Terugblik filmjaar 2020 – Deel 8: Vijf films die ik voor het eerst zag

Terugblik filmjaar 2020 – Deel 8 (slot):
Vijf films die ik voor het eerst zag

door Yordan Coban

Dit jaar deed ik het eens geheel anders. Ik heb logischerwijs betrekkelijk weinig nieuwe films gezien en heb het aantal bioscoopbezoekjes moeten beperken tot twee. Het leek mij dan ook gepast om een alternatief lijstje te presenteren. Een lijstje met vijf films die ik dit jaar voor het eerst gezien heb en die bij mij iets wisten te ontbranden.

Sweet Thing

Sweet Thing

Ik moet ook bekennen dat de duurzaamheid van mijn passie op de proef wordt gesteld. Begrijp me niet verkeerd: ik ben dol op films en zal dat altijd zijn, maar zonder de afwisseling met wat meer socialere en actievere activiteiten wordt het lastiger om er hetzelfde plezier aan te beleven. Met deze vijf films werd ik toch weer herinnerd aan hetgeen films zo bijzonder maakt voor mij.

Van de films die dit jaar uitgekomen zijn, zijn er drie die ik de moeite van het kijken waard acht:
1. For Sama
2. Sweet Thing
3.
Été 85

Deze drie films zijn bij lange na niet van hetzelfde kaliber als de top 5 die ik hieronder presenteer, maar hebben wel in enige mate een indruk achtergelaten. Sweet Thing voor de dromerige sfeer en visuele stijl die een duistere jeugd verbloemt. Été 85 voor het acteerwerk en de wijze waarop François Ozon zijn kijker in spanning houdt. En For Sama voor haar pijnlijke confrontatie met een politieke realiteit. Maar vooral de scène waarin een pasgeboren baby voor de camera terug tot leven gereanimeerd wordt. Ik had nog nooit zoiets gezien en het geeft me nu nog koude rillingen als ik er aan terugdenk. Zonder verder omheen te draaien volgt dan nu mijn top 5 films die ik in quarantaine voor het eerst gezien heb.

5. Salo
Het is een beetje misplaatst om deze film te verheerlijken, sterker nog ik raad het niemand echt aan om Salo te zien. Hij is excessief en eigenlijk bijzonder ranzig te noemen, maar excessen ga je vanzelf opzoeken als alle dagen hetzelfde lijken. Hetgeen hoogstwaarschijnlijk ook gold voor de Fransman Markies de Sade (waarvan het woord sadisme afkomstig is), schrijver van het gelijknamige boek waarop de film gebaseerd is. Volgens de legende schreef hij het boek op het toiletpapier in het gevang van de Bastille ten tijde van de Franse Revolutie. Salo is een cultklassieker die elke filmliefhebber “gezien moet hebben” maar waarvan het meer dan begrijpelijk is dat men daar vanaf ziet. Ondanks dat het zien van de film als onprettig ervaren kan worden, is het toch te kort door de bocht om de film als louter pervers geneuzel af te doen. De film maakt een paar expliciete verwijzingen naar de controversiële filosoof Friedrich Nietzsche. Dit is ook hoe het werk naar mijn mening gezien en beoordeeld moet worden, niet in het letterlijke vertoon maar in wat het los probeert te maken in haar overdrijving.

4. Bamako
Bamako is een film over de politieke situatie in Afrika. Het brengt een Afrikaans perspectief naar voren en completeert dat op komische wijze met de schoonheid van het continent. Abderrahmane Sissako wierf naambekendheid met Bamako en brak in 2013 werkelijk door op internationaal niveau met zijn film Timbuktu. Zijn stijl draagt in zich de rust van de Mauritaanse woestijn, waar je alleen de wind het zand hoort verplaatsen. De film gaat over een rechtszaak waarin Afrika het opneemt tegen de Wereldbank en het IMF die het continent verdrukken onder haar economische dwang. De locatie voor de rechtszaak is een Afrikaans dorp, waar het alledaagse leven, of het nou in de greep is van de westerse instituten of niet, gewoon doorgaat. Het geeft een prachtig visueel portret van Afrika afgewisseld met overtuigende politieke pleidooien. Aansluitend is er ook nog het hoopgevende gegeven dat de meeste pandemieën vaak desastreus zijn voor Afrika, maar als we de berichtgeving mogen geloven lijkt Afrika deze pandemie relatief goed te zijn doorgekomen.

3. Happy Together
Toen ik mijn Rewind-stuk over In the Mood for Love (2000) schreef, had ik nog één Wong Kar-Wai film niet gezien, en dat was Happy Together, wat achteraf een doodzonde is. Happy Together is wederom een bedwelmende melancholische film zoals we dat gewend zijn van de Hongkongse regisseur. Het gaat over twee Taiwanese jongens (gespeeld door Tony Leung en Leslie Cheung) die gevangen zitten in een neerwaartse spiraal in Buenos Aires. Beiden lijken niet goed te weten waarom ze in Argentinië zijn, ze werken om een ticket terug naar Azië te bekostigen maar drinken alles op waardoor ze zichzelf gevangen houden, vluchtend voor het verleden. Het is de tijd die ongrijpbaar aan de jongens voorbij vliegt terwijl hun levens stilstaan (herkenbaar). Verzachtend op zijn minst zijn dan de prachtige tangomelodieën van Astor Piazzolla.

2. Naked
Soms zie je ze, personages als Johnny (gespeeld door David Thewlis), slenterend en tierend gaan ze door de straten. Junks, zwervers, gevaarlijke mensen met een stoornis, zo worden ze tegenwoordig beschouwd. Spontane Socratische gesprekken met onbekende mensen op het marktplein gebeuren niet echt in deze tijd. Al gebeurde dat voor de pandemie ook voornamelijk alleen met die verschrikkelijke mensen van Vandebron. Misschien ben ik nu te cynisch, maar cynisch is ook de toon van Naked, een grauwe film van Mike Leigh over de schaduwwereld van de straten van Londen. Johnny meandert zich een weg langs de meest uitlopende figuren van de nacht wie hij bevraagt en belaagt terwijl hij naar iets op zoek is waarvan hij al lijkt te weten dat het is opgelost in een lang vervlogen tijd.

The Wild Pear Tree

The Wild Pear Tree

1. The Wild Pear Tree
In vele momenten in mijn leven zijn er films geweest die bijzonder sterke raakvlakken hadden met mij als persoon of met mijn levensloop. Nooit eerder had ik echter werkelijk het gevoel dat een film autobiografisch aanvoelde. The Wild Pear Tree wel. Alsof Nuri Bilge Ceylan een film over mijn leven gemaakt heeft. Dat gezegd hebbende bespaar ik u een verdere beschrijving van mijn persoonlijke leven, maar wilde ik voornamelijk de bijzonderheid van deze gewaarwording benadrukken. En zoals dat soms voelt bij regisseurs wiens werk vertrouwd lijkt, beschouw ik Nuri Bilge Ceylan nu als een goede vriend. Vrienden worden met personen op het scherm klinkt echter wel heel erg als de quarantainekwalen van een Cronenberg-scenario.

 

31 december 2020

 

Terugblik filmjaar 2020 – Deel 1: Het jaar van de vrouw
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 2: Beste lezer, over 25 jaar…
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 3: Film op rantsoen
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 4: Een beetje escapisme kunnen we wel gebruiken
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 5: Gecontroleerd uitrazen
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 6: Herwaardering collectieve ervaring
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 7: Blikvangers en donkere spiegels

 

Terugblik filmjaar 2020 – Deel 7: Blikvangers en donkere spiegels

Terugblik filmjaar 2020 – Deel 7:
Blikvangers en donkere spiegels

door Tim Bouwhuis

Een overvloed aan alarmerende koppen over uitgestelde releases kon in 2020 gemakkelijk de indruk wekken dat er nauwelijks nog nieuw werk te bekijken viel. Niets was echter minder waar: in de periodes dat de Nederlandse bioscopen en filmtheaters niet gesloten waren, regende het onverminderd releases. Met grote dank aan de belangrijkste filmfestivals.

A Hidden Life

A Hidden Life

Primeurs en blikvangers uit Cannes, Venetië en Berlijn arriveren vrijwel standaard met een minimale vertraging van enkele maanden in de Nederlandse zalen. Ze zijn minder afhankelijk van de commerciële en financiële hetzes die vereisen dat blockbusters globaal gelijktijdig kunnen inklokken. Dat we in 2020 gezette hypes als No Time To Die (Cary Joji Fukunaga) en Dune (Denis Villeneuve) nog niet konden zien, had dan ook meer te maken met geld en beleid dan met reële obstructies in productieprocessen. Ook festivals hoeven nog niet direct te vrezen dat ze niets meer te vertonen hebben: zo lang de crisis geen volledige stop zet op fondsen en investeerders, en producties onder nieuwe voorwaarden hervat kunnen worden, volgt er eerder een overschot dan een tekort aan aanwas.

Filmtheaters, filmfestivals en online
In de filmzaal zelf bleven de grootste vraagstukken nog even van later zorg. Nederlandse filmtheaters vertoonden in 2020 vooral titels die het levenslicht al zagen voor de crisis de vaste hoop op een zo groot mogelijk publiek als een nachtkaars doofde. Hoewel? Begon ik het jaar nog op het IFFR (International Film Festival Rotterdam), waar eind januari en begin februari nog niets van de misère in China te merken was, in november sloot ik het festivalseizoen grotendeels achter mijn computer af. Dankzij het landelijke zaalprogramma van IDFA (International Documentary Festival Amsterdam) kon ik twee titels in een nabijgelegen filmtheater bekijken. De rest zag ik online, met een antieke strippenkaart. Mits je server het toelaat, is de hoeveelheid publiek dan ineens niet meer het grootste probleem. De manier van kijken wel.

Het nieuwe festivalkijken lijkt er zo uit te zien: drie minuten voor aanvangstijd slinger je je scherm aan, en laat je je dirigeren naar een wachtruimte annex advertentiekanaal. Het beeld ververst: één van de programmeurs introduceert de film, die je vervolgens in de niche van je (huis)kamer in je opneemt. Direct na de film schakelt de programmeur via Zoom in met de regisseur(s) en/of een gesprekspartner die iets kan zeggen over het onderwerp. Daarna kun je praktisch direct douchen en je bed in. Er is wel een chatbox, maar de comments blijven oppervlakkig. Er is geen gedeelde ervaring, naar huis reizen is ook niet nodig. IDFA deed zijn uiterste best, en van storingen heb ik gelukkig geen last gehad, maar toch voelde het digitale festijn meer als een vorm van isolatie dan als de beoogde pleitbezorger van verbinding.

En dus spoedde ik me in 2020, waar en wanneer dat mogelijk was, telkens weer naar het filmtheater. Ik ben dankbaar dat ik films daar nog altijd kon zien zoals ze gezien horen te worden: met optimaal beeld en geluid, en in het bijzijn van anderen, voor zover dat binnen de teruggeschroefde zaalcapaciteit van toepassing was. Natuurlijk was niet alle cinema hoopvol en escapistisch. Je spreekt het ideaal uit dat films de wereld opentrekken en geen mondkapjes hoeven te dragen, maar daar dacht de ‘’Protagonist’’ (stijlfiguur en hoofdrolspeler ineen) van de grootste release dit jaar (Tenet van Christopher Nolan) toch echt anders over.

Cinema was in 2020 even vaak een uitlaatklep als een donkere spiegel. De films die ik zag riepen de wereld om me heen even vaak op als ze haar afweerden. In de onderstaande selectie van hoogtepunten (reguliere releases, streaming en festivals) heb ik gepoogd beide uitersten samen te brengen in een mooie reeks filmtips. Op nieuwjaarsdag presenteert InDeBioscoop ‘de IDB-film van het jaar 2020’ met titels die in 2020 een Nederlandse release hebben gekregen, fysiek en/of On Demand. Mijn top 3 voor die lijst heb ik onderaan de selectie van hoogtepunten bijgesloten. Indien van toepassing verwijzen de hyperlinks naar artikelen/recensies van eigen hand.

A Land Imagined

A Land Imagined

Hoogtepunten
A Land Imagined (Yeo Siew Hua, 2018, regulier)
A Sun (Chung Mong-Hong, 2019, Netflix)
A White, White Day (Hlynur Pálmason, 2019, Film Fest Gent 2019)
Blind Spot (Tuva Novotny, 2018, On Demand-release)
Cemetery (Carlos Casas, 2019, IFFR 2020)
Dwelling in the Fuchun Mountains (Gu Xiaogang, 2019, IFFR 2020)
Fire Will Come (Oliver Laxe, 2019, Film Fest Gent 2019)
Holler (Nicole Riegel, 2020, LIFF 2020)
Identifying Features (Fernanda Valadez, 2020, Roffa mon Amour via MOOOV)
Irradiés (Rithy Panh, 2020, Film Fest Gent 2020)
Malmkrog (Cristi Puiu, 2020, Film Fest Gent 2020)
Moving On (Yoon Dan-Bi, 2019, IFFR 2020)
Oeconomia (Carmen Losmann, 2020, IDFA 2020)
One Day (Zsófia Szilágyi, 2018, Previously Unreleased)
The Day After I’m Gone (Nimrod Eldar, 2019, MUBI)

Volledige overzicht hier.

Reguliere top-3 2020
1. A Hidden Life (Terrence Malick, 2019)
2. Beanpole (Kantemir Bagalov, 2019)
3. Ghost Tropic (Bas Devos, 2019)

 

30 december 2020

 

Terugblik filmjaar 2020 – Deel 1: Het jaar van de vrouw
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 2: Beste lezer, over 25 jaar…
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 3: Film op rantsoen
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 4: Een beetje escapisme kunnen we wel gebruiken
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 5: Gecontroleerd uitrazen
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 6: Herwaardering collectieve ervaring
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 8: Vijf films die ik voor het eerst zag

Terugblik filmjaar 2020 – Deel 6: Herwaardering collectieve ervaring

Terugblik filmjaar 2020 – Deel 6:
Herwaardering collectieve ervaring

door Michel Rensen

‘Wat een raar jaar!’ En ongetwijfeld één waar onze kijkgewoonten voor altijd veranderd zijn. Ik kan hier een heel bedroevend verhaal van gaan maken over allerlei doemscenario’s, maar ik kijk liever uit naar een herwaardering van de collectieve ervaring.

Les enfants d’Isadora

Les enfants d’Isadora

Al vroeg in het jaar zijn vaak enkele van de meest interessante titels te zien op IFFR. Ook dit jaar stelde het festival niet teleur. Met nieuwe films van Lav Diaz (The Halt), Pedro Costa (Vitalina Varela) en Anocha Suwichakornpong en Ben Rivers (Krabi, 2562) liet het festival ongetwijfeld weer enkele van de beste films zien die de filmtheaters normaliter niet halen, hoewel Eye dit jaar Vitalina Varela wel oppakte in haar Previously Unreleased-programma.

Twee films staken er toch met kop en schouders boven uit. Melisa Liebenthals experimentele verkenning van het fenomeen ‘thuis’ in Aquí y allá (Here and There) was begin dit jaar al raak met haar reflectie op ons gebruik van digitale middelen om afstanden te verkleinen. Die reflecties zijn door het ‘nieuwe normaal’ alleen maar pakkender geworden.

Damien Manivels Les enfants d’Isadora vertelt het ontroerende verhaal van een viertal vrouwen die een dansstuk, dat Isadora Duncan schreef na het overlijden van haar kinderen, op hun eigen manier toe-eigenen om zo met hun rouw om te kunnen gaan. Toen was het mij al wel duidelijk dat waarschijnlijk geen enkele film dit zou overtreffen dit jaar, maar niets wees erop dat twee maanden later de hele filmwereld op zijn gat lag.

Gedeelde ervaring
Terwijl blockbusters en ook grotere arthousetitels releases maanden of zelfs een heel jaar uitgesteld werden, kozen distributeurs er ook voor hun kleine titels direct online uit te brengen. Ook een film als Bait (Mark Jenkin) vond na enkele losse vertoningen in o.a. Eye en KINO een thuis op Vitamine Cineville en kon zo toch gezien worden. Maar ondanks de pogingen om online dezelfde sfeer te creëren als bij fysieke vertoningen, lijkt het toch in geen enkel geval écht tot succes te leiden. Bezoekcijfers van online festivals steken sterk af tegen de bezoekersaantallen die onder normale omstandigheden behaald worden en over ‘Netflix Party’ heb ik al maanden niemand meer gehoord. Het verlangen naar de gedeelde ervaring blijkt groot, maar geen enkele online vertoning kan de ervaring in het filmtheater vervangen. Of zoals Anna Kopecka het tijdens Cork International Film Festival omschreef: “We need to get back to cinemas to be happy again.”

Ook voor de grote spelers blijft het bij enkel wat proefballonnetjes. Universal hield het bij een enkele online release van Trolls World Tour aan het begin van de coronacrisis, die nog niet eens de helft van zijn budget terugverdiende, en Disney pakte niet door na haar online release van Mulan. Ondanks de keuze van Warner Brothers om hun hele catalogus van 2021 gelijktijdig online en in de bioscopen uit te brengen, lijkt online distributie voor blockbusters nog geen succesvol verdienmodel. Warner Brothers’ keuze lijkt niets meer te zijn dan het verkwisten van hun films als marketingmiddel voor hun streamingplatform HBO Max.

Het beste van 2020
Maar zoals elk jaaroverzicht, moeten we het ook gewoon over dé topfilms van het jaar hebben. Ondanks het verstoorde filmlandschap en de uitgestelde releases bleef er veel over om van te genieten dit jaar. Viktor Kossakovsky’s Aquarela is waarschijnlijk één van de meest gewelddadige documentaires die er is. Een visueel overdonderende film van de oceaan die terugvecht tegen de planeet vernietigende mensheid. Een scherp contrast met zijn nieuwste film Gunda (release vooralsnog gepland in maart 2021) die op IDFA in première ging, waar hij een varkensfamilie volgt met een empathie die meestal enkel voor menselijke personages weggelegd is.

Little Women
Hoewel ik het geheel met Bong Joon-ho eens ben dat de Oscars over het algemeen een ‘lokale filmprijs’ zijn en daarmee niet erg van belang, verbaasde het mij dit jaar erg dat Little Women (Greta Gerwig) niet in elke categorie de grote kanshebber was. Geen enkele andere ‘grote’ Amerikaanse productie kwam ook maar in de buurt van dit schijnbaar simpele meesterwerk. Na de film wilde ik niets liever dan terug de filmzaal in om nog uren met de March-zussen door te brengen.

The Souvenir
Eye heeft zoals gewoonlijk plek voor de mooiste pareltjes in haar zomerprogramma Previously Unreleased. Naast het eerder genoemde Vitalina Varela zijn Joanna Hoggs The Souvenir en Joe Talbots The Last Black Man in San Francisco twee films die niet te missen zijn. Hoewel Hoggs fragmentarische en deels autobiografische vertelling van een ongezonde, intense liefde in veel aspecten ongrijpbaar blijft, maar daarmee niet minder fascinerend, verbaast het mij sterk dat The Last Black Man in San Francisco niet door een distributeur aangekocht is. De film is zowel een prachtige ode aan San Francisco als een kritische blik op hoe gentrificatie gemeenschappen verscheurt. Zonder in een politiek pamflet te vervallen creëert de film een melancholisch, persoonlijk portret dat diep ontroert. Kelly Reichardts nieuwste meesterwerkje First Cow zal hopelijk komend jaar hetzelfde lot ondergaan, want de film verdient het om meer gezien te worden dan enkel tijdens LIFF.

House of Hummingbird

House of Hummingbird

House of Hummingbird
De grootste verrassing van dit jaar was waarschijnlijk House of Hummingbird. Dit bescheiden Zuid-Koreaanse coming-of-agedrama van Bora Kim. De film schuwt op elk moment de opzichtige dramatiek, maar snijdt op de momenten dat je een close-up verwacht van een huilende acteur weg naar de volgende scène. De film is meer geïnteresseerd in pijn die voortebt in de levens van zijn personages, dan de korte pijn in het moment. Een film die juist daarom bij zal blijven.

Ik wilde het lijstje eigenlijk afmaken met Christian Petzolds romantische sprookje Undine, waarvoor Paula Beer, die weer een wonderduo vormt met Franz Rogowski, zeer terecht de European Film Award voor beste actrice won. De film zou op 24 december in première gaan, maar ook die release is onder de huidige omstandigheden uiteraard weer uitgesteld. Toch nog iets om naar uit te kijken.

 

29 december 2020

 

Terugblik filmjaar 2020 – Deel 1: Het jaar van de vrouw
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 2: Beste lezer, over 25 jaar…
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 3: Film op rantsoen
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 4: Een beetje escapisme kunnen we wel gebruiken
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 5: Gecontroleerd uitrazen
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 7: Blikvangers en donkere spiegels
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 8: Vijf films die ik voor het eerst zag

Terugblik filmjaar 2020 – Deel 5: Gecontroleerd uitrazen

Terugblik filmjaar 2020 – Deel 5:
Gecontroleerd uitrazen 

door Sjoerd van Wijk

Filmkritiek wars van sociale en politieke context verliest haar angel. Daarom kan een terugblik op 2020 niet ontkomen aan het bespreken van de pandemie voorbij de problemen die deze bracht aan de filmkunst. Gecontroleerd uitrazen over het filmjaar, zoals de Nederlandse regering koos voor het gecontroleerd laten uitrazen van het coronavirus, hopend op groepsimmuniteit met al het leed van dien.

Richard Jewell

Richard Jewell

Sturen op IC-capaciteit in plaats van indammen is een moreel falen dat zijn weerga niet kent, van de leugens van het RIVM over onder anderen mondkapjes en de besmettelijkheid van kinderen, de belangenverstrengeling in het OMT tot een muisstille oppositie en pers. Nog verbazingwekkender bestaat hier nauwelijks ophef over.

Nederland, het land van wegkijkers. Hoe jezelf een houding te geven in het nieuwe normaal van vijftig doden per dag? Kan cinema ons helpen deze verwarrende tijd te duiden? Een aantal films boden houvast, inspiratie en motivatie. Hier zijn vijf favorieten die niet wegkeken maar indirect 2020 onder ogen kwamen. En één film wiens poging mislukte. Wat hen bindt: hoe mensen zich staande houden in een wereld van haar à propos.

5. Richard Jewell
De waan van de dag regeert in de media waardoor deze als een olifant het zicht op structurele vraagstukken belemmeren. In Richard Jewell geeft veteraan Clint Eastwood een ambigue gezicht aan de consequenties van deze waan. Paul Walter Hauser zet een aimabele maar aanstotelijk naïeve bewaker neer die na het voorkomen van een bomaanslag valselijk tot dader wordt bestempeld door FBI en pers. Deze waargebeurde beproeving resoneert dankzij zijn ontwapenende spel sec in beeld gebracht door Eastwoods Hollywood-vakmanschap. Partij kiezen tegen de instituten in deze film betekent automatisch Jewells persoonlijke fouten accepteren.

4. True History of the Kelly Gang
Net als in het fanatieke heldendicht Assasin’s Creed verhaalt regisseur Justin Kurzel in True History of the Kelly Gang over een outlaw in opstand. George MacKay als de Australisch-Ierse Ned Kelly strijdend tegen de Britten bezit niet de imponerende fysiek van Michael Fassbender, maar deze illustere geschiedenis vormt in tegenstelling tot een videospel een aangrijpender basis voor het scenario van Shaun Grant. Het epos over een mislukte rebellie toont de prijs van overtuiging. Met name in een enerverend laatste schietgevecht vol antieke harnassen kiest de film met overgave voor Kelly’s fictieve perspectief en stelt zo en passant prangende vragen over de contingenties van geschiedschrijving.

3. Beanpole
Dat vrouwen tijdens de Tweede Wereldoorlog meevochten aan Russische zijde blijft doorgaans onbesproken. Maar regisseur Kantemir Balagov sleept op het scherpst van de snede mee naar de nasleep van deze strijd in een verwoest Leningrad waar twee van hen met moeite proberen te re-integreren. De verschoten wijze waarop cinematografe Ksenia Sereda deze grauwe stad brengt, biedt een decor voor aangrijpende momenten van traumaverwerking. Beanpole wisselt de heftige momenten van PTSD gedegen af met vergeefse hints naar menselijke warmte en uit zo op urgente wijze de verwerking van een oorlogstrauma.

2. Jeanne
Filmmaker Bruno Dumont laat de metal-musicalliederen van Jeannette achterwege in deze afsluiter van een maf tweeluik over Jeanne d’Arc. Een zanderig Lotharingen vormt het canvas voor de belijdenis van deze Franse legende op het slagveld totdat de apotheose volgt tijdens het beruchte proces in een overweldigende kathedraal. Alle sullige typetjes wauwelen wat in het bijzijn van een heldin die pontificaal staat voor haar geloof voor een niet zozeer komische als wel kosmische ervaring. De gevoelige synthpop-intermezzo’s, een indringend starende Jeanne en vernuftig gechoreografeerde paarden smelten een vergaan tijdperk om tot een eigen tijd. Falconetti’s hartverscheurende Jeanne uit 1925 overtreffen lijkt bijkans onmogelijk, maar kindactrice Lise Leplat Prudhomme komt dichtbij met haar krachtige houding.

Kala azar

Kala azar

1. Kala azar
Terwijl de pandemie alle aandacht opeist, gaat de ecologische catastrofe waarover Kala azar rouwt onverminderd door. Met verrassende perspectieven schept regisseuse Janis Rafa een vervreemdende wereld waar honden en mensen met zwerende wonden in elkaar overlopen. Een anoniem stel bewijst met hun mysterieuze baan een laatste eer aan overleden huisdieren maar cremeren ook stiekem de aangereden dieren op hun pad. Hoe zij doelloos lijken te zwerven door een ingestorte maatschappij geeft uiting aan het besef dat acceptatie van verval geen opgeven betekent, maar een noodzakelijke stap in het geven van een houding. Daarom resoneert onder andere het absurde concert voor plofkippen dat de film besluit: een requiem voor een functioneel uitgestorven wereld.

Miskleun: Jojo Rabbit
De persiflage van Jojo Rabbit slaat de plank mis om het oprukkende fascisme aan de kaak te stellen. Dit misbaksel trapt vol door de open deur heen met de platitude dat nazisme slecht is. Een jongetje van de Hitlerjugend heeft de pech dat zijn denkbeeldige vriend Adolf Hitler wordt gespeeld door Taika Waititi, want Waititi bezit niets van de charme of humor van Charlie Chaplin. Arrogant hamert de film op tolerantie in een Wes Anderson-achtige pretparkversie van de Tweede Wereldoorlog, waardoor Jojo Rabbit niet alleen gemakzuchtig belerend is maar de gruwelen van deze tijd weerzinwekkend genoeg romantiseert.

 

28 december 2020

 

Terugblik filmjaar 2020 – Deel 1: Het jaar van de vrouw
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 2: Beste lezer, over 25 jaar…
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 3: Film op rantsoen
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 4: Een beetje escapisme kunnen we wel gebruiken
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 6: Herwaardering collectieve ervaring
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 7: Blikvangers en donkere spiegels
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 8: Vijf films die ik voor het eerst zag

Terugblik filmjaar 2020 – Deel 4: Escapisme kunnen we wel gebruiken

Terugblik filmjaar 2020 – Deel 4:
Escapisme kunnen we wel gebruiken

door Ralph Evers

Mijn bioscoopbezoek was al niet om over naar huis te schrijven en stortte dus in maart in. Van de weinige films die ik zag in de bios heb ik erg genoten van De beentjes van Sint-Hildegard met een glansrol van Herman Finkers. Gortdroog, alledaags drama en af en toe wat levenswijsheden, nuchter en simpel, zodat de film ook nergens zwaar hoeft te worden.

De beentjes van Sint-Hildegard

De beentjes van Sint-Hildegard

Verder zag ik het indrukwekkende 1917 begin dit jaar. Een film die uitblinkt door z’n surreële scènes, die zo uit Jeroen Bosch’ hel zijn overgenomen. Het lichtkogelfestijn boven een geruïneerde stad bedoel ik dan. Later zag ik Tenet ook in de bioscoop, hetgeen als een privilege aanvoelt dit jaar. Een film, die zoals gebruikelijk bij Nolan, onderhoudend, intelligent, indrukwekkend en… een beetje tegenviel. Misschien een film die je vaker moet zien om ‘m door te krijgen, maar de impact die Interstellar maakte, heeft hij al een aantal keer verzuimd.

Pun Mjesec
Cineville was de filmliefhebber genadig door enkele filmfestivals te vertonen, waar ik het sterke Pun Mjesec uit Bosnië-Herzegovina zag (op het Eastern Neighbours Film Festival, ENFF). Op het eerste gezicht een middle-of-the-roadfilm, maar de echtheid van de karakters en de rauwheid van de realiteit zuigen je helemaal de situatie van de personages in, waarmee de film uitermate voldoet aan soms noodzakelijk escapisme.

Want escapisme kunnen we af en toe wel gebruiken. Eén relatief ongevaarlijk virus en het halve land is de weg kwijt. Wappies en aluhoedjes trachten internet, de videokanalen en sociale media te gijzelen met meer onzin dan Michael Bay in z’n hele Transformersfranchise erdoorheen heeft weten te persen. Ik heb liever tig miljoen coaches tijdens het WK Voetbal, dan allerlei zogenaamde, nimmer twijfelende virus-experts. Daar is nog een documentaire over verschenen, The Social Dilemma. Wel aardig, maar voelde ook als een schoonpraten van het eigen straatje door de mensen die in de eerste plaats al die algoritmische ellende veroorzaakt hebben. Nu ze ‘ontwaakt’ zijn uit eigen nachtmerrie komen ze met een goed gekleed, minimalistisch mea culpa. Beetje laat mannen.

Peaky Blinders

Peaky Blinders

Peaky Blinders
Wat bracht de lockdown verder qua filmvertier, of liever ‘thuisbioscoop’-vertier? De trilogie van Satyajit Ray eens kunnen bekijken. Toch een heel andere beeldtaal en vertelstijl dan we vandaag de dag gewend zijn. Sátántangó van Béla Tarr (begin volgend jaar schrijf ik daarover een stuk bij het verschijnen van de 4K-restauratie) kon ook weer eens gekeken worden en ik ontdekte tal van goede series op Netflix, die eens gebinged konden worden. Peaky Blinders staat qua serie dit jaar op 1.

En verder, tja, was er genoeg tijd ons leven te overdenken, zeker toen mijn werk even stilviel in april. Toen kwamen andere bezigheden naar voren. Talloze podcasts tijdens wandelingen, mijn stad beter leren kennen, een thuisstudio gebouwd en daarmee het musiceren en componeren ook weer eens opgepakt. Er is een heel leven naast de waan van de dag en de escapistische wereld van het grote doek. Toch hoop ik dat we in 2021 ons gezonde verstand en onze nuchterheid weer wat terug kunnen vinden en er weer meer bewegingsvrijheid mag zijn.

 

27 december 2020

 

Terugblik filmjaar 2020 – Deel 1: Het jaar van de vrouw
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 2: Beste lezer, over 25 jaar…
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 3: Film op rantsoen
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 5: Gecontroleerd uitrazen
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 6: Herwaardering collectieve ervaring
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 7: Blikvangers en donkere spiegels
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 8: Vijf films die ik voor het eerst zag

Terugblik filmjaar 2020 – Deel 3: Film op rantsoen

Terugblik filmjaar 2020 – Deel 3:
Film op rantsoen

door Alfred Bos

In het jaar van de pandemie is alles anders, dus ook het bezoek aan de bioscoop (reserveren en mondkapje af wanneer je zit) en het aanbod van films. Als je al een kaartje kunt krijgen.

Creature from the Black Lagoon

Creature from the Black Lagoon

Ik las dit jaar meer boeken dan ik films heb gezien. En dat terwijl een boek uitlezen toch aanzienlijk meer tijd kost dan een film bekijken. Weinig was normaal dit jaar.

Het normale leven stond – en staat nog steeds – op slot. Alle tijd voor jezelf. Alle tijd om via dvd en streams thuis op de bank eindeloos veel films te kijken. Maar het omgekeerde gebeurde. Via het kleine scherm zag ik minder films dan voorheen.

Ik wist het al en weet het nu nog beter: ik zie film bij voorkeur op het grote scherm, in een donkere zaal, met andere mensen. Film is droom en dromen doe je in het donker.

En dat kon dit jaar slechts een beperkt aantal maanden, bij een beperkt aantal films. De laatste film die ik zag voor de bioscoop op slot ging, was The Wild Goose Lake. De eerste film die ik zag nadat het sein op veilig ging, was Bacurau.

Je zou denken: na maanden van gedwongen onthouding is de honger groot, maar dat viel mee. Of eigenlijk, tegen. En dat lag niet alleen aan mij. Het aanbod nieuwe films was op rantsoen, zo leek het. De pandemie had het releaseschema volledig onderuit gehaald: blockbusters – niet mijn eerste keuze – uitgesteld; genrefilms en arthouse verplaatst of uit het schema verdwenen.

Moderne klassiekers en winkeldochters
Na de (onderbroken) heropening van de bioscopen was er nog veel onduidelijk en iedereen speelde op safe. Distributeurs hielden hun kruit droog en de belangrijke releases, geheide krakers van gekende namen of populaire ‘merken’, achter de hand. Filmzalen hadden niet zoveel om uit te kiezen; bovendien was hun voortbestaan in het geding.

Wat overbleef, was een niet bijster uitnodigend mengsel van moderne klassiekers en winkeldochters. De moderne klassiekers had ik al gezien en in de winkeldochters – arthouse by numbers, normaal gesproken goed voor vertoning op filmfestivals en te ‘niche’ voor een reguliere release – ben ik niet geïnteresseerd. Vóór corona niet en tijdens of na corona ook niet. Het leven is te kort, ook al heb je alle tijd aan jezelf.

Tijdens de zomermaanden programmeerde mijn buurtbioscoop een reeks sciencefiction- en horrorfilms uit de jaren vijftig. Een mooie gelegenheid om kennis te nemen van genreklassiekers, of om ze nu eens op het grote doek – en niet via dvd – te zien.

Them! (1954), over monsterlijke mieren, is los van de stuntelige effecten nog steeds sterk en het eerste half uur, wanneer het nog niet duidelijk is wat er speelt, kan qua spanning wedijveren met elke thriller van nu. Creature from the Black Lagoon (1954), inspiratiebron van Guillermo del Toro’s The Shape of Water, telt scènes met schitterende onderwaterfotografie. William Castle, de man van griezelklassieker Haunted House on the Hill uit 1959, speelde in datzelfde jaar met The Tingler een postmodern en nog steeds functioneel spel met de kijker. Don Siegel’s Invasion of the Body Snatcher (1956) is qua regie, montage, belichting en verteltechniek een wonder van economie.

Meer films van vrouwen
Goed, dat was van toen. Een boffertje, want de jaren vijftig zijn mijn favoriete filmperiode. Maar het nieuwe werk, hoe zat het daar mee?

Shirley Jackson, de schrijfster van onder meer Haunted House on the Hill, is historisch gezien de link tussen twee giganten van het griezelverhaal, H.P. Lovecraft en Stephen King. Ze is het onderwerp van Shirley van regisseur Josephine Decker en wordt vertolkt door Elisabeth Moss. Ik kan me voorstellen dat de film met zijn afwijkende blik (onscherpe camera, vreemde hoeken) niet ieders kopje thee is, maar voor mij illustreerde dit portret van een geprangd mens dat er alle ruimte is voor en nood aan films geregisseerd door vrouwen. Die doen het vaak toch net even anders, zie bijvoorbeeld het fantastische You Were Never Really Here van Lynne Ramsay.

Of het ontluisterende The Assistant (zie ook verderop), het soort film dat door je hoofd blijft spoken, misschien ook omdat hij vrijwel geheel binnenkamers speelt, bij kunstlicht, en ik hem zag in het donkere jaargetijde terwijl het leven zich, noodgedwongen, grotendeels thuis afspeelt. Maar met een man op de regiestoel was het nooit zo’n indringende film geworden. Zonder Julia Garner in de (briljante) hoofdrol overigens ook niet.

A Girl Missing van Kôju Fukada staat wat mij betreft voor het soort film dat het etiket arthouse géén glans geeft. Nadruk op vorm, minder oog voor inhoud. Slordige structuur, oppervlakkige karaktertekening, clichématige verbeelding. Zo worden er films per dozijn gemaakt en honderden filmfestivals wereldwijd vechten om hun vertoning. Arthouse volgens de checklist, het voelt als kiespijn.

Tenet

Tenet

Heeft Christopher Nolan last van Asperger?
Tenet van Christopher Nolan was de eerste publieksfilm in roulatie nadat de filmzalen weer onbeperkt publiek, zij het op twee stoelen en één rij van elkaar, mochten ontvangen. Een praktijkproef voor de filmindustrie en, stelden sommigen dramatisch, de film die de industrie zou redden. Ik ben gaan kijken tijdens lunchtijd, in een lege zaal; er zaten twee bezoekers waar er honderdvijftig in kunnen.

En was niet onder de indruk. De achtervolgingsscène in Tallinn, Estland is fraai en heel slim gevonden (en gedraaid), maar Kenneth Branagh als Russische schurk is volstrekt ongeloofwaardig. Overbodige derde akte en een overvol script dat nauwelijks is te volgen, mede door het bizar slechte geluid. Zelfs de ondertiteling hielp niet. Ik waardeer het dat Nolan als filmliefhebber zo hangt aan celluloid, maar je wordt geen Kubrick door diens Asperger na te apen.

Bacurau, ik zou het bijna vergeten, was heel aardig, alleen al omdat het de clichés uit de weg gaat zonder te forceren, want dat is die andere valkuil waar veel regisseurs van arthousefilms neigen in te trappen: zijn ze niet veel te braaf, dan zijn ze juist geforceerd anders of overdreven stout. Bacurau houdt het midden, is onvoorspelbaar zonder grillig te worden en geeft terloops ongezouten kritiek op de Amerikaanse cultuur van consumentisme, imperialisme en nihilistisch geweld. Het is de perfecte film om het idee van bizarro cinema mee te illustreren.

Spontaniteit is zoek
Filmfestivals zijn aan mij nauwelijks besteed, want ik vind één film per dag (bij hoge uitzondering twee) wel genoeg. Dit jaar speelden de festivals zich noodgedwongen voor het overgrote deel online af en dat beperkt, zoals eerder uitgelegd, de filmervaring. In het concept hybride geloof ik niet. Films draaien voor de paar mensen die naar binnen mogen, of een kaartje hebben kunnen bemachtigen, en de rest blijft thuis—ik snap het wel, maar het is een non-starter. Dat brengt me op de laatste verzuchting over dit unieke, en laten we hopen eenmalige filmjaar.

Verschillende films zag ik op een ander moment dan bedoeld, want – het is naast het verplichte mondkapje van deur tot stoel en vice versa – een andere bijkomstigheid van het coronagedoe: de spontaniteit is zoek, je moet reserveren. En de maximale zaalbezetting is beperkt tot dertig stoelen; ook die zijn op rantsoen. Gevolg: regelmatig zijn films op het door jou gewenste moment uitverkocht. Soms zelfs dagen van tevoren. Dat maakt van de gang naar de cinema onbedoeld een geagendeerde hindernisloop. En van de filmfestivals een tombola met veel nieten.

Dan denk je, tijd voor een boek!

Jaarlijstje 2020
Jaarlijstjes zijn persoonlijk en nooit representatief – je ziet veel meer niet dan wel – en in het jaar van de pandemie-met-de-exponentiële groeifactor geldt dat niet dubbel, maar dubbeldubbel.

De trend was er al en is door het virus extra duidelijk gemaakt: streams via het kleine scherm (tv, laptop, tablet, telefoon) zijn in opkomst; de klassieke filmconsumptie via het grote doek in een donkere zaal – laten we het, naar analogie met de situatie rond tv, lineair kijken noemen – raakt in de knel. Lineair kijken wordt één van de manieren om film te nuttigen en is niet meer automatisch de standaard of de dominante wijze van distributie. Dat lijkt me eerder slecht nieuws voor de cinemaketens in multiplexen dan voor de filmhuizen op B-locaties. Uitgaanscentrum versus buurt, popcorn versus wijn, zal ik maar zeggen.

Ik zag dit jaar nauwelijks twee dozijn films in de bioscoop, nog geen kwart van gewoonlijk. Het is niet gepland en er zit geen idee achter, maar toen ik mijn favoriete films van 2020 voor mezelf opsomde, werd er een patroon zichtbaar.

La vérité

La vérité

La vérité
De Japanse regisseur Hirokazu Koreeda stapt uit zijn comfortzone, maar toch ook weer niet—of is zijn comfortzone universeel? La vérité (De waarheid) is gedraaid op een voor hem vreemd continent en binnen een hem niet vertrouwde filmcultuur: in Frankrijk, met Franse steractrices en een voormalige Hollywood pretty boy. Maar zoals in zijn Japanse films staan familie en familierelaties centraal. Catherine Deneuve speelt een Franse steractrice op leeftijd en daar begint direct het spel met feit en fictie, want in werkelijkheid is Catherine Deneuve een Franse steractrice op leeftijd. La vérité is de titel van haar (de actrice, niet de actrice Deneuve die een actrice speelt) zojuist gepubliceerde autobiografie, waarin alles is gelogen.

De wispelturige diva heeft een ongemakkelijke relatie met haar dochter (Juliette Binoche), schrijver van filmscripts die is getrouwd met een Amerikaanse acteur (Ethan Hawke). Die relatie wordt gespiegeld in de nieuwe film die de actrice opneemt, wanneer dochter en haar echtgenoot uit New York naar Parijs overkomen voor familiebezoek. En via haar rol in die film realiseert de actrice haar rol als moeder in het echt. Ze ontdekt de waarheid over zichzelf via fictie. Deneuve is meesterlijk, met een simpel zenuwtrekje van haar mond kan ze een mijnenveld van emoties evoceren.

En Koreeda’s spel met feit en fictie – en de rol die doen-alsof speelt in de werkelijkheid – is al even meesterlijk. Met afstand de beste film die ik dit jaar zag. Dit is de vierde keer op rij dat er een film van Koreeda – van huis uit schrijver van romans, fictie – in mijn jaarlijstje staat, al dan niet bovenaan. Ik begin te geloven dat de man mijn favoriete nog levende filmregisseur moet zijn.

Mank
Hollywood-legende Herman Mankiewicz (1987-1953) schreef het script voor Citizen Kane van Orson Welles, diens debuut als filmregisseur en lange tijd stijf bovenaan de canon van beste films ooit gemaakt. Mank van David Fincher, naar een indertijd niet gerealiseerd script van diens vader Jack, is een biopic over de schrijver die in afzondering in de Mojave-woestijn werkt aan het scenario voor wat Orson Welles’ – en zijn – meesterwerk zal worden. Die verhaallijn wordt afgewisseld met geënsceneerde scènes van voorvallen uit het leven van Mankiewicz.

We zien de krantenmagnaat William Randolph Hearst (Charles Dance); diens dochter, de actrice Marion Davies (Amanda Seyfried) met wie Mank het goed kan vinden; Mankiewisz’s broer Joe (Tom Pelphrey), een Oscar-winnende regisseur annex scenarist en filmproducer; filmmagnaat Louis B. Mayer (Arliss Howard); Orson Welles (Tom Burke) uiteraard en een reeks historische personages uit het Hollywood van de jaren dertig, waaronder de producenten David O. Selznick en Irving Thalberg.

Gary Oldman is weergaloos als geniaal drankorgel in de titelrol, met als hoogtepunt de scène waarin hij ladderzat een galadiner van Hearst en diens Hollywood coterie binnenwaggelt en iedereen, Hearst voorop, ongezouten de waarheid in het gezicht smeert. Het is het verhaal achter Citizen Kane in fictievorm, gedraaid in schitterend zwart-wit en tot de filmtitels aan toe gepresenteerd in de vorm van die tijd, 1941.

Hoe tijdloos en veelzeggend het relaas van Citizen Kane is, blijkt uit de machinaties rond de Californische gouverneursverkiezingen, het verwijst naar de actualiteit. En wie de terloopse referentie aan Eisenstein opmerkt, verdient een vetleren filmfan-Oscar. David Fincher revancheert zich voor het mateloos gekunstelde Gone Girl. Mank draaide kort in de bioscoop en is te zien via Netflix. Voor filmfreaks: rosebud is een koosnaam van Hearst voor de clitoris van zijn maîtresse Marion Davis.

The Assistant

The Assistant

The Assistant
Zo grandioos opgetuigd als Mank is, zo sober is The Assistent, het speelfilmdebuut van de Amerikaanse regisseur Kitty Green. Ze maakte eerder enkele documentaires en dat is terug te zien aan haar film over een stagiaire van een New Yorks filmproductiebedrijf. Mentaliteit en mores van het filmbedrijf worden openlijk en tegelijkertijd verbloemd getoond: vorm en inhoud zijn analoog aan elkaar, want achter de glamour en het prestige gaat een zieke moraal schuil. Dat betreft niet alleen seksisme en ongewenste intimiteiten, maar ook uitbuiting.

We zien een dag uit het leven van de stagiaire, Jane, een ijzersterke rol van Julia Garner. Ze gaat voor dag en dauw naar kantoor, vertrekt daar als laatste en is zo drukbezet dat ze geen tijd heeft om haar vader te bellen en hem te feliciteren met zijn verjaardag. Op kantoor is ze de sloof annex voetveeg en leert te overleven in een slangenkuil van ego en ambitie. Green vertelt Jane’s verhaal grotendeels via beelden, er is weinig dialoog. Haar visuele stijl is droog en zakelijk, vol close-ups en veelzeggende details. Julia Garner excelleert door te acteren met haar ogen en mimiek.

De film toont het Amerika anno nu, een slagveld waar de zwakkeren worden gekleineerd door zelfvoldane blaaskaken en het menselijke dreigt te worden vermorzeld in de botsing van waan en werkelijkheid. Na het indringende slotbeeld – Jane loopt eenzaam het donkere New York in – blijft de film nog lang nazinderen.

Drie films die over film en de relatie tussen feit en fictie gaan. Wat is hier aan de hand?

 

26 december 2020

 

Terugblik filmjaar 2020 – Deel 1: Het jaar van de vrouw
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 2: Beste lezer, over 25 jaar…
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 4: Een beetje escapisme kunnen we wel gebruiken
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 5: Gecontroleerd uitrazen
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 6: Herwaardering collectieve ervaring
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 7: Blikvangers en donkere spiegels
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 8: Vijf films die ik voor het eerst zag

Terugblik filmjaar 2020 – Deel 2: Beste lezer, over 25 jaar…

Terugblik filmjaar 2020 – Deel 2:
Beste lezer, over 25 jaar…

door Bob van der Sterre

Hopelijk lees je dit in de archieven van InDeBioscoop. Ik hoop dat de site nog steeds live staat en dat het internet nog niet helemaal verpest is!

My Octopus Teacher

My Octopus Teacher

2045… Is er dan nog cinema? Of is alles een generieke, digitale creatie geworden van via blockchain samenwerkende AI’s, bekeken door tevreden kijkvee?

2020 werd door corona het eerste jaar sinds de uitvinding van de film (oorlogssituaties daargelaten) dat we een groot deel van het jaar niet naar de bioscoop konden. En anders met maximaal 30 mensen. Je mocht niet eens meer popcorn naar de zaal meenemen. Zout noch zoet.

De filmindustrie had al moeite met de strijd tegen downloaden, de populariteit van series en games en de opkomst van de thuisbioscoop, die je wel op pauze kunt zetten. Toen kwam corona daar nog overheen. Hoe ga je op anderhalve meter afstand een romantische scène filmen? Hoe verkoop je je filmhits met maximaal 30 bezoekers per voorstelling? Uitgaan zonder cafés en restaurants en in halflege filmzalen zitten, is ook niet hoe uitgaan bedoeld is.

Is deze coronatijd de doodsteek van de echte bioscoop? Of misschien, op een of andere manier, het begin van een nieuwe filmrenaissance? Alleen jij weet dat, beste lezer.

Filmhoogtepunten
Hier mijn eigen schaarse, bioscooploze filmhoogtepunten van 2020:

Meest verrassende nieuwe film: Lapsis. Deze absurde ‘nabije SF’ zag ik tijdens LIFF. Over kabels die door bossen moeten worden getrokken door uitzendkrachten, om zo nieuwe energiebronnen (kubussen) met elkaar te verbinden. Prettig verrast door het fantasierijke script en behoorlijke plot.

Beste documentaire: Epicentro van Hubert Sauper op IDFA. Mooi verweven verhalen en artistieke beelden over Cuba. Enorme meevaller. En dat nadat ik eigenlijk na de eerste tien minuten de film wilde uitzetten. Een dag later probeerde ik opnieuw en toen begon de Sauper-magie te werken.

Beste korte film: Do You Like Poetry?. Heerlijke, korte Braziliaanse film die ik zag tijdens LIFF. Mensen die alsmaar verdwijnen, hoe zit dat? De hoofdpersoon snapt er niets van.

Beste satire: Effacer l’historique. Vermakelijke satire op het moderne leven tijdens LIFF van Delepine en Kervern. Zoals gebruikelijk zeer ondergewaardeerde film van deze koningen van de absurditeit. Ik moest wel een paar keer hard lachen om dit ‘boeiende leven der sukkels’ (om in de woorden van Kamagurka te spreken). De film had wel beter op de helft kunnen eindigen, het einde was niet zo geweldig.

Beste oorlogsfilm/actiefilm: 1917. Verrassend goed oorlogsdrama van San Mendes en cinematograaf Roger Deakins. Immens veel aandacht voor detail. Veel voorbereiding, technisch een bijzondere prestatie. Verhaal vond ik wat minder.

Beste ontroerende film: My Octopus Teacher. Docu op Netflix over een duiker die een band krijgt met een octopus. Ontroerender gaat het niet worden!

Beste Camera Obscura-film: Der Schweizermacher. Komische satire uit 1979 zou echt een voltreffer zijn geweest als die in 2020 was gemaakt. Onze thema’s maar dan veertig jaar eerder.

About Endlessness

About Endlessness

Beste artistieke film: About Endlessness. De nieuwe Roy Andersson stelde niet teleur, zoals geen enkele film van Andersson. Lees mijn recensie!

Beste filmfestival van 2020: mijn eigen huiskamer. Ik ‘bezocht’ er twee: LIFF en IDFA. LIFF had de online films heel behoorlijk geregeld, IDFA was minder duidelijk. Bovendien wilde IDFA ons niet plaatsen op hun media-pagina. Waar ze uiteraard wel linken naar traditionele media als Volkskrant, VPRO en NRC. Hoewel die media niet konden tippen aan onze berichtgeving (bijna tien artikelen in totaal). IDFA is dol op documentaires over minderheidsgroepen, maar zelf doet ze dus ook mee aan het negeren van ‘de kleintjes’. Omdat we te kritisch waren? Wat een ironie allemaal.

Wel beste lezer, over 25 jaar… 2020 was een raar ‘tussenfilmjaar’. Neem dat maar aan van deze coronaveteraan. Ik hoop dat het beter filmtoeven is in jouw jaar. En vertel: wanneer gaan we nu films kijken met een VR-bril?

 

25 december 2020

 

Terugblik filmjaar 2020 – Deel 1: Het jaar van de vrouw
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 3: Film op rantsoen
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 4: Een beetje escapisme kunnen we wel gebruiken
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 5: Gecontroleerd uitrazen
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 6: Herwaardering collectieve ervaring
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 7: Blikvangers en donkere spiegels
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 8: Vijf films die ik voor het eerst zag

Terugblik filmjaar 2020 – Deel 1: Het jaar van de vrouw

Terugblik filmjaar 2020 – Deel 1:
Het jaar van de vrouw

door Cor Oliemeulen

Minder films in de bioscoop en meer films op videokanalen. Ondanks corona was er dit jaar genoeg moois te zien. Wat mij vooral opviel, waren de vele films van vrouwen met vrouwen. Hier volgt mijn top 10.

Little Women

Little Women

10. PROXIMA
Hoofdrol: Eva Green
Regie: Alice Winocour
Alice Winocour schreef mee aan het prachtige Turkse filmdrama Mustang waarin vijf ontembare tienerzusjes in een dorp aan de Zwarte Zee zich proberen te ontworstelen aan tradities en onderdrukking. In de derde speelfilm die de Parisienne regisseerde, draait het om de relatie tussen moeder Sarah (prachtig ingetogen Eva Green), die als astronaut een jaar de ruimte ingaat, en haar dochtertje Stella, die het natuurlijk nog moeilijker vindt om afscheid te nemen. Hoe archetypisch het beeld van onze carrièrevrouw in een mannenwereld ook mag zijn neergezet, zo’n emotioneel filmdrama zonder vals sentiment kan alleen maar door een vrouw worden gemaakt.

9. THE PERFECT CANDIDATE
Hoofdrol: Mila Al Zahrani
Regie: Haifaa Al-Mansour
Haifaa Al-Mansour maakte in 2012 Wadjda, de eerste speelfilm die in zijn geheel in Saudi-Arabië is opgenomen. Acht jaar later lijkt het erop dat vrouwen geleidelijk meer vrijheden krijgen, hoewel Amnesty International nog steeds aandacht vraagt voor de hachelijke positie van vrouwenactivisten en criticasters van het koningshuis. Vrouwen mogen tegenwoordig ongesluierd over straat, mits respectvol en niet te progressief, en ze mogen nu ook autorijden. In The Perfect Candidate volgen we de vrouwelijke arts Maryam, die de politiek in wil om een verharde weg naar haar ziekenhuis te realiseren. Mooi portret van een moedige vrouw, echter nog steeds wat braaf, want in dit land lijken slechts kleine veranderingen uiteindelijk tot gelijke rechten te kunnen leiden.

8. NEVER RARELY SOMETIMES ALWAYS
Hoofdrol: Sidney Flanigan
Regie: Eliza Hittman
Op een dag ontdekt de 17-jarige kassière Autumn tot haar schrik dat ze zwanger is. In het conservatieve Pennsylvania lijkt abortus onbespreekbaar, dus reist Autumn met haar nichtje stiekem naar New York waar ze in een kliniek wél met liefde en aandacht wordt omringd. Onafhankelijk filmmaakster Eliza Hittman, die zich ook in haar eerdere films richtte op jongeren die hun identiteit zoeken, toont in Never Rarely Sometimes Always met een soms griezelige precisie de procedures die Autumn moet ondergaan en de emotionele weerslag in haar gelaat en lichaamshouding. Kalme, meeslepende roadtrip, waarin de meiden nauwelijks een woord met elkaar wisselen, maar altijd weten dat hun solidariteit en vriendschap onvoorwaardelijk zijn.

7. SIBEL
Hoofdrol: Damla Sönmez
Regie: Çagla Zencirci (en Guillaume Giovanetti)
Met haar grote vurige ogen is de 25-jarige Sibel een opvallende verschijning. Ze kan sinds haar kindertijd niet meer praten en bedient zich van een fluittaal in het bergachtige gebied van Noordoost-Turkije. Bijna iedereen in deze kleine traditionele gemeenschap mijdt haar als de pest. Sibel loopt zelfs het gevaar te worden verstoten nadat ze in de bossen wordt gesignaleerd met een onbekende man, die ze heeft geholpen omdat hij gewond was. In tegenstelling tot het titelpersonage figureren alle anderen, vooral de mannen, als laffe bangeriken die alles bij het oude willen laten. Sibel is een universeel verhaal met een ode aan de onafhankelijke geest en een schreeuw om acceptatie.

6. DAS VORSPIEL
Hoofdrol: Nina Hoss
Regie: Ina Weisse
Wie vroeger tijdens de Duitse les niet goed heeft opgelet en ongeduldig zit te wachten op een onstuimige seksscène komt in Das Vorspiel bedrogen uit. Het gaat in de film(titel) om de auditie van viooltalent Alexander, die in de weg daarnaartoe flink is afgeknepen door vioollerares Anna (Nina Hoss, die ook al zo sterk acteerde in twee films van Christian Petzold: Barbara en Phoenix). Ina Weisse (zelf geen onverdienstelijke actrice) maakt in haar tweede speelfilm een indringende karakterstudie van een wispelturige, onzekere vrouw die niet gelukkig in haar huwelijk is en zelf faalde als beroepsviolist. In haar missie om Alexander wél te laten slagen, ontstaan er conflicten, ook met haar zoontje Jonas die eveneens vioolles volgt, maar zich door zijn moeder verwaarloosd voelt. Met alle gevolgen van dien.

5. KOM HIER DAT IK U KUS
Hoofdrol: Tanya Zabarylo
Regie: Sabine Lubbe Bakker (en Niels van Koevorden)
Deze verfilming van de bestseller van Griet Op de Beeck is al even deprimerend als haar Vele Hemels boven de Zevende, maar de beklemmende familiesfeer is perfect neergezet en de casting formidabel. Met name de hoofdrol van Tanya Zabarylo is zeer aangrijpend. Zij personifieert de volwassen Mona, die als kind haar moeder verloor bij een auto-ongeluk en te maken kreeg met de nieuwe vrouw van haar vader die op haar labiele manier graag Mona’s moeder wil zijn. Zabarylo heeft de gave de kijker mee te slepen in haar onmacht om voor zichzelf op te komen. Een sterk staaltje mimiek in het tonen van zwakte. Het is juist de geëngageerde documentairestijl van Sabine Lubbe Bakker die de pijnlijke afstandelijkheid in Mona’s relaties benadrukt.

4. GOD EXISTS – HER NAME IS PETRUNYA
Hoofdrol: Zorica Nusheva
Regie: Teona Strugar Mitevska
Petrunya is een historicus die maar niet aan de bak komt en nog bij haar moeder woont in het behouden noorden van Macedonië. Op een koude januaridag ziet zij een groep mannen bij de rivier voor een religieuze ceremonie. Degene die het kruisbeeld, dat door de priester in het ijskoude water wordt gegooid, het eerst opduikt, kan een jaar lang geluk tegemoet zien. Nadat Petrunya spontaan in het water is gesprongen en naar boven komt met het kruisbeeld, zijn de rapen gaar. Er ontspint zich een bij vlagen satirisch verhaal over de rol van de vrouw in een patriarchale gemeenschap waarin ontgoochelde mannen, politie, kerk en media met Petrunya en elkaar strijden om een acceptabele oplossing.

3. LITTLE WOMEN
Hoofdrol: Saoirse Ronan
Regie: Greta Gerwig
Na haar eerste schreden als regisseur (Lady Bird) ontwikkelde Greta Gerwig haar verfilming van de klassieke autobiografische roman van Louisa May Alcott met een budget van 40 miljoen dollar tot een kleurrijk cinematografisch hoogstandje. Gesteund door de sfeervolle klanken van Alexandre Desplat zal bijna iedere kijker zich laten meeslepen door de opgroeiperikelen van vier zusjes (Saoirse Ronan, Emma Watson, Florence Pugh, Eliza Scanlen) in de jaren na de Amerikaanse Burgeroorlog. Lief en leed in een geromantiseerd, feministisch jasje, met vooral een fantastische Saoirse Ronan (vaak op de huid gefilmd) die onverdroten doorzet om haar boek gepubliceerd te krijgen in plaats van een rijke man te trouwen.

2. HOUSE OF HUMMINGBIRD
Hoofdrol: Ji-hu Park
Regie: Bora Kim
Eén van de grote verrassingen van het filmjaar is dit Zuid-Koreaanse coming-of-agedrama dat zich afspeelt in 1994 tegen de achtergrond van een ingestorte brug in hoofdstad Seoul. We volgen de verlegen scholiere Eun-hee in haar zoektocht naar vriendschap en liefde, die ze bij haar rumoerige en ongeïnteresseerde gezinsleden niet vindt. Pas als er een gezwel achter haar oor wordt geconstateerd, lijkt ze op enige compassie te kunnen rekenen. Troost en enkele simpele levenslessen vindt ze bij een lerares, die op een dag niet meer terugkeert. Ji-hu Park is met haar naturelle voorkomen in een troosteloze omgeving zo uit het leven gegrepen dat je het trage tempo graag voor lief neemt (in een tijd dat tieners hun verstrooiing nog niet in een mobieltje zochten).

1. FOR SAMA
Hoofdrol: Waad Al-Kateab
Regie: Waad Al-Kateab (en Edward Watts)
Van de vele films over de oorlog in Syrië snijden The Cave en vooral For Sama het meest door de ziel, omdat je zelfs in een ziekenhuis niet veilig bent. Waad Al-Kateab filmt de onvoorstelbare catastrofe in Aleppo die begint met de studentenopstanden tegen president Bashar al-Assad tot en met de verwoestende bombardementen van de Syrisch-Russische alliantie die ook het laatste ziekenhuis in de stad treffen. Waad en haar toekomstige echtgenoot Hamza, een chirurg, houden hier stand terwijl gewonde slachtoffers worden binnengebracht en we vooral kinderen zien doodgaan. Tussen alle beschietingen door wordt Sama geboren. De documentaire van haar moeder is zowel een liefdesverklaring als een testament aan haar.

Waar zijn de mannen?
Natuurlijk zijn er ook talrijke mannen die een aardig potje acteren. Kijk bijvoorbeeld naar Willem Dafoe en Robert Pattinson die elkaar het leven zuur maken in The Lighthouse. Of de charismatische Bartosz Bielenia die het schopt van jeugdige delinquent tot priester in het Poolse drama Corpus Christi. En wat te denken van het psychologische gevecht tussen de politieman en de drugsdealer in het ongenadige Iraanse misdaaddrama Just 6.5, wat mij betreft een van de betere films dit jaar. Als klap op de vuurpijl kruipt een ouderwets eigenzinnige Gary Oldman in het Hollywood van de jaren dertig en veertig in de huid van scenarioschrijver Herman Mankiewicz. In Mank van David Fincher heeft de alcoholistische antiheld schijt aan het studiosysteem en geniet daar met volle teugen van, terwijl hij in de clinch ligt met Orson Welles over wie de meeste credits verdient voor het uiteindelijke scenario van diens meesterwerk Citizen Kane.

Het is niet zo dat er dit jaar geen vrouwen met elkaar ruzie maakten. Neem de Vlaamse psychologische thriller Duelles waarin twee vriendinnen elkaar naar het leven staan nadat de een de ander verantwoordelijk houdt voor de fatale val uit het raam van haar kind. Of de fijnzinnige confrontatie tussen moeder (een onverwoestbare Catherine Deneuve) en dochter (Juliette Binoche) in het lichtvoetige Frans drama La Vérité van de Japanse meestercineast Hirokazu Koreeda.

Women Make Film

Vrouwelijke spirit
In deze onzekere tijden met vaak onvoorspelbare masculiene neigingen is de wereld toe aan een snelwerkend vaccin met vrouwelijke spirit. Cinema is een ideaal medium om ons de juiste weg te wijzen als het gaat om vrede, verdraagzaamheid en verbondenheid. In het jaar dat het Nederlands Film Festival (NFF) en de Dutch Academy for Film (DAFF) voorstellen om voortaan geen onderscheid meer te maken tussen acteurs en actrices – en denken aan het uitreiken van een genderneutraal Gouden Kalf – pleit ik voor het afschaffen van de Oscar… en de introductie van de Meryl.

Bovendien kijk ik reikhalzend uit naar de 14 uur durende documentaire over vrouwelijke filmmakers, Women Make Film: A New Road Movie Through Cinema, die begin volgend jaar in Nederland in de bioscoop zal verschijnen. Tenminste, als de mannen het niet opnieuw verkloten.

 

24 december 2020

 

Terugblik filmjaar 2020 – Deel 2: Beste lezer, over 25 jaar…
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 3: Film op rantsoen
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 4: Een beetje escapisme kunnen we wel gebruiken
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 5: Gecontroleerd uitrazen
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 6: Herwaardering collectieve ervaring
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 7: Blikvangers en donkere spiegels
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 8: Vijf films die ik voor het eerst zag

Terugblik filmjaar 2021: Pole position voor streamingdiensten

Terugblik filmjaar 2021:
‘Pole position’ voor streamingdiensten

door Tim Bouwhuis

2021 was wéér een onevenwichtig en hobbelig filmjaar. Festivals vonden online, offline of ‘hybride’ plaats, distributeurs vertoonden noodgedwongen uitstelgedrag en bioscopen zijn tegenwoordig alleen nog voorwaardelijk toegankelijk. De grote On Demand-aanbieders (Netflix, Amazon Prime, Disney+) zijn de grote winnaars. Zo lang ze elkaar niet wegconcurreren natuurlijk.

Ergens in het najaar stuitte ondergetekende ineens op Guy Ritchie’s Wrath of Man (2021, gebaseerd op Le Convoyeur uit 2004). Ik had The Gentlemen (2019) nog overgeslagen in de bioscoop, omdat het me een slap aftreksel leek van eerdere succesvolle misdaadkomedies (met nadruk op Snatch). Wrath of Man wilde ik wel weer proberen, want ach, Jason Statham speelt toch al mooi tien, vijftien jaar met dezelfde gladgestreken kop hetzelfde personage, en dat zonder zich ergens voor te verontschuldigen. Tot mijn lichte verbazing bleek de beschikbaarheid van de film echter beperkt te zijn tot Amazon Prime Video. Géén één-tweetje (bioscoop en On Demand), zoals dit jaar onder andere met The Green Knight van David Lowery gebeurde. Wrath of Man leek me een typische popcornpakker voor de middelgrote Pathé-zalen, maar niet dus.

The Hand of God

The Hand of God

West Side Story in het filmhuis
We wisten allang dat de bioscoop in het streamingtijdperk niet langer een vanzelfsprekendheid is, maar we lijken er in algemene zin ook minder (of helemaal niet meer) bij stil te staan. We vinden het normaal dat we grote festivaltitels van bekende filmauteurs (The Power of the Dog van Jane Campion, The Hand of God van Paolo Sorrentino) in de zaal óf thuis kunnen bekijken.

We kijken er niet van op dat we eigenlijk Netflix, Amazon Prime Video én Disney+ moeten hebben als we het mainstream thuisaanbod een beetje bij willen houden. En we zijn er inmiddels ook aan gewend dat bioscoopbezoek aan persoonlijke voorwaarden is gebonden, voor zover je tijdens een avondlockdown überhaupt nog tijd overhoudt om langs te gaan.

De bioscopen en filmhuizen zijn collectief gezwicht voor het opgelegde QR-beleid, maar inmiddels legt die beslissing hen ook geen windeieren meer. Veel typische ‘filmhuisreleases’ zijn rap na de aankondiging van de avondlockdown teruggetrokken en uitgesteld; wat momenteel overblijft is een melange van de films die al draaiden en de grote titels die internationaal uitgaan – dan maar non-stop West Side Story in het filmhuis. Tot vijf uur welteverstaan. De enigen die van dit alles niet zoveel last (lijken te) hebben, zijn de streamingdiensten.

Een incoherent jaarlijstje
Hoe kom je onder deze omstandigheden nog met een coherent jaarlijstje? Dat jaarlijstje omvatte altijd een bioscoopjaar, maar inmiddels spreek ik liever van een filmjaar in de meest brede zin. Het IFFR vierde zijn jubileumeditie grotendeels offline. Zo keek ik vroeg in het jaar talloze streams van titels die ik normaliter in Rotterdam zou hebben gezien, om vervolgens in het najaar wonderlijk genoeg wel weer ‘live’ in Gent te kunnen neerstrijken. Een van de fijnste films van 2020, Wendy van Benh Zeitlin (die ik persoonlijk dat jaar ook al zag, eveneens in Gent), werd na het LIFF en de introductie van nieuwe coronamaatregelen begin november (het LIFF kwam meen ik goed weg) alsnog jammerlijk tot PICL veroordeeld.

Pieces of a Woman

Pieces of a Woman

Een stapje terug naar het begin van het filmjaar: mijn eerste hoogtepunt van 2021 (Pieces of a Woman van Kornél Mundruczó) werd vanaf de eerste week van januari aangeboden door Netflix. En een van de meest beklemmende documentaires (Caught in the Net, over pedofilie op/via internet) zag ik niet op IDFA, maar op het geïmproviseerde lockdownkanaal van Cineville.

Ná de langste lockdown tot nu toe, die tot laat in het voorjaar duurde, waren er wel weer films waarvoor je juíst naar de bioscoop ging. Je kon het veelbesproken De Oost (Jim Taihuttu) deze zomer gewoon thuis streamen (via het eerdergenoemde Amazon Prime Video), maar de film was zichtbaar gemaakt voor het grote doek. De vertoningsmomenten waren redelijk spaarzaam, maar zeker na zo’n lockdown wil je geen kansen meer laten liggen.

Nog een florissant hoogtepuntje van die periode: de glazuurvriendelijke musical In the Heights (Jon M. Chu), die me op een anonieme dinsdagmiddag weer eens van een onvervalste Hollywoodproductie liet genieten. Andere favorieten hadden immers weinig tot niets met James Bond, Marvel of Jason Statham te maken; van de epische documentaire Herr Bachmann und Seine Klasse (Maria Speth) tot het weergaloos geregisseerde, Tarkovsky-eske dramadebuut Beginning (Dea Kulumbegashvilli).

Beginning

Beginning

De toekomst van de bioscoop
Redactieleden van InDeBioscoop hebben nu al tenminste twee gelegenheden aangegrepen (zie hier en hier) om te discussiëren over de coronacrisis en (of in) de filmsector en de toekomst van de bioscoop. Deze persoonlijke terugblik op het filmjaar is dan ook niet het eerste stuk waarin ik vraagtekens plaats bij de toekomst van de bioscoop ten aanzien van de pole position van streamingdiensten in een digitaal tijdperk; al helemaal nu virale toestanden onverminderd aandacht opeisen.

Optimisten riepen toen (en roepen nu naar verwachting nog steeds) dat de bioscoop sterker terug zal komen, en dat de coronacrisis op termijn zeker niet de nekslag zal betekenen voor het fysieke filmbezoek. Misschien is dat waar voor de grote bioscoopketen(s), maar op het moment van schrijven bevinden veel filmhuizen zich (nog steeds? weer?) in zwaar weer, en kun je je eventueel afvragen of het volgende moment van verlichting voor de verandering eens onvoorwaardelijk zal zijn, zowel voor gastheren als voor bezoekers.

Wie het antwoord op die vraag al denkt te kennen, schaft in afwachting van een eventuele ochtend- of siësta-lockdown alvast alle streamingabonnementen aan die er in de wijde omtrek van het internet te vinden zijn. Zo wordt 2022 hoe dan ook een rijk filmjaar.

 

29 december 2021

 

Terugblik filmjaar 2021: Een lach en een traan
Terugblik filmjaar 2021: Altijd maar weer de oorlog
Terugblik filmjaar 2021: Vervreemding van het alledaagse geluk
Terugblik filmjaar 2021: Verwarrende tijden voor filmfans

 

Terugblik filmjaar 2021: Verwarrende tijden voor filmfans

Terugblik filmjaar 2021:
Verwarrende tijden voor filmfans

door Bob van der Sterre

2020 was het jaar van de aanpassing en 2021 het jaar van de teleurstelling: het is nog steeds niet veel anders dan vorig jaar. Film kijken is niet meer hetzelfde in coronatijden. Films waren er gelukkig nog in overvloed maar niet echt meer in de bioscoop. 

Vorig jaar keek ik (dacht ik) terug naar een uniek raar filmjaar. Maar dit jaar was het niet veel anders dan in 2020. Ook dit jaar heb ik geen een film in de bioscoop gezien. We heten InDeBioscoop maar we zouden nu zo onderhand wel Bijjethuisbioscoop kunnen heten.

De schade door het coronavirus op de filmwereld blijft aanzienlijk in 2021. Het gaat de filmindustrie nog jaren kosten om hiervan te herstellen. Dit stuk gaat niet over dat probleem, maar biedt een terugblik naar de beste films die godzijdank allemaal toch nog gemaakt werden. En dat zelfs zonder dat de acteurs verplicht met mondkapjes rondliepen!

The French Dispatch

The French Dispatch

Laten we daarom beginnen met mijn top 3 van films die daadwerkelijk premières hadden in Nederlandse bioscopen:

  1. The French Dispatch
    Het begint te snel, maar daarna wordt het mooi, tjokvol ideeën, waar je minstens 52 films van had kunnen maken. Hier worden meer filmregels overtreden dan je normaal in een heel filmjaar ziet.
  2. Mandibules
    Als iets grappig is, kan het ook van een complexe werkelijkheid uitgaan. Het een sluit het andere niet uit. Dupieux maakt zijn scripts met een totaal andere logica.
  3. Gunda
    Beesten zoals je ze niet eerder zag in film. Je ziet biggetjes sabbelen aan tepels (en hoe Gunda dat moet ondergaan). Biggetjes die regen uit de lucht happen. Mooi beeld: de vier biggetjes die voor de schuur buiten staan, letterlijk vier op een rij, schouder tegen schouder, om daarna een voor een de stal binnen te gaan.

Maar film is ook film zonder bioscoop. Er was een grote berg van films die alleen virtuele premières kenden… De meeste zag ik tijdens Imagine.

  • Beste arthousefilm:
    Woman of the Photographs: Als de arthousecinema nou niet dicht zou zijn, zou deze Japanse film een goede kans maken om horden mensen naar de bioscoop te trekken.
  • Beste horrorfilm:
    Mankujiwo: Met een spookspiegel, rondkruipende slangen, kikkers, vogelspinnen en een gebochelde die eten geeft… Voeg daar nog wat gore, body horror en exorcisme aan toe en je horrorfeest is compleet.
  • Beste verhaal:
    Me and Me: Het is louter de verbeelding van de kijker, geholpen door goed acteerwerk.
  • Beste SF-film:
    Undergods: Film doet geregeld denken aan de serie Black Mirror – maar nog wat gradaties duisterder.
  • Beste totaal doorgeslagen film:
    Fried Barry: Compleet maf, over de top, ranzig, smerig, fantastisch, bizar.
  • Beste symbolische film:
    Playdurizm: Zoveel symbolische verwijzingen. De videokopieeractie, het kunstwerk van Malevich, de Siamese tweelingen, de film (inclusief trailer) genaamd Rebel Instinct, Videodrome van Cronenburg, de titel (‘plagiaat’)…
Meandre

Meandre

  • Beste spannende film:
    Meandre: Je zal het maar meemaken: je kind verliezen en dan in de auto stappen van een seriemoordenaar…. en dan terechtkomen in een sadistisch labyrint van aliens.
  • Beste artistieke film:
    The Year Before the War: Over elk beeld is nagedacht met rook, lichtval, contrast, perspectieven, slow motion en geluiden.
  • Beste blockbuster:
    Dune: Niet dat ik het echt geweldig vond, maar lang niet zo matig als veel soortgelijke films.
  • Beste satire:
    Don’t Look up! van Adam McKay (regisseur van The Big Short). Het heden – en onze ongelovige houding tegenover wetenschap – krijgt er flink van langs in redelijk gelukte satire.
  • Beste Christopher Nolan-film die niet door Christopher Nolan is gemaakt:
    Careless Crime: Boordevol cinematografische verwijzingen met drie verhaallijnen die door elkaar lopen. Niet zomaar een film dus, maar een soort Christopher Nolan-achtige mindfuck op zijn Iraans.
  • Beste Camera Obscura-film:
    The Rise and Rise of Michael Rimmer.
  • Beste ontdekking:
    Eric Rohmers films op Mubi.
  • Beste Chaplin:
    Ik ga toch voor The Great Dictator.

Ik wens alle filmliefhebbers een gezond en prachtig en optimistisch 2022!

 

27 december 2021

 

Terugblik filmjaar 2021: Een lach en een traan
Terugblik filmjaar 2021: Altijd maar weer de oorlog
Terugblik filmjaar 2021: Vervreemding van het alledaagse geluk
Terugblik filmjaar 2021: Pole position voor streamingdiensten