I Am Not Your Negro

****

recensie I Am Not Your Negro

De kracht van het woord

door Cor Oliemeulen

Het verhaal van ‘de neger in Amerika’ is het verhaal van Amerika. Dat is in een notendop de inhoud van de veelvuldig bekroonde documentaire I Am Not Your Negro. Het is geen mooi verhaal, maar wel een pakkend hedendaags perspectief op de tijd dat de zwarte Amerikaan stelselmatig werd onderdrukt. Volgens sommigen is er bar weinig veranderd.

Het was notabene een blanke onderwijzeres die in de jaren dertig de tienjarige James Baldwin stimuleerde om veel boeken te gaan lezen. Tegenwoordig wordt deze Afro-Amerikaan beschouwd als een van de grootste Amerikaanse schrijvers van na de Tweede Wereldoorlog. Opgegroeid in Harlem, New York verliet Baldwin, gefrustreerd door het racisme, op zijn vierentwintigste zijn land om zich te vestigen in Parijs waar hij bijna zijn hele leven zou blijven wonen. Hij ontpopte zich als een geniale maatschappijcriticus met veel verstand van politiek en geschiedenis die zich uitsprak over de tegenstellingen op het gebied van ras, sekse en klassen in de westerse wereld. Zijn zinnige gedachten en opvattingen over de menselijke conditie zien we terug in de documentaire I Am Not Your Negro.

I Am Not Your Negro

Door de taal gegrepen
Regisseur Raoul Peck kreeg van Baldwins zus, Gloria, een brief die James had geschreven aan zijn literair agent Jay Acton. Hierin vertelt hij hoe hij tot zijn beslissing kwam om zijn volgende, en mogelijk laatste, boek ‘Remember This House’, te gaan schrijven. Peck verwierf de rechten om Baldwins gehele oeuvre te gebruiken voor het witte doek. In eerste instantie dacht hij aan een speelfilm, maar het lukte Peck vooralsnog niet om het project in Hollywood van de grond te krijgen, dus verlegde hij zijn focus naar een documentaire. Het idee van I Am Not Your Negro kreeg pas gestalte nadat Gloria kwam aanzetten met een stapeltje getypte papieren, het begin van ‘Remember This House’, het boek dat Baldwin niet meer kon voltooien.

Raoul Peck werd gegrepen door de taal van de auteur, omdat James Baldwin een wereld beschreef waarin hij niet zomaar een voetnoot is. Peck las de verhalen over menselijke relaties waarmee hij zich kon identificeren. Zelf geboren in Haïti, een land dat net als Amerika is getekend door de pijnlijke en bloedige geschiedenis van de slaaf op weg naar zijn bevrijding, vond de regisseur in Baldwin de stem, de woorden en de retoriek. “Alles wat ik kende door instinct en ervaring kreeg een naam en een vorm.”

Niet alle blanken zijn duivels
I Am Not Your Negro is de geschiedenis van Amerika door de ogen van drie beroemde publieke tegenstanders van segregatie en racisme: Malcolm X, Martin Luther King en Medgar Evers – allen voor hun veertigste levensjaar kort na elkaar vermoord. Desalniettemin is de documentaire opgehangen aan het persoonlijke verhaal van James Baldwin zelf. “Ik was geen Black Muslim of een Black Panther, want ik geloofde niet dat alle blanke mensen duivels waren. En ik wilde niet dat jonge zwarte mensen dat geloofden. Ik was geen lid van een christelijke gemeenschap omdat zij niet leefden volgens het gebod ‘heb de ander lief zoals je jezelf liefhebt’. Ook hield ik mij niet bezig met collectes of marsen.”

I Am Not Your Negro

Ondanks dat James Baldwin zich niet actief bezighield met het verzet en nog maar weinig in Amerika vertoefde, voelde hij zich wel degelijk als een getuige van de onderdrukking en onrechtvaardigheid. Hij koos niet voor geweld of stigma’s en vooroordelen, maar voor bewustwording en inzicht. Memorabel is zijn optreden in The Dick Cavett Show waarin hij een blanke universiteitsprofessor vol overgave verbaal op zijn plaats zet. Baldwin zag de meeste blanken vooral als mensen die apathisch en onwetend tegenover zwarten staan. “Ze weten niet wat er aan de andere kant van de muur gebeurt, want ze wíllen het niet weten.” Niet alleen door het gebruik van zijn krachtige teksten, maar ook door zijn homoseksualiteit werd de schrijver door de FBI extra in de gaten gehouden.

Sterke vorm
I Am Not Your Negro onderscheidt zich van andere documentaires over segregatie en racisme van de zwarte bevolking door de vorm. Raoul Peck hanteert een niet-alledaagse stijl van vertellen en het door elkaar monteren van archiefbeelden, proza, poëzie, drama, scènes uit speelfilms, nieuwsflitsen, sfeerbeelden en politiegeweld tegen de zwarte burger – alles voortdurend springend van verleden naar heden en gelardeerd met zwarte muziek, zonder dat dit ook maar één moment stoort.

Alle woorden in de documentaire zijn Baldwins woorden, met name strofes uit de brief aan zijn literair agent en zijn onvoltooide boek. Vertolkt door de betrokken, karakteristieke, soms gedragen, stem van acteur Samuel J. Jackson die (in tegenstelling tot in zijn speelfilms) opvallend ingetogen is. Alle monologen – uit Baldwins andere boeken, essays, interviews, tv-uitzendingen en toespraken – vormen woorden uit vervlogen tijden die nu, tientallen jaren later, nog als een echo weerklinken.
 

6 mei 2017

 
MEER RECENSIES

Song to Song

***

recensie Song to Song

Draaien rond het niets

door Alfred Bos

Met Song to Song voltooit Terrence Malick zijn ‘relatie-trilogie’. Het is dezelfde film als zijn voorgaande, Knight of Cups, maar dan over een driehoeksverhouding in het muziekmilieu van Austin. En met een mislukte geluidsband.

Voelt Terrence Malick de adem van Magere Hein langs zijn wangen strijken of laait in de herfst van zijn filmloopbaan de inspiratie op tot een uitslaande brand? Sinds het lang verloren gewaande wonderkind van de Amerikaanse cinema in 2011 zijn ‘kosmische manifest’ The Tree of Life (van de oerknal tot het hier en nu in 139 beeldschone minuten) op de wereld losliet is de man niet te stuiten.

Song to Song

Zijn nieuwe, Song to Song, is zijn vierde speelfilm in zes jaar tijd. Bovendien voltooide hij een documentaire die aansluit op het filosofische The Tree of Life – Voyage of Time: Life’s Journey, met commentaarstem van Malick-getrouwe, Cate Blanchett – en is zijn komende film, zijn negende, bijna gereed voor roulatie. Dat wordt het in Europa gedraaide Radegund, met Matthias Schoenaerts als Oostenrijkse herder die weigert zich met de nazi’s te encaillaneren.

Aldus produceerde Malick in luttele jaren meer films dan in de dik dertig jaar tussen zijn verbluffende debuut Badlands (1973) en het bejubelde The New World (2005), dat geldt als een van de beste films van de afgelopen decennium en zijn terugkeer naar de cinema verzekerde. Maar is meer ook beter?

Relatie-trilogie
Song to Song is de derde film op rij in de volkomen unieke filmtaal die Malick in rudimentaire vorm introduceerde met The Tree of Life: geen directe dialogen maar voice-overs met poëtische overpeinzingen en vragen over het leven; briljante cinematografie; geen duidelijke handeling of verhaal, maar een reeks impressionistisch gemonteerde scènes die improviserend tot stand zijn gekomen; stemmige orkestmuziek – doorgaans Duits romantisch dan wel Frans impressionistisch – op de geluidsband. Binnen dertig seconden weet je: ik zit naar een Terrence Malick te kijken.

Met To the Wonder (2012) en Knight of Cups (2015) vormt Song to Song ook qua thematiek een drieluik: je zou het de ‘relatie-trilogie’ kunnen noemen. In To the Wonder staat een jong getrouwd stel in Oklahoma centraal; in Knight of Cups de vader-zoonrelatie van een succesvolle maar spiritueel lege filmproducer in Los Angeles. En in Song to Song draait het om een driehoeksrelatie met het muziekmilieu van Austin als achtergrond.

Acteurs van reputatie staan in de rij om met Malick te kunnen werken en met de liefdesdriehoek van Song to Song komen ditmaal drie acteurs aan hun trekken. Rooney Mara vertolkt de beginnende muzikante Faye. Ze ontmoet op een riant maar loos artiestenfeest aan het zwembad van een postmodernistische villa BV (Ryan Gosling), een muzikant die op punt van doorbreken staat; ze beginnen een relatie. Maar dan is er ook de geslaagde platenproducer Cook (Michael Fassbender), toonbeeld van branie en bluf, die zich voor de carrière van Faye, onzeker over haar identiteit, wil inzetten in ruil voor seksuele gunsten.

Dezelfde film
Setting en personages wijken af, maar in de grond van de zaak is Song to Song dezelfde film als zijn voorganger Knight of Cups, alleen dan minder geslaagd. Hetzelfde om elkaar heen draaien van de personages, hetzelfde gefrunnik aan stoeipoezen, dezelfde bête feestjes, en dezelfde protserige interieurs, hetzelfde afwijkende camerawerk en dezelfde (quasi)diepzinnige overpeinzingen als voice-over. Omdat de film drie hoofdpersonen telt, heeft Song to Song meer dialoog. Maar ook die draaien rondjes rond—is het de hete brij of een gat, de leegte van het bestaan?

Mara is geknipt voor de rol van de muizige muzikante met faalangst. Fassbender daarentegen maakt van de charmante bruut Cook een karikatuur. De held van het trio hoofdrollen is Ryan Gosling, wiens intelligentie en charisma menige stuurloze scène van verveling redden. In de bijrollen zien we Val Kilmer (gemodelleerd op rockster Gregg Allman), Natalie Portman (die zo ongeregeld opduikt dat ze er eigenlijk niet is), de onvermijdelijke Cate Blanchett (als MILF die voor Goslings BV valt) en de Zweedse singer-songwriter Lykke Li als de muzikante Lykke, zichzelf dus.

Song to Song

Gekende rocksterren als Iggy Pop, Johnny Lydon en Red Hot Chili Peppers spelen eveneens zichzelf in cameo’s. Een glansrol vervult veterane Patti Smith, die zich als een moederkloek ontfermt over Faye en haar van advies voorziet door over haar leven te vertellen. Die scènes, eveneens geïmproviseerd, behoren tot de beste van de film. Daar komt hij even tot leven.

Verknipte geluidsband
Malicks afwijkende en idiosyncratische filmvorm is na To the Wonder en Knight of Cups bijna een formule geworden en het trekt Song to Song naar de geeuwzone. De mooifilmerij van Malicks vaste cameraman Emmanuel Lubezki begint, hoe is het mogelijk, te irriteren en met voice-overs als ‘Mercy was just a word. I never thought I needed it’ vul je poesiealbums, geen Malick-films.

Maar het grootste verschil met het geslaagde Knight of Cups – en hét manco van Song to Song – is de geluidsband. Daarop schuiven orkestmuziek (Debussy, Mahler, Ravel, Arvo Pärt) en pop (van de sixties-rock & roll van Del Shannon tot de rave-rap van Die Antwoord) volstrekt willekeurig in en uit het audiobeeld, alsof een baby aan de knop van een iPod draait. Van song to song inderdaad, zonder bedoeling. De filmposter zegt het allemaal in één beeld: in het midden van een vinylplaat zit—een gat.
 

2 mei 2017

 
MEER RECENSIES

In the Crosswind

*****

recensie In the Crosswind

Wat is vrijheid waard wanneer je haar betaalt met eenzaamheid?

door Ralph Evers

In the Crosswind is opgedragen aan de 40.000 Balten die in juni 1941 onder het regiem van Josef Stalin werden gedeporteerd naar Siberië.

Uiteindelijk worden een kleine 600.000 Balten gedeporteerd tijdens het regime van Stalin. Slechts enkelen keren huiswaarts. Regisseur Martti Helde toont hoe het alledaagse leven meer en meer een echo uit het verleden wordt. Hij weet dit echter op een zeldzaam esthetische wijze te brengen. Los van de opening en het slot van de film, die een melancholisch, poëtisch verlangen naar een bijna paradijselijk Land van Ooit tonen, is de ellende verstild in prachtige en vernuftige tableaux vivants. De geluidsband die een deel van het verhaal vertelt samen met een voice-over wordt uiterst effectief ondersteund door een soundtrack die doet denken aan het betere werk van landgenoot Arvo Pärt.

In the Crosswind

In de verstilde, contemplatieve vertelling zit een doorvoelde ervaring: in gevangenschap houdt het leven, de spontaniteit van het alledaagse, op. Niet alleen je leven en vrijheid is afgepakt, ook je tijd. De vertraging van de tijd geeft je als kijker een indruk hoe het is om die ontastbare vrijheden kwijt te zijn. Tegelijkertijd loutert de vertraging de ellende, mede door de meditatieve esthetiek die op het witte doek voorbij stroomt.

Persoonlijk document
De documentaire die Helde eerder over dit onderwerp maakte, won op het Thessaloniki documentairefilmfestival de hoofdprijs, waarna hem geadviseerd werd dit verhaal te verfilmen. Een persoonlijk project, gezien de opa van Helde onder de gedeporteerden was. Het merendeel van de verhaallijn komt uit de eigen familiegeschiedenis, aangevuld met andere overgebleven verhalen.

De mannen werden naar gevangenkampen gestuurd, de vrouwen en kinderen naar de kolchozen, collectieve boerderijen. De omstandigheden waren echter zo slecht dat een grote meerderheid overleed aan ondervoeding, ziekte of uitputting. Aan de hand van de brieven van Erna (de vrouwelijke hoofdpersoon) aan haar man Heldur is deze film geconstrueerd.

Troost
In de overpeinzingen van de voice-over (Erna) wisselen de realiteit en feiten zich af met filosofische invallen. Hoe om te gaan met de erbarmelijke omstandigheden? Hoe te oordelen wanneer iemand een relatie begint met een bewaker? Hoe de dood van je dierbaren te verwerken temidden van de alomvattende ellende?

In the Crosswind

Haar bespiegelingen worden fraai ondersteund met beelden vol symboliek. In één van haar belangrijkste lessen klinkt het denken van Tsvetan Todorov door: wat is vrijheid waard wanneer je haar betaalt met eenzaamheid? In deze vraag komt de haast onverteerbare realiteit naar voren. Die dient zich aan wanneer na jaren van ellende en onderdrukking de reis naar het thuisland in zicht komt. En wat nu, wanneer eenmaal thuisgekomen, je erachter komt dat je dierbaren niet meer thuiskomen?

Dan resten de herinneringen van hoe iemand het koord van je jurk vastknoopte of hoe iemands stem klonk. De geur van de bloemen die je kreeg, meegevoerd door de wind. Herinneringen die vanuit een andere windrichting uiteindelijk aankomen bij je eigen windrichting, als troost.
 

30 april 2017

 
MEER RECENSIES

Django

***

recensie Django

Requiem voor zigeunerbroeders

door Alfred Bos

De legendarische jazzgitarist Django Reinhardt is het hoofdpersonage van een geromantiseerd verhaal over zijn leven tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het dient als kapstok voor een film over de zigeunervervolging door de nazi’s.

Muziek stond centraal in het leven van gitarist Django Reinhardt (1910 – 1953), de in België geboren zigeuner die als kind bij een brand twee vingers verloor maar in het Parijs van de jaren dertig uitgroeide tot een in Amerika gekend gitaarfenomeen. Hij creëerde een geheel eigen stijl, die de basis vormde voor een nieuw en uniek genre – hot jazz, of zigeunerjazz, de enige Europese bijdrage aan de jazz – dat ook in de eenentwintigste eeuw nog immer springlevend is. Als gitarist is hij nimmer geëvenaard: Reinhardt gaf iedere noot, en dat waren er veel want de man speelde sneller dan het licht, zijn eigen coloratuur mee. En dat onversterkt, met twee vingers. De man was meer dan virtuoos, hij was een genie.

Django

Django is geen biopic over leven en werk van de legendarische jazzgitarist. In de naar hem vernoemde film speelt de uitvinder van de hot jazz weliswaar de hoofdrol, maar het verhaal komt uit de fantasie van auteur Alexis Salatko. Die publiceerde in 2013 de roman Folles de Django, over het wedervaren van de muzikant tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het is een fictief verhaal binnen een historisch kader, met biografische feiten als uitgangspunt. De film vestigt de aandacht op een vaak onderbelicht aspect van de naziterreur.

Niet-arische instrumenten verboden
Django opent in juni 1943 in de Belgische Ardennen met de vervolging en executie van musicerende zigeuners. De proloog introduceert het hoofdthema: niet alleen joden, ook zigeuners werden door de nazi’s beschouwd als untermenschen en op grote schaal afgevoerd naar vernietigingskampen. De film sluit af met de uitvoering van Requiem voor zigeunerbroeders, een klassieke compositie die Reinhardt tijdens de oorlogsjaren heeft geschreven. In de twee uur tussen proloog en epiloog wordt de historische werkelijkheid opgeleukt met fictie.

Django Reinhardt, gespeeld door Reda Kateb (in Nederland te zien geweest in La résistance de l’air), is in 1943 getrouwd met Naguine (de Roemeense folkzangeres Beata Palya). Vanwege zijn populariteit gedogen de nazi’s zijn optredens in de clubs van Parijs. Voor propagandadoeleinden nodigen ze hem zelfs uit voor een tournee door Duitsland, mits hij niet met zijn voet de maat meetikt. ‘Blues breaks’ en niet-arische instrumenten zijn verboden.

Hij heeft ook een aanbidster, Louise de Klerk (de Belgische actrice Cécile De France), die door de nazi’s wordt gebruikt, en misbruikt, als informant c.q. verklikker. Ze waarschuwt Django: zigeuners zullen worden opgepakt, vlucht nu het nog kan.Via het verzet komt de gitarist, met zwangere vrouw en musicerende broers La Plume en Nin-nin, tot de Zwitserse grens. Daar wordt hij pion in een dubbelspel rond een villa met hoog bezoek, een Britse piloot die naar Zwitserland moet vluchten en een aanslag.

Django

Voortreffelijke soundtrack
Het klinkt allemaal tamelijk gekunsteld, dat gesjacher met feit en fictie. Reinhardt heeft in werkelijkheid twee pogingen ondernomen om naar Zwitserland te ontkomen, wat niet lukte. De tweede keer bereikte hij neutrale bodem, maar grenswachten stuurden hem terug. Mevrouw De Klerk en de verwikkelingen rond de villa aan het meer daarentegen zijn fantasie. En passant zien we hoe de gitarist achter een kerkorgel kruipt en de eerste schetsen voor zijn Requiem componeert; zijn broer noteert wat hij improviseert. Het is een omslachtige manier om het thema van Django te illustreren: de zigeunervervolging. Het historische personage zit het punt van de film eerder in de weg, terwijl het dat juist zou moeten schragen.

Debuterend regisseur Etienne Comar, een ervaren producent die zich tevens als scenarist heeft laten kennen, ook voor deze film, is het best op dreef in de eerste akte, die het muzikantenmilieu van bezet Parijs schetst. Daarin is ook de meeste – en voortreffelijke – muziek te horen. De razendsnelle riedels van Katebs Reinhardt komen uit de gitaar van Stochelo Rosenberg, sologitarist van het Nederlandse Rosenberg Trio dat tekent voor de soundtrack. Die is wellicht het best deel van deze tweeslachtige film. En Reinhardts Requiem moet nodig integraal op plaat verschijnen.
 

29 april 2017

 
MEER RECENSIES

Alone in Berlin

***

recensie Alone in Berlin
Burgermoed in nazi-Berlijn

door Alfred Bos

Engelstalige Europese coproductie verfilmt de Duitse succesroman over een echtpaar in het Berlijn van de jaren veertig dat ansichtkaarten inzet tegen de propaganda van Hitler. Gebaseerd op een waar gebeurd verhaal.

Rond de jaarlijkse dodenherdenking verschijnen er in de bioscoop meer films dan gewoonlijk die spelen in of qua thematiek verwijzen naar de Tweede Wereldoorlog. Alone in Berlin is de filmversie van de roman Jeder stirbt für sich allein (Alleen in Berlijn), die de Duitse schrijver Hans Fallada (pseudoniem van Rudolf Ditzen) kort voor zijn plotselinge dood in 1947 in vier weken tijd schreef. Hij handelt over een echtpaar van middelbare leeftijd wiens enige zoon als soldaat van het Duitse leger in de eerste oorlogsweken is gesneuveld. Ze komen op hun eigen naïeve manier in opstand tegen Hitler.

Alone in Berlin

Otto Quangel (de Ierse acteur Brendan Gleeson) is voorman op een houtzagerij, doodskisten zijn het voornaamste product. Laag opgeleid maar intelligent, begint hij uit verdriet om zijn verloren kind een eenmansactie tegen de nazi’s. Quangel schrijft anti-naziteksten op ansichtkaarten die hij achterlaat in openbare gebouwen en kantoren in Berlijn. Zo wil hij een stem geven aan zijn gemoed en de alom aanwezige nazipropaganda ondergraven. De kaarten worden door de burgers van Berlijn echter niet aan elkaar doorgegeven, maar ingeleverd bij de politie. Die gaat op jacht. Quangel schrijft door. Hij besteedt al zijn vrije tijd aan het project en betrekt zijn vrouw Anna (Emma Thompson) er in.

Niemand is te vertrouwen
De 600 pagina’s van de roman zijn ingedikt tot een film van zeven kwartier, waarbij onvermijdelijk hele stukken van het boek zijn verdwenen of vervangen door nieuwe scènes uit de pen van scenarist Achim von Borries (Good Bye Lenin!) en regisseur Vincent Perez. De film concentreert zich op de kern van het op feiten gebaseerde verhaal: de alom aanwezige sfeer van intimidatie en terreur, de lompheid van het nazi-apparaat, de onzekerheid van het dagelijkse bestaan in oorlogstijd. Het wemelt van de meelopers en de opportunisten, niemand is te vertrouwen. De Quangels zijn—alleen in miljoenenstad Berlijn.

Goed en fout lopen langs onzichtbare lijnen dwars door elkaar, ook in het appartementengebouw waar de Quangels wonen. Een Joodse weduwe wordt belaagd door een buurman met nazisympathieën en diens bloedfanatieke zoon, Baldur geheten. Een gepensioneerde rechter steunt waar mogelijk, terwijl een nietsnuttende zuipschuit de boel voor eigen gewin verraadt. Dan is er nog de postbode die helpt waar ze kan; haar bangige echtgenoot probeert een wit voetje te halen bij de nazi’s. De breuklijn loopt ook door huwelijken. En door het politieapparaat.

Alone in Berlin

Leven onder een bezettingsmacht
Het net sluit zich langzaam rond de Quangels, maar het thrilleraspect is niet het hart van Alone in Berlin. Dat is de psychologie van de terreur en het leven onder een bezettingsmacht. Integere burgers, maar ook inspecteur Escherich (Daniel Brühl) die met de zaak van de ansichtkaarten is belast, worden voor onmogelijke keuzes geplaatst. Wat boek en film glashelder maken is dat ook voor de neutrale Duitse bevolking het nazibewind een nachtmerrie is geweest. Van de 285 kaarten die Otto en Anna Quangel tussen 1940 en 1943 hebben verspreid, zijn er 267 aangegeven bij de politie. Hun opzet is niet gelukt: de kaarten zijn niet doorgegeven, de angst zat te diep.

Alone in Berlin is een keurige film over keurige mensen in een immorele wereld. Deze Duits-Frans-Engelse coproductie mikt op het Europese mainstream-publiek en heeft een internationale rolbezetting en een Franse regisseur, de steracteur Vincent Perez. Hij is braaf – trouw aan het boek, grove scènes worden elliptisch verbeeld – en keurig opgedeeld in drie aktes. De bedrukte stemming van het leven in oorlogstijd wordt gevisualiseerd door grauwe kleding en sombere interieurs; suggestie wint het van actie. Dat de Engelstalige dialogen met Duits accent worden uitgesproken is de voornaamste smet op deze geslaagde verfilming van een ijzersterk boek.
 

25 april 2017

 

Oscuro Animal

****

recensie Oscuro Animal

Stilte is sterker dan woorden

door Cor Oliemeulen

De keuze van Felipe Guerrero om in zijn eerste speelfilm geen tekst te gebruiken, versterkt het idee van de geïsoleerde wereld van de drie hoofdrolspeelsters. In Oscuro Animal is de stilte sterker dan woorden zouden kunnen zijn.

In het speelfilmdebuut van de Colombiaan Felipe Guerrero (hij is van huis uit editor en regisseerde enkele experimentele documentaires) staat het beeld voor ruimte en het geluid voor tijd. Dat maakt dit woordeloze filmdrama niet alleen abstract, maar ook universeel. Sprekende omgevingsgeluiden en een mooie cinematografie met de nodige symboliek. Zo geldt het water, waarmee de film begint en eindigt, als metafoor voor straf en boetedoening.

Oscur0 Animal

Gewapend conflict op de achtergrond
In een parallelle montage volgt Oscuro Animal drie vrouwen op verschillende plaatsen in Columbia dat decennia lang wordt geteisterd door een gewapend conflict tussen paramilitaire organisaties, guerrillastrijders en de overheid. Een gevoel van angst overheerst, vaak is het niet duidelijk voor wie of wat je bang bent. De filmtitel beduidt daarom zowel een atmosferische als politieke metafoor: het is alsof een donker dier je continu beloert en je niet weet wanneer het je zal aanvallen.

De eerste vrouw loopt verloren en moederziel door een verlaten dorpje met bouwvallige huisjes en hutjes met als decor de jungle met het geluid van stromend water, insecten en vogels. De tweede vrouw is jonger, donkerder en heeft pijn door een wond in haar buik, zo lijkt het. Een gewapende man komt binnen, zegt niets, zet vrolijke muziek op, waarna zij een bord eten voor hem neerzet. Nadat hij samen met wat andere mannen heeft gezwommen in de rivier en bier heeft gedronken, komt hij weer binnen en verkracht hij haar. Als hij later een dutje doet, steekt zij hem dood.

Overlevingsstrijd
Het vooruitzicht van de derde vrouw, ongeveer net zo jong, is mogelijk nog minder rooskleurig dan van de andere twee vrouwen. Eerst zien we mannen die ingepakte lijken achter op een truck gooien en begraven in de bossen. De vrouw rijdt vervolgens met een man weg in een jeep. Ook hier is geen onderling contact, wel heftige muziek uit de autospeakers. Later komt de vrouw naakt een kamer binnen, gaat op handen en knieën op bed zitten, waarna ze zich met betraand gezicht door een andere man laat begluren. Het vervolg laat zich raden.

Oscuro Animal

In Oscuro Animal blijft al het geweld buiten beeld, wat de sfeer beklemmend maakt. Je weet dat er ernstige zaken zijn geschied of nog kunnen gaan gebeuren. Het voelt als een ware overlevingsstrijd van vrouwen die zowel letterlijk als figuurlijk geen stem lijken te hebben. Ze ondervinden tegenslag, leed, maar heel soms ontmoeten ze ook hulp en solidariteit – van andere vrouwen, of van een klein meisje. De drie verhaallijnen komen min of meer samen, nadat de drie vrouwen zich geleidelijk en moeizaam hebben weten te verplaatsen van de jungle naar de grote stad, die hopelijk meer bescherming en perspectief zal bieden.

Hoewel ook mannen lijden onder de voortdurende dreiging van geweld kun je deze treurige rolprent feministisch noemen. Het leven van de vrouwen is weliswaar niet te benijden, echter tussen al hun tegenspoed gloort er soms iets dat lijkt op een sprankje hoop. Hoe overtuigend hun aanwezigheid en hoe dramatisch de close-ups van hun trieste gezichten dan ook, de drie hoofdpersonages beklijven nauwelijks. Dat is misschien ook de bedoeling, want ze zijn zoals velen. Oscuro Animal is een film die je niet voor je plezier kijkt, maar door de originele aanpak word je wel bewust dat er op elk willekeurig moment een donker dier in je nek kan springen.
 

24 april 2017

 
MEER RECENSIES

Raw

****

recensie Raw

De weg van het vlees

door Suzan Groothuis

Voor de jonge Justine verandert alles als zij start met haar opleiding diergeneeskunde. Na het eten van konijnenniertjes krijgt ze immense trek in vlees. Wel een beetje vreemd als je al jaren overtuigd vegetariër bent. Een film over identiteit, lichamelijke transformaties en jawel… kannibalisme.

Julia Ducournau’s Raw (ze regisseerde de film en schreef het script) opent unheimisch met een ogenschijnlijk jonge vrouw die langs de weg loopt, gefilmd vanuit de verte. Een auto nadert. De vrouw werpt zich ervoor, om vervolgens weer op te staan en met vastberaden tred naar de gecrashte auto te lopen. Het hoe, wat en waarom zien we later. Want na deze mysterieuze opening verschijnt de filmtitel Raw (Grave) in grote letters in beeld en maken we kennis met de jonge Justine, die door haar ouders naar de studentencampus wordt gebracht.

Raw

In de cafetaria, waar ze nog even een maaltijd nuttigen met elkaar, constateert Justine dat er een stuk vlees in haar maaltijd zit. Drama alom. “Je hebt er toch niet van gegeten?”, vraagt haar moeder dwingend, waarop het meisje heftig nee schudt. Justine is namelijk al jaren overtuigd vegetariër. Weet zij veel, dat er op de campus nog grotere uitdagingen te wachten staan.

Ontgroening met konijnenniertjes
Justine, in alle opzichten de belichaming van puurheid en onschuld, is op de faculteit diergeneeskunde namelijk overgeleverd aan de grillen van de ouderejaarsstudenten. Haar staat een ontgroening te wachten, waaronder het eten van konijnenniertjes. Haar zus Alexia, een jaar ouder, dwingt haar het niertje te eten. Vegetariër of niet, het hoort erbij. Vol weerzin kauwt Justine het niertje weg, waarna de ware helletocht begint.

Vanaf dan verandert Raw in een uiterst vleselijke film, met referenties naar films van David Cronenberg en Marina de Vans intense In My Skin (2002). De camera registreert op beheerste, kille wijze hoe Justine geleidelijk aan transformeert in een kannibaal. Tegelijkertijd is er ook aandacht voor haar ontluikende seksualiteit. De zware ontgroening, waarbij de feuten in de nacht van hun bed worden gelicht en als laatste mogen gaan slapen, draagt ook bij aan de uitputting en desoriëntatie.

Frontale kijk op het vleselijke
Raw verlangt een sterke maag van de kijker. De focus op vleselijkheid is realistisch en frontaal in beeld gebracht. Cronenberg vormt hiertoe een duidelijke inspiratie, alsmede het feit dat Ducournau’s ouders beiden arts zijn met een afstandelijke, klinische kijk op het leven en de dood. Zonder de camera af te wenden zien we hoe Justine’s onbedwingbare behoefte aan vlees haar lichaam overneemt: immense jeuk laat branderige, opengekrabde plekken achter en een afgeknipte vinger wordt tot het botje afgekloven.

Raw

Raw is een grensverleggende film, waarin thema’s als kannibalisme en de grenzen tussen menselijk en dierlijk gedrag worden geëtaleerd. Zo is er een discussie tussen Justine en medestudenten over apen die verkracht worden. Een aap die verkracht is lijdt net zoveel als een vrouw die verkracht is, luidt Justine’s stelling. Een uitspraak die verbazing en afschuw oproept.

Band van het gezamenlijk bloed
Ducournau durft de grenzen op te zoeken, maar doet dat middels een kalme, ijzige registratie. Seksualiteit, identiteit en beestachtigheid vloeien in elkaar over, met de grauwe, onheilspellende studentencampus als middelpunt. De beestachtigheid van de ontgroening gaat hand in hand met de dierlijke impulsen van Justine en haar zus.

Uiteindelijk staat ook de band van gezamenlijk bloed centraal, net als in het beklemmende We Are What We Are (2013). In die film dwingt een vader zijn twee dochters mee te doen aan een traditie van familierituelen. Ook in Raw moeten de twee zussen, met overtuigende rollen van Garance Marillier als Justine (vernoemd naar de deugdzame Justine in Marquis de Sade) en Ella Rumpf als Alexia, hun weg zien te vinden in die onoverkomelijke, volwassen wereld.
 

23 april 2017

 
MEER RECENSIES

Free Fire

****

recensie Free Fire

Pret met eeuwigdurende shoot-out

door Bob van der Sterre

Een deal op een afgelegen locatie. Mensen die elkaar niet kennen en die wantrouwig zijn van nature. Allemaal bewapend. En het is nog een wapendeal ook.

Boston 1978. Twee partijen komen bij elkaar in een oude fabriek. Aan de ene kant Ieren die wapens komen kopen (Stevo, Frank, Chris). Aan de andere kant Amerikanen en een Zuid-Afrikaan die de handel willen verkopen (Vernon, Ord, Martin). Justine kent beiden en brengt ze bij elkaar in een oude fabriek. Men draagt wapens en is wantrouwig.

Free Fire

Bij het weigeren van een uitgestoken hand: ‘You didn’t masturbate before you got here, did you?’ ‘What?’ ‘Told you I don’t work with anybody who’s carrying a loaded weapon.’ ‘Fuck the small talk. Let’s buy some guns, eh?’

De spanning loopt meteen op als blijkt dat de verkeerde wapens zijn geleverd. Maar Chris en Ord houden de twee partijen in het gareel. Totdat een van de Ieren een van de Amerikanen herkent en weet dat hij wraak op hem wil nemen.

Een lange shoot-out
Je verraadt niets van het plot door te vertellen dat de film één lange shoot-out is. De fabriek wordt compleet aan gort geschoten. Maar het is geen esthetische shoot-out à la John Woo. Explosies à la Michael Bay hoef je niet te verwachten. Over the top stoerheid à la Don Siegel ontbreekt. De kogels komen hier bij de kijker bijna net zo hard aan als bij de karakters die elkaar bestoken. Waar we wel naar kijken, is bijna een ouderwetse grappige shoot-out à la Tarantino in zijn oude tijd, toen hij nog onpretentieus amusement maakte.

Deze opzet was een risico. Niet veel films hebben echt maar een locatie waar de film zich afspeelt. En vaak blijft zo’n idee niet lang grappig.

Maar bij Free Fire staat er een groep acteurs die de hele film kan boeien – want humor en geweld heeft meer goed acteerwerk nodig dan je beseft. Ze lopen in de invulling van hun vak als acteur erg uiteen. Cilian Murphy (28 Days Later). Armie Hammer (The Man from UNCLE). Noah Taylor (ooit Hitler in Max). Babou Ceesay (Eye in the Sky). Brie Larson (Room). Sharlto Copley (District 9). Er is bijna geen grotere verscheidenheid te bedenken. Maar dat is juist een van de krachten van deze film. Ze passen bij hun rollen. Het is zoals je zo vaak voetbaltrainers hoort zeggen: ‘Ze speelden echt als een team…’

Free Fire

Teamgevoel
Is dat teamgevoel misschien de invloed van regisseur Ben Wheatley, die immers in Sightseers ook aanstekelijke chemie creëerde tussen de hoofdrolspelers? Hij revancheert zich hiermee voor het ambitieuze, maar ook het niet zo evenwichtige High-Rise uit 2015.

Je ziet hier ook het probleem bij beide films. Net als in Sightseers is Free Fire wel leuk kijkvoer, maar niet briljant. Dat ligt vooral aan hoe beide films worstelen met het verhaal zelf. De scripts worden in beide gevallen als het ware voortgedreven door de actie. Maar het zou in een echt goede film andersom moeten zijn – het verhaal bepaalt wanneer de actie opkomt.

Voor de meeste mensen is dat kommaneuken van het zuiverste soort. En een beetje gelijk hebben ze wel. Dit is gewoon een grappige film met veel vaart en energie (negeren die mensen die achteraf zeggen: ‘Deze film ging helemaal nergens over’). Het beste is vooraf om geen trailers te kijken, met weinig verwachtingen de film te gaan kijken en je vervolgens onder te dompelen in een energieke roes van humor en kogels.
 

22 april 2017

 
MEER RECENSIES

20th Century Women

****

recensie 20th Century Women

Opvoeden en opgroeien in 1979, Californië 

door Nanda Aris

Een zorgzame, feministische moeder probeert in het Californië van 1979 haar tienerzoon op te voeden. Een coming of age film van moeder en zoon waarin we beide perspectieven volgen.

20th Century Women werd dit jaar genomineerd voor een Oscar voor Best Original Screenplay. Het verhaal is geïnspireerd op het leven en de jeugd van regisseur Mike Mills zelf. Zijn eerste, tevens autobiografische, film Beginners (2010) vertelt het verhaal van zijn vader, die als zeventiger na het overlijden van zijn moeder, uit de kast komt als homoseksueel.

20th Century Women

We volgen we de bewoners van een oud huis in Santa Barbara, Californië: de feministische moeder Dorothea (Annette Bening) met haar zoon Jamie (Lucas Jade Zumann), punkliefhebster Abbie (Greta Gerwig), en hippie-klusjesman William (Billy Crudup). Buurmeisje Julie komt vaak langs.

Hulp nodig
Het verhaal draait voornamelijk om de opvoeding van de vijftienjarige Jamie, door bovenal zijn moeder – die haar zoon kreeg op veertigjarige leeftijd – maar ook door huisgenoot Abbie en zijn vriendin Julie. Dorothea heeft het idee dat ze Jamie niet volledig meer kan bereiken, en dat ze hulp nodig heeft bij de opvoeding. Ze vraagt daarom twintiger Abbie, die bij hen in huis een kamer huurt, en de tiener Julie haar te helpen, omdat zij beide een goede band hebben met Jamie.

Dat ze een goede band hebben, betekent niet dat zij Jamie dezelfde dingen bijbrengen als Dorothea hem bij zou brengen. Van Abbie leert hij over feminisme, de clitoris en de menstruatie. Jamie is ondertussen verliefd op Julie, maar zij houdt hun relatie graag platonisch, ook al slaapt ze (letterlijk) graag bij hem. Ze vertelt hem over haar seksuele avonturen – iets waar Jamie half op zit te wachten.

Vrouwelijke opvoeding
Dorothea wil graag dat het goed gaat met haar zoon, maar heeft niet geleerd (zelf opgevoed in de depressiejaren) om haar eigen gevoel te uiten. Door haar vraag aan Abbie en Julie om te helpen bij de opvoeding, wordt ze ook geconfronteerd met haar eigen rol als moeder Dorothea gelooft niet er een man nodig is om Jamie op te voeden. Het zorgt soms voor een zucht, de nuchterheid ontbreekt een beetje.

20th Century Women

De opvoeding is ook vrij. Wanneer Jamie spijbelt van school, schrijft Dorothea creatieve briefjes waarom hij niet aanwezig kon zijn, en lacht ze om zijn vindingrijkheid om haar handtekening te vervalsen. Bening weet de warmte van een zorg hebbende moeder neer te zetten, een moeder die je eigenlijk soms achter het behang zou willen plakken, maar waar je ook niet zonder zou kunnen.

Diepte
Door voice-overs, flashbacks en flashforwards komen we meer te weten over de personages, en dat is een fijne en kunstzinnige manier voor het scheppen van meer diepte. Het schept ook begrip voor de tijdsgeest waarin de film speelt, zoals wanneer we kijken naar de ‘crisis of confidence speech’ van Jimmy Carter in 1979. De muziek die de beelden begeleidt is aanstekelijk en optimistisch.

Ondanks de afwezigheid van grote gebeurtenissen, waardoor 20th Century Women doet denken aan Boyhood (2014), verveelt de film niet. Dit is te danken aan de personages, die de hippiewarmte van het samengestelde gezin goed over weten te brengen.
 

19 april 2017

 
MEER RECENSIES

Skins

Bizarre Spaanse film Skins kan cultstatus tegemoet zien
Freaks zijn ook mensen met gevoelens en verlangens

door Cor Oliemeulen

De Spaanse film Skins is één van de opvallendste verschijningen tijdens het toch al zo fantasierijke Imagine Filmfestival in Amsterdam. Het is een tragikomische beproeving waarin bizarre, afstotelijke en smakeloze personages het hart van de toeschouwer proberen te winnen. Een mozaïek dat laveert tussen melodrama en kolder. Gedurfd en origineel voor de één, vulgair en weerzinwekkend voor de ander.

Het begrip freak is onderhevig aan de tijd. Volgens woordenboeken is een freak: een apart persoon, een enthousiast liefhebber of een rare knakker. Soms wordt de persoon in kwestie geassocieerd met ongewenst sociaal of seksueel gedrag, drugsgebruik en homofilie. Frank Zappa hanteerde bij het uitbrengen van zijn dubbelalbum ‘Freaking Out’ in 1966 misschien wel de mooiste definitie: ‘Iemand die afwijkt van de voorgeschreven standaard van denken, kleding en sociaal gedrag om zich creatief te kunnen uiten.’

Freaks als circusattractie
Er was een tijd dat misvormde en mismaakte mensen freaks werden genoemd en een circusattractie waren. Het bekendste voorbeeld is de film Freaks uit 1932 van Tod Browning, die een jaar eerder Dracula had gedraaid. Freaks op het witte doek bleken een andere uitwerking te hebben op het publiek dan freaks in een rondreizend circus. Het was volstrekt nieuw dat lichamelijk gehandicapten zélf de rollen speelden. Nadat filmmaatschappij MGM voor de première het testpubliek had gechoqueerd, werd de film drastisch ingekort en werd het bedrijf zelfs voor de rechter gesleept door een vrouw die beweerde dat ze door het kijken naar Freaks een miskraam had gekregen.

Naast degenslikkers en vuurspuwers bestaat de cast van Freaks uit dwergen, pinheads, interseksuelen, een Siamese tweeling, mensen met handicaps of zonder ledematen, alsook figuranten met afwijkingen en ziektes die we tegenwoordig nog nauwelijks zien, of willen zien. Freaks is een combinatie van drama, documentaire, arthouse en horror. Het verhaal gaat over een ‘normale’ trapezeartieste die het heeft gemunt op het fortuin van een dwerg. Ze wil met hem trouwen, hem vermoorden en dan het geld delen met Hercules, de sterke man van het circus op wie ze echt verliefd is.

Freaks is door het aanzienlijke gedrochtengehalte jarenlang in veel landen verboden geweest, maar na de hernieuwde première op het filmfestival van Cannes in 1962 uitgegroeid tot een echte cultfilm. Misschien omdat de freaks in latere tijd minder als onvolwaardige mensen werden beschouwd en meer identificatie opleverden, omdat zij meedogenloos wraak nemen op de trapezeartieste, die daardoor in de film overigens zelf eindigt als….freak. Onvoorwaardelijke compassie voor een freak krijg je zeker in The Elephant Man (1980) van David Lynch met John Hurt als de misvormde Joseph Merrick.

Mededogen met mismaakte personen
Skins
(originele titel is Pieles) is verre van biografisch en uit heel ander hout gesneden, maar wil eveneens mededogen met mismaakte personages opwekken. De Spaanse cultregisseur Álex de la Iglesia, die de film produceerde, strikte Eduardo Casanova als regisseur. De producer zegt het volgende over de grilligheid van zijn pas 26-jarige landgenoot, in eigen land vooral bekend als tv-acteur: “Eduardo is een mix van een heleboel mensen in één persoon. Hij is een mengeling van haat, wraak, woede en zoetheid. Een porseleinen pop in een horrorfilm. Hij is Chucky en The Bride of Chucky tegelijkertijd. Hij is zélf een filmkarakter.”

Desalniettemin speelt Casanova zelf niet in zijn speelfilmdebuut. Wel het uiterst buitenissige personage Samantha, die eerder was te zien in zijn ruim drie minuten durende Eat My Shit (2015). Zij is geboren met een omgekeerd digestief systeem: op de plaats waar normaal je mond zit, zit bij haar de anus. En waar je anus behoort te zitten, zit bij Samantha haar mond. Het is een idee dat je misschien eerder bij de heerlijke nonsens van South Park zou aantreffen, maar in Casanova’s wereld staat Samantha voor de ultieme lichamelijke misvorming. Zo goor als Eat My Shit eindigt, wordt het gelukkig niet in Skins, maar zij is wel het personage dat de meeste walging oproept.

Tegelijkertijd fascineert Samantha enkele personen die flink opgewonden raken van haar verschijning. Maar dat ze door de maatschappij als afstotelijk wordt beschouwd, blijkt als ze een selfie op Instagram plaatst. Binnen no-time krijgt ze een berichtje met de mededeling dat haar post is verwijderd, omdat die ’tegen de richtlijnen’ is. Eduardo Casanova relativeert raak met de nodige humor. Zo leren we bijvoorbeeld hoe Samantha kippensoep moet eten. En hoe het bij haar werkt als ze op haar verjaardag kaarsjes mag uitblazen. Menig kijker zal na een tijdje ook compassie voor Samantha voelen. Want zij is immers, hoe afstotelijk dan ook, een mens. Een mens met een innerlijk, met gedachten en gevoelens, net als alle andere personages in Skins.

Hoer zonder ogen
Zo passeert Laura het rariteitenkabinet. Laura is mooi, kan mooi zingen, maar ze heeft geen ogen. Ze werkt als prostituee voor klanten die blij zijn dat zij hen niet kan zien. Het zijn de freaks die bij Laura seksueel aan hun trekken proberen te komen.

De zwangere dwerg Vanessa is pas populair vanaf het moment dat zij in een pak wordt gehesen en furore maakt als het roze beertje Pinkoo in een tv-show voor kinderen.

Christian snijdt met een mes in zijn benen, want die benen zijn niet van hem. Hij wil het liefst een zeemeermin worden, want ‘zeemeerminnen hebben geen benen, maar zijn toch gelukkig’.

En wat de denken van Ana, die een grote tumor op de helft van haar gezicht heeft. “Je valt alleen op mijn uiterlijk”, verwijt zij Ernesto, die slechts opgewonden kan raken van misvormde vrouwen. Het is een prachtig voorbeeld van de ironie in Skins.

Alle personages maken van Skins een ongemakkelijke film. Bizar, maar tegelijkertijd ontroerend en vertederend. Soms met onverwachte wendingen. Zo kan een melodramatische scène – vaak ondersteund door melige popdeuntjes uit de jaren 70 – zomaar uitmonden in tragikomische kolder. Het doet meer dan eens denken aan het werk van The Pope of Trash, John Waters, die opviel door een combinatie van kitsch, goorheid en excentrieke taferelen met meer dan eens corpulente, halfblote vrouwen.

Inspiratiebronnen
De kleuren en gestileerde kaders van Skins zouden zomaar kunnen zijn afgekeken van Wes Anderson’s The Grand Budapest Hotel. De vormgeving lijkt ook direct geïnspireerd op het Franse duo Pierre et Gilles, bekend van barokke fotografische creaties met levendige kleuren. Uiterst gestileerde combinaties van foto’s en schilderijen die zich bewegen tussen fantasie en werkelijkheid, kunst en kitsch, en omstreden vanwege de naakte, provocatieve poses.

Niet alleen het typisch Spaanse melodrama van Pedro Almodóvar zien we terug in Skins, maar vooral de veelal kitschachtige kleuren in diens vroegere werk. Eduardo Casanova gebruikt vooral pastelkleuren. We zien voornamelijk roze en paars, wat fungeert als een functioneel, zoet contrast met de schokkende verschijningen van de personages.

Qua narratieve structuur is Skins te vergelijken met de ensemblefilm Happiness (1998): veel personages in meerdere verhaallijnen die uiteindelijk allemaal met elkaar te maken hebben. Ook in deze inktzwarte satire van Todd Solondz zien we voornamelijk verdrietige mensen. Echter hier vind je geen spoor van fysiek gehandicapten, maar van losers, nerds en perverse lieden. Zoals de pedofiele vader die twee vriendjes van zijn zoontje verkracht en het personage van Philip Seymour Hoffman dat zo verlegen én gefrustreerd is, dat hij vrouwen in zijn omgeving belt om ze onder een lading seksuele grofheid te bedekken.

Ook in Skins zijn de mensen diep van binnen eenzaam en hunkeren zij naar aandacht. En tegelijkertijd kun je soms enorm lachen om die ongelooflijke triestheid van het bestaan, het relativeren en de zelfspot. Ondanks de controversiële aanpak vertelt deze krankzinnige film een coherent verhaal over verlangens, idealen en dromen. Boodschap: hoe we er van de buitenkant ook uit mogen zien, onder die huid zijn we misschien wel allemaal freaks. Vooral de mensen die er van de buitenkant ‘normaal’ uitzien.
 

16 april 2017

 

 

Skins

 
Lees ook: Boek over Spaanse cinema