Movies that Matter 2022 – Openingsfilm Navalny

Movies that Matter Festival 2022:
Navalny: de enige serieuze bedreiger van Poetin

door Jochum de Graaf

Navalny, de openingsfilm van het Movies that Matter Festival 2022, was de publieksfavoriet op het afgelopen Sundance Festival. De documentaire laat niet alleen de opkomst van de meest prominente uitdager van Poetins macht zien, maar toont ook onthullend hoe pervers dat regime werkt.

Het verhaal van Navalny is redelijk bekend: de activist, advocaat die zich kandidaat stelde voor het burgemeesterschap van Moskou en in 2016 als presidentskandidaat een serieuze uitdager van de zittende macht van Poetin werd. In de loop der jaren mocht hij zich meer en meer verheugen in de speciale aandacht van de FSB, de geheime dienst waarin Poetin opgeleid werd, tegenwerking, intimidatie, arrestaties, gevangenschap. In juni 2020 wordt hij op studiereis in Siberië ernstig ziek, hij blijkt vergiftigd met novitsjok, een dodelijk gif dat al vaker op tegenstanders van het Poetin-regime werd ingezet, zoals de voormalige inlichtingenofficier Skripal die naar Salisbury was uitgeweken.

Navalny

Herstel van vergiftiging
Dankzij bemiddeling van Angela Merkel mag Navalny naar een kliniek in Berlijn worden overgebracht, herstelt langzaam in de luwte van een blokhut in het Zwarte Woud en besluit uiteindelijk om in januari 2021 toch weer terug naar Rusland te gaan. Aangekomen in Moskou wordt hij onmiddellijk in de boeien geslagen en na een showproces tot 9 jaar strafkamp veroordeeld; door nieuwe wetgeving hangt hem 20 jaar extra boven het hoofd.

De Canadese regisseur Daniel Roher laat op overtuigende wijze zien hoe Navalny uit kon groeien tot de grootste uitdager van de macht in Rusland, de enige serieuze bedreiger van Poetin. We zien de grote rally’s door het hele land, de onverschrokken Navalny die grote menigten op de been krijgt, hen opzweept: ‘De machthebbers zijn corrupte dieven. Wie is Vladimir Poetin?’ ‘Dief!’, scanderen ze terug ‘Poetin?’, ‘Dief! Dief!’. Bij Navalny’s terugkeer staat op vliegveld Sjeremetjevo een grote menigte hem op te wachten, zijn arrestatie groeit uit tot de grootste protestgolf in jaren.

IJzersterke thriller
Navalny is met de ontrafeling van het waargebeurde complot, de verpletterende werkelijkheid die soms sterker is dan de goed bedachte fictie, vooral ook een ijzersterke thriller. Christo Grozev, Bulgaars onderzoeksjournalist van het befaamde Bellingcat – dat ook in de Oekraïense oorlog een aantal spraakmakende onthullingen op zijn naam heeft staan – brengt samen met Maria Pevtsjiech, hoofdonderzoeker van Navalny’s Anti-Corrupt Foundation, in kaart hoe meest waarschijnlijk de FSB achter de aanslag zit en het ook niet anders kan dat Poetin zelf daar op z’n minst van geweten moet hebben, zo niet de opdracht heeft verstrekt. Zoals het een goed rechercheonderzoek betaamt, zien we foto’s van alle betrokkenen en verdachten en hun onderlinge dwarslijnen aan de muur gepind, Poetin bovenaan als hoofdverdachte.

In december 2020 zit Navalny met Grozev en Pevtsjiech aan de keukentafel van een blokhut in het Zwarte Woud, waar hij met zijn familie een aantal dagen uitrust van de aanslag. Grozev heeft drie FSB-agenten geïdentificeerd die al een aantal jaren Navalny schaduwen en hem vermoedelijk het novitsjok hebben toegediend. Vrouw en kinderen liggen nog te slapen als Navlny ze alle drie belt, maar de FSB-ers hangen snel op wanneer ze de stem aan de andere kant van de lijn herkennen. En dan besluit hij, zich voordoend als een ongeduldige ondergeschikte van Poetin die dringend informatie nodig heeft, nog een chemicus te bellen die ook betrokken is. Tot verbijstering en schrik van iedereen vertelt deze Konstantin Koedrjavtsev precies hoe het gebeurde: ‘we deden het precies zoals gepland, de manier waarop we het vaak hebben geoefend’ en ‘ja, het gif kan het beste via de onderbroek worden ingebracht’.

De film legt ook de ongelooflijke perversiteit bloot, het systeem van desinformatie dat nu al decennialang kenmerkend voor Rusland is.

Navalny

Vakkundig monddood
Navalny
vertelt ook het verhaal van zijn vader die dichtbij Tsjernobyl woonde ten tijde van de kernramp en door de Sovjet-autoriteiten gedwongen werd om aardappelen te poten, een publicitaire poging om aan te tonen dat er zogenaamd niets aan de hand was. Navalny zegt dan dat hij toen hij voor het eerst het gezicht van Vladimir Poetin op tv zag, gelijk wist hoe dit soort leugens in elkaar gestoken worden. Poetin op zijn beurt noemt zijn rivaal nooit bij naam, heeft het over ‘deze patiënt in een Berlijnse kliniek’.

Navalny kon door zijn uitgekiende gebruik van social media en de gelikte filmpjes waarmee hij de corruptie van het Poetin-regime onthulde zich lang onaantastbaar wanen. De onthullende virtuele rondleiding door het exorbitante geheime paleis van Poetin in Sotsji aan de Zwarte Zee is wereldwijd miljoenen keren bekeken. De film speculeert erop dat Navalny’s dood hem tot een formidabele martelaar zou uit doen groeien.

Navalny zelf is aan het eind van de film positief en vastberaden over zijn missie en roept de Russen op vol te houden: ‘geef nooit op!’ Maar de cyberoorlog die parallel aan de oorlog in Oekraïne gevoerd wordt, de afsluiting van het internet, het verbod op voor Rusland ‘onvriendelijke’ informatie waarmee Navalny vakkundig monddood gemaakt wordt, doen het ergste vrezen.

Alle voorstellingen van Navalny zijn uitverkocht.

 

8 april 2022

 

Movies that Matter Festival 2022 – Activisten
Movies that Matter Festival 2022 – Judas and the Black Messiah
Movies that Matter Festival 2022 – Les choses humaines is genuanceerde bijdrage #MeToo
Movies that Matter Festival 2022 – Sovjet- en post-Sovjetfilms
Movies that Matter Festival 2022 – Het Grote Verzwijgen

 


MEER FILMFESTIVAL

Little Man, Time and the Troubadour

***
recensie Little Man, Time and the Troubadour
Poppenspel als parabel voor de oorlog

door Jochum de Graaf

Little Man, Time and the Troubadour is een roadmovie langs plaatsen en mensen waar de Tijd stil lijkt te staan en zeker nog lang niet alle wonden geheeld heeft en de Troubadour een surrealistisch ogend verhaal opvoert. De associatie met Oekraïne dringt zich onweerstaanbaar op.

De documentaire werd vorig jaar juli al door NPO 2Doc vertoond en is nu ook in de bioscoop te zien. De release valt samen met de actualiteit, omdat het verhaal zich afspeelt in Abchazië, de voormalige Sovjet-deelrepubliek die na een burgeroorlog met Georgië in de jaren negentig – vervolgens na een nieuwe inval van Georgië in 2008 door ingrijpen van het Rusland van Poetin – een armzalig onafhankelijk republiekje werd met een vergelijkbare status als Loegansk, Donetsk en Transnistrië.

Little Man, Time and the Troubadour

Surrealistische marionetten
De Troubadour uit de titel en reisgids in de voor ons tamelijk onbekende landstreek op de West-Kaukasus is kunstenaar Sipa Labakhua die deels op de fiets met zijn marionettentheater rondreist. De voorstelling die hij in een aantal kustplaatsen in het dunbevolkte land speelt, is gebaseerd op de lotgevallen van zijn vader, de Kleine Man uit de titel, een politicus vol idealen die gedwongen werd uit te wijken naar Moskou. Zoon Sipa is na de oorlog teruggekeerd naar zijn geboortegrond en brengt met zijn surrealistisch marionettenspel ontmoetingen met allerlei inwoners van de streek tot stand.

We rijden als het ware achterop over de mooie pleinen, de weidse lanen, de boulevard met palmen van hoofdstad Soechoemi, een mooie badplaats aan de Zwarte Zee, waar Konstantin Paustovski in de eerste helft van de vorige eeuw zo prachtig over schreef. Maar we zien vooral ook de karkassen van gebouwen, de vele kogelgaten in huizen, nog niet herstelde bomkraters, de overwoekerde treinrails, die eraan herinneren dat meer dan de helft van de bevolking, meest Georgiërs, na de korte oorlog in 2008 met Rusland gevlucht is.

Speelbal in geopolitieke strijd
De film gaat niet over de oorlog, niet wie begon en wie won, neemt ook geen stelling over wie schuldig was, of het een van de eerste uitingen van Poetins Russificatie was. Filmer Ineke Smits (De Vliegenierster van Kazbek, Stand by Your President), die meeschreef aan Labakhua’s voorstelling, registreert niet de mensen die oorlog voerden, daders of slachtoffers, maar vooral gewone burgers, de oorlog die hen overkwam. Ze betoont zich opnieuw een kenner van de regio, met onder meer de prachtige zang van twee zussen in een eerste aanleg arcadisch landschap, waarna de camera langs een pokdalig raamloos gebouw omhoog zwenkt waarboven gierzwaluwen rondcirkelen.

Little Man, Time and the Troubadour

We ontmoeten oude vrouwen die zich vooral herinneren dat het voor de oorlog feitelijk niks uitmaakte of je Abchaziër, Mingreliër, Georgiër, of Armeniër was. Een Russin in het publiek na de voorstelling die nog maar kort in Abchazië woont, ziet vooral stagnatie en onverwerkt leed. Een hippie-achtig stel uit Moskou voelt zich al behoorlijk geaard en zegt zich al thuis te voelen, hun kinderen weten niet beter dan dat dit hun thuisland is. En een Syrische schrijver, jaren geleden gevlucht vanaf de Golanhoogten, vult zijn bespiegelingen over oorlog en vluchten door een fraaie kinderfantasie  op de muur te tekenen.

Het fraai vormgegeven poppenspel is bedoeld als een parabel voor de oorlog, maar komt af en toe toch te gekunsteld over. En het uitstapje van Labakhua naar de Georgische hoofdstad Tbilisi is misschien een onbestemde zijsprong, maar voegt niet zoveel toe aan het verhaal. Maar de antwoorden op filosofische vragen als ‘waar voel je je thuis’ en ‘waar kom je vandaan’, leveren een mooi melancholisch portret van een klein land in een uithoek van het voormalige Sovjetrijk dat een speelbal werd in de geopolitieke strijd.

 

22 maart 2022

 

ALLE RECENSIES

Velvet Queen, The

****
recensie The Velvet Queen
Het gedroomde dier

door Paul Rübsaam

Twee mannen met uiteenlopende karakters zijn op de onherbergzame maar onwerelds mooie Tibetaanse hoogvlakte op zoek naar de zeldzame en mythische Tibetaanse sneeuwpanter. Gaat het verhaal over hen, of toch over de sneeuwpanter en andere dieren, die even nauwlettend de mannen in de gaten houden? The Velvet Queen is hoe dan ook geen doorsnee natuurdocumentaire.

In de verte, op een van de immense vlaktes van het meer dan vierduizend meter boven de zeespiegel gelegen Tibetaanse hoogland, zien we een groep grote, zwarte dieren, die in een soort rondedans verwikkeld lijken te zijn met een groep kleinere witte. Langzaam maar zeker stellen we vast dat een groep wolven (de witte dieren) bezig is een van de kalveren van de zwarte jaks te verslinden, wat de reusachtige ouders tevergeefs trachten te verhinderen. Pompeuze, dramatische muziek ontbreekt, evenals een belerende voice-over. Deze dingen gebeuren daar gewoon.

The Velvet Queen

Deze scène van The Velvet Queen (La Panthère des Neiges) van het Frans-Zwitserse regisseurskoppel Vincent Munier en Marie Amiguet zet ons verwachtingspatroon met betrekking tot een natuurdocumentaire meteen al aardig op zijn kop. Gelukkig zien we later  nog dieren van dichterbij, niet zelden in de verstilde vorm van de natuurfoto’s van Munier, zoals de Tibetaanse vos, groepen bharals (blauwschapen), de met de sneeuwpanter verwante, maar kleinere en gedrongen pallaskat en diverse vogelsoorten.

Ruimte en kleurschakeringen
Marie Amiguet is de stille kracht met de filmcamera in haar hand achter Meunier en de Franse schrijver en reiziger Sylvain Tesson, die mijmerend door het gebied trekken. Zij gebruikt de ruimtelijke ervaring die de Tibetaanse hoogvlakte biedt als referentiepunt. Met verrassende resultaten. Juist door de relatief statische camera – die schaarse, weidse bewegingen vastlegt van rood zand dat de wind over de vlakte blaast en schaduwen die traag voorbij trekkende wolken op die vlakte projecteren – kun je als kijker iets ervaren van de dimensies van die desolate, maar door een wisselende reliëf en opvallend wisselende kleuren gekenmerkte omgeving. De weinig opdringerige, eerder spiritueel en mysterieus klinkende soundtrack van Warren Ellis en Nick Cave draagt aan die ervaring bij.

In die grootse ruimte bevinden zich ook de dieren, waarnaar Munier, gewapend met zijn fototoestel met sterke zoomlens, op zoek is. Maar die dieren zijn behoedzaam, zoals ook de mensen moeten zijn in dit zowat laatste ongerepte natuurgebied op Aarde. De dieren houden de mensen in de gaten en zien hen vaak eerder dan omgekeerd. Een antilope die half nieuwsgierig, half angstig over de rand van een bergkam zijn menselijke aanschouwers observeert, kan echter ook een mooi beeld opleveren.

Wachten, stilzitten en turen
Van plichtmatige uiteenzettingen over de natuurlijke habitat en het paringsgedrag van de soms niet eens bij name genoemde dieren blijven we aangenaam verstoken. Wat niet wil zeggen dat Munier en Tesson er voornamelijk het zwijgen toe doen. Integendeel, in hun vergeeflijke enthousiasme over de schoonheid die hen omringt, praten ze soms zelfs te veel. Niettemin is hun vriendschappelijke confrontatie interessant genoeg. Daarbij is het vooral de eveneens bereisde, maar ongedurige schrijver Tesson die zijn serene en eindeloos geduldige metgezel ondervraagt. Ten behoeve van zijn eerder dan de film verschenen boek ‘La Panthere des Neiges’ (2019) noteert hij zijn bevindingen in een notitieboekje. Die aantekeningen draagt hij soms voor in de vorm van een voice-over.

The Velvet Queen

Munier, die bij uitstek de schoonheid van de natuur wil vastleggen, kan eindeloos wachten, stilzitten en turen, tot verbazing van Tesson. Voor de fotograaf gaat het erom het dier te ‘betrappen’, zonder het te storen. Maar wie betrapt wie? Munier beschrijft voor Tesson op een gegeven moment een foto die hij maakt op een eerdere expeditie in Tibet. Op de aan de kijker getoonde foto zien we een valk op een rots zitten, wat ook het beeld was dat Munier dacht te vereeuwigen. Pas maanden later ontdekte hij dat half verscholen achter een rotsrichel nog juist het hoofd van een sneeuwpanter was te zien, die de fotograaf al een tijd lang moest hebben gadegeslagen.

De heilige graal
Zal het tweetal dit keer willens en wetens oog in oog komen te staan met de beeldschone, vervaarlijke en zeldzame sneeuwpanter, die door Tesson met een vleugje ironie wordt aangeduid als ‘de heilige graal’? Kenner Munier stuit in ieder geval op steeds meer sporen die wijzen op de nabijheid van het dier. Maar ze kunnen ook pech hebben. Tesson is zelfs al bereid te accepteren dat hij huiswaarts moet keren zonder een confrontatie met de panter op zijn naam te kunnen schrijven. Dan blijft zijn droom in ieder geval intact. Een droom over het dier dat (in Tessons woorden) ‘belichaamt wat wij zijn kwijtgeraakt: vrijheid, autonomie en een grondige kennis van zijn natuurlijke omgeving.’

 

16 maart 2022

 

ALLE RECENSIES

Flee

*****
recensie Flee
Liefdevol eerbetoon aan stil migrantenkind

door Jochum de Graaf

Amin Nawabi ligt op de bank en sluit zijn ogen, hij ademt diep in en de stroom van lang vergeten herinneringen begint op gang te komen. Regisseur Jonas Poher Rasmussen heeft de camera in de aanslag, fungeert als zijn psychiater. Hij leerde Amin als middelbare scholier kennen, eerst als een jonge vluchteling uit een asielzoekerscentrum, later als een stil migrantenkind dat zijn best doet om zo weinig mogelijk opgemerkt te worden. Na tientallen jaren van hechte vriendschap legt Rasmussen het verhaal van Amin Nawabi vast.

De Deense animatie-documentaire Flee maakte op het afgelopen IDFA furore en is in maar liefst drie categorieën – beste animatie, beste documentaire en beste internationale film – voor een Oscar genomineerd.

Flee

De vlucht
In het begin van de film is Amin Nawabi (een pseudoniem) een jonge jongen die zorgeloos door de straten van het Kabul van de jaren tachtig danst, terwijl westerse popmuziek uit een roze koptelefoon op zijn oren knalt. Wat later zit hij in de achtertuin van zijn ouderlijk huis te luisteren naar verhalen over zijn vader, officier in het Afghaanse leger die gearresteerd wordt door de communistische regering en nooit meer zou worden teruggezien. Vervolgens herinnert hij zich de schok van het ontvluchten van het door oorlog verscheurde Afghanistan in 1989, wanneer het Sovjetleger de smadelijke aftocht geblazen heeft en plaats maken van de door de VS gefinancierde Mujahedeen.

Met zijn moeder en broers en zussen belandt Amin in Moskou waar ze met verlopen immigratiepapieren vast komen te zitten in het desolate post-Sovjet-Rusland, de tijd dodend met nagesynchroniseerde Mexicaanse telenovelas. De hoop is gevestigd op een broer die in Zweden woont en van zijn spaarzame inkomsten geld opzij moet leggen om zijn familieleden te laten overkomen.

Vanaf het begin weten we ook dat Amin veilig in Kopenhagen is aangekomen. Zijn jeugdherinneringen zijn verweven met scènes uit zijn volwassen leven. Hij staat op het punt om een ​​postdoc te worden in Princeton, en hij en zijn verloofde, Kasper, denken erover om een ​​huis te kopen.

Prachtige animatie
Van al die belevenissen zijn er geen of althans heel weinig beelden, en het verhaal van Amin is intrigerend genoeg voor een spannende documentaire waarin hij met commentaar van vrienden en familie zijn verhaal doet. Maar wat doe je als regisseur wanneer je hoofdpersoon alleen onder pseudoniem in beeld gebracht wil worden?

Rasmussen heeft dit opgelost met een briljante versie van een animatie-documentaire. De audiogedeelten van zijn interviews met Amin zijn omgezet in prachtig getekende sequenties, waarbij mensen zijn getekend in een variant op de Europese ‘klare lijn’, terwijl het vereenvoudigd realisme van de geschilderde achtergronden eerder aan Japanse anime doet denken. Met vintage journaalbeelden krijgen we het dagelijks leven in Kabul, Moskou en Kopenhagen te zien. Die afwisselende techniek werkt net zo meeslepend en suggestief als een ‘gewone’ live-actiefilm.

Flee

Het levensverhaal van Amin laat zien hoe de vluchtelingenindustrie werkt, de perverse wereld van de mensensmokkelaars, de exorbitante bedragen die betaald moeten worden, de kans op mislukking, de volgehouden leugens om de kans op een beter leven te vergroten. Tegelijkertijd zijn we getuige van zijn worsteling met homoseksualiteit in het aartsconservatieve Afghanistan en zijn latere emancipatie in de moderne Deense samenleving.

Humor en tederheid
Flee
heeft fijne momenten van humor en tederheid, zoals wanneer Amin Nawabi vertelt dat hij als jongen verliefd was op Jean-Claude “The Muscles from Brussels” Van Damme, die in geanimeerde flashback-vorm naar hem knipoogt vanaf de poster aan zijn slaapkamermuur in Kabul. Innemend hoe hij tijdens zijn eenzame en gevaarlijke vluchtavontuur een warme band met een oudere jongen opbouwt en hoe zijn familie uiteindelijk verrassend op zijn coming-out reageert.

Amins vluchtverhaal – hoe hij eerst naar Rusland gesmokkeld werd en vervolgens naar Denemarken, waar hij uiteindelijk alleen aankomt en als tiener in pleeggezinnen werd geplaatst – leidt tot een aantal onuitwisbare beelden: een mars door besneeuwde bossen belaagd door grenswachten, een hemeltergende scène van een boot vol hoopvolle vluchtelingen en een passerend cruiseschip.

Jonas Poher Rasmussen brengt een liefdevol en feilloos scherp eerbetoon aan zijn vriend Amin Nawabi, een dappere overlevende. De film mag met meerdere Oscars beloond worden.

 

2 maart 2021

 

ALLE RECENSIES

Alpinist, The

****
recensie The Alpinist
Bergbeklimmen zonder schijnwerpers

door Nanda Aris

De 23-jarige alpinist (een bergbeklimmer op rotsen, sneeuw en ijs) Marc-André Leclerc verlegt de grenzen van wat mogelijk lijkt binnen het bergbeklimmen en levert onvoorstelbare prestaties. Collega-klimmers hebben ontzag voor Leclerc. Ook Alex Honnold, hoofdpersoon van Free Solo (2018), steekt zijn bewondering voor ’this kid’ niet onder stoelen of banken. Leclerc is een publiciteitsschuwe einzelgänger en weinig bekend bij het grote publiek. Deze aangrijpende documentaire maakt daar een einde aan. 

Filmmakers Peter Mortimer (The Dawn Wall, 2017) en Nick Rosen, zelf ook klimmers, zien in Leclerc een soort van hedendaagse volksheld, die ver weg blijft van de roem die hij zou kunnen krijgen. Ver weg van social media, sponsors, merken, en bekendheid. Niks van dat alles is belangrijk voor Leclerc, zijn doel is ‘to have adventure, cruise around’. Maar dit doet zijn gedrevenheid geen eer aan, want hij heeft kennis van zaken, visie en toewijding.

The Alpinist

Het volgen van de Canadees blijkt nog geen makkelijke opgave voor Mortimer en Rosen. Want soloklimmen betekent voor Leclerc ook echt alleen klimmen. Hij is ongrijpbaar, Mortimer en Rosen hebben moeite om in contact te blijven met Leclerc, ook omdat hij geen telefoon heeft. Met een camera erbij is de ervaring van het soloklimmen voor Leclerc anders.

Beklimmingen
Hij stemt ermee in om de legendarische en moeilijke Mount Robson’s Emperor Face in Canada – waarvan hij de Infinite Patience-route als eerste solo trotseert – nogmaals te beklimmen, nu met camera. Leclerc oefent de route niet, heeft geen voorkennis, klimt vaak zonder veiligheidstouw, en heeft ook geen communicatiemiddel mee voor als het misgaat. ‘Je moet leren wat de berg je vertelt’, zegt Leclerc. ‘Je kunt controleren wat je zelf doet, maar niet wat de berg doet’. Juist dat maakt klimmen zo interessant voor hem. En ook dat is wat hem drijft om solo te klimmen, en niet de gebruikelijke roem en glorie.

Al op jonge leeftijd is hij geïnteresseerd in bergbeklimmen en leest hij boeken over klimmers en expedities. Juist dit gegeven maakt dat hij instemt met het maken van de film over hemzelf, hij hoopt er anderen mee te inspireren om dromen te volgen. ‘Als die mensen hun verhaal niet hadden verteld, hoe zou ik dan ooit van deze activiteit afweten? Dus waarom zou je het niet delen als het sommige mensen misschien helpt om buiten dat kleine hokje geïnspireerd te raken en de droom levend te houden?’

Soms klimt hij met zijn vriendin Brette Harrington, maar vaak trekt hij ook zijn eigen plan, klimmen geeft de ADHD hebbende Leclerc ‘clarity, calmness and control’. En de prachtige beelden van betoverende besneeuwde bergen tonen dat ook; we zien Leclerc van bovenaf, en kijken de oneindige afgrond in. Het is stil, we horen alleen het geschraap van de pikhouwelen, en de adem van Leclerc. Rustig en kalm, zonder angst, bijzonder comfortabel ogend – niet als iemand die zijn leven waagt – klimt hij aan een dun stuk ijs omhoog. Zijn handen langzaam en precies bewegend, iets dat hij geleerd zou hebben vanuit zijn jeugd, vanwege onhandigheid in zijn handen, en een onduidelijk handschrift.

The Alpinist

Gewaagd
Leclercs beklimmingen worden steeds gewaagder, andere klimmers vragen zich af of hij voorzichtig genoeg is, en doorheeft wat ie doet. Hij besluit naar Patagonië af te reizen, om daar Torre Egger te beklimmen. Dat hij wel degelijk weet wat voor gevaren het klimmen met zich meebrengt – soloklimmen is het meest dodelijk – blijkt als hij de avond voor de beklimming van Torre Egger gevraagd wordt naar een speciaal dieet. Dat heeft hij niet, maar hij eet bewust, alsof het zijn laatste maal is.

Er zijn maar weinig alpinisten zo goed op zo’n jonge leeftijd. Rosen: ‘Vaak zijn de beste alpinisten in de veertig omdat het lang duurt om de vereiste kwaliteiten en kennis te beheersen.’ Echter Leclerc is een ijzersterke klimmer. Bovendien weet hij het weer en de sneeuwcondities te lezen, kent hij zijn materiaal en heeft hij de juiste mindset voor het beoefenen van deze sport. The Alpinist is luchtig en comfortabel in het begin, intrigeert vooral in het tweede deel en eindigt krachtig.

 

18 februari 2022

 

ALLE RECENSIES

IDFA 2021 – Deel 8: Experimentele films

IDFA 2021 – Deel 8: 
Experimentele films

door Bob van der Sterre

Films die iets anders willen laten zien, zijn bij IDFA in de minderheid. De meerderheid zijn conventionele docu’s over mensen of maatschappelijke thema’s. Een goed voorbeeld van geslaagd experiment was vorig jaar New Gods. Zo’n film was er dit jaar niet maar er waren wel aardige andere experimentele films. 

Voor we overgaan tot de films eerst nog een terugblik op het festival dat zaterdag eindigde. Wederom speelde corona een hoofdrol. Nog niet zo in de films – lees het stuk Films in tijden van corona – maar wel in de programmering. Deze IDFA koos voor een grotendeels fysiek programma. In coronatijden blijft dat een groot risico. Tijdens het laatste weekend van het festival kwam het nieuws over de nog besmettelijker omikronvariant. Dat kwam bovenop de stijgende besmettingen en de herinvoering van lockdowns. Voor vandaag (zondag) werden alle voorstellingen geannuleerd.

Het hybridefestival is denk ik (voorlopig) het festival van de toekomst. Een 1 op 1 virtueel programma lijkt nog niet haalbaar door de filmrechten. Ernaar streven is toch wel verstandig voor de meeste filmfestivals momenteel, willen ze zich door deze coronacrisis heen slepen. Ik heb zelf meer dan de helft van de films niet kunnen zien omdat ik geen zin heb in overbodig reizen en films fysiek bezoeken als de besmettingen toenemen.

Nu waren slechts elf publieksfilms online te zien en moest ik het doen met de persbibliotheek, waar gelukkig veel te vinden was, maar niet alles. De spoeling leek me hierdoor wat dunner dan normaal. Dat kan ook bedrieglijk zijn omdat ik niet alles heb gezien wat ik had willen zien. Aan de andere kant ben ik ook elke keer weer blij dat er ondanks de coronacrisis nog steeds films worden gemaakt en ik ondanks de crisis nog festivals kan ‘bezoeken’.

Kunnen we volgend jaar voor eerst sinds 2019 zonder coronagedoe het festival bezoeken? Laten we het hopen!

 

Pele (Skin)

Pele (Skin)
Graffiti is al sinds de Romeinen een middel om je te uiten. Graffiti evolueerde de afgelopen decennia in street art. Vroeger dacht je van een groot wit gebouw: waarom maken ze daar geen kunst? Ach, de mensheid… Toch verandert er soms wel iets ten goede. Nu zie je een enorm stuk street art op die plek en het verbaast je niet eens meer. Ook de Braziliaanse stad Belo Horizonte staat er vol mee.

Pele laat de mooiste street art zien van Belo Horizonte maar is meer dan een parade van straatkunst. De film vertelt ook een verhaal. Het verhaal van de mensen die hun wanhoop op muren uiten. Ze schrijven over politiek, milieu, racisme, homohaat, misdaad, drugs. Van wanhopig tot kwaad, van ironisch tot simplistisch. Daarbij hoor je geluiden van bijvoorbeeld demonstraties. Maar ook minder politieke onderwerpen als muziek, kunst en die typische ‘filosofische’ grapjes van street art komen aan bod: Destroy your ego before it destroys you. Of: Wander in wonder.

Met het beeld van de street art pakken we toevallig opduikend Braziliaans straatleven mee. Mensen die bij de street art capoeira dansen, yoga doen, parkour oefenen, selfies maken, of gewoon zitten niksen. Het wordt niet Braziliaanser dan een dansfeest op straat waarbij jong en oud, zwart en wit door elkaar dansen.

Eenvoudige maar ook fraaie documentaire van Marcos Pimentel, voor iedere street artliefhebber sowieso een must. Een ode aan de vele anonieme straatkunstenaars ter wereld. Misschien is er al eerder zo’n soort film gemaakt in een andere grote stad maar ik ken het niet.

 

Users

Users
Een machine wiegt een baby. Iemand haalt met een machine containers vanaf een schip. Machines reinigen water. Een geautomatiseerd systeem van planten die ondergronds geteeld worden. Megaterreinen met zonnepanelen. Een zwemmer die in een zwembad tegen de stroming in zwemt (en op dezelfde plek blijft zwemmen). Olieraffinaderijen. Bosbranden. Goederentreinen. Fabrieken. Internetkabels op de bodem van de oceaan.

Af en toe hoor je iemand iets zeggen: ‘Er zijn genoeg kabels op de oceaanvloer om de aarde 30 keer te omwikkelen.’ Dan zien we een kind een game spelen.

De film (of video-essay) van Natalia Almada toont prachtige beelden (veel symmetrie en dronebeelden) ondersteund met aangename dromerige muziek, die je in een kalmerende sfeer brengt, zozeer dat ondergetekende er twee keer bij in slaap viel. Het is een truc die al sinds Koyaanisqatsi (1982) regelmatig wordt toegepast in documentaires. De film doet me ook een beetje denken aan films van de in 2014 overleden Michael Glawogger, bekend van Megacities en Workingsman’s Death. Toch is het ook heel anders. Glawogger richtte zich op de beelden en Almada wil een verhaal vertellen. Daarnaast laat Almada ook haar gezin zien, zoals haar zoon die in deze technologische tuin opgroeit.

Wat ik wel mis, is de pointe van dit alles. Het gaat over de relatie tussen mens en technologie, dat is duidelijk, maar de combinatie van de beelden is mij te lukraak om hier wat zinnigs uit te halen. Mooie beelden, dunne inhoud.

 

All Light Everywhere

All Light Everywhere
Het bedrijf Axon maakt tasers en bodycamera’s. We krijgen een rondleiding in het bedrijf. En volgen een presentatie over de bodycamera bij de politie. Tegelijk volgen we een ander bedrijf dat als Google Maps in real time een stad in de gaten kan houden (Baltimore). Hij probeert de Baltimorianen voor zijn idee te winnen maar niet iedereen ziet het zo. ‘Het was een heftige avond. Maar dat kan ook komen omdat er camera’s aanwezig waren.’

Dat is nog niet alles. We kijken naar duiven die vliegen met camera’s om. We schakelen over naar een wetenschappelijk onderzoek, waarbij breingolven van mensen worden gevolgd om te zien waar ze naar kijken. We zoomen ook uit en leren over de uitvindingen die hieraan vooraf gingen. Dat er al bewegend beeld van Venus was voordat de Lumière-broers hun films maakten. Mensen vatten die bewegingen toen niet maar het waren de beelden zelf die voor ‘vervuiling’ zorgden. Ook uit die tijd: een camera die werkte als een mitrailleur (handen omhoog… voor de foto). Mug shots werden al in de 1840’s bedacht en later werden er ook afmetingen en maten en vingerafdrukken aan toegevoegd om het toeval meer uit te sluiten. ‘Een choreografie tussen politieagent, vastzittende persoon en wetenschappelijke instrumenten.’

De rol van camera’s voor onze eigen veiligheid, daar gaat dit documentaire-essay over. Maar het is niet de zoveelste journalistieke documentaire (gelukkig). Dit is beschouwelijker: wat zien we eigenlijk als we iets zien? Want er is ook materiaal buiten beeld, zoals de bodycam de agenten zelf niet laat zien. Waar gaan we zelf de grenzen leggen? Axon geeft zelf een impressie van de politie in de toekomst, met drones, camerabrillen, je trekt je pistool en de camera gaat automatisch lopen. Zorgen? Hoezo? Het is immers voor je eigen veiligheid! Elk gesprek over beelden eindigt bijna in een ruzie tussen voorstanders (meer veiligheid) en tegenstanders (minder privacy).

De ambitieuze film van Theo Anthony heeft een sterke visuele visie en een geslaagde soundscape-achtige soundtrack. Een film over beeld biedt ook veel mogelijkheden. Met een bodycam door een winkelcentrum lopen. Agenten tijdens de bodycam-presentatie sneaky filmen en hun mobieltjes zien checken (in splitscreens) op het moment dat de kracht van het beeld wordt uitgelegd. En dat is de kern van de film: beeld is steeds alomtegenwoordiger en vrijwel niemand vindt dat echt prettig.

De beschouwelijke inslag bevalt me ook. De film neemt risico’s en niet alles pakt hierdoor even goed uit (de connectie tussen duiven, misdaad in Baltimore en beelden van Venus is misschien wat vergezocht; het stuk over de bodycam duurt te lang; de voice-over is te pretentieus). De makers hebben zelfs nog een stuk geschrapt, bekennen ze achteraf (het filmen van studenten die een film maakten waarbij ze zelf ook weer gefilmd werden).

Het is ook een film die je wel steeds een paar stappen voor is. Er is geen dystopisch rampscenario waar we heen koersen maar er zijn veranderingen. Dat is juist het punt: ik zie liever een film iets nieuws proberen en daarin niet helemaal slagen dan een conventionele film over camera’s in ons leven die je van voor naar achteren kunt voorspellen.

 

29 november 2021

 

IDFA 2021 – Deel 1: Four Journeys
IDFA 2021 – Deel 2: Young Rebels
IDFA 2021 – Deel 3: Excentrieke karakters
IDFA 2021 – Deel 4: Invloedrijke rocksterren 
IDFA 2021 – Deel 5: Luchtige films
IDFA 2021 – Deel 6: Films in tijden van corona
IDFA 2021 – Deel 7: Nieuws uit WOII

 

MEER FILMFESTIVAL

IDFA 2021 – Deel 7: Nieuws uit WOII

IDFA 2021 – Deel 7: 
Nieuws uit WOII

door Jochum de Graaf

De Tweede Wereldoorlog is nog steeds hét ijkpunt voor onze geschiedenis. Ook na 76 jaar bevrijding komen er nog ieder jaar nieuwe films en documentaires uit. IDFA heeft er een speciaal thema van gemaakt: Nieuws uit WOII.

 

Babi Yar. Context

Babi Yar. Context
In 1952 besluit de gemeente Kiev dat er over het terrein industrieel afval geloosd mag worden. In later jaren verrijzen er flats rond het terrein. Daarna herinnert er nog maar weinig aan het ravijn vlakbij Kiev waar op twee dagen in september 1942 33.771 Joden door de nazi’s werden doodgeschoten.

In zijn kenmerkende, gedragen en uiterst zorgvuldige stijl laat Sergeij Loznitsa de beelden voor zichzelf spreken, het verhaal vertellen. In Babi Yar. Context zien hoe het zover gekomen is. Beelden van het uitbreken van de oorlog, de beschieting van de brug over de Dnjepr bij Kiev, de inname van Lvov (Lemberg) door de Duitsers, de toejuichingen van de plaatselijke bevolking voor de Wehrmacht, de enthousiaste ontvangst dat bevelhebber Frank ten deel valt.

De Joden werden als vijfde colonne, Sovjet-sympathisanten, gezien. Loznitsa toont verontrustende beelden van mensen die door hun buren worden geslagen, uitgekleed en door de straten gesleept. Na hevige gevechten wordt Kiev ingenomen en ook daar worden de Joden door zowel de bezetter als de plaatselijke bevolking als zondebok aangemerkt. Ze moeten zich melden bij de Ortskommandatur, gemakkelijk zittende kleding aandoen, op 29 en 30 september worden ze aan de rand van het ravijn gebracht en genadeloos neergeknald.

Een week later wordt er in Kiev een triomfantelijke parade gehouden, schokkend de klaarblijkelijke onverschilligheid van de duizenden toeschouwers, die toch geweten moeten hebben van de gruweldaad die zich in hun achtertuin afspeelde. Mei 1943 herovert het Rode Leger eerst Kiev en vervolgens Lvov en zien we hoe de bevolking de nieuwe bevrijders toejuicht. Kort daarop worden de eerste internationale journalisten in Babi Jar rondgeleid, in 1946 start het tribunaal.

We krijgen de indrukwekkende getuigenis van actrice Dina Pronicheva ,die zich vanaf 9 uur ’s ochtends in het ravijn schuil wist te houden om aan het eind van de middag langzaam door de berg lijken een weg omhoog te banen. We staren minutenlang naar de in eerste aanleg ontwijkende en vervolgens emotieloze bekentenis van soldaat Hans Isenmann dat hij iets van 120 Joden heeft vermoord.

En dan die niet minder schokkende beelden van de openbare executie van dertien schuldig bevonden oorlogsmisdadigers, de bungelende lijken op het centrale plein tegen de achtergrond van het verwoeste Kiev en de tienduizenden toegestroomde inwoners die daar getuige van zijn blijven nog wel even op je netvlies hangen.

In zijn beste documentaires als State Funeral, The Event en Maidan laat Loznitsa ons met zijn meesterlijke montage van lang verborgen archiefmateriaal de loop van de geschiedenis zien. Door zijn scherpe focus op verbazingwekkende, meedogenloze details komt de betreffende gebeurtenis vervolgens uiterst scherp tot leven. Babi Yar. Context heeft echter een veel minder sterke focus.

Ongetwijfeld heeft de terreurdaad van Babi Yar context nodig, maar in deze film waaiert die nogal breed uit. De bezetting en later weer herovering van Lvov en Kiev worden als een soort oorlogsreportages breed uitgemeten, van het ravijn krijgen we weliswaar zeer aangrijpend verstilde beelden te zien, maar het is eerder een bescheiden fotoreportage van na de gebeurtenis zelf. Babi Yar. Context is daarmee eerst en vooral een kroniek van de oorlog in de Oekraïne met Babi Yar als uitwas.

 

Three Minutes: A Lengthening

Three Minutes: A Lengthening
Zomer 1938 komen vijf Amerikanen op een vakantietrip door Europa in het Poolse Nasielsk terecht, een klein dorp ten noordwesten van Warschau met zo’n 7.000 inwoners, van wie 3.000 Joods. Ze schieten er een filmpje van drie minuten waarbij de inwoners zich voor de camera verdringen. Drie minuten over de belangrijke knopenfabriek met zijn Joodse eigenaren, over de ornamenten op de synagoge, de bakker, de handelslui, de winkels, de lommerrijke straten en pleinen; een doodgewoon Pools-Joods dorpje eind jaren dertig van de vorige eeuw.

In Three Minutes: A Lengthening ontleedt Bianca Stigter beeld voor beeld het filmpje. Wie zijn die mensen die zo vrolijk voor de lens verschijnen. Wat is de betekenis van het ornament boven de synagoge? Wat staat er in de korrelige letters boven de kruidenierswinkel? Meest navrant is het voorlezen van een ooggetuigenverslag van de deportatie van de Joden in december 1939, terwijl we kijken naar de anderhalf eerder opgenomen beelden van het marktplein waar ze zich moesten verzamelen.

Het telkens herhalen en inzoomen op de beelden is een procedé dat werkt. Steeds sterker dringt het besef door dat vrijwel niemand de holocaust heeft overleefd. In 1945 waren nog slechts 100 van de Joden van Nasielsk in leven.

 

Turn Your Body to the Sun

Turn Your Body to the Sun
Turn Your Body to the Sun vertelt het ongelooflijke verhaal van een Sovjetsoldaat van Tataarse afkomst die bijna vermalen werd door de wereldgeschiedenis. Tijdens de Stalin-terreur van de jaren dertig werden de Tataren naar Siberië gedeporteerd; toen de Duitsers de Sovjet-Unie binnenvielen werden ze gedwongen in het Rode Leger dienst te nemen. De vader van de in Amsterdam wonende schrijfster Sana Valiulana moest ook gedwongen dienst nemen in het Wolga-Tatarenbataljon dat aan het Oostfront een meedogenloze strijd tegen de Hitlertroepen uitvocht.

Nog voor de ommekeer bij de Slag om Stalingrad werden ze gevangen genomen en voor de keus gesteld: óf de dood óf overlopen naar de Duitse kant en aan de zijde van de Wehrmacht vechten. De meeste Tataren kozen voor dit offer they could not refuse en kwamen aan het Westfront terecht, in Frankrijk, Normandië. Na D-day worden ze krijgsgevangen genomen door de Amerikaanse en Canadese troepen en de vader van Valiulana kwam nu aan de geallieerde kant terecht waar hij als tolk werd ingezet. Tijdens de Conferentie van Yalta werd afgesproken dat alle krijgsgevangenen weer terug naar hun eigen land zouden gaan. Vader Valiulana keerde terug naar Moskou, waar hij onmiddellijk op transport werd gesteld naar de Goelag, een strafkamp diep in de toendra waar hij dwangarbeid verrichte bij winterse temperaturen van min 30. Pas na de dood van Stalin, in 1956, kwam hij vrij en kon dankzij een liefdesrelatie die per brief ontstond, nog iets van een familieleven opbouwen.

Aliona van der Horst, die op het vorige IDFA furore maakte met haar Liefde is Aardappelen, volgt Sana Valiulana op haar zoektocht naar haar vader, in de trein met haar zus op weg naar de Goelag, naar Perm in de Oeral, citerend en raadplegend de dagboeken die hij achterliet, het spoor terug volgend van de man die na de oorlog bleef zwijgen over wat hij had meegemaakt. Valiulana wil invulling geven aan wat ze alleen in het Nederlands kan aangeven als de ‘onvervuldheid’ van haar vaders leven.

Met een ingetogen montage, gebruikmakend van technieken als double-pass, inzoomen op en inkleuren van bijzondere archiefmateriaal geeft Van der Horst een sterke extra dimensie aan het verhaal. Bijna ondraaglijke beelden van de verschrikkingen en ontberingen van de strijd aan het front, de wrede en onmenselijke behandeling in de krijgsgevangenkampen en dan ook nog eens de miskenning en minachting die hen na de oorlog ten deel viel.

Turn Your Body to the Sun is een monumentaal eerbetoon aan de miljoenen krijgsgevangenen wier geschiedenis veel te lang verborgen bleven.

 

Housewitz
Avond aan avond kijkt Lous Hoogendijk, een excentrieke oudere vrouw in Amsterdam Zuid, naar treinreizen op tv – Rail Away, Die schönsten Bahnstrecken – een stuk of tien afstandsbedieningen in gevarieerde vorm van ouderdom onder handbereik. Het lijken op het eerste gezicht tamelijk gewone beelden: vrouw, tv kijkend in ruime woonkamer, met kat. Maar allengs wordt haar worsteling om te leven met haar oorlogstrauma meer en meer duidelijk.

In het huis is het een enorme chaos, ze kan bijna niets weggooien, dan komen herinneringen boven die te veel pijn doen. Tv kijken doet ze vooral ’s nachts om de nachtmerrie te ontwijken waarin ze niet meer weet hoe ze naar huis moet komen, net als op de dag dat ze als jong Joods meisje gedeporteerd werd.

Ze leest de brieven voor die ze vanuit het kamp schreef. In Westerbork was de goulash nog wel ok, in Theresienstadt was het eten uiterst beroerd. De vlektyfus en andere vreselijke ziekten, de ontmenselijking in het concentratiekamp. Geëmotioneerd vertelt ze dat ze het lot van haar vader en broer in de gaskamer voor zich ziet, hoe oneerlijk het is dat haar  broer, ‘zo’n mooie jongen’, vermoord is en zij de oorlog wel overleefde.

Tientallen jaren is ze het huis niet meer uit geweest, haar kinderen zorgen voor haar. Dochter Oeke Hoogendijk, documentairemaker van onder andere het veelgeprezen Het Nieuwe Rijksmuseum en Mijn Rembrandt, belt haar moeder iedere dag, soms een paar keer: ‘Ja daar ben ik’. ‘Ja, ik ook’. Het zijn vaak tragikomische gesprekken, ‘Kamperen? Gaan jullie weer kamperen? Nou dat is aan mij niet besteed, ik zit de hele dag al in het kamp’. Met mondaine hoed en zonnebril kan ze in de tuin helemaal losgaan op de house van DJ Tiësto, dat heeft een kalmerende werking op haar gemoedsrust.

Oeke Hoogendijk speelde al lang met het idee om het leven van haar moeder in de schaduw van de Holocaust te verfilmen en weet haar daarvan te overtuigen. Maar al na een paar weken gooit ze de cameraploeg het huis uit, ‘ik voel me op m’n best wanneer ik alleen ben’. Dochter Oeke laat webcams installeren, wat als bijkomend gevolg heeft dat het portret nog aan diepgang wint. Hoe ze door het huis rommelt, de kat toespreekt, midden in de nacht diep onder de dekens naar de radio gaat luisteren, veel in zichzelf praat, de eerlijkheid van het verdriet combinerend met haar scherpe gevoel voor humor.

Housewitz, met die fijne dubbelzinnige titel, vindt een knappe balans tussen het opspelende leed van de kampherinneringen, afgewisseld met de mentale rust van eindeloze treinreizen op tv.

 

28 november 2021

 

IDFA 2021 – Deel 1: Four Journeys
IDFA 2021 – Deel 2: Young Rebels
IDFA 2021 – Deel 3: Excentrieke karakters
IDFA 2021 – Deel 4: Invloedrijke rocksterren 
IDFA 2021 – Deel 5: Luchtige films
IDFA 2021 – Deel 6: Films in tijden van corona
IDFA 2021 – Deel 8: Experimentele films

 

MEER FILMFESTIVAL

IDFA 2021 – Deel 6: Films in tijden van corona

IDFA 2021 – Deel 6: 
Films in tijden van corona

door Bob van der Sterre

Als er iets was wat onze levens wereldwijd beïnvloedde de afgelopen twee jaar, was het wel het coronavirus. Toch verrassend weinig films over corona tijdens deze IDFA. Alleen de film The Great Abandonment ging echt volledig over het coronavirus (in India). Maar die kon ik niet zien (er was geen online persvoorstelling). Wel waren er nog drie films die iets indirecter over het virus gingen.

 

The Home Front

The Home Front (A Journey in Italy with Domenico Quirico)
Domenico Quirico is een journalist die vaak oorlogsgebieden bezocht. Nu reist hij heel Italië door. Zijn vraag: is er humanisme? Paola Piacenza filmt hem. Als corona uitbreekt, verandert dat de opzet van de hele documentaire en moet ineens overal anderhalve meter worden aangehouden.

Een documentaire voor de zondagochtend. Espresso, een dolce, en dan twee uur rustige televisie. Een must voor de Italië-liefhebber. Want je ziet alle regio’s, alle soorten mensen en allerlei situaties. We zien een apotheek in Milaan, een school in Sicilië, een voedselbank in Aosta, een vluchtelingencentrum, een camper-locatie voor daklozen, een fabriek in Turijn.

Aan de ene kant de klassieke ‘fly on the wall’ filmbeelden van de diverse locaties. Aan de andere kant houdt Quirico lange gesprekken met deze en gene. Een eigenaardige combinatie. Die soms langdradige interviews hadden wel wat vlotter gemonteerd kunnen worden.

Toch biedt de documentaire sterke stukken die het de moeite waard maken. Het gesprek met de ooit rijke ex-danser die nu een triest leven vol pijn en dakloosheid leeft. De Siciliaanse klas die discussieert over de maffia. De medewerker van een fabriek die ijskoud zegt dat er sinds 1989 niemand meer is aangenomen. En natuurlijk het coronavirus, dat als het ware halverwege in de documentaire duikt. Wat een impact had en heeft dat op het leven. De apotheker levert nu alleen bij de deur, leerlingen krijgen virtueel les, stations zijn leeg, voedsel wordt afgeven in plastic zakjes. En ineens overal mondkapjes. Een goede documentairemaker gaat denk ik mee met wat er gebeurt op dat moment.

Al met al een half geslaagde film.

 

Searchers

Searchers
Deze film gaat over liefde in tijden van corona (naar analogie van het beroemde boek van Gabriel Garcia Marquez Liefde in tijden van cholera). Want dat is wat het is. Mensen in New York die daten in coronatijden. We zien ze swipen, appen, online formulieren invullen, profielen bekijken en horen ze praten over hun ervaringen.

Een parade van kleurrijke personen (de vrouw van 88 die geen mannen ouder dan 70 wil daten), de transgender die twee partners heeft, de man die een spreadsheet gebruikt voor zijn dates, de broers die van meningen verschillen over de strategie. We zien homoseksuelen, heteroseksuelen, transgenders.

De New Yorkers praten over allerlei thema’s die bij het daten komen kijken. Denk aan het taalgebruik, ontmoetingen, oppervlakkigheid, seksualiteit, profielen doorgronden. ‘Het is hard werk, helemaal niet leuk.’ En dan blijkt ook regisseur Pacho Velez op zoek naar liefde.

Verrassend vermakelijk. New Yorkers zijn een kleurrijk volk, dat is een open deur. Deze documentaire bewijst dat maar weer eens te meer, nota bene met interviews met ‘gewone New Yorkers’. Ze zijn vaak openhartig, grappig en bijdehand. Ook hier speelt corona een belangrijke bijzaak. Het gebruik van datingapps neemt in deze tijden alleen maar toe. Dat de regisseur zichzelf in het verhaal betrekt, is normaal gesproken een beetje een faux-pas. Het maakt deze gesprekken met de liefdeszoekers vermoedelijk wel wat opener.

 

The Facility

The Facility
Een stuk minder opgewekt is The Facility. Deze film gaat over immigranten die zijn opgesloten in detentiecentra. Ze wachten op het vervolg van hun zaak. Dat kan ook in vrijheid maar de overheid heeft besloten om ze op te sluiten. Aldaar horen ze de eerste berichten over de pandemie.

Journalist Seth Freed Wessler heeft via Skype contact met twee personen die er opgesloten zitten: Nelson en Andrea. Als je opgesloten zit, hoor je niet graag dat een virus zich overal verspreidt. Je kunt immers geen kant op. Maar de immigranten mogen alsmaar niet buiten hun zaak afwachten. Het wordt penibel als bij een ander detentiecentrum een overlijdensgeval door het coronavirus is. En dan is er nog een andere misstand…

Corona was wereldwijd en ik denk dat het nog wel een tijdje gaat duren voor we dat echt beseffen. Met al dat gepraat over bubbels vergeet je bijna dat iedereen in zijn eigen coronabubbel leeft. Documentaires kunnen deze bubbel opheffen maar voorlopig zien we er nog niet veel van. Ik had echt een hausse van films verwacht. Waar zijn de journalistieke onthullingen? Er was drama genoeg het afgelopen jaar. Misschien komen er nog wel meer films over dit onderwerp. Goede reflectie kost tijd.

 

28 november 2021

 

IDFA 2021 – Deel 1: Four Journeys
IDFA 2021 – Deel 2: Young Rebels
IDFA 2021 – Deel 3: Excentrieke karakters
IDFA 2021 – Deel 4: Invloedrijke rocksterren 
IDFA 2021 – Deel 5: Luchtige films
IDFA 2021 – Deel 7: Nieuws uit WOII
IDFA 2021 – Deel 8: Experimentele films

 

MEER FILMFESTIVAL

IDFA 2021 – Deel 5: Luchtige films

IDFA 2021 – Deel 5: 
Luchtige films

door Bob van der Sterre

Het aantal luchtige films op IDFA 2021 is dit jaar op een hand te tellen. Toch zijn ze er gelukkig, is niet alles maar doffe ellende.

 

The Balcony Movie

The Balcony Movie
Zoals ik al schreef bij de 30 Filmtips van deze IDFA, is dit de meest Kossakovsky-achtige film op het festival die niet van Kossakovsky is. En dat is een compliment. Het is een film waarvan maker Pawel Lozinski vermoedelijk ook niet precies wist wat het zou worden. In het begin (maar dat kan ook de montage zijn) hebben mensen nog geen zin in geen vragen als: ‘Wat vind je het belangrijkste in het leven?’ en ‘Ben je mijn held?’ Als hij die concepten overboord gooit en gaat praten met mensen, begint de documentaire te lopen.

De film lijkt op vooral Kossakovsky’s werk, vooral Tishe! (2002). Maar is toch anders. Want Kossakovsky filmde alleen en Lozinski gaat aldoor in gesprek.

In plaats van filmen uit een Sint-Petersburgs raam, is dit een Warschause straat en een camera op een balkon. En dan mensen overvallen met de vraag hoe het ermee gaat. Meer is deze film niet en het levert toch een paar prachtige, aandoenlijke opnamen op. Je ziet dat mensen vaak te kort komen aan aandacht en deze kans aangrijpen om hun verhaal te vertellen. De gay die moest doen alsof zijn partner zijn broer was. De vrouw die er een eind aan wil maken. De verlegen vrouw die zichzelf verbaast door terug te praten ‘ook al weet ze niet precies wie ze is’. En natuurlijk een paar vaste personen: een ex-bajesklant, een bijdehante oudere vrouw, een straatveegster.

Het is geen film die je kunt plannen en houdt dus enig risico in: misschien wordt het wel niets! Juist daardoor kan het soms erg verrassen. Het is spijtig dat maar weinig regisseurs en producenten van documentaires zulke gokken wagen. Soms kan een simpel idee beter uitpakken dan de meest pretentieuze film. Deze film is namelijk net zoiets als series met beroemdheden in taxi’s: het is herhaalbaar. Misschien nog ooit een vervolg op balkons in Rio de Janeiro, Mombasa, Jakarta.

 

Set!

Set!
Humoristische documentaires, het is een kunst apart. Kies voor grappige montage, presenteer je hoofdrolspelers op vermakelijke manier (koeienletters in beeld: ‘the artist’, ‘the dreamer’, ‘the veteran’), en wat ook altijd werkt: een curieus wereldje als thema. Zoals tafeldekken voor prijzen.

In Set! draait alles om het winnen van een beige vaantje: de best-of-show tijdens een wedstrijd tafeldekken in Orange County. Het is niet zomaar tafeldekken: kroonluchters, opgezette dieren, condooms: zomaar wat voorbeelden van wat er op tafel komt. Creativiteit is belangrijk om de juryleden mee te imponeren. De concurrentie is moordend want vrijwel iedereen is maanden bloedserieus bezig met de tafel en iedereen denkt te kunnen winnen. Het moet allemaal op de millimeter nauwkeurig. Maar de smaak van de juryleden blijft onpeilbaar.

Deze film van Scott Gawlik (die alles deed, tot en met de montage) kijkt makkelijk weg. De portretten van de deelnemers zijn vermakelijk (de bitchy kunstenares, de lieve Timothy, etc.). Ze stellen zich allemaal open op en dat is ook prettig voor de docu. Tegelijk wordt de valkuil van leedvermaak vermeden want er is veel respect voor de deelnemers. Ze doen hun verhaal, tonen hun kwaliteiten, geven hun mening. Best-of-show in de categorie feelgood van deze IDFA? Ik denk het wel.

 

Where Are We Headed

Where Are We Headed
De Moskouse metro. Eigenlijk hoef ik niet meer hoeven schrijven. Dit is wat deze film van een uur inhoudt: observaties in de Russische metro. Gesprek tussen jonge vrouw en oudere man (verkleed als Grootvadertje Vorst) over de Russische ziel. Man die met kat op zijn hoed de metro pakt. Scène als een man aan een champagnefles in de metro lurkt, tot ongenoegen van partner. Jongeren die tijdens Kerst door het station dansen. Vrouw die een beeld aldoor wil aanraken maar onderbroken wordt door toeristen. Vol station tijdens veteranendag. En meer voortreffelijke, korte portretten van mensen. Oude man die vingers in oren doet bij het arriveren van een metro. Man in metro die in yogahouding in slaap valt.

Soms is het ook wat grimmiger. Een ballonnenverkoper die probeert vol te houden maar uiteindelijk gearresteerd wordt. Luchtvaartfans die in de metro Amerikaanse soldaten proberen uit te dagen. Een klein clubje jongeren waarvoor circa vijftig politieagenten op de been zijn. Toch vooral een vermakelijke, vriendelijke film van Ruslan Fedotow. Als een luchtig tussendoortje.

 

The Grannies

The Grannies
Deze korte film is vooral leuk voor als je de game Red Dead Redemption II kent. Dit Australische viertal kon een poosje door een bug naar een ‘andere wereld’. Dat is de wereld waar game-technisch niets meer klopt. Een surrealistische wereld met vliegende rotsblokken, diep water waarin je blijft vallen, bergen waar je onderdoor kunt kijken, piramides. In feite (denk ik) kladjes van de game-ontwerpers die ze hebben laten zitten omdat je er (in principe) niet kon komen.

Deze vier Australiërs konden er geen genoeg van krijgen en vonden er ook het plezier in de gevoeligheid van hun eigen persoonlijkheden terug. Je moet immers wel dezelfde smaak hebben om dit met een clubje te ontdekken. Vermakelijk niemendalletje en eindelijk eens een docu voor gamers.

 

27 november 2021

 

IDFA 2021 – Deel 1: Four Journeys
IDFA 2021 – Deel 2: Young Rebels
IDFA 2021 – Deel 3: Excentrieke karakters
IDFA 2021 – Deel 4: Invloedrijke rocksterren 
IDFA 2021 – Deel 6: Films in tijden van corona
IDFA 2021 – Deel 7: Nieuws uit WOII
IDFA 2021 – Deel 8: Experimentele films

 

MEER FILMFESTIVAL

IDFA 2021 – Deel 4: Invloedrijke rocksterren

IDFA 2021 – Deel 4: 
Invloedrijke rocksterren

door Jochum de Graaf

Muziek behoort niet tot de hoofdthema’s van het IDFA, al doet de publiciteit voor de hoogmis voor Hallelujah: Leonard Cohen, a Journey, a Song misschien anders vermoeden. Maar over het leven en werken van een aantal van de grootste en invloedrijkste rocksterren is in de zijlijn van het festival een aantal interessante documentaires te zien. 

 

Market Screening: Velvet Underground

Market Screening: Velvet Underground
Het sterke aan deze veelgeprezen documentaire van Todd Haynes (vooralsnog alleen via Apple TV te zien) is dat die niet in een nostalgische terugblik verzandt, maar de groep in het perspectief van zijn eigen tijd plaatst, het Amerika, beter nog het New York, van eind jaren zestig. En dan in vooral cultureel opzicht, de opkomst van de experimentele cinema, avant-garde kunst, minimalistische muziek, popart, de grote invloed van Andy Warhol met zijn legendarische atelier The Factory.   

Market Screening: Velvet Underground zet ook het beeld recht dat Lou Reed de absolute hoofdrolspeler in de band was. John Cale vertelt zeer lucide, maar ook ingetogen, hoe hij als leerling van de minimalistische componist La Monte Young zijn kennis van de muzikale avant-garde inbracht, hoe hij op zoek naar een soort ‘natuurlijke harmonie’ beïnvloed werd door de close-harmony van The Everly Brothers en in de trance-achtige gitaar-riffs van Bo Didley de herhaling van eenvoudige minimale muzikale motieven herkende.

Lou Reed stelde daar de rauwe werkelijkheid van het grotestadsleven met een passie voor rock-‘n-roll tegenover. Zijn teksten over sadomasochisme, transseksualiteit, orgies, huiselijk geweld en veel over drugs waren voor die tijd ongekend.

The Velvet Underground werd gekenmerkt door de energie die ze aan hun negativisme wisten te ontlenen, ze zetten zich af tegen alles wat ze niet beviel. Drummer Maureen Tucker, naast Cale de enige overlevende van de oorspronkelijke bezetting, verhaalt sardonisch over de keer dat ze voor een aantal concerten naar de West Coast gingen en daar met de flowerpower-cultuur geconfronteerd werden. Die hippies! Met bloemen in hun haar! Dat je denkt dat je daarmee de vrede op aarde voor elkaar denkt te krijgen.

Haynes laat goed zien hoe The Velvet Underground kon uitgroeien tot de band die de popmuziek blijvend veranderde. Zonder The Velvets geen underground. En hij brengt het met de technieken van de alternatieve cinema uit die tijd fraai in beeld, splitscreens van spetterende optredens van rocklegendes als Jerry Lee Lewis, commentaar van invloedrijke tijdgenoten als Allen Ginsberg, Bob Dylan, New Yorkse straatbeelden en de scene rond 42nd Street, waar het allemaal gebeurde eind jaren zestig.

Anderzijds is Market Screening: Velvet Underground iets te veel een typisch Amerikaanse documentaire met een reeks pratende hoofden, bekende en minder bekende figuren uit de entourage van de band, als Jonas Mekas, John Waters, Doug Yole, Jackson Browne, Jonathan Richmond, de zus van Lou Reed  die mooi uitgekaderd tegen een achtergrond in beeld worden gebracht, maar het was toch mooier geweest wanneer de ontwikkeling van de band geschetst was aan de hand van de optredens, repetities, party’s waar toch ook genoeg archiefbeelden van zijn.

 

Songs for Drella

Songs for Drella
I don’t wanna see a camera’, zei Lou Reed tegen regisseur Ed Lachman, ‘niet op het podium en ook niet als ik de zaal in kijk’. Lachman was gevraagd om het concert dat Lou Reed en John Cale van hun net verschenen legendarische album Songs for Drella te registreren. Lachman verzon een list, ‘kan ik dan de repetities filmen’, en dat was goed, knikte Reed. Dertig jaar na dato zijn de 16mm opnamen in een prachtige 4K-restauratie uitgebracht.

Nog weer twintig jaar eerder was de samenwerking tussen Reed en Cale in The Velvet Underground beëindigd, drie jaar na de dood van hun mentor en manager Andy Warhol in 1987, kwamen ze kort bij elkaar om Songs for Drella op te nemen en een aantal concerten te geven. Songs for Drella is een oprechte, scherpe en eerlijke verkenning van het leven, de dromen, eigenaardigheden, angsten, wanen, aspiraties van Warhol. Het nummer Work, waarin zijn onstuitbare arbeidsethos wordt beschreven, Trouble With Classicists dat Warhols dedain voor egotrippende kunstenaars beschrijft en de slotsong Hello It’s Me waarin Reed zijn diepe spijt betuigt over de onvolwassen manier waarop hij met Warhol gebroken heeft: ‘I wish I’d talked to you more when you were alive’. De neiging om na ieder nummer applaus te geven.

Lachman heeft het sterk sober in beeld gebracht, afwisselend zwart-wit dan weer kleur, een enkel beeld als achtergrond, in-  en uitzoomend op Cale en Reed afzonderlijk, de kale setting op het podium met vleugel, keyboard, viool, gitaren, stoel, gitaar. Beelden, perfect passend bij de soms ingetogen minimalistische muziek, de melodieuze pianopartijen van Cale, maar ook bij de expliciete rock-‘n-roll de soms oversturende gitaarpartijen van Reed.

Songs for Drella als documentaire is vooral ook een verkenning van de dynamiek tussen Reed en Cale, de twee giganten die daarna nooit meer met elkaar zouden optreden.

Mocht de gelegenheid zich voordoen, dan is aan te raden om Market Screening: Velvet Underground en Songs for Drella na elkaar te zien, dan is het beeld van de geschiedenis van een van de meest vruchtbare en invloedrijke samenwerkingen uit de popgeschiedenis compleet.

 

Jagged
Van Jagged Little Pill, het album waarmee Alanis Morissette in 1995 de wereld veroverde, zijn inmiddels 33 miljoen exemplaren verkocht, het was het op een na best verkopende album van de jaren negentig en het staat in de ranglijst aller tijden vooralsnog op een twaalfde plaats.

Jagged vertelt het verhaal hoe het zo ver gekomen is. Morrisette was op 15-jarige leeftijd al een popster in Canada, had twee albums met licht verteerbare dancepop uitgebracht, voor ze in 1994 producer Glen Ballard ontmoette. Ze wilde rauwer, ongepolijster klinken en de samenwerking bleek een perfecte match. In een jaar tijd, februari 94 tot februari 95, schreven ze in twintig dagenlange sessies evenzoveel nummers. Een rondgang langs de grote platenlabels leverde niets op, uiteindelijk konden ze een contract tekenen bij Maverick Records, waar ook Madonna bij zat. Het meest vooraanstaande rockstation van LA pikte de single You Oughta Know op en de rest is geschiedenis.

You Oughta Know was een oerkreet, werd het lijflied van iedereen die wel eens gedumpt is. Ook zes andere singles, waaronder het iconische Ironic werden wereldhits. Het is de tijd van de grunge, garagerock, de reactie op de wat lauwe new wave van begin jaren negentig. En het illustreerde de onstuitbare opkomst van zelfbewuste vrouwelijke popsterren, de women power van artiesten als Madonna.

Jagged begint met een knap gemonteerde reeks fragmenten van optreden waarbij Analis met dat lange rechte haar in T-shirt en donkere spijkerbroek, haar teksten de zaal in slingert. De elektriciteit van die opkomst, het publiek dat in extase de teksten woord voor woord meezingt. Dit is niet alleen een concert, hier wordt ook een statement verkondigd. Een statement over alle zaken waar vrouwen vanaf dat moment niet langer meer over zullen zwijgen: vernedering, verachting in de liefde, de woede daarover, het opkomen voor hun rechten.

Ruggengraat van de film is een uitgebreid interview waarin Alanis terugblikt op die komeetachtige carrière. Gezeten in haar immense bibliotheek – kennelijk leest ze tegenwoordig nogal veel boeken – analyseert ze haar eigen rol als toch wel erg jonge vrouw die met alle uitwassen van de masculiene popwereld wordt geconfronteerd. In bedekte termen laat ze doorschemeren dat ze uit haar vroege carrière eetstoornissen heeft overgehouden, ze ergerde zich steeds meer aan haar rol van popprinses en hoe ze zich uit dat keurslijf wist te bevrijden. Uitgebreid verhaalt ze over het leven in de toerbus, de tol van de roem tijdens de promotietournee voor Jagged Little Pill die achttien maanden duurde en haar over de hele wereld bracht.

Misschien jammer dat ontbreekt wat er in de jaren daarna gebeurde, het had de film nog meer reliëf kunnen geven, waarom ze nooit meer die grote hoogte van 1995 bereikte en hoe ze daar mee omging.

Alanis zelf is ontevreden over de film en wil aan de promotie niet meewerken, omdat volgens haar sommige feiten en implicaties – vermoed wordt het openhartige verhaal over seksueel misbruik – in werkelijkheid veel genuanceerder liggen.

 

Listening to Kenny G

Listening to Kenny G
I’m  not a personality, I am a sound’, zegt Kenny G al ergens aan het begin van de documentaire. Het is een perfecte samenvatting van wie hij is. Over zijn persoonlijk leven komen we, behalve dat hij twee zoons heeft, verder niet veel te weten. Listening to Kenny G laat de onstuimige opgang van de meest verkopende instrumentalist ter wereld zien, en dan met name zijn hoogtepunt in de jaren negentig. 75 miljoen albums heeft hij verkocht, in de VS, Latijns Amerika, Azië en vooral China is hij  immens populair, miljoenen Chinezen luisteren nog dagelijks onderweg naar huis het nummer Coming Home. Zijn muziek klinkt op de roltrappen in winkelcentra, zijn populaire deuntjes luisteren menig bruiloft op , bekend zijn de verhalen van ouders die vertellen dat hun kinderen op een nummer van Kenny G zijn verwekt. En Kanye West vroeg hem om bij wijze van verrassing voor Kim Kardashian op Valentijnsdag op te treden.

Er is dus kennelijk een groot publiek voor, mensen in de rij voor een concert in de Blue Note Club, drie meisjes uit Puerto Rico, die drie dagen onderweg waren, het echtpaar dat elkaar vond op de tonen van zijn grootste hit Silhouette, de moeder en zoon  ook al uren in de rij voor een ticket hebben gestaan waarbij de zoon alle kritiek op Kenny G wegwuift met het argument dat zoveel miljoenen fans over de hele wereld het niet fout kunnen hebben.

Naast lof is er kritiek. Jazzcritici, muziekwetenschappers, en zeker serieuze jazzmuzikanten moeten niets hebben van de platte populaire deuntjes, dat soort ‘easy listening’, ‘smooth jazz’. Met echte jazz heeft het maar weinig te maken, ‘muzikaal behang, ‘een zakelijke poging om me te kalmeren’, ’dit is geen seks, dit is masturbatie’, zo klinkt het. Jazzgitarist Pat Metheny brandt hem tot de grond toe af, Kenny G is volkomen ‘crap’.  Maar Kenny zelf heeft er weinig last van, hij gaat onverdroten zijn eigen gang en neemt het met de nodige humor en zelfrelativering voor kennisgeving aan.

Go for it schrijft hij als levensmotto op de muur van de high school in Seattle waar hij zijn opleiding genoot, en vervolgens practice, practice, practice!  Volgens eigen zeggen wordt hij nog iedere dag beter doordat hij is blijven oefenen.

Penny Lane, omineuze naam voor een maakster van muziekdocumentaires, heeft met mooi archiefmateriaal en goede montage een charmant portret van hem gemaakt.

 

26 november 2021

 

IDFA 2021 – Deel 1: Four Journeys
IDFA 2021 – Deel 2: Young Rebels
IDFA 2021 – Deel 3: Excentrieke karakters
IDFA 2021 – Deel 5: Luchtige films
IDFA 2021 – Deel 6: Films in tijden van corona
IDFA 2021 – Deel 7: Nieuws uit WOII
IDFA 2021 – Deel 8: Experimentele films

 

MEER FILMFESTIVAL