Draken en deuntjes

***

recensie Draken en deuntjes

Draken, ridders, koningen en een eenhoorn

door Nanda Aris

Vijf verschillende verhalen voor kinderen vanaf vijf jaar waarin fantasie – naast draken, ridders en koningen – het overkoepelde thema is. 

De Belgische Arnaud Demuynck heeft vooral als producent, maar ook als regisseur en schrijver meerdere korte films op zijn naam staan. Zo maakte hij Signes de Vie (2004) en Le parfum de la carotte (2014), beide korte animatiefilms, de eerste niet voor kinderen, de tweede wel.

Draken en Deuntjes bestaat uit vijf verschillende muzikale kinderfilmpjes, van verschillende regisseurs. Dit zorgt voor afwisseling, maar ook voor minder uniformiteit.

Draken en deuntjes

Vlaams
De filmpjes in Draken en Deuntjes zijn Vlaams ingesproken, wat zorgt voor een lieve en zachte toon, maar wat wellicht ook voor onbegrip kan zorgen. Woorden als ‘pralinekes’, ‘geluimd’ en ‘troubadour’ kunnen lastige woorden zijn voor Nederlandse kinderen. Gelukkig draait het in deze filmpjes niet zozeer om de tekst, maar meer om het beeld.

De eerste korte film is van Anaïs Sorrentino, Draken en Kant (2015). Over een meisje dat thee drinkt met haar vriendinnetjes, maar liever zou vechten met haar zwaard.

De tweede korte film Drakenjacht (2015) is van Arnaud Demuynck zelf, en vertelt over een zusje dat niet met haar broertjes mee mag op drakenjacht. Het lijkt alsof het verhaal het gender neutrale debat aan wil snijden door de broertjes te laten zeggen dat hun zusje niet mee mag op drakenjacht, want ‘draken jagen is niet voor kleine meisjes’. Het wordt niet geheel opgelost, want het zusje mag nog steeds niet mee op drakenjacht, ook al vindt ze al snel haar eigen draak.

Koningen
Het derde filmpje is van Madina Iskhakova, De nachtvrouw (2015), en gaat over drie buffels en een vrouw die samenwonen in een huis. Zodra het donker wordt, zijn ze alle drie binnen en sluiten ze ramen en deuren. Maar op een avond vergeten ze een raam te sluiten.

Dit filmpje zou wel eens te spannend kunnen zijn voor kleine kinderen, de nachtvrouw is angstaanjagend, en de angst wordt aangewakkerd door de voice over die zegt: ‘Zoals alle mannen en vrouwen ter wereld waren ze bang voor de diepdonkere, sombere nacht’. Het eindigt goed gelukkig, voor de kinderen die niet halverwege afgehaakt zijn.

Draken en deuntjes

In De eenhoorn (2017) van Rémi Durin wil een koning het witte wezen, een eenhoorn, dat hij tegenkwam in het bos tijdens een wandeling, als huisdier. De muziek van dit filmpje is prachtig.
Het laatste filmpje, De wind in het riet (2016) is het langst, 26 minuten, en is wederom van Arnaud Demuynck, in samenwerking met Nicolas Liguori. Het gaat over een koning die muziek heeft verboden, de vriendschap tussen een troubadour en een meisje, en hoe zij er samen voor zorgen dat er weer muziek gespeeld mag worden in het land.

Uil
Tussen de filmpjes door spreekt er een (Fabeltjeskrant-achtige) uil, die het geheel aan elkaar praat. De uil is soms een beetje te wijs, zoals wanneer hij zegt na De eenhoorn: ‘Het is niet omdat hij de koning is dat alles van hem is, of iemands leven van hem is. Begrijp je? Niets is belangrijker dan de vrijheid’.

Een vermakelijke film voor jonge kinderen, soms een beetje (te) spannend, soms qua tekst niet geheel te begrijpen, maar de fantasie en muziek van de filmpjes zal de kleintjes meenemen in de verhalen.
 

30 oktober 2017

 
MEER RECENSIES

Your Name

****

recensie Your Name

Kosmisch verlangen gevangen in dorpse idylle

door Ralph Evers

Het leven kent soms onverwachte wendingen, die we als kleine wondertjes beleven. Sprookjes en fantasy lenen zich bij uitstek om hiervan prachtige verhalen te weven. De Japanners hebben hierin een vaandel hoog te houden en Makoto Shinkai bewijst dat dit vaandel nog hoog wappert! 

De Zwitserse psychiater Carl Gustav Jung is een van de weinigen die oog had voor die kleine wondertjes die zich in ons leven voordoen. Hij ving die ervaringen in de term synchroniciteit. Daarnaast gebruikte hij vaak mythes om allerlei psychische moeilijkheden te kaderen en de mens te plaatsen in een meer verbonden geheel. Een theorie die haaks lijkt te staan op ons individuele kapitalisme, maar die in het Oosten altijd beter wortel geschoten heeft. In Your Name (Kimi no na wa) is een bijzonder spel van mysterie, mythe, droom, body swap en verbinding de rode draad tussen de protagonisten.

Your Name

Dromen
Het kleine, idyllische bergdorpje Itomori is de achtergrond waar Mitsuha opgroeit met haar jongere zusje bij grootmoeder. Moeder overleed toen de zusjes nog jong waren en vader is vooral bezig met de verkiezingen als nieuwe burgemeester. Mitsuha droomt van een leven in Tokio en heeft weinig op met de Shinto-rituelen van oma. Plots wordt haar leven verstoord door een reeks dromen, waarin het lijkt of ze een andere identiteit heeft: een jongen uit Tokio.

Taki is een jongen die in Tokio woont. Zijn dagen slijt hij in de collegebanken en in het Italiaanse restaurant waar hij werkt heeft hij een oogje op een van zijn collega’s. Hij heeft dromen waarin hij het leven van Mitsuha beleeft.

Ondertussen is er een komeet op weg naar aarde. Eens in de 1200 jaar komt deze in het zicht en dit beheerst het nieuws in Japan. De komeet heet Tiamat, de verwijzing naar de godin uit de Sumerische en Babylonische overlevering is snel gemaakt. Zij zou aan de basis staan in het scheppen van de wereld. In haar strijd met Marduk, komt de laatste er als overwinnaar uit en splijt haar dan in twee helften: het firmament en de wereld. Zie daar het noodlot.

Wat volgt is een intelligente film waarin heden en verleden vloeiend door elkaar lopen, waarbij de kijker soms best verward kan raken. Die verwarring past in de ontluikende romantiek tussen Taki en Mitsuha. Het smachten naar elkaar wordt prachtig verbeeld en van een serene soundtrack voorzien.

Your Name

The devil in the details
Wie de films van Shinkai gevolgd heeft ziet een duidelijke ontwikkeling in kleurenpracht en detaillering. Gelijk blijft weliswaar de vertelkracht (hij is niet alleen filmmaker, hij is ook schrijver). Vanaf 5 Centimeters per Second via Garden of Words neemt zijn visuele kunde en finesse toe. In Your Name leidt dit tot werkelijk verbluffend mooie animatie. Geïnspireerd door onder andere Hayao Miyazaki weet hij tevens op een elegante manier magie aan zijn verhalen toe te voegen.

Hoewel Your Name tienerromantiek bij uitstek is en de soundtrack bij tijden zoet, wordt het nergens te zoet, te lief. Wel een belangrijke misser is de J-pop die Shinkai in zijn films verwerkt. Dit zal vermoedelijk vooral een cultureel ding zijn. Los van deze kleine dissonantie blijft een eigenzinnige romantische fantasy met oogstrelende animatie.
 

28 oktober 2017

 
MEER RECENSIES

Loving Vincent

****

recensie Loving Vincent

Brits moordmysterie in een Van Goghiaans landschap

door Bob van der Sterre

Maar liefst 65.000 olieverfschilderijen vormen een oogstrelende film over kunstschilder Vincent van Gogh. Maar was dat moordmysterie nu wel nodig?

Het is 1891. De kunstenaar is een jaar dood. Armand Roulin krijgt in Arles van zijn vader, de postbode Joseph Roulin, een brief in handen. Het is een brief van de kunstenaar Vincent van Gogh. ‘Ga die maar afgeven aan de nabestaanden.’

Dat is niet zo makkelijk als het lijkt. In Parijs leert hij dat broer Theo van Gogh ook al is overleden. Roulin gaat naar Auvers-sur-Oise want daar woont Gachet, arts en vriend van Vincent. Die is niet aanwezig. Roulin besluit om te wachten op zijn terugkeer.

In de tussentijd spreekt hij met allerlei mensen die Van Gogh hebben gekend. Tegenstrijdige berichten bereiken hem. Als een soort pseudodetective spreekt hij met ooggetuigen en probeert hij te achterhalen hoe Vincent nou aan zijn einde is gekomen.

Reizen via Van Gogh-schilderijen
Het aardigste van Loving Vincent is dat we via zijn doeken rechtstreeks reizen naar de tijd dat ze zijn gemaakt. Inclusief niet kloppende perspectieven, rare wolkenpartijen en bomen en planten in verkeerde kleuren. Dat is een bijzondere ervaring voor een kunstliefhebber. Je kijkt bijna een film in een kunstwerk.

Veel karakters met wie Roulin spreekt kennen we al van Van Gogh-schilderijen. In deze film komen ze tot leven. De streepjesbaard begint te bewegen, de ogen knipperen, het jasje deint in de wind.

Met het levend worden, veranderen de geschilderde personen ook in echte mensen met hun hebbelijkheden en onhebbelijkheden. De karakters reageren allemaal anders op de kunstenaar. De een vond hem een griezel (‘Ik wist meteen dat er problemen op stapel stonden’), de ander vond hem een sympathieke kerel, met af en toe slechts wat merkwaardige trekjes. Met name dokter Gachet blijkt een aparte rol te hebben gespeeld in dit verhaal.

65.000 olieverfschilderijen
Loving Vincent: de hype is de film voor geweest. De Pools-Britse productie, onder leiding van Dorota Kobiela en Hugh Welchman, was een megaproject. We zien niet minder dan 65.000 olieverfschilderijen langskomen, in de stijl van hem zelf, gemaakt door 125 schilders (dus meer dan 500 schilderijen per persoon). De film noemt zichzelf de eerste olieverfschilderijenfilm van de geschiedenis.

De cijfers zijn al duizelingwekkend, laat staan de beelden zelf. De trippy doeken van Van Gogh vertalen zich prima naar bewegende beelden. Dat is al vaker gedaan, met name de Starry Night is het slachtoffer, maar nog nooit zo ambitieus als hier.

Loving Vincent

Soms pakt het erg fraai uit. Een kat in Van Gogh-stroken komt miauwend in beeld. De bomen in Van Goghs landschappen hebben ineens ruisende bladeren. Het licht in de cafés dat nu echt beweegt. En natuurlijk alle bekende werken (meer dan honderd) die hier als het ware artistieke cameo’s maken.

Een Brits moordmysterie
Alleen… er zit een moordmysterie aan vast. De film baseert dit verhaal op een vrij recente theorie van Amerikaanse wetenschappers. Die denken dat student René Secretan, een lokale pestkop, de moord op zijn geweten zou hebben. Theorieën over zijn dood zijn niet nieuw. Al decennia denken mensen na over wat hem tot zijn daad dreef (bipolair karakter, depressies, epilepsie, ondervoeding). En al decennia lopen ze vast op gebrek aan bewijs.

Dit verhaal is niet goed voor de film. Dialogen en scènes passen meer bij vlot scenariowerk voor een Netflix-serie dan bij een film die zich in 1891 in Frankrijk zou moeten afspelen. Wat niet helpt, is dat de voertaal Engels is. En met een taal die niet klopt, komen acteurs die meer Brits zijn dan Frans. De film speelt zich af in Auvers-sur-Oise, maar het had net zo goed in Southend-on-Sea kunnen zijn.

Leuk dat de ogen en stem van Chris O’Dowd (IT-Crowd) zijn geleend voor postbode Joseph Roulin, en die van Jerome Flynn (Ripper Street) voor dokter Gachet. Toch zijn redelijk beroemde acteurs in een gelikte filmproductie moeilijk te rijmen met Van Goghs eigen artistieke principes. Denk bijvoorbeeld eerder aan een film als Koyaanisqatsi, ook een beeldenstroom, maar zonder echt verhaal.

Loving Vincent

Commerciële keuzes
Het is de ironie ten top dat de schilder, die niets had met commercieel denken, na zijn dood zo geplaagd is door andermans commerciële keuzes. Niets ontsnapt meer aan die wervelwind van commercie, als het om Van Gogh gaat. Loving Vincent ontsnapt er ook niet aan. De film doet wel een gooi naar het complexe karakter van de kunstenaar, dat is wel lovenswaardig, maar het is een veel te kleine worp. Het script grijpt naast de authenticiteit, de spiritualiteit en het gevoel voor avontuur die wél bij Van Gogh hadden gepast.

Als je zijn brieven leest, en die zijn echt lezenswaardig, dan zie je een heel palet aan menselijke eigenschappen, een beetje vergelijkbaar met de intensiteit van zijn doeken. Soms een enorme zeurpiet (altijd klagen over gebrek aan geld), soms iemand die een hekel had aan mensen en hun menselijke conventies, soms een zeer intens spiritueel persoon, en soms ook een nuchter denker.

Maar ook iemand die boven alles zijn eigen weg wilde volgen, die in een stroom van passie zijn beste prestaties leverde en die in die roes moest dealen met het feit dat er te weinig geld was voor aardse dingen, zoals verf, doeken, materialen, eten, kleding. En die zich dan ook soms schuldig voelde over het lot van zijn broer – die tegen alle logica in alsmaar in Vincents kunstenaarschap bleef geloven. In feite gingen ze hier tezamen aan onderdoor en ze stierven ook bijna tegelijkertijd.

Ze hadden eens moeten weten dat ooit 65.000 doeken in zijn stijl zouden worden gemaakt in een productie die vijf miljoen dollar zou kosten. Of hij er minder krankzinnig van zou zijn geworden, daaraan mag je twijfelen.
 

22 oktober 2017

 
MEER RECENSIES

Louise en hiver

*****

recensie Louise en hiver

Verstilde tijd in een Frans badplaatsje

door Ralph Evers

Louise en hiver, de nieuwe telg van Jean-Francois Laguionie, is een prachtig melancholische vertelling in pasteltinten. Louise blijft door een stilstaande klok achter in een Frans kustplaatsje en heeft noodgedwongen alle tijd om de balans van haar leven op te maken. 

Het badplaatsje Biligen-sur-Mer is populair gedurende de zomerperiode. Op de dag van de herfstequinox verlaat de laatste trein met de laatste bezoekers het plaatsje. Door een speling van het lot, een stilstaande klok, mist Louise haar trein en blijft ze achter in het verlaten oord. Aanvankelijk slaat de zwoele zomertijd om in een naargeestige, demonische herfst. Als na drie dagen de storm gaat liggen is het alsof Louise ontwaakt in een parallelle wereld.

Louise en hiver

Een overgang die sprookjes, mythes en sjamanistische rituelen wel vaker hebben en die hier effectief een breuk met die andere wereld aangeeft. De eerste dagen na de storm maakt Louise zich nog zorgen om de mensen op het vasteland die haar inmiddels zullen missen. Al gauw komen er andere taken voor in de plaats. Zo bouwt ze haar eigen huisje op het strand, doet haar dagelijkse wandeling, vangt wat vis en gaat op verkenning uit. In haar dagboekaantekeningen, die ze al mijmerend voor zich uit vertelt, alsof de zee haar toehoorder is, ontvouwt zich gaandeweg een avontuur naar haar jeugdherinneringen. Tijd om de balans op te maken.

Kinderjaren
Met een aantal ontdekkingen in haar omgeving, zoals aangespoeld schroot met boeken als Robinson Crusoe en een rotspartij verderop in zee, lonkt het avontuur. Een thematiek die in meerdere overlevingsverhalen naar voren komt: de immer babbelende geest op zoek naar houvast.

Grasduinend in haar geheugen komt ze terecht in de angstige tijd van de oorlog en haar strenge, kille tante. Haar eerste liefde herbeleeft ze en ze voert gesprekken met een overleden parachutist. Wijsheden van gene zijde afgewisseld met waar het werkelijk om gaat aan deze zijde. In het overdenken van haar keuzes, wordt ze geholpen door een wat onalledaagse gesprekspartner: de niet-mens Pepper. Haar eenzaamheid heeft een stem gekregen, tijd om terug te keren.

Louise en hiver

Weemoed
Met Louise en hiver heeft Laguionie opnieuw een prachtig sprookje afgeleverd. Het timbre ligt ditmaal veel meer op de weemoed en lijkt een meer persoonlijke touch te hebben. Met zijn stijl, die klare lijn met pastel mixt, weet hij een unieke beeldtaal te creëren.

Waar zijn vorige film Le Tableau het surrealisme verleidde, maakt hij hier het magisch realisme het hof. Het thema van de eenzaamheid wordt meedogend ondersteund door de vele zee- en kustgeluiden, waarmee een haast verloren taal weer hoorbaar wordt (hoe lang is het geleden dat we werkelijk ‘stilte’ hoorden? Hoe lang dat op een zwoele dag, de zee leeg en schoon was?).

Samen met de magnifieke soundtrack ontstaat een duet dat de natuur met haar aangaat, waarmee de film, ondanks dat het animatie is (met een nadruk op vorm, in plaats van detail), zeer reëel aandoet. Naast de klare lijn heeft Laguionie zich laten inspireren door schilders als Jean-Francis Auburtin en (de mede door Japanse prentkunst geïnspireerde) Henri Rivière.
 

7 juli 2017

 
MEER RECENSIES

Animatie beslist niet voor kinderen

Animatie beslist niet voor kinderen

door Bob van der Sterre

Macskafogó ♦ Heavy Traffic ♦ I Married a Strange Person!

 

Er is animatie voor kinderen, er is animatie voor zowel kinderen als volwassenen, en er is animatie die beslist niet voor kinderen is. Dat genre is zo ongeveer uitgestorven maar er zijn een paar pareltjes overgebleven.

Stel je voor, je bent een Hongaars jongetje of meisje in 1986 en je wordt meegenomen naar een tekenfilm. Na een minuut is de eerste dode al gevallen. Na twee minuten krijg je deze dialoog: ‘Liquideren! Allemaal!’ ‘Natuurlijk. De kogel of vergif?’ ’Te kostbaar. Gooi ze maar in de rivier.’

De opzet van Macskafogó uit 1986 is nog redelijk onschuldig. Muizen en katten leven samen in een maatschappij op Planeet X. De muizen zijn braaf, de katten rogue.

De muizen tegen de katten
De muizen strijden met hun geheime dienst Intermouse tegen de kattenbendes. De dienst moet iets verzinnen want de maffiakatten worden steeds brutaler. En ze hebben een plan. Dat bevindt zich aan de andere kant van de wereld. Dus: Grabowski weer van stal halen. Deze James Bond van de muizen gelooft zelf niet in zijn mogelijkheden maar al snel blijkt dat hij gewoon te goed en te slim is voor de anderen. ‘Grabowski, ben je gewond?’ ‘Niet een van mijn gewoontes.’

De katten staan onder leiding van de gruwelijke Teufel. Hij zegt dingen als ‘Een ondergeschikte moet altijd van zijn baas houden, dat is de basisprincipe van deze organisatie’ tegen zijn assistent Safranek. Maar goed, boven Teufel staat Gatto, die hem weer een veeg uit de pan geeft.

Sterke, creatieve, grappige volwassenenanimatie. Een drone in vliegvorm. Een muis die trompet speelt bij latino vampiervleermuizen. Een soort Tokio (Pokio). Gangsterratten waarvan de mannen elkaar aldoor in de haren vliegen en de vrouwen sexy zijn (‘een gangster heeft altijd… zin’). Je herkent er soms wel iets in van een animatieserie als Rick and Morty.

Interpreteren is mogelijk. Sovjet-Unie versus Hongarije? Kapitalisme versus communisme? Hoe dan ook: je kunt de film ook zien voor wat het is: muizen versus katten, goed versus kwaad.

Bij dit soort films is het leuk om op te zoek te gaan naar reacties van Hongaren – en dan blijkt het echt een snaar te hebben geraakt. Maar van een vervolg kwam het pas in 2007. Toen maakte regisseur Bela Ternovszky deel 2. Een spin-off voor een tv-serie, Macskamesék, kwam niet verder dan twee afleveringen.

Meesterwerk van Ralph Bakshi
Heavy Traffic (1973) heeft alles wat die liberale tijd van de jaren zeventig zo mooi maakt. Het begint al met een stevige waarschuwing: Deze film is rated voor adults. En ja, de eerste poging tot verkrachting is na nog geen drie minuten, de eerste moord na nog geen vier minuten, de eerste bloederige aanrijding na nog geen vijf minuten. De vrouw op het randje van een gebouw die haar redder tot haar eigen plezier naar beneden trekt. Je weet dan al meteen: dit wordt wat…

Er zouden nu wel vijftig redenen zijn om Heavy Traffic niet uit te brengen. Of om de film aan te passen ‘aan de goede smaak’. Gelukkig maar dat sommige mensen daar lak aan hebben. Goede smaak zit goede creativiteit vaak in de weg. En in de jaren zeventig waren er duidelijk minder belemmeringen.

De film beschrijft het leven van tekenaar Michael, die opgroeit in Harlem in een bizar huwelijk. Zijn joodse moeder en Italiaanse vader zitten elkaar aldoor in de haren. Hij wil tekenaar worden en haalt zijn inspiratie van de straat. En de straat in begin jaren zeventig in New York was nog echt een getto.

Ralph Bakshi is voor dit genre wat Tolkien voor fantasy was: een legendarische godfather. Een leuke vergelijking want Bakshi heeft natuurlijk ook Lord of the Rings gemaakt, lang voordat het in de mode kwam om dat te doen (1978).

Heavy Traffic is uniek in zijn genre en Bakshi’s beste, meest persoonlijke. Veel films van Bakshi zijn de moeite waard maar deze is absoluut zijn meesterwerk. De muziek, de echte beelden erin vermengd, het ranzige van de getto’s (ook dat was jaren zeventig), het politiek-incorrecte… En een unieke geest zijn die hiervan iets bijzonders maakt.

Lichaamsdelen vliegen in het rond
Nog net binnen de zelfbedachte grens van Camera Obscura (moet minimaal twintig jaar oud zijn), is I Married a Strange Person! uit 1997. Deze film van Bill Plympton laat meteen zien waar het voor staat met een motto van Picasso: ‘Ach, goede smaak, wat een verschrikkelijk iets. Smaak is de vijand van creativiteit.’ En dan een scène met twee in de lucht copulerende vogels.

Je moet even wennen aan de schokkende animatiestijl maar dan brengt een briljante openingsscène je al meteen in de film. Een forse kerel, Grant, gaat liever werken aan zijn bureau dan zijn huwelijk te consumeren. Zijn vriendinnetje doet van alles om hem op te geilen. En het lukt. Maar oei, met wat voor vreemde vent is zij getrouwd…

Hoe vreemd blijkt wel bij de net zo prachtige vervolgscène. Hij kan zijn schoonvader muziek laten maken met zijn hoofd en zijn schoonmoeder kevers laten spugen.

En als ze dan even later toch seks hebben, verandert hij haar in een non, dan weer Marilyn Monroe, dan weer drie vrouwen. Praktisch! Als hij haar borsten dan door het huis laat sleuren als slangen, vindt ze het wel genoeg. En ze hebben weer gewoon seks. Maar de schoenen ook. En het stopcontact. En het bed.

Beslist materiaal voor volwassenen. Er vliegen sowieso flink wat lichaamsdelen in het rond. Een komediant die met zijn eigen organen gaat jongleren, waarom niet? Parende tanks. De tepel die een oog doorboort (en weer teruggeeft). Een lichaam als surfplank. De mooiste grap vond ik een mannetje die op een bed uit een oog komt zeilen en begint te mopperen.

Een en al gekke, bizarre vondsten. Remmingen waren volledig afwezig. Na een uur is de lol er ook wel af maar dan is de film ook afgelopen, dus dat is perfect aangevoeld door maker Bill Plympton, voor wiens verbeelding je alleen maar respect kan hebben.

Ik ben nu ook wel erg benieuwd naar zijn western waarin alle acteurs sterven… Guns on the Clackamas: A Documentary. Animatie niet voor kinderen, Bill Plympton was en is er een specialist in. En je moet zulke talenten koesteren, zo flauw en kinderachtig veel animatie tegenwoordig wel is.

 

6 juni 2017

 

Heavy Traffic 
 

Alle Camera Obscura

HAFF 2017

Wisselende kwaliteit HAFF 2017

door Ralph Evers

Rechtstreeks vanuit een citytrip Warschau op een bioscoopstoel plaatsgenomen om me onder te dompelen in de sfeer en een deel van het programma van het HAFF (Holland Animation Film Festival). 

Opvallend aan het programma is de hoeveelheid films die al eerder draaiden en zelfs twee live-action films: Star Wars: The Force Awakens en Train to Busan. Die laatste film borduurt voort op Seoul Station. Enkele winnaars van eerdere edities komen vooralsnog jaarlijks terug.

Have a Nice Day

De Chinese misdaadfilm Have a Nice Day doet qua stijl denken aan de winnaar van de features 2015, On the White Planet van Bum-wook Hur. Met belangrijkste verschil dat de humor en de verhaallijn van eerstgenoemde film een stuk aantrekkelijker zijn. We volgen een zak met een miljoen yuan en een flink aantal verschillende personages die allemaal wel trek hebben in dit voordeel. Zo wil de jongen, die de zak met geld van een crimineel aftroggelt, het geld gebruiken om zijn vriendin een medische ingreep te laten betalen. Anderen kunnen het geld goed gebruiken om uit hun armoede te ontsnappen. De gangsterbaas en zijn onderdanen blijken ieder hun eigen belangen te hebben. Naarmate het verhaal vordert neemt de chaos en het cynisme toe.

Pijnlijk
Seoul Station kent alle clichés van de zombiefilm en weet dit aanvankelijk aantrekkelijk neer te zetten. Na een trage start breekt de pleuris uit wanneer de zombie-besmetting om zich heen grijpt. Tegen dit decor leren we Hae-sun en haar vriend Ki-woong kennen. Een stel dat diep in de schulden zit, waarop Ki-woong besluit Hae-sun te prostitueren. Wanneer zij wil stoppen leidt dit tot een scheiding tussen de twee, waarna de nieuwe realiteit van Seoul zich aan hen opdringt. Een nodig element om de spanning in een aantal scènes op te voeren. Wanneer later de vader van Hae-sun zich ermee gaat bemoeien, lijkt er enig schot te komen in de hereniging van Hae-sun, Ki-woong en vader, waarbij het plot gelukkig een aantal verrassingen in petto heeft. Helaas te mager om de pijnlijke domheid en slechte beslissingen die de personages kenschetsen, goed te maken. 

Seoul Station

Pijnlijk, zo laat een deel van de Nederlandse Competitie-films zich omschrijven. Daar het HAFF een junior-programma heeft, is de vraag waarom het kinderlijke TEX in dit studentenprogramma meegenomen is. Het gros van de films blinkt uit in een weinig gedurfd verhaal met fantasieloze animaties. Van studenten zou je verwachten dat ze lekker experimenteren. Liefst eens goed op hun bek gaan en daarna opkrabbelen. De verhaaltjes zijn vooral braaf en kinderlijk.

Behalve Bloodcoal dat een duidelijk statement maakt. Het blije gezinnetje dat de geneugten van elektriciteit viert, wordt afgezet tegen de pijnlijke, harde realiteit van bloedkolen uit Colombia, waar mensen vermoord, gemarteld en van hun land gejaagd worden.

Het puberdagboek: Lisette Smeets weet te entertainen door de herkenbaarheid van de kalverliefde en Horen, zien en zwijgen kent nu net wel die experimentele drift. 

Melancholie
Het Poolse programma valt op door haar diversiteit en hoge kwaliteit. Opgedeeld in drie animatoren lopen we door hun recente werk. Mateusz Sadowski valt op door de arbeid die hij in zijn werk legt en de beeldtaal die hij laat zien. In volledige stilte, waarbij de zaal opging in de haast hallucinante beelden gleden zijn ideeën aan ons voorbij.

Piotr Bosacki kiest voor een heel andere invulling. Diepgravende schei- en natuurkundige uiteenzettingen, waarbij de neurowetenschap en evolutieleer niet ontbreken. De overdenkingen worden ondersteund door effectief, doch simpele pentekeningen op ruitjespapier.

Wojciech Bakowski ten slotte kiest voor een meer spirituele benadering waarin zijn eigen zoektocht naar passende beelden opvalt. Daarbij grijpt hij terug op eigen herinneringen en specifieke ervaringen. 

Louise en Hiver

Een hele andere invulling van de melancholie is de nieuwe film van Jean-Francois Laguionie. In 2012 overdonderde hij met het heerlijk fantasievolle Le Tableau. Dit jaar staat zijn nieuwe film  op het programma. Door een speling van het lot blijft Louise een winter ‘gevangen’ in het kustplaatsje Biligen sur Mer. Alsof ze in een parallelle wereld terechtkomt, afgesloten van de werkelijke wereld, gaat ze als een Robinson Crusoë op zoek naar haar nieuwe bestaan. Ondertussen dromend over haar verleden en genietend van de vrijheid. In de pratende hond Pepper vindt ze een trouwe vriend. Ondersteund door verwarmende, melancholische muziek en getekend in de bij Laguionie bekende pasteltinten is dit bitterzoete sprookje een stemmige afsluiter, die opnieuw doet verlangen naar de volgende editie van het HAFF.
 

28 maart 2017

 
MEER FILMFESTIVAL

Secret Life of Pets, The

****

recensie The Secret Life of Pets

Herkenbaarheid troef in geestige beestenboel

door Wim Meijer

U gaat een dag werken, laat de trouwe viervoeter blaffend achter, komt negen uur later terug en zie daar, hetzelfde kwispelende exemplaar. Helemaal door het dolle is-ie, alsof de baas nooit meer terug zou komen. Maar wat heeft dat beest in de tussentijd nou gedaan?

Regisseur Chris Renaud weet wel raad met dit concept. Hij maakte furore met Despicable Me en creëerde grappige, geanimeerde wezens zoals Scrat uit Ice Age en de Minions, waarbij hij zelf Minion Dave een stem gaf. Nu brengt Renaud dezelfde gevatte humor, herkenbare situaties, een hartverwarmend verhaal en verwijzingen naar voorgaand werk, zoals de nieuwslezer uit Despicable Me die ook in The Secret Life of Pets te zien is.

The Secret Life of Pets

Verzetsbeweging tegen mensen
Terriër Max (Louis CK) is dolgelukkig met zijn baasje. Liefde op het eerste gezicht, zo omschrijft Max de situatie aan het publiek. Max is een held op sokken, zoals kleine hondjes dat vaker zijn. Beetje saai is-ie ook wel en Louis CK’s stem komt toch beter tot zijn recht met eigen werk op het podium. Tegenover Max woont Gidget die hem wel ziet zitten, zo op de mat. Stemactrice Jenny Slate maakt CK’s zwakke optreden goed met haar vertolking van Gidget, de naïeve, opportunistische en bijzonder snoezige poedel. Andere huisdieren zijn er in de vorm van de dikke, onverschillige kat Chloe (Lake Bell), de flexibele teckel Buddy (Hannibal Buress) en stupide buldog Mel (Bobby Moynihan).

Alles loopt op rolletjes, totdat Max’ baasje de enorme schapendoes Duke oppikt uit het asiel. Max moet de indringer niet en de situatie loopt zodanig uit de hand dat Max en Duke uiteindelijk uitkomen in het riool bij de Flushed Pets, een verzetsbeweging tegen mensen onder leiding van het kleine, witte konijntje Snowball. Kevin Hart trekt alle registers open voor z’n vertolking van Snowball en het contrast tussen zijn overduidelijke zwarte stem en dat superschattige witte konijn is briljant gevonden. Ook de running gag (of running goose) over gans Ricky die is gesneuveld in de strijd tegen de mensen is effectief. Terwijl in het riool de gemoederen tussen Duke, Max en Snowball hoog oplopen, verzamelt Gidget haar posse om de liefde van haar leven terug te krijgen.

The Secret Life of Pets

Herkenbaar
Animatiefilms over dieren zijn er genoeg, neem Ice Age als voorbeeld. Prima film hoor, met herkenbare situaties, maar zonder herkenbare beesten. Want wanneer zag u voor het laatst een sabeltandtijger of mammoet? En zo’n luiaard spreekt ook niet bepaald tot de verbeelding. Daarnaast rent Cid zich rot in die vijf films waarvan er vier overbodig zijn. Nee, de film moet het toch vooral hebben van de idiote situaties en grappen over uitstervende diersoorten.

Hoe anders is dat bij The Secret Life Of Pets, waar Renaud als geen ander de typische trekjes van huisdieren weet te vangen in zijn geestige familiefilm en waar bijna alle scènes wél tot de verbeelding spreken. Qua gedrag, zoals honden die uiteraard apporteren en helemaal los gaan als ze een bal zien – denk ‘Squirrel!’ uit Up. Ook qua maniertjes en bewegingen levert de animatieafdeling puik werk, met honden die achter hun staart aanzitten en altijd even een half rondje maken voordat ze kunnen gaan liggen. Midas Dekkers weet ongetwijfeld waarom. Niet eerder was een film over en met huisdieren zo herkenbaar en daardoor zo grappig.
 

31 juli 2016

 
MEER RECENSIES

Oscar-winnaar Michael Dudok de Wit

Oscar winnende regisseur Michael Dudok de Wit over The Red Turtle:
“Mensen zijn onderdeel
van de natuur”

door Alfred Bos

Klauterend applaus klonk er na de wereldpremière van The Red Turtle op het filmfestival van Cannes. ‘Animatiefilm van het jaar’ was de teneur van de reacties op de eerste lange tekenfilm van Michael Dudok de Wit. Na in 2000 te zijn beloond met een Oscar voor zijn korte animatiefilm Vader en Dochter (Father and Daughter) maakt de vanuit Londen werkende animator (Abcoude, 1953) opnieuw indruk. The Red Turtle is een allegorie over de mens en diens plaats in de natuur, verteld via het verhaal van een schipbreukeling.

The Red Turtle is de eerste productie die de vermaarde Studio Ghibli uit Tokio uitvoert met een niet-Japanse animator. Niet alleen de visuele stijl, ook de toon van de film past naadloos bij meesterwerken van animatie als The Wind Rises en The Tale of the Princess Kaguya. Dudok de Wit en zijn team werkten zes jaar aan de film, met schitterend resultaat. Wie dit verhaal met universele zeggingskracht – zonder dialoog en geschikt voor alle leeftijden – onbewogen uitzit, is van beton.

Michael Dudok de Wit

Wat kan animatie wat andere vormen van cinema of visuele kunsten niet kunnen?

“Ah, leuke vraag”, reageert Dudok de Wit. ”Animatie stileert meteen heel veel, ook al is het realistische animatie. The Red Turtle is relatief realistische animatie. Dat was ook de bedoeling en we hebben acteurs gevraagd om te spelen voor de animator. Dat is gefilmd en vormde de inspiratie voor de animators. Maar het is gestileerd. Alleen het feit al dat er een lijn om je heen is, dat elke tekening een kader heeft, dat de schaduw van een lichtbron komt, dat de kleuren gestileerd zijn. Daarmee geef je er al direct een persoonlijk karakter aan. Al wordt de film gemaakt door een groep mensen, het idee komt uit mijn keuze. Dus je geeft er een persoonlijke smaak aan. Live action doet dat ook, maar animatie kan dat veel sterker. Dat gebeurt automatisch, je kunt het niet vermijden.”

“Onze lichaamstaal is heel expressief,
veel meer dan mensen zich realiseren”

Want het is een soort abstractie van de werkelijkheid.

“Heel mooi gezegd. Veel makers van live action films, vooral documentairemakers, zeggen dat het de werkelijkheid is, maar het is altijd een abstractie. Je maakt altijd een keuze. Maar het is meestal subtieler, minder opvallend.”

“Dat is één verschil. Een ander verschil is dit: mensen – en nu heb ik het over de animatie van mensen en dieren die zich als mensen gedragen – hebben spreektaal en lichaamstaal, dat laatste vooral via gezichtsuitdrukkingen. Onze lichaamstaal is heel expressief, veel meer dan mensen zich realiseren. Zeker het gezicht en de ogen, maar ook de handen. We communiceren voortdurend subtiele boodschapjes. Daar zijn we van nature heel gevoelig voor, daar zijn we voor geprogrammeerd, al vanaf de baby-fase.”

Baby’s zijn er zelfs heel erg goed in.

“In live action kun je daar mee spelen, met close-ups en goede acteurs. Met animatie kun je dat niet. Zeker niet met het gezicht, want dat zijn platte oppervlaktes. De ogen moeten vereenvoudigd worden. De kleine spiertjes in het gelaat kun je niet allemaal animeren, dat is onmogelijk veel werk. Zelfs met motion capture. Dus je moet er iets heel eenvoudigs van maken. Een acteur of een mens drukt verschillende emoties tegelijk uit. In animatie blijven we zoveel mogelijk op één emotie, welke dat ook is. Eventueel, als we heel goed zijn, blijven we op twee emoties tegelijk, maar niet meer. Omdat we die rijke taal van het gezicht, de ogen en de handen niet kunnen gebruiken, moeten we dat op een andere manier compenseren.”

Hoe doet u dat? Hoe compenseert u dat gemis?

“Dat doen we automatisch, bijna onbewust, omdat we weten dat de film anders te saai wordt. De meest voor de hand liggende oplossing is: we leggen muziek op de film. Die gebruiken we heel bewust. Geluidseffecten, niet opgenomen maar speciaal gecreëerd voor de film. We kunnen alles maken wat we willen.”

“In animatie worden sterke kleuren gebruikt
om met de emotie van de kleur te spelen”

Dus als de oplossing niet via het beeld kan, dan via het geluid.

“Maar het kan ook via het beeld, via kleur. Dat is, denk ik, de reden dat veel animatiefilms de kleuren zo opduwen. In werkelijkheid zijn de dingen veel grijzer. In animatie worden sterke kleuren gebruikt om met de emotie van de kleur te spelen. Eigenlijk wordt alles een beetje overdreven. Ook de gebaren worden overdreven. Voor The Red Turtle was mijn verzoek aan de animators: blijf zoveel mogelijk bij de dagelijkse, normale bewegingen. Maar alle animators weten dat je zelfs de dagelijkse bewegingen, zoals de hoek van een hoofd en een gebaar met de hand, moet overdrijven. Dat maakt het toch mooier.”

The Red Turtle

The Red Turtle

In dat opzicht doet animatie denken aan de stomme film.

“En aan mime. Een mime-artiest pakt een glas op en drinkt water, maar hij doet het niet zoals u en ik. Hij doet het op een grafische manier die veel interessanter is. Een groot gebaar, een mooie gekromde hoek, enzovoorts. In de stomme film ging het net zo, maar dan wat sneller, om technische redenen: het aantal beeldjes per seconde. In de allervroegste films gebeurde alles net iets sneller dan in het echt. Dat was opwindend, dat was leuk.”

“Ik realiseerde me dat je in animatie ook met muziek
kunt werken, dat is toch een enorme nieuwe dimensie”

Het belangrijkste verschil tussen strips en getekende animatie is de dimensie tijd. Dus: beweging.

“En het andere belangrijke verschil tussen animatie en live action is de muziek en het geluid. Dat is de reden waarom ik animator ben geworden en niet striptekenaar. Als tiener en student maakte ik in mijn vrije tijd stripverhalen. De narratieve kant van tekenen vond ik juist zo mooi. Dat je een verhaaltje kunt vertellen, zelfs al heb je maar twee of drie beelden. Ik dacht er serieus over na om stripartiest te worden. Maar ik realiseerde me dat je in animatie ook met muziek kunt werken, dat is toch een enorme nieuwe dimensie.”

The Red Turtle opent met een schipbreuk in een kolkende zee. Ik moest gelijk denken aan De grote golf van Kanagawa, de beroemde houtsnede van de Japanse kunstenaar Hokusai. Is dat de bedoeling?

“Nee, dat is niet de bedoeling. Maar voor Hokusai’s Golf geldt hetzelfde als wat voor de Mona Lisa opgaat. Dat beeld is teveel gebruikt, dus als artiest krijg je een soort anti-reactie.”

“Hokusai is voor mij niettemin een inspiratie, ook een persoonlijke inspiratie. Zijn carrière begon vrij laat in zijn leven. Tegen de tijd dat hij tachtig was, zei hij zoiets als: Ik denk dat ik nu eindelijk een beetje goed begin te tekenen. Dat zeggen niet veel artiesten en dat vind ik leuk: dat ze pas aan het einde van hun leven ontdekken dat ze goed worden.”

“Hokusai is een inspiratie, want Japanners hebben een gevoeligheid voor de leegte in hun kunst. Dat proberen we te imiteren in het westen, maar we kunnen het niet goed. Dat is filosofisch-religieus, maar zeker ook cultureel. En ze doen het goed, ze doen het met smaak. Je ziet het zelfs aan de Japanse tuinen. Ik vind het prachtig en heel veel van mijn collega’s ook. In die zin is Hokusai een inspiratie.”

De grote Golf van Kanagawa (Katsushika Hokusai)

De grote golf van Kanagawa (Katsushika Hokusai)

Dat is een mooi bruggetje naar het volgende: ik zie veel overeenkomsten tussen de films van Yasujirô Ozu en The Red Turtle, of uw werk in het algemeen.

“Dat is een groot compliment. Ozu heeft andere camerahoeken dan ik.”

Het is vooral de leegte.

“Mijn eerste Japanse film zag ik pas toen ik volwassen was. Ik ben in 1953 geboren en toentertijd waren er weinig Japanse films in mijn omgeving. Dat was Seven Samurai. Ik vond het prachtig en ik zat er meteen helemaal in. Wat me heel erg opviel was de kwaliteit van de natuur. Van wind in de bamboes, het gebruik van regen en modder. Ik ben gelijk meer films van Kurosawa gaan zien en toen merkte ik dat ze in Japan een relatie met de natuur hebben die we wel kunnen herkennen, maar zelf niet hebben.”

“Ik weet niet wat het precies is, maar Japanners
bewonderen de kwaliteiten van de natuur” 

“Ik weet niet wat het precies is, maar Japanners bewonderen de kwaliteiten van de natuur. Ze maken ook geen onderscheid tussen mooi of lelijk. Ze hebben een diepe eerbied voor de natuur. Het is ironisch dat de natuur in hun steden opvallend afwezig is, terwijl wij van bomen en bloemen houden, Maar als je in Japan uit de stad gaat – en soms is het verschil tussen stad en natuur vrij klein, vanuit Kyoto ben je zo in het bos – snap je waarom ze zo van de natuur houden. Die is, samen met het klimaat, heel aanwezig. Dat zocht ik ook in The Red Turtle. Dat was ook een inspiratie.

De tussenshots van Ozu zijn beroemd: een wolkenpartij, een bloesemtak. Dat zit ook in The Red Turtle.

“Het is niet opvallend creatief. Heel veel andere filmmakers doen dat ook…”

Sinds Ozu…

“…en ik doe het heel graag. Veel scènes in The Red Turtle zijn scènes van insecten of van een detail van de natuur. Dat waren vaak de scènes waar ik het meeste plezier mee had.”

The Red Turtle

The Red Turtle

In The Red Turtle vervullen de krabbetjes op het strand de rol van clown. Doet u speciale research naar de manier van bewegen en het gedrag van krabben?

“Ja, ik heb heel veel materiaal gevonden op internet en ook op dvd’s. Ik heb heel veel zelf gefilmd. De krabbetjes heb ik zelf bekeken op een strand van La Digue, een van de Seychellen eilanden in de Indische Oceaan. Daar vielen de krabbetjes me op. Van tevoren wist ik dat ik ze wilde gebruiken, ik zocht naar ze. Ze zijn heel expressief en tegelijkertijd heel eenvoudig. Ze hebben maar één doel in het leven en dat is eten.”

“Het was belangrijk voor de film dat de
dood een alledaagse aanwezigheid is”

“De krabben zijn komisch en ook een beetje eng. Het zijn grote spinnen met grote klauwen. Dat vind ik interessant, dat het niet gaat over eekhoorntjes en vogeltjes. Ze zijn grafisch ook interessant, want ze kunnen alle richtingen uit lopen. De ogen op steeltjes kunnen in alle richtingen kijken, dus ze kunnen ook in alle richtingen lopen die ze willen.”

“Ik zag gelijk hun komische kwaliteit voor de kleine pauzes in het verhaal. Maar er is ook interactie tussen de hoofdpersoon en de krabben. En er zijn een paar scènes waarin de krabben de dood tonen. Het was belangrijk voor de film dat de dood een alledaagse aanwezigheid is.”

De hoofdpersoon overlijdt en je weet als kijker ook meteen dat zijn moment van sterven is gekomen.

“Ik ben heel blij met wat u daar zegt. Je voelt het, dat maakt het spannender. Gaat hij nu sterven of nog niet? De dood is interessant, op zich. Het is eng, we zijn bang voor de dood. Maar het is ook interessant, je bent benieuwd. Want we weten dat het onvermijdelijk is. Het is eng, maar het geeft ook vertrouwen, het heeft zijn plaats.”

De dood geeft urgentie.

“Dat is mooi gezegd. De dood geeft urgentie. Dus ik denk dat we in de hoofdpersoon van The Red Turtle zijn geïnteresseerd vanwege het feit dat hij dood kan gaan. Dat in onze film de mens doodgaat, dat alles dood kan gaan, vind ik heel mooi. Niet op een gruwelijke of een sadistische manier.”

“We overleven eenzaamheid niet.
We hebben andere mensen nodig”

Dat is de cyclus van het leven. Zo kom ik weer terug bij Ozu. Zijn films gaan over de eenzaamheid van de mens. Dat zit ook sterk in uw film. Was dat het uitgangspunt?

“Ik moet even denken. Hier is een tegenstelling in wat ik ga zeggen. Het gaat heel duidelijkheid over de eenzaamheid. Ik heb research gedaan naar mensen die alleen zijn in de natuur of alleen op een vlot. Je wordt gek. We overleven eenzaamheid niet. We hebben andere mensen nodig. Dat wilde ik ook in het verhaal gebruiken: hij wil van het eiland af, hij wil naar huis. Dat geeft spanning aan het verhaal, hij is niet in de goede omgeving. Tegelijkertijd vertelt de film hoe mooi het is om met anderen te zijn, hoe een diepe band we hebben met anderen. Maar het gaat verder: toch behoren we in de natuur. Die man hoort op dat eiland, dat is hem. De film zegt: ja, we zijn alleen, maar eigenlijk zijn we niet geïsoleerd.”

Vader en Dochter

Vader en Dochter

Buiten de natuur kan de mens niet existeren?

“Nee. Ik denk niet dat de boodschap van de film is: wat zijn we allemaal eigenlijk eenzaam. De film speelt ook met verbeelding en fantasie. Dat is bewust gedaan. Elke kijker kan er zijn of haar uitleg aan geven, die zijn allemaal goed. Het verhaal is open voor interpretatie, dat heb ik ook gedaan in mijn korte films. Maar daar moet je mee oppassen. Dat probleem moet je niet doorschuiven naar de toeschouwer, die zoekt het maar uit. Je moet de kijker helpen, zodat die zich vrij voelt zijn eigen uitleg te geven.”

Zou je kunnen zeggen dat deze film, uw eerste lange animatiefilm, de optelsom is van uw korte films? In Tom Sweep gaat het over de mens en de dingen, in The Monk and the Fish over de mens en de dieren, en in Father and Daughter over de mens en de mens. The Red Turtle verenigt al die thema’s.

“Ja, in zekere zin. Het mooie van de korte film is dat je je op één ding kunt concentreren. Deze film onderzoekt verschillende thema’s, dat vond ik het moeilijke maar ook het interessante. Dus ja, dat klinkt mooi. Daar had ik niet aan gedacht. Vader en Dochter en The Monk and the Fish eindigen met een unie, een stille unie die natuurlijk is. The Red Turtle heeft die conclusie niet. Deze film vertelt dat we onderdeel zijn van de natuur, dat is een andere unie.”

 

2 juli 2016

 

Alle interviews

HAFF 2016 deel 2

  • HAFF 2016: Paradise Lost
  • Miss Hokusai
  • Extraordinary Tales
  • Psiconautas, los niños olvidados
  • The Water of Life
  • Competition short 5
  • Competitie studenten films 1 & 4
  • Nederlandse competition shorts 3
  • Japan: Beyond Tama Gra

 

door Ralph Evers

Hoewel volgens het festivalboekje het thema new directions vooral rondom nieuwe talenten en nieuwe technieken ligt, is de invulling van de films vooral rondom het einde der tijden. Zelfs wanneer we letterlijk het paradijs bereiken zijn we nog niet veilig…

Getuige het Spaanse Psiconautas. Hierbij proberen twee tieners een eiland te ontvluchten dat door een nucleaire ramp verwoest is. De legendarische birdboy is daarbij de gidsfiguur van één van de tieners. Helaas wordt birdboy op de hielen gezeten door een nauwelijks genuanceerde politiemacht, die erop uit is birdboy om te leggen. In hun ogen is hij namelijk verantwoordelijk voor het verval en de drugsbendes op het eiland. Birdboy zelf heeft te maken met zijn eigen demonen. In het paradijs ontdekt hij zijn helende kracht, in zijn toren zijn demonen. Wanneer het avontuur hem roept en hem de weg duidelijk is en onze tienerhelden gered kunnen worden, brengt de ijzeren wet van de kogel hier verandering in. Paradise Lost…

The Water of Life

Canada
The Water of Life is nog minder vrolijk stemmend. In potloodschetstekeningen worden de geschiedenissen van de volken van Canada geportretteerd. Te beginnen met de indianen die werden verjaagd door de Fransen, Engelsen en Yanks, daarna de Ieren, Schotten en de ondergang van al die gemeenschappen. Stemmig en ondersteund door mooie folkliedjes. Toch ook hier weer: het beloofde paradijs aan de andere kant van de grote plas werd niet wat ervan gehoopt was. En voor de inheemse indianen waren die paradijszoekers de hel op aarde, geïnfecteerd met de ziekte naar land, alsmaar meer land.

Extraordinary Tales vertelt vijf verhalen van Edgar Allan Poe, ingesproken door illustere namen als Sir Christopher Lee en Bela Lugosi. Ook vijf verschillende animatiestijlen passeren de revue, afgewisseld door een constante over een raaf (hoe kan het ook anders) op een kerkhof. Hoewel het idee erg leuk is, vallen de animatiefilms tegen en blijft de Poe-liefhebber met een onbevredigd gevoel achter.

Miss Hokusai

Japanners
Een ander groot kunstenaar die uitgelicht wordt is de Japanse schilder Tetsuzo. De meesten kennen hem echter onder Hokusai. Miss Hokusai focust vooral op zijn dochter, die een belangrijke rol speelde in het leven van Hokusai. De film is met erg veel liefde en aandacht gemaakt en enkele bekende werken van Hokusai maken hun cameo gedurende de vertelling.

De Japanners waren overigens goed vertegenwoordigd op deze editie van het HAFF. Met een School in focus werden de Tama- en de Geidai-scholen in het zonnetje gezet. De winnaar van 2015, Hirotoshi Iwasaki mocht ook nog een programma samenstellen (wat overigens vooral uit niet-Japanners bestaat). Het Beyond Tama Gra-programma bevatte enkele gortdroge filmpjes, verzameld onder Happy Bogeys en een volksvertelling in stopmotion The Demon. In 2014 draaide een compilatie van Mizue, waarin 14 van zijn filmpjes met muzikale ondersteuning aan elkaar gemonteerd te zien waren. Die compilatie heette Wonder-full. Dit jaar zagen we één van die typische Mizue-films terug op het HAFF, namelijk wonderlijk organische vertellingen in Wonder.

Geniale stopmotion
Opvallend in de Nederlandse Competition Shorts is dat het programma één onwijze verrassing bevat, geniale stopmotion vol beeldgrappen en filmverwijzingen (zoals The Matrix): Red-end and the Factory Plant. Hopelijk snel bij u in de filmtheaters!

Red-end and the Factory Plant

Het was ook weer genieten om de nieuwe creatie van Théodore Ushev te zien in Competitie shorts 5. Blind Vaysha, gebaseerd op een gelijknamige roman van Georgi Gospodinov, vertelt het verhaal van Vaysha die met één oog het verleden en met het andere oog de toekomst ziet, maar nimmer het heden. Ushev wist opnieuw te verrassen met een intelligent verhaal en een wederom nieuwe animatietechniek. Die man weet nooit te vervelen!

Het Nederlands-Vlaamse Ticking Away zat niet voor niets in het openingsprogramma. Een prachtige vertelling waarin een diabolisch monocle de toekomst en het verleden toont, al naar gelang je de tijd probeert in te stellen. Nogal naar dat je klant dan Magere Hein blijkt te zijn. Very Lonely Cock was een lekker uit het lood geslagen humoristisch kleinood.

Ticking Away

Studentenfilms
De film Edmond uit het programma Competitie Studentenfilms 1 is vanwege het sterke verhaal en de diep menselijke gevoelens in de prijzen gevallen. Het afwisselende programma Competitie Studentenfilms 4 weet veel aangename verrassingen te presenteren zoals de animatie-opera Grouillons nous, de vrijdagmiddagcolleges in Afternoon Class, waarin elke student indut, maar toch vecht tegen die slaap, hetgeen hilarisch, doch herkenbaar in beeld gebracht.

Het was in de kortere filmpjes dat het paradijs soms dichterbij leek dan in de feature films.

Ondanks een wederom afwisselend en rijk programma met erg verrassende, ontroerende, esthetische films, wist deze HAFF-editie niet zo te overtuigen als de voorgaande vier jaren.

 

22 maart 2016

 

HAFF 2016 Deel 1