele ondertonen van latente homoseksualiteit bevat, stort The Two Faces zich soms zeer letterlijk op de oedipale relatie tussen Rydal, Colette en Chester (Chester doet Rydal aan zijn vader denken, Rydal valt voor Colette…).

Recensie The Two Faces of January

Wereldvreemd
Viggo Mortensen kennen we natuurlijk als Aragorn, de zwervende mensenleider uit The Lord of the Rings, maar in The Two Faces is daar niets van te merken. Chester, die probeert er sterk en machtig uit te zien, blijkt al gauw breekbaar, onstabiel en wereldvreemd. Zeker wanneer hij geconfronteerd wordt met Rydal, die door zijn buitengewone opvoeding overal ter wereld thuis is, zo blijkt tijdens hun lange vlucht door het Griekenland en Turkije van de jaren ’60. De verwoede pogingen van de twee mannen om die tegenstelling kleiner te doen lijken dan ze is, brengen beide acteurs meesterlijk aan het licht. Hun sterke acteerprestaties maken het hele gebeuren geloofwaardig en gemotiveerd: je ziet meteen aan hen dat ze meer bekokstoven dan ze kwijt willen.

Van het trage begin tussen de idyllische ruïnes van Athene, over de pittoreske half verlaten dorpjes op de Griekse eilanden, tot de spannende achtervolgingen in Turkije, weet The Two Faces of January zich te ontwikkelen tot een intrigerende en interessante psychologische thriller in een prachtige setting.

 

20 juli 2014

 
ALLE RECENSIES

We Are What We Are

*

recensie  We Are What We Are

Griezelen met kannibalen

door Wouter Spillebeen

Vampieren en zombies zijn al lang niets nieuws meer, horrormakers zoeken het tegenwoordig vaak elders. Jim Mickle probeert te griezelen met kannibalen, wat niet meteen een juiste keuze blijkt.  

Mexicaanse cinema scheert hoge toppen. Alfonso Cuaróns Gravity domineerde op de jongste editie van de Oscars en Alejandro González Iñárritus films Amores Perros (2000), Babel (2004) en Biutiful (2010) zetten het land op de filmische kaart.

Recensie We Are What We Are

In 2010 probeerde de Mexicaan Jorge Michel Grau met zijn horrorfilm Somos lo que hay een graantje mee te pikken. Zijn speelfilmdebuut werd zeer lauw ontvangen. Toch vond Amerikaans regisseur Jim Mickle, die tot nu toe zijn grootste succes kende met vampierfilm Stake Land (2010), dat een remake aan de orde was. Het resultaat is We Are What We Are, een waterig afkooksel van een horrordrama dat zowel horrorfans als dramaliefhebbers niet zal bekoren.

Vaste gewoonten
De familie Parker woont op geïsoleerde landerijen in een door overstromingen geplaagd ruraal Amerikaans dorp. Wanneer hun moeder sterft door een ongeluk, worden Iris (Ambyr Childers) en Rose (Julia Garner) verantwoordelijk voor de gewoonten van de familie. Ze moeten zorgen voor hun kleine broer, de vastenperiode respecteren en de duistere jaarlijkse rituelen laten doorgaan. Vader Frank (Bill Sage) rouwt om zijn vrouw, maar zal niet dulden dat ze van die gewoonten afwijken. Ze moeten God immers tevreden stellen, offers brengen en op zondag vers vlees op tafel zetten.

Mickle heeft voor We Are What We Are duidelijk zijn research gedaan. Hij heeft gelezen dat horrorfilms donker en sfeervol moeten zijn. Dat vertaalt hij naar een gebrek aan kleur, veel regen, weinig elektronische apparaten en kledij uit de negentiende eeuw (ondanks dat de film zich in een recent verleden afspeelt). Hij heeft gelezen dat mensen beter in een verhaal gezogen worden als ze er de moraliserende elementen, zoals religie en familietraditie, uit kennen. Hij volgt die vaste waarden (lees: clichés) uit het genre tot in de puntjes op. Eén ding heeft hij jammer genoeg niet begrepen: dat een horrorfilm spannend, interessant en vooral eng moet zijn.

Recensie We Are What We Are

Oersaai
We Are What We Are is oersaai. De gemiddelde actiefilm bevat meer gruwelijke elementen dan deze miskleun. Het verhaal ontwikkelt zich pijnlijk traag – terwijl de kijker lang op voorhand weet wat te gebeuren staat – en er gebeurt het grootste deel van de tijd gewoon niets. Er is een enkel echt schrikmoment, dat dan nog eens teleurstellend en voorspelbaar is. De verhaalelementen die het publiek konden doen walgen, komen niet in beeld en er is geen gevoel van angst. De muziek probeert nu en dan wat spanning op te bouwen, maar kondigt alleen aan wanneer iets zal gebeuren dat we eng zouden moeten vinden. De acteurs lijken wel verveeld, het jonge broertje kan niet eens een echt personage genoemd worden. We Are What We Are stelt teleur op zowat elk vlak.

 

14 juni 2014

 
ALLE RECENSIES

Beschaafde gekken

Beschaafde gekken

door Bob van der Sterre

Audrey Rose ♦ The Collector ♦ Deadly Strangers

 

Amerikaanse creeps zijn vaak een stuk saaier dan hun Britse evenknieën. Henry van Henry: Portrait of a Serial Killer is een gevoelloos en gewelddadig beest. Britse creeps zijn juist in staat om tegelijkertijd beschaafd als gemeen te zijn. Het is ook veel lastiger om hun bedoelingen te raden. In deze Camera Obscura behandelen we drie fraaie voorbeelden.

Wat doe je als je dochter ziek is, je alle wegen al hebt bewandeld, en er een man zich meldt die meent te weten wat de oorzaak is van de ziekte? Hij beweert dat zijn dochter Audrey Rose is gereïncarneerd in het meisje. Na in eerste instantie afwijzend te hebben gereageerd, nodigen de ouders hem toch thuis uit. Dat is alsof je een intrigant een vrijkaartje geeft in je huishouden.

Anthony Hopkins geeft een galavoorstelling
Hoover is een extraverte creep. Scènes maken doet hij voor zijn lol; schaamte kent hij niet om zijn doel te bereiken. Hij is zo’n type dat zijn rare daden achteraf goed praat. Dat maakt hem griezelig vastberaden en van enig verzet blijft al snel geen spoor meer over.

Anthony Hopkins geeft in Audrey Rose (1977) een galavoorstelling als Hoover, die mensen achterna loopt zonder wat te zeggen en dan vader gaat spelen van hún kind. Het is allemaal van fluweel, dat spel van hem. Zo scherp, zo ontspannen, iets zeldzaams om zo’n performance te zien. Het enge is dat hij er zelf écht in schijnt te geloven.

Zijn creep zou je een ‘voorstudie’ kunnen noemen van zijn beroemde rol, veertien jaar later, als Dr. Hannibal Lecter. Jammer dat hij meer op de achtergrond komt naarmate het verhaal vordert. De film van Robert Wise is ook een beetje aan de langdradige kant. Wel gaat iedereen uit zijn dak: schreeuwend, gillend, brullend. Voor de liefhebbers van dat soort toneel is dat goud waard.

Vlinders en vrouwen verzamelen
Freddie Clegg uit Reading is een ander type dan Hoover. Hij is introvert en verzamelaar van vlinders. Op een dag besluit hij zijn werkveld aan te passen en ook vrouwen te gaan verzamelen. Maar alleen een vrouw veroveren is al niet makkelijk – laat staan als je haar tegenstribbelend meeneemt.

The Collector (1965) is een psychologisch portret van een introverte, autistische man. Hij is een type ontvoerder dat bezorgd is of zijn gekidnapte dame wel genoeg eet en drinkt. Hij zorgt ervoor dat ze kan schilderen wat ze wil en laat haar een kaartje sturen naar haar moeder. Hij is serieus als hij zegt: ‘Je kunt verliefd worden als je maar je best doet.’

Met zijn vriendelijkheid (‘Ik heb weer geen misbruik van je gemaakt’) is Freddie op zich geen onsympathieke vent. Het is alleen jammer dat hij zijn vrouwen met chloroform versiert. Hij is eerder immens treurig dan een echte sadist. Daar zullen de kijkers die hem gewoon ‘eng’ vinden toch overheen kijken.

Het verhaal (naar de roman van John Fowles) schetst een boeiend dilemma tussen de seksen. Het zegt wat interessants over de zwakten van mannen: die willen iets bereiken en doen dat desnoods kwaadschiks. Het zegt ook wat boeiends over zwakten van vrouwen: die gaan zich aan wie dan ook hechten, zelfs degene die ze onderdrukt. Te veel agressie versus te veel empathie.

Bijna vijftig jaar oud maar de onderhuidse spanning is nog steeds zinderend. Het zijn allemaal stille, zwijgende momenten die je ziet. Weg zijn de violen die je vermoedelijk in andere films zou horen. Terence Stamp is bovendien grandioos als halfmaniakale en halflieve vlinderverzamelaar. Veel goeds zal zijn rol niet doen voor de sociale positie van introverten. Maniakken zijn het, vertrouw ze vooral nooit. De film houdt dit soort clichés levend.

Deadly Strangers (1975) is een beetje vreemde eend in de bijt; hier is het namelijk niet zeker of de man wel een creep is. Maar Stephen Slade heeft wel alle kenmerken. Hij pikt tijdens een heftige regenbui Belle Adams op en neemt haar mee naar een hotel, want ze heeft net de trein gemist. En maakt het niet juist een creep als je het niet helemaal zeker weet?

Ontsnapte geestelijk gestoorde
Of hij heeft alle schijn tegen zich, of Stephen is werkelijk die ontsnapte geestelijk gestoorde. Waarom anders liegt hij over een vertrekkende trein, heeft hij spullen in zijn auto die hij niet kent, en wil hij per se niet door de politie gepakt worden?

Op zeker moment raken ze elkaar uit het oog, komt er zelfs een andere man tussen, de zwierige Malcolm Robarts (Sterling Hayden), tot ze weer bij elkaar komen, en hun weg naar het hotel vervolgen.

Stephen wordt gespeeld door de onlangs overleden Simon Ward, die met zijn fijnzinnige gezicht en dandyachtige uitstraling de Britse creep naar een hoger niveau tilt. Hij heeft iets van een Jude Law maar nog listiger. Je kunt met iemand als Stephen alle kanten uit.

De film is tamelijk ‘gewoon’ en leent zijn kracht vooral aan de plot. Dit soort plots zijn tegenwoordig bijna gemeengoed geworden in spannende films maar was in 1975 nog best origineel. Het spel is verder degelijk, het script evenzo, dus zou ik de kans om jezelf te entertainen met een gewone, spannende film niet laten ontzeggen.

 

9 juni 2014

 

Audrey Rose

 

Alle Camera Obscura

Enemy

***

recensie  Enemy

Jezelf lastigvallen met vervelende vragen

door Bob van der Sterre 

Het is een duister bestaan, dat van de dubbelgangers. Er is geen codex voor hoe je je gedragen moet. Ga je de hand schudden van je dubbelganger? Of ga je naar het andere eind van de wereld om hem te mijden? 

Adam is leraar Geschiedenis op een universiteit. Niet bepaald een vrolijke Frans. Een collega denkt hem te helpen door te vertellen over een komedie waarvan hij misschien zal opfleuren. Het dvd’tje is niet wat hij ervan verwachtte maar dan valt Adam ineens iets op. Hij zet het beeld op pauze. Een bagagesjouwer. Is dat…? Een seconde is voldoende voor realisatie: maar dat ben ik !

Recensie Enemy

Verwarring
Hij valt ten prooi aan verwarring. Moet hij de acteur, een man genaamd Anthony, lastigvallen? Maar met wat? De wetenschap maakt hem benauwd. Toch is de nieuwsgierigheid sterker. Hij vindt uit waar de acteur woont, kan zich niet inhouden en belt op. Maar hoe zou je zelf reageren als iemand aan de lijn zegt dat hij sprekend op je lijkt? Toch ook de hoorn erop gooien?

Hij belt nog eens en dan gaat de vriendin van de acteur poolshoogte nemen. Dankzij zoekmachines vindt ze Adams werkadres. Ze bezoekt hem, gaat naast hem op een bankje zitten. Ja, het is hem, haar vriend, onmiskenbaar, en toch ook weer niet. Ze is verbijsterd.

De rare situatie lijkt dood te bloeden totdat Anthony Adam toch opbelt en ze een merkwaardige ontmoeting hebben in een hotel. Vervolgens gaat het snel: de twee belanden in elkaars levens, en niemand weet meer wie wie is. En wat als je eigen vriendin je dubbelganger niet uit elkaar kan houden? Kun je die verleiding als dubbelganger weerstaan?

Smaak in setting
Het verhaal van Enemy beloopt bekend terrein, maar de kwaliteit ligt elders. De film van Denis Villeneuve (Prisoners, Incendies) heeft vooral smaak in setting. Het is wat morsig, ranzig, zonder in clichés te vervallen. Jake Gyllenhaal kan daar wel wat mee. Hij laat de twee karakters geloofwaardig een eigen leven leiden. De dubbelrol Adam/Anthony doet denken aan Sam Rockwells rollen in Moon (2009).

Enemy

Bovendien waait er in de film aldoor een aangename bries van mysterie. Hoe zit het met de moederrol? Het vreemde, mysterieuze begin, en natuurlijk het einde. De cast tekende een contract waarin werd afgesproken dat ze niets mochten uitleggen.

De film is gebaseerd op het boek van de Portugese schrijver José Saramago, O homem duplicado. In het boek heten de karakters Tertuliano Máximo Afonso en António Claro. Je proeft ook wel wat Latijns temperament in de film. Het is interessant om je af te vragen hoe de film zou zijn geworden in de handen van een Spaanse regisseur. In het thematisch verwante Intacto (2001) is meer snelheid, meer drama, meer mysterie. Karakters denken instinctmatiger en de filmstijl neemt dat naadloos over. Dat ontbreekt in Enemy, waardoor je een nogal afstandelijke, koele blik op de personages krijgt.

Goede spanning
Niettemin verbaast Enemy omdat de film zo foutloos is. Het sterke is dat je meteen in de film zit. Hoe zelden maak je dat nog mee met moderne films? Er is geen tel aan verveling, geen moment dat je je ergert aan een mal script of arthouse-clichés. Gewoon goede spanning.

Maar buitengewoon  presteren, nee, dat gebeurt ook niet. Je mist daarvoor net iets te veel onvoorspelbaarheid, of de absurde schrijvershersenen van iemand als Charlie Kaufman, die het verhaal van deze film vermoedelijk alleen maar als beginnetje zou hebben beschouwd.

 

26 mei 2014

 

MEER RECENSIES

Blue Ruin

***
recensie Blue Ruin
Oog om oog maakt blind

door Alfred Bos

Alsof Albanië naar Pennsylvania is verplaatst: in Blue Ruin vernietigen eerwraak en bloedvete de dagelijkse orde. Cinematograaf Jeremy Saulnier haalde via Kickstarter het budget op voor een opvallende arthousethriller. 

Wraak is het oudste thema van menselijke verhalen, in elk medium. Van Homerus tot Jeremy Saulnier, de regisseur van deze verrassende low budget (anti)thriller, loopt het oog-om-oog motief als een bloedrood spoor door literatuur, opera en cinema, doorgaans met onbedoelde afloop. De Chinese wijsgeer Confucius wist het al: wie uit is op vergelding, kan beter twee graven spitten.

Recensie Blue Ruin

Dwight, de protagonist van Blue Ruin, is een angstige nerd die zichzelf opdraagt zijn vervreemde familie te beschermen wanneer de moordenaar van zijn ouders uit de gevangenis wordt ontslagen. Zonder enige kennis van zaken begint (of beantwoordt?) hij een bloedvete tegen de Cleland-clan, die jaren daarvoor het pad van zijn ouders heeft gekruist, met fatale gevolgen. Waarom de vete ooit is begonnen wordt pas in de bloederige finale duidelijk. De film legt niets omstandig uit, waardoor de onzekerheid van Dwight langzaam op de kijker overslaat.

Onopgesmukt geweld
Dwight wordt vertolkt door Macon Blair, die ook meespeelde in Saulniers debuut, de horror pastiche Murder Party (2007). De regisseur, van huis uit cinematograaf, schraapte voor zijn tweede, zelf geschreven speelfilm het microbudget van twee ton onder meer via Kickstarter bijeen. Het resultaat is een geslaagde arthousethriller die oogt als een medium budget project. Blue Ruin ontregelt de verwachtingen van de kijker door genreclichés te negeren of op zijn kop te zetten. Dwight ontdekt dat de trucs van jaren tachtig mannetjesputter Rambo filmische fictie zijn.

De verteltrant is minimalistisch. Er is weinig dialoog, waardoor de soundtrack – met unheimische ambient – extra nadruk krijgt en de paranoia groeit. Dwight wordt zonder enige achtergrond geïntroduceerd; het duurt 25 minuten eer we zijn naam leren kennen en beginnen te begrijpen wat er speelt. Dan is het eerste bloederige moment al geweest. Er zullen er meer volgen en ze zijn van een onopgesmukt realisme: grof en in een mum voorbij. “De man met het wapen vertelt de waarheid”, zoals een Cleland-clanlid tegen Dwight zegt. Het had het motto van de film kunnen zijn.

Recensie Blue Ruin

Verwant aan Coen Brothers
Anders dan in Out of the Furnace – waarin een volksjongen het opneemt tegen een criminele aso – is de hoofdpersoon van Blue Ruin  een antiheld, of eigenlijk een non-held, die voor eigen rechter gaat spelen omdat het gezag niet is geïnteresseerd of erger, niet functioneert. Zo is Blue Ruin een parabel over het lot van miljoenen Amerikaanse burgers die door de overheid in de steek zijn gelaten en op eigen kracht moeten zien te overleven in een door mensen geschapen wildernis. “Je bent zwak”, zegt zijn zus tegen Dwight. Hij bewijst het tegendeel en op de soundtrack zingt Little Willie John (de man van Fever) No Regrets.

Blue Ruin moet het niet hebben van spetterende marketing, gelikte computeranimaties of een reeks steracteurs. De enige bekende naam op de titelrol is die van Amy Hargreaves (bekend van tv-series als Homeland en Law & Order); ze vertolkt Dwights zus Sam. De film vertoont overeenkomsten met de absurdistische wereld van de Coen Brothers, waarin klunzige helden verhaal komen halen, al vanaf hun debuut Blood Simple. Blue Ruin doet het evenwel zonder hun verfijnde ironie.

 

19 mei 2014

 

MEER RECENSIES

Aftermath

****

recensie  Aftermath

Het verleden laten rusten?

door Cor Oliemeulen 

De terugkomst van een dorpsbewoner veroorzaakt een spannende, tumultueuze nasleep van een oorlogsperiode waarin je ‘goed’ of ‘fout’ was.  

Aftermath (Poklosi) is gebaseerd op Jedwabne in het noordoosten van Polen. In 1939 werd het dorp door de Sovjets bezet en twee jaar later waren de nazi’s er de baas. Er werden meer dan 1.600 Joden vermoord. Het filmdrama van regisseur Wladyslaw Pasikoswki, in eigen land bekend van succesvolle misdaadthrillers, laat zien hoe het zover kwam. Hij neemt in het eerste uur ruim de tijd voor karakterduidingen en het schetsen van achtergronden om vervolgens alle puzzelstukjes in elkaar te schuiven en af te sluiten met een gebeurtenis, die even controversieel is als zijn film sinds de Poolse première twee jaar geleden.

Recensie Aftermath

Joodse grafstenen
Twintig jaar geleden emigreerde Franciszek Kalina (Ireneusz Czop) naar Amerika, totdat hij in 2005 onaangekondigd terugkeert in het ouderlijke huis. De vrouw van zijn broer Józef (Maciej Stuhr) bleek ook naar Amerika vertrokken, maar wilde niet vertellen waarom ze haar man heeft verlaten. Aldus komt Franciszek poolshoogte nemen en wordt door zijn broer met gemengde gevoelens onthaald. Józef neemt het zijn broer kwalijk dat hij hem destijds alleen heeft achtergelaten om het land te bewerken en dat hij niet is komen opdagen op de begrafenissen van hun ouders. Niet veel later vliegt er een steen door een keukenruit en blijkt snel dat de familie Kalina niet populair is in deze contreien.

Józef heeft dan ook een typische bezigheid: hij verzamelt Joodse grafstenen, zet ze op zijn land en maakt ze schoon. Als blijkt waarom hij dit doet, gaat Franciszek op onderzoek uit en ontdekt beetje voor beetje, geïntimideerd en bedreigd, waarom zijn broer een Jodenbegraafplaats bouwt en wat de rol is van de plaatselijke kerk, politie en bewoners. Gewone, katholieke mensen die niets hebben met politiek, keuzes hebben gemaakt en zwijgen omdat je het verleden toch niet kunt – en wilt – veranderen.

Recensie Aftermath

Tijd staat hier stil
De tijd lijkt hier sinds de Tweede Wereldoorlog stil te staan, enige moderniteiten zijn nergens te bespeuren. De boerenbevolking is chagrijnig, het is grauw en modderig. Maar als je verder kijkt, zie je mooie landschappen en breekt zelfs soms de zon door, waarna je wordt terug geworpen op zoek naar resten uit het verleden en komt op duistere plaatsen die voorheen werden gemeden. Alles kundig in beeld gebracht door Pawel Edelman, die zijn sporen verdiende bij de Poolse topregisseurs Roman Polanski (Oscarnominatie fotografie The Pianist, 2002) en Andrzej Wajda.

De beelden en de schokkende historische ontdekkingen worden gepast begeleid door ingehouden, klassieke muziek van Zbigniew Preisner, in de jaren ’90 huiscomponist van Krzysztof Kieslowski (Dekalog, La double vie de Véronique en de Trois Couleurs-trilogie). Vooral de broers acteren goed en zijn volkomen geloofwaardig in hun rollen. Aftermath bouwt traag op en blijft mysterieus tot aan de tikkeltje pathetische, religieus symbolische finale. Een geslaagd filmdrama over een vergeten geschiedenis, realistisch en onwerkelijk tegelijk.

15 mei 2014

ALLE RECENSIES

Keeper of Lost Causes, The

***

recensie  The Keeper of Lost Causes

Solide start Deense thrillerfilmreeks

door Alfred Bos 

Na een niet aflatende stroom thrillerreeksen, tv-series en spannende-boekverfilmingen uit Scandinavië is er een franchise die een succesvolle reeks uit Denemarken naar de bioscoop brengt. De introductie is gemaakt door de regisseur van Borgen. 

De thrillers uit Scandinavië blijven komen en met de wassende kwantiteit raakt de kwaliteit wel eens uitgespoeld. Op uitstekende tv-series als The Killing en Arne Dahl en het internationale succes van The Girl With The Dragon Tattoo verfilming stroomden tv-scherm en filmdoek  – bijna onvermijdelijk – over van verdunde middelmaat dan wel brakke ellende; herinnert u zich de Noorse serie Varg Veum nog? The Keeper of Lost Causes combineert de marketing-aanpak van boekverfilming en tv-serie: hij introduceert een reeks boekverfilmingen voor de bioscoop. 

Recensie The Keeper of Lost Causes

Cold case-onderzoeker Carl Mørck is een schepping van de Deense auteur Jussi Adler-Olsen. Die publiceerde in 2007 Kvinden i buret (De vrouw in de kooi), de eerste van een reeks thrillers – inmiddels zes delen groot en groeiende – onder de overkoepelende noemer Afdeling Q. Mørck wordt vertolkt door de in eigen land veelgevraagde Nikolaj Lie Kaas, die eerdaags ook te zien is in de met internationale sterren bezaaide verfilming van Tom Rob Smiths succesroman Child 44. Voor de regie tekent Mikkel Nørgaard, bekend van een aantal afleveringen van Borgen. 

Blauw-grijs gefilterd
The Keeper of Lost Causes biedt liefhebbers van de Scandinavische thriller precies wat ze blieven: een contactgestoorde hoofdpersoon die ijzerenheinig meerderen en collegae schoffeert, politiek-correcte kwezels die protocols hoger achten dan resultaten en buitenscènes die een blauw-grijs gefilterde blik bieden op contreien waar de winter nooit helemaal lijkt te verdwijnen. Gelachen wordt er niet, gemopperd ook nauwelijks. Men is vooral druk met het ophouden van de schijn. 

In deze door de werkmaatschappij van Lars von Trier, Zentropa, geproduceerde introductie op de reeks maken we kennis met inspecteur Mørck en leren over het ontstaan van Afdeling Q. Zoals de licht-autistische Sherlock Holmes met zijn omgeving communiceert via de trouwe en ietwat sullige Watson, zo wordt Mørcks gebrek aan sociale vaardigheden gecompenseerd door zijn assistent Assad, een geassimileerde vluchteling uit Syrië, gespeeld door de in Libanon geboren acteur Fares Fares. Ook dat is de Scandinavische thriller: ziet u Grijpstra al rechercheren met een Ahmed aan zijn zijde? 

Psychologie boven actie
In The Keeper of Lost Causes (een generieke titel, die de serie inluidt en niets zegt over de plot) staat het wraakmotief centraal. Mørck gelooft niet dat een verdwenen politica zelfmoord heeft gepleegd en hij krijgt gelijk. Uiteraard is zijn huwelijk kapot en wordt hij tegengewerkt door zijn baas, maar de film overstijgt de clichés door de aandacht voor het motief van de dader. Dat is aanzienlijk beter – en origineler – onderbouwd dan in de doorsnee-thriller uit Amerika, waar actie het doorgaans wint van psychologie. Bovendien bevat de film een aantal sadistische horrorscènes die niet op het effect spelen, maar de claustrofobische sfeer accentueren. 

Recensie The Keeper of Lost Causes

De introductie van deze franchise is bij regisseur Mikkel Nørgaard in veilige handen. Hij verfilmde eerder een aantal thrillers van Arne Dahl voor de naar deze Zweedse auteur (opmerkelijk genoeg niet naar de hoofdpersoon) vernoemde tv-serie en gebruikt voor The Keeper of Lost Causes een bijna strip-achtige aanpak van korte scènes, afwijkende cameravoering, snelle montage en karige dialoog: inderdaad, een tv-film voor het witte doek. De opvolger van deze solide genrefilm, De Fazantenmoordenaars (Engelse titel: The Absent One), is al klaar.

 

7 april 2014

 

ALLE RECENSIES