Filmmarathon: Jane Fonda

5 onbekende films van bekende Amerikaanse actrice
Filmmarathon: Jane Fonda
Twee redacteuren van InDeBioscoop dompelen zich een weekend lang onder in de goede dingen des levens en vijf relatief onbekende films van de Amerikaanse actrice Jane Fonda.

 

1. Tall Story (1960)

BOB:
Ja, een wespensteek, een stortbui, een defecte routeplanner, niets heeft me weerhouden om de jaarlijkse nazomerse filmmarathon te bezoeken! Jane Fonda! Van Barbarella tot Klute, van aerobics tot een hoog IQ, van activistisch tot favoriete Amerikaanse actrice van velen.

Tall Story? Wat is dat met deze titel? Een romcom over lange mensen? O, het is een film over basketballen. Met Anthony Perkins als basketballer? Dat klinkt als Sylvester Stallone als voetballer… o, wacht….

Jane Fonda speelt student June Ryder, die om een of andere reden twee professoren (docenten ethiek en wiskunde) helemaal zenuwachtig maakt met haar mind games. Ze bespeelt hen omdat ze met Anthony Perkins, de typisch Amerikaanse supersportheld, wil. En ze krijgt wat ze wil: Perkins wordt haar vriendje.

Dan wordt het lastig te volgen. Er is iets met oppassen, zijn taxibaan en een belangrijke wedstrijd die hij gedwongen wordt om te verliezen. Ingewikkeld! Het is een beetje als komische romcom bedoeld maar slaat al snel af richting een melodramatisch verhaal. De verfilming is statisch: het had ook een toneelstuk kunnen zijn.

Tall Story is een typisch voorbeeld van iets dat is blijven hangen in het jaar dat het werd uitgebracht, en die tijd was een overgang tussen twee perioden, het is niet zo heel braaf meer als de jaren vijftig maar toch veel te braaf voor wat erna zou komen. Jane Fonda heeft een leuke, tegendraadse rol, en dat gaat haar goed af, en dat in haar eerste film.

Beste quote uit de film: “Hoe zou jij het vinden als iemand jou onder de microscoop zou zien vrijen?”

 

COR:
Die eeuwige fascinatie en obsessie voor stoere sporthunks en smachtende cheerleaders in Amerikaanse films begint me al weer snel op de zenuwen te werken. Maar toch, als ik net als jij zojuist 70 kilometer met zware bepakking zou hebben gefietst, zou ik wel weten wie het melkzuur uit mijn vermoeide kuiten mocht masseren.

Dat klinkt misschien wat seksistisch, maar vergeleken met Jack Warner, de producent van Tall Story, val ik vast nog mee. Warner droeg regisseur Joshua Logan op om bij Jane Fonda (die een cheerleader speelt) aan te dringen om vullingen in haar beha te doen.

Tja Bob, in onze eerdere filmmarathons leerde ik dat jij altijd wel in bent voor juicy details, dus heb ik ondertussen maar even in Fonda’s autobiografie gebladerd. Zo lees ik dat de regisseur Jane’s wangen te dik vond, waardoor ze volgens hem te snoezig voor drama’s was en daarom nooit een groot actrice zou kunnen worden. Iemand anders zou zelfs hebben gesuggereerd om haar kaken te breken en enkele kiezen te laten trekken!

Leuk trouwens om ook Anthony Perkins in een van zijn eerste hoofdrollen te zien. Hij is de beste basketballer van het team en benadert scoren “op een wetenschappelijke manier”. Yeah, right! Voor Alfred Hitchcock geen bezwaar, want die castte Perkins hetzelfde jaar voor de psychopathische moteleigenaar in Psycho.

 

2. The Chase (1966)

COR:
The Chase is van een geheel andere orde. De lieflijke, naïeve romantiek van Jane Fonda’s debuut maakt plaats voor deze thriller van Arthur Penn, een van de pioniers van New Hollywood. Dan hebben we het over artistieke vrijheid voor de regisseur, een sociaal geëngageerd plot, opnames op locaties en expliciet geweld.

De film barst uit zijn voegen van (te veel) acteersterren, waardoor je je moeilijk kunt identificeren met hun personages.

Het verhaal is simpel: boef Buffer (Robert Redford) is ontsnapt uit de gevangenis en wordt onterecht beschuldigd van de dood van een politieagent. Buffer is op weg naar zijn liefje Anna (Jane Fonda) in een Texaans stadje, waar een industrieel de scepter zwaait en sheriff Calder (Marlon Brando) de opgefokte orde probeert te handhaven.

Het memorabele einde kon niet voorkomen dat de film flopte in Amerika. Arthur Penn brak een jaar later door met Bonnie and Clyde, waarin de rebellie en het anti-autoritaire karakter van de nieuwe Amerikaanse samenleving (in films) veel meer tot de verbeelding spraken.

En Jane Fonda? Die klaagde over haar bescheiden rolletje (wel met mooi accent) in The Chase. Ze had zoveel tijd tijdens de opnames dat ze bijvoorbeeld een groot strandfeest voor Hollywood-collega’s organiseerde en nodigde The Byrds uit die zojuist waren doorgebroken met Dylan’s Mr. Tambourine Man.

The Chase was met negen kwartier wel een lange zit. Tijd voor een wandeling.

 

BOB:
Ha, dat strandfeest had ik wel bij willen zijn om de sfeer van 1966 te proeven. Jij hebt toch connecties met Axel F. Jomich en zijn filmhuis van het verleden? Neemt hij ook bezoekers mee?

Ja jemig – negen kwartier die ik niet meer terugkrijg. Wat een langdradige film, met maar spaarzame hoogtepunten, terwijl ik best uitkeek naar een Arthur Penn-film. Het heet The Chase maar die duurt maar tien minuten.

Wat ik zo gek vind aan de film is dat na de ontsnapping van Buffer letterlijk iedereen het constant over hem heeft. 800 keer hoor je zijn naam vallen, terwijl nooit duidelijk wordt waarom ze nou allemaal precies die stress hebben. Het is ook nog een aardige dude.

En helemaal mee eens dat er weinig chemie is tussen karakters, acteurs en verhaal, zoals jij al zei. Brando als sheriff is bijna een mini-film in de film. Redford en Fonda zijn een leuk duo tezamen maar veel te kort in beeld. Edward Fox is verwarrend. Anderen zijn ronduit klootzakken. Voor wie de film het beste uitpakt, is Robert Duvall in zijn rol als slapjanus-bankassistent.

Btw: kaken laten breken om acteur te kunnen worden? Wtf?

 

3. Tout va bien (1972)

BOB:
Die pauze had ik hard nodig om de negen kwartier die ik nooit meer terugkrijg weg te spoelen. Uden is wel groener dan ik dacht maar een paar koffiebarretjes erbij zou wel leuk zijn.

Je hebt nu wat voor me? Godard? Godard én Fonda? Ik ben verbaasd.

We zien hoe echtpaar Yves Montand en Jane Fonda (ze spreekt vloeiend Frans) een vleesfabriek bezoeken die bezet wordt door boos personeel. Zij werkt bij CBS en mag een item maken met de min of meer gegijzelde directeur. Maar het personeel gijzelt hen ook. Veel kabaal en drukte.

Aan de ene kant heeft de film begrip voor de arbeiders. De twee krijgen een spoedcursus arbeiderscultuur en gaan zelfs hun werk doen. En aan de andere kant bespot de film ook wel de Parijse studentenrevolutie van ‘68 – vooral met de lange monoloog van de directeur. Mooie quote: “Er zijn boeren die boeren. Arbeiders die werken. En bourgeois die bourgeoisiën.”

Genoeg Godardiaanse momenten. We zien acteurs direct in de camera praten, horen dialogen buiten beeld en luisteren naar een monoloog over klassenstrijd. Het dwars doorgesneden decor van de fabriek is ingenieus en de film alleen al waard. Een soort groot poppenhuis.

Fonda en Montand ogen soms wat zoekende met hun spel. De onderschatte Vittorio Caprioli (ook erg vermakelijk in Le Magnifique) als opgesloten directeur steelt de show.

En ja, er is dus een link van Jane Fonda met de Franse cinema. Deze film met Godard was niet eens haar eerste Franse film. In 1964 speelde ze al in La Ronde, met Alain Delon, van Roger Vadim, met wie ze zou trouwen en een kind krijgen.

Wat is er toch veel moois te kiezen met Jane Fonda om en nabij de jaren zeventig. Toppers als Klute, They Shoot Horses, Don’t They?, Barefoot in the Park en China Syndrome. Ik ga dan toch voor Klute. Wat is jouw favoriet?

 

COR:
Tijdens onze vorige filmmarathon vroeg jij of ik voor het eerst in mijn leven een IPA-biertje wilde proberen. Hoewel ik die niet te zuipen vond, laat ik mij ditmaal verleiden tot mijn allereerste glas alcoholvrije wijn ooit. En ik moet bekennen: je gaat er al net zo veel door lullen als met echte wijn.

Tout va bien van Godard is natuurlijk een mooi voorbeeld van hoe hij destijds worstelde met het kapitalistische systeem en zijn hang naar het communisme. Opvallend is de casting van Jane Fonda, een Amerikaanse journalist die de werkvloer wil leren kennen en samen met Yves Montand worsten draait in een vleesfabriek. Met haar nieuwe, rebelse kapsel (een nonchalante, in laagjes geknipte pony) lijkt ze zo weggelopen van de set van Klute (1971).

Godard was in zijn nopjes dat hij Fonda had kunnen strikken. Hij kreeg de financiering rond omdat ze inmiddels een gevierde actrice was. Bovendien was ze activist.

Fonda had helemaal geen zin in Tout va bien, kreeg felle ruzie met Godard, maar besloot het beste ervan te maken. Ze zat met haar gedachten bij de Vietnamoorlog, waartegen ze fel protesteerde. Jane Fonda had met Donald Sutherland (haar tegenspeler in Klute) zojuist een reis gemaakt langs Amerikaanse legerbases om soldaten te steunen die zich tegen de oorlog keerden.

Na de opnames van Tout va bien vloog ze naar Hanoi, de hoofdstad van Noord-Vietnam. Fonda wilde met eigen ogen zien wat de Amerikaanse bombardementen daar aanrichtten en riep op de radio piloten op om te stoppen met bombarderen. Nadat ze werd gefotografeerd op een Noord-Vietnamese luchtafweerinstallatie, kreeg “Hanoi Jane” bij thuiskomst bakken kritiek en haat over zich heen. Later zou de actrice meermaals spijt betuigen over die foto.

Na Klute won Fonda haar tweede Oscar voor haar rol in Coming Home (1978) als vrouw van een marineofficier die verliefd wordt op een Vietnamveteraan in een rolstoel. Misschien wel haar beste rol, om jouw vraag te beantwoorden.

 

4. The Electric Horseman (1979)

COR:
Voordat ze zich in de eighties ging storten op aerobics-films (die bewaren we voor een andere marathon), sloot Fonda haar boeiende jaren 70-carrière af met The Electric Horseman. Na The Chase (1966) en Barefoot in the Park (1967) opnieuw een romance met Robert Redford.

Het personage van Redford was vijf keer allround wereldkampioen rodeo totdat hij aan de drank raakte en zijn dagen slijt als een in lichtjes gestoken paardrijder op de Las Vegas Strip. Aangemoedigd door een reporter (Fonda) wil hij een daad stellen en zijn arme paard onttrekken aan de publiciteit en verdere mishandeling.

Fonda en Redford vormen een goed koppel, hun onderlinge bewondering en aantrekkingskracht spatten er soms van af. Maar ja, de jaren 80 liggen op de loer, dus zien we al regelmatig afzichtelijke kleren, brillen en kapsels, en worden we bedolven onder het gemauw van Willy Nelson. Zeg Bob, vond jij ook dat Fonda met die foute broek, laarzen en lippenstift eruit ziet als Dustin Hoffman in Tootsie?

Het verhaal is voorspelbaar, maar gelukkig is onze voormalige rodeokampioen direct van zijn alcoholverslaving genezen nadat onze bemoeizuchtige reporter hem diep in zijn ogen heeft gekeken.

 

BOB:
Ik moet zeggen: deze film is inderdaad weinig vernieuwend maar het was het kijken waard. Redford is best goed, vond ik, vooral aan het begin als dronken en verlopen rodeoheld (en inderdaad verdomd snel sober is, misschien ging hij ook over op alcoholvrije wijn?).

Een man-hunt ontstaat en Fonda, de stadse mediavrouw, helpt hem in ruil voor een verhaal. Al kost het wat overtuiging. “Ik ben niemands verhaal, maar mijn eigen persoon.”

Natuurlijk leuk contrast. Grappen over Fonda’s stadse outfit (kan me niet herinneren of ze op Dustins Hoffmans Tootsie lijkt?). Haar onhandige laarzen en te zware koffers. Het is een soort roadmovie met een paard en een winnebago.

Aan cinema heeft deze film van Sydney Pollack (overigens de regisseur van Tootsie!) niet veel te bieden, het is vergelijkbaar met andere makkelijk wegkijkende Pollacks, zoals Bobby Deerfield en Three Days of the Condor, opnieuw met Redford, wiens recente overlijden we met deze marathon zo ook een beetje eren.

En voor de verandering véél Jane Fonda, en altijd weer intens, het lijkt alsof de automatische piloot niet bestaat in haar acteerwereld.

 

5. Et si on vivait tous ensemble? (2011)

BOB:
De laatste film begint hoopvol met de uiteenzetting van een aantal personages in een vriendenkring van vijf ouderen. Ze gaan samen in een commune wonen. En ze huren een etnograaf in (Daniel Brühl). Die ook moet dealen met de sekslevens van ouderen.

Gemakkelijk is het niet. Ruzie om een tuin (“Ik wil er een zwembad van maken”), een man die escortdames inhuurt, een affaire die uitkomt.

Het is een met veel waterig melodrama aangelengde komedie (arthouse). De humor zit hem in de soms zich anarchistisch gedragende ouderen. Het melodrama zit hem in het ouder worden, met een onvermijdelijk einde.

Niks tegen films over ouderen. Deze is redelijk eerlijk en er zijn er weinig van denk ik. Toch hoeven ze niet zo weinig verrassend te zijn, met als doel om maar een zo breed mogelijk arthousepubliek aan te boren. De film doet helaas verder niets, filosofisch of in stijl.

Fonda doet niet onder voor de vloeiende Fransozen maar ze kan ook niet echt uitblinken met dit scenario. De scènes met Daniel Brühl zijn wel vermakelijk (“Ik? Je grootmoeders leeftijd?”). Pierre Richard heeft echte komedietalenten, maar hier is hij vooral serieus.

Er is een stripboekserie waar ik ook aan moest denken: Les Vieux Fourneaux. De strip is vergelijkbaar maar iets geestiger dan deze film van Stéphane Robelin. Onvermijdelijk ook verfilmd in 2018 met… opnieuw Pierre Richard! Helaas is die verfilming ook niet echt geweldig.

De filmmarathon eindigt hiermee wel een beetje met een sof, maar goed, een marathon is ook 42.195 meter cinema, en na de dertig begint het altijd pijn te doen…

 

COR:
Ik moest bij deze film denken aan The Best Exotic Marigold Hotel – opvallend genoeg verschenen in hetzelfde jaar als Et si on vivait tous ensemble? – met daarin seniore grootheden van de Britse cinema. Ook al zo’n kluchtig verhaal met dramatische elementen over ouder worden.

Ondanks het aandoenlijke slot moeten we misschien onze volgende filmmarathon eindigen met een meer spectaculaire film – hoewel het altijd fijn is om te zien hoe een actrice of acteur zich ontwikkelt van jeugdig debuut tot de herfst van de carrière.

Om maar met Jane Fonda te spreken: “Dit is wat ik zeg over ouder worden: het lijkt echt beangstigend wanneer je er van buitenaf naar kijkt. Maar als je er eenmaal in zit, is het helemaal niet eng. Je voelt je zelfs beter.”

 
18 oktober 2025

 

 
Meer filmmarathons

Camera Obscura Special: Rio de Janeiro in film

Camera Obscura Special:
Rio de Janeiro in film

door Bob van der Sterre

Rio de Janeiro in film… Of een vrolijke, kleurrijke boel (strand van Copacabana, muziek, papegaaien). Of somber en crimineel (favela’s, bendes, geweld). Het verleden bewijst dat er meer is aan film dan alleen deze twee uitersten.

Ik denk dat je wel kunt stellen dat de Braziliaanse cinema een van de meest onderschatte is van de wereld. Wie zich openstelt voor de Braziliaanse stijl, ontdekt een eigenzinnige, artistieke en intuïtieve cinema met veel aandacht voor sociale kwesties. Volgens het filmboek Brasil en tempo de cinema ‘is het verhaal van de Braziliaanse cinema een geïsoleerd geval, met geïsoleerde films’.

Cidade de Deus (2002) - de beste films in en over Rio de Janeiro

Rio de Janeiro was vanaf het allereerste begin dé plek van de Braziliaanse cinema. Het iconische strand van Copacabana ontbrak bijna in geen enkele film. Maar de stad heeft ook grote gebieden met sloppenwijken, favela’s, en die kwamen in steeds meer films terecht.

Toch is de Braziliaanse cinema nooit een exclusieve Rio-aangelegenheid. Er zijn ook veel films uit São Paulo (denk bijvoorbeeld aan Carandiru; O Bandido da Luz Vermelho; Estômago; Pixote). En ook uit Noord-Braziliaanse steden (Black God, White Devil; Os Deuses o Os Mortos; Os Fuzis; Barravento). De unieke architectuur van hoofdstad Brasilia komt regelmatig langs in spionagefilms.

Let op: dit zijn geen recensies of analyses van films. Ook geen top tien. Ik wil alleen een verhaal vertellen over de samenhang tussen film en stad en kies daarvoor per decennium een passende film. Ik heb niet alle films ter wereld gezien, dus hier en daar zal ik een uitstekende film gemist hebben.

Dit artikel is gratis. Graag hoop ik dat de lezer zich als tegenprestatie wil opgeven voor de nieuwsbrief, of zich verdiept in culturele longreads.

Bekijk ook de vorige episodes: Parijs, New York, Londen, Tokio en Amsterdam.

 

Panorama do Rio de Janeiro (1909)

Panorama do Rio de Janeiro (1909): ansichtkaartenimpressie van Rio

Vier minuten duurt het maar: een van de oudste filmbeelden van de stad. In deze film van de Franse filmstudio Gaumont zien we bewegende ansichtkaarten van Rio de Janeiro.

We zien mensen een spelletje spelen met het steeds op tijd wegrennen voor de uiteen beukende golven van de zee. Dan een blik op een kanaal. Het beroemde Carioca-aquaduct met trammetje; een stoomtreintje dat traag de Corcovadoberg op klimt (nog vóór het iconische Jezus Christus-beeld, Cristo Redentor, er stond).

Het is voorbij voor je het doorhebt.

Film: https://www.youtube.com/watch?v=MKBnUUE_mgQ
Meer lezen: https://player.bfi.org.uk/free/film/watch-panorama-of-rio-de-janeiro-1909-online

 

Brasa Dormida (1928)

Brasa Dormida (1928): gokken op paarden

De laatste centen van Luis Soares gaan op aan tickets voor de paardenraces. Maar de gok pakt verkeerd uit en hij heeft niets meer. Als hij zijn laatste lucifer weggeeft, heeft hij echt helemaal niets meer. Dan vallen zijn ogen op een advertentie in een krant die iemand heeft laten liggen.

We zappen naar de suikerfabriek van de steenrijke De Souza. Hij heeft iemand nodig als manager. Hij ziet Soares met zijn dochter een schommel repareren… Van het een komt het ander. En dan is er nog een bad guy, een fanatieke harentrekker.

Een eeuw geleden, dat waren andere tijden. Supersensueel als er een panty wordt opgetrokken. Het steenrijke kapitalisme recht tegenover het arbeiderssocialisme. De verboden liefde tussen de leuke en rijke dochter en de arme arbeider (‘een schandaal!’) was nog geen cliché.

Vlotte zwijgende film, deze film van Humberto Mauro, die wordt gezien als de eerste grote Braziliaanse regisseur. Hij werd bewonderd door de Cinema Novo-meesters. Na een korte carrière als speelfilmregisseur zou Mauro zich ontplooien als documentairemaker.

Het kijkt prima weg; de kwaliteit is zichtbaar. Wel heb je zo’n zwijgende film al eens vaker gezien, maar meestal niet in Brazilië. Dus met fruitbomen, wilde slangen en watervallen in plaats van de bekende westerse stadsdecors. Er is hierdoor helaas niet veel te zien van Rio de Janeiro, afgezien van het korte begin, als we kijken naar ‘de metropool’ en de paardenraces in de stad.

Film: https://www.youtube.com/watch?v=Nt_bJ2zoU_c
Meer lezen
: https://pt.wikipedia.org/wiki/Brasa_Dormida

 

Limite (1931)

Limite (1931): roei de problemen van je af

Drie personen zitten in een roeibootje. Vrouw op het uiteinde, man voorover gebogen in het midden (peddel stil in het water). Aan het einde van het bootje ligt een slapende (of overleden?) vrouw.

De film brengt ons met flashbacks terug naar wat tot dat moment leidde. Het heeft te maken met een ontsnapping uit de gevangenis.

De flashbacks komen met het nodige experiment: rijdende wielen van een trein van dichtbij gefilmd, langzaam overgaand in de tandwielen van de naaimachine. Een close-up van een dop die verandert in een knoop. Een dialoog vanaf de voeten gefilmd. Ook fraai: de camera in de steeg die bij de stoep begint met filmen en ogenschijnlijk als een drone-camera opstijgt (een ballon?). Een jungle in negatief gefilmde kleuren.

We zien de invloed van de vernieuwende Europese films van de jaren twintig: Der Letzte Mann, Man with a Movie Camera, etc. De film was geïnspireerd door een foto van de beroemde fotograaf André Kertész.

Deze film van Mário Peixoto is een wonderlijke en in Brazilië veelgeroemde productie. Peixoto was slechts 22 jaar toen hij zijn (enige) film maakte. Er zit veel intuïtie in, zoals het rustige begin dat overgaat in een rijdende trein.

In 2010 werd de film gerestaureerd en uitgebracht in de Criterion-reeks. Bewonderaars zijn er genoeg. De Braziliaanse schrijver Saulo Perreira de Mello – bevriend met Peixoto – noemt het bijvoorbeeld een ‘film van ritme, waarbij beelden op elkaar reageren’. Samen met regisseur Walter Salles verzorgde hij Peixoto’s archief en hielp hij met de restauratie van de film. Lees het artikel over Perreira de Mello in het Braziliaanse dagblad O Globo.

Van Rio is opnieuw weinig te zien. Mangaratiba ligt maar liefst 100 kilometer van de stad vandaan. Om het in perspectief te plaatsen: dat is ongeveer wat Arnhem van Amsterdam is. Maar metropolen kijken niet op honderd kilometer meer of minder.

Meer van Rio de Janeiro zie je in de eveneens prachtige film Ganga Bruta van eveneens Humberto Mauro – die we al eerder zagen met Brasa Dormida. Deze film uit 1933 was ook al een voorbeeld voor de Cinema Novo-regisseurs. We zien onder anderen Ilha das Cobras, Quinta da Boa Vista en São Gonçalo.

Mauro filmde ook het dagelijkse leven van de favelabewoners in de fictiefilm Favela dos Meus Amores (1934). Toen hem werd gevraagd of hij zichzelf ook een neorealist vond, net als de Italianen, zei hij: “Wat is dat neorealisme? Is dat niet gewoon realisme?”

Film: https://www.youtube.com/watch?v=f2BZcBiT38k&t=1s
Meer lezen: https://www.criterion.com/films/28407-limite en https://www.indebioscoop.com/limite/

 

Também Somos Irmãos (1949)

Também Somos Irmãos (1949): broers tegen wil en dank

Locatie: Tijuca

Renato en Miro zijn (zwarte) broers. Ze worden opgevoed door de familie van de witte Marta in een oud herenhuis in Tijuca, Rio de Janeiro. Renato studeert Rechten, is welbespraakt, loopt rond in een pak en snakt naar erkenning. Miro neigt naar het losbandige leven van kroegen en misdaad en geeft zijn opvoeding bij de familie daar de schuld van. Daar is de stieffamilie niet zo van gediend.

Hun stiefzus, Marta, is gecharmeerd van de gestudeerde Renato. Maar parkeert hem als de goedgeklede Walter Mendes in beeld komt. Renato, pissed off, doet wat jaloerse mannen doen: vechten met de nieuwe lover. Een pistool gaat af. Zijn losbandige broer, Miro, heeft de pech dat niemand wil geloven dat Renato erbij was en niet hij. Wat te doen…

Je voelt aan alles dat dit een gewaagde, sociaal gevoelige film was in die tijd. De integratie van zwarte Brazilianen, terwijl de slavernij in Brazilië pas in 1888 was afgeschaft (slechts zestig jaar voor deze film). De film krijgt kleur dankzij de vele dialogen, geschreven door Alinor Azevedo. De uitvoering is wel houterig.

Regisseur José Carlos Burle besefte dat als hij een kans had om de film te maken die hij in zijn hoofd had, het nu moest zijn. Ook al is het verhaal een beetje voorspelbaar, het is met voldoende gevoel voor drama neergezet. De film trok alleen niet veel publiek. Het was te confronterend voor het witte publiek van die tijd. En de film bereikte het zwarte publiek – dat zich tot dan toe zelden herkende in een Braziliaanse film – ook niet.

Van Rio zien we niet zoveel. Alleen een beetje van Tijuca, een wijk in het zuiden, vlakbij het beroemde Maracañastadion.

De film heeft wel dé twee thema’s van de Braziliaanse cinema: misdaad en sociale kwesties. Daarmee kun je van deze film een lijn doortrekken naar Cidade de Deus uit 2002. En waar muziek in die film een grote rol speelt, doet ie dat hier ook, met de ‘chanchada’. Dat is een genrenaam voor musicalachtige producties die populair waren in de jaren dertig, veertig en vijftig. Er valt veel meer over te vertellen maar dat valt buiten het onderwerp van dit artikel. Lees meer op Wikipedia.

Aguinaldo Camargo, die Renato speelde, had trouwens echt Rechten gestudeerd. Helaas verongelukte hij in 1952. Grande Otelo, een in Brazilië vrij bekende acteur die regelmatig in chanchada’s speelde, speelde Miro.

Film: https://www.youtube.com/watch?v=UsLMuEriyII
Meer lezen: https://www.cineplayers.com/criticas/tambem-somos-irmaos

 

Rio, 40 Graus (1955)

Rio, 40 Graus (1955): een zinderende zomerdag in Rio

Locaties: Copacabana, Abuçu, Maracañastadion en Pão de Açúcar

Het is heet in Rio. Iedereen zweet. Gokkende mannen in een tent, een flirtend stelletje aan het strand. Een keten van gebeurtenissen staat de karakters te wachten.

Rio, 40 Graus is een mozaïekfilm over een snikhete dag in Rio. Een soort quasi-documentaire. Met het stelletje dat niet bij elkaar kan zijn, twee zwervende jongens die slaags raken met jeugdbendes, een hosselaar die met illegaal gokken zijn inkomen verdient, een corrupte senator die alleen oog heeft voor mooie jonge vrouwen, een stelletje in de favela en een voetballer die worstelt met zichzelf.

Verrassend sterk scriptwerk hoe dit allemaal aan elkaar is geschreven. De film van Nelson Pereira dos Santos was namelijk best experimenteel. Een soort Braziliaans neorealisme, de filmstijl die vanuit Italië de wereld veroverde met echte verhalen over echte mensen. En dat met zoveel verhaallijnen, wat dan weer een beetje doet denken aan de beroemde mozaïekstijl van Robert Altman.

Pereira dos Santos (nog pas 26 tijdens het maken van de film) wilde het ansicht-Rio koppelen aan de wereld erachter. We zien daarom een funiculaire (kabelspoorweg) naar het bij de Rio-toeristen welbekende Pão de Açúcar; mensen in zwembroek bij Copacabana; voetbal in het Maracañastadion (met zéér overtuigende supporters en zéér onovertuigende voetballers). Achter deze Rio-ansichtkaarten zien we een wereld van hosselaars. De film zou een inspiratiebron worden van de artistieke stroming Cinema Novo, die volgens velen begon met deze film.

Het experiment ging de Braziliaanse machthebbers wat te ver. Het was de eerste Braziliaanse film die in zijn geheel werd gecensureerd. Met een vertraging van een jaar ging de film toch in première en viel redelijk in de smaak bij het publiek en critici.

Pereira dos Santos maakte twee jaar later de vergelijkbare film Rio, Zone Norte. Hier gaat het om Espirito da Luz (wederom Grande Otelo), een getalenteerde sambazanger in de sloppenwijken, die hoopt op een big break. Op een dag loopt het eindelijk zoals hij wil. Een hoopvolle tijd lijkt aanstaande voor de artiest die net als vele anderen in de krottenwijken van Rio bivakkeert. Maar hij wordt meer dood dan levend aangetroffen bij een spoorlijn.

Ook weer veel scènes in Rio en optredens van ‘de echte Brazilianen’. Een houtwerkplaats, een station, een chique bar, een favela (veel groen en houten huisjes, vriendelijk bezemende bewoners). Prachtig om te zien.

Tot slot moeten we in dit decennium ook even de Franse film Orfeu Negro (1959) van Marcel Camus noemen. Romantiek tijdens het carnaval in Rio en visueel erg te genieten. Bekijk deze film op YouTube.

Film: https://youtu.be/V81QK2SNuIo?si=I6a48wZ6ZI3HnA4u&t=2727
Meer lezen: https://cineset.com.br/critica-rio-40-graus-nelson-pereira-dos-santos/

 

Mitt hem är Copacabana(1965)

Mitt hem är Copacabana (1965): een Zweed in Brazilië

Locatie: Copacabana

Om overleven draait het ook in Mitt hem är Copacabana uit 1965. Drie jongetjes (Jorginho, Paulinho, Rico) en een meisje (Leila) doen er alles aan om dat te doen. Het groepje zit bij een ruïne op een heuvel tot ze door een bende worden verjaagd.

Daarna bekijken we hun mix van legale en minder legale bezigheden: oplichterij met vliegeren op het strand, bedelen om eten op de markt, afstruinen van vuilnisbelten, schoenenpoetsen, pickpocketen. Ze krijgen tips van meer ervaren daklozen.

Buitenkans om het Rio de Janeiro van 1965 van dichtbij mee te maken. Deze film kwam overal. Cafés, winkelcentra, heuvels, stranden en zelfs bij bepaalde rituelen op het strand. We krijgen ook de favela’s te zien (toen nog houten huisjes). Het zijn niet de vroegste filmbeelden van de favela’s; Cinco vezes Favela was al in 1962 uitgebracht en Favela dos Meus Amores zelfs al in 1934.

De film (originele titel: Fábula) is het geesteskind van de Zweedse regisseur Arne Sucksdorff. Hij werd gevraagd om les te geven in Brazilië en wilde toen ook een speelfilm maken. Zijn voice-over maakt van de speelfilm bijna een gewenste documentaire. Je ziet het aan het acteren van de kinderen. Dat is niet geweldig, maar natuurlijk genoeg dat het niet in de weg zit.

Toch is de film interessant. Een geweldig mooi begin (bovenop een heuvel, je kijkt terloops de diepte van Copacabana in). Verder veel observatie en speels acteerwerk van de kinderen. Soms doet dat denken aan Pixote, soms aan Cidade de Deus. En dat vermengd met een flinke vleug neorealisme, dat in de mode was in die tijd.

De film werd afgerond tijdens het begin van de militaire dictatuur en werd vlak na verschijning verboden. Sucksdorff (dierendocumentairemaker van oorsprong) vestigde zich in de Pantanal. Hij raakte daar op zeker moment zijn land kwijt en moest terug naar Zweden, waar hij in 2001 overleed.

Sucksdorffs invloed in de Braziliaanse cinema wordt nog steeds maar met mate erkend. Hij leende bijvoorbeeld zijn apparatuur uit aan Braziliaanse cineasten. Verstandig was ook zijn keuze om het script van Braziliaanse schrijvers Joaõ Bethencourt en Flávio Migliaccio te gebruiken als basis voor de film. Lees over zijn werk in dit Braziliaanse tijdschrift (Engelstalig) of bekijk dit interview met de enige historica die er wel werk van heeft gemaakt.

Film: https://www.youtube.com/watch?v=0kZGYdaS12c

 

Cinema Novo: intellectuelen tegen machthebbers
Veel filmliefhebbers roepen onmiddellijk Cinema Novo als het gaat om Braziliaanse cinema. Maar wat was dat nou precies?

Diverse jonge Braziliaanse filmmakers – vaak critici en cinefielen – wilden het in de jaren vijftig en zestig allemaal anders doen. Ze hadden Frankrijk en zijn nouvelle vague en Italië en het neorealisme gezien. Het moest alleen in een Braziliaanse stijl en over Braziliaanse onderwerpen gaan, vonden ze. Weliswaar met zeer geringe budgetten, maar hun enorme motivatie compenseerde alles. “Een idee in je hoofd en een camera in de hand”, zei Glauber Rocha.

Het begon min of meer met Rio, 40 Graus in 1955. De films in de periode 1955 – 1964 waren vooral zwartwit, documentaire-achtig, landelijk, optimistisch van toon en hadden een arthouse look-and-feel. Bekende voorbeelden zijn Barravento en Black God, White Devil van Glauber Rocha.

In 1964 veranderde alles voor de cineasten toen Brazilië een dictatuur werd. De films van 1964 – 1968 hadden meer stedelijke decors en teleurgestelde intellectuele karakters in de hoofdrol, zoals Glauber Rocha’s Terra en Transe, Gustavo Dahls O Bravo Guerreiro en Perreira dos Santos’ Fome de Amor.

Het besef drong door dat de films iets meer mainstream moesten zijn om een groter publiek te bereiken en zo meer invloed te hebben. Een goed voorbeeld is Garota de Ipanema (The Girl of Ipanema) van Leon Hirszman (1967).

De films van 1968 – 1972 waren vaak bizar, spottend, vol slechte smaak en speelden zich vaak af in de jungle (‘tropicalistisch’). Door de sterke overheidsrepressie in die periode maakten de films veel meer gebruik van symbolen om iets uit te drukken. Voorbeelden zijn Macunaíma (1969) van Joaquim Pedro de Andrade en Os Deuses en os Mortos (1970) van Ruy Guerra. In deze tijd ontstond ook de tegenbeweging Novo Cinema Novo, die ondergronds verder wilde met de ‘pure vorm’ van de beweging. Zie bijvoorbeeld O Bandido da luz Vermelha (1968) van Rogério Sganzerla en Bang Bang (1971) van Andrea Tonacci.

(Veel van deze films staan op YouTube. Maar let op: Braziliaanse humor kan heel bizar zijn. Probeer bijvoorbeeld eens Bang Bang of Macunaíma en kijk hoe lang je het volhoudt!)

In 1972 hield de stroming op te bestaan toen diverse regisseurs vanwege de repressie vluchtten naar Europa. Ze keerden later in het decennium weer terug en maakten nog films, maar van een stroming als Cinema Novo was geen sprake meer.

De stad Rio speelde vooral een bijrol in de beweging. Rio was te zien in Cinco vezes Favela (1962) met vijf verhalen over de favela’s, gemaakt door vijf regisseurs; A Grande Cidade (1966) van Carlos Diegues en Porto des Caixas (1963) van Paulo César Saraceni.

Lees meer over de stroming op Wikipedia.

 

Amor Bandido (1979)

Amor Bandido (1979): sleazy Rio

Locaties: Copacabana, Botafogo

Een vrouw, Sandra, raakt via haar hostess-werk in contact met mannen. Waaronder Toninho. Maar hij is niet helemaal de jongeman (een babyface en oogt veertien jaar) die hij zegt te zijn. Hij heeft nooit geldproblemen. Met een schok komt ze erachter waarom niet.

Sandra is ook de dochter van politiecommissaris Galvão en hij is op zoek naar haar. En naar een seriemoordenaar die het voorzien heeft op taxichauffeurs. Galvão krijgt de ene na de andere creatief verpakte belediging van zijn baas naar zijn kop gesmeten – aangezien hij de zaak maar niet oplost.

De beelden van Rio in de 70’s zijn prachtig. De rauwe, sleazy bars, de straten, de gebouwen. En toch ook weer die mooie attracties, het strand, het iconische Pão de Açúcar, de winkels, en zelfs de Corcovadoberg met Cristo Redentor. Regisseur Bruno Barreto heeft goed opgelet hoe Rio, 40 Graus de achterkant van de Rio-ansichtkaarten wilde laten zien.

Hier en daar cynische humor. De agenten die liever de nagesynchroniseerde detective Kojak kijken dan zelf werken. Je zal niet snel vergeten hoe Michael Jacksons ballad One Day in Your Life overgaat in bot geweld. In recensies werd de film af en toe vergeleken met Tarantino en inderdaad – het heeft er soms wel wat weg van.

De karakters zijn wat lastiger. De rol van de vader, het ene moment bitter, dan weer woest, dan weer verdrietig, is wat vaag. Daarnaast kun je van de twee hoofdrollen ook niet goed vatten hoe ze nu in het leven staan. Somber, levensmoe? Maar waarom dan? Wel interessant is het cynische verhaal over de falende politie. En de onmogelijke liefde.

Over liefde gesproken, ergens zitten denk ik nog diverse seksscènes in de film verstopt, die in mijn gekuiste YouTube-versie ontbraken (er miste een half uur). Zo kreeg je een (misschien toevallige) briljante edit van de vader die een gesprek voert met een sekswerker, eerst op de bank, dan in bed, vloeiend in elkaar overlopend; het enige verschil is dat hij in de ene zin zijn pak aan heeft en in het volgende beeld naakt is.

Bruno Barreto (toen nog maar vierentwintig) is lang niet zo bekend van deze film als van het veel luchtiger Dona Flor e Seus Dois Maridos uit 1976 (toen was hij pas twintig!). Dat was de meest bezochte Braziliaanse film tot Tropa de Elite 2 in 2011 het stokje overnam. Dona Flor is een beroemde film maar speelt zich niet af in Rio.

Cinema Novo liep op zijn eind in de jaren zeventig. Films over Rio werden er nog wel gemaakt. Twee dingen waren ondanks de dictatuur vaak geen probleem in films: geweld en seks. Diverse van deze films toonden straatbeelden van Rio. Zoals Copacabana mon amour (1970); Vai Trabalhar Vagabundo (1973); Sem Essa Aranha (1970); A Casa Assassinada (1971); Lúcio Flávio, o Passageiro da Agonia (1977); Tudo Bem (1978) en Toda Nudez Será Castigada (1973).

Film: https://www.youtube.com/watch?v=HeocLBnlwqY
Meer lezen: https://www.nytimes.com/1982/10/31/movies/amor-bandido-1979-melodrama-from-brazil.html

 

Um Trem para as Estrelas (1987)

Um Trem para as Estrelas (1987): de onderwereld door de ogen van een saxofonist

Een jongen die saxofonist speelt (Vinicius) krijgt eindelijk zijn big break. Hij mag bij een band meespelen in de opnamen. Dan slaat hij aan het improviseren. Geweldig, maar daar zitten ze niet op te wachten. “Dit is disco, man.”

Op een afvaldumpplek knuffelt hij wat later met zijn vriendin Nicinha (solo met de weer langzaam wakker wordende stad voor hen). Hij gaat zo op in zijn solo dat hij niet opmerkt dat zij er niet meer is. Ontvoerd dus.

De route naar waar ze is verloopt veelal via de metro’s naar Rio’s onderbuik. We zien Vinicius overal excentrieke figuren ontmoeten. Een detective in zijn eigen huis, een danseres in een nachtclub, een liftbediende, een jongen met walkman die steeds Engels praat en mensen in een favela die een meisje willen kruisigen (tot er een wonder gebeurt).

Geen makkelijke film om te vatten. Er gebeurt veel, veel dialogen en personages, en magisch realisme. De film valt samen met het einde van de dictatuur in de jaren tachtig. Het is hard wakker worden in een nieuwe realiteit. Een land in een overgangsperiode. Het lot van het meisje (let op: bruut plot) past daar ook bij. Een metro naar de sterren, maar de rit is nogal onrustig.

Um Trem para as Estrelas valt ook op met de vele muziek in de film. Vinicius als saxofonist natuurlijk. De beroemde zanger Gilberto Gil zingt diverse liedjes. En de rockster Cazuza, met een tragisch verhaal (stierf op zijn 32e aan aids, over hem is in 2004 de film Cazuza: O Tempo não Para gemaakt).

Het Rio van de jaren tachtig heeft een prominente rol in de film. Maar waar is het allemaal? Zelfs de kenner zal het moeilijk vinden om een plek te herkennen: het zijn rommelige stukjes stad. Regie was van Carlos Diegues en volgens velen is dit sociale drama zijn meesterwerk.

De jaren tachtig was een lastig filmdecennium voor films in Rio de Janeiro. Opvallend veel films in de jaren tachtig in Rio waren liefdesdrama’s met acteurs die nauwelijks de straten op gingen. Bewonderd werden Demencia (1986) van Carlos Reichenbach en Pixote (1980) van Hector Babenco, maar die speelden zich af in São Paolo.

Rio werd in dit decennium vooral bekend van semi-sexy films die zich afspeelden rondom Copacabana. Zoals de twijfelachtige semi-erotische film Blame it on Rio (1984) van Stanley Donen, met Michael Caine en jonge Demi Moore. Veel stranden, zon, samba en paraderende topless vrouwen op stranden, hoewel dat niet was toegestaan in Rio. Je zou bijna vergeten dat Wild Orchid (1989) ook een passage in Rio heeft

Film: https://www.youtube.com/watch?v=2TI_06qLuYE
Meer lezen: https://www.scielo.br/j/ld/a/yKm5y5nBtsn6JQMMVrdFT7p/?lang=pt

 

Central do Brasil (1998)

Central do Brasil (1998): tussenstations voor het leven

Locaties: Estação Central do Brasil, Centro

Het bruist van het leven op het grootste station van Rio. Dora schrijft en verstuurt brieven namens niet zo goed kunnen lezende of schrijvende reizigers. Sommige brieven stuurt ze wel, sommige eindigen in de keukenla. Dat laatste overkomt een vrouw en haar zoon, waarvan Dora vindt dat ze de vader maar beter kunnen vergeten.

Als de vrouw verongelukt en de jongen blijft hangen op het station, zorgt Dora’s schuldgevoel ervoor dat ze de jongen opneemt. En na aanvankelijke ongemakkelijke conflicten verandert de film in een roadmovie waarbij ze op zoek gaan naar de vader, voor wie de brief was bedoeld.

Als er een film is die veel mensen op hun lijstje hebben als beste film over Rio de Janeiro, is het wel Central do Brasil van Walter Salles. Het is ook echt een fijne filmhuisfilm. Inlevend, emotioneel, menselijk, warm. Natuurlijk veroveren de twee ongewone hoofdrollen je hart – als dat niet van steen is – en is het vooral een prettige kijkervaring.

Wel heeft Central do Brasil de beperkingen van arthousefilms: hoe de scènes gedreven worden door emoties, de af en toe schokkende momenten die de kijker dieper in de film sleuren, de eindeloze focus op gezichten, de muziek (violen) die de emoties stuurt, de karakters die elkaars tegenpolen zijn.

Ook al is het niet de meest vernieuwende film, het zit goed in elkaar en won diverse prijzen in 1999. Ben je het Portugees machtig? Bekijk dan ook het interview met de actrice die de prijzen binnenhaalde, Fernanda Montenegro.

Je vergeet bijna dat Rio alleen in het begin in beeld is. Het gaat in Rio vooral om de buurt Centro bij het station: Estação Central do Brasil, vlakbij het Praca de Republica Campo de Santana en de immense Avenida Presidente Vargas. Er zijn echte Rio-reizigers in beeld die echt in de rij aansloten bij Montenegro om haar brieven te laten schrijven, die ook in de film zijn meegenomen.

Meer lezen: https://filmkrant.nl/recensies/central-do-brasil/

 

Special in een special: de duistere kant van de favela’s
De wind van ‘nouveau violence’, grofweg begonnen met Tarantino’s Reservoir Dogs in 1992, kwam ook aan in Brazilië. Dat zorgde vlak het jaar 2000 voor een golf aan favelafilms. Brazilië gaf er zijn eigen accenten aan met zwarte humor, satirische en sociale elementen. (Voor wie het niet weet: favela’s zijn ongeorganiseerde wijken die tegen de heuvels (morro’s) van Rio de Janeiro zijn gebouwd. De meeste hebben te maken met gewapende bendes.)

De Brazilianen maakten in 2002 een van de hardste misdaadproducties aller tijden: Cidade de Deus. Een gut-punch zoals je niet vaak ziet in de cinema. Twee jongens groeien op in de favela Cidade de Deus (‘stad van God’): Buscapé (Raket) en Zé’tje (Dobbeltje). Een wordt een fotograaf en de ander een psychopathische gangster.

Regisseur Fernando Meirelles kreeg het idee na het lezen van het gelijknamige (en deels autobiografische) boek van Paolo Lins, dat twee decennia met geschiedenis behelst. Honderden karakters kwamen voor in dat boek. Ook al is het gecomprimeerd voor de film, het zijn er nogal wat die in de twee uur langskomen. (Meirelles nam hierna frappant genoeg afstand van het onderwerp, zijn volgende film was The Constant Gardener, hoewel hij nog wel een en ander produceerde.)

De film fascineert omdat het een pulpfictionesque script combineert met een snufje amélievirtuositeit. Dat levert een ongewone film op. Een voorbeeld is als een appartement in het heden opeens verandert in een oud decor: De geschiedenis van de flat. En dan zien we dat er voor Blacky andere mensen in de flat hebben gezeten: een vrouw, Big Boy, Wortel. En dan staat Zé’tje voor de deur. Met een flashback naar zijn lugubere entree – een puzzelstukje dat nog niet gelegd was. “Die avond stilde Zé’tje zijn honger om te doden.” Om na nog wat passages weer bij de deur van de flat te belanden, nu vanaf de rug van Zé’tje gezien.

Of een gesprek in de bus met de ticketverkoper (Manu Moker). Hij vertelt dat hij aan karate doet en uit de favela wil verhuizen als hij beter werk vindt. Beeld staat stil. Verteller: “Hij wist niet wat er komen ging… Maar het is nog te vroeg voor het verhaal van Manu Moker.”

En de film is spijkerhard. Zoals wanneer Zé’tje iemand uit zijn team de opdracht geeft een van ‘de koters’ (een bende) koud te maken. De allerkleinsten, die beiden in een hoekje smeken om hun leven. Het leven als wegwerpartikel. Zeker tijdens ‘de oorlog’ liep het helemaal uit de hand op de heuvel.

De acteurs kwamen bijna allemaal uit de favela’s. Voor de liefhebber is het aardig om de documentaire over de film, Cidade de Deus – 10 años despois, uit 2013 te bekijken en de acteurs (achttien in totaal) in het echte favelaleven te zien. En te horen hoe ze terugkijken naar de film. Stream je via HBO Max? Dan kun je een vervolgserie uit 2024 gaan zien, met grotendeels dezelfde karakters als in het origineel: Cidade de Deus: A Luta Não Para. Helaas is het een stuk braver dan het origineel.

De serie Cidade des Homens (2002 – 2018) verscheen in het spoor van Cidade de Deus. De kern van de serie is de ‘bromance’ tussen Laranjinha en Acerola, die beiden leven in de favela Morro de Sinuca, hoog in de heuvels bij Rio de Janeiro. In 2007 werd het ook een film (regie Paolo Morelli, producent Meirelles) waarin Laranjinha op zoek gaat naar zijn vader, die hij nooit heeft gekend en Acerola vanwege bendegedoe moet vluchten naar de buurfavela van Morro de Careca. Er is ook geweld maar de film is wel menselijker en rustiger. Ook dit mist het vernieuwende die de voorganger had.

In 2007 knalde Tropa de Elite de Braziliaanse bioscopen binnen. Waar Cidade de Deus het onderwerp vanuit de bendekant bekijkt, kiest José Padilha’s Tropa de Elite de kant van de politie: het elitekorps (BOPE). De karakters Matías en Nascimento zijn gebaseerd op echte BOPE-agenten.

De film begint met een monoloog die het kansloze bestaan zo goed weergeeft dat ik deze in zijn geheel weergeef: “In mijn stad zijn er 700 krottenwijken, en in de meeste zijn drugsbendes de baas. Ze hebben wapens in hun bezit. Overal gebruikt men die in oorlogen. In Rio zijn ze in handen van criminelen. Hun kogels snijden door auto’s als door papier. Denk niet dat in een stad als Rio de politie de krottenwijken ingaat. Agenten hebben gezinnen en zijn ook bang om te sterven. In Rio is er een evenwicht tussen munitie en politiecorruptie. Eerlijkheid komt daar niet aan te pas. Als eerlijke agenten de krottenwijken in gaan, komt daar meestal gelazer van. In Rio moet elke smeris kiezen. Of hij wordt corrupt en zwijgt, of hij doet mee in de oorlog. Gewone agenten zijn niet getraind voor een oorlog.”

Tropa de Elite (2007)

De film klinkt als een excuus om naar gewelddadige politiekorpsen te kijken. Maar juist het satirische portret van corruptie bij de politie is waar de film sterk in is. Zoals gedoe rondom een takelwagen of het zeulen van lijken naar een ander district om het aantal misdaadcijfers te laten dalen. “Ik heb Oliveira’s mannen al betaald, jullie zitten toch in hetzelfde korps?”

De film won in 2008 in Berlijn de Gouden Beer als beste film. Het is ook de film die acteur Wagner Moura op de kaart zette met zijn intense uitstraling (ze herschreven zelfs de rol voor hem) en voor Netflix in Narcos in drugsbaas Pablo Escobar zou veranderen.

Het vervolg Tropa de Elite 2 verscheen in 2011 en is tot op heden de best bezochte film in Brazilië ooit. De film – ook weer van José Padilha – heeft geen last van het tweede-deel-syndroom. Want het verhaal is anders: hier is politiek het onderwerp. Nascimento krijgt een promotie als staatssecretaris en maakt van het BOPE-eliteteam een ‘oorlogsmachine’. Dat gaat iets te goed. Bendes verdwijnen. Maar milities, bestaande uit corrupte agenten, springen in het gat. “Ik had een monster geschapen.”

Ook hier weer spottende scheuten richting corrupte politici. Vooral de parlementariër met zijn eigen tv-kanaal is een mooie parodie op omkoopbare politici. Het statement is vooral dat Brazilië zijn oplosbare problemen niet oplost. Voor José Padilha gold dat hij hiermee een kritische trilogie had afgerond, inclusief de documentaire Oñibus 174 (zie later). Deze thema’s zou Padilha als producer en regisseur (2 episodes) ook tegenkomen in Netflix’ Narcos.

Era uma Vez uit 2008 – regie Bruno Silveira – neemt het perspectief van het jochie Dé die op jonge leeftijd door misdaad zijn broertje en vader verliest, hoewel ze alleen maar het goede nastreefden. Dé wordt ouder en ontmoet Nina. Zij is rijk en hij arm en hun levens zijn lastig te mengen. Romeo & Juliet maar dan in Rio. De film is vrij melodramatisch maar biedt een overdaad aan straatbeelden, vooral van de strandbuurt Ipanema waar hij werkt en zij woont.

Al deze films gaven de favela’s in Rio een gezicht, hoewel ze ook wel leunden op sensationaliseren van geweld. Het was als een spiegel die de Braziliaanse regisseurs de rijkere Brazilianen voorhielden: ook dit is jullie land.

Dat gezicht kwam ook door editor Daniel Rezende. Hij gaf Cidade de Deus en de twee Tropa de Elite-films extra flair met zijn dominante, ritmische montage. Opvallend waren de voice-overs en overgestileerde beelden, volop groen- en geeltinten. Ook opvallend: ze beginnen met scènes die later in de film terugkomen. Een truc die nu te pas en te onpas in films wordt gestopt.

Zo is er ook veel aandacht voor contrasten. Let bijvoorbeeld maar op hoe in Tropa de Elite de zwartgeklede zwarte agent Matías tegenover witgeklede witte studenten staat. Ze protesteren tegen de politie, die hij is, terwijl hij hun hypocrisie bespot, want door hun drugsgebruik houden ze het misdaadsysteem in stand.

Tot slot de documentaires. Zoals Oñibus 174 uit 2002. Een jongeman die het niet meer zag zitten, kaapte in 2000 een stadsbus in Rio de Janeiro. De film van José Padilha observeert zijn moedeloosheid en bekijkt de mediahype die ontstond. Última Parada 174 (2008) bekeek het verhaal nog eens maar dan in fictievorm. Die film is van een oude bekende: Bruno Barreto, die we al tegenkwamen in Amor Bandido.

Niet alle faveladocu’s zijn gelukkig zo hopeloos. Favela Rising uit 2005 – de naam zegt het al – is een optimistische docu. Een ex-crimineel zet zich nu sociaal in voor de wijk. Ook de docu Waste Land uit 2010 is vrij hoopvol. Kunstenaar Vik Muniz gebruikt de vuilnisbelt van Jardim Gramacho om kunst mee te maken.

Meer lezen: https://filmkrant.nl/recensies/cidade-dos-homens/ en https://en.wikipedia.org/wiki/City_of_God_(2002_film)

 

Redentor (2004)

Redentor (2004): het moderne Rio

Aan de rand van Rio de Janeiro is een enorme flat gebouwd. In deze flat met de naam Paraíso (paradijs) had de vader van journalist Célio Rocha een appartement afbetaald. Het probleem: de eigenaar, vader van een jeugdvriend van Célio, zat onder de schulden en springt zijn ondergang tegemoet. Dan trekken de bewoners van de favela, voornamelijk families van de mensen die de flat hielpen bouwen (en nooit kregen uitbetaald), de flat in. En dus ook appartement 808 van Célio’s vader.

Het oude jeugdvriendje heeft snode plannen. Hij rekende alleen niet op Célio’s ontmoeting met God in de vorm van het beeld Cristo Redentor.

Met alle filmaandacht voor de favela’s zou je bijna vergeten dat er ook een grote middenklasse bestaat in Rio de Janeiro, waar deze film zich vooral op richt. Dat is vooral de familie van Célio die te arm is om makkelijk een huis te kopen, maar te rijk om in de favela’s te wonen.

De film is een leuke soep. Célio die zich ontwikkelt als een antiheld. “Ik was rijk, gek en schuldig.” Een flinke vleug surrealistische en Bijbelse mafheid. Het vervreemdende effect dat ontstond omdat komedianten dramatische rollen speelden. Onvoorspelbaar script. Goede productie met veel visuele ideeën en special effects.

En curieus: dit is een echt familieverhaal. Met actrice Fernanda Montenegro van Cinema do Brasil en haar kinderen: regisseur Claudio Torres en zijn zus, schrijfster en actrice Fernanda Torres (“We wilden een middenklasseverhaal verteld als Ben Hur…”). En zelfs vader Fernando Torres doet ook mee… als Célio’s vader.

Meer lezen: https://en.wikipedia.org/wiki/Redeemer_(2004_film)

 

Kortom…

De Braziliaanse cinema heeft op verschillende momenten een serieuze betekenis gespeeld in de mondiale cinema en Rio was wel het kloppend hart daarvan. Er kwam veel pulp vandaan maar er zijn ook veel vernieuwende, interessante films gemaakt. Die werden wel beïnvloed door het buitenland, maar waren ook echt puur Braziliaanse producties.

Vaak werd vanuit een drang om sociale misstanden te laten zien de werkelijkheid gefilmd. Die is vaak hard en gewelddadig in Brazilië. Maar dat kun je ook met humor en flair vertellen. En die drang hadden de Braziliaanse makers van zichzelf.

Er zijn niet veel niet-Portugese bronnen die dit verhaal vertellen. Maar wie houdt van grote namen, moet maar eens dit gesprek met Martin Scorsese bekijken over de film Pixote.

 

Overige bronnen:

 

18 september 2025

 

Lees ook deel 1: Camera Obscura Special: Parijs
Lees ook deel 2: Camera Obscura Special: New York
Lees ook deel 3: Camera Obscura Special: Londen
Lees ook deel 4: Camera Obscura Special: Tokio
Lees ook deel 5: Camera Obscura Special: Amsterdam 

 

Plein Soleil (4K re-release)

****
recensie Plein Soleil (4K re-release)
Alain Delon steelt identiteiten

door Bob van der Sterre

Gezellige vrienden op een terrasje. Dat is wat je denkt van Tom en Philippe. Maar zo simpel is het niet. De een is steenrijk en de ander een identiteitensteler. Hoe lang gaat dat goed? Niet lang, blijkt uit Plein Soleil, de film uit 1960 van René Clement, die nu in 4K-resolutie is verschenen.

Twee keer eerder zag ik Plein Soleil. Toen was me nog niet opgevallen hoe enorm snel deze film wel is… De film begint met een dialoog op een terrasje. Rap gebabbel van drie mannen, een van hen koopt een boek van kunstenaar Fra Angelico, de ander bietst een wandelstok van een blinde en die verkopen ze aan een vrouw met wie ze (samen) kussen in een open koets.

Plein Soleil

Wat een vragen geven deze vijf minuten. Zijn Philippe en Tom vrienden, oplichters, rijkelui, geliefden? Zijn ze uit op relschoppen? En waarom voelt die Tom een beetje raar aan?

Dan zitten ze opeens op een zeilboot, Tom wordt in een balorige actie alleen op zee gelaten, Philippe haalt hem weer op. Ze zetten zijn vriendin Marge af. Dan (let op: spoiler in aantocht…) volgt een bizarre dialoog:

– Dus je vermoordt me en je bent rijk?
– Je mist niets, hè?
– Het lijkt erg ingewikkeld. Je zou meteen gepakt worden.
– Dat hoeft niet. Ik heb veel fantasie.

Wat Tom dan dus prompt doet. Vervolgens moet hij zich in allerlei bochten wringen om bij Philippe’s geld te komen. Hier en daar mensen omleggen en laten verdwijnen, Philippe’s stem en handtekening imiteren, naar de bank gaan, de politie mijden, enzovoort. (Er zitten een paar bizarre scriptwendingen in, bijvoorbeeld hoe de reusachtige tochten van vasteland naar Sicilië in een oogwenk plaatsvinden, maar laten we die maar even met rust.)

Een film die mooi is om te zien
Ja, Plein Soleil van René Clement is een zeer prettige film ‘voor het oog’, met een erg goed passende Alain Delon in de hoofdrol. Hij ziet er gek genoeg meer uit als een gewone Franse acteur dan de superster die hij nog zou worden.

1960 was zijn doorbraakjaar, toen hij ook in Rocco e i suoi fratelli speelde. Twee memorabele rollen. Misschien wel omdat de arrogantie nog moest komen, die hem trouwens ook geen kwaad deed, gezien zijn latere rollen in Le Samurai, Le Cercle Rouge of Mr. Klein. Na een lang en actief filmleven is Delon vorig jaar overleden, bijna negentig jaar.

De intensiteit van de acteurs, vooral Delon, maar ook Maurice Ronet (die grappig wordt geïmiteerd door Delon) past bij het tempo en helpt ook bij de filmervaring.

Regisseur René Clement die dit vastlegde is geen Truffaut of Godard (verwacht van hem geen ‘artistieke fratsen’) maar had wel al vrij sterke films op zijn cv, zoals Monsieur Ripois en Jeux Interdits. Niet raar voor iemand die kennis had opgebouwd als documentairefilmer.

Ook Patricia Highsmith, de schrijfster van The Talented Mr. Ripley – waar de film op is gebaseerd – vond het “very beautiful to the eye and interesting for the intellect”. Alleen vond ze het veranderde einde erg jammer. En of er echt iets homoseksueels in zit (sterke passage als Tom Philippe nadoet in de spiegel) is lastig te zeggen. In films uit die tijd bleef dat in het ongewisse.

Plein Soleil

Warmbloedige Hitchcock
Plein Soleil ziet eruit en werkt als een warmbloedige Alfred Hitchcock-film. Dat is misschien ook niet zo raar, want de scenarioschrijver, Paul Gégauff, werkte ook voor Claude Chabrol, die ook wel bekendstond als ‘de Franse Hitchcock’. Doet dit verhaal je bijvoorbeeld denken aan Chabrols Les Biches uit 1968? Ook die film is een beetje gebaseerd op The Talented Mr. Ripley.

Clement had hierna nog een paar jaar succes, maar na de kostbare misser Paris brûle-t-il? (een film ramvol Amerikaanse en Franse vedettes, toch bliefde niemand het) halverwege de jaren zestig kwam er eigenlijk geen echt goede film meer uit zijn handen. Hij kon zich niet vernieuwen zoals vele anderen dan wel konden in de jaren zeventig.

Nu nóg beter
De film van 1999 en serie van 2024 zijn misschien bekender, maar niet beter. James Berardinelli, een redelijk bekende criticus, vatte het wel goed samen: ‘Almost every aspect of Rene Clement’s 1960 motion picture is superior to that of Minghella’s 1999 version, from the cinematography to the acting to the screenplay.’

Nu dus zelfs in 4K. 4K-films klinkt voor mij altijd als een hype. Fijn hoor, die geweldige kwaliteit (vier keer meer pixels dan in HD) maar als HD al geweldig is, hoe geweldig is dan nog 4 keer geweldiger? Ik heb nog een klein scherm, kijk wel eens dvd, zelfs YouTube als het uitkomt. Ik koester de vlekjes en oneffenheden van het celluloid, het hoort bij film als barstjes in de muur.

Toch snap ik wel waarom CanalPlus koos voor een 4K-restauratie van Plein Soleil. Het is bijna een no-brainer. De film heeft veel actie en een hoog tempo. Het is spannend. Geweldige zomerse beelden van de middellandse zee (letterlijk: de zee). Italiaanse steden, prachtige auto’s, cafés, straten, winkels. De zonnige kleuren spatten van het scherm.

Er zijn vast slechtere films om in 4K-resolutie te kijken.

 

7 juli 2025

 

ALLE RECENSIES

IFFR 2025 – Deel 8: Tragische figuren

IFFR 2025 – Deel 8:
Tragische figuren

door Bob van der Sterre

Wat is IFFR zonder tragische figuren? Ook bij deze IFFR zijn er aardig wat te vinden. Karakters die door situaties in moeilijkheden komen en er dan met wijsheid (of niet) uitkomen.

 

Rock ‘n’ Roll Ringo

Rock ‘n’ Roll Ringo – Klappen uitdelen op Duitse kermissen
Ringo is weer eens ontslagen. Als hij bij een kermis een kans krijgt als bokser, hapt hij toe. Aanvankelijk gaat het best goed. Daarna vervalt hij in oude kwalen (drinken) en gebeuren er nare dingen. Net op de dag dat zijn dochter langskomt.

Eerst maar de leuke dingen in deze film van regisseur Dominik Galizia. Zoals de setting: Duitse kermissen. De sfeer is goed neergezet met lompe housemuziek en gasten met matjes in trainingsjasjes. De mensen om de kermis heen, van een soms opgefokte clown/goochelaar tot een lokale kermisdominee. Daarnaast speelt Martin Rohde best heel aardig zijn karakter Ringo, wat toch geen makkelijk type is. En dan zijn de bijrollen levendig ingevuld.

Wat het lastige is van deze film is dat er niet zoveel nieuws onder de zon is. Er zijn al veel van deze mensen-die-langzaam-de-misdaad-inrollen-films. De opbouw is ook een stuk beter dan het afrondende, tweede deel, wanneer alles opeens snel en chaotisch verloopt. Dat Ringo ineens door iedereen gezocht wordt, de tas houdt, zijn droom (een boot) najaagt, etc. Geen verrassende scriptwendingen. Bij dat alles blijft Ringo ook wel een vlak karakter.

 

Traffic

Traffic – Schilderijen stelen en niet verkopen
Een Roemeens stel woont en werkt in Vlaanderen. Als een van hen, Nati, wordt misbruikt in een seksclub (waar ze bijkluste als serveerster) wil ze zich wreken op iemand die ze herkent, een curator van een museum. De wraak gebeurt niet direct maar indirect: de mannen van het groepje vrienden krijgen spontaan het idee om kunstwerken van dat museum te stelen.

Veel mensen herinneren de inbraak in de Kunsthal in 2012 nog wel. Voor wie het niet meer scherp heeft: de daders werden in Roemenië gearresteerd maar de werken zijn vermoedelijk voor eeuwig kwijt. Op NPO Start kun je een reconstructie bekijken. Deze film is geen reconstructie, meer een fictieve hervertelling die er losjes op is gebaseerd. We kruipen we in de huiden van deze mannen en vrouwen en ervaren hoe arbeidsmigranten als tweederangsburgers worden behandeld. Het heeft daarmee iets weg van Lilja 4-ever, het arthousedrama van Lukas Moodysson.

De film van Teodora Ana Mihai richt zich het meest op Nati. Echt goed komt haar karakter niet uit de verf – het speelt in feite een bijrol in dit verhaal. Het is sowieso allemaal wat aan de zwart-witte kant (er zijn praktisch geen niet-hufters) maar de verteltoon van de film (geschreven door Cristian Mungiu, regisseur van 4 luni, 3 saptamâni si 2 zile) maakt veel goed. De film heeft goed tempo, acteerwerk en afwisseling van scènes.

Goed gedaan maar erg somber. Misschien dat een satirische en komische aanpak beter gewerkt had om het hufterige gedrag tegen arbeidsmigranten te bespotten. Zelfs de diefstal had al iets komisch (‘Je staat bij de verkeerde brug, je moet naar de Westzeedijkbrug’) en anders het vervolgens vrij kansloos aan de man proberen te brengen.

 

Memoir of a Snail

Memoir of a Snail – Aandoenlijk lot van een tweeling
Grace (introvert) en Gilbert (lefgozer) zijn onafscheidelijke tweelingen in Australië. Als hun ouders overlijden, komen ze terecht in pleeggezinnen. De een aan de oostkant van Australië (Canberra, bij twee ouders die nudistencruises bezoeken) en de ander aan de westkant (bij zeer religieuze boeren). De scheiding wekt veel verdriet in de hand en dat heeft impact op hun levens. Grace werkt bij een bibliotheek, Gilbert moet appels aan de lopende band stickeren.

Als je de plaatjes bij de film bekijkt, denk je: dat kan niet veel zijn. Toch is deze film van Adam Elliot (bekend van Mary and Max) een van de meest vermakelijke tragikomedies die ik in tijden heb gezien. Je wordt heen en weer geworpen tussen trieste verhalen (Grace die een ‘feeder’ als partner krijgt, haar huis volstopt met slakken, Gilbert die onder de terreur van een vrij gestoorde pleegmoeder leeft) en komische momenten (met name de vader die goochelaar was in Parijs of het verhaal van Pinky).

De film scoort punten met geslaagde persoonlijkheden in hoofd- en bijrollen (zoals Pinky), warme momenten en een paar serieuze psychologische kwesties die subtiel in het verhaal zijn verweven. Een minpunt is dat de film veel tijd nodig heeft om op gang te komen. En dat – voor de mensen die ervan houden – er geen dubbele lading is. Ik vind het altijd erg bijzonder dat iets als claymotion zulke gevoelens  kan ontwikkelen.

 

The Radiant Screen

The Radiant Screen – Leven in een afgesloten stad
Wat is dat voor stad midden in Siberië? Zheleznogorsk, of te wel de stad Ж, is niet zichtbaar op Google Maps en afgeschermd door flink wat prikkeldraad. Een afgesloten minimaatschappij die in de jaren vijftig voor de winning van uranium werd gebouwd, vandaar de bijnaam ‘The Radiant City’.

Het valt nog het beste te vergelijken met steden in films: ‘Alles is vreemd, zoals The Zone in Stalker’. ‘Het lijkt op Derry in Stephen King’s It.’ En niet genoemd, maar misschien ook een aardige vergelijking: The Truman Show.

Ine Lamers probeert de bizarre sfeer van de afgesloten Russische stad weer te geven. We krijgen de geschiedenis te zien van de bouw van deze stad, die begon als een socialistisch Utopia. Het stond niet op kaarten en bestond officieel niet. Hier en daar zien we wat verboden foto’s en video’s.

Maar hoe is het leven daar? Behoorlijk tragisch, vertellen ex-bewoners. ‘Als je hier opgroeit, denk je niet dat er nog een wereld buiten is. Het bevindt zich onder een koepel en je bent beschermd van de stad van andere dingen.’ Het is nog steeds zo afgesloten als vroeger. Veel bewoners blijken de suggestie van een afgeschermd leven prettiger te vinden dan het ‘gevaarlijke leven’ in een normale stad. Hoewel er meer radioactiviteit is dan gemiddeld.

Met deze film eindigt onze verslaggeving van deze 54ste IFFR in Rotterdam. Al deze artikelen zijn gratis. Iets terugdoen zou aardig zijn: meld je aan voor onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte van de betere online artikelen over cinema.

 

9 februari 2025

 

IFFR 2025 – Deel 1: Humor, of het ontbreken daarvan
IFFR 2025 – Deel 2: Kunstmatige intelligentie in opmars
IFFR 2025 – Deel 3: Videofanaten
IFFR 2025 – Deel 4: Zuidoost-Aziatische luchtigheid
IFFR 2025 – Deel 5: Baden in het zonlicht
IFFR 2025 – Deel 6: Films die de grenzen opzoeken
IFFR 2025 – Deel 7: Drie keer fictie versus werkelijkheid

 

MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2025 – Deel 7: Drie keer fictie versus werkelijkheid

IFFR 2025 – Deel 7:
Drie keer fictie versus werkelijkheid

door Bob van der Sterre

Een leuk thema waar je eindeloos mee kunt spelen: werkelijkheid en fictie. Hoe verweven zijn ze? Het is vaak een onlosmakelijk duo maar drie films op IFFR nemen het wel heel letterlijk. 

 

Grand Tour

Grand Tour – Eigenzinnige film toert heel Azië door
In Grand Tour vlucht Edward van zijn toekomstige vrouw, Molly, die uit Londen kwam gereisd. Zijn reis (het jaar is 1918) is in feite een Grand Tour door Zuidoost- en Oost-Azië. Maar het is een grote sombere trip. We zien hem naar Rangoon gaan, naar Singapore, een weg door de jungle banen na een ontspoorde trein, hij vervolgt zijn weg door Vietnam, Filippijnen, Shanghai, vaart met de boot over de Jangtse. En Molly reist de hele tijd achter hem aan. In die tijd waren nog diverse landen gekoloniseerd en spraken ze bijvoorbeeld Frans in Vietnam.

Een film als Grand Tour laat zich lastig samenvatten. De film van Miguel Gomes is veel eigenzinniger dan deze beschrijving doet lijken. Want bovenstaand verhaal is maar een van de drie verhalen die je ziet: we zien ook actuele documentairebeelden van dezelfde locaties (met voice-overs van mensen uit die landen) en soms ook wat oudere archiefbeelden. De fictieve versie is misschien maar de helft van de film.

Het is vreemd om te schakelen tussen de fictie van 1918 naar snackbars, motoren, mondkapjes, reclame, voetbalshirts, etc. Ik kan me niet herinneren dit eerder te hebben gezien. Het IFFR geeft er deze bijna cryptische uitleg over: ‘Grand Tour speelt zich af in een claustrofobisch koloniaal tijdperk dat voortdurend in dialoog is met het heden dankzij een uniek gebruik van documentairebeelden (…).’

Cultuur is duidelijk de rode draad van de film. Muziek komt steeds terug. Bijvoorbeeld twee mannen en een microfoon bij een rivier, een man die My Way zingt in een bar, schimmenspel met Wajangpoppen, en nog meer.

Met deze thema’s is het niet lastig te voorspellen dat dit een critici-darling gaat worden – hij won al de prijs voor beste regie in Cannes. De film is ook wel minutieus gemaakt. De zwartwitpassages zijn zeer sfeervol gemaakt.

Toch ben ik zelf niet overtuigd. Het acteren is geregeld aan de onhandige kant. Het vertelde verhaal is ook steeds simpel: Molly doet dit, Edward doet dat. Ook ben ik er niet van overtuigd dat het ‘documentairedeel’ van die steden in deze mix op deze manier echt werkt. Het is eigenzinnig en gedurfd, zeker, maar het resultaat is niet direct overrompelend.

Nog te zien op IFFR 2025.

 

Le Deuxième Acte

Le Deuxième Acte – Breken door de vierde én vijfde muur
David en Christian (Willy) hebben een lunchafspraak in Le Deuxième Acte, een locatie midden op een berg in de bossen. Daar is het de bedoeling om Florence en haar vader te ontmoeten. Florence is dol op David, maar die wil haar liever koppelen aan Christian, die daar heel sceptisch over is en vervolgens wat ongemakkelijke dingen zegt over homoseksualiteit, waarop David schrikt. ‘We zijn niet alleen, de camera loopt hier ook, wil je ons gecanceld hebben?’ ‘O ja.’ Ze kijken in de camera en slechten de beroemde vierde muur.

Florence komt aan met haar vader, die dus ook twee acteurs blijken te zijn. De vader, Guillaume, zeurt en klaagt en heeft er genoeg van. Stomtoevallig wordt hij gebeld voor een rol in een nieuwe film van Paul T. Anderson. En hij is meteen een stuk vriendelijker. Florence mist haar dochtertje en belt met haar moeder, die tijdens chirurgische handelingen niet al te opbouwende kritiek geeft.

Ondertussen loopt de scène in het café niet zo vlot want een bijrol, de ober die wijn moet inschenken, trilt zo buitengewoon van de zenuwen dat hij meer buiten de glazen giet dan erin. De acteurs krijgen meer en meer ruzie met elkaar. De film gaat verder – ik laat even in het midden hoe. Het creatieve brein is een mannetje op een laptop (AI) die minder betaalt als je het niet helemaal hebt gedaan zoals hij wilde.

Het spel tussen werkelijkheid en fictie ís hier het thema van de film. Wat is de werkelijkheid en wat is de fictie? Echt werkelijk oogt de werkelijkheid ook niet. De grap is dat de acteurs even onaardig zijn tegen de bijrol in zowel de werkelijke als fictieve versie.

Het is zeker vermakelijk – het publiek zat geregeld te schateren. De acteurs – Lea Seydoux, Louis Garrel, Vincent Lindon en Raphaël Quenard – nemen zichzelf op de hak en stoppen veel acteren in hun rollen. (Ze spelen acteurs die acteurs spelen, hoe lastig is dat.) Toch heb je het idee dat er meer in had gezeten, zoals met meer recente films van Dupieux. Je mist misschien de geniale weirdness die Realité en Wrong wel hadden.

Bij Dupieux zie je een trend naar komische acteerfilms die ook toneelstukken hadden kunnen zijn (Yannick speelt zich zelfs af in het theater). Daar valt ook van te genieten. Maar waar zou hij mee komen als hij zich vijf jaar concentreert op een project, in plaats van ieder jaar een of twee films te maken?

 

Bad Painter

Bad Painter – Een pain-ter met veel eigenliefde
Albert Oehlen is weer terug – zijn filmische alter ego tenminste. Nu woont hij in Los Angeles en praat hij met deze en gene, vriendinnetje, manager, medewerker, vrienden, interviewers en collega’s. Beledigt zijn medewerkers (‘Hij vertelde me niet eens dat we naar de woestijn gingen’), slaat bevriende kunstenaars in het gezicht, beledigt zijn vrienden (‘Misschien vind ik mijn eigen werken gewoon interessanter’), bestelt eten voor zijn vriendin die zelf iets anders wilde bestellen, investeert in goud ‘want dat staat leuk in de tuin’.

Net als Albert Oehlens vorige namaakidentiteit Der Maler uit 2021 is deze versie van hem een behoorlijk vervelende vent. Geen aanstellerig Karel Appel-gedrag zoals toen Ben Becker hem speelde, meer iemand die langzaam steeds onuitstaanbaarder wordt. En dingen zegt als ‘Intuïtie… niemand doet iets in mij…’ Of: ‘Ik ben pain-ter, iemand die pijn lijdt tijdens het schilderen.’

De film is geen mockumentary (het is ook niet dolgeestig) maar meer een complexe zelf-parodie. Udo Kier speelt Albert Oehlen, maar Albert Oehlen is wel de regisseur en schrijver hiervan. Het ligt voor de hand dat hij trekken van zichzelf met opzet uitvergroot, als de belemmering van de werkelijkheid wegvalt.

Ook hier is de grens tussen fictie en feiten lastig te leggen. En dan is er nog een mysterieus element. Het laatste half uur wordt het allemaal nog dwazer. Hoe dan ook leuk om Udo Kier weer eens in een hoofdrol te zien.

 

8 februari 2025

 

IFFR 2025 – Deel 1: Humor, of het ontbreken daarvan
IFFR 2025 – Deel 2: Kunstmatige intelligentie in opmars
IFFR 2025 – Deel 3: Videofanaten
IFFR 2025 – Deel 4: Zuidoost-Aziatische luchtigheid
IFFR 2025 – Deel 5: Baden in het zonlicht
IFFR 2025 – Deel 6: Films die de grenzen opzoeken
IFFR 2025 – Deel 8: Tragische figuren

 


MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2025 – Deel 6: Films die de grenzen opzoeken

IFFR 2025 – Deel 6:
Films die de grenzen opzoeken

door Bob van der Sterre

De categorie ongrijpbare films op IFFR. De grensverleggers en uitprobeerders. Minst populair bij het publiek maar vaak het meest vernieuwend. Meestal korte films maar er zijn ook een paar langere.

 

From Behind the Teeth

From Behind the Teeth – Schaakspel met kiezen om te associëren
Kunstenaar Mox Mäkelä en wetenschapper Mikael Forteliu zitten tegenover elkaar en spelen schaak. Althans, ze hebben een schaakbord met tanden op de plaatsen waar normaal stukken staan. Verwacht geen aanvallende paarden of rokerende koningen. De een kent de schaakregels niet (‘Dit is een nar en ik zet hem daar neer, hij wil in het voetlicht staan’), de ander vertelt over de geschiedenis van de tanden (‘De toren is een maalkies, een zekere rondheid is opvallend.’)

We zien deze twee de hele film van bovenaf met een omheining van een gebit. De tandenschaakstukken zijn aanleidingen voor associatieve dialogen. Ze associëren over elanden, oorlog, geschiedenis, religie, spullen kopen, entertainmentcultuur, AI, etc. De illustraties en collages die hun gesprekken volgen doen aan Jan Svankmajer denken.

Deze Finse film zal er niet bij iedereen makkelijk in gaan. Hij is traag, duurt veel te lang (1 uur 45 minuten), meandert als een malle en je ziet niet eens echt mensen in beeld. Wil je jezelf uitdagen, dan is dit een prima film, je kunt er wat van leren over je gebit, de speelsheid van dialogen en de beelden bij de film zijn best grappig.

 

Debut, or, Objects of the Field of Debris as Currently Catalogued

Debut, or, Objects of the Field of Debris as Currently CataloguedEen onderzoek naar jezelf
In Debut… begint een voice-over over een onderzoek. We krijgen te leren wat de voice-over heeft geleerd. ‘Hij is gemiddeld intelligent en heeft slechte ogen. De naam is Julian Castronovo. Ik kon vrij gemakkelijk bij zijn archief op zijn laptop.’

Ze vertelt verder over ‘het subject’: ‘Een kunstdealer verhuurt de kamer aan de 23-jarige Castronovo. Hij heeft alleen maar een vaag idee dat hij naar New York kwam om filmmaker te worden. Medische documenten laten zien dat hij ritalin kreeg en behandeld moest worden voor slaapproblemen. Hij is gemaakt voor de simpele pleziertjes van het leven.’ Ze observeert verder zijn verder onschuldige gedrag: ‘Om onduidelijke redenen besluit ons subject om zijn kamer te verven.’

Zijn leven verandert door het bezorgen van brief van ene F., de vondst van tekeningen van herten en Chinese tekens in de muur en een boek. Via kunstvervalser Han van Meegeren komt hij de (spoorloze) vervalser Fawn Ma op het spoor.

De manier van vertellen met tijdstippen en bewijzen – en de zelfspot – maken deze film best vermakelijk om naar te kijken. Een slim gemaakte film die op een plek is opgenomen, maar veel variatie biedt in beeld door het onderzoek te volgen (via documenten, telefoongesprekken, chats, videocalls, etc.).

Julian Castronovo deed álles zelf en kan daardoor interessante paden bewandelen. Hij is de regisseur maar ook de persoon over wie de film gaat – en toch is dat een karakter in dit verhaal. Hij bespreekt zelfs de vorm van de film die hij gaat maken in deze film, die deze film dus al is. Koppijn, anyone? Aardig subthema is dat de film iets laat zien van het totale gebrek aan privacy dat je hebt als modern mens.

Toch zullen weinigen het uithouden tot het einde denk ik. Ik verloor mijn interesse ook op zeker moment. Ingedikt tot maximaal drie kwartier had het beter gewerkt. De verhalen deden me denken aan de kunst van Marcel van Eeden, die ook verhalen verzint met geschiedenissen.

 

DIVERSE ARTISTIEKE SHORTS OP IFFR:

Euclidean Man – Marshall McLuhan wist alles al
We beginnen met flikkerend licht (hopelijk dat niemand in de zaal last heeft van epilepsie) en geluiden van militaire acties die ‘targets’ zoeken. ‘Er liggen een zootje lichamen.’

Daarna volgt een analyse van Marshall McLuhan, de Canadese mediafilosoof (grondlegger van de gedachte over de global village; dus het internet voor het bestond). Hij brengt een indrukwekkend staaltje toekomstvoorspellerij ter berde. Over grote innovaties: ‘Het zal geweldig en verbazingwekkend zijn, maar ik denk niet dat wij zulke grote veranderingen aan kunnen in zo’n korte tijd.’ Bij een foto van Elizabeth Taylor: ‘Meer iconische beelden worden gemaakt, maar privébeelden nemen een steeds kleinere plaats in.’ En over de paradox van méér informatie tot je beschikking hebben: ‘Als je alsmaar toegang hebt tot álle informatie tegelijkertijd, kun je geen onderwerpen hebben.’ En: ‘We leven in een tijd dat het publiek zich gedraagt als producent.’ (Vertalingen van ondergetekende, bekijk de film voor de letterlijke bron.)

Zéér artsy maar ook inhoudelijk en prikkelend op een filosofische manier, deze in Nederland geproduceerde (Engelstalige) film van Sebastian Pappalardo. Opnieuw voor de kijker die graag uitgedaagd wordt.

Euclidean Man

Euclidean Man

Lamento – Ruzie? Zing het uit
Een man zit in een woonkamer. Er wordt gerommeld aan zijn deur. Een vrouw komt binnen en begint te zingen als Michael Jackson. Zo voeren ze ruzie: zingend. Ze verplaatsen zich al ‘ruziezingend’ naar de slaapkamer. Op de trap worden ze ineens overvallen door Whitney Houston. En later ineens door The Power of Love.

Hoe leg je een film als Lamento uit? Volgens IFFR gaat het over hoe popcultuur onze zielen koloniseert. Ik zie meer een soort surreële wereld waarin de clichés van popliedjes écht zijn: primitief, naïef en soms vrij griezelig. Film van Jannik Giger en Demian Wohler biedt veel ruimte voor interpretatie. Het duurt vijftien minuten en is leuk, vindingrijk en theatraal.

Este no es tu jardín – Een meanderend bos van stippen
Een digitaal bos, gemaakt van miljoenen lichtgevende stipjes tegen een zwarte achtergrond. We vliegen erdoorheen en horen vogeltjes. Dan slaat de vlam erin en heeft alles een duistere kant.

Deze korte film van iets meer dan tien minuten is gemaakt op basis van echte wetenschappelijke data over hoe bossen in Colombia komen en gaan. De menselijke invloed wordt pijnlijk duidelijk maar het bos heeft ook een eigen leven. Deze film van Carlos Velandia en Angélica Restrepo doet ook denken aan afbeeldingen waarin je ziet hoe het universum met clusters aan elkaar vastzit.

Erg trippy. Zeker als het begint te draaien kan ik me voorstellen dat je dit ook voor hypnose kunt gebruiken.

Melody Electronics – 80’s game in filmvorm
80’s games en film komen samen in deze ‘film’. Dit zogenaamde spel uit 1988 heeft een menu waar je uit kunt ‘kiezen’: Television, Camera (‘een dode vlinder op de stoep’), Stereo (‘dit is mijn Technics turntable’), Computer (‘Dit is mijn favoriete game’), Toaster,  Blender, Telephone, Clock (‘Tijd is raar’), VCR, etc. (De film kiest de onderwerpen en je kijkt naar wat er gebeurt.)

Grappig om retrogames en animatie gecombineerd te zien in deze film van een half uur. Het is nauwgezet; 80’s games graphics zijn exact zo. Veel games worden nu weer heruitgegeven dus het is een kleine hypegolf. Deze film van Albert Birney is dus wel echt voor de liefhebber.

Melody Electronics

Melody Electronics

A Light Unseen – Prisma waar je ook kijkt
De lichtval op draden in de natuur. Spinnenwebben, grashalmen, etc. Zo gefilmd dat de ‘dispersie’ (volgens een korte search in Google) het licht breekt in allerlei kleuren (ik heb er geen enkele kennis van dus neem vooral deze uitleg niet te serieus). Nog geen tien minuten, deze film van James Sansing, maar wonderschoon en erg meditatief. Pure esthetiek voor de liefhebber van dit soort films.

Commute – Bielzen en nog eens bielzen
Ook nergens mee te vergelijken is het negen minuten durende Commute. Bielzen en nog meer bielzen. En dan desoriënterende geluiden alsof een radio steeds van zender verandert. Flarden Johnny Cash, Chuck Berry, Kraftwerk, Raymond Scott komen langs in deze experimentele productie van Henry Hills. Ritme, daar gaat het om. Hypnotisch maar misschien ook iets te abstract.

 

KUNSTINSTALLATIES IFFR:

Art directions: IFFR-installaties in het Katoenhuis
Het Katoenhuis is gelegen op een nagenoeg onbereikbare plek in Nieuw-Mathenesse (bij de Keileweg). Met kou en windkracht 5 is het geen pretje om daarheen te lopen. Gelukkig is er een shuttlebus die je terugbrengt naar De Doelen.

Hier waren vier IFFR-installaties verzameld (met een bonus). In Alice, Bob, Carol en David van Viktor Timofeev kijken we naar een game waarbij vier personages met willekeurige choreografie invloed op elkaar hebben. Het oogt theatraal. ‘De stille, maar expressieve handelingen van de personages ontwikkelen zich als een live theaterproductie op een dynamisch digitaal podium.’ In Extramission: The Capture of Glowing Eyes zien we aan de ene kant een camera de lichtgevende ogen van otters volgen en aan de andere is iemand bezig met opzetten van dieren (die van Europa naar Argentinië zijn overgebracht, waar ze niet meer voorkomen). Als je iets gemist hebt en wacht tot de film herbegint, heb je pech: het duurt 720 minuten. In Brown Bodies in an Open Landscape are Often Migrating geeft Basir Mahmood een herinterpretatie van fragmenten van migranten. En in La Quema neemt Francisco Baquerizo Racines ons mee naar Guayaquil in Ecuador, waar lappen of kartonnen poppen op oudejaarsavond worden verbrand. Dit keer wordt er ook een VOC-galjoen meegenomen en verbrand.

La Quema

La Quema

Dan is er als bonus nog een stille disco VR-kunstwerk (dat nog werk in uitvoering is). Het idee is dat je de aarde opnieuw ziet beginnen. Steden schieten als paddenstoelen uit de grond. Het is niet alleen kijken, maar ook dansen, want het is immers een stille disco. Een bizarre ervaring natuurlijk als je handen opeens wit en blauw zijn en de personen naast je dansende schimmen. Soms zie je naast je een afgrond, en je hersenen geven maar een signaal: val er niet in. Als je brein in deze basic versie al zo gemanipuleerd kan worden, laat staan over een jaar of vijftig als de VR-bril net zo ingeburgerd is als de mobiel nu. De dopamineprikkels van onze socialmedia zullen daarbij vergeleken kinderspel zijn. Het kunstwerk Show me the Light van Mila Moleman is speels maar nog niet helemaal af: als kijker mag je er feedback op geven.

Hier vind je alle installaties.

 

8 februari 2025

 

IFFR 2025 – Deel 1: Humor, of het ontbreken daarvan
IFFR 2025 – Deel 2: Kunstmatige intelligentie in opmars
IFFR 2025 – Deel 3: Videofanaten
IFFR 2025 – Deel 4: Zuidoost-Aziatische luchtigheid
IFFR 2025 – Deel 5: Baden in het zonlicht
IFFR 2025 – Deel 7: Drie keer fictie versus werkelijkheid
IFFR 2025 – Deel 8: Tragische figuren

 

MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2025 – Deel 4: Zuidoost-Aziatische luchtigheid

IFFR 2025 – Deel 4:
Zuidoost-Aziatische luchtigheid

door Bob van der Sterre

Aziatische films komen steeds vaker uit andere landen dan de traditionele filmlanden Japan, India en Zuid-Korea. Ook bijvoorbeeld Thailand, Filippijnen, Indonesië en Maleisië worden steeds belangrijkere filmleveranciers van IFFR. Veel sympathieke films, maar het resultaat is wisselend.

 

Operation Undead

Operation Undead – Zombies als wapens (Thailand)
Het is oorlog. De Japanners staan klaar om Siam (Thailand) binnen te vallen. De Thaise verdedigers hebben aanvankelijk vooral lol. Seks, voetbal aan het strand, vrouwen ten huwelijk vragen. De Japanners dreigen met inzet van een biologisch wapen. Alleen heeft het biologische wapen ‘Fumetsu’ al de benen genomen. Met alle gevolgen. Ook voor protagonist korporaal Mek.

Er zijn vast mensen die elke zombiefilm gezien willen hebben en dan is deze film een mooie aanvulling. Omdat de setting zo apart is: de Tweede Wereldoorlog in Thailand, tijdens de inval van Japan. Het is ook net even anders: ze worstelen met emoties, kunnen zelfs een beetje praten (en zingen) en vliegen soms spontaan in brand.

Vermoedelijk verwijzen deze zombies naar de jonge soldaten die tijdens deze oorlog hun onschuldige levens verloren, maar dan ga ik interpreteren en dat is altijd risicovol.

Ondanks de suggestie van een boodschap houdt Operation Undead zich niet in met de (overigens best creatieve) bodyhorror. Het is echt erg bloederig. Waarom word ik altijd onpasselijk van zombiefilms? De geluiden, het elkaar opeten, het hhhgghhhgg geluid. Je moet er wel zin in hebben.

Nog te zien op IFFR 2025

 

The Good Loan Sharks

The Good Loan Sharks – Amateurs versus grote crimineel (Maleisië)
Een man in laboratoriumpak wordt achtervolgd door gangsters en rent een flat in. Hij ontsnapt via balkons en komt bij het huis van een stel. Zij willen hem geruststellen en beginnen al zingend een verhaal te vertellen. Over de baas van een pretpark, Ah Long. Die heeft er genoeg van dat zijn zonen lopen te niksen en dwingt ze om hun eigen weg te volgen. ‘In het leven heb je ambitie, focus en discipline nodig.’ Ze schrikken zich kapot.

De zonen leren per toeval hoe je woekeraar kunt zijn, dus onderhandse leningen uitgeven en dan immense rente rekenen. Een winkel is de dekmantel voor hun ‘praktijk’. Als een echte misdaadbende erachter komt dat ze dit doen, willen ze hen een les leren. Als praten niet werkt, zoeken ze naar andere middelen. Oftewel: de amateurs versus de grote crimineel.

Wat een energie! Tussen de vele serieuze drama’s op IFFR vind je ook zo’n kleurrijke musicalkomedie als The Good Loan Sharks. Er wordt gezongen (je kunt meezingen), komisch geacteerd, gedanst. Er zitten talloze culturele grappen in (vader-zoonrelaties; citeren van miljardair Jack Ma; invloed tradities en religie). Het beste zou natuurlijk zijn om deze film in een Maleise bioscoop te zien – ik weet zeker dat er op los geschaterd wordt. Het zou me verbazen als deze productie daar geen hit wordt.

Een type ‘doldwaze komedie’, eerder The Naked Gun dan een sophisticated comedy. Voor zo’n type film is twee uur te lang en uitputtend. Maar vervelen doe je er niet bij en de acteurs zitten boordevol energie.

Opvallend is de belangrijke rol voor de coronaperiode. Iedereen draagt mondmaskers. En de criminelen hebben een nieuwe markt ontdekt: desinfecterende handgels. Het staat in het Maleis toegelicht voor de film begint – alleen was Covid-19 het enige woord dat ik ervan begreep.

 

An Errand

An Errand – Even een T-shirt en wat pillen halen (Filippijnen)
Moroy is privéchauffeur in Baguio. Zijn baas, een rijk man, zegt: ‘Kun jij voor mij een T-shirt halen met de Mona Lisa erop en meteen pillen mee terugbrengen?’ Manila is wel honderden kilometers ver weg van Baguio.

Moroy droomt onderweg lekker weg, van uitgaan met bevriende chauffeurs, eerdere uitstapjes met zijn baas, gesprekken met diens minnares. Puzzelstukjes vallen samen. Ze schetsen een beeld van een gedienstig persoon, die flarden van de louche zaken van zijn baas meekrijgt.

De film van Dominic Bekaert is gebaseerd op een verhaal van de schrijver Angelo Lacuesta, die ook nauw betrokken was bij de productie. Het is best aardig om  het verhaal rondom de productie te lezen, bijvoorbeeld dat Bekaert en zijn vrouw, die producer is van de film, ook nog een kind kregen precies op het moment dat ze de film afrondden.

Ambitieuze film. Dat hoor je aan de muzikale ondersteuning en zie je aan de aandacht voor kleur en details in beelden, waardoor IFFR er een ‘neo-noir’ in ziet. Je krijgt beelden van de verschillende klassen in de Filippijnen, rijk en niet zo rijk. Een gesprek met een masseuse. Een rij in een apotheek. Rijdend midden in totaal verlaten bergen. Etcetera.

Ik miste dramatische, spannende of komische momenten om een echte connectie met de film te maken, maar kon het wel waarderen dat de film clichékeuzes mijdt. Dat zorgt er wel voor dat de betrokkenheid van de kijker op de proef wordt gesteld. Toch is dit een van de weinige films op IFFR die ik (deels) twee keer heb gekeken.

Nog te zien op IFFR 2025

 

No Magic for Socialists

No Magic for Socialists – De horrorfilms die niet meer mochten van het socialisme (Myanmar)
De vroege films van Birma (het huidige Myanmar) zaten vol met spiritualiteit, horror en magie. Kunstenaar en regisseur Htoo Lwin Myo vertelt via interviews met betrokkenen het verhaal van de Myanmarese horror- en genrefilmindustrie uit de jaren vijftig.

In de film zien we voorbeelden van deze oude mysterieuze films. Iemand in een bos (een koning) eet een stuk fruit en verandert in een soort weerwolf. In een ander voorbeeld zien we hoe ze met eenvoudige effecten een reuze demon laten vechten met de kleine held. Dan vliegt er een vliegend bootje een rots binnen.

Begin jaren zestig veranderden ze de Birmese maatschappij in een socialistische, vertelt een oud-regisseur. ‘Vanaf dat moment kreeg geen een bovennatuurlijke productie nog volledige toestemming van de censor. Een gevolg was dat de visual effects verdwenen.’ Brave, melodramatische films namen het over.

De oude generatie krijgt nu alsnog erkenning. In een frappante scène zitten de nieuwe en oude generaties tegenover elkaar. De nieuwe bedankt de oude voor hun goede daden. ‘Nu mag u hulde geven aan de ouderen.’

Er zijn nog een paar voorbeelden, vrijwel allemaal in slechte staat. En passant gaat het ook een beetje over de Thaise filmgeschiedenis, waarin ook veel horror voorkomt. De toegankelijke (maar ook wel erg trage) documentaire neemt je mee naar een filmwereld waarvan je voor deze film vermoedelijk geen idee had.

Nog te zien op IFFR 2025

 

Finding Ramlee

Finding Ramlee – Imiteer je uit een schuld (Maleisië)
Een zanger met geldzorgen moet op appèl komen bij de crimineel Mr. Yusuf. ‘Ik beloof dat ik mijn schuld in een keer zal betalen.’ Gelukkig komt net Mr. Yusufs zus binnen die hem verwart met de zojuist overleden filmmaker P. Ramlee. En waarvan ze fan is. ‘Als je het dertig dagen doet voor haar, is je schuld weg.’

De namaak-Ramlee kwijt zich goed van zijn werk. Hij danst met de zus van Mr. Yusuf, vertelt over nieuwe films, kletst over Some Like It Hot. De nep-Ramlee heeft een zus, theatermaakster, die zonder te weten helpt met de kennis van nep-Ramlee, zoals anekdotes over zijn ‘voorbeeld’ Akira Kurosawa.

Aardig om eens een 70’s retrofilm te zien vanuit een ander land dan je gewend bent: Maleisië. De kleding, sfeer, drankjes, omgangsvormen, meubels, lampen etc.

De film is sympathiek maar ik had er wat meer van verwacht. Finding Ramlee combineert op een wel wat te verwarrende manier een hippe 70’s retro komische misdaadfilm, met een spannend verhaal (ontdekt zij zijn bedrog?) en puur Maleis melodrama. Veel van dit soort scènes hebben we bovendien al vaker gezien (‘Waarom heb je me niets over die leningen verteld?’ ‘Omdat je mijn kleine zus bent!’). Ook jammer dat het acteerwerk houterig is. Al met al iets te gemiddeld om je echt te laten verwonderen.

Nog te zien op IFFR 2025

 

Bury Us in a Lone Desert

Bury Us in a Lone Desert – Inbreker geronseld voor begrafenis (Vietnam)
Een inbreker breekt in een huis en ziet een pop op bed liggen. Hij wordt neergeslagen door een oudere man, die hem vervolgens vastbindt en vraagt of hij hem wil vermoorden. ‘Ik heb alles klaargezet, je hoeft alleen maar mijn lead te volgen. Niemand zal het ooit weten.’

De man – niet zo verrassend – blijkt een beetje apart. Zijn vrouw is tien jaar geleden overleden en hij heeft haar opgezet (de pop die de inbreker zag liggen). Hij laat de inbreker vrij en die gaat bij hem wonen. Hij wil dat hij hem helpt bij de begrafenis van hem en zijn vrouw in de woestijn.

De film van Nguyễn Lê Hoàng Phú heeft een zachtaardig en artistiek hart. Een rond beeld zie je niet elke dag. De film (60 minuten) volgt zijn eigen logica en biedt ook nog wat luchtige momenten. Het had wat vlotter gekund – maar het werkt wel.

Termite Feeding Show – Termieten strippen een stukje kabel (Taiwan)
Termieten hebben een stukje kabel vastgebonden en snijden er telkens een stukje af. Dat gaat naar de larven. Deze Taiwanese korte film van nog geen tien minuten geeft best wat droogkomische momenten en heeft wel iets van Jan Svankmajer. Ik miste alleen een plot.

 

6 februari 2025

 

IFFR 2025 – Deel 1: Humor, of het ontbreken daarvan
IFFR 2025 – Deel 2: Kunstmatige intelligentie in opmars
IFFR 2025 – Deel 3: Videofanaten
IFFR 2025 – Deel 5: Baden in het zonlicht
IFFR 2025 – Deel 6: Films die de grenzen opzoeken
IFFR 2025 – Deel 7: Drie keer fictie versus werkelijkheid
IFFR 2025 – Deel 8: Tragische figuren

 


MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2025 – Deel 3: Videofanaten

IFFR 2025 – Deel 3:
Videofanaten

door Bob van der Sterre

Het focusprogramma Hold Video In Your Hands biedt een aantal luchtige films over een praktisch verdwenen cultuur. Toch is de liefde voor VHS en videobanden soms nog steeds heel groot.

 

Videotheek Marco

Videotheek Marco – De opkomst en neergang van VHS
De videoband, een hele generatie is er groot mee geworden. Dat was op zichzelf een hele evolutie sinds de introductie eind jaren zeventig. Van banden met VCC, Betamax en VHS, zonder leeftijdswaarschuwing, naar VHS, dvd en blu-ray en met categorieën voor 12+, 16+ etc. En natuurlijk het middelpunt van die evolutie: de videotheek. Zowat elke stad had er een.

In 2003 waren er meer dan duizend zaken, nu zijn ze praktisch allemaal weg, verslagen door de streamingdiensten. In deze film van Gyz La Rivière krijgen we de hele videothekengeschiedenis, tot en met de mysterieuze Videotheek Marco in de passage van het metrostation onder de Beurs.

Vermakelijk en interessant, de trends van videotheken, technische veranderingen, liefhebbers. Luchtig gebracht en met heel veel archiefmateriaal. Van de populariteit van de Evil Dead-serie, tot de illegale kopieën die in beslag genomen werden. Met hier en daar een feit dat je nog niet eerder had gehoord, zoals dat er mensen waren die voetbalwedstrijden filmden in Turkije, de videobanden lieten overvliegen en verkochten in Nederland.

Het komt alleen in razende stroom over je heen. Want de film is geëdit met een vaart alsof nog de bus moest worden gehaald. Dat zorgt ervoor dat je weinig tijd hebt om alles goed tot je te nemen. En dat is best jammer want het is een boeiende geschiedenis waar veel maatschappelijke zaken aan vastzitten. Een paar rustpunten had de film goed gedaan.

Intussen leven we in het tijdperk van de streamingdiensten en begint de VHS-retrotrend. Mensen willen toch graag iets in hun handen hebben, blijkt.

Nog te zien op IFFR 2025

 

Directamente para video

Directamente para video – Mysterie rondom een Uruguayaanse slasher
In Uruguay verscheen in de jaren tachtig de lowbudgetthriller Acto de Violencia en un joven periodista. De regisseur was Manuel Lamas, die bijna alles zelf deed, montage, muziek, camera, etc. De cultfilm die direct voor videotheken werd gemaakt heeft fans. ‘Pyrotechnics for the soul’, noemt een fan het. Echt goed is de amateurfilm ook niet. ‘Alles fout doen is indrukwekkend.’

Niemand weet precies wie Lamas is of waar hij woont. Acteurs lijken spoorloos of willen niet praten. Hoe zit dat? Regisseur Emilio Silva Torres nam er geen genoegen mee en ging in 2021 de diepte in. Het leidt hem naar Buenos Aires en Ushuaia. Het mysterie rondom Lamas ontrafelt zich.

Het slotakkoord met de berghut is erg mysterieus. Wat je ervan moet maken is niet heel duidelijk, behalve dat Silva Torres zelf ook creatieve ambities heeft. En waarom niet, er zijn geen harde regels voor het mengen van docu en fictie.

Lamas blijkt geen sympathieke kerel, sadistisch en vrouwonvriendelijk, al is er op het eind toch nog een oude vriend om iets positiefs te zeggen over Lamas.

Nog te zien op IFFR 2025

 

Video Kings

Video Kings – Door de film heen kletsende vertalers
In de communistische tijd was het heel moeilijk om Hollywoodfilms te kijken in Tsjechië. Door de komst van video ontstond een groep liefhebbers die video’s ‘regelden’ (soms zelfs door met de trein naar Duitsland te reizen, video’s te huren, terug te reizen, te kopiëren en dan weer terug te brengen). Ze voorzagen de film van een dub in het Tsjechisch, waarbij ze álle stemmen deden. Het begon als lolletje maar ontwikkelde zich als illegaal handeltje op markten.

Deze docu uit 2020 spreekt met een aantal bekende dubbers. Ze tappen amusante anekdotes. Zoals die ene dub waarbij je op de achtergrond een ruzie hoort. ‘Ga jij nog het vuilnis buiten zetten?’ Of de telefoon die door de film rinkelt. Honden die door actiescènes heen blaffen.

De dub van The Brood was legendarisch: een van de slechtst vertaalde films ooit want die dubber sprak bijna geen Engels en zat zelf maar in te vullen wat er werd gezegd. Een andere kerel vertaalde een pornofilm: ‘Ik was dronken en ik verzon van alles, die versie werd populairder dan de gedubde Police Academy.’

Soms was het ook wel moeilijk. The Long Good Friday, met plat cockney, was nauwelijks te vertalen. Of in Godfather 2 wordt opeens Italiaans gesproken. Zelfs titels veranderden soms, The Terminator werd The Finisher of The Concluder. Deze traditie bestond ook in andere Oost-Europese landen.

Toen videotheken daar ook professionele films gingen verhuren, en het illegaal kopiëren serieuzer werd aangepakt, verdween de subcultuur. Toch zweren sommige mensen nog steeds bij een illegale kopie. Liefhebbers herkennen nu nog sommige dubbers: de fluisteraar, de mompelaar, of de religieuze, die fuck you vertaalde met: Ga heen en plant u voort.

Deze amusante documentaire is vooral anekdotisch, maar de betrokken personen zijn allemaal voorzichtig om het als een daad van verzet tegen het communistische regime te willen zien. Het was vooral iets om lol mee te hebben.

Nog te zien op IFFR 2025

 

Razones por las que soy un infeliz

Razones por las que soy un infeliz – Magische Chaplin-video’s
Een man zit op de wc. Hij kijkt naar alle graffiti en ziet een telefoonnummer. Hij belt. Geen gehoor. Dagen gaan voorbij. Hij huurt en bekijkt talloze Chaplin-video’s. Hij belt een paar dagen later opnieuw en krijgt een vrouw aan de lijn. Dan wordt hij zelf opgebeld op zijn werk. Wat hebben de Chaplin-films met dit alles te maken?

Deze Mexicaanse film van Ruben Nuño Lepe duurt slechts 22 minuten en doet zijn best om in die korte tijd je als kijker op het verkeerde been te zetten. Het had nog iets magischer gemogen.

Nog te zien op IFFR 2025

Meer zien? Bekijk het hele programma: Hold Video In Your Hands. Voor de liefhebber is er ook nog de IFFR VHS Club tijdens het festival.

 

4 februari 2025

 

IFFR 2025 – Deel 1: Humor, of het ontbreken daarvan
IFFR 2025 – Deel 2: Kunstmatige intelligentie in opmars
IFFR 2025 – Deel 4: Zuidoost-Aziatische luchtigheid
IFFR 2025 – Deel 5: Baden in het zonlicht
IFFR 2025 – Deel 6: Films die de grenzen opzoeken
IFFR 2025 – Deel 7: Drie keer fictie versus werkelijkheid
IFFR 2025 – Deel 8: Tragische figuren

 


MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2025 – Deel 2: Kunstmatige intelligentie in opmars

IFFR 2025 – Deel 2:
Kunstmatige intelligentie in opmars

door Bob van der Sterre

Sinds je op menselijke manier met bots kunt chatten, is er weer een drempel geslecht in technologie. Het doet wat met ons nu we voor het eerst AI’s van dichtbij meemaken. Experimentele filmmakers zien er in elk geval kansen in. Genoeg voorbeelden op IFFR, vooral met korte films.

 

Gerhard

Gerhard – Kunstenaar Gerhard Richter door AI bespot
Gerhard Richter is een van de beroemdste kunstenaars ter wereld. Hij gaat naar zijn kantoor, een gigantisch gebouw, waar ‘8% met een kunstwerk vertrekt’.

Tijdens een meeting pitcht hij nieuwe ideeën zoals grijze blokkendozen midden in de stad. ‘De VAE bestelt er zeker vijf.’ ‘Zullen we ook een NFT uitgeven voor onze jongere klanten?’ ‘Goed idee. Is het wel namaakbestendig?’ ‘AI kan menselijke kunst niet reproduceren.’ ‘Ah, goed om te horen.’

Na het bezoeken van een commercieel ingestelde kerk, geeft hij een masterclass. ‘Noteer: pigment is de zuurstof van kunst.’ Een student pikt het lingo snel op: ‘Mijn canvas is een veldslag van kleuren.’ Een andere: ‘Deze kunst is een symfonie van rebelsheid.’ Dat loopt gruwelijk uit de hand, net als wanneer Gerhard kinderen met blauw laat spelen in zijn huis. De verf verandert in een rivier.

Behoorlijk geestige korte satirische mockumentary van Ulu Braun (slechts tien minuten) bespot mondiale topkunstenaars zoals Gerhard Richter. Ze hebben teams die hun werken in elkaar zetten en focussen zich meer op zakendoen dan kunst. Zijn voornaamste bijdrage aan zijn werk (in deze film) is het roepen van: ‘Gebruik de grootste rakel!’

De met AI gemaakte film zit vol schaamteloze fouten. Die zijn net zo hilarisch (zonnebril verdwijnt opeens, kind met drie vingers, hoofd aan rugzijde, etc.) als creepy (bij een van de vrouwen komt het hoofd opeens vanuit de nek tevoorschijn). Grappig is de zelfverzekerde opmerking van een student die volledig van AI is gemaakt: ‘Kunst zal AI outperfomen’.

Nog te zien tijdens IFFR 2025

 

Ethereal Rhythms, Everything Rhymes – AI-mannen met stropdassen die rondlopen
Vergelijkbaar is het eveneens deze met AI gemaakte film van Brecht Vanhoutte die ongeveer een kwartier duurt. Lopende mannen met stropdassen in een rood en blauw decor. Ondertussen geluiden van een station. De visioenen worden steeds nachtmerrie-achtiger.

Voor Vanhoutte was dit een persoonlijk verhaal, legt IFFR uit: ‘Bij het om leren te gaan met zijn geestelijke gezondheid onthult hij zijn innerlijke wereld met een experimentele reis met AI en texturen die vervlogen tijden oproepen.’

Net als bij Gerhard klopt er niet veel van het lopen van die mannetjes maar dat maakt het ook instant surrealistisch. Filmmakers worden vaak te pas en te onpas met David Lynch vergeleken maar dit is wel dezelfde geest, ook een flink bizarre trip. Nou nog de zeer mysterieuze film waar dit een intermezzo van zou kunnen zijn.

Nog te zien tijdens IFFR 2025

 

Empty Rider

Empty Rider – Zelfsturende auto met kunstmatige intelligentie staat terecht
Een zelfsturende auto, Vanguard 3181, wilde een uitvinder kidnappen. Het staat nu terecht in SimBeijing. Een ‘selfbot’ (die ‘verwarde zelfsturende AI-auto’s’ helpt) neemt het voor de auto op.

Een lastige rechtszaak. Bevindt AI als zelflerende machine zich ook in een kleutertijd en kan het dan wel gestraft worden? Dan komt de verdachte auto zelf aan het woord en begint over het ‘empty rider syndroom van’ zelfsturende auto’s.

Mooie, eigenzinnige korte film van Lawrence Lek raakt veel toekomstige discussiepunten over AI. Lek is een kunstenaar met interesse in futurisme en hij werkt vaak met virtual reality. Eerder maakte hij Notel, over het hotel van de toekomst. Enige wat deze film nog mist, is een plot.

Nog te zien tijdens IFFR 2025

 

Primitive Diversity – 92 en nog steeds eigenzinnig
Vorig jaar schreven we al over Cosmic Miniatures, die filmdocent + avantgardistische legende Alexander Kluge op 91-jarige leeftijd in elkaar had gezet. Nu is hij een jaar ouder en komt hij weer met een beeldessay over technologische ontwikkeling.

De focus ligt (volgens mij, ik denk dat niemand het precies weet) bij hoe de technologie van oorlogen ook cinema heeft gepusht. Net als in Cosmic Miniatures zie je veelal met AI gemaakte beelden en met teksten in comic sans-achtig lettertype als: ‘De geest kan elke vorm aannemen.’ Soms zien we ineens beelden uit het archief van Kluge: een door de stad rondlopende geit, een interview van een operazanger in een zwijgende film (de interviewer kan zijn lachen niet inhouden), een interview van een expert van een universiteit.

Opnieuw een rauwe, chaotische film voor Kluge-fans. Aan de ene kant ziet het er in elkaar geflanst uit, aan de andere kant heb ik er toch respect voor dat hij eigenzinnig zijn eigen weg blijft volgen. Ik vermoed alleen wel dat er nog wat plaatsen vrij blijven in de zaal.

Nog te zien tijdens IFFR 2025

 

Electric Child

Dan is er nog de Zwitserse speelfilm Electric Child óver kunstmatige intelligentie. Sonny en Akiko krijgen te horen dat hun pasgeboren zoontje Tōru maar een paar maanden te leven heeft. Maar Sonny werkt ook aan een superintelligente AI. Misschien dat die zijn zoontje kan redden? Maar wat als de AI steeds slimmer wordt en de mensheid bedreigd kan worden?

Er zijn al jaren films over en met AI op IFFR. Zie bijvoorbeeld deze talk die al in 2020 werd gehouden. Met het toegankelijker worden van AI-beeld, zijn er ook meer creatieve kansen voor kunstenaars en filmmakers. In 2024 werden de eerste animaties volledig met AI gemaakt, lees dit artikel in Forbes.

Van de meer avantgardistische filmmakers zal het steeds meer in handen komen van mainstream filmmakers. Het ziet nu nog vaak hilarisch uit maar het niveau wordt vast veel hoger de komende jaren en zal niet meer weg te denken zijn bij festivals als IFFR. Het biedt bijvoorbeeld perspectieven om veel goedkopere animaties te laten maken.

Als onderwerp gaat het ook al een tijdje mee, zoals Imagine in 2021 al een speciaal programma had. Zoals met veel films over technologische vernieuwingen, gaat het vrijwel altijd gepaard met spannende verhalen over een dystopische toekomst.

 

2 februari 2025

 

IFFR 2025 – Deel 1: Humor, of het ontbreken daarvan
IFFR 2025 – Deel 3: Videofanaten
IFFR 2025 – Deel 4: Zuidoost-Aziatische luchtigheid
IFFR 2025 – Deel 5: Baden in het zonlicht
IFFR 2025 – Deel 6: Films die de grenzen opzoeken
IFFR 2025 – Deel 7: Drie keer fictie versus werkelijkheid
IFFR 2025 – Deel 8: Tragische figuren

 


MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2025: 40 tips

International Film Festival Rotterdam 30 januari – 9 februari
IFFR 2025: 40 tips

door Bob van der Sterre

Winters weer en dus tijd voor IFFR (International Film Festival Rotterdam). Honderden films, van enorm kort tot heel erg lang, van toegankelijk tot experimenteel, van boordevol actie tot louter verstilde beelden. Om orde in de chaos te scheppen, bieden we lezers van InDeBioscoop deze 40 aanraders voor IFFR 2025.

Wil je meer weten over het programma, de programmaonderdelen en hoe je kaartjes kunt kopen? Lees dan de Q&A over IFFR 2025.

IFFR 2025: 40 tips - o.a. Alice Guy Blaché - Hommage an die erste Filmemacherin der Welt

Hieronder zie je 40 tips van onze redactie. Noot vooraf: we moeten de films zelf ook nog zien, het gaat hierbij daarom ook om onze gut feeling. De IFFR-verslaggevers van InDeBioscoop wensen alle IFFR-gangers in elk geval veel plezier!

Iets terugdoen voor dit gratis artikel zou aardig zijn: meld je aan voor onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte van de beste online artikelen over cinema.

 

Actie
Twilight of the Warriors: Walled In
In deze HongKongse martialartsfilm van Soi Cheang betrekt hoofdpersoon Lok de walled city van Kowloon. Een plek waar misdaad welig tiert. Daar bedreigt hij de status quo. Reken op 125 minuten met veel bijzonder gechoreografeerde vechtscènes in een bijzondere setting. IFFR: ‘Elk shot heeft de kracht van een abstract schilderij en toont een overweldigend, sensationeel spektakel.’

 

Biografie
Maria
Angelina Jolie blikt terug op haar leven als operazangeres Maria Callas. Met Maria kan Pablo Larraín weer een nieuwe grote film aan zijn historische vrouwen-oeuvre toevoegen na Jackie (Jackie Kennedy) en Spencer (Lady Di). Interessant is misschien ook de dramabiografie The Brutalist, met Adrien Brody in de rol van de Hongaarse architect László Tóth. De lengte past precies in een treinreis van de randstad naar Groningen: 215 minuten (3,5 uur).

 

Coming of age
Video Nasty
Coming of age, maar dan even anders. Drie tieners in de jaren tachtig gaan op zoek naar die ene extreme horrorfilm die nog mist in hun collectie. Deze Britse miniserie van Christopher Smiths en Megan Kathleen Fox is vermoedelijk behoorlijk grappig. Je krijgt er coming of age en horrorelementen als bonus bij. Reken wel op een zit van drie uur (het is immers een miniserie). VHS is een van de thema’s dit festival en een van de aardigste films is vermoedelijk het portret van deze verdwenen Rotterdamse videotheek door Gyz La Rivière: Videotheek Marco. Ga als liefhebber dan meteen ook naar de film over de bedenker van VHS: Dawn of a Day: The Man Behind VHS.

 

Corona
An Unfinished Film
Ook dit jaar is er een film die de coronatijd redelijk luchtig benadert: An Unfinished Film. Regisseur Lou Ye, ook regisseur van deze film, gaat een film van tien jaar geleden afmaken. Maar ze zitten in Wuhan en dan breekt corona uit. De filmcrew moet in quarantaine. Frappant hoe de coronatijd vooral luchtige films oproept in Azië, want de Maleise film The Good Loan Sharks is ook redelijk luchtig, en vorig jaar was de eveneens Maleise film Hungry Ghost Diner dat ook.

 

Dieren
Monólogo colectivo
De band tussen dieren in een dierentuin en opvangcentra en de werknemers die er werken. Deze Argentijnse film (documentaire) van Jessica Sarah Rinland vertelt dat verhaal. Je kunt als kijker vast rekenen op diverse aandoenlijke momenten. De sounddesign in het bijzonder wordt genoemd als iets om op te letten, en dat gaan we dan maar doen.

 

Documentaire
Tehran, An Unfinished History
Het Iraanse filmarchief heeft veel te bieden aan materiaal voor de revolutie in 1979. Ik denk dat deze film van Saeed Nouri goed overbrengt wat verdwenen is in Iran. IFFR: ‘Tehran, An Unfinished History is een geschenk voor alle nieuwsgierige cinefielen en alle filmhistorici die weten dat ze niet alleen wetenschappers, maar ook dromers moeten zijn.’ Aardig zou het zijn om deze film te combineren met het portret van het moderne Teheran in The Crowd.

 

Drama
Hard Truths
Als het gaat om drama, kunnen we niet om Mike Leigh heen, de maker van een paar vrij klassieke rauw-realistische Britse arthouseklassiekers, zoals Secret and Lies, Naked en Happy-go-Lucky. Hier is actrice Marianne Jean-Baptiste (van Secrets and Lies) terug in actie. Ze speelt moeder Pansy en worstelt met depressies. De titel (Hard Truths) kan niet méér Mike Leigh zijn.

 

I’m Still Here
Braziliaans drama over de verdwijning in 1970 van Rubens Paiva. Het ene moment is het leven voorspoedig, het andere moment verandert alles als hij zich verzet tegen het dictatoriale regime van die tijd. Daarna is hij zoek. Regisseur Walter Salles is vooral bekend van twee films: Central do Brasil en The Motorcycle Diaries. Deze film over het zoeken van gerechtigheid duurt 137 minuten. Meer lang uitgesponnen drama (110 minuten) krijg je in de film van Alireza Khatami: The Things You Kill, over vaderlijk geweld.

 

Experimenteel
Debut, or, Objects of the Field of Debris as Currently Catalogued
De verteller schetst een geestig autobiografisch verhaal en een verhaal over een kunstvervalser: Fawn Ma. Diverse (sub)lagen in de film zullen veel van de kijker vragen. IFFR verwijst naar Orson Welles’ beroemde F for Fake (1973). Ambitieus, maar kan ook een vernieuwende filmervaring zijn. Helaas geen trailer. Er is meer experiment op IFFR: 2551-03 – The End, het laatste deel in de experimentele horrortrilogie van Norbert Pfaffenbichler; Alice, Bob, Carol and David, die film, gaming en choreografie combineert; Melody Electronics over 80’s games; From Behind the Teeth, een visuele uitbeelding van een surrealistisch schaakspel tussen een kunstenares en een wetenschapper (zie trailer hieronder) en tot slot is de negentigjarige Alexander Kluge ook nog bezig, nu met Primitive Diversity (lees ons stuk over Cosmic Miniatures van vorig jaar).

 

Fantasie
Holy Electricity
Deze fantasierijke Georgische film schetst excentrieke mensen in Tbilisi met veel dromerige muziek. Fantasie zit in de filmische traditie van Georgië. Regisseur Tato Kotetishvili gebruikt hiervoor een beetje de magisch-realistische stijl die we al kennen van bijvoorbeeld Nana Djordjadze’s 27 Missing Kisses (2000).

 

Geschiedenis
L’abbaglio
We kijken hoe kolonel Orsini in 1860 Sicilië gaat bevrijden van het Franse Bourbon-regime. In 2023 was op IFFR Roberto Andó’s vergelijkbare film over Luigo Pirandello in Sicilië te zien, het vermakelijke La Stranezza. Toni Servillo’s hoofdrol als Orsini zal hem vermoedelijk weer goed passen. Meer geschiedenis is te zien in de film uit 1967 van Vatroslav Mimica: Kaja, I’ll Kill You!, over de Italiaanse bezetting van Kroatië (in het Cinema Regained-programma). En in de film over de laatste dagen van de Portugese dictator António de Oliveira Salazar in 1968: Our Father – The Last Days of a Dictator.

 

Horror
Lilim
Interessante premisse in deze Filipijnse film: een weeshuis in het bos blijkt de plek te zijn van een sekte. Het is de jaren tachtig, dus toen Marcos er president was. IFFR zegt: ‘Mikhail Reds angstaanjagende horror draait om een gesloten gemeenschap die bezwijkt onder het gewicht van fanatieke overtuigingen.’ Er is veel horror op IFFR. Afgezien van luchtige horror (zie hieronder) heb je nog het Vietnamese bodyhorrorverhaal The Sisters en Indonesische psychologische horror van Upi: Till Death Do Us Apart.

 

Horrorkomedie
Dead Talents Society
Taiwanese film van John Hsu belooft met zijn fantasierijke verhaal veel vermakelijkheid. Geesten moeten zich in korte tijd op aarde bewijzen. En het hiernamaals blijkt een competitieve plek, met bijvoorbeeld een prijs voor de Best Ghostress of the Golden Ghosts.

 

Get Away
Ook luchtig is de horror in Steffen Haars’ film, waarbij een stel (Nick Frost en Aisling Bea) met hun kinderen naar een Zweeds horroreiland reist.

 

Kermis
Rock ‘n’ Roll Ringo
Ringo werkt op een kermis. De wereld van kermiswerkers en de louche onderwereld komen dichtbij elkaar. Waarschijnlijk een vrij duistere, grimmige film. Regie van Dominik Galizia.

 

Kunst
Later in the Clearing
Filmmaker Márton Tarkövi gaat met kunstenaar Péter Molnár op stap en maakte deze film. Ik verwacht een mooie, onthaastende en respectvolle film. Volgens IFFR ‘een voortdurend uitdijende ruimte van ideeën waar de kijker door kan dwalen’.

 

Lengte
Youth
Wie Wang Bing kent, weet dat hij geen moeite heeft met het maken van XL-films. Wie er dol op is, kan aan Youth, over het wel en wee van jonge arbeiders in China, zijn of haar hart ophalen: Spring (215 minuten), Homecoming (152 minuten) en Hard Times (227 minuten). Tezamen bijna 600 minuten. Deze trilogie kun je op 4 januari in Kino 4 in een klap achter elkaar bekijken. Je zit dan van 12.45 tot 23.45 in de zaal. Hoe het zit met maaltijden en plaspauzes weet ik niet, maar het is wel de ultieme Wang Bing-ervaring.

 

Literatuur
Le Comte de Monte-Cristo
Het beroemde boek van Alexandre Dumas met veel energie en hoog tempo naverteld. Je hoort het al aan de pompeuze muziek in de trailer. Film van Matthieu Delaporte en Alexandre de La Patellière blijft volgens IFFR ‘trouw aan het ingewikkelde verhaal en combineert historische details met moderne filmtechnieken’. Nog meer literatuur in La Nott’e’l Giorno (portret schrijfster Patrizia Vicinelli en kunstenaar Gianni Castagnoli in jaren zeventig), The Assistant (Poolse verfilming van roman van Martin Walser) en The Moromete Family (drie Roemeense films van Stere Gulea gebaseerd op Martin Preda’s roman, uit 1987, 2018 en 2024).

 

Luchtig
Le Deuxième Acte
Quentin Dupieux, daar is ie weer. Dit keer met een absurdistische film over het maken van een film. Kennelijk met knipogen naar Luis Buñuel. De trailer is al flink maf, laat staan de film zelf. Ik ben nieuwsgierig.

 

Misdaad
Fabula
Openingsfilm van IFFR is deze van Michiel ten Horn. Een misdaadkomedie met magisch-realistische trekjes. De Nederlandse misdaadfilm – volgens mij nu een van de betere genres in ons land – heeft er weer een goede afgevaardigde bij. Fedja van Huêt is vast goed als hoofdrolspeler Jos, maar twee uur is wel wat aan de lange kant.

 

L‘Amour Ouf
Ik weet niet of ik het zelf aandurf, dit Belgische misdaad-liefdesdrama dat 166 minuten duurt en erg serieus oogt, als je op de trailer afgaat (veel geschreeuw en drama). Aan de andere kant heb ik altijd wel een zwak voor misdaadfilms die zich afspelen in de jaren ‘70 en ‘80. En er zijn veel bekende acteurs te zien. Regisseur Gilles Lellouche baseerde de film op een boek van een Ierse schrijver.

 

Maldoror
Nog meer misdaad uit de lage landen. Regisseur Fabrice Du Welz (bekend van Calvaire, Alléluia) waagt zich hier aan een verhaal over de Belgische seriemoordenaar en kindermisbruiker Marc Dutroux (Marcel Dedieu in deze film). Inclusief alle problemen bij de partijen die hem proberen in te rekenen. Film duurt 155 minuten. Na jaren van karigheid met misdaadfilms, zijn er dit jaar weer plenty! Na deze drie zijn er nog Macai (Maleisische misdaadfilm); Miséricorde (corruptie in Frans dorpje); King Ivory (over fentanylmisdaadbendes in de VS) en The Killers (vier Koreaanse korte films over huurmoordenaars in een film).

 

Muziek
A Complete Unknown
Regisseur James Mangold is een Hollywoodregisseur met een aardige staat van dienst: Heavy, Girl Interrupted, Identity, om een paar bekende titels te noemen. Hier laat hij Timothée Chalamet in de huid kruipen van Bob Dylan. Stevige lengte: 140 minuten. Meer muziek in de film Pavements, over de band Pavement.

 

Mysterie
The Radiant Screen
Mysterieus is de Siberische modelstad Zheleznogorsk. Werd in de jaren vijftig gebouwd voor een geheim wetenschappelijk programma. Nu wonen er 100.000 Russen in isolement. Film van Ine Lamers probeert deze mysterieuze deksel te liften in een aantrekkelijke 50 minuten durende film.

 

Ouderdom
The Last Breath
De film The Last Breath is dé film over ouderdom bij deze IFFR. De regisseur die de film maakte, is ook de jongste niet meer: Costa-Gavras, net de negentig gepasseerd. De regisseur van aardige films als Amen., Le Couperet en vooral zijn klassieker uit 1969: Z, die in mijn herinneringen overloopt van energie en actie. Het zou een interessant dubbelfilmprogramma zijn geweest want Le Dernier Souffle is juist een erg rustige en ontroerende film over het proces rondom de dood. Vergelijkbaar, maar veel luchtiger, is de Hongkongse film over een begrafenisonderneming The Last Dance.

 

Oorlog
Quisling – The Final Days
De Noorse politicus Vidkun Quisling was minister-president onder de nazi’s. Film van Erik Poppe beschrijft zijn laatste dagen in 1945.

 

Platteland
The Puppet’s Tale
Veel Indiase films op IFFR. Dit lijkt me een van de aardigste. Een moderne arts uit een stad keert tijdelijk terug in zijn geboortedorp en krijgt de drang om daar alles te veranderen. Tegelijk is er nogal wat duisters aan de hand in het dorp. Film van Suman Mukhopadhyay beschrijft het Indiase platteland tijdens de jaren dertig.

 

Psychologie
Storm Alerts
Veel films hebben psychologische elementen, maar deze film is puur psychologie. IJslandse film van  Bergur Bernburg gaat inventief om met de psychologische problemen van de hoofdpersoon. ‘De film splitst Marteinn in tweeën: hij verschijnt als zichzelf in oprechte interviews en opnames in openbare ruimtes, en hij wordt gespeeld, met woordeloze gebaren en acties, door theateracteur en -maker Kristján Ingimarsson.’

 

Relaties
Grand Tour
Edward – in de koloniale tijd werkzaam als ambtenaar in Birma – heeft geen zin in de komst van zijn vriendin, Molly. Hij neemt de benen. Zij achtervolgt hem door heel Azië. Ambitieuze zwart-witfilm van Miguel Gomes is volgens IFFR ‘een episch liefdesverhaal dat zijn weerga niet kent’. Reviews als ‘visually ravishing’ geven aan dat het met de interessante beelden vermoedelijk wel goed zit. Het tegenovergestelde biedt de film Guo Ran: relatietroebelen in een klein Chinees appartement. Iets meer romcom lijkt de Koreaanse film Hear me: Our Summer, over een driedubbele liefde in gebarentaal.

 

Remakes
Street Trash
Remake van origineel uit 1987 is al even bloederig maar toch zijn er ook verschillen. Interessant om na te gaan welke invloed de cultuur heeft op inhoud. Verwacht in elk geval net zoveel ranzigheid: ‘Het kloppende, smeltende, exploderende hart van de film zijn de scènes waarin mensen op spectaculaire wijze van binnenuit worden ontdaan van hun ingewanden.’

 

Romantiek
Trois Amies
Vriendelijk romantisch drama van Emmanuel Mouret zou volgens IFFR denken aan het werk van Éric Rohmer en Mia Hansen-Løve. De kern is het liefdesleven van drie vrouwen in Lyon. Meer romantiek is te zien in het Italiaanse W.O.II-liefdesdrama Vermiglio.

 

Seksualiteit
Endless
Het wordt niet meer gender, seksualiteit en transitie dan in deze Poolse film van Wojciech Pus. Een non-binair persoon heeft een relatie met een transgender en ze ontmoeten een kunstverzamelaar. IFFR: ‘Dit droomlandschap van met oestrogeengel ingesmeerde lichamen, seks en littekens van genderbevestigende operaties is evengoed een nachtmerrie.’ Er zijn meer gendergerelateerde films deze IFFR, zoals bijvoorbeeld Rains over Babel (Dante’s Inferno in een queer-uitvoering).

 

Sciencefiction
Electric Child
Als een stel een kind krijgt (Tōru), blijkt het maar een paar maanden te leven te hebben. Maar de man van het stel ontwikkelt ook kunstmatige intelligentie van zo’n hoog niveau dat het zijn kind kan redden. Maar tegen welke prijs? Film van Simon Jaquemet past in het golfje films over AI waar in 2021 Imagine al een programma over had. Meer sciencefiction in het Japanse Transcending Dimensions, waarbij een huurmoordenaar een reis door ruimtetijd maakt; en het eveneens Japanse We are Aliens, over fluffy aliens die ons willen uitroeien maar steeds meer twijfel krijgen over hun plan. Trailer is van deze laatste film:

 

Sport
Clash
American football-team in China vecht zich naar boven. Gebaseerd op een echt verhaal, moet ook veel humor en menselijkheid bevatten. Regisseur Jiang Jia-chen ken ik zelf niet, maar de trailer belooft een hoop mafheid. Frappant dat er na jaren van totale stilte op sportgebied deze IFFR flink wat gesport wordt: Julie Zwijgt (tennis, zie trailer), Les Arènes (voetbal), Merckx (wielrennen) en U.S. Palmese (voetbal).

 

Stop motion
Memory of a Snail
Twee kinderen komen bij verschillende pleeggezinnen terecht. ‘Een bitterzoete film’ volgens IFFR. In elk geval dwingt stopmotion (bij mij) altijd respect af. Ik verwacht wel een en ander van deze film van regisseur Adam Elliot; hopelijk blijft het 95 minuten interessant.

 

Thriller
Ghost Trail
Toen onlangs het regime van de Syrische dictator Assad viel, ging de beruchte Sednaya-gevangenis open. Ghost Trail gaat over een overlevende van deze gevangenis. In deze film gaat Hamid in Straatsburg de man achterna die hem destijds martelde. Ik denk dat de film spannend is maar ook wat langdradig kan zijn. Wel apart dat de realiteit de film denk ik heeft ingehaald.

 

Vrouwen
Alice Guy-Blaché: Hommage an die erste Filmemacherin der Welt
Een van de films van IFFR-gast Katja Raganelli gaat over de eerste vrouwelijke regisseur ter wereld: Alice Guy-Blaché. Ze zocht in 1996 uit wat er van haar filmwerk (van de periode 1896 – 1920) is overgebleven. Ook aardig is denk ik Raganelli’s film uit 1978 over actrice Delphine Seyrig. En misschien ook Notre Dame de la Croisette over eveneens Franse actrice Bulle Ogier. Misschien aardig is ook Frauen in Berlin van de Indiase Chetna Vora. Zij filmde als afstudeerproject in 1981 diverse vrouwen in de DDR, die vertelden over hun levens aldaar. De echte film werd vernietigd maar iemand filmde de film zelf met een videorecorder.

 

Weird
The Surfer
Nicholas Cage is een familieman die weer terug wil naar de plek waar hij leerde surfen. Maar daar zit een ‘lokale territoriale surfsekte’ die hem dwars zit. Alles loopt uit de hand in deze Australische film van Lorcan Finnegan. De waarde van Australische weirdness wordt onderschat in cinema – hopelijk zien we daar veel van terug in deze ongetwijfeld plezierige en maffe film.

 

Wetenschap
John Lilly and the Earth Coincidence Control Office
Dit zou ik een geweldige SF-filmtitel vinden, en het was een beetje teleurstellend dat dit min of meer een documentaire is. Portret van een neurowetenschapper die in de jaren zestig werkte ‘op het snijvlak van psychologie, etnologie, psychoanalyse, dierenstudies en psychedelische experimenten’. Film is van het duo Courtney Stephens en Michael Almereyda.

 

Zombies
Operation Undead
In de Thaise film Operation Undead kijken we naar een zombie-uitbraak in de Tweede Wereldoorlog. Japanners probeerden Thailand te veroveren maar een biologisch wapen keert tegen hen en ze moeten opeens samen tegen zombies vechten. Volgens IFFR ‘boordevol gruwelijke beeldgrappen’. Meer zombies in de HongKongse film Possession Street.

 

 

24 januari 2025

 


MEER FILMFESTIVAL