Dracula-overkill in 1979

Dracula-overkill in 1979

door Bob van der Sterre

Nosferatu: Phantom der Nacht ♦ Dracula ♦ Love at First Bite

 

Bela Lugosi’s legendarische rol in Tod Brownings klassieker hangt als een schaduw over elke Draculafilm. Maar in 1979 had iedereen er om een of andere reden schijt aan. In dat jaar verscheen er een overkill aan Draculafilms. De meeste zijn nog genoeglijk ook.

Draculafilms zijn sowieso uitbundig aanwezig in de filmgeschiedenis. Wie weet bijvoorbeeld dat zelfs Jess Franco, toch de grootste pulpmaker van de filmgeschiedenis, ooit een Draculafilm maakte, met Klaus Kinski, Herbert Lom, Soledad Miranda én Christopher Lee? Echt gebeurd (Nachts, wenn Dracula erwacht)!

Werner Herzog’s interpretatie
Klaus Kinski deed ook mee in Nosferatu: Phantom der Nacht. Dat is dan ook de enige overeenkomst. Verder zien we Bruno Ganz en Isabelle Adjani. Dat, in 1979, is al een recept voor succes. En kunstenaar Roland Topor! Wat we dan nog missen is alleen nog onze grote vriend Werner Herzog als… oh ja… dat zat er dik in.

Eerste shot: creepy Mexicaanse mummies. En dan sfeer! Een Draculafilm, maar wel van Werner Herzog. Dus beelden van donkere bossen, mysterieus tegenlicht, rare klokken. Combineer dat met stemmige muziek en een kalm tempo. De film verliest wat vaart tegen het einde maar het is een allerbeste cinematografische interpretatie van het verhaal.

Herzog en zijn voorliefde voor moeilijke producties: zestien locaties werden voor deze film gebruikt. Een grote rol voor Nederland, met Schiedam, Delft en Oostvoorne in de rol van Wismar. En dan al die verwijzingen naar de zwijgende film. Want dit was ook nog eens bedoeld als een eerbetoon aan Murnau’s klassieker Nosferatu. Kinski lijkt echt op een neefje van Max Schreck en Adjani heeft het met ogen sprekende gezicht van een zwijgende filmdame.

Wat een belevenis moet dat zijn geweest: Klaus Kinski die elke dag vier uur make-up moest ondergaan en daarna nog moest acteren. Dus van geduldig en vriendelijk (bij de make-upartiest) naar een pain in the ass (bij de rest). Herzog, subtiel als altijd: ‘Zelfs de ratten luisterden beter dan Kinski.’ En dat dus in een Duits- en Engelstalige versie! De echte Herzogiaan bekijkt ze allebei.

Frank Langella in volle glorie
Liefhebbers noemen ook vaak een andere legendarische Dracularol: Frank Langella’s Dracula in de gelijknamige film uit uiteraard 1979. Hij is in goed gezelschap met Laurence Olivier als Van Helsing, Donald Pleasance als Jack Seward, Jan Francis als Mina van Helsing en Tony Haygarth als Renfield.

Ja, Langella is inderdaad steengoed in deze rol. Zijn stem is prachtig. En zijn ogen slurpen de aandacht op. Bovendien heeft hij een kwaliteit om zowel warm en charmant te zijn als ijskoud en kil. Langella is al decennia een belangrijke bijrolspeler (denk aan zijn geweldige bijrol in The Ninth Gate) maar het is mooi om hem eens in volle glorie te zien. Hij had de rol ook al gespeeld op Broadway en die rol motiveerde de producer om de film te gaan maken.

De film heeft dat ruwe van deze tijd, die nadruk op sfeer, warme, gouden en zwart-witte kleuren (die volgens regisseur Badham goed pasten bij het oproepen van de romantiek). Dat oogt verrassend modern. En dan ook die onheilspellende, bombastische muziek. Zelfs de special effects zien er modern uit!

Een Dracula zonder vampierhoektanden? Klinkt als hoe Guy Ritchie een Draculafilm zou maken (‘De echte Draculaliefhebbers weten dat dit meer de realiteit benadert’). Dit is vooral een bewijs dat budget soms goed besteed is. Een showcase van het talent van de director of photography, Gilbert Taylor.

En niet te vergeten Laurence Olivier als de Nederlandse onderzoeker Van Helsing. Welke andere Britse acteur zou zoveel moeite steken in een realistisch Nederlands-Engels accent. Woorden als suck (suk), purpose (purpus), blood (blot), done (dun) spreekt hij met een echt Nederlands accent uit. ‘Wie niet to kestj det boot.’

Eén stroomstoring en het worden beesten
Love at first bite is heel anders. Een vriendelijke komedie. Geen Airplane-achtig komisch meesterwerk maar prima te doen voor als je niet in zo’n kritische stemming bent. ‘Vergeet niet, zonder mij zal Transsylvanië even gezellig zijn als Boekarest… op een maandagavond.’

In 1979 is Dracula niet populair meer in Roemenië. Communisten eisen zijn kasteel op voor het volk. ‘Verzamel je aristocratische rotzooi en donder op!’ Dan maar zijn lievelingsmodel in New York bezoeken, Cindy Sondheim, waarvan hij denkt dat ze de reïncarnatie van Mina Harker is.

Susan Saint James en George Hamilton zijn best entertainend als duo. Zij is een warrige moderne New Yorkse vrouw. ‘Misschien kunnen we naar mijn huis… of jouw huis. Whatever. Kan niet geloven dat ik dat net gezegd heb.’ En: ‘Oh, ben je me in de nek aan het bijten, dat is zo kinky.’

George Hamilton laat zich lekker gaan in een droogkomische versie van Dracula – juist door nauwelijks expressie te tonen en zijn wenkbrauwen het werk te laten doen.

Ook komedies kunnen oog hebben voor geschiedenis. Hamiltons Dracula heeft een sterk accent. Een parodie op Bela Lugosi’s accent in de originele Dracula (en het lijkt er echt op). Renfields lach is ook weer een verwijzing naar die film (hier het origineel).

Tegelijkertijd wil de film hip zijn. Inmiddels zwaar gedateerde verwijzingen als de naam Nadia Comaneci (toen wereldberoemd turnster uit Roemenië), een scène in een disco of de opmerking over de black-outs van die tijd in New York. ‘Eén stroomstoring en het worden beesten, allemaal.’

Hamilton was het type charmant acteur, wiens filmcarrière zich op zeker moment meer buiten het doek afspeelde dan erop, zoals het veroveren van de dochter van president Lyndon Johnson en beste vrienden worden met Imelda Marcos, tot hij met deze zelfgeproduceerde film weer iets óp het doek deed.

‘De duivel’
En als bonus moeten we ook op zijn minst een obscure Roemeense Draculafilm noemen. In Vlad Tepes – ook van 1979 – zien we waar Dracula op gebaseerd is, namelijk Vlad Tepes, leider van Walachije. We zien hoe hij het opneemt tegen vijanden, dezelfde als die hem hadden opgeleid om als stroman te fungeren: de Turken. Zijn trademark: het op palen spietsen van mensen. Het is bizar om deze uitermate ranzige eigenschap in deze film vertaald te zien worden naar dapper gedrag.

Dracula was Vlads bijnaam (‘de zoon van Dracul’, naar de adelorde waar zijn vader lid van was). Maar… in modern Roemeens betekent ‘dracul’ ‘de duivel’.

En omdat de cirkel naar het verleden hiermee is rondgemaakt, tot slot nog even dit, een intro waarvan je bijna tranen in je ogen krijgt van de schoonheid ervan.

 

12 november 2017

 

Nosferatu: Phantom der Nacht

 

 

Alle Camera Obscura

Leatherface

**

recensie Leatherface

Jong en verdorven

door Suzan Groothuis

In 1974 was daar Tobe Hoopers The Texas Chain Saw Massacre. Rauw, intens, hysterisch en vooral ziek. In de laatste scène, waarin de vrouwelijke held heeft weten te ontsnappen, zien we een uitzinnige Leatherface met zijn ronkende kettingzaag slingeren. En nu is er dan de film Leatherface, waarin we terugblikken op zijn tienerjaren. Een aanvulling is het niet.

The Texas Chain Saw Massacre dateert van 1974 en was toen, maar ook nu nog een schokkende kijkervaring. Zelden werd hysterische gekte zo treffend verbeeld. Moordende en kannibalistische hillbilly trash, hun huis een ware val voor mensen die zich er in wanen. Vleeshaken aan de muur en de eeuwig snorrende kettingzaag van reus Leatherface, zijn gezicht bedekt achter een masker van mensenhuid.

Leatherface

Sadistische familie
De horrorklassieker is nooit geëvenaard. En kent inmiddels een flinke rij sequels, een remake en een prequel. En nu is er Leatherface, een prequel van The Texas Chainsaw Massacre: The Beginning, waarin we teruggaan naar de jonge jaren van de man met de kettingzaag. De film opent met Jed’s verjaardag. Hij is de jongste van het gezin Sawyer, aangevoerd door matriarch Verna (Lili Taylor, The Conjuring). Als cadeau mag hij met een kettingzaag een man martelen, die een van hun varkens gestolen heeft. Maar Jed weigert. Is er toch nog sprake van goedheid binnen dit sadistische familieverbond?

In een volgende scène is Jed letterlijk lokaas. Een jong stel in een passerende auto meent in hem een verwond dier te zien, maar de jongen – een runderkop over zijn gezicht getrokken – leidt de vrouw naar zijn huis waar haar een gruwelijke dood wacht. Het blijkt de dochter van sheriff Hartman (Stephen Dorff, Blade), die niets kan bewijzen maar weet dat de Sawyers er achter zitten. Uit wraak zorgt hij dat Jed opgenomen wordt in een gesticht voor jongeren met een moeilijke jeugd.

En dan springt de film tien jaar vooruit. Het is 1965 en Jed zit nog steeds in het gesticht. Alleen heeft hij een andere naam gekregen, zoals alle jongeren die er zitten. We volgen Bud en Jackson, twee jongens die in niets op elkaar lijken. De lompe, stille Bud tegenover de charmante, respectvolle Jackson. Wanneer Verna het gesticht bezoekt en haar zoon terug eist, loopt het uit de klauwen.  Een ware opstand volgt, waarbij Bud en Jackson samen met twee andere jongeren en een zuster op de vlucht slaan.

De kloof tussen goed en kwaad
Tot zover het verhaal. Wat volgt is een zieke opsomming van gebeurtenissen, waarbij lustig gerefereerd wordt aan andere films. Het schuilen in een dierenkarkas bijvoorbeeld (Leonardo deed hetzelfde in The Revenant), lusten botvieren op een lijk (de aanstootgevende necrofiliescène uit The Neon Demon) en iemands kaak kapot trappen (a la American History X). Ondertussen pogen de filmmakers de vraag te stellen of er nog “goed” zit in iemand, die in een door en door verrotte omgeving is opgegroeid. Wie de Texas Chain Saw-films kent, weet het antwoord al.

Leatherface

Die vraag, van goed of kwaad, wordt overigens zijdelings gesteld. De makers lijken vooral te willen choqueren met beelden van hongerige varkens, een maaiende kettingzaag en ga zo maar door. En dan is er nog de slappe verhaallijn van de wraaklustige sheriff die een moordzuchtige familie op de hielen zit. Weinig acteeruitdaging voor Stephen Dorff en Lili Taylor, die vooral karikaturen neerzetten. Hoe anders was het duo als Candy Darling en Valerie Solanas in I Shot Andy Warhol.

Voorspelbaar pad van verdorvenheid
Leatherface biedt geen verrassende inzichten, maar volgt een voorspelbaar pad van verdorvenheid zonder de oprechte rauwheid en hysterie van het origineel. Zonde, want van regisseurs Alexandre Bustillo en Julien Maury zou je meer verwachten. Het duo maakte eerder het extreme Inside (2007), een film die verraste met zijn mix van psychologie en bodyhorror.

Wie echt wil weten wat moordenaars drijft tot hun bizarre daden, doet er beter aan de serie Mindhunter te kijken. Toeval of niet, hoofdpersoon Sam Strike speelt in een aflevering een jonge seriemoordenaar. De duisternis en machteloosheid die hem omgeven, voel je in die serie wel, terwijl Leatherface niet meer is dan lege horrorprovocatie..
 

31 oktober 2017

 
MEER RECENSIES

Eyes of My Mother

***

recensie The Eyes of My Mother

Verminken uit liefde

door Cor Oliemeulen

The Eyes of My Mother is een psychologisch horrordrama met arthouse-trekjes. Deze nachtmerrie van krap vijf kwartier is zeker geen voer voor fans van commerciële horrorfilms, maar die kunnen wel kennismaken met de zoveelste zieke geest op het witte doek.

Dat horror niet expliciet in beeld hoeft te worden gebracht om je op stang te jagen, bewijst The Eyes of My Mother, het speelfilmdebuut van Nicolas Pesce. Samen met zijn vrienden Zach Kuperstein (cinematografie) en Ariel Loh (muziek) maakte de 27-jarige New Yorker een verontrustend portret van een jonge vrouw die haar eenzaamheid op een wel heel extreme wijze overleeft. De cinema heeft er weer een compleet gestoord personage bij: Francisca, gespeeld door de Portugese actrice Kika Magalhães in haar eerste hoofdrol. Haar inspiratie voor de verminkingen van haar slachtoffers komt van haar moeder, een voormalig oogchirurg. Horrorliefhebbers hoeven niet te treuren, want ook andere lichaamsdelen moeten het ontgelden.

The Eyes of My Mother

Opgroeihorror
Francisca leeft met haar ouders in een afgelegen boerderij ergens in Amerika van enkele decennia geleden. We zien haar volwassen worden in drie episodes: Moeder, Vader en Familie. Als kind ziet Francisca hoe een psychopaat binnendringt in hun woning, haar moeder doodt en hoe resoluut vader met de dader afrekent. Als je weet hoe emotieloos deze handelingen geschieden, is het begrijpelijk dat bij Francisca sociale omgangsvormen niet met de paplepel zijn ingegeven. Dat blijkt nog steeds in de twee volgende hoofdstukken als Vader is overleden en het stichten van een nieuwe Familie noodzaak wordt.

The Eyes of My Mother is in alle opzichten minimalistisch. De film is met weinig middelen, maar met grote liefde en vakkundigheid, gemaakt. Francisca’s gezin lijkt totaal geïsoleerd van de buitenwereld en we zien bijvoorbeeld geen school, politie of passanten. De beelden zijn zwartwit, sfeervol en met een bewuste afstandelijkheid geschoten, maar soms uitgesproken luguber, zoals de scène waarin Francisca in bad zit met een dode man. De belichting in de boerderij en van de horrorschuur op het erf zijn al even functioneel, terwijl de montage consequent strak is en de geluidsband gebruikmaakt van verontrustende synthesizerklanken en een veelbeproefd recept: stemmen van televisieprogramma’s op de achtergrond.

The Eyes of My Mother

Fado
Het gebruik van Fado-muziek is een originele kunstgreep om extra hartverscheurende huiselijkheid te creëren en biedt Francisca de gelegenheid om met een korte dans haar meer artistieke kant te tonen. De dialogen tussen moeder en dochter, afwisselend Portugees en Engels, dragen bij aan de mysterieuze achtergrond van deze wereldvreemde familie. Al komen we verder weinig van deze mensen te weten, behalve dat het hechten met naald en draad een genetisch overdraagbare specialiteit is.

Een veelbelovend debuut dus, waarbij je ondanks diens voorliefde voor de diep duistere kanten van de mens uitkijkt naar de volgende film van Nicolas Pesce. Geef die man een groter budget, een co-schrijver met nog meer fantasie, en wie weet ligt er een echte klassieker in het verschiet. Geen gore horror, maar een psychologische thriller met iets meer karakterontwikkeling en een sterker einde. En desnoods even verontrustend en onheilspellend. De kijker van begin tot eind op het puntje van de stoel, bang om nog ooit in zijn eentje in het donker een boerenschuur te betreden.
 

31 juli 2017

 
MEER RECENSIES

Alien: Covenant

****

recensie Alien: Covenant
Alien als Wagneriaanse opera

door Alfred Bos

Ridley Scott vervolgt zijn herstart van de Alien-saga met een actie-epos dat verwijst naar Wagner en Frankenstein. Is het buitenaardse monster een schepping van de natuur of het product van biotechnologie?

In de proloog van Alien: Covenant speelt David (Michael Fassbender), de synthetische mens, op de piano een stukje Wagner voor zijn schepper, Peter Weyland (Guy Pearce). We horen Intocht van de goden in Walhalla, uit Das Rheingold en dat is weer de proloog van Wagners monumentale operacyclus Der Ring des Nibelungen. Je krabt je achter de oren: regisseur Ridley Scott zou toch niet …? Jawel, hij doet het. Met Alien: Covenant vertelt Scott zijn klassiek geworden sciencefiction/horrorfilm Alien uit 1979 opnieuw, maar dan als Wagneriaanse opera.

Recensie Alien: Covenant

Alien: Covenant is het vervolg op Prometheus (2012), de film waarmee Scott aanknoopte op het universum dat hij in 1979 introduceerde. Vijf jaar terug speelde de regisseur leentjebuur bij de Griekse mythologie, ditmaal mengt hij, via Wagner, Germaanse en Noorse sagen in de steeds complexer worden verhaalmix. Was de in 3D gedraaide Prometheus een visuele extravaganza, het 2D-vervolg doet daar met zijn gul uitgeserveerde actiescènes en verbluffende beelden van buitenaardse ruimteschepen en een paradijselijke planeet niet voor onder. Voeg daarbij een doordacht verhaal vol verrassingen en de franchise is terug op niveau.

Walter is David is Siegfried
In de grond van de zaak is Alien: Covenant een remake van Alien voor een generatie filmkijkers die dankzij computeranimaties en superheldenfilms gewend is geraakt aan popcornvermaak. Die kijker zal zich niet vervelen, want de actie gaat crescendo en culmineert in een finale met een twist. De Alien-aficionado zal twee uur lang puzzelen om alle stukjes van het immer uitdijende verhaal naadloos in elkaar te passen. En de toeschouwer die heeft doorgeleerd vermaakt zich met de verwijzingen naar mythologie en literatuur. Die ziet in Weyland de oppergod Wotan en in David (bij Wagner het product van incest) herkent hij Siegfried.

Alien: Covenant opent op 5 december 2104, elf jaar na Prometheus. Walter is de robot van dienst op het ruimteschip waar de film naar vernoemd is, met 2000 mensen in kunstmatige slaap en 1120 ingevroren embryo’s op weg naar de verre planeet Origae-6. Walter is de geupdate versie van David, de robot die aan het slot van Prometheus vertrekt naar de planeet van de Engineers, de goddelijke scheppers die leven uitzaaien in het universum. Daar komt, na het oppikken van een intrigerende boodschap, ook een verkenningsteam van het Covenant-schip terecht. En dan begint het gedonder.

Recensie Alien: Covenant

Narcist
De Ripley van deze Alien-in-een-nieuw-jasje is Daniels (Katherine Waterstone). Zij voorziet onheil, wanneer Covenant-kapitein Oram (Billy Crudup) besluit de kolonisten naar die wel erg verleidelijke onbekende planeet te gidsen. Daar lijkt het paradijs gevonden, maar wacht de hel. Daar leert de kijker ook meer over de oorsprong van de alien, het buitenaardse en intelligente monster. Het zou flauw zijn om meer te verklappen, alleen dit nog: Michael Fassbender speelt letterlijk – en zijn personage ook figuurlijk – een dubbelrol. Robot Walter staat oog in oog met zijn vorige zelf, David. Naar zijn intenties blijft het lang gissen.

Had de oorspronkelijke Alien-film een intelligente buitenaardse levensvorm als plot-sturend personage, in Alien: Covenant is de synthetische mens Walter/David het centrale karakter. De robot is een narcist, hij kust zichzelf. Hij heeft, zoals zijn maker Weyland in Prometheus al verklapte, geen ziel. Het gevaar komt ditmaal niet van buitenaf, zoals in Alien, maar van binnenuit, van de technologie waarmee de mens de grenzen van het leven verlegt. Aldus lijkt de film te waarschuwen voor de risico’s van kunstmatige intelligentie.

Literaire referenties versterken die boodschap. Er is een geestige verwijzing naar Bladerunner, Scotts SF-meesterwerk, de douchescène uit Psycho komt langs en de climax spiegelt de labyrint-scène uit Alien³ (het filmdebuut van David Fincher). Maar de crux is een verwijzing naar Ozymandias, het gedicht van de Britse Romantische dichter Shelley dat, net als Wagners Nibelungenring, handelt over macht. Shelley’s echtgenote Mary is de auteur van Frankenstein, de SF-roman over kunstmatig leven dat zich tegen zijn schepper keert.

Covenant is het Engelse woord voor overeenkomst of verdrag. Met de duivel kun je beter geen verbond aan gaan.
 

16 mei 2017

 
MEER RECENSIES

Raw

****

recensie Raw

De weg van het vlees

door Suzan Groothuis

Voor de jonge Justine verandert alles als zij start met haar opleiding diergeneeskunde. Na het eten van konijnenniertjes krijgt ze immense trek in vlees. Wel een beetje vreemd als je al jaren overtuigd vegetariër bent. Een film over identiteit, lichamelijke transformaties en jawel… kannibalisme.

Julia Ducournau’s Raw (ze regisseerde de film en schreef het script) opent unheimisch met een ogenschijnlijk jonge vrouw die langs de weg loopt, gefilmd vanuit de verte. Een auto nadert. De vrouw werpt zich ervoor, om vervolgens weer op te staan en met vastberaden tred naar de gecrashte auto te lopen. Het hoe, wat en waarom zien we later. Want na deze mysterieuze opening verschijnt de filmtitel Raw (Grave) in grote letters in beeld en maken we kennis met de jonge Justine, die door haar ouders naar de studentencampus wordt gebracht.

Raw

In de cafetaria, waar ze nog even een maaltijd nuttigen met elkaar, constateert Justine dat er een stuk vlees in haar maaltijd zit. Drama alom. “Je hebt er toch niet van gegeten?”, vraagt haar moeder dwingend, waarop het meisje heftig nee schudt. Justine is namelijk al jaren overtuigd vegetariër. Weet zij veel, dat er op de campus nog grotere uitdagingen te wachten staan.

Ontgroening met konijnenniertjes
Justine, in alle opzichten de belichaming van puurheid en onschuld, is op de faculteit diergeneeskunde namelijk overgeleverd aan de grillen van de ouderejaarsstudenten. Haar staat een ontgroening te wachten, waaronder het eten van konijnenniertjes. Haar zus Alexia, een jaar ouder, dwingt haar het niertje te eten. Vegetariër of niet, het hoort erbij. Vol weerzin kauwt Justine het niertje weg, waarna de ware helletocht begint.

Vanaf dan verandert Raw in een uiterst vleselijke film, met referenties naar films van David Cronenberg en Marina de Vans intense In My Skin (2002). De camera registreert op beheerste, kille wijze hoe Justine geleidelijk aan transformeert in een kannibaal. Tegelijkertijd is er ook aandacht voor haar ontluikende seksualiteit. De zware ontgroening, waarbij de feuten in de nacht van hun bed worden gelicht en als laatste mogen gaan slapen, draagt ook bij aan de uitputting en desoriëntatie.

Frontale kijk op het vleselijke
Raw verlangt een sterke maag van de kijker. De focus op vleselijkheid is realistisch en frontaal in beeld gebracht. Cronenberg vormt hiertoe een duidelijke inspiratie, alsmede het feit dat Ducournau’s ouders beiden arts zijn met een afstandelijke, klinische kijk op het leven en de dood. Zonder de camera af te wenden zien we hoe Justine’s onbedwingbare behoefte aan vlees haar lichaam overneemt: immense jeuk laat branderige, opengekrabde plekken achter en een afgeknipte vinger wordt tot het botje afgekloven.

Raw

Raw is een grensverleggende film, waarin thema’s als kannibalisme en de grenzen tussen menselijk en dierlijk gedrag worden geëtaleerd. Zo is er een discussie tussen Justine en medestudenten over apen die verkracht worden. Een aap die verkracht is lijdt net zoveel als een vrouw die verkracht is, luidt Justine’s stelling. Een uitspraak die verbazing en afschuw oproept.

Band van het gezamenlijk bloed
Ducournau durft de grenzen op te zoeken, maar doet dat middels een kalme, ijzige registratie. Seksualiteit, identiteit en beestachtigheid vloeien in elkaar over, met de grauwe, onheilspellende studentencampus als middelpunt. De beestachtigheid van de ontgroening gaat hand in hand met de dierlijke impulsen van Justine en haar zus.

Uiteindelijk staat ook de band van gezamenlijk bloed centraal, net als in het beklemmende We Are What We Are (2013). In die film dwingt een vader zijn twee dochters mee te doen aan een traditie van familierituelen. Ook in Raw moeten de twee zussen, met overtuigende rollen van Garance Marillier als Justine (vernoemd naar de deugdzame Justine in Marquis de Sade) en Ella Rumpf als Alexia, hun weg zien te vinden in die onoverkomelijke, volwassen wereld.
 

23 april 2017

 
MEER RECENSIES

Train to Busan

***

recensie Train to Busan

Denderende zombierit

door Suzan Groothuis

In deze Zuid-Koreaanse zombie actie-horror volgen we een vader en dochter op weg naar Busan. Terwijl de hogesnelheidstrein voortraast, voltrekt zich een drama in en buiten het voertuig: een zombie-virus breekt uit en verspreidt zich razendsnel. Busan bereiken blijkt nog een hele opgave – overleven idem. En wie kan je nog vertrouwen, als het erop aankomt?

Een hardwerkende vader (Yoo Gong) heeft meer oog voor zijn werk dan voor zijn dochter. Wanneer ze jarig is vraagt hij zijn collega wat een populair cadeau is. Als hij met de nieuwe Wii op de proppen komt, kijkt dochterlief met grote ogen naar het exemplaar dat er al staat- een cadeau dat haar vader haar een jaar eerder gaf.

Een voorbeeld dat tekenend is voor de vader-dochterrelatie. En om het drama compleet te maken zijn de ouders ook nog eens uit elkaar. Hoe maak je een inspiratieloos cadeau goed, laat staan een breuk? De jonge Soo-an heeft maar een wens en dat is haar moeder opzoeken in Busan.

Train to Busan

Aftrap met zombiehert
En zo gaan vader en dochter de volgende dag naar Seoul, om met de hogesnelheidstrein een bezoek aan Busan te brengen. Het begin van de film leert ons echter dat er groot drama op komst is. In de openingsscène rijdt een man een hert aan, dat op miraculeuze wijze weer tot leven komt. De ogen wit, het bloed nog over de kop stromend. Eindelijk, zombie-dieren, en een stuk overtuigender gebracht dan de dodelijke bevers in horrorcomedy Zombeavers!

Het is het enige zombiedier dat we in Train to Busan te zien krijgen, maar biedt een voorproefje op wat komen gaat: terwijl vader en dochter zich een plekje toe-eigenen in de trein, is er een heuse zombie-outbreak gaande. In de trein begint het bij één passagier, die het virus van buiten heeft opgepikt en in rap tempo transformeert. De overgang naar zombie lijkt in Train to Busan nog het meest op een acute vorm van hondsdolheid.  En de zombies zijn hier, met hun bloederige handen en bijtgrage kaken, razendsnel (te vergelijken met de geïnfecteerde Britten uit 28 Days Later).

Verwoed virus
En zo verandert de treinrit in een ‘ride to hell’, waarin het virus zich rap verspreidt en het groepje overlevenden steeds kleiner wordt. Terwijl de vraag rijst of Busan wel bereikt gaat worden, moeten de reizigers – waaronder vader en dochter – opboksen tegen de gewelddadige zombies alsmede egoïstische medereizigers die voor hun eigen hachje kiezen.

Train to Busan (Busanhaeng)

Train to Busan speelt zich grotendeels af in de hogesnelheidstrein, evenals die andere treinthriller, Snowpiercer. Het vergt de nodige moed, creativiteit en geweld om coupés vol zombies te trotseren op zoek naar dierbaren en veiligheid.

Drijvend op melodrama
Regisseur Sang-ho Yeon laat in zijn eerste live-action film een mengeling zien van horror, actie en jawel, melodrama. Naast het onverklaarbare zombiegeweld staat de moeizame vader-dochterverhouding centraal, alsmede het sociale vraagstuk op wie je in tijden van crisis kan vertrouwen. Het zal, net als in hitserie The Walking Dead, niet verbazen dat de mens nog altijd zijn grootste vijand is.

In dat opzicht leert Train to Busan ons niets nieuws: als er crisis is, staat de wereld op zijn kop. Die chaos is overtuigend maar voorspelbaar verbeeld. Van de onwetende paniek in het begin tot hordes zombies die  Zuid-Korea letterlijk overspoelen. Naar het einde toe speelt Sang-ho Yeon in op het sentiment, waar dochter en vader elkaar opnieuw vinden. Zombiegeweld met een traan, waarbij de moraal van goed doen hoog in het vaandel staat.
 

28 maart 2017

 
MEER RECENSIES

IFFR 2017 – Deel 2

Verslag IFFR 2017 Deel 2:

Kannibalisme, zombiegeweld in een trein en zwangere moordzucht

door Suzan Groothuis

IFFR en horror – jawel! Met name de late voorstellingen laten de kijker gruwelen, nagelbijten en wegkijken. Of, in het ergste geval, weglopen als de beelden te expliciet of gruwelijk zijn.

Van nadrukkelijk in beeld gebrachte maar weinig zeggende body horror in Kfc tot een intelligent coming-of-age drama in kannibalenfilm The Girl With All the Gifts.

KFC

Kfc is Vietnamese body horror
Nummer één van de kannibalenfilms en gelijk de minste. Kfc is een Vietnamese body horror. We volgen een bizar gezelschap uit een ontspoorde maatschappij: een necrofiele dokter en een stel kannibalen. Echt een verhaallijn heeft Kfc niet. Meer flarden van een gruwelijke wereld die noch verleden, heden of toekomst voorstelt en nimmer zal zijn, zo luidt de proloog. Gelukkig maar, want van deze donkere, door mensenvlees geobsedeerde maatschappij, word je niet vrolijk.

Kfc wil vooral shockeren en doet dat door geweldsscènes expliciet in beeld te brengen. Een worstje in de vorm van een harige penis, dat door een jong meisje verorberd en uitgespuwd wordt. Een stuk lip dat afgesneden wordt. En de zompige, doffe geluiden die al dat geweld bijstaan. Bij de opening credits is de combinatie van beeld en geluid sterk: als iemand wordt neergestoken, zien we bij iedere steek die we horen (lekker zompige geluiden) de naam van een acteur verschijnen. Humor meets violence, zullen we maar zeggen. De rest van de film is vooral een bizarre trip. En de link naar Kentucky Fried Chicken? Wel, die keten dus, maar de kans is groot dat je tussen je kippetjes wat mensenvlees treft.

Raw

Ontgroening studente diergeneeskunde
Een Frans/Belgische productie in de lijn van films als Calvaire en Dans Ma Peau. In dit debuut van regisseuse Julia Ducournau volgen we Justine, eerstejaars student diergeneeskunde. Haar ouders zetten haar af bij de campus, die dreigend en kil in beeld is gebracht. Een nieuw begin van haar leven.

Dat het meer om de ontgroening dan het studeren zelf draait, blijkt al snel. Een van de opdrachten is het eten van rauwe konijnenniertjes. Justine weigert, want ze is vegetariër. Maar haar zus, ouderejaars, dwingt haar de niertjes te eten. “Wat een afgang, iedereen kijkt”, sist ze haar zusje toe. En dus stopt Justine de niertjes vol walging in haar mond. Waarna de hel begint.

Vreselijke jeuk en immense trek in vlees volgen. We zien gore, dicht ingezoomde beelden van Justine die haar armen en benen open krabt. En zich tegoed doet aan vlees. Mensenvlees. In de tweede helft werkt Raw toe naar een kannibalen-horror met rauwe randjes, overigens prachtig in beeld gebracht. Er zitten wat hiaten in het scenario, maar de film neemt je wel mee met zijn grimmige sfeer en een paar moeilijk te verdragen scènes. Met knap spel van actrice Garance Marillier, die zowel onschuld als onbedwingbare lust weet neer te zetten. En Laurent Lucas (Calvaire, Alléluia) als haar vader, die een verrassende afloop voor de kijker in petto heeft.

The Girl With All the Gifts

De beste kannibalenfilm van het IFFR
Van Vietnam en Frankrijk naar Engeland en met stipt de beste kannibalenfilm van het IFFR. Ook weer een debuut, maar wel van iemand die tv-episodes van series als Peaky Blinders, Doctor Who en Sherlock op zijn naam heeft staan. Regisseur Colm McCarthy is dus geen onbekende en met The Girl With All the Gifts zet hij ook nog eens een opmerkelijk debuut neer.

Ditmaal krijgt de kijker een dystopische toekomst voorgeschoteld, waarin de mensheid getroffen is door een mysterieus virus dat mensen in kannibalen (“hungries”) verandert. Een legerbasis, afgezonderd en geïsoleerd van de veranderde samenleving, heeft alle hoop gevestigd op een groep hybride kinderen – half mens, half hungrie – die als proefkonijn worden gebruikt voor de ontwikkeling van een vaccin. Maar wanneer de basis wordt aangevallen is een kleine groep, waaronder het hybride meisje Melanie, genoodzaakt te vluchten.

Vanaf dan wanen we ons in een grimmig, door onkruid overwoekerd Londen. Een stad waar elke levende ziel uit verdwenen is en de hungries de dienst uitmaken. Het team en Melanie moeten niet alleen zelf zien te overleven, maar ook uitdokteren hoe de wereld te redden is. Een intelligente film waarin morele dilemma’s elkaar kruisen en het recht van de slimste zegeviert. Met een mooie rol van de jonge Sennia Nanua, die als Melanie de wijsheid in pacht heeft en haar wereld een kans wil geven.

Train to Busan

Zombies in een trein
Koreaanse zombiefilm die zich bijna geheel afspeelt in een trein. Dat er iets ernstigs aan de hand is blijkt aan het begin van de film, waarin een dood hert in een quarantaine-gebied weer tot leven komt. Eindelijk, zombie-dieren! Maar het verhaal draait om een vader en zijn dochter, die haar moeder weer wil opzoeken in Busan. Dat vader en dochter verwijderd zijn van elkaar blijkt uit het verjaardagscadeau dat hij haar geeft. Een Wii-spelcomputer, terwijl er al één speelklaar in de kast staat. Als dochterlief alleen nog blij wordt van een bezoek aan haar moeder, besluit haar vader daar gehoor aan te geven. Dus maken ze samen de treinreis naar Busan, die al snel uitmondt in een zombie-trip.

Wat blijkt? Er heerst een virus dat zich razendsnel meester maakt van mensen. Ook iemand in de trein is besmet en algauw heel veel anderen. Een overlevingsstrijd volgt tussen het bijtgrage zombiegeweld. Gelukkig zijn er wat methoden die helpen: als je de treinramen afplakt en de zombies je niet langer kunnen zien zijn ze stil. Idem in het donker. Vader en dochter moeten samen met wat andere treinreizigers zien te overleven.

Train to Busan is een middelmatige zombiehorror, waarbij het vooral draait om de dochter-vaderrelatie die toewerkt naar een gevoelig einde. En voor wie al het geweld in The Walking Dead gewend is, is Train to Busan vrij braaf – we zien vooral bijtende kaken in besmette gezichten en bloedspetters.

Prevenge

Horror met een komisch randje
Ook horror, met dan met een komisch randje: het Engelse Prevenge. Alice Low regisseerde de film en nam de hoofdrol voor haar rekening. We kennen haar als Tina, aan wiens handen ook al bloed kleefde, in Ben Wheatley’s Sightseers. In Prevenge speelt Low de acht maanden zwangere Ruth, die communiceert met haar baby. Bizarre communicatie, dat wel, want de ongeborene stuurt aan op moord. Er is een link naar de dood van de vader, die omkwam (wel of geen ongeluk?) tijdens een klimexpeditie. Tijd voor wraak!

Prevenge balanceert tussen horror en komedie en doet daarmee denken aan het eerdergenoemde Sightseers. Droog, banaal en tegelijkertijd is niets wat het lijkt. Voor iemand die op moordpad gaat is Ruth namelijk uiterst onzorgvuldig: ze slacht mensen opzichtig af in hun eigen huis of op hun werk. Die scènes gaan gepaard met het nodige geweld, waarbij het mes fel snijdt en hakt en het bloed rijkelijk vloeit.

Low, die zelf hoogzwanger was tijdens het filmen, heeft met Prevenge een overtuigende absurde horrorkomedie gemaakt. Met bijrollen van Game of Thrones-acteurs Kate Dickie en Gemma Whelan. Na het zien van deze film vraag je je wel af, wie er in godsnaam nog zwanger wil worden.

 

2 februari 2017

 

IFFR 2017 DEEL 1
IFFR 2017 DEEL 3
IFFR 2017 DEEL 4
IFFR 2017 DEEL 5
IFFR 2017 DEEL 6
 
MEER FILMFESTIVALS

Windmill Massacre, The

***

recensie The Windmill Massacre

Horror in Holland

door Wim Meijer

Een groep toeristen strandt in de polder. In de wijde omtrek staat niets, behalve een ongure molen en een klein huisje. En verdomd, blijkt daar net een moordlustige molenaar rond te sluipen. Langzaam zuivert de beste man de polder van toerisme.

De nederhorror The Windmill Massacre (The Tulip Massacre kon waarschijnlijk écht niet) overspoelt de kijker met typisch Nederlandse taferelen: grachten in Amsterdam, de Wallen en uitgestrekte weilanden met slootjes en molens. In die setting plaatst de film een atypisch ensemble personages. Neem Jennifer (Charlotte Beaumont), een Australische au-pair met een duister verleden. Of Jackson (Ben Batt), een militair wiens bezoek aan de wallen dramatisch verloopt. Verder zien we de gestreste zakenman Douglas (Patrick Baladi), die geeneens tijd heeft voor een selfie met zijn zoon Curt (Adam Thomas Wright). Een spirituele Japanner Takashi (Tanroh Ishida), Frans fotomodel Ruby (Fiona Hampton) en de Britse dokter Nicholas (Noah Taylor) completeren het gezelschap.

The Windmill Massacre

Bonte verzameling
De bonte verzameling karakters maakt een busreisje. Buschauffeur Abe (Bart Klever) brengt het genootschap naar de o zo Nederlandse polders. De bus van Happy Holland Tours meandert door de weilanden, gefilmd met mooie helikoptershots. (Of droneshots wellicht tegenwoordig?) Dan krijgt de bus pech. Bereik is er niet, in het niemandsland. De nacht zet in, dus zoekt het gezelschap onderdak in een huisje vlakbij een sinister uitziende molen.

Deze blijkt het onderkomen van molenaar Hendrik. De beste man sloot honderden jaren geleden een pact met de duivel en fungeert dezer dagen als IJzeren Hendrik. Nietsvermoedende toeristen laat hij boeten voor hun zonden, een zondeconcept dat ook Saw bijvoorbeeld hanteert. Met zeis en klompen (jawel!) maakt hij menigeen een kopje kleiner, totdat slechts een enkeling het verhaal kan navertellen.

Poldermodel
Regisseur Nick Jongerius besteedt tijd aan de ontwikkeling van zijn personages en met name Charlotte Beaumont laat haar waarde zien. Ze speelt veel beter dan je zou verwachten in een lowbudgetproductie. De focus op de cast gaat echter wel ten koste van de hoeveelheid goorheid en moorden die we te zien krijgen.

The Windmill Massacre

The Windmill Massacre is geen lompe slasher geworden, dankzij de keuze om ook plot en personages aandacht te geven, hetgeen wellicht wat hardcore horrorfanaten niet kan bekoren. Een typisch Hollandse keuze eigenlijk. Het poldermodel in filmvorm.

De moorden variëren van ronduit origineel tot vrij knullig. De film is low budget en dat is met name te zien in de special effects. De eerste moord is heerlijk verfilmd en komt uit onverwachtse hoek. Ook de finale mag er wezen. Tussen start en slot moet The Windmill Massacre het vooral hebben van meer dan degelijk acteerwerk, veel grappige scènes (Takashi die ‘Het zal wel niets zijn’ zegt, nadat er al drie man zijn vermoord en een vierde is verdwenen) en een sporadisch schrikeffect. Dat het verhaal zich afspeelt in de polder is verfrissend. Het is weer eens wat anders dan een verlaten huis. Sterk camerawerk geeft de kijker in de open velden een claustrofobisch gevoel, geholpen door een aanzwengelende soundtrack. The Windmill Massacre is vooral vermakelijk, maar nooit echt goed.
 

24 oktober 2016

 
MEER RECENSIES

Wailing, The

****

recensie The Wailing

Sul buiten zijn comfortzone

door Alfred Bos

Alles is net even anders in deze Zuid-Koreaanse genrefilm die speelt met conventies en verwachtingen. Zijn het giftige paddenstoelen die van de dorpsbewoners moordende woestelingen maken of waart er een geest rond?

Horror is een kwestie van doseren. In The Wailing speelt de Zuid-Koreaanse regisseur Hong-jin Na een spel met genreconventies en de kijker. Zijn film opent als een thriller, lijkt zich te ontwikkelen tot horror en ontplooit zich uiteindelijk als fantasy van het donkere soort. Voor de consument van popcorn-blockbusters is het wellicht een tikje te grillig, maar de meer avontuurlijk ingestelde kijker – en de horrorfijnproever, uiteraard – wordt met verve bespeeld, 157 minuten lang. En dat is lang.

The Wailing

In een dorpje op het platteland van Zuid-Korea wordt een politieman (Do Wo Kwak, in Zuid-Korea voornamelijk bekend van bijrollen, in Nederland te zien geweest in The Berlin File uit 2013) ’s ochtends wakker gebeld. Hij moet direct langskomen, er is een lijk gevonden. Half wakker draaft hij de deur uit, pas na aandringen van zijn vrouw schrokt hij een ontbijt naar binnen. We leren Jong-Goo, zo heet hij, kennen als volgzaam en aards. Een sul buiten zijn comfortzone.

Zijn collega Il-Gwang (Jeong-min Hwang, de meer bekende acteur in Zuid-Korea, vorig jaar op het Imagine Festival te zien geweest als hoofdrolspeler van de actiekomedie Beterang) is al op de plaats delict aanwezig. Op de veranda van een schamele woning hangt een nauwelijks als mens herkenbare man in zwijm. Rond hem scharrelen agenten in de stromende regen door de modder. Binnen ligt het gruwelijk toegetakelde lijk van zijn vrouw.

Hitchcock-adept
The Wailing (Het Geklaag) is de vertaling van Goksung, de naam van het dorp en tevens de Koreaanse titel. Het is de derde film van regisseur Hong-jin Na, ook verantwoordelijk voor het draaiboek. Die dubbelrol vervulde hij bij zijn eerdere films, de actiethrillers Chaser (Chugyeogja, 2008) en The Yellow Sea (Hwanghae, 2010), die beide de twee uur speelduur ruim overschrijden. Dat doet ook The Wailing, de officiële Zuid-Koreaanse inzending voor het Film Festival in Cannes. Op verschillende fantasy festivals won de film al de publieksprijs.

Daar kan deze nuchtere, niet bijzonder van horror gecharmeerde kijker goed inkomen, want Hong-jin Na zet conventies naar zijn hand. Niet alleen laat hij de hoofdrol vervullen door een bijrolacteur – en diens collega spelen door een steracteur – hij geeft hints en aanwijzingen als een volleerde Hitcock-adept en bespeelt zijn publiek als een marionettist. Dat wordt met zwier door een reeks emoties gejonast, van nieuwsgierigheid via beklemming naar totale verbijstering.

The Wailing

Botsing van ratio en magisch denken
Het motto van de film is ontleend aan een tekst uit het Nieuwe Testament, het evangelie van Lucas. Geloof en bijgeloof spelen de hoofdrollen in The Wailing. In de geciteerde Bijbeltekst presenteert Jezus zich als geest; de film toont het ultieme kwaad, de duivel, in mensengedaante. Het verhaal is een botsing van ratio en magisch denken, van goed en kwaad. De moordende echtgenoot heeft verkeerde paddestoelen gegeten, oppert protagonist Jong-Goo. Welnee, het is die rare Japanner die onlangs in het dorp is komen wonen, meent zijn collega Il-Gwang.

Wanneer de moordpartij uit de openingsscène geen incident blijkt en er meer slachtoffers vallen, waaronder Jong-Goo’s allerschattigste dochtertje, worden er een priester en een sjamaan bijgeroepen. Maar The Wailing is zombiefilm noch The Omen op zijn orientaals, en ook geen rampenfilm à la Outbreak of een dorp-keert-zich-tegen-buitenstaander verhaal op zijn Salems.

In deze bovennatuurlijke thriller betoont de regisseur zich een Aziatische tegenhanger van Guillermo del Toro. The Wailing is sterk van suggestie en neemt ruim de tijd om de kijker te kapselen in een sfeer van groeiende verontrusting. Ook sterk: de regisseur weigert om alles klip en klaar te maken. In de voor de hand liggende Hollywood-makeover zal het inktzwarte – of in dit geval bloedrode – slot ongetwijfeld een paar tandjes worden opgeleukt. En alles worden uitgelegd. Want buiten de comfortzone zijn geest en vlees niet van elkaar te onderscheiden.
 

2 oktober 2016

 
MEER RECENSIES

Don’t Breathe

****

recensie Don’t Breathe

Happen naar adem

door Suzan Groothuis

Je denkt het ultieme plan bedacht te hebben. Inbreken bij een blinde oude man die over flink wat geld beschikt. O ja, hij is een afgetrainde veteraan en heeft een bloeddorstige waakhond. Ofwel: hoe een makkelijke klus volledig uit de hand loopt.

Een trio jonge dieven is succesvol met inbreken. Dankzij Alex’ vader die bij een bedrijf voor alarmsystemen werkt, komt het drietal gemakkelijk woningen in. Bosje sleutels mee, code kraken en gaan maar. En dan wordt één van hen getipt. Een oude man die alleen woont heeft een slordige 30.000 dollar in contanten liggen. Er is niet veel informatie over hem, buiten het feit dat hij oorlogsveteraan is en zijn dochter is omgekomen tijdens een auto-ongeluk.

Don’t Breath

Verlaten en dichtgetimmerd Detroit
Het drietal is echter verdeeld over deze klus. Money is zelfverzekerd dat het gaat lukken. Makkie toch, inbreken bij een oude man? Rocky staat op het punt haar leven te beteren en met haar jonge zusje haar benarde thuissituatie te ontvluchten. Deze inbraak is haar laatste. Alex is de enige die het niet ziet zitten. Helemaal wanneer het drietal uit voorzorg het huis en zijn bewoner bespiedt en erachter komt dat de man blind is. Een blinde bestelen, dat zit moraal toch niet helemaal goed.

Maar Alex laat zich overhalen door Rocky en zo geschiedde. Goed voorbereid begeeft het trio zich naar het huis in een verlaten, in duisternis gehuld Detroit. Het huis van de man is omringd door leegstand. In de duisternis is de aanblik van de dichtgetimmerde aangrenzende woningen een onheilspellend teken. Maar wat kan er misgaan als je een verdovend hapje hebt voor de hond en narcosegas voor de man?

Eenmaal binnen komt het antwoord al snel: nou, alles. De blinde oude man blijkt niet zo hulpeloos als gedacht. We hebben het namelijk over een afgetrainde, wraakzuchtige oorlogsveteraan. En wie in zijn huis komt zal het bezuren.

Beklemmende rit in minimale setting
Wat volgt is een beklemmende rit. Het drietal moet opboksen tegen een oersterke vent en zijn inmiddels ontwaakte, bloeddorstige hond. Zonder teveel te verraden werkt Don’t Breathe toe naar een zinderende climax, waarbij de kijker meerdere malen op het verkeerde been gezet wordt. Regisseur Fede Alvarez (die eerder al overtuigde met zijn remake van Evil Dead) weet te verrassen met goed ingezette schrikeffecten in een minimale setting.

Don’t Breath

De film speelt zich grotendeels in het huis van de man af, dat aanvoelt als een menselijke val. Denk aan de scène waarin Jodie Foster als Clarice Starling in The Silence of the Lambs in het huis van de seriemoordenaar rondwaart en hij haar met een nachtkijker bespiedt. Of aan Panic Room, waarin (eveneens) Jodie Foster gevangen zit in haar eigen huis, belaagd door inbrekers. In Don’t Breathe zitten de drie jonge inbrekers echter gevangen, met alle gevolgen van dien. Niet de oude man (ijzersterke rol van een doodenge, psychopathische Stephen Lang) maar de inbrekers zijn slachtoffer.

Er zijn eveneens overeenkomsten met het bloederige en claustrofobische Green Room van Jeremy Saulnier, waarin een punkband gevangen zit in een neonazi-skinhead bar.

Don’t Breathe is niet alleen sterk met plotse schrikmomenten, maar laat ook een knap staaltje bloedvergieten zien. Tel daar nog een bloedstollende scène met de waakhond bij op (Cujo verbleekt erbij) en de film doet wat ie belooft: je zit op het puntje van je stoel en je houdt je adem in. Want denk er om, die oude man hoort alles, al ziet ie geen steek.
 

26 september 2016

 
MEER RECENSIES