Frantz

***

recensie Frantz

Te mooi om waar te zijn

door Cor Oliemeulen

Een Franse jongeman met een schuldgevoel wordt opgenomen in een Duits gezin en vervangt hun enige zoon die sneuvelde tijdens de Eerste Wereldoorlog. Zijn verhalen en vioolspel verzachten het verdriet en brengen troost.

De Franse regisseur François Ozon liet zich grijpen door een verhaal van ene Maurice Rostand, die het direct na afloop van de Eerste Wereldoorlog schreef. Ozon ontdekte dat niemand minder dan zijn oude Duitse collega Ernst Lubitsch in 1932 het verhaal had verfilmd en besloot om deze tragische geschiedenis over schuld en vergeving een andere wending te geven.

Frantz

Troost
In Frantz heet de Franse jongeman Adrien (Pierre Niney), het Duitse meisje Anna (Paula Beer) en is het titelpersonage de dode soldaat. We schrijven 1919. Anna legt elke dag bloemen op het graf van Frantz en ziet op een dag hoe de Fransman hetzelfde doet en zich verdrietig toont. Uiteindelijk treffen ze elkaar bij Anna’s schoonouders, want Adrien wil wat kwijt over hun zoon Frantz. Hij krijgt echter niet de kans. De vader, huisarts, die net als zijn dorpsgenoten overloopt van anti-Franse sentimenten, wijst hem direct de deur, want hij acht iedere Fransman verantwoordelijk voor de dood van zijn enige zoon.

Niet veel later wint Adrien het hart van Frantz’ ouders, omdat hij hen doet denken aan Frantz en met zijn verhalen hun verdriet verzacht. Ook Anna vindt troost bij Adrien, omdat hij prachtig vertelt over zijn vriendschap met Frantz, hun gedeelde passie voor viool en hun bezoekjes aan het Louvre in Parijs. En ondertussen lijkt het er verdacht veel op dat ook Anna deze aanvankelijk mysterieuze Adrien gaat zien als substituut van haar geliefde. Maar Adrien blijkt een hoopje ellende, verteerd door schuldgevoelens en iemand die zich niet kan binden, omdat hij een geheim met zich meedraagt. Nadat hij Anna heeft geconfronteerd, keert hij terug naar Frankrijk en besluit Anna haar schoonouders Adriens schokkende onthulling te besparen en een eigen verhaal te verzinnen.

Frantz

Schuld en vergeving
Tot hier is de Frans-Duitse coproductie van François Ozon boeiend en veelbelovend, maar het te trage tempo komt het naar antwoorden en verlossing schreeuwende vervolg niet ten goede. De regisseur kiest voor het perspectief van de verliezers van de oorlog en wil graag de broederschap tussen de twee landen tonen, maar had zich iets meer op karakterstudie dan op omstandigheden en atmosfeer mogen richten. Het grote gemis is het gebrek aan ambiguïteit van Anna nadat Adrien zijn geheim heeft onthuld: een greintje haat hadden we van haar wel mogen verwachten.

Daarentegen is de mise-en-scène bijna vlekkeloos en is de film bijna geheel geschoten in stemmig zwart-wit, met sporadisch intuïtief kleurgebruik van een landschap of in flashbacks, waardoor Frantz realistisch werkt. En ook over beide jonge, relatief onbekende hoofdrolspelers valt weinig te klagen.

Dat alles neemt niet weg dat Ozons zestiende speelfilm voortdurende finesse mist, zoals in zijn meesterstuk Dans les Maisons (2012). De premisse is fantastisch, het vergevingsthema universeel en Adriens laatste mokerslag onverwacht, maar de apotheose verdiende een beter lot. Frantz speelt met klassieke melodramatische motieven als schuld en vergiffenis, echter eindigt te hoopvol om het stempel van onvervalst melodrama te krijgen. Het lijkt plots alsof er voor Anna licht aan het eind van de tunnel is, deze kijker was liever net zo gedesillusioneerd gebleven.
 

28 november 2016

 
MEER RECENSIES

Waterboys

****

recensie Waterboys 

Liefde voor muziek in Nederlands jasje

door Wim Meijer

De liefde voor muziek kan mooie vormen aannemen, zo bewijst Robert Jan Westdijk met Waterboys. De nummers van zijn favoriete band dienen als basis voor een fijne tragikomische Nederlandse film.

Regisseur Robert Jan Westdijk (Zusje, Phileine zegt sorry) vertelt tijdens de persvoorstelling met aanstekelijk enthousiasme over zijn nieuwste project. Zes jaar geleden maakte hij zijn laatste film en de pers is massaal uitgerukt om Waterboys te zien. De zaal is afgeladen, tot grote vreugde van de regisseur. Westdijk blijkt enorm fan van de Iers-Britse band The Waterboys. Hij zocht twee jaar geleden de leadzanger Mike Scott op en pitchte zijn concept: een Nederlandse film met een prominente rol voor Scotts band. Scott stemde in.

Waterboys

Papa is een lul
De telefoon rinkelt. Er is niemand thuis. Middels antwoordapparaatberichten maken we kennis met Victor (Leopold Witte). De beelden zijn nog zwart, met slechts introducerende teksten. Niet veel later loopt Victor de voordeur door in het eerste shot. Na een nachtelijke escapade, zo leren we al snel. Het was niet de eerste en voor zijn vrouw Elsbeth is het de druppel. Ze heeft hem die nacht verlaten. Niet lang daarna treft hun zoon Zacharia (Tim Linde) hetzelfde lot – uitzetting door zijn vriendin.

Papa is een lul, zijn zoon een watje. Victor, een crimeschrijver van een Baantjer-achtige serie, heeft net het zeventiende deel af. Victor is als Vledder en valt in de smaak bij de vrouwen. Hij maakt er dankbaar misbruik van. Zien we Zach, dan had de appel niet verder van de boom kunnen vallen. Biologen zouden hem determineren tot de ongewervelde dieren. De ruggengraat ontbreekt. Deze cello spelende brave borst is hard toe aan assertiviteitstraining.

Het melodramatische Waterboys is deels roadmovie, deels familiedrama. Vader en zoon reizen af naar Edinburgh vanwege de vertaling van Victors laatste werk. Op de ferry vloeit de drank rijkelijk. Vanaf het dek zien we het kustgebied rondom het weinig aantrekkelijke Hull. Melancholische celloklanken vervoeren de kijker over het water. Het is alsof je zelf op het enorme schip zit. De camera tuurt naar de horizon, naar de kust, dan weer naar het spoor van bubbels dat de rotoren achterlaten in het water. De cinematografie is droogjes, met weinig opsmuk. De beelden van director of photography Alex Wuijts vervullen hun doel – het grillige Schotland op gepaste wijze introducerend.

Waterboys

The Trip
In Edinburgh aangekomen doet de film denken aan The Trip. Twee mannen reizen door Engeland terwijl ze elkaar nauwelijks (meer) kennen, waardoor grappige, ongemakkelijke scènes ontstaan. Victor en Steve Coogan verschillen bijzonder weinig. Romances met PR-dames en hotelbedienden blijken onvermijdelijk, evenals clashes in hotelkamers en verplichte nummertjes met de lokale pers. Net als bij Rob Brydon en Steve Coogan, staat de relatie tussen Victor en Zach centraal. De twee tegenpolen vinden toenadering tot elkaar, al mag het even duren.

De climax van de film is het Waterboys-concert in Edinburgh – hoe kan het ook anders – waarin alles samen komt. Het nummer Don’t Bang The Drums is prachtig verfilmd met groenblauwe tinten. Voor Victor en zijn vrouw hebben The Waterboys speciale waarde, want tijdens de regen, onder een poncho, zou Zach zijn verwekt. Tijdens het concert herhaalt de geschiedenis zich en komen oude emoties bovendrijven. Het zijn deze scènes waarin Westdijks passie voor film en muziek harmonieus samensmelten.
 

26 november 2016

 
MEER RECENSIES

I, Daniel Blake

*****

recensie I, Daniel Blake

Voedselbanken en sancties

door Cor Oliemeulen

Soms duurt het een halve eeuw voordat je je levenswerk hebt voltooid. Ken Loach mag gaan genieten van zijn laatste jaren, maar we zijn bang dat hij dat niet kan. Terwijl veel politici de andere kant op kijken, zal de Britse regisseur waarschijnlijk tot zijn dood een scherp oog voor de menselijke maat hebben.

De Brit Ken Loach is zonder twijfel de meest begaafde regisseur die sociaal bewogen films maakt. Op de laatste golven van het Engelse ‘kitchen sink realism’ (gootsteendrama’s) brak hij in 1969 door met Kes, het ontroerende verhaal over een arbeidersjongen die genegenheid vindt bij een valk. Met zijn laatste drama I, Daniel Blake won hij in mei na een staande ovatie de Gouden Palm tijdens het filmfestival van Cannes. Na een halve eeuw films maken heeft zijn persoonlijke naturalistische stijl alleen maar meer contouren gekregen.

I, Daniel Blake

Politiek statement
In zijn jongste drama volgen we de opgewekte frustratie van een van een hartaanval herstellende timmerman in Newcastle die wordt verplicht te gaan werken terwijl zijn arts zegt dat hij dit beslist niet mag. Ken Loach, die bij het verschijnen van Jimmy’s Hall in 2014 aankondigde dat het nu welletjes was geweest, moest en zou nog eenmaal een politiek statement maken nadat hij zich had verdiept in de kapitalistische erfenis van voedselbanken en sancties.

Na al zijn interviews en discussies met politici over de schrijnende maatschappelijke praktijken waarin een deel van Engeland en Europa verkeert (in sommige delen van Amerika schijnt dit niet anders te zijn), is het moment aangebroken dat de inmiddels 80-jarige filmmaker welverdiend op zijn lauweren kan rusten. Maar je weet het nooit zeker met Ken Loach. Zeker als hij weer eens wordt gegrepen door een geëngageerd verhaal van zijn vaste scenarist Paul Laverty. Vanaf Carla’s Song in 1996 vormen Loach en Laverty twaalf films later een ongekend gouden tandem.

Onbekende acteurs
Voorlopig beschouwen we I, Daniel Blake dus als magnum opus. Eén van de sterke punten van Ken Loach is dat hij werkt met onbekende acteurs en amateurs, en geheel op locatie filmt, net zoals de Italiaanse neorealisten dat in de jaren 40 en 50 deden om authentieke sociale documenten te creëren. Zo wordt de titelfiguur van I, Daniel Blake gespeeld door Dave Johns, zelf zoon van een timmerman en vooral actief als stand-up komiek (net als John Bishop, die in Route Irish een ex-huurling in Irak speelt). Ken Loach heeft gelijk als hij zegt dat juist je sociale achtergrond en je levenservaring je acteerprestaties bepalen, in de geest van filmdocent Stella Adler die tal van grote Amerikaanse acteurs en actrices op vaak hardhandige wijze de kneepjes van het acteervak bijbracht.

Dave Johns is authentiek en weet zijn karakter Daniel Blake – ondanks zijn helletocht in de doorgeslagen bureaucratie en repressie – een bijna verbazingwekkende dosis humor, empathie, zorgzaamheid, trots en fatsoen mee te geven. Criticasters zijn geneigd de door Loach en Laverty geschetste wereld van voedselbanken en sancties (bijvoorbeeld geen geld als je een formulier niet helemaal hebt ingevuld) eenzijdig te noemen, want de economie trekt toch aan? Daniel Blake is echter volstrekt geloofwaardig in een wereld waarin de tegenstellingen groter worden en de menselijke maat steeds meer onder een vergrootglas moet worden gezocht.

I, Daniel Blake

Verzet
Het titelpersonage komt uiteindelijk in verzet en weigert volgens eigen zeggen als een hond te sterven. Maar naast een sociaal drama is I, Daniel Blake een verhaal over vriendschap. Een aandoenlijke band tussen de timmerman en de alleenstaande moeder Katie (Hayley Squires) met twee kinderen, die het bestaan in Londen niet meer konden bolwerken, maar ook in Newcastle aan hun lot worden overgelaten. Daniel heeft een ziek, maar een goed hart, en doet klusjes in Katie’s nieuwe onderkomen, dat is verstoken van verwarming. Ook zij is gestraft omdat zij niet alle regeltjes heeft opgevolgd.

En ondertussen worstelt Daniel met allerlei door de strot geduwde digitale procedures en zien we Katie in een hartverscheurende scène bij de voedselbank. Maar Loach, Laverty en Blake laten zich niet kennen: al het leed wordt opgediend met zwarte humor en relativering, wat het drama des te indrukwekkender en vernietigender maakt.
 

21 november 2016

 
MEER RECENSIES

Complete Unknown

***

recensie Complete Unknown

Mengen van fictie en werkelijkheid is verslavend

door Nanda Aris

Goede acteurs kunnen niet verhelpen dat Complete Unknown krampachtig aanvoelt en het mysterie snel verdwijnt.

Alice Manning (Rachel Weisz) is een aantrekkelijke vrouw, die steeds opnieuw wisselt van gedaante. Dan werkt ze in een ziekenhuis, dan als lerares, dan weer als goochelaar assistent. Ze mist haar oude ‘ik’ en besluit haar ex vriend Tom (Michael Shannon) op te zoeken. Ondanks de vele bekende acteurs die spelen in Complete Unknown – en dit doen ze verdienstelijk – voelt het verhaal bedacht aan.

Complete Unknown

Joshua Marston regisseerde eerder Maria Full of Grace (2004), waarvan de hoofdrolspeelster Catalina Sandino Moreno genomineerd werd voor een Oscar. Veel films regisseert Marston niet, hij heeft zich vooral toegelegd op het regisseren van tv-producties. Toch weet hij voor Complete Unknown niet de minste namen te strikken. Rachel Weisz is verleidelijk als Alice, Michael Shannon weet zijn serieuze blik goed in te zetten voor de verwarde Tom, en ook Kathy Bates en Danny Glover zien we als ouder echtpaar voorbij schuifelen.

Identiteit
Tom viert zijn verjaardag, en zijn collega Clyde (Michael Chernus) neemt een nieuwe vriendin mee. Wanneer Tom haar ziet, meent hij haar te herkennen – niet als Alice, maar als Jenny, zijn ex vriendin, waarvan hij vijftien jaar geleden dacht dat ze voorgoed verdwenen was. Alice weet met haar fantastische verhalen, over waar ze allemaal geweest is en wat ze gedaan heeft, iedereen aan tafel te boeien. Behalve Tom, hem irriteert de aanwezigheid van Alice op zijn eigen verjaardag.

Op de taart die hij voor zijn verjaardag besteld heeft, staat ‘Tony’, in plaats van ‘Tom’. Gefrustreerd hakt hij de ‘y’ eraf. De taart staat symbool voor de ontwikkeling die Tom doormaakt, wellicht verhuist hij met zijn vrouw naar een andere stad, en zegt hij zijn baan op, maar zeker is hij er nog niet over. De eventuele verandering in zijn leven vindt hij spannend, terwijl de vrouw die bij hem aan tafel zit maar al te graag verandert.

Dwalen
Tom ontmaskert Alice, niet in het bijzijn van de anderen. Ze gaan met z’n allen richting een club, waar Alice nog meer verhalen vertelt, en de vrienden van Tom steeds minder geloven van wat ze vertelt. Ze vlucht de club uit, gevolgd door Tom. Iets in hem is geïntrigeerd, wat bezielt iemand om steeds zo te veranderen, en al het bekende achter te laten? Hij gaat met haar in gesprek, en samen maken ze een nachtelijke dwaling door de stad.

Complete Unknown

Wanneer ze een vrouw helpen die gevallen is, en Alice verzint dat Tom een dokter is, blijkt hoe makkelijk ze een nieuwe identiteit weet aan te nemen. Het is verslavend voor haar om waarheid met fictie te mengen, en ze wil zichzelf blijven vernieuwen. ‘Zodra mensen aanspraak op je gaan maken, zit je vast’, zegt ze. Niet alleen Alice en Tom dwalen, ook het verhaal dwaalt.

Geforceerd
Het is niet duidelijk wat het verhaal nu graag wil vertellen; dat je bent wie je zegt dat je bent, dat de liefde tussen Alice en Tom nog niet voorbij is – of toch wel, dat verandering goed is, of dat een leugentje om bestwil het leven een stuk interessanter kan maken. Een verhaal hoeft natuurlijk niet álles te vertellen, maar dit verhaal voelt geforceerd.

Het drama start spannend, als een thriller, maar daar blijft weinig van over zodra Tom en Alice elkaar herkennen, en we hen volgen in nachtelijk New York. Het einde is niet erg bevredigend, maar Weisz en Shannon weten de film enigszins te redden met hun acteerprestaties.
 

20 november 2016

 
MEER RECENSIES

Perfetti Sconosciuti

****

recensie Perfetti Sconosciuti

Black box met explosieve lading

door Cor Oliemeulen

Menigeen kan Perfetti Sconosciuti beter zónder geliefde bezoeken. Hoe het verplicht openbaren van gegevens op je mobieltje leidt tot relationele slachtpartijen bewijst deze Italiaanse kaskraker.

Onlangs was op tv de documentaire Addicted to my Phone te zien. Gesteund door de gebruikersvoorwaarden van Facebook bood een Deens onderzoeksteam een zaklamp-app aan, echter de gebruikers wisten niet dat ze door het installeren van de app automatisch toegang gaven tot hun gesprekken, teksten, foto’s, camera en microfoon. Naderhand bezocht het team enkele gebruikers, die totaal geschokt reageerden omdat al hun data bleken te zijn gekopieerd en heimelijk gesprekken waren opgenomen. Zelfs een ex-minister wist zich geconfronteerd; we zagen hoe zij een dag later een spoedberaad in het parlement belegde.

Perfetti Sconosciuti

Bioscoophit
Het lenen en stelen van persoonlijke gegevens, winkels en organisaties die door middel van wifi-tracking de handel en wandel van bezitters van mobiele apparaten volgen en gebruiken, stralingsgevaar, verslaving aan je mobieltje en appen achter het stuur mogen dan verontrustend zijn als je er wat dieper over nadenkt – dat alles is nog niets vergeleken met het verplicht delen van de explosieve geheimen die de gemiddelde mobiele telefoon(eigenaar) met zich meedraagt.

De Italiaanse regisseur Paolo Genovese kwam op het originele idee om een speelfilm over dit gegeven te maken, getriggerd door een uitspraak van schrijver Gabriel Garcia Marquez: ‘Iedereen heeft een publiek leven, een privéleven en een geheim leven.’ Twintig jaar geleden waren onze geheimen veilig in onszelf opgeborgen, tegenwoordig liggen ze verborgen in onze mobieltjes. In Perfetti Sconosciuti (Volmaakte Onbekenden) wordt dan ook gesproken van een persoonlijke black box. Het komische drama was afgelopen voorjaar dé bioscoophit in Italië en won er twee Donatello’s, voor beste film en beste scenario.

Perfetti Sconosciuti

Van ruilen komt huilen
In een toneelsetting ontmoeten we drie stellen die bij één van hen samenkomen voor een diner. Ze zijn welgesteld en kennen elkaar al hun halve leven. Eén vriend komt later en zou zijn nieuwe vriendin meebrengen, maar die moet zich verontschuldigen. Na het uitwisselen van koetjes en kalfjes begint er een gesprek over de geheimen die iedereen op zijn of haar mobieltje meedraagt, waarna iemand oppert om tijdens het diner de anderen bij wijze van experimenteel spelletje deelgenoot te maken van binnengekomen gesprekken en berichtjes. Na wat tegenstribbelen ontstaan de eerste complicaties, als één van de getrouwde vrienden zich realiseert dat hij vanavond een wulpse foto van een vrouw zal ontvangen en hij de eenling in het gezelschap zover krijgt om stiekem mobieltjes te ruilen. Langzaam volgen de eerste kleine onthullingen en uiteindelijk blijkt dat minstens vijf van de zeven disgenoten iets serieus op hun kerfstok hebben. Maar niets is wat het soms lijkt.

De sterrencast – o.a. Giuseppe Battiston (Pane e Tulipani), Marco Giallini (Una famiglia perfetta), Valerio Mastandrea (La prima cosa bella) en Alba Rohrwacher (Le Meraviglie) – weet uitstekend raad met het intelligente scenario van Perfetti Sconosciuti, waarbij Genovese steun kreeg van een kwartet ervaren scenaristen. De film is bij voorkeur te genieten zónder partner, behalve natuurlijk als je absoluut geen geheimen voor elkaar hebt…
 

13 november 2016

 
MEER RECENSIES

Arrival

****

recensie Arrival
Rooksignalen uit de ruimte

door Alfred Bos

Films waarin de mensheid contact maakt met vriendelijke aliens zijn zeldzaam. Films waarin het fenomeen tijd als een mentale constructie wordt gepresenteerd, zijn nog zeldzamer. Arrival is een buitenbeentje.

Arrival is het soort intelligente sciencefictionfilm dat slechts mondjesmaat wordt gemaakt. Interstellar van twee jaar terug is een recent voorbeeld, 2001: A Space Odyssey (1968) het oermodel. Wat Arrival met beide films gemeen heeft is de combinatie van feitelijkheid en mystiek: wat je niet begrijpt ervaar je als bovennatuurlijk of goddelijk. In alle drie de films staat het fenomeen tijd centraal.

Arrival

De premisse van Arrival laat zich makkelijk navertellen: de aliens zijn geland op twaalf plaatsen op aarde en taalwetenschapper Dr. Louise Banks (Amy Adams) leidt met fysicus Ian Donnelly (Jeremy Renner) een wetenschappelijk team dat een vorm van communicatie moet opzetten. We zien het tweetal aan het werk in het alien ruimteschip boven een weiland in de Amerikaanse staat Montana. Het is een kolossale koffieboon met een eigen ecotoop en, zo lijkt het, eigen natuurwetten. De film toont een nieuwe en unieke verbeelding van buitenaardse technologie. En van aliens.

Interstellaire uitwisseling
De aard van de communicatie laat zich niet zo eenvoudig navertellen. De aliens – we zullen hen hier niet nader beschrijven, maar het zijn geen groene dwergen – hebben een taal die qua medium (rooksignalen, hoe bedenk je het) en vorm (variaties in het patroon van de rookringen) in de verste verte niet lijkt op welke van de vijfduizend talen die er door mensen op aarde worden gesproken. Dr. Banks weet er chocola van te maken en de interstellaire uitwisseling kan beginnen.

Maar dat gaat zomaar niet, want de aliens mogen dan van goede wil zijn, politiek en legertop zien achter ieder vriendelijk gebaar een doortrapte list. Wat ook niet helpt is de verdeeldheid tussen de diverse naties waar een buitenaardse koffieboon in het zwerk hangt. En daar raakt de film aan de kern van zijn boodschap: die verschillen in reactie worden bepaald door de lokale cultuur en die wordt weer bepaald door—taal.

Mystieke dimensie
De filosofische pointe van Arrival is deze: ons begrip van de werkelijkheid is een functie van taal, de Sapir-Whorf hypothese (google ‘m op). Menselijke taal is lineair, de woorden volgen na elkaar. De taal van de aliens is circulair, hun zinnen zijn loops waarin oorzaak en gevolg hun betekenis hebben verloren. Dankzij haar studie van de alien-taal begint Dr. Banks tijdsbegrip te schuiven, waardoor heden, verleden en toekomst op mystieke wijze met elkaar verknoopt raken.Wat haar overkomt is in ons lineaire tijdsbesef onverklaarbaar. Het geeft de film zijn mystieke dimensie.

Arrival

Arrival is de meest doordachte aliens-film die er sinds het debuut van het subgenre met The Day the Earth Stood Still (1951) is gemaakt. Het is ook de beste SF-film sinds Under the Skin. Regisseur Denis Villeneuve (Sicario, Enemy, Incendies) vermaakt de mainstream-filmfans met de vertrouwde actie- en thriller-holderdebolder en serveert de fijnproevers en arthouse-liefhebbers fraai gefotografeerde stof tot nadenken. Het shot waarin de mist van de heuvels over het weiland rolt is adembenemend. De cultuurschok ook.

Rake soundtrack
In een klinisch ogende vertelling op wetenschappelijke basis lijkt er nauwelijks ruimte voor zulke hoogst onwetenschappelijke – maar zeer menselijke – fenomenen als liefde en verlies, maar laten die nu juist het hart van Arrival uitmaken. Het betekent wel dat de mannelijke hoofdrol, fysicus Donnelly, naar het tweede plan wordt gedrukt en Villeneuve met de epiloog een naar sentimenteel neigendeTerrence Malick-pastiche opdient.

Arrival is origineel, diepzinnig en gedurfd. Voor een film die over taal gaat is het geluid extra belangrijk en de IJslandse filmcomponist Jóhann Jóhannsson (hij deed ook Sicario) tekent voor de minimale maar rake soundtrack. Dat belooft genoeg voor hun volgende gezamenlijke project, Bladerunner 2049. Dat onzalige idee ziet er na Arrival een stuk aantrekkelijker uit.
 

8 november 2016

 

MEER RECENSIES

Toni Erdmann

****

recensie Toni Erdmann

De gekke vader en de vervreemde zakenvrouw

door George Vermij

De Duitse regisseuse Maren Ade heeft met haar kleine oeuvre bewezen dat ze een eigentijdse meester is in het tonen van ongemakkelijke situaties die een diepere waarheid blootleggen. Haar nieuwste film Toni Erdmann is een ambitieuze voortzetting van die thematische lijn en is al volop geprezen in de pers en op festivals.

Maren Ade’s eerste film was het pijnlijk herkenbare Der Wald vor Lauter Bäumen waarin een jonge lerares voor het eerst les gaat geven in een nieuwe stad. Haar dromen en ambities vallen al snel uit elkaar als blijkt dat zij haar klas niet in bedwang kan houden. Langzaamaan vereenzaamt zij in een onbekende omgeving. Haar tweede film Alle anderen is een subtiel portret van een koppeltje dat een schijnbaar idyllische vakantie heeft op Sardinië. Spanningen borrelen echter onder de oppervlakte op als de verschillen tussen beide personen langzaam worden onthuld.

Toni Erdmann

Meelevend oog
In beide films heeft Ade een scherp en meelevend oog voor vrouwen en hun verstoorde zelfbeeld: de onhandige lerares die geaccepteerd wil worden en stug haar best blijft doen wat juist averechts werkt; de jonge verliefde vrouw in Alle Anderen die door haar strenge geliefde wordt gewezen op haar impulsieve persoonlijkheid en daardoor gaat twijfelen aan zichzelf.

Toni Erdmann is ook een onthullend portret. Ditmaal van carrièrevrouw Ines Conradi die werkt als een business consultant. De film begint met haar vader Winfried die de postbode voor de gek aan het houden is. Winfried is een liefhebber van ongemakkelijke practical jokes waar hij iedereen mee lastig valt. Hij verkleedt zich of doet zich voor als iemand anders door middel van een nepgebitje. Zijn vreemde en kinderlijke gedrag staat op het eerste gezicht in schril contrast met zijn serieuze dochter. Zij is een zakenvrouw op weg naar de top, maar wat betekent dat eigenlijk?

Ongegeneerd hielenlikken
Ade levert in de film een antwoord op die vraag door Ines op te zadelen met haar gekke vader. Nadat zijn hond is overleden besluit Winfried om zijn dochter op te zoeken in Boekarest. Ines is daar bezig met het zoeken naar kostenbesparende oplossingen voor haar bedrijf. In zakenjargon heeft zij het over het flexibel outsourcen van arbeid. Eufemismen voor het uitbesteden van werk naar andere goedkopere landen, waardoor werknemers in Roemenië moeten worden ontslagen.

Winfried verstoort Ines’ wereld van businessclass hospitality en expats die praten in de lingua franca van de internationale economie. Ade spaart deze mensen niet en toont een cultuur van ongegeneerd hielenlikken, valse beleefdheid en verkapt seksisme. Dat alles verpakt in de glamour van een corporate lifestyle: cocktails en massages op kosten van de zaak in steriele luxe bars en dure hotels die niet van elkaar zijn te onderscheiden.

Haar vader ziet dit allemaal aan, maar verwerkt het op zijn eigen gekke manier. Hij vermomt zich als zakenman Toni Erdmann en zijn verwarde dochter speelt het spelletje wanhopig mee. Bizar genoeg wordt de vreemde Erdmann ook nog serieus genomen door Ines’ opportunistische zakenvrienden. Kaartjes worden uitgewisseld en zijn bizarre gedrag wordt gezien als een excentrieke nieuwe coachingsmethode.

Toni Erdmann

De film heeft heerlijke komische momenten die werken wegens de plaatsvervangende ongemakkelijkheid die Ade weet te vangen. Haar stijl is schatplichtig aan de kale registraties van de Dogma-stroming. Denk aan een bewegende camera en het gebruik van natuurlijk licht. Ade hanteert die methode meesterlijk zoals in haar voorgaande films. Het acteerwerk is ook zeer sterk en Sandra Hüller is als Ines fascinerend om naar te kijken. Serieus, stijf en zakelijk maar evengoed ongemakkelijk. Haar mondhoeken scherp naar beneden alsof zij haar gekozen carrière onderhuids niet kan verdragen. Peter Simonischek is een heerlijk contrast met zijn ontwapende geintjes die vreemd zijn en geleidelijk aan het ijs breken.

Diepere lagen
Deze komische kanten van de film illustreren natuurlijk dieperliggende onzekerheden en spanningen: De generatiekloof tussen de streberige Ines en haar rare hippie-achtige vader. De beleefde en harde internationale zakenwereld die alles regelt en waaraan arbeiders ondergeschikt zijn. En vooral de ambigu positie van vrouwen in het bedrijfsleven. Ines doet enerzijds haar best om zo professioneel mogelijk te zijn. Anderzijds wordt zij door een van haar superieuren gevraagd om de vrouw van een belangrijk contact te vergezellen met het shoppen omdat zij als vrouw daar schijnbaar verstand van moet hebben. En zo wordt er ook van haar verwacht dat zij zich verleidelijk kleedt omdat dat invloed kan hebben op een gewenste cliënt.

Al die zaken maken Toni Erdmann een ambitieuze film over actuele situaties die herkenbaar zullen zijn bij veel kijkers. Ade’s boodschap is kritisch op een absurd-komische manier en bijzonder waarheidsgetrouw. Zij heeft oog voor de zwaktes van haar personages en dat maakt haar films zo menselijk en empathisch. Toni Erdmann is daarom terecht gelauwerd, wat hopelijk zal leiden tot een breder publiek voor haar eerdere films. Want er zijn maar weinig regisseurs die ons zo een eerlijke en onverbloemde spiegel voorhouden als Maren Ade.
 

7 november 2016

 
MEER RECENSIES

Snowden

**

recensie Snowden

Film over klokkenluider onthult niets

door Wim Meijer

Citizenfour van Laura Poitras was een Oscarwinnende documentaire waarin Edward Snowden de misdaden van de Amerikaanse veiligheidsdiensten aan de kaak stelde. Regisseur Oliver Stone gebruikt Poitras’ documentaire als kapstok voor een politieke spionagethriller, maar brengt weinig nieuws.

Wanneer Edward Snowden (Joseph Gordon-Levitt) bij de Special Forces zit, breekt hij zijn been. Zijn lijf is niet bestand tegen de zware oefeningen en lopen met bepakking. ‘You’re discharged, but don’t worry, there are other ways to serve your country’. Of de sergeant op het openbaren van staatsgeheimen doelde, valt te betwijfelen.

Snowden

Bourne zonder actie
Tien jaar na de Special Forces zou de hyperintelligente hacker illegale NSA-praktijken publiceren via The Guardian, met hulp van Laura Poitras (Melissa Leo), Glenn Greenwald (Zachary Quinto) en de ervaren journalist Ewen MacAskill (Tom Wilkinson). Het plot gebruikt de reeks interviews als rode draad in de film, terwijl Stone het verleden van de klokkenluider in flashbacks toont. Maar wat gebeurde er daarvoor? Welke gebeurtenissen in Snowdens leven doen hem uiteindelijk leiden naar deze beruchte interviews in een hotelkamer in Hong Kong? Snowden wil antwoord geven op die vragen, maar slaagt er niet in de enigmatische hoofdpersoon te ontcijferen.

Snowden ontplooit zich als Bourne zonder actie. De protagonist maakt carrière bij de CIA en NSA, alvorens landverraad te plegen. Hij doet locaties aan als Genève, Kyoto en Hawaii. Het begint in het CIA-techlab The Hill. Daar krijgt hij les van Corbin O’Brien (een ongenuanceerde rol van Rhys Ifans) en Hank Forrester, een volstrekt belachelijke personage gespeeld door Nicholas Cage. O’Brien vertelt Edward de noodzaak van de grootschalige afluisteroperaties en waarom ze geheim zijn: ‘Secrecy is security, and security is victory’. Maar het gaat knagen, alle geheimen, gebrek aan transparantie, speciale rechtbanken en de enorme massa mensen die de NSA afluistert.

Snowden

Ingetogen overgave
Joseph Gordon-Levitt speelt bijzonder treffend: ingetogen, nerdy, een tikje introvert en vol overgave. Hij heeft Snowden volledig onder de knie, met zijn monotone spraak en cadans. Hij blijft dicht bij de echte Snowden, met als kanttekening dat daardoor de protagonist van Stone’s film vrij saai is. Dat probeert de beroemde cineast, die ook mee werkte aan het script, te tackelen door Shailene Woodley als tegenspeelster op te voeren in de rol van Snowdens liefje Lindsay Mills. De romance voelt geforceerd aan en leidt af van het plot. De liberale, paaldansende Mills is een rol die de getalenteerde Woodley aan zich voorbij had moeten laten gaan, maar ze kon de verleiding van werken met Oliver Stone waarschijnlijk niet weerstaan.

Normaal gesproken zou een gestroomlijnde, gepolijste film als Snowden spannender moeten zijn dan een documentaire. Tenzij die documentaire Citizenfour is. Of de regisseur Oliver Stone. Stone, ooit een geroemd filmmaker, haalt al jaren niet meer het niveau van zijn eerdere werk (JFK). Savages en Wall Street: Money Never Sleeps zijn matig en Snowden is dat ook. Een enigmatisch figuur als Snowden weet Stone niet te ontcijferen, ondanks het feit dat hij hem negen keer opzocht in Moskou. Want om nou te zeggen dat je na het zien van deze film een goed beeld hebt van het karakter of de drijfveren van de klokkenluider? Nee, daarin schiet Snowden simpelweg tekort. Hoe weinig aandacht Citizenfour ook besteedde aan de geïnterviewde als persoon, het geeft een beter beeld van de man dan Oliver Stone in 135 minuten weet te tonen. En dat is gezien het bronmateriaal, het beschikbare beeld en de vele bezoeken tussen regisseur en Snowden toch opzienbarend.
 

5 november 2016

 
MEER RECENSIES

Light Between Oceans, The

***

recensie The Light Between Oceans

Nieuwste film Cianfrance geen lichtpunt

door Wim Meijer

Regisseur Derek Cianfrance beschikt over een topcast en een wereldwijde bestseller als bronmateriaal, maar zijn nieuwste film The Light Between Oceans haalt het niet bij zijn vorige successen The Place Beyond The Pines en Blue Valentine.

De Eerste Wereldoorlog is afgelopen. Michael Fassbender speelt Tom Sherbourne, een man die zoveel dood en ellende zag dat hij emotioneel is afgestompt en een baan accepteert op het verlaten eiland Janus als vuurtorenwachter. Even bezinnen, peinzen en turen in de stralen van het roterende licht. Hoosbuien teisteren het kleine, desolate eiland. Janus bevindt zich tussen twee oceanen en de vuurtoren op het eiland houdt de schepen veilig. Het is een fictief eiland bij de kust van Australië volgens M.L. Stedman, de schrijver van het boek waarop Cianfrance de film baseerde. In werkelijkheid werd de film opgenomen op Tasmanië.

The Light Between Oceans

Janus staat niet alleen voor een geografische locatie, maar ook voor de Romeinse god met de twee gezichten. Die twee gezichten komen op allerlei manieren terug in de film. Sherbourne kijkt terug op de oorlog en vooruit naar de toekomst, terug op de dood en vooruit naar het leven. Ook zijn vrouw Isabel wil nieuw leven creëren, maar op natuurlijke wijze lukt dat niet. Na twee miskramen spoelt een boot aan met een baby, die het echtpaar besluit te houden. Er ontstaan wederom twee gezichten, want de buitenwereld mag van niets weten.

Morele keuzes
Alicia Vikanders personage Isabel Graysmark brengt weer licht in het leven van Sherbourne. Een mooie romance bloeit op, gesterkt door een aanstekelijke chemie tussen de protagonisten. De twee acteurs werden door Cianfrance gedwongen zes weken samen op een eiland te bivakkeren, waarna ook in real life een romance volgde. Dat spat eraf op het scherm. Gestileerde shots en mooi gecomponeerde muziek voeren de kijker mee in het zoetsappige plot. Er begint iets te knagen. Het stel heeft morele keuzes gemaakt en staat voor een dilemma. Kiezen ze voor elkaars geluk, of laten ze zich leiden door hun innerlijke kompas om zo hun fouten uit het verleden goed te maken?

The Light Between Oceans

The Light Between Oceans kent prachtig acteerwerk van de gelauwerde cast. Alicia Vikander als wanhopige moeder toont een heel ander personage dan de gewetenloze, berekenende AI uit Ex Machina. Fassbender is top als vader die in gewetensnood komt. Rachel Weisz speelt een kleine rol als moeder die verscheurd is door verdriet, want ze is haar dochter en man verloren, jaren geleden.

Waar Derek Cianfrance’s The Place Beyond The Pines en Blue Valentine met een introverte Ryan Gosling meer ruimte lieten voor interpretatie, gooit de regisseur in zijn nieuwste film die deur op vaak brute wijze dicht. Emotie wordt er met een ganzentrechter ingegoten. Dat kan eens gebeuren, maar aangezien het plot uit The Light Between Oceans vrij dramatisch van aard is, zijn dit soort scènes volop aanwezig. En dat gaat storen. Cianfrance’s boekverfilming is te sentimenteel en melodramatisch. Met name de uiteindelijk flashforward van 1922 naar 1950 voelt geforceerd aan, vertraagt onnodig en doet de film geen recht. De film mist subtiliteit en was gebaat bij nét even een paar tandjes minder emotie. Fassbender en Vikander redden het geheel enigszins.
 

4 november 2016

 
MEER RECENSIES

De western als zen-opera

Once Upon a Time in the West: de western als zen-opera

Wraak verdampt tot karma

door Alfred Bos

Ook digitaal opgelapt is de eerste rol van Henry Fonda als schurk, 48 jaar na de eerste vertoning van Sergio Leone’s monumentale spaghettiwestern, nog steeds gedenkwaardig. Betere westerns zijn er niet gemaakt. Betere filmmuziek ook niet.

Once Upon a Time in the West: de western als zen-opera

Is Once Upon a Time in the West de beste western ooit gemaakt? Het verhaal is simpel: geheimzinnige vreemdeling met mondharmonica en schurk met lokale reputatie beschermen weduwe tegen lafhartige moordenaar die werkt voor spoorbaron. De uitwerking is groots: een kleine drie uur durende breedbeeldcollage van westerntropen en nouvelle vague-technieken (lange tracking shots, techniek als stijl, speciale aandacht voor geluid, de regisseur als auteur) in tergend traag tempo, ondersteund door een majestueuze soundtrack. Sergio Leone’s vierde spaghettiwestern is een meesterwerk.

En niet zijn eerste. Toen Once Upon a Time in the West vlak voor kerst 1968 in de Italiaanse bioscoop verscheen, had de wereld er een chaotisch jaar op zitten. De politieke moorden van Martin Luther King en presidentskandidaat Robert Kennedy (broer van JFK) in Amerika, de escalatie van de oorlog in Vietnam, de studentenrellen in Parijs, Berlijn en andere westerse steden, de inval van de Russen in Praag—de wereld snakte naar een moment van bezinning en eenheid. Dat kwam op kerstavond, toen Apollo 8 rondjes om de maan vloog en het publiek thuis achter de buis trakteerde op de eerste ruimte-selfie: planeet aarde gezien van buitenaf. Wat ontbrak was de soundtrack van Ennio Morricone.

Die was te horen onder Sergio Leone’s vierde spaghettiwestern. De regisseur had een naam hoog te houden, want zijn vorige film, The Good, The Bad and The Ugly (1966), was een epos op een schaal waarbij de doorsnee western van dat moment – en zijn eigen A Fistful of Dollars (1964) en For A Few Dollars More (1965), gedrieën de Dollars Trilogie met Clint Eastwood als de man zonder naam – bleekjes afstaken. Alles aan Once Upon a Time in the West ademt ambitie.

Once Upon a Time in the West: de western als zen-opera

Moreel besef
Het verhaal komt uit de koker van collega-regisseurs Benardo Bertolucci en Dario Argento, plus Leone zelf. Het basisgegeven is dat van The Good, The Bad and The Ugly: drie mannen, geharde individuen, strijden met en tegen elkaar. De inzet is geen verborgen schat, zoals in het slotstuk van de Dollars Trilogie, maar een goede zaak. Een jonge weduwe, Jill McBain (Claudia Cardinale), wordt belaagd door de sterke man, Frank (Henry Fonda, in zijn eerste rol als schurk), van treinbaron Morton (Gabriele Ferzetti). Die aast op de boerderij van haar familie, door Frank vermoord. Er zit water onder de grond, daar moet het station komen te staan.

De motieven van de mannen die haar te hulp schieten, elk om zijn eigen redenen, maken dat Once Upon a Time in the West ondanks overeenkomsten in plot en beeldtaal een gans andere film is dan The Good, The Bad and The Ugly. Cheyenne (Jason Robards), de beruchtste outlaw van het stadje Flagstone en omgeving, krijgt de schuld voor de moord op de McBains in zijn laarzen geschoven. De man met de harmonica, domweg Harmonica geheten (Charles Bronson), heeft met Frank een rekening te vereffenen.

Eer en reputatie zijn de inzet, niet geldgewin; moraliteit is de prettige bijvangst. Dat moreel besef, plus de aanwezigheid van een vrouw in het kwartet hoofdrollen, maken Once Upon a Time in the West tot een rijkere film dan zijn directe voorganger, met een emotionele diepgang die de Dollars Trilogie mist.

Once Upon a Time in the West: de western als zen-opera

Gletsjer-tempo
Welke rekening er voor Frank openstaat ontvouwt zich langzaam. En langzaam is het sleutelwoord aangaande Once Upon a Time in the West. Waar veel regisseurs het verhaal er in anderhalf uur doorheen zouden jassen, neemt Leone bijna drie uur de tijd. De film heeft het tempo van een gletsjer en dat dient een doel.

De openingsscène op het station van Cattle Corner middenin de leegte van een winderige prairie – twee jaar terug nog gekopieerd in de Deense western The Salvation – zet de toon. Tien minuten lang gebeurt er hoegenaamd niets. Drie langjassen (na deze film een index van slechteriken) wachten op hun prooi. De tijd wordt gevuld met geluid en extreme close-ups; triviale voorvallen – een hinderlijke vlieg, druppelend water – uitvergroot tot epische proporties.

Leone rekt de tijd, die daardoor zijn normale betekenis verliest. Het geeft de regisseur tevens de gelegenheid om het medium film in te dikken tot zijn kern: beeld en geluid. De scène is nagenoeg woordloos, zoals de dialogen van deze 175 minuten lange film passen op tien A-viertjes. Ook het beeld wordt van zijn gangbare betekenis ontdaan, de close-ups abstraheren het getoonde tot textuur. Temidden van alle zwijgzaamheid krijgen de spaarzame dialogen extra lading. Verschillende zijn klassiek geworden, zoals deze: “Je ziet, we komen een paard te kort.” “Nee, jullie hebben er twee teveel.”

Once Upon a Time in the West: de western als zen-opera

Zen-cowboy
Al oogt Once Upon a Time in the West oppervlakkig gezien als een voorbeeld van naturalisme, alles aan de film is gestyleerd. Niet wat zich vóór de camera afspeelt, maar hoe de regisseur het op het filmdoek brengt is van a tot z geësthetiseerd. In dat opzicht loopt de film vooruit op het hyperrealisme dat in zwang kwam na de introductie van de digitale camera.

De visuele stijl is een voortzetting en verfijning van de beeldtaal die Leone gebruikt in The Good, The Bad and The Ugly: breedbeeldformaat, telelens, close-ups; de laatste vaak extreem. Al is zijn film hoogst gestileerd, de regisseur past een stijlmiddel toe dat het Italiaanse neorealisme regelmatig hanteert: de flashback die visualiseert wat zich in het hoofd van het personage afspeelt, een gedachte of een herinnering. Hij gebruikt het meesterlijk in de finale, wanneer voor Frank – en de kijker – met een schok duidelijk wordt wie Harmonica is en wat hem drijft.

Dan wordt ook duidelijk waarom de film zo’n tergend traag tempo heeft. Dat is de gemoedstoestand van Harmonica, de man die zo onthaast, zeg maar gerust onthecht is dat hij een zen-cowboy is geworden. Once Upon a Time in the West handelt niet om wraak, zoals talloze westerns—hij gaat over karma. Harmonica is geen wreker, hij is het noodlot dat Frank over zichzelf heeft afgeroepen.

Once Upon a Time in the West: de western als zen-opera

Operateske soundtrack
Filmcomponist Ennio Morricone heeft voor zijn soundtrack veel lof gekregen; die heeft de allure van een opera. Morricone geeft twee van de drie mannelijke hoofdrollen zijn eigen muzikale motief dat hun personage typeert en hun karakter schetst. De man met de harmonica gaat vergezeld van drie omineuze dissonanten uit, hoe kan het anders, de harmonica. Cheyenne wordt geïntroduceerd met een klossende deun, wat de blanke pit in de ruwe bolster verraadt. Frank is zielloos en moet het dus zonder muziek doen.

Het hoofdthema met de woordloze vrouwenzang is het motief van de weduwe. Die keuze van de regisseur benadrukt haar centrale rol in het verhaal: de voormalige hoer uit New Orleans fungeert als de beschavende factor in de vertelling. Leone en Morricone waren bevriend sinds hun schooltijd; de componist voorzag alle films van Leone van muziek, met uitzondering van diens debuut, de sword & sandal-film Il Colosso di Rodi (1961). Na de release van Once Upon a Time in the West belde Stanley Kubrick met Rome: hoe had zijn Italiaanse collega beeld en geluid zo perfect op elkaar weten te laten aansluiten? Eenvoudig, de muziek was al geschreven en de scènes waren gedraaid terwijl Morricone’s soundtrack speelde.

Maar meer nog dan de dramatische orchestraties blinkt Once Upon a Time in the West uit door zijn gebruik van omgevingsgeluid. Ook daarin was de film vernieuwend, het zet ambient geluid in als textuur. Zoals Leone flashbacks hanteert om de gedachten van Harmonica zichtbaar te maken, zo gebruikt hij sfeergeluid om te tonen wat er rondgaat in het hoofd van treinbaron Morton, voor hij zijn laatste adem uitblaast. Voor de filmsoundtrack is 1968 een sleuteljaar, Stanley Kubrick gebruikte bestaande opnamen op revolutionaire wijze als filmmuziek in 2001: A Space Odyssey.

Once Upon a Time in the West: de western als zen-opera

Ongenaakbare klassieker
Once Upon A Time In The West, de meest onthaaste, bijna ambient, anti-actiefilm die Leone maakte, werd net als de Dollars Trilogie gedraaid in het Zuid-Spaanse Almería. Voor een film die textuur centraal stelt is het landschap van beslissende betekenis en Leone schoot Jills reis van het stadje Flagstone per kar naar de McBain-boerderij Sweetwater in Amerika. De camera glijdt over de iconische Monument Valley, bekend van talloze westerns van John Ford. Die liet na het zien van Leone’s spaghettiwestern aan zijn collega weten dat hij in hem zijn meerdere erkende.

Once Upon a Time in the West is de diamant in het kleine, maar gave oeuvre van de Italiaanse regisseur. De film werd indertijd in Europa beter ontvangen dan in Amerika, waar distributeur Paramount complete scènes uit het verhaal sneed. Hij groeide – net als de Dollar Trilogie en The Good, The Bad and The Ugly in het bijzonder – in de loop der jaren uit tot ongenaakbare klassieker. De Engelse auteur Barry Stone beschouwt die twee Leone-films in zijn eerder dit jaar verschenen boek The 50 Greatest Westerns met Seven Samurai (Akira Kurosawa, 1954) en The Wild Bunch (Sam Peckinpah, 1969) als de beste westerns ooit gemaakt. Daar valt weinig tegen in te brengen.
 

30 oktober 2016

 
Alle essays