Only Lovers Left Alive (2013)

Only Lovers Left Alive (2013)
Leven voor de kunst

door Zoë van Leeuwen

Regisseur Jim Jarmusch zou je kunnen doen geloven dat Only Lovers Left Alive een romantische horrorfilm is over vampieren die zichzelf door de eeuwen heen steeds opnieuw moeten uitvinden en soms liever zouden sterven. Maar in deze tragisch ogende film schuilt een klein en eenvoudig liefdesverhaal over twee mensen die gewoon hun draai in het leven proberen te vinden. En dat is helemaal niet erg.

Waar films als Dracula, Interview with the Vampire, Nosferatu en zelfs Twilight vampieren afbeelden als bloedzuigende monsters die jagen en doden, distantieert Jim Jarmusch zich duidelijk van alle stereotype vampierenfilms. In Only Lovers Left Alive (2013) kiest hij voor gesofisticeerde vampieren met enorme wereldse kennis vanwege hun lange verblijf op aarde. Liefde en andere emoties voelen zij op dezelfde manier als wij. Dat maakt de film over deze mythische wezens niet alleen origineel, maar ook herkenbaar voor de kijker. De twee hoofdpersonages beschouwen zichzelf af en toe beter dan mensen en vragen zich af of die ‘zombies’, zoals ze mensen noemen, nog steeds vechten om olie, of dat ze zijn overgestapt op water.

Only Lovers Left Alive

De twee vampieren, Adam (Tom Hiddleston) en Eve (Tilda Swinton), zijn dus geen monsters, maar gecultiveerde vampieren, die kunst belangrijker vinden dan wat dan ook. Adam woont als muzikant in een verlaten wijk in Detroit. Hij omringt zich met interessante instrumenten uit alle uithoeken van de wereld en heeft al naam voor zichzelf gemaakt in de muziekwereld, hoewel niemand weet wie hij is. Eve woont aan de andere kant van de wereld, in Tanger, Marokko, waar ze tussen de boeken leeft, haar hele appartement staat er vol mee. Onder dekking van de nacht waagt ze zich op straat om haar vriend Christopher Marlowe (John Hurt) te ontmoeten, een nog oudere vampier die haar het beste bloed geeft dat er te krijgen is. Want bloedzuigen is voor deze vampiers veel te ouderwets.

Swinton als inspiratie
Die manier van vampieren weergeven, kwam niet helemaal van Jarmusch. Hij werd geïnspireerd door het in 1906 gepubliceerde boek Diaries of Adam and Eve van Mark Twain en drong iedere acteur op om het te lezen. Zijn visie voor het verhaal? Iets tussen monsterlijke vampiers en het hemelse paradijs in. Jarmusch creëerde Adam als alter ego van zichzelf, afgeschermd van de wereld, somber en ondergedompeld in muziek.

Eve lijkt veel op Swinton. De actrice noemt zichzelf van nature optimistisch. “Geluk is een beslissing”, stelt Eve in de film, een geïmproviseerde zin en iets waar de actrice zelf heilig in gelooft.

Foto: Brigitte LacombeDat optimisme is precies wat de melancholische Adam ‘in leven’ houdt. Na een videogesprek besluit Eve haar geliefde, die in een existentiële wanhoop lijkt te verkeren, een bezoek te brengen. Beiden genieten ze van de rust van het samenzijn. Ze spenderen hun nachten met autoritjes door het vervallen Detroit, schaken en luisteren naar muziek, voordat ze terug naar bed gaan zodra de zon opkomt.

Hun rust wordt verstoord door dromen over Eve’s zus Ava (Mia Wasikowska), een jongere en chaotische vampier die in tegenstelling staat tot hun gecultiveerde bestaan. Ava staat onaangekondigd bij Adam voor de deur en komt zonder uitnodiging binnen, wat volgens Eve ongeluk brengt. En hoewel Eve veel van haar zus houdt, zijn zij en Adam niet blij met de komst van Ava. Adam heeft zelfs zo’n hekel aan zijn schoonzus dat hij vraagt: “Hoor jij niet ergens in een kist te slapen? Onder de grond?”

Terug naar dierlijke instincten
Ava zet hun leven op zijn kop door Adams kostbare instrumenten te bespelen, hun bloedvoorraad op te drinken en hen te dwingen een avondje uit te gaan. Adams assistent Ian (Anton Yelchin) voegt zich bij het gezelschap en Ava lijkt een oogje op hem te hebben. Aan het einde van de avond stuurt Adam Ian naar huis, maar wanneer het stel na het ontwaken de woonkamer binnenkomt, vinden ze Ian dood op de bank en Ava onder het bloed. “Hij was gewoon zo ontzettend schattig”, zegt ze.

Only Lovers Left Alive

Na Ava’s ‘ongeluk’ sturen ze haar weg en besluiten Adam en Eve naar Tanger te verhuizen. Bij hun aankomst raakt hun bloedvoorraad op en gaan ze op zoek naar Marlowe, die uiteindelijk sterft wanneer ze hem vinden. Verdrietig en stervend van de honger vindt het paar een plek om te rusten. Als een menselijk stel verschijnt, besluiten ze dat ze geen andere keuze hebben dan hun verfijnde levensstijl achter zich te laten en terug te keren naar hun oude gewoonten. Ze vallen het stel aan en voeden zich met hun bloed om te overleven.

In complete tegenstelling tot hun eigen moraal, keren ze terug naar hun dierlijke instincten zodra hun comfort wordt weggenomen en laten ze zien dat de gewelddadigheid waar ze zo bang voor waren zich door de eeuwen heen blijft herhalen, zelfs voor een paar ‘high class’ vampieren. 

Ook muzikaal meesterwerk
Je kunt niet schrijven over Only Lovers Left Alive zonder het over de geweldige muziek te hebben. Want, naast de memorabele acteerkunsten van Swinton en Hiddleston, speelt muziek de grootste rol in de film. De soundtrack van de Nederlandse luitspeler en componist Jozef van Wissem en Jim Jarmusch is duister, melancholisch en vooral een prachtige mix van genres uit verschillende periodes.

Only Lovers Left Alive is te zien in Eye.

 

21 oktober 2025

 

THEMAMAAND TILDA SWINTON

Springsteen: Deliver me from Nowhere

***
recensie Springsteen: Deliver me from Nowhere
Kantelpunt in carrière The Boss

door Jochum de Graaf

Is Nebraska, het zesde album van Bruce Springsteen dat september 1982 werd uitgebracht, een vergeten meesterwerk of een losse flodder? De meningen lopen ook heden ten dage nog uiteen. Vast staat wel dat het album een kantelpunt in de carrière van The Boss markeert.

Najaar ’81 had hij na het succes van het album The River zijn eerste wereldtournee achter de rug. Zijn platenmaatschappij verwacht dat Springsteen nu met een knaller van een opvolger komt die voor eens en voor altijd zijn wereldroem zal vestigen.

Springsteen: Deliver me from Nowhere

E Street Band
In eerste instantie is hij uiterst productief en schrijft in korte tijd een kleine negentig nummers. Van groot belang is eind ’81 de aankoop van een Portastudio 144, een Japanse vinding in de vorm van een cassetterecorder met ingebouwd mixertje die het mogelijk maakt meersporenopnamen te maken. Tot dan was die techniek – sinds de beginjaren van The Beatles de norm in de popmuziek – alleen mogelijk in dure studio’s.

Maar Springsteen heeft door allerlei verwikkelingen rond de E Street Band met onder andere de solocarrière van gitarist Steve van Zandt last van de tol van de roem en besluit zich een tijdje terug te trekken. Hij huurt een huis in Colts Neck, de Portastudio gaat mee. Daar op het platteland van New Jersey kan hij redelijk onder de radar blijven. In de Stone Pony zingt hij spontaan mee in een coverbandje: John Lee Hookers Boom Boom en Little Richards Lucille. Hij knoopt een relatie aan met alleenstaande moeder Faye die geen weet heeft van zijn roem en zijn huwelijksaanzoek afwijst.

Gewelddadige vader
Alleen in het donkere huis leest hij verhalen van Flannery O’Connor, rijdt af en toe naar zijn vervallen en verlaten ouderlijk huis in Freehold, gaat naar de bioscoop voor Night of the Hunter (Charles Laughton, 1955) en kijkt herhaaldelijk naar Terrence Malicks Badlands (1973). Het brengt hem in  een wereld van getormenteerde individuen die soms als gevolg van maatschappelijke verwikkelingen op gruwelijke wijze ontsporen.

Regisseur Scott Cooper (o.a. Crazy Heart en Black Mass) verbindt ook de verwerking van een jeugdtrauma met een gewelddadige vader aan het verhaal. Deliver me from Nowhere begint met sterke zwart-witbeelden in Freehold, 1957. De dan achtjarige Bruce stapt in de auto van zijn moeder om zijn dranklustige vader Dutch uit het café te halen. Later die avond stormt de gewelddadige de kamer van Bruce binnen, woedend omdat hij een tik met een honkbalknuppel kreeg van Bruce die zijn moeder in bescherming wou nemen. Met wat lukrake flashbacks wordt die verhaallijn met uiteindelijke verzoening in de laatste dagen van Dutch in het verzorgingstehuis door de film gestrooid.

Springsteen: Deliver me from Nowhere

Nebraska
Terug in de bewoonde wereld gaat Springsteen weer in de weer met het vele materiaal dat hij heeft liggen. Maar hij is nog lang niet tevreden dat dat een volwaardige opvolger van The River zal opleveren. Bovendien zit hij nog helemaal in de Colts Neck-modus en besluit om met weinig promotie een soort tussenalbum uit te brengen. Met behulp van geluidstechnicus Toby Scott slaagt hij er in de Portastudio-demo’s te masteren.

In eerste instantie heet het album Starkweather naar de seriemoordenaar die de inspiratie vormde voor Badlands. In de ingetogen nummers zijn de teksten vooral geïnspireerd op de verhalen van Flannery O’Connor met begrip voor levensechte personen die soms verschrikkelijke daden begaan.

Nebraska is de opmaat voor het legendarische Born in the USA die Springsteens status als absolute superster zou vestigen. In de woorden van de helaas te vroeg overleden Oor-recensent Geert Henderickx: ‘Een tussendoortje dat de honger niet stilt maar de eetlust niet bederft.’

Vertolkingen
Als altijd bij zo’n biopic let je vooral op de vertolking van de hoofdrol. Jeremy Allen White, die een uitgebreide studie van stem en stijl van Springsteen maakte, brengt het er redelijk van af. Hij kreeg lof van The Boss zelf, maar in The Bear acteert hij veel sterker. Hetzelfde geldt voor Jeremy Strong, die als manager Jon Landau de hijgerige platenbonzen op afstand houdt. Kendall Roy in Succession en advocaat Roy Cohn in The Apprentice zijn aanmerkelijk sterkere karakterrollen. Ook bij Stephen Graham als vader Dutch dwalen de gedachten steeds af naar zijn imponerende optreden als de invoelende vader wiens leven op zijn kop wordt gezet in de successerie Adolescence. Dat doet afbreuk aan een verder redelijk geslaagde film.

Op 17 oktober verscheen een uitgebreide editie van Springsteens album Nebraska uit 1982. Nebraska ’82: Expanded Edition bevat het originele album, geremasterde versies en nieuwe tracks.

 

20 oktober 2025

 

ALLE RECENSIES

The Grand Budapest Hotel (2014)

The Grand Budapest Hotel (2014)
Toonbeeld van vergane glorie

door Jochum de Graaf

Hoog op een heuvel van het kuuroord Nebelsblad, in het Midden-Europese land Zubrowka, staat het Grand Budapest Hotel. Ooit, voor de oorlog, was het met de gracieuze entree en de weelderig ingerichte vertrekken een toevluchtsoord voor de mondaine Europese elite. Het is nu met afgebladderde gevel en veel leegstand een toonbeeld van vergane glorie.

Dat nu is gesitueerd in 1985. De film begint met een beroemd schrijver die vertelt over de ontstaansgeschiedenis van zijn boek The Grand Budapest Hotel. We gaan vervolgens terug naar 1968 wanneer de dan nog jonge schrijver de voormalige piccolo Zero Moustafa ontmoet. Die belooft hem het échte verhaal van het hotel te vertellen, om dan in 1932 te belanden waarin de hoofdplot van de film zich afspeelt.

Het verhaal van The Grand Budapest Hotel is een verhaal-binnen-een-verhaal-binnen-een-verhaal. Je zou het ook een raamvertelling met nog een paar raamvertellingen daaronder kunnen zien.

The Grand Budapest Hotel

Verdwenen schilderij
De centrale personages zijn Monsieur Gustave, de Conciërge, de man die ervoor zorgt dat alles in het hotel op rolletjes loopt, en Zero Moustafa, een met een fijn potloodsnorretje uitgeruste oorlogswees die ergens uit de Arabische wereld komt en door Gustave onder zijn hoede genomen wordt. Gustave is vermaard vanwege zijn uitstekende service, in het bijzonder de verzorging van rijke bejaarde vrouwelijke gasten, zoals de 84-jarige Céline Villeneuve Desgoffe und Taxis, ofwel Madame D.

Wanneer zij onder verdachte omstandigheden dood wordt aangetroffen in haar kamer, reizen Gustave en Zero naar haar landgoed waar het testament bekend zal worden gemaakt. Als blijkt dat het pronkstuk uit haar kunstcollectie renaissancetopstuk Jongen met appel van schilder Johannes van Hoytls verdwenen is, richten de verdenkingen zich op haar geheime minnaar Gustave.

Foto: Brigitte LacombeGustave en Zero verdonkeremanen het schilderij, Gustave wordt gearresteerd en Zero beraamt met vriendin Agatha, geholpen door een netwerk van conciërges uit heel Europa, de ‘Society of the Crossed Keys’, en achtervolgd door een brute huurmoordenaar, een plan om hem vrij te krijgen.

De zoektocht naar het schilderij leidt tot achtervolgingen die aan Buster Keaton doen denken. Bij de treinreizen is het alsof je in een Agatha Christie-complot verzeild bent geraakt. Wes Anderson schakelt moeiteloos heen en weer tussen een thriller, oorlogsfilm, gevangenisfilm en vooral een romantische komedie.

Melancholische ode
Anderson werd bij het schrijven geïnspireerd door Stefan Zweig en diens herinneringen in Die Welt von Gestern, over de culturele vrijheid in het Wenen van voor de oorlog die door het opkomende fascisme om zeep werd geholpen. In het vooroorlogse Zubrowka verenigen de fascisten zich in de ZZ.

In de scènes in de jaren zeventig en tachtig zie je hoe het hotel langzaam maar zeker teloor is gegaan aan de onachtzaamheid voor grandeur en bourgeois luxe in het naoorlogse Oostblok. Het is daarmee een melancholische ode aan de vergankelijkheid van een wereld die niet meer bestaat.

The Grand Budapest Hotel

The Grand Budapest Hotel wordt wel als Wes Andersons beste film beschouwd, beloond met vier Oscars: muziek, design, kostuumontwerp en make-up. De geweldige decors trekken de aandacht, de schilderijen van Madame D, de kleurrijke taartjes van meesterbanketbakker Mendl, de kabelbaan van Nebelsbad, en natuurlijk het in miniatuur nagebouwde hotel waar indertijd een aparte uitgebreide website aan werd gewijd.

En er is het sterke ensemble aan topacteurs. Ralph Fiennes als Monsieur Gustave, Tony Revolori als de jonge Zero Moustafa, F. Murray Abraham als de oudere Zero en verteller, Willem Dafoe als de sinistere schurk Jopling en Jeff Goldblum als de vileine advocaat Deputy Kovacs.

En natuurlijk niet te vergeten Tilda Swinton. Ze zat voor de opnamen vijf uur in de make-up voor haar briljante bijrol als de licht geschifte Madame D om wier erfenis de plot draait.

The Grand Budapest Hotel is te zien in Eye.

 

19 oktober 2025

 

THEMAMAAND TILDA SWINTON

The Man from London (2007)

The Man from London (2007)
Morele scherprechter in een landschap van schimmen

door Tim Bouwhuis

Béla Tarrs The Man from London (2007) is achtendertig minuten onderweg als de memorabele introductie van het personage van Tilda Swinton volgt. Zoals een goochelaar iets uit zijn hoge hoed tovert, zo glijdt de camera op het bewuste moment achter de rug van de eigenlijke hoofdpersoon vandaan. Tarr geeft Swintons verschijnen gewicht, voert haar in een handvol sleutelscènes op maar laat haar daarna ook weer zonder pardon uit de film verdwijnen. Toch is haar rol cruciaal om dit hermetisch aandoende misdaaddrama dieper te kunnen doorgronden.

Swinton speelt in The Man from London een huisvrouw die zucht onder de eentonigheid van het bestaan en de ruwheid van haar echtgenoot. Het is typerend dat we haar pas in beeld krijgen nadat Maloin (Miroslav Krobot) de deur achter zich heeft dichtgedaan, en dat haar personage op IMDb alleen op de credits staat als ‘de vrouw van Maloin’ (al wordt ze elders wel ‘Camélia’ genoemd). In de naam Maloin zit het Franse woord ‘mal’, dat ‘slecht’ betekent. De voertaal in het huishouden van het stel is Frans, en de roman waar de film zich op baseert werd geschreven door de Franstalig Belgische detectiveschrijver Georges Simenon.

The Man from London (2007)

The Man from London (2007)

Wat Swinton niet weet
Op het moment dat Maloin thuiskomt bij zijn vrouw, zijn wij als kijkers al deelgenoot gemaakt van het misdaadmysterie dat de plot voortstuwt. De spoorarbeider heeft tijdens zijn avondshift in de haven een koffer opgevist met daarin een behoorlijk geldbedrag. Hij lijkt er niet over te peinzen om zijn echtgenote uitgebreid over de vondst te informeren.

De eerste keer dat we Swinton aan het woord horen, verheft ze meteen haar stem. Ze komt niet op voor zichzelf, maar voor hun dochter Henriëtte. Haar man is wantrouwend naar alles wat slecht voor het meisje zou kunnen zijn en slaat daarin door: hij gunt Henriëtte niet de vrijheid zelf te ontdekken wat goed voor haar is. Swinton confronteert Maloin met dit dwingende gedrag; eerst één op één, later in Henriëttes bijzijn.

Wat het daglicht niet verdragen kan
De scène waarin de twee in een verhitte ruzie belanden (“wanneer houdt je eindelijk je kop?”), wijkt qua toon behoorlijk af van de rest van de film. Terug naar het zwijgzame eerste halfuur: daarin zien we (louter mannelijke) personages bewegen als schaduwen in een schimmenrijk. Dan weer is het de afstand vanwaar de camera hen gadeslaat, dan weer zien we iemand met zijn rug naar ons toegekeerd. Meermaals framet Tarr zijn shots aan de hand van ramen en spijlen, en ook de belichting verhult meer dan ze openbaart. Dat deze schimmen schimmig gedrag vertonen, is een een-tweetje.

Foto: Brigitte LacombeMaloins sleutelrol in het schaduwspel kan het daglicht sowieso niet verdragen, maar als hij later in het (dag)licht stapt wordt het er niet veel beter op. Na het eerste twistgesprek met zijn vrouw meldt hij zich met veel misbaar bij de winkel waar zijn dochter op dat moment werkzaam is. Het zint hem niet dat zij daar als schoonmaakster wordt ingezet, en hij wantrouwt de bijbedoelingen van het personeel. Dat Henriëtte nog een arbeidsovereenkomst van een week moet uitdienen, interesseert hem niet. Onder luid protest van de eigenaresse trekt hij haar de winkel uit.

De bron van alle kwaad
Als het tweetal zich even later thuis meldt, weet Swinton niet waar ze het zoeken moet. Maloin heeft Henriëtte meegenomen naar een luxe kledingwinkel en daar een normaal gesproken onbetaalbare bontjas uitgezocht. Wat voor idioot is haar echtgenoot wel niet om hun financiële middelen én Henriëttes arbeidsperspectief zo te minachten?

Het is prikkelend om te merken dat Tarr Swinton zo goed als volledig aan het mysterie van de geldkoffer onttrekt, zelfs op het moment dat zij hem met een geldkwestie confronteert. Maloin hoeft niet te proberen om zijn vrouw de waarheid te vertellen, omdat hij weet dat zij het zal afkeuren als hij de inhoud van de koffer in zijn eigen zak steekt. Tegelijk heeft de vondst nu al een grote invloed op zijn doen en laten, als een parasiet die doordringt tot de huid van een geschikt slachtoffer.

Het is alsof Tarr hier wil zeggen dat vooral mannen de lokroep van geld (de bron van alle kwaad?) niet kunnen weerstaan, en dat vrouwen vervolgens slachtoffer zijn van de ellende die daaruit voortkomt. Deze indruk wordt versterkt als de regisseur vrij laat in de film de vrouw van de hoofdverdachte in het mysterie introduceert. Net als Maloins echtgenoot lijkt zij er geen benul van te hebben gehad wat zich precies in de duistere mannenwereld heeft afgespeeld. De Londense detective die met de zaak belast is, moet haar vertellen wat haar man heeft gedaan, en dat ontroert haar zichtbaar. Tarr kiest ervoor om lang op haar getekende gezicht in te zoomen, net zoals hij dat even daarvoor doet in het doorleefde afscheidsshot van Swinton (ruim vóór het einde van de film). In de aanblik van beide vrouwen schijnt een tragische weerloosheid door.

The Man from London (2007)

The Man from London (2007)

Swinton en de vrouw van hoofdverdachte Brown zijn zo slachtoffers (“vijfentwintig jaar houd ik het al uit”, klaagt eerstgenoemde over het gedrag van Maloin) van de mannen aan hun zijde, maar dat maakt vooral de steractrice allesbehalve passief. Sterker nog, Tarr zet haar in als een morele scherprechter, de enige die Maloin één op één met zijn keuzes en gedrag confronteert. Eigenlijk is het de detective die in The Man from London het recht moet belichamen, maar dat gegeven maakt hem nog niet rechtvaardig. Bij het afhandelen van de zaak biedt hij zowel de vrouw van Brown als Maloin een geldbedrag aan ter compensatie. Geld wordt zo niet alleen gebruikt (lees: misbruikt) om de plot in gang te zetten, maar ook om de uiteindelijke toedracht te verdoezelen.

Wanneer het recht (niet) zegeviert
“Ga naar huis en vergeet alles”, zegt de detective tegen Maloin, waarmee hij de status quo in het eenzame dorp herstelt. Geld is de enige taal die hij kan spreken. De detective kan het leed van Browns vrouw niet verzachten, en Maloins besef van schuld en medeplichtigheid is niet aan zijn inmenging schatplichtig. Swinton is de enige die hem recht in zijn gezicht de waarheid heeft verteld. Om niet al te lang daarna voorgoed uit de film te verdwijnen.

The Man from London is te zien in Eye.

 

9 oktober 2025

 

THEMAMAAND TILDA SWINTON

Caravaggio (1986)

Caravaggio (1986)
Een film als een schilderij

door Cor Oliemeulen

Tilda Swinton dacht dat ze maar één film zou maken. Ze kwam uit de theaterwereld en zocht naar kunstzinnige projecten. Haar samenwerking met Derek Jarman leidde ertoe dat ze in acht van zijn films verscheen. Hun reis begon met Caravaggio (1986), Jarmans eigenzinnige interpretatie van het leven van de Italiaanse barokschilder, bekend om zijn licht-donkercontrasten en rauwe, realistische taferelen. De film toont hem als een briljant kunstenaar met een destructieve kant, terwijl Swintons personage zijn grillige persoonlijkheid blootlegt.

Swintons filmdebuut in Caravaggio valt niet los te zien van de periode waarin Jarman de film maakte. Engeland verkeerde in politieke en sociale beroering: Thatchers beleid zorgde voor polarisatie, stedelijke kunst- en LGBTQ+-gemeenschappen zochten nieuwe, kritische vormen van expressie, en de opkomst van aids bracht angst en kwetsbaarheid, vooral in de kunstscene. Zie hier de voedingsbodem voor Jarmans intense ondertoon.

Caravaggio

Caravaggio (Foto: British Film Institute)

De filmmaker Derek Jarman
Derek Jarman was veelzijdig: regisseur, schilder, kostuumontwerper, schrijver en homorechtenactivist. Hij stond bekend om zijn experimentele en vaak provocerende films met politieke en maatschappelijke thema’s. Zijn doorbraak kwam met Jubilee (1978), een kritisch portret van een Engeland vol sociale ontwrichting, drugsgebruik en een nihilistische punkbeweging, terwijl Jarman al net zo makkelijk de monarchie, de consumptiemaatschappij en religie op de hak nam.

Een decennium later vermengde Jarman in Caravaggio (1986) en The Last of England (1987, ook met Swinton) film, poëzie en schilderkunst tot een eigenzinnige stijl. Naast hun artistieke en provocerende kwaliteiten, hebben veel van zijn films uit die tijd een queer-georiënteerde inslag. Geen expliciet politieke statements, maar stevige kritiek op macht, hypocrisie en sociale conventies. Vaak fragmentarisch, chaotisch en surrealistisch, en dus ook vernieuwend.

Deze vernieuwende stijl krijgt in Caravaggio extra betekenis dankzij de low-budgetproductie: de beperkte middelen dwongen Jarman creatief om te gaan met decors, licht en compositie. Daardoor krijgt dit drama vaak een toneelachtige uitstraling, met geïsoleerde sets en zorgvuldig geënsceneerde scènes die doen denken aan podiumvoorstellingen en schilderijen. Het geheel werkt als een poëtische collage, waarin tekst, dialoog en visuele stijl elkaar versterken.

Foto: Brigitte LacombeDe kunstenaar Caravaggio
Jarman wilde geen film maken over een schilder, maar een film die een schilderij was. “Caravaggio was een straatjongen, een oplichter en een outsider, daarom voelde ik me zo close met hem”, zei hij na het verschijnen van de film.

Caravaggio is gebaseerd op de historische figuur Michelangelo Merisi da Caravaggio (1571-1610). De film is eerder een poëtische interpretatie dan een biografische reconstructie.

Vanaf zijn sterfbed in 1610 blikt de armoedige renaissancekunstenaar Caravaggio (Nigel Terry) terug op zijn bewogen driehoeksverhouding met twee van zijn modellen: crimineel Ranuccio (Sean Bean) en diens liefje Lena (Tilda Swinton).

In Jarmans beleving is Caravaggio’s kunstenaarswereld een microkosmos van macht, intriges en afhankelijkheid. Sociale status bepaalt wie succes heeft en overleeft. Zijn reputatie als schilder van religieuze taferelen trekt de aandacht van kardinaal Del Monte, die hem bescherming biedt en toegang tot invloedrijke kringen, maar ook loyaliteit en wederdiensten verwacht, waarbij seksuele spanning tussen hen wordt gesuggereerd. Zo zijn kunst, macht (van kerkelijke autoriteiten) en verlangens in Caravaggio’s wereld onlosmakelijk met elkaar verbonden. Tegelijkertijd is er hypocrisie: hij schildert heiligen en Bijbelse scènes, terwijl zijn eigen leven vol conflicten, geweld en (homo)seksuele vrijheid zit.

De “bewuste fouten” in tijd en stijl
De film is bezaaid met mooie, literaire teksten: niet louter informatief, maar symbolisch en reflecterend op Caravaggio’s innerlijke belevingswereld. Hierop stapelt Jarman bewust een aantal anachronismen: elementen die niet in Caravaggio’s tijd thuishoren, maar zijn bedoeld om de kijker uit zijn historische comfortzone te halen en parallellen met de moderne wereld te trekken.

Zo verwijst de spontane verschijning van een typemachine naar bureaucratie, terwijl het plotselinge treingeluid een gevoel van dreiging en ontsnapping oproept. Het taalgebruik uit de Londense underground van de jaren 80 plaatst Caravaggio’s conflicten en verlangens in een universele, tijdloze context, waardoor de emoties en strijd van de personages voor een hedendaags publiek voelbaar blijven.

Tilda Swinton debuteert in Caravaggio

Tilda Swinton debuteert in Caravaggio

De tijdloze look van Tilda Swinton
In een interview met The Guardian legde Tilda Swinton uit waarom Derek Jarman haar castte. “We mochten elkaar heel erg en ik leek op meisjes in schilderijen.” Veel critici zijn het er over eens dat het gezicht van de actrice iets abstracts heeft dat je kunt ‘lezen’ als klassiek én modern. Met haar androgyne uitstraling kan ze zowel mannelijk als vrouwelijk, alsook engelachtig of demonisch, spelen. In Caravaggio zien we voor het eerst haar bleke huid (met blosjes op de wangen), de scherpe gelaatstrekken en haar klassieke schoonheid – alsof ze uit een zeventiende-eeuws schilderij is gestapt.

Swinton heeft een tijdloze uitstraling die een eeuwenoud archetype weerspiegelt. In Orlando (1992) reist haar personage door vier eeuwen en verandert probleemloos van man in vrouw. Als Witte Heks in The Chronicles of Narnia (2005) is ze sprookjesachtig en koel modern tegelijk. In Only Lovers Left Alive (2013) belichaamt ze letterlijk onsterfelijkheid, en in Doctor Strange (2016) is ze de “Ancient One”, een bron van eeuwenoude wijsheid.

En zo werd wat één film had moeten zijn, een imposante filmcarrière die Tilda Swinton tot een van de meest bijzondere en veelzijdige actrices van onze tijd maakt.

Caravaggio is in een digitaal gerestaureerde versie te zien in Eye en een aantal andere bioscopen.

 

30 september 2025

 

THEMAMAAND TILDA SWINTON

Heldin

****
recensie Heldin
Veel meer dan pleisters plakken

door Cor Oliemeulen

Florence Nightingale zorgde in de 19e eeuw dat verpleging een erkend en professioneel beroep werd, met duidelijke standaarden. Floria Lind laat in Heldin zien hoe een verpleegkundige vandaag de dag, ondanks hoge werkdruk en personeelstekort, haar werk met zorg en menselijkheid uitoefent.

Floria begint goedgemutst haar late dienst op de oncologische chirurgische afdeling van een Zwitsers ziekenhuis, samen met een arts en een stagiaire. Haar werkzaamheden zijn heel divers: van medicijnen toedienen en vitale functies controleren, tot wonden verzorgen, patiënten begeleiden en dossiers bijhouden. Maar dat is lang niet alles wat op haar pad komt.

Heldin

Rollercoaster
Een eenzame patiënt heeft extra aandacht nodig en wil een foto van zijn hond laten zien. Dan moet Floria weer iemand troosten, geruststellen of een hand vasthouden. Een oudere patiënt raakt in paniek; Floria zingt een liedje om haar te kalmeren, en haast zich daarna naar de volgende patiënt.

De Zwitserse/Italiaanse filmmaakster Petra Volpe (Die göttliche Ordnung, 2017) introduceert de toegewijde verpleegkundige in een rollercoaster die voelt als een one-take real-time ervaring. Tijdens haar ronde wordt er regelmatig elders in het ziekenhuis hulp gevraagd. Ze beantwoordt vragen van familieleden van patiënten, maar krijgt ook verwijten toegeworpen nadat iemand tevergeefs is gereanimeerd.

Omgaan met emoties
Heldin is gezegend met de hoofdrol van Leonie Benesch, die in 2009 doorbrak in Das weiße Band van Michael Haneke. De Duitse actrice schitterde in Das Lehrerzimmer (2023) als jonge lerares op een middelbare school die te maken krijgt met intimidaties nadat ze de moeder van een leerling verdenkt van diefstal. Ook al zo’n rol waarin Benesch laveert tussen toegewijd haar professie uitoefenen en het ontplooien van uiteenlopende emoties.

Ook bij een heldin kan onder druk soms het elastiek bijna breken. Als Floria gaat kijken bij een rijke patiënt die een kamer voor zichzelf heeft en zich beklaagt omdat hij te lang heeft moeten wachten op een kopje verse muntthee, kan ze haar emoties even niet in bedwang houden. In een impuls gaat ze over tot een daad, die niet alleen woede bij de patiënt veroorzaakt, maar later in de film een staartje zal krijgen.

Heldin

Want naast de registratie van alle werkzaamheden van Floria die alle ballen in de lucht moet zien te houden, kent Heldin enkele gedramatiseerde wendingen die de hoge werkdruk en emotionele belasting van de verpleegkundige ook bij de kijker extra voelbaar maken. Wat heel goed werkt en mooie ontroering oproept, is het eind van de film als Floria na een lange, intensieve dienst neerploft op een stoel in de bus op weg naar huis, waar ze nog een heel bijzonder bezoek van een patiënt krijgt.

Mens of robot?
“Verpleegkundigen zorgen voor ons als we ziek en oud zijn, als we het meest kwetsbaar zijn. Iedere dag dragen ze een enorme verantwoordelijkheid”, zegt regisseur Petra Volpe. “Daarom wilde ik een film maken die dit beroep viert.”

Heldin beleefde in februari haar wereldpremière in Berlijn, nadat een aantal verpleegkundigen op de rode loper de aandacht had gevestigd op het schrijnende personeelstekort in de zorg. In 2030 heeft Zwitserland een tekort van 40.000 verpleegkundigen en zijn er volgens gezondheidsorganisatie WHO wereldwijd meer dan 13 miljoen verpleegkundigen te weinig. Bovendien stopt ruim een derde binnen 4 jaar vanwege de hoge werkdruk.

In een wereld waarin de eerste robots aan het bed verschijnen, laat Heldin zien dat verpleegkundigen zoals Floria Lind door hun zorg, aandacht en menselijke betrokkenheid simpelweg onvervangbaar zijn.

 

15 september 2025

 

ALLE RECENSIES

El jockey

***
recensie El jockey
Vorm en sfeer boven inhoud

door Cor Oliemeulen

Remo is een jockey die ooit grote successen kende, maar verslaafd raakte aan alcohol en drugs. Maffiabaas Sirena probeert hem weer sober en scherp te krijgen. Hij koopt een duur Japans paard en hoopt om met weddenschappen veel geld te verdienen. Tijdens de beslissende race krijgt Remo echter een zwaar ongeluk en verdwijnt spoorloos uit het ziekenhuis. In een toestand van geheugenverlies, identiteitsverwarring en vervreemding dwaalt hij rond in Buenos Aires.

El jockey begint met beelden van mannen die frontaal en nagenoeg bewegingsloos poseren voor de camera van Timo Salminen, de vaste cameraman van de Finse regisseur Aki Kaurismäki (Fallen Leaves). Strakke kaders, uitgesproken kleuren en een melancholische atmosfeer. Nadat we kennismaken met onze protagonist Remo (Nahuel Pérez Biscayart) – grote ogen en een stoïcijnse kop als Buster Keaton – glijden we halverwege de film van een gortdroge, absurdistische zwarte komedie in een vervreemdend, nihilistisch universum waarin het zoeken van een nieuwe identiteit het thema lijkt.

El jockey

Hallucinante trip
Vanaf het moment dat Remo met zijn nieuwe renpaard is gecrasht en stiekem het ziekenhuis verlaat – gestoken in een zwarte bontjas en het verband als een tulband om zijn gehavende hoofd – probeert hij aan zijn baas en geldschieter Sirena (Daniel Giménez Cacho) te ontsnappen. Als in een koortsachtige droom spookt hij rond in de vage krochten van de hoofdstad. Inhoud maakt plaats voor vorm en sfeer, en er is nog nauwelijks een touw aan vast te knopen, of zoals de Argentijnse regisseur Luis Ortega zegt in een interview: “Ik begrijp het zelf ook niet allemaal.”

Absurdistische beelden, bijvoorbeeld van dansende jockeys in de kleedkamer, sensuele kennismakingen met Remo’s geliefde Abril (Úrsula Corberó) die zijn kind draagt, worden afwisselend ondersteund met muzikale klanken: van bandoneon tot technobeat, van Caruso tot pop: de soundtrack zwalkt al net zo chaotisch als Remo’s geest.

El jockey beschouwt filmkijken als een zintuigelijke ervaring, maar symboliek sluipt bijna overal doorheen. De paardenrace is niet alleen een sportwedstrijd, maar een metafoor voor de genadeloze competitie van het leven, waar winnen gelijkstaat aan overleven. De vlucht uit het ziekenhuis markeert Remo’s symbolische verval en iets wat op zijn wedergeboorte lijkt, hoewel Abrils zwangerschap meer hoop suggereert. Het zijn slechts enkele momenten die houvast bieden in de chaos.

El jockey

Ontwricht Argentinië
Dat Ortega de jockey als hoofdpersoon kiest, is geen toeval. In Argentinië worden jockeys vaak uitgebuit: ze moeten bijna onmenselijk licht (amper 50 kilo) zijn, leven onder grote druk en komen meestal uit arme milieus. Jockeys zijn pionnen in een wereld die draait om geld en prestige, en zodra de mannetjes breken, worden ze vervangen. Zo is ook Remo een symbool voor een Argentijnse realiteit van klassenverschil en uitbuiting.

De nieuwe generatie van Argentijnse filmmakers van deze eeuw (Nuevo Cine Argentino) combineert rauw realisme met een dromerige atmosfeer en absurde humor, waarbij er zelden sprake is van verlossing van de personages. Sinds de economische crisis van 2001 zie je vaak ongelijkheid, vervreemding en identiteitscrisissen, zoals bij regisseurs als Lucrecia Martel (La Ciénaga, 2001) en Lisandro Alonso (Los muertos, 2004). El jockey past in dat stramien.

Waar de internationale filmhuishit Wild Tales (2014) van Damián Szifron woede en absurditeit uitvergroot in scherpe, toegankelijke verhalen vol zwarte humor, laat Ortega met zijn gefragmenteerde vertelling en leegte de kijker in een doolhof achter. Beide films tonen, ieder op hun eigen manier, een ontwrichte Argentijnse samenleving.

 

10 september 2025

 

ALLE RECENSIES

Grave of the Fireflies

****
recensie Grave of the Fireflies
Door brandbommen getekend

door Bert Potvliege

In de slotfase van de Tweede Wereldoorlog slaan de tiener Seita en zijn jonge zusje Setsuko op de vlucht voor de verwoestende brandbommen die hun Japanse thuisland in as leggen. Terwijl hun huis in vlammen opgaat, raakt hun moeder dodelijk gewond. Dakloos en alleen probeert Seita wanhopig te overleven en zijn zusje te beschermen, zelfs door haar de waarheid over hun moeders dood te besparen. Hun ontroerende reis, aangrijpend verbeeld in de animatiefilm Grave of the Fireflies (1988), is een tragische lijdensweg vol verdwijnende hoop. Dit Japanse meesterwerk draait vanaf 28 augustus voor het eerst in de Nederlandse bioscopen. 

Animatiestudio Studio Ghibli behoeft nauwelijks nog introductie, vooral dankzij het wereldwijde succes van grootmeester Hayao Miyazaki (Spirited Away, The Boy and the Heron, The Wind Rises). Iets minder bekend bij het grote publiek is medeoprichter Isao Takahata, maar zijn werk veroorzaakte wel de nodige deining. Hij wordt geprezen om de emotionele diepgang en volwassen thematiek van zijn films (Only Yesterday, Pom Poko, The Tale of the Princess Kaguya). Zijn hoogtepunt Grave of the Fireflies geldt als een klassieker in het genre van de anti-oorlogsfilm.

Grave of the Fireflies

Dat vlammend betoog tegen de humanitaire waanzin van oorlog wordt ontzettend schrijnend door de hopeloosheid te contrasteren met het ontwapenende portret van een onschuldig klein meisje. Het oorlogsdrama snijdt dieper wanneer je haar, temidden van de verwoesting, ziet spelen en verwonderd vuurvliegjes ziet vangen. Het zachte licht van de insecten weerspiegelt haar kinderlijke fascinatie – een moment van schoonheid in een wereld vol geweld. Verwondering en wreedheid bestaan hier pijnlijk naast elkaar.

Het vuur van pessimisme
Omdat de plot beknopt is en alles draait rond het overleven, creëert Takahata ruimte om de twee kinderen in hun gedrag te kunnen observeren. Zo maken we kennis met Setsuko als het allerschattigste meisje: hoe ze haar geldbeugel van haar hals haalt, hoe ze voorzichtig een kom water draagt zonder te morsen. Dit lijken maar details, maar ze vormen de kern van Takahata’s intentie. De ellende – en zodoende de boodschap – komt harder binnen wanneer de kijker enkel mededogen voelt voor haar. De rode kleur die vaak het scherm vult, symboliseert de dreiging die dichtbij sluimert. De vuurvliegjes die haar fascineren, worden visueel gespiegeld in de brandbommen die uit de lucht neerdalen.

Seita is een complexer personage: hij moet niet alleen voor zichzelf sterk zijn, maar ook voor zijn kleine zusje. Verzwolgen door het verdriet om het verlies van hun moeder en de verantwoordelijkheid om voor Setsuko te zorgen, zet hij een masker op om haar in het ongewisse te houden over de ellende van hun situatie: ze krijgen geen onderdak meer bij hun tante, ze zijn genoodzaakt eten te stelen, Setsuko wordt ziek door de ontbering. Ondanks zijn liefde voor haar, die hem op de been houdt, lijdt Seita zwaar onder hun situatie. Het feit dat de film begint met de dood van beide kinderen, maakt het verhaal extra aangrijpend en moeilijk te verwerken.

De film roept herinneringen op aan La vita è bella van Roberto Benigni, waarin ook alles wordt gedaan om een kind te beschermen tegen de gruwelen van oorlog. Toch is er een belangrijk verschil: terwijl Benigni als toegewijde vader vooral hoop en positiviteit uitstraalt, is Seita een diep verscheurd personage. Zusje Setsuko kan zijn innerlijke strijd niet doorgronden, maar de kijker wordt onverbiddelijk geconfronteerd met zijn pijn en worstelingen. Hoewel de ontroering die de film oproept enigszins vergelijkbaar is met die van Benigni’s werk, is de teneur daarvan geheel anders. Grave of the Fireflies is allesbehalve een optimistische film.

Grave of the Fireflies

Als een goocheltruc
Een mogelijk minpunt is dat Takahata’s regie soms te nadrukkelijk mikt op emotionele ontlading. Hij lijkt er alles aan te doen om tranen bij de kijker los te weken, waardoor zijn intentie bij momenten te transparant wordt. Hoewel zijn aanpak oprecht aanvoelt, is het mechanisme achter de emotionele sturing niet moeilijk te doorzien. Het roept associaties op met het werk van Florian Zeller, die in The Father en The Son eveneens een sterke nadruk legt op het willen ontroeren. Dat kan oprecht emotioneel zijn (de slotscène van Anthony Hopkins in The Father is hartverscheurend) maar zodra je als kijker achter de schermen begint te turen, vervaagt de magie en blijft vooral de constructie zichtbaar. Takahata laat weinig aan de verbeelding over wat zijn bedoelingen betreft.

Grave of the Fireflies is een krachtig voorbeeld van Studio Ghibli’s kunnen – een harde, oprechte en diep ontroerende film. De band tussen broer Seita en zusje Setsuko is met tederheid en nuance verfilmd, en vormt het hart van het verhaal. Zoals Takahata het bedoeld heeft, worden we nog maar eens geconfronteerd met de gruwel en zinloosheid van oorlog.

 

27 augustus 2025

 

ALLE RECENSIES

Jeunes Mères

****
recensie Jeunes Mères
Zo moeder, zo dochter

door Cor Oliemeulen

In Jeunes Mères volgen de broers Jean-Pierre en Luc Dardenne vijf tienermoeders in een opvanghuis. Verbondenheid draagt hen door de strijd voor een hoopvolle toekomst. Voor het eerst in jaren eindigen de Waalse cineasten niet in beklemming, maar met een klein, stralend gebaar: een baby die lacht.

In de drie vorige films van de Dardennes – La fille inconnue (2016), Le Jeune Ahmed (2019) en Tori et Lokita (2022) – had je vaak een gevoel van spanning en beklemming. Donkere interieurs, smalle kadreringen en een nadruk op gesloten ruimtes versterkten het gevoel dat de personages gevangen zaten in hun situatie. In Jeunes Mères zit veel meer ademruimte: empathie en observatie zijn belangrijker dan dreiging en spanning. Bijna rustgevend zijn sommige scènes in het opvanghuis als de camera langzaam van de ene naar de andere kant pant, zodat je een betere indruk krijgt van de omgeving waarin de personages functioneren.

Jeunes Mères

Spontaan… maar tot in detail geregisseerd
Meestal is er in de films van de Dardennes sprake van niet-professionele acteurs of acteurs met weinig filmervaring, een handheld camera die dicht op de huid van de personages zit, met echt licht en echte locaties. Alsof je er als kijker toevallig bij bent. Maar in werkelijkheid zijn bijna alle scènes volledig gescript en uitgebreid gerepeteerd. Zelfs de camera’s zijn vooraf precies gepositioneerd. En toch heb je nog steeds soms het idee dat je naar een documentaire zit te kijken.

Het knappe is dat je al die voorbereidingen bij een film van de broers Dardenne niet doorhebt, omdat de scènes zo realistisch overkomen. Dat geldt dus ook voor de fragmenten met de vijf tienermoeders in Jeunes Mères, die we om beurten volgen in een korte introductie, waarna we geconfronteerd worden met hun worstelingen.

Ongevraagde erfenissen
Vaak is de vaderfiguur onbekend of een loser. Dat merkt bijvoorbeeld Perla, die vol verwachting en dromen, de vader van haar kindje gaat ophalen bij de poort van een jeugdgevangenis. Maar hij gaat liever meteen naar zijn vrienden om te blowen. Een positieve uitzondering is Julie’s vriendje. Voorheen leefden ze samen als drugsverslaafden op straat en nu brengen ze hun dochtertje voor het eerst naar de crèche.

Jeunes Mères

Ook Jessica, Ariane en Naïma snakken naar een gezinnetje, en vinden steun van de medewerksters van het opvanghuis waar ze verblijven en steun van elkaar. Wat opvalt, zijn de achtergronden waardoor de meiden hier zijn beland. Ze zouden bijna allemaal een kopie van hun eigen moeders kunnen zijn, en proberen zich te realiseren dat ze dezelfde valkuilen moeten zien te vermijden. De confrontaties tussen Jessica en haar moeder, die niet wil vertellen waarom ze haar dochter destijds heeft afgestaan en haar verbiedt om bij haar huis te komen, snijden misschien wel het diepst door de ziel.

Morele vragen zonder handleiding
Het prettige van de meeste Dardenne-films is dat je als kijker zelf mag oordelen over de personages en de situaties waarin ze verzeild zijn geraakt. Anders dan hun sociaal-realistische Britse vakbroeders, regisseur Ken Loach (89 jaar) en zijn vaste scenarioschrijver Paul Laverty, onderzoeken de Dardennes niet expliciet de oorzaken van de ongelijkheid bij hun personages; Loach en Laverty verweven zulke persoonlijke verhalen juist nadrukkelijk met het politieke en maatschappelijke systeem. Hun drama’s als I, Daniel Blake (2016) en Sorry We Missed You (2019) zijn niet alleen bewogen en ontroerend, ze dienen ook als politiek pamflet. De Dardennes werpen liever ethische vragen op dan die zelf te beantwoorden.

 

13 augustus 2025

 

ALLE RECENSIES

Traffic

***
recensie Traffic
De wereld achter de kunstroof

door Jochum de Graaf

In de nacht van 15 op 16 oktober 2012 werden in de Kunsthal Rotterdam binnen een paar minuten schilderijen van Picasso, Gauguin, Lucian Freud, Monet en Manet van de muur gerukt en haastig in boodschappentassen gestopt. Doordat het brandalarm afging, konden de dieven vrijwel onopgemerkt via de nooduitgang ontsnappen. De roof werd wereldnieuws en leidde voor de Kunsthal tot reputatieschade omdat het museum de beveiliging niet op orde had. Traffic is gebaseerd op deze bizarre kunstroof.

Na een aantal maanden leidde het spoor naar de daders in Roemenië, waar een schilderij van Picasso te koop werd aangeboden. Wat leek op een uiterst zorgvuldig voorbereide roof, bleek het werk van een paar kleine criminelen die geen benul hadden van kunst en al helemaal niet hoeveel de gestolen werken waard waren. Van de drie daders werden er – na een moeizaam proces met betrokkenheid van de Rotterdamse en Roemeense politie en de bekende kunstdetective Arthur Brand – twee tot relatief lichte gevangenisstraffen veroordeeld. Van de kunstwerken is er nooit een teruggevonden.

Traffic

De achterkant van arbeidsmigratie
Het verhaal van de kunstroof was aanleiding tot twee romans van schrijfster Mira Feticu en een spannende nagespeelde reconstructie, het docudrama Kunstroof van Jorien van Nes, dat vorig jaar mei in première ging. 

Traffic, de tweede film van de Roemeens-Vlaamse Teodora Mihai (aanmoedigingsprijs voor La Civil op Cannes 2021), heet losjes op de echte kunstroof gebaseerd te zijn, maar volgt tamelijk waarheidsgetrouw het verhaal van 2012 inclusief de bizarre ontknoping waarbij de moeder van een van de daders verklaart een of meer schilderijen te hebben verbrand om sporen uit te wissen.

Traffic is in tegenstelling tot Kunstroof evenwel niet een heistfilm waarin uitgebreid de voorbereiding en uitvoering van een kraak wordt getoond, maar concentreert zich vooral op de omgeving en de omstandigheden waaronder de kunstroof plaats kon vinden. Het is het schrijnende verhaal van de achterkant van de arbeidsmigratie.

Wraak voor onrechtvaardige welvaartsverdeling
In de beginbeelden, tegen het grauwgrijze decor van het Roemeense platteland, kust arbeidsmigrant Natalia haar dochtertje vaarwel om in België te gaan werken. Zoals zoveel Roemeense ouders laat ze haar kind achter bij haar grootouders. In België helpt ze als tolk mee om andere arbeidsmigranten in te delen in ploegendiensten, plantjes plukken in een enorme kas.

De malafide recruiter blijkt van het toch al karige loon de helft in eigen zak te steken. Verloofde Ginel werkt in de afvalverwerking, werk dat nog lager op de maatschappelijke ladder staat. Hij heeft een fikse schuld bij ook naar het Westen uitgeweken half-criminele mededorpelingen die hij met zijn nog kariger loon niet kan aflossen.

Ginel en Natalia proberen hun werk zoveel mogelijk nog legaal en netjes te doen, maar plaatsgenoot Ita, schuldeiser van Ginel, voorziet in zijn onderhoud als kruimeldief terwijl hij zijn vriendin aanzet tot een aardige bijverdienste in hun slaapkamer. Wanneer ze min of meer bij toeval – Natalia wordt serveerster op recepties en vernissages – in de kunstwereld terechtkomen bedenken ze een onnozel plan om met een kunstroof aan veel geld te komen. Ginel wordt in het criminele wereldje getrokken, hij moet als helper de vluchtauto besturen.

Daartegenover schildert de film het fakemilieu van de kunstwereld waar in de ogen van de Roemenen op niets gebaseerde enorme bedragen voor eenvoudige schilderijtjes worden betaald. De kunstroof is uit wraak voor de onrechtvaardige welvaartsverdeling en overlevingsdrang ingegeven.

Traffic

Scherp contrast tussen Oost en West
Het scenario van Christian Mungiu (4 Months, 3 Weeks, 2 Days; Gouden Palm 2007) is in eerste aanleg wat vlak, maar in het tweede deel van de film, dat zich met de ontrafeling van de kunstroof in Roemenië afspeelt, wordt het door het sterke acteerwerk van Anamaria Vartolomei (Natalia) en Ionut Niculae (Ginel) steeds sterker. Dan krijgt het scherpe contrast tussen de tegengestelde werelden van het postcommunistische Oosten en het decadent-kapitalistische Westen pas goed reliëf.

Er is de treffende scène waarin de Nederlandse en de Roemeense politie, de officier van justitie en vertegenwoordigers van het museum Ginel thuis in zijn plattelandsdorp ondervragen. De rechercheurs voeren de druk sterk op, Ginel zwijgt, de museummensen willen alleen maar weten of de schilderijen nog in goede staat verkeren. Ginel weet nergens van, en op de achtergrond beklaagt zijn moeder zich over hoe hun dorp totaal is vergeten door de overheid. Er is geen perspectief, de jongeren trekken weg om in het rijke Westen geld te gaan verdienen, de hoop op een beter leven, de ouderen blijven achter in bittere armoede.

Kijk naar de hartverscheurende slotscène met Natalia en haar dochtertje, er is niets veranderd. Het zou me niets verbazen wanneer achter de kunstroof in het Drents Museum eind januari dit jaar een soortgelijk drama schuil gaat.

 

6 augustus 2025

 

ALLE RECENSIES