Free Range

****

recensie  Free Range

Een eerlijk mens faalt nooit

door Ralph Evers

Free Range is een eigenzinnige film uit een weinig bekend land, Estland. Een verborgen juweeltje. De film volgt een schrijver die zijn leefwijze ter discussie stelt en uiteindelijk in anarchie een nieuwe richting in zijn leven vindt. 

Fred, de hoofdpersoon, is een hedonistische romanticus. Hij weigert ook maar een millimeter toe te geven aan de knechten van het systeem. Hij ademt een vrijheid en autonomie, die hem voortdurend in de problemen brengt. Hij leeft samen met zijn zwangere vriendin en hij is net ontslagen als filmcriticus. De film is een ode aan de Beat Generation, bestaande uit een groepje Amerikaanse schrijvers als Jack Kerouac, William S. Burroughs, Allen Ginsberg en Carl Solomon. Je zou ze nog het best omschrijven als romantische rebellen. 

Recensie Free Range

Bravoure ademt Free Range (Ballaad maailma heakskiitmisest. Het verhaal wordt zowel aan de hand van filosofische dialogen, dionysische bacchanalen, verstilde natuurbeelden als nostalgische seventies psych-folk verteld. De sfeer is zeer sterk en bepalend, de personages krijgen door een consequent oog voor detail als van nature diepgang. De hoofdpersoon houdt zijn quasi-nonchalante uitstraling, onverschrokkenheid en gelatenheid. Dit resoneert met de kijker mee. Je raakt ofwel geïnspireerd door zijn anarchistische houding, ofwel zou je hem een enorme schop onder de kont willen geven. De andere personages zijn minstens zo sterk neergezet. 

VPRO-sfeertje
Regisseur Veiko Õunpuu weet op een verrassende manier te werken met het tijdsbeeld dat deze film sfeer geeft. Enerzijds ademt de moderne tijd door het verhaal, anderzijds lijkt diezelfde tijd tijdloos. Zowel het universele thema van de film – de spanning tussen maatschappelijke druk tot conformisme en de hang naar individuele vrijheid en autonomie – als de generieke Oost-Europese sfeer, geeft het geheel een frisse, eigenzinnige en eigentijdse feel. 

De personages kenmerken zich door hun archetypische typering. De karakters zijn sjablonen en maken geen ontwikkeling door. Alsof ze symbool staan voor de verschillende waarden en sociaaleconomische klassen. Daarnaast kun je dit ook groter trekken, het kleine Estland te midden van het grote Europa. Estland is sinds 1918 een zelfstandige staat die de afgelopen eeuw vaak overheerst is geweest. Eerst door de nazi’s, daarna door de communisten, toen de NAVO en inmiddels de EU en haar euro. Deze dynamiek speelt zich af onder de huid van de onverstoorbare Fred. 

Recensie Free Range

Onverschrokken
Iconisch zijn diens onverschrokken blikken wanneer hij bonje krijgt met zijn baas, of een homo- en xenofobe collega aanhoort. Maar wat er onder zijn huid schuilgaat, krijgen we nauwelijks te weten. Dit is exemplarisch voor veel contemporaine Oost-Europese cinema. De intellectuele worsteling met een nieuwe overheerser en de zoektocht naar de eigen identiteit. Kunst is bij uitstek geschikt om hier vorm aan te geven. Ironisch dat de film dan in zo weinig zalen vertoond gaat worden en nauwelijks de aandacht krijgt die hij verdient. 

De zoektocht naar identiteit komt terug in een conversatie tussen Fred en zijn vader. Fred krijgt stevig de wind van voren, baan kwijt, bonje met vriendin, waarop zijn vader zegt: “Een eerlijk mens faalt nooit. Al zit hij op de bodem van de put, hij kan niet breken en krabbelt weer op.” Het is een sleutelscène waarin we meer te weten komen over de achtergrond van Fred, het uit beeld zijn van zijn moeder, hetgeen allemaal metaforisch geduid kan worden. Een klein, eigengereid landje, in de maalstroom van een op hol geslagen Europa.

 

15 december 2014

 

 

ALLE RECENSIES

 

Bethlehem

****

recensie Bethlehem
Tussen de wal en het schip van het Midden-Oosten-conflict

door George Vermij

Het conflict tussen Israëli’s en Palestijnen wordt in de dramatische thriller Bethlehem vanuit verschillende perspectieven belicht. Daaruit blijkt dat het geweld geen einde kent en dat er geen winnaars zijn. 

Bethlehem richt zich op de jonge Sanfur. Zijn broer plant aanslagen tegen de Israëli’s en Sanfur kijkt tegen hem op. Hij heeft echter ook een vaderlijke band opgebouwd met de Israëlische inlichtingenofficier Razi. Die gebruikt de naïeve en grillige Sanfur als informant en probeert het schuiladres van zijn broer te achterhalen. Dit levert in de film een kat-en-muisspel op als er na een zelfmoordaanslag gezocht wordt naar de verantwoordelijke terroristen. Dat er binnen de Palestijnse gelederen ook onenigheid is blijkt uit stribbelingen tussen verschillende facties die zich wel of niet scharen achter een gewelddadige tactiek naar Israël toe.

Recensie Bethlehem

Heulen met de vijand
Sanfur valt tussen het wal en het schip van deze verschillende partijen die conflicterende belangen nastreven. Acteur Shadi Mar’i weet Sanfur goed neer te zetten als een opvliegende puber die zoekt naar iemand die hij kan vertrouwen. Hij is echter makkelijk te manipuleren, waardoor zijn eigen positie onhoudbaar wordt als het conflict escaleert.

Debuterend regisseur Yuval Adler weet zijn thriller goed aan te vullen met dramatische elementen, waaruit de tegenstrijdige psychologie van de personages blijkt. De film is op zijn sterkst als getoond wordt hoe elke partij gebruik maakt van vieze methoden en het niet nauw met de moraal neemt.

In zijn realistische en actuele beeld van oorlog tegen terreur doet de film op momenten denken aan een serie zoals Homeland (die weer was gebaseerd op de Israëlische serie Prisoners of War). Uiteindelijk vallen er aan alle kanten slachtoffers, zonder dat er sprake is van enige vooruitgang. Daarmee lijken de partijen ondanks hun religieuze of ideologische verschillen verdacht veel op elkaar.

 

14 december 2014

 

 

MEER RECENSIES

 

Annie

***

recensie Annie

Zingende wijsneus zoekt ouders

door Cor Oliemeulen

Het beroemde weesmeisje Annie weet ditmaal het hart van een stugge politicus te raken. Een geboren ster in een eigentijds kerstverhaal.

In de originele film van John Huston uit 1982 vertolkt Aileen Quinn de rol van het weesmeisje Annie. Zij speelde hierna nog in enkele films om in de vergetelheid te geraken. Anders zal het Quvenzhané Wallis vergaan. Twee jaar geleden sensationeel doorgebroken in het curieuze drama Beasts of the Southern Wild wacht het nu pas elfjarige talent een grootse toekomst. In de remake van Annie, geregisseerd door Will Gluck, is het guitige meisje met de rode krullenbol (een pruik) vervangen door een even vlot Afro-Amerikaans dametje met bruine haren. Ook de arrangementen van de beroemde liedjes (It’s a Hard Knock Life, Tomorrow en Opportunity) zijn in een modern jasje gestoken. Het is een kwestie van smaak of Wallis beter of met meer ontroering zingt dan Quinn, maar het acteren gaat haar beter af.

Recensie Annie

Een week op proef
Het verhaal van Annie is gebaseerd op de strikboekenreeks Little Orphan Annie uit de jaren ’20 van de vorige eeuw. In 1977 verscheen een musical, daarna een boek en toen de film. De kleine Annie woont in een weeshuis dat wordt geleid door de alcoholistische Miss Hanigan. In het origineel belandt Annie bij miljardair Oliver Warbucks (Albert Finney) die een wees wil adopteren en Annie een week op proef neemt; in de remake komt ze in het kader van public relations terecht bij burgemeesterskandidaat Will Stacks (Jamie Foxx). In beide gevallen lukt het Annie uiteindelijk het ijs in het stoere mannenhart te laten smelten.

Het is geen onaardig idee om het enigszins gedateerde origineel in de huidige tijd te plaatsen. Annie opent met een knipoog: voor het schoolbord staat een meisje met het uiterlijk van de oorspronkelijke Annie. Dan verplaatsen we ons snel naar het kleine weeshuis in Harlem, New York waar Annie met vijf andere meiden de boel op stelten zet, wachtend op adoptieouders, terwijl de door Cameron Diaz gespeelde huisbazin zich onderdompelt in alcoholistische versnaperingen en frustraties over een mislukte carrière als popzangeres (In de film blijkt ze in ieder geval geen groot zangtalent). Ze is dan ook ronduit jaloers als Annie een week mag logeren bij Will Stacks.

Recensie Annie

Luxe en avontuur
Als haar huisgenootjes aan Annie vragen of Stacks aardig is, antwoordt Annie: “Ja, maar dat weet hij zelf nog niet.” De meiden mogen een dagje ruiken aan de luxe en mee op avontuur met Annie en de burgemeesterskandidaat, die goede sier moet maken nadat hij publiekelijk blunderde bij een voedselbank. Media en publiek zijn zeer gecharmeerd van de ontwapenende Annie (die in een mum van tijd 1,3 miljoen Twitter-volgers heeft) en Stacks plukt in de polls de vruchten van de ‘samenwerking’. Maar als Annie door Stacks’ publiciteitsmanager wordt geforceerd een speech op autocue te houden, haakt het weesmeisje verdrietig af.

Annie is een familiefilm bij uitstek die in de kerstvakantie volle zalen zal trekken, ondanks het feit dat de film op het internet uitlekte nadat (Noord-Koreaanse?) hackers een computer van Sony Pictures hadden gekraakt. Een muzikale film met een lach en een traan die net als het origineel spannend en voorspelbaar eindigt nadat onverlaten zich met de adoptiekwestie gaan bemoeien. De remake van Annie is amusant, maar we missen wat chemie tussen het weesmeisje en de rijkaard, alsook de choreografie en musicalsetting van het origineel.

 

12 december 2014

 

Vijf remakes die je beter kunt mijden

 
ALLE RECENSIES
 

You’re Not You

***

recensie  You’re Not You

Emmer koud water

door Wouter Spillebeen

Wat krijg je als Garden State -regisseur George C. Wolfe een film maakt die de vreselijke gevolgen van ALS aan een groot publiek laat zien? Een mengeling tussen een Ice Bucket Challenge en het Franse Intouchables. 

Kate (Hilary Swank) en haar man Evan (Josh Duhamel) zijn rijk en gelukkig. Ze geven etentjes, zij speelt piano, hij koopt dure meubels voor hun hypermoderne woning die uit een catalogus lijkt te komen. Ze houden zielsveel van elkaar. Maar dan merkt Kate dat haar hand vreemde stuiptrekkingen vertoont. Anderhalf jaar later kan ze nog amper wandelen. Haar man geeft haar water door een rietje en verzorgt elke dag haar make-up. Ze heeft de thuisverpleegster ontslagen omdat die haar te veel als een patiënt deed voelen; de onverzorgde en rebelse studente Bec (Emmy Rossum) komt haar vervangen. Intouchables-gewijs ontstaat een onwaarschijnlijke vriendschap tussen de twee tegenpolen, die nu tot het einde samen tegen Kates ALS vechten.

Recensie You're Not You

Eerlijk portret
Wat deze film wil doen voor ALS-patiënten is zeker nobel. De Ice Bucket Challenges brachten veel geld op voor onderzoek naar een geneesmiddel, maar verduidelijkte niet hoe de neurologische ziekte levens verwoest, hoe een perfect gezond persoon in enkele jaren een compleet hulpbehoevende rolstoelpatiënt kan worden. You’re Not You vult dat gat in en schetst een eerlijk portret over de effecten van de ziekte. Alle opbrengsten van de Nederlandse première in Tuschinski gaan naar het gevecht tegen ALS. Bovendien zal ALS Nederland op alle vertoningen om een donatie vragen.

Hilary Swank heeft geen fantastische regisseur of een verbluffend scenario nodig om te schitteren. Dat is niet anders in You’re Not You. Als de snel aftakelende en vechtende onafhankelijke vrouw Kate is ze altijd oprecht en waarheidsgetrouw. Haar prestatie verdient lof en is zonder twijfel het beste element in de film, maar dit is geen Boys Don’t Cry en evenmin een The Homesman. Haar tegenspelers blinken nooit helemaal uit en het scenario toont – voorspelbaar genoeg – wel heel veel gelijkenissen met Intouchables. Maar terwijl de Franse film er wonderbaarlijk in slaagt om de verschillen tussen de twee hoofdpersonages niet overdadig uit te spelen, wrijft You’re Not You het constant in het gezicht van de kijker. Subtiel is deze film helemaal niet.

Recensie You're Not You

Muziek met een betekenis
In het begin weet You’re Not You op best leuke wijzen te spelen met de muzikale ondersteuning. Het contrast tussen stilte en geluid heeft meestal een betekenis, maar jammer genoeg is dat idee niet in de hele film te vinden.

You’re Not You heeft het vaak bij het rechte eind en kan door een groot publiek geliefd zijn omwille van de intenties, maar los van de boodschap schiet de film op verschillende vlakken toch tekort. Het verhaal is niet origineel en ongeveer zo subtiel als een emmer koud water over je hoofd krijgen. De subplots (de muzikale carrière en het vriendje van Bec) zijn onderontwikkeld en lijken enkel aanwezig te zijn om te benadrukken dat we bepaalde emoties moeten voelen. Gelukkig maakt de goudeerlijke prestatie van Swank veel goed. You’re Not You is een ware tearjerker en steekt dat niet onder stoelen of banken. Immers, hoe meer tranen, hoe meer donaties.

 

12 december 2014

 
ALLE RECENSIES

Salvation, The

***

recensie  The Salvation

Cowboy aan het kruis

door Alfred Bos

In zijn eerste Engelstalige film introduceert de Deense regisseur Kristian Levring een nieuw subgenre: de calvinistische western. Mooifilmerij verhult gebrek aan psychologische diepgang.

Hij is onverwoestbaar, de western. In de jaren tachtig leek het ooit oppermachtige genre – eind jaren vijftig was een op de drie Amerikaanse tv-series een western – een curiosum te zijn geworden, maar na Clint Eastwoods Unforgiven uit 1992 druppelen de rolprenten over bestobbelde vrijbuiters in gevecht met natuur en medemens de bioscoop weer binnen. The Salvation is na The Homesman van Tommy Lee Jones de tweede western die het filmpubliek  dit jaar krijgt voorgeschoteld.

De slordige achtduizend westerns die er sinds de jaren twintig in Hollywood en ver daarbuiten, tot in Rusland en Zuid-Korea aan toe, zijn gemaakt komen in vele soorten en maten. We noemen de wraakwestern, de cattle drive western, de eigentijdse western, de revisionistische western, de spaghettiwestern, de acid western en de komische western. Daar voegt de Deense regisseur Kristian Levring een nieuw subgenre aan toe, de calvinistische western. ‘Bad men will bleed’, meldt de poster.

Recensie The Salvation

Wraakmotief
Levring windt er geen doekjes om dat John Ford, Akira Kurosawa en Sergio Leone (allen regisseurs van klassieke westerns, in Kurosawa’s geval van de samoeraivariant) zijn grote voorbeelden zijn en dat laat zich aan The Salvation afzien. Het ontbreekt slechts aan een finale die is gesitueerd in Monument Valley, John Fords favoriete westernlocatie.

De film opent in een winderig treinstation op een godverlaten vlakte en ook de muziek herinnert aan Once Upon A Time In The West. Jon (Mads Mikkelsen) en Peter (Mikael Persbrandt) zijn na de tweede Duits-Deense oorlog, van 1864, naar de Amerikaanse prairie vertrokken om een nieuw leven op te bouwen. Jon wacht op zijn vrouw en zoon, hij heeft hen zeven jaar niet gezien. De hereniging is evenwel van korte duur.

The Salvation combineert verschillende stijlfiguren van de western. Er is het wraakmotief: Jon gaat op zoek naar de moordenaar van vrouw en kind. En er is wat we de High Noon-verhaallijn kunnen noemen: hij staat er alleen voor. De belager van Jons familie blijkt gelieerd aan Delarue (Jeffrey Dean Morgan), leider van de lokale boevenbende, en het dorp wordt door hem effectief geterroriseerd; niemand durft Jon te helpen. Heel modern: op de achtergrond loert het grootkapitaal dat het op de olie heeft voorzien.

Recensie The Salvation

Geaarde held
Deze door de studio van Lars von Trier geproduceerde, Engelstalige (en deels Deens gesproken) film heeft een paar onmiskenbaar Scandinavische trekjes. De lokale sheriff dubbelt als dominee (of is het andersom?) en de begrafenisondernemer klust bij als makelaar; het zijn politiek-correcte kwezels, hun piëteit maskeert een laffe inborst. Jon – en niet de schurken noch de angsthazen – betaalt zijn integriteit met bloed, in een pose die aan een kruisiging herinnert, en de enige vrouw in het verhaal, Delarue’s schoonzus Madelaine (Eva Green), heeft geheuld met de vijand, de indianen, en is letterlijk monddood. Ze blijkt Jons Maria Magdalena. De camera heeft opvallend veel aandacht voor voeten en Jon knalt liggend op de grond het geboefte af. Geen idee wat dat te betekenen heeft.

The Salvation ziet er gelikt, maar ook gekunsteld uit. De nachtscènes zijn prachtig doch volstrekt onnatuurlijk uitgelicht en Levring grijpt zo vaak naar dolly- en crane shots dat de meer gevoelige kijker moet waken voor wagenziekte. De plot points (van Denemarkens meest gevierde scenarist, Anders Thomas Jensen) worden subtiel gebracht en de shoot-out climax is Howard ‘Rio Bravo’ Hawks waardig en toch ontbreekt er iets. Het is de psychologische diepgang: de personages interacteren nauwelijks. Iedereen vecht zijn eigen gevecht. Zie, de western is met zijn tijd meegegaan.

 

11 december 2014

 
ALLE RECENSIES

In Order of Disappearance

****

recensie  In Order of Disappearance

Wraak in de sneeuw

door Suzan Groothuis

Wanneer je benoemd wordt tot eervol burger, wacht je een mooie toekomst. Denk je. Maar in het geval van Nils loopt alles anders dan verwacht. Na de plotselinge dood van zijn zoon zint deze eervolle burger alleen nog maar op wraak en gerechtigheid.  

In de openingsscène van In Order of Disappearance (Kraftidioten) zien we een indrukwekkend sneeuwlandschap. In die immense, witte leegte ploegt harde werker Nils (Stellan Skarsgård, The Avengers, The Girl with the Dragon Tattoo) zich een weg met zijn sneeuwschuiver, zodat de wegen begaanbaar blijven. Het levert hem de titel van eervol burger op. Wanneer hij moet speechen voor zijn kleine gemeenschap, zegt Nils dat hij niet zo’n prater is. Hij is er meer een van daden.

En dan komt het ongeluk op zijn pad. Nils en zijn vrouw krijgen het nieuws dat hun zoon is overleden. Een overdosis. Nils kan het niet geloven, want zijn zoon was niet verslaafd. Zijn vrouw is minder overtuigd en er ontstaat een verwijdering tussen de twee.

Recensie In Order of Disappearance

Eenmanswraakactie
Vanaf dat moment gaat het hard met deze Noorse wraakfilm. Want Nils, vastberaden als hij is, blijft bij zijn standpunt. De waarheid achterhaalt zich snel: Nils komt erachter dat zijn zoon, die zich nietsvermoedend in een drugsdeal begaf, vermoord is. Tijd voor wraak!

Het lijkt een onmogelijke opgave om dicht bij de drugsbaron te komen die de oorzaak is van alle ellende, maar Nils weet in rap tempo door de muur van drugshiërarchie heen te breken. Ondanks de beweringen en waarschuwingen, waaronder van zijn ex-criminele broer, komt hij steeds dichterbij Greven (ofwel De Graaf, een rol van Pål Sverre Hagen, eerder dit jaar te zien in monsterfilm Ragnarok en bekend van het verstilde drama Troubled Water).

Het balletje gaat rollen
In Order of Disappearance doet zijn naam eer aan: het ene lijk na het andere wordt vakkundig door Nils weggewerkt in de sneeuw. Tot grote frustratie van Greven, die vermoedt dat zijn Servische concurrent Papa (een verrassende rol van Bruno Ganz, Der Himmel über Berlin) zijn mannen uit de weg laat ruimen. En zo ontstaat een grootschalige bloedvete: Nils tegen Greven, Greven tegen de Serviërs en de Serviërs tegen Greven. 

Regisseur Hans Petter Moland heeft een stijl die doet denken aan Guy Ritchie: de vaart zit er goed in, er zijn droge, licht absurdistische dialogen en er is een flinke portie geweld. Het aantal doden loopt dan ook flink op, aangeduid met RIP-tekens, naam en bijnaam. Een vergelijking met The Coen-broertjes Fargo ligt ook voor de hand, maar Molands film is ondanks de tragiek van de overleden zoon een stuk luchtiger.

Recensie In Order of Disappearance

Stille wraakengel
De Noorse titel, Kraftidioten, is spitsvondiger dan de Engelse titel. Bizarre wendingen, gekke handelingen en maffe dialogen zijn aan de orde van de dag. Knappe is dat alles uiteindelijk op z’n plek valt en een functie heeft. Neem de gay-liefde tussen twee grote jongens van Greven, een scène die in eerste instantie vergezocht is maar een verrassende wending krijgt. Of een parachutist die niets met het verhaal te maken heeft en voor een onvoorzien einde zorgt.

In Order of Disappearance is een droogkomische misdaadfilm die regelmatig op de lachspieren werkt én een goede dosis geweld bevat. Stellan Skarsgård, die al eerder de hoofdrol speelde in Molands A Somewhat Gentle Man, is perfect als stille sneeuwploeger die met een strak en emotieloos gelaat een crimineel drugskartel uit de weg ruimt en daartoe zijn sneeuwschuiver tot metgezel heeft gebombardeerd. Dankzij die scènes is de filmwereld weer een wraakengel en een moordmachine rijker.

 

9 december 2014

 

ALLE RECENSIES

Hobbit: The Battle of the Five Armies, The

*****

recensie  The Hobbit: The Battle of the Five Armies 

Een waardig afscheid van Midden-Aarde

door Karina Meerman

The Battle of the Five Armies is een ‘one last hurrah’ voor het Midden-Aarde van Peter Jackson. Werkelijk iedereen schittert nog één keer op het grote doek, voordat het allemaal voorbij is. 

Aan het eind van The Desolation of Smaug lieten we de hobbit en een paar dwergen achter in een door draak bedreigd Meerstad en Thorin Eikenschild (Richard Armitage) was op weg naar Erebor om zijn berg te claimen. The Battle of the Five Armies pakt de draad direct weer op. In het belaagde Meerstad ontpopt Bard (Luke Evans) zich tot een leider van mensen. Zijn heldenmoment is het eerste in deze film waarvan iedereen er eentje lijkt te hebben. Zelfs lafbekken als de Meester (Stephen Fry) en Alfrid (Ryan Gage) worden nog even prettig uitvergroot voor ze voorgoed uit ons leven verdwijnen. We zien ook een hele andere kant van Galadriel (Cate Blanchett) in een confrontatie met de dodenbezweerder. En wanneer Saruman (Christopher Lee) tegen het gezelschap zegt dat hij wel met die Sauron zal afrekenen, weten wij allang dat de ellendeling dat niet gaat doen. Maar dat is een andere trilogie.

Recensie The Hobbit: The Battle of the Five Armies

Drakenziekte
Onder leiding van Bard trekken de mensen naar de eenzame berg, waar Thorin zich heeft verschanst. Hij blijkt bevangen door de drakenziekte: een alles verterende jaloezie om zijn goud te behouden. Hij riskeert zelfs liever oorlog met elfenkoning Thranduil (Lee Pace) dan dat hij ook maar één gouden munt kwijtraakt. Met het elfenleger voor de poort, roept Thorin de hulp in van zijn neef Dain (Billy Connolly, die in deze film eindelijk het uiterlijk heeft dat bij zijn stem past). Terwijl een dwergenleger zich opmaakt om de berg te verdedigen tegen elfen en mensen, verzamelt de dodenbezweerder zijn eigen legers. Onder aanvoering van Azog (Manu Bennett) en Bolg (John Tui) marcheren aardmannen, orks en andere onprettigheden richting het goud. En daar hebben we dan de vijf legers.

Bilbo
The Battle of the Five Armies kan gezien worden op IMAX-grootte, in 3D, met een hoge beeldjessnelheid (HFR) en in surround-sound. Dat is misschien ook het beste, met de duikvluchten die de camera neemt langs Nieuw-Zeelands panorama en de overzichtsbeelden van de veldslag. Geen idee hoe dat zich zal vertalen naar klein scherm. Dat trekt dan misschien de aandacht naar de kleinere verhaallijnen: de aantrekkingskracht tussen Kili (Aiden Turner) en Tauriel (Evangeline Lilly); het verdriet van Balin (Ken Stott) om de drakenziekte; de spanning tussen Thranduil en Legolas (Orlando Bloom); de vriendschap tussen Thorin en Bilbo (Martin Freeman). Vooral dat laatste verdient onze aandacht, want Bilbo dreigt een beetje in de verdrukking te raken in al dat oorlogsgeweld. En dat terwijl hij de naamgever is van het grote verhaal.

Recensie The Hobbit: The Battle of the Five Armies

Wat deze film vooral doet, is The Hobbit ferm vastknopen aan The Lord of the Rings, terwijl elke losse draad wordt afgehecht. Het begon allemaal met één zinnetje, dat J.R.R. Tolkien uit verveling schreef tijdens het nakijken van Engels huiswerk. “In een gat in de grond, daar woonde een hobbit.” Dertien jaar na de eerste film van Peter Jackson, is de hobbit weer terug in zijn huis. En wat een avonturen hebben we mogen zien.

 

8 december 2014

 
ALLE RECENSIES

Mr. Turner

****

recensie  Mr. Turner

Portret van een geniale hork

door Alfred Bos

Grommend brengt acteur Timothy Spall de befaamde Engelse schilder J.M.W. Turner tot leven. Mike Leighs schitterend gevisualiseerde filmportret is geen lofzang op het genie, doch blijft trouw aan de historische feiten. En de niet altijd even sympathieke persoon.

J.M.W. Turner (1775-1851) is de Engelse Rembrandt, nationaal erfgoed naar wie een prestigieuze kunstprijs is vernoemd. Regisseur Mike Leigh schetst in Mr. Turner een portret van de man die als weinig anderen licht en lucht in olieverf wist te vangen; zijn landschappen en zeetaferelen liepen vooruit op het Franse impressionisme en de abstracte kunst van de twintigste eeuw. Leigh toont een atypische eenling, die ondanks zijn bruuske omgangsvormen werd gewaardeerd door het establishment: de rijke weldoeners en de Royal Academy die zijn werk exposeerde.

Mr. Turner

Dat Mike Leigh – en niet een ‘veilige’ regisseur als, zeg, de onlangs overleden Richard Attenborough – zich aan een filmportret van dit Britse instituut heeft verbonden, behoedt het project voor politiek correcte ponteneur. De regisseur van felrealistisch, maar niettemin gestyleerd, en niet zelden ook komisch sociaal drama (Naked en meer recentelijk Happy-Go-Lucky en Another Year) lijkt geknipt voor de karakterstudie van deze excentrieke eenling. Een uitstekende rolbezetting plus een tot in detail gerealiseerd tijdsbeeld van de vroeg-industriële periode voltooien de geslaagde missie.

Sneeuwstorm
We zien Turner, vertolkt door Timothy Spall, in de derde en laatste akte van zijn leven. Hij is de vijftig reeds gepasseerd en kan door zijn succes volstrekt onafhankelijk van de kunstcoterie opereren. Hij doet, en schildert, wat hem goeddunkt. Hij laat zich aan een scheepsmast vastbinden om te ervaren wat een sneeuwstorm is. Hij verbetert een bewonderd schilderij van collega Constable. Hij zegt ‘nee’ wanneer een steenrijke koopman hem een vermogen biedt voor zijn onverkochte collectie. Hij schildert voor het publiek, niet de bemiddelde elite.

Ook in zijn privéleven is Turner eigenzinnig. Nimmer getrouwd, weigert hij de door hem verwekte kinderen te erkennen. Hij woont anoniem samen met een weduwe, Sophia Booth (Marion Baliey, de wederhelft van Leigh), die hij tijdens een van zijn schilderreisjes heeft leren kennen, terwijl thuis de stilletjes op hem verliefde huishoudster Hannah Danby (een voortreffelijke rol van Dorothy Atkinson) een leeg huis aan kant houdt. Zijn beste vriend en zaakwaarnemer, zijn vader (Paul Jesson), is dan al lang overleden.

Recensie Mr. Turner

‘Schilder van het licht’
Mr. Turner opent met een oer-Hollands beeld (gedraaid in East Anglia) en op de geluidsband horen we Nederlands. Het is een subtiele referentie aan Turners Hollandse collega ‘schilder van het licht’. In de 150 minuten die volgen maakt Turner een aantal van zijn befaamdste werken, waaronder Snow Storm en The Great Western Railway. Het zijn schilderijen die een in rap tempo moderniserende wereld evoceren in een hoogst persoonlijke stijl. Na zijn dood liet hij ze na aan de National Gallery, de befaamde Turner Bequest. Typerend voor de man: hij voelt zich niet bedreigd door nieuwlichterij als de daguerreotype (voorloper van de fotografie) en haalt zijn neus op voor de jongere schildergeneratie van de Pre-Rafaelieten. Het frikkerige commentaar van koningin Victoria laat hem koud.

De film concentreert zich op de man achter de mythe, met zijn hebbelijkheden en tics. Het is een vlot vertelde aaneenschakeling van momenten uit een biografie, met de nadruk op het persoonlijke leven. Anders dan recente biopics over modeontwerper Yves Saint Laurent en burgerrechtenactivist Cesar Chavez zijn in Mr. Turner vorm en vent perfect in balans. Dat betekent dat Mike Leigh een empathisch en visueel imposant portret heeft gemaakt van een complexe, tegenstrijdige en geniale hork.

 

8 december 2014

 
ALLE RECENSIES

Nieuwe Rijksmuseum: De film, Het

***

recensie  Het Nieuwe Rijksmuseum: De film

Grootse film richt zich op personages

door Nanda Aris

Prachtige beelden van de verbouwing van het Rijksmuseum. De vele werkzaamheden en gepassioneerde medewerkers worden lichtelijk overschaduwd door een strijd, zowel met de buitenwacht als onderling. 

Na de vierdelige tv-serie, waarvan de vertelling nog stopte voor het moment van de heropening van het Rijksmuseum in Amsterdam in 2013, kreeg Oeke Hoogendijk de kans om een half jaar langer door te kunnen filmen. En zo de vraag te kunnen stellen in de film of de verbouwing van het Rijksmuseum het lange wachten waard geweest is.

Recensie Het Nieuwe Rijksmuseum: De film

Strijd
Oeke Hoogendijk volgde tien jaar lang de hoogte- en dieptepunten van de verbouwing van het Rijksmuseum in Amsterdam. Haar zorgvuldige manier van filmen en monteren, geven de film een romantische en poëtische glans. Daar staat tegenover haar manier van de mensen portretteren. Het voelt bijna alsof de personages door de strijd op de hak genomen worden. Volgens Hoogendijk is de film character driven gemonteerd, waarbij de strijd de belangrijkste focus is. De Nachtwacht met de notabelen, met zijn schutters en strijders, staat volgens Hoogendijk symbool voor de strijd die van hoog tot laag door de personages gevoerd wordt. Dit komt inderdaad duidelijk naar voren in de film, en als Rijksmuseum zijnde, zou ik not amused  zijn.

Gelukkig zijn de beelden van het Rijksmuseum prachtig, en kunnen we wel degelijk zien hoe hard en gepassioneerd de medewerkers werken (alhoewel het voelt alsof ook hier soms de spot mee gedreven wordt). Maar de film vervalt door deze focus op onderlinge strijd en tegenwerking van buitenaf haast in een soap op hoog niveau.

Impact
De film begint met zwart beeld, boorgeluiden en toenmalig koningin Beatrix die ons vertelt dat het Rijksmuseum een grootschalige renovatie zal ondergaan. Langzaam worden er gaten in het dak van het Rijksmuseum gejakkerd en valt er licht en gruis naar binnen. De beelden die volgen, het bovenaanzicht van een in mist gehuld Rijksmuseum, zijn prachtig.  Langzaam zoomt de camera uit, en onder toeziend oog van de heren van De Nachtwacht die in plastic ingepakt worden, zien we het geraamte van het Rijksmuseum. Door de cameravoering en blik op het geraamte, gehuld in stilte, maakt de film de impact duidelijk van de verbouwing.

Recensie Het Nieuwe Rijksmuseum: De film

Personages
Na deze mooie beelden van het Rijksmuseum maken we onder andere kennis met de architecten van het nieuwe Rijksmuseum, die met hun ontwerp de competitie wonnen, en met de fietsersbond die fel tegen het ontwerp van de architecten is, en uiteindelijk zal winnen. Met Leo van Gerven, de man die tien jaar van zijn leven in het Rijksmuseum woonde en voor ‘zijn’ museum heeft gezorgd als hij voor zijn vrouw zou zorgen. Met Taco Dibbits, de curator die later een gooi naar het directeurschap zou doen. Natuurlijk met de directeuren van het Rijksmuseum, eerst Ronald de Leeuw, en later met zijn omstreden opvolger Wim Pijbes. En met de vele anderen.

In een twee uur durend epos zijn er ook humoristische momenten, zoals wanneer De Leeuw naar Japan afreist om twee reusachtige tempelwachters aan te kopen, en hij deze beschrijft terwijl hij – zelf een grote man – naast kleine Japanners over straat loopt. Het humoristische grenst nauw aan het bespottelijke, zoals wanneer de hoogte van het bedrag dat het budget overstijgt ‘jammer’ genoemd wordt, en we naar een instemmende De Leeuw kijken. Of wanneer Wim Pijbes triomfantelijk een aantal wanden in het Rijksmuseum over laat schilderen, omdat hij immers het laatste woord heeft. Of zoals wanneer Marleen Homan, interieurarchitect, lacht om het feit dat ze al zes jaar aan het tekenen zijn, en steeds opnieuw tekeningen maken. Tegelijkertijd zien we een in slaap dommelende architect van het Louvre, aan wie ze de tekeningen voorleggen. De zaal lacht, en we lachen de personages niet toe, maar uit.

De film eindigt met De Nachtwacht, het was het wachten waard; de strijd is gestreden en de klus is geklaard. Eindelijk.

 

5 december 2014

 
ALLE RECENSIES

White God

****

recensie  White God

Naar de honden

door Ralph Evers

De films van Kornél Mundruzcó hebben een eigen niche binnen het arthouse-genre. Ze zijn net iets eigenzinniger, lekker anders. Daarmee maakt hij het de kijker nooit gemakkelijk, maar wel avontuurlijk. White God (Fehér Isten) is zijn nieuwste creatie, die wederom lekker anders is en voor een arthouse-film een verrassend en interessante actiefilmcomponent heeft. Met diepere lagen. 

Wanneer de 13-jarige Lily voor drie maanden bij haar vader intrekt in het grote Boedapest is er geen plaats voor haar hond Hagen. Na aanvaringen met buren en overheid wordt Hagen aan zijn lot overgelaten en valt al snel in handen van wrede baasjes. Hagen wordt vals gemaakt en ingezet in hondengevechten. Na enige tijd sluit Hagen zich aan bij een groep zwerfhonden en maken ze zich klaar voor een opstand tegen alle baasjes. Lily blijkt als enige in staat de opstand der honden te kunnen stoppen.

Recensie White God

Tegenstellingen
In White God staat de relatie tussen mens en dier (hond) centraal. Tevens is dit de belangrijkste metafoor van deze film. Die honden zou je kunnen zien als de onderdrukte bevolking die in opstand komt tegen de elite. Hetgeen wijdverbreid is in het huidige Europa, wat als een moloch onze levens meer en meer bepaalt. “Going to the dogs” betekent in het Engels, dat iets verloedert.

Hoofdrolspeelster Lily staat in deze symbool voor de onschuld, het meisje dat vrouw wordt. De volwassenwording van de Europese geest.

Er zit een mooie tegenstelling in Lily en Hagen. Het vrouwelijke tegenover het mannelijke. Waarin de honden, ook wel canine (van het Latijnse canis) genoemd en verwijzend naar hun hoektanden (dentale agressie), waarmee ze kunnen verscheuren en de mannelijke agressie vertegenwoordigen. Hier tegenover staat het katachtige, (dat ook wel als feline wordt omschreven) wat vaak in verband wordt gebracht met het vrouwelijke.

In de film wordt deze tegenstelling al vanaf het begin krachtig neergezet. De verstilde openingsscène wordt woest verstoord door een roedel losgeslagen honden. Door het dynamische camerawerk komt dit indringend en dreigend over. Overigens is het camerawerk een sterke troef. Zeker in de scènes wanneer we de (mensen)wereld vanuit een hondenperspectief zien.

Experiment staat niet in de weg
Kornél Mundruzcó is een avontuurlijk filmmaker. Hij schuwt het experiment niet. Dit maakt zijn films interessant en tevens minder toegankelijk. Zijn film Johanna bijvoorbeeld kenmerkt zich doordat de dialogen als in een opera gezongen worden. Toch staat het experiment zijn eigenlijke film niet in de weg. White God is op een zelfde manier experimenteel. De massale hoeveelheid honden en de realistische verwaarlozing, zullen menig hondenliefhebber doen verafschuwen.

Recensie White God

Tegelijkertijd geeft de orkestratie van zo’n roedel honden een extra kick aan de film. Niet alleen is het een originele vondst om honden symbool te laten staan voor de ontspoorde sociale relaties in het zich verenigende Europa, daarnaast is het een helse klus om al die honden in het gareel te houden. De dreiging die uitgaat van al die honden doet denken aan Hitckcock’s Birds of het eerder dit jaar uitgekomen Dawn of the Planet of the Apes. Zij het dat deze film een veel duidelijker politiek statement maakt dan eerder genoemde films.

Ode aan Jancsó
White God is opgedragen aan landgenoot Miklós Jancsó, een belangrijke filmmaker in de geschiedenis van de Hongaarse cinema. Hij stierf begin dit jaar op 92-jarige leeftijd. Het is niet zo verwonderlijk dat Mundruzcó deze film aan Jancsó opdraagt, want evenals Jancsó is ook hij een avontuurlijk regisseur. Beiden kenmerken zich door het experimenteren met bestaande formats en samenbrengen van verschillende, in eerste instantie zich bijtende, genres. Daarvan is White God een goed voorbeeld door veel dynamiek in de actiescènes te leggen, maar bijvoorbeeld ook Jancsó’s Elektreia: een film van 70 minuten met slechts 8 shots. Ook een filmmaker als Béla Tarr is in deze zin sterk door Jancsó beïnvloed. En tevens is Tarr in de begindagen een belangrijke geldschieter geweest voor Mundruzcó, zodat deze zijn films kon realiseren.

 

1 december 2014

 
ALLE RECENSIES