Inch’Allah

****

recensie  Inch’Allah

Menselijk gezicht van bomaanslag

door Cor Oliemeulen

Aangrijpend, realistisch portret van een jonge Canadese die werkt als verloskundige in een Palestijns vluchtelingenkamp en door persoonlijke omstandigheden wordt gedwongen partij te kiezen.

De met vele prijzen bekroonde loopbaan van filmmaakster Anaïs Barbeau-Lavalette kenmerkt zich door een hoge mate van engagement. Vastgelegd in korte en langere documentaires over sociaal zwakkere groepen (vooral kinderen) in bijvoorbeeld Honduras, Argentinië, India en Tanzania. Van haar talrijke reizen naar Palestina maakte ze niet alleen korte films, ze schreef ook een boek over haar ervaringen. Een speelfilm over alter ego Chloe (Evelyne Brochu), een jonge Canadese vroedvrouw die werkt in een Palestijns vluchtelingenkamp op de Westelijke Jordaanoever, kon dan ook niet uitblijven.

Inch'Allah

Conflict heeft twee kanten
Chloe passeert tweemaal daags de controleposten bij de muur tussen haar woning in het Israëlische Ramallah en de zwaar geïmproviseerde kliniek in het op een vuilnisbelt gevestigd Palestijns kamp. Voortdurend zit de camera Chloe dicht op de huid, ademt met haar mee, registreert haar diepste gevoelens en beleeft de omgeving en gebeurtenissen over haar schouder mee.

Inch’Allah toont de ambiguïteit van een oorlogssituatie: een combinatie van liefde en haat, van fascinatie en confrontatie. De film wil geen politiek manifest zijn; hij richt zich niet direct op het oeverloos slepende conflict tussen Israël en de Palestijnen, maar focust op het gevoel van onveiligheid, onmacht, frustratie en het armoedige bestaan achter de metershoge scheidingsmuur. Het belangrijkste doel is om de onmenselijke actie van terreur nader te duiden en een menselijk gezicht te geven. Is een bomaanslag op een drukke markt God’s wil (Inch’Allah of insjallah) ? Of neemt iemand zelf volle verantwoordelijkheid voor zijn of haar daad?

De film gaat niet in op deze vragen en trekt ook geen partij. Chloe wordt wél uitgedaagd een keuze te maken. ’s Avonds is ze innig bevriend met de Israëlische vrouwelijke soldaat Ava (Sivan Levy), overdag leeft ze samen met de Palestijnse familie van Rand (Sabrina Ouazani). Rands echtgenoot wordt veroordeeld tot een lange gevangenisstraf terwijl ze zwanger is. Wegens complicaties moeten Chloe en enkele familieleden na het breken van de vliezen alles in het werk stellen om tijdig het ziekenhuis achter de controleposten te bereiken. Het wantrouwen van een Israëlische militair is even begrijpelijk als schrijnend.

Inch'Allah

Onmogelijke rol buitenstaander
Het realistische karakter van Inch’Allah wordt versterkt door de casting van de kinderen die in werkelijkheid ook in een vluchtelingenkamp wonen. Sommigen stoken vuurtjes, anderen rijden op een ezel. De meeste werken op de vuilnisbelt direct achter de scheidingsmuur die is vol gekalkt met niets aan de fantasie over latende spreuken. Ook volstrekt authentiek is het in een Superman-outfit gehulde jongetje Safi. Met een kei probeert hij een gat in de kolossale stenen barrière te maken, zodat hij een glimp van de andere wereld kan opvangen.

Zijn symbolisch handelen is een welkom rood draadje met poëtische kracht dat een schril contrast vormt met de emotionele vrije val die Chloe ondergaat. Regisseur Barbeau-Lavalette toont hiermee niet alleen de enorme gecompliceerdheid van het Israëlisch-Palestijnse conflict. Ze confronteert je vooral met de onmogelijke rol van een buitenstaander die feitelijk geen buitenstaander mag zijn.

 

25 maart 2013

 
ALLE RECENSIES

Late Quartet, A

***

recensie  A Late Quartet

Meer dialoog dan muziek

door Karina Meerman

Een winters New York en een opus van Beethoven als achtergrond voor een melodrama met grote en kleine emoties in de wereld van de klassieke muziek.

Het wereldberoemde strijkorkest The Fugue speelt al 25 jaar samen. Cellospeler Peter Mitchell (Christopher Walken) is de oprichter van het kwartet. Daniel Lerner (Mark Ivanir) speelt de eerste viool, Robert Gelbart (Philip Seymour Hoffman) tweede viool en is getrouwd met altvioolvirtuoos Juliette Gelbart (Catherine Keener). Het kwartet is perfect op elkaar afgestemd, instrumentaal en emotioneel. Voor hun zilveren jubileum bereiden ze zich voor op het spelen van Beethovens Opus 131, een legendarisch stuk in zeven bewegingen. De moeilijkheid ligt ook in de lengte, want wanneer instrumenten lang samenspelen, raken ze ontstemd en daarmee moet je rekening houden tijdens het spelen zodat dit niet opvalt.

 A Late Quartet

Parkinson
Het is een mooie metafoor, uitgesproken in het begin van de film, voor de spanning die ontstaat wanneer Peter Mitchell te horen krijgt dat hij de ziekte van Parkinson heeft en zijn loopbaan als muzikant ten einde komt. Met het aanstaande vertrek van de pater familias komt ook de toekomst van The Fugue in gevaar. Wie gaat Peter vervangen? Is dat wel mogelijk? Hoe lang kan hij nog spelen? Is zijn vertrek misschien reden om alles om te gooien? Onderhuidse spanningen van jaren komen naar boven en de kijker wordt deelgenoot van de ontwrichting van een muzikale familie. Iedereen zoekt zijn heil buiten de paden die zij al 25 jaar bewandelen, terwijl de dochter van Robert en Juliette, twintiger Alexandra (Imogen Poots), nog wat extra olie op het vuur gooit.

Muzikanten mopperen op A Late Quartet: de manier waarop de acteurs hun muziekinstrumenten behandelen zou niet overeen komen met het echte werk en Beethovens Opus 131 krijgt onvoldoende aandacht. Wie zich daar niet aan stoort, kan zich volledig concentreren op de dynamiek tussen de hoofdrolspelers en hun reactie op het nieuws van Peters ziekte.

Draai om de oren
Christophen Walken is ontroerend in zijn strijd om te gaan met verlies en Mark Ivanir smeult met ingehouden passie. De film heeft sterren van kaliber, maar soms is het lastig geloven dat de personages elkaar al 25 jaar innig kennen: de muziek moet hen volledig hebben opgeslokt, dat er nog zoveel ruimte is voor naïeve reacties en kinderachtige buien. Daniel en de leden van de familie Gelbert verdienen meer dan eens een draai om de oren voor hun gemok en getreiter.

Over één ding zijn de mopperende muzikanten het eens: A Late Quartet geeft een goed beeld van wat het muzikanten kost, willen zij spelen op wereldniveau.

 

25 maart 2013

 

ALLE RECENSIES

Grand Soir, Le

*

recensie  Le Grand Soir

Ode aan de punker

door Wouter Spillebeen

Uit Frankrijk komt Le Grand Soir, een film van Benoît Delépine en Gustave Kervern. Deze komedie heeft stukken minder impact dan hun debuut Aaltra uit 2004.

Broers Not (Benoît Poelvoorde) en Jean-Pierre (Albert Dupontel) leiden zeer verschillende levens. Not is de oudste punk met hond van Frankrijk. Hij zwerft rond op straat, schopt keet en zet zijn hanenkam recht met bier. Jean-Pierre is een matrassenverkoper met een agressieprobleem. Zijn vrouw wil hem niet meer zien of spreken en hij slaagt er niet in zijn verkoopquota te halen. Wanneer de werkdruk hem te groot wordt, slaat hij door, waardoor hij zijn job verliest. Hij belandt op straat met zijn broer, die hem leert vrij te zijn.

Le Grand Soir

Franse humor
Het komedieaspect komt vooral van Franse taalgrappen, zoals een gesprek dat enkel bestaat uit variaties op de typische zegswijze ‘ça va’. Die humor werkt op het Franstalige grondgebied bijzonder goed, maar gaat in een vertaling volledig verloren. Franse komedies concentreren zich behalve op taalhumor vaak op karakterhumor, zoals iedere film met Louis de Funès (Le Gendarme de Saint-Tropez, Les Aventures de Rabbi Jacob)  of het recentere Bienvenue Chez les Ch’tis aantoont. Die combinatie is in Le Grand Soir prominent aanwezig en werkt niet altijd even goed over de grens.

Topcast
De film heeft een ontegensprekelijke topcast. De hoofdrollen worden vertolkt door twee van Frankrijks beste hedendaagse acteurs. Daarnaast zijn cameo’s weggelegd voor onder andere Yolande Moreau (Le Fabuleux Destin d’Amélie Poulain, Séraphine)  en niemand minder dan Gérard Depardieu (Cyrano de Bergerac, The Man in the Iron Mask). Zoals de laatste tijd wel vaker het geval is, kan over het piepkleine rolletje dat Depardieu speelt enkel gezegd worden dat het compleet overbodig is. Het lijkt alsof zijn scène (want er is er maar een) er achteraf is bijgeschreven. Het voegt niets toe aan het verhaal en het past niet in de context.

Le Grand Soir

Punk Is Not Dead
De makers van Le Grand Soir proberen zeer hard alternatief te zijn op dezelfde manier waarop veel regisseurs dat tegenwoordig proberen: met een schuddende camera, lange shots waarin amper iets gebeurt en een pittige en uitdagende soundtrack. In een film die essentieel een hommage is aan de punk verwachten we immers iets alternatiefs. Op een niet zo subtiele referentie naar de bekende lijfspreuk ‘Punk Is Not Dead’ na, raakt deze poging haar doel niet echt. Shots zijn zo lang dat ze gaan vervelen, sommige scènes komen geforceerd over en alles is te voorspelbaar. Daardoor verrast Le Grand Soir  nooit en gaat alle opbouw helemaal in rook op.

Als drama over de transformatie van Jean-Pierre of als ode aan de levensstijl van de punker had Le Grand Soir goed kunnen zijn. Maar de onvertaalbare humor en het eendimensionale verhaal zorgen voor een minder dan aangename filmervaring.

 

23 maart 2013

 

 

ALLE RECENSIES

 

Pietà

****

recensie  Pietà

Moederliefde

door Cor Oliemeulen

Verontrustend psychologisch drama over de harteloze gangster Kang-do die op een dag wordt geconfronteerd met een vrouw die beweert zijn moeder te zijn. Niet voor tere zieltjes.

Net als zijn Europese collega Lars Von Trier schuwt de Zuid-Koreaanse regisseur Kim Ki-duk nooit de controverse. In zijn films gaan uitersten vaak hand in hand. Mooie serene plaatjes met hoop, vrede en liefde wisselen af met nihilisme, angst en woede. Begrip voor de handelswijze van het hoofdpersonage – hoe moeilijk soms op te brengen – staat centraal.

Pieta1

Ki-duks vertellingen bevatten rake observaties met schokkende elementen en fragmenten, die confronteren en hevige morele verwarring oproepen. In zijn prachtige, ingetogen drama Spring, Summer, Fall, Winter… and Spring (2003) leert een jongen wijze lessen van een op een vlot levende Boeddhistische monnik, maar valt al snel voor lichamelijke lusten en criminele activiteiten. In het eveneens bejubelde Bin-jip (2004) ontvouwt zich een onalledaagse romance tussen een man, die zijn intrek neemt in woningen van rijkaards die op vakantie zijn, en een mishandelde vrouw die per ongeluk nog thuis is.

Duimschroeven
Pietà (Hangul) gaat een forse stap verder. Kang-do (Lee Jeong-jin) is een gewetenloze eenling die namens een louche financier openstaande schulden met woekerrentes incasseert. Zijn slachtoffers zien hem met angst en beven komen omdat hij niet schroomt om letterlijk en figuurlijk de duimschroeven aan te draaien. Als je niet kunt betalen, zit er niets anders op dan een beroep te doen op een invaliditeitsuitkering van de verzekering. Dus springt iemand met zachte dwang van driehoog om de status van kreupele te krijgen en mag Kang-do meer dan eens een hand amputeren om een ongelukje met een snijmachine te simuleren.

Stuk voor stuk nietsontziende fragmenten van armlastige kleine ondernemers. Weggestopt in de smerige spelonken van Seoul in kleine door roldeuren afgeschermde hokken, volgestouwd met multifunctionele werktuigen en gereedschap. Heel sporadisch lijkt Kim Ki-duk met zwarte humor zijn best te doen om het schrijnende karakter te relativeren, bijvoorbeeld als iemand uitrekent dat hij na het missen van beide handen direct het hele bedrag kan afbetalen. Als de man verzucht dat hij dan nooit meer kan gitaarspelen, is Kang-do niet te beroerd hem het instrument aan te reiken voor een laatste riedeltje.

Pieta2

Piëteit
Compassie is wel het laatste wat je van het monster mag verwachten. Nadat op een dag een oudere, knappe vrouw zich aan hem opdringt, treedt er heel, heel langzaam verandering in zijn trieste leven op. Kang-do gooit zijn laatste greintje moraal overboord om te ontdekken of het werkelijk klopt dat zij zijn moeder is. Ook zij gaat extreem ver om zijn genegenheid en aandacht aan te wakkeren. Zij huilt veel, hij toont zijn allereerste lach. Ze gaan winkelen, maken een lolletje en vieren zijn verjaardag waarvan hij de datum nooit wist.

De filmposter verraadt al dat het nooit helemaal goed zal komen. De enigszins pikant geklede moeder die treurt om de zoon die in haar schoot ligt, is regelrecht geïnspireerd op de talrijke Pietà’s in de kunstgeschiedenis. Het verschil is dat het bij Michelangelo en consorten steevast handelt om verbeeldingen van de dode Christus vergezeld door Maria. Het bewijs dat de regisseur zich omstreden, kwetsbaar en menselijk opstelt. Net als uiteindelijk de moeder en de zoon die duidelijke sporen zullen achterlaten.

 

20 maart 2013

 
ALLE RECENSIES

Jack the Giant Slayer

***

recensie  Jack the Giant Slayer

Vermakelijke remake van Brits volksverhaal

door Joan Gebraad

In 1963 bracht de Amerikaanse regisseur Nathan H. Juran het verhaal Jack and the Bean Stalk tot leven op het witte doek. Vijftig jaar later maakt Bryan Singer een remake met hedendaagse technieken, maar ouderwets filmplezier.

Net als in het origineel, is Jack (Nicholas Hoult) een simpele boerenjongen. Tijdens een trip naar de markt om wat pingels binnen te halen voor zijn oom, ontmoet Jack een monnik op de vlucht die zijn ooms paard ruilt voor een stel bonen. En passent redt Jack ook een dame in nood. Niet zomaar een dame, maar de vrijgevochten prinses Isabelle (Eleanor Tomlinson) die liever op avontuur gaat dan te moeten trouwen met oude sik Roderick (Stanley Tucci). Wanneer Isabelle op een regenachtige dag voor Jacks huis staat en een van de bonen contact maakt met de regen, schiet er een reusachtige bonenstaak uit de grond, Isabella meenemend.

Jack Ryan: Shadow Recruit

Isabelle’s vader (Ian McShane) stuurt een reddingsteam onder leiding van Elmont (Ewan McGregor) de staak in. Boven aanschouwen ze Gantua, waar een stel kannibalistische, schetenlatende en neuspeuterende computeranimatiereuzen hen opwacht. General Fallon (Bill Nigh), gezegend met een tweede minihoofd (stem van John Kassir) en leider van dit rapalje, is vastbesloten Isabelle, Jack en zijn maten te verorberen. Ze belanden dan ook als tapasingrediënt in de keuken. Ondertussen heeft Roderick macht over de reuzen vergaard. Hij wil met een leger reuzen de macht grijpen.

Singer just wants to have fun
Wat Jack the Giant Slayer aangenaam maakt is dat regisseur Bryan Singer (X-men) de film duidelijk met plezier heeft gemaakt. Dit uit zich onder meer in de mooie landschapsanimaties en digitale reuzen. Soms doet de film hierdoor aan The Lord of the Rings denken. Dit geldt ook voor de gevechten met hordes heldhaftige zwaardvechters, kruisbogen met brandende peilen en hongerige reuzen.

Verder bevat de film een dosis humor. Naast wat platte grappen zoals scheten latende en neuspeuterende reuzen en venijnige opmerkingen van onder meer Roderick en zijn maffe schildknaap, verwijst Singer – soms heel subtiel – naar allerlei films en verhalen. Wie goed oplet, hoort in het begin van de film een toneelspelende dwerg zeggen: ‘Guantua is where we lay our scene.’

Jack Ryan: Shadow Recruit

Elmont, de reuzendoder
Wat Jack the Giant Slayer ook overeind houdt, is de goede casting. Hierdoor is het minder erg dat de verhaallijn wat dunnetjes is. Jammer is dat de belangrijkste personages niet sprankelen. Prinses Isabelle lijkt niet echt een functie te hebben. De romance tussen Jack en Isabelle krijgt weinig aandacht. Personages als Roderick en Elmont stelen de show. Het was uiterst aangenaam geweest als Elmont een groter aandeel in de film had gekregen. Naast McGregor – let op de close-ups van zijn in details gestylede snor – is Hoult een muurbloempje.

Jack the Giant Slayer  is de zoveelste film in de trend van sprookjesreanimaties als Alice in Wonderland, Red Riding Hood, Snow White and the Huntsman en is zeker niet de slechtste. Singers plezier en goede casting verzekert de bioscoopganger van twee uur vermaak.

 

20 maart 2013

 
ALLE RECENSIES

Rhino Season

*****

recensie  Rhino Season

Bevrijding?

door Cor Oliemeulen

Een dichter in Iran wordt bruut gescheiden van zijn vrouw. De combinatie van tragische liefdesgeschiedenis, sublieme ingehouden acteerstijl en overweldigende beeldtaal is onvergetelijk.

Je kunt de gevolgen van de Islamitische Revolutie in Iran op verschillende verdienstelijke manieren interpreteren. In de animatiefilm Persepolis (2007) probeert een opgroeiend meisje het juk van fundamentalisme van zich af te werpen. Oscarwinnaar Argo (2012) doet verslag van de spannende ontsnappingspoging van gegijzeld ambassadepersoneel in Teheran na de val van de sjah. Pas in Rhino Season (Fasle kargadan) van Bahman Ghobadi snijdt de gruwel van onderdrukking en vrijheidsberoving echt door de ziel.

Rhino Season

Obsessie
Gebaseerd op de dagboeken van de Koerdisch-Iraanse dichter Sadegh Kamangar begint het verhaal eind jaren zeventig. Sahel signeert zijn zojuist gepubliceerde dichtbundel. Zijn mooie, hip geklede vrouw Mina, dochter van een hooggeplaatste militair, wordt op afstand gadegeslagen door haar chauffeur. Hij blijkt obsessief verliefd op haar. Zijn nederigheid maakt acuut plaats voor autoriteit vanaf het moment dat de Iraanse Revolutionaire Garde het voor het zeggen krijgt. De dichter en zijn vrouw worden valselijk beschuldigd van godslastering en verdwijnen in de cel. Mina komt na tien jaar vrij, Sahel zit dertig jaar opgesloten.

De verschrikkingen van vernedering, eenzaamheid en marteling zijn gegroefd in het karakterhoofd van veteraanacteur Behrouz Vossoughi. Bedaard, beheerst, maar verward verneemt hij dat Mina (Monica Bellucci) in de veronderstelling is dat hij niet meer leeft. Sahel gaat op zoek en vindt haar in Istanboel waar ze nog steeds rouwend leeft met een man en twee kinderen. Voortdurend blijft hij op afstand, observeert haar en beslist maar niet of hij haar weer in zijn verlangende armen kan sluiten. De mooie en pijnlijke herinneringen, droombeelden en flarden van zijn eigen poëzie als wankele leidraad verbeelden zijn innerlijke strijd.

Rhino Season

Symboliek
Cineast Ghobadi verrast met onverwachte, functionele cameraperspectieven en schetst kunstzinnige beeldkaders. De symboliek van het paard dat zijn hoofd door het autoraam naar binnen steekt, rennende neushoorns op een grote uitgedroogde vlakte en de immense regen van schildpadden (subtiele letterlijke verwijzing naar zijn imposante voorganger over Koerdisch-Iraakse oorlogskinderen Turtles Can Fly) is een voorbode van dreigend onheil.

De onwaarschijnlijke samenloop van treurige omstandigheden doet hier en daar denken aan de zoektocht van de broer en zus in Incendies (2010) die stapje voor stapje het huiveringwekkende relaas van hun overleden moeder ontdekken. Ook in dit meesterwerk worden personages op een bijna gekunstelde manier met elkaar geconfronteerd en zul je na de finale mokerslag afwegen of er juist wel of geen sprake is van bevrijding.

 

16 maart 2013

 
ALLE RECENSIES

&ME

***

recensie  &ME

Luchthartige comedy over zware materie

door Astrid van Pelt

Kan een driehoeksverhouding uitgroeien tot een liefdevolle relatie zonder frustratie en onderling wantrouwen? De onderhoudende romantische komedie &ME wil die vraag beantwoorden. Helaas staat de luchtige vertelformule de interessante dramatische thematiek soms in de weg.

Regisseur Norbert ter Hall baseerde zich voor &ME op de Nederlandse roman Fremdkörper van Oscar van den Boogaard. De film vertoont echter ook onvervalste A’dam – E.V.A.-karakteristieken, de VARA-serie die Ter Hall ook regisseerde. Teun Luijkx vervult in zowel de serie als in &ME een van de hoofdrollen en in beide projecten zijn we getuige van lovers die voor elkaar lijken voorbestemd maar desondanks keer op keer over een nieuw relatieconflict struikelen.

Volmaakte liefde
Zelfs de manier waarop de hoofdpersonages in elkaars leven verschijnen, verloopt in beide verhalen op dezelfde manier: met een knal. De Nederlander Richard (Teun Luijkx), de Spaanse Edurne (Veronica Echegui) en de Duitser Eduard (Mark Waschke) zijn om uiteenlopende carrièremotieven bij het Europees Parlement in Brussel komen werken. In het gebouw komen Edurne en Eduard met elkaar in botsing. Resultaat: allebei een gebroken arm.

Recensie &ME

Edurne en Eduard komen elkaar de dagen na de hardhandige ontmoeting te pas en te onpas tegen. Hun dates bestaan uit tripjes door het stadshart van Brussel, gelardeerd met zoveel historische feiten en openingstijden dat het een commercial van de lokale tourist information lijkt. Edurne en Eduard komen snel nader tot elkaar en gaan samenwonen. De sympathie met de personages blijft, maar de ze-leefden-nog-lang-en-gelukkig illusie doet concessies aan het spanningsniveau.

Biseksueel trio
Pas wanneer Richard, die getuige was van hun botbreekontmoeting, een bezoekje aan hun huis brengt, ontstaat er een ingewikkelde driehoeksverhouding. Eduard heeft namelijk een voorliefde voor mannen en Edurne laat Richard glimlachend in hun leven toe. Is ze naïef, of heeft ze juist een groot hart en een uitstekende intuïtie en gunt ze Eduard deze toevoeging in hun relatie? Of zit er meer achter? Om tot een antwoord op deze vragen te komen, is veel inlevingsvermogen en overpeinzingtijd vereist.

En daar wringt het soms: de kracht en zwakte van &ME is dat het verhaal heel toegankelijk wordt gepresenteerd. Hierdoor raak je direct betrokken bij de levens van de personages, maar soms komen de snelle en dynamische dialogen te veel over als hapklare blokken. Het verhaal blijft te veel in de comedysfeer hangen en existentiële vraagstukken komen minder goed tot hun recht. Dat de match tussen boek en filmuitwerking niet altijd goed uitpakt, neemt niet weg dat &ME ook veel moois te bieden heeft. De manier waarop Veronica Echegui Edurne neerzet als bang, aanhankelijk meisje vol oprecht kinderlijke onschuld is prachtig om te zien.

 

16 maart 2013

 
ALLE RECENSIES

Sweeney, The

***

recensie  The Sweeney

Sneller, harder en groffer

door Alfred Bos

Tussen 1975 en 1978 was de door de commerciële zender ITV uitgezonden serie The Sweeney het kijkcijferkanon van Engeland en er volgden twee spin-offs voor het witte doek. De serie katapulteerde de carrières van John Thaw (Inspector Morse) en Dennis Waterman (New Tricks). Na een pauze van 35 jaar is The Sweeney terug, als bioscoopfilm met een glansrol voor Ray Winstone.

In de dagen dat The Sex Pistols het Britse establishment uitdaagden, maakten Jack Regan en zijn tien jaar jongere sidekick George Carter jacht op het geboefte van de Londense onderwereld. Met hun baas Frank Haskins, een bureaucraat die op zijn tijd niet vies was van wat actie, vormden ze een cel van de Flying Squad, alias The Sweeney, een speciale politie-eenheid die zware misdaad bestreed. Al is alles in de wereld sneller, harder en groffer geworden, de originele serie is nog steeds het aankijken waard.

The Sweeney

Dat moet Nick Love, Brits regisseur van stoere mannenfilms als The Business, Outlaw en The Firm, ook hebben gedacht en hij blies Jack Regan en George Carter nieuw leven in middels een script waaraan hij zelf meeschreef. Een remake kun je deze film niet noemen, want het verhaal is nieuw. Gebleven zijn de personages en die zijn in Love’s versie groffer, harder en sneller dan voorheen, net als het 21ste-eeuwse Londen waarin zowel de criminaliteit als de wapens van een zwaarder kaliber zijn.

Explosieve cocktail
De ex-bokser Ray Winstone (aan het begin van zijn acteursloopbaan speelde hij een bijrol in een aflevering van de originele serie) zet Jack Regan neer als een vuilbekkende zuipschuit met een lage geweldsdrempel. Zijn rechterhand Carter, een rol van Ben Drew, is ditmaal een gewezen boef die heeft gekozen voor de actie van de wetshandhaving; zijn accent is niet cockney, maar het patois van de sociale onderklasse. De Amerikaanse tv-ster Damian Lewis (bekend van onder meer de serie Homeland) blijft als bureauchef Haskins in de schaduw, het lukt hem nauwelijks om het projectiel Jack Regan op koers te houden.

Regans eenheid is een succes, zijn team plukt met grof geweld de schurken van de straat, maar de vijand komt – is het een teken des tijds? – van binnenuit. Ivan Lewis van de interne dienst komt klagen dat Regan en zijn team bij hun arrestaties teveel geweld gebruiken en teveel interieurs slopen. Wat ook niet helpt is dat Regan een affaire heeft met zijn teamlid Nancy Lewis, de vrouw van zijn opponent. Het is een explosieve cocktail met een lange lont, maar de knal is er niet minder om.

Snelle auto’s
Ray Winstone, eerder dit jaar 56 geworden, speelt Jack Regan als een ontembare oerkracht en laat daarmee weer een ander facet van zijn talent zien, na recentelijk te hebben overtuigd in komische rollen (Snow White and the Huntsman, The Hot Potato) en als Alzheimerpatiënt in het psychodrama Ashes. Als actieheld-op-leeftijd is Winstone zeker zo geslaagd als Bruce Willis en deze film is minstens zo onderhoudend als de laatste Die Hard-variatie, waarmee hij de vader-zoonrelatie gemeen heeft.

Naast een filmgenieke held biedt The Sweeney veel actie. Een diamantroof ontaardt in een publieke schietpartij waarbij het marmer van de beelden op Trafalgar Square wordt geknald en de specialiteit van de oorspronkelijke tv-serie, achtervolgingen met snelle auto’s, wordt tot twee keer toe uit het vet gehaald. Zelfs de finale lijkt een eerbetoon aan de inspiratiebron. Maar dan sneller, harder en groffer. Missie geslaagd.

 

13 maart 2013

 
ALLE RECENSIES

Hitchcock

***

recensie  Hitchcock

Hoe fameuze regisseur ons het slasher-genre gaf

door Alfred Bos

Psycho is de beroemdste en meest succesvolle film uit het omvangrijke oeuvre van de even omvangrijke Hollywood-legende Hitchcock. De gelijknamige film vertelt hoe Hitch en diens vrouw Alma reputatie en villa-met-zwembad op het spel zetten om een tegendraads idee te verwezenlijken. Hollywood gruwde, het publiek smulde. En het is (bijna) allemaal waar gebeurd.

Psycho (1960) is een van de meest legendarische films ooit gemaakt. De douchescène, begeleid door de ijzingwekkende violen van filmcomponist Bernard Herrmann, is iconisch. Het verhaal – gebaseerd op de gelijknamige roman van Robert Bloch, naar de levensgeschiedenis van de necrofiele moordenaar Ed Gein – breekt met conventies: welke regisseur laat zijn leading lady al na dertig minuten vermoorden? Het Hollywood establishment moest er niets van hebben en de filmcensuur uiteraard ook niet, maar Hitch zette met eigen geld door en werd door het publiek beloond. Psycho maakte hem financieel onafhankelijk.

Hitchcock

Alfred Hitchcock is 59 jaar oud en een zwaargewicht als in de zomer van 1959 zijn meesterwerk North by Northwest in première gaat. De gevierde regisseur staat op de piek van zijn kunnen en zijn macht. Maar hij verveelt zich, wil zichzelf niet herhalen en ziet een uitdaging in de verfilming van een pulproman over een gestoorde moordenaar. Verwarring bij Hitchs assistenten en de bazen van de filmstudio’s waarvoor hij werkt. Alleen zijn agent en zijn vrouw Alma steunen hem onvoorwaardelijk.

Dodelijk understatement
Deze debuutfilm van de net als Hitch in Londen geboren, maar in Hollywood werkende regisseur Sacha Gervasi (hij maakte eerder een documentaire over heavy metalband Anvil) zoomt in op de relatie tussen de gevierde maar eigenzinnige regisseur (gespeeld door Anthony Hopkins) en diens wederhelft, een verrukkelijke rol van Helen Mirren. Het echtpaar is onmiskenbaar Brits, zoals blijkt uit de spitsvondige dialogen tussen de echtelieden, waarin Alma zich de kampioene van het dodelijke understatement toont. Hitchcock  vertelt een stukje filmgeschiedenis, maar is vooral een acteursfilm. De Anthony Perkins (schurk in het origineel) van James D’Arcy is griezelig echt.

Al draait Hitchcock  om Hitchcock, de ware held van deze film is Alma Reville, die uit de schaduw treedt van haar legendarische echtgenoot. Ze is Hitchs klankbord, met een scherp oog voor continuïteitsfouten, en heeft zelf vele filmscripts geschreven of bewerkt. Terwijl Hitch zich op zijn Psycho-project stort, helpt Alma een bevriende maar niet bijster getalenteerde schrijver (Whitfield Cook, gespeeld door Danny Huston op zijn gladst) zijn script te polijsten. Wanneer Hitch ziek van stress op bed ligt, neemt ze zijn rol op de studiovloer over en trekt de gestrande verfilming vlot.

Hitchcock

Droomscènes
De regisseur die beroemd is geworden door de schaduwkant van de mens in zijn films centraal te stellen, heeft zelf ook rare trekjes. Hij fantaseert over zijn leading lady (Scarlett Johansson in de rol van Janet Leigh, de oorspronkelijke hoofdrolspeelster van Psycho) en meent dat Alma vreemd gaat met ‘Whit’. Die donkere fantasieën worden verbeeld in droomscènes waarin Hitch praat tegen Ed Gein. Bepaald geestig is de wijze waarop Hitch de filmcensuur – die zelfs iets tegen toiletpotten heeft – buitenspel weet te zetten.

Hitchcocks spel met fantasie en werkelijkheid wordt op merkwaardige wijze gespiegeld in deze film-over-een-film. De kern van het verhaal is historisch correct; de decors, kostuums en filmsets roepen de laatste gloriejaren van het klassieke Hollywood in herinnering; de verlate erkenning voor de rol die Alma Reville heeft gespeeld in de loopbaan van de Master of Suspense is terecht. Maar het beste moment van Hitchcock, wanneer Hitch tijdens de première van zijn Psycho in de bioscooplobby Herrmanns strijkers bij de douchescène dirigeert, is pure fantasie. Want het blijft film.

 

13 maart 2013

 

ALLE RECENSIES

Lore

****

recensie  Lore

Poëtisch oorlogsdrama

door Eva Baaren

Wat doe je als je tiener bent en je overlevingskansen plotseling afhangen van een aantrekkelijke jongen die volgens je naaste omgeving de vijand is? Lore is een serieuze, poëtische en confronterende film over adolescentie, vooroordelen en de verloren kinderen van het nazi-regime.

Duitsland, 1945. Na de capitulatie van Hitler vlucht Hannelore (Saskia Rosendahl) met haar strenge SS-ouders, zusje en broertjes naar Oostenrijk. Al snel moeten beide ouders hun kinderen voor hun eigen veiligheid achterlaten en begint het kroost een lange tocht door de bossen van Oostenrijk en Duitsland op weg naar hun grootmoeder. Tijdens een reis vol gevaren, honger en ziekte krijgen ze onverwachte hulp van de aantrekkelijke Thomas (Kai Peter Malina). Maar Thomas draagt een Joods paspoort.

Impressionistisch
Zoals je kunt verwachten van een verhaal over een vluchtende groep kinderen in een wereld verscheurd door oorlog, dood en verderf, is de setting van Lore alles behalve vrolijk. Ook de hoofdpersoon is geen zorgeloos meisje meer. Als dochter van een afwezige vader en een alcoholistische moeder is Hannelore zelfstandig, emotioneel gesloten, verantwoordelijk, weinig spraakzaam en wantrouwend. Ondanks dat ernst en overleven centrale thema’s zijn, is de film van Cate Shortland (Somersault en de serie The Secret Life of Us) een intiem coming of age drama over een pubermeisje dat stiekem nog wil spelen met haar zusje, experimenteert met haar seksualiteit, de buitenwereld probeert te begrijpen en zich steeds meer verzet tegen haar opvoeding en ouders.

Lore

De intimiteit in de film is voornamelijk te danken aan het sterke vaak non-verbale fysieke acteerwerk van Saskia Rosendahl en de keuze voor poëtische en impressionistische beelden van een gefragmenteerde wetteloze wereld door de ogen van aan tiener. Zo wisselen plaatjes van kindervoeten in hoog felgroen gras zich af met shots van lijken, verkrachtingen en krantenknipsels over concentratiekampen. Ook zien we scènes van onbekende, grauw geklede dorpsbewoners wiens gedragingen afstandelijk, absurd en bedreigend overkomen. Samen met de verschijning van de mysterieuze Thomas verbeelden deze fragmenten Lore’s onthechting en verwondering over de buitenwereld en nemen ze de kijker mee in haar onbegrip, ontwikkeling, angsten en verlangens.

Goed en kwaad
Hoewel Lore als poëtisch werk geslaagd is, ligt de meerwaarde in de symbolische en historische betekenis van het verhaal. De onvoorspelbaarheid van het meisje en haar mysterieuze Joodse tegenspeler maken dat beide karakters vaak wisselen tussen sympathiek, afwijzend en bedreigend. Samen met de gefragmenteerde beelden van de onbegrijpelijke buitenwereld en een ontknoping die onverwacht maar weinig verlossend is, wijst Shortland de kijker op zijn eigen ideeën over goed en kwaad die weinig met de werkelijkheid te maken hebben, laat staan de mens helpen te overleven. Ook 68 jaar na de Tweede Wereldoorlog biedt het verhaal hiervoor een noodzakelijke vingeroefening.

 

12 maart 2013

 
ALLE RECENSIES